RO-BP-620.102.10 Vaststelling BP Zwaluwpad.pdf
Tekst van het document
Gemeente Hardinxveld-Giessendam Bestemmingsplan ‘Zwaluwpad’ Vaststelling
April 2022
Gemeente Hardinxveld-Giessendam Bestemmingsplan ‘Zwaluwpad’ Vaststelling
Inhoud: - toelichting - regels - verbeelding
werknummer: 620.102.10 datum: Maart 2022 bestand: J:\620\102\10\3.projectresultaat\a.concept Procedureoverzicht Fase
Datum
Voorontwerp
Juli 2021
Ontwerp
November 2021
Vaststelling
KuiperCompagnons BV Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Architectuur, Landschap Rotterdam
Gemeente Hardinxveld-Giessendam Bestemmingsplan ‘Zwaluwpad’ Toelichting
April 2022
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING............................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding .......................................................................................................... 4 1.2 Ligging van het plangebied ........................................................................... 4 1.3 Vigerende plannen ........................................................................................... 4 1.4 Leeswijzer.......................................................................................................... 5 2 GEBIEDSBESCHRIJVING .................................................................................... 6 2.1 Ruimtelijke structuur ...................................................................................... 6 2.3 Bestaande situatie ........................................................................................... 7 3. PLANBESCHRIJVING ........................................................................................... 8 3.1 Algemeen ........................................................................................................... 8 3.2 Stedenbouwkundig plan ................................................................................. 8 3.3 Plansystematiek .............................................................................................
10 4. BELEIDSKADER .................................................................................................... 12 4.1 Rijksbeleid ....................................................................................................... 12 4.2 Provinciaal beleid ........................................................................................... 12 4.3 Regionaal beleid ............................................................................................. 20 4.4 Gemeentelijk beleid ...................................................................................... 22 5 WATER ..................................................................................................................... 26 5.1 Inleiding ........................................................................................................... 26 5.2 Kader ................................................................................................................ 26 5.3 Onderzoek ....................................................................................................... 29 5.4 Conclusie ......................................................................................................... 33 6 ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE ......................................................
34 6.1 Archeologie ..................................................................................................... 34 6.2 Cultuurhistorie ................................................................................................ 38 7. MILIEUASPECTEN ............................................................................................... 40 7.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling ..................................................................... 40 7.2 Akoestisch onderzoek ................................................................................... 41 7.3 Luchtkwaliteit ................................................................................................. 42 7.4 Externe veiligheid .......................................................................................... 44 7.5 Milieuhinder bedrijven .................................................................................. 46 7.6 Flora en Fauna ................................................................................................ 48 7.7 Bodem .............................................................................................................. 52 7.8 Verkeer ............................................................................................................
56 7.9 Duurzaamheid ................................................................................................ 59 7.10 Overige belemmeringen ....................................................................... 60 8 JURIDISCHE OPZET ........................................................................................... 61 8.1 Inleiding ........................................................................................................... 61 8.2 Toelichting op de regels ............................................................................... 61 9 OVERLEG EN INSPRAAK ................................................................................... 65 9.1 Vooraankondiging .......................................................................................... 65 9.2 Inspraak en overleg ...................................................................................... 65 9.3 Ontwerpfase .................................................................................................... 65 10 UITVOERBAARHEID ........................................................................................... 66 10.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ..................................................... 66
10.2 10.3
Financiële uitvoerbaarheid ................................................................... 66 Handhavingsaspecten ........................................................................... 66
SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7: Bijlage 8: Bijlage 9: Bijlage 10: Bijlage 11: Bijlage 12:
Stedenbouwkundig Programma van Eisen, SpaceValue, 21 april 2021 Quickscan flora en fauna, Kingfisher Natuurprojecten, 8 juni 2020 Stikstofberekening, KuiperCompagnons, 2 maart 2022 Archeologisch vooronderzoek, Vestigia, 15 september 2020 Akoestisch onderzoek Benedendijks, KuiperCompagnons, 3 juni 2021 Akoestisch onderzoek Bovendijks, KuiperCompagnons, 3 juni 2021 Verkennend bodemonderzoek, Verhoeven Milieutechniek B.V., 26 mei 2020 Aanvullende bodemonderzoeken, Verhoeven Milieutechniek B.V., 3 september 2020 Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling, KuiperCompagnons, 7 juli 2021 Akoestisch onderzoek t.a.v. kerkgebouw, Voortman Ingenieurs, 13 januari 2022 Nota inspraak- en overlegreacties, 3 december 2021 Nota van beantwoording zienswijzen, 4 april 2022
Afbeelding 1.1: globale ligging van het bestemmingsplangebied in rood
Afbeelding 1.2: globale begrenzing van het bestemmingsplangebied in wit
4
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding Aan het Zwaluwpad, gelegen ten noorden van het lint ‘Buitendams’, aan de westzijde van de kern Hardinxveld-Giessendam, is een agrarisch perceel aanwezig. Door de gemeente Hardinxveld-Giessendam is het perceel aangemerkt als herstructureringslocatie. De eigenaar van de gronden, Blokland Bouwpartners, heeft concrete plannen voor de herinrichting van het perceel met woningbouw, in lijn met de visie van de gemeente. Thans bestaat er een stedenbouwkundig plan dat kaders biedt voor de ontwikkeling van het perceel. Deze ontwikkeling is, op grond van het vigerende bestemmingsplan “Hardinxveld-Giessendam, bebouwd gebied” niet toegestaan. Op dit moment is geen bouwvlak aanwezig en zijn de gronden primair bestemd voor agrarische doeleinden en ontsluiting van het perceel. Om de ontwikkeling toch mogelijk te maken is het voorliggende bestemmingsplan opgesteld.
1.2
Ligging van het plangebied Het voorliggende plangebied is gelegen aan de zuidwestzijde van Hardinxveld-Giessendam, tussen de Bellefleur, Kramsvogel en het Zwaluwpad aan de noordzijde en Buitendams aan de zuidzijde. Aan de noord(west)zijde is de school/kinderopvang Smallsteps Kadoze Kaduize gelegen. Aan de oostzijde grenst het plangebied aan diverse vrijstaande en twee-onder-één kapwoningen langs de Patrijs. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door de percelen aan Buitendams en op het aangrenzende perceel aan de westzijde is een kerk gelegen, met bijbehorende vrijstaande kosterswoning. Het historische lint Buitendams wordt gekenmerkt door vrijstaande en twee-aaneengebouwde woningen.
1.3
Vigerende plannen Voor de in het bestemmingsplan begrepen gronden vigeert momenteel het bestemmingsplan ‘Hardinxveld-Giessendam, bebouwd gebied’, door de gemeenteraad vastgesteld op 30 maart 2017. Daarin is het plangebied voorzien van de enkelbestemmingen ‘Agrarisch’, ‘Verkeer - Verblijfsgebied’, ‘Wonen’ en ‘Water’ en voor een zeer klein gedeelte de bestemmingen ‘Maatschappelijk’ en ‘Tuin’. Voor de agrarische bestemming is een functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch uitgesloten – solitair gebouw’ van toepassing. Tevens zijn de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologische verwachting 2’, ‘Waarde – Archeologische verwachting 4’, ‘Waarde – Archeologische verwachting 9’ en de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – laagvliegroute’ opgenomen in het gebied.
Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Toelichting Vaststelling
5
Afbeelding 1.3: uitsnede vigerend bestemmingsplan
1.4
Leeswijzer
De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit 10 hoofdstukken. Na deze inleiding is in hoofdstuk 2 ingegaan op de context van het plangebied en de bestaande situatie. In hoofdstuk 3 wordt het plan beschreven aan de hand van het Stedenbouwkundig Programma van Eisen en wordt beschreven hoe specifieke aspecten zijn vertaald in de planregels. Hoofdstuk 4 geeft het relevante beleid op Rijks, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau weer. De Hoofstukken 5 t/m 7 gaan in op de onderzoeksaspecten water, archeologie en de verschillende milieuaspecten. In hoofdstuk 8 wordt de juridische opzet van het plan nader toegelicht. De hoofdstukken 9 en 10 gaan over de het proces en uitvoerbaarheid.
Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Toelichting Vaststelling
6
2
GEBIEDSBESCHRIJVING
2.1
Ruimtelijke structuur Ontstaansgeschiedenis De gemeente Hardinxveld-Giessendam maakt deel uit van de Alblasserwaard. De authentieke structuur van het landschap is vaak rechtstreeks te herleiden tot de periode van de Middeleeuwse veenontginningen. Het slagenlandschap van de Alblasserwaard, dat zich manifesteert als een open en weidse polder, werd en wordt nog steeds voornamelijk gebruikt als agrarisch productiegebied in de vorm van veenweiden. Het gebied heeft daarom in cultuurhistorisch opzicht een grote waarde. Hardinxveld en Giessendam behoren tot de oudste ontginningscentra van de Alblasserwaard. Vanuit de oeverwal aan de benedenloop van het veenriviertje de BuitenGiessen zijn in noordwestelijke richting de afwateringssloten gegraven. Aangenomen wordt dat het gebied rond Hardinxveld-Giessendam al in 1270 geheel is ontgonnen. Archeologische vondsten op de oevers van de Buiten-Giessen geven aan dat de eerste intensieve bewoning al plaatsvond in de 11e eeuw. Deze bewoning heeft zich ontwikkeld langs de (Buiten-)Giessen en heeft geleid tot de karakteristieke lintbebouwing op de oeverwallen: een reeks boerderijen die het ontgonnen land aan de achterzijde gebruikten voor agrarische productie. In de loop de eeuwen is de ruimte tussen de boerderijen en de Buiten-Giessen ingevuld met bebouwing.
Door inklinking van de polders en verzanding van de rivier ontstond de noodzaak om het ontgonnen land te beschermen tegen overstromingen bij hoogtij. De rivier de Merwede werd bedijkt en in de Giessen werd een dam aangelegd om Giessendam buiten de getijden van de rivier te houden: Giessendam was een feit. Hardinxveld-Giessendam maakt deel uit van een langs de rivier gelegen ‘verstedelijkingsreeks’ vanaf Gorinchem tot aan Rotterdam. De ontwikkeling van deze ‘bandstad’ kan gerelateerd worden aan de aanleg van de infrastructuur aan het eind van de 19e en in de loop van de 20e eeuw. De belangrijke economische aders zijn de spoorlijn, de auto(snel)wegen en de Merwede. De kernen hebben zich vanaf hun ontstaan in de 13 e eeuw tot de 20e eeuw nauwelijks ontwikkeld. Er heeft voornamelijk verdichting plaatsgevonden in de lintbebouwing. De industrialisatie en de mobiliteitstoename hebben Hardinxveld en Giessendam in de 20e eeuw explosief doen groeien. De kernen van Giessendam en Neder-Hardinxveld zijn aan elkaar gegroeid, terwijl Boven-Hardinxveld een kleine afzonderlijke kern is gebleven. In 1957 zijn de gemeenten samengevoegd tot de gemeente Hardinxveld-Giessendam. De historische ontwikkeling is nog steeds goed waarneembaar en bepaalt in grote mate het karakter van de gemeente.
Hardinxveld-Giessendam heeft zich in de laatste decennia van de 20e eeuw voornamelijk in westelijke richting uitgebreid met de woonwijken West I en II en De Blauwe Zoom.
Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Toelichting Vaststelling
7
2.3
Bestaande situatie Het Zwaluwpad bevindt zich tussen het historisch dijklint Buitendams aan de zuidzijde en woonwijk de Blauwe Zoom ten noorden van het plangebied. De Blauwe Zoom is gebouwd op het voormalige slagenlandschap aan de westzijde van Hardinxveld-Giessendam en heeft een herkenbaar waterrijk karakter. De totale woonwijk bestaat uit ongeveer 650 koop- en huurwoningen, een sporthal en een treinstation. In de directe omgeving van het plangebied zijn een school/kinderopvang, een kerk en diverse vrijstaande en twee-onder-éénkapwoningen gelegen. Buitendams ligt ten zuiden van het plangebied, parallel aan de Buitengiessen en vormt één van de historische dijklinten van Hardinxveld-Giessendam. Vanwege het smalle wegprofiel heeft de weg een beperkte capaciteit. De weg is daarom gecategoriseerd als erftoegangsweg en kent een maximumsnelheid van 30 km/h. Plangebied Het perceel wordt ontsloten aan de noordzijde, via de bestaande ontsluitingsweg Zwaluwpad, en aan de zuidzijde, via de Buitendams. Het gebied is momenteel niet in gebruik en ligt braak (afbeelding 2.1). Het plangebied kent een flink hoogteverschil (afbeelding 2.1). Het historisch lint Buitendams is gelegen op +4,0 m NAP, terwijl de gronden ten noorden met een steile helling aflopen naar een NAP van -1,0 meter.
De gronden waar een voormalig agrarisch perceel aanwezig was en enkele paarden stonden, zijn in eigendom van de ontwikkelaar en bedragen in totaal circa 0,68 hectare. Naast dit perceel ligt er ook een deel van het naastgelegen perceel in het plangebied, wat eigendom is van de gemeente Hardinxveld-Giessendam. De bomen op het perceel zijn enige tijd gelegen gerooid. De watergangen rondom het perceel worden meegenomen in dit bestemmingsplan.
Afbeelding 2.1: impressie bestaande situatie plangebied
Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Toelichting Vaststelling
8
3.
PLANBESCHRIJVING In dit hoofdstuk worden de belangrijkste uitgangspunten uit het stedenbouwkundig plan voor voorliggend bestemmingsplan verwoord. Het Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) is opgenomen als bijlage 1 bij deze toelichting.
3.1
Algemeen Door het perceel aan het Zwaluwpad te transformeren naar woongebied gaat het gebied een schakel vormen tussen De Blauwe Zoom en de verdichtingsopgave ten oosten van het plangebied. De ontwikkeling complementeert met het bestaande gebied wat betreft vorm en functie. Zo wordt in een autoluwe, doodlopende weg voorzien, passend bij het karakter van het gebied. Rondom het gebied is een waterstructuur gelegen, die de nieuwe woningen passend aansluit op de omgeving. Er wordt aangesloten op de bestaande karakteristiek van het lint wat betreft vorm en functie door het toevoegen van woningbouw met eenzelfde goothoogte, iets verspringende voorgevellijn en architectuur passend bij de karakter van het gebied.
