Ruimtelijke Motivering BOPA, ontwikkeling Nassaustraat Boven-Hardinxveld.pdf
Tekst van het document
Gemeentelijk beleid De gemeente Hardinxveld-Giessendam heeft een Watertakenplan voor de periode 2024-2033 opgesteld, waarin het beleid ten aanzien van vuil-, grond- en hemelwater is vastgelegd. Voor nieuwbouw en inbreidingslocaties hanteert de gemeente de eis dat een neerslagbui van T=100+10% binnen het plangebied geborgen moet worden zonder dat overlast ontstaat. Bij (her)ontwikkelingen en reconstructies dient zo goed mogelijk de boven- en ondergrondse ruimte benut te worden. Een planontwikkeling mag niet leiden tot verhoging of verlaging van de grondwaterstand en de afvoersnelheid naar het oppervlaktewater, ook niet bij extremere omstandigheden. Inrichtingen van waterhuishoudingen voor nieuw(her/ver) bouwplannen worden door het bevoegd gezag getoetst en gekeurd. De weging van het waterbelang is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen op een evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. 5.13.2 Onderzoek Ten behoeve van het planvoornemen is er een weging van het waterbelang opgesteld. De volledige rapportage hiervan is opgenomen in de bijlage. Navolgend worden de belangrijkste conclusies beschreven.
-25007173 / Proj.nr. P08609 / Vrijgegeven / Versie 1 / 12-03-2026
56/67
Hoogteligging Het plangebied kent enig hoogteverschil. Centraal ligt het maaiveld op ca. -1,2 tot -0,9 m NAP met een hogere rand op ca. - 0,5 m NAP. De noordoostelijk gelegen Prins Bernhardstraat kent ter hoogte van het plangebied een maaiveldhoogte van ca. - 0,7 m NAP. De zuidoostelijk gelegen Prinses Margrietstraat ligt op ca. -0,5 m NAP. De Alblasserwaard waarvan het plangebied deel uitmaakt heeft een relatief beperkte drooglegging. De optredende grondwaterstanden zullen gezien de vele sloten nagenoeg gelijk zijn met het geldende oppervlaktewaterpeil van ca. -1,3 m NAP. Voor het bepalen van de toekomstige peilen is derhalve gekeken naar het oppervlaktewaterpeil (drooglegging). Voor de toekomstige weg- en bouwfunctie is een ophoging benodigd. Opgemerkt wordt dat de streefpeilen voor de wegen en bebouwing 10 tot 40 cm hoger liggen dan het bestaande (weg)peilen bij de oostelijk gelegen woonwijk. Minimaal dienen de streefpeilen van de gemeente aangehouden te worden. Door maatregelen te nemen zoals onder andere kruipruimteloos bouwen en/of drainage doorheen het plangebied (overstortniveau hoger dan - 1,28 m NAP) kunnen afwijkende peilen voor de nieuwe functies bepaald worden. De aanleg van een drainage is ter plaatse van de ontwikkeling zeker geadviseerd gezien de planinsteek om de bestaande verlaging / droge watergang centraal door het gebied te dempen.
Bij het bepalen van de definitieve peilen dient een zorgvuldige afweging te worden gemaakt, waarbij het voorkomen van grondwateroverlast bij de nieuwbouw centraal staat. De gemeente wordt geadviseerd deze afweging expliciet mee te nemen in de verdere planuitwerking. Door het aanhouden van een geadviseerd bouwpeil van minstens 30 cm boven de as van de nabijgelegen weg, worden er geen problemen verwacht in verband met afstromend hemelwater bij piekbuien. Bij de nieuwbouw wordt een geheel gescheiden stelsel aangelegd. Door de bijkomende woningen zal de vuilwaterhoeveelheid toenemen naar in totaal ca. 1,2 m3/u (12 m3/dag). De waterstromen van de woningen wordt gescheiden aangeleverd op een nieuw DWA- en HWA-stelsel in het openbaar gebied waarvan het afvalwater vervolgens afvoert naar het bestaand gemeentelijk stelsel. De inrichting van het openbaar gebied maakt onderdeel uit van de gemeentelijke planvorming. Voor een nieuwe rioolaansluiting op het gemeentelijk vuilwaterstelsel dient te zijner tijd een aanvraag ingediend te worden bij de gemeente Hardinxveld-Giessendam. Verhard oppervlak Door de ontwikkeling neemt de hoeveelheid verharding toe. In onderstaande tabel 4 is een overzicht van het huidig en toekomstig verhard oppervlak door het planvoornemen opgenomen.
