Perspectiefnota 2023-2026 definitief nav collegevergadering.pdf
Tekst van het document
gemeente
Hardinxveld-Giessendam
Hardinxveld-Giessendam
Perspectiefnota 2023-2026
B&W vergadering 24 mei 2022, Raadsvergadering 7 juli 2022
-2-
Inhoudsopgave 1. Inleiding ............................................................................................................................................... 4 1. Financieel perspectief .......................................................................................................................... 5 1.1 Gecomprimeerd overzicht .............................................................................................................. 5 1.2 Financiële uitgangspunten ............................................................................................................. 7 1.3 Ontwikkelingen gemeentefonds ..................................................................................................... 8 1.4 Financiële positie in perspectief ..................................................................................................... 8 2. Risicoparagraaf ................................................................................................................................. 10 3. Toekomstige ontwikkelingen ............................................................................................................. 16 Bijlage 1 Begrotingspositie ....................................................................................................................
17 Bijlage 2 Financieel overzicht per programma ...................................................................................... 18 Bijlage 3 Toelichting loon- en prijsstijgingen ......................................................................................... 37 Bijlage 4 Investeringsoverzicht 2022-2026............................................................................................ 38 Bijlage 5 Kasstroomoverzicht t.b.v. investeringsplanning ..................................................................... 40
-3-
1. Inleiding Na de gemeenteraadsverkiezingen van 16 maart 2022 zijn de gesprekken over de vorming van een nieuw college gestart. Dit heeft geleid tot een nieuw college, bestaande uit T@B, SGP en CU. Op 17 mei 2022 is het nieuwe college benoemd door de gemeenteraad. De vorming van de coalitie en het opstellen van de perspectiefnota 2023-2026 kruisten elkaar, waardoor eventuele effecten uit het coalitieakkoord nog niet in deze perspectiefnota zijn meegenomen. Deze zullen, voor zover nodig, mee worden genomen bij het opstellen van de begroting 2023-2026. Nadat in 2021 het traject van stutten en verstevigen van start is gegaan, zijn meer dan 30 vacatures weer ingevuld. Ook is een start gemaakt met de doorontwikkeling van de organisatie naar een netwerkorganisatie. Gezien de krapte op de arbeidsmarkt is het van belang om de organisatie robuuster en toekomstbestendig te maken om te voorkomen dat de dienstverlening door leegloop van personeel onder druk kan komen te staan. Daarbij is er voor gekozen om op een vernieuwende manier medewerkers aan te trekken en aan de organisatie te verbinden. De effecten van het robuuster en toekomstbestendig maken van de organisatie worden het komende jaar uitgewerkt.
In deze perspectiefnota wordt een beeld geschetst van de effecten van de bijstellingen, zoals die onder meer voortvloeien uit de begrotingen van de verbonden partijen en verwachte loonontwikkelingen. Het meerjarig beeld vertoont daarbij een negatief beeld. Wordt echter rekening gehouden met verwachte ontwikkelingen op het vlak van de algemene uitkering, maartbrief 2022 en herijking gemeentefonds, en het verwachte effect op de arbitrage uitspraak Jeugd dan kan een sluitend perspectief voor de jaren 2023-2025 worden gepresenteerd. Het jaar 2026 sluit voorlopig nadelig, mede doordat het huidige kabinet de opschalingskorting en de ontwikkeling van het accres in stand houdt. Via onder meer de VNG worden gesprekken gevoerd hoe met het jaar 2026 om te gaan. Richting de begroting 2023-2026 hopen wij hierover meer duidelijkheid te kunnen bieden. Rekening houdend met de verwachte ontwikkelingen is besloten om de uitkomsten van de biedingen 2022 en volgende jaren in deze perspectiefnota zijn mee te nemen. Daarmee kunnen reeds in gang gezette beleidsvoornemens worden gerealiseerd.
Leeswijzer Deze perspectiefnota start met het financieel perspectief op hoofdlijn in een gecomprimeerd overzicht. Daarnaast wordt ingegaan op de financiële uitgangspunten van de begroting 2023 – 2026 met aandacht voor de ontwikkelingen van het gemeentefonds. Hierbij is rekening gehouden met de septembercirculaire 2021, de meicirculaire 2022 is nog niet beschikbaar. De meicirculaire wordt gedurende het besluitvormingsproces afzonderlijk via het college aan de raad aangeboden inclusief de financiële effecten daarvan op het meerjarig perspectief. Een toelichting op de onderwerpen per begrotingsprogramma is in bijlage 1 opgenomen. Hoofdstuk 2 betreft de risicoparagraaf en de perspectiefnota wordt afgesloten met hoofdstuk 3 waarin wordt ingegaan op de toekomstige ontwikkelingen. Dit zijn ontwikkelingen die worden voorzien, maar waarvan nu nog onduidelijk is wat het effect zal zijn.
Er zijn vijf bijlagen: 1. Begrotingspositie 2. Financieel overzicht per programma 3. Toelichting loon- en prijsstijging 4. Investeringsoverzicht 2022-2026 5. Kasstroomoverzicht t.b.v. investeringsplanning
-4-
1. Financieel perspectief 1.1 Gecomprimeerd overzicht
Saldo begroting 2021-2024 Effecten septembercircularie 2021
Begroting na wijziging 2022 630.432 811.034
Mutaties 2022 (VJN) -
Bijgestelde begroting 2022 630.432 811.034
Begroting 2023 -68.141 618.440
Begroting 2024 -771.950 623.768
Begroting 2025 -692.771 706.522
Begroting 2026 -330.008 778.277
Bijgestelde begroting 2021-2024
1.441.466
-
1.441.466
550.299
-148.182
13.751
448.269
-
-1.860 -25.000 -26.860
-1.860 -25.000 -26.860
-1.860 -18.500 -25.000 -45.360
-1.860 -18.500 -25.000 -45.360
-1.860 -18.500 -25.000 -45.360
-1.860 -18.500 -25.000 -45.360
-26.860
1.414.606
504.939
-193.542
-31.609
402.909
-3.538 -1.432.621 32.000 -71.313 -1.475.472
-3.538 -1.432.621 32.000 -71.313 -1.475.472
-3.538 -1.676.721 407.997 -9.000 -74.712 -1.355.974
-3.538 -1.641.753 36.218 -9.000 -74.712 -1.692.785
-3.538 -1.641.753 -320.174 -9.000 -74.712 -2.049.177
-3.538 -1.641.753 -730.490 -9.000 -74.712 -2.459.493
157.515 12.500 8.000 -114.600 -7.640 5.000 -15.000 -8.000 -10.000 -5.000 -65.000 -9.588 -51.813
157.515 12.500 8.000 -114.600 -7.640 5.000 -15.000 -8.000 -10.000 -5.000 -65.000 -9.588 -51.813
-200.000 9.647 12.500 8.000 89.400 -7.640 5.000 -15.000 -8.000 -10.000 -5.000 -40.600 -11.416 -65.000 -5.438 -243.547
-200.000 17.222 12.500 8.000 73.600 -7.640 5.000 -15.000 -8.000 -10.000 -5.000 -40.600 -11.416 -65.000 -13.438 -259.772
-200.000 49.197 12.500 8.000 164.720 -7.640 5.000 -15.000 -8.000 -10.000 -5.000 -40.600 -11.416 -65.000 -13.438 -136.677
-200.000 73.219 12.500 8.000 126.000 -7.640 5.000 -15.000 -8.000 -10.000 -5.000 -40.600 -11.416 -65.000 -13.438 -151.375
-35.000 35.000 -22.336 22.336 -45.000 45.000 -5.000 5.000 -
-35.000 35.000 -22.336 22.336 -45.000 45.000 -5.000 5.000 -
-
-
-
-
-15.000 -15.000
-7.500 -36.000 -15.000
-7.500
-7.500
-7.500
-15.000 -15.000
-15.000
-15.000
-15.000
-9.500 -20.000 -20.000
-9.500 -20.000 -20.000
-20.000
-20.000
-20.000
-20.000
-10.000 -50.000
-10.000 -50.000
-10.000 -50.000
Progr.
