CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

RO-BP-620.102.10 Vaststelling BP Zwaluwpad.pdf

Gemeenteraad GHG 30 juni 2022, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 11: Vaststellen bestemmingsplan Zwaluwpad26.657 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Koop,

kapwoning

onder-een-kap

huis,

Patiowoning

Koop, tussen/hoek

Appartementen

midden/goedkoop (inclusief

sociale

huur) Totaal

22

153,6

Verkeersafwikkeling De grondgebonden woningen worden ontsloten door het Zwaluwpad te verlengen in de vorm van een doodlopende straat. Via de Ekster, Schapedrift en Weideveld wordt het plangebied ontsloten naar treinstation Hardinxveld Blauwe Zoom en het centrum van Hardinxveld-Giessendam. De appartementen worden primair ontsloten via de Buitendams en worden via een loop/fietsbrug verbonden met het noordelijk gelegen gebied. Het uitgangspunt is dat bewoners benedendijks parkeren. Er worden 6 parkeerplaatsen aan de Buitendams gerealiseerd, waardoor het aantal verkeersbewegingen beperkt blijft.

Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Toelichting Vaststelling

57

Aangenomen wordt dat de capaciteit van de Buitendams en het Zwaluwpad en de omliggende wegen groot genoeg is om het extra verkeer, dat gegenereerd wordt door voorgenomen ontwikkeling, te verwerken. 7.8.2 Parkeren Ten aanzien van het aspect parkeren zijn in het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoerplan 2012-2022 (GVVP) parkeerrichtlijnen opgenomen. In geval van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten, op basis van de parkeerkencijfers van het CROW, voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd; deels op eigen terrein bij woningtypen in het hogere segment. De gemeente toetst nieuwe ontwikkelingen aan de maximale normen voor een ‘weinig stedelijk gebied‘ zoals opgenomen in de CROW-publicatie 381. Gemotiveerd kan hiervan worden afgeweken en een lagere norm worden toegepast. Voor de ontwikkeling wordt uitgegaan van de gemiddelde parkeernorm op basis van weinig stedelijk, rest bebouwde kom, conform de CROW publicatie 381. Het aantal parkeerplaatsen is gerelateerd aan het aantal woningen en de woningtypologie. Concreet gelden voor de volgende parkeernormen: - Twee-onder-één-kap woning (koop): 2,6 parkeerplaats per woning - Rijwoning (koop): 2,4 parkeerplaats per woning - Patio (koop) 2,4 parkeerplaats per woning - Appartementen (huur, midden/goedkoop/sociaal): 1,8 parkeerplaats per woning Op afbeelding 7.6 is de verdeling in parkeerplaatsen weergegeven.

De twee-onder-een kapwoningen krijgen twee parkeerplaatsen op eigen terrein. De patiowoningen krijgen elk één parkeerplaats op eigen terrein. De hoekwoningen krijgen ook één parkeerplaats op eigen terrein. Voor de rijwoningen zijn parkeerplaatsen in de openbare ruimte voorzien. Er worden 5 parkeerplaatsen langs de weg gerealiseerd. Ook zijn halverwege (aan de oostzijde) en aan de zuidkant van het plangebied twee parkeerkoffers gesitueerd met respectievelijk 9 en 14 parkeerplaatsen. In afwijking op de tekening worden er geen 4 maar 6 parkeerplaatsen aan de voorzijde van het appartementengebouw gerealiseerd. Tot slot zijn bij de noordelijke entree van het plangebied twee parkeerplaatsen langs de weg voorzien. De parkeerkoffers en langsparkeerplaatsen zijn ook bedoeld voor bezoekers.

Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Toelichting Vaststelling

58

Afbeelding 7.6: Verdeling parkeerplaatsen binnen het plangebied

Op basis van de proefverkaveling kan geconcludeerd worden dat het plan voldoende ruimte biedt voor het benodigde parkeren (zie onderstaande tabel). Op grond van de CROW normen zijn ten behoeve van de 22 woningen 50 parkeerplaatsen benodigd (naar boven afgerond). In totaal zijn in het plan 52 parkeerplaatsen voorzien, waarvan 30 stuks in de openbare ruimte worden gerealiseerd. Woningtype

Aantal

Aantal

Voorzien

Voorzien

woningen

benodigde

Privé

Openbaar

p.p.

Rijwoning/hoek

6

14,4

2

4

10,4

8

-

Patiowoning

6

14,4

6

-

Appartementen

6

10,8

6

22

50

woning Twee-onderéén kapwoning

Totaal Plan

52

22

Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Toelichting Vaststelling

30

59

7.9

Duurzaamheid

7.9.1 Duurzaamheid Bij nieuwbouw of vervangende nieuwbouw verdient het aanbeveling zoveel mogelijk rekening te houden met duurzaamheidsaspecten zoals duurzaam bouwen, duurzame energievoorzieningen, bevordering van fietsverkeer en openbaar vervoer, duurzaam ruimtegebruik en dergelijke. Voorliggende ontwikkeling voorziet in de realisatie van een woongebied. Hiervoor zijn een aantal handvatten op zowel rijks- als regionaalniveau. Wet voortgang energietransitie De Wet Voortgang Energietransitie (VET) regelt onder andere de aansluitverplichting van nieuwbouw op het gasnet zal verdwijnen. Op 1 juli 2018 is er een aardgasverbod ingegaan. De Wet voorziet in hoofdzaak in een aantal wijzigingen van de Elektriciteitswet 1998 en Gaswet teneinde de transitie naar een duurzame energievoorziening verder te faciliteren. De aanpassingen hebben met name invloed op de netten die essentieel zijn om de energietransitie verder te ondersteunen. Energiestrategie Drechtsteden Bedrijven, gemeentes, bewoners en organisaties in de regio hebben samen de 'Energiestrategie Drechtsteden' opgesteld. Het is een ambitieus plan van aanpak om te komen tot een energieneutrale regio vóór 2050. De regio wil op deze manier haar bijdrage leveren aan het Klimaatakkoord van Parijs uit 2015 dat Nederland heeft ondertekend. Lokale Energieagenda In december 2018 is de Lokale Energieagenda Hardinxveld-Giessendam opgesteld.