-25007173 / Proj.nr. P08609 / Vrijgegeven / Versie 1 / 12-03-2026
57/67
Tabel 3 Overzicht huidig en toekomstig verhard oppervlakte (bron: Aeres Milieu, Weging van het Waterbelang, rapportnr. AM25188 d.d. 24 november 2025)
Op basis van voorgaande inschatting zal de totale verharding voor het planvoornemen toenemen met ca. 5.903,1 m2. Conform de eis van het waterschap dient 43,6 mm geborgen te worden per vierkante meter verharding als de berging wordt gerealiseerd in open water. Indien er minder of meer verharding aangelegd wordt, dient voorafgaand aan de vergunningsaanvraag een herberekening van de voorziening plaats te vinden zodat minimaal de benodigde waterberging voor de uiteindelijke verharding aangelegd wordt. Verwerking hemelwater De keuze voor een voorziening is afhankelijk van de eigen voorkeur, optredende GHG, het toekomstige planvoornemen (gewenste terreininvulling en type verharding) en hiermee samenhangend de benodigde bergingscapaciteit. Hemelwater dient waar mogelijk ter plaatse verwerkt te worden. Bij voorkeur vindt hemelwaterberging bovengronds plaats. Bovengrondse berging kan eenvoudig gerealiseerd worden door het graven van nieuw of bijkomend oppervlaktewater. Het plangebied ligt binnen peilbesluit Alblasserwaard. Hierbinnen geldt een maximaal toelaatbare peilstijging van 0,2 meter vanwege de beperkte drooglegging in het gebied. Om direct rondom de ontwikkeling de benodigde hemelwaterberging in open water te realiseren, dient minimaal (257,4/0,2 =) 1.287 m2 bijkomend oppervlaktewater gegraven te worden.
In het ontwerp is momenteel reeds ruimte voorzien voor het verbreden van de omliggende watergangen. Dit bijkomend oppervlak van ca. 1.449 m2 is ruim voldoende om te voldoen aan de bergingseis van het waterschap.
-25007173 / Proj.nr. P08609 / Vrijgegeven / Versie 1 / 12-03-2026
58/67
Aanvullende maatregelen die genomen kunnen worden, zijn het zoveel mogelijk beperken van nieuwe gesloten verharding (zoveel mogelijk groen behouden), opvang en hergebruik in de tuin/woning, oppervlakkige afvoer over het groen en /of aanleg van groendak op platte daken. Conclusie weging van het waterbelang Aandachtspunt voor de verdere uitwerking betreft voornamelijk de bepaling van de definitieve weg- en bouwpeilen. De gemeente wordt geadviseerd deze afweging expliciet mee te nemen in de verdere planuitwerking gezien de (lager) gelegen peilen in het bestaande gebied oostelijk. Door de aanleg van een geheel gescheiden stelsel op eigen terrein, een drainage centraal door het gebied, de verhardingstoename te compenseren met bijkomend oppervlaktewater en het voldoen aan de overige aandachtspunten en randvoorwaarden, vindt de ontwikkeling hydrologisch neutraal plaats en is geen verhoogd risico op wateroverlast te verwachten. Op het definitieve bouwplan dienen de uiteindelijke DWA- en HWA-stelsels nader opgenomen te zijn met een uitwerking van het toekomstig maaiveldprofiel. Het omliggend terrein dient zo aangelegd te worden dat excessief water kan afstromen naar het nabijgelegen groen, HWA-stelsel of oppervlaktewater zodat wateroverlast bij panden vermeden wordt. 5.13.3 Conclusie De ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op de waterhuishouding.
5.14 Gezondheid 5.14.1 Toetsingskader In artikel 1.3 van de Omgevingswet worden de maatschappelijke doelen van de wet uiteengezet, waaronder het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving. Er bestaat landelijk de wens om gezondheid meer integraal en volwaardig te betrekken in het nationale en lokale beleid over de fysieke leefomgeving. De inrichting van de fysieke leefomgeving kan direct bijdragen aan de gezondheid van inwoners. Een gezonde leefomgeving ervaren bewoners namelijk als prettig, nodigt uit tot gezond gedrag en biedt bescherming tegen negatieve omgevingsinvloeden. Binnen de Omgevingswet hebben decentrale overheden de mogelijkheid om hun eigen gezondheidsambities en regels vast te leggen en uit te werken via instrumenten zoals de omgevingsvisie, omgevingsverordening en programma's. De beleidsambities met betrekking tot gezondheid kunnen sterk variëren per gemeente. Tevens hebben veel gemeenten ervoor gekozen om beleidsneutraal over te gaan naar de Omgevingswet. Dit houdt in dat voornamelijk in de beginfase na de inwerkingtreding van de Omgevingswet, gemeenten nog geen tot weinig beleid zullen hebben met betrekking tot gezondheid. In een later stadium zal het beleid sterk per gemeente verschillen.