3.2
Stedenbouwkundig plan Hoofdstructuur en bouwvelden Het programma voor de woningen aan het Zwaluwpad bestaat uit 16 grondgebonden woningen en 6 appartementen. Het plangebied bestaat uit vier bouwvelden, met elk 4 tot 6 woningen en een eigen woningtypologie. De grondgebonden woningen staan aan de achterzijde in connectie met het water, waardoor een aantrekkelijk woonklimaat wordt gecreëerd. De grondgebonden woningen zijn allen georiënteerd op het doorgetrokken Zwaluwpad, dat zal fungeren als autoluwe woonstaat voor bestemmingsverkeer (zie afbeelding 3.1). De appartementen zijn verdeeld over drie verdiepingen, waarvan de entree zich aan de Buitendams bevindt (afbeelding 3.2). Via de entree is het trappenhuis aan de achterzijde bereikbaar. De appartementen variëren in grootte van 57 m 2 en 62 m2 BVO. De appartementen hebben een balkon dat uitkijkt op de gezamenlijke binnentuin, die ten noorden van het gebouw wordt gerealiseerd. Tot slot krijgt elk appartement een eigen berging aan de achterzijde van het gebouw, op een lager niveau beneden de dijk. Wonen In het plangebied zijn in totaal vier verschillende typologieën voorzien, te weten tweeonder-één-kapwoningen, rijwoningen/hoekwoningen, patiowoningen en appartementen.
De grondgebonden woningen worden reguliere koopwoningen en de appartementen zijn bedoeld voor starters, deze zullen dan ook behoren tot het segment betaalbare koop/huur.
Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Toelichting Vaststelling
9
Afbeelding 3.1 Stedenbouwkundig plan (maart 2021, SpaceValue)
Afbeelding 3.2 Plattegrond appartementen aan de dijk (2802 Ontwerpt en Adviseert)
Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Toelichting Vaststelling
10
Stedenbouwkundige inpassing Ter plaatse van de grondgebonden twee-onder-één kap en rijwoningen is de maximale bouwhoogte 2 bouwlagen met een kap. De patio’s krijgen een geringe hoogte van 1 tot maximaal 2 lagen, om het open karakter van het gebied te behouden. Het appartementengebouw wordt in de bestaande structuur gevoegd. Daarbij krijgt het gebouw één laag met kap, met een iets afwijkende voorgevellijn ten opzichte van de naastgelegen woningen. Het volume dient zich te verhouden tot de bebouwing aan de Buitendams. In volume betekent dat een iets verhoogde begane grond laag (bel-etage), met daarboven een bewoonbare kap. Het ontwerp zorgt ervoor dat de appartementen aan de Buitendams ogen als een woongebouw dat in maat, schaal en architectuur past in het straatbeeld. Ook de architectuur wordt passend aangesloten op de bestaande bebouwing in de omgeving. Het appartementengebouw wordt opgedeeld in drie kenmerkende bouwdelen: een plint, een voorgevel en een kap, allen in afwijkende kleurstelling. Ontsluiting en parkeren Het plangebied wordt ontsloten door het Zwaluwpad te verlengen in de vorm van een doodlopende straat. De ontsluiting vindt enkel plaats via het Zwaluwpad, in het verlengde van de Ekster aan de noordzijde van het plangebied.
Via de Ekster, Schapedrift en Weideveld wordt het plangebied ontsloten naar treinstation Hardinxveld Blauwe Zoom en het centrum van Hardinxveld-Giessendam. Hiermee wordt de Buitendams niet belast met extra verkeersbewegingen ten gevolge van de ontwikkeling. Parkeren vindt plaats op eigen terrein alsook in de openbare ruimte. Door de positionering van de woningen is het mogelijk om te voorzien in ruim voldoende parkeergelegenheid. De twee-onder-één-kapwoningen krijgen twee parkeerplaatsen op eigen terrein. De hoekwoningen en patiowoningen krijgen elk één parkeerplaats op eigen terrein. Halverwege (aan de oostzijde) en aan de zuidkant van het plangebied zijn twee parkeerkoffers gesitueerd. Er zijn een aantal parkeerplaatsen voorzien aan de voorzijde van het appartementengebouw, direct bereikbaar vanaf de Buitendams. De overige parkeerplaatsen ten behoeve van de appartementen bevinden zich in de parkeerkoffers beneden aan de dijk en zijn via een loopbrug in de binnentuin bereikbaar. Op het aspect parkeren wordt nader ingegaan in paragraaf 7.8. 3.3
Plansystematiek In hoofdstuk 8 wordt uitgebreid ingegaan op de juridische regeling. In deze paragraaf wordt kort ingegaan op de plansystematiek en wijze van bestemmen, voor zover deze een directe relatie heeft met het SPvE en de verkavelingsopzet. Bestemmingsregeling Het plan gaat uit van bestemmingsvlakken die aansluiten op de kavels van de geprojecteerde woningen. Door de openbare ruimte, achterpaden en parkeervoorzieningen is de bestemming Verkeer-Verblijfsgebied opgenomen. Groene ruimte en oevers zijn voorzien van de bestemming ‘Groen’. Hiermee vormt het bestemmingsplan een helder ruimtelijk kader waarin de hoofdstructuur is vastgelegd. Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Toelichting Vaststelling
11
Binnen de bestemming Wonen zijn bouwstroken opgenomen. Binnen iedere strook is een maximum aantal woningen opgenomen. Het vastleggen van het aantal woningen zorgt dat de opzet van het plan aansluit bij de verkaveling uit de bouwveldenkaart. Hierdoor wordt gewaarborgd dat de toekomstige situatie aansluit bij de akoestische berekeningen die zijn uitgevoerd. Hierdoor wordt voorkomen dat een te grote wijziging in het plan leidt tot andere akoestische situatie. De gronden voor de voorgevellijn van het appartementengebouw zijn conform de gemeentelijke systematiek bestemd als ‘Tuin’. Ook de gezamenlijke binnentuin, met de bijbehorende bergingen, krijgt een tuinbestemming.
Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Toelichting Vaststelling
12
4.
BELEIDSKADER
4.1
Rijksbeleid Het Rijk heeft haar ruimtelijk beleid vastgelegd in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De leidende gedachte van het rijksbeleid is ruimte maken voor groei en beweging, waarbij het Rijk zich vooral concentreert op decentralisatie. De verantwoordelijkheid wordt verplaatst van Rijksniveau naar provinciaal en gemeentelijk niveau. In het rijksbeleid worden dan ook geen specifieke uitspraken gedaan met betrekking tot het voorliggende projectgebied.
4.2
Provinciaal beleid Omgevingsbeleid Zuid-Holland Op 20 februari 2019 heeft de provincie Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Daarnaast zijn in het Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma’s en –plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Uit de provinciale opgaven worden samenhangende beleidskeuzes gemaakt, die doorwerken naar uitvoeringsprogramma’s en naar regels in de verordening. De ruimtelijke hoofdstructuur maakt met een integraal kaartbeeld inzichtelijk hoe de strategische beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie ruimtelijk samenkomen. Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Zuid-Holland Door het samenvoegen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving sorteert de provincie voor op de Omgevingswet.
De Omgevingswet verplicht het Rijk, de provincies en gemeenten een omgevingsvisie te maken. De provinciale Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: • Een beschrijving en kaartbeelden van de ruimtelijke hoofdstructuur; • De ontwikkelrichting van het omgevingsbeleid: ambities en sturing • Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; • De samenhangende beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving.
Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Toelichting Vaststelling
13 Ad. 1 Ruimtelijke hoofdstructuur
Ad. 2 Omgevingsbeleid: ambities en sturing De ambitie van de provincie is een slim, schoon en sterk Zuid-Holland. De provincie gaat uit van zes richtinggevende ambities, waarbinnen een aantal opgaven zijn geformuleerd: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Naar een klimaatbestendige delta Naar een nieuwe economie: the next level Naar een levendige meerkernige metropool Energievernieuwing Best bereikbare provincie Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving
Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Toelichting Vaststelling
14 Ad. 3 Omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan: het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Ofwel een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). De omgevingskwaliteit bestaat uit de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland, het toepassen van de leefomgevingstoets (beleidscyclus en monitoring) en een nadere uitwerking van het provinciale beleid. Dit laatste gebeurt door middel van een ‘kwaliteitskaart’ en bijbehorende ‘richtpunten ruimtelijke kwaliteit’. Kwaliteitskaart, richtpunten en gebiedsprofielen De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en omgevingskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit.
Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten (de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving), samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. Ontwikkelingen moeten rekening houden met deze richtpunten. De kwaliteiten zijn uitgewerkt in de gebiedsprofielen. Het plangebied is opgenomen in vier kwaliteitskaarten. In de laag van de ondergrond is het plangebied aangeduid als ‘Rivierdeltacomplex – rivierklei / veen. Richtpunt is dat ontwikkelingen in het rivierengebied het verschil tussen komgronden en oeverwallen herkenbaar wordt gehouden. Voorgenomen ontwikkeling heeft hier geen invloed op.
Afbeelding 4.1: uitsnede Kwaliteitskaart, laag van de cultuur- en natuurlandschappen
Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Toelichting Vaststelling
15 In de laag van de cultuur- en natuurlandschappen is het plangebied aangeduid als ‘Veen(weide)landschap’. Richtpunten in veenlandschappen zijn: • Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden. • Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen. • Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden. • Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders. • Nieuwe agrarische bedrijven liggen aan bestaande ruilverkavelingslinten of op een zeer goed bereikbare locatie voor zwaar verkeer. Ze vormen visuele eilanden in het veenweidelandschap door stevige, passende beplanting en een ligging op ruime afstand van elkaar. Daarnaast ligt er ten zuiden van het plangebied een dijklint (Buitendams). Voor dijklinten gelden de volgende richtpunten: • Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. • Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst. • Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend.
• Bij grootschalige ontwikkelingen blijft het lint herkenbaar als bebouwingsvorm. Dit betekent dat op gepaste afstand van het lint gebouwd wordt, waarbij het landschap, het lint en de nieuwe ontwikkeling bepalend zijn voor deze afstand. Het lint behoudt zijn eigen gezicht. Het stedenbouwkundig plan sluit voor zover mogelijk aan bij de kenmerkende landschapselementen uit het veenlandschap. Er wordt geen nieuwe bebouwing of bouwwerken in een veenweidepolder gebouwd: er is sprake van inbreiding in het bestaand bebouwd gebied. Daarnaast sluit het plan aan op de karakteristiek van het lint en blijft het kenmerkende hoogteverschil behouden.
Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Toelichting Vaststelling
16
Afbeelding 4.2: uitsnede Kwaliteitskaart, laag van de stedelijke occupatie
In de laag van de stedelijk occupatie is het plangebied aangeduid als ‘Steden en dorpen’. Relevante richtpunten voor voorgenomen ontwikkeling zijn: • •
Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur.
De nieuwe bebouwing past qua maat en schaal in de bestaande woonomgeving. Er wordt een mix van woningtypen gerealiseerd wat bijdraagt aan de gevarieerde samenstelling van de wijk. Door het toevoegen van grondgebonden woningen omrand door water en groen draagt het plan bij aan de versterking van de bestaande groen- en waterstructuur in de wijk. Door middel van de architectuur en ruimtelijke inpassing van het plan wordt een bijdrage geleverd aan de identiteit van Buitendams als woonlint met voornamelijk één bouwlaag met kap en zorgvuldige detaillering in de gevel. In de laag van de beleving is de zuidelijk gelegen Buitendams aangemerkt als ‘Fiets- en wandelroute’. De provincie richt zich hier op het voorkomen van (nieuwe) obstakels en omwegen in het recreatief netwerk. Recreatieve voorzieningen worden zoveel mogelijk gekoppeld aan recreatieknooppunten in het recreatieve netwerk. Waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van het cultuurhistorisch erfgoed of andere recreatief interessante locaties. Het lint is niet gelegen binnen voorliggend plangebied. Het perceel betreft geen recreatief interessante locatie of cultuurhistorisch waardevolle kenmerken. Er zullen geen obstakels en/of omwegen in het recreatief netwerk ontstaan. Ad. 4 Beleidskeuzes De provincie heeft 12 provinciale opgaven gedefinieerd, die elk bestaan uit samenhangende beleidskeuzes.
Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma’s en regels in de verordening. Hieronder zijn de voor het plangebied relevante opgaven uiteengezet. Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Toelichting Vaststelling
17 Gezondheid en veiligheid Zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving en het beperken van hinder. Ruimte en verstedelijking Zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied. Bodem en ondergrond Zorgen voor een duurzaam, veilig en efficiënt gebruik van bodem en ondergrond. Energievoorziening Bevorderen van een betrouwbare, duurzame en efficiënte energievoorziening met een minimale uitstoot van broeikasgassen. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de ontwikkeling van een gezonde en veilige leefomgeving en zorgvuldig ruimtegebruik. De diverse relevante milieuaspecten worden in hoofdstuk 7 verder uiteengezet en afgewogen. Voorgenomen ontwikkeling draagt dus bij aan sommige provinciale opgaven en vormt geen belemmering voor de andere provinciale opgaven. Programma Ruimte Het Programma ruimte is parallel aan de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening opgesteld. Het Programma ruimte bevat een nadere invulling en operationalisering van ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie. Het is enerzijds een beleidsdocument, namelijk uitwerking van de beleidsbeslissingen, en anderzijds gericht op uitvoering. Het document is toegespitst op de thema’s Bebouwde ruimte en mobiliteit, Landschap, groen en erfgoed en Water, bodem en energie.
Ten aanzien van het voorliggende plangebied worden geen specifieke uitspraken gedaan in het Programma Ruimte. Conclusie De ontwikkeling van het Zwaluwpad past binnen het provinciale beleid. Het beleid van de provincie Zuid-Holland vormt zodoende geen belemmering voor de ontwikkeling. Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking Op 1 juli 2017 is de Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid twee Bro). De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een woongebied of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Toetsing aan de nieuwe Ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Toelichting Vaststelling
18
Indien een bestemmingsplan wijzigingsbevoegdheden of uitwerkingsplichten bevat, kan bij het moederplan worden bepaald dat de Laddertoets zich niet richt op de toelichting bij het moederplan, maar op de toelichting bij het wijzigings- of uitwerkingsplan.
Afbeelding 4.3: uitsnede Programma Ruimte (Kaart 1). De globale ligging van het plangebied is zwart omkaderd.
Behoefte De beoogde ontwikkeling maakt de realisatie van maximaal 22 woningen mogelijk. Uit de Woningbehoefteraming (WBR) van de provincie Zuid-Holland blijkt dat tot 2025 voor de gemeente Hardinxveld-Giessendam een gewenste woningvoorraadtoename van 420 woningen is opgenomen (afbeelding 4.4). In de periode 2025 tot 2030 zijn nog eens 390 woningen voorzien. Voorliggend plan draagt bij aan de realisatie van deze behoefte.
Afbeelding 4.4: uitsnede Woningbehoefteraming Provincie Zuid-Holland 2019
Aanvullend op en binnen de kaders van deze regionale Woonvisie heeft de gemeente Hardinxveld-Giessendam een lokale uitvoeringsparagraaf opgesteld. Hierin worden de regionale ambities verbonden met lokale wensen en mogelijkheden. De lokale uitvoeringsparagraaf concretiseert het woningbouwprogramma.
Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Toelichting Vaststelling
19
In deze uitvoeringsparagraaf beoogt de gemeente voldoende woningen te bouwen voor de lokale behoefte, maar liefst meer om bij de dragen aan de kwalitatieve regionale ambitie. Nieuwbouw wordt zo veel mogelijk ingepast binnen de bestaande bebouwingscontouren. De gemeente wil kwalitatief goede woningen toevoegen, in verschillende woonmilieus. De gemeente zet primair in op duurdere koopwoningen, zodat voldoende doorstroming mogelijk is en jongeren in de gemeente meer kansen krijgen. Omdat doorstroming moeilijk te sturen is zullen in beperkte mate ook woningen in het middensegment gewenst zijn, tussen sociale huur en betaalbare koop. Daarbinnen is een deel van de huishoudens aangewezen op sociale huur: voor hen moet voldoende en passend aanbod aanwezig zijn. Voorliggend plan voorziet in 6 rijwoningen, 4 twee-onder-één-kapwoningen, 6 patiowoningen en 6 appartementen. Hiermee voorziet het plan in een gemixt, kleinschalig woningbouwprogramma passend in de bestaande structuur van de wijk en in lijn met zowel de regionale als gemeentelijke woningbehoefte. Bestaand stedelijk gebied De beoogde ontwikkeling is gelegen in bestaand stedelijk gebied (bebouwde ruimte). Hierdoor voldoet de ontwikkeling aan de eis zoals gesteld door de ladder voor duurzame verstedelijking.
Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Toelichting Vaststelling
20
4.3
Regionaal beleid Visie 2030 Alblasserwaard Vijfheerenlanden De Visie 2030 is in 2011 uitgewerkt tussen de gemeenten in de AlblasserwaardVijfheerenlanden. In 2012 hebben de acht betrokken gemeenteraden de hoofdlijnen van de Visie 2030 vastgesteld. Deze is verdeeld in een manifest en een regioscenario. In het manifest worden de hoofdlijnen van de visie beschreven. Het regioscenario is hiervan een nadere uitwerking. Verschillende beleidsthema’s worden behandeld, waaronder de economische ontwikkeling van de regio. Groeiagenda Drechtsteden Voor krachtige, economische groei in de Drechtsteden blijft de regio stevig inzetten op een goede bereikbaarheid, goed wonen en werken. Daarom is door de colleges en het Drechtstedenbestuur de ‘Groeiagenda 2030’: Goed leven in de Drechtsteden opgesteld. In totaal willen de Drechtsteden doorgroeien naar een gebied van meer dan 300.000 inwoners, met 30.000 nieuwe banen en 25.000 nieuwe woningen. Hiermee wil de regio zorgen voor een goed leven in de Drechtsteden en een bijdrage leveren aan een sterker Nederland. Daarnaast heeft de Regio Drechtsteden-Gorinchem onlangs een Regio Deal ontvangen. De Regio Deal van 22,5 miljoen euro is bedoeld om onder andere het onderwijs beter aan te laten sluiten op de arbeidsmarkt in het gebied. Maar ook is de Regio Deal-subsidie voor verbetering van oevers, woningbouw en om bedrijven te laten innoveren.
In de groeiagenda zijn een aantal concrete thema’s benoemd waar de komende jaren kansen en mogelijkheden voor economische groei. Een daarvan is het creëren van ‘goed wonen’: de regio wil doorgroeien naar meer dan 300.000 inwoners met een evenwichtige verdeling in woonsegmenten, duurzame, gezonde woongebieden, benutting van unieke gebiedskwaliteiten, de transformatie van kwetsbare wijken, interactiemilieus in de binnenstad en een compleet voorzieningenaanbod. Met de ontwikkeling van 22 woningen aan het Zwaluwpad wordt ruimte geboden aan nieuwe de regionale groeiopgave, met aandacht voor de bestaande gebiedskwaliteit en duurzaamheid. Hiermee wordt bijgedragen aan het vergroten van het kwalitatief woningaanbod in de Drechtsteden. Regionale woonvisie Met de Drechtstedelijke Groeiagenda 2030 wil de regio naar een integrale aanpak van wonen, werken, recreëren, onderwijs en bereikbaarheid. De ‘Woonvisie 2017 – 2031’ beoogt hieraan een inspirerende en uitnodigende bijdrage te leveren. De woonvisie beschrijft dat de gunstige ligging, goede bereikbaarheid, de hoge concentratie MKB en de aanwezigheid van een aantal internationale spelers in de maritieme sector, de Drechtsteden tot een interessant werkgebied maken met een goede uitgangspositie voor toekomstige economische ontwikkeling. Ondanks deze hoge potentie worden deze kwaliteiten nog niet altijd voldoende benut.
De WOZ-waarde van bestaande woningen is laag. Kwalitatief hoogwaardige woningbouwlocaties langs het water of nabij stedelijke voorzieningen komen nog onvoldoende tot ontwikkeling. Huishoudens met een hoger inkomen, die wel in de Drechtsteden zouden willen wonen, kiezen hierdoor eerder voor andere regio’s. Sociaaleconomisch blijven de Drechtsteden achter. De agglomeratiekracht wordt onvoldoende benut. De eerder genoemde goede bereikbaarheid staat onder druk als gevolg van de toename van het verkeer met name op de A15, de A16 en de N3. Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Toelichting Vaststelling
21
In de woonvisie zijn 20 kernpunten opgenomen. Hiermee willen de Drechtsteden zich positioneren als 'de Drechtsteden voor Rotterdam', en een kwalitatief hoog woningaanbod realiseren voor een doelgroep die in een duurder segment, goed bereikbaar, met meer ruimte en met moderne stedelijke voorzieningen in of direct bij Dordrecht, een traditioneel Hollandse stad, wil wonen. De kernpunten richten zich onder andere op een groei van het aantal huishoudens en woningen en het zoeken naar locaties/mogelijkheden om de plancapaciteit te verhogen. Uit de woningbehoeftetabel blijkt dat er met name behoefte is aan koopwoningen in het duurdere segment, om zo een meer evenwicht samengestelde bevolking te realiseren. Daarnaast is er behoefte aan meer groen- en blauw- stedelijk, dorps en landelijk wonen. Met de ontwikkeling van het Zwaluwpad wordt ingespeeld op de regionale groeiopgave. Er worden met name woningen gerealiseerd in een groen stedelijk woonklimaat.
Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Toelichting Vaststelling
22
4.4
Gemeentelijk beleid Structuurvisie Hardinxveld-Giessendam 2030 De gemeentelijke structuurvisie, die op 19 februari 2015 is vastgesteld, is een ruimtelijke ontwikkelingsvisie met een richtinggevend en programmatisch karakter die integrale keuzes bevat voor de hoofdlijnen van beleid voor de komende periode. De structuurvisie bouwt voort op de Visie Hardinxveld-Giessendam, die op 22 maart 2012 na een zeer interactief traject met de bevolking is vastgesteld. De structuurvisie vertaalt deze visie naar de ruimtelijke ontwikkeling van Hardinxveld-Giessendam. De structuurvisie, die vooruitkijkt tot 2030, is eveneens een integraal document en heeft als doel om de verschillende belangen, bijvoorbeeld tussen landschap, woningbouw, maatschappelijke voorzieningen en werkgelegenheid zorgvuldig af te wegen. De structuurvisie biedt een kader waarin aanspraken op de ruimte kunnen worden afgestemd en gecombineerd. Deze structuurvisie is vooral gericht op behoud en verbetering van de bestaande ruimtelijke en sociale kwaliteiten. Daarnaast is de structuurvisie gericht op het versterken en behouden van de leefbaarheid.
In de structuurvisie wordt gestuurd op ruimtelijke structuren: waar gebeurt wat, op welke manier, op welk moment en waarom? De structuurvisie is bedoeld om voor de langere termijn ruimtelijke samenhang tot stand te brengen en bezit daarom een zekere mate van globaliteit en abstractie. Het vormt de basis voor het toekomstig beleid; ter uitwerking van de structuurvisie kunnen gebiedsvisies, masterplannen en bestemmingsplannen worden opgesteld en concrete (plan)ontwikkelingen in gang worden gezet. Op de woningmarkt van Hardinxveld-Giessendam is sprake van een beperkte doorstroming. Op 27 juni 2019 heeft de raad de Lokale paragraaf Wonen vastgesteld. Eén van de belangrijke speerpunten hierin is het behouden van jongeren. Dit is van belang voor de leefbaarheid in de kernen, voor de kenmerkende sociale cohesie van HardinxveldGiessendam en voor het behoud van werkgelegenheid. Om de doorstroming op de woningmarkt te bevorderen, zet de gemeente waar mogelijk en gewenst in op herstructurering van bestaande wijken. Naast de grote uitbreidingslocaties komen er met regelmaat (inbreidings-)locaties vrij, bijvoorbeeld door het uitplaatsen van hinderlijke bedrijvigheid. Aan Buitendams liggen een aantal locaties die aantrekkelijk zijn om te wonen, maar nu nog worden bezet door milieuhinderlijke bedrijven. Deze bedrijven passen niet meer in een woongebied.
Ze veroorzaken overlast door de bedrijfsactiviteiten of het vrachtverkeer of ze ondervinden zelf hinder doordat uitbreidingsmogelijkheden ontbreken. Waar mogelijk werkt de gemeente mee aan deze verplaatsingen waarbij op de vrijgekomen locaties woningbouw kan worden mogelijk gemaakt.
Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Toelichting Vaststelling
23
Afbeelding 4.2: uitsnede kaart ‘Initiatiefgebieden’, uit de Structuurvisie Hardinxveld-Giessendam 2030 (de ligging van het plangebied is zwart omcirkeld).
Voorliggend plan is gelegen op voormalige agrarische gronden, waar lange tijd paarden hebben gestaan. De agrarische activiteiten op de locatie zijn gestaakt, waarna het perceel braak is komen te liggen. Met het realiseren van woningbouw wordt voorzien in herbestemming van het perceel binnen bestaand stedelijk gebied. Dit is in lijn met de visie van de gemeente om op vrijgekomen bedrijfspercelen woningbouw mogelijk te maken op inbreidingslocaties. De agrarische gronden zijn in de structuurvisiekaart ‘Initiatiefgebieden’ aangeduid als herstructureringslocatie: een locatie waar een andere inrichting, typologie of functieverandering gewenst is. Voorliggend plan sluit hier op aan. De Buitendams, ten zuiden van het plangebied, vormt één van de historische linten van Hardinxveld-Giessendam. De grondgebonden woningen worden aan de noordzijde ontsloten, via het Zwaluwpad. Omdat de ontsluiting van deze woningen op een andere manier is geborgd, blijft het gebied boven aan de dijk over als ‘restlocatie’. Door dit perceel in te vullen met woningbouw, georiënteerd op de Buitendams, wordt voorzien in herbestemming van het perceel binnen bestaand stedelijk gebied. Door beperkte parkeerplaatsen te realiseren aan de Buitendams blijft de impact op het lint beperkt. Verkeersbeleid In 2012 is het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoerplan (GVVP) vastgesteld.
Het doel van dit plan is het vastleggen van het beleid op het gebied van verkeer en vervoer in de gemeente Hardinxveld-Giessendam voor de periode 2012 tot 2022, dat aansluit bij de ambities en speerpunten die de gemeente heeft, maar tevens past binnen de kaders die hogere overheden in hun beleid stellen. Deelaspecten van het beleidsterrein verkeer en vervoer en raakvlakken met andere beleidsterreinen worden in dit plan bij elkaar gebracht, wat resulteert in een integrale visie op verkeer- en vervoerbeleid in de gemeente HardinxveldGiessendam. Om uitvoering te geven aan het opgestelde gemeentelijke beleid wordt het plan vergezeld van een uitvoeringsprogramma met daarin maatregelen en projecten. Het gebied wordt ontsloten door de bestaande ontsluitingsweg Zwaluwpad te verlengen in zuidelijke richting. Daarmee worden de nieuwe woningen aangesloten op de bestaande wegenstructuur van woonwijk De Blauwe Zoom, ten noorden van het plangebied. Via de Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Toelichting Vaststelling
24
Ekster, Schapedrift en Weideveld wordt het plangebied ontsloten naar treinstation Hardinxveld Blauwe Zoom en het centrum van Hardinxveld-Giessendam. De appartementen zijn zowel bereikbaar via het Zwaluwpad aan de noordzijde als via de Buitendams aan de zuidzijde. Aan de voorzijde wordt voorzien in een zestal parkeerplaatsen ten behoeve van bezoekers. Overige auto’s van bewoners parkeren aan de achterzijde van het perceel, bereikbaar via het Zwaluwpad. Voor deze parkeerplaatsen blijft de Buitendams ongemoeid en zal de ontwikkeling beperkt effect hebben op de capaciteit van deze weg. Parkeren wordt gerealiseerd door middel van parkeerkoffers en parkeerplaatsen op eigen terrein. Voor een veilige en herkenbare weginrichting is het belangrijk dat alle wegen zoveel mogelijk worden ingericht conform de Essentiële HerkenbaarheidsKenmerken (EHK). Volgens de principes van Duurzaam Veilig moet een weggebruiker bijna als vanzelf het gewenste gedrag op een bepaald type weg vertonen. De EHK maken de wegcategorieën voor de weggebruiker beter herkenbaar. Groenbeleidsplan Het groenbeleidsplan vormt de basis voor het gemeentelijk groenbeleid op de langere termijn. In het plan zijn randvoorwaarden en uitgangspunten geformuleerd die dienst kunnen doen als toetsingskader waar het gaat om belangenafwegingen tussen het groen enerzijds en andere aspecten anderzijds.
Het plan is richtinggevend en heeft een vergelijkbare status als andere gemeentelijke beleidsplannen. Ten aanzien van het voorliggende plangebied worden geen specifieke uitspraken gedaan. Bomenbeleidsplan en Groene Kaart Het bomenbeleidsplan (en de daarbij behorende Groene Kaart) vormt een uitwerking van het Groenbeleidsplan en geeft invulling aan de wens om de bomenverordening te vereenvoudigen. Op de Groene Kaart zijn de bomen die zich binnen de belangrijkste boomstructuren van de gemeente bevinden en bomen met een bijzondere status opgenomen. De laatstgenoemde bomen staan op de lijst waardevolle bomen. Voor het plangebied zijn in het Bomenbeleidsplan en op de Groene Kaart geen concrete uitgangspunten opgenomen.
Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Toelichting Vaststelling
25
Afbeelding 4.5: uitsnede Groene Kaart, de globale ligging van het plangebied is zwart omkaderd
Afbeelding 4.5: uitsnede kaart bomenbeleidsplan, de globale ligging van het plangebied is zwart omkaderd
In het plangebied zijn geen waardevolle bomen of houtopstanden aanwezig. Op het naastgelegen terrein staan twee waardevolle bomen. Deze staan echter op voldoende afstand van de erfgrens zodat deze geen schade ondervinden van de ontwikkeling. Het bomenbeleidsplan vormt geen belemmering voor het voorliggende plan.
Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Toelichting Vaststelling
26
5
WATER
5.1
Inleiding Op grond van de “Handreiking Watertoets 2; samenwerken aan water in ruimtelijke plannen” alsmede artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening dient bij het opstellen van bestemmingsplannen in een vroegtijdig stadium overleg plaats te vinden met de betrokken waterbeheerder. Daarnaast worden initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen verplicht “een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding” (3.1.6. eerste lid, sub b Besluit ruimtelijke ordening) op te nemen in de toelichting van bestemmingsplannen. Dat betekent dat elk plan moet worden voorzien van een zogenoemde “waterparagraaf”, die tenminste de volgende elementen bevat: • een omschrijving van de te verwachten effecten van de ruimtelijke ingreep op de waterkeringszorg en de waterhuishouding. Het inundatierisico en de consequenties voor de waterkwantiteit, de waterkwaliteit en de riolering worden behandeld; een beschrijving van de wijze waarop de initiatiefnemer het wateradvies van de waterbeheerder(s) heeft verwerkt. Indien wordt afgeweken van het wateradvies dient daarvoor een motivering te worden opgenomen; • een beschrijving van de wijze waarop het wateradvies vertaald wordt naar de regels en de verbeelding geometrische plaatsbepaling.
5.2
Kader Europees en rijksbeleid Nationaal Waterplan De waterplannen geven het landelijke, respectievelijk regionale (strategische) waterbeleid weer. Voor het rijk is dit vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP). Het NWP geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid. Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015 en vervangt dit plan én de partiële herzieningen hiervan. Het NWP is op 10 december 2015 door de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken vastgesteld. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. Het NWP is zelfbindend voor het Rijk. Het Rijk is in Nederland verantwoordelijk voor het hoofd- watersysteem. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. Binnen de planperiode gaan realistische maatregelen in uitvoering die een antwoord bieden op de opgaven voor de korte termijn en voldoende mogelijkheden openlaten om op langere termijn verdere stappen te zetten. Het kabinet sluit daarmee aan bij de resultaten van het Deltaprogramma. Met deze handelwijze is Nederland koploper en toonaangevend voorbeeld in de wereld.
Met dit Nationaal Waterplan voldoet Nederland aan de Europese eisen die voortvloeien uit de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Richtlijn Overstromingrisico’s (ROR) en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM).
Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Toelichting Vaststelling
27
Vanuit de verantwoordelijkheid voor het watersysteem verankert het Rijk de volgende principes: 1. integraal waterbeheer: het kabinet houdt vast aan een integrale aanpak van de wateropgaven, door opgaven op het gebied van waterkwantiteit (waterveiligheid en wateroverlast), waterkwaliteit en gebruik van (zoet)water in natte en droge situaties in samenhang te beschouwen; 2. afwenteling voorkomen: het kabinet wil voorkomen dat waterkwantiteits- en waterkwaliteitsproblemen worden afgewenteld in de ruimte en de tijd, zoals het afwentelen van bovenstrooms veroorzaakte waterkwaliteitsproblemen op benedenstrooms gelegen wateren. Om afwenteling te voorkomen, maken beheerders onderling afspraken over acceptabele hoeveelheden en de kwaliteit van het te ontvangen water. Om afwenteling te voorkomen gelden ook de tritsen vasthoudenbergen-afvoeren en schoonhouden-scheiden-schoonmaken, deze verantwoordelijkheid geldt tevens voor de toekomstige perceeleigenaren; 3. ruimte en water verbinden: bij de aanpak van wateropgaven en de uitvoering van maatregelen vindt vooraf afstemming plaats met de andere relevante ruimtelijke opgaven en maatregelen in het gebied. Het doel is dat de scope, programmering en financiering zo veel mogelijk op elkaar aansluiten of elkaar versterken.
Met deze aanpak is het vaak mogelijk het waterbeheer te verbeteren en tegelijk de economie en de leefomgeving te versterken tegen lagere kosten. Waterwet De Waterwet regelt het beheer van de waterkeringen, het oppervlaktewater en het grondwater, verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening en zorgt voor een eenduidige bestuurlijke procedure en daarbij behorende rechtsbescherming voor besluiten. De Waterwet dient als paraplu om de Kaderrichtlijn Water (KRW) te implementeren en geeft ruimte voor implementatie van toekomstige Europese richtlijnen. De waterschappen hebben een bevoegdheid voor het verlenen van vergunningen voor grondwateronttrekkingen, bemalingen en infiltraties, met uitzondering van onttrekkingen voor drinkwater, koude en warmteopslag en grote industriële onttrekkingen van meer dan 150.000 m3/jaar. Gemeenten hebben verdergaande taken en bevoegdheden in het kader van de zorgplicht voor het inzamelen van afvalwater in de riolering en voor hemelwater en grondwater. Waterbeheer 21e eeuw (WB21) In september 2000 heeft de commissie Waterbeheer 21 e eeuw advies uitgebracht over het toekomstig waterbeheer in Nederland. Belangrijk onderdeel van WB21 is het uitgangspunt van ruimte voor water. Er mag geen afwenteling plaatsvinden. Berging moet binnen het stroomgebied plaatsvinden.
Dit betekent onder andere het aanwijzen en in stand houden van waterbergingsgebieden. Daarnaast wordt verdroging bestreden en worden watertekorten verminderd. Provinciaal beleid Op 29 juni 2016 is het Regionaal waterplan Zuid-Holland 2016-2021 in werking getreden. Het plan is een herziening van het Provinciaal Waterplan Zuid-Holland 2010-2015. Op grond van artikel 4.8 Waterwet dient het waterplan eens in de zes jaar door Provinciale Staten te worden herzien.
Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Toelichting Vaststelling
28
Het Hoofdlijnenakkoord 2015 – 2019 van het college van Gedeputeerde Staten schetst de ambitie om beleid zo veel mogelijk integraal vorm te geven en te anticiperen op de visie die ten grondslag ligt aan de Omgevingswet. Specifiek voor het regionale waterbeleid is hieraan voldaan met de Visie Ruimte en Mobiliteit (VRM) en de Voortgangsnota Europese Kaderrichtlijn Water. Dit maakt een volledig nieuw regionaal waterplan overbodig. Het planherzieningsbesluit bevat geen nieuw beleid. Het verwijst naar de diverse vastgestelde beleidsdocumenten waarin het waterbeleid inmiddels geactualiseerd is opgenomen. Verder benoemt het besluit op welke onderdelen het beleid van het Provinciaal waterplan Zuid-Holland 2010 - 2015 van kracht blijft. Het Regionaal waterplan ZuidHolland 2016-2021 bestaat uit de Visie Ruimte en Mobiliteit, de Voortgangsnota Europese Kaderrichtlijn Water 2015 en het provinciaal Waterplan Zuid-Holland 2010-2015. Beleid waterbeheerder De waterbeheerder ter plaatse van het plangebied is het Waterschap Rivierenland. Daarnaast is de Beneden Merwede inclusief de buitendijks gelegen gronden in beheer bij Rijkswaterstaat. Het Algemeen Bestuur van het Waterschap Rivierenland heeft in november 2015 het Waterbeheerplan 2016-2021 vastgesteld. De doelen in de planperiode zijn onderverdeeld in drie thema’s: waterveiligheid, watersysteem en waterketen.
Waterveiligheid gaat over maatregelen aan dijken en het beheer hiervan. Tevens is het waterschap verantwoordelijk voor voldoende en schoon water in het gehele watersysteem. Er wordt gezorgd voor de aan- en afvoer van water, een goed waterpeil en goede grondwatercondities. Het derde thema hangt hier nauw mee samen, het zuiveren van het water in de waterketen. Daarnaast is het doel dat in 2027 de KRW-doelstellingen voor de waterkwaliteit worden gehaald. Hiervoor is het nodig in de periode 2016 tot en met 2021 een groot aantal maatregelen te treffen om vooral de ecologische waterkwaliteit te verbeteren. Ook het stedelijk gebied zal klimaatbestendig moeten worden gemaakt. Samen met de gemeenten wordt in de planperiode verder ingegaan op de ingeslagen weg om het waterbergend vermogen van stedelijk water te vergroten en de waterkwaliteit te verbeteren. Daarnaast geeft het Waterschap met de gemeenten verder vorm aan de samenwerking in de afvalwaterketen. Gemeentelijk beleid In 2003 hebben gemeente en Waterschap een stedelijk waterplan voor HardinxveldGiessendam opgesteld. In het waterplan staan maatregelen beschreven om het oppervlaktewater te verbeteren. Na vaststelling van het waterplan in 2003 zijn diverse projecten gestart. Deze projecten zijn inmiddels allemaal afgerond. In 2010 en 2011 hebben gemeente en waterschap het waterplan geëvalueerd.
De doelen uit het plan uit 2003 zijn behaald. Met het afronden van het waterplan is het niet zo dat hiermee de taken van gemeente en waterschap zijn afgerond. Er is gewerkt aan een verdere verbetering van de waterhuishouding op straat- en wijkniveau. Waterschap en gemeente hebben begin 2016 beiden extra geld beschikbaar gesteld om aanvullende maatregelen om wateroverlast te beperken en om de (water)systemen robuuster te maken en beter te laten functioneren. Deze maatregelen zijn inmiddels afgerond.
Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Toelichting Vaststelling
29
5.3
Onderzoek Planlocatie De herontwikkelingslocatie is gelegen aan de zuidwestelijke zijde van HardinxveldGiessendam. Het plangebied ligt momenteel braak. Er zijn hoogteverschillen aanwezig door de aanwezigheid van de Buitendams (NAP + 4,0 m). Het noordelijk deel van het plangebied ligt lager (NAP -1,0 m). Ontwikkeling De ontwikkeling omvat de ontwikkeling van een woongebied. De verharding in het gebied neemt toe. Bestaande sloten worden vergraven en anders ingedeeld. Oppervlaktewatersysteem In het plangebied is oppervlaktewater aanwezig. De watergangen bevinden zich primair aan de randen van het gebied. Aan de noordwestzijde van het plangebied is tevens een watergang gelegen die het plangebied doorkruist (afbeelding 5.1).
Afbeelding 5.1: uitsnede Legger Wateren Waterschap Rivierenland
Over de waterhuishoudkundige inrichting in de toekomstige situatie is overleg gevoerd met Waterschap Rivierenland. Het uitgangspunt is om alle watergangen aan de randen van het plangebied te situeren en te verbreden. Het terrein moet worden opgehoogd en voorbelast om het uitgeefbare peil en de zetting te halen. De toekomstige grondgebonden woningen krijgen een peil van -0,60 m NAP. De kruin van de weg is gelegen op -0.85 m NAP. De sloot heeft een zomerpeil van -1.75 m NAP en een winterpeil van -1,80 m NAP. De watergang aan de noordwestzijde zal in noord-zuid richting worden doorgetrokken. De huidige ‘knik’ zal verdwijnen. Ook zal aan de zuidrand van het plangebied een nieuwe watergang worden gerealiseerd, waardoor de bestaande watergangen aan de oost- en westzijde met elkaar worden verbonden.
Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Toelichting Vaststelling
30
Conform de Bodemkaart van Nederland bestaat de bodem ter plaatse uit klei. Er is sprake van grondwatertrap II. Dat wil zeggen dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand van nature minder dan 0,4 m beneden maaiveld ligt. De gemiddeld laagste grondwaterstand varieert tussen de 0,5 m en de 0,8 m beneden maaiveld. De bodem in het plangebied bestaat uit een deklaag van lichte klei (circa een halve meter dik) met daaronder een humusachtige laag op een veenpakket. Waterkwantiteit Voor plannen met een toename aan verhard oppervlak zijn compenserende maatregelen nodig. Bij toename van verharding tot 5.000 m2 in stedelijk en landelijk gebied geldt de vuistregel: 436 m3 waterberging per hectare verharding. In afbeelding 5.2 en 5.3 is de huidige en toekomstige verdeling tussen water, verharding en groen opgenomen. Afbeelding 5.4 toont de watercompensatie-berekening.
Afbeelding 5.2: Verdeling water – verharding – groen in de huidige situatie (bron: SpaceValue)
Bestemmingsplan “Zwaluwpad” Toelichting Vaststelling
31
Afbeelding 5.3: Verdeling water – verharding – groen toekomstige situatie (bron: SPvE, SpaceValue)
Afbeelding 5.4: Berekening watercompensatie (bron: SpaceValue)