CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van beantwoording zienswijzen IJzergieterij.pdf

Gemeenteraad GHG 21 januari 2021, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 13: Bestemmingsplan 'IJzergieterij' - Raadsvoorstel36.990 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Ook al is de Wet geluidhinder niet van toepassing op 30 km/u-wegen in de jurisprudentie is bepaald dat een akoestische afweging bij het opstellen van een ruimtelijk plan nodig is met verwijzing naar het beginsel van 'een goede ruimtelijke ordening. Dat een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van de gevelbelasting volgens de toelichting/ bijlage voor de woningen aan de Nieuweweg niet behoeft te worden verwacht, is niet cijfermatig en aan de hand van actueel representatief onderzoek, gebaseerd op recente verkeerstellingen aangetoond of aannemelijk gemaakt. 20. Indiener betreurt ook dat het ontwerpbestemmingsplan niet is voorzien van de reacties uit het vooroverleg, onder andere de reactie van Waterschap Rivierenland. Nu die reactie is uitgebleven kan indiener zich geen beeld vormen van de juistheid van de waterparagraaf ten behoeve van het te ontwikkelen woongebied. Door dit gebrek is het thans dus niet mogelijk tot een gemotiveerde zienswijze te komen of het standpunt in de toelichting ter toetsing voor een deskundig tegenoordeel voor te leggen aan een andere instantie, waardoor het verdedigingsbeginsel wordt geschonden. 21. Naar het voorlopig oordeel van indiener is het plan in strijd met het recht en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, alsook in strijd met een goede ruimtelijke ordening (art.

3.1 Wro) voorbereid, zijn de belangen van indiener niet of althans onvoldoende betrokken of daarin meegewogen in de aan het bestemmingsplan ten grondslag liggende motieven en ontbreekt daarvoor maatschappelijk draagvlak. De onderzoeken, waarop het plan wordt gebaseerd, beschrijven onvoldoende de effecten op de omgeving, althans zijn deze niet volledig c.q. onvoldoende beoordeeld en is het bestemmingsplan derhalve niet uitvoerbaar. Hieronder volgt de reactie van de gemeente: Ad. 1 a. De laatste onderzoeken zijn inmiddels afgerond en de ontheffing wordt voorbereid. De conclusie is dat de Wet natuurbescherming de uitvoering van dit bestemmingsplan niet in de weg staat. De toelichting van het bestemmingsplan bevat hierover de meest recente informatie. b. In september 2020 heeft er een actualisatie plaatsgevonden van het verkeersonderzoek uit 2018. De aanleiding hiervoor was enerzijds de nieuwe functies in het gebied die aan het bestemmingsplan zijn toegevoegd. Anderzijds was het voor milieuberekeningen nodig de verkeersgeneratie per etmaal in plaats van alleen op de drukste momenten in kaart te brengen. Pagina 38 van 62

Zowel in het onderzoek van Graaff Traffic als in de second opinion is gebruik gemaakt van de gegevens van de Regionale Verkeers- en MilieuKaart. Het bureau Graaff Traffic heeft in beperkte mate verkeerstellingen verricht. Verder is door de bureaus vooral gebruik gemaakt van de gegevens van de Regionale Verkeers- en Milieukaart (RVMK). De tellingen komen in grote lijnen overeen met de gegevens uit het model. De RVMK is in regionaal verband ontwikkeld en wordt jaarlijks bijgehouden. Om de ongeveer vijf jaar vindt een grote update plaats en worden op meerdere plaatsen tellers geplaatst om het model te kunnen kalibreren en te actualiseren. Het model kent een basisjaar en een aantal prognosejaren. Voor prognoses wordt m.n. uitgegaan van autonome ontwikkelingen van de mobiliteit en van de voorziene ontwikkelingen in woningbouw en uitbreiding bedrijventerreinen. c. Nieuwe bouwinitiatieven, zeker wanneer deze binnen bestaand stedelijk gebied worden ontwikkeld, moeten voorzien in hun eigen parkeerbehoefte. Het is niet de bedoeling dat een nieuwe ontwikkeling een bestaand parkeerprobleem oplost. Op de locatie IJzergieterij gaat het om een gebied dat alleen wordt ontsloten via de Rivierdijk en de Peulenstraat-zuid. Deze twee wegen kennen een behoorlijke parkeerdruk. Vandaar dat het parkeren in de voorbereiding uitgebreid aan de orde is geweest.

In het gebied IJzergieterij worden onder meer parkeerplaatsen in het openbaar gebied aangelegd. Deze kunnen door iedereen, ook bewoners van de Rivierdijk, worden gebruikt. De parkeerrichtlijn van de CROW gaat uit van het type woning. Bij een vrijstaande woning wordt uitgegaan van een hogere parkeerbehoefte dan bij een rijwoning. Ook wordt in het parkeercijfer rekening gehouden met het parkeren door bezoekers. Zoals onder het kopje Rivierdijk en Peulenstraat-zuid is beschreven, mag er aan twee zijden van de weg worden geparkeerd. Om het mogelijk te maken dat voertuigen elkaar passeren, zijn er op korte afstand van elkaar passeerstroken aangelegd. Er is geen sprake van het 'afnemen' van parkeerplaatsen van bewoners. Het bouwplan IJzergieterij moet voorzien in de eigen parkeerbehoefte. Als er een aansluiting komt op de Rivierdijk, gaat dit niet ten koste van parkeergelegenheid op de Rivierdijk. Zoals hierboven beschreven zullen de passeervlakken dan herverdeeld worden. In de toelichting van het bestemmingsplan is een berekening opgenomen van het aantal benodigde parkeerplaatsen. Er is wel degelijk gerekend met parkeernormen, voor de IJzergieterij wordt uitgegaan van de gemiddelde parkeernorm op basis van weinig stedelijk, rest bebouwde kom, conform de CROW-publicatie 381. Ook een eventuele horecavoorziening en waterbus is meegenomen in de berekeningen. d.

