CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van beantwoording zienswijzen IJzergieterij.pdf

Gemeenteraad GHG 21 januari 2021, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 6: Bestemmingsplan 'IJzergieterij' - Raadsvoorstel36.990 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Nota van beantwoording zienswijzen Inleiding De aanleiding voor het opstellen van het bestemmingsplan vormt het initiatief van Gebroeders Blokland om een bestaande bedrijfslocatie te willen transformeren tot een woonlocatie. Dit initiatief past binnen de visie van de gemeente om de rivier te verbinden met het dorp op plaatsen die hiervoor potentie hebben. Het plan van Gebroeders Blokland is om maximaal 150 woningen te bouwen in een mix van woningtypen. Het voorliggende ontwerpbestemmingsplan maakt deze ruimtelijke ontwikkeling mogelijk. Het ontwerpbestemmingsplan 'IJzergieterij' met bijbehorende stukken hebben van donderdag 4 juni 2020 tot en met woensdag 15 juli 2020 ter inzage gelegen. Het voorontwerp was in te zien via de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl. Een analoog boekje van het plan lag ter inzage bij de receptie van het gemeentehuis. Ook is het voorontwerp toegezonden aan de overleginstanties zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Eenieder heeft de mogelijkheid gehad om binnen deze periode schriftelijk of mondeling een zienswijze in te dienen. Wij hebben de volgende zienswijzen ontvangen (zie tabel 1 hieronder).

Indiener A) Indiener 1 B) Indiener 2 C) Indiener 3 D) Indiener 4 E) Indiener 5 F) Indiener 6 G) Indiener 7 H) Indiener 8 I) Indiener 9 J) Indiener 10 K) Indiener 11 L) Indiener 12 M) Indiener 13 N) Indiener 14 O) Provincie Zuid-Holland P) Rijkswaterstaat Q) Waterschap Rivierenland R) Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

Datum dagtekening 29-06-2020 16-06-2020 14-07-2020 14-07-2020 14-07-2020 14-07-2020 14-07-2020 09-07-2020 30-06-2020 09-07-2020 09-07-2020 15-07-2020 15-07-2020 15-07-2020 15-07-2020 15-07-2020 14-07-2020 20-07-2020

Datum ontvangst 29-06-2020 19-06-2020 14-07-2020 15-07-2020 17-07-2020 15-07-2020 14-07-2020 10-07-2020 10-07-2020 10-07-2020 10-07-2020 16-07-2020 16-07-2020 15-07-2020 17-07-2020 17-07-2020 17-07-2020 20-07-2020

Overzicht van de ontvangen zienswijzen.

Hieronder volgt een samenvatting van de inspraakreacties gevolgd door de beantwoording, een conclusie en een slotadvies. Bijlagen: Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4

Berekening weerkaatsing geluid, KuiperCompagnons, augustus 2020 Zettings- en stabiliteitsonderzoek Rivierdijk, GeoRisQ, 7 mei 2020 Second opinion, Goudappel, 24 oktober 2017 Second opinion, Royal HaskoningDHV, 3 december 2019

Pagina 1 van 62

A) Indiener 1 Op 29 juni jl. is de zienswijze van indiener 1 ontvangen. Hieronder volgt een samenvatting van de zienswijze en de beantwoording daarop. 1. Indiener geeft aan dat vragen in een eerdere inspraakreactie niet beantwoord zijn en dat er voorbij wordt gegaan aan diverse vragen c.q. onderwerpen. 2. Indiener heeft ernstige twijfels bij verkeersonderzoek, verkeersplan, bereikbaarheid hulpdiensten en aankomende belasting bouwverkeer plus toekomstige bewoners, watersporters en toeristen (indien horeca en/of jachthaven). Algemeen dagelijks praktijkbeeld: huidige inrichting Peulenstraat-zuid en Rivierdijk kunnen deze verkeersstromen bij toeritten nu al niet goed aan. 3. Indiener vraagt of de mogelijkheid van een extra ontsluiting wel is onderzocht. 4. Het gepleegde verkeersonderzoek ten aanzien van de (verwachte) belasting is volgens indiener niet volledig en goed onderbouwd. Indiener doelt in de zienswijzen op eerdere vragen die ontvangen zijn op 22 november 2019. Hieronder volgt een opsomming van de destijds gestelde vragen. 1. Zijn de Peulenstraat-zuid en de Rivierdijk-West een 30 km zone? 2. Hoeveel bewoners komen er volgens verwachting van de gemeente te wonen in de nieuwe wijk? 3. Is er, als onderdeel van het verkeersonderzoek, een schouw gehouden op de Peulenstraat-zuid en de Rivierdijk-West? 4.

Waarom is er uitgegaan van twee vrije wegdelen in het verkeersonderzoek? De dag dagelijkse praktijk is namelijk dat één weghelft van de Peulenstraat-zuid en de RivierdijkWest over een flinke lengte het grootste deel van de dag altijd bezet is door geparkeerde auto's van voornamelijk bewoners. Daardoor is er structureel een beperking op de aanname dat de huidige situatie op genoemde wegen in tweerichtingen berijdbaar is. 5. Was dit de gemeente bekend? 6. Waarom heeft er maar 1 dag verkeersonderzoek, betreffende enkel op 15 december 2015, plaatsgevonden? 7. Waarom stelt dat de gemeente dat er op basis van 1 dag verkeersonderzoek, notabene 3 jaar geleden, sprake is van een gedegen verkeersonderzoek? 8. Bent u het eens met het feit dat 1 dag verkeersonderzoek, notabene 3 jaar geleden, geen correcte afspiegeling van de huidige verkeerssituatie en verkeersdrukte kan weergeven? 9. Houdt de gemeente in het verkeersonderzoek en de voorgenomen plannen van de nieuwbouwwijk rekening met het feit dat het totale aantal nieuwe bewoners, en dus autobezitters wat extra belasting creëert, voor boodschappen in het centrum van Hardinxveld, alwaar de supermarkten zitten, gebruik voornamelijk gebruik zal maken van de Peulenstraat-zuid? 10.

Is er in het verkeersonderzoek rekening gehouden met de belasting van het wegennet en/of het aantal watersporters wat van de route gebruikt maakt vanwege "De Helling" of het hier gelegen strandje? 11. Is de gemeente bewust van het feit dat in de lente en de zomer (mooi weer periode) voornamelijk de Peulenstraat-zuid (en soms de Rivierdijk-West) extra belast wordt door watersporters en/of bezoekers van het strandje? 12. Is de gemeente bewust van het feit dat het wegennet van de Peulenstraat-zuid en de Nieuweweg extra belast wordt door de plannen van een jachthaven en/of horeca in het gebied (als daar nog steeds sprake van is) van project de IJzergieterij? 13. Is er met extra belasting door het aantal extra bezoekers voor de jachthaven, horeca en/of watersport rekening gehouden in het verkeersonderzoek? 14. Is er advies m.b.t. de voorgenomen verkeersplannen ingewonnen bij de (verkeer)adviseurs van de hulpdiensten? Pagina 2 van 62

15. Zijn de politiecijfers m.b.t. verkeersongevallen, snelheid of parkeerproblemen opgevraagd bij de politie? 16. Kan de politie (indien nodig) handhavend optreden in een 30 km zone op het gebied van snelheid? 17. Wat is de visie van de gemeente m.b.t. eventuele handhaving en de verkeersveiligheid bij een toenemende verkeersdrukte door project IJzergieterij? 18. Op het gemeentehuis zit een politiepost. Achter het gemeentehuis een brandweerkazerne. Een ambulance uit Gorinchem of Papendrecht kan aIleen via Rivierdijk-West of de Peulenstraat-zuid de nieuwe wijk van de IJzergieterij bereiken. De genoemde wegen zijn, zoals eerder aangegeven, in de praktijk structureel maar op een wegdeel vrij. Dan vinden er ook van april/mei tot september ook nog watersportactiviteiten plaats ter hoogte van de Helling wat extra risico's met zich mee brengt waardoor beroep op de hulpdiensten (en hun bereikbaarheid) van belang is. 19. Wat doet dit aspect i.c.m. vraag 18 (m.b.t. politiepost en brandweer kazerne) dit met de veiligheid van de nieuwe wijk en de bewoners? 20. Is de gemeente bewust van het feit dat er maar een simpel incident als een verkeersongeluk of een woningbrand hoeft plaats te vinden op de route naar of in de beoogde nieuwbouwwijk van de IJzergieterij en dit direct een forse beperking qua mobiliteit van het verkeer en de bereikbaarheid van hulpdiensten naar de wijk oplevert? 21.

