CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Overdrachtsdocument Gemeenteraad 2026.pdf

Gemeenteraad GHG 1 april 2026, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 5: Overdrachtsdocument Gemeenteraad 202630.953 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

9.

Burgerleden kunnen uitgenodigd worden om deel te nemen aan informatieavonden van de gemeenteraad en overige raadsbijeenkomsten.

Artikel 4. Presidium / Agendacommissie 1.

Het presidium en de agendacommissie vormen tezamen één gremium;

2.

Het gremium bestaat uit de raadsvoorzitter als voorzitter en de fractievoorzitters;

3.

Bij stemmingen gelden de volgende regels: -

Iedere fractievoorzitter of diens plaatsvervanger heeft 1 stem; Indien de stemmen bij de eerste stemming staken vindt in de eerst volgende vergadering opnieuw een stemming plaats; Indien bij de tweede stemming (in de volgende vergadering) de stemmen opnieuw staken dan krijgt de voorzitter een (doorslaggevende) stem; Indien de plaatsvervangend voorzitter de voorzitter vervangt en deze plaatsvervangend voorzitter is tevens fractievoorzitter dan heeft de plaatsvervangend voorzitter bij de tweede stemming 2 stemmen.

4.

Bij afwezigheid wordt de raadsvoorzitter vervangen door de plaatsvervangend raadsvoorzitter;

5.

Elke fractievoorzitter van een fractie wijst, voor zo ver mogelijk, een lid uit de fractie aan voor vervanging bij afwezigheid;

6.

De taken zijn: -

7.

Aanbevelingen doen aan de raad inzake de organisatie, planning en het functioneren van de raad; - Het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen en overige raadsbijeenkomsten; In geval kan door het presidium / agendacommissie een onderwerp terugverwezen worden naar het college indien dit niet rijp voor agendering wordt geacht;

31

8. 9. 10.

Er wordt vergaderd achter gesloten deuren; Het verslag van de vergaderingen is openbaar; De griffier is secretaris.

Artikel 5. Onderzoek geloofsbrieven: beëdiging raadslid 1.

De raad stelt zo spoedig mogelijk na aanvang van een zittingsperiode een commissie in voor het onderzoek van de geloofsbrieven. De raad benoemt uit zijn midden drie leden van de commissie en twee plaatsvervangend leden;

2.

De commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden;

3.

De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt;

4.

Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste samenkomst van de raad in oude samenstelling na de verkiezingen;

5.

Na een raadsverkiezing roept de (raads)voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen;

6.

In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de (raads)voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen;

7.

De griffier is secretaris van de commissie geloofsbrieven.

Artikel 6. Onderzoek geloofsbrieven: benoeming wethouder 1. De commissie geloofsbrieven vormt tevens de commissie voor de benoeming van een wethouder; 2. De commissie onderzoekt of benoeming van de kandidaat voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, Gemeentewet; 3. De burgemeester geeft voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht om de kandidaatwethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het resultaat daarvan verslag uit aan de commissie geloofsbrieven. De commissie ontvangt de conclusies, eventuele aandachtspunten en inzicht in hoe om gegaan wordt met de aandachtspunten. De eindconclusies van de risicoanalyse zijn openbaar. Artikel 7. Fracties en fractieoverleg 1. De raadsleden, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd; 2. Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van de raad aan de raadsvoorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren; 3.

De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de raadsvoorzitter; 4. Indien: a.

één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden;

b.

twee of meer fracties als één fractie gaan optreden;

32

c.

één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie;

wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de raadsvoorzitter; 5. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende vergadering; 6. Een burgerlid maakt formeel geen onderdeel uit van een fractie; 7. Fractieoverleggen zijn geen formele processtap in het besluitvormingsproces en zijn niet bepalend voor de wijze van agendering. De fractieoverleggen betreffen een verantwoordelijkheid en keuze van de fracties zelf. Communicatie over de fractieoverleggen betreft tevens een eigen verantwoordelijkheid van de fracties. Door de gemeente wordt wel de huisvesting gefaciliteerd voor de fractieoverleggen.

Artikel 8. Ingekomen stukken 1. Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst die aan de raadsleden via het raadsinformatiesysteem ter beschikking worden gesteld; 2. De raad stelt in de raadsvergadering op voorstel van de griffier de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast; 3. Anonieme brieven worden niet in behandeling genomen en ook niet gedeeld met de gemeenteraad; 4. Ingekomen stukken worden geanonimiseerd openbaar beschikbaar gesteld. De (burger)raadsleden ontvangen tevens de niet geanonimiseerde versie. Hoofdstuk 2 Raadsvergaderingen Artikel 9. Vergaderfrequentie 1.

De raadsvergaderingen vinden plaats volgens een door het presidium/agendacommissie vastgestelde planning;

2.

De raad vergadert in overeenstemming met artikel 17 van de Gemeentewet eveneens als hierom, met opgave van redenen, schriftelijk door ten minste vier leden wordt gevraagd.

Artikel 10. Oproep, agenda en vergaderstukken 1. De (raads)voorzitter zendt – spoedeisende vergaderingen uitgezonderd - ten minste twee weken voor een vergadering de raadsleden, respectievelijk de burgerleden, een elektronische oproep onder vermelding van dag, aanvangsuur en plaats van de vergadering. De oproep wordt tevens digitaal (en zo mogelijk fysiek in een huis aan huiskrant) openbaar gepubliceerd; 2. De voorlopige agenda van de raadsvergadering met de daarbij behorende stukken worden ten minste twee weken voor een raadsvergadering aan de raadsleden, respectievelijk de burgerleden, digitaal via het openbare deel van het raadsinformatiesysteem en de vergaderapp aangeboden; 3. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waar geheimhouding op van toepassing is wordt via het besloten gedeelte van het raadsinformatiesysteem en de vergaderapp aangeboden; 4. Indien een aanvullende voorlopige agenda wordt vastgesteld worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering, aan de raadsleden, respectievelijk de burgerleden, elektronisch via het raadsinformatiesysteem en de vergaderapp aangeboden; 5. Bij aanvang van de raadsvergadering, stelt de gemeenteraad de agenda vast.

Op voorstel van een raadslid of de (raads)voorzitter kan de gemeenteraad bij de vaststelling van de agenda de agenda wijzigen;

33

6. Tijdens een vergadering wordt om circa 23.00 uur (als de vergadering nog bezig is) bepaald of en in hoeverre er verder vergaderd wordt of dat de vergadering geschorst wordt. De vergadering wordt vervolgens binnen een week voortgezet. De gemeenteraad besluit terstond op welk moment dat zal zijn.

Artikel 11. Opening vergadering; quorum Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal raadsleden aanwezig is, bepaalt de raadsvoorzitter, na voorlezing van de namen van de afwezige raadsleden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet.

