CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke Motivering BOPA, ontwikkeling Nassaustraat Boven-Hardinxveld.pdf

Gemeenteraad GHG 9 juli 2026, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 12: Bindend advies woningbouwontwikkeling Nassaustraat20.650 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

S

Rapport

Ruimtelijke Motivering BOPA, ontwikkeling Nassaustraat te Boven-Hardinxveld Gemeente Hardinxveld-Giessendam Versie: 1 | Status: Vrijgegeven | Datum: 23-03-2026 | Kenmerk: -25007173

Inhoudsopgave 1

Inleiding

6

1.1 1.2 1.3

Aanleiding Projectgebied Juridisch-planologisch kader

6 6 8

1.3.1

9

1.4

Procedure

Leeswijzer

10

2

Beschrijving bestaande situatie

11

3

Voorgenomen ontwikkeling

13

4

Beleidsmatige aspecten in de fysieke leefomgeving

16

4.1

Verhouding tot Rijksbeleid

16

4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4

16 16 17 19

4.2

4.3 4.4

Nationale Omgevingsvisie Instructieregels Rijk (AMvB’s) Zorgvuldig ruimtegebruik / Ladder duurzame verstedelijking Conclusie

Verhouding tot provinciaal beleid en provinciale regels

20

4.2.1 4.2.2

20 22

Zuid-Hollandse Omgevingsverordening Omgevingsvisie Zuid-Holland

Verhouding tot regionaal beleid

24

4.3.1

24

Regionale woonvisie Drechtsteden

Verhouding tot gemeentelijk beleid

25

4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.4.4

25 25 27 28

Volkshuisvestingprogramma 2026 Groenbeleidsplan 2022-2023 Kadernota Strategisch grondbeleid Hardinxveld-Giessendam 2023-2026 Mobiliteitsplan Hardinxveld-Giessendam 2023-2033

-25007173 / Proj.nr. P08609 / Vrijgegeven / Versie 1 / 12-03-2026

2/67

5

Milieuaspecten in de fysieke leefomgeving

29

5.1

Milieueffectrapportage (m.e.r.)

29

5.1.1 5.1.2 5.1.3

29 29 30

5.2

5.3

Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren

30

5.2.1 5.2.2 5.2.3

30 30 32

5.5

5.6

5.7

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

32

Bodem 5.3.1 5.3.2 5.3.3

5.4

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

32 32 33

Cultuurhistorie

33

5.4.1 5.4.2 5.4.3

33 34 34

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Archeologie

34

5.5.1 5.5.2 5.5.3

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

34 34 35

Activiteiten en milieuzonering

35

5.6.1 5.6.2 5.6.3

35 36 37

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Geluid (Spoor)wegverkeer

37

5.7.1 5.7.2

37 38

Toetsingskader Onderzoek

-25007173 / Proj.nr. P08609 / Vrijgegeven / Versie 1 / 12-03-2026

3/67

5.7.3 5.8

41 41

Geur 5.8.1 5.8.2 5.8.3

5.9

Conclusie

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

41 42 44

Spuitzones

44

5.9.1 5.9.2 5.9.3

44 44 45

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

5.10 Luchtkwaliteit 5.10.1 Toetsingskader 5.10.2 Onderzoek 5.10.3 Conclusie 5.11 Natuur en landschap 5.11.1 Toetsingskader 5.11.2 Onderzoek 5.11.3 Conclusie 5.12 Omgevingsveiligheid 5.12.1 Toetsingskader 5.12.2 Onderzoek 5.12.3 Conclusie 5.13 Water 5.13.1 Toetsingskader 5.13.2 Onderzoek 5.13.3 Conclusie 5.14 Gezondheid 5.14.1 Toetsingskader 5.14.2 Onderzoek 5.14.3 Conclusie

-25007173 / Proj.nr. P08609 / Vrijgegeven / Versie 1 / 12-03-2026

45 45 46 46 46 46 50 51 52 52 53 54 54 54 56 59 59 59 60 60

4/67

5.15 Duurzaamheid 5.15.1 Toetsingskader 5.15.2 Onderzoek 5.15.3 Conclusie

6

7

60 60 61 61

Financiële en maatschappelijke verantwoording

62

6.1 6.2

Financieel-economische haalbaarheid Maatschappelijke verantwoording

62 62

6.2.1 6.2.2

62 62

Vaststellingsprocedure Participatie

Belangenafweging en conclusie

64

7.1 7.2

64 64

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Conclusie

Separate bijlagen Bijlage 1: Ladder voor duurzame verstedelijking Bijlage 2: Milieueffectrapportage Bijlage 3: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 4: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 5: Quickscan flora en fauna Bijlage 6: Stikstofonderzoek Bijlage 7: Weging van waterbelang Bijlage 8: Archeologisch onderzoek Bijlage 9: Parkeernormen, verkeersgeneratie, dubbelgebruik Bijlage 10: Vervolgonderzoek flora en fauna Bijlage 11: PFAS Onderzoek

Colofon

-25007173 / Proj.nr. P08609 / Vrijgegeven / Versie 1 / 12-03-2026

66

5/67

1

Inleiding

1.1 Aanleiding Eind 2024 heeft de gemeente Hardinxveld-Giessendam (hierna: initiatiefnemer) een perceel van 11.000 m2 aangekocht. Het gaat om een agrarisch perceel ten westen van de Nassaustraat in Boven-Hardinxveld. De ontwikkeling is al langer gewenst en past in de (provinciale) gedachte van het ‘straatje erbij’. Stedenbouwkundig bureau Spacevalue heeft een plankaart gemaakt, waarin rekening wordt gehouden met 20 appartementen (sociale huur) aan de noordzijde, 15 betaalbare rijwoningen in het middengebied, 2 twee-onder-een-kap woningen en drie vrije kavels aan de zuidzijde. Het planvoornemen past niet binnen de huidige bestemming ‘Agrarisch met waarden’ volgens het vigerende bestemmingplan ‘Buitengebied’, dat is vastgesteld op 28 april 2016. Dit bestemmingsplan maakt sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2024) deel uit van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan gemeente Hardinxveld-Giessendam (hierna ook aangeduid als Omgevingsplan). Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken, moet van het planologisch regime worden afgeweken. Dit kan middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna ook aangeduid als BOPA).

Ten behoeve van de omgevingsvergunningaanvraag dient onder andere een ruimtelijke motivering te worden opgesteld, waarin aangetoond wordt dat het initiatief past binnen een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voorliggende ruimtelijke motivering ziet toe op de onderbouwing voor dit vergunningsonderdeel. 1.2 Projectgebied Het projectgebied staat kadastraal bekend als de gemeente Hardinxveld-Giessendam, perceel sectie L, nummer 114 met een oppervlakte van circa 11.000 m2. De locatie is gelegen in Boven-Hardinxveld, ten westen van woningen aan de Nassaustraat. Momenteel is het perceel in gebruik voor agrarische doeleinden. Ook de aangrenzende percelen kennen dezelfde functie, met uitzondering van de woonwijk ten oosten van de beoogde ontwikkellocatie. Figuur 1 en 2 op navolgende pagina geven de globale ligging van het projectgebied weer.