Onderwerp
Raadsbesluiten Collegebesluit 16 decermber 2021 nota R & V Verhoging bijdrage Veerdiensten raadsvoorstel 24 juni 2021 Groenbeleidsplan 21 april 2022 raadsbesluit structureel
Begrotingssaldo per eind april 2022 Gemeenschappelijke Regelingen Verhoging bijdrage lichtmasten Bureau OVL (o.b.v. begroting 2023) SOJ o.b.v. actuele cijfers februari 2022 GR Sociaal o.b.v. begroting SVHW, stijging bijdrage deelnemers Bijdrage Veiligheidsregio VHZHZ Totaal Gemeenschappelijke Regelingen
-
Structurele bijstellingen CAO verhoging salariskosten o.b.v. indexering Herrekening kapitaallasten Meer innen van leges Meer opbrengsten door hogere tarieven en meer begrafenissen Mutaties opbrengsten omgevingsvergunningen Afdracht per lichtmast wordt hoger o.b.v. bijstelling begroting 2022 Verhoging precariorechten Verzekeringen Bijdrage GR Drechtsteden Beveiliging gemeentehuis (raadsbesluit 26 oktober 2021) Verhoging papierprijzen Overdracht bodemsanerinstaken Bedrijfsmatige asbestmeldingen Uitbreiding formatie Griffie 0,6 - 0,8 fte Diverse bijstellingen < € 5.000 *1 Totaal structurele bijstellingen
-
Biedingen budgettair neutraal Beschermd wonen en opvang cofinanciering pilot Wijk-GGD dekking uit reserve sociaal domein) huiselijk geweld en kindermishandeling (door Begr.wijz. DG&J) dekking wordt gezocht in de algemene middelen uitbreiding waakvlam team dekking uit sociaal domein implementatie chatfunctie voor Hardinxveld-Giessendam dekking uit beschikbaar budget doorontwikkeling dienstverlening Totaal biedingen budgettair neutraal
-
Biedingen Uitvoering BRO, er zijn wettelijke taken bijgekomen Renoveren bomen Nieuweweg(vervangen 12 bomen) Sociaalloket op het gemeentehuis Centraal aanspreekpunt:leefomgeving, omgevingszorg en Samenleving hebben behoefte aan specifieke kennis die nu niet in huis is. HG faciliteert in grootschalige oefening hoog water Kinderopvang en peuterspeelzalen Kosten audit WPG WPG Toename aantal medewerkers/GRID accounts raadsleden/stijgende licentieprijzen
-50.000
-50.000
-10.000 -50.000
-3.500
-3.500 -133.000
-1.000
-1.000
-1.000
-1.000
-133.000
-139.500
-103.500
-103.500
-103.500
-1.687.145
-245.679
-1.234.082
-2.249.599
-2.320.963
-2.311.459
-
-
-
399.000 399.000
411.033 135.000 960.000 1.506.033
472.207 405.000 1.629.000 2.506.207
545.754 504.000 1.918.000 2.967.754
545.754 504.000 510.000 1.559.754
1.441.466
-1.687.145
153.321
271.951
256.608
646.791
-751.705
Diverse biedingen onder € 5.000 Totaal biedingen
-
Saldo na perspectiefnota 2023-2026 Mogelijke positieve effecten Arbitrage uitspraak Jeugdzorg na 2022 voor 75 % ingeboekt Herverdeeleffecten gemeentefonds Effecten accres maartbrief 2022 AU Totale dekking incidentele bijstellingen Saldo na perspectiefnota 2023-2026
-45.000 45.000
-
-5-
De posten kleiner dan € 10.000 zijn niet afzonderlijk toegelicht per programma. Dit betreffen kleinere bijstellingen door actualisaties van budgetten.
Financieel perspectief Uit bovenstaand overzicht blijkt dat het financieel meerjarenperspectief ten opzichte van de begroting 2022 is verslechterd. De verklaring hier mede voor is de toenemende kosten WMO en Participatie en de toenemende kosten in de Jeugdzorg.
-6-
1.2 Financiële uitgangspunten ▪
De begroting 2023-2026 wordt, evenals voorgaande begrotingen, opgesteld op basis van constante prijzen.
▪
De inflatieontwikkeling is gekoppeld aan de inflatie over het voor-voorgaande jaar (t-2). Dit betekent dat voor 2023 het inflatiepercentage van 2021 van toepassing is. Dit percentage bedraagt 2,7% (consumentprijsindex). In voorliggende perspectiefnota is dit niet doorgerekend.
▪
In de perspectiefnota is geen rekening gehouden met de meicirculaire, omdat die bij het opstellen nog niet beschikbaar was. Het effect op de perspectiefnota wordt na het verschijnen van de circulaire doorgerekend en via een aparte memo aan de raad ter beschikking gesteld voorafgaande aan de raadsvergadering. Op die wijze kan het totale financiële plaatje door de raad worden betrokken in haar afweging.
▪
Voor de begroting 2023-2026 zijn op dit moment de volgende aantallen van toepassing: o 18.511 inwoners (per 1 januari 2022); o 7.884 objecten met rioolplicht (gebaseerd op opgave SVHW); (peildatum september 2021); o 7.303 objecten met afvalstoffenheffingplicht (gebaseerd op opgave SVHW) (peildatum september 2021).
▪
Voor de formatie wordt uitgegaan van de formele sterkte per 1 januari 2022 (105,65 fte excl. college).
▪
Er wordt geen algemeen inflatiepercentage toegepast. In de meerjarenraming worden de budgetten individueel tegen het licht gehouden zodat, afhankelijk van trends en ontwikkelingen, bijstellingen plaats kunnen vinden.
-7-
1.3 Ontwikkelingen gemeentefonds Bij het samenstellen van deze perspectiefnota is zoals gebruikelijk de meicirculaire 2022 voor de algemene uitkering nog niet beschikbaar. De minister van Binnenlandse Zaken heeft aangegeven dat de herijking verdeling gemeentefonds opschuift naar 1 januari 2023. De verwachting is dat dit model beter aansluit op de kostenverschillen tussen gemeenten en dat een groot aantal knelpunten in de huidige verdeling hiermee weggenomen kan worden. De verwachting is dat de bij de meicirculaire 2022 de financiële effecten zichtbaar zullen zijn. Voor Hardinxveld-Giessendam wordt een positief structureel effect verwacht van € 135.000 in 2023 oplopende naar circa € 500.000 in 2025. Indicatief gaat het voor ons om een plus van per saldo € 28 per inwoner. Het ingroei-pad is voor drie jaar en wordt voor alle gemeenten voor het jaar 2023 op maximaal € 7,50 per inwoner gezet.
1.4 Financiële positie in perspectief De financiële positie van de gemeente bestaat uit een drietal componenten en kunnen als volgt worden weergegeven:
Deze drie componenten dienen in samenhang te worden beoordeeld. Bijvoorbeeld extra investeringen zullen enerzijds gedekt moeten worden binnen de exploitatie, via kapitaallasten, maar ook gefinancierd. Als dit wordt gedaan via een lening leidt dit op korte termijn tot rentelasten (effect op de exploitatiebegroting) en op langere termijn tot aflossing (uitgaande geldstroom). Kortom: besluiten met financiële gevolgen dienen altijd in het perspectief van bovengeschetste componenten beschouwd te worden. -8-
In zowel de perspectiefnota als in de begroting worden de componenten meegewogen en dat is onder meer terug te zien in bijlage 5 (Kasstroomoverzicht t.b.v. investeringsplanning), waar de uitgangspunten van de nota Financieringsvisie en rentebeleid worden meegewogen in de haalbaarheid van de dekking van investeringen. Daarbij wordt rekening gehouden met 40% externe financiering.
-9-
2. Risicoparagraaf Overdracht bodemsaneringstaken Met de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2023 komen er nieuwe taken naar gemeenten toe en verandert er ook het een en ander in de bestaande vergunningverlening rondom milieu. Deze taken zijn belegd bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ). 1. Overdracht bodemsaneringstaken Op dit moment is de Provincie Zuid-Holland bevoegd gezag over de bodemsaneringstaken. Zij belegt deze taken bij OZHZ. Onder de Omgevingswet wordt de gemeente bevoegd gezag. OZHZ zal nog steeds de uitvoering doen, maar de financiële lasten komen te liggen bij de gemeente. Er was en is veel discussie over de Rijksmiddelen die beschikbaar komen voor deze taakuitvoering. Deze zijn dusdanig beperkt dat de taakuitvoering in gevaar komt. Om de continuïteit binnen de omgevingsdienst te waarborgen zijn er extra middelen vanuit de gemeente nodig. Op basis van gegevens van de afgelopen jaren heeft OZHZ berekend dat de kosten voor Hardinxveld-Giessendam uitkomen op € 65.000. Omdat er nog veel onzekerheden zijn adviseert OZHZ om € 40.600 structureel en € 24.400 incidenteel voor 2023 op te nemen.
Omdat er nog geen definitieve uitspraak is over de Rijksmiddelen, de principiële discussie die hiermee samenhangt (middelen moeten taak volgen), en een deel van deze taken ook afhangen van het grondverzet binnen de gemeente is het voorstel om vanaf 2023 het structurele deel op te nemen in de begroting en het incidentele deel van € 24.400 op te nemen in de risicoparagraaf. 2. Vergunningverlening milieu Vanwege diverse veranderingen op het gebied van vergunningverlening milieu (o.a. vooroverleg, veranderende informatie- en meldingsplichten) verwacht OZHZ meer tijd nodig te hebben om deze taken uit te voeren. Er zit nu nog een onzekerheidsmarge in wat de werkelijke kosten zijn. De structurele kosten bedragen € 2.000 vanaf 2023 en € 7.000 incidenteel. Mogelijk is de € 2.000 binnen het bestaande budget op te vangen, maar mocht dit niet lukken dan zal alsnog in 2023 een bijstelling van het budget moeten volgen. Daarom wordt voorgesteld om vanaf 2023 € 2.000 structureel en € 7.000 incidenteel op te nemen in de risicoparagraaf.