Artikel 12. Vergaderorde en debatstructuur 1. Onderwerpen kunnen informerend, opiniërend en of besluitvormend worden geagendeerd; 2. Informerende onderwerpen: Onderwerpen worden informerend tijdens een raadsvergadering geagendeerd als er op een later moment een concreet besluit gevraagd wordt van de gemeenteraad of als het een politiek / bestuurlijk zwaarwegend onderwerp betreft. (Burger) raadsleden kunnen vragen stellen en desgewenst (naar behoefte van (burger)raadslid) een eerste richtinggevende reactie geven op een onderwerp. Ambtelijk adviseurs kunnen namen het college het woord voeren bij een informerend onderwerp; 3. Opiniërende onderwerpen. Opiniërende bespreking vindt alleen (uitzondering is het bespreken op verzoek van de gemeenteraad van een raadsinformatienota) plaats aan de hand van een raadsvoorstel of opinienota. Een opiniërend debat vindt in basis plaats in twee termijnen. Waarbij het college na de eerste termijn de mogelijkheid heeft om reactie te geven. Uitkomsten van opiniërende bespreking kunnen zijn: -

Op basis van de opiniërende bespreking gaat het college verder met de uitwerking / opstellen van concreet stuk en komt op een later moment terug met een voorstel tot vaststelling van een product. - Een onderwerp is nog niet besluitrijp en wordt terugverwezen naar het college - Een onderwerp is besluitrijp hierbij volgt direct besluitvorming tijdens dezelfde vergadering - Een onderwerp is in basis besluitrijp maar verder gesprek is nodig en of er volgen mogelijk moties en of amendementen. In dat geval gaat het onderwerp door voor besluitvorming naar de eerst volgende raadsvergadering 4. Besluitvormende onderwerpen: er zijn twee varianten: - Na het opiniërende debat vindt direct besluitvorming plaats dit alleen als een onderwerp direct besluitrijp is - Na het opiniërende debat wordt het onderwerp in de volgende raadsvergadering besluitvormend besproken. Een besluitvormende bespreking vindt in basis plaats in twee termijnen. Eerste termijn waarbij tevens moties / amendementen kunnen worden ingediend. Vervolgens reactie van het college en daarna afsluitend onderling debat gemeenteraad. Reacties op moties / amendementen door andere fracties vindt plaats in de tweede termijn. Tussen de opiniërende en besluitvormende bespreking vindt geen aanpassing van raadsvoorstellen plaats. Eventuele wijzigingen dienen vorm gegeven te worden via een amendement.

Artikel 13. Voorstellen van orde 1. De (raads)voorzitter en ieder (burger)raadslid, respectievelijk burgerlid, kunnen tijdens de raadsvergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht; 2. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de raadsvergadering; 3. Over een voorstel van orde beslist de vergadering terstond.

34

Artikel 14. Intrekken raadsvoorstel Een voorstel van het college aan de raad, dat vermeld staat op de agenda van de gemeenteraad kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de gemeenteraad.

Artikel 15. Beraadslagingen en schorsing Op verzoek van een (burger)raadslid of op voorstel van de voorzitter kan de vergadering besluiten de beraadslagingen voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden van de gemeenteraad de gelegenheid te geven tot onderling, nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.

Artikel 16. Presentielijst 1. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen (burger)raadsleden de presentielijst, die aan het einde van elke raadsvergadering door de voorzitter en de griffier door ondertekening wordt vastgesteld; 2. Een raadslid, dat voor de sluiting de vergadering verlaat, meldt dit aan de raadsvoorzitter. In de besluitenlijst wordt hiervan melding gemaakt, evenals van het feit dat een raadslid na de opening van de vergadering komt; 3. Indien een raadslid verhinderd is meldt hij dit via de griffier bij de raadsvoorzitter vóór aanvang van de vergadering. Artikel 17. Deelname aan de beraadslagingen 1. Leden van het college hebben toegang tot de vergaderingen van de raad en kunnen op verzoek van de gemeenteraad aan de beraadslagingen deelnemen; 2. Onverminderd artikel 21 van de Gemeentewet kan de raad op enig moment besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. Artikel 18. Woordvoering 1. In de vergadering heeft een fractie één woordvoerder per onderwerp; 2. In afwijking van lid 1 van dit artikel kan een fractie er voor kiezen om meerdere woordvoerders te hebben in geval: -

Van bespreking van bespreking van een product uit de planning & control cyclus; Er sprake is van verschillende standpunten binnen een fractie.

Artikel 19. Volgorde sprekers 1. De voorzitter bepaalt de volgorde van sprekers; 2. De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd wanneer een raadslid het woord vraagt over de orde van de vergadering. Artikel 20. Spreekregels 1. De bijdrage in de eerste termijn van een debat wordt uitgesproken vanaf het centrale spreekgestoelte. De overige bijdragen van raadsleden vinden plaats vanaf de zitplaats; 2. Collegeleden en eventuele overige deelnemers spreken vanaf het centrale spreekgestoelte;

35

3. Sprekers richten zich tot de voorzitter. Artikel 21. Zitplaatsen 1. De voorzitter en de griffier hebben een vaste zitplaats; 2. De raadsleden hebben zitting in de raadskring, de zitplaatsverdeling wordt bepaald door het presidium/agendacommissie; 3. De burgerleden hebben een zitplaats met tafel buiten de raadskring. Indien een burgerlid woordvoerder is heeft deze tijdelijk een zitplaats binnen de raadskring op de plek van een lid van de vertegenwoordigende fractie. Het raadslid neemt dan tijdelijk zitting op de plaats van het burgerlid; 4. De collegeleden hebben een zitplaats met tafel buiten de raadskring; 5. Voor vertegenwoordigers van de pers zijn er twee zitplaatsen met tafel beschikbaar in de raadszaal; 6. Publiek en toehoorders nemen zitting op de publieke tribune. Artikel 22. Beeld- en geluidregistraties 1. Beeld- en geluidsopnamen worden gemaakt van de raadsvergaderingen. De openbare delen worden zo mogelijk rechtstreeks uitgezonden; 2. Degenen die van de vergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken, dienen hiervan voorafgaand aan de vergadering mededeling te doen aan de voorzitter en dienen zich te gedragen naar de aanwijzingen van de voorzitter; 3. Publiek en toehoorders die niet in beeld willen komen, kunnen zich melden bij de griffie, dan wordt bekeken of er een zitplaats is waar betrokkene(n) niet in beeld komt(komen). Artikel 23.

Handhaving orde en schorsing 1. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: a.

de (raads)voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren;

b.

een (burger)raadslid hem interrumpeert.

De (raads)voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden; 2. Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de (raads)voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de (raads)voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen; 3. De (raads)voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en – indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord – de vergadering sluiten. Artikel 24. Maatregelen van orde Indien de voorzitter dit nodig acht, kan hij de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen ter handhaving van de orde op de publieke tribune.