-25007173 / Proj.nr. P08609 / Vrijgegeven / Versie 1 / 12-03-2026

6/67

Hardinxveld A15

Boven-Hardinxveld

Nassaustraat

Figuur 1 Globale ligging projectgebied (rood omlijnd) (bron: PDOK)

Boven-Hardinxveld

Figuur 2 Ligging projectgebied (rood omlijnd) (bron: PDOK)

-25007173 / Proj.nr. P08609 / Vrijgegeven / Versie 1 / 12-03-2026

7/67

1.3 Juridisch-planologisch kader Op grond van het (tijdelijke deel van het) Omgevingsplan Hardinxveld-Giessendam gelden ter plaatse van het projectgebied de volgende bestemmingsplannen: ‘Buitengebied’ (vastgesteld d.d. 28 april 2016 en onherroepelijk), ‘Hardinxveld-Giessendam, bebouwd gebied’ (vastgesteld op 30 maart 2017 en onherroepelijk), ‘Veegplan Buitengebied’ (vastgesteld d.d. 26 november 2020 en onherroepelijk) en ‘Paraplubestemmingsplan Wonen en Huishouden’ (vastgesteld d.d. 16 december 2021 en onherroepelijk). Op het westelijke deel van het projectgebied rust – o.b.v. het bestemmingsplan Buitengebied – de enkelbestemming ‘agrarisch met waarden’ en volledig de dubbelbestemming ‘Waarde – archeologische verwachting 9’. Ook rust op een kleine strook aan de zuidzijde van het projectgebied de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterstaatkundige functie’. Dit heeft te maken met de aanwezige watergang. Figuur 3 geeft een uitsnede van het Omgevingsplan weer. Het plangebied zal aan de oostzijde worden ontsloten middels 2 toegangswegen die aansluiten op de Nassaustraat. Op dit deel van het plangebied geldt op basis van het bestemmingsplan ‘Hardinxveld-Giessendam, bebouwd gebied’ de bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ (bij de noordelijke ontsluiting) en ‘Tuin’ (bij de zuidelijke ontsluiting). Op beide delen geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting 9’.

Navolgend figuur geeft een uitsnede van het Omgevingsplan weer.

Figuur 4 Uitsnede vigerend bestemmingsplan 'Buitengebied'

Figuur 3 Uitsnede bestemmingsplan ‘Hardinxveld-Gies-

met projectgebied rood omlijnd

sendam, bebouwd gebied’ (rood omlijnd)

-25007173 / Proj.nr. P08609 / Vrijgegeven / Versie 1 / 12-03-2026

8/67

1.3.1 Procedure Voorliggende aanvraag betreft een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) waarmee een planologisch basisbesluit wordt genomen voor de ontwikkeling aan de Nassaustraat. Met deze BOPA wordt het ruimtelijk bouwen juridisch-planologisch toegestaan. Het plan is op onderdelen nog niet uitgewerkt tot een volledig voorlopig of definitief ontwerp, zoals de voorgenomen woningbouw en enkele inrichtingsdetails. Deze uitwerking zal in een later stadium door een andere – nader te bepalen – ontwikkelende partij worden verzorgd in plaats van door de gemeente die nu als initiatiefnemer aan de lat staat. Het idee van de wetgever is dat een BOPA in beginsel in één keer wordt aangevraagd voor het gehele project. In artikel 12.27a van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) wordt echter voorzien in de (tijdelijke) mogelijkheid om de vergunningverlening voor locatieontwikkelingen te faseren. Tot 1 januari 2032 kan gebruik worden gemaakt van deze mogelijkheid. Dit betekent dat het juridisch-planologisch mogelijk maken van het plan aan de Nassaustraat wordt gerealiseerd door de gefaseerde/opvolgende BOPA. BOPA 1 Voorliggende BOPA voorziet in de ruimtelijke motivering voor het planvoornemen en vormt het planologische basisbesluit.

Deze aanvraag is gebaseerd op een stedenbouwkundig ontwerp en een globale inrichtingsvisie, inclusief ingekaderde flexibiliteit voor het bouwen van de beoogde functies. In deze motivering is aangetoond dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, waarbij alle relevante aspecten zoals waterhuishouding, verkeer, geluid, natuur, duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit zijn beoordeeld. Het plan is daarmee juridisch-planologisch verankerd, zodat de ontwikkeling in principe uitvoerbaar is. BOPA 2 In een later stadium wordt een tweede aanvraag ingediend voor de onderdelen die nog niet concreet zijn uitgewerkt in BOPA 1. Dit hoeft geen gezamenlijke aanvraag te zijn die op hetzelfde totaalgebied als BOPA 1 ziet, maar kan apart worden aangevraagd voor bijvoorbeeld de nader uit te werken rij- of vrijstaande woningen. Deze tweede BOPA zal grotendeels kunnen terugvallen op het planologische basisbesluit, maar zal aanvullende aspecten zoals welstand, beeldkwaliteit en technische bouwdetails expliciet moeten behandelen. Hiermee wordt geborgd dat de uiteindelijke uitvoering voldoet aan de kaders van BOPA 1 en aan de geldende regelgeving. Door deze gefaseerde aanpak kan het project zorgvuldig en stapsgewijs worden gerealiseerd, waarbij in de eerste fase de planologische basis wordt gelegd en in de tweede fase de technische en esthetische uitwerking plaatsvindt.

-25007173 / Proj.nr. P08609 / Vrijgegeven / Versie 1 / 12-03-2026

9/67

1.4 Leeswijzer Voorliggende ruimtelijke motivering bestaat uit verschillende onderdelen. Na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de bestaande situatie ter plaatse van het projectgebied en in hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op de voorgenomen ontwikkeling en de relatie met het Omgevingsplan. In hoofdstuk 4 wordt gemotiveerd op welke wijze de ontwikkeling past binnen de geldende beleidskaders, regelgeving en visie/doelen op Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk niveau. Daarna volgt in hoofdstuk 5 een beoordeling van het planvoornemen in relatie tot de milieuaspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het initiatief. Tot slot wordt in hoofdstuk 7 afgesloten met een belangenafweging en korte conclusie waarom de onderhavige ontwikkeling voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies en locaties. De plantekening en onderzoeksrapporten zijn als separate bijlagen toegevoegd.

-25007173 / Proj.nr. P08609 / Vrijgegeven / Versie 1 / 12-03-2026

10/67

2

Beschrijving bestaande situatie

Het projectgebied waarop de omgevingsvergunningaanvraag en de voorliggende ruimtelijke motivering van toepassing zijn, betreft de percelen welke kadastraal bekend staan als gemeente Hardinxveld-Giessendam, perceel sectie L, nummer 114 met een oppervlakte van circa 11.000 m2. Boven-Hardinxveld is een dorp in de gemeente Hardinxveld-Giessendam, in de Nederlandse provincie Zuid-Holland. Het dorp is gelegen in de Polder Hardinxveld (0,8 meter onder NAP). Boven-Hardinxveld ligt aan de Boven- en Beneden-Merwede en heeft ook een haven met werven aan de Beneden-Merwede. De rivier de Linge mond in het dorp via het kanaal van Steenenhoek en het Lingegemaal uit op de BenedenMerwede. Het dorp kent geen grote verkeersaders, de hoofdweg die door het dorp loopt, is die over de dijk langs de Merwede en wordt ook gebruikt door sluipverkeer van de noordelijk gelegen A15. Oorspronkelijk was Boven-Hardinxveld lintvormig langs de dijk, maar door nieuwbouw is het dorp geconcentreerd geraakt bij het splitspunt van de BovenMerwede. Aan de overkant van de Boven-Merwede ligt Werkendam. De locatie is gelegen in de noordwestelijke hoek van Boven-Hardinxveld, ten westen van woningen aan de Nassaustraat. Momenteel is het perceel in gebruik voor agrarische doeleinden. Het grootste deel van het plangebied bestaat uit structuurrijk grasland/weide. Het veld wordt begraasd door schapen.

In het grasland zijn twee greppels aanwezig waarin water aanwezig is. Ook de aangrenzende percelen kennen dezelfde functie, met uitzondering van de woonwijk ten oosten van de beoogde ontwikkellocatie. Aan de randen van het projectgebied zijn tevens enkele knotwilgen gesitueerd.