Implementatie Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging De implementatie van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging (Wkb) (inwerkingtreding 1 januari 2023) brengen financiële onzekerheden met zich mee. In de 2e helft van 2021 is er een inhaalslag in gang gezet in het dossier implementatie Omgevingswet en Wkb, met name gericht op de minimale acties die nodig zijn voor de datum van inwerkingtreding (1 januari 2023). Deze inhaalslag heeft impact op de organisatie. Sowieso is de implementatie van deze wetgeving als een grote veranderopgave met een grote tijdspanne en een grote mate van complexiteit te kwalificeren dat veel vraagt van de organisatie (zowel ambtelijk als bestuurlijk). Er is veel te doen. Voor 1 januari 2023 is het vanuit de minimale acties in ieder geval nodig dat er besluiten worden genomen over de legesverordening, de erfgoedverordening en de verordening nadeelcompensatie. Daarnaast moet er een adviescommissie ruimtelijke kwaliteit worden ingesteld en moet er een verordening adviescommissie ruimtelijke kwaliteit worden vastgesteld. Ook moeten huidige werkprocessen worden aangepast aan de nieuwe wetgeving. Te denken valt aan het reguliere vergunningenproces en het proces rondom toezicht en handhaving.
We richten ook het proces van de omgevingstafel in die ondersteunend is aan initiatieven die niet binnen de vastgestelde kaders passen, maar die wel vanuit de ja, mits benadering het waard zijn om nader te verkennen. De inmiddels genomen besluiten rondom delegatie, bindend adviesrecht en participatieplicht moeten worden geïntegreerd in de werkprocessen, zowel ambtelijk als bestuurlijk. Om de werkprocessen goed ingebed te krijgen voor de datum van inwerkingtreding zijn ook randvoorwaardelijke zaken belangrijk zoals opleidingen en trainingen en het opzetten van specifieke communicatie- en informatievoorziening via verschillende kanalen, zowel intern gericht als extern.
- 10 -
Wat absoluut noodzakelijk is voor 1 januari 2023 is dat het digitaal stelsel goed werkt. Hoewel we daar in regionaal verband hard aan werken, blijft dit een spannend proces, mede vanuit de organisatie rondom de landelijke voorziening. Daar hebben we als gemeente relatief weinig invloed op, maar blijven we hier onverminderd aan werken binnen de grenzen van het verloop van de voorbereidingen en implementatie op landelijk niveau. Wat niet perse hoeft voor de invoeringsdatum, maar waar we wel al een start mee moeten maken, is het vullen van een deel van het omgevingsplan. We krijgen weliswaar de tijd tot 2030 om een geheel grondgebied dekkend omgevingsplan te maken, maar die tijd is relatief kort gezien de complexiteit van deze transitie. Die tijd moeten we dus goed benutten en vandaar de gewenste start voor 1 januari 2023. Zo zien we ook dat verschillende buurgemeenten inmiddels gestart zijn. Ditzelfde geldt voor het opstellen van een omgevingsvisie. Niet noodzakelijk om die voor 1 januari 2023 te hebben, maar wel belangrijk om de start te hebben gemaakt voor dat moment. Tot eind 2023 hebben we de tijd om deze visie vast te stellen. Om de inhaalslag mogelijk te maken en om de impact op de organisatie beheersbaar te houden wordt ingezet op het maken van "werk met werk".
Daarnaast vinden er continu gesprekken plaats om de impact op de organisatie te blijven kwalificeren en te kwantificeren en wanneer nodig daarop te acteren ook in financiële zin. Maar vanwege de complexiteit van deze veranderopgave is daar nu niet op alle onderdelen altijd exact de vinger op te leggen. Als concreet punt lichten we daarvoor het vullen van het omgevingsplan voor het gehele grondgebied uit. Het is nu nog onduidelijk wat dat exact in zijn volledigheid gaat betekenen. Wel is duidelijk dat we dit gefaseerd aan moeten pakken om de ambtelijke organisatie niet over te belasten en dat we een samenwerking aan moeten gaan met stedenbouwkundige bureaus vanwege specifieke kennis rondom bijvoorbeeld de bruidsschat en de vertaling daarvan in het omgevingsplan en de relatie met andere beleidsaspecten vanuit de verbrede reikwijdte zoals de Omgevingswet bedoelt. Specifieke kennis vanuit het omgevingsrecht is hierin onontbeerlijk en moeten we van buiten onze organisatie organiseren. Naast de ontwikkelfase van het vullen van een gebied dekkend omgevingsplan, is er ook sprake van een beheerfase. Daarbij komen ook structurele functies kijken die een belangrijke rol vervullen, zoals die van regel- en plananalisten/beheerders en geo-experts.
Hoe dit exact zijn vertaling krijgt in bijvoorbeeld formatieve zin en hoe dit te borgen (lokaal en/of regionaal) is nog onderdeel van gesprek en wordt ook gevoerd in Drechtstedelijk verband. Daarin is specifieke aandacht voor het benutten van samenwerkingskracht en eventuele efficiencyvoordelen. In de begroting is voor de komende jaren het volgende vervat als budget Omgevingswet: 2022 € 130.000 € 77.500* € 207.500
2023
2024
2025
2026
€ 130.000
€ 80.000
€ 80.000
€ 80.000
€ 130.000
€ 80.000
€ 80.000
€ 80.000
*Via resultaatbestemming jaarrekening 2021. Gezien de financiële onzekerheden is het in dit stadium lastig aan te geven hoe het financiële verloop zich werkelijk gaat verhouden tot het budget Omgevingswet zoals vervat in de begroting. De komende tijd besteden we aandacht aan het verder uitdiepen en het aanbrengen van meer scherpte in de financiële implicaties. Daarin maken we ook de verbinding met andere budgetten die mogelijk ingezet kunnen worden voor de kosten. Via tussentijdse rapportages van de P&C-cyclus geven wij hier nader inzicht in.
- 11 -
Groeiagenda In 2022 wordt van de gemeenten een nieuw besluit gevraagd op de inzet van de Groeiagenda, de zogenoemde ruimtelijk-economische samenwerking. De 1e periode van 4 jaar voor de uitvoering van de Groeiagenda die loopt tot 2030 is komend jaar voorbij. Om alle ambities uit te voeren, is mogelijk aanvullend budget nodig, bovenop het aandeel dat al in de lokale begroting structureel is opgenomen. De gemeenteraad is begin 2022 tijdens een Ontmoeting bijgepraat over de pijlers en inhoudelijke opgaven in de Groeiagenda waarbij deze financiële ontwikkeling reeds is benoemd. Op het moment van schrijven is nog niet te berekenen wat de omvang is van de financiële vraag en de betekenis ervan voor de verdere uitvoering van de Groeiagenda. Zodra het voorstel er is, zal de gemeenteraad zowel vanuit financieel als inhoudelijk perspectief moeten oordelen. Jeugdwet De uitvoering van de Jeugdwet is een taakveld binnen het sociaal domein. De bekostiging maakt met ingang van 1 januari 2019 geen deel meer uit van de integratie uitkering sociaal domein van de algemene uitkering van het Rijk. Deze gelden zijn als zodanig algemeen dekkingsmiddel geworden. De taken vanuit de Jeugdwet zijn gedelegeerd en gemandateerd aan de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd. De serviceorganisatie Jeugd (SOJ) Zuid-Holland Zuid is de uitvoeringsorganisatie.
Vanwege de sterk gestegen kosten is het gehele budget naar de regionale zorgmarkt gegaan. Te zien is dat de kosten van de uitvoering van de Jeugdwet stijgen. We zien deze kostenstijging voornamelijk in de zorginkoop en dan op de producten verblijf en specialistische GGZ. Er is een zichtbare stijging in de gemiddelde kosten per cliënt, dit betekent dat er meer kosten worden gedeclareerd door zorgaanbieders. Het aantal cliënten dat jeugdhulp ontvangt blijft nagenoeg gelijk. Door de nieuwe inkoopafspraken tussen de SOJ en zorgaanbieders en het normenkader verwachten we dat deze stijging geleidelijk zal afvlakken. Tegelijk zetten we in op een kritische toegang in het doorverwijzen van jeugdigen. Dit gebeurt zowel lokaal als regionaal. Om deze trend van kostenstijging om te zetten in een daling zijn maatregelen geformuleerd in de ontwikkelagenda. Het merendeel van de maatregelen is na enige vertraging door o.a. de coronacrisis zowel lokaal als regionaal gestart. Voor 2022 is in het AB besloten een begrotingswijziging door te voeren van €17,5 miljoen. Op dit moment zien wij de jeugdhulpuitgaven stijgen c.q. dat de voorgenomen besparingen niet worden gerealiseerd en er extra kosten zijn vanwege stijging van de zorgsalarissen. Er is op verzoek van het AB in de realistische begroting 2022 geen rekening gehouden met groei.