Artikel 25. Spreekrecht voor het publiek 1. Inwoners, bedrijven en instellingen kunnen tijdens een raadsvergadering het woord voeren over geagendeerde en niet geagendeerde onderwerpen;

36

2. Elke inspreker krijgt maximaal vijf minuten spreektijd. Het spreekrecht bedraagt in totaal 15 minuten. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan drie insprekers zijn. In bijzondere gevallen kan worden afgeweken van de maximale lengte van een spreektijd; 3. Per organisatie/adres/groepering mag slechts 1 persoon inspreken, een en ander ter beoordeling aan de griffier; 4. Het verzoek om in te spreken kan gemotiveerd worden afgewezen; 5. Het woord kan in ieder geval niet gevoerd worden: a. over een onderwerp waarover reeds eerder door dezelfde persoon/organisatie/adres is ingesproken tijdens een raadsvergadering (tenzij er evidente nieuwe ontwikkelingen en of omstandigheden zijn) b. over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of open heeft gestaan. c. over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen d. indien een klacht ex. artikel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 6. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit minstens 4 uur voor aanvang van de vergadering bij de griffier. Diegene meldt daarbij naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover wordt ingesproken; 7. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding.

De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering; 8. De spreker voert het woord vanaf het centrale spreekgestoelte nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. Na het inspreken stelt de voorzitter de raadsleden in de gelegenheid nadere vragen aan de inspreker te stellen. Desgewenst kan de voorzitter een lid van het college het woord geven voor een nadere toelichting in reactie op een inspreker en/of een raadslid. Artikel 26. Verslaglegging/Toezeggingenlijst 1. De griffier draagt zorg voor audio-/videoverslagen en besluitenlijsten van raadsvergaderingen; 2. De besluitenlijst bevat in ieder geval: -

de namen van de voorzitter, de griffier, de raadsleden, en overige deelnemers aan de vergadering; een aantekening van welke raadsleden afwezig waren; de genomen besluiten inclusief de uitkomst van de stemmingen;

-

de toezeggingen van het college, zoals door de voorzitter gemarkeerd;

Artikel 27. Ambtsgebeden 1. Direct na de opening van de raadsvergadering spreekt de voorzitter het volgende openingsgebed uit: “Almachtige God, U hebt ons samengebracht om de belangen van deze gemeente te behartigen. Wij bidden U om Uw zegen over de werkzaamheden. Geef in ons een diep besef van onze afhankelijkheid van U bij al onze overleggen en besluiten. Bewaar ons voor de zonde. Uit genade, om Jezus wil. Amen.” 2. Alvorens de raadsvergadering te sluiten spreekt de raadsvoorzitter het volgende slotgebed uit: “Almachtige God, wij danken U voor Uw hulp en bijstand, die aan ons is verleend bij onze arbeid. Zegen onze besluiten indien die waren naar Uw wil, zodat ze mogen strekken tot bevordering van de ware belangen van deze gemeente en haar inwoners. Vergeef ons onze zonden. Uit genade, om Jezus wil. Amen.”

37

3. Indien de (raads)voorzitter het uitspreken van het gebed niet met zijn of haar innerlijke overtuiging in overeenstemming kan brengen, spreekt een raadslid dat zich daarvoor beschikbaar stelt de gebeden uit.

Hoofdstuk 3 Stemmingen Artikel 28. Ambtsgebeden 1. Stemming vindt plaats bij handopsteking of indien de mogelijkheden er daartoe zijn digitaal. In eerste aanleg wordt gevraagd wie "voor" het voorstel is en vervolgens wie "tegen" het voorstel is; 2. In de vergadering aanwezige raadsleden kunnen aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden ten aanzien van een door hen omschreven deel van het voorstel, dan wel het gehele voorstel te hebben tegengestemd; 3. Indien door een of meer raadsleden hoofdelijke stemming wordt gevraagd, doet de raadsvoorzitter daarvan mededeling; 4. De raadsvoorzitter (of de griffier) roept de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor in overeenstemming met artikel 31 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst; 5. Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig raadslid, dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden op grond van artikel 28 van de Gemeentewet, verplicht zijn stem uit te brengen; 6. De raadsleden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging; 7. Heeft een raadslid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende raadslid gestemd heeft.

Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan hij, nadat de raadsvoorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt, wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist. Deze aantekening heeft geen invloed op de uitslag van de stemming; 8. De raadsvoorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal ‘voor’ en ‘tegen’ uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. Artikel 29. Stemming over amendementen en moties 1. Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd en vervolgens over het voorstel; 2. Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement; 3. Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de raadsvoorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht; 4. Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. Artikel 30. Primus bij hoofdelijke stemming Indien de vergadering hoofdelijke stemming verlangt, bepaalt de raadsvoorzitter via loting bij welk raadslid de hoofdelijke stemming zal beginnen.

Daartoe trekt de raadsvoorzitter een briefje uit een koker, waarin nummers zijn opgeborgen die corresponderen met de volgorde van de presentielijst.

38

Artikel 31. Schriftelijke stemming over personen 1. Wanneer een stemming moet plaatshebben over personen, voor een benoeming of het opstellen van een voordracht of een aanbeveling, benoemt de raadsvoorzitter drie raadsleden tot stembureau. De raad stelt tevens vast wie de voorzitter van het stembureau is; 2. Ieder ter vergadering aanwezig raadslid, dat zich niet op grond van artikel 28 van de Gemeentewet van stemming moet onthouden, is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn; 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de raadsvoorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje; 4. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal raadsleden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn, worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden; 5. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden de raadsleden, die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd, geacht geen stem te hebben uitgebracht. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: a. b. c. d. e.

een blanco ingevuld stembriefje; een ondertekend stembriefje; een stembriefje, waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt;

6. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de raadsvoorzitter; 7. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd. Artikel 32. Herstemming over personen 1. Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan; 2. Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben; 3. Indien bij de tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot. Artikel 33. Beslissing door het lot 1. Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de raadsvoorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven; 2. Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud; 3. Vervolgens neemt de raadsvoorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.

39

Artikel 34. Beslissing door het lot Voordat de gemeenteraad tot stemming overgaat, heeft ieder raadslid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren. Interrupties zijn hierbij niet toegestaan. Hoofdstuk 4 Raadsinstrumenten Artikel 35. Amendementen en subamendementen 1. Raadsleden dienen schriftelijk amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben in bij de voorzitter. Mondelinge amendementen zijn alleen bij uitzondering door de voorzitter toe te staan; 2. Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk tot aanvang van de stemming; 3. Stemming over een amendement vindt tegelijkertijd plaats met het betreffende voorstel; 4. Concept amendementen en subamendementen zullen na akkoord van de indiener voorafgaand aan de vergadering gedeeld worden met de (burger)raadsleden, het college en openbaar beschikbaar worden gesteld. Tevens zal een nummer aan de concept amendementen en subamendementen worden toegekend. Artikel 36. Moties 1. Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter; 2. De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft; 3.