De opgaven die genoemd worden sluiten voor een groot deel aan bij de landelijke opgaven. Daarnaast zijn er nog een aantal gemeentelijke doelstellingen opgenomen op het gebied van energiebesparing, uitfaseren van aardgas en energieopwekking. Bij de uitwerking van de openbare ruimte wordt de Aanpak duurzaam GWW (grond- wegen waterbouw) toegepast. Deze werkwijze maakt duurzaamheid in GWW-projecten concreet zonder vooraf voor te schrijven hoe de duurzaamheidswinst behaald wordt. Dat kan per project verschillen. 7.9.2 Duurzaamheidsambities ontwikkeling Zwaluwpad Bij de ontwikkeling van de nieuwe woningen wordt integraal omgegaan met duurzaamheid. Concreet kunnen er voor de nieuw te bouwen woningen en het ruimtelijk ontwerp van de nieuwe buurt vier aandachtspunten worden benoemd: energie, ruimtelijke inrichting, toekomstwaarde en gebruikskwaliteit. Energie In lijn met de toekomstige landelijke ontwikkelingen zal geen gasinfrastructuur worden aangelegd. In de planvorming wordt gestreefd naar compact bouwen en de inzet van dakvlakken die geschikt zijn voor het opwekken van zonne-energie. Er wordt gebruik gemaakt van energiezuinige openbare verlichting.

Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Toelichting Vaststelling

60

Ruimtelijke inrichting en klimaatadaptatie De groenstructuur wordt verder uitgewerkt als drager van het gebied. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van inheemse, streekeigen boom- en plantensoorten in de inrichting van de openbare ruimte. Er is aandacht voor de beeldkwaliteit van de parkeeroplossingen. Ook bij de inrichting van de openbare ruimte en de bebouwing wordt de schade die gepaard kan gaan met klimaatveranderingen beperkt en worden de kansen die de klimaatveranderingen biedt benut. Gebruikskwaliteit Het plangebied wordt ontsloten door het Zwaluwpad te verlengen in de vorm van een doodlopende straat, met een haakse insteek in het midden van het gebied t.b.v. parkeren en een vrijwel haakse insteek aan de zuidzijde t.b.v. parkeren en keren. Hierdoor worden automobilisten ontmoedigd hard te rijden en is het nieuwe woongebied kindvriendelijk, en heeft door de heldere hoofdstructuur en oriëntatie van woningen op de straat veel sociale veiligheid. 7.10

Overige belemmeringen

7.10.1 Kabels en leidingen Naast de in het kader van externe veiligheidsaspecten relevante leidingen, kunnen er ook andere leidingen zijn die planologisch relevant zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om drinkwaterleidingen of riool(pers)leidingen. In het voorliggende plangebied liggen geen kabels en leidingen die planologische relevant zijn.

Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Toelichting Vaststelling

61

8

JURIDISCHE OPZET

8.1

Inleiding In deze paragraaf wordt toegelicht op welke wijze de hiervoor beschreven, gewenste ontwikkelingen juridisch zijn vertaald. Ingegaan wordt op de juridische opzet van het bestemmingsplan (het karakter van het plan, de geometrische plaatsbepaling (verbeelding) en de regels. Karakter van het plan Voor de ontwikkeling van het woongebied is gekozen voor een globale eindbestemming. De beoogde bouwvelden hebben de bestemming ‘Wonen’ gekregen, waarbinnen concrete bouwvlakken zijn ingetekend. Binnen de contouren van deze bouwvlakken mogen een bepaald aantal wooneenheden en tot een maximale bouwhoogte gebouwd worden. Het onderhavige plan is opgesteld conform het gestelde in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro) die door het rijk is opgesteld in het kader van het project Digitale Uitwisseling van Ruimtelijke Plannen (DURP), zoals de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) die bindende afspraken en aanbevelingen bevat, en het coderingssysteem InformatieModel Ruimtelijke Ordening (IMRO 2012). Geometrische plaatsbepaling Door middel van een combinatie van begrenzingen, coderingen, arceringen en/of kleuren, is in de geometrische plaatsbepaling (verbeelding) de verdeling aangegeven van de diverse binnen het plangebied onderscheiden bestemmingen.

Hiernaast bevat de geometrische plaatsbepaling aanduidingen die gelezen moeten worden in samenhang met de bebouwingsbepalingen, die voor de onderscheiden bestemmingen zijn gegeven. Regels De regels bevatten bepalingen omtrent het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of nog op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in vier paragrafen, te weten: • Inleidende regels (hoofdstuk I); • Bestemmingsregels (hoofdstuk II); • Algemene regels (hoofdstuk III); • Overgangs- en slotregels (hoofdstuk IV).

8.2

Toelichting op de regels

8.2.1. Hoofdstuk I Inleidende regels In dit hoofdstuk is een aantal begrippen verklaard die gebruikt worden in de regels. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel “Wijze van meten” opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Begrippen Geeft de definities van een aantal in de regels voorkomende begrippen. Hierdoor wordt de interpretatie daarvan vastgelegd, waardoor de duidelijkheid wordt vergroot. Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Toelichting Vaststelling

62

Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe de in het plan voorkomende maten dienen te worden bepaald. 8.2.2 Hoofdstuk II Bestemmingsregels In deze paragraaf van de regels zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Tevens zijn, waar wenselijk, flexibiliteitsbepalingen opgenomen. Bij de opzet van de artikelen over de bestemmingen is een vaste indeling aangehouden teneinde het overzicht en daarmee de duidelijkheid te vergroten. De volgende onderdelen worden onderscheiden: Bestemmingsomschrijving In dit onderdeel worden de functies aangegeven waartoe de gronden zijn bestemd. Bestemming Groen Voor structureel groen is de bestemming ‘Groen’ opgenomen. Aangeven is dat ter plaatse geen gebouwen mogen worden opgericht, met uitzondering van straatmeubilair. Het groene karakter van deze gronden dient, binnen in het plan gestelde voorwaarden, zoveel mogelijk behouden te blijven. Binnen de bestemming is onder andere de aanleg mogelijk van groenvoorzieningen, voet- en fietspaden, speelvoorzieningen, straatmeubilair, water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding. Bestemming Tuin De private gronden die grenzen aan het openbaar gebied en welke in principe onbebouwd dienen te blijven zijn bestemd als “Tuin”.