-25007173 / Proj.nr. P08609 / Vrijgegeven / Versie 1 / 12-03-2026

11/67

Figuur 5 Weergave projectgebied (bron: QS2024-009 Van der Goes en Groot)

-25007173 / Proj.nr. P08609 / Vrijgegeven / Versie 1 / 12-03-2026

12/67

3

Voorgenomen ontwikkeling

Het beoogde perceel is eind 2024 door de gemeente overgekocht van vijf grondeigenaren. Van deze vijf grondeigenaren zijn er drie voornemens om op de locatie te gaan wonen om zo op het overige deel o.a. sociale woningbouw te kunnen ontwikkelen. Met deze wens is het stedenbouwkundig bureau Spacevalue aan de slag gegaan met een haalbaarheidsonderzoek. De karakteristieken van het plangebied en de omgeving zijn hierbij in beeld gebracht en tot een ambitie gevormd. De locatie bevindt zich achter de historische dijkbebouwing aan de Rivierdijk parallel aan de Beneden-Merwede ten westen van Boven-Hardinxveld op een voormalig slagenlandschap. Op het leegstaande perceel ontmoeten de nieuwe woningen en het karakteristieke slagenlandschap elkaar. De kans wordt geboden om het leegstaande perceel te transformeren tot een aantrekkelijke woonomgeving met een sterke relatie tot het karakteristieke polderlandschap en om een hoogwaardig woonomgeving te ontwikkelen die daarnaast ruimte biedt aan groen en water. Met deze invulling complementeert de ontwikkeling het bestaande gebied wat betreft vorm en functie. Het rustige en het landschappelijke karakter van het woongebied wordt vertaald in de sfeer van de openbare ruimte. Zo staat de voetganger altijd in contact met het water ofwel groen. De architectuur en buitenruimte worden in nauwe samenhang met elkaar ontworpen.

De overgang tussen privé en publiek wordt vormgegeven door een combinatie van architecturale elementen (lage muurtjes/verhoogd terras) en/of vegetatie (overgang gemaaid gras- extensief beheerd kruidenrijk grasland. Voor de woningbouw zijn verschillende typologieën te bedenken die ieder op hun eigen manier aansluiten op het omliggende landschap. De toepassing van de verschillende types is afhankelijk van de gekozen variant en zal later verder worden besproken.

Figuur 6 Inspiratiebeelden inrichting buitenruimte (bron: haalbaarheidsstudie Nassaustraat Space Value)

Figuur 7 Inspiratiebeelden woningen (bron: haalbaarheidsstudie Nassaustraat Space Value)

-25007173 / Proj.nr. P08609 / Vrijgegeven / Versie 1 / 12-03-2026

13/67

Er is een aantal belangrijke uitgangspunten voor het plan geformuleerd om zo de bestaande kwaliteiten te waarborgen en goed aan te kunnen sluiten op het bestaand stedelijk gebied: • Bestaande sloten behouden, verbreden is wel mogelijk. • Groene oevers toepassen om zo een landschappelijk kader te maken dat gefaseerd kan worden ingevuld. • Verdere uitbreiding dorp naar westzijde mogelijk maken. • Zicht op het groen vanuit de bestaande structuur grotendeels behouden. Nieuwe woningbouw met zicht op het landschap. Het groene karakter van de omgeving wordt in het plan opgenomen, de groene oevers omarmen het plan en vormen zo een landschappelijk raamwerk. Aan de noordzijde wordt een appartementenblok geplaatst dat past in de schaal van de oostelijke appartementenblokken. Het middelste deel van het plan krijgt rijwoningen met een smalle beukmaat. De woningen hebben hun adres aan het landschap en hun achtertuin naar de oostzijde, het profiel van de bestaande singel wordt gespiegeld. De bestaande oever wordt een natuurvriendelijke oever gemaakt. Aan de zuidzijde wordt een erf gemaakt met ruime groene kavels. De percelen aan de zuidzijde krijgen een kleinschalige en groene inrichting. De vijf woningen worden ontsloten via het erf dat als een boerenerf wordt vormgegeven. Als erfscheiding worden hagen geplant, zodat een landelijke setting ontstaat met ruim opgezette tuinen aan het water.

Het figuur op navolgende pagina geeft de indeling van het projectgebied weer waarbij rekening is gehouden met 20 appartementen (sociale huur) aan de noordzijde, 15 betaalbare rijwoningen in het middengebied, 2 twee-onder-een-kap woningen en drie vrije kavels aan de zuidzijde.

Figuur 9 Principedoorsnede (bron: haalbaarheidsstudie Nassaustraat Space Value) Figuur 8 Overgang bebouwd gebied en aansluiting groen karakter (bron: haalbaarheidsstudie Nassaustraat Space Value)

-25007173 / Proj.nr. P08609 / Vrijgegeven / Versie 1 / 12-03-2026

14/67

Binnen het plangebied wordt er in eerste instantie niet expliciet invulling gegeven aan de realisatie voor ontmoetingsplekken en natuurlijke speelvoorzieningen, omdat in de aangrenzende wijk reeds een grote speelvoorziening en ontmoetingsplek aanwezig is, waarop het plan aansluit. Het ontwerp biedt echter voldoende flexibiliteit om op een later moment kleinschalige elementen zoals bankjes of natuurlijke speelobjecten toe te voegen, mocht daar behoefte aan ontstaan. Hiermee wordt geborgd dat sociale interactie en beweegvriendelijkheid op wijkniveau gewaarborgd blijven.

Figuur 10 concept plankaart Nassaustraat (bron: Spacevalue)

-25007173 / Proj.nr. P08609 / Vrijgegeven / Versie 1 / 12-03-2026

15/67

4

Beleidsmatige aspecten in de fysieke leefomgeving

4.1 Verhouding tot Rijksbeleid 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen Nederland staat, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes er gemaakt moeten worden en welke richting het Rijk meegeeft aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. duurzaam economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio’s; 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Doorwerking projectgebied Onderhavig plan is niet strijdig met de nationale belangen als geformuleerd in de NOVI. Het realiseren van 40 nieuwe woningen past tevens binnen het nationale belang van het zorgdragen voor voldoende woningen. Gezien de zeer kleinschalige omvang van het project zijn er geen nationale belangen aan de orde. Conclusie De ontwikkeling is in lijn met de Nationale Omgevingsvisie.

4.1.2 Instructieregels Rijk (AMvB’s) Artikel 8.0b, eerste lid, van het Bkl bepaalt dat bij een aanvraag om een buitenplanse omgevingsvergunning de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies het beoordelingskader vormen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het Bkl volgt dat de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geweigerd wordt als: • de activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond van instructie(regel)s; • de omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbeschermingsregel in het omgevingsplan;

-25007173 / Proj.nr. P08609 / Vrijgegeven / Versie 1 / 12-03-2026

16/67

•

de omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door provincie of Rijk, belemmert.

Het Bkl bevat instructieregels met betrekking tot onder meer de volgende onderwerpen: • waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2); • beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3); • beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; • beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; • het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; • het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; • het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8). Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. Doorwerking projectgebied De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met de instructieregels van het Rijk.

In hoofdstuk 5 van deze ruimtelijke motivering wordt uiteengezet dat de ontwikkeling het beschermen van onder meer de waterbelangen, veiligheid, gezondheid, erfgoed en het milieu niet schaadt. Hierdoor ontstaat er geen situatie die niet is toegelaten op grond van de instructieregels. 4.1.3 Zorgvuldig ruimtegebruik / Ladder duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen en leegstand te voorkomen, is in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in het Bkl bepaald: de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is.

-25007173 / Proj.nr. P08609 / Vrijgegeven / Versie 1 / 12-03-2026

17/67

Het doel van de Ladder is een zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimte-behoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Doorwerking plangebied Het doorlopen van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking (art. 3.1.6. lid 2 Bro) is verplicht voor iedere ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’, als bedoeld in art. 1.1.1. van het Bro. Voor de toevoeging van woningen geldt dat deze ladderplichtig zijn vanaf 12 woningen. Onderhavig planvoornemen voorziet in de toevoeging van 40 nieuwe woningen. Het doorlopen van een Ladder voor duurzame verstedelijking is derhalve noodzakelijk. Dit onderzoek is opgenomen in de bijlage, navolgend worden de belangrijkste conclusies beschreven. De planlocatie heeft in het geldende Omgevingsplan de functie ‘Agrarisch met waarden’. Dit betekent dat het plangebied geen stedelijke functie heeft. • De planlocatie grenst direct aan het stedelijk gebied en vormt daardoor de overgang tussen stedelijk en landelijk gebied. Het plan is omringd door de stedelijke functie Wonen en de landelijke functie Agrarisch met waarden. • Binnen het bestaand stedelijk gebied zijn geen andere locaties waar ruimte is voor het initiatief.