De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad anders beslist. Moties vreemd aan de orde dienen bij vaststelling van de agenda aangekondigd te worden; 4. Aanhouding en intrekking door de indiener van een motie is mogelijk tot de aanvang van de stemming; 5. Concept moties zullen na akkoord van de indiener voorafgaand aan de vergadering gedeeld worden met de (burger)raadsleden, het college en openbaar beschikbaar worden gesteld. Tevens zal een nummer aan de concept moties worden toegekend. Artikel 37. Initiatiefvoorstel 1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter, door tussenkomst van de griffier. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college; 2. Het college bericht de initiatiefnemers binnen twee weken na ontvangst van het initiatiefvoorstel wanneer het college schriftelijk zijn wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengt. De termijn voor het schriftelijk indienen van wensen en bedenkingen is in beginsel 8 weken; 3.

Een voorstel wordt nadat het college schriftelijke wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hier niet toe te zullen overgaan dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen, op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst. Artikel 38. Vragen aan het college 1. Elk raadslid kan, individueel of samen met een of meerdere raadsleden, vragen stellen aan het college; 2. De volgende categorieën vragen zijn er met bijbehorend proces: a.

Politieke vragen over geagendeerde stukken

40

Het betreft vragen waarbij gevraagd wordt naar een opinie of uitleg (verantwoording) van het college - De vragen worden mondeling gesteld en beantwoord bij de behandeling van de stukken b. Technische vragen over geagendeerde stukken - Het betreft vragen naar feiten, harde gegevens en of verduidelijking - De vragen dienen schriftelijke gesteld te worden uiterlijk om maandag 8.00 uur in de week van de vergadering - De vragen worden via de griffie gesteld en door de griffie uitgezet bij de behandeld ambtenaar, het college en de bestuursadviseur. De vragen worden daarbij gedeeld met de gehele gemeenteraad en openbaar gepubliceerd - De vragen worden beantwoord op de dag voor de vergadering om 16.00 uur en worden via de griffie beschikbaar gesteld aan de steller en de gehele gemeenteraad en openbaar gepubliceerd c. Schriftelijke vragen over niet geagendeerde stukken - Het betreffen politieke en of technische vragen over niet geagendeerde onderwerpen. - De vragen worden via de griffie gesteld en door de griffie uitgezet bij de behandeld ambtenaar, het college en de bestuursadviseur. De vragen worden daarbij gedeeld met de gehele gemeenteraad en openbaar gepubliceerd. - De beantwoordingstermijn is 20 kalenderdagen - De beantwoording wordt via de griffie beschikbaar gesteld aan de steller en de gehele gemeenteraad en openbaar gepubliceerd d.

Mondelinge vragen - Het betreffen mondelinge politiek urgente en of actuele vragen in het vragenkwartier tijdens een raadsvergadering - De vragen worden direct mondeling beantwoord -

Artikel 39. Het vragenkwartier 1. Tijdens een raadsvergadering is er een vragenkwartier waarin raadsleden vragen kunnen stellen over politieke actuele en of urgente zaken; 2. Bij voorkeur worden de onderwerpen van de vragen voorafgaand aan de vergadering bij de griffier kenbaar gemaakt; 3. Na de beantwoording door het college krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen; 4. Vervolgens kan de voorzitter aan de andere fractiewoordvoerders het woord verlenen om, hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college, vragen te stellen over hetzelfde onderwerp; 5. Tijdens het vragenkwartiertje worden geen moties ingediend en zijn interrupties niet toegestaan. Artikel 40. Inlichtingen 1. Indien een raadslid, over een onderwerp inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169 lid 3, en 180 lid 3, van de Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe schriftelijk via de griffier ingediend bij het college. Deze draagt er zorg voor dat het verzoek zo spoedig mogelijk wordt gedeeld met de overige raadsleden en het college; 2. Een afschrift van dit verzoek wordt door de griffier aan de raad gezonden; 3. De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering van Het Debat gegeven; 4.

De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de vergadering van Het Debat, waarin de antwoorden zullen worden gegeven.

41

Artikel 41. Interpellatie 1. Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in, naar het oordeel van de raadsvoorzitter, spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk, via de griffier, bij de raadsvoorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd, alsmede van de te stellen vragen; 2. De raadsvoorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige (burger)raadsleden en het college. Bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering wordt het verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden; 3. De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige raadsleden en de collegeleden niet meer dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft. Hoofdstuk 5 Informatieavonden Artikel 42. Inrichting en structuur 1. Informatieavonden vinden plaats volgens een door het presidium/agendacommissie vastgestelde planning; 2. Vanuit raad en college kunnen er onderwerpen aangedragen worden om over te spreken in informerende zin. Een gesprek met het maatschappelijk middenveld behoord hier nadrukkelijk tot de mogelijkheden; 3.

Het betreft onderwerpen die niet direct tot besluitvorming leiden maar meer betrekking hebben op voortgang, verdieping en brede beeldvorming; 4. De vorm (en tijd) van bespreking is maatwerk per onderwerp en kan op locatie plaatsvinden; 5. Afhankelijk van de vraag / het aanbod wordt de agenda / inrichting (onder andere de invulling van het voorzitterschap) van de avond bepaald door het presidium/agendacommissie. Parallelsessies zijn waar nodig een mogelijkheid; 6. In basis zijn de informatieavonden openbaar tenzij er gegronde reden is om hier van af te wijken. De informatieavonden worden niet digitaal uitgezonden; 7. Publiek wordt in de gelegenheid gesteld om bij de bespreking van een onderwerp vragen te stellen en of input te geven; 8. Er wordt geen verslag gemaakt van de informatieavonden.

Hoofdstuk 6 Slotbepalingen Artikel 43. Uitleg regelement In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de vergadering op voorstel van de voorzitter. Artikel 44. Toepassing reglement op besloten vergaderingen Op de besloten raadsvergaderingen zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing, voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.

42

Artikel 45. In werking treden 1. Dit reglement treedt de dag na de bekendmaking in werking; 2. Op dat tijdstip wordt het ‘Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad’ vastgesteld bij raadsbesluit van 25 januari 2024 ingetrokken.

Aldus besloten in de raadsvergadering van de raad van de gemeente Hardinxveld-Giessendam op 1 april 2026 De griffier,

Marien Jongkind

De burgemeester,

Dirk Heijkoop

43

7.2 Lijst van wijzigingen Reglement van Orde 2026 Status: Intern document Het huidige reglement van orde van de is vastgesteld op 25 januari 2024. In voorliggend document is een overzicht op hoofdlijnen weergegeven van de wijzigingen die worden voorgesteld voor het nieuwe reglement van orde met waar nodig een toelichting.