Bijbehorende bouwwerken, zoals bijgebouwen, aan- en uitbouwen zijn op deze gronden niet mogelijk, behalve ter plaatse van de aanduiding ‘bergingen’. Erkers zijn ten behoeve van de aangrenzende bebouwing tot een bepaalde maatvoering toegestaan. Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde (zoals erfafscheidingen) geldt een maximale hoogte van 1 m. Bestemming Wonen In het voorliggende bestemmingsplan is een bestemming ‘Wonen’ opgenomen voor de te ontwikkelen woningen, verdeeld over drie bouwvelden. De woningen zijn voorzien van een bouwvlak. Middels aanduidingen is het maximum aantal wooneenheden per bouwvlak weergegeven. Bouwen is uitsluitend toegestaan binnen de aangegeven bouwvlakken. Daarnaast mag de goot- en bouwhoogte van de woningen niet meer bedragen dan is aangegeven in de verbeelding. Buiten het hoofdgebouw mogen op het perceel zowel binnen als buiten het bouwvlak bijbehorende bouwwerken worden opgericht. Dit betreft bijgebouwen, uit- of aanbouwen en overkappingen. De maximale maatvoering voor bijbehorende bouwwerken is gelimiteerd. Ook voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals erfafscheidingen is een maximale maatvoering opgenomen. Bestemming Verkeer - Verblijfsgebied De ontsluiting van het plangebied, waaronder de toegangsweg en de parkeervoorzieningen, heeft de bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ gekregen.

Deze categorie wegen heeft door de inrichting en beperkte rijsnelheid een sterk verblijfskarakter met een ondergeschikte rol Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Toelichting Vaststelling

63

voor verkeer. Binnen deze bestemming zijn onder andere parkeer-, speelvoorzieningen alsmede waterberging en watergangen mogelijk.

groen-

en

Bestemming Water De bestemming ‘Water’ is opgenomen voor de watergangen en oppervlaktewateren in het plangebied. Ten behoeve van de bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgericht zoals duikers, bruggen en andere voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding. Bestemming Waarde - Archeologie 2, 4 en 9 Volgens de gemeentelijke beleidsadvieskaart voor archeologie gelden er in het bestemmingsplangebied drie verschillende archeologische verwachtingswaarden. Hierbij zijn drie archeologische dubbelbestemmingen opgenomen met daarin verschillende waarden (oppervlakte, diepte) waarbij bescherming aan de orde is. Overeenkomstig de opsomming uit de beleidsadvieskaart is er sprake van de dubbelbestemmingen Waarde-Archeologie verwachting – 2, Waarde-Archeologie verwachting – 4, en Waarde-Archeologie – 9. Bouwregels In dit onderdeel zijn regels opgenomen ten aanzien van de toegelaten bebouwing. Het eerste lid bevat in ieder geval regels omtrent toegestane bouwwerken welke als "recht" kunnen worden opgericht. Bij de bouwregels wordt een onderscheid gemaakt tussen hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en overige bouwwerken. Afwijken van de bouwregels Indien van toepassing is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om af te wijken van de bouwregels.

Specifieke gebruiksregels In dit lid worden indien van toepassing bestemmingsspecifieke gebruiksregels opgenomen. In ieder geval gelden de in Hoofdstuk 3 opgenomen Algemene gebruiksregels. In voorkomende gevallen is de mogelijkheid opgenomen om (onder voorwaarden) af te wijken van de specifieke gebruiksregels. 8.2.3 Hoofdstuk III Algemene regels Antidubbeltelregel In deze regel is vastgelegd dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag om een omgevingsvergunning niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen. Algemene bouwregels In dit artikel is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen kunnen gelden. Bijvoorbeeld extra bouwmogelijkheden voor ondergeschikte bouwdelen zoals balkons, galerijen en kelders, maar ook beperking van bouwmogelijkheden als gevolg van milieuwetgeving, de geldende Keur van het Waterschap Rivierenland. Algemene gebruiksregels In dit artikel is in algemene zin aangegeven wanneer sprake is van strijdig gebruik met de regels uit het bestemmingsplan. Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Toelichting Vaststelling

64

Algemene aanduidingsregels In dit artikel is aangegeven welke algemene aanduidingsregels gelden. Deze aanduidingsregels hebben betrekking op bijvoorbeeld veiligheidszones of hindercirkels. In het plan is een regeling opgenomen voor de laagvliegroute van Defensie, gekoppeld aan de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – laagvliegroute’. Ter plaatse van deze aanduiding mogen geen bouwwerken met een grotere hoogte dan 30 meter worden opgericht. Algemene afwijkingsregels Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen waarin nog een aantal algemene afwijkingen is opgenomen. Het betreft hier onder meer een standaardregeling die beperkte afwijkingen in de maatvoering bij de uitvoering van bouwplannen mogelijk maakt. Algemene wijzigingsregels Een wijzigingsbevoegdheid is onder voorwaarden opgenomen voor geringe veranderingen in de plaats, ligging en/of afmeting van bestemmingsgrenzen tot maximaal 5 m. Hiernaast is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het aanpassen van de als bijlage bij de regels opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten. Algemene procedureregels Dit artikel regelt de procedure die burgemeester en wethouders dienen te volgen indien toepassing wordt gegeven aan de in dit plan opgenomen afwijkings- of wijzigingsregels.

8.2.4 Hoofdstuk IV Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.

Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Toelichting Vaststelling

65

9

OVERLEG EN INSPRAAK

9.1

Vooraankondiging Op grond van artikel 1.3.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient voorafgaand aan een procedure van een bestemmingsplan waarin een ruimtelijke ontwikkeling wordt gefaciliteerd, een vooraankondiging te worden gepubliceerd waarin de gemeente aangeeft een bestemmingsplan voor te bereiden. Deze vooraankondiging voor dit plan zal plaatsvinden in het Kompas en via de gemeentelijke website.