De binnenwaarden van woningen zijn nog niet berekend, dit gebeurt pas bij de bouwvergunning. De binnenwaarden moeten dan voldoen aan de regels zoals opgenomen in het bouwbesluit. Dit is echter geen formeel onderdeel van de bestemmingsplanprocedure. Geluidcontouren worden normaliter niet opgenomen in de verbeelding van het bestemmingsplan, het klopt dat er een zone langs de weg geldt, maar de contouren die reiken tot de woningen worden niet op de verbeelding getoond. In het Geluidbeleid Goede Ruimtelijke Ordening Hardinxveld-Giessendam 2018 (hierna te noemen 'geluidbeleid')is vastgelegd dat bij het vaststellen van hogere waarden onder meer een afweging gemaakt moet worden of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat als een woning beschikt over een geluidsluwe gevel én een geluidsluwe buitenruimte. Pagina 39 van 62

Met betrekking tot het woningbouwproject de IJzergieterij is uit akoestisch onderzoek gebleken dat een gedeelte van de woningen niet voldoet aan deze eis. Er is echter vanuit het geluidbeleid een mogelijkheid om hiervan af te wijken, mits dit gemotiveerd gebeurt. Het college van B&W heeft ervoor gekozen om bij het bestemmingsplan van de IJzergieterij van deze afwijkingsmogelijkheid gebruik te maken. De volgende motivering ligt hieraan ten grondslag. Uit het akoestisch onderzoek is gebleken dat het treffen van maatregelen bij de geluidsbron of in de overdracht onvoldoende doeltreffend zijn en/of financieel onhaalbaar zijn. Tijdens het proces is daarom gekeken in hoeverre veranderingen in stedenbouwkundige opzet, als ook het nemen van bouwkundige maatregelen bijdragen aan het verbeteren van de akoestische situatie. Daarbij zijn er op enkele punten verbeteringen gerealiseerd. Zo is de toepassing van het aantal meters dove gevels aanzienlijk verminderd. Op andere punten bleken aanpassingen en verbeteringen niet of nauwelijks mogelijk. Veranderingen in opzet hangen daarbij ook nauw samen met andere aspecten van het plan. Zo is er meer ruimte gerealiseerd tussen de huidige bebouwing en toekomstige woningen en is er een extra lus voor het verkeer toegevoegd om de Rivierdijk te ontlasten. Verder is gekeken naar de grootte van de afwijking.

Een groot gedeelte kent een minimale afwijking van het geluidbeleid (1-3 dB). Op dit moment is de gemeente in gesprek met Rijkswaterstaat over het saneringsplan geluid voor de A15. Deze gesprekken alsmede de toekomstige verbreding van de A15 bieden kansen voor het nemen van maatregelen die een positief effect kunnen hebben. Met name voor woningen die nu minimaal afwijken zou de akoestische situatie dusdanig kunnen verbeteren dat er alsnog sprake is van een goed woonen leefklimaat. Enkele woningen hebben een grotere afwijking (5dB). Wanneer er naar het plangebied gekeken wordt valt op dat dit voornamelijk woningen zijn in het gebied dat het meest nabij de A15 ligt. Op deze plek zouden in het oorspronkelijke plan grondgebonden woningen komen. De gemeente heeft echter de wens uitgesproken om in dit plangebied ook ruimte te creëren voor starterswoningen. De grondgebonden woningen zijn daarom in het huidige plan vervangen voor een appartementencomplex dat voorziet in deze behoefte. De keuze om af te wijken is daarbij niet enkel naar het geluidsaspect als zodanig gekeken, maar ook naar het bredere maatschappelijke belang van dit woningbouwproject. Daarbij spelen de ambities en afspraken met betrekking tot de Groeiagenda 2030 en de Regiodeal DrechtstedenGorinchem een belangrijke rol.

In de gemeente Hardinxveld-Giessendam liggen de komende jaren de nodige plannen om woningen toe te voegen en zo bij te dragen aan de lokale en regionale groeiopgave. De gemeente zet hierbij in op minimaal de lokale behoefte en een organische groei ten behoeve van de regionale behoefte. Volgens de prognose (april 2019) zijn voor de lokale behoefte tot 2030 jaarlijks ruim 80 woningen nodig in Hardinxveld-Giessendam. Daarbovenop bouwen we extra woningen in het duurder segment, om aan de doelstellingen vanuit de regio Drechtsteden te voldoen: meer midden- en hoogopgeleiden aantrekken. Het woningbouwproject IJzergieterij in de gemeente Hardinxveld-Giessendam is noodzakelijk om aan de lokale en regionaal ambities te voldoen. In het jaar 2020 ligt de woningbouwproductie onder het gewenste niveau van minimaal 80 woningen per jaar. Voor 2021 is het vooruitzicht dat deze gewenste woningbouwproductie ook niet wordt gehaald.

Ook zet de gemeente Hardinxveld-Giessendam in op doorstroming door kwalitatief goede woningen toe te voegen. Zo kunnen doorstromers een stap zetten in hun wooncarrière en Pagina 40 van 62

laten zij woningen achter voor starters op de woningmarkt. Daarnaast is er een grote krapte op de woningmarkt omdat er een stapeling is van opgave op het gebied van wonen, bovenop de al bestaande opgave. Het gaat hierbij onder andere om de extramuralisering van de zorg, de opgave van huisvesting voor dak- en thuislozen en huisvesting voor arbeidsmigranten. Alles overziende is het college van B&W van mening dat de akoestische situatie niet optimaal is, maar dat er alles aan gedaan is om het woningbouwproject binnen de gegeven context te optimaliseren. Wel is het college van B&W van mening dat toekomstige bewoners goed geïnformeerd moeten worden over de akoestische situatie. Met de ontwikkelaar zal worden afgesproken dat er een passage in de koopovereenkomst komt te staan. e. In het verkeersonderzoek is gekeken naar de bereikbaarheid van het woongebied in het algemeen. Hulpdiensten (vertegenwoordigd door de brandweer) beoordelen het plan apart op bereikbaarheid voor hulpdiensten. Dat hoeft niet in het verkeersonderzoek opgenomen te worden en is dus geen formeel onderdeel van deze bestemmingsplanprocedure. Zware congestie door sluipverkeer in de spitsen is niet gebleken uit de onderzoeken. De geparkeerde auto's en de passeerstroken maken de route juist onaantrekkelijk voor sluipverkeer.

In de spits is het ook drukker op de route Nieuweweg-Rivierdijk, waardoor het afslaan richting het westelijk deel van de Rivierdijk wordt bemoeilijkt. De opstelruimte op de kruising Nieuweweg-Rivierdijk verbetert de ontsluiting van het westelijk deel van de Rivierdijk wel. Na aanpassing van dit kruispunt kan in 2 fases worden overgestoken. Eerst kan het verkeer dat de helling op komt worden ingeschat. Vervolgens kan het verkeer komende vanaf de Rivierdijk worden ingeschat. In de huidige situatie moet het verkeer uit twee richtingen worden ingeschat om ruimte te vinden om over te steken. Dit wordt nader onderbouwd in de verkeersonderzoeken. In de second opinion door Goudappel (bijlage 3 bij deze nota) is het kruispunt met middeneiland beoordeeld. Daarbij worden ook voorstellen gedaan om het gevaar, dat in het rapport van Goudappel genoemd wordt, te voorkomen door maatregelen in de inrichting te treffen. Voor de uitvoerigere beschrijving hiervan wordt ook verwezen naar het rapport second opinion van RoyalHaskoning DHV (bijlage 4 bij deze nota).

f.