-25007173 / Proj.nr. P08609 / Vrijgegeven / Versie 1 / 12-03-2026
59/67
5.14.2 Onderzoek Uit de voorgaande paragrafen blijkt dat geen negatieve effecten zijn te verwachten op daarin genoemde gezondheidsaspecten, zoals geluid, bodemkwaliteit, water, luchtkwaliteit, geur en omgevingsveiligheid etc. Er wordt voldaan aan relevante wet- en regelgeving. Er is in dit geval sprake van de realisatie van 40 nieuwe woningen. Op voorhand zijn geen belemmeringen te verwachten ten aanzien van gezondheid. 5.14.3 Conclusie Het initiatief levert een bijdrage aan het bereiken van een gezonde fysieke leefomgeving. 5.15 Duurzaamheid 5.15.1 Toetsingskader Duurzaamheid is een steeds belangrijker wordende kwestie voor onze samenleving. Het gaat hierbij om de manier waarop we omgaan met onze natuurlijke omgeving en hoe we ervoor zorgen dat we deze niet uitputten voor onze toekomstige generaties. Er bestaat geen vast omschrijving of definitie voor de term duurzaamheid. Over het algemeen wordt met duurzaamheid een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder de behoeften van toekomstige generaties, zowel hier als in andere delen van de wereld in gevaar te brengen bedoeld. Duurzaamheid is een aspect dat zowel op de korte termijn als lange termijn toegepast dient te worden. Er spelen diverse trends en ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid binnen nieuwbouw.
Duurzaamheid bij nieuwbouw verwijst naar het ontwerpen, bouwen en onderhouden van gebouwen op een manier die zo min mogelijk impact heeft op het milieu. Tegelijkertijd ook efficiënt en gezond is voor de mensen die erin wonen of werken. Duurzaamheid is dus een breed begrip en omvat verschillende aspecten: • Energie-efficiëntie: het verminderen van energieverbruik door gebruik te maken van duurzame energiebronnen, zoals zonne-energie of windenergie. • Materialen: Het gebruik van duurzame en milieuvriendelijke materialen, zoals gerecyclede of hernieuwbare materialen. • Gezondheid en comfort: het creëren van een gezonde binnen omgeving met goede ventilatie, natuurlijke verlichting en materialen die de binnen kwaliteit verbeteren. • Levensduur en hergebruik: Het ontwerpen van gebouwen met een lange levensduur en de mogelijkheid tot aanpassing of hergebruik van materialen om de hoeveelheid afval te verminderen. De focus op duurzaamheid bij ruimtelijke ontwikkelingen is belangrijk om de ecologische voetafdruk van de bouwsector te verminderen, een sector die historisch gezien veel grondstoffen verbruikt en bijdraagt aan vervuiling van het klimaat. De eisen met betrekking tot duurzaamheid zijn opgenomen in afdeling 4.4 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Van belang zijn de BENG normen en de MPG waarden.
-25007173 / Proj.nr. P08609 / Vrijgegeven / Versie 1 / 12-03-2026
60/67
BENG Normen BENG staat voor Bijna energie neutrale gebouwen, en zijn geformuleerd met het doel om de CO2 uitstoot van nieuwbouw terug te dringen. Er zijn drie verschillende manieren waarin BENG tot uitdrukking komt. Dit zijn de volgende: • BENG 1-eis: Terugbrengen van de energiebehoefte. • BENG 2-eis: Beperken van het fossiele energiegebruik (Bijvoorbeeld Gas en olie). • BENG 3- eis: Benutten van hernieuwbare energie. Naast deze drie eisen is er nog één aanvullende eis die van belang is met name in samenhang met klimaatadaptatie, dit is de indicator voor verlaging van het risico op oververhitting van gebouwen genaamd TOJuli). De BENG eisen gelden alleen voor nieuwbouw, bestaande bebouwing hoeft dus niet aan deze eisen te voldoen. MPG Waarden MPG staat voor Milieuprestatie gebouwen. Een MPG berekening toont aan wat de milieu impact van een nieuw te bouwen bouwwerk is. Zo worden de waarden waaraan voldaan dient te worden bepaald aan de hand van de gebruiksfuncties van het bouwwerk. In het Bbl staat beschreven dat een woonfunctie een milieuprestatie moet hebben van maximaal 0,8 bepaald volgens de bepalingsmethode van de MPG. Hoe lager de score is, des te beter het pand scoort op duurzaamheid. Tot slot geeft het Bbl ook regels over de laadinfrastructuur van elektrische auto. Deze regels zorgen ervoor dat er voldoende leidingdoorvoeren zijn voor eventuele oplaadpunten.
