CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van beantwoording zienswijzen IJzergieterij.pdf

Gemeenteraad GHG 21 januari 2021, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 13: Bestemmingsplan 'IJzergieterij' - Raadsvoorstel36.990 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Dit wordt nader toegelicht in het waterhuishoudkundig plan, dat is bijgevoegd als bijlage bij de toelichting van het vastgestelde bestemmingsplan. Er wordt een planologische knip gemaakt tussen deze twee verschillende planontwikkelingen. Maar waterhuishoudkundig vormt het gebied tussen de dijken (oude en nieuwe dijk) één geheel. De berging en afvoer van de huidige situatie is meegenomen in het waterhuishoudkundig plan. Indien er uitbreiding van bebouwing c.q. verharding plaats vindt in het gebied van de woonarken, is hiervoor extra berging nodig in het gebied van de woonarken. In de bestaande situatie lozen er 1 woonboot en twee woningen direct op de bestaande HWA-leiding richting “De Peulen”. Dit blijft vooralsnog gehandhaafd. De overige woonarken zijn niet op het HWAstelsel aangesloten en lozen op maaiveld en infiltreren op eigen terrein. Bij de ontwikkeling van het terrein woonarken zal rekening gehouden worden met de bestaande situatie in dit gebied. Pagina 56 van 62

Ad. 2 Het bestemmingsplan is een uitwerking van een serie van onderliggende plandocumenten waarin de ruimtelijke opzet van het plan uitvoerig is onderzocht. In de Nota van randvoorwaarden en uitgangspunten (voor kennisgeving aangenomen in de gemeenteraad van 18 april 2013) is op basis van diverse volumestudies een structuurschets gemaakt waarin ruimte voor hogere bebouwing (middelhoog-hoogbouw) aan de rivier wordt beargumenteerd. De nadere uitwerking hiervan is vertaald naar het Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE, zoals vastgesteld door college op 25 juni 2019). Hierin zijn bouwhoogten benoemd voor drie appartementengebouwen van maximaal 4 bouwlagen met een kap aan de noordzijde van de flanken, via maximaal 5 bouwlagen met kap aan de zuidzijde van de flanken naar maximaal 6 bouwlagen met een kap in het midden van het gebied boven de parkeerlaag. Eveneens is in het SPvE bepaald dat de ruimtelijke kwaliteit van de uitwerking door middel van supervisie wordt geborgd. In het verlengde van de streefbeelden voor architectuur en openbare ruimte wordt het plan verder uitgewerkt. Daarbij is de dakvorm van de appartementen plat geworden, waardoor het onderscheid tussen goot- en nokhoogte niet meer relevant is. In het ontwerp bestemmingsplan is dit onderscheid daarom weggelaten.

In deze fase van het bestemmingplan blijkt het mogelijk de maximale bouwhoogte nog scherper te definiëren. In het vastgestelde bestemmingplan worden de maximale bouwhoogten daarom aangepast. Indien bewoners nadelige gevolgen ondervinden kunnen zij een planschadeclaim (planschadeverzoek) indienen bij de gemeente om tegemoetkoming in de waardevermindering van de woning te verzoeken. Er zal een planschadeanalyse plaatsvinden voor mogelijke compensatie. Ad. 3 Mede door reactie van indiener is ervoor gekozen om het gebied ‘woonarken’ los te splitsen van het gebied de ‘IJzergieterij’. Voor de woonarken wordt momenteel een separaat bestemmingsplan voorbereid, de bewoners zullen hier zo spoedig mogelijk van op de hoogte worden gesteld en actief betrokken worden bij het opstellen van het bestemmingsplan. Op deze manier hopen wij bewoners in de nabije toekomst meer zekerheid te kunnen bieden. Ad. 4 Door de splitsing kunnen er op dit moment in deze procedure geen toezeggingen worden gedaan. Indiener zal zo snel mogelijk betrokken worden bij het opstellen van het bestemmingsplan voor de woonarkenlocatie, waarbij deze wensen uiteraard worden meegenomen. Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Mede door de zienswijze van indiener is ervoor gekozen om een separaat bestemmingsplan op te stellen voor de woonarklocatie.

De knip in de planontwikkelingen moet de snelheid en transparantie van de procedures ten goede komen. De bouwhoogtes worden (naar beneden) bijgesteld, zodat deze beter aansluiten bij de daadwerkelijk architectonische uitwerking. Dit betekent dat de bouwhoogte van 24 meter ter plaatse van de appartementengebouwen nu in verschillende delen lager uitvalt. Daarnaast is er een uitgebreid waterhuishoudkundig plan opgesteld, dit wordt beschreven in de toelichting en toegevoegd als bijlage bij de toelichting.

Pagina 57 van 62

O) Provincie Zuid-Holland Op 9 juli jl. is een zienswijze ingediend door de provincie Zuid-Holland. Hieronder volgt een samenvatting van de zienswijze en de beantwoording daarop. 1. Indiener geeft aan dat er in het vooroverleg is opgemerkt dat de voorziene woningen in het bestemmingsplan IJzergieterij niet zijn opgenomen in categorie 1 van het regionale woningbouwprogramma (Drechtsteden), welke onlangs geactualiseerd is, en aanvaard door Gedeputeerde Staten. De plannen die zijn opgenomen in overige categorieën vallen buiten de aanvaarding. Indiener verzoekt om met de regio en betrokken gemeenten in overleg te treden en vóór vaststelling het plan alsnog in de juiste categorie te plaatsen. 2. Indiener heeft tijdens het vooroverleg al opgemerkt dat de gemaakte berekeningen m.b.t. groepsrisico in het rapport 'Onderzoek externe veiligheid' in twijfel worden getrokken. Er wordt geadviseerd om een tweede partij (OZHZ) te betrekken. Nota van inspraak en overleg geeft aan: onderzoek inmiddels aangepast, maar nieuw rapport zit niet bij het ontwerpbestemmingsplan. Ook de tekst in de toelichting is nog cf. het voorontwerpbestemmingsplan. Indiener verzoekt om alsnog inzicht te bieden. Hieronder volgt de reactie van de gemeente: Ad.

1 Heel ongelukkig heeft de gemeente per abuis in het verleden niet via de regio project IJzergieterij in categorie laten plaatsen in de lijsten van de provincie. In de conceptlijst voor 2021 staat dit al, maar aangezien in 2020 de bestemmingsplanprocedure loopt, reageert de provincie op de lijst die voor 2020 voor haar bekend is. De gemeente heeft de afgelopen weken naar de oplossing gekeken (welke projecten binnen de gemeente terecht op categorie 1 staan en welke niet, zodat er uitgeruild kan worden in 2020) en volgens de gemeente is die gevonden. De gemeente heeft afstemming gehad met zowel de regio als de provincie. Inmiddels is de provincie akkoord gegaan met het project over de aantallen (max 150) als het project in te delen in categorie 1. Ad. 2 De vooroverlegreactie van indiener is nogmaals bekeken. Het nieuwe rapport is inderdaad niet opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan, deze wordt nu wel als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan gevoegd. De afname van het GR in de plansituatie was het gevolg van een verkeerde instelling in het rekenmodel (het weerstation was in de twee rekenmodellen niet hetzelfde). Dit is nu verholpen en de resultaten zijn opnieuw berekend, waardoor er nu een toename plaatsvindt van het GR, zoals indiener schrijft dat zij verwachten. De rapportage is op dit punt eveneens aangepast.

De rekenmodellen zijn tevens gecontroleerd door een tweede partij, de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. De terugkoppeling van de omgevingsdienst is tevens verwerkt in de rapportage. Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Het project is in samenspraak met indiener in de juiste categorie geplaatst. Daarnaast is het onderzoek naar externe veiligheid aangepast en is de nieuwe versie opgenomen als bijlage bij de toelichting.

Pagina 58 van 62

P) Rijkswaterstaat Op 15 juli jl. is een zienswijze ingediend door Rijkswaterstaat. Hieronder volgt een samenvatting van de zienswijze en de beantwoording daarop. 1. Indiener geeft aan dat tijdens de voorontwerpfase een vooroverlegreactie is ingediend. In het ontwerpbestemmingsplan heeft de gemeente daar geen reactie op gegeven. Het gevraagde is ook niet verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Tevens is er geen contact opgenomen. Het verzoek om alsnog te beantwoorden en op te nemen in het bestemmingsplan. 2. Indiener gaat in zijn zienswijze in op de vrijwaringszone die in de SVIR is opgenomen, ten behoeve van een reservering voor een uitbreiding van de A15. Het plangebied valt voor een deel binnen deze zone en het bestemmingsplan maakt bebouwing mogelijk binnen deze zone. Indiener acht het op grond van het Barro noodzakelijk dat het binnen de vrijwaringszone onmogelijk wordt gemaakt om bebouwingsmogelijkheden te creëren. In de verbeelding van het plan moet een ruimtereservering van 35 meter met een bouwverbod opgenomen worden, vanaf de insteek buitenzijde bermsloot. 3. Indiener geeft aan dat het aangepaste onderzoek Externe Veiligheid, op basis van alleen stofcategorie GF3, niet conform Handleiding Risicoanalyse Transport (HART) is uitgevoerd. Indiener verzoekt om dit onderzoek aan te vullen. Hieronder volgt de reactie van de gemeente: Ad.

