CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van beantwoording zienswijzen IJzergieterij.pdf

Gemeenteraad GHG 21 januari 2021, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 6: Bestemmingsplan 'IJzergieterij' - Raadsvoorstel36.990 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

bouwlagen met een kap aan de noordzijde van de flanken, via maximaal 5 bouwlagen met kap aan de zuidzijde van de flanken naar maximaal 6 bouwlagen met een kap in het midden van het gebied boven de parkeerlaag. Eveneens is in het SPvE bepaald dat de ruimtelijke kwaliteit van de uitwerking door middel van supervisie wordt geborgd. In het verlengde van de streefbeelden voor architectuur en openbare ruimte wordt het plan verder uitgewerkt. Daarbij is de dakvorm van de appartementen plat geworden, waardoor het onderscheid tussen goot- en nokhoogte niet meer relevant is. In het ontwerp bestemmingsplan is dit onderscheid daarom weggelaten. In deze fase van het bestemmingplan blijkt het mogelijk de maximale bouwhoogte nog scherper te definiëren. In het vastgestelde bestemmingplan worden de maximale bouwhoogten daarom (naar beneden) bijgesteld. Ad. 3 In de beginfase zijn er verschillende visies op het plan gepresenteerd. Uiteindelijk is er voor een bepaalde visie gekozen en is deze verder uitgewerkt. Ad. 4 Het terrein van de woonarken wordt in de vaststellingsfase los gezien van het bestemmingsplan de IJzergieterij. In het plan IJzergieterij kan alle neerslag, uit de maatgevende buien, van de planontwikkeling, de bestaande woningen aan de Rivierdijk en de verharding van de Rivierdijk worden geborgen. Hiervoor is geen grondgebied van de woonarken nodig.

Dit wordt nader toegelicht in het waterhuishoudkundig plan, dat is bijgevoegd als bijlage bij de toelichting van het vastgestelde bestemmingsplan. Er wordt een planologische knip gemaakt tussen deze twee verschillende planontwikkelingen. Maar waterhuishoudkundig vormt het gebied tussen de dijken (oude en nieuwe dijk) één geheel. De berging en afvoer van de huidige situatie is meegenomen in het waterhuishoudkundig plan. Indien er uitbreiding van bebouwing c.q. verharding plaats vindt in het gebied van de woonarken, is hiervoor extra berging nodig in het gebied van de woonarken. In de bestaande situatie lozen er 1 woonboot en twee woningen direct op de bestaande HWA-leiding richting “De Peulen”. Dit blijft vooralsnog gehandhaafd. De overige woonarken zijn niet op het HWAstelsel aangesloten en lozen op maaiveld en infiltreren op eigen terrein. Ad. 5 In de verkeersonderzoeken is kritisch gekeken naar de verkeersveiligheid. Daarin is ook Peulenstraatzuid meegenomen. Waar nodig worden aanpassingen gedaan aan de bestaande inrichting. Door bijvoorbeeld het toepassen van een middeneiland ter plaatse van het kruispunt Rivierdijk-Nieuweweg blijft de doorstroming en verkeersveiligheid gewaarborgd.

Wat betreft de zorgen van indiener betreffende de geluidbelasting: In het Geluidbeleid Goede Ruimtelijke Ordening Hardinxveld-Giessendam 2018 (hierna te noemen 'geluidbeleid')is vastgelegd dat bij het vaststellen van hogere waarden onder meer een afweging gemaakt moet worden of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat als een woning beschikt over een geluidsluwe gevel én een geluidsluwe buitenruimte. Met betrekking tot het woningbouwproject de IJzergieterij is uit akoestisch onderzoek gebleken dat een gedeelte van de woningen niet voldoet aan deze eis. Er is echter vanuit het geluidbeleid een mogelijkheid om hiervan af te wijken, mits dit gemotiveerd gebeurt. Het college van B&W heeft ervoor gekozen om bij het bestemmingsplan van de IJzergieterij van deze afwijkingsmogelijkheid gebruik te maken. De volgende motivering ligt hieraan ten grondslag. Uit het akoestisch onderzoek is gebleken dat het treffen van maatregelen bij de geluidsbron of in de overdracht onvoldoende doeltreffend zijn en/of financieel onhaalbaar zijn. Tijdens het proces is Pagina 21 van 62

daarom gekeken in hoeverre veranderingen in stedenbouwkundige opzet, als ook het nemen van bouwkundige maatregelen bijdragen aan het verbeteren van de akoestische situatie. Daarbij zijn er op enkele punten verbeteringen gerealiseerd. Zo is de toepassing van het aantal meters dove gevels aanzienlijk verminderd. Op andere punten bleken aanpassingen en verbeteringen niet of nauwelijks mogelijk. Veranderingen in opzet hangen daarbij ook nauw samen met andere aspecten van het plan. Zo is er meer ruimte gerealiseerd tussen de huidige bebouwing en toekomstige woningen en is er een extra lus voor het verkeer toegevoegd om de Rivierdijk te ontlasten. Verder is gekeken naar de grootte van de afwijking. Een groot gedeelte kent een minimale afwijking van het geluidbeleid (1-3 dB). Op dit moment is de gemeente in gesprek met Rijkswaterstaat over het saneringsplan geluid voor de A15. Deze gesprekken alsmede de toekomstige verbreding van de A15 bieden kansen voor het nemen van maatregelen die een positief effect kunnen hebben. Met name voor woningen die nu minimaal afwijken zou de akoestische situatie dusdanig kunnen verbeteren dat er alsnog sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Enkele woningen hebben een grotere afwijking (5dB). Wanneer er naar het plangebied gekeken wordt valt op dat dit voornamelijk woningen zijn in het gebied dat het meest nabij de A15 ligt.

Op deze plek zouden in het oorspronkelijke plan grondgebonden woningen komen. De gemeente heeft echter de wens uitgesproken om in dit plangebied ook ruimte te creëren voor starterswoningen. De grondgebonden woningen zijn daarom in het huidige plan vervangen voor een appartementencomplex dat voorziet in deze behoefte. De keuze om af te wijken is daarbij niet enkel naar het geluidsaspect als zodanig gekeken, maar ook naar het bredere maatschappelijke belang van dit woningbouwproject. Daarbij spelen de ambities en afspraken met betrekking tot de Groeiagenda 2030 en de Regiodeal Drechtsteden-Gorinchem een belangrijke rol. In de gemeente Hardinxveld-Giessendam liggen de komende jaren de nodige plannen om woningen toe te voegen en zo bij te dragen aan de lokale en regionale groeiopgave. De gemeente zet hierbij in op minimaal de lokale behoefte en een organische groei ten behoeve van de regionale behoefte. Volgens de prognose (april 2019) zijn voor de lokale behoefte tot 2030 jaarlijks ruim 80 woningen nodig in Hardinxveld-Giessendam. Daarbovenop bouwen we extra woningen in het duurder segment, om aan de doelstellingen vanuit de regio Drechtsteden te voldoen: meer midden- en hoogopgeleiden aantrekken. Het woningbouwproject IJzergieterij in de gemeente Hardinxveld-Giessendam is noodzakelijk om aan de lokale en regionaal ambities te voldoen.