In het stedelijk groen aan de rand van de bestaande bebouwing van Boven-Hardinxveld is dit het meest geschikt om te voldoen aan de woningbehoefte in Hardinxveld-Giessendam. De locatie biedt voldoende ruimte en grenst aan bestaand stedelijk gebied. • Gelet op de huidige ruimtelijke structuren, bebouwing rondom het plangebied en alternatieve bouwmogelijkheden binnen de gemeente Hardinxveld-Giessendam, wordt geconcludeerd dat er sprake is van duurzaam ruimtegebruik. Hoewel de planlocatie officieel niet binnen bestaand stedelijk gebied of binnen stedelijk groen aan de rand van bebouwing ligt, wordt de locatie deels omringd door bestaande stedelijke functies wat de keuze voor deze locatie toch geschikt maakt. Dit sluit aan bij het beleid van de gemeente Hardinxveld-Giessendam om zoveel mogelijk (tot 900 woningen) te bouwen tot 2030. Bovendien geeft de provincie aan dat er in principe ook buiten bestaand stedelijk gebied gebouwd kan worden. Gemeente Hardinxveld-Giessendam is het primaire verzorgingsgebied. Circa 52% van alle verhuisbewegingen komt uit de eigen gemeente. De regio Drechtsteden, waar gemeente Hardinxveld-Giessendam onderdeel van is, vormt het secundaire verzorgingsgebied. Circa 16% van de verhuisbewegingen naar gemeente Hardinxveld-Giessendam is afkomstig uit de andere gemeenten binnen de regio Drechtsteden.

Het primair en secundair verzorgingsgebied zijn gezamenlijk goed voor 68% van de verhuisbewegingen in gemeente Hardinxveld-Giessendam. De beoogde ontwikkeling van maximaal 40 woningen voorziet in een kwantitatieve behoefte: • Het aantal inwoners en huishoudens in de gemeente Hardinxveld-Giessendam en regio Drechtsteden neemt de komende jaren toe. Het aantal huishoudens neemt sterker toe door de kleiner wordende huishoudens.

-25007173 / Proj.nr. P08609 / Vrijgegeven / Versie 1 / 12-03-2026

18/67

• • •

De harde plancapaciteit voor gemeente Hardinxveld-Giessendam is niet voldoende om in de behoefte te voorzien. De harde plancapaciteit bedraagt circa 676 woningen, tegenover een behoefte van circa 760 woningen. Ook in de regio Drechtsteden is onvoldoende plancapaciteit om invulling te geven aan de behoefte. Er is behoefte aan circa 4.987 woningen extra. De harde plancapaciteit bevat slechts circa 4.453 woningen. Ook uit de woondeal Samenwerkende regio’s Alblasserwaard, Drechtsteden, Goeree-Overflakkee en Hoeksche Waard, blijkt een behoefte aan extra woningen.

Het initiatief om 40 woningen te realiseren in meerdere segmenten voor alle doelgroepen voorziet in een kwalitatieve behoefte. • Het initiatief voorziet in sociale huurwoningen die passen bij de wensen van starters en senioren (passende omvang en prijssegment). Daarnaast voorziet het initiatief in eengezins koopwoningen, dit sluit aan bij de wensen van gezinnen. • In de regio Drechtsteden is een groot tekort aan woningen voor jonge huishoudens. De vraag naar betaalbare koopwoningen is hoog, maar ook in het midden- en hogere segment bestaat een duidelijke kloof tussen vraag en aanbod. Dit initiatief speelt hierop in door te voorzien in middeldure en dure grondgebonden koopwoningen. • Binnen het sociale huursegment is eveneens sprake van een onevenwicht tussen vraag en aanbod. Door dit initiatief wordt deze disbalans deels geadresseerd. • Volgens de woningmarktanalyse van de regio Drechtsteden is er in Hardinxveld-Giessendam een tekort aan circa 60 huurwoningen in het lage huursegment en 20 koopwoningen vanaf €390.000 (prijspeil 2024). Wat betreft woningtypen gaat het met name om een tekort aan 50 grondgebonden koopwoningen en 60 huurappartementen. Het initiatief voorziet deels in deze behoefte. • Verder stelt de gemeente Hardinxveld-Giessendam dat het nodig is middeldure tot dure koopwoningen toe te voegen voor een diversificatie van de bevolking.

Het initiatief voorziet in 20 woningen in het middeldure of dure koopsegment. Daarmee draagt het initiatief bij aan deze wens. Duurdere woningen zorgen daarnaast voor een betere doorstroming van de woningmarkt en dat projecten financieel haalbaar zijn. Het is niet de verwachting dat er als gevolg van het realiseren van 40 woningen in Hardinxveld-Giessendam onaanvaardbare leegstandseffecten zullen optreden. De woningbehoefte is immers dusdanig groot dat ook na het realiseren van het planinitiatief behoefte blijft bestaan voor het realiseren van nieuwe woningen. Na deze ontwikkeling zou de behoefte van de gemeente zelf zo goed als verzadigd zijn, maar het hele secundaire verzorgingsgebied kampt nog met een groot tekort in harde plancapaciteit. Een gezonde woningmarkt heeft 2% leegstand volgens het Planbureau voor de Leefomgeving. De gemeente Hardinxveld-Giessendam en de provincie Zuid-Holland hadden in 2024 een woningleegstand van respectievelijk 3% en 2%. 4.1.4 Conclusie De ontwikkeling is in lijn met de instructieregels van het Rijk.

-25007173 / Proj.nr. P08609 / Vrijgegeven / Versie 1 / 12-03-2026

19/67

4.2 Verhouding tot provinciaal beleid en provinciale regels 4.2.1 Zuid-Hollandse Omgevingsverordening De Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV) bevat de provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. In deze verordening is vastgelegd welke activiteiten zijn toegestaan en welke niet. Daarnaast bevat de ZHOV instructieregels voor gemeentelijke omgevingsplannen en voor de uitvoering van taken door waterschappen. De verordening is vastgesteld door Provinciale Staten op 15 december 2021 en geldt sinds 1 januari 2024. Voorafgaand aan de inwerkingtreding is de ZHOV al meerdere keren gewijzigd en aangevuld. Ook op dit moment zijn er nog wijzigingen in procedure. Doorwerking projectgebied Onderhavig projectgebied is gelegen in de gebiedsaanwijzingen ‘gebieden met beschermingscategorie 3’, ‘gebieden met beschermingscategorie 3, buitengebied’, ‘groen erfgoed, kansrijk gebied groen erfgoed’, ‘peilbesluitgebieden’, ‘regionale wateren’, ‘stationsomgeving’, ‘Waterschap Rivierenland en ‘Zuid-Holland’. Vanuit deze gebiedsaanwijzingen gelden specifieke instructieregels die van toepassing zijn op onderhavige planontwikkeling, zijnde een nieuw woningbouwplan bestaande uit 40 woningen in het buitengebied van Boven-Hardinxveld, als uitbreiding van het stedelijk gebied. Navolgend worden de voor het plan relevante instructieregels behandeld.

‘gebieden met beschermingscategorie 3’ en ‘gebieden met beschermingscategorie 3, buitengebied’, Artikel 7.43h (gebiedstype: beschermingscategorie 3 buitengebied) 1. Een omgevingsplan voor een locatie in het buitengebied als bedoeld in artikel 7.42, zesde lid, kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling mits de gebiedskenmerken en het groene karakter van het landschap niet onevenredig wordt aangetast, zoals blijkt uit een afdoende motivering die ook ingaat op de keuze voor een locatie buiten bestaand stads- en dorpsgebied. 2. In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken: a. de kenmerkende maat, schaal en het groene karakter van het landschap; b. de relatie tussen stad en buitengebied en het onderscheid daartussen; c. het groene karakter, het type functies en de kenmerkende verschijningsvormen van het landschap; d. de herkenbaarheid van de ontstaansgeschiedenis van het landschap. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op grote buitenstedelijke bouwlocaties als bedoeld in artikel 7.46. De locatie is zorgvuldig gekozen aan de rand van het bestaande stedelijk gebied, waarmee versnippering van het landschap wordt voorkomen. De stedenbouwkundige opzet is zodanig dat het groene karakter van het landschap versterkt wordt, bijvoorbeeld door de inpassing van nieuwe landschappelijke elementen.