9.2

Inspraak en overleg Het voorontwerpbestemmingsplan is, conform de gemeentelijke inspraakverordening, voorafgaand aan de formele bestemmingsplanprocedure voor inspraak vrijgegeven. Het voorontwerp heeft met ingang van donderdag 2 september tot en met woensdag 13 oktober 2021 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is voor iedereen de mogelijkheid geboden een inspraakreactie in te dienen. Conform ex artikel 3.1.1. van het Bro dienen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In dit kader wordt het voorontwerpbestemmingsplan voor advies toegezonden aan een aantal overleginstanties. Gedurende de termijn kunnen overlegreacties worden ingediend. Er zijn 4 schriftelijke inspraakreacties ontvangen, waarvan 2 namens bewoners en 2 vooroverlegreacties met betrekking tot het voorontwerpbestemmingsplan. De reacties zijn samengevat en beantwoord in de Nota inspraak- en overlegreacties, welke als bijlage 11 bij deze toelichting is gevoegd.

9.3

Ontwerpfase Na afronding van de inspraakprocedure bestemmingsplanprocedure gestart.

en

het

vooroverleg

is

de

formele

Het ontwerpbestemmingsplan is gedurende zes weken ter inzage gelegd. Binnen deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een zienswijze bij de gemeenteraad op het plan in te dienen. Er zijn 3 schriftelijke zienswijzen ontvangen. De zienswijzen zijn samengevat en van een beantwoording voorzien in de Nota van beantwoording zienswijzen. Deze nota is als bijlage 12 bij de toelichting opgenomen.

Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Toelichting Vaststelling

66

10

UITVOERBAARHEID

10.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid De ontwikkeling van 22 nieuwe woningen aan het Zwaluwpad zal plaatsvinden op voormalige agrarische gronden. Het gebied ligt op dit moment braak. Met de ontwikkeling van de locatie tot woongebied worden nieuwe woningen gerealiseerd binnen het bestaand bebouwd gebied van Hardinxveld-Giessendam. Het gebied sluit aan op de bestaande woningen aan woonwijk De Blauwe Zoom en de waterstructuur wordt doorgetrokken rond de nieuwe woningen. Met deze ontwikkeling krijgt het gebied een ruimtelijke impuls en wordt bijgedragen aan de woningbehoefte in de gemeente. Gelet hierop wordt het plan maatschappelijk uitvoerbaar geacht. In de bestemmingsplanprocedure wordt bovendien op diverse momenten de gelegenheid geboden aan een ieder om een reactie op het plan in te dienen. Zie ook hoofdstuk 9 van deze toelichting.

10.2

Financiële uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. Tussen de ontwikkelende partij en de gemeente Hardinxveld-Giessendam wordt in het eerste kwartaal van 2022 een anterieure overeenkomst gesloten. Het kostenverhaal zal daarmee anderszins verzekerd zijn, waarmee een exploitatieplan niet noodzakelijk is.

10.3

Handhavingsaspecten Het bestemmingsplan is bindend voor zowel de (gemeentelijke) overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor daadwerkelijke controle en handhaving ligt bij de gemeente. De gemeente heeft een handhavingsnota. De grondslag voor een goed werkend handhavingsbeleid wordt gevormd door een grondige inventarisatie van de feitelijke situatie (grondgebruik, aanwezige flora en bebouwing) van het plangebied tijdens de voorbereiding van het bestemmingsplan en een deugdelijk mutatiesysteem bij de uitvoering van het bestemmingsplan. Onderdeel van dit mutatiesysteem is een goede registratie van verleende vergunningen. Bij de voorbereiding van dit

Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Toelichting Vaststelling

67

bestemmingsplan heeft een grondige inventarisatie plaats gevonden van de feitelijke situatie. Handhaving kan plaats vinden via publiekrechtelijke, privaatrechtelijke en strafrechtelijke weg. Dit laatste is afhankelijk van het Openbaar Ministerie. In het ruimtelijk bestuursrecht is de gemeente op grond van de Gemeentewet bevoegd tot het toepassen van bestuursdwang ten aanzien van ontwikkelingen die strijdig zijn met de bepalingen van het bestemmingsplan. Deze vormen van handhaving vallen onder de zogenoemde repressieve handhaving. Hiermee wordt gedoeld op de middelen en/of het instrumentarium waarmee de gemeente naleving kan afdwingen, dan wel tegen normafwijkend gedrag correctief kan optreden. Daarnaast wordt onderscheiden de preventieve handhaving. Deze komt voornamelijk tot uitdrukking in het toezicht op het gebruik van gronden en gebouwen. Preventieve handhaving geschiedt over het algemeen door informele middelen waaronder bijvoorbeeld informeel contact tussen de met handhaving belaste personen en de grondgebruikers. Hoewel het effect van dergelijke middelen niet goed meetbaar is, wordt aan deze middelen toch zeker betekenis toegekend. In het plan zijn instrumenten opgenomen waarmee kan worden getoetst. Genoemd wordt de mogelijkheid af te wijken van het bestemmingsplan en toepassing te geven aan de opgenomen wijzigingsbevoegdheden.

Zodoende wordt een toetsing mogelijk gemaakt voordat met de beoogde activiteit (bouwen, gebruiken, het verrichten van werken en/of werkzaamheden) een aanvang wordt gemaakt. De te nemen besluiten op basis van de genoemde bevoegdheden dienen te berusten op een deugdelijke motivering.

Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Toelichting Vaststelling

Gemeente Hardinxveld-Giessendam Bestemmingsplan ‘Zwaluwpad’ Regels

April 2022

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

INLEIDENDE REGELS Begrippen Wijze van meten

3 3 9

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

BESTEMMINGSREGELS Groen Tuin Verkeer - Verblijfsgebied Water Wonen Waarde - Archeologische verwachting 2 Waarde - Archeologische verwachting 4 Waarde - Archeologische verwachting 9

11 11 12 14 15 16 19 21 23

Hoofdstuk 3 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16

ALGEMENE REGELS Algemene aanduidingsregels Anti-dubbeltelbepaling Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels

27 27 28 29 30 31 32

Hoofdstuk 4 Artikel 17 Artikel 18

OVERGANGS- EN SLOTREGELS Overgangsrecht Slotregel

33 33 34

Bijlage 1

Staat van bedrijfsactiviteiten

35

2

Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Regels Vaststelling

3

Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

plan:

het bestemmingsplan 'Zwaluwpad' met identificatienummer NL.IMRO.0523.BP2021Zwaluwpad-VA01 van de gemeente Hardinxveld- Giessendam; 1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels; 1.3

aanbouw:

een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.4

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6

aaneengebouwde woning:

een woning, die deel uitmaakt van een blok van meer dan twee woningen, waarvan het hoofdgebouw aan ten minste één zijde aan het op het aangrenzende bouwperceel gelegen hoofdgebouw is gebouwd; 1.7

aan huis verbonden bedrijf:

een bedrijf dat in een (gedeelte van) of bij een woning wordt uitgeoefend en dat is gericht op het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten door de bewoner van de woning; 1.8

aan huis verbonden beroep:

een dienstverlenend beroep op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend door de bewoner van de woning, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.9

achtererfgebied:

erf aan de achterkant en de niet naar de openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 meter van de voorkant van het hoofdgebouw; 1.10

afwijking:

het afwijken van de planregels, als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder c van de Wet ruimtelijke ordening;

Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Regels Vaststelling

4

1.11

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.12

bebouwingspercentage:

het percentage, dat de grootte van (een deel van) het bouwvlak aangeeft, dat maximaal mag worden bebouwd; 1.13

bestaand:

a. bij bouwwerken: bebouwing legaal aanwezig of in aanbouw ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, dan wel bebouwing die nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend; b. bij gebruik: het gebruik dat bestaat ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan; 1.14

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak; 1.15

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.16

bijbehorend bouwwerk:

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk met een dak; 1.17

bijgebouw:

een op zich zelfstaand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.18

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.19

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak; 1.20

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.21

bouwperceelgrens:

een grens van een bouwperceel; 1.22

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Regels Vaststelling

5

1.23

bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.24

brutovloeroppervlakte:

de buitenwerks gemeten totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een (dienstverlenend) bedrijf of instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; 1.25

dienstverlening:

het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord worden gestaan en geholpen; 1.26

erf:

het al dan niet bebouwde perceel, of gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw en binnen het bestemmingsvlak, maar buiten het bouwvlak ligt; 1.27

erker:

een grondgebonden uitbouw van het hoofdgebouw van een woning gelegen in of vóór het verlengde van de voorste bouwgrens van het hoofdgebouw; 1.28

evenement:

een voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak van maximaal 7 dagen, die in de openbare ruimte wordt gehouden; 1.29

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.30

gebruik(en):

gebruiken, doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven; 1.31

geschakelde woning:

een woning, waarvan het hoofdgebouw door middel van aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen geschakeld is met ten minste één hoofdgebouw op een aangrenzend bouwperceel; 1.32

hoofdgebouw:

gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.33

huishouden:

een persoon of groep personen, die een duurzame, gemeenschappelijke huishouding voer(t)(en) en wil(len) voeren. Hierbij moet sprake zijn van onderlinge, met een gezinsverband vergelijkbare, verbondenheid en continuïteit in de samenstelling. Kamer(ver)huur wordt hieronder niet begrepen;

Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Regels Vaststelling

6

1.34

kruin van de weg:

het hoogste punt in het dwarsprofiel van de weg ten tijde van de aanleg van de weg, dan wel na reconstructie van de weg; 1.35

maatvoeringsgrens:

de grens van een maatvoeringsvlak; 1.36

maatvoeringsvlak:

een geometrisch bepaald vlak waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels voor bepaalde bouwwerken eenzelfde maatvoering geldt; 1.37

nadere eis:

een nadere eis als bedoeld in artikel 3.6 eerste lid onder d van de Wet ruimtelijke ordening; 1.38

nevenactiviteit:

een activiteit ondergeschikt aan de hoofdactiviteit in zowel omvang (m2), omzet (€) als de effecten op het woon- en leefklimaat; 1.39

onderkomen:

voor verblijf geschikt, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- of vaartuig, ark, kampeermiddel en soortgelijk verblijfsmiddel, voor zover deze niet als bouwwerk is aan te merken; 1.40

normaal onderhoud, gebruik en beheer:

een gebruik gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten op het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt; 1.41

omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk:

een vergunning als bedoeld in artikel 3.3 onder b van de Wet ruimtelijke ordening; 1.42 omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: een vergunning als bedoeld in artikel 3.3 onder a van de Wet ruimtelijke ordening; 1.43

omgevingsvergunning om af te wijken van bij het plan aangegeven regels:

een vergunning als bedoeld in artikel 3.6 lid 1 onder c. van de Wet ruimtelijke ordening; 1.44

overkapping:

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak en met aan ten hoogste één zijde een wand; 1.45

peil:

a. voor een bouwwerk, dat direct aan de weg grenst of een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst, al dan niet gescheiden door een tuin of erf, uitsluitend voor zover deze bouwwerken worden opgericht binnen het bouwvlak: de hoogte van de kruin van de weg; b. voor een bouwwerk dat (ook) in het talud van de dijk wordt gebouwd: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein voor het bouwrijp maken van het terrein, ter plaatse van de van de dijk afgekeerde zijde van het gebouw;

Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Regels Vaststelling

7

c.

indien volledig in of op het water wordt gebouwd: de hoogte van het gemiddelde waterniveau ter plaatse van het bouwwerk; d. in overige gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein ter plaatse voor het bouwrijp maken van het terrein; 1.46

prostitutie:

het zich beschikbaar stellen tot het tegen betaling verlenen van seksuele diensten aan anderen; 1.47

seksinrichting:

een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt ieder geval begrepen (al dan niet in combinatie met elkaar): a. b. c. d. e.

een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon; een seksbioscoop of sekstheater; een seksautomatenhal; een sekswinkel; seksclub of parenclub;

1.48

slopen:

het geheel of gedeeltelijk afbreken van gebouwen en andere bouwwerken; 1.49

speelvoorziening:

een voorziening in de woonomgeving, die er op gericht is speel- en recreatiemogelijkheden buiten te bieden, gericht op de leeftijdscategorie tot 18 jaar; 1.50

speeltoestel:

een inrichting die bestemd is voor vermaak of ontspanning, waarbij uitsluitend van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens gebruik wordt gemaakt; 1.51

Staat van Bedrijfsactiviteiten

een als Bijlage 1 bij deze regels behorende en daarvan onderdeel uitmakende lijst van bedrijven en instellingen; 1.52

straatmeubilair:

bouwwerken ten behoeve van al dan niet openbare voorzieningen, zoals: a. verkeersgeleiders, verkeersborden, lichtmasten, zitbanken, bloembakken; b. telefooncellen, abri's, kunstwerken, speeltoestellen en draagconstructies voor reclame; c. kleinschalige bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen met een inhoud van ten hoogste 50 m³ en een bouwhoogte van ten hoogste 3 m, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van telecommunicatie, energievoorziening en brandkranen; d. afvalinzamelsystemen; 1.53

twee-aaneenwoning:

een woning, die deel uitmaakt van een blok van twee woningen, waarvan het hoofdgebouw aan één zijde aan het op het aangrenzende bouwperceel gelegen hoofdgebouw is gebouwd;

Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Regels Vaststelling

8

1.54

uitbouw:

een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm kan worden onderscheiden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.55

uitvoeren:

uitvoeren, het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven; 1.56

voorerfgebied:

erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied; 1.57

voorgevel:

de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw, welke als belangrijkste is aan te merken en waarvan het gebouw in hoofdzaak toegankelijk is; 1.58

vrijstaande woning:

een woning waarvan het hoofdgebouw losstaat van andere hoofdgebouwen; 1.59

weg:

een weg als bedoeld in artikel 1, lid 1 sub b van de Wegenverkeerswet; 1.60

Wet geluidhinder:

wet van 16 februari 1979, houdende regels inzake het voorkomen of beperken van geluidhinder (Stb.1979, 99), gewijzigd bij wet van 19 december 2002, (Stb. 2003,23). 1.61

wijziging:

een wijziging als bedoeld in artikel 3.6 eerste lid onder a van de Wet ruimtelijke ordening; 1.62

wooneenheid:

een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling en inrichting uitsluitend bestemd is voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden. 1.63

wonen:

het houden van verblijf, het huren en tevens (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een huis/woning, evenwel met uitzondering van bijzondere woonvormen. 1.64

woning:

een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling en inrichting uitsluitend bestemd is voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden.

Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Regels Vaststelling

9

Artikel 2

Wijze van meten

Bij de toepassing van de regels wordt als volgt gemeten: 2.1

de afstand van een gebouw:

tot de zijdelingse perceelsgrens wordt gemeten vanaf het dichtst bij de perceelsgrens gelegen punt van het gebouw tot die perceelsgrens op 1 m boven peil en haaks op de perceelsgrens; 2.2

de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens:

tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.3

de bebouwde oppervlakte:

van een bouwperceel, bouwvlak of ander terrein wordt gemeten buitenwerks en boven peil, met dien verstande, dat de grondoppervlakten van alle op een terrein gelegen gebouwen en andere bouwwerken worden opgeteld; 2.4

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. In geval van een lessenaarsdak is dit de hoogte aan de hoge zijde van het dak; 2.5

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. In het geval van een lessenaarsdak is dit de hoogte aan de lage zijde van het dak; 2.6

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.7

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.8

de oppervlakte van een overkapping:

tussen de buitenzijde van de afdekking van de overkapping, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de overkapping. 2.9

meten tot of vanuit een lijn:

bij toepassing van deze regels wordt gemeten tot of vanuit het hart van een lijn op de (digitale) kaart en op de schaal waarin het plan is vastgesteld.

Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Regels Vaststelling

10

Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Regels Vaststelling

11

Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 3.1

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g.

groenvoorzieningen, bermen en overige beplanting; parken en plantstoenen; paden, wegen en parkeervoorzieningen; speelvoorzieningen; straatmeubilair; water en voorzieningen voor de waterhuishouding; bij een en ander behorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Gebouwen

Ten aanzien van de in lid 3.1 bedoelde gronden gelden voor gebouwen de volgende bouwregels: a. gebouwen zijn niet toegestaan. 3.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen voor : a. speeltoestellen: 5 m; b. straatmeubilair: 3 m; c. overige bouwwerken, waaronder steigers, geen gebouwen zijnde: 1 m.

Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Regels Vaststelling

12

Artikel 4 4.1

Tuin

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

tuinen en erven; parkeren op eigen terrein; water en voorzieningen voor de waterhuishouding; bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Gebouwen

Ten aanzien van de in artikel 4.1 bedoelde gronden gelden voor gebouwen de volgende bouwregels: a. gebouwen en overkappingen zijn niet toegestaan, behoudens ter plaatse van de aanduiding 'bergingen', waarbij geldt dat de bouwhoogte niet meer dan 2 m mag bedragen; b. in afwijking van het bepaalde in lid 4.2.1 onder a. zijn bijbehorende bouwwerken in de vorm van erkers en tochtportalen behorend bij op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen toegestaan, mits: 1. de horizontale diepte niet meer dan 1 m bedraagt; 2. de diepte van de overblijvende, niet met gebouwen bebouwde gronden meer dan 2,5 m bedraagt; 3. voor zover een erker wordt gebouwd tegen een gevel van het hoofdgebouw de breedte niet meer dan 2/3 van de breedte van die gevel bedraagt; 4. de bouwhoogte niet meer dan 3 m bedraagt. 4.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen voor: a. erfafscheidingen: 1 m; b. pergola's: 3 m; c. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 1 m. 4.3

Afwijken van de bouwregels

4.3.1

Bijbehorende bouwwerken

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.1 onder a voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken in de vorm van aan- of uitbouwen, bijgebouwen en/of overkappingen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen, mits: a. de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken per bouwperceel, op de als 'Tuin' en 'Wonen' aangewezen gronden samen, niet meer bedraagt dan respectievelijk 80 m²; b. de goothoogte niet meer dan 3 m bedraagt; c. de bouwhoogte niet meer dan 6 m bedraagt. 4.3.2

Bouwwerken, geen gebouw zijnde

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 4.2.2, onder b voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot een bouwhoogte van maximaal 2 m. 4.3.3

Voorwaarden afwijking

Een omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 4.3.1 en 4.3.2, kan slechts worden verleend, mits: Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Regels Vaststelling

13

a. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b. het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig worden geschaad.

Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Regels Vaststelling

14

Artikel 5

Verkeer - Verblijfsgebied

5.1

Bestemmingsomschrijving

5.1.1

Algemeen

De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h.

erftoegangswegen; fiets- en voetpaden; geluidwerende voorzieningen; voorzieningen ten behoeve van het openbaar vervoer; parkeer-, groen- en speelvoorzieningen en speeltoestellen; straatmeubilair; water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; bij een en ander behorende bouwwerken.

5.2

Bouwregels

5.2.1

Gebouwen

Ten aanzien van de in lid 5.1 bedoelde gronden gelden voor gebouwen de volgende bouwregels: a. gebouwen, met uitzondering van gebouwen die vallen onder de definitie straatmeubilair, zijn niet toegestaan; b. de bouwhoogte van de onder 5.2.1 onder a bedoelde gebouwen mag niet meer dan 3 m bedragen; 5.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen voor: a. geluidsschermen en andere geluidwerende voorzieningen: 10 m; b. lichtmasten en voorzieningen voor wegaanduiding, geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer: 15 m; c. straatmeubilair, anders dan voorzieningen voor de wegaanduiding, geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer: 3 m; d. vlaggenmasten: 6 m; e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van een speelvoorziening: 5 m; f. overige bouwwerken geen gebouwen zijnde: 1 m. 5.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op de verkeersveiligheid, het in het plan beoogde straatbeeld en de bescherming van het openbaar groen nadere eisen stellen aan de situering en de omvang van bouwwerken geen gebouwen zijnde.

Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Regels Vaststelling

15

Artikel 6 6.1

Water

Bestemmingsplanomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

water ten behoeve van de waterhuishouding; verkeer te water; taluds en natuurvriendelijke oevers; bij deze bestemming behorende voorzieningen, waaronder vlonders, oevers, bruggen en aanlegsteigers.

6.2

Bouwregels

6.2.1

Gebouwen

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 1 m.

Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Regels Vaststelling

16

Artikel 7

Wonen

7.1

Bestemmingsomschrijving

7.1.1

Algemeen

De voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.

wonen, waaronder mede wordt verstaan de uitoefening van een aan huis verbonden beroep, water en voorzieningen voor de waterhuishouding; tuinen en erven; paden; parkeren op eigen terrein; bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

7.2

Bouwregels

7.2.1

Hoofdgebouwen

Ten aanzien van de in lid 7.1 bedoelde gronden gelden voor hoofdgebouwen de volgende bouwregels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak; b. de goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; c. de bouwhoogte mag ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' niet meer bedragen dan de waarde die in de aanduiding is opgenomen; d. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mag het aantal woningen niet meer bedragen dan ter plaatse is aangegeven. 7.2.2

Bijbehorende bouwwerken

Ten aanzien van de in lid 7.1 bedoelde gronden gelden voor bijbehorende bouwwerken de volgende bouwregels: a. bijbehorende bouwwerken in de vorm van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen binnen en buiten het bouwvlak worden gebouwd op het achtererfgebied, met dien verstande dat uitbouwen in de vorm van erkers en tochtportalen op het voorerfgebied mogen worden gebouwd, mits: 1. de horizontale diepte maximaal 1 m bedraagt; 2. de diepte van de overblijvende, niet met gebouwen bebouwde gronden minimaal 2,5 m bedraagt; 3. voor zover de erker wordt gebouwd tegen de voorgevel van het hoofdgebouw de breedte maximaal 2/3 van de breedte van die gevel bedraagt; 4. de bouwhoogte ten hoogste 3 m bedraagt; b. de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag per bouwperceel niet meer bedragen dan respectievelijk 80 m2 voor de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen en 30 m2 voor de gezamenlijke oppervlakte van overkappingen; c. het buiten het bouwvlak gelegen gedeelte van het bouwperceel mag voor ten hoogste 50% worden bebouwd of overdekt; d. de goothoogte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste 3,5 m; e. de goothoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste 3 m; f. de bouwhoogte van aangebouwde en vrijstaande bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste 6 m.

Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Regels Vaststelling

17

7.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Ten aanzien van de in lid 7.1 bedoelde gronden gelden voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde de volgende bouwregels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal bedragen voor: 1. erf- en terreinafscheidingen in het voorerfgebied:1 m; 2. erf- en terreinafscheidingen in het achtererfgebied: 2 m; 3. vlaggenmasten: 6 m; 4. palen en masten: 10 m; 5. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 2 m. 7.3

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7.1.1 onder b en 7.2.2 onder d en e indien: 1. is aangetoond dat aan de aldaar genoemde maximale goothoogte en / of bouwhoogte niet kan worden voldaan in verband met de eisen in het Bouwbesluit; 2. geen afbreuk wordt gedaan aan de ruimtelijke kwaliteit van het straatbeeld, waarbij geldt dat burgemeester en wethouders in ieder geval advies inwinnen bij de welstandscommissie. 7.4

Specifieke gebruiksregels

7.4.1

Toegestaan gebruik

a. De gezamenlijke brutovloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden beroep binnen een woning en de bijbehorende bouwwerken mag, in voorkomend geval samen met de brutovloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf, ten hoogste 30% bedragen van de totale brutovloeroppervlakte van de betreffende woning en de bijbehorende bouwwerken, en ieder geval niet meer dan 50 m². 7.4.2

Niet toegestaan gebruik

De uitoefening van een aan huis verbonden beroep mag geen horeca of detailhandel betreffen, behoudens detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit van de ter plaatse uitgeoefende beroepsactiviteit. 7.5

Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.1 voor het toestaan van een aan huis verbonden bedrijf en/of handel in en verkoop van goederen en diensten via internet, mits: a. de gezamenlijke bruto vloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van de bedrijfsactiviteiten binnen een woning en de bijbehorende bouwwerken, in voorkomende geval samen met de brutovloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden beroep, niet meer bedraagt dan 30% van de totale brutovloeroppervlakte van de betreffende woning en de bijbehorende bouwwerken, en ieder geval niet meer dan 50 m²; b. het bedrijfsactiviteiten betreft, die in de Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten zijn aangeduid als categorie A, dan wel daarmee gelijk kunnen worden gesteld wat betreft hun gevolgen voor de omgeving; c. er geen sprake is van een duurzame ontwrichting van de bestaande distributieve voorzieningen of een ernstige verstoring van de verzorgingsstructuur; d. het geen bedrijfsactiviteiten betreft die normaliter in een winkelcentrum of een winkelstraat worden uitgeoefend;

Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Regels Vaststelling

18

e. op de bij de betreffende woning behorende gronden geen buitenopslag van goederen ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten plaatsvindt; f. er geen sprake is van winkel- of uitstallingsruimte van goederen ten behoeve van de bedrijfsactiviteit; g. de bedrijfsactiviteiten door hun aard en visuele aspecten, zoals reclame-uitingen en technische installaties, het woonkarakter van de omgeving niet onevenredig schaden; h. in de omgeving van de betreffende woning geen onevenredige vergroting van de verkeers- en parkeerdruk optreedt, met dien verstande dat: 1. het parkeren ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten zoveel mogelijk op eigen terrein dient plaats te vinden, en 2. behoudens in- en uitladen, geen bedrijfsactiviteiten in de openbare ruimte rond de betreffende woning mogen plaatsvinden; i. er geen detailhandel plaatsvindt behalve als ondergeschikte nevenactiviteit bij de uitoefening van een aan huis gebonden bedrijf; j. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; k. het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig worden geschaad. 7.6

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen omtrent de afstand van uitbreidingen van woningen en van bijbehorende bouwwerken tot de perceelsgrenzen, waarbij geëist kan worden dat deze afstand ten minste 3 m zal bedragen;

Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Regels Vaststelling

19

Artikel 8

Waarde - Archeologische verwachting 2

8.1

Bestemmingsomschrijving

8.1.1

Algemeen

De voor 'Waarde - Archeologische verwachting 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor bescherming en veiligstelling van de naar verwachting aanwezige archeologische waarden. 8.2

Bouwregels

8.2.1

Bouwwerken

Ingeval van een aanvraag voor het oprichten van een omgevingsvergunningplichtig bouwwerk op of in de in lid 3.18.1 bedoelde gronden, over een oppervlakte van 100 m 2 of meer en dieper dan 0,3 m gelden de volgende regels: a. in het belang van de archeologische monumentenzorg dient door de aanvrager van de omgevingsvergunning een door een archeologisch deskundige opgesteld rapport te worden overgelegd waarin de archeologische verwachtingswaarden van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld, en b. in het belang van de bescherming van de archeologische waarde kunnen aan de omgevingsvergunning voorwaarden worden verbonden. Tot deze voorwaarden kunnen in ieder geval behoren: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige; c. de in sublid 8.2.1 onder a. genoemde verplichting geldt niet voor de vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de bestaande oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.

8.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.3.1

Omgevingsvergunningplicht

In het belang van de archeologische monumentenzorg en ter voorkoming van onevenredige aantasting van aanwezige archeologische verwachtingswaarden, is het verboden, behoudens het bepaalde in sublid 8.3.2, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren over een oppervlakte van meer dan 100 m2: a. graafwerkzaamheden en het roeren van gronden, dieper dan 0,3 m; b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; c. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen en het aanleggen van drainage, dieper dan 0,3 m; d. het aanbrengen ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmede verband houdende constructies, dieper dan 0,3 m; e. het graven, vergraven, vergroten van watergangen en waterpartijen, dieper dan 0,3 m; f. het ophogen en egaliseren van gronden; g. het dempen van watergangen en waterpartijen; Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Regels Vaststelling

20

h. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; i. het verhogen of het verlagen van de grondwaterstand. 8.3.2

Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht

Het in sublid 8.3.1 gestelde verbod geldt niet voor werken, geen gebouwen zijnde, en werkzaamheden: a. in het kader van het normale onderhoud, gebruik en beheer; b. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een archeologisch deskundige; c. die uit een oogpunt van bescherming van de archeologische verwachtingswaarde van niet ingrijpende betekenis zijn; d. waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; 2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning. 8.3.3

Toelaatbaarheid werken en werkzaamheden

Een omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 8.3.1 wordt slechts verleend, indien: a. door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, de archeologische verwachtingswaarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, en b. door de aanvrager van de omgevingsvergunning een door een archeologisch deskundige opgesteld rapport is overgelegd waarin de archeologische verwachtingswaarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. 8.3.4

Voorwaarden voor een omgevingsvergunning

Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 8.3.1 kunnen voorwaarden worden verbonden in het belang van de bescherming van de archeologische verwachtingswaarde. Tot deze voorwaarden kunnen in ieder geval behoren: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 8.4

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, na advies te hebben ingewonnen van een archeologisch deskundige, het plan te wijzigen zodanig dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 2' naar ligging wordt verschoven, naar omvang wordt verkleind of vergroot of in het voorkomende geval uit het plan wordt verwijderd, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft.

Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Regels Vaststelling

21

Artikel 9

Waarde - Archeologische verwachting 4

9.1

Bestemmingsomschrijving

9.1.1

Algemeen

De voor 'Waarde - Archeologische verwachting 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor bescherming en veiligstelling van de naar verwachting aanwezige archeologische waarden. 9.2

Bouwregels

9.2.1

Bouwwerken

Ingeval van een aanvraag voor het oprichten van een omgevingsvergunningplichtig bouwwerk op of in de in lid 3.19.1 bedoelde gronden, over een oppervlakte van 250 m 2 of meer en dieper dan 0,3 m gelden de volgende regels: a. in het belang van de archeologische monumentenzorg dient door de aanvrager van de omgevingsvergunning een door een archeologisch deskundige opgesteld rapport te worden overgelegd waarin de archeologische verwachtingswaarden van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld, en b. in het belang van de bescherming van de archeologische waarde kunnen aan de omgevingsvergunning voorwaarden worden verbonden. Tot deze voorwaarden kunnen in ieder geval behoren: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige; c. de in sublid 9.2.1 onder a. genoemde verplichting geldt niet voor de vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de bestaande oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.

9.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.3.1

Omgevingsvergunningplicht

In het belang van de archeologische monumentenzorg en ter voorkoming van onevenredige aantasting van aanwezige archeologische verwachtingswaarden, is het verboden, behoudens het bepaalde in sublid 9.3.2, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren over een oppervlakte van meer dan 250 m2: a. graafwerkzaamheden en het roeren van gronden, dieper dan 0,3 m; b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; c. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen en het aanleggen van drainage, dieper dan 0,3 m; d. het aanbrengen ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmede verband houdende constructies, dieper dan 0,3 m; e. het graven, vergraven, vergroten van watergangen en waterpartijen, dieper dan 0,3 m; f. het ophogen en egaliseren van gronden; g. het dempen van watergangen en waterpartijen; Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Regels Vaststelling

22

h. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; i. het verhogen of het verlagen van de grondwaterstand. 9.3.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/700/documents/22326