Het AB van 7 april 2022 heeft besloten om voor de meerjarenbegroting het scenario 5%, 2,5%, 0% te nemen. De begroting van de GR is een optelsom van tien lokale begrotingen en er wordt per gemeente afgerekend omdat er geen solidariteit meer is. Er is nog veel financiële onzekerheid door een aantal aspecten: een hervormingsagenda, een mogelijke wetswijziging en de discussie over de rijksbijdrage. Van de nieuwe afspraken en ook van de lokale maatregelen zijn de effecten nog niet zichtbaar. Het kabinet stelt voor 2022 €1,314 miljard extra beschikbaar aan gemeenten ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. De bezuiniging van 500 miljoen op de jeugdzorg, die in het regeerakkoord staat, is van de baan. Wel zal verantwoordelijk staatssecretaris onderzoeken of het mogelijk is een eigen bijdrage voor de jeugdzorg in te voeren. Ook zal er bekeken worden of het mogelijk is om behandelingen te schrappen die nu nog uit het jeugdzorgpotje worden betaald.
- 12 -
Algemene uitkering De belangrijkste inkomstenbron van iedere gemeente is het gemeentefonds. Omdat dit algemene middelen zijn, kan de gemeente zelf beslissen over de besteding ervan. Het gemeentefonds is gekoppeld aan de rijksuitgaven. Dit houdt in dat wanneer het Rijk meer uitgeeft, het gemeentefonds omhoog gaat. Andersom geldt dit ook. Dit principe wordt ook wel “Samen de trap op, samen de trap af” genoemd. Ervaringen geven aan dat niet altijd sprake is van een groei van het Gemeentefonds en toch ook rekening moet worden gehouden met het gegeven dat het Gemeentefonds een daling te zien geeft. Belangrijke factoren bij de berekening van de hoogte van de uitkering zijn het precieze aantal inwoners en woningen, de gevolgen van overheveling van specifieke uitkeringen en de netto rijksuitgaven. De minister van Binnenlandse Zaken heeft in december 2020 aangegeven dat de herijking verdeling gemeentefonds opschuift naar 1 januari 2023. De verwachting is dat dit model beter aansluit op de kostenverschillen tussen gemeenten en dat een groot aantal knelpunten in de huidige verdeling hiermee weggenomen kan worden. De verwachting is dat de bij de meicirculaire 2022 de financiële effecten zicht baar zullen zijn. Voor Hardinxveld-Giessendam wordt een positief structureel effect verwacht van € 135.000 in 2023 oplopende naar circa € 500.000 in 2025.
Indicatief gaat het voor ons om een plus van per saldo € 28 per inwoner. Het ingroeipad is voor drie jaar en wordt voor alle gemeenten voor het jaar 2023 op maximaal € 7,50 per inwoner gezet. Met ingang van 2019 is de integratie-uitkering sociaal domein; Wmo, Jeugdwet en Participatiewet, met uitzondering van enkele onderdelen, opgegaan in de algemene uitkering. Daarmee maakt het voortaan deel uit van de samen-trap-op-af systematiek. Ondanks een extra uitkering voor Jeugd over de jaren 2019 t/m 2021 zullen met name de participatie- en jeugdbudgetten de komende jaren onder druk blijven staan. Over de arbitrage-uitspraak jeugdzorg na 2022 wordt, naar alle waarschijnlijkheid, bij de meicirculaire meer duidelijkheid gegeven. De invoering van het woonplaatsbeginsel waarin geregeld wordt welke gemeente financieel verantwoordelijk is, is met een jaar uitgesteld naar 2023. De verwachting is dat onze gemeente hier positieve effecten van zal ondervinden. In de maartbrief 2022 is een voorzichtige doorkijk gegeven van de ontwikkeling van de uitkeringsfactor (accres); “Samen de trap op, samen de trap af”, gegeven. De komende jaren kunnen we op een aanzienlijke toename van het accres rekenen.
Voor het begrotingsjaar 2026 wordt een forse daling voorzien als gevolg van het schrappen van de oploop opschalingskorting in de jaren 2023-2025 en het terugvallen van het accres vanaf 2026 naar een structureel niveau.
Wmo De Wmo is een ‘openeinderegeling’: de kosten in enig jaar zijn afhankelijk van het beroep dat op de regeling wordt gedaan. Vanaf 1 januari 2022 spreken we over een nieuwe GR sociaal, waar de taken van de Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) onder vallen. De uitvoeringsorganisatie SDD voert voor onze gemeenten het grootste deel van de Wmo-taken uit (maatwerkvoorzieningen). De SDD benut hiervoor een groot deel van de Wmo-budgetten van de gemeente. De SDD hanteert het principe van afrekening naar gebruik. In 2021 zijn de kostenverdeelsleutels, bedoeld voor de verdeling van de gemeentelijke bijdragen aan de GR Drechtsteden geactualiseerd. Tot en met 2022 werden de totale apparaats- en uitvoeringskosten verdeeld op basis van het 5-jarige gemiddelde van het aantal bijstandsklanten. Vanaf 2023 worden de apparaatskosten verdeeld over alle diensten. Dit pakt op onderdelen voor Hardinxveld-Giessendam nadelig uit en betekent een stijging van kosten. Het budget voor het organiseren van algemene voorzieningen blijft lokaal en zit voor een deel in de Maatschappelijke Agenda (MAG).
- 13 -
De realisatiecijfers van de afgelopen jaren vormen de basis voor de komende jaren waarmee de budgetten herijkt kunnen worden. Hierbij is ook een marge ingebouwd. De realisatiecijfers van de volgende jaren bieden een verdere basis voor betrouwbaardere prognoses. De verwachting is dat de stijging van de kosten voor de Wmo de komende jaren zal doorzetten. Dit komt voornamelijk doordat 1) het aantal toegekende voorzieningen stijgt; en 2) de kostprijs van de voorzieningen toeneemt. De uitgaven op de individuele begeleiding en dagbesteding stijgen al geruime tijd. De vergrijzing, ambulantisering en extramuralisering (langer zelfstandig thuis) zal de komende jaren verder toenemen en zorgen voor een autonome groei in de vraag naar ondersteuning. Sinds 2019 stijgt ook het aantal inwoners dat een beroep doet op huishoudelijke hulp fors. Een belangrijke oorzaak hiervan is de invoering van een vaste eigen bijdrage van € 19,00 per vier weken (het abonnementstarief) dat leidt tot een aanzuigende werking. Dit abonnementstarief staat vanaf invoering al ter discussie. Voor het abonnementstarief is in het regeerakkoord het voornemen opgenomen om dit te wijzigen naar een inkomensafhankelijke eigen bijdrage voor de huishoudelijke ondersteuning. De planning is dat een eventuele wetswijziging pas op 1 januari 2025 zal ingaan. Voor de komende jaren zal de groei naar verwachting verder doorzetten.
Ook de nieuwe aanbesteding huishoudelijke ondersteuning leidt naar verwachting tot hogere tarieven door stijgende cao-lonen, krapte op de arbeidsmarkt en de AMvB reële prijs die straks van toepassing is op de nieuwe inkoopcontracten. Het jaar 2022 en 2023 staan in het teken van de herijking Wmo. De huidige verordening Maatwerkvoorzieningen is dit jaar door de raad as-is vastgesteld. Dit betekent dat er enkel noodzakelijke veranderingen zijn aanbracht, denk aan naamswijzigingen, om de rechtmatigheid te garanderen. De nieuwe herijking biedt een bredere keuze aan gemeenten om te kunnen sturen op de Wmo. Door de nieuwe GR Sociaal is er meer maatwerk mogelijk. De verwachting is dat we hierdoor ook kunnen meer sturen op de stijgende kosten van de Wmo. Een andere onzekere factor is de doordecentralisatie van beschermd wonen en opvang die vanaf 2022 van start is gegaan. De doordecentralisatie betekent dat wij als regiogemeente in de loop der jaren verantwoordelijk zullen worden voor een groeiend aantal cliënten. Daarnaast wordt, naar verwachting, per 2024 het nieuwe objectieve verdeelmodel en het woonplaatsbeginsel stapsgewijs ingevoerd. De afgelopen jaren had onze regio een overschot op het budget Beschermd wonen, hetgeen ieder jaar volgens een vaste verdeelsleutel werd verdeeld over de gemeenten. Vanuit deze middelen bekostigde onze gemeente lokale (preventieve) initiatieven.