Nieuwe hoofdstukindeling -

Een nieuwe hoofdstuk indeling is opgenomen ten behoeve van een logische rubricering en daarmee vindbaarheid.

Begripsomschrijving en toelichting geschrapt -

De begripsomschrijvingen en toelichting op het reglement van orde zijn geschrapt. De begripsomschrijvingen komen terug bij de specifieke artikelen. De toelichting is geschrapt omdat de artikelen op zich zelf duidelijk zijn. Daarbij maakt de toelichting formeel geen onderdeel uit van het reglement. Borging van afspraken is dan ook nodig binnen het reglement.

De plaatsvervangend (raads)voorzitter (artikel 1) -

-

Het betreft een nieuw artikel waarbij een eerste, tweede en derde plaatsvervangend voorzitter wordt benoemd. Deze vervangen (op volgorde) de raadsvoorzitter, zijnde de burgemeester, bij afwezigheid of indien daar reden toe is. Top op heden is uitgegaan van het gegeven dat het langstzittende raadslid plaatsvervangend voorzitter is. Gezien de gevraagde competenties is het voorstel om de gemeenteraad hier een afweging in te laten maken waarbij stemming plaatsvindt over degene die zich kandidaat stellen.

Burgerleden (artikel 2) -

-

Het wijzigingsbesluit van mei 2025 ten aanzien van vereisten voor benoeming is verwerkt. Toegevoegd is de mogelijkheid om als gemeenteraad een benoeming in te trekken. In voorkomende gevallen kan dit aan de orde zijn om ongewenste situaties te voorkomen. Wijzigingsbesluit (geen vereiste van kieslijst) verwerkt De rol van burgerleden (in relatie tot raadsleden) is geduid.

Het presidium / agendacommissie (artikel 3) -

Het presidium en agendacommissie worden samengevoegd tot één gremium. De plaatsvervangend raadsvoorzitter (ook als dit geen fractievoorzitter is) vervangt de burgemeester bij afwezigheid in het presidium / agendacommissie. Gemarkeerd is dat het presidium achter gesloten deuren vergaderd. De verslaglegging is wel openbaar. De afspraken met betrekking tot stemmingen binnen het presidium / agendacommissie zijn herijkt.

44

-

Bevoegdheid om in geval raadsvoorstellen terug te verwijzen naar het college is opgenomen.

Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging raadslid (artikel 5) -

Opgenomen is dat er 2 plaatsvervangend leden worden benoemd. In het huidige reglement konden dit er 2 of 3 zijn.

Onderzoek geloofsbrieven: benoeming wethouder (artikel 6) -

Opgenomen is dat iedere wethouder bij aanvang aan een risicoanalyse integriteit wordt onderworpen. In het huidig reglement ging het om een "kanbepaling" Opgenomen is dat de commissie de conclusies, eventuele aandachtspunten en inzicht in hoe om gegaan wordt met de aandachtspunten ontvangt ten aanzien van de risicoanalyse. Tot op heden ontving de commissie enkel de conclusies (welke tevens openbaar zijn).

Fracties en fractieoverleg (artikel 7) -

Gemarkeerd is dat een burgerlid in formele zin geen lid van een fractie is. Conform het nieuwe vergadermodel is bepaald dat het fractieoverleg geen formele processtap is in het vergadermodel. De eigen verantwoordelijkheid van fracties ten aanzien van het organiseren van het fractieoverleg en de communicatie daarover is opgenomen.

Ingekomen stukken (artikel 8) -

De nieuwe werkwijze ten aanzien van de behandeling van ingekomen stukken is verwerkt. Hiermee wordt voldaan aan de wet. De tot nu toe informele werkafspraak dat anonieme ingekomen stukken niet in behandeling worden genomen is vastgelegd.

Hoofdstuk 2 Raadsvergaderingen -

Het nieuwe vergadermodel (inclusief debatstructuur) in vertaald in het reglement van orde.

Oproep, agenda en vergaderstukken (artikel 10) -

Expliciet is opgenomen dat raadsstukken alleen digitaal beschikbaar worden gesteld. Een nieuw lid is opgenomen voor de gevallen dat een agenda niet volledig doorlopen kan worden op een avond. Als bepaling is dat de vergadering binnen een week wordt voortgezet en dat de gemeenteraad terstond bepaald op welk moment dat zal zijn.

Woordvoering (artikel 18) -

De huidige lijn dat er 1 woordvoerder per fractie per onderwerp is wordt gehandhaafd. Wel worden zijn er twee situaties (behandeling P&C-producten en in geval van verschil van standpunten binnen een fractie) benoemd waarbij er meerdere woordvoerders kunnen zijn.

45

Zitplaatsen (artikel 21) -

De zitplaatsen van de verschillende aanwezigen bij raadsvergaderingen zijn beschreven.

Spreekrecht voor het publiek (artikel 25) -

Dit artikel is geredigeerd. Opgenomen is dat er wel ingesproken kan worden als iemand een zienswijze heeft ingediend. Overweging hierbij is dat de raad doorgaans op de reactie van een zienswijze moet besluiten. De inspraak van publiek van meegenomen worden in de overwegingen.

Amendementen en moties (artikelen 35 en 36) -

Nieuw opgenomen is dat concept amendementen en moties indien akkoord door de steller openbaar beschikbaar worden gesteld voorafgaand aan de vergadering.

Vragen aan het college (artikel 38) -

De werkwijze voor het stellen van vragen waarmee in 2025 is gestart is geformaliseerd en verwerkt in het reglement van orde.

Het vragenkwartier (artikel 39) -

De mogelijkheden tot vragen stellen tijdens het vragen kwartier is verruimt. o Er is geen maximum van vragen per fractie meer opgenomen. o Een vraag kan gesteld worden als iets "politiek" urgent en of actueel is. Voorgeen konden enkel vragen gesteld worden over urgente en actuele onderwerpen.

Hoofdstuk 3 Stemmingen -

De artikelen in dit hoofdstuk zijn geredigeerd. Er zijn geen evidente wijzigingen.

Hoofstuk 5 Informatieavonden -

De informatieavonden binnen het nieuwe vergadermodel zijn vertaald in hoofdstuk 3.

Lidmaatschap van andere organisaties; verslag en verantwoording -

Dit artikel is verwijderd omdat het overbodig is.

Begroting en rekening -

Dit hoofdstuk uit het huidige reglement is geschrapt omdat het overbodig is omdat de vastgestelde planning & control-cyclus hierin voorziet.

Geheimhouding Dit hoofdstuk uit het huidige reglement is geschrapt omdat het protocol geheimhouding hierin voorziet.