Is verkeersveiligheid en veiligheid überhaupt als thema meegenomen in het verkeersonderzoek? 22. Is er in het verkeersonderzoek van project de IJzergieterij rekening gehouden met de drukte van de direct daarnaast gelegen A15? 23. Houdt de gemeente rekening met worst case scenario's en calamiteiten in het verkeersonderzoek? 24. Heeft de gemeente een afzonderlijk veiligheids- c.q. crisisplan (met worst case scenario's) voor omgang met calamiteiten in de nieuw te bouwen wijk? 25. Vindt u dat er (mede op basis van antwoorden op bovenstaande vragen) sprake is van een representatief verkeersonderzoek voor project de IJzergieterij? 26. Waarom creëert de gemeente bij project de IJzergieterij geen extra doorgang om de Peulenstraatzuid en/of de Rivierdijk-West te ontlasten? 27. Klopt het dat er op het moment van dit schrijven een nieuw verkeersonderzoek loopt? Hieronder volgt de reactie van de gemeente: Ad. 1 De inspraakreactie van indiener is destijds goed ontvangen en meegenomen in de beantwoording. In verband met de vele reacties en de grote mate van overlap tussen de reacties, zijn in de Nota van inspraak en overleg samenvattingen opgenomen. Hierdoor kan het voorkomen dat de gestelde vragen niet met de exacte bewoording zijn overgenomen. Onze excuses als indiener het gevoel heeft dat er voorbij gegaan wordt aan diverse vragen.

Hieronder worden de vragen alsnog puntsgewijs beantwoord. Hiermee vertrouwen wij erop ook ad. 2, 3 en 4 zo compleet mogelijk behandeld te hebben. 1. Zowel de Peulenstraat-zuid als de Rivierdijk zijn wegen binnen een 30 km/u zone. In het GVVP is de wegcategorisering vastgelegd voor de gehele gemeente. De inrichting is overeenkomstig de uitgangspunten van "duurzaam veilig" voor een 30 km/u weg. In de second opinion van Royal HaskoningDHV (bijlage 4 bij deze nota) wordt dit verder beschreven in paragraaf 3. In paragraaf 3 van het genoemde onderzoek is aangetoond dat de capaciteit van de wegen ook bij een toename van het verkeer voldoende is. Dit is onderbouwd met waarnemingen/tellingen en ook vanuit de Regionale Verkeers- en Milieu Kaart. Om een vergelijking te maken met het huidige bestemmingsplan is een (fictieve) invulling gemaakt van het terrein IJzergieterij binnen de mogelijkheden die het huidige Pagina 3 van 62

bestemmingsplan zou kunnen bieden en wat dit zou betekenen aan verkeersaanbod. Het verkeerskundig bureau De Graaftraffic heeft twee scenario’s uitgewerkt, een scenario met zware industrie en een scenario met meer kantoren. Bij relatief veel industrie zal het aantal autobewegingen ongeveer 1100 per etmaal bedragen. Qua ritgeneratie zijn er ongeveer 100 vrachtwagens te verwachten per dag. De situatie met meer kantoorinvulling bedraagt ruim 2.000 autobewegingen per etmaal. In dit scenario zal vooral personenautoverkeer rijden. Dit maximale aantal autobewegingen is van toepassing bij een maximale bebouwing waartoe in het bestemmingsplan voorwaarden zijn opgesteld. Daarvoor is gebruik gemaakt van de totale oppervlakte en het maximale bebouwingspercentage. Dit wordt nader toegelicht in de actualisatie van het verkeersonderzoek, dat is opgenomen in de bijlage van de toelichting.

2.

3. 4.

5.

6.

7. 8. 9.

Door het verschillende gebruik van het terrein in het verleden zal het aantal verkeersbewegingen ongeveer tussen deze twee scenario’s in hebben gelegen, maar op basis van het voorgaande bestemmingsplan is het dus mogelijk om ruim 2.000 verkeersbewegingen per etmaal te genereren. Met de bouw van 150 woningen is een verkeersgeneratie van 1.110 voertuigbewegingen gemoeid. De eventuele horeca en andere commerciële/sociale functies kennen een verkeersgeneratie van 469 voertuigbewegingen per etmaal. In totaal komt dit neer op een verkeersgeneratie van 1.579 autobewegingen per dag. Dit is dus minder dan in de huidige situatie mogelijk zou zijn. In het verkeersonderzoek is uitgegaan van 150 woningen, verdeeld in diverse woningtypologieën. Deze woningtypologieën kennen allen een bepaalde verkeersgeneratie, variërend tussen 6,0 voertuigbewegingen en 8,2 voertuigbewegingen per etmaal. De parkeernormen variëren tevens tussen de 1,2 en 2,3 per woning. Er is dus voldoende rekening gehouden met het autogebruik van de nieuwe bewoners. Zowel in 2015 als in 2018 hebben er tellingen plaatsgevonden. Op verschillende momenten zijn de onderzoekers ter plaatse geweest om de situatie te beoordelen. In het onderzoek wordt niet uitgegaan van twee ‘vrije wegdelen’, maar wordt benoemd dat de Rivierdijk en de Peulenstraat-zuid in tweerichtingen berijdbaar is.

Tevens wordt benoemd dat de Rivierdijk richting Peulenstraat-zuid een verblijfsgebied is, waarbij het geen primaire doelstelling is een vlotte doorstroming te garanderen. Daarbij past de inrichting zoals die enkele jaren geleden in samenwerking met de bewoners tot stand is gekomen. De passeerplaatsen (mits vrij van geparkeerde auto's) bieden voldoende ruimte om elkaar te passeren. Het is bekend dat een van de weghelften gebruikt wordt om te parkeren. Dit is opgelost door op regelmatige afstanden plateaus met een afwijkende verharding aan te brengen, waar een parkeerverbod geldt. Deze plateaus vormen tegelijkertijd verkeersremmers. Door de huidige inrichting is de weg minder aantrekkelijk om gebruikt te worden als sluiproute. In 2018 heeft er tevens een verkeersonderzoek plaatsgevonden. Dit onderzoek is in september 2020 geactualiseerd. Er is tevens een second opinion uitgevoerd door een ander onderzoeksbureau, de uitkomst hiervan gaf geen aanleiding om het plan aan te passen. Zoals hierboven ook beschreven is in par. 3 van de "second opinion" een nadere onderbouwing te vinden van het functioneren van de huidige inrichting en dat ook i.r.t. de nieuwe situatie. Zie punt 6. Zie punt 6. Hier is rekening mee gehouden. Omdat de nieuwbouwlocatie meer richting het centrum ligt, zal naar verwachting meer dan 8 % van het autoverkeer gebruik maken van de Peulenstraat Zuid.

Het centrum ligt echter ook op circa 1 kilometer van de nieuwbouwlocatie, dus het centrum is goed per fiets (ca. 5 minuten) en te voet (ca. 15 minuten) bereikbaar. Daarnaast zullen vanuit het noordelijk plangebied richting A15 enkele auto’s gebruik maken van de route via de Peulenstraat Zuid en Wieling. De route is weliswaar wat langer (800 resp. 1.200 meter), maar in tijd zal het minder dan 1 minuut uitmaken. Op basis van expert judgement is door de GraafTraffic er van uitgegaan dat ongeveer 25% van het aantal autobewegingen via de Pagina 4 van 62

Peulenstraat-zuid zal gaan rijden en 75% via de Rivierdijk. De onderzoekers van de "second opinion" gaan uit van een verdeling van 50-50%. Van welke situatie ook wordt uitgegaan: beide onderzoeken wijzen uit dat er geen capaciteitsprobleem op de betreffende wegen ontstaat. 10. De trailerhelling is niet meegenomen in het onderzoek omdat het om pieken in het gebruik gaat die beperkt blijven tot dagen met mooi weer en in vakantietijd. Met de vereniging die de trailerhelling beheert, is afgesproken dat hij zijn leden opdraagt via de Peulenstraat-zuid de helling te benaderen en via de Rivierdijk de helling te verlaten. 11. Zie punt 10. 12. In de verkeersonderzoeken is rekening gehouden met de eventuele toevoeging van horecagelegenheid. Omdat het nog niet bekend is wat voor horecafunctie er komt, en of dit eventueel aangevuld wordt met commerciële dienstverlening, is er gerekend met verkeerscijfers voor commerciële en sociaal/medische voorzieningen. De totale verkeersgeneratie van de commerciële en sociaal/medische voorzieningen bedraagt circa 469 autobewegingen per etmaal. Hierbij wordt uitgegaan van de maximale invulling van de planologische mogelijkheden. In de regels van het bestemmingsplan zijn voor de verschillende voorzieningen daarom een maximaal aantal m2 opgenomen. De eventuele toevoeging van een jachthaven in de toekomst maakt geen onderdeel uit van dit plan.

Wanneer er in de toekomst sprake zou zijn van de komst van een jachthaven zal er opnieuw worden gekeken naar alle relevante aspecten, waaronder verkeer. In de parkeerbalans is wel rekening gehouden met een aanlandvoorziening voor de waterbus (5 pp in de parkeerkelder). Veruit de meeste reizigers zullen echter met de fiets komen, omdat je deze gratis mee mag nemen op de boot. Daardoor wordt het voor- en natransport voor de reizigers makkelijker. 13. Zie punt 12. 14. Er is geen afzonderlijk advies gevraagd aan de politie voor de ongevallen en snelheid. Gemeente en politie maken namelijk gebruik van dezelfde databank. Op basis van deze databank wordt per kwartaal een verkeersveiligheidsrapportage gegenereerd. Uit deze rapportage komen het westelijk deel van de Rivierdijk en de Peulenstraat-zuid niet naar voren als verkeersonveilige situaties. Hieronder is de kaart met de ongevallen op deze wegvakken over de jaren 2015 t/m 2019 weergegeven. Daaruit blijkt ook dat er nauwelijks ongelukken gebeuren.

Pagina 5 van 62

15. Zie vraag 14. Wat betreft snelheid is er gekeken naar de cijfers van de maanden juni en juli 2020. Beide wegen liggen hier binnen de ondergrens voor boetes, waaruit kan worden opgemaakt dat er niet frequent te hard gereden wordt. 16. Als een weg is ingericht conform de uitgangspunten van Duurzaam Veilig, dan kan de politie handhavend optreden. De politie heeft hierin echter wel een eigen (discretionaire) bevoegdheid. 17. De gemeente zal (en kan) de politie niet opdragen om ergens te handhaven. Het middel voor de gemeente om de verkeersveiligheid te vergroten is door het treffen van infrastructurele maatregelen (zoals de plateaus), eventueel aangevuld met gedragsbeïnvloedende maatregelen zoals een smileybord. 18. In het verkeersonderzoek is gekeken naar de bereikbaarheid van het woongebied in het algemeen. Hulpdiensten (vertegenwoordigd door de brandweer) beoordelen het plan afzonderlijk op bereikbaarheid voor hulpdiensten. Die beoordeling wordt niet in het verkeersonderzoek opgenomen. Het is geen onderdeel van deze bestemmingsplanprocedure, maar het onderwerp speelt wel een rol bij de vraag of het plan uitvoerbaar is. Gelet op de conclusies uit het onderzoek is het antwoord op die vraagbevestigend. 19. Zie vraag 18. 20.

De uitgevoerde verkeersonderzoeken wijzen uit dat de Rivierdijk en Peulenstraat-zuid voldoende ruimte bieden voor de afwikkeling van het verkeer na aanleg van het plan de IJzergieterij. Zie hiervoor ook par. 3.2.3 uit het de second opinion van Royal HaskoningDHV, deze is toegevoegd als bijlage 4 bij deze zienswijzenota. 21. In het onderzoek is rekening gehouden met verkeersveiligheid. In de huidige situatie is de oversteekbaarheid/invoegen van en naar het westelijk deel van de Rivierdijk inderdaad al niet optimaal. Uit het onderzoek blijkt ook dat in 2030 het huidige kruispunt echt te krap zal zijn om zowel de groei van het autoverkeer als de nieuwbouwlocatie veilig af te wikkelen. Door het toepassen van een middeneiland blijft de doorstroming en verkeersveiligheid gewaarborgd, zoals ook blijkt uit de onderzoeken. 22. In het onderzoek is rekening gehouden met de bereikbaarheid van de A15 vanuit het plangebied. De files die zich voordoen op de A15 zelf kunnen inderdaad invloed hebben op de bereikbaarheid van het plangebied. Deze problematiek wordt evenwel niet veroorzaakt door het bestemmingsplan en kan hierdoor ook niet worden opgelost. 23. Calamiteiten zijn, zoals de naam al aangeeft, uitzonderlijke situaties. In de advisering is rekening gehouden met een worst-case scenario.

Het is hierin niet mogelijk om per mogelijke calamiteit te bekijken wat de eventuele gevolgen kunnen zijn. De brandweer adviseert namens de hulpdiensten over de bereikbaarheid van een locatie in geval van een calamiteit. 24. Zie vraag 23. 25. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat de verkeersintensiteit na realisatie plan acceptabel is voor een veilige verkeersafwikkeling op de Rivierdijk. In de verkeersonderzoeken is gerekend met reële verkeerscijfers en prognoses. 26. Het plan De Rokerij is niet vergelijkbaar met plan IJzergieterij. Bij De Rokerij loopt er een gebiedsontsluitingsweg om het plan heen, waarop wordt aangesloten. Dat is bij de IJzergieterij niet het geval. Bij de Rokerij wordt geen nieuwe weg aangelegd, het gaat om het aansluiten van de interne verkeersstructuur op de Rivierdijk. In het plan IJzergieterij is wel het verbeteren van de aansluiting Rivierdijk-Nieuweweg opgenomen om het verkeer uit het plangebied en de Rivierdijk-Peulenstraat-zuid beter af te wikkelen op de gebiedsontsluitingsweg NieuwewegRivierdijk. 27. Er loopt momenteel geen nieuw verkeersonderzoek. In september 2020 zijn de verkeersonderzoeken geactualiseerd. Hiervoor zijn geen nieuwe tellingen verricht. De aanleiding hiervoor was enerzijds dat er nieuwe functies in het gebied aan het bestemmingsplan zijn toegevoegd.

Anderzijds is het voor milieuberekeningen nodig de verkeersgeneratie per etmaal in plaats van alleen op de drukste momenten in kaart te brengen. Pagina 6 van 62

Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Er is een nieuwe versie van het verkeersonderzoek, dit wordt beschreven in de toelichting en toegevoegd als bijlage bij de toelichting. Ter verduidelijking van de antwoorden zijn ook de second opinion van Royal HaskoningDHV én Goudappel toegevoegd als bijlage 3 en 4 bij deze nota.

Pagina 7 van 62

B) Indiener 2 Op 16 juni jl. is een zienswijze ingediend door indiener 2. Hieronder volgt een samenvatting en de beantwoording daarop. Indiener is van mening dat de aangedragen antwoorden in de Nota van inspraak niet kloppen, of in ieder geval zeer ontwijkend en onduidelijk zijn. Indiener verzoekt om een correcte nota van inspraak waar echt wordt ingegaan op de opmerkingen, met duidelijke en vooral eerlijke antwoorden. De bijlage bij de zienswijzen bevat een kopie van de Nota van inspraak, met daarop aangegeven enkele opmerkingen en gemarkeerde delen. Hieronder volgt een opsomming van de gemaakte opmerkingen: 1. Indiener heeft het gedeelte dat gaat over de geluidsoverlast vanuit de A15 gemarkeerd en geeft hierover aan dat de gemeente zelf maar eens goed moet gaan luisteren bij westerwind. 2. Indiener vraagt waarom er hogere waarden worden aangevraagd terwijl er wordt gesteld dat er weinig tot geen geluid overblijft dat kan weerkaatsen vanaf het appartementengebouw. 3. Indiener vraagt hoe er wordt omgegaan met de huidige bebouwing van omwonenden wanneer het maaiveld van het terrein wordt opgehoogd. 4. Indiener heeft vraagtekens bij het antwoord dat zowel in de vigerende als in de toekomstige groenbestemming parkeerplaatsen mogelijk zijn. 5. Indiener geeft aan dat de rabatstroken en de parkeerhaven waarover wordt gesproken eigendom zijn van bewoners. 6.