1 Het klopt dat de inspraakreactie van Rijkswaterstaat aanvankelijk – en ten onrechte – niet in de nota was verwerkt. De inspraakreactie is in de zienswijze nogmaals aangehaald en vormt nu onderdeel van deze nota van beantwoording. Overigens heeft die inspraakreactie wel geleid tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. Ad. 2 Op de verbeelding is de vrijwaringszone toegevoegd. Indiener is hiermee akkoord gegaan. Ad. 3 De regelgeving voor het berekenen van het groepsrisico is sinds het opstellen van de externe veiligheid rapportage in 2018 inderdaad gewijzigd. Voorheen werd voldaan om slechts het groepsrisico te berekenen voor de stofcategorie GF3 (LPG). Nu is het echter vereist om het groepsrisico te berekenen voor alle stofcategorieën die over de transportroute worden vervoerd. De rapportage is op dit punt aangepast. Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. De verbeelding en de regels zijn aangepast, de vrijwaringszone is hierin opgenomen. Het onderzoek naar externe veiligheid met bijbehorende rapportage is aangepast. Deze aanpassingen zijn tevens verwerkt in de toelichting van het bestemmingsplan.

Pagina 59 van 62

Q) Waterschap Rivierenland Op 9 juli jl. is een zienswijze ingediend door het waterschap Rivierenland. Hieronder volgt een samenvatting van de zienswijze en de beantwoording daarop. 1. Gemaakte opmerkingen op het voorontwerp zijn volgens indiener nog niet voldoende verwerkt. Verzoek om bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. Indiener kijkt graag van tevoren mee met de aanpassingen. 2. In het plan wordt nog onvoldoende rekening gehouden met de primaire waterkering. 3. Indiener geeft aan dat de maatregelen om de geurzone terug te brengen nog niet getroffen zijn, waardoor de vigerende geurcontouren gelden. Indiener vraagt om de voorwaarde op te nemen dat geluidgevoelige bestemmingen pas gerealiseerd mogen worden als er voldoende maatregelen getroffen zijn. 4. Indiener geeft aan dat het gebied van de arken nu de mogelijkheid heeft om te wijzigen in groen, verkeer en wonen zonder ruimtelijke procedure. Er is nu te weinig borging van belangen van water. De huizen moeten passen binnen de eisen van de waterkering, toename verhard oppervlak moet beperkt blijven, er moet ruimte zijn voor waterberging en huizen moet buiten de toekomstige geurzone blijven. In de toelichting staat dat het om max 6 woningen gaat, echter in de memo riolering staat dat er 4 kavels en 1 woonboot gepland zijn. Als er meer woningen gebouwd worden, is er ook meer watercompensatie nodig dan nu is berekend.

Er staat nu ook niet aangegeven of de woningen binnen de bebouwde kom gaan vallen of onder verspreid liggende bewoning vallen i.v.m. toepassen van de juiste geurcontour. De geplande bergingsvijver moet bestemd worden als water, ook omdat een deel van de berging van de ijzergieterij hierin komt. Volgens indiener past bij dit gebied een gedetailleerde bestemming die met ons is afgestemd en niet een wijzigingsgebied zonder verder ruimtelijke procedures. 5. De ontwikkeling, gelegen tussen twee dijken stelt hoge eisen aan de waterberging, nu en in de toekomst. Er was gezamenlijk afgesproken dat er voorafgaand aan het formele proces een sluitend waterhuishoudingsplan afgestemd zou worden. Er is blijkbaar toch voor gekozen om dit bij een 'memo riolering' als bijlage bij de toelichting te houden. Volgens deze memo riolering is er voldoende berging en overcapaciteit. In deze memo is dit nog steeds niet erg inzichtelijk weergegeven. De termen wadi en bergingsvijver worden door elkaar gebruikt. Als het een helemaal dichtgemaakte constructie is, is het geen wadi (wadi = waterafvoer door drainage of infiltratie). In de memo staat niet beschreven hoe de bergingsvijver weer leeg gaat stromen. Indiener stelt eisen aan de maximale afvoer van (hemel)water uit het gebied.

Er is niet inzichtelijk gemaakt wat de afvoer uit de nieuwbouwlocatie is en of het bestaande watersysteem deze capaciteit kan verwerken, of dat er eventueel maatregelen nodig zijn. We zien graag de 'memo riolering' aangepast naar een volwaardig waterhuishoudingsplan passend bij deze ontwikkeling. Hieronder volgt de reactie van de gemeente: Ad. 1 Naar aanleiding van de zienswijze en het (voor)overleg met indiener is het bestemmingsplan aangepast. Ad. 2 Artikel 13 is op verzoek van indiener aangepast. Tevens zijn de modelregels overgenomen in artikel 17.4 en artikel 19.1 is aangevuld met de voorwaarden zoals indiener wenst. Met de toevoeging en aanpassing van deze regels hopen wij de primaire waterkering voldoende te beschermen. De parkeergarage wordt niet gerealiseerd in de waterkering. Indiener heeft er in het overleg in februari 2020 mee ingestemd dat er incidenteel een poer/heipaal door het profiel van vrije ruimte zal worden Pagina 60 van 62

geplaatst. Met betrekking tot het paviljoen, dit zal enkel gaan om een (klein) bouwwerk waarbij er geen fundatie/heipalen in de zone van de dijk/waterkering zullen worden aangebracht. Het is een constructie op het te realiseren podium/ bestrating. De waterkering zal dus niet worden aangetast. Ad. 3 In het vastgestelde bestemmingsplan worden de vigerende geurcontouren opgenomen. Aan de richtafstand van geluid wordt voldaan. Geur is hier echter het maatgevende aspect, waardoor dit tot nu toe niet is opgenomen in de tekst van de toelichting. Dit zal worden aangepast. Ad. 4

Het terrein van de woonarken wordt in de vaststellingsfase los gezien van het bestemmingsplan de IJzergieterij. Waterhuishoudkundig wordt het gebied tussen de dijken als één geheel beoordeeld en berekend. In het waterhuishoudkundigplan is dit nader uitgewerkt. Voor het terrein van de woonarken wordt een plan ontwikkeld om de bestaande situatie ruimtelijk te regelen en herbouw mogelijk te maken. In de bestaande situatie lozen er 1 woonboot en 2 woningen op het bestaande HWA-riool. Dit blijft vooralsnog gehandhaafd. De overige woonarken zijn niet op het HWA-stelsel aangesloten en lozen op maaiveld en infiltreren op eigen terrein. Ten behoeve van de planontwikkeling van het “Woonarken” terrein en afvoer van regenwater is ruimte om berging te realiseren binnen het gebeid van de woonarken. De afvoer is meegenomen in het waterplan. Ad. 5 De memo gaf inderdaad onvoldoende duidelijkheid over de waterhuishouding. KPM Civiel heeft daarom een uitgebreid waterhuishoudkundig plan opgesteld, wat ter controle is voorgelegd aan indiener. Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. De memo riolering is aangepast naar een volwaardig waterhuishoudkundig plan. Dit plan is opgenomen als bijlage bij de toelichting. Op de verbeelding en in de regels zijn de vigerende geurcontouren opgenomen, de geurzones zijn geborgd in artikel 17.2 en 17.3.

De voorwaardelijke verplichting is geschrapt, de aanduidingsregels borgen dat er pas geurgevoelige objecten mogen worden gerealiseerd indien uit onderzoek is gebleken dat de maatregelen zijn getroffen. Daarnaast is de berekening naar de geuremmissie uit 2017 toegevoegd aan de toelichting. Ten slotte zijn de volgende regels aangepast: • Artikel 13: Ter voorkoming van een parkeergarage in de kernzone van de waterkering + het beter laten aansluiten van de regels bij de modelregels ter bescherming van de waterkering. • Artikel 17.1: Paviljoen: We hebben de bouwmogelijkheden beperkt met de laatste update, door te stellen dat er fundatie/heipalen mogen worden gebruikt en dus niets in de dijk wordt geplaatst. Daarnaast geldt ten allen tijden de dubbelbestemming die boven de aanduiding ‘’paviljoen’’ gaat. Daarin staat dat er in principe niet gebouwd mag worden, hiervan mag wel worden afgeweken onder 13.3. Alleen stelt deze afwijking dat er vooraf schriftelijk advies ingewonnen wordt bij de betreffende waterbeheerder. • Artikel 17.4: Modelregels vrijwaringszone-dijk 1 overgenomen • Artikel 19: Aangevuld met voorwaarden

Pagina 61 van 62

R) Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Op 20 juli jl. is een zienswijze ingediend door de veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid. Hieronder volgt een samenvatting van de zienswijze en de beantwoording daarop. 1. Indiener brengt in het kader van externe veiligheid een advies uit. Er dient een gemotiveerde afweging te worden gemaakt tussen de overwegingen m.b.t. externe veiligheid en toegevoegde waarde van het ruimtelijk plan. Indiener verneemt graag het besluit met betrekking op een vijftal adviespunten: • Zowel in de huidige als in de plansituatie is er een overschrijding van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico t.g.v. de rijksweg A15. In de plansituatie is er echter een lichte afname te zien van 6,57 naar 6,09 maal de oriëntatiewaarde. • Gelet op de afstand van geplande woongebieden tot aan de Betuweroute is er een andere bouwkundige maatregel nodig aan de woningen dan de bij de aanbevelingen genoemde generieke maatregelen. Het glas in verblijfsruimtes aan de risicozijde van woningen binnen de 90 meter van het midden van de rijksweg A15 moet een drukbelasting van 10 kPA kunnen weerstaan, berekenend op basis van de rekenmethode PGS1 deel 2, met behulp van de Eindige Elementen Methode.