46

8. Rekenkamer & Auditcommissie 8.1 Verordening Rekenkamer 2024 Status: Vastgesteld door Gemeenteraad

Verordening op de rekenkamer HardinxveldGiessendam 2024 De raad van de gemeente Hardinxveld-Giessendam; gelezen het voorstel van de Begeleidingscommissie rekenkamer Hardinxveld-Giessendam d.d. 26 oktober 2023; gelet op de artikelen 81a t/m k en 149 en hoofdstuk XIa van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de: Verordening op de rekenkamer Hardinxveld-Giessendam 2024 Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a.

Rekenkamer

b.

Doelmatigheid of efficiëntie

c.

Doeltreffendheid of effectiviteit

d.

Rechtmatigheid

e.

Begeleidingscommissie

f.

Agendacommissie

gemeentelijke rekenkamer, in de zin van artikel 81a van de Gemeentewet, volgens het directeursmodel bestaande uit één lid die tevens directeur is en een plaatsvervangend lid die plaatsvervangend directeur is; het streven om met een zo beperkt mogelijke inzet van de beschikbare middelen het gewenste resultaat te bereiken; de mate waarin een organisatie erin slaagt met de geleverde prestaties de gestelde doelen of de gewenste maatschappelijke effecten te bereiken; het voldoen aan wettelijke kaders en regelgeving; de begeleidingscommissie rekenkamer van de raad van Hardinxveld-Giessendam; commissie bestaande uit de voorzitters van de voorzitterspool en de raadsvoorzitter. De commissie is belast met de voorbereiding van de agenda's van De Ontmoeting, Het Debat en Het Besluit.

Artikel 2 Instelling en taak van de rekenkamer 1. Er is een rekenkamer. 2. De rekenkamer voert onderzoek uit naar de doeltreffendheid, de doelmatigheid en de rechtmatigheid van het gemeentelijk beleid. 3. De rekenkamer brengt van ieder onderzoek een eindrapportage, voorzien van aanbevelingen, uit aan de raad. 4. De rekenkamer brengt elk jaar voor 1 april een verslag uit aan de raad over haar werkzaamheden in het voorafgaande jaar en legt daarbij tevens verantwoording af over de besteding van het budget.

47

Artikel 3 Samenstelling, benoeming en zittingsduur 1. De rekenkamer heeft één lid, dat wordt aangeduid met de titel ‘directeur van de rekenkamer Hardinxveld-Giessendam’, en één plaatsvervangend lid, dat wordt aangeduid met de titel ‘plaatsvervangend directeur van de rekenkamer Hardinxveld-Giessendam’. Aan de rekenkamer wordt leiding gegeven door de directeur. 2. De leden van de rekenkamer worden aangewezen voor een periode van zes jaar. 3. Een lid kan door de raad worden herbenoemd voor een gelijke periode. 4. De raad besluit ten minste zes maanden voor afloop van de benoemingsperiode over het al dan niet herbenoemen van de leden van de rekenkamer. 5. Leden van de rekenkamer leggen, alvorens hun werkzaamheden aan te vangen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 81g lid 1 van de Gemeentewet de eed of belofte af. 6. Leden van de rekenkamer zijn niet ondergeschikt aan de raad, het college van burgemeester en wethouders of enig ander gemeentelijk gezag. 7. Leden van de rekenkamer zijn geen ambtenaar in de zin van het ambtenarenreglement voor zover dit ondergeschiktheid impliceert.

Artikel 4 Einde lidmaatschap 1. Het lidmaatschap van een lid van de rekenkamer eindigt: a. Op eigen verzoek; b. Bij aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de rekenkamer; c. Wanneer het lid van de rekenkamer bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; d. Indien het lid van de rekenkamer bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld; e. Indien het lid van de rekenkamer vanwege langdurige afwezigheid niet in staat is de functie naar behoren te vervullen; f. Indien de raad van oordeel is dat het lid niet langer geschikt is de functie van de (plaatsvervangend) directeur van de rekenkamer te vervullen; g. Aan het eind van de benoemingstermijn.

Artikel 5 Verboden handelingen 1. Het is de (plaatsvervangend) directeur verboden de handelingen te verrichten als bedoeld in artikel 15 van de Gemeentewet. De raad kan een (plaatsvervangend) directeur die heeft gehandeld in strijd met dit verbod van de functie ontslaan. Alvorens dit te doen hoort de raad de (plaatsvervangend) directeur. 2. De (plaatsvervangend) directeur is niet werkzaam bij een bedrijf dat opdrachten uitvoert in opdracht van de gemeente of bij een door de gemeente gesubsidieerde instelling, dan wel heeft geen andere (neven)betrekkingen die de onafhankelijke positie ten aanzien van de gemeente zou kunnen schaden. 3. De (plaatsvervangend) directeur vervult geen nevenfuncties waarvan de raad van oordeel is dat de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van de functie. 4. De (plaatsvervangend) directeur overlegt aan de raad elk half jaar een lijst met daarin opgenomen de nevenfuncties die op dat moment worden vervuld.

Artikel 6 De begeleidingscommissie 1. Er is een begeleidingscommissie die bestaat uit raads- en/of burgerleden. 2. De raad benoemt de leden en plaatsvervangend leden. Elke fractie draagt een lid en een plaatsvervangend lid voor. Burgerleden kunnen alleen als plaatsvervangend lid worden benoemd.

48

3. De leden van de begeleidingscommissie wijzen uit hun midden een voorzitter en plaatsvervangend voorzitter aan. De (plaatsvervangend) voorzitter is raadslid. 4. De griffier is secretaris en adviseur van de begeleidingscommissie. 5. De begeleidingscommissie onderhoudt primair contact met de directeur over het proces van het onderzoek. 6. De onderzoeksopzet wordt voorafgaand aan het onderzoek besproken in de vergadering van de begeleidingscommissie. 7. De vergaderingen van de begeleidingscommissie zijn niet openbaar.

Artikel 7 Budget van de rekenkamer 1. De raad stelt jaarlijks bij de begroting een bedrag beschikbaar voor de rekenkamer. Dit bedrag is exclusief btw. 2. De rekenkamer is bevoegd binnen het bij de begroting beschikbaar gestelde budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken.

Artikel 8 Onderwerpkeuze, onderzoeksprogramma en onderzoeksopzet 1. De rekenkamer stelt zelf de onderwerpen voor onderzoek vast, formuleert de probleemstelling en de onderzoeksvragen en stelt de onderzoeksopzet vast. 2. De in een jaar te onderzoeken onderwerpen worden jaarlijks vóór 31 december van het voorgaande jaar als onderzoeksprogramma ter kennisname aan de raad aangeboden. 3. Jaarlijks start de rekenkamer in september met een consultatie van de raad voor het opstellen van het onderzoeksprogramma. 4. Bij de selectie van onderwerpen hanteert de rekenkamer de volgende criteria: • toegevoegde waarde voor de raad; • maatschappelijk belang; • financieel belang; • risico’s voor doelmatigheid en doeltreffendheid; • spreiding ten opzichte van eerdere rekenkameronderzoeken. 5. Als het onderzoeksprogramma bekend is, stelt de rekenkamer per onderwerp een onderzoeksopzet op. De onderzoeksopzet wordt voorafgaand aan de start van het onderzoek afgestemd met de begeleidingscommissie. Nadat de onderzoeksopzetten definitief zijn, worden deze ter kennisgeving verzonden aan de gemeenteraad en het college. 6. Conform artikel 182 tweede lid van de Gemeentewet, kan de raad de rekenkamer verzoeken een onderzoek in te stellen. 7. Na ontvangst van een verzoek van de raad geeft de directeur binnen één maand gemotiveerd aan of hij gevolg geeft aan het verzoek. 8.

Indien de directeur besluit gevolg te geven aan het verzoek van de raad, geeft hij in zijn melding als bedoeld in het tweede lid tevens aan hoe hij het verzoek zal oppakken, welke tijdsplanning hij hanteert en welke invloed dat eventueel heeft op het onderzoeksprogramma. 9. Indien de directeur besluit geen gevolg te geven aan het verzoek van de raad, geeft hij in zijn melding als bedoeld in het tweede lid tevens aan op welke gronden hij tot zijn besluit is gekomen.

Artikel 9 Uitvoering van onderzoek en rapportage 1. De directeur is verantwoordelijk voor de uitvoering van de onderzoeken volgens de vastgestelde onderzoeksopzet. 2. De leden van de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht om op verzoek van de rekenkamer alle inlichtingen en informatie te verstrekken die zij nodig heeft voor de uitvoering van een onderzoek. De informatie en/of inlichtingen worden verstrekt binnen een door de directeur aan te geven redelijke termijn. 3. De directeur stelt de ambtelijke organisatie in de gelegenheid om binnen twee weken hun zienswijze op de Nota van bevindingen aan de directeur kenbaar te maken.

49

4. Het college van burgemeester en wethouders wordt in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken een zienswijze op het rapport en de conclusies en aanbevelingen (bestuurlijke nota) kenbaar te maken. De directeur kan hierop nog reageren met een nawoord in het rapport. 5. Het rapport, de reactie van het college van burgemeester en wethouders en het nawoord van de directeur worden integraal door de directeur aan de raad aangeboden. 6. De onderzoeksrapporten van de directeur zijn openbaar, tenzij de raad op grond van de belangen genoemd in artikel 5.1 van de Wet Open Overheid ten aanzien van rapporten die aan de raad worden voorgelegd geheimhouding oplegt. 7. De rekenkamer, en degenen die hiervoor werkzaam zijn, is verplicht tot geheimhouding van al hetgeen hen in hun hoedanigheid van (plaatsvervangend) directeur, respectievelijk medewerker, ter kennis is gekomen.

Artikel 10 Behandeling door de raad 1. De griffie vormt voor de directeur het eerste aanspreekpunt voor praktische aangelegenheden. 2. Een onderzoeksrapport wordt door de directeur schriftelijk, onder toezending van een afschrift aan het college en betrokkenen, aangeboden aan de raad. 3. Na ontvangst van het onderzoeksrapport zendt de griffie het rapport onverwijld door naar alle raads- en burgerleden. 4. De directeur kan - na toezending van het onderzoeksrapport aan de raad - in de gelegenheid worden gesteld het rapport toe te lichten in een vergadering van De Ontmoeting en eventuele vragen te beantwoorden. De begeleidingscommissie kan hierover een advies uitbrengen aan de agendacommissie. 5. Ten behoeve van de raadsbehandeling stelt de griffier of de rekenkamer een raadsvoorstel op met een concept raadsbesluit, in afstemming met de begeleidingscommissie. De voorzitter van de begeleidingscommissie dient het voorstel bij de raad in. 6. Het concept raadsbesluit bevat indien van toepassing een opdracht aan het betrokken orgaan om binnen vier maanden na het besluit, met een plan van aanpak ter uitvoering van de door de raad overgenomen aanbevelingen te komen. 7. De raad behandelt het onderzoeksrapport zo spoedig mogelijk, waarbij als uitgangspunt een termijn wordt gehanteerd van uiterlijk drie maanden na publicatie van het rapport.

Artikel 11 Evaluatie 1. Het functioneren van de rekenkamer wordt na twee jaar door de raad geëvalueerd. De evaluatie wordt voorbereid door de begeleidingscommissie. 2. Bij de evaluatie toetst de raad aan de volgende criteria: a. De keuze van de onderzoeksonderwerpen en het onderzoeksprogramma eigen verzoek; b. Kwaliteit van het onderzoek (zoals leereffecten voor raad en college); c. Communicatie en competenties van de directeur; d. Samenwerking met de begeleidingscommissie.

Artikel 12 Uitleg verordening In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van deze verordening, beslist de raad op voorstel van de voorzitter van de raad, gehoord de begeleidingscommissie.

Artikel 13 Citeertitel en inwerkingtreding Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de rekenkamer Hardinxveld-Giessendam 2024.

50

Artikel 14 Slotbepalingen 1. De Verordening op de rekenkamer Hardinxveld-Giessendam 2019 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2024. 2. De Verordening op de rekenkamer Hardinxveld-Giessendam 2024 treedt in werking op 1 januari 2024.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 23 november 2023. De griffier, A. van der Ploeg, De burgemeester, D.A. Heijkoop.

51

8.2 Verordening Auditcommissie 2025 Status: Vastgesteld door Gemeenteraad

Verordening Auditcommissie HardinxveldGiessendam 2025 De raad van de gemeente Hardinxveld-Giessendam; gelezen het voorstel van de auditcommissie d.d. 30 juni 2025; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de Verordening Verordening Auditcommissie Hardinxveld-Giessendam 2025 Artikel 1 Instellen en begripsbepalingen 7.

De auditcommissie is een raadscommissie ingesteld op grond van artikel 82 van de Gemeentewet;

8.

In deze verordening wordt verstaan onder: a) Accountant: de accountant die belast is met de controle op de in artikel 197 van de Gemeentewet bedoelde jaarrekening; b) College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente HardinxveldGiessendam; c) Raad: de gemeenteraad van de gemeente Hardinxveld-Giessendam d) Voorzitter: de voorzitter van de auditcommissie e) Griffier: de griffier van de raad dan wel een door hem aan te wijzen medewerker van de griffie; f) Raadscommissie: een commissie die de besluitvorming van de raad kan voorbereiden en met het college of de burgemeester kan overleggen. De taken, bevoegdheden, samenstelling en werkwijze worden door middel van een verordening door de gemeenteraad vastgesteld; g) Commissielid: een lid van de commissie met een apolitieke houding

9.