In overleg met de bewoners is een aantal jaren geleden bij de herinrichting een aantal passeerplaatsen aangelegd met een onderlinge afstand variërend van ca. 25 tot ca. 51 m. Indiener vraagt of dit met voorbedachten rade is gebeurd. 7. Tevens geeft indiener aan dat de wegbreedte die wordt aanbevolen voor een erftoegangsweg niet klopt, dit zou minimaal 6,80 m en idealiter 7,80 meter zijn. In de nota worden de afstanden 4,80 m en 5,80 m genoemd. De Peulenstraat-zuid en de Rivierdijk voldoen dus volgens indiener niet aan deze principes. 8. Indiener heeft vraagtekens bij het vrijliggende fietspad dat om de locatie IJzergieterij zou worden gelegd. Hierbij wordt de Peulenstraat-zuid benoemd. 9. De indiener heeft vraagtekens bij het niet meenemen van de trailerhelling in het onderzoek. 10. Indiener heeft enkele markeringen toegevoegd over het verkeersonderzoek van Royal Haskoning DHV en de verkeerstellingen door Graaff Traffic. 11. Indiener heeft enkele markeringen toegevoegd over de afvoer van bouwmaterialen via de weg, het ontbreken van eerdere meldingen over de bestaande drempels en de mogelijkheid tot een planschadeverzoek. 12. Indiener heeft vraagtekens bij het antwoord dat de omwonenden tijdens het opstellen van het SPvE en middels de mogelijkheid tot inspraak worden betrokken bij het plan.

Dit geldt ook voor het antwoord dat de klankbordgroep een vertegenwoordiging is van de bewoners en de achterban zou informeren. 13. Indiener heeft markeringen toegevoegd bij de compensatie van bedrijventerreinen en de verwijzing naar ’t Oog. 14. Indiener heeft vraagtekens bij het onderzoek naar externe veiligheid en de aanpassing hiervan naar aanleiding van de reactie van de provincie. Hieronder volgt de reactie van de gemeente: Ad. 1 Er bestaat inderdaad een geluidsbelasting vanuit de A15. In het akoestisch onderzoek is gekeken naar de mogelijkheid voor het bouwen van een hoger scherm. Geconcludeerd wordt dat de verhoogde geluidsbelasting op de appartementen op grotere afstand van A15 wordt veroorzaakt door het verkeer Pagina 8 van 62

op het westelijke, onafgeschermde deel van de A15 en dat de sloop van het bestaande scherm en het terugbouwen van een hoger scherm niet leidt tot significant lagere geluidsbelasting op deze plaats. We begrijpen dat er bij westenwind meer overlast ervaren wordt, dit is verdisconteerd in de geluidmodellen die zijn gebruikt. Deze rekenen namelijk altijd met zogenaamde meewindcondities. Er wordt worst-case berekend, waarbij er wordt uitgegaan van de minst gunstige windrichting. In het Geluidbeleid Goede Ruimtelijke Ordening Hardinxveld-Giessendam 2018 (hierna te noemen 'geluidbeleid') is vastgelegd dat bij het vaststellen van hogere waarden onder meer een afweging gemaakt moet worden of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat als een woning beschikt over een geluidsluwe gevel én een geluidsluwe buitenruimte. Met betrekking tot het woningbouwproject de IJzergieterij is uit akoestisch onderzoek gebleken dat een gedeelte van de woningen niet voldoet aan deze eis. Er is echter vanuit het geluidbeleid een mogelijkheid om hiervan af te wijken, mits dit gemotiveerd gebeurt. Het college van B&W heeft ervoor gekozen om bij het bestemmingsplan van de IJzergieterij van deze afwijkingsmogelijkheid gebruik te maken. De volgende motivering ligt hieraan ten grondslag.

Uit het akoestisch onderzoek is gebleken dat het treffen van maatregelen bij de geluidsbron of in de overdracht onvoldoende doeltreffend zijn en/of financieel onhaalbaar zijn. Tijdens het proces is daarom gekeken in hoeverre veranderingen in stedenbouwkundige opzet, als ook het nemen van bouwkundige maatregelen bijdragen aan het verbeteren van de akoestische situatie. Daarbij zijn er op enkele punten verbeteringen gerealiseerd. Zo is de toepassing van het aantal meters dove gevels aanzienlijk verminderd. Op andere punten bleken aanpassingen en verbeteringen niet of nauwelijks mogelijk. Veranderingen in opzet hangen daarbij ook nauw samen met andere aspecten van het plan. Zo is er meer ruimte gerealiseerd tussen de huidige bebouwing en toekomstige woningen en is er een extra lus voor het verkeer toegevoegd om de Rivierdijk te ontlasten. Verder is gekeken naar de grootte van de afwijking. Een groot gedeelte kent een minimale afwijking van het geluidbeleid (1-3 dB). Op dit moment is de gemeente in gesprek met Rijkswaterstaat over het saneringsplan geluid voor de A15. Deze gesprekken alsmede de toekomstige verbreding van de A15 bieden kansen voor het nemen van maatregelen die een positief effect kunnen hebben. Met name voor woningen die nu minimaal afwijken zou de akoestische situatie dusdanig kunnen verbeteren dat er alsnog sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

Enkele woningen hebben een grotere afwijking (5dB). Wanneer er naar het plangebied gekeken wordt valt op dat dit voornamelijk woningen zijn in het gebied dat het meest nabij de A15 ligt. Op deze plek zouden in het oorspronkelijke plan grondgebonden woningen komen. De gemeente heeft echter de wens uitgesproken om in dit plangebied ook ruimte te creëren voor starterswoningen. De grondgebonden woningen zijn daarom in het huidige plan vervangen voor een appartementencomplex dat voorziet in deze behoefte. De keuze om af te wijken is daarbij niet enkel naar het geluidsaspect als zodanig gekeken, maar ook naar het bredere maatschappelijke belang van dit woningbouwproject. Daarbij spelen de ambities en afspraken met betrekking tot de Groeiagenda 2030 en de Regiodeal Drechtsteden-Gorinchem een belangrijke rol. In de gemeente Hardinxveld-Giessendam liggen de komende jaren de nodige plannen om woningen toe te voegen en zo bij te dragen aan de lokale en regionale groeiopgave. De gemeente zet hierbij in op minimaal de lokale behoefte en een organische groei ten behoeve van de regionale behoefte. Volgens de prognose (april 2019) zijn voor de lokale behoefte tot 2030 jaarlijks ruim 80 woningen nodig in Hardinxveld-Giessendam. Daarbovenop bouwen we extra woningen in het duurder segment, om aan de doelstellingen vanuit de regio Drechtsteden te voldoen: meer midden- en hoogopgeleiden aantrekken.

Pagina 9 van 62

Het woningbouwproject IJzergieterij in de gemeente Hardinxveld-Giessendam is noodzakelijk om aan de lokale en regionaal ambities te voldoen. In het jaar 2020 ligt de woningbouwproductie onder het gewenste niveau van minimaal 80 woningen per jaar. Voor 2021 is het vooruitzicht dat deze gewenste woningbouwproductie ook niet wordt gehaald. Ook zet de gemeente Hardinxveld-Giessendam in op doorstroming door kwalitatief goede woningen toe te voegen. Zo kunnen doorstromers een stap zetten in hun wooncarrière en laten zij woningen achter voor starters op de woningmarkt. Daarnaast is er een grote krapte op de woningmarkt omdat er een stapeling is van opgave op het gebied van wonen, bovenop de al bestaande opgave. Het gaat hierbij onder andere om de extramuralisering van de zorg, de opgave van huisvesting voor dak- en thuislozen en huisvesting voor arbeidsmigranten. Alles overziende is het college van B&W van mening dat de akoestische situatie niet optimaal is, maar dat er alles aan gedaan is om het woningbouwproject binnen de gegeven context te optimaliseren. Wel is het college van B&W van mening dat toekomstige bewoners goed geïnformeerd moeten worden over de akoestische situatie. Met de ontwikkelaar zal worden afgesproken dat er een passage in de koopovereenkomst komt te staan. Ad.