• Aan de hand van het als bijlage bijgevoegde Stappenplan veiligheid mensen op buitenlocaties kan bepaald worden of het nemen maatregelen noodzakelijk is en welke maatregelen kunnen worden genomen. De veiligheidsregio kan als een verdere uitwerking van het plangebied bekend is hierbij assisteren. • De veiligheidsregio wil betrokken zijn bij het inrichtingsplan om de bereikbaarheid van de objecten en de aanwezigheid van de bluswatervoorziening te borgen. • Het plangebied is conform regionaal dekkingsplan binnen de zorgnorm bereikbaar. 2. Indiener adviseert daarnaast om maatregelen te nemen ter beperking van de risico’s. Hieronder volgt de reactie van de gemeente: Ad. 1 De rapportage en de toelichting van het bestemmingsplan zijn aangepast naar aanleiding van de gegeven adviezen. Ad. 2 De gegeven maatregelen zijn verwerkt in de rapportage. Daarnaast is er een extra planregel opgenomen ter beperking van de risico’s. Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Het onderzoek naar externe veiligheid met bijbehorende rapportage is aangepast. Deze aanpassingen zijn tevens verwerkt in de toelichting van het bestemmingsplan. In de regels is bij artikel 18.1 onder a de volgende regel toegevoegd: 4. Bij toename van het aantal woningen moet opnieuw het groepsrisico worden beoordeeld. Hierbij wordt de veiligheidsregio om advies gevraagd.

Pagina 62 van 62

Bijlage 1 Berekening weerkaatsing geluid, KuiperCompagnons, augustus 2020

1 2 3

0m

90 m schaal = 1 : 2150

9 8

426200

4

Reflectiebijdrage nieuwbouw IJzergieterij naar omgeving

Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Kruisingen Minirotondes Schermen Hoogtelijnen

7

6 5

117200 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [Refelectiebijdrage nieuwbouw - Basismodel reflectiebijdrage aug 2020; zonder nieuwbouw] , Geomilieu V5.21

Resultaten zonder nieuwbouw IJzergieterij

117400

117600

KuiperCompagnons

426000

1 2 3

0m

90 m schaal = 1 : 2150

9 8

426200

4

Reflectiebijdrage nieuwbouw IJzergieterij naar omgeving

Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Kruisingen Minirotondes Schermen Hoogtelijnen

7

6 5

117200 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [Refelectiebijdrage nieuwbouw - Basismodel reflectiebijdrage aug 2020; met nieuwbouw] , Geomilieu V5.21

Resultaten zonder nieuwbouw IJzergieterij

117400

117600

KuiperCompagnons

426000

Tabel : Berekeningsresultaten reflectiebijdrage nieuwbouw IJzergieterij. Resultaten Punt Met Zonder Verschil 1 54,7 54,4 0,3 2 57,7 57,6 0,1 3 55,8 55,7 0,1 4 58,2 57,8 0,4 5 48,6 51,3 -2,7 6 48,2 53 -4,8 7 48 52,5 -4,5 8 50,2 53,2 -3 9 52 50,8 1,2

Bijlage 2 Zettings- en stabiliteitsonderzoek Rivierdijk, GeoRisQ, 7 mei 2020

GeoRisQ bv Tolnasingel 1 2411 PV Bodegraven +31 (0)6 413 376 05 info@georisqbv.nl www.georisqbv.nl KvK Btw IBAN

77012100 NL826170845B01 NL50 RABO 0315 1430 37

IJzergieterij te Hardinxveld-Giessendam Zettings- en stabiliteitsonderzoek Rivierdijk

Op al onze werkzaamheden is de DNR 2011 van toepassing.

Titel

: Zettings- en stabiliteitsonderzoek Rivierdijk

Project Projectnummer

: :

IJzergieterij te Hardinxveld-Giessendam GR0079

Documentnummer Versie Status Datum

: : : :

GR0079-RAP-001 1.0 Definitief 07-05-2020

Opdrachtgever

:

Soelaas Vastgoed Ondersteuning B.V. t.a.v. de heer B. Stuive Karekiet 2 1902KD Castricum

Naam

Paraaf

Datum

Opgesteld

ir. I.J. Feitsma/ ing. C.J.G. Lodewijkx

07-05-2020

Gecontroleerd

ing. C.J.G. Lodewijkx

07-05-2020

Op al onze werkzaamheden is de DNR 2011 van toepassing

Pagina 2 van 20

Document Historie Versie 1.0

Omschrijving/ Belangrijkste wijzigingen Eerste definitieve uitgave

Op al onze werkzaamheden is de DNR 2011 van toepassing

Datum 07-05-2020

Pagina 3 van 20

Inhoudsopgave 1

INLEIDING

5

1.1 1.2 1.3

Algemeen Referentie documenten Doel geotechnisch ontwerp

5 6 6

2

UITGANGSPUNTEN

7

2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.4 2.5 2.5.1 2.5.2 2.6 2.7 2.8

Algemeen (Contract)eisen Veiligheidsfilosofie Normen en richtlijnen Veiligheidsklassen Leggerprofiel Maatgevend dwarsprofiel Geometrische uitgangspunten Geometrische uitgangspunten Verhardingsconstructie plein Uitgangspunten zettingsberekeningen Terminologie zettingen Uitgangspunten stabiliteitsberekeningen

7 7 8 8 8 8 9 10 10 10 10 11 12

3

GRONDMODELLERING EN BODEMSCHEMATISATIE

13

3.1 3.2 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3

Beschikbaar en aanvullend uitgevoerd grondonderzoek Bodemschematisatie en grondparameters (Grond)Waterstanden Freatische grondwaterstand Grondwaterstand volgens peilbesluit Alblasserwaard Maatgevend Hoog Water (MHW) Rivier Beneden Merwede

13 13 15 15 16 16

4

ZETTINGSANALYSE

17

5

STABILITEITSANALYSE

19

5.1 5.2 5.3

Berekeningsmodel Uitgevoerde berekeningen Berekeningsresultaten

19 19 19

6

CONCLUSIES EN AANDACHTSPUNTEN

20

6.1 6.2

Conclusies Aandachtspunten en raakvlakken

20 20

BIJLAGEN: Bijlage 1: Bovenaanzicht en dwarsdoorsneden Bijlage 2: Beschikbaar grondonderzoek Bijlage 3: Leggerprofiel Rivierdijk Beneden-Merwede Hardinxveld-Giessendam Bijlage 4: Resultaten zettingsberekening Bijlage 5: Resultaten Stabiliteit bestaande situatie Bijlage 6: Resultaten stabiliteit toekomstige gebruiksfase Bijlage 7: Resultaten stabiliteit uitvoeringsfase

Op al onze werkzaamheden is de DNR 2011 van toepassing

Pagina 4 van 20

1

INLEIDING

1.1

Algemeen

In het project IJzergieterij dat gelegen is aan de Rivierdijk langs de Beneden Merwede te HardinxveldGiessendamheeft men voornemens om langs de Rivierdijk een verhoogd plein aan te brengen dat uitkijkt over de bestaande dijk. Om dit te kunnen realiseren wordt er circa 4,1 m opgehoogd tegen het binnentalud van de bestaande Rivierdijk. Voor het beoordelen van de optredende zettingen van deze ophoging en de invloed daarvan op de hoogteligging van de kruin van de dijk en de binnen- en buitenstabiliteit van de dijk, heeft Soelaas Vastgoed ondersteuning B.V. aan GeoRisQ B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een zettings- en stabiliteitsanalyse van het bestaande dijklichaam. Voor het aanbrengen van het plein en de daarvoor benodigde ophoging achter het appartementengebouw dient inzicht te worden verkregen in de prognose van de zettingen van het dijklichaam alsmede aangetoond te worden dat de stabiliteit van de dijk voldoet aan de eisen van het Waterschap Rivierenland. In voorliggende rapportage wordt voor het ophogen achter de Rivierdijk de zettingen en stabiliteit in de bouw- en gebruiksfase berekend en getoetst aan de eisen van het Waterschap Rivierenland. Het betreft hierbij geen volledige dijktoetsing, maar een toetsing van de hoogte van de dijk en de buiten- en binnenwaartse macro-stabiliteit ten opzichte van de huidige situatie.

De globale project locatie is weergegeven in figuur 1.1.

Figuur 1.1: Projectlocatie Ijzergieterij Hardinxveld-Giessendam, (bron: Nota van Randvoorwaarden en uitgangspunten)

Op al onze werkzaamheden is de DNR 2011 van toepassing

Pagina 5 van 20

1.2

Referentie documenten

Door de opdrachtgever en het Waterschap Rivierenland zijn onderstaande documenten beschikbaar gesteld en gebruikt voor het opstellen van voorliggende rapportage: [1] Rapport: “Hardinxveld-Giessendam, IJzergieterij bouwrijpadvies” opgesteld door Inter Geotechniek onder kenmerk 16003-GEO-RAP-001 d.d. 26-5-2017; [2] Rapport: “Velrapport betreffende grondonderzoek IJzerGieterij nabij de Rivierdijk te HardinxveldGiesendam” opgesteld door Geosonda onder kenmerk AA1626-1 d.d. 9 mei 2017 (als bijlage van [1]); [3] Tekening: “IJzergieterij Hardinxveld-Giessendam – Rioleringsplan” opgesteld door KPM Civiel onder projectnr. 16090 – tekeningnr. 201 versie 0.4 d. d 03-02-2020; [4] Tekening: “IJzergieterij Hardinxveld-Giessendam – Woonrijp maken - dwarsprofielen” opgesteld door KPM Civiel onder projectnr. 16090 – tekeningnr. 603 versie 0.5 d. d 07-01-2020; [5] Rapport: ‘160642.G082 Dijkversterking Alblasser-waard HardinxveldGiessendam-Centrum uitvoeringsplan CO-271060363 jan1997’; [6] Rapport: ‘160642.O10 Ontwerpplan - dijkversterking H'veld-G'dam-West en -Centrum CO-271050-24, CO-271060-209 (00-01-91); [7] 160642.G48 terrein- en laboratoriumonderzoek dijkversterking Hardinxveld-Giessendam-Centrum met 9 tekeningen,1990; [8] Tekening: “Dijkversterking Hardinxveld-Giessendam-Centrum, Dwarsprofiel dp. 036-dwp003 (35) vak 4” opgesteld door Heidemij advies d.d.

januari 1997 met referentie: 160642.B11_036-P003; [9] Achtergrondrapport ontwerpmaatregelen Molenkade, ontwerprapportage, door Waterschap Rivierenland, d.d. 2-11-2015; [10] Legger waterschap Rivierenland.

1.3

Doel geotechnisch ontwerp

Het project bestaat uit het geotechnische ontwerp van de zettingen en stabiliteit voor het op hoogte brengen van het plateau achter het dijkprofiel van de Rivierdijk. Als referentie voor de toekomstige stabiliteit zal er een geotechnische toetsing van de huidige stabiliteit van de primaire waterkering plaatsvinden. De volgende geotechnische beschouwingen zijn uitgevoerd: • Het bepalen van de te verwachte eind- en restzettingen als gevolg van het aanbrengen van de ophoging; • Het berekenen van de binnen- en buitenwaartse stabiliteit in de bestaande situatie; • Het berekenen van de binnen- en buitenwaartse stabiliteit einde gebruiksfase; • Het berekenen van de binnen- en buitenwaartse stabiliteit in de uitvoeringssituatie.

Op al onze werkzaamheden is de DNR 2011 van toepassing

Pagina 6 van 20

2

UITGANGSPUNTEN

2.1

Algemeen

2.2

(Contract)eisen

Op basis van de beschikbare referentiedocumenten is in voorliggende rapportage van de in dit hoofdstuk beschreven uitgangspunten en aannamen uitgegaan. Voorliggend geotechnisch advies is dan ook alleen van toepassing bij de in dit rapport genoemde uitgangspunten en aannamen. Geadviseerd wordt bij verdere verwerking van voorliggende resultaten en advies de uitgangspunten en aannamen in dit rapport te verifiëren. Indien de uitgangspunten en aannamen ten opzichte van voorliggende rapportage zijn gewijzigd wordt geadviseerd het geotechnisch advies te laten herzien. In het geotechnisch ontwerp zijn onderstaande eisen aangehouden: • De normhoogte van de primaire waterkering langs de Beneden Merwede bedraagt: NAP +5,05 m [6]; • De kruin van de kade dient, na zettingen over een periode van 30 jaar te voldoen aan de minimale hoogte van NAP +5,05 m; • De stabiliteit van de Rivierdijk (primaire waterkering) dient gewaarborgd te blijven na het op hoogte brengen van het achter liggende plateau; • In de bedrijfsfase dient de berekende stabiliteitsfactor vermenigvuldigd met de schadefactor, de schematiseringsfactor en de modelfactor, groter dan 1,0 te zijn.

In formulevorm is dit gedefinieerd als onderstaand: γ/(γn* γb* γm) > 1,0 Waarin: − γ = Berekende stabiliteitsfactor − γn = Schadefactor − γb = Schematiseringsfactor − γm = Modelfactor • De waterkering is een primaire waterkering langs de Beneden Merwede en heeft een normfrequentie van 1:2.000 conform de legger van het Waterschap Rivierenland. Dit komt overeen met een Beta factor van circa 4,25. De schadefactor (γn) bij een beta factor van 4,25 is gelijk aan 1,03 [ADDENDUM TR19]; • Het toetspeil nabij Kilometerraai 964 16.AW030.040 van de BovenMerwede bedraagt NAP +4,10 m (TP HR2006); • De schematiseringsfactor (γb) bedraagt 1,3 (Conservatieve aanname) [ADD_TRWG]; • De stabiliteit wordt berekend conform het model van Bishop. Hierbij wordt een modelfactor (γ m) van 1,0 aangehouden; • Conform de TAW-richtlijnen dient de veiligheid op instabiliteit in de bedrijfsfase bij de maatgevende waterstanden minimaal 1,3 (1,03 * 1,0 * 1,3) te bedragen. Deze veiligheidsfactoren geldt bij toepassing van de rekenwaarden van de sterkte-eigenschappen. Deze rekenwaarden zijn bepaald conform de TAW-richtlijnen.

Op al onze werkzaamheden is de DNR 2011 van toepassing

Pagina 7 van 20

2.3

Veiligheidsfilosofie

2.3.1 Normen en richtlijnen Voor het opstellen van voorliggend geotechnisch advies is uitgegaan van onderstaande normen en richtlijnen. Tabel 2-1

Normen en richtlijnen

Kenmerk

Titel

Datum

NEN 9997-1+C2

Geotechnisch ontwerp van constructies – Deel 1

2017

NEN-EN 1997-2

Geotechnisch ontwerp deel 2: Grondonderzoek en beproeving (Eurocode 7-2)

2007

NEN-EN 1990

Grondslagen voor het constructief ontwerp (Eurocode 0)

2002

CUR 162

Construeren met grond

1992

TRWG - TAW

TR_19 Waterkerende Grondconstructies

2001

ADD_TRWG

Addendum bij het Technisch Rapport Waterkerende Grondconstructies

2007

TRWD - TAW

TR_26 Waterspanningen bij Dijken

2004

TRZW - TAW

TR Zandmeevoerende wellen

1999

VNK2

Overstromingsrisico Dijkring 16

2014

WTI2017

Toetsen op veiligheid

2017

WBI2017

Schematiseringshandleiding macrostabiliteit

2017

HRPW

Hydraulische randvoorwaarden primaire waterkeringen

2007

2.3.2 Veiligheidsklassen De primaire waterkering langs de Rivierdijk heeft conform de legger van het Waterschap Rivierenland een norm frequentie van 1/2000. Dit komt overeen met een Beta factor van 4,25. 2.3.3 Leggerprofiel Het tracé van de Primaire Waterkering ter hoogte van de IJzergieterij valt in het beheerregister tussen AW036+074M en AW.35+113M. In onderstaande figuur 2.1 is de primaire waterkering met zonnering weergegeven.

Figuur 2.1: Zonnering primaire waterkering t.h.v. IJzergieterij (bron: Waterschap Rivierenland)

Op al onze werkzaamheden is de DNR 2011 van toepassing

Pagina 8 van 20

2.4

Maatgevend dwarsprofiel

Het bovenaanzicht van de projectlocatie is weergegeven in figuur 2.2 waarin tevens de locatie van de aangehouden dwarsprofielen is weergegeven. Dwarsprofiel E-E is als representatief voor de gewenste ophoging achter de Rivierdijk beschouwd.

Figuur 2.2: Indeling gebieden en locatie maatgevend dwarsprofiel E-E.

Op al onze werkzaamheden is de DNR 2011 van toepassing

Pagina 9 van 20

2.5

Geometrische uitgangspunten

2.5.1 Geometrische uitgangspunten Voor het aanbrengen van het plein voor het appartementengebouw is dwarsdoorsnede E-E maatgevend. In figuur 2.3 is dwarsprofiel E-E weergegeven.

Figuur 2.3: Maatgevend dwarsprofiel E-E.

Voor de maatgevende dwarsdoorsnede E-E zijn de geometrische uitgangspunten aangehouden zoals weergegeven op de doorsnedentekening [4] van de bestaande situatie en de toekomstige situatie. Hierbij is: • Op de kruin van de Rivierdijk bedraagt het leggerprofiel NAP+5,05 m; • Het profiel van vrijeruimte op de kruin van de Rivierdijk bedraagt NAP+6,07 m; • Conform [HRPW] bedraagt het toetspeil (MHW) NAP +4,10 op de projectlocatie (Kilometerraai 964 16.AW030.040); • Het plein voor het appartementengebouw wordt aangelegd op een hoogte van circa NAP+6,50 m; • Het plein voor het appartementengebouw heeft een breedte van circa 54m (incl. Trappen) haaks op de Rivierdijk; • Het bestaande maaiveld ter plaatse van het aan te brengen plein bedraagt circa NAP+2,4 m; • De maximale ophoging vanaf bestaand maaiveld bedraagt circa 4,1 m; • In de huidige situatie bevindt de bodem van de Beneden Merwede zich op een niveau van circa NAP -2,85 m [8]; • Het waterpeil in de polder aan de binnenzijde van de Rivierdijk wordt onderhouden op een niveau van NAP+0,7 m á NAP+1,0 m [1]; • De modellering van de bodem van de Beneden Merwede is geschematiseerd conform [8].

2.5.2 Verhardingsconstructie plein Op basis van [4] zal de bovenbouw van het plein bestaan uit: • Circa 0,08 m betonstraatstenen (BSS) 24 kN/m³; • circa 0,5 m zand met een volumegewicht van (droog/nat) 18/20 kN/m³; • circa 3,5 m zand/grond met een volumegewicht van (droog/nat) 17/19 kN/m³.