De overgang tussen stedelijk gebied en buitengebied wordt zorgvuldig vormgegeven, met een groene bufferzone en landschappelijke inpassing aan de randen van het plangebied.

-25007173 / Proj.nr. P08609 / Vrijgegeven / Versie 1 / 12-03-2026

20/67

De maat en schaal van het plan sluiten aan bij de bestaande bebouwing aan de rand van het stedelijk gebied. De woningen worden in een kleinschalige opzet gerealiseerd, met ruime groene erfafscheidingen en behoud van openheid richting het omliggende landschap. De locatie vormt een natuurlijke afronding van het stedelijk gebied. Door de landschappelijke inpassing blijft het onderscheid tussen stad en buitengebied herkenbaar, maar blijft er ook ruimte voor om toekomstige ontwikkelingen mogelijk te maken. De overgang wordt versterkt door het gebruik van streekeigen beplanting en een open structuur aan de buitenzijde van het plan. Het gebied wordt aangevuld met nieuwe landschapselementen en groen. De woningen worden landschappelijk ingepast met natuurlijke materialen en kleuren die passen bij het omliggende landschap. De verkavelingsstructuur van het plan sluit tevens aan bij de historische verkaveling van het gebied en indeling van de naaste wijk. Het plan omvat 40 woningen op een perceel kleiner dan 3 hectare. Daarmee valt het niet onder de definitie van een grote buitenstedelijke bouwlocatie zoals bedoeld in artikel 7.46 van de Omgevingswet.

Artikel 7.47 (grote buitenstedelijke bouwlocaties) Een omgevingsplan voorziet alleen in een nieuwe stedelijke ontwikkeling groter dan 3 ha die niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien op een grote buitenstedelijke bouwlocatie. § 7.3.8a Wonen Artikel 7.47a (voldoende sociale huurwoningen) 1. Een omgevingsplan dat een nieuwe ontwikkeling met 12 woningen of meer mogelijk maakt voorziet in voldoende sociale huurwoningen, zijnde huurwoningen met een aanvangsprijs onder de grens, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, die minimaal 25 jaar in stand worden gehouden en via een woonruimteverdeelsysteem worden verhuurd. 2. Onder voldoende wordt in ieder geval verstaan: a. b. 3. a. b. c.

minimaal 1/3 sociale huurwoningen; dan wel wat hierover is vastgelegd in een mede door gedeputeerde staten vastgestelde afgestemde regionale woningbouwprogrammering in het kader van de afgestemde regionale behoefte, bedoeld in artikel 7.44. Het omgevingsplan, bedoeld in het eerste lid, gaat in de motivering in op: welke wijze de nieuwe ontwikkeling voorziet in voldoende sociale huurwoningen; hoe die ontwikkeling bijdraagt aan het doorgroeien naar minimaal 30% sociale huur in de woningvoorraad per gemeente; en het aandeel sociale huurwoningen in de woningvoorraad van de gemeente en het effect van de nieuwe ontwikkeling op dit aandeel.

-25007173 / Proj.nr. P08609 / Vrijgegeven / Versie 1 / 12-03-2026

21/67

4.

Als het aandeel sociale huurwoningen in een nieuwe ontwikkeling met 12 woningen of meer in een afgestemde regionale woningbouwprogrammering is opgenomen, dan kan de motivering, bedoeld in het derde lid, bestaan uit een verwijzing naar die programmering.

Artikel 7.47b (voldoende betaalbare woningbouw) 1. Een omgevingsplan dat een nieuwe ontwikkeling met 12 woningen of meer mogelijk maakt voorziet in voldoende betaalbare woningbouw. 2. Onder voldoende wordt in ieder geval verstaan: a. minimaal 2/3 betaalbare woningbouw; dan wel b. wat hierover is vastgelegd in een mede door gedeputeerde staten vastgestelde afgestemde regionale woningbouwprogrammering in het kader van de afgestemde regionale behoefte, bedoeld in artikel 7.44. 3. Het omgevingsplan, bedoeld in het eerste lid, gaat in de motivering in op welke wijze de nieuwe ontwikkeling voorziet in voldoende betaalbare woningbouw en hoe die ontwikkeling bijdraagt aan 2/3 betaalbare woningbouw. 4. Als het aandeel betaalbare woningbouw in een ontwikkeling met 12 woningen of meer in een afgestemde regionale woningbouwprogrammering is opgenomen, dan kan de motivering bedoeld in het derde lid, bestaan uit een verwijzing naar die programmering. De ontwikkeling aan de Nassaustraat voldoet aan de provinciale bepalingen voor woningbouw. Hoewel het plangebied met circa 1,1 hectare niet onder de definitie van een grote buitenstedelijke bouwlocatie valt zoals bedoeld in artikel 7.47 ZHOV, is artikel 7.47a wel van toepassing omdat het plan meer dan twaalf woningen mogelijk maakt.

Met twintig sociale huurwoningen op een totaal van veertig woningen wordt ruimschoots voldaan aan deze eis en draagt het initiatief bij aan het provinciale streven naar een evenwichtige woningvoorraad. Daarnaast voorziet het plan in een substantieel aandeel betaalbare woningen, waarmee ook de doelstelling van artikel 7.47b wordt gerealiseerd. 4.2.2 Omgevingsvisie Zuid-Holland De Omgevingsvisie Zuid-Holland beschrijft de lange termijn ambities van de provincie voor de fysieke leefomgeving. De visie vormt het strategisch kader voor ruimtelijke keuzes op het gebied van wonen, werken, mobiliteit, natuur, landschap, energie en klimaat. De visie zet in op een toekomstbestendige provincie waarin ruimte schaars is en zorgvuldig moet worden benut. Binnenstedelijke verdichting, het combineren van functies en het versterken van ruimtelijke kwaliteit staan centraal. Tegelijkertijd wordt ingezet op het behoud van landschappelijke en ecologische waarden, met aandacht voor biodiversiteit, cultuurhistorie en een gezonde leefomgeving. Belangrijke opgaven zijn de bouw van voldoende betaalbare woningen, het realiseren van duurzame mobiliteit, het versnellen van de energietransitie en het klimaatbestendig inrichten van stad en land. De provincie stimuleert samenwerking tussen overheden, maatschappelijke partners en marktpartijen om deze doelen te bereiken.

De visie is richtinggevend voor gemeentelijke omgevingsplannen en vormt samen met de Omgevingsverordening en het Omgevingsprogramma het integrale beleidskader van de provincie Zuid-Holland.

-25007173 / Proj.nr. P08609 / Vrijgegeven / Versie 1 / 12-03-2026

22/67

Doorwerking projectgebied De visie zet in op zorgvuldig ruimtegebruik, het versterken van de leefomgeving en het combineren van functies binnen bestaand stedelijk gebied, maar behoudt ook ruimte voor verantwoorde uitbreidingen. De provincie kent namelijk een aantal kwetsbare gebieden en gebieden met een uitzonderlijke kwaliteit. Deze gebieden worden in zekere mate beschermd. Het gaat om de gebieden met een landelijk karakter (Buitengebied), gebieden met een recreatieve functie (Recreatiegebied), gebieden die fungeren als groene ruimte tussen steden (Groene buffer) en gebieden met natuurwaarden en/of cultuurhistorische waarden. De bescherming betekent niet dat er geen ontwikkelingen mogelijk zijn. Welk type ontwikkeling mogelijk is, hangt samen met de betreffende beschermingscategorie. De beschermingscategorieën zijn vertaald in de omgevingsverordening. Verwezen wordt dan ook naar voorgaande paragraaf 4.2.1. waarin is aangetoond dat de ontwikkeling rekening houdt met de kwaliteiten van het gebied zonder daar afbreuk aan te doen. De provincie wil zorgvuldig omgaan met haar schaarse ruimte en daarom primair inzetten op het beter benutten van de bestaande bebouwde ruimte. Zo blijven open landschappen in het landelijk gebied behouden. De provincie wil daarom zuinig omgaan met nieuwe stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied.