2 In de Nota van inspraak en overleg wordt inderdaad gesteld dat er weinig tot geen geluid overblijft dat kan weerkaatsen tegen het nieuwe appartementencomplex. Dit betekent echter niet dat er geen geluidbelasting zal zijn. Aan de voorkeursgrenswaarde wordt niet voldaan. Dat wordt niet veroorzaakt door weerkaatsing van geluid. De geluidsbelasting is direct afkomstig van de A15. De toekomstige appartementengebouwen liggen op een ruime afstand van de A15, waardoor er amper geluid overblijft dat kan weerkaatsen. Om dit te kunnen garanderen, is er een berekening uitgevoerd naar de reflectie van het geluid. De resultaten hiervan zijn opgenomen in de bijlage 1 bij deze nota. De reflectiebijdrage door de nieuwbouw in het bestemmingsplan IJzergieterij is beoordeeld op de meest relevante plaatsen rond het plan. Dit zijn de woningen die direct rond het plan zijn gelegen. Op enkele woningen is een afname van de geluidsbelasting berekend. Dit zijn de woningen ten (zuid)oosten van het plan ter plaatse van de waarneempunten 5 tot en met 8. De nieuwbouw heeft naar deze woningen een afschermende werking zodat de geluidsbelasting wordt gereduceerd. Op de beoordelingspunten 1 tot en met 4 is een zeer geringe toename van de geluidsbelasting berekend. Deze toename bedraagt maximaal 0,4 dB.

Een dergelijke toename is voor het menselijk oor niet hoorbaar zodat de nieuwbouw geen significante verandering van de geluidssituatie veroorzaakt. Als significante (hoorbare) toename van de geluidsbelasting wordt binnen de jurisprudentie 1,5 dB aangehouden. Op de woning ter plaatse van beoordelingspunt 9 is een toename van de geluidsbelasting berekend van 1,2 dB. Deze toename is ook niet hoorbaar. Op deze woning is een relatief hoge toename berekend omdat de nieuwbouw direct ten zuiden en op relatief korte afstand van deze bestaande woning wordt gebouwd. Ad. 3 Om het hoogteverschil op te vangen tussen plan en bestaande percelen worden bij een hoogteverschil keerwanden geplaatst. Achter deze keerwanden/taluds (tegen perceelsgrenzen bestaande woningen) worden grindkoffers aangelegd om dit afstromende regenwater af te voeren. De bestaande woningen en de nieuwe woningen kunnen door het hoogteverschil ook niet op hetzelfde rioolsysteem aangesloten worden. Om wateroverlast op de bestaande percelen te voorkomen wordt er daarom langs de zuidzijde van het plangebied een separaat rioolsysteem aangelegd. Door een separaat riool aan de leggen wordt wateroverlast van regenwater uit het plangebied uitgesloten. Dit wordt nader Pagina 10 van 62

toegelicht in het nieuwe waterhuishoudkundige plan, dat is bijgevoegd als bijlage bij de toelichting van het vastgestelde bestemmingsplan. Ad. 4 In het voorgaande bestemmingsplan ‘Hardinxveld–Giessendam, bebouwd gebied’ heeft deze groenstrook reeds de bestemming ‘Groen’. In de voor ‘Groen’ aangewezen gronden was het in het verleden ook al mogelijk om paden, wegen en parkeervoorzieningen te realiseren. Juridisch gezien wijzigt hier dus niets. In het voorontwerp had deze strook de bestemming ‘Wonen’ en ‘Wonen – 1’. Met het veranderen van de bestemming naar ‘Groen’ is er tegemoetgekomen aan de zienswijze doordat de zekerheid is gegeven dat er geen bebouwing wordt gebouwd in deze strook. De mogelijkheid tot parkeren blijft echter wel. De precieze invulling van deze strook is echter nog niet bekend. Ad. 5 Het is niet geheel duidelijk welke rabatstroken en parkeerhavens er worden bedoeld. De Rivierdijk is eigendom van de gemeente. Deze valt in ieder geval buiten het plangebied en hier vindt geen verandering plaats. Naar alle waarschijnlijkheid gaat het om openbaar gebied waar bewoners vrij gebruik van mogen maken. Ad. 6 De passeerplaatsen zijn destijds aangelegd in overleg met de bewoners, om de verkeersdruk te verlichten en om zoveel mogelijk ruimte te geven voor parkeren door bewoners. Hier heeft de ontwikkeling van de IJzergieterij geen rol in gespeeld. Ad.

7 De aanbevolen wegbreedtes waarnaar verwezen wordt in de Nota van inspraak zijn conform de richtlijnen van het CROW (zie hiervoor het ASVV). Dit wordt nader onderbouwd in de second opinion van Royal HaskoningDHV, deze rapportage is toegevoegd als bijlage 4 bij deze zienswijzenota. Ad. 8 Peulenstraat-zuid is geschikt voor fietsers maar is geen onderdeel van een doorgaande fietsroute. Fietspad van en naar Sliedrecht gaat buitenom het plangebied IJzergieterij en takt aan op de Rivierdijk voorbij de locatie IJzergieterij. Ad. 10 De second opinion, uitgevoerd door Royal Haskoning DHV, is bijgevoegd als bijlage 4 bij deze nota. Ad. 11 We begrijpen dat er vragen heersen omtrent het bouwverkeer. Bij de verdere uitwerking van de plannen zal de ontwikkelaar hier een voorstel voor uitwerken, rekening houdend met de plaatselijke situatie. Over de afwikkeling van het bouwverkeer worden in de bouwfase nadere afspraken gemaakt tussen de gemeente als wegbeheerder en de ontwikkelaar. Aan de omgevingsvergunning kunnen voorschriften verbonden worden ter bescherming van de omgeving in relatie tot bouwverkeer, zoals dat er een nulmeting van omliggende bebouwing moet worden gedaan en dat de ontwikkelaar afdoende verzekerd is voor het geval door de bouwwerkzaamheden schade wordt veroorzaakt. Dit is echter geen formeel onderdeel van de bestemmingsplanprocedure. Ad.

12 Het betrekken van omwonenden startte (formeel) vanaf het moment, dat Gebr. Blokland in september 2017 een inloopavond organiseerde over de ontwikkelingen betreffende IJzergieterij. Daarna ontstond een klankbordgroep en is de gemeente (samen met Gebr. Blokland) in november 2017 gestart met overleggen met de klankbordgroep. Vanaf dat moment tot begin 2019 zijn er diverse overleggen Pagina 11 van 62

geweest om de ontwikkelingen en specifiek om het concept Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) te bespreken. Het SPvE is in juni 2019 definitief vastgesteld, waarbij het college ook besloot om in de volgende fase (bestemmingsplanwijziging) de informatie breed aan alle belanghebbenden te verspreiden en die te betrekken. Dat is gecommuniceerd met de klankbordgroep. Ad. 13 Heel ongelukkig heeft de gemeente per abuis in het verleden niet via de regio project IJzergieterij in categorie laten plaatsen in de lijsten van de provincie. In de conceptlijst voor 2021 staat dit al, maar aangezien in 2020 de bestemmingsplanprocedure loopt, reageert de provincie op de lijst die voor 2020 voor haar bekend is. De gemeente heeft de afgelopen weken naar de oplossing gekeken (welke projecten binnen de gemeente terecht op categorie 1 staan en welke niet, zodat er uitgeruild kan worden in 2020) en er is een oplossing gevonden. De gemeente overlegt nu met de regio om daarna met de provincie. Ten tijde van vaststelling van het bestemmingsplan heeft de laatste afstemming plaatsgevonden. Ad. 14 De rapportages met betrekking tot externe veiligheid zijn aangepast naar aanleiding van de reactie van de provincie. Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Er is een nieuwe versie van het waterhuishoudkundig plan, dit wordt beschreven in de toelichting en toegevoegd als bijlage bij de toelichting. Daarnaast zijn, ter verduidelijking van de antwoorden, de second opinion van het verkeersonderzoek (bijlage 4) en de berekening naar de geluidweerkaatsing (bijage 1) toegevoegd bij deze nota.