2.6

Uitgangspunten zettingsberekeningen

In de zettingsberekeningen zijn de volgende modelmatige uitgangspunten gehanteerd: • De berekeningen zijn uitgevoerd met het programma D-Settlement, versie 19.1; • Berekeningen worden uitgevoerd volgens de Koppejan rekenmethode. Het tijdzettingsverloop wordt bepaald aan de hand van het rekenmodel Terzaghi; • In de berekeningen is ervan uitgegaan dat het ophoogmateriaal conform de Standaard RAW goed verdicht wordt aangebracht. Hierdoor is er geen rekening gehouden met klink van het ophoogmateriaal; • De eindzetting is berekend over een periode van ongeveer 10.000 dagen (+/-30 jaar); • Er wordt zoals gebruikelijk geen (verkeers-)belasting aangehouden in zettingsberekeningen.

Op al onze werkzaamheden is de DNR 2011 van toepassing

Pagina 10 van 20

2.7

Terminologie zettingen

De basisbegrippen over zettingsberekeningen zoals deze gebruikt worden in dit rapport zijn hieronder toegelicht in onderstaande figuur 2.4.

Extra overhoogte Overhoogte (=eindzetting) Restzetting

H bruto H bruto

H netto Zetting

Bij start ophoging

Bij in gebruik name

Figuur 2.4: Dwarsprofiel met terminologie (CROW, Publicatie nr. 204, 2004)

Op al onze werkzaamheden is de DNR 2011 van toepassing

Pagina 11 van 20

2.8

Uitgangspunten stabiliteitsberekeningen

Ten aanzien van de stabiliteit van de ophogingen voor de primaire waterkering wordt van de volgende uitgangspunten uitgegaan: • Voor de stabiliteitsberekening van de Rivierdijk wordt uitgegaan van een maximale waterstand (toets peil) in de Beneden Merwede van NAP +4,10 m en aan de binnenzijde een grondwaterstand van NAP +0,70 m [TR26]; • De maatgevende stijghoogte in het pleistoceen ter plaatse van de Rivierdijk is gelijk aan NAP+4,10 m [HRPW]; • Stabiliteitsberekeningen worden uitgevoerd volgens het rekenmodel van Bishop; • De berekeningen worden uitgevoerd met het programma D-Geo Stability, versie 18.1; • In de bedrijfsfase dient de berekende stabiliteitsfactor vermenigvuldigd met de schadefactor, de schematiseringsfactor en de modelfactor, groter dan 1,0 te zijn. In formulevorm is dit gedefinieerd als onderstaand: γ/(γn* γb* γm) > 1,0 Waarin: − γ = Berekende stabiliteitsfactor − γn = Schadefactor − γb = Schematiseringsfactor − γm = Modelfactor • De primaire waterkering langs de Rivierdijk dient te voldoen aan de normering. De schadefactor (γn) in is gelijk aan 1,03 [ADD TRWG]; • De schematiseringsfactor (γb) bedraagt 1,3; • Conform de TAW-richtlijnen dient de veiligheid op instabiliteit in de bedrijfsfase bij de maatgevende waterstanden minimaal 1,34 (1,03 * 1,0 * 1,3) te bedragen ter plaatse van de Rivierdijk.

Deze veiligheidsfactoren geldt bij toepassing van de rekenwaarden van de sterkte-eigenschappen; • De veiligheid op instabiliteit tijdens de uitvoering dient eveneens minimaal 1,34 te bedragen. Deze veiligheidsfactoren geldt bij toepassing van de rekenwaarden van de sterkte-eigenschappen; • Een materiaalfactor van 1,2 op de tangent van de representatieve waarde van de hoek van inwendige wrijving toe te passen bij kleiige grondlagen; • Een materiaalfactor van 1,25 op de tangent van de representatieve waarde van de hoek van inwendige wrijving toe te passen bij venige grondlagen; • Een materiaalfactor van 1,20 op de tangent van de representatieve waarde van de hoek van inwendige wrijving toe te passen bij zandige grondlagen; • Een materiaalfactor van 1,25 op de representatieve waarde van de cohesie toe te passen; • Het freatisch waterverloop in de dijk tijdens maatgevend hoogwater is geschematiseerd conform de TAW-richtlijn: “Technisch Rapport Waterspanningen bij dijken” met kenmerk DWW-2004-057 d.d. 1 september 2004; • Voor de bovenbelasting (verkeer) is in de bedrijsfase en uitvoeringsfase uitgegaan van 13 kN/m 2 over een breedte van 2,5 m conform [Technisch Rapport Waterkerende Grondconstructies, TRWG, 2001].

Op al onze werkzaamheden is de DNR 2011 van toepassing

Pagina 12 van 20

3

GRONDMODELLERING EN BODEMSCHEMATISATIE

3.1

Beschikbaar en aanvullend uitgevoerd grondonderzoek

Voor het opstellen van het geotechnisch advies is gebruik gemaakt van het uitgevoerde grondonderzoek uit referentie [1] en [2]. Dit grondonderzoek is uitgevoerd door Geosonda. De sondeergrafieken evenals een kaart met daarop de locatie van de sonderingen en boorstaten is toegevoegd aan bijlage 2.

3.2

Bodemschematisatie en grondparameters

In het bouwrijpadvies [1] is op basis van het beschikbare grondonderzoek de bodemschematisatie voor de toetsing van de zettingen opgezet aan de binnenzijde van de Rivierdijk. Vanaf maaiveldniveau wordt een zanderige toplaag aangetroffen, vanaf NAP +0,5 m gevolgd door klei. Hieronder bevindt zich vanaf ca. NAP -4,5 m een veenlaag met een dikte van ca. 1,5 m. Vanaf NAP -6,0 wordt humeuze klei aangetroffen en vanaf NAP -9,5 m basisveen. De vaste zandlaag vangt aan vanaf NAP -10,0 m. In onderstaande tabel is de gehanteerde bodemopbouw weergegeven: De maatgevende karakteristieke grondparameters voor de zettingsberekeningen en stabiliteits berekeningen zijn bepaald met behulp van tabel 2b uit de NEN9997-1 en [9] en zijn gepresenteerd in tabel 3.1. Tabel 3.1

Maatgevende bodemschematisatie en karakteristieke grondparameters

Niveau bk laag [m NAP]

Grondlaag

γdroog

γnat

Cp

C’p

Cs

C’s

OCR

cv

φ'rep

c’rep

[-]

[kN/m3]

[kN/m3]

[-]

[-]

[-]

[-]

[-]

[m2/s]

[o]

[kN/m2]

+2,5

Zand, los

17

19

800

200

1,0E+04

1,0E+04

1,1

drained

30,0

0,0

+0,5

Klei, siltig

17

17

65

15

400

350

1,1

4,5E-7

27,5

2,5

-4,5

Veen

12

12

40

5

200

33

1,1

1,2E-6

27,0

1,7

-6,0

Klei, humeus

14

14

26

10

160

72

1,1

1,5E-7

25,5

2,8

-9,5

Basis veen

12

12

40

5,5

250

140

1,1

1,1E-6

27,0

1,7

-10,0

Zand, matig vast

18

20

2400

600

1,0E+05

1,0E+05

1,1

drained

32,5

0,0

Opmerkingen bij tabel: γdroog = droog volumiek gewicht γnat = nat volumiek gewicht Cp

= primaire samendrukkingsconstante voor de grensspanning;

Cp ’

= primaire samendrukkingsconstante na de grensspanning;

Cs

= secundaire samendrukkingsconstante voor de grensspanning;

Cs ’ OCR

= secundaire samendrukkingsconstante na de grensspanning; = Over Consolidation Ratio

Cv φ’rep

= consolidatiecoëfficiënt in verticale richting. = representatieve waarde van effectieve hoek van inwendige wrijving; = representatieve waarde van de effectieve cohesie.

c’rep

Op al onze werkzaamheden is de DNR 2011 van toepassing

Pagina 13 van 20

Ter plaatse van de Rivierdijk is in 1990 grondonderzoek uitgevoerd voor de aanleg van de dijkversterking. De IJzergieterij ligt hierbij conform tekening uit [7] ter hoogte van VAK 4. In VAK 4 zijn destijds de sonderingen 97 en 98 uitgevoerd. De sondeergrafieken van deze sonderingen zijn niet meer beschikbaar. Wel is ter plaatse van deze sonderingen destijds een grondprofiel opgesteld. In figuur 3.1 is een uitsnede uit het grondprofiel ter hoogte van VAK 4 weergegeven.

Figuur 3.1: Grondprofiel VAK 4 medio 1985-1990

Op basis van het grondprofiel uit 1990 [7] wordt in onderstaande tabel 3.2 de bodemopbouw ter plaatse van de Rivierdijk waargenomen. De opbouw van het dijklichaam is hierbij gereconstrueerd op basis van referentie [8] waar de opbouw van het ‘nieuwe’ dijklichaam in VAK 4 bij de aanleg is weergegeven.

Figuur 3.2: Dijkprofiel en opbouw VAK 4 medio 1997 [8]

In onderstaande tabel 3.2 is de maatgevende bodemopbouw ter plaatse van de bestaande Rivierdijk weergegeven.