Met de komst van het nieuwe verdeelmodel zat dit overschot naar verwachting geleidelijk verdwijnen. Tot in ieder geval 2024 blijft het principe van financiële solidariteit in de regio gehanteerd, op basis van de samenwerkingsovereenkomst beschermd wonen en opvang. We blijven de ontwikkelingen nauwlettend volgen. Door al deze ontwikkelingen zullen de kosten voor Wmo ondersteuning op langere termijn verder toenemen. De SDD stuurt op het beperken van de kosten via scherpe sturing op de contracten en afschaling naar lichtere vormen van ondersteuning als dat mogelijk is. Grondexploitaties/projecten De risico's rondom grondexploitaties en anterieure overeenkomsten worden beschreven in het MPG en t-MPG. Het MPG 2022 wordt behandeld in de raadsvergadering van 23 juni 2022. Kortheidshalve wordt voor de risico's naar het MPG 2022 verwezen. Op basis van dit MPG zijn de voorziene risico's op de grondexploitaties via de jaarrekening 2021 voorzien en is de reserve bouwgrondexploitaties beschikbaar. Voor de anterieure overeenkomsten geldt dat met name bij de complexere projecten risico's op niet-verhaalbare kosten mogelijk zijn. Middels risicobeheersing en afspraken in de overeenkomsten worden deze zoveel mogelijk afgedekt
- 14 -
Ontwikkeling inflatie niet verwerk in Perspectiefnota De gevolgen van de oorlog in Oekraïne en de daaruit voortvloeiende inflatie zijn niet verwerkt in deze perspectiefnota. Dit doordat deze effecten onzeker zijn. Deze gevolgen hebben onder meer invloed op de onderhoudsbudgetten en investeringen voor de openbare ruimte en de energiebudgetten.
- 15 -
3. Toekomstige ontwikkelingen In dit hoofdstuk wordt een doorkijk gepresenteerd voor de komende jaren. Onderstaande onderwerpen worden voor de toekomst voorzien, maar zijn voor alsnog niet nader te concretiseren, zodanig dat het tot een financiële vertaling leidt. Deze onderwerpen zullen in de volgende perspectiefnota(‘s) verder aan de orde worden gesteld. Herijking gemeentefonds De minister van Binnenlandse Zaken heeft in december 2020 aangegeven dat de herijking verdeling gemeentefonds opschuift naar 1 januari 2023. De verwachting is dat dit model beter aansluit op de kostenverschillen tussen gemeenten en dat een groot aantal knelpunten in de huidige verdeling hiermee weggenomen kan worden. De verwachting is dat de bij de meicirculaire 2022 de financiële effecten zicht baar zullen zijn
- 16 -
Bijlage 1 Begrotingspositie Totaal baten programma's 1. Bestuur 2. Leven, reizen en documenten 3. Openbare orde en veiligheid 4. Verkeer en vervoer 5. Ondernemen en bedrijvigheid 6. Scholing 7. Samenleven 8. Werk en inkomen 9. Zorg en welzijn 10. Gezondheid en milieu 11. Bouwen, wonen en gebruiken 12. Woonomgeving
Totaal baten programma's (voor mut. reserves)
Totaal lasten programma's 1. Bestuur 2. Leven, reizen en documenten 3. Openbare orde en veiligheid 4. Verkeer en vervoer 5. Ondernemen en bedrijvigheid 6. Scholing 7. Samenleven 8. Werk en inkomen 9. Zorg en welzijn 10. Gezondheid en milieu 11. Bouwen, wonen en gebruiken 12. Woonomgeving
Totaal lasten programma's (voor mut. reserves)
Totaal saldi programma's 1. Bestuur 2. Leven, reizen en documenten 3. Openbare orde en veiligheid 4. Verkeer en vervoer 5. Ondernemen en bedrijvigheid 6. Scholing 7. Samenleven 8. Werk en inkomen 9. Zorg en welzijn 10. Gezondheid en milieu 11. Bouwen, wonen en gebruiken 12. Woonomgeving
Totaal saldi programma's (voor mutaties reserves) Algemene dekkingsmiddelen baten Algemene dekkingsmiddelen lasten Bedrijfsvoering
Saldo baten en lasten (voor mutaties reserves) Totaal onttrekkingen aan reserves Totaal toevoeging aan reserves
Begrotingsresultaat (+/+ is vd)
Rekening 2021 359 226.368 28.900 173.218 206.509 181.000 1.180.980 2.662.767 756.945 4.875.912 5.667.914 11.113 15.971.985
Rekening 2021 2.156.274 602.801 2.039.241 2.277.903 280.295 1.004.606 2.156.836 3.996.829 14.364.029 4.659.916 5.820.094 1.043.298 40.402.123
Rekening 2021
Begroting 2022 0 238.090 9.800 133.831 177.700 236.753 722.580 2.365.628 96.500 4.462.758 9.144.929 1.000 17.589.569
Begroting 2022 2.609.299 622.393 1.914.447 2.784.031 584.579 1.232.211 1.940.310 4.103.372 13.259.348 3.856.515 10.138.737 1.134.410 44.179.652
Begroting 2022
Mutaties 2022 (VJN) 0 32.090 0 0 0 241.882 0 0 113.124 8.000 -27.911 0 367.185
Mutaties 2022 (VJN) 41.700 31.090 104.205 14.345 -8.361 134.572 -82.534 -14.152 1.587.956 366.430 -335.355 -2.705 1.837.191
Mutaties 2022 (VJN)
Bijgestelde begroting 2022 0 270.180 9.800 133.831 177.700 478.635 722.580 2.365.628 209.624 4.470.758 9.117.018 1.000 17.956.754
Bijgestelde begroting 2022 2.650.999 653.483 2.018.652 2.798.376 576.218 1.366.783 1.857.776 4.089.220 14.847.304 4.222.945 9.803.382 1.131.705 46.016.843
Bijgestelde begroting 2022
Begroting 2023 0 270.180 9.800 133.831 177.700 126.000 722.580 2.365.628 96.500 4.470.758 5.561.436 1.000 13.935.413
Begroting 2023 2.644.350 646.161 1.952.162 2.836.040 579.363 1.039.264 1.867.207 3.483.293 14.987.676 4.073.253 6.180.129 1.060.182 41.349.080
Begroting 2023
Begroting 2024 0 270.180 9.800 133.831 177.700 126.000 722.580 2.365.628 96.500 4.470.758 8.145.541 1.000 16.519.518
Begroting 2024 2.637.081 650.866 1.952.020 2.922.215 569.466 1.038.416 1.861.440 3.620.692 15.233.352 4.049.274 9.114.595 1.004.274 44.653.691
Begroting 2024
Begroting 2025 0 270.180 9.800 133.831 177.700 126.000 722.580 2.365.628 96.500 4.470.758 5.612.062 1.000 13.986.039
Begroting 2025 2.652.647 654.226 1.948.273 2.732.766 569.547 1.016.936 1.869.238 3.734.686 15.553.578 4.033.059 6.519.420 1.000.635 42.285.011
Begroting 2025
Begroting 2026 0 270.180 9.800 133.831 177.700 126.000 722.580 2.365.628 96.500 4.470.758 5.642.998 1.000 14.016.975
Begroting 2026 2.652.647 654.218 1.948.251 2.717.684 569.535 1.025.565 1.877.011 3.820.438 15.878.484 4.035.011 6.589.076 1.000.075 42.767.995
Begroting 2026
-2.155.915 -376.433 -2.010.341 -2.104.685 -73.786 -823.606 -975.856 -1.334.063 -13.607.084 215.995 -152.181 -1.032.184 -24.430.138
-2.609.299 -384.303 -1.904.647 -2.650.200 -406.879 -995.458 -1.217.730 -1.737.744 -13.162.848 606.243 -993.808 -1.133.410 -26.590.083
-41.700 1.000 -104.205 -14.345 8.361 107.310 82.534 14.152 -1.474.832 -358.430 307.444 2.705 -1.470.006
-2.650.999 -383.303 -2.008.852 -2.664.545 -398.518 -888.148 -1.135.196 -1.723.592 -14.637.680 247.813 -686.364 -1.130.705 -28.060.089
-2.644.350 -375.981 -1.942.362 -2.702.209 -401.663 -913.264 -1.144.627 -1.117.665 -14.891.176 397.505 -618.693 -1.059.182 -27.413.667
-2.637.081 -380.686 -1.942.220 -2.788.384 -391.766 -912.416 -1.138.860 -1.255.064 -15.136.852 421.484 -969.054 -1.003.274 -28.134.173
-2.652.647 -384.046 -1.938.473 -2.598.935 -391.847 -890.936 -1.146.658 -1.369.058 -15.457.078 437.699 -907.358 -999.635 -28.298.972
-2.652.647 -384.038 -1.938.451 -2.583.853 -391.835 -899.565 -1.154.431 -1.454.810 -15.781.984 435.747 -946.078 -999.075 -28.751.020
31.110.817 -698.899 -5.542.458 439.322
31.553.833 -41.229 -5.992.866 -1.070.345
5.000 -251.620 -43.830 -1.760.456
31.558.833 -292.849 -6.036.696 -2.830.801
30.915.622 -216.968 -5.324.537 -2.039.550
30.920.309 -181.422 -5.179.075 -2.574.361
31.191.536 -155.085 -5.166.425 -2.428.946
31.640.782 -133.063 -5.168.588 -2.411.889
6.966.779 -6.221.155 1.184.946
3.148.100 -663.149 1.414.606
100.171 -1.660.285
3.248.271 -663.149 -245.679
1.528.868 -723.400 -1.234.082
1.053.162 -728.400 -2.249.599
845.359 -737.376 -2.320.963
837.806 -737.376 -2.311.459
- 17 -
Bijlage 2 Financieel overzicht per programma Programma 1 Bestuur Programma 1. Bestuur Baten Lasten
Saldo van baten en lasten Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves
Resultaat
Rekening 2021 359 2.156.274 -2.155.915 180.508 39.738 -2.296.685
Begroting 2022 0 2.609.299 -2.609.299 0 22.730 -2.586.569
Mutaties 2022 (VJN) 0 41.700 -41.700 0 0 -41.700
Bijgestelde begr. 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
0 2.650.999 -2.650.999 0 22.730 -2.628.269
0 2.644.350 -2.644.350 0 13.865 -2.630.485
0 2.637.081 -2.637.081 0 0 -2.637.081