Pagina 12 van 62

C) Indiener 3 Op 14 juli jl. is een zienswijze ingediend door indiener 3. Hieronder volgt een samenvatting en de beantwoording daarop. 1. Indiener geeft aan dat de maximale bouwhoogte niet langer een goede ruimtelijke ordening waarborgt. Op maximaal een afstand van 30 meter van achterkant pand komen appartementen van op zijn hoogst 21 meter hoog. Dit geeft een nadelige ruimtelijke impact, minder zonlicht in pand en tuin en er ontbreekt een zonlichtstudie (daarmee geen deugdelijke en zorgvuldige belangenafweging). Eerdere bezonningsstudies zouden niet zelfstandig zijn onderzocht en het SPvE zou geen onderdeel zijn van het bestemmingsplan. Er is geen onderbouwing op welke wijze afstemming met omliggende bebouwing heeft plaatsgevonden en hoe de te hanteren bouwhoogte in verhouding staat tot omliggende panden. 2. Indiener geeft aan dat de huidige situatie op de Rivierdijk al voor problematische situaties zorgt en dat het verkeer van en naar de nieuwe woonwijk met ca. 1019 motorvoertuigen per etmaal zal toenemen. De Rivierdijk is niet berekend op deze grote hoeveelheid verkeer en enkele aanpassingen van de kruising (Nieuweweg) neemt niet voldoende de problemen weg. Indiener meent dat er geen zorgvuldige afwegingen heeft plaatsgevonden in het kader van een goede ruimtelijke ordening, en dat actualiserende onderzoeken andere cijfers uitwijzen.

Voor zover in de Nota van inspraak is aangegeven dat naderhand eventueel nog aanpassingen zullen worden verricht, wijst indiener erop dat dit reeds impliceert dat het huidige bestemmingsplan een goed woon-, werk- en leefklimaat op het gebied van verkeer niet kan garanderen. 3. Indiener heeft in zijn inspraakreactie tevens al aangegeven dat hij vreest voor schade en wateroverlast door verdere verharding van het gebied. In de Nota van inspraak is aangegeven dat er nog wordt overlegd met het Waterschap Rivierenland, maar dat men het voornemen heeft om hiervoor bepaalde voorzieningen te treffen die er “in principe” voor moeten zorgen dat de waterhuishouding in het gebied kan volstaan. U geeft ook nog aan dat “ervan uit wordt gegaan dat met deze maatregelen geen verslechtering plaatsvindt van de grondwateroverlast". Indiener meent dat de gemeente de wettelijke verplichting heeft om hier eerst zorgvuldig onderzoek naar te verrichten aangezien nu niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat door deze maatregelen de waterhuishoudkundige situatie niet daadwerkelijk zal verslechteren. 4. Indiener wenst nogmaals te benadrukken dat hij graag zou zien dat voorafgaand aan een eventuele vaststelling van het bestemmingsplan er concreet onderzoek is geweest naar de bodem op de desbetreffende locatie. 5.

Indien toch doorgegaan wordt met bestemmingsplan wenst indiener om ontsluiting aan achterzijde van de woning realiseren voor auto's op het achterperceel, vanuit de nieuwe woonwijk. Hieronder volgt de reactie van de gemeente: Ad. 1 Het bestemmingsplan is een uitwerking van een serie van onderliggende plandocumenten waarin de ruimtelijke opzet van het plan uitvoerig is onderzocht. In de Nota van randvoorwaarden en uitgangspunten (voor kennisgeving aangenomen in de gemeenteraad van 18 april 2013) is op basis van diverse volumestudies een structuurschets gemaakt waarin ruimte voor hogere bebouwing (middelhoog-hoogbouw) aan de rivier wordt beargumenteerd. De nadere uitwerking hiervan is vertaald naar het Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE, zoals vastgesteld door college op 25 juni 2019). Hierin zijn bouwhoogten benoemd voor drie appartementengebouwen van maximaal 4 bouwlagen met een kap aan de noordzijde van de flanken, via maximaal 5 bouwlagen met kap aan de zuidzijde van de flanken naar maximaal 6 bouwlagen met een kap in het midden van het gebied boven

Pagina 13 van 62

de parkeerlaag. Eveneens is in het SPvE bepaald dat de ruimtelijke kwaliteit van de uitwerking door middel van supervisie wordt geborgd. In het verlengde van de streefbeelden voor architectuur en openbare ruimte wordt het plan verder uitgewerkt. Daarbij is de dakvorm van de appartementen plat geworden, waardoor het onderscheid tussen goot- en nokhoogte niet meer relevant is. In het ontwerp bestemmingsplan is dit onderscheid daarom weggelaten. In deze fase van het bestemmingplan blijkt het mogelijk de maximale bouwhoogte nog scherper te definiëren. In het vastgestelde bestemmingplan worden de maximale bouwhoogten daarom aangepast. Het bestemmingsplan definieert echter de maximale bebouwingshoogte, niet de uiteindelijke verschijningsvorm. In de bijlage van de toelichting is een bezonningsstudie opgenomen waarin ook het verschil tussen het schetsontwerp en het definitieve ontwerp te zien is. Ad. 2 We begrijpen de zorgen omtrent de verkeerssituatie. Gedurende het proces heeft wel degelijk een zorgvuldige afweging plaatsgevonden met betrekking tot de verkeerscijfers. Zowel de Peulenstraatzuid als de Rivierdijk zijn wegen binnen een 30 km/u zone. In het GVVP is de wegcategorisering vastgelegd voor de gehele gemeente. De inrichting is overeenkomstig de uitgangspunten van "duurzaam veilig" voor een 30 km/u weg.

In de second opinion van Royal HaskoningDHV (bijlage 4 bij deze nota) wordt dit verder beschreven in paragraaf 3. In paragraaf 3 van het genoemde onderzoek is aangetoond dat de capaciteit van de wegen ook bij een toename van het verkeer voldoende is. Dit is onderbouwd met waarnemingen/tellingen en ook vanuit de Regionale Verkeers- en Milieu Kaart. Om een vergelijking te maken met het huidige bestemmingsplan is een (fictieve) invulling gemaakt van het terrein IJzergieterij binnen de mogelijkheden die het huidige bestemmingsplan zou kunnen bieden en wat dit zou betekenen aan verkeersaanbod. Het verkeerskundig bureau De Graaftraffic heeft twee scenario’s uitgewerkt, een scenario met zware industrie en een scenario met meer kantoren. Bij relatief veel industrie zal het aantal autobewegingen ongeveer 1100 per etmaal bedragen. Qua ritgeneratie zijn er ongeveer 100 vrachtwagens te verwachten per dag. De situatie met meer kantoorinvulling bedraagt ruim 2.000 autobewegingen per etmaal. In dit scenario zal vooral personenautoverkeer rijden. Dit maximale aantal autobewegingen is van toepassing bij een maximale bebouwing waartoe in het bestemmingsplan voorwaarden zijn opgesteld. Daarvoor is gebruik gemaakt van de totale oppervlakte en het maximale bebouwingspercentage.

Dit wordt nader toegelicht in de actualisatie van het verkeersonderzoek, dat is opgenomen in de bijlage van de toelichting. Door het verschillende gebruik van het terrein in het verleden zal het aantal verkeersbewegingen ongeveer tussen deze twee scenario’s in hebben gelegen, maar op basis van het voorgaande bestemmingsplan is het dus mogelijk om ruim 2.000 verkeersbewegingen per etmaal te genereren. Met de bouw van 150 woningen is een verkeersgeneratie van 1.110 voertuigbewegingen gemoeid. De eventuele horeca en andere commerciële/sociale functies kennen een verkeersgeneratie van 469 voertuigbewegingen per etmaal. In totaal komt dit neer op een verkeersgeneratie van 1.579 autobewegingen per dag. Dit is dus minder dan in de huidige situatie mogelijk zou zijn. Voor zover er in de Nota van inspraak wordt gesproken over eventuele aanpassingen, heeft dit betrekking op de daadwerkelijke stedenbouwkundige invulling en niet op de bestemmingsplanprocedure.

Pagina 14 van 62

Ad. 3 In het vastgestelde bestemmingsplan wordt de waterhuishouding zorgvuldig geborgd. Er is een uitgebreid waterhuishoudkundig plan opgesteld dat tevens is besproken met en goedgekeurd door het waterschap. De bestaande woningen en de nieuwe woningen kunnen niet op hetzelfde rioolsysteem aangesloten worden. De meeste bestaande percelen komen lager te liggen dan de nieuwe straatpeilen in het plangebied. Om wateroverlast op de bestaande percelen te voorkomen wordt er daarom langs de zuidzijde van het plangebied een separaat rioolsysteem aangelegd. Door een separaat riool aan de leggen wordt wateroverlast van regenwater uit het plangebied uitgesloten. In de bestaande situatie stroomt bij extreme buien een deel van het regenwater dat op de bestaande percelen valt naar de laaggelegen delen van de IJzergieterij. In de toekomst komt het maaiveld van het plangebied hoger te liggen en is dit niet meer mogelijk. Om dit afstromende regenwater af te voeren worden er tussen de plangrenzen en grenzen bestaande woningen Rivierdijk grindkoffers aangebracht. Deze grindkoffers zijn voorzien van drainage die het water afvoeren naar het waterbergingssysteem. Om het hoogteverschil op te vangen tussen plan en bestaande percelen worden bij een hoogteverschil keerwanden geplaatst. Achter deze keerwanden/taluds (tegen perceelsgrenzen bestaande woningen) worden de grindkoffers aangelegd.