In het jaar 2020 ligt de woningbouwproductie onder het gewenste niveau van minimaal 80 woningen per jaar. Voor 2021 is het vooruitzicht dat deze gewenste woningbouwproductie ook niet wordt gehaald. Ook zet de gemeente Hardinxveld-Giessendam in op doorstroming door kwalitatief goede woningen toe te voegen. Zo kunnen doorstromers een stap zetten in hun wooncarrière en laten zij woningen achter voor starters op de woningmarkt. Daarnaast is er een grote krapte op de woningmarkt omdat er een stapeling is van opgave op het gebied van wonen, bovenop de al bestaande opgave. Het gaat hierbij onder andere om de extramuralisering van de zorg, de opgave van huisvesting voor dak- en thuislozen en huisvesting voor arbeidsmigranten. Alles overziende is het college van B&W van mening dat de akoestische situatie niet optimaal is, maar dat er alles aan gedaan is om het woningbouwproject binnen de gegeven context te optimaliseren. Wel is het college van B&W van mening dat toekomstige bewoners goed geïnformeerd moeten worden over de akoestische situatie. Met de ontwikkelaar zal worden afgesproken dat er een passage in de koopovereenkomst komt te staan. Ad. 6 Het plangebied is in de toekomst voor iedereen, zowel voor bewoners van Hardinxveld-Giessendam als daarbuiten. De mogelijkheden in het voorgaande plan, de volledige invulling van de Pagina 22 van 62

bedrijfsbestemmingen, kan een grotere invloed hebben op het dagelijkse leven van mensen dan de invulling die er nu ligt. Ad. 7 We begrijpen dat er vragen heersen omtrent het bouwverkeer. Bij de verdere uitwerking van de plannen zal de ontwikkelaar hier een voorstel voor uitwerken, rekening houdend met de plaatselijke situatie. Over de afwikkeling van het bouwverkeer worden in de bouwfase nadere afspraken gemaakt tussen de gemeente als wegbeheerder en de ontwikkelaar. Aan de omgevingsvergunning kunnen voorschriften verbonden worden ter bescherming van de omgeving in relatie tot bouwverkeer, zoals dat er een nulmeting van omliggende bebouwing moet worden gedaan en dat de ontwikkelaar afdoende verzekerd is voor het geval door de bouwwerkzaamheden schade wordt veroorzaakt. Dit is echter geen formeel onderdeel van de bestemmingsplanprocedure. Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. De bouwhoogtes worden (naar beneden) bijgesteld, zodat deze beter aansluiten bij de daadwerkelijk architectonische uitwerking. Dit betekent dat de bouwhoogte van 24 meter ter plaatse van de appartementengebouwen nu in verschillende delen lager uitvalt. Daarnaast is er een nieuwe versie van het waterhuishoudkundig plan, dit wordt beschreven in de toelichting en toegevoegd als bijlage bij de toelichting.

Pagina 23 van 62

F) Indiener 6 Op 14 juli jl. is een zienswijze ingediend door indiener 6. Hieronder volgt een samenvatting van de zienswijze en de beantwoording daarop. 1. Indiener geeft aan eerder bezwaar te hebben ingediend omdat er vrees heerst voor lichtschijnsel van autokoplampen in het huis. De reactie daarop was dat de route door het plan zodanig is dat voor een groot deel van de meest oostelijke of meest westelijke aansluiting gebruik zal worden gemaakt en dat met name in de avonduren de verkeersintensiteit laag is. Daarmee zal de overlast zeer beperkt zijn. Indiener geeft aan dat de uitvalsweg juist veel gebruikt zal worden omdat deze het dichtst bij de Nieuweweg ligt, die leidt naar de snelweg. 2. Indiener is van mening dat het huis door bovengenoemd punt minder waard zal worden en wil graag gecompenseerd worden door het soepel verlenen van een bouwvergunning. Hieronder volgt de reactie van de gemeente: Ad. 1 De overgang tussen het plangebied en de private terreinen moet goed geregeld worden, dit is echter geen onderdeel van de bestemmingsplanprocedure. De principes van aansluiting van het plangebied op bestaande percelen zijn opgenomen in het waterhuishoudkundig plan en het saneringsplan. Het saneringsplan is ingediend bij het bevoegd gezag, in dit geval de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Zodra dit saneringsplan is goedgekeurd is dit voor een ieder inzichtelijk.

De overgang tussen het plangebied en de private terreinen wordt in de uitwerking van het inrichtingsplan nader onderzocht. Onderwerpen daarin zijn onder meer: het voorkomen van wateroverlast door hoogteverschillen, de overgang en vormgeving van openbaar-privaat (tuinmuur), eventuele autotoegankelijkheid naar bestaande percelen en eventuele voetgangerstoegankelijkheid. Er worden oplossingsrichtingen voor de situatie van indiener gezocht. In het inrichtingsplan worden deze aspecten meegenomen. Dit is echter geen formeel onderdeel van de bestemmingsplanprocedure, er kunnen dan ook geen harde toezeggingen worden gedaan. Ad. 2 Bij het indienen van de bouwvergunning zal er gekeken worden naar de situatie. Er kunnen in deze bestemmingsplanprocedure geen toezeggingen worden gedaan. Indien bewoners nadelige gevolgen ondervinden kunnen zij een planschadeclaim (planschadeverzoek) indienen bij de gemeente om tegemoetkoming in de waardevermindering van de woning te verzoeken. Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. In het waterhuishoudkundigen saneringsplan wordt nader ingegaan op de aansluiting van het plangebied op de bestaande percelen. De uitwerking hiervan vindt plaats in het inrichtingsplan, dit is geen onderdeel van deze bestemmingsplanprocedure.

Pagina 24 van 62

G) Indiener 7 Op 14 juli jl. is een zienswijze ingediend door indiener 7. Hieronder volgt een samenvatting van de zienswijze en de beantwoording daarop. 1. Indiener geeft aan dat in vergelijking met de bestaande omgeving (dijkbebouwing met daar achter lage nieuwbouw) de hoogbouw langs de rivier veel te pompeus en overheersend is. Staat op gespannen voet met de gemeentelijke structuurvisie van 2005 (geen hoogbouw bij bestaande dijkbebouwing). In de bijgewerkte visie is de directe strijdigheid plotseling weggelaten, maar zonder nieuwe omschrijving blijft de eerdere visie de basis. Bovendien: zo'n grote afwijking van een eerdere structuurvisie bedenkelijk voor het vertrouwen in de overheid. Indiener geeft als suggestie om die bouwhoogte niet te verhogen en langs het water in verhouding te houden met de verder naar binnen te realiseren bouw en de huidige dijkbebouwing. 2. Indiener ziet een groot probleem in de ontsluiting van het gebied, de Rivierdijk en de Peulenstraat-zuid zouden hier niet op zijn voorzien. De huidige situatie zorgt al voor knelpunten. Indiener stelt dat de verkeersonderzoeken enkel theoretisch zijn en uitgaan van verkeerde aannames, terwijl extra verkeer in de praktijk onwenselijk is. Indiener benadrukt de praktische kant en de huidige situatie qua verkeer. 3. Met de eventuele aanleg van horeca/jachthaven/waterbus is volgens indiener nog geen rekening gehouden.

Voor zover vermeld wordt dit doorgeschoven naar de toekomst met een nader verkeersonderzoek. 4. Indiener geeft aan zelf een verkeersstudie te hebben gemaakt op Hemelvaartsdag, waaruit meerdere problematieken bleken, met vergaande gevolgen voor geluid en trillingen. De totale verkeersbewegingen zijn t.o.v. enkele jaren fors toegenomen en meer dan verdubbeld. Ook het vrachtverkeer is veel intensiever. Aangegeven wordt dat vergeleken wordt met de beperkte verkeersbewegingen vanuit de IJzergieterij en niet met de maximale mogelijkheid zoals wordt aangegeven in de nota van inspraak. 5. Indiener wenst om vóór de start van dit woningbouwplan werk te maken van een degelijke ontsluiting. De alternatieven die door de klankbordgroep zijn genoemd zijn niet of nauwelijks serieus onderzocht. 6. Indiener geeft aan dat een klein stukje grasveld om onduidelijke redenen in het plan is opgenomen waarbij het mogelijk is dat er parkeerplaatsen worden aangelegd. Dit zou in strijd zijn met eerdere beloften van gemeente en Waterschap bij de uitvoering van de dijkverzwaring ter plaatse. 7. Indiener geeft aan vraagtekens te stellen bij de wijze waarop de bodemverontreiniging aangepakt wordt. Het ontbreekt volgens indiener aan informatie en vervolgonderzoeken. Afdekken en daarmee ophogen zal qua waterhuishouding bovendien voor de direct aanwonenden problemen veroorzaken.

Niet duidelijk hoe dit aangepakt wordt. Ook onduidelijk waarom 1 meter verhoging nodig is. Indiener geeft aan bedenkingen te hebben dat dit alleen wordt gedaan om de verontreiniging te camoufleren. Duidelijkheid hierover is gewenst. 8. Indiener geeft aan dat er onduidelijkheid heerst over bouwverkeer. Er is meerdere malen naar gevraagd, maar een antwoord ontbreekt terwijl dit voor de omwonenden een zeer groot probleem zou kunnen worden. 9. Indiener geeft aan dat er recent vrachtwagens van ‘Kuiper’ overlast veroorzaken. 10. In de nota wordt aangegeven dat er overleg is geweest over de aanleg van drempels. Indiener geeft aan dat dit onwaar is. In de nota wordt tevens opgemerkt dat er nooit klachten zijn geweest over de drempels maar volgens indiener zijn deze er wel degelijk. Er bestaat nog steeds veel hinder en onzekerheid van de verkeersdrempels.