bedragen in € Begroting 2026 0 0 2.652.647 2.652.647 -2.652.647 -2.652.647 0 0 0 0 -2.652.647 -2.652.647
Begroting 2025
Programma 1. Bestuur Omschrijving Bijstellingen: - Bestuurlijke samenwerking; bijdrage aan Servicegemeente Dordrecht - College van burgemeester en wethouders -Bestuursondersteuning raad en rekenkamer, uitbreiding formatie
2022
2023
2024
2025
bedragen in € 2026
8.000 15.000 65.000
8.000 15.000 65.000
8.000 15.000 65.000
8.000 15.000 65.000
8.000 15.000 65.000
Herijkingen: - Bestuurlijke samenwerking, beheer waterbus naar andere programma's
-52.800
-52.800
-52.800
-52.800
-52.800
6.500
6.500
6.500
6.500
6.500
41.700
41.700
41.700
41.700
41.700
Diverse bijstellignen < € 10:000
Bijstellingen Bijdrage Servicegemeente Dordrecht Het budget van de bijdrage aan de regionale samenwerking (voorheen GR Drechtsteden) vraagt om een structurele verhoging. In de 2e bestuursrapportage van de voormalige gemeenschappelijke regeling is opgenomen dat een dataplatform wordt gerealiseerd. Enkele jaren geleden is Gemeentebelastingen Drechtsteden/Onderzoekcentrum Drechtsteden onder de noemer SmartDataCenter (SDC) begonnen om de schat aan ruwe data waar we in de regio over beschikken voor bredere toepassing om te zetten naar informatie. Dit gebeurt door middel van een dataplatform, een centrale plek waar data wordt verzameld en samengevoegd en waarbinnen ook analyses op de data gedaan kunnen worden. Daarnaast biedt het SmartDataCenter het ontwikkelen van dashboards aan de gemeenten aan. De realisatie van een dataplatform en dashboards vormen de eerste stappen richting datagedreven sturing. Het verwerken van data naar informatie, kennis en inzicht vraagt echter capaciteit. De financiering van deze voorziening binnen het sociaal domein is al structureel geregeld. In de aanloopperiode zijn de overige exploitatiekosten incidenteel gefinancierd uit het regionaal projecten portfolio (RPP). Om dit structureel te regelen, vraagt dit van Hardinxveld-Giessendam een bijdrage van € 30.000 per jaar.
Omdat pas is opgenomen in de regionale 2e burap, is dit bedrag nog niet verwerkt in de lokale begroting 2022. Daarnaast is de bijdrage voor de (regio)griffie komen te vervallen vanwege het opheffen van de Drechtraad. Het voorstel is om dit vrijvallende budget van € 22.000 in te zetten in dit eveneens regionale budget. Middelen: € 8.000 structureel Dotatie pensioenverplichtingen bestuurders Voor het APPA-plan (Algemene Pensioenwet van Politieke Ambtsdragers) blijkt dat de kosten in de afgelopen jaren wel sterk zijn toegenomen. Tot en met eind 2021 was dit ondergebracht bij een verzekeraar, maar vanaf 2022 moeten wij dit in eigen beheer opbouwen. Daarvoor is het noodzakelijk om een voorziening voor pensioenverplichtingen bestuurders te vormen en zal jaarlijks een actuariële berekening nodig zijn. Gelet op de ontwikkeling van de kosten in de afgelopen jaren is de verwachting dat het huidige budget ontoereikend is om de benodigde dotatie af te dekken. Middelen: € 15.000 structureel
Uitbreiding formatie griffie De werkgeverscommissie heeft de afgelopen 2 jaar meerdere keren met de griffie gesproken over de aanhoudende werkdruk. Tussentijds is getracht de werkdruk enigszins te verlagen door de tijdelijke - 18 -
inhuur. Helaas bood dit onvoldoende soelaas en blijft de praktijk dat er structureel wordt overgewerkt, dat desondanks achterstanden niet weggewerkt kunnen worden en nieuwe zaken niet of onvoldoende aandacht krijgen. Reden voor de werkgeverscommissie om in te gaan zetten op formatie-uitbreiding van 0,6 – 0,8 fte. Het presidium heeft daarom op 7 maart jl. besloten hiervoor in de perspectiefnota budget op te nemen. Middelen: € 65.000 structureel
- 19 -
Programma 2 Leven, reizen en documenten Programma 2. Leven, reizen en documenten Mutaties Bijgestelde 2022 (VJN) begr. 2022 32.090 270.180 31.090 653.483 1.000 -383.303 0 0 0 0 1.000 -383.303
Begroting 2023 270.180 646.161 -375.981 0 0 -375.981
Begroting 2024 270.180 650.866 -380.686 0 0 -380.686
Begroting 2025 270.180 654.226 -384.046 0 0 -384.046
bedragen in € Begroting 2026 270.180 654.218 -384.038 0 0 -384.038
Omschrijving Bijstellingen Leges naturalisatie en rijbewijzen
2022 12.500
2023 12.500
2024 12.500
2025 12.500
bedragen in € 2026 12.500
Diverse bijstellingen < € 10.000
-11.500
-500
-8.500
-8.500
-8.500
1.000
12.000
4.000
4.000
4.000
Baten Lasten
Saldo van baten en lasten Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves
Resultaat
Rekening 2021 226.368 602.801 -376.433 0 0 -376.433
Begroting 2022 238.090 622.393 -384.303 0 0 -384.303
Programma 2. Leven, reizen en documenten
Bijstellingen Leges Burgerbalie Ervaringscijfers laten zien dat de legesopbrengsten structureel hoger zijn dan de raming. Dit vindt zijn oorzaak o.a. in de indexatie van de tarieven die de afgelopen jaren niet is vertaald in de begroting. Daarnaast ligt de oorzaak ten dele in een hoger aantal aanvragen. Dit zien we vooral terug bij de naturalisatieverzoeken. Middelen: € -/- 12.500 structureel
- 20 -
Programma 3 Openbare orde en veiligheid Programma 3. Openbare orde en veiligheid Baten Lasten
Saldo van baten en lasten Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves
Resultaat
Rekening 2021 28.900 2.039.241 -2.010.341 14.458 30.658 -1.994.141
Begroting 2022 9.800 1.914.447 -1.904.647 0 16.200 -1.888.447
Mutaties 2022 (VJN) 0 104.205 -104.205 0 0 -104.205
Bijgestelde begr. 2022 9.800 2.018.652 -2.008.852 0 16.200 -1.992.652
Begroting 2023 9.800 1.952.162 -1.942.362 0 16.200 -1.926.162
Begroting 2024 9.800 1.952.020 -1.942.220 0 16.200 -1.926.020
Begroting 2025 9.800 1.948.273 -1.938.473 0 16.200 -1.922.273
bedragen in € Begroting 2026 9.800 1.948.251 -1.938.451 0 0 -1.938.451
Programma 3. Openbare orde en veiligheid Omschrijving Bijstellingen: - Kapitaallasten: daling renteomslag van 1,0% naar 0,25% - Kapitaallasten: wijziging afschrijvingslasten Bijstelling kapitaallasten
2022
2023
2024
2025
bedragen in € 2026
-605 1.419 814
-568 1.419 851
-531 1.419 888
-493 1.419 926
-479 1.419 940
Gemeenschappelijke regelingen: - Multi-disciplinaire veiligheidszaken, bijdrage VRZHZ
71.313
74.712
74.712
74.712
74.712
Biedingen: - Criminaliteitspreventie en - bestrijding WPG, en audit WPG - Multi-disciplinaire veiligheidszaken
20.000 9.500
10.000 -
10.000 -
10.000 -
10.000 -
Diverse bijstellignen < € 10:000
2.578
2.578
2.578
2.578
2.578
104.205
88.141
88.178
88.216
88.230
Gemeenschappelijke regelingen Bijdrage Veiligheidsregio De nieuwe CAO, stijgende kosten en exogene ontwikkelingen zorgen voor een negatief resultaat waardoor onze bijdrage aan de Veiligheidsregio flink toeneemt. Het is goed om deze hogere bijdrage te zien in de context van meerjarige teruggaven aan de gemeenten in periode 2014-2019 en significante besparingen die de VRZHZ reeds heeft gerealiseerd. Daarnaast wordt een forse financiële inzet gedaan om het uittreden van Leerdam en Zederik op te vangen, waarvoor we niet volledig worden vergoed. Middelen: 2022: € 71.313 2023 t/m 2026 € 74.712
Biedingen WPG Sinds 2019 vallen (persoons)gegevens die boa’s verwerken als opsporingsambtenaar onder de Wet politiegegevens (Wpg). De Wpg schrijft voor dat twee jaar na inwerkingtreding van de wet (dus in 2021) en vervolgens eenmaal in de vier jaar de verwerkingsverantwoordelijke de uitvoering van de bij of krachtens de wet gegeven regels door een privacy audit laat controleren. In 2021 is deze externe audit een jaar uitgesteld, deze vindt daarmee in 2022 plaats. De aanbesteding is inmiddels opgestart. Middelen: 2022: € 20.000 2023 t/m 2026 € 10.000 Grootschalige oefening hoog water In samenwerking met Reddingsbrigade Nederland de VRZHZ faciliteert onze gemeente in een grootschalige oefening ‘hoog water’. Het regionaal risicoprofiel van de VRZHZ omschrijft een crisis ten gevolge van wateroverlast als ‘zeer reëel’. Naar aanleiding van de crisis afgelopen jaar in Limburg vind er oktober dit jaar een grootschalige oefening plaats in onze gemeente om te onderzoeken of wij hier als gemeente weerbaar tegen zijn. Middelen € 2022 € 9.500,-.