Als een raadslid of commissielid een functionele beperking heeft, kan incidenteel een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking worden gesteld;

10. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden ten laste van de gemeente vergoed.

Artikel 2 Samenstelling en benoemingen 1.

De auditcommissie bestaat in principe uit een vertegenwoordiging van alle fracties. Een fractie is niet verplicht vertegenwoordigd te zijn in de audit-commissie door middel van het afvaardigen van een lid. Iedere fractie die bij de start van de bestuursperiode vertegenwoordigt is heeft de mogelijkheid een raads- of burgerlid en indien gewenst een plaatsvervanger af te vaardigen als (plv.) lid voor de auditcommissie;

2.

De leden van de auditcommissie worden aan het begin van een nieuwe bestuursperiode door de raad benoemd. Iedere fractie heeft de mogelijkheid hiervoor kandidaten aan te dragen en doet daarvan opgave aan de griffier;

3.

De griffier dan wel een medewerker van de griffie is secretaris van de auditcommissie en kan eveneens aan de beraadslagingen deelnemen;

52

4.

De auditcommissie kan worden ondersteund door adviseurs, zijnde de concerncontroller, de portefeuillehouder financiën, de accountant, de gemeentesecretaris en overige functionarissen. Zij kunnen per vergadering des gewenst worden uitgenodigd. De auditcommissie kan besluiten om te vergaderen zonder één of meerdere adviseurs;

5.

De accountant wordt periodiek uitgenodigd. De auditcommissie vraagt hem proactief om advisering.

Artikel 3 Zittingsduur 1.

De zittingsperiode van een lid van de auditcommissie eindigt aan het einde van een bestuursperiode van de raad of bij ontslag als lid van de raad dan wel als burgerlid;

2.

Indien door het vervallen van het lidmaatschap van een (plv.) lid van de audit-commissie of in het geval van een afsplitsing bij een raadsfractie, een vacature ontstaat, beslist de raad indien gewenst over de invulling van de vacature.

Artikel 4 Instellen en begripsbepalingen 1.

De auditcommissie wijst uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter aan;

2.

De voorzitter draagt zorg voor: a) Het leiden van de vergaderingen; b) Het bewaken van de uitgangspunten van de auditcommissie; c) Het bevorderen van heldere advisering over aangelegenheden van de commissie. De voorzitter wordt daarbij ondersteund door de griffier van de commissie.

3.

In geval van verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt deze vervangen door de plaatsvervangend voorzitter.

Artikel 5 Taken en bevoegdheden 1.

De auditcommissie is belast met advisering aan en overleg namens de raad over alle activiteiten die van belang zijn voor een goede beheersing op het gebied van rechtmatigheid en doelmatigheid, en het kunnen vervullen van haar toezichthoudende en controlerende bevoegdheid;

2.

Onder de activiteiten als bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval begrepen: a) de technische advisering aan de gemeenteraad over alle producten binnen de P&C-cyclus, zoals de grondexploitaties en financiële verordeningen en beleidsdocumenten; b) de advisering aan de raad over het programma van eisen voor de aanbesteding van de accountantscontrole en de voorbereiding van het aanbestedingstraject voor het contract met de accountant; c) proactief optreden als opdrachtgever van de accountant; d) de bespreking van het rapport van bevindingen over de controle van de jaarrekening met de accountant en de advisering hierover aan de raad; e) het evalueren van de werkzaamheden van de accountant; f) de advisering over de doorontwikkeling van de programmabegroting en de P&C-cyclus.

3.

De auditcommissie treedt niet in de onderscheidenlijke bevoegdheden van de raad en het college en heeft derhalve geen directe opdracht gevende rol naar de accountant, onderzoeksbureaus of de gemeentelijke organisatie.

Artikel 6 Vergaderingen en verslaglegging 1.

De auditcommissie vergadert minimaal vier keer per jaar of zoveel als zij nodig acht, ter bespreking van de in artikel 5 benoemde taken;

53

2.

De vergaderingen zijn openbaar, tenzij de commissie anders besluit. Dit kan worden besloten wanneer de meerderheid van het aantal aanwezige leden dit wenst. In het geval van een gelijk aantal stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend;

3.

Van iedere vergadering wordt een verslag gemaakt onder verantwoordelijkheid van de griffier. Het verslag wordt vastgesteld door de auditcommissie;

4.

Het verslag wordt gedeeld met de gehele raad;

5.

De adviseurs als bedoeld in artikel 2 kunnen des gewenst voor de vergaderingen van de auditcommissie worden uitgenodigd. De auditcommissie kan besluiten om te vergaderen zonder één of meerdere adviseurs.

Artikel 7 Vergaderingen en verslaglegging Indien er sprake is van een grond voor geheimhouding conform artikel 5.1 van de Wet open overheid (Woo) dient deze geheimhouding expliciet te worden opgelegd, conform het protocol geheimhouding of een daarvoor in de plaats getreden regeling.

Artikel 8 Informeren raad De auditcommissie brengt een advies uit aan de raad over de bespreking van alle P&C-producten, vóór het vaststellen daarvan.

Artikel 9 Uitleg verordening Bij twijfel over de betekenis of de toepassing van deze verordening en in gevallen waarin deze verordening niet is voorzien, beslist de auditcommissie op basis van meerderheid van stemmen. In het geval van een gelijk aantal stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.

Artikel 10 Citeerartikel en inwerkingtreding 1.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van bekendmaking;

2.

Deze verordening kan worden aangehaald als de ‘Verordening Auditcommissie HardinxveldGiessendam 2025’.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hardinxveld-Giessendam op 25 september 2025. De griffier,

De voorzitter,

Marien Jongkind

Dirk Heijkoop

54

9. Functieprofiel plaatsvervangend Raadsvoorzitter Status: Geaccordeerd door het presidium Inleiding De burgemeester is voorzitter van de gemeenteraad. Bij verhindering of ontstentenis wordt hij in deze functie vervangen door een plaatsvervangend raadsvoorzitter. Ingevolge artikel 77 lid 1 van de Gemeentewet is dit het langstzittende raadslid, tenzij de raad een ander raadslid hiermee heeft belast. Wanneer een gemeenteraad van zijn wettelijk recht gebruikmaakt om een raadslid als plaatsvervangend raadsvoorzitter te benoemen, spelen met name de persoonlijke kwaliteiten van het betreffende raadslid een rol. Met het actief aanwijzen van een plaatsvervangend raadsvoorzitter kan de raad de persoon kiezen die het beste bij het functieprofiel past. In Hardinxveld-Giessendam stellen we een 1e, 2e en 3e plaatsvervangend raadsvoorzitter aan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/1212/documents/35144