Locaties voor mogelijke uitbreiding buiten bestaand stads- en dorpsgebied zijn beperkt en worden zorgvuldig afgewogen. Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied gerealiseerd kunnen worden, kunnen onder voorwaarden in het landelijk gebied plaatsvinden. Voorwaarden voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied zijn onder andere: • De kwantitatieve en kwalitatieve behoefte van de ontwikkeling is aangetoond middels vastlegging in een door GS vastgestelde of aanvaarde regionaal programma wonen of werken; • Er is voldoende gemotiveerd waarom deze ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied mogelijk is; • Er is sprake van een weloverwogen locatiekeuze (i.e. is dit de juiste locatie voor deze functie) van de nieuwe stedelijke ontwikkeling. • De ontwikkeling sluit in principe aan op bestaand stads- en dorpsgebied. • Nieuwe stedelijke ontwikkelingen moeten bovendien passen in regionale visies en de richtpunten ruimtelijke kwaliteit van de Omgevingsvisie en andere in het omgevingsbeleid aangegeven ruimtelijke kaders. Zoals in hoofdstuk 4.1.3. is toegelicht is zowel de kwantitatieve als kwalitatieve behoefte van de ontwikkeling aangetoond waaruit is gebleken dat deze geen onnodige leegstand tot gevolg zal hebben. Er is voldoende vraag naar de beoogde woonvormen.

Uit onderhavige ruimtelijke motivering blijkt daarnaast dat het plan niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied mogelijk is, waarbij vooral wordt ingespeeld op het principe ‘een straatje erbij’ (zie ook volgende alinea). De locatie voor het plan is middels een haalbaarheidsstudie in een vroeg stadium onderzocht waaruit is gebleken dat de locatie zich zeer goed leent voor de beoogde functies. Dit komt mede omdat het plan naadloos aan kan sluiten op de naastgelegen wijk als verlengstuk van de Nassaustraat. In onderhavige ruimtelijke motivering wordt het initiatief langs het rijks, provinciaal, regionaal én gemeentelijk beleid gelegd en getoetst waaruit blijkt dat het plan binnen de gestelde kaders past.

-25007173 / Proj.nr. P08609 / Vrijgegeven / Versie 1 / 12-03-2026

23/67

Op plekken waar het gewenst is vanwege de leefbaarheid en het op peil houden van voorzieningen, zal de provincie de mogelijkheid geven om extra woningen te bouwen aan de rand van kernen. Het gaat om het principe ‘een straatje erbij’ en een ‘straatje ertussen’, met een maximum van 50 woningen. Dit beleid wordt momenteel nader uitgewerkt in de herziening van het Omgevingsbeleid, die in november 2025 ter inzage is gelegd. Op basis van de conceptregels geldt dat locaties maximaal 1,5 hectare per kern mogen beslaan en dat de regeling per kern slechts éénmaal kan worden toegepast. Het plan aan de Nassaustraat voldoet aan deze uitgangspunten. Daarmee is het planvoornemen in lijn met de integrale benadering van de fysieke leefomgeving zoals beoogd in de Omgevingsvisie Zuid-Holland. 4.3 Verhouding tot regionaal beleid 4.3.1 Regionale woonvisie Drechtsteden De Regionale Woonvisie Drechtsteden schetst de gezamenlijke koers van de Drechtstedengemeenten op het gebied van wonen. De visie is gebaseerd op de overtuiging dat de regio aantrekkelijk en onderscheidend is, met name door haar ligging aan het water en de bijbehorende bedrijvigheid, zoals scheepsbouw, binnenvaart en waterrecreatie. Deze unieke woonmilieus vormen de basis voor het woonbeleid.

De woonvisie richt zich op het realiseren van een gevarieerd woningaanbod dat aansluit op de behoeften van verschillende doelgroepen, waaronder starters, gezinnen, senioren en mensen met een zorgvraag. Er wordt gestreefd naar een goede balans tussen betaalbaarheid, kwaliteit en duurzaamheid. De visie benadrukt het belang van samenwerking tussen gemeenten, woningcorporaties en marktpartijen om de woningbouwopgave gezamenlijk en efficiënt aan te pakken. Daarnaast speelt de woonvisie in op actuele ontwikkelingen, zoals demografische veranderingen, verduurzaming van de woningvoorraad en de druk op de woningmarkt. Er wordt gestuurd op het toevoegen van woningen op locaties die goed bereikbaar zijn en waar voorzieningen aanwezig zijn, met behoud van de ruimtelijke kwaliteit van de regio. Doorwerking projectgebied Onderhavig initiatief voorziet in een divers aanbod aan woningen, bestaande uit 20 appartementen (sociale huur), 15 betaalbare rijwoningen, 2 twee-onder-een-kap woningen en drie vrije kavels. Zowel uit de laddertoets als navolgende paragrafen waar het initiatief aan het gemeentelijk woonbeleid wordt getoetst blijkt dat het plan niet alleen lokaal maar ook regionaal haar steentje bijdraagt aan de opgave die er ligt. Het plan van 40 woningen levert zowel een kwantitatieve als kwalitatieve bijdrage op een passende locatie binnen de gemeente.

Het initiatief is in lijn met de regionale woonvisie.

-25007173 / Proj.nr. P08609 / Vrijgegeven / Versie 1 / 12-03-2026

24/67

4.4 Verhouding tot gemeentelijk beleid 4.4.1 Volkshuisvestingprogramma 2026 Het Volkshuisvestingsprogramma geeft richting aan de woonopgave van Hardinxveld-Giessendam voor de periode 2026–2030, met een doorkijk naar 2050. De gemeente wil structureel voorzien in voldoende, betaalbare en passende woningen voor alle doelgroepen. Daarbij wordt ingezet op een groei van de woningbouwproductie naar gemiddeld 80 nieuwe woningen per jaar voor de lokale behoefte, oplopend tot 125 woningen waar ook regionale vraag wordt bediend. Sociale huur en betaalbare segmenten krijgen prioriteit: minimaal een derde van de nieuwbouw bestaat uit sociale huur, terwijl het merendeel van de totale productie betaalbaar moet zijn. De gemeente stuurt daarnaast nadrukkelijk op een toekomstbestendige woningvoorraad, onder meer door levensloopbestendige woningen, zorggeschikte woonvormen en geclusterde concepten te stimuleren. Ook wordt ingezet op flexibele en innovatieve woonvormen, variërend van tijdelijke huisvesting tot woningdelen en mantelzorgoplossingen. Verder richt het programma zich op een kwalitatieve leefomgeving, met aandacht voor duurzaamheid, klimaatadaptatie, mobiliteit en het versterken van de bestaande woningvoorraad. Prestatieafspraken met Fien Wonen, regionale afstemming en een actiever grondbeleid vormen de basis voor uitvoering.

Doorwerking projectgebied Met het initiatief wordt een bijdrage geleverd aan de vraag naar woningen, zowel lokaal als bovenlokaal. Zoals ook is aangetoond in de laddertoets (zie par. 4.1.3) sluit het diverse aanbod aan woningen, bestaande uit 20 appartementen (sociale huur), 15 betaalbare rijwoningen, 2 twee-onder-een-kap woningen en drie vrije kavels, goed aan op de behoefte in Hardinxveld-Giessendam. Het plan voorziet in de noodzakelijke uitbreiding van de sociale voorraad én de behoefte van starters en jonge gezinnen aan betaalbare woningen. Daarnaast versterkt de differentiatie van het plan de doorstroming binnen de gemeente, doordat verschillende typen huishoudens hier passende woonruimte kunnen vinden. De planlocatie, direct aansluitend op het bestaande stedelijk gebied, voldoet aan het ruimtelijke principe van zorgvuldig ruimtegebruik en sluit aan bij de gemeentelijke koers om uitbreidingslocaties alleen in te zetten wanneer binnenstedelijke alternatieven ontbreken. De groene inrichting en landschappelijke inpassing passen bij de duurzaamheids- en leefbaarheidsdoelstellingen uit het programma. Met deze ontwikkeling wordt bovendien uitvoering gegeven aan de gemeentelijke inzet op versnelling en regie, doordat de gemeente zelf de grondpositie verwierf en sociale woningbouw actief organiseert.