Bovenstaande wordt nader toegelicht in het waterhuishoudkundige plan, dat is bijgevoegd als bijlage bij de toelichting van het vastgestelde bestemmingsplan. Ad. 4 Het saneringsplan is ingediend bij het bevoegd gezag, in dit geval de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. De olieverontreinigingen worden, met het oog op de toekomstige gevoelige woonbestemming, gesaneerd middels een verwijderingsvariant (ontgraving) Deze wordt mogelijk gevolgd door een aanvullende onttrekking van grondwater met als doelstelling sanering tot onder de interventiewaarde. Dit voorkomt nazorgmaatregelen en monitoringswerkzaamheden ten aanzien van deze, in potentie mobiele, verontreiniging in de toekomst. Alle aanwezige halfverhardingen, het (grof) puin in de bodem, maar ook de betonvloeren, stelconplaten, klinkers, tegels en het niet-teerhoudende asfalt zullen op locatie in depot worden gezet en door een erkende breker onder certificaat worden gebroken. Het granulaat zal zoveel als mogelijk worden hergebruikt op locatie voor o.a. de bouwwegen en het ketenpark. Overtollig granulaat zal worden afgevoerd. De immobiele verontreiniging in de boven- en ondergrond als gevolg van de bedrijfsmatige activiteiten en de diverse ophogingen, wordt gesaneerd middels een isolatievariant.

Gezien de huidige hoogteligging van het terrein ten opzichte van het toekomstig gewenste peil, zal voor een deel de toplaag verontreinigde grond verwijderd moeten worden, alvorens de isolerende voorzieningen kunnen worden aangebracht. Deze vrijkomende bovengrond zal waar mogelijk binnen het plangebied worden herschikt onder de isolerende voorzieningen en indien mogelijk ter aanvulling worden aangewend van de ontgraving van de olieverontreinigingen. Overtollige grond zal worden afgevoerd naar een erkend verwerker. De isolerende laag ter plaatse van de gehele locatie wordt gerealiseerd door de aanleg van een leeflaag of duurzame afdeklaag (bebouwing/wegen). Deze laag zal afhankelijk van de peilhoogtes geleidelijk worden aangebracht. De specifieke peilhoogtes zijn opgenomen in het saneringsplan. Het saneringsplan is ingediend bij het bevoegd gezag, in dit geval de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Zodra dit saneringsplan is goedgekeurd is dit voor een ieder inzichtelijk.

Pagina 15 van 62

Ad. 5 De overgang tussen het plangebied en de private terreinen moet goed geregeld worden, dit is echter geen formeel onderdeel van de bestemmingsplanprocedure. De principes van aansluiting van het plangebied op bestaande percelen zijn opgenomen in het waterhuishoudkundig plan en het saneringsplan. De overgang tussen het plangebied en de private terreinen wordt in de uitwerking van het inrichtingsplan nader onderzocht. Onderwerpen daarin zijn onder meer: het voorkomen van wateroverlast door hoogteverschillen, de overgang en vormgeving van openbaar-privaat (tuinmuur), eventuele autotoegankelijkheid naar bestaande percelen en eventuele voetgangerstoegankelijkheid (looppoort). Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. De bouwhoogtes worden (naar beneden) bijgesteld, zodat deze beter aansluiten bij de daadwerkelijk architectonische uitwerking. Dit betekent dat de bouwhoogte van 24 meter ter plaatse van de appartementengebouwen nu in verschillende delen lager uitvalt. Ter verduidelijking van de antwoorden is de bezonningsstudie toegevoegd als bijlage bij de toelichting.

Pagina 16 van 62

D) Indiener 4 Op 14 juli jl. is een zienswijze ingediend door indiener 4. Hieronder volgt een samenvatting van de zienswijze en de beantwoording daarop. 1. Indiener ziet vooral grote problemen in de beoogde ophoging van de bodem en de gevolgen voor de waterhuishouding. Indiener begrijpt dat het idee is dat de grond niet wordt gesaneerd, maar wordt opgehoogd met een nieuwe laag zand. Ophoging van de bodem betekent dat het perceel van de indiener lager komt te liggen, wat kan leiden tot wateroverlast. Indiener vraagt zich af hoe de voorzorgsmaatregelen juridisch vorm hebben gekregen, of deze zaken als (voorwaardelijke) verplichting in het bestemmingsplan opgenomen zijn en zo dus wettelijk afdwingbaar zijn. 2. Indiener geeft aan dat er naast fysieke risico's ook een ander aan- en uitzicht ontstaat. Hoe gaat het er vanuit de woning en tuin van indiener eruit zien door het hoogteverschil? Vrees voor een grote damwand om het perceel en zittend in een grote put. 3. Bebouwingsmogelijkheden kunnen ook grote negatieve gevolgen hebben voor woon- en leefklimaat van indiener. In de tuin geniet indiener nu van vrijheid, privacy en rust ('s avonds nog echt donker). Dit beeld zal waarschijnlijk verdwijnen, versterkt door hoogteverschil: een treurig toekomstbeeld. Indiener zou bijvoorbeeld graag zien dat de groene strook achter de woning met enkele meters wordt verbreed.

De juridische zekerheid van een groene omgeving is er op dit moment niet. Een parkachtige uitstraling ziet indiener daarom graag in de planregels verankerd. Indiener stelt voor uit de doeleindenomschrijving het woord ‘parkeervoorzieningen’ te verwijderen, zodat flora en fauna achter de Rivier dijk behouden blijven. 4. Indiener is aangewezen op een (elektrische) rolstoel. De vraag is of het in de toekomst mogelijk blijft om te parkeren op het perceel van de buren en of het mogelijk is om het perceel vanaf de beoogde parkeerplaatsen in de nieuwe wijk direct te kunnen bereiken. 5. Indiener wijst er tot slot op dat er sinds jaar en dag een erfdienstbaarheid is gevestigd op basis waarvan hij het recht heeft vanuit zijn perceel de rivier te bereiken. Indiener vraagt zich af hoe dit recht van overpad zicht verhoudt tot de voorziene ruimtelijke ontwikkelingen. Indiener heeft begrepen dat voor sommige bewoners aan de Rivierdijk is voorzien in een oplossing, maar indiener zelf heeft hierover nog niet vernomen. Hieronder volgt de reactie van de gemeente: Ad. 1 Het saneringsplan is ingediend bij het bevoegd gezag, in dit geval de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid.

De olieverontreinigingen worden, met het oog op de toekomstige gevoelige woonbestemming, gesaneerd middels een verwijderingsvariant (ontgraving) Deze wordt mogelijk gevolgd door een aanvullende onttrekking van grondwater met als doelstelling sanering tot onder de interventiewaarde. Dit voorkomt nazorgmaatregelen en monitoringswerkzaamheden ten aanzien van deze, in potentie mobiele, verontreiniging in de toekomst. Alle aanwezige halfverhardingen, het (grof) puin in de bodem, maar ook de betonvloeren, stelconplaten, klinkers, tegels en het niet-teerhoudende asfalt zullen op locatie in depot worden gezet en door een erkende breker onder certificaat worden gebroken. Het granulaat zal zoveel als mogelijk worden hergebruikt op locatie voor o.a. de bouwwegen en het ketenpark. Overtollig granulaat zal worden afgevoerd. De immobiele verontreiniging in de boven- en ondergrond als gevolg van de bedrijfsmatige activiteiten en de diverse ophogingen, wordt gesaneerd middels een isolatievariant. Gezien de huidige hoogteligging van het terrein ten opzichte van het toekomstig gewenste peil, zal voor een deel de Pagina 17 van 62