Pagina 25 van 62

11. Indiener geeft aan dat er zorgen zijn met betrekking tot de zienswijze van Provincie en Waterschap. Hier wordt verder niet op ingegaan omdat indiener hoopt dat Provincie en Waterschap dit zelf bewaken. 12. Volgens indiener zijn de bedenkingen enkel toegenomen na het indienen van een inspraakreactie. Indiener vreest dat toekomstige ontwikkelingen zoals jachthaven, waterbus en horeca pas aan de orde komen wanneer er geen zicht meer is op een echte oplossing. Hieronder volgt de reactie van de gemeente: Ad. 1 In de structuurvisie uit 2005 wordt het volgende gezegd: ‘Als er in het stedelijk gebied van de gemeente een plek is voor hoogbouw, dan is het deze. Het sluit aan op de grote schaal van de rivier, de snelweg en de gebouwen van de scheepswerven.’ In de visie uit 2015 wordt inderdaad niks gezegd over de mate van hoogbouw op de locatie. De hoogbouw is echter dus niet in strijd met de visie uit 2005. Het bestemmingsplan is een uitwerking van een serie van onderliggende plandocumenten waarin de ruimtelijke opzet van het plan uitvoerig is onderzocht. In de Nota van randvoorwaarden en uitgangspunten (voor kennisgeving aangenomen in de gemeenteraad van 18 april 2013) is op basis van diverse volumestudies een structuurschets gemaakt waarin ruimte voor hogere bebouwing (middelhoog-hoogbouw) aan de rivier wordt beargumenteerd.

De nadere uitwerking hiervan is vertaald naar het Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE, zoals vastgesteld door college op 25 juni 2019). Hierin zijn bouwhoogten benoemd voor drie appartementengebouwen van maximaal 4 bouwlagen met een kap aan de noordzijde van de flanken, via maximaal 5 bouwlagen met kap aan de zuidzijde van de flanken naar maximaal 6 bouwlagen met een kap in het midden van het gebied boven de parkeerlaag. Eveneens is in het SPvE bepaald dat de ruimtelijke kwaliteit van de uitwerking door middel van supervisie wordt geborgd. In het verlengde van de streefbeelden voor architectuur en openbare ruimte wordt het plan verder uitgewerkt. Daarbij is de dakvorm van de appartementen plat geworden, waardoor het onderscheid tussen goot- en nokhoogte niet meer relevant is. In het ontwerp bestemmingsplan is dit onderscheid daarom weggelaten. In deze fase van het bestemmingplan blijkt het mogelijk de maximale bouwhoogte nog scherper te definiëren. In het vastgestelde bestemmingplan worden de maximale bouwhoogten daarom aangepast. Ad. 2 Er is in de voorbereiding van het bestemmingsplan uitvoering aandacht besteed aan de verkeerssituatie en de gevolgen van het plan IJzergieterij daarvoor. Er zijn twee verkeerskundige onderzoeken uitgevoerd om dit in beeld te brengen. Daarvoor is gebruik gemaakt van realistische data, getoetst door tellingen.

Voor de uitvoerige beschrijving en onderbouwing wordt verwezen naar de betreffende rapporten van De Graaftraffic en RoyalHaskoningDHV. Ad. 3 Met de toevoeging van horecavoorzieningen is in de verkeersberekeningen rekening gehouden. De eventuele realisatie van een jachthaven vormt op dit moment geen onderdeel van het bestemmingsplan. In de parkeerbalans is al wel rekening gehouden met een mogelijke aanlandplaats voor de waterbus. In de parkeerkelder zijn hiervoor parkeerplaatsen gereserveerd. Ad. 4 We begrijpen dat indiener de situatie vergelijkt met de verkeersbewegingen vanuit de IJzergieterij, die in het verleden zeer beperkt waren. Om een vergelijking te maken met het huidige bestemmingsplan is een (fictieve) invulling gemaakt van het terrein IJzergieterij binnen de mogelijkheden die het huidige bestemmingsplan zou kunnen bieden en wat dit zou betekenen aan verkeersaanbod. Het Pagina 26 van 62

verkeerskundig bureau De Graaftraffic heeft twee scenario’s uitgewerkt, een scenario met zware industrie en een scenario met meer kantoren. Bij relatief veel industrie zal het aantal autobewegingen ongeveer 1100 per etmaal bedragen. Qua ritgeneratie zijn er ongeveer 100 vrachtwagens te verwachten per dag. De situatie met meer kantoorinvulling bedraagt ruim 2.000 autobewegingen per etmaal. In dit scenario zal vooral personenautoverkeer rijden. Dit maximale aantal autobewegingen is van toepassing bij een maximale bebouwing waartoe in het bestemmingsplan voorwaarden zijn opgesteld. Daarvoor is gebruik gemaakt van de totale oppervlakte en het maximale bebouwingspercentage. Dit wordt nader toegelicht in de actualisatie van het verkeersonderzoek, dat is opgenomen in de bijlage van de toelichting. Door het verschillende gebruik van het terrein in het verleden zal het aantal verkeersbewegingen ongeveer tussen deze twee scenario’s in hebben gelegen, maar op basis van het voorgaande bestemmingsplan is het dus mogelijk om ruim 2.000 verkeersbewegingen per etmaal te genereren. Met de bouw van 150 woningen is een verkeersgeneratie van 1.110 voertuigbewegingen gemoeid. De eventuele horeca en andere commerciële/sociale functies kennen een verkeersgeneratie van 469 voertuigbewegingen per etmaal. In totaal komt dit neer op een verkeersgeneratie van 1.579 autobewegingen per dag.

Dit is dus minder dan in de huidige situatie mogelijk zou zijn. Ad. 5 In de second opinion zijn de ingebrachte alternatieven van de klankbordgroep beoordeeld in paragraaf 4.2. Deze second opinion is opgenomen als bijlage 4 bij deze nota. Ad. 6 Dit stukje groen is in zijn compleetheid en ongewijzigd overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan ‘Hardinxveld-Giessendam, bebouwd gebied’ uit 2017. Hier waren dus al parkeervoorzieningen mogelijk. Er zijn geen afspraken of beloften bekend bij de gemeente. Ad. 7 Het saneringsplan is ingediend bij het bevoegd gezag, in dit geval de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. De olieverontreinigingen worden, met het oog op de toekomstige gevoelige woonbestemming, gesaneerd middels een verwijderingsvariant (ontgraving) Deze wordt mogelijk gevolgd door een aanvullende onttrekking van grondwater met als doelstelling sanering tot onder de interventiewaarde. Dit voorkomt nazorgmaatregelen en monitoringswerkzaamheden ten aanzien van deze, in potentie mobiele, verontreiniging in de toekomst. Alle aanwezige halfverhardingen, het (grof) puin in de bodem, maar ook de betonvloeren, stelconplaten, klinkers, tegels en het niet-teerhoudende asfalt zullen op locatie in depot worden gezet en door een erkende breker onder certificaat worden gebroken. Het granulaat zal zoveel als mogelijk worden hergebruikt op locatie voor o.a. de bouwwegen en het ketenpark.

Overtollig granulaat zal worden afgevoerd. De immobiele verontreiniging in de boven- en ondergrond als gevolg van de bedrijfsmatige activiteiten en de diverse ophogingen, wordt gesaneerd middels een isolatievariant. Gezien de huidige hoogteligging van het terrein ten opzichte van het toekomstig gewenste peil, zal voor een deel de toplaag verontreinigde grond verwijderd moeten worden, alvorens de isolerende voorzieningen kunnen worden aangebracht. Deze vrijkomende bovengrond zal waar mogelijk binnen het plangebied worden herschikt onder de isolerende voorzieningen en indien mogelijk ter aanvulling worden aangewend van de ontgraving van de olieverontreinigingen. Overtollige grond zal worden afgevoerd naar een erkend verwerker. De isolerende laag ter plaatse van de gehele locatie wordt gerealiseerd door de aanleg van een leeflaag

Pagina 27 van 62

of duurzame afdeklaag (bebouwing/wegen). Deze laag zal afhankelijk van de peilhoogtes geleidelijk worden aangebracht. De specifieke peilhoogtes zijn opgenomen in het saneringsplan. Het saneringsplan is ingediend bij het bevoegd gezag, in dit geval de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Zodra dit saneringsplan is goedgekeurd is dit voor een ieder inzichtelijk. Ad. 8 We begrijpen dat er vragen heersen omtrent het bouwverkeer. Bij de verdere uitwerking van de plannen zal de ontwikkelaar hier een voorstel voor uitwerken, rekening houdend met de plaatselijke situatie. Over de afwikkeling van het bouwverkeer worden in de bouwfase nadere afspraken gemaakt tussen de gemeente als wegbeheerder en de ontwikkelaar. Aan de omgevingsvergunning kunnen voorschriften verbonden worden ter bescherming van de omgeving in relatie tot bouwverkeer, zoals dat er een nulmeting van omliggende bebouwing moet worden gedaan en dat de ontwikkelaar afdoende verzekerd is voor het geval door de bouwwerkzaamheden schade wordt veroorzaakt. Dit is echter geen formeel onderdeel van de bestemmingsplanprocedure. Ad. 9 Deze vrachtwagens hebben geen connectie met het bestemmingsplan. Overlast kan worden gemeld via de website van de gemeente. Ad. 10 Indiener heeft in het verleden inderdaad klachten geuit over de drempel.

Op de klacht over de drempel is inmiddels geantwoord en na de periode van ter inzagelegging van dit bestemmingsplan zal deze drempel vlak worden bestraat. Dit onderwerp staat echter los van de bestemmingsplanprocedure. Ad. 11 In voorliggend document wordt uitgebreid stilgestaan bij de zienswijze van de provincie en het waterschap. We hopen dan ook dat hiermee de zorgen van indiener zijn weggenomen. Ad. 12 Het spijt ons te horen dat de bedenkingen enkel zijn toegenomen. Zoals eerder aangegeven wordt de ontwikkeling van horecavoorzieningen wel meegenomen in het plan. Een eventuele toekomstige ontwikkeling van een jachthaven vormt op dit moment geen onderdeel van het bestemmingsplan. Het is op dit moment nog niet duidelijk of en wanneer deze wordt gerealiseerd. Indien dit in de toekomst aan de orde is, worden daar separate onderzoeken en procedures voor doorlopen. Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. De bouwhoogtes worden (naar beneden) bijgesteld, zodat deze beter aansluiten bij de daadwerkelijk architectonische uitwerking. Dit betekent dat de bouwhoogte van 24 meter ter plaatse van de appartementengebouwen nu in verschillende delen lager uitvalt. Daarnaast wordt de second opinion van het verkeersonderzoek (bijlage 4) toegevoegd bij deze nota.

Pagina 28 van 62

H) Indiener 8 Op 9 juli jl. is een pro forma zienswijze ingediend door indiener 8. Hieronder volgt een samenvatting van de zienswijze en de beantwoording daarop. 1. Indiener geeft aan dat deze als wettelijk belanghebbende kan worden aangemerkt omdat de verkeersafwikkeling van en naar de nieuwbouwwijk langs de woning van indiener zal plaatsvinden. Er worden 1133 extra verkeersbewegingen verwacht, derhalve boven op de bestaande verkeersbewegingen maar exclusief de verkeersbewegingen voor het bouwverkeer. Indiener vreest negatieve gevolgen van deze ontwikkeling in de zin van geluid, uitstoot en verkeersveiligheid. In aansluiting op deze zienswijze zijn op 21 juli jl. de volgende aanvullingen/gronden ingediend: 2. Indiener geeft aan dat er uit de toelichting blijkt dat er ca. 1579 verkeersbewegingen per dag zullen plaatsvinden. Dit is volgens indiener te veel voor de smalle toegangswegen, indiener stelt voor dat er een betere ontsluiting mogelijk is via een separate toegangsweg naar de A15. 3. Indiener meent dat de werkelijke reden waarom gekozen is voor een middenbermconstructie is dat er niet genoeg ruimte is voor een rotonde. Indiener geeft aan dat een middenbermconstructie veel gevaarlijker is en ook files tot gevolg zal hebben omdat een middenbermconstructie niet voldoende doorstroomt. 4.

Indiener geeft aan dat de oplossing met een middeneiland niet goed te realiseren is binnen de huidige verkeersbestemming uit het geldende bestemmingsplan ‘Hardinxveld-Giessendam, bebouwd gebied’. Het ontwerp voor de kruising met middeneiland is volgens indiener inmiddels besproken met de verkeerscommissie en transportbedrijven maar niet met bewoners, wat wel had gemoeten. Indiener vreest voor een verslechterde en gevaarlijkere verkeerssituatie door de reconstructie, waarmee het aspect verkeer juist wel een belemmering vormt voor de voorliggende ontwikkeling. Indiener verzoekt om het ontwerpbestemmingsplan op dit punt te herzien. Hieronder volgt de reactie van de gemeente: Ad. 1 We begrijpen deze zorgen. De uitgevoerde verkeersonderzoeken wijzen echter uit dat de Rivierdijk en Peulenstraat-zuid voldoende ruimte bieden voor de afwikkeling van het verkeer na aanleg van het plan de IJzergieterij. De gevolgen voor de luchtkwaliteit zijn gedurende de bestemmingsplanprocedure onderzocht, ook hier kwamen geen belemmeringen uit naar voren. We begrijpen dat er vragen heersen omtrent het bouwverkeer. Bij de verdere uitwerking van de plannen zal de ontwikkelaar hier een voorstel voor uitwerken, rekening houdend met de plaatselijke situatie. Over de afwikkeling van het bouwverkeer worden in de bouwfase nadere afspraken gemaakt tussen de gemeente als wegbeheerder en de ontwikkelaar.

Aan de omgevingsvergunning kunnen voorschriften verbonden worden ter bescherming van de omgeving in relatie tot bouwverkeer, zoals dat er een nulmeting van omliggende bebouwing moet worden gedaan en dat de ontwikkelaar afdoende verzekerd is voor het geval door de bouwwerkzaamheden schade wordt veroorzaakt. Dit is echter geen formeel onderdeel van de bestemmingsplanprocedure. Om een vergelijking te maken met het huidige bestemmingsplan is een (fictieve) invulling gemaakt van het terrein IJzergieterij binnen de mogelijkheden die het huidige bestemmingsplan zou kunnen bieden en wat dit zou betekenen aan verkeersaanbod. Het verkeerskundig bureau De Graaftraffic heeft twee scenario’s uitgewerkt, een scenario met zware industrie en een scenario met meer kantoren. Bij relatief veel industrie zal het aantal autobewegingen ongeveer 1100 per etmaal bedragen. Qua ritgeneratie zijn er ongeveer 100 vrachtwagens te verwachten per dag. De situatie met meer kantoorinvulling bedraagt ruim 2.000 autobewegingen per etmaal. In dit scenario zal vooral Pagina 29 van 62

personenautoverkeer rijden. Dit maximale aantal autobewegingen is van toepassing bij een maximale bebouwing waartoe in het bestemmingsplan voorwaarden zijn opgesteld. Daarvoor is gebruik gemaakt van de totale oppervlakte en het maximale bebouwingspercentage. Dit wordt nader toegelicht in de actualisatie van het verkeersonderzoek, dat is opgenomen in de bijlage van de toelichting. Door het verschillende gebruik van het terrein in het verleden zal het aantal verkeersbewegingen ongeveer tussen deze twee scenario’s in hebben gelegen, maar op basis van het voorgaande bestemmingsplan is het dus mogelijk om ruim 2.000 verkeersbewegingen per etmaal te genereren. Met de bouw van 150 woningen is een verkeersgeneratie van 1.110 voertuigbewegingen gemoeid. De eventuele horeca en andere commerciële/sociale functies kennen een verkeersgeneratie van 469 voertuigbewegingen per etmaal. In totaal komt dit neer op een verkeersgeneratie van 1.579 autobewegingen per dag. Dit is dus minder dan in de huidige situatie mogelijk zou zijn. Ad. 2 Er is zorgvuldig gekeken naar de toename van het aantal verkeersbewegingen. Dit is nader onderbouwd in de uitgevoerde verkeersonderzoeken. De uitkomst is dat de omliggende wegen de toename aan kunnen. In de second opinion van RoyalHaskoning DHV zijn alternatieve ontsluitingen onderzocht. Daaruit blijkt dat dit geen oplossing biedt.