- 21 -
Voertuig voor toezicht en handhaving Als werkgever voorzien wij onze medewerkers van de voorzieningen die zij nodig hebben om hun werk goed uit te voeren. Vanuit duurzaamheidsoverwegingen kiezen wij daarom voor een elektrische dienstauto waarmee onze buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) veilig en efficiënt zijn werk kan doen. Net zoals bij de voertuigen van onze buitendienst is aanschaf financieel voordeliger dan lease. Voor de aanschaf vragen wij in deze perspectiefnota een investeringskrediet aan. De jaarlijkse bijkomende kosten (zoals opladen en onderhoud) vangen wij op binnen de bestaande budgetten.
- 22 -
Programma 4 Verkeer en vervoer Programma 4. Verkeer en vervoer Baten Lasten
Saldo van baten en lasten Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves
Resultaat
Rekening 2021 173.218 2.277.903 -2.104.685 1.631.952 1.536.992 -2.199.645
Begroting 2022 133.831 2.784.031 -2.650.200 450.400 853.573 -2.247.027
Mutaties 2022 (VJN) 0 14.345 -14.345 0 23.978 9.633
Bijgestelde begr. 2022 133.831 2.798.376 -2.664.545 450.400 877.551 -2.237.394
Begroting 2023 133.831 2.836.040 -2.702.209 530.400 863.203 -2.369.406
Begroting 2024 133.831 2.922.215 -2.788.384 525.400 824.645 -2.489.139
Begroting 2025 133.831 2.732.766 -2.598.935 513.400 609.778 -2.502.557
bedragen in € Begroting 2026 133.831 2.717.684 -2.583.853 513.400 611.325 -2.485.928
Programma 4. Verkeer en vervoer Omschrijving Bijstellingen: - Kapitaallasten: daling renteomslag van 1,0% naar 0,25% - Kapitaallasten: wijziging afschrijvingslasten - Kapitaallasten: wijziging dekkingsreserve(s) Bijstelling kapitaallasten
2022
2023
2024
2025
bedragen in € 2026
-77.671 11.838 -23.978 -89.811
-125.402 -75.147 48.863 -151.686
-129.906 -19.018 17.676 -131.248
-127.657 -9.473 8.131 -128.999
-121.942 -9.486 8.146 -123.282
Gemeenschappelijke regelingen: - Openbare verlichting
11.178
11.178
11.178
11.178
11.178
Biedingen: - Basis Registratie Ondergrond: extra taken - Verkeerseducatie
17.500
7.500 -
7.500 -
7.500 -
7.500 -
Herijkingen: Beheer waterbus en walstroom van programma 1
44.000
44.000
44.000
44.000
44.000
7.500 -9.633
7.500 -81.508
7.500 -61.070
7.500 -58.821
7.500 -53.104
Diverse bijstellingen < € 10.000
Bijstellingen Kapitaallasten Zie toelichting bij programma 14 (bijlage 2). Openbare verlichting Er wordt een hogere bijdrage per lantaarnpaal in rekening gebracht. Enerzijds doordat nu aansluiting is gezocht bij een CAO, anderzijds om stijgende kosten te kunnen dekken. Middelen: €11.178 structureel Biedingen Verkeerseducatie In de vooruitblikken op 2023, 2024 en verder zijn een aantal nieuwe beleidsstukken gepland. Deze beleidsstukken zullen naast de gebruikelijke werkzaamheden van het personeel voor een erg hoge druk zorgen. Het is dus gewenst om een budget voor handen te hebben met als doel het inhuren van extra krachten om deze nieuwe initiatieven goed in beleid te krijgen. Een voorbeeld van een nieuw initiatief is bijvoorbeeld 'de beleidsnota fiets'. Ervaring leert echter dat voor veel van deze nieuwe initiatieven een vrij hoge mate van expertise nodig is op het gebied van verkeer en vervoer Deze expertise is vaak vrij specialistisch en verschilt per initiatief. Dit maakt dat verschillende nieuwe initiatieven om verschillende expertises vragen. En daarmee dus ook om verschillende inhuurkrachten.
Middelen: €17.500 incidenteel Investeringen Voor de volgende investeringen vragen wij een investeringskrediet aan (Zie voor meer informatie bijlage 4 Investeringsoverzicht): - Reconstructie Oude Nieuweweg - Reconstructie 't Laantje - Brug Marsstraat - Vervangen Duiker onder de Kievit - Reconstructie Oude Nieuweweg Riolering Herijkingen Beheer waterbus en walstroom van Programma 1 Bestuur.
Middelen: €44.000 structureel
- 23 -
Programma 5 Ondernemen en bedrijvigheid Programma 5. Ondernemen en bedrijvigheid Baten Lasten
Saldo van baten en lasten Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves
Resultaat
Rekening 2021 206.509 280.295 -73.786 0 6.080 -67.706
Begroting 2022 177.700 584.579 -406.879 0 10.000 -396.879
Mutaties 2022 (VJN) 0 -8.361 8.361 0 0 8.361
Bijgestelde begr. 2022 177.700 576.218 -398.518 0 10.000 -388.518
Begroting 2023 177.700 579.363 -401.663 0 10.000 -391.663
Begroting 2024 177.700 569.466 -391.766 0 0 -391.766
Begroting 2025 177.700 569.547 -391.847 0 0 -391.847
bedragen in € Begroting 2026 177.700 569.535 -391.835 0 0 -391.835
Programma 5. Ondernemen en bedrijvigheid Omschrijving Bijstellingen: - Kapitaallasten: daling renteomslag van 1,0% naar 0,25%
2022
2023
2024
2025
bedragen in € 2026
-5.466
-5.439
-5.413
-5.386
-5.360
Herijkingen: - Handel en ambacht: van programma 1
2.500
2.500
2.500
2.500
2.500
Diverse bijstellingen < € 10.000
-5.395
-5.395
-5.395
-5.395
-5.395
-8.361
-8.334
-8.308
-8.281
-8.255
Bedragen onder € 10.000 worden niet toegelicht.
- 24 -
Programma 6 Scholing Programma 6. Scholing Baten Lasten
Saldo van baten en lasten Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves
Resultaat
Rekening 2021 181.000 1.004.606 -823.606 124.509 124.995 -823.120
Begroting 2022 236.753 1.232.211 -995.458 40.000 41.652 -993.806
Mutaties Bijgestelde 2022 (VJN) begr. 2022 241.882 478.635 134.572 1.366.783 107.310 -888.148 0 40.000 -202 41.450 107.108 -886.698
Begroting 2023 126.000 1.039.264 -913.264 50.000 41.480 -921.784
Begroting 2024 126.000 1.038.416 -912.416 60.000 41.502 -930.914
Begroting 2025 126.000 1.016.936 -890.936 80.976 41.518 -930.394
bedragen in € Begroting 2026 126.000 1.025.565 -899.565 80.976 41.530 -939.011
2022
2023
2024
2025
bedragen in € 2026
-105.958 -201 202 -105.957
-103.336 -203 203 -103.336
-100.629 -205 206 -100.628
-97.924 -207 207 -97.924
-95.371 -210 209 -95.372
-1.151
-1.151
-1.151
-1.151
-1.151
-107.108
-104.487
-101.779
-99.075
-96.523
Programma 6. Scholing Omschrijving Bijstellingen: - Kapitaallasten: daling renteomslag van 1,0% naar 0,25% - Kapitaallasten: wijziging afschrijvingslasten - Kapitaallasten: wijziging dekkingsreserve(s) Bijstelling kapitaallasten Diverse bijstellingen € 10.000
Bijstellingen Kapitaallasten inclusief toegerekende rente Zie toelichting bij programma 14 (bijlage 2). Kapitaallasten t.l.v. reserve Zie toelichting bij programma 14 (bijlage 2).