5.15.2 Onderzoek De ontwikkeling van het woningbouwplan op de beoogde locatie zal gasloos worden opgeleverd waarbij er wordt voldaan aan de normen uit het Bbl. Door middel van de inzet van duurzaam materiaalgebruik wordt er gestreefd naar circulaire woningbouw en is er zodoende sprake van een duurzame ontwikkeling. 5.15.3 Conclusie Vanuit het milieuaspect duurzaamheid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
-25007173 / Proj.nr. P08609 / Vrijgegeven / Versie 1 / 12-03-2026
61/67
6
Financiële en maatschappelijke verantwoording
6.1 Financieel-economische haalbaarheid De kosten die gemaakt worden bij de uitvoering van de ontwikkeling zijn voor rekening van de gemeente HardinxveldGiessendam. De gemeente heeft hiervoor de nodige budgetten gereserveerd. De risico’s zijn geïnventariseerd en beoordeeld. Op basis hiervan is een passende reservering getroffen. Hiermee worden de risico’s beheersbaar geacht. De ontwikkeling wordt daarom financieel-economisch uitvoerbaar geacht. 6.2
Maatschappelijke verantwoording
6.2.1 Vaststellingsprocedure De aanvraag om de omgevingsvergunning heeft onder andere betrekking op het toestaan van een gebruik in afwijking van het geldend bestemmingsplan. In deze paragraaf wordt de procedure rondom de omgevingsvergunning toegelicht. Voor de omgevingsvergunningaanvraag voor onderhavige buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt de reguliere procedure gevolgd. De beslistermijn begint te lopen zodra de aanvraag is ontvangen. Als het bevoegd gezag de beslissing op de aanvraag aanhoudt, begint de termijn te lopen op de dag waarop de aanhouding eindigt. In de reguliere procedure bedraagt de beslistermijn in beginsel 8 weken. Het bevoegd gezag kan deze termijn eenmaal met maximaal 6 weken verlengen. Een omgevingsvergunning die is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure treedt in werking vanaf de dag na bekendmaking door het bevoegd gezag. Er geldt een uitzondering wanneer de vergunning een activiteit mogelijk maakt die kan leiden tot een onherstelbare verandering van een bestaande situatie, zoals bijvoorbeeld bij kap- of sloopactiviteiten. In dat geval moet het bevoegd gezag expliciet in de omgevingsvergunning opnemen dat deze 4 weken na bekendmaking in werking treedt. Hierdoor krijgen belanghebbenden de kans om een verzoek om een voorlopige voorziening in te dienen.
In geval van spoedeisende omstandigheden kan het bevoegd gezag afwijken van de termijn van 4 weken. 6.2.2 Participatie De gemeente heeft aangegeven in welke gevallen een aanvrager verplicht is om een omgevingsdialoog te voeren voorafgaand aan de formele procedure. Voor het beoogde planvoornemen aan is participatie niet verplicht, maar is er wel een gedegen participatietraject doorlopen. Relevante documenten en verslaglegging hiervan is opgenomen in de bijlage. Navolgend is er samengevat hoe hier invulling aan is gegeven.
-25007173 / Proj.nr. P08609 / Vrijgegeven / Versie 1 / 12-03-2026
62/67
Omgevingsdialoog Op woensdag 16 april 2025 heeft de gemeente een eerste informatiebijeenkomst georganiseerd voor omwonenden van het recent aangekochte perceel aan de Nassaustraat. Deze bijeenkomst vormde de aftrap van de communicatie rondom de voorgenomen woningontwikkeling op deze locatie, waarvoor momenteel de voorbereidingen in volle gang zijn. De belangstelling voor de bijeenkomst was groot. Omwonenden en andere belangstellenden maakten volop gebruik van de gelegenheid om zich te laten informeren over het plan en hun vragen te stellen. De avond ging van start een kort plenair gedeelte met een welkomstwoord door de wethouder, een korte introductie op het proces van gebiedsontwikkeling door projectleider en een uitleg over het plan voor de Nassaustraat door Stedenbouwkundig bureau Space Value. Tijdens de bijeenkomst heeft de gemeente bezoekers actief uitgenodigd om hun vragen schriftelijk vast te leggen. Deze verzameling vragen zal zorgvuldig worden beantwoord en in een overzicht gepubliceerd op de projectpagina 4 van de gemeentelijke website. Op deze manier blijft de gemeente transparant in haar communicatie en houden zij belanghebbenden goed op de hoogte van het verdere proces. Via deze pagina kunnen geïnteresseerden zich tevens aanmelden voor de nieuwsbrief en kan er contact worden opgenomen over het project.