Op al onze werkzaamheden is de DNR 2011 van toepassing

Pagina 14 van 20

Tabel 3.2

Maatgevende bodemschematisatie en karakteristieke grondparameters ter plaatse van dijklichaam

Niveau bk laag [m NAP]

Grondlaag

γdroog

γnat

Cp

C’p

Cs

C’s

OCR

cv

φ'rep

c’rep

[-]

[kN/m3]

[kN/m3]

[-]

[-]

[-]

[-]

[-]

[m2/s]

[o]

[kN/m2]

+5,35

Klei

18

18

100

25

1280

320

1,1

5,0E-8

22,5

2,5

3,35

Zand

17

19

800

200

1,0E+04

1,0E+04

1,1

drained

30,0

0,0

2,0

Kernklei

18

18

100

25

1280

320

1,1

5,0E-8

22,5

5,0

1,0

Zand, los

17

19

800

200

1,0E+04

1,0E+04

1,1

drained

30,0

0,0

-2,0

Klei, siltig

17

17

65

15

400

350

1,1

4,5E-7

27,5

2,5

-4,5

Veen

12

12

40

5

200

33

1,1

1,2E-6

27,0

1,7

-6,0

Klei, humeus

14

14

26

10

160

72

1,1

1,5E-7

25,5

2,8

-9,5

Basis veen

12

12

40

5,5

250

140

1,1

1,1E-6

27,0

1,7

-10,0

Zand, matig vast

18

20

2400

600

1,0E+05

1,0E+05

1,1

drained

32,5

0,0

3.3

(Grond)Waterstanden

3.3.1 Freatische grondwaterstand Over het terrein zijn op een 6-tal locaties freatische peilbuizen geplaatst. De filters zijn op ca 1m tot ca 3m beneden maaiveld aangebracht. De waterstanden van deze peilbuizen zijn over een tijdsbestek van 16 maanden ingemeten. In onderstaande figuur 5 zijn de locaties van de aanwezige freatische peilbuizen weergegeven.

Figuur 5: Overzicht ligging peilbuizen op locatie IJzergieterij

Op al onze werkzaamheden is de DNR 2011 van toepassing

Pagina 15 van 20

Binnen peilbuis 01 wordt een maximale waarde gevonden van NAP +1,14m, daar waar bij peilbuis 04 een maximale waarde van NAP +2,52m wordt gemeten. Het verschil in stijghoogte/ freatisch vlak tussen de verschillende punten is ca. 1,3m. 3.3.2 Grondwaterstand volgens peilbesluit Alblasserwaard Het projectgebied valt binnen deelgebied OWV073 van het Peilbesluit in de Alblasserwaard waar op basis van het peilbesluit de onderstaande waterstanden worden gehanteerd: • Min. NAP +0,7m • Max. NAP +1,0m 3.3.3 Maatgevend Hoog Water (MHW) Rivier Beneden Merwede Conform [HRPW] bedraagt het toetspeil (MHW) NAP +4,10 op de projectlocatie (Kilometerraai 964 16.AW030.040). Conform de informatie van Rijkswaterstaat varieert de normale waterstand in de Beneden-Merwede circa NAP+0,10 m á NAP+1,70 m. Op basis hiervan is een GLW van NAP +0,10 m en een GHW van NAP +1,70 m aangehouden.

Figuur 5: Fluctuatie waterstand Beneden-Merwede, meetpunt Werkendam buiten (Bron: Rijkswaterstaat)

Op al onze werkzaamheden is de DNR 2011 van toepassing

Pagina 16 van 20

4

ZETTINGSANALYSE

Ter plaatse van het aan te leggen plein achter het appartementengebouw wordt circa 4,1 m opgehoogd. De aan te brengen ophoging is onderstaande figuur 4.1 ter plaatse van het representatieve dwarsprofiel E-E weergegeven.

Figuur 4.1: Dwarsprofiel E-E

De modellering van de zettingsberekening is weergegeven in onderstaande figuur 4.2. In tabel 4.1 zijn de berekeningsresultaten van de zettingen weergegeven.

Figuur 4.2: Modellering zettingsberekening dwarsprofiel E-E Tabel 4.1 Resultaten zettingsberekeningen Dwarsprofiel E-E Verticaal

Locatie

Hoogte

Uitgiftepeil

bestaand

Netto

Bruto

Prognose

Prognose restzetting

ophoging

ophoging

eindzetting

na x maanden.

30 jr.

[m]

maaiveld [-]

[m tov NAP]

[m tov NAP]

[m]

[m]

[m]

6 mnd

12 mnd

24 mnd

1

[-]

Binnendijks

2,55

6,50

3,95

5,03

1,08

0,50

0,34

0,17

2

Binnenteen

2,44

6,50

4,06

5,27

1,21

0,47

0,29

0,15

4,09

6,50

2,41

2,91

0,50

0,16

0,10

0,05

5,01

5,01

0,00

0,20

0,20

0,07

0,05

0,02

5,34

5,34

0,00

0,00

0,05

0,02

0,01

0,01

3 4 5

Rand ophoging Teen ophoging Kruin dijk

Op al onze werkzaamheden is de DNR 2011 van toepassing

Pagina 17 van 20

Op basis van de berekeningsresultaten zoals weergegeven in tabel 4.1 kan worden geconcludeerd dat bij de ophoging van de Rivierdijk ter plaatse van E-E, eindzettingen zijn berekend van circa 1,08 m á 1,21 m bij de binnendijkse ophoging en circa 0,05 m nabij de kruin van de dijk. Ter plaatse van het plateau waar de ophoging wordt aangebracht dient circa 1,10 m à 1,20 m zettingscompensatie aangebracht te worden als zettingscompensatie bovenop de netto ophoging. Ter plaatse van de kruin van de dijk treden treedt er 0,05 m zetting op over een periode van 30 jaar. De kruin van de dijk ligt nu op circa NAP+5,34 m. Dit betekent dat na een periode van 30 jaar de kruin van de dijk naar een niveau van circa NAP +5,29 m zakt. Hiermee wordt nog steeds voldaan aan de normhoogte van de dijk van NAP +5,05 m. De volledige in- en uitvoer van de zettingsberekening is opgenomen Bijlage 4.

Op al onze werkzaamheden is de DNR 2011 van toepassing

Pagina 18 van 20

5

STABILITEITSANALYSE

5.1

Berekeningsmodel

Met behulp van berekeningen is onderzocht wat de stabiliteit van de ophoging is tijdens de bestaande situatie, gedurende de bedrijfsfase en in de uitvoeringssituatie. Gedurende de uitvoeringsfase zal de primaire waterkering gewoon moeten blijven functioneren. Hierdoor betreft de uitvoeringsfase waarin de ophoging wordt aangebracht ook meteen de opleveringssituatie. In bijlage 5 zijn de grafische weergaven uit D-Geo Stability bijgevoegd in de bestaande situatie, in bijlage 6 in de toekomstige bedrijfsfase en in bijlage 7 in de uitvoeringsfase.

5.2

Uitgevoerde berekeningen

De stabiliteit in de bestaande, toekomstige en in de uitvoeringsfase bij oplevering is gecontroleerd ter plaatse van Dwarsprofiel E-E. De volgende berekeningen zijn uitgevoerd: • Stabiliteit buitentalud toekomstige bedrijfsfase • Stabiliteit binnentalud toekomstige bedrijfsfase • Stabiliteit buitentalud uitvoeringsfase • Stabiliteit binnentalud uitvoeringsfase Bij de stabiliteitsberekeningen in de toekomstige situatie is ervan uitgegaan dat bovenop de netto ophoging een zettingscompensatie van circa 1,10 m wordt uitgebracht. In de toekomstige bedrijfsfase is uitgegaan van een volledig gezet profiel van de bruto ophoging (netto ophoging + zettingscompensatie). Daarnaast is uitgegaan van volledige consolidatie (100% aanpassing) van de ondergrond als gevolg van de aan te brengen ophoging. In de uitvoeringsfase is er modelmatig van uit gegaan dat de bruto ophoging wordt aangebracht met een ophoogsnelheid van circa 1,0 m per 2 weken. Dit betekent dat de ondergrond nog nauwelijks is geconsolideerd. Deze berekende wateroverspanningen als gevolg van de aan te brengen bruto ophoging van circa 5,0 m in een tijdsbestek van 10 weken zijn geëxporteerd naar de stabiliteitsberekening in de uitvoeringsfase.

5.3

Berekeningsresultaten

In tabel 5.1 zijn de berekende stabiliteitsfactoren weergeven en getoetst aan de stabiliteit in de huidige situatie. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de berekende stabiliteit in de huidige situatie slechts als indicatie en referentie voor de stabiliteit in de uitvoeringsfase en toekomstige bedrijfsfase dient. Het betreft hier geen absolute toetsing aan de vereiste stabiliteitseisen, maar het betreft een relatieve toetsing ten opzicht van de stabiliteit in de huidige situatie. Tabel 5.1

Berekende stabiliteit binnen- en buitentalud voor de verschillende situaties

Situatie

Bovenbelasting

Stabiliteit buitentalud toekomstige bedrijfsfase Stabiliteit binnentalud toekomstige bedrijfsfase Stabiliteit buitentalud uitvoeringsfase Stabiliteit binnentalud uitvoeringsfase

[kN/m2] 13,0 13,0 13,0 13,0

Berekende stabiliteit Toekomstige situatie Huidige situatie [-] [-] 1,15 ≥ 1,15 3,20 ≥ 1,43 1,15 ≥ 1,15 2,65 ≥ 1,43

Voldoet? [ja/nee] Ja Ja Ja Ja

Geconcludeerd wordt dat zowel de binnenwaartse als buitenwaartse stabiliteit van de huidige dijk niet negatief wordt beinvloed door de aanleg van de geplande ophoging.

Op al onze werkzaamheden is de DNR 2011 van toepassing

Pagina 19 van 20

6

CONCLUSIES EN AANDACHTSPUNTEN

6.1

Conclusies

In het project IJzergieterij dat gelegen is aan de Rivierdijk langs de Beneden Merwede te HardinxveldGiessendamheeft men voornemens om langs de Rivierdijk een verhoogd plein aan te brengen dat uitkijkt over de bestaande dijk. Om dit te kunnen realiseren wordt er circa 4,1 m opgehoogd tegen het binnentalud van de bestaande Rivierdijk. Op basis van de berekeningsresultaten van de uitgevoerde zettingsberekeningen wordt geconcludeerd dat bij de ophoging van de Rivierdijk ter plaatse van E-E, eindzettingen zijn berekend van circa 1,08 m á 1,21 m bij de binnendijkse ophoging en circa 0,05 m nabij de kruin van de dijk. Ter plaatse van het plateau waar de ophoging wordt aangebracht dient circa 1,10 m à 1,20 m zettingscompensatie aangebracht te worden als zettingscompensatie bovenop de netto ophoging. Ter plaatse van de kruin van de dijk treden treedt er 0,05 m zetting op over een periode van 30 jaar. De kruin van de dijk ligt nu op circa NAP+5,34 m. Dit betekent dat na een periode van 30 jaar de kruin van de dijk naar een niveau van circa NAP +5,29 m zakt. Hiermee wordt nog steeds voldaan aan de normhoogte van de dijk van NAP +5,05 m.

Op basis van de uigevoerde stabilititeitsberekeningen in de huidige situatie, in de toekomstige eindfase en in de uitvoeringsfase wordt geconcludeerd dat zowel de binnenwaartse als buitenwaartse stabiliteit van de huidige kade niet negatief wordt beinvloed door de aanleg van de geplande ophoging.

6.2

Aandachtspunten en raakvlakken

• Opgemerkt dient te worden dat voor de resultaten van de berekende zettingen een standaard

nauwkeurigheidsmarge geldt van +/- 30%. Uit de praktijk blijkt dat de natuurlijke variatie aan grondslag, het beperkte terrein- en laboratoriumonderzoek, evenals de onnauwkeurigheid van de gebruikte rekenmodellen kunnen leiden tot afwijkingen van de rekenresultaten; • De berekende stabiliteit in de huidige situatie geldt slechts als indicatie en referentie voor de stabiliteit in de toekomstige situatie.

Op al onze werkzaamheden is de DNR 2011 van toepassing

Pagina 20 van 20

Bijlage 1: Bovenaanzicht, dwarsdoorsneden

Op al onze werkzaamheden is de DNR 2011 van toepassing





























































 



#FSN

#

1BSLFFSWBL





"





3JKCBBO





0#Y



(#Y

0#Y

"

5SPUUPJS



















5BMVE

#FSN

1BSLFFSWBL

5SPUUPJS

#FTUBBOEFSJKCBBO 3JWJFSXFH

#FSN

5BMVE

6JUHFFGCBBS

6JUHFFGCBBS

6JUHFFGCBBS











 4OFMXFH 

71















#

 (FMVJETTDIFSN



%0034/&%&

"

4$)""- 

 

)PMQSPGJFM

83.







$

$

#FSN



1BSLFFSWBL

0#Y



(#Y

5#Y







3JKCBBO

5SPUUPJS

 6JUHFFGCBBS

,FFSXBOE



%















71

%0034/&%&

'

4$)""- 



%

83.



%0034/&%&

"

4$)""- 

1SPGJFMPQFFOPPS

83.



&

#FSN





1BSLFFSWBL

3JKCBBO

0#Y

 (#Y

5#Y





 5SPUUPJS

5BMVE





















(SPFOWBL

1MFJO BQQBSUFNFOUFODPNQMFY

(SPFOWBL

1MFJO BQQBSUFNFOUFODPNQMFY

#FSN

5BMVE















71









1MFJO BQQBSUFNFOUFODPNQMFY



 

'

&



#FSN

 6JUHFFGCBBS





 

#PMQSPGJFM

%0034/&%& 4$)""- 

(



(SPFOWBL



6JUHFFGCBBS

71

71





 5SPUUPJS

6JUHFFGCBBS

 





(#Y



3JKCBBO



0#Y



5SPUUPJS

0#Y



(#Y

 1BSLFFSLPGGFS



(





)

'

83.











1BSLFFSWBL

3JKCBBO





0#Y





#44,'LFQFSWFSCBOE 'VOEFSJOHT[BOENN 3JPMFSJOHTDVOFU

(

(#Y

"

83.



%0034/&%& 4$)""- 









3JWJFSEJKL

6JUHFFGCBBS

















(SPFOWBL

/JFVXF CFCPVXJOH

"BOWVMMFOCFSN3JWJFSEJKL

71

) 



%0034/&%&



)

4$)""- 

)PMQSPGJFM

83.

%0034/&%&



4$)""- 

#44,'LFQFSWFSCBOE 'VOEFSJOHT[BOENN 3JPMFSJOHTDVOFU





1BSLFFSWBL

3JKCBBO





(SPFOWBL

6JUHFFGCBBS E JKL "BOT MVJUJOH /"1 





















71

JKLWMB N "BOT MVJUJOHE MFO HUF



L

 





" BOTMV

 

EJKL "BOT MVJUJOH   /"1

%SBJOQVU

OBBS

 3  



3 

$3

 

EJKLOJWFBV

$3

+ EJKLOJWFBV

 OBBS

1BSLFFSWBL

 $3

 

 $3 3  

$3

$ 3  

 $3

3JKCBBO

 $3



$3

3  



(SPFOWBL

3  

 $3 3 



-

$

3   

)

3  

3  

5SPUUPJS

6JUHFFGCBBS



 $3



#

)

6JUHFFGCBBS

3 



0#Y



(#Y

.JOHSPOEXBUFSQFJM

EJKLOJWFBV

EJKLOJWFBV

$3

#

EJKLOJWFBV

"

 $3

EJKLOJWFBV

 $3

OBBS

3   3   $3  $3

 OBBS

"



1&GPMJF

83.

O PEJH

OBBS

1SPGJFMPQFFOPPS

83.



(#Y

$

)

4$)""- 

(SJOELPGGFSNFUESBJOBHFCVJT

3PDLGMPX



0#Y

%0034/&%& 4$)""- 





#44,'LFQFSWFSCBOE 'VOEFSJOHT[BOENN 3JPMFSJOHTDVOFU

OBBS

3 

%0034/&%& 

 

-

EJKLOJWFBV 

3  



,-4USPPL

)

)  

(#Y

6JUHFFGCBBS









%

83.

1FSTMFJEJOHCFTUBBOE EJBNFUFSȾNN EJFQUFPOCFLFOE

 3JKCBBO





5SPUUPJS

5SBQ 









*

 $3

 $3 3  









0OEFSMJHHFOEFUFLFOJOHFO

1

%0034/&%&





1MFJOBQQBSUFNFOUFODPNQMFY

5SBQ

4$)""- 

*

 1MBOLBBSU %BUVN



83.



%F;XBSUF)POE

0NTDISJKWJOH

%0034/&%&



    

1SPGJFMWBOWSJKFSVJNUFN /"1

%BUVN



    

7FSTJF

$0/$&15 %XBSTQSPGJFMFOUPFHFWPFHE $0/$&15 5PFWPFHJOHEXQ(FOBMUFSOBUJFWFO $0/$&15 5PFWPFHJOHFOWFSMFOHJOH%81 $0/$&15 "BOWVMMJOHEXBSTQSPGJFMFO $0/$&15 &FSTUFVJUHBWF 4UBUVT

3URMHFWQXPPHU

7HNHQLQJQXPPHU

6FKDDO

%ODGIRUPDDW







[PP   

2SGUDFKWJHYHU

ˆ˙˝ ˛°˜ ! ˜" #$

3



















% &'˙ ˛( )˙ *˙ ˛)+, " ˛$)#[YH˜$.ˆ )˙ //˙ #$" P

%SBJOCFTUBBOE EJBNFUFSPOCFLFOE EJFQUFPOCFLFOE

)8"WFSWBMMFO EJBNFUFSȾNN

2PVFKULMYLQJ

0 #˛)+SP" ! ˙ # 2 3 " ˛/ 1˛ 4)˙˜ ˙#

=XLGHUODDQ',$(=HYHQDDU 7,(LQIR#NSPFLYLHOQO































2

%ODGLQEODGHQ

3URMHFW

83.



3, 3, 3, 3, 3,

(FUFLFOE 7SJKHBWF



1FSTMFJEJOHCFTUBBOE EJBNFUFSȾNN EJFQUFPOCFLFOE



,8) %7 %7 8)

0NTDISJKWJOH

˘ˇ

#44,'LFQFSWFSCBOE 'VOEFSJOHT[BOENN 3JPMFSJOHTDVOFU

&

4$)""- 

5FLOS





)DVH



3

3

7BO

7FSTJFCFIFFS

.)8 N 

 $3

 $3



-FHHFSQSPGJFMN /"1



3 

#FSN

#44,'LFQFSWFSCBOE 'VOEFSJOHT[BOENN 3JPMFSJOHTDVOFU

2



/

(

 3JKCBBO

%SBJOCFTUBBOE EJBNFUFSPOCFLFOE EJFQUFPOCFLFOE

)8"WFSWBMMFO EJBNFUFSȾNN

(#Y

4$)""- 

$3

3  

 7FSIBSEJOHUVTTFO QBSLFFSWBLLFO

&

 5SPUUPJS

#44,'LFQFSWFSCBOE 'VOEFSJOHT[BOENN 3JPMFSJOHTDVOFU 

%0034/&%& 1

,BOEJUVJUMFHHFS POEFSHFCPVX

3 

71

(#Y





.

3

3

%





FBV

,BOEJUVJUM FHHFS POEFSHFCPVX

(

-FHHFSQSPGJFMN /"1



$3

#PMQSPGJFM

83.

1SPGJFMWBOWSJKFSVJNUFN /"1

*OHBOHQBSLFFSHBSBHF

 

$3

)

4$)""- 



%0034/&%&

 "QQBSUFNFOUFODPNQMFY

3  

 (SPFOTUSPPLXBOEFMQBE 71



 

3 

3

/ 

3   

(#Y

 3JKCBBO

EJKL OJW

*

 1BSLFFSWBL

 OBBS

*

0#Y

&

 6JUHFFGCBBS 5SPUUPJS



 $3

 

71

3 





 $3





 $3



3  







 $3



3  



3  



*



MBL



HEJKLW "BO TMVJUJO N MFO HUF

71

.

EJKL "BOT MVJUJOH  /"1

%

*

.BYHSPOEXBUFSQFJM

 $3



.BYHSPOEXBUFSQFJM

,

 W MBL

"B OTM VJUJOHEJKL MFOH UFN

 OBBS

"BOT  MVJUJO /" HEJKL 1

MFOHUJUJOH F EJKLW N MBL

'





+



 5SPUUPJS

6JUHFFGCBBS

71

3

 #FSN

3  

 1BSLFFSLPGGFS

 $3

 *OSJUQBSLFFSLPGGFS



+

3  

 3JKCBBO

(#Y

0#Y

0#Y

 *OSJUPQFOCBBS

, 

71

'



6JUHFFGCBBS

+

83.



 $3

1&GPMJF

3  

.JOHSPOEXBUFSQFJM

#

83.

0#Y



%0034/&%& 4$)""- 

(#Y

3PDLGMPX +







.BYHSPOEXBUFSQFJM









Bijlage 2: Beschikbaar grondonderzoek

Op al onze werkzaamheden is de DNR 2011 van toepassing

PO W

ER ED

BY

AB O -G

RO U P

GEOMET

Veldrapport betreffende grondonderzoek IJzergieterij nabij de Rivierdijk te Hardinxveld-Giessendam

Opdracht nummer

AA16261-1

Datum rapport

9 mei 2017

AA16261-1

blz. 1

Veldrapport betreffende grondonderzoek IJzergieterij nabij de Rivierdijk te Hardinxveld-Giessendam

Opdracht nr.

AA16261-1

Datum rapport

9 mei 2017

Opdrachtgever

Inter Geotechniek BV Langesteijn 122 3342 LG hendrik Ido Ambacht

Bijlagen - sondeergrafieken met kleefmeting - boorstaten - laboratoriumonderzoek - situatietekening

rapportcontrole: A.F. van der Burg

0172 44 98 22

dd.

01 t/m 10 HB01 t/m HB05 2017-087, 3 pagina’s T01

opgesteld door: A.W. Rijnshof

AA16261-1

blz. 2

WERKOMSCHRIJVING Op 30 maart 2017 ontving Geosonda van Inter Geotechniek de opdracht voor het uitvoeren van een grondonderzoek betreffende de herinrichting van een projectlocatie aan de Rivierdijk te Hardinxveld-Giessendam. De resultaten van het grondonderzoek zijn in dit veldrapport opgenomen. Sonderingen Uitgevoerd werden 10 diepsonderingen met meting van de plaatselijke mantelwrijving. Het resultaat van de sonderingen is gepresenteerd op de sondeergrafieken 01 t/m 10. De diepte op de sondeergrafieken is gegeven in meters ten opzichte van NAP. De sondeerlocaties zijn uitgezet en ingemeten met dGPS-RTK en weergegeven in de bijgevoegde situatietekening T01. De sonderingen zijn uitgevoerd met een elektrische conus met hellingmeter conform NEN-EN-ISO 22476-1. Met de elektrische conus vindt een directe en continue meting plaats van zowel de weerstand aan de conuspunt als van de wrijving langs de kleefmantel. De continue registratie van de ondervonden bodemweerstand verzekert een gedetailleerd beeld van de bodemopbouw. Dit geldt niet alleen voor de sterkte van de bodem, maar tevens met betrekking tot de aard van de aanwezige grondlagen. De verhouding tussen wrijvingsweerstand en conusweerstand, het zogenaamde wrijvingsgetal, heeft namelijk voor iedere grondsoort een andere waarde.

Als indicatie gelden voor de gladde elektrische conus bij normaal geconsolideerde gronden onder de grondwaterstand de navolgende relaties: wrijvingsgetal in % 0,3 – 1,2 1,5 – 2,0 2,5 – 5,0 > 5,0

grondsoort zand, grof tot fijn silt klei veen

Tussen de verschillende grondsoorten komen overgangsvormen voor waardoor de aangegeven grenzen niet als hard zijn te beschouwen. In de conus bevindt zich een hellingmeter waardoor een controle mogelijk is op een eventueel afwijken van de verticaal. De gemeten afwijkingen zijn gepresenteerd op de sondeergrafieken. Bijzondere afwijkingen zijn in het algemeen niet vastgesteld.

0172 44 98 22

AA16261-1

blz. 3

Boringen Ter beoordeling van de toplagen werden 5 handboringen uitgevoerd tot een diepte van 5 meter, waarbij 31 kopeckysteekringen zijn gestoken. De handboringen zijn uitgevoerd met de edelmanboor, handguts en zuigerboor. De zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde is weergegeven in de handboorstaten HB01 t/m HB05. De boorlocaties zijn uitgezet en ingemeten met dGPS-RTK en weergegeven in de bijgevoegde situatietekening T01. De 31 kopeckysteekringen zijn aan het laboratorium van Gemeentewerken Rotterdam aangeboden voor analyse. Tevens werden de volumegewichten en watergehalte van de grondmonsters bepaald. De diepte op de boorstaten is gegeven in meters ten opzichte van NAP. De resultaten zijn weergegeven in het onderzoeksrapport 2017-087, welke in de bijlage is toegevoegd. Alphen aan den Rijn, 9 mei 2017

GEOSONDA B.V.

ing. A.F. van der Burg Hoofd Buitendienst

0172 44 98 22

Conusweerstand (qc) in MPa +3

2

4

6

8

10

Wrijvingsgetal (Rf=fs/qc) in % 12 14 16 M.V. : 2,81 m NAP

18

20

6

4

2

0,5

+1

0,7

0

0,5

-1

0,5

-2

0,5

-3

0,4

-4

0,4

-5

0,5

-6

Diepte in m ten opzichte van referentieniveau (NAP) gecorrigeerd voor hellingsafwijking

8

0,5

0,10 m klinker

+2

10

0,5

-7

0,6

-8

0,7

-9

0,7

-10

0,9

-11

1,0

-12

1,3

-13

1,4

-14

1,6

-15

1,7

-16

1,9

-17

2,0

-18

2,1

-19

2,4

-20

2,4

-21

2,5

-22

2,6

-23 -24 -25 -26 -27 -28 -29 -30 -31 -32 -33 -34 225 15

cm² cm²

0,10 0,20 0,30 Wrijvingsweerstand (fs) in MPa

0,40

0,50

sondering volgens NEN-EN-ISO22476-1

1.45

Project : IJZERGIETERIJ NABIJ RIVIERDIJK Locatie : HARDINXVELD GIESSENDAM

x

Helling (I) in graden : 19-4-2017 Datum Conusnr. : S15CFII.924 Projectnr. : AA16261 Sondeernr.: 01

1/1

Conusweerstand (qc) in MPa +3

2

4

6

8

10

Wrijvingsgetal (Rf=fs/qc) in % 12 14 16 M.V. : 2,64 m NAP

18

20

6

4

2

1,4

+1

0,6

0

0,8

-1

0,8

-2

0,6

-3

0,5

-4

0,5

-5

0,5

-6

Diepte in m ten opzichte van referentieniveau (NAP) gecorrigeerd voor hellingsafwijking

8

1,8

0,10 m klinker

+2

10

1,0

-7

1,7

-8

2,2

-9

2,1

-10

2,0

-11

1,8

-12

1,7

-13

1,5

-14

1,5

-15

1,5

-16

1,3

-17

1,4

-18

1,3

-19

1,1

-20

1,1

-21

1,1

-22 -23 -24 -25 -26 -27 -28 -29 -30 -31 -32 -33 -34 225 15

cm² cm²

0,10 0,20 0,30 Wrijvingsweerstand (fs) in MPa

0,40

0,50

sondering volgens NEN-EN-ISO22476-1

1.45

Project : IJZERGIETERIJ NABIJ RIVIERDIJK Locatie : HARDINXVELD GIESSENDAM

x

Helling (I) in graden : 19-4-2017 Datum Conusnr. : S15CFII.924 Projectnr. : AA16261 Sondeernr.: 02

1/1

Conusweerstand (qc) in MPa +3

2

4

6

8

10

Wrijvingsgetal (Rf=fs/qc) in % 12 14 16 M.V. : 2,99 m NAP

18

20

6

4

2

1,6

+1

2,7

0

1,9

-1

1,4

-2

1,4

-3

1,3

-4

1,4

-5

1,5

-6

Diepte in m ten opzichte van referentieniveau (NAP) gecorrigeerd voor hellingsafwijking

8

1,2

0,10 m klinker

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/497/documents/15646