4.4.2 Groenbeleidsplan 2022-2023 Het Groenbeleidsplan 2022–2032 (vastgesteld op 21 april 2022-2023) van de gemeente Hardinxveld-Giessendam beschrijft hoe de gemeente de komende tien jaar wil omgaan met het groen in de openbare ruimte. Het plan benadrukt dat groen niet alleen een esthetische waarde heeft, maar ook essentieel is voor de gezondheid van inwoners, de biodiversiteit, het klimaat en de leefbaarheid van de dorpsomgeving.

-25007173 / Proj.nr. P08609 / Vrijgegeven / Versie 1 / 12-03-2026

25/67

De gemeente ziet groen als een integraal onderdeel van de leefomgeving en wil het bestaande groen waar mogelijk behouden, versterken en uitbreiden als dat kan. Daarbij wordt gestreefd naar een evenwicht tussen ecologische kwaliteit, gebruikswaarde en belevingswaarde. Het beleid richt zich op het verbeteren van de kwaliteit van het groen, het vergroten van de biodiversiteit en het klimaatbestendig maken van de openbare ruimte. Denk hierbij aan het aanplanten van meer bomen, het stimuleren van bloemrijke bermen en het inzetten op waterberging en verkoeling. Daarnaast hanteert de gemeente in het Groenbeleidsplan 2022–2032 een expliciete ambitie voor de hoeveelheid groen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Voor grootschalige ruimtelijke uitbreidingen, zoals nieuwe woonwijken, geldt dat per woning ten minste 1 boom én 120 m² openbaar groen en water binnen de ontwikkellocatie of het daaraan toe te rekenen gebied wordt nagestreefd. Ook participatie speelt een belangrijke rol. Bewoners worden actief betrokken bij het beheer en de inrichting van het groen in hun buurt. De gemeente wil zo het eigenaarschap en de betrokkenheid vergroten. In nieuwbouwprojecten wordt verwacht dat het groenbeleid wordt meegenomen in het ontwerp, bijvoorbeeld door het toepassen van een bomennorm en het zorgvuldig inpassen van bestaande landschapselementen.

Doorwerking projectgebied Bij de ontwikkeling van het woningbouwplan is vanaf het begin nadrukkelijk rekening gehouden met de uitgangspunten uit het Groenbeleidsplan 2022–2032. Groen is niet als sluitpost behandeld, maar als een integraal en richtinggevend onderdeel van het ontwerp. De groene invulling van het plangebied wordt afgestemd op de bestaande landschappelijke kwaliteiten en sluit aan op de omliggende structuren. Daarbij is niet alleen gekeken naar esthetiek, maar ook naar ecologische waarde, klimaatadaptatie en de belevingskwaliteit voor toekomstige bewoners en omwonenden. De precieze invulling zal in een vervolgstadium worden meegenomen waarbij ook omwonenden op een aantal onderwerpen mee kunnen denken. In de uitwerking van het plan wordt aangesloten bij het Groenbeleidsplan 2022–2032. Daarbij wordt als gemeentelijke ambitie gehanteerd dat bij nieuwe ontwikkelingen per woning 120 m² openbaar groen en water wordt gerealiseerd en minimaal één boom per woning wordt toegevoegd. Deze uitgangspunten worden in het vervolgontwerp verder meegenomen. Deze aanpak sluit aan bij de ambities van het gemeentelijk groenbeleid, waarin het versterken van biodiversiteit, het klimaatbestendig maken van de leefomgeving en het vergroten van de betrokkenheid van bewoners centraal staan.

Door het behoud van bestaande landschapselementen, de toevoeging van nieuwe beplanting en de toepassing van een bomennorm wordt niet alleen voldaan aan het beleid, maar wordt ook actief bijgedragen aan een toekomstbestendige en aantrekkelijke woonomgeving.

-25007173 / Proj.nr. P08609 / Vrijgegeven / Versie 1 / 12-03-2026

26/67

4.4.3 Kadernota Strategisch grondbeleid Hardinxveld-Giessendam 2023-2026 De meest actuele versie van het grondbeleid van de gemeente Hardinxveld-Giessendam is vastgelegd in de Grondprijzenbrief en de bijbehorende Strategische Nota Grondbeleid 2023–2026. Deze documenten geven richting aan hoe de gemeente omgaat met gronduitgifte, verwerving en samenwerking bij ruimtelijke ontwikkelingen. In de nota wordt uitgelegd dat de gemeente kiest voor een situationeel grondbeleid. Dat betekent dat zij afhankelijk van het project en het maatschappelijk belang kan schakelen tussen een faciliterende en een meer actieve rol. Bij projecten met een groot publiek belang, zoals betaalbare woningbouw of herstructurering, kan de gemeente actief gronden verwerven en ontwikkelen. In andere gevallen faciliteert zij vooral initiatieven van marktpartijen. De nota benadrukt het belang van transparantie en marktconformiteit bij de uitgifte van gronden. De Grondprijzenbrief, die onderdeel uitmaakt van dit beleid, bevat actuele richtprijzen voor verschillende typen grondgebruik, waaronder woningbouw, bedrijventerreinen en maatschappelijk vastgoed. Deze prijzen worden periodiek herzien om aan te sluiten bij marktontwikkelingen. Het grondbeleid ondersteunt ook bredere beleidsdoelen, zoals duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en het realiseren van een gezonde woningmarkt.

Daarbij wordt samenwerking gezocht met ontwikkelaars, woningcorporaties en andere publieke partijen. Doorwerking projectgebied In lijn met het gekozen situationele grondbeleid heeft de gemeente eind 2024 zelf het initiatief genomen door gronden aan te kopen van vijf particuliere eigenaren. Deze actieve grondverwerving past binnen het gemeentelijk beleid om bij projecten met een duidelijke maatschappelijke meerwaarde — zoals woningbouw met een sociaal programma — zelf regie te voeren. Binnen het plan is op drie vrije kavels een recht van terugkoop gevestigd voor de oorspronkelijke grondeigenaren waarmee recht wordt gedaan aan hun betrokkenheid en eigendomspositie. De rest van het plangebied wordt ingevuld met een mix van 20 sociale huurwoningen en 15 rijwoningen. De gemeente draagt bouwrijpe grond over aan de woningcorporatie die zelf de woningen verder ontwikkelt. De gemeente heeft wel prestatieafspraken met de woningcorporatie die ook voor dit project van belang zijn. Deze constructie waarborgt de beschikbaarheid van betaalbare huurwoningen en sluit aan bij de gemeentelijke en regionale woondoelstellingen. De aanpak getuigt van een zorgvuldig en doelgericht grondbeleid, waarbij publieke regie wordt ingezet om maatschappelijke doelen te realiseren.

Tegelijkertijd wordt samengewerkt met professionele partijen, wat past binnen het streven naar transparantie, marktconformiteit en efficiëntie zoals verwoord in de nota. Door de combinatie van actieve grondverwerving, samenwerking met een woningcorporatie en het bieden van ruimte aan particuliere initiatiefnemers, vormt dit plan een concreet voorbeeld van hoe het gemeentelijk grondbeleid in de praktijk wordt gebracht.

-25007173 / Proj.nr. P08609 / Vrijgegeven / Versie 1 / 12-03-2026

27/67

4.4.4 Mobiliteitsplan Hardinxveld-Giessendam 2023-2033 Het Mobiliteitsplan Hardinxveld-Giessendam 2023–2033 is een integrale visie op mobiliteit die de gemeente opstelde in samenwerking met inwoners, regionale partners en experts. Het plan beoogt een toekomstbestendige inrichting van de mobiliteit, met als kernwaarden: veiligheid, bereikbaarheid, aantrekkelijkheid en duurzaamheid. De gemeente sorteert met dit plan voor op het wensbeeld voor 2040. Dat wensbeeld is niet statisch, maar wordt stapsgewijs gerealiseerd en indien nodig herijkt. De ambitie is om mobiliteit niet alleen binnen de gemeentegrenzen te verbeteren, maar ook in samenhang met de regio. Daarom is het plan afgestemd op regionale en nationale kaders zoals het Regionaal Mobiliteitsplan en het Nationaal Toekomstbeeld Fiets.Een belangrijk uitgangspunt is het STOMP-principe, waarbij beleidskeuzes eerst gericht zijn op voetgangers (stappen), dan fietsers (trappen), vervolgens openbaar vervoer en deelmobiliteit (meerijden), en pas als laatste op de auto. Dit principe moet bijdragen aan een modal shift richting duurzamere vervoersvormen. Het plan bevat concrete maatregelen voor de komende vijf jaar, zoals: • verbetering van het voetgangersnetwerk, • betere fietsparkeervoorzieningen bij belangrijke locaties, • aanpak van sluipverkeer, • herinrichting van verkeersknelpunten zoals de spoorwegovergang bij de Parallelweg.

Daarnaast is er aandacht voor multimodale bereikbaarheid, mobiliteitshubs, deelmobiliteit en het stimuleren van elektrisch vervoer. De gemeente wil mobiliteit koppelen aan andere beleidsvelden zoals wonen, duurzaamheid en gezondheid, en ziet mobiliteit als een sleutel voor leefbare en vitale wijken. Doorwerking projectgebied De ontwikkeling aan de westzijde van de Nassaustraat sluit aan bij de uitgangspunten van het vastgestelde Mobiliteitsplan Hardinxveld-Giessendam 2023–2033. Binnen dit beleidskader wordt mobiliteit niet als een op zichzelf staand vraagstuk benaderd, maar als een integraal onderdeel van de leefomgeving. De nieuwe wijk is zorgvuldig gepositioneerd ten opzichte van bestaande infrastructuur en goed bereikbaar voor verschillende modaliteiten. De nabijheid van het treinstation, bushaltes en de veerverbinding draagt bij aan een multimodale ontsluiting van het gebied. Binnen het plangebied is gekozen voor een inrichting die het gebruik van actieve vervoersvormen stimuleert en tegelijkertijd rust en overzicht biedt voor de automobilist. De straten worden ingericht conform de normen en eisen van ETW30, waarmee wordt aangesloten op de gemeentelijke richtlijnen voor verkeersveilige en leefbare woonstraten. Bovendien is de stedenbouwkundige opzet zodanig gekozen dat toekomstige uitbreiding naar het westen ruimtelijk mogelijk blijft.

Daarmee wordt niet alleen voldaan aan de functionele eisen van ontsluiting en verkeersafwikkeling, maar ook invulling gegeven aan de bredere ambities uit het mobiliteitsplan, waarin modal shift, flexibiliteit en toekomstbestendigheid centraal staan.

-25007173 / Proj.nr. P08609 / Vrijgegeven / Versie 1 / 12-03-2026

28/67

5

Milieuaspecten in de fysieke leefomgeving

5.1 Milieueffectrapportage (m.e.r.) 5.1.1 Toetsingskader Onderdeel van de beoordeling of een aanvraag om een buitenplanse omgevingsplanactiviteit volledig is, is een toets aan de regels over een milieueffectrapportage op basis van paragraaf 16.4.2 van de Omgevingswet en afdeling 11.2 van het Omgevingsbesluit. Of een besluit over een project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is, wordt bepaald op basis van bijlage V bij het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. Bijlage V bij het Omgevingsbesluit heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van projecten waarvoor een m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. In kolom 4 zijn de besluiten opgenomen waarvoor de m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend. In dit geval is dat de omgevingsvergunning. Daarnaast kan de m.e.r.-(beoordelings)plicht nog gelden voor enkele bijzondere besluiten uit andere wetten, zoals de vergunning op basis van de Kernenergiewet. Of er voor het besluit een m.e.r.-plicht of een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt, volgt uit de tweede en derde kolom. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, geldt een m.e.r.-plicht. Anders geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht, tenzij ook in kolom 3 nog voorwaarden staan.

Of een project, die voorkomt in Bijlage V bij het Omgevingsbesluit, aanzienlijke milieueffecten heeft, wordt beoordeeld door het bevoegd gezag. Bij de beoordeling houdt het bevoegd gezag rekening met: a. de relevante criteria van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn, b. voor zover relevant: de resultaten van eerder uitgevoerde controles of andere beoordelingen van milieueffecten die op grond van verordeningen, richtlijnen en besluiten als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie zijn verkregen. Een initiatiefnemer die voornemens is een project uit te voeren deelt dit voornemen zo spoedig mogelijk mee aan het bevoegd gezag (artikel 16.45 Omgevingswet). Deze mededeling kan plaatsvinden door middel van een aanmeldnotitie. 5.1.2 Onderzoek Onderhavig planvoornemen is niet direct opgenomen in Bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In de bijlage wordt onder J.11. als activiteit de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject genoemd. Gelet op de aard

-25007173 / Proj.nr. P08609 / Vrijgegeven / Versie 1 / 12-03-2026

29/67

en omvang van het project kan deze worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject op grond van bijlage V van het omgevingsbesluit. Het plan is een feitelijke uitbreiding van het stedelijk gebied met 40 woningen onder het mom van ‘straatje erbij’. Er is derhalve een mer-beoordelingsnotitie opgesteld welke is opgenomen in de bijlage. Gelet op de kenmerken van het plan, de locatie en de kenmerken van de potentiële effecten moet worden geconcludeerd dat het plan niet leidt tot aanzienlijke milieueffecten. De effecten blijven beperkt tot het projectgebied en de directe omgeving ervan. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het opstellen van een milieueffectrapportage. 5.1.3 Conclusie Vanuit het milieuaspect ‘milieueffectrapportage’ is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 5.2 Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren 5.2.1 Toetsingskader Bij het toelaten van een nieuwe functie moet worden aangetoond of sprake is van een (extra) parkeerbehoefte voor auto’s en fietsen en wat het effect is op de bereikbaarheid en de verkeersafwikkeling. Er mag geen onaanvaardbaar effect op de omgeving optreden.

Om te bepalen wat de effecten van de activiteit op de verkeersaantrekkende werking van het projectgebied zijn, kan gebruik worden gemaakt van de kengetallen van het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CROW) (publicatie 744). Deze kengetallen zijn algemeen erkend en geven een indicatie van de met de ontwikkeling gepaard gaande extra verkeersgeneratie. Ook bieden ze richtlijnen voor het aantal te realiseren parkeerplaatsen. De CROW-kengetallen zijn richtlijnen waarvan afgeweken kan worden. Gemeenten kunnen ervoor kiezen om zelf parkeerbeleid met parkeernormen vast te stellen waar nieuwe ontwikkelingen aan moeten voldoen. De gemeente Hardinxveld-Giessendam heeft recent haar ‘Nota Parkeernormen Hardinxveld-Giessendam 2026’ vastgesteld welke zijn toegepast op onderhavig planvoornemen. De normen zijn zorgvuldigheidshalve opgenomen als bijlage bij onderhavige ruimtelijke motivering. 5.2.2 Onderzoek Verkeer Het initiatief zal zorgen voor een verandering van de verkeersgeneratie. De verkeersgeneratie voor het initiatief is berekend volgens de stedelijkheidsgraad ‘Weinig stedelijk’ in de zone ‘rest bebouwde kom’1. Navolgende tabel weergeeft de berekening van de verkeersgeneratie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/1200/documents/36039