De aanpassing valt binnen de contouren van verkeersbestemming van het vigerende plan. De toetsing voor geluid moet nog plaats vinden en indien nodig zullen hieruit voortvloeiende maatregelen worden uitgevoerd. Op het terrein is inderdaad sprake van ernstige bodemverontreiniging. Dat is al geruime tijd bekend. In 2010 is al een historisch onderzoek uitgevoerd, gevolgd door nader onderzoek. Begin 2020 zijn deze onderzoeken geactualiseerd. Toen bleek dat de eerdere voorgaande onderzoeken wel verouderd waren, maar dat ze wel uitgebreid en compleet waren. Daarnaast is nog aanvullend onderzoek gedaan naar PFAS en het afperken van de verontreiniging met minerale oliën. Het wijzigen van het gebruik naar wonen zonder dat de bodem eerst is gesaneerd is niet toegestaan (Wbb). Daarnaast bepaalt de Wabo (artikel 6.2c) dat een bouwvergunning (zo die al zou zijn afgegeven) niet mag worden gebruikt als de bodem verontreinigd is. Uit de bodemonderzoeken was het van het begin af aan al duidelijk dat de grond gesaneerd moet worden. Hoe de sanering moet worden uitgevoerd bepaalt de Wbb. Gedeputeerde Staten (GS) zien op de naleving daarvan toe. Degene die een sanering wil uitvoeren moet zich bij GS melden en Pagina 41 van 62

vragen om toestemming voor de sanering. Daarbij moet een saneringsplan worden opgesteld. GS bepalen vervolgens of en hoe de sanering gaat plaatsvinden, dus of het saneringsplan akkoord is of niet. In het geactualiseerde bodemonderzoek (bijlage bij het bestemmingsplan) is een beeld gegeven van hoe die sanering zou kunnen worden uitgevoerd. Bovendien is er al een saneringsplan opgesteld. Het saneringsplan is ingediend bij het bevoegd gezag, in dit geval de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Zodra dit saneringsplan is goedgekeurd is dit voor een ieder inzichtelijk. Voor de goede orde: dat betekent niet dat de sanering ook precies zo wordt uitgevoerd. Hoe het precies zal worden uitgevoerd, beslissen GS na indiening en beoordeling van het saneringsplan van de initiatiefnemer. De gemeente staat daar buiten. Voor de bestemmingsplanprocedure is van belang dat er zicht is op de (globale omvang en ernst van de) verontreiniging en dat het helder is dat een sanering moet worden uitgevoerd. Eventuele vervolgonderzoeken zijn in dit stadium niet aan de orde. Dat blijkt ook uit relevante rechtspraak (bijv. ABRvS 4 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4068). De conclusie is dan ook dat de Wbb er niet voor zorgt dat het bestemmingsplan niet uitvoerbaar zou zijn (zie hierboven onder de uitleg ‘algemeen’): er kan gesaneerd worden onder de voorwaarden die GS zullen stellen.

Mocht het zo zijn dat men het niet eens is met de voorwaarden die GS aan de sanering stellen (en de manier waarop dat gebeurt), dan wordt de discussie daarover niet via het bestemmingsplan, maar via de besluitvorming van GS op de sanering gevoerd. De bodemverontreiniging – hoe vervelend ook – staat dus niet in de weg aan het vaststellen van het bestemmingsplan. Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moeten inderdaad een aantal vaste overlegpartners worden betrokken. Dat is in de wet zo geregeld (art. 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening, of: Bro). De achterliggende gedachte daarbij is dat deze partijen vanuit hun eigen expertise en bestuurlijke verantwoordelijkheid het plan beoordelen. Zo worden de belangen die deze bestuursorganen behartigen in een zo vroeg mogelijk stadium van planvorming meegenomen. De wettelijke vooroverlegpartners hebben zowel het ontwerp, als het voorontwerp van het bestemmingsplan (inclusief onderzoeken, aanmeldnotitie en toelichting) toegezonden gekregen. Zij hebben daarvan kennisgenomen en hun reactie kenbaar gemaakt. Deze reacties zijn in de ‘nota inspraak en vooroverleg’ samengevat (bijlage 15 bij het bestemmingsplan). Voor de volledigheid wordt er op gewezen dat de inspraakreactie van Rijkswaterstaat aanvankelijk – en ten onrechte – niet in de nota was verwerkt.

Dat wordt in het bestemmingsplan dat ter vaststelling wordt voorgelegd gecorrigeerd. Overigens heeft die inspraakreactie wel geleid tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. Naar aanleiding van het ontwerp hebben de wettelijke overlegpartners vervolgens ook zienswijzen ingediend. Een samenvatting van deze zienswijzen en de reactie daarop zijn opgenomen in deze nota. De reacties van de overlegpartners hebben tot verschillende planaanpassingen geleid. Los van het wettelijk verplichte overleg is het plan ter advisering voorgelegd aan de Veiligheidsregio Zuid Holland Zuid (ZHZ), die in het kader van externe veiligheid opmerkingen Pagina 42 van 62

heeft gemaakt. Dit heeft geresulteerd in een aanvullend onderzoek – dat is in het bestemmingsplan opgenomen en de resultaten daarvan zijn verwerkt. Ook de Omgevingsdienst Zuid Holland Zuid (ook wel: OZHZ) is bij de voorbereidingen betrokken. Dit is overigens al in een heel vroeg stadium gebeurd. Het aspect geluid is bijvoorbeeld al begin 2018 besproken waarna verschillende aspecten van het plan de revue zijn gepasseerd. De Omgevingsdienst had het plan van meet af aan in beeld. g. Het saneringsplan is ingediend bij het bevoegd gezag. De olieverontreinigingen worden, met het oog op de toekomstige gevoelige woonbestemming, gesaneerd middels een verwijderingsvariant (ontgraving) Deze wordt mogelijk gevolgd door een aanvullende onttrekking van grondwater met als doelstelling sanering tot onder de interventiewaarde. Dit voorkomt nazorgmaatregelen en monitoringswerkzaamheden ten aanzien van deze, in potentie mobiele, verontreiniging in de toekomst. Alle aanwezige halfverhardingen, het (grof) puin in de bodem, maar ook de betonvloeren, stelconplaten, klinkers, tegels en het niet-teerhoudende asfalt zullen op locatie in depot worden gezet en door een erkende breker onder certificaat worden gebroken. Het granulaat zal zoveel als mogelijk worden hergebruikt op locatie voor o.a. de bouwwegen en het ketenpark. Overtollig granulaat zal worden afgevoerd.

De immobiele verontreiniging in de boven- en ondergrond als gevolg van de bedrijfsmatige activiteiten en de diverse ophogingen, wordt gesaneerd middels een isolatievariant. Gezien de huidige hoogteligging van het terrein ten opzichte van het toekomstig gewenste peil, zal voor een deel de toplaag verontreinigde grond verwijderd moeten worden, alvorens de isolerende voorzieningen kunnen worden aangebracht. Deze vrijkomende bovengrond zal waar mogelijk binnen het plangebied worden herschikt onder de isolerende voorzieningen en indien mogelijk ter aanvulling worden aangewend van de ontgraving van de olieverontreinigingen. Overtollige grond zal worden afgevoerd naar een erkend verwerker. De isolerende laag ter plaatse van de gehele locatie wordt gerealiseerd door de aanleg van een leeflaag of duurzame afdeklaag (bebouwing/wegen). Deze laag zal afhankelijk van de peilhoogtes geleidelijk worden aangebracht. De specifieke peilhoogtes zijn opgenomen in het saneringsplan. Het saneringsplan is ingediend bij het bevoegd gezag, in dit geval de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Zodra dit saneringsplan is goedgekeurd is dit voor een ieder inzichtelijk. Voor het beoordelen van de optredende zettingen van deze ophoging en de invloed daarvan op de hoogteligging van de kruin van de dijk en de binnen- en buitenstabiliteit van de dijk, heeft GeoRisQ B.V.

een zettings- en stabiliteitsanalyse van het bestaande dijklichaam uitgevoerd. Dit onderzoek is tevens opgenomen als bijlage 2 bij deze nota. Op basis van de uitgevoerde stabiliteitsberekeningen in de huidige situatie, in de toekomstige eindfase en in de uitvoeringsfase wordt geconcludeerd dat zowel de binnenwaartse als buitenwaartse stabiliteit van de huidige kade niet negatief wordt beïnvloed door de aanleg van de geplande ophoging. h. Het percentage verhard oppervlak is opgenomen in de waterhuishoudkundige berekeningen en uitgebreid besproken met het waterschap. Voor het bepalen van het verharde oppervlak zijn de richtlijnen van het Waterschap in acht genomen. Er kan vanuit worden gegaan dat er in de toekomst niet of beperkt wordt afgeweken van het percentage verhard oppervlak. In de regels van het bestemmingsplan is daarnaast opgenomen dat het plan enkel gewijzigd kan worden, in de vorm van het aanbrengen van geringe veranderingen in de plaats, ligging en Pagina 43 van 62

i.

j.

afmetingen van bestemmingsgrenzen, wanneer de waterbelangen niet onevenredig worden geschaad en wanneer er overleg met het waterschap heeft plaatsgevonden. Er is een waterhuishoudkundig plan opgesteld, dat wordt bijgevoegd als bijlage bij het vastgestelde bestemmingsplan. Dit rapport is besproken en goedgekeurd door het waterschap. In het rapport zijn berekeningen opgenomen en worden en eisen gesteld ten behoeve van de toekomstige waterhuishouding. In de toelichting van het bestemmingsplan zijn deze eisen overgenomen. In de regels is een vergunningplicht opgenomen voor alle zaken die iets met water of oppervlakteverhardingen te maken hebben, en worden ontwikkelingen pas mogelijk gemaakt wanneer deze de waterbelangen respecteren. Er worden twee aparte regenwater rioolsystemen aangelegd, zodat de systemen elkaar niet nadelig kunnen beïnvloeden. Eén voor de nieuwe woningen in het plangebied en één voor de bestaande woningen aan de Rivierdijk. Daarnaast is de ophoging van de locatie IJzergieterij is niet van dien aard dat er effecten ontstaan m.b.t. zetting op de bestaande kavels/woningen. Op de locatie IJzergieterij wordt een bodemsanering uitgevoerd waarbij ook het verontreinigd grondwater wordt gesaneerd. Effecten op verspreiding (verontreinigd) grondwater zijn er dus ook niet. I.v.m.

de toekomstig lager gelegen bestaande woningen/tuinen wordt een drainagesysteem aangelegd welke er voor zorgt dat er geen overlast ontstaat. Na afloop van de saneringswerkzaamheden zal er voor de zekerheid grondwateronderzoek plaatsvinden. Het doel van het grondwateronderzoek is het kunnen beoordelen of er, als gevolg van alle graaf – en bouwwerkzaamheden, een (ontoelaatbare) verspreiding van de verontreiniging is opgetreden, zodanig dat aanvullende maatregelen dienen te worden genomen.

Ad. 2 De begrenzing van het bestemmingsplan is destijds op deze manier gekozen om zo meer samenhang te creëren tussen de bestaande woningen en de nieuwe wijk. De overgang tussen de bestaande percelen en de nieuwe wijk kan op deze manier beter geregeld worden. Dit wordt nog nader uitgewerkt in het inrichtingsplan. Er wordt alleen aangesloten op de Rivierdijk, verder worden er geen reconstructies gedaan. Hierdoor is het niet nodig om de Rivierdijk te betrekken in het plangebied. De aansluiting is mogelijk binnen de huidige contouren van het bestemmingsplan. Ad. 3 We zijn bekend met de zorgplicht en de Wet bodembescherming. Er zullen ruimschoots maatregelen worden genomen teneinde een soortgelijk schandaal als in Lekkerkerk te voorkomen. De bodemverontreiniging is echter ontstaan voor 1987, waardoor er geen sprake is van een ‘nieuw geval van bodemverontreiniging’. De zorgplicht is daarom niet van toepassing. Ad. 4 Zie punt 1g. Ad. 5 Bij de gekozen methode van bodemwarmte koppeling wordt geen grondwater opgepompt maar vindt overdracht van warmte/koude plaats via een gesloten systeem. Er komt geen grondwater in de woning. Ad. 6 Het is bekend dat er zich in het verleden in het plangebied, naast de IJzergieterij, meerdere bedrijven hebben gevestigd die een verontreiniging (hebben kunnen) achtergelaten in het gebied.

Gedurende de onderzoeken naar de bodemkwaliteit hebben er meerdere boringen en analyses plaatsgevonden die de verontreinigingen hebben aangetoond. Dit betreffen alle verontreinigingen die zich in de bodem bevinden, dus niet enkel die van de IJzergieterij afkomstig zijn. Pagina 44 van 62

Ad. 7 Zie punt 1g en punt 5. Ad. 8 Voor een initiatief dat in het Besluit m.e.r. wordt genoemd moet, als het initiatief boven een bepaalde drempelwaarde komt, worden beoordeeld of er een MER noodzakelijk is. De drempelwaarden zijn gebaseerd op algemene kenmerken van activiteiten en een globale aanname dat onder de drempelwaarde geen belangrijke nadelige milieugevolgen te verwachten zijn. Op grond van Europese rechtspraak (en onze landelijke wetgeving) geldt evenwel dat ook als er sprake is van een initiatief dat (ver) onder de drempelwaarde ligt, toch beoordeeld moet worden of een MER noodzakelijk is. Die beoordeling is de vormvrije MER beoordeling. Het besluit of een MER wordt opgesteld wordt genomen op basis van een aanmeldnotitie. In zowel het voorontwerp als in het ontwerpbestemmingsplan is stilgestaan bij de gevolgen van het initiatief voor het milieu. Bij het voorontwerp van het bestemmingsplan was een (aanvankelijk summiere aanzet van de) aanmeldnotitie gevoegd. Deze is in de ontwerpfase van het bestemmingsplan uitgebreid en aangevuld. Op basis van de (aangevulde) aanmeldnotitie is de procedure vervolgens voortgezet; beslist is dat er geen aanleiding was om een MER op te stellen en dat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage zou worden gelegd.

Mede naar aanleiding van ingediende zienswijzen en geactualiseerde onderzoeken is de aanmeldnotitie vervolgens verder aangevuld en geactualiseerd. Van belang is dat de conclusie dat geen MER is benodigd gedurende de gehele periode ongewijzigd is gebleven. De wettelijke vooroverlegpartners hebben zowel het ontwerp, als het voorontwerp van het bestemmingsplan (inclusief onderzoeken, aanmeldnotitie en toelichting) toegezonden gekregen. Als regel wordt de beslissing omtrent het wel of niet opstellen van een MER genomen door het college (omdat het college bevoegd is het ontwerpbestemmingsplan voor te bereiden), maar deze beslissing kan eventueel ook worden genomen door de gemeenteraad bij het vaststellen van het plan. Een nadere uitleg daarvan volgt in het tweede deel van de volgende alinea. Ten aanzien van de procedure is het volgende nog van belang. Omdat de aanmeldnotitie een aantal maal is aangevuld en geactualiseerd, heeft het college afgewogen of dit reden zou moeten zijn om de aangevulde aanmeldnotitie voor de derde maal (dus voordat het bestemmingsplan ter vaststelling aan de gemeenteraad wordt aangeboden) voor te leggen aan de overlegpartners, om eventueel daarna nog een nieuwe MER beslissing te nemen en om daarna nogmaals het bestemmingsplan in ontwerp ter inzage te leggen. Er is gekozen om dat niet te doen. Die keuze is bewust gemaakt.

Ten eerste hebben de overlegpartners al twee keer een (ontwerp en voorontwerp) bestemmingsplan gezien waarbij werd aangegeven dat geen MER zal worden opgesteld op basis van de (eveneens tweemaal toegezonden) aanmeldnotitie. Ten tweede blijkt uit de rechtspraak dat zelfs als de beslissing om geen MER op te stellen niet is genomen voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, maar tegelijkertijd met het vaststellen van het plan – door de gemeenteraad dus - dit formele punt wordt gepasseerd als belanghebbenden er niet door worden benadeeld (ABRvS 26 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3131). In dit geval hebben belanghebbenden al kennisgenomen van de aanmeldnotitie en het besluit om geen MER op te stellen in de voorontwerpfase en in de ontwerpfase. Zij hebben ook hun standpunt daaromtrent al kenbaar gemaakt. Door de aanvullingen en actualisering van de aanmeldnotitie worden zij dan ook niet in hun belangen geschaad. Te meer niet, nu de conclusie op basis van die aangevulde notitie ongewijzigd blijft. Het heeft daarom geen meerwaarde om het geactualiseerde document en het ontwerpbestemmingsplan nogmaals ter inzage te leggen, terwijl het wel veel extra proceduretijd en ambtelijke kosten betekent om de procedure opnieuw te voeren.

Pagina 45 van 62

Ad. 9 Zie punt 8. Ad. 10 Zie punt 8. Ad. 11 We begrijpen dat het niet exact duidelijk is op welke gevels een overschrijding plaatsvindt en welke dus moeten worden voorzien van een dove gevel. In de bijlage bij de toelichting is een kaart opgenomen waar dit wordt aangegeven, echter is er bij deze kaart uitgegaan van een verouderde verkaveling. De exacte verkaveling is afhankelijk van de geluidbelasting, en wordt hier op aangepast. Bij het vastgestelde bestemmingsplan wordt de meest recente versie van deze kaart opgenomen. Het hogere waarden beleid hoeft niet te worden aangepast, deze biedt de mogelijkheid om af te wijken van het beleid. Dit is dus een bestaande regeling. Ad. 12 De paragraaf luchtkwaliteit in de toelichting van het bestemmingsplan is aangepast naar de meest recente cijfers (2020). Ook op basis van de nieuwe cijfers blijkt ook dat de grenswaarden niet worden overschreden. Ook de onderzoeken naar de stikstofdepositie zijn recent geüpdatet zijn naar ons inziens, kloppend. Ad. 13 Het klopt dat de termijn die in de ontvangstbevestiging stond niet is gehaald. Deze termijn betreft geen wettelijke termijn, maar een termijn die de gemeente, al dan niet samen met de regio, heeft gekozen om als uitgangspunt te hanteren om daar binnen te antwoorden.

Verder is het ongelukkig, dat het systeem zo werkt, dat na die termijn, de opstellers van de brieven, geen informatie meer kunnen vinden over de behandeling. Binnen de gemeente of zelfs binnen de regio, zal dit probleem worden aangekaart, zodat er naar een betere procedure/afhandeling kan worden gezocht. Ad. 14 De inspraakprocedure is geen juridisch onderdeel van de bestemmingsplanprocedure en in verband met de vele reacties en de grote mate van overlap tussen deze, is er voor gekozen om de reacties samen te vatten. Er is zorgvuldig omgegaan met de reacties en het spijt ons als indiener het gevoel heeft dat hierin tekort is gekomen. Ad. 15 Zoals hiervoor aangegeven heeft in september 2020 een actualisatie plaatsgevonden van het verkeersonderzoek. De conclusie bleef hetzelfde. De second opinion door Royal HaskoningDHV is toegevoegd als bijlage 4 bij deze nota. De aanvullende ecologische onderzoeken zijn inmiddels afgerond en de ontheffing die hiervoor moet worden aangevraagd worden op dit moment voorbereid. In verband met de eventuele verouderde onderzoeksgegevens heeft in onderzoeksbureau Vestigia in september 2020 een second opinion uitgevoerd. Hieruit blijkt dat het archeologiebeleid sinds de rapportage uit 2013 niet is veranderd. Het archeologisch onderzoek uit 2013 is destijds uitgevoerd conform de richtlijnen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) versie 3.2.

Inmiddels wordt in Nederland gewerkt met versie 4.1. Om te bepalen of het onderzoek nog steeds voldoet aan de huidige richtlijnen, is het betreffende rapport getoetst aan de KNA versie 4.1. Op basis van deze second opinion kan worden geconcludeerd dat het archeologisch onderzoek uit 2013 is uitgevoerd op een wijze, die eigenlijk alleen op administratieve details afwijkt van de geldende Pagina 46 van 62

kwaliteitsrichtlijnen KNA versie 4.1. De werkwijze van het onderzoek is afdoende herleidbaar. De second opinion is toegevoegd aan de beschrijving in de toelichting. Ad. 16 In de planregels van het bestemmingsplan zijn de eventuele horeca, dienstverlening en aan huis gebonden beroepen opgenomen. De eventuele realisatie van een boulevard, jachthaven of waterbus vormen op dit moment geen onderdeel van het bestemmingsplan. Bij toekomstige plannen zal er op die punten opnieuw worden gekeken naar alle aspecten, waaronder verkeer. Het kan kloppen dat er in het verleden een indicatie is gegeven over een verwachte toekomstige invulling, met dit bestemmingsplan is er echter gekozen voor een (voornamelijk) woningbouwprogramma. Het voorliggende bestemmingsplan regelt dan ook wat mogelijk gaat worden. Ad. 17 De waterparagraaf en de planregels met betrekking tot de waterhuishouding worden in overleg met het waterschap aangepast zodat alle waterbelangen uiteindelijk worden geborgd in het plan. In het waterhuishoudkundig plan is uitgewerkt hoe het water wordt opgevangen en afgevoerd. Daarbij is uiteraard rekening gehouden met de toekomstige situatie met alle inrichtingsaspecten. Met dit plan is aangetoond dat het toekomstige waterbeheer zodanig is dat alle woningen binnen het gebied tussen de dijken voldoende afwatering hebben en de waterbeheersing dan op orde is.

Ten behoeve van de parkeergarage zal er niet of zeer beperkt (liftputten) ontgraven worden. Dit i.v.m. het feit dat het Waterschap een maximale ondergrens heeft aangegeven m.b.t. de diepte van de fundering. Deze ligt voor het grootste deel al boven het huidig maaiveld. Grootschalige bronbemaling is dus niet nodig. Indien bemaling nodig is, zullen de daarvoor geldende regels in acht worden genomen en waar nodig beschermende maatregelen worden getroffen. Ad. 18 In de omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland zijn regels opgenomen met betrekking tot het saneringsplan. Deze regels zullen in het saneringsplan worden toegepast, waardoor er een duurzame en veilige leefomgeving ontstaat. Het saneringsplan is ingediend bij het bevoegd gezag, in dit geval de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Zodra dit saneringsplan is goedgekeurd is dit voor een ieder inzichtelijk. Ad. 19 a. Met betrekking tot het peil, zijn ter plaatse van de bestemming ‘Wonen’ de vigerende regelingen overgenomen. Ter plaatse van de bestemming ‘Wonen – 1’ en ‘Wonen – 2’ zijn nieuwe peildefinities geformuleerd. Voor ‘Wonen -1’ geldt de kruin van de weg als peil, bij ‘Wonen – 2’ is het peil 1 meter boven de hoogte van de kruin van de dijk. Dit verschil heeft te maken met het hoogteverschil binnen het plangebied, op deze manier wordt er een meer geleidelijke overgang gecreëerd.

Voor de (bijbehorende) bouwwerken zijn tevens regels opgenomen in artikel 2.4 ‘de bouwhoogte van een bouwwerk’. Het aanlegvergunningstelsel waar indiener over spreekt, komt pas aan bod bij de omgevingsvergunning voor bouwen en aanleg en is dus geen onderdeel van deze bestemmingsplanprocedure. Daarnaast is er bij het bepalen van het aantal benodigde parkeerplaatsen wel gerekend met parkeernormen. In de toelichting van het bestemmingsplan is deze berekening opgenomen. Daarnaast is er in de regels opgenomen dat wanneer er geen specifieke parkeernormen zijn opgenomen, dient bij het wijzigen van het bestaande gebruik zoals toegestaan op grond van Pagina 47 van 62

de bestemmingen, voorzien te worden in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig het 'Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan 2012-2022' of de rechtsopvolger daarvan. b. De woning aan de westzijde van het plangebied is inderdaad geen eigendom van de ontwikkelaar. Echter had deze in het voorgaande bestemmingsplan ‘Hardinxveld-Giessendam, bebouwd gebied’ uit 2017 reeds een woonbestemming. De vigerende regeling is hier opgenomen. De grond is geen onderdeel van het stedenbouwkundig plan en hoeft dus ook niet verkocht te worden. Er wordt in bestemmingsplannen enkel getoetst aan de Wet Geluidhinder wanneer er nieuwe woningen worden geprojecteerd. Voor deze bestaande woning is dit dus niet verplicht en ook niet gebeurd. c. De gestapelde woningen waar indiener naar verwijst, zijn enkel toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘gestapeld’. Dit betreft één woonblok in het noordwesten van het plangebied. De maximale bouwhoogte voor dit woonblok is 14 meter en er mogen maximaal 16 woningen worden gebouwd. Dit is opgenomen op de verbeelding. De bouwhoogte van 11,5 meter geldt enkel wanneer er geen maximale bouwhoogte op de verbeelding aangegeven staat. Dat is hier dus niet het geval. Bij het bepalen van de parkeerbehoefte is uitgaan van het te realiseren aantal woningen in het plangebied en de toekomstige voorzieningen.

De parkeerkelder wordt deels gebruikt voor privaat parkeren en deels openbaar. Als iemand een aan huis verbonden beroep wil uitoefenen, dan is dit een ondergeschikte functie aan wonen en wordt ervan uitgegaan dat dit binnen de beschikbare parkeervoorraad kan worden opgelost. De onzekerheid van het wel of niet uitoefenen van een aan huis verbonden beroep maakt dat hiervoor niet op voorhand rekening mee hoeft te worden gehouden in de parkeerbehoefte. d. Het klopt dat tot dusver de gronden die bestemd zijn voor ‘dienstverlening’ en ‘horecabedrijf’ niet objectief begrensd zijn. In artikel 9 ‘Wonen -2’ is nu een regeling opgenomen waarin het maximum aantal m2 horeca en dienstverlening terug te vinden zijn. Daarnaast zijn er aanpassingen verricht aan de begripsbepaling van beide begrippen, waardoor het nu duidelijker is wat voor voorzieningen zoal mogelijk zijn. In de verkeersaantrekkende werking en de parkeerbehoefte is rekening gehouden met de toekomstige voorzieningen. e. In het plan wordt een paviljoen gezien als een openbare ruimte tussen de appartementen en de dijk. Hier zal incidenteel een bouwwerk worden geplaatst in de vorm van een kraam/foodtruck/overkapping. Hier worden dan ook geen extra verkeersstromen verwacht.

We hebben de bouwmogelijkheden beperkt met de laatste update, door te stellen dat er fundatie/heipalen mogen worden gebruikt en dus niets in de dijk wordt geplaatst. Daarnaast geldt ten allen tijden de dubbelbestemming die boven de aanduiding ‘’paviljoen’’ gaat. Daarin staat dat er in principe niet gebouwd mag worden, hiervan mag wel worden afgeweken onder 13.3. Alleen stelt deze afwijking dat er vooraf schriftelijk advies ingewonnen wordt bij de betreffende waterbeheerder. Zoals hiervoor al aangegeven wordt er enkel getoetst aan de Wet Geluidhinder wanneer er nieuwe woningen worden geprojecteerd. Voor deze bestaande woningen is dit dus niet verplicht en ook niet gebeurt. Ad. 20 In de Nota van Inspraak is de reactie van het waterschap samengevat en dus inzichtelijk gemaakt. Het waterschap is nauw betrokken bij de planvorming en er vinden doorlopend overleggen plaats om de waterbelangen zo goed mogelijk te behartigen. Voor het deskundige oordeel waar indiener over spreekt, vertrouwen wij dan ook het waterschap. Pagina 48 van 62

Ad. 21 Het is van belang zich te realiseren dat het bestemmingsplan ‘slechts’ het juridische kader biedt op basis waarvan een ontwikkeling in ruimtelijk opzicht wordt mogelijk gemaakt. Want: als het bestemmingsplan eenmaal is vastgesteld, kan een ontwikkeling nog niet zomaar worden gerealiseerd. Daarvoor zijn nog verschillende toestemmingen en procedures nodig op grond van afzonderlijke wetgeving. Afhankelijk van de complexiteit van de locatie en de ontwikkeling zijn dat veel of weinig extra toestemmingen en procedures. Van de gemeente wordt op grond van de wet verwacht dat zij er voor zorgt dat het bestemmingsplan voldoet aan ‘een goede ruimtelijke ordening’. Dat betekent dat er verantwoorde, zorgvuldig voorbereid en gemotiveerde keuzes in worden gemaakt, die hun basis vinden in (gemeentelijk, provinciaal en Rijks-) beleid. De onderzoeken, waarop de keuzes zijn gebaseerd, zijn inmiddels allen afgerond en staan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg. De toelichting op het bestemmingsplan bevat de verantwoording van deze keuzes. Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. De toelichting, en de bijlagen hiervan, zijn aangevuld met de meest recente onderzoeken. Onder andere ecologie, luchtkwaliteit, stikstof en archeologie is (opnieuw) beoordeeld en waar nodig aangevuld.

Ook het verkeersonderzoek is geactualiseerd, dit wordt beschreven in de toelichting en toegevoegd als bijlage bij de toelichting. Ter verduidelijking van de antwoorden zijn ook de second opinion van Royal HaskoningDHV én Goudappel toegevoegd als bijlage 3 en 4 bij deze nota. Het saneringsplan is ingediend bij het bevoegd gezag, in dit geval de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Zodra dit saneringsplan is goedgekeurd is dit voor een ieder inzichtelijk. GeoRisQ B.V. heeft een zettings- en stabiliteitsanalyse van het bestaande dijklichaam uitgevoerd. Dit onderzoek is tevens opgenomen als bijlage 2 bij deze nota. De waterhuishoudkundige situatie wordt toegelicht in het waterhuishoudkundig plan, dat is toegevoegd als bijlage bij de toelichting. De toelichting is op dit punt ook aangepast. In overleg met het waterschap zijn enkele (extra) regels opgenomen om de waterhuishoudkundige situatie te borgen. Maatregelen ten behoeve van de geluidbelasting gebeuren door middel van dove gevels en het maken van inpandige of afgeschermde buitenruimtes. Dat dit ook daadwerkelijk bij de bouw wordt gedaan, is in de planregels verankerd (hoofdstuk 8.4 van de regels). Een nieuwe versie van de ‘dove gevelkaart’ is opgenomen als bijlage bij de regels. Op die manier wordt aan de Wgh voldaan.

In artikel 9 ‘Wonen -2’ is nu een regeling opgenomen waarin het maximum aantal m2 horeca en dienstverlening terug te vinden zijn. Daarnaast zijn er aanpassingen verricht aan de begripsbepaling van beide begrippen, waardoor het nu duidelijker is wat voor voorzieningen zoal mogelijk zijn. In de verkeersaantrekkende werking en de parkeerbehoefte is rekening gehouden met de toekomstige voorzieningen.

Pagina 49 van 62

K) Indiener 11 Op 15 juli jl. is een zienswijze ingediend door indiener 11. Hieronder volgt een samenvatting van de zienswijze en de beantwoording daarop. 1. Indiener geeft aan dat de wijzigingsbevoegdheid ter plaatse van de woonarken een stap in de goede richting is en een positieve tegemoetkoming van de gemeente, maar het biedt nog geen 100% zekerheid, wat in dit stadium wel gewenst is. Wens is om voor de woonarken-locatie een toekomstbestendige en passende situatie veilig te stellen. 2. De indiener heeft de wens om verder in gesprek te gaan om een gedragen verkavelingsplan te realiseren met directe bouwtitels, verankerd in het onderhavig bestemmingsplan vóór de bezwarenperiode. Of een schriftelijke bevestiging/toezegging van het college met 100% zekerheid met betrekking tot een directe bouwtitel voor 3 kavels. Hieronder volgt de reactie van de gemeente: Ad. 1 Mede door reactie van indiener is ervoor gekozen om het gebied ‘woonarken’ los te splitsen van het gebied de ‘IJzergieterij’. Voor de woonarken wordt momenteel een separaat bestemmingsplan voorbereid, de bewoners zullen hier zo spoedig mogelijk van op de hoogte worden gesteld en actief betrokken worden bij het opstellen van het bestemmingsplan. Op deze manier hopen wij bewoners in de nabije toekomst meer zekerheid te kunnen bieden. Ad.

2 Door de splitsing kunnen er op dit moment in deze procedure geen toezeggingen worden gedaan. Indiener zal zo snel mogelijk betrokken worden bij het opstellen van het bestemmingsplan voor de woonarkenlocatie, waarbij deze wensen uiteraard worden meegenomen. Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Mede door de zienswijze van indiener is ervoor gekozen om een separaat bestemmingsplan op te stellen voor de woonarklocatie. De knip in de planontwikkelingen moet de snelheid en transparantie van de procedures ten goede komen.

Pagina 50 van 62

L) Indiener 12 Op 15 juli jl. is een zienswijze ingediend door indiener 12. Hieronder volgt een samenvatting van de zienswijze en de beantwoording daarop. 1. Indiener geeft aan dat de nieuwe woningen erg dicht bij de woning komen. De woontorens kijken uit op de achtertuin/dakterras van indiener. Indiener vreest dat de privacy verdwijnt. Gebroeders Blokland heeft beloofd om indiener te betrekken bij het beplantingsplan, indiener hoopt dat deze belofte wordt nagekomen. Ook wil indiener meer duidelijkheid over de groene grensstrook tussen het woonarken gebied en de nieuwe wijk. 2. Indiener maakt zich zorgen over eventuele schade aan de woning die kan ontstaan tijdens de bouw van het project (door bouwverkeer en heiwerkzaamheden). 3. Indiener maakt zich zorgen om de hoogte van de appartementen en de geluidsoverlast die indiener krijgt van de weerkaatsing van geluid van de A15. 4. Indiener geeft aan vraagtekens te hebben bij de ontsluiting en drukte van het verkeer. Op zomerdagen is het in de huidige situatie al heel druk bij de boothelling, indiener vreest dat wanneer er nog veel verkeer komt er niet meer normaal de straat kan worden in- en uitgereden. 5. Indiener maakt zich zorgen om de waterhuishouding omdat het gebied van de woonarken niet in het plan is meegenomen. Hieronder volgt de reactie van de gemeente: Ad.

1 De belofte om indiener te betrekken bij het beplantingsplan is bekend. Te zijner tijd zal het beplantingsplan met indiener worden doorgenomen. De overgang tussen het plangebied en de private terreinen moet goed geregeld worden, dit is echter geen formeel onderdeel van de bestemmingsplanprocedure. De principes van aansluiting van het plangebied op bestaande percelen zijn opgenomen in het waterhuishoudkundig plan en het saneringsplan. De overgang tussen het plangebied en de private terreinen wordt in de uitwerking van het inrichtingsplan nader onderzocht. Onderwerpen daarin zijn onder meer: het voorkomen van wateroverlast door hoogteverschillen, de overgang en vormgeving van openbaar-privaat (tuinmuur), eventuele autotoegankelijkheid naar bestaande percelen en eventuele voetgangerstoegankelijkheid (looppoort). Indien bewoners nadelige gevolgen ondervinden kunnen zij een planschadeclaim (planschadeverzoek) indienen bij de gemeente om tegemoetkoming in de waardevermindering van de woning te verzoeken. Er zal een planschadeanalyse plaatsvinden voor mogelijke compensatie. Ad. 2 We begrijpen dat er vragen heersen omtrent het bouwverkeer. Bij de verdere uitwerking van de plannen zal de ontwikkelaar hier een voorstel voor uitwerken, rekening houdend met de plaatselijke situatie.

Over de afwikkeling van het bouwverkeer worden in de bouwfase nadere afspraken gemaakt tussen de gemeente als wegbeheerder en de ontwikkelaar. Aan de omgevingsvergunning kunnen voorschriften verbonden worden ter bescherming van de omgeving in relatie tot bouwverkeer, zoals dat er een nulmeting van omliggende bebouwing moet worden gedaan en dat de ontwikkelaar afdoende verzekerd is voor het geval door de bouwwerkzaamheden schade wordt veroorzaakt. Dit is echter geen formeel onderdeel van de bestemmingsplanprocedure. Ad. 3 Langs de A15 staat al een geluidsscherm, waardoor dit geluid wordt gedempt. Daarnaast is de afstand van de weg naar het appartementengebouw relatief groot, het geluid zal op deze afstand verder worden gedempt. Over deze afstand blijft er minder geluid over wat zich kan weerkaatsen. Het geluid Pagina 51 van 62

wat eventueel weerkaatst wordt op de ‘terugweg’ weer gedempt, waardoor er bij de bestaande woningen geen (extra) geluidsoverlast optreedt. Om dit te kunnen garanderen, is er een berekening uitgevoerd naar de reflectie van het geluid. De resultaten hiervan zijn opgenomen in de bijlage 1 bij deze nota. De reflectiebijdrage door de nieuwbouw in het bestemmingsplan IJzergieterij is beoordeeld op de meest relevante plaatsen rond het plan. Dit zijn de woningen die direct rond het plan zijn gelegen. Op enkele woningen is een afname van de geluidsbelasting berekend. Dit zijn de woningen ten (zuid)oosten van het plan ter plaatse van de waarneempunten 5 tot en met 8. De nieuwbouw veroorzaakt naar deze woningen een afschermende werking zodat de geluidsbelasting wordt gereduceerd. Op de beoordelingspunten 1 tot en met 4 is een zeer geringe toename van de geluidsbelasting berekend. Deze toename bedraagt maximaal 0,4 dB. Een dergelijke toename is voor het menselijk oor niet hoorbaar zodat de nieuwbouw geen significante verandering van de geluidssituatie veroorzaakt. Als significante (hoorbare) toename van de geluidsbelasting wordt binnen de jurisprudentie 1,5 dB aangehouden. Op de woning ter plaatse van beoordelingspunt 9 is een toename van de geluidsbelasting berekend van 1,2 dB. Deze toename is ook niet hoorbaar.

Op deze woning is een relatief hoge toename berekend omdat de nieuwbouw direct ten zuiden en op relatief korte afstand van deze bestaande woning wordt gebouwd. Ad. 4 De uitgevoerde verkeersonderzoeken wijzen uit dat de Rivierdijk en Peulenstraat-zuid voldoende ruimte bieden voor de afwikkeling van het verkeer na aanleg van het plan de IJzergieterij. Met de vereniging die de trailerhelling beheert, is afgesproken dat hij zijn leden opdraagt via de Peulenstraatzuid de helling te benaderen en via de Rivierdijk de helling te verlaten. Zo wordt voorkomen dat boottrailers elkaar tegemoetkomen. De trailerhelling is niet meegenomen in het onderzoek, omdat het om pieken in het gebruik gaat die beperkt blijven tot dagen met mooi weer en in vakantietijd. Ad. 5 Het terrein van de woonarken wordt in de vaststellingsfase als bestemmingsplan los gezien van het bestemmingsplan de IJzergieterij. Waterhuishoudkundig is het gebied tussen de dijken echter één geheel en ook als zodanig beschouwd in het waterhuishoudkundig plan. In de bestaande situatie lozen 1 woonboot en 2 woningen op het bestaande HWA riool. De overige woonarken zijn niet op het HWA-stelsel aangesloten en lozen op maaiveld en infiltreren op eigen terrein. Bij een verdere ontwikkeling van het woonarken gebied zal in het gebied voorzien worden in berging. De afvoer is meegenomen in het waterhuishoudkundig plan.

Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Mede door de zienswijze van indiener is ervoor gekozen om een separaat bestemmingsplan op te stellen voor de woonarklocatie. De knip in de planontwikkelingen moet de snelheid en transparantie van de procedures ten goede komen. De waterhuishoudkundige situatie wordt toegelicht in het waterhuishoudkundig plan, dat is toegevoegd als bijlage bij de toelichting.

Pagina 52 van 62

M) Indiener 13 Op 15 juli jl. is een zienswijze ingediend door indiener 13. Hieronder volgt een samenvatting van de zienswijze en de beantwoording daarop. 1. Indiener geeft aan zorgen te hebben over de waterhuishouding. Er lijkt geen overeenstemming tussen gemeente, de firma Blokland en Waterschap Rivierenland. 2. Indiener geeft aan dat de zin uit het SPvE: "Het ontwikkelingsplan dient zich goed te verhouden tot de bestaande woonbebouwing, de drooggevallen woonarken aan de Rivierdijk ......." onvoldoende uitgewerkt lijkt te zijn. Over het overgangsgebied tussen plangebied en bestaande bebouwing worden volgens indiener slechts vage opmerkingen gedaan. Indiener pleit dat er, voordat de verkaveling van het plangebied met de nieuwbouw vast komt te staan, met alle partijen goed gekeken wordt naar de overgang. Indiener stelt een brede, groene overgangsstrook voor, waarbij geleidelijk het hoogteverