Programmabegroting 2024-2027.pdf
Tekst van het document
FTE FTE euro
2023 2023 2023
6,22 4,95 625
Eigen begroting Eigen begroting Eigen begroting
Fte per 1.000 inwoners Fte per 1.000 inwoners Kosten per inwoner
33 Externe inhuur 34 Overhead
% %
2023 2023
3 14
Eigen begroting Eigen begroting
Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen % van totale lasten
Programmabegroting 2024-2027
30
3. Verbonden partijen Verbonden partijen zijn privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. In lijn met de vernieuwde voorschriften van het BBV worden per programma de verbonden partijen vermeld die een relatie hebben tot het betreffende programma. Service Gemeente Dordrecht Risico’s Sinds 1 januari 2022 zijn door de gemeenten in de Drechtsteden samenwerkingsovereenkomst gesloten met de gemeente Dordrecht voor de uitvoering van de bedrijfsvoeringstaken. Dit geldt ook voor onze gemeente. De diensten die wij afnemen waren daarvoor ondergebracht bij de GR Drechtsteden (GRD). De GRD was een verbonden partij, waarbij de kosten in de financiële administratie ook onder die noemer werden verantwoord. Alhoewel de Service Gemeente Dordrecht (SGD) formeel geen verbonden partij is, betalen wij (net zoals eerder het geval was) een bijdrage aan de uitvoering van de bedrijfsvoeringstaken. Ontwikkelingen Eind 2023 wordt gestart met een tussenevaluatie naar de afnemersrelatie met Dordrecht, als onderdeel van de vierjarige afspraken bij de start van de Servicegemeente. Onderdeel van de evaluatie is om inzicht te krijgen in de samenwerking met en ervaren taakuitvoering door de Servicegemeente om tot handvatten te komen voor concrete bijsturing.
Programmabegroting 2024-2027
31
1.10 Paragraaf Lokale Heffingen Algemeen De paragraaf lokale heffingen heeft betrekking op de heffingen waarvan de besteding zowel gebonden als ongebonden is. Voorbeelden van heffingen waarvan de besteding gebonden is, zijn o.a. de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. Heffingen waarvan de besteding ongebonden is zijn o.a. de onroerend zaakbelasting en de hondenbelasting. Deze paragraaf bevat een uiteenzetting van de beleidsvoornemens voor de lokale heffingen, de gemeentelijke inkomsten voor zover deze uit de in Hardinxveld-Giessendam ingevoerde belastingen en retributies voortkomen, een overzicht op hoofdlijnen van de diverse belastingen en heffingen, een aanduiding van de lokale lastendruk, een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid en een overzicht van de kostendekkendheid van de verschillende tarieven. Beleidsvoornemens lokale heffingen De heffing en invordering van belastingen en retributies wordt door de GR SVHW (Gemeenschappelijke Regeling Samenwerkingsverband Vastgoed-informatie Heffing en Waardebepaling) verzorgd. Deze gemeenschappelijke regeling wikkelt ook aanvragen om kwijtschelding af. De heffing en invordering van de leges zoals o.a. de bouwleges wordt door de gemeente zelf verzorgd. In onze gemeente zijn buiten de algemene uitkering uit het gemeentefonds de onroerendzaakbelasting en de rioolheffing en afvalstoffenheffing de belangrijkste inkomsten.
De belastingtarieven zijn voor 2023 geïndexeerd. Met het vaststellen van de verordeningen in de raad van december 2023 zal ook de indexatie voor 2024 worden bepaald. Overzicht gemeentelijke belastingopbrengsten Op grond van artikel 219 van de gemeentewet worden in 2022 in Hardinxveld-Giessendam de volgende belastingen geheven:
Programmabegroting 2024-2027
32
bedragen x € 1.000
Omschrijving
Rekening 2022
Begroting Begroting 2023 2024
Zuivere belastingen Onroerend zaakbelastingen eigenaren
3.469
3.422
3.609
Onroerend zaakbelastingen gebruikers
729
747
779
Hondenbelastingen
85
82
87
Precariobelasting
11
8
24
Bedrijfsinvesteringszone
-1
70
70
4.293
4.329
4.569
Afvalstoffenheffing
2.292
2.300
2.459
Rioolheffing
1.722
1.725
1.629
Subtotaal zuivere belastingen Heffingen
Containerrechten
0
0
0
4.014
4.025
4.088
Leges bouwvergunningen
713
760
361
Leges burgerlijke stand
135
139
139
Begrafenisrechten
298
391
391
Havengelden
36
64
32
Subtotaal heffingen Retributies
Marktgelden
26
31
31
Reclameopbrengsten
33
25
25
Brandweerrechten
0
0
0
1.240
1.410
978
Overige pachten
50
58
59
Overige leges en andere rechten
52
1
1
Subtotaal incl overige retributies
1.342
1.469
1.039
TOTAAL lokale heffingen
9.649
9.824
9.694
Subtotaal retributies
Onroerende zaakbelastingen De (on)roerende zaakbelastingen zijn ondergebracht bij de GR SVHW. Het SVHW verzorgt niet alleen de oplegging en inning van de aanslagen maar houdt tevens de bestanden in verband met de wet WOZ up-to-date. Regelmatig vindt de afdracht van de ontvangen belastingbedragen aan de gemeente plaats. Bij het bepalen van het percentage wordt rekening gehouden met de waardeontwikkeling van de onroerende zaken, zodat per saldo de onroerende zaakbelastingen voor woningen niet meer stijgen dan de inflatie. Hondenbelasting Basis voor deze heffing vormt het bezit van een hond, waarbij voor het bezit van meerdere honden een progressief tarief van toepassing is. Evenals de onroerende zaakbelastingen verzorgt het SVHW de heffing, invordering en actualisering van de bestanden van de hondenbelasting voor ons. De controle is nog wel in handen van de gemeente en geschiedt door een jaarlijkse huis-aan-huis controle met daarnaast een hondenpenningcontrole op straat.
Programmabegroting 2024-2027
33
Precariobelasting Voor het hebben van materialen op (boven en onder) voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond wordt een bedrag geheven van de gebruikers van die grond. Met ingang van 1 januari 2022 mag geen precario meer worden geheven over kabels en leidingen. Daartoe is in voorgaande begrotingen reeds rekening gehouden met een ingroeiscenario, zodat het ramingsbedrag aan precario over kabels en leidingen vanaf 2022 kan worden opgevangen. Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing wordt geheven ter dekking van de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval, waarbij uitgangspunt is dat dit kostendekkend gebeurt. Het SVHW verzorgt de heffing, invordering en actualisering van de bestanden voor ons. Het inzamelen en verwerken van het huisvuil wordt gedaan door de gemeenschappelijke regeling reinigingsdienst Waardlanden. Rioolheffing De rioolheffing is gerelateerd aan de hoeveelheid afgevoerd afvalwater en geldt uitsluitend ter dekking van de kosten voor de uitvoering van het Gemeentelijk Rioleringsplan. De oplegging, invordering en het bijhouden van het bestand wordt verzorgd door het SVHW. Leges In onze gemeente worden leges geheven op grond van de vigerende legesverordening. De tarieventabel wordt jaarlijks aangepast.
De leges hebben onder andere betrekking op de Algemeen Plaatselijke Verordening, rij- en reisdocumenten, burgerlijke stand, wet Ruimtelijke Ordening en Milieuwetgeving. Begrafenisrechten Voor het begraven van stoffelijke overschotten op de begraafplaatsen in de gemeente heft de gemeente leges. Ook voor de aankoop van graven en het afkopen van het onderhoudsrecht wordt een tarief in rekening gebracht. Havengelden De havengelden bestaan uit liggelden, kadegelden en trechtergelden. Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen Voor mensen met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de lokale lasten. De regels voor het toekennen worden bepaald door de rijksoverheid en staan in de Invorderingswet. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen, die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan de bijstandsnorm. Gemeenten mogen hier in die zin van afwijken dat een lager inkomen wordt gehanteerd. De gemeente Hardinxveld-Giessendam hanteert de zogenaamde 100%-norm, hetgeen betekent dat inwoners van Hardinxveld-Giessendam met een inkomen op bijstandsniveau in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking komen. Gemeenten mogen zelf bepalen voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend.
In de gemeente Hardinxveld-Giessendam kan kwijtschelding worden aangevraagd voor: Afvalstoffenheffing Rioolheffing Hondenbelasting (alleen voor de eerste hond) De ontwikkeling van de kwijtscheldingen over de afgelopen jaren is als volgt:
2020 W 100.381
2021 W 100.415
2022 W 133.107
2023 B 80.000
2024 B 80.000
Toegekend
210
193
205
p.m.
p.m.
Afgewezen
56
44
68
p.m.
p.m.
Totaal
266
237
273
p.m.
p.m.
Kwijtscheldingsbedragen in € Aantallen kwijtscheldingen
Programmabegroting 2024-2027
34
De laatste jaren was een stijgende trend waarneembaar in het aantal kwijtscheldingsverzoeken. De oorzaak hiervan is deels gelegen in de gevolgen van de financieel economische crisis waarbij onder andere het aantal uitkeringsgerechtigden is toegenomen. Ook speelde Covid-19 hierbij een rol. In de begroting is hier verder (vooralsnog) niet op geanticipeerd. Heffingen woonlasten (lokale belastingdruk) Algemeen Tot de woonlasten worden gerekend de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Deze belastingen vormen het grootste deel van de opbrengst van de gemeentelijke heffingen. Overzicht tarieven
Soort heffing
2020
2021
2022
2023
0,1199%
0,1172%
0,1101%
0,1048%
Onroerende zaakbelasting Woningen – eigenarenheffing Niet- woningen -
Eigenarenheffing
0,2168%
0,2213%
0,2677%
0,2663%
-
Gebruikerstarief
0,1601%
0,1634%
0,2010%
0,1999%
Totaal niet-woningen
0,3769%
0,3847%
0,4687%
0,4662%
Afvalstoffenheffing
292,00
309,00
319,00
332,00
Rioolheffing
231,00
237,00
217,00
204,00
In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de woonlasten (voor meerpersoonshuishoudens) over de laatste vier jaren weergegeven:
2020
2021
2022
2023
OZB-eigenaar*
306,00
314,00
365,00
407,00
Rioolheffing
231,00
237,00
217,00
204,00
Afvalstoffenheffing
292,00
309,00
319,00
332,00
Totaal
829,00
860,00
901,00
943,00
% stijging/afname t.o.v. vorig jaar
2,1%
3,7%
4,8%
4,7%
* Betreft gemiddeld betaalde OZB volgens het Coelo
Uit bovenstaande tabel volgt dat de woonlasten in Hardinxveld-Giessendam in 2023 met 4,7% zijn gestegen ten opzichte van het jaar daarvoor. Vergelijking met andere gemeenten Jaarlijks wordt door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) een onderzoek uitgevoerd naar de gemeentelijke woonlasten, teneinde een vergelijk tussen de gemeenten mogelijk te maken. Om inzicht te krijgen in het algemene verloop van de hoogte van de woonlasten van onze gemeente is een vergelijk met omringende gemeenten gemaakt.
Programmabegroting 2024-2027
35
HardinxveldGiessendam Molenlanden Gorinchem
Vijfheerenlanden
Gemiddelde woningwaarde
388.400
453.600
397.200
401.200
OZB-eigenaar
0,1048%
0,0809%
0,1060%
0,1002%
OZB-eigenaar
407,00
367,00
421,00
402,00
Rioolheffing (vastrecht)
204,00
179,00
162,00
194,00
Afvalstoffenheffing
332,00
296,00
297,00
328,00
Heffingskorting
-15,00
Totaal
928,00
842,00
880,00
924,00
174
181
239
257
4
1
2
3
Rangorde landelijk (o.b.v. w oonlasten meerpersoonshuishouden volgens Coelo)
Rangorde AlblasserwaardVijfheerenlanden (o.b.v. berek. w oonlasten)
Uit bovenstaand overzicht blijkt dat de gemeente Hardinxveld-Giessendam in 2023 landelijk gezien in het midden behoort (plaats 174 van de in totaal 342 gemeenten). Regionaal gezien staat de gemeente Hardinxveld-Giessendam op de tweede plaats (2022: 2). Naast een vergelijk met de omringende gemeenten is ook een vergelijk met de Drechtstedengemeenten gemaakt. HardinxveldGiessendam Alblasserdam
Hendrik-IdoAmbacht Papendrecht
Dordrecht
Sliedrecht
Zwijndrecht
Gemiddelde woningwaarde
388.400
387.500
355.100
442.300
385.100
363.800
374.700
OZB-eigenaar
0,1048%
0,1004%
0,0890%
0,0918%
0,1158%
0,0712%
0,0862%
OZB-eigenaar
407,00
389,00
316,00
406,00
446,00
259,00
323,00
Rioolheffing (vastrecht)
204,00
159,00
217,00
170,00
165,00
277,00
322,00
Afvalstoffenheffing
332,00
358,00
316,00
289,00
309,00
250,00
322,00
Heffingskorting
-15,00
Totaal
928,00
906,00
849,00
865,00
920,00
786,00
967,00
174
283
35
180
281
112
191
6
4
2
3
5
1
7
Rioolheffing (gebaseerd op 2 bew.)
Rangorde landelijk (o.b.v. w oonlasten meerpersoonshuishouden volgens Coelo)
Rangorde Drechtsteden (o.b.v. w oonlasten)
In vergelijking met de overige Drechtstedengemeenten eindigt Hardinxveld-Giessendam op plaats 4 (2022: 4). Kostendekkendheid Het (vernieuwde) BBV dat van kracht is met ingang van begrotingsjaar 2017 schrijft voor dat in de paragraaf lokale heffingen inzicht wordt gegeven in de mate van kostendekkendheid van de verschillende tarieven. Hiermee wordt beoogd transparantie te bieden in de tarieven waarbij sprake is van kostenverhaal. De toerekening van overhead vindt extracomptabel plaats. Dat betekent dat het overheaddeel op de afzonderlijke programma’s niet aan deze programma’s zijn toegerekend. Programmabegroting 2024-2027
36
De volgende overzichten laten zien van welk percentage kostendekkendheid sprake is. Voor het bepalen van onderstaande kostendekkendheidspercentages is uitgegaan van de ‘Handreiking Kostenonderbouwing paragraaf lokale heffingen’ van het VNG. De kostendekkendheid is bepaald door de totale baten te delen door de lasten die volgens de handreiking mogen worden toegerekend. Hierin is een opslag voor de overheadkosten opgenomen. Voor het bepalen van het percentage overhead is uitgegaan van de totale lasten aan overhead (taakveld 0.4), welke zijn gedeeld door de totale loonkosten inclusief de kosten van inhuur. Voor de riolering en reiniging is een afwijkend overheadopslagpercentage gehanteerd, namelijk gebaseerd op een percentage van de totale kosten (salarissen en directe lasten).
Overheadopslag voor loonkosten
73% Overheadopslag voor loonkosten
14%
Legesverordening Titel 1: Algemene dienstverlening: Titelblad 1 Hoofdstuk 1 Directe lasten loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten Totale baten Kostendekkendheid
Titelblad 1 Hoofdstuk 3 Directe lasten loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten Totale baten Kostendekkendheid
Titelblad 1 Hoofdstuk 9 Directe lasten naturalisatie loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten Totale baten naturalisatie Totale baten Verklaring omtrent gedrag Kostendekkendheid
Programmabegroting 2024-2027
Titelblad 1 Burgelijke stand Hoofdstuk 2 -77.749 Directe lasten 92.449 loonkosten 14.700 Saldo 68.317 Overheadopslag voor loonkosten 83.017 Totale lasten 16.000 Totale baten 19% Kostendekkendheid
Reisdocumenten 162.306 162.306 119.939 282.245 56.000 20%
Titelblad 1 Rijbewijzen Hoofdstuk 4 9.000 Directe lasten 80.507 loonkosten 9.000 Saldo 59.492 Overheadopslag voor loonkosten 68.492 Totale lasten 55.000 Totale baten 80% Kostendekkendheid
Titelblad 1 Overige publiekszaken Hoofdstuk11 1.000 Directe lasten 13.418 loonkosten 1.000 Saldo 9.915 Overheadopslag voor loonkosten 10.915 Totale lasten 9.000 Totale baten 2.500 105% Kostendekkendheid
Verstrekkingen uit basisregistratie -149.646 155.646 6.000 115.017 121.017 2.500 2%
Huisvestingswet 21.731 185.181 21.731 136.843 158.574 250 0%
37
Titel 2: Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning Titelblad 1 Hoofdstuk 14 Directe lasten loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten Totale baten Kostendekkendheid
Titelblad 1 Markten Hoofdstuk 3 27.312 Directe lasten 10.938 loonkosten 38.250 Saldo 8.083 Overheadopslag voor loonkosten 46.333 Totale lasten 37.700 Totale baten 81% Kostendekkendheid
Omgevingsvergunningen 52.750 889.882 52.750 657.593 710.343 354.600 50%
Titel 3: Dienstverlening vallend onder Europese Richtlijn
Titelblad 1 en 3 TB 1: hoofdstuk 16 TB 3: hoofdstuk 1 TB 3: hoofdstuk 2
TB 3: hoofdstuk 7 Directe lasten loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten
kansspelen horeca organiseren evenementen of markten niet benoemde vergunningen 400 82.793 83.193 61.181 144.374
Totale baten Kostendekkendheid
6.000 4%
Havengelden, begraafplaatsen, riolering en afval Havengelden Directe lasten loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten
Begraafplaatsen 22.598 Directe lasten 27.770 loonkosten 50.368 Saldo 20.521 Overheadopslag voor loonkosten 70.889 Totale lasten
101.798 343.308 101.798 253.693 355.491
Totale baten Kostendekkendheid
29.224 Totale baten 41% Kostendekkendheid
390.800 110%
Programmabegroting 2024-2027
38
Afval
Riool
Directe lasten Loonkosten
1.941.495 Directe lasten 107.817 Loonkosten
Saldo Overheadopslag Gecompenseerde BTW
2.049.312 Saldo 279.321 Overheadopslag 416.703 Gecompenseerde BTW
1.073.455 146.312 117.585
Totale lasten
2.745.335 Totale lasten
1.337.352
Totale baten Kostendekkendheid
2.458.792 Totale baten 90% Kostendekkendheid
1.629.336 122%
Programmabegroting 2024-2027
785.968 287.487
39
1.11 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemeen Deze paragraaf geeft inzicht in (mogelijke) risico’s voor de gemeente en de mate waarin deze risico’s kunnen worden opgevangen (weerstandscapaciteit). De relatie tussen de risico’s en de weerstandscapaciteit zegt iets over de financiële robuustheid van de gemeente Hardinxveld-Giessendam: het weerstandsvermogen. Beleid Bij raadsbesluit van 16 december 2021 is de Financieringsvisie vastgesteld. De nota reserves en voorzieningen is vastgesteld door de gemeenteraad op 16 december 2021. Deze nota geeft een overzicht van de reserves en voorzieningen, evenals richtlijnen hoe hiermee wordt omgegaan. Er is voor gekozen om geen afzonderlijke nota samen te stellen inzake het weerstandsvermogen en de risico’s. In deze paragraaf wordt hiervan een uiteenzetting gegeven. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om tegenvallers op te vangen. Het gaat hierbij om de ‘vrij besteedbare’ middelen, zoals de algemene reserve, de onbenutte belastingcapaciteit en de stille reserves. Per 1 januari 2023 wordt de weerstandscapaciteit begroot op:
Weerstandscapaciteit Weerstandscapaciteit exploitatie Onbenutte belastingcapaciteit - OZB Totaal onbenutte belastingcapaciteit Onvoorzien Weerstandscapaciteit exploitatie Weerstandscapaciteit vermogen Vrij aanwendbaar deel algemene reserve Vrij aanwendbaar deel reserve sociaal domein Stille reserves Weerstandscapaciteit vermogen Totale weerstandscapaciteit
Bedragen x € 1.000
p.m. 25 25
3.587 1.449 p.m. 5.036 5.061
Algemene reserve Dit betreft het vrij aanwendbaar deel van de algemene reserve. Reserve Sociaal Domein Deze reserve wordt gezien als onderdeel van de weerstandscapaciteit. De achterliggende reden is dat in de bepaling van de risico’s het sociaal domein is betrokken.
Programmabegroting 2024-2027
40
Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit de extra structurele middelen die gegenereerd kunnen worden door de tarieven van de gemeentelijke belastingen te verhogen tot het wettelijk toegestane maximum. De onbenutte belastingcapaciteit ten aanzien van de onroerende zaakbelastingen is bepaald op basis van het verschil tussen onze OZB-percentages en het normpercentage-OZB voor toelating tot artikel 12 van de financiële verhoudingswet (Fvw). Het Rijk heeft met de VNG afgesproken dat vanaf 2020 een benchmark woonlasten wordt ingevoerd om jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijker te maken. Daarmee komt een einde aan het monitoren met de macronorm OZB. De onbenutte belastingcapaciteit voor de overige onderdelen (riool- en afvalstoffenheffing, leges en overige heffingen) is op nul gezet. Dit omdat bij de gemeentelijke belastingen en retributies zoveel mogelijk wordt gestreefd naar 100%-kostendekkendheid. Onvoorzien Ter dekking van onvoorziene begrotingsuitgaven in de loop van het jaar is in de begroting 2024 een bedrag opgenomen van € 25.000. Algemene reserve Van de algemene reserve is de verwachting dat € 3.586.695 vrij aanwendbaar is. Stille reserves Om een reëel inzicht te hebben in de omvang van het eigen vermogen dienen ook stille reserves in beeld te worden gebracht.
Deze reserves vormen immers één van de elementen waarmee tegenvallers bekostigd zouden kunnen worden. De gemeente heeft stille reserves wegens aandelenbezit Stedin en BNG welke zijn gewaardeerd tegen historische kostprijs. Ook de gemeentelijke eigendommen bevatten stille reserves die bij verkoop te gelde kunnen worden gemaakt. De stille reserves zijn PM geraamd omdat deze niet direct inzetbaar zijn voor weerstandscapaciteit. Risico-analyse De risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen zijn die risico’s die niet op een andere manier zijn ondervangen, dus waarvoor geen voorziening is gevormd of waarvoor geen verzekering is afgesloten. Organisatiebreed heeft een risico-inventarisatie plaatsgevonden. Deze is als volgt opgebouwd: Korte beschrijving van het risico Het financiële effect / kans / risicobedrag Om tot een kwantificering van de risico’s te komen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Kans De kans dat een risico zich daadwerkelijk voordoet is afhankelijk van meerdere factoren waaronder de frequentie. De frequentie alleen is op zich al moeilijk te bepalen. Om toch te komen tot een schaalverdeling is bij de risicoanalyse binnen de gemeente Hardinxveld-Giessendam gekozen voor drie categorieën, te weten: Groot (80%); Gemiddeld (50%); Klein (20%).
Impact De impact geeft de financiële invloed aan die een risico kan hebben op de gemeentelijke exploitatie. De percentages (standaardklassen) die worden gehanteerd zijn 1%, 5%, 10%, 25% en 50%. Daarbij heeft het kleinste percentage financieel gezien de minste impact, terwijl het grootste percentage juist een grote impact heeft.
Programmabegroting 2024-2027
41
In onderstaande tabel geven we een overzicht van de risico’s, gevolgd door een korte beschrijving van elk risico. Risicomatrix Kans Program m a
Risico's
Im pact
Bedrag
Groot
Gem iddeld
Klein
80%
50%
20%
Totaal
4
PFOA
20%
250.000
25.000
25.000
6
Leerlingenvervoer
50%
233.000
116.500
116.500
8
Participatiew et (incl. inkomensvoorz.)
10%
3.613.000
181.000
181.000
9
WMO
10%
4.174.000
209.000
209.000
9
Jeugdw et
10%
5.455.000
273.000
273.000
11
Omgevingsw et
Bedrijfsv
Eenmansposten
10%
9.238.880
462.000
462.000
Fin en dek
Algemene uitkering
5%
30.192.000
755.000
755.000
Fin en dek
Rentelasten
10%
425.000
21.000
Overigen
Overig (niet kw antificeerbaar)
PM
21.000 1.000.000
0
2.042.500
0
3.042.500
PFOA De aanwezigheid van de PFOA in (water)bodem leidt tot meerkosten op projecten. In alle gevallen is bodemonderzoek nodig waarbij ook onderzocht wordt op PFOA. De afzetmogelijkheden van de grond bepalen hierna de omvang van de meerkosten. Problemen zijn er vooral als gesaneerd moet worden, waarbij er ook PFOA als bijvangst aangetroffen wordt. Daarnaast kan PFOA ook stagnatie(kosten) tot gevolg hebben. In de ramingen van de projecten wordt geanticipeerd op dit risico en daarom wordt het risico op budgetoverschrijding hoog geacht (80%) en impact op de ramingen in de begroting op beperkt (20%). Leerlingenvervoer Het leerlingenvervoer is een open einde regeling. Eigenlijk lopen we vaak in de pas met de begroting. Helaas hebben we gezien dat in 2022 een forse overschrijding was en naar aanleiding daarvan is het budget aangepast. Het risico is een blijvend risico. En bestaat uit twee delen. Het aantal leerlingen en de prijs. Het aantal leerlingen dat gebruik maakt van het leerlingenvervoer is redelijk stabiel. Wel is er een verschuiving in leeftijd. Dat maakt ook vaak dat de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor kinderen die het VSO bezoeken gemiddeld verder weg is dan leerlingen in het primair onderwijs en het SO. En een aanwas of krimp van enkele leerlingen kan een groot effect hebben op het budget.
Daarnaast is er een effect waar we geen invloed op hebben; prijsstijgingen. Aan de ene kant de stijgende kosten van het OV en daarnaast de NEA-indexering voor de taxibranche. We hebben gezien dat de NEA-index voor 2023 hoog was. De NEA-index is de index die voor de taxibranche van toepassing is. We kunnen nog niet inschatten hoe de NEA-index voor 2024 er uit gaat zien. Gelet op bovenstaande uiteenzetting wordt het risico op budgetoverschrijding gemiddeld geacht (50%). De impact op de ramingen in de begroting wordt op 50% ingeschat. Participatiewet De Participatiewet kenmerkt zich door een vast rijksbudget binnen de algemene uitkering. Dit is het participatiebudget dat onderdeel is van het sociaal domein. Naast het participatiebudget is er een specifieke uitkering die als inkomensdeel door het Rijk separaat wordt uitbetaald. Beide budgetten worden neutraal in de begroting opgenomen. Het toereikend zijn van het budget hebben wij niet geheel in eigen hand. Gemeenten hebben te maken met verlaagde inkomsten. Bovendien hebben we op het vlak van bestaanszekerheid te maken met onzekere tijden. Onzekere invloeden zijn de inflatie en energieprijzen. De kans dat mensen met een laag inkomen in de financiële problemen komen wordt hiermee vergroot. We houden deze ontwikkelingen en inschattingen van het CPB en het Rijk nauwlettend in de gaten.
De SDD voert voor onze gemeente de Participatiewet uit. We zetten in op het versterken van de bestaanszekerheid van inwoners, o.a. door middel van inkomensondersteuning, minimaregelingen en schuldhulpverlening. Daarnaast zetten we instrumenten in om inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt zo veel mogelijk te laten participeren naar vermogen. Programmabegroting 2024-2027
42
Per 1 januari 2022 is de Wet inburgering 2021 van kracht. Daarmee is de verantwoordelijkheid voor de inburgering van asielstatushouders en gezinsmigranten bij gemeenten komen te liggen. Het budget, een specifieke uitkering (SPUK) voor inburgeringsvoorzieningen, de maatschappelijke begeleiding en de participatieverklaringstrajecten (PVT's) worden door de gemeenten uitgevoerd en ingekocht. De overige taken wordt door de SDD uitgevoerd. Bij de bepaling van het budget is in gezamenlijkheid gekeken naar de rijksmiddelen en de verdeling daarvan. De voorlopige taakstelling is de basis voor de berekening van de hoogte van het budget. Er zit wel enige risico op het maken van een inschatting van de taakstelling, zeker gezien de huidige beweging van het aantal asielzoekers, dat zich momenteel meldt. Via monitoring en evaluatie wordt de uitvoering van de Wet inburgering 2021 steeds beter in beeld worden gebracht. Binnen de opgave Ontwikkelen naar werk wordt in 2024 de Participatiewet herijkt. De herijking is vooral bedoelt om de klant (inwoner) meer centraal te stellen, meer ruimte te bieden voor individueel maatwerk en meer uit te gaan van vertrouwen in de klant. We weten nog niet in hoeverre de draaiknoppen een financieel effect gaan hebben. De budgetten van de participatiewet worden nauwlettend gevolgd.
Gelet op bovenstaande uiteenzetting wordt het risico op budgetoverschrijding gemiddeld geacht (50%). De impact op de ramingen in de begroting is beperkt (10%). WMO De Wmo is een ‘open einderegeling’: de kosten in enig jaar zijn sterk afhankelijk van het beroep dat op de regeling wordt gedaan. Alleen al daarom brengt het de nodige risico’s met zich mee. Daarnaast hebben demografische ontwikkelingen, arbeidsmarktontwikkelingen en de ontwikkeling van kostprijzen van producten en diensten grote impact op de uitgaven van de Wmo. De Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) voert voor onze gemeenten het grootste deel van de Wmo-taken uit. De SDD benut hiervoor een groot deel van de Wmo-budgetten van de gemeente. Zowel de uitvoeringskosten als de apparaatskosten worden verrekend op basis van werkelijk gebruik. De realisatiecijfers van de afgelopen jaren vormen de basis voor de komende jaren waarmee de budgetten herijkt kunnen worden. Hierbij is ook een marge ingebouwd. De realisatiecijfers van de volgende jaren bieden een verdere basis voor betrouwbaardere prognoses. De uitgaven op de individuele begeleiding en dagbesteding stijgen al geruime tijd. Naar verwachting zal de stijging in kosten de komende jaren op alle maatwerkvoorzieningen doorzetten. Dit komt door de combinatie van twee factoren: 1) de stijgende vraag naar ondersteuning.
Dit komt onder andere door de vergrijzing en doordat mensen steeds langer en met zwaardere problematiek thuis blijven wonen (ambulantisering en extramuralisering); 2) de kostprijs van maatwerkvoorzieningen neemt toe. Indexpercentages voor 2023 waren uitzonderlijk hoog en hebben een vervolgeffect in 2024 en verder. Voor de dienstverlenende ondersteuning (huishoudelijke hulp, begeleiding en dagbesteding) hebben de cao-ontwikkelingen het sterkste effect. De SDD stuurt op het beperken van de kosten via, onder andere, scherpe sturing op de contracten en afschaling naar lichtere vormen van ondersteuning als dat mogelijk is. Door meer in te zetten op het normaliseren van ondersteuning ('goed is goed genoeg') en meer focus te leggen op zelfredzaamheid (wat kan de inwoner nog of weer zelf) proberen we de toename in indicaties af te remmen, zodat we in de toekomst de ondersteuning kunnen blijven leveren aan mensen die het echt nodig hebben (ouderen en chronisch zieken en gehandicapten). Het budget voor het organiseren van algemene voorzieningen blijft lokaal en zit voor een groot deel in de Maatschappelijke Agenda (MAG). Een onzekere factor is de doordecentralisatie van beschermd wonen en opvang. Naar verwachting wordt, per 2025 het nieuwe objectieve verdeelmodel en het woonplaatsbeginsel stapsgewijs ingevoerd.
Onze gemeente gaat vanaf dan eigen budget ontvangen voor de uitvoering van Beschermd wonen. De afgelopen jaren had onze regio een overschot op het budget Beschermd wonen, hetgeen ieder jaar volgens een vaste verdeelsleutel werd verdeeld over de gemeenten. Vanuit deze middelen bekostigde onze gemeente lokale (preventieve) initiatieven. Met de komst van het nieuwe verdeelmodel zal dit Programmabegroting 2024-2027
43
overschot naar verwachting geleidelijk verdwijnen. Tot in ieder geval 2025 blijft het principe van financiele solidariteit in de regio gehanteerd op basis van de samenwerkingsovereenkomst beschermd wonen en opvang. Gemeenten blijven verplicht om in enige vorm te blijven samenwerken. De maatschappelijke opvang blijft vooralsnog een taak van centrumgemeenten. De budgetten voor de WMO worden nauwlettend gevolgd. Hierdoor wordt het risico op forse budgetoverschrijding gemiddeld geacht Jeugdwet De uitvoering van de Jeugdwet is een taakveld binnen het sociaal domein. De bekostiging maakt met ingang van 1 januari 2019 geen deel meer uit van de integratie uitkering sociaal domein van de algemene uitkering van het Rijk. Deze gelden zijn als zodanig algemeen dekkingsmiddel geworden. De taken vanuit de Jeugdwet zijn gedelegeerd en gemandateerd aan de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd. De serviceorganisatie Jeugd (SOJ) Zuid-Holland Zuid is de uitvoeringsorganisatie. Vanwege de sterk gestegen en aanhoudend hoge kosten is het gehele budget naar de regionale zorgmarkt gegaan. Te zien is dat de kosten van Jeugdwet tot vorig jaar een constante stijging vertoonden. Bij de jaarrekening 2022 zien we een stabilisatie van deze kostenontwikkeling. Voorzichtig kunnen we stellen dat we de effecten van een aantal van onze besparingsmaatregelen terugzien in de jaarcijfers.
Daarnaast speelt ook het woonplaatsbeginsel een rol in de daling. Zoals bleek uit onze eerdere analyse kent Hardinxveld-Giessendam een hogere financiële uitstroom van jeugdige met verblijf dan instroom. De budgetten voor de Jeugdwet worden nauwlettend gevolgd. Met het afschaffen van de solidariteit (2022: 20% en 2023: 0%) is Hardinxveld-Giessendam zelf verantwoordelijk voor de gemaakte kosten. Pieken en dalen worden niet meer afgezwakt door de regio. Het biedt kansen om meer lokaal te sturen. De werkzaamheden die horen bij de uitvoering van de wet zijn voor een groot deel ondergebracht bij de Service Organisatie Jeugd (SOJ). SOJ stelt jaarlijks een begroting op, waarin zij de te verwachte kosten presenteren. In de begroting voor 2024 is ervoor gekozen, vanwege evenwichtig begrotingsbeleid, geen besparingen alsook geen groei te verwerken. Voor 2024 zijn wij akkoord gegaan met het voorgestelde bedrag door de SOJ, omdat dit in lijn is met onze eigen meerjarenbegroting. Landelijk gezien volgen we de ontwikkelingen rond de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028. Deze bevat een groot pakket afspraken om de jeugdzorg te verbeteren en financieel houdbaar te krijgen. Met de maatregelen wordt toegewerkt naar besparingen. Voor 2024 en 2025 is een verzachting van het ingroeipad ingebouwd wat inhoudt dat de ingeboekte besparingen voor deze jaren bevroren worden.
Voor de jaren 2026 komt er een nadere concretisering hoe de gemeenten de financiële afspraken vanaf 2026 in de meerjarenbegroting kunnen verwerken. Op basis van bovenstaande wordt het risico op budgetoverschrijding gemiddeld geacht (50%). De impact is daarom beperkt (10%). Waardlanden In december 2022 heeft de gemeenteraad het tarief voor de afvalstoffenheffing voor 2023 vastgesteld. Dit tarief was mede gebaseerd op basis van de begroting 2023 van Waardlanden. In deze begroting was nog geen rekening gehouden met de stijging van de salariskosten (nieuwe CAO) en met het uitstellen van de invoering van Diftar naar 1.1.2024, beiden zorgen ervoor dat de lasten van Waardlanden in 2023 hoger gaan liggen dan verwacht. Daarnaast is op dit moment de algemene reserve van Waardlanden negatief. Vanuit Waardlanden wordt een voorstel voorbereid om deze reserve naar € 0 aan te vullen. Tot slot heeft Waardlanden een notitie in voorbereiding voor de verbetering van het eigen vermogen c.q. weerstandsvermogen. Bovenstaande vraagt om een hogere gemeentelijke bijdrage. Gedeeltelijk kunnen we dit opvangen door onze voorziening afval in te zetten. Er resteert dan waarschijnlijk een tekort wat ten laste komt van ons jaarrekeningresultaat 2023.
Bij de slotwijziging 2023 wordt de gemeenteraad nader geïnformeerd, op dat moment zijn ook de halfjaarcijfers van Waardlanden en het voorstel tot aanvulling van de algemene reserve naar € 0 door het bestuur vastgesteld. Omgevingswet Programmabegroting 2024-2027
44
De Omgevingswet treedt per 1-1-2024 in werking. De wet is een stelselwijziging die tot doel heeft te zorgen voor een goede balans tussen het benutten en het beschermen van de fysieke leefomgeving. Gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt de Wet kwaliteitsborging (Wkb) ingevoerd. Deze wet heeft tot doel om de kwaliteit en het toezicht bij de (ver)bouw te verbeteren. Vanaf medio 2021 is de voorbereiding erop gericht om de minimale acties zoals die zijn voorgesteld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) te realiseren voor 1-1-2024. Dit hebben we ook het afgelopen jaar zo goed als mogelijk nagestreefd met een daarop afgestemde projectorganisatie, aangevuld met inhuurkrachten en extern advies. We ondervonden desondanks kwetsbaarheid, waarbij we eventuele toekomstige ontwikkelingen aan de organisatorische kant mogelijk moeilijk kunnen opvangen door de krappe arbeidsmarkt. Daarnaast is het nieuwe en complexe materie, waarvan we na de inwerkingtreding van deze wetten pas daadwerkelijk ervaren hoe de implementatie uitpakt. Wij hebben in 2022 verder gewerkt aan de implementatie van de Omgevingswet, in de wetenschap dat de periode naar de inwerkingtreding toe er één is van trial en error.
We gaan daarna zien hoe de ondernomen acties uitwerken, onder meer als het gaat om de in 2022 genomen raadsbesluiten ten aanzien van delegatie, bindend adviesrecht en participatieplicht (17 februari 2022), de legesverordening (15 december 2022) en de Verordening nadeelcompensatie Hardinxveld-Giessendam 2022 (15 december 2022). We hebben ons zo goed als mogelijk binnen de gegeven omstandigheden voorbereid. Daarmee is een basis gelegd voor het verder gaan uitvoeren, ervaren, monitoren en waar nodig aanpassen van de acties. Het afgelopen jaar hebben we aan het invoeringstraject gewerkt "met de winkel open". Dit heeft tot gevolg gehad dat de dienstverlening voor een bepaalde periode onder druk kwam te staan en een aantal voorgenomen Omgevingswetacties niet of slechts ten dele konden worden opgepakt. Teneinde de organisatie meer focus te kunnen bieden op het invoeringstraject van de Omgevingswet, hebben wij op 6 december 2022 een collegebesluit genomen tot aanhouding van principeaanvragen, aflopende op 1 juli 2023, voor bouwinitiatieven die afwijken van het bestemmingsplan. Het effect daarvan zal pas in de loop van 2023 kunnen worden geanalyseerd. Bedrijfsvoering Eenmansposten De organisatie van de gemeente Hardinxveld-Giessendam is relatief beperkt van omvang. Doordoor is er op meerdere plekken sprake van eenmansposten.
Het werk kan daardoor bij (langdurige) afwezigheid vaak niet door collega’s worden opgevangen. Daardoor volgt meestal een beroep op derden om de voortgang van zaken niet in het gedrang te laten komen. De kans dat zich dit voordoet is gelet op het relatief grote aantal eenmansposten gemiddeld (50%). De kosten welke gemoeid zijn met externe inhuur betreffen vaak openstaande vacatureplaatsen. Daardoor kunnen als eerste de bijbehorende vacaturegelden worden ingezet in combinatie met/of het concernbudget voor externe inhuur voordat aanvullende middelen nodig zijn. Door de toenemende krapte op de arbeidsmarkt bestaat het risico dat voor langere termijn beroep op externe inhuur moet worden gedaan, waardoor mogelijk extra aanvullende middelen nodig zijn. De impact is daarom ten opzichte van de begroting 2023 verhoogd van 5% naar 10% Financiering & Dekking Algemene uitkering De belangrijkste inkomstenbron van iedere gemeente is het gemeentefonds. Omdat dit algemene middelen zijn, kan de gemeente zelf beslissen over de besteding ervan. Het gemeentefonds is gekoppeld aan de rijksuitgaven. Dit houdt in dat wanneer het Rijk meer uitgeeft, het gemeentefonds omhoog gaat. Andersom geldt dit ook. Dit principe wordt ook wel “Samen de trap op, samen de trap af” genoemd. De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds, voorvloeiend uit de trap op trap af methode wordt het accres genoemd.
Belangrijke factoren bij de berekening van de hoogte van de uitkering zijn een vijftigtal maatstaven zoals het aantal inwoners, bevolkingsopbouw, woningen en uitkeringsgerechtigden, de gevolgen van overheveling van specifieke uitkeringen en de netto rijksuitgaven. Bij negatieve budgettaire effecten, die op voorhand niet zijn in te schatten, komt dat onmiddellijk ten laste van de exploitatie. De minister van Binnenlandse Zaken heeft in de meicirculaire 2023 informatie gegeven over de fors toegenomen accressen; hoofdzakelijk als gevolg van de bijgewerkte Loon- en prijsontwikkelingen. Programmabegroting 2024-2027
45
Verder is een beschrijving op hoofdlijn van de nieuwe financieringssystematiek met ingang van 2027 opgenomen en zijn de ontwikkelingen in de Jeugdzorg; hervormingsagenda aan bod gekomen. Met de informatienota meicirculaire 2023 is de raad hierover geïnformeerd. In 2023 zijn enkele decentralisatie-uitkeringen komen te vervallen. Sommige van deze uitkeringen komen terug als een specifieke uitkering (Brede SPUK') waarover verantwoording wordt afgelegd. De verwachting is dat de uitkeringen voor het sociaal domein de komende jaren onder druk blijven staan. De stijgende inflatie, een lagere economische groei en daarbij behorende verminderende uitgaven van het Rijk zijn risico's die op voorhand moeilijk zijn in te schatten. De kans wordt op gemiddeld (50%) ingeschat, de impact op 5%. De uitkering uit het Gemeentefonds bedraagt voor 2023 € 30.847.000 (meicirculaire 2023). Rentelasten De gemeente kent een financieringsbehoefte. In de financieringsbehoefte wordt voorzien door het aantrekken van lang- en kortlopende leningen. Nieuwe investeringen konden tot voor kort gelden voor een betrekkelijk lage rentelast worden gepland. Vanaf 2022 is sprake van stijgende rentes, waardoor ook de rentelasten op nieuwe leningen (langlopend en kasgeld) stijgen. De hoogte van de rente op het moment van investering is bepalend voor de toekomstige rentelast.
Het risico bestaat dat bij het herfinancieren van leningen dan wel aantrekken van nieuwe leningen een hoger rentepercentage geldt ten opzichte van de huidige verwachtingen. Door actief te sturen op de liquiditeitsbehoefte wordt getracht om het risico op rentestijgingen te beperken. In 2022 is daarom een lening afgesloten, waarmee op verdere rentestijging is geanticipeerd. Gelet op de toekomstige investeringen is de verwachting dat wij in 2024 een nieuwe lening aan moeten gaan trekken. In de begroting hebben we rekening gehouden met een stijging van de rentelasten. Gelet op de recente stijgingen van de rentepercentages is de vraag of de stijging waar wij rekening mee hebben gehouden afdoende is. Ten opzichte van voorgaande jaren hebben we daarom dit risico hoger ingeschat. We zijn uitgegaan van de kans op hogere rentepercentages gemiddeld 50% in plaats van 20%. Tevens hebben wij de impact verhoogd van 5% naar 10%. In de begroting 2024 is al rekening gehouden met de aangepaste percentages. Vennootschapsbelasting Uit de uitgevoerde inventarisatie van potentieel belastingplichtige activiteiten is geconcludeerd dat we geen risico's lopen op het gebied van de vennootschapsbelastingplicht. Tot en met het jaar 2022 hebben we dan ook nul-aangiftes gedaan. Desondanks heeft de Belastingdienst in 2022 aanslagen opgelegd over de jaren 2018 t/m 2020.
Daar tegen is bezwaar aangetekend, waarbij de verwachting is dat dit alsnog zal resulteren in nihilaanslagen. Het is wel van belang om de kritische onderdelen goed in beeld te blijven houden en ook alert te blijven bij toekomstige wijzigingen in beleid en/of tariefstellingen. We schatten het risico in op € 0.
Overig (niet kwantificeerbaar) Naast voornoemde risico’s (kwantificeerbaar) is sprake van zogenaamde niet kwantificeerbare risico’s. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan een grote calamiteit. Inschatting van de directe en de vervolgschade is niet of nauwelijks te bepalen, omdat in het geval van een grote calamiteit dit o.a. afhankelijk is van het gebied waar het zich voordoet en anderzijds van de mogelijke bijdragen in de kosten door derden (Rijk, Provincie, Waterschap etc.). Ook kan hier gedacht worden aan het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Voor de overige risico’s is daarom een totaalbedrag gerekend van € 1 miljoen.
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is opgebouwd uit de relatie tussen de risicoscore en de weerstandscapaciteit. Deze relatie drukken we uit in een verhoudingsgetal: Ratio weerstandsvermogen =
Programmabegroting 2024-2027
Weerstandscapaciteit Risicoscore
46
De weerstandscapaciteit bedraagt € 5.086.000. Het totaal aan risico’s wordt ingeschat op € 3.042.500 Hiermee komt de ratio weerstandsvermogen uit op 1,7 voor 2023. De ratio is ruim voldoende, maar door de stijging van de risico's wel lager dan in andere jaren. Grondexploitaties Voor het afdekken van de risico's bij de grondexploitaties hebben we een afzonderlijke reserve. De reserve afgezet tegen de verwachte risico's laat het volgende beeld zien. De reserve grondexploitaties bedraagt per 1 januari 2024 Het risicobedrag voor exploitaties in uitvoering bedraagt Het saldo bedraagt
€ 1.258.745 € 250.000 € 1.208.745
In paragraaf 1.15 wordt een nadere toelichting op de grondexploitaties gegeven. Kengetallen Rekening 2022
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle vertrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Gemeentelijke belastingcapaciteit
22% 20% 43% 21% 0% 97%
Begroting 2023 69% 69% 41% 18% -1% 106%
Begroting Meerjaren Meerjaren Meerjaren 2024 raming 2025 raming 2026 raming 2027 39% 40% 42% 41% 39% 40% 42% 41% 39% 40% 42% 43% 2% 0% 0% 0% 1% 1,4% -3% -3% 106% 106% 106% 106%
Totaalbeoordeling De gemeente Hardinxveld-Giessendam is voldoende weerbaar. Er zijn voldoende buffers om de risico’s en/of onvoorziene tegenvallers op te vangen. Het weerstandsvermogen en de weerstandsratio zijn ruim boven de norm. De ratio weerstandsvermogen is met 1,7 ruim voldoende. De structurele exploitatieruimte laat met uitzondering van 2026 en 2027 een positief beeld zien. In deze jaren hebben te maken met het zogenaamde ravijnjaar bij de algemene uitkering, mede hierdoor sluit de begroting dan met een nadelig saldo van circa € 1,5 miljoen. Hieronder wordt op de afzonderlijke kengetallen een toelichting gegeven. 1. Netto schuldquote & de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat bij leningen er onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast.
In zijn algemeenheid kan worden gezegd dat de netto schuldquote van een gemeente tussen 0% en 90% zou moeten liggen. Als de netto schuldquote tussen 100% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog, hij moet niet verder stijgen. Als de netto schuldquote boven de 130% uitkomt, dan bevindt de gemeente in de gevarenzone. De schuldquote van de gemeente Hardinxveld-Giessendam (40%) valt binnen de reguliere marges. 2. De solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de medeoverheid in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat volgens artikel 42 van het BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Als signaalwaarde voor de solvabiliteitsratio geldt een percentage van 20%. Bij een solvabiliteitsratio lager dan 20% bevindt de gemeente zich op glad ijs. Met 38% ligt het de ratio van de gemeente Hardinxveld- Giessendam boven de signaalwaarde. Programmabegroting 2024-2027
47
3. Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Voor de berekening van dit kengetal worden de bouwgronden in exploitatie (inclusief faciliterend deel – onder overlopende activa) gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting of jaarstukken (ingevolge artikel 17, onderdeel c, van het BBV) en uitgedrukt in een percentage. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De accountant moet ieder jaar beoordelen of de gronden tegen een actuele waarde op de balans zijn opgenomen. Het kengetal laat nagenoeg dezelfde zien als bij het opstellen van de jaarrekening 2022. 4. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt thans het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten (zie artikel 17, onderdeel c, van het BBV) en uitgedrukt in een percentage.
Dit percentage is vooral van belang bij de begroting. Een niet structureel sluitende begroting kan gevolgen hebben voor het provinciaal toezicht. De structurele exploitatieruimte laat met uitzondering van 2026 en 2027 een positief beeld zien. In deze jaren hebben te maken met het zogenaamde ravijnjaar bij de algemene uitkering, mede hierdoor sluit de begroting dan met een nadelig saldo van circa € 1,5 miljoen. 5. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de provincie of gemeenten zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Gemeente Hardinxveld-Giessendam zit boven het landelijk gemiddelde. Een hoog gemiddeld OZB-tarief ten opzichte van het landelijk gemiddelde geeft aan dat de gemeente beperkt is in het verkrijgen van extra inkomsten.
Programmabegroting 2024-2027
48
1.12 Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen Algemeen Kapitaalgoederen zijn eigendommen van de gemeente, zoals wegen, rioleringen, bruggen en gebouwen die door de gemeente duurzaam in stand gehouden moeten worden. Zij worden beheerd op basis van beheerplannen. In deze beheerplannen staat op welke wijze het reguliere en het periodieke onderhoud plaatsvindt. De beheerplannen worden periodiek geactualiseerd. Kaderstelling Met deze paragraaf heeft de raad bij de vaststelling van de begroting de mogelijkheid kaders te stellen voor het onderhoud van de materiële vaste activa (bijvoorbeeld gebouwen, wegen, riolering, etc.). Dit is van belang omdat in veel programma’s kosten zijn opgenomen voor het onderhoud van kapitaalgoederen, waarvoor op basis van meerjarenonderhoudsplannen reserves en voorzieningen zijn gevormd. De materiële vaste activa bedragen op 31 december 2024 € 52.804 miljoen. De specificatie hiervan luidt als volgt (x € 1.000): Materiële Vaste Activa Economisch nut Gronden en terreinen Bedrijfsgebouwen GWW-Werken; Economisch nut zonder heffing Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties GWW-Werken; Economisch nut met heffing Overige materiële activa
Perspectiefnota
Begroting 2024
12.087 11.916
12.353 11.527 6 255 194 0 843
268 101 0 893 25.265
Investeringen met een economisch nut, waarvoor heffingen geheven Machines, apparaten en installaties
12.953
25.177 12.595
12.953 Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut Grond-, weg en waterbouwkundige werken Machines, apparaten en installaties Overige materiële activa Totaal
13.578 592 39
12.595 14.450 542 39
14.210 52.427
15.031 52.804
Periodiek onderhoud Het periodiek onderhoud is het jaarlijkse programma voor groot onderhoud en voor renovaties, waarmee we zorgen dat onze kapitaalgoederen hun beoogde levensduur kunnen bereiken of waarmee de levensduur wordt verlengd. In de beheerplannen is aangegeven wat de levensduur is en hoe we omgaan met het periodieke onderhoud. Ook staat aangegeven op welk moment vervanging nodig is. Voor vervangingen worden in de begroting specifieke investeringen benoemd. De diverse reserves en voorzieningen worden gevoed door een jaarlijkse dotatie ten laste van de exploitatie.
Programmabegroting 2024-2027
49
Hieronder worden de verschillende beheerplannen kort toegelicht en is tevens aangegeven welk beslag op de middelen er uit voortvloeit. Met ingang van het begrotingsjaar 2017 dienen in het kader van de wijziging van het BBV de kapitaallasten (rente en afschrijving) aan de programma’s te worden toegerekend. Bij meerdere kapitaalgoederen is sprake van bestemde reserves ter dekking van de afschrijvingslasten. Ten behoeve van de aansluiting zijn aan de lastenzijde alleen de afschrijvingslasten (dus exclusief rente) verantwoord. De bedragen zijn opgenomen in eenheden van € 1.000. BEHEERPLAN WEGEN Vastgesteld door raad Looptijd Doel Investeringen en ambitieniveau
Planning actualisatie
Programmabegroting 2024-2027
20 juni 2014 Evaluatie opgesteld in 2017 Aanvulling in 2018 – voetpaden wel/niet B-niveau 2014-2020 Onderhouden van het wegareaal op het door de gemeenteraad gekozen onderhoudsniveau beeldkwaliteit C. In het beheerplan wegen 2014-2020 zijn de lopende en geplande investeringen opgenomen. De investeringsplanning is zodanig opgesteld dat het onderhoud op het beoogde kwaliteitsniveau C kan plaatsvinden. Op basis van de opgestelde evaluatie in 2017 is besloten het kwaliteitsniveau van de fietspaden te verhogen naar niveau B. Om meerjarig de onderhouds- en afschrijvingslasten te kunnen egaliseren is een reserve wegenbeheer gevormd. In april 2018 is besloten dat het beheer van de voetpaden voorlopig op C-niveau blijft, met een extra inspanning op risicolocaties. Actualisatie beheerplan in 2023 Na implementatie van een nieuw beheersysteem wordt de huidige kwaliteit opnieuw bepaald en kunnen op basis van actuele gegevens verschillende (kwaliteits-)scenario's worden uitgewerkt en kan het beheerplan wegen worden gemaakt. De implementatie van het nieuwe beheersysteem, één systeem voor geheel Drechtsteden, heeft meer tijd in beslag genomen dan gepland. Voor de gegevens die nodig zijn voor de actualisatie van het beheerplan zijn we afhankelijk van het nieuwe beheersysteem. Door de genoemde vertraging zal de actualisatie twee jaar later plaats vinden dan eerder gepland.
De beheergegevens (data) zijn verwerkt in het beheerpakket. De vertaalslag naar beleids- en beheerplan wordt gemaakt worden in 2023. Daarbij worden ook de projecten uit het mobiliteitsplan betrokken. Het doel daarvan is om groot onderhoud en gewenste aanpassingen vanuit het mobiliteitsplan op elkaar af te stemmen. Kanttekening hierbij is dat door personele omstandigheden de vaststelling van het wegenbeheerplan in Q1 2024 gepland staat.
50
Beheerplan Wegen
(bedragen x € 1.000) Begroting Begroting 2026 2027
Begroting 2024
Begroting 2025
843
843
843
843
516
690
705
735
Product wegen, straten en pleinen
Programmakosten en -baten Kapitaallasten (afschrijvingen en rente) Mutatie voorzieningen Toerekeningen programma Bedrijfsvoering
0
0
0
0
723
724
730
729
2.082
2.257
2.277
2.306
Dotaties
452
-295
-295
-295
Onttrekkingen afschrijvingslasten, rentecompensatie
-435
-486
-506
-541
17
-781
-801
-836
2.099
1.475
1.476
1.470
Saldo programmalasten Bestemmingsreserve Wegen
Mutatie reserve Totaal lasten wegenbeheerprogramma
Uit bovenstaande tabel blijkt dat de onderhouds- en afschrijvingslasten worden geëgaliseerd via de reserve Wegen. De afschrijvingstermijnen voor reconstructies/herinrichting zijn 40 jaar, voor asfaltering 20 jaar, voor een geluiddempende toplaag 6 jaar en voor herstraten 10 jaar. BRUGGEN Vastgesteld door raad Looptijd Doel Investeringen en ambitieniveau Planning actualisatie
Geen raadsbesluit; B&W 11 oktober 2001; Commissie OWB november 2001. 5 jaar (versie 2001 is in 2004 geactualiseerd) De bruggen zijn geïnventariseerd, op basis hiervan is het planmatig onderhoud begroot. De te nemen maatregelen zijn in een meerjarenbegroting opgenomen. In het nog op te stellen beheerplan kunstwerken worden de ambities en bijbehorende middelen opgenomen. Er is een start gemaakt door een quickscan uit te voeren van alle civiele kunstwerken. De verdere uitwerking en besluitvorming staat gepland voor 2024.