Gezien de hoge opkomst en de betrokkenheid van de aanwezigen wordt er teruggekeken op een geslaagde en waardevolle avond. Sindsdien is er een projectwebsite gelanceerd en is er een kwartaalnieuwsbrief ingesteld. Via deze kanalen worden belangstellenden structureel op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen. Half maart 2026 heeft een tweede informatiebijeenkomst plaatsgevonden. Tijdens deze bijeenkomst zijn belangstellenden geïnformeerd over de BOPA procedure, de planning en komende werkzaamheden op het perceel. Ook is de plankaart opnieuw getoond en is er alle gelegenheid geweest tot het stellen van vragen. Vooroverleg ketenpartners In het kader van een zorgvuldige voorbereiding is het plan besproken met de voormalig grondeigenaren en relevante ketenpartners, waaronder Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, Waterschap Rivierenland, Provincie Zuid-Holland, Veiligheidsregio Zuid-Holland-Zuid en de GGD. Tijdens het vooroverleg zijn aandachtspunten naar voren gebracht op het gebied van waterhuishouding, geluid, ecologie, bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, klimaatadaptatie en gezondheid. Deze aandachtspunten zijn beoordeeld en waar nodig verwerkt in de ruimtelijke motivering en het ontwerp, bijvoor-
4
https://www.hardinxveld-giessendam.nl/Wonen_en_omgeving/Wonen/Bouwen_en_verbouwen/Gemeente_of_projectontwikkelaar_bouwt/Nieuwbouwprojecten/Nassaustraat_westelijke_kant
-25007173 / Proj.nr. P08609 / Vrijgegeven / Versie 1 / 12-03-2026
63/67
beeld door het opnemen van watercompensatie, het borgen van geluidsmaatregelen, het realiseren van een veilige ontsluiting en het behouden van landschappelijke structuren. Hiermee is geborgd dat het initiatief aansluit bij de geldende beleidskaders en dat de belangen van de betrokken partijen zijn meegenomen in de verdere uitwerking van het plan.
7
Belangenafweging en conclusie
7.1 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Om te beoordelen of het planvoornemen resulteert in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, zijn alle relevante aspecten voor de fysieke leefomgeving nauwkeurig onderzocht en afgewogen. Met name uit hoofdstuk 5 ‘Milieuaspecten in de fysieke leefomgeving’ kan worden geconcludeerd dat de beoogde activiteit leidt tot een situatie waarin er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Er heeft een zorgvuldige belangenafweging plaatsgevonden, waarbij doeltreffend verband is gelegd tussen de instrumenten van de Omgevingswet en recent beleid. Er is een duidelijke link gecreëerd tussen de belangen van de initiatiefnemer, de doelen van de gemeente, en de belangen van omwonenden en andere belanghebbenden. 7.2 Conclusie Op grond van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit adequaat gemotiveerd is, en derhalve de omgevingsvergunning verleend kan worden.
-25007173 / Proj.nr. P08609 / Vrijgegeven / Versie 1 / 12-03-2026
64/67
Separate bijlagen
Bijlage 1: Ladder voor duurzame verstedelijking Bijlage 2: Milieueffectrapportage Bijlage 3: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 4: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 5: Quickscan flora en fauna Bijlage 6: Stikstofonderzoek Bijlage 7: Weging van waterbelang Bijlage 8: Archeologisch onderzoek Bijlage 9: Parkeernormen, verkeersgeneratie, dubbelgebruik Bijlage 10: Vervolgonderzoek flora en fauna Bijlage 11: PFAS Onderzoek
-25007173 / Proj.nr. P08609 / Vrijgegeven / Versie 1 / 12-03-2026
65/67
Colofon Opdrachtgever
Gemeente Hardinxveld-Giessendam
Uitgave
Movares Nederland B.V. Jaarbeursboulevard 280 5211 AK ‘s-HERTOGENBOSCH
Telefoon
+31 (0)30 - 265 55 55
Ondertekenaar
Wouter van den Hoven wouter.van.den.hoven@movares.nl
Projectnummer
P08609
Kenmerk
-25007173
Datum
26 januari 2026
-25007173 / Proj.nr. P08609 / Vrijgegeven / Versie 1 / 12-03-2026
66/67
-25007173 / Proj.nr. P08609 / Vrijgegeven / Versie 1 / 12-03-2026