- 25 -
Programma 7 Samenleven Programma 7. Samenleven Baten Lasten
Saldo van baten en lasten Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves
Resultaat
Rekening 2021 1.180.980 2.156.836 -975.856 882.000 761.995 -1.095.861
Begroting 2022 722.580 1.940.310 -1.217.730 48.000 117.715 -1.148.015
Mutaties 2022 (VJN) 0 -82.534 82.534 0 -3.605 78.929
Bijgestelde begr. 2022 722.580 1.857.776 -1.135.196 48.000 114.110 -1.069.086
Begroting 2023 722.580 1.867.207 -1.144.627 48.000 107.889 -1.084.738
Begroting 2024 722.580 1.861.440 -1.138.860 48.000 103.216 -1.083.644
Begroting 2025 722.580 1.869.238 -1.146.658 48.000 109.216 -1.085.442
bedragen in € Begroting 2026 722.580 1.877.011 -1.154.431 48.000 115.216 -1.087.215
Programma 7. Samenleven Omschrijving Bijstellingen: - Kapitaallasten: daling renteomslag van 1,0% naar 0,25% - Kapitaallasten: wijziging afschrijvingslasten - Kapitaallasten: wijziging dekkingsreserve(s) Bijstelling kapitaallasten
2022
2023
2024
2025
bedragen in € 2026
-64.580 -12.748 3.605 -73.723
-65.156 -12.208 3.065 -74.299
-63.571 -12.208 3.065 -72.714
-62.005 -12.208 3.065 -71.148
-60.386 -12.208 3.065 -69.529
Diverse bijstellingen < € 10.000
-5.206
-5.206
-5.206
-5.206
-5.206
-78.929
-79.505
-77.920
-76.354
-74.735
Bijstellingen Kapitaallasten incl. toegerekende rente Zie toelichting bij programma 14 (bijlage 2). Schobschuurmachine sporthal De schobschuurmachine is kapot gegaan. Er moet een nieuwe machine worden aangeschaft. Voor de aanschaf vragen wij in deze perspectiefnota een investeringskrediet aan. De jaarlijkse kosten (zoals afschrijvingen/onderhoud) vangen wij op binnen de bestaande budgetten.
- 26 -
Programma 8 Werk en inkomen Programma 8. Werk en inkomen Baten Lasten
Saldo van baten en lasten Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves
Resultaat
Rekening 2021 2.662.767 3.996.829 -1.334.063 0 80.000 -1.254.063
Begroting 2022 2.365.628 4.103.372 -1.737.744 0 100.000 -1.637.744
Mutaties 2022 (VJN) 0 -14.152 14.152 0 0 14.152
Bijgestelde begr. 2022 2.365.628 4.089.220 -1.723.592 0 100.000 -1.623.592
Begroting 2023 2.365.628 3.483.293 -1.117.665 0 0 -1.117.665
Begroting 2024 2.365.628 3.620.692 -1.255.064 0 0 -1.255.064
Begroting 2025 2.365.628 3.734.686 -1.369.058 0 0 -1.369.058
bedragen in € Begroting 2026 2.365.628 3.820.438 -1.454.810 0 0 -1.454.810
Programma 8. Werk en inkomen Omschrijving Gemeenschappelijke regelingen: - Bijstandsverl., inkomensvz. en subsidies: bijstelling GR Sociaal - Re-integr- en participatievrz. Part.wet: bijstelling GR Sociaal
2022
2023
2024
2025
bedragen in € 2026
9.000 -18.000
-130.257 -411.107
-73.613 -369.187
-16.666 -349.870
44.086 -324.870
Diverse bijstellingen < € 10.000
-5.152
-5.152
-5.152
-5.152
-5.152
-14.152
-546.516
-447.952
-371.688
-285.936
Gemeenschappelijke regelingen Bijdrage GR Sociaal We kijken voor het eerst vooruit naar een begroting van de GR Sociaal. Voor meerdere onderdelen van de oude GR is een samenwerkingsovereenkomst afgesloten met de Servicegemeente Dordrecht. Van alle kanten is hard gewerkt om de transitie naar de GR Sociaal mogelijk te maken en wordt nu invulling gegeven aan de nieuwe GR. De totstandkoming van de GR Sociaal is het gevolg van de wens van veel gemeenten en hun raden naar meer grip en sturing op het sociaal domein. We hebben te maken met grote onzekerheden. De oorlog in de Oekraïne, inflatie, stijgende energiekosten en de gevolgen van het stopzetten van de Corona steunmaatregelen hebben impact op het besteedbaar inkomen, met name bij minima. In eerdere begrotingen is gewerkt met bandbreedten. Dit gaf gemeenten enige speelruimte hoe zij de regionale begroting verwerkten in hun eigen begroting. De begroting 2023 doet dit niet, waardoor de speelruimte van gemeenten is weggevallen. Hierdoor wordt de lokale keuzevrijheid beperkt. Vòòr 2023 werden de meeste apparaatslasten van de SDD verdeeld op basis van het aantal bijstandsontvangers. Het WMO-gebruik kan daar sterk van afwijken. Dit was en is voor onze gemeente het geval. Het daadwerkelijke gebruik van voorzieningen van de GR Sociaal is de basis voor de nieuwe verdeling en veroorzaakt herverdeeleffecten.
Met ingang van 2023 worden zodoende nieuwe kostenverdeelsleutels gebruikt voor het bepalen van de bijdragen van de gemeenten. De herverdeeleffecten hebben als resultaat dat de ene gemeente minder gaat bijdragen aan de GR Sociaal en de andere gemeente juist meer. Voor onze gemeente vallen deze herverdeeleffecten ongunstig uit. Om dit effect de komende jaren te dempen is er besloten om een periode van ingroei van vier jaar te hanteren. In de periode zijn deze effecten volgens onderstaand schema in de begroting opgenomen: 2023: 75% huidige systematiek 25% nieuwe systematiek 2024: 50% huidige systematiek 50% nieuwe systematiek 2025: 25% huidige systematiek 75% nieuwe systematiek 2026: 100% nieuwe systematiek In de begroting van de GR Sociaal is een structurele investering van €500.000 begroot voor de ontwikkeling van de Informatievoorziening Sociale Dienst Drechtsteden. Bovenstaande effecten laten eveneens een verhoging zien van de uitvoeringskosten GR Sociaal. De uitgaven voor de participatiewet en inkomensondersteuning; ontwikkelen naar werk, vallen lager uit. De verwachte negatieve gevolgen van Corona zijn voor wat betreft de werkgelegenheid tot nu toe uitgebleven. Integendeel: er is een grote vraag naar personeel waardoor het aantal uitkeringsgerechtigden een daling laat zien. Echter is het onzeker of dit zo blijft na het beëindigen van de ondersteuningsmaatregelen.
Dit alles nog los van de onzekere situatie rondom de oorlog in Oekraïne.
- 27 -
Programma 9 Zorg en Welzijn Programma 9. Zorg en welzijn Mutaties Bijgestelde 2022 (VJN) begr. 2022 113.124 209.624 1.587.956 14.847.304 -1.474.832 -14.637.680 0 0 80.000 492.051 -1.394.832 -14.145.629
Begroting 2023 96.500 14.987.676 -14.891.176 0 195.000 -14.696.176
Begroting 2024 96.500 15.233.352 -15.136.852 0 0 -15.136.852
Begroting 2025 96.500 15.553.578 -15.457.078 0 0 -15.457.078
bedragen in € Begroting 2026 96.500 15.878.484 -15.781.984 0 0 -15.781.984
2022
2023
2024
2025
bedragen in € 2026
-1.571
-1.527
-1.480
-1.432
-1.381
-1.000 1.357.186 -16.000 15.905 43.988 15.542 -6.000
15.863 9.028 1.430.668 47.628 -13.998 72.738 23.277 150.038 74.846
19.770 18.347 1.395.537 286.499 -9.331 72.738 23.440 150.038 91.297
24.381 26.522 1.395.537 546.181 -4.091 72.738 23.440 150.038 93.717
33.381 24.068 1.395.537 855.199 4.909 72.738 23.440 150.038 93.717