(bedragen x € 1.000)
Bruggen
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
54
52
45
42
kapitaallasten Lasten programma 4
Voor bruggen geldt een afschrijvingstermijn van 10 jaar.
Programmabegroting 2024-2027
51
OPENBARE VERLICHTING Vastgesteld door raad Looptijd Doel
Investeringen en ambitieniveau Planning actualisatie
September 2017 2017-2026 Het beheerplan is een uitwerking van de in het beleidsplan openbare verlichting (2017-2026) vastgelegde beleidsuitgangspunten. In het beheerplan wordt beschreven welk beheer en onderhoud uitgevoerd moet worden om de installatie en de verlichting op een gewenst kwaliteitsniveau te brengen of te houden en welke financiële middelen daarvoor nodig zijn. De jaarlijkse kapitaallasten worden gedekt uit de reserve. Gepland 2026
(bedragen x € 1.000)
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Programmakosten en -baten Kapitaallasten (afschrijvingen en rente) Mutatie voorzieningen Toerekeningen programma Bedrijfsvoering
224
224
224
224
71
74
74
68
0
0
0
0
0
0
0
0
Saldo programmalasten
294
297
297
292
Dotaties
64
64
64
64
Onttrekkingen afschrijvingslasten, onderhoud
-74
-78
-78
-73
Mutatie reserve
-10
-13
-13
-8
Totaal lasten beheerprogramma OV
284
284
284
284
Beheerplan Openbare verlichting Product Openbare Verlichting
Bestemmingsreserve Openbare Verlichting
Investeringen in straatverlichting worden in 15 jaar afgeschreven. De afschrijvingslasten worden geegaliseerd via de reserve Openbare Verlichting. STEDELIJK WATERPLAN Vastgesteld door raad Looptijd Doel Investeringen en ambitieniveau Planning actualisatie
Programmabegroting 2024-2027
2003 2003-2011 Verbetering kwaliteit en belevingswaarde van het oppervlaktewater. Uitvoering convenant met het Waterschap Rivierenland. Gebaseerd op het plan 2003-2011 en uitgevoerd. De afschrijvingslasten worden gedekt via de gemeentelijke exploitatie. Het plan is uitgevoerd. Het plan is samen met het Waterschap geëvalueerd. De uitkomsten van de monitoring van de waterkwaliteit door het Waterschap geven geen aanleiding tot extra maatregelen. De maatregelen uit het waterplan hebben voor een kwaliteitsverbetering gezorgd van het oppervlaktewater. Actualisatie of een nieuw plan is niet aan de orde.
52
(bedragen x € 1.000)
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Kapitaallasten investering wateroverlast 2015
35
36
37
38
Lasten programma 4
35
36
37
38
Stedelijk waterplan
BAGGERPLAN Vastgesteld door raad Looptijd Doel Investeringen en ambitieniveau
Planning actualisatie
2019 / 2020 2019 - 2029 Uitvoeren reguliere baggerronde inclusief de acceptatiekosten voor baggerwerkzaamheden van het waterschap. Zorgdragen voor een goede afstroming van het regenwater. In 2019 is het baggerplan gereedgekomen. Deze is in 2020 vastgesteld door het college en betreft de baggercyclus van 2021-2024. In het plan zijn het ambitie niveau en de benodigde middelen opgenomen. Ter dekking van onderhouds- en afschrijvingslasten is een bestemmingsreserve Baggerplan in het leven geroepen. 2029
(bedragen x € 1.000)
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Programmakosten en -baten Kapitaallasten (afschrijvingen en rente) Mutatie voorzieningen Toerekeningen programma Bedrijfsvoering
276
52
52
37
39
40
41
43
0
0
0
0
31
31
31
31
Saldo programmalasten
346
123
124
111
90
90
90
90
Onttrekkingen afschrijvingslasten, onderhoud
-265
-49
-51
-37
Mutatie reserve
-175
41
39
53
Totaal lasten Baggeren
171
164
164
163
Baggeren Product Waterlossingen en sloten
Bestemmingsreserve Waterbeheerplan Dotaties
Voor egalisatie van de kosten over de jaren heen is een reserve ‘waterbeheerplan’ (voorheen reserve ‘baggeren’) gecreëerd.
Programmabegroting 2024-2027
53
Watertakenplan Vastgesteld door raad Looptijd Doel Investeringen en ambitieniveau
Planning actualisatie
2023 2023-2028 De exploitatielasten en investeringen zijn gebaseerd op het Watertakenplan. De voorziening riolering is bedoeld voor tariefegalisatie. Deze worden in het Watertakenplan aangegeven en zijn gericht op de inzameling en transport van afvalwater, de inzameling, berging en afvoer van hemelwater, het doelmatig omgaan met grondwater en oppervlaktewater Om de doelen te concretiseren zijn hieraan functionele eisen en maatstaven gekoppeld. De huidige toestand van de riolering en gemeentelijke watergangen wordt aan deze doelen getoetst, maatregelen worden opgesteld en er is een strategie uitgewerkt hoe de maatregelen - technisch en financieel - in de tijd gerealiseerd kunnen worden. Het watertakenplan is breder dan het voormalige vGRP. In het watertakenplan heeft de riolering een plaats, maar ook het watersysteem daar omheen. Riolering, opvang en afvoer van hemelwater, oppervlaktewater en grondwater hangen immers nauw met elkaar samen. In 2022 is het BRP geactualiseerd, waarin het gehele rioolstelsel op zijn functioneren wordt berekend en wat mede als basis dient voor de actualisatie van het watertakenplan. Klimaatadaptatie, duurzaamheid en participatie zijn onderwerpen die meegenomen zijn in het opgestelde plan. In 2024 zal een start gemaakt worden met de uitvoering van de genoemde projecten en maatregelen in het Watertakenplan.
(bedragen x € 1.000)
Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
157
157
157
157
Product Pompen en riolen Programmakosten en -baten Kapitaallasten (afschrijvingen en rente)
573
598
617
611
Toerekeningen programma Bedrijfsvoering
287
288
289
289
1.017
1.043
1.062
1.057
Saldo programmalasten Voorziening Riolering
Lasten GRP (incl btw en overig toe te rekenen) Baten (legesopbrengsten) Mutatie voorziening Riolering
1.573
1.599
1.613
1.632
-1.629
-1.629
-1.629
-1.629
56
30
16
-3
De investeringen in de programmabegroting zijn gebaseerd op het vGRP dat in 2011 is vastgesteld. Ten aanzien van de rioolheffing is sprake van 100% kostendekkendheid. Bij de uit het rioolheffing te dekken kosten wordt ook rekening gehouden met de toerekenbare btw en een deel van de kosten van straatreiniging. Het verschil tussen de totale kosten en de opbrengst uit de rioolheffing wordt verrekend met de voorziening Riolering.
Programmabegroting 2024-2027
54
GROENBELEIDSPLAN Vastgesteld door raad Looptijd Doel
21 april 2022 10 jaar Strategisch plan op gemeentelijk- en wijkniveau voor het beleidsmatig sturen en planmatig beheren van groen. Geeft met zijn uitgangspunten en richtlijnen richting aan de ontwikkeling van het openbare groen. Geeft inzicht in de groenstructuren, zonering en groentypen, beheer-, onderhoud- en inrichtingsmaatregelen en financiële en organisatorische consequenties. Investeringen en ambitie- Investeringen zijn gebaseerd op groenbeleidsplan en worden vastgelegd in niveau een uitwerkingsplan. Onderhoud wordt uit exploitatie bekostigd. Voor uitgaven op grond van het nieuwe groenbeleidsplan is jaarlijks € 61.000 opgenomen. Planning actualisatie In april 2022 is het geactualiseerde groenbeleidsplan door de raad vastgesteld. Looptijd van het plan is tot 2032.