Deze rapportage is opgenomen als bijlage 4 bij deze nota. Ad. 3 De keuze voor een middeneiland in plaats van een rotonde is in de eerste plaats gemaakt omdat deze zorgt voor een veilige en vlotte afwikkeling van het verkeer op de kruising. Met name voor de fietsers wordt de situatie daarmee sterk verbeterd. Daarnaast heeft de keuze inderdaad ook te maken met de beschikbare ruimte. Dit wordt in de verkeerskundige onderzoeken ook toegelicht en zeker niet ontkend. Belangrijke punten die zijn meegenomen in het ontwerp van de middenbermconstructie waren toepassen van bochtverbreding, inpasbaarheid binnen bestaand openbaar gebied, berijdbaarheid exceptioneel vervoer, verkeersveiligheid fietsverkeer en voldoende opstelruimte voor het autoverkeer ter hoogte van het middeneiland. Deze punten zijn in 2016 en 2017 nader bekeken. Vervolgens is het ontwerp getoetst door een tweede adviesbureau, Goudappel Coffeng. Zij bevestigen dat een middeneiland positief werkt voor de oversteekbaarheid. Ook is onderzocht dat de doorstroming met een brede middenberm gewaarborgd blijft. De berekeningen en nadere toelichtingen zijn te vinden in de verkeerskundige rapporten, die als bijlage zijn opgenomen bij de toelichting. Ad. 4 Ter plaatse van de reconstructie gelden de bestemmingen ‘Verkeer’ en ‘Verkeer-Verblijfsgebied’.

Beide bestemmingen bieden ruimte om onder andere ontsluitingswegen, fietspaden en voetpaden te realiseren. De opmerking dat het niet mogelijk is binnen het vigerende bestemmingsplan klopt dan ook niet. Aan de verkeerscommissie en transportbedrijven is advies gevraagd of hier sprake is van een verkeersveilige en bedrijfszekere oplossing. Dit advies is gevraagd op basis van principetekeningen. Het is niet gebruikelijk om in deze fase omwonenden te raadplegen. Dat volgt in een later stadium. Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Er is een nieuwe versie van het verkeersonderzoek, dit wordt beschreven in de toelichting en toegevoegd als bijlage bij de toelichting. Ter verduidelijking van de antwoorden is ook de second opinion van het verkeersonderzoek toegevoegd als bijlage 4 bij deze nota.

Pagina 30 van 62

I) Indiener 9 Op 30 juni jl. is een zienswijze ingediend door indiener 9. Hieronder volgt een samenvatting van de zienswijze en de beantwoording daarop. 1. Indiener geeft aan in een inspraakreactie al te hebben aangegeven dat er overlast wordt ervaren van de drempel voor de woning. Er bestaan zorgen door de plannen voor de nieuwe woonwijk en de lange tijd die het in beslag neemt om deze wijk te realiseren. De reactie dat er geen meldingen bestaan over de drempel klopt niet. Op de informatieavond is aangegeven dat indiener theoretisch gezien geen last kan hebben van de drempel. Hierdoor krijgt indiener het gevoel niet serieus genomen te worden. Indiener wenst dat de drempel wordt verwijderd voordat er aan de woonwijk wordt gewerkt. 2. Indiener heeft in de inspraakreactie ook de eventuele parkeerplaats die gerealiseerd gaat worden op het grasveld aangehaald. Het antwoord hierop was vaag. Indiener maakt dan ook bezwaar tegen deze parkeerplaats. Hieronder volgt de reactie van de gemeente: Ad. 1 Er zijn trillingsmetingen verricht naar het effect van de drempel. De uitkomst daarvan was dat de trillingen binnen de normen blijven. De drempel heeft een verkeerstechnische functie om de veiligheid van fietsers op het kruispunt van het fietspad met de Rivierdijk te verbeteren.

Enerzijds door de snelheid te remmen van het kruisende verkeer en anderzijds om het kruispunt duidelijk zichtbaar te maken. Desondanks zal na de periode van ter inzagelegging van dit bestemmingsplan deze drempel vlak worden bestraat. Dit onderwerp staat echter los van de bestemmingsplanprocedure. Ad. 2 In het voorgaande bestemmingsplan ‘Hardinxveld–Giessendam, bebouwd gebied’ heeft deze groenstrook reeds de bestemming ‘Groen’. In de voor ‘Groen’ aangewezen gronden was het in het verleden ook al mogelijk om paden, wegen en parkeervoorzieningen te realiseren. Juridisch gezien wijzigt hier dus niets. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Er is weliswaar sprake van een verandering in de ruimtelijk situatie, echter deze leidt echter niet tot een verslechtering van het woon- en leefklimaat. Het bestemmingsplan is op dat punt dan ook in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening.

Pagina 31 van 62

J) Indiener 10 Op 15 juli jl. is een pro forma zienswijze ingediend door indiener 10. In aansluiting op deze zienswijze zijn op 28 juli jl. aanvullingen/nadere gronden ingediend. De aanvullingen en nadere gronden zijn in de punten uit de eerste zienswijze verwerkt, waardoor ze ook hier tegelijkertijd zullen worden behandeld. Hieronder volgt een samenvatting van de zienswijze en de beantwoording daarop. 1. Indiener geeft aan dat het college van B&W op basis van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan heeft besloten dat er voor dit bestemmingsplan geen Milieu Effect Rapportage (MER) behoeft te worden opgesteld. Volgens het college worden er namelijk geen belangrijke gevolgen voor het milieu verwacht die de opstelling van een MER noodzakelijk achten. Indiener geeft aan dat het college zich hierin heeft laten leiden door de ‘Aanmeldnotitie M.E.R.-beoordeling’ en verwijst naar de volgende punten uit de aanmeldnotitie: a. Nadere onderzoeken naar een aantal vogelsoorten moeten nog plaatsvinden en de ontheffing is nog niet aangevraagd of verleend. b.

Er is uitgegaan van verouderde, niet geactualiseerde gegevens en niet van de maximale benutting van de in de regels opgenomen mogelijkheden, waardoor de verkeersgeneratie een geflatteerd en onjuist beeld geeft van de daadwerkelijke verkeersbewegingen per etmaal, terwijl de bestaande verkeerscongestie als gevolg van het sluipverkeer van A15 en A27 en het parkeren en de parkeerdruk op de oude Rivierdijk geheel buiten beschouwing zijn gelaten. c. Het aantal parkeerplaatsen is te laag ingeschat, ter zake het maximum aantal functies, dat binnen de bestemmingen mogelijk wordt gemaakt. Daaraan dient een parkeernorm te worden gekoppeld, hetgeen niet is gebeurd, noch op andere wijze. d. Voor enkele woningen binnen het plangebied kan niet aan het gemeentelijk Hogere Waardenbeleid worden voldaan en derhalve is er strijd met de Wgh zolang het beleid ter zake niet is aangepast en door de gemeenteraad vastgesteld. Er kan niet worden voorzien in een acceptabel woon- en leefklimaat in de buitenruimte, woning of tuin. Derhalve is het bestemmingsplan niet uitvoerbaar, nu ook voor de binnenwaarde (33dB(A)) niet aan de normen voor de binnenwaarde kan worden voldaan. Op de verbeelding ontbreken verder contouren omtrent de voorkeursgrenswaarde als ook voor wat betreft de hogere grenswaarde. e.

Hetgeen in de aanmeldnotitie is opgenomen met betrekking tot vluchtroutes en bereikbaarheid van hulpdiensten is volstrekt theoretisch en in de praktijk onhaalbaar. De vier ontsluitingswegen komen alle uit op de Rivierdijk waar direct de confrontatie is met het drukke verkeer en geparkeerde auto’s aan één zijde van de dijk. De effectieve ruimte van de dijk is geen 6.40 m breed, maar ongeveer de helft daarvan door het intensieve parkeergebruik aldaar. Daaraan wordt volledig voorbijgegaan, evenals aan het feit dat deze dijk, de Nieuweweg en de Peulenstraat-zuid bijna dagelijks tijdens de spitsuren in de ochtend en avond zwaar worden belast door sluipverkeer. Er is dan sprake van een verkeerscongestie door een (tijdelijke) verkeersvraag die groter is dan het aanbod van de verkeersinfrastructuur. Verkeer vanuit de ontwikkelingslocatie zal dan volledig vastzitten, ook de Peulenstraat-zuid, de Nieuweweg en de Rivierdijk zullen onbereikbaar zijn voor hulpdiensten vanaf de weg. Het is voor indiener onbegrijpelijk dat zonder actueel verkeersonderzoek hieraan voorbij wordt gegaan, terwijl de (externe) veiligheid geborgd dient te zijn door rekening te houden met de bereikbaarheid van het gebied en van keermogelijkheden van hulpverleningsdiensten. De bereikbaarheid van het plangebied door diensten vanaf de weg is geenszins gewaarborgd.

Met de reconstructie van de kruising Rivierdijk - Nieuweweg ontstaat Pagina 32 van 62

f.

geen verbeterde verkeerssituatie -gegeven de huidige problemen ter plaatse omdat het verkeer niet met een vloeiende beweging de Rivierdijk kan bereiken en een opstelplaats voor slechts 1 auto aan de andere zijde van de Rivierdijk verkeerskundig geen effect sorteert om aan die zijde van de dijk een opstropende verkeerssituatie te voorkomen. Het verleggen van de oversteekplaats voor fietsers op de Nieuweweg in de kruising met de Rivierdijk, in noordelijke richting, maakt deze oversteek voor fietsers onveiliger (beperkt zicht richting Rivierdijk-Oost), nog afgezien van het feit dat de Nieuweweg een 50 km/h weg is en de Rivierdijk een 30 km/h weg. Daarenboven zullen door de grotere geprojecteerde bochtcirkels, de snelheden ter plaatse van de kruising dientengevolge hoger komen te liggen (zie adviezen Goudappel Coffeng) en de kans op uit de bocht vliegen van gemotoriseerd verkeer toenemen, hetgeen invloed heeft op de oversteekveiligheid van fietsers (oversteektijd kleiner). Indiener betwist dat de reconstructie van bedoelde kruising overeenkomstig de regels van het vigerend bestemmingsplan, d.w.z. binnen het tracé van de geldende bestemming kan plaatsvinden, mede daarbij in aanmerking nemende dat een te verbreden zoneplichtige weg (Nieuweweg) wordt gereconstrueerd en samenvalt met een weg zonder zone, de Rivierdijk.

Indiener spreekt, met het oog op de bodemverontreiniging, verbazing uit over het feit, dat het college aan deze gegeven conclusie in de aanmeldnotitie voorbijgaat en gewoonweg ongefundeerd durft te stellen dat er geen belangrijke gevolgen voor het milieu te verwachten zijn.

Indiener is van mening dat het college in strijd met artikel 7.19 van de Wet milieubeheer het besluit heeft genomen. Volgens genoemd artikel dient het bevoegd gezag in 'een zo vroeg mogelijk stadium' voor de voorbereiding van het besluit een MER-beoordelingsbesluit te nemen, dus vóór de terinzagelegging van het ontwerpbesluit. Daarnaast mag het bevoegd gezag het besluit pas nemen ná overleg met bestuursorganen die op grond van de wet moeten worden betrokken, waaronder Waterschap Rivierenland. De schriftelijke reacties uit het vooroverleg ontbreken in de toelichting. Het is onbekend of het waterschap kan instemmen met de milieugevolgen van het bestemmingsplan. Indiener gaat vervolgens in op de volgende punten met betrekking tot de waterhuishouding en milieugevolgen: g. Het is niet inzichtelijk gemaakt wat de gevolgen zijn van het aanbrengen van een ‘leeflaag’ ter afdekking van de bodemverontreiniging. Het is voor indiener onduidelijk wat de milieu- en grondstabiliteitsgevolgen zijn voor de niet onderheide woningen. h. Volgens indiener kan er met het ontwerpbestemmingsplan een vrijwel onbeperkt verhard oppervlak binnen het plangebied worden aangebracht, waarmee in het kader van de in te schatten milieugevolgen geen rekening is gehouden. i. In de regels van het bestemmingsplan zouden geen waarborgen gesteld zijn voor de waterafvoer/waterhuishouding binnen het bestemmingsplan.

Het is onduidelijk of de waterafvoer en bergingscapaciteit op de juiste manier is berekend en zal volstaan. De memo waterhuishouding geeft hierover onvoldoende uitsluitsel. j. Indiener vreest voor het voortbestaan van woningen langs de rivierdijk, die lager komen te liggen door de aan te brengen leeflaag, stabiliteit van de woningen in verband met de toekomstige bodembelasting en het naar boven komen van verontreinigd grondwater. 2. Indiener is deelt de mening dat er geen belangrijke gevolgen zijn voor het milieu en dat een MER achterwege kan worden gelaten dus niet. Daarnaast is indiener het oneens met de oplossing van het hoogteverschil door het aanbrengen van keerwanden met daarbovenop een

Pagina 33 van 62

schutting. Ook kan indiener zich niet vinden in de omvang van de ruimtelijke ontwikkeling, die – inclusief afwijkings- en wijzigingsbevoegdheid - mogelijk wordt gemaakt.

3.

4.

5.

6.

7.

8.

9.

Indiener maakt bezwaar tegen de begrenzing van het bestemmingsplan. Indiener wenst dat de bestaande percelen buiten de vaststelling van dit bestemmingsplan worden gelaten, teneinde te voorkomen dat er bij de planvergelijking voordeelsverrekening plaatsvindt en indiener daardoor in een nog financieel naderligere positie komt te verkeren. Wel wordt er gevraagd om buiten de begrenzing van de percelen de Rivierdijk binnen de grens van het bestemmingsplan te betrekken, omdat voor de ontsluiting van het plangebied er reconstructies moeten worden gedaan. Indiener verwijst naar het ‘gifschandaal Lekkerkerk’ in 1980 en het effect dat dit had op de Nederlandse rechtspraak en overheid, waarnaar de Wet bodembescherming ingevoerd werd. Indiener legt nadruk op de zorgplicht die is opgenomen in deze wet. Uit het verkennend bodemonderzoek van circa 10 jaar geleden en het actualiserende onderzoek van begin dit jaar, concludeert indiener dat de bodem is verontreinigd met zware metalen en/of PAK. Indiener heeft begrepen dat het niet de bedoeling is om de verontreiniging op te ruimen, maar om een ‘leeflaag’ aan de brengen van schone grond/zand van circa 1 meter.

Indiener heeft ernstige twijfels bij deze oplossing, omdat deze 'oplossing' niet zou bijdragen aan een verantwoord woon- en leefmilieu in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' en op termijn de veiligheid en gezondheid van de bewoners van het gebied nadelig kan beïnvloedden. Indiener noemt voorbeelden als het heien of doorboren van de bodemlagen, waarin zich de verontreinigde stoffen hebben verzameld en die hierdoor langs de hei- of boorpalen naar de oppervlakte kunnen komen of aan het simpele feit dat een bewoner een vijver in zijn achtertuin maakt met een diepte van circa 1,5 meter. Ook bij een water-water warmtepomp komt voor de verwarming van woningen de warmte niet uit de lucht. Wanneer de warmte uit bodemwater komt, zit er een gedeelte onder de grond en komt dit (verontreinigde) water via dit systeem de woning binnen, met alle gevolgen van dien. Indiener geeft aan dat de raad voor de keus staat een besluit te nemen tot het al dan niet vaststellen van het ruimtelijk plan maar dat deze zich de vraag moet stellen of dit besluit vanuit het oogpunt van een ‘goede ruimtelijke ordening’ verantwoord is. Indiener verwijst naar bedrijven die in het verleden verontreiniging hebben kunnen veroorzaken in het plangebied (De Snelle Vliet, DIMAHA, Autospuiterij Dubbeldam).

Indiener vraagt zich af hoe het met de gemeente Hardinxveld-Giessendam zit wanneer achteraf- blijkt dat verontreinigde stoffen uit de bodem de 'leeflaag' van circa 1 meter en dus de oppervlakte bereiken en chemische stoffen hun agressieve inwerking hebben gedaan in ondergrondse transportleidingen en verontreinigd water in de woningen wordt gepompt. Indiener vraagt zich af of de samenwerkingsovereenkomst met de initiatiefnemer ook zover gaat dat de mogelijk toekomstige saneren van de bodem betreft, of dat dit neerkomt op de belasting betalende burgers of de gemeente zelf. In de zienswijze verwijst indiener naar de zorgplicht, het voorzorgsbeginsel en een gerechtelijke uitspraak hierover. Indiener stelt dat de gemeente als overheid actief informatie dient te verstrekken en transparant moet zijn. De gemeente kan aansprakelijk worden gesteld wanneer er geen of verkeerde maatregelen genomen worden. Met de wetenschap van de uitkomsten van het verkennend bodemonderzoek, het bodemonderzoek van begin dit jaar en hetgeen hiervoor is verwoord ten aanzien van de 'zorgplicht' en het 'voorzorgsbeginsel', waarover meer jurisprudentie bestaat, betwist indiener nu reeds en voor alsdan dat het MERbeoordelingsbesluit achterwege kan worden gelaten.

Indiener geeft aan dat uit geen enkel document blijkt dat het college van burgemeester en wethouders zich de vrijheid kan permitteren om te doen alsof er binnen het plangebied en daarbuiten geen belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu te verwachten zijn. De opstelling van een MER is volgens indiener gezien de omstandigheden wel degelijk Pagina 34 van 62

noodzakelijk, voordat tot vaststelling van het bestemmingsplan wordt gekomen. Indiener verwijst naar de aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling en stelt dat slechts de toevoeging als bijlage en mede drager van dit plan de onderbouwing niet compleet maakt als het college niet aan de verificatieplicht voldoet. 10. Indiener geeft aan dat de raad geen besluit kan nemen met betrekking tot de aanmeldnotitie wanneer de conclusies van alle onderzoeken nog niet compleet zijn. 11. Indiener stelt dat in het akoestisch onderzoek niet duidelijk de consequenties worden beschreven en dat het niet duidelijk is welke woningen dienen te worden voorzien van een dove gevel, evenals de mate van overschrijding van de grenswaarde. Uit de conclusie van het onderzoek zou verder blijken dat niet kan worden voldaan aan de aanwezigheid van een geluidsluwe gevel op 'alle' verdiepingen van de woningen. Een 'deel' van de grondgebonden woningen heeft geen voorgeschreven geluidsluwe buitenruimte. Welke woningen dit zijn, motiveert de toelichting niet, dus voor welk deel een hogere waarde besluit noodzakelijk is in het kader van het bestemmingsplan vanwege het verkeer op de A15 is niet duidelijk. De bestemmingen in het bestemmingsplan zijn volgens indiener niet uitvoerbaar en bovendien in elk geval niet, omdat voor 1 van de woningen moet worden afgeweken van de voorwaarden uit het hogere waarden beleid.

Dat betekent dat eerst de voorwaarden van het beleid moeten worden aangepast, voordat het hogere waarden besluit kan worden genomen. 12. Indiener heeft ernstige twijfels bij de paragraaf omtrent luchtkwaliteit, ook wat betreft de stikstofdepositie. 13. Indiener betreurt het gebrek aan transparantie en de nalatigheid waarop inspraak is gegeven. Er is volgens indiener een schriftelijk bevestigde toezegging geweest door het college dat binnen een termijn van 126 dagen na ontvangst van de inspraakreacties zij zou antwoorden op de reacties en vragen. Dit stond los van de bundeling van inspraakreacties en mocht indiener beschouwen als een persoonlijk en herkenbaar antwoord op de gegeven reacties. Het college wordt in dat opzicht ernstige nalatigheid verweten. Volgens indiener zijn vragen in de nota van inspraak onbeantwoord gebleven of op cryptische wijze summier beantwoord. 14. Indiener ontbreekt inzicht omtrent de inhoud en overzicht omtrent het aantal ontvangen adviezen met betrekking tot het voorliggende ontwerpbestemmingsplan, door het ontbreken kunnen zij zich geen beeld vormen van de juistheid van de reacties en deze ook niet bestrijden. De overlegreacties zijn niet in een bijlage samengevoegd. Indiener beschouwt dit als een ernstige tekortkoming bij de voorbereiding van het ontwerpbestemmingsplan. 15.

Volgens indiener zijn de consequenties voor de verkeersontwikkelingen op de Rivierdijk, de Nieuweweg en de Peulenstraat niet of althans onvoldoende in beeld gebracht om tot ruimtelijke acceptatie van het nieuwe woongebied te komen. Het plan kan naar de mening van cliënten niet worden gebaseerd op de resultaten van de onderzoeken, die daaraan ten grondslag zijn gelegd, omdat de conclusies van de rapporten niet kunnen worden gevolgd, de redenering daarvan niet sluitend is dan wel de onderzoeken te beperkt van opzet zijn dan wel te zijn gedateerd en onvoldoende op actualiteit zijn gebaseerd. De resultaten van het toegezegde en beschikbare rapport van Haskoning zijn niet als bijlage toegevoegd, terwijl in de inspraak wel daarnaar wordt verwezen. Het ontbreken van het rapport maakt, dat de motivering van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan volgens indiener niet deugdelijk is gemotiveerd en op dit punt niet inzichtelijk is gemaakt. Indiener geeft aan dat de quikscan flora en fauna dateert van oktober 2016 terwijl het aanvullend vleermuisonderzoek van november 2017 is. Het Archeologisch onderzoek IDDS dateert van september 2013, terwijl de onderzoeksmethodieken sindsdien aanzienlijk zijn verbeterd. Het onderzoek van de onderbouwing van de hogere waarden is bijna twee jaar oud en volgens indiener gebaseerd op verouderde verkeersgegevens.

Tot dusverre zijn die niet geactualiseerd, waardoor een vertekend beeld van de resultaten wordt verkregen. 16. Indiener ziet in de aanleiding tot dit plan een te beknopte omschrijving van het gebied, althans voor wat betreft de historie. De recreatieve voorzieningen worden weliswaar onder bedoeld Pagina 35 van 62

opschrift genoemd, doch deze zijn ruim te interpreteren, hetgeen tot een rechtszekere ontwikkeling leidt met mogelijk ongewenste verkeersaantrekkende gevolgen (Merwedeboulevard, het 'podium' en eventuele horeca met terras en aanmerkplek voor de Waterbus en/of het voetveer). Volgens indiener zijn deze recreatieve voorzieningen niet te herleiden in de planregels. Daarnaast wordt door indiener verwezen naar een filmpje waarin wethouder Baggerman het gebied van de IJzergieterij heeft verwoord en dat een indicatie geeft over de verwachte toekomstige invulling. 17. Naar het oordeel van indiener is het plan niet uitvoerbaar en is de waterbeheersing van het gebied en de daartoe behorende woningen niet geborgd, zeker niet voor wat betreft het onbebouwde gedeelte in relatie tot de hoeveelheid in het plan opgenomen verhardingen. De waterparagraaf zal derhalve worden bestreden, evenals de in andere hoofdstukken en paragrafen genoemde overwegingen en afwegingen. In de toelichting wordt dit volgens indiener onvoldoende beschreven, evenals de verschillen in hoogteligging van de bestaande terreinen en bebouwing in relatie tot de verhoging van de peilhoogte voor de nieuwbouw en de te realiseren woningen, appartementencomplexen en de wegen binnen het plangebied.

Indiener betreurt dat de huidige hoogteligging van het gebied niet is weergegeven, waardoor het verschil in hoogteligging na realisering van de bestemmingen niet valt te beoordelen. Evenmin zijn de consequenties voor de omgeving daarbij in beeld gebracht. Indiener verwacht dat er ten behoeve van de parkeergarage een verdere afgraving van het terrein plaatsvindt en er bronbemaling moet plaatsvinden, met alle gevolgen voor de bestaande, niet onderheide bebouwing. 18. Indiener acht het ontwerpbestemmingsplan in strijd met de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland waar het betreft het duurzaam en in een veilige leefomgeving wonen en het voorkomen dat op verontreinigde grond wordt gebouwd. 19. Ten aanzien van de volgende artikelen en de daarbij behorende regels merkt indiener het volgende op: a. Artikel 1 ‘Begrippen’: In artikel 1.83 ‘Peil’ wordt aangegeven de maximale goot- en bouwhoogte moet worden berekend met het peil als uitgangspunt. Indiener geeft aan dat er in de bestemming ‘Wonen’ regels opgenomen zijn voor het maaiveld van (bijbehorende) bouwwerken. Voor de bestemming ‘Wonen – 1’ is de regeling omtrent het te hanteren peil te volgen, maar voor de bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak van de bestemming ‘Wonen – 1’ blijkt er langs de dijk geen specifieke regeling te zijn getroffen.

De regeling komt volgens indiener om die reden in conflict met het rechtszekerheidsbeginsel. Daarnaast merkt indiener op dat voor bouwwerken binnen het bouwvlak van de bestemming ‘Wonen – 1’ de hoogte van de kruin van de weg niet valt te bepalen voor zover de woningen verder van de oude Rivierdijk in het plangebied zijn geprojecteerd. De wegen in het plangebied zijn immers nog niet aangelegd en binnen de bestemmingen ‘Verkeer’ en ‘Verkeer – Verblijf’ wordt niets over de hoogteligging en/of kunstmatige ophoging van de hiervoor aangewezen gronden is geregeld middels een aanlegvergunningstelsel. Nu de hoogte van de kruin van weg niet kan worden bepaald kunnen ook de goot- en bouwhoogte van de te realiseren bouwwerken niet met zekerheid worden bepaald. Indiener acht het bezwaarlijk dat met betrekking tot de te realiseren parkeergarage en voor het overige parkeren binnen het plangebied geen regels zijn opgenomen. Vanaf 1 juli 2018 dienen alle bestemmingsplannen te voorzien in parkeernormen. In dat kader dient uitgegaan te worden van de maximale invulling van de planologisch toegelaten functies binnen het plangebied. Dat is niet gebeurd, waardoor het bestemmingsplan in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel is voorbereid. Kennelijk is er slechts een berekening gemaakt voor de parkeerbehoefte, die het plangebied in zijn

Pagina 36 van 62

algemeenheid genereert, doch dit is niet gebaseerd op de maximale invulling van de planologisch toegelaten functies. Tevens zijn er volgens indiener geen regels gesteld voor ‘ondergronds bouwen’. Over de oppervlakte van de te realiseren parkeergarage en het aantal parkeerplaatsen is in het bestemmingsplan niets in de regels opgenomen. b. Artikel 7 ‘Wonen’: Aan de westzijde van het plangebied is een bestemming 'Wonen artikel 7' opgenomen op een locatie, die niet in eigendom is bij de initiatiefnemer. De bestemming is derhalve niet uitvoerbaar, indien de eigenaar de grond niet wenst te verkopen en hijzelf geen belang heeft bij realisatie van de woonbestemming. Los daarvan blijkt er voor de aldaar nieuw te realiseren woningen geen akoestisch onderzoek te zijn uitgevoerd, terwijl dat wel het geval is bij de naastgelegen en schuin daaronder geprojecteerde bestemming 'Wonen - 1 (artikel 8)'. Deze locatie is niet meegenomen op de overzichtskaart dove gevels, hetgeen volgens indiener impliceert dat de locatie niet in het akoestisch onderzoek is betrokken. Verder is bij bestemming 'Wonen 1' volgens indiener niet duidelijk welk woningtype en hoeveel woningen binnen het bouwvlak mogen worden gerealiseerd.

De regels vermelden dit niet, maar uit artikel 7.2.1 valt af te leiden dat 'indien geen aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is opgenomen, er een bouwhoogte geldt van ten hoogste 11,5 meter'. Dat betekent dus dat ter plaatse bebouwing in vier lagen mogelijk is. Op deze manier lijkt volgens indiener te worden gesmokkeld met het woningaantal dat de initiatiefnemer met het bestemmingsplan voor ogen heeft en wordt er een andere voorstelling van zaken gegeven. Er ontbreekt volgens indiener bij de regels van deze bestemming de regeling, zoals getroffen in artikel 8.5, letter a, ten eerste. Bij laatstgenoemd artikel is in artikel 8.2.1 verzuimd om voor de bouw van hoofdgebouwen in eerste instantie te verwijzen naar de 'specifieke bouwaanduidinggeluiddove gevel'. Eerst later in artikel 8.4.1 vindt een en ander regeling in de specifieke gebruiksregels. Naar de mening van indiener dient het aanbrengen van een geluiddove gevel als een bouwactiviteit worden beschouwd en niet als specifiek gebruik met een voorwaardelijke verplichting. c. Artikel 8 ‘Wonen – 1’: Volgens letter h van artikel 8.2.1 zijn gestapelde woningen toegestaan met een bouwhoogte van maximaal 11,5 meter.

Om die reden zet indiener vraagtekens bij de berekende parkeerbehoefte bij de bestemmingen 'Wonen', 'Wonen-1' en 'Wonen -2' en het verkeer, dat het plangebied mede door de te realiseren gestapelde woningen en de ondergeschikte functies 'aan huis verbonden beroep en/of bedrijf' wordt gegenereerd. d. Artikel 9 ‘Wonen – 2’: Bij de bestemming ‘Wonen – 2’ zijn volgens indiener uitsluitend gestapelde woning toegestaan, met aan huis verbonden bedrijven. Daarnaast gelden de aanduidingen dienstverlening, horeca en parkeergarage. Indiener kan zich niet vinden in deze specifieke bestemming ter plaatse van de betreffende aanduidingen. De gronden, die tevens bestemd zijn voor 'dienstverlening' en 'horecabedrijf', zijn in de regels in geen enkel opzicht objectief begrensd, ook niet qua aantal en oppervlak. De in de begripsbepalingen van artikel 1 genoemde functies zijn qua inhoud zo ruim geformuleerd, dat onder 'dienstverlening' en 'horecabedrijf’ een scala van activiteiten kan worden geschaard, ook activiteiten die qua verkeersaantrekkende werking, parkeerbehoefte, ruimtelijke uitstraling en overlast volgens indiener niet in een woonomgeving thuishoren, een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de weg staan, en dus ruimtelijke ongewenst zijn. Indiener acht het bezwaarlijk dat er bij de Pagina 37 van 62

toelaatbaarheid van die functies ruimtelijke afwegingscriteria ontbreken en dat deze functies thans zonder nader te stellen regels bij recht toelaatbaar worden gemaakt. e. Artikel 6 ‘Verkeer – Verblijf’: Indiener vindt het bijzonder dat de mogelijke bouw van een paviljoen geen juridische regeling vindt in dit artikel, maar in artikel 17.1. Dit maximaal planologisch toegelaten gebruik met een onmiskenbaar verkeersaantrekkende werking en een evidente parkeerbehoefte heeft volgens indiener verstrekkende ruimtelijke gevolgen voor het woon- en leefgenot van de toekomstige bewoners van het plangebied, maar ook negatieve ruimtelijke uitstralingseffecten voor de bewoners langs de oude Rivierdijk, de Nieuweweg en de Peulenstraat-zuid. Geen enkele bijlage bij dit ontwerpbestemmingsplan geeft een actueel te verantwoorden beeld van de te verwachten verkeersstromen op basis van de maximale invulling van de bestemmingen, het aantal verkeersbewegingen daarvan en de geluidemissies op de woningen. Indiener is van oordeel dat een recent akoestisch onderzoek naar de geluidbelasting op de gevels van de woningen aan de Nieuweweg ten onrechte achterwege is gelaten, waardoor niet valt te beoordelen of voor deze bestaande woningen de procedure hogere grenswaarde ingevolge de Wet geluidhinder dient te worden gevolgd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/497/documents/15629