toplaag verontreinigde grond verwijderd moeten worden, alvorens de isolerende voorzieningen kunnen worden aangebracht. Deze vrijkomende bovengrond zal waar mogelijk binnen het plangebied worden herschikt onder de isolerende voorzieningen en indien mogelijk ter aanvulling worden aangewend van de ontgraving van de olieverontreinigingen. Overtollige grond zal worden afgevoerd naar een erkend verwerker. De isolerende laag ter plaatse van de gehele locatie wordt gerealiseerd door de aanleg van een leeflaag of duurzame afdeklaag (bebouwing/wegen). Deze laag zal afhankelijk van de peilhoogtes geleidelijk worden aangebracht. De specifieke peilhoogtes zijn opgenomen in het saneringsplan. Het saneringsplan is ingediend bij het bevoegd gezag, in dit geval de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Zodra dit saneringsplan is goedgekeurd is dit voor een ieder inzichtelijk. Het voorkomen van overlast wordt, in overleg met het Waterschap, nog beter juridisch geborgd in het plan. Er is een waterhuishoudkundig plan opgesteld, dat is bijgevoegd als bijlage bij de toelichting van het vastgestelde bestemmingsplan. Daarnaast geldt de verplichting dat de leidingtracés schoon moeten zijn, er moet zo worden gesaneerd dat er via grondwater geen verspreiding kan plaatsvinden. Na afloop van de sanering zal er een grondwateronderzoek plaatsvinden.

Het doel van het grondwateronderzoek is het kunnen beoordelen of er, als gevolg van alle graaf – en bouwwerkzaamheden, een (ontoelaatbare) verspreiding van de verontreiniging is opgetreden, zodanig dat aanvullende maatregelen dienen te worden genomen. Ad. 2 De overgang tussen het plangebied en de private terreinen moet goed geregeld worden, dit is echter geen formeel onderdeel van de bestemmingsplanprocedure. De principes van aansluiting van het plangebied op bestaande percelen zijn opgenomen in het waterhuishoudkundig plan en het saneringsplan. De overgang tussen het plangebied en de private terreinen wordt in de uitwerking van het inrichtingsplan nader onderzocht. Onderwerpen daarin zijn onder meer: het voorkomen van wateroverlast door hoogteverschillen, de overgang en vormgeving van openbaar-privaat (tuinmuur), eventuele autotoegankelijkheid naar bestaande percelen en eventuele voetgangerstoegankelijkheid (looppoort). Ad. 3 De groenstrook achter het perceel van indiener heeft in het voorgaande bestemmingsplan ‘Hardinxveld-Giessendam, bebouwd gebied’ de bestemming ‘Bedrijf – 2’. In het plan ‘IJzergieterij’ krijgt deze strook een groenbestemming. In deze bestemming is veel minder toegestaan dan in de bestemming ‘Bedrijf – 2’. Deze groenbestemming is overgenomen uit het voorgaande bestemmingsplan en laat inderdaad paden, wegen en parkeervoorzieningen toe.

In het voorontwerp had deze strook de bestemming ‘Wonen’ en ‘Wonen – 1’. Met het veranderen van de bestemming naar ‘Groen’ is er tegemoetgekomen aan de zienswijze doordat de zekerheid is gegeven dat er geen bebouwing wordt gebouwd in deze strook. De mogelijkheid tot parkeren blijft echter wel. De precieze invulling van deze strook is echter nog niet bekend. Ad. 4 In het inrichtingsplan worden deze wensen meegenomen. De bestemmingsplanprocedure leent zich echter niet voor het op detail uitwerken van deze wens; in deze procedure gaat het alleen om het juridisch kader voor de plannen. De uitwerking vindt plaats in afzonderlijke trajecten. Ad. 5 Door de ontwikkelaar is er een onderzoek ingesteld naar de erfdienstbaarheid ter plaatse. Er zijn echter geen aantoonbare erfdienstbaarheden teruggevonden. De ontwikkelaar is wel op de hoogte van de situatie en bespreekt dit graag met indiener. De eigendom en de eventuele aanwezigheid van zakelijke Pagina 18 van 62

rechten speelt echter bij het opstellen van een bestemmingsplan als regel geen rol. Dit onderwerp is dus iets dat tussen ontwikkelaar en indiener van de zienswijze verder zal worden uitgewerkt. Het is geen onderdeel van de bestemmingsplanprocedure. Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. In de toelichting is een beschrijving van de wijze van saneren opgenomen. Daarnaast is er een uitgebreid waterhuishoudkundig plan opgesteld, dit wordt tevens beschreven in de toelichting en toegevoegd als bijlage bij de toelichting.

Pagina 19 van 62

E) Indiener 5 Op 14 juli jl. is een zienswijze ingediend door indiener 5. Hieronder volgt een samenvatting van de zienswijze en de beantwoording daarop. 1. Indiener geeft aan dat een groot deel van de zorgen al geuit zijn in de inspraakreactie maar dat de reacties hierop als weinig zeggend en onbevredigend worden ervaren. 2. Indiener geeft aan dat er bij het inzien van de tekeningen op de recente informatieavond bleek dat er volop appartementen met balkons op de westzijde zijn ingepland, dus dat er aan de noordzijde voornamelijk stijgpunten zijn klopt niet (wordt gezegd in de nota van inspraak). De amplitude vorm was duidelijk terug te vinden in eerdere plannen maar is eruit gehaald, waardoor de privacy van omwonenden meer wordt aangetast. Het trapsgewijs afnemen van de nieuwe bebouwing is niet of nauwelijks nog het geval. 3. Indiener merkt op dat er eerder over 135 woningen werd gesproken maar het nu de maximale 150 zijn geworden, terwijl stedenbouwkundige bureaus in de beginfase hebben aangegeven dat 130 woningen de max zou zijn voor de locatie. 4. In de memo riolering wordt volgens indiener de waterhuishouding berekend inclusief de wadi die gepland staat in het arken gebied. Zonder die wadi is de waterhuishouding niet sluitend. Indiener stelt dat het Arkengebied dus niet buiten het bestemmingsplan gehouden kan worden om die reden.

Ook is daarmee de plan ontwikkeling van de IJzergieterij verantwoordelijk voor deze situatie en is de aanleg van deze wadi en het aanpassen van de terreinen er om heen de verantwoordelijkheid van de projectontwikkelaar. En niet van de Arkenbewoners zoals nu wordt voorgewend. 5. De zorgen van indiener met betrekking tot geluid en verkeersveiligheid zijn niet weggenomen. De verkeersveiligheid van de Peulenstraat-zuid zal volgens indiener zeer te wensen overlaten, met name voor kinderen die er veel gebruik van maken. 6. Ook de zorgen met betrekking tot de sociale samenhang zijn niet weggenomen. Het vrije leven van indiener zal voor een groot deel worden afgenomen door de nieuwe wijk. In een aanvullende zienswijze haalt indiener nog het volgende punt aan: 7. Indiener maakt zich zorgen om de schade die kan ontstaan aan de gebouwen, welke beperkt of niet zal worden vergoed omdat er geen goede nulmeting is gedaan. Indiener vraagt om een dubbele nulmeting met een ruime tussenpoos van minimaal een jaar zodat de normale zetting bepaald kan worden. Hieronder volgt de reactie van de gemeente: Ad. 1 De inspraakreactie van indiener is destijds goed ontvangen en meegenomen in de beantwoording. In verband met de vele reacties en de grote mate van overlap tussen de reacties, zijn in de Nota van inspraak en overleg samenvattingen opgenomen.

Hierdoor kan het voorkomen dat de gestelde vragen niet met de exacte bewoording zijn overgenomen. Onze excuses dat de reacties als onbevredigend en weinig zeggend worden ervaren. Ad. 2 Het bestemmingsplan is een uitwerking van een serie van onderliggende plandocumenten waarin de ruimtelijke opzet van het plan uitvoerig is onderzocht. In de Nota van randvoorwaarden en uitgangspunten (voor kennisgeving aangenomen in de gemeenteraad van 18 april 2013) is op basis van diverse volumestudies een structuurschets gemaakt waarin ruimte voor hogere bebouwing (middelhoog-hoogbouw) aan de rivier wordt beargumenteerd. De nadere uitwerking hiervan is vertaald naar het Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE, zoals vastgesteld door college op 25 juni 2019). Hierin zijn bouwhoogten benoemd voor drie appartementengebouwen van maximaal 4 Pagina 20 van 62

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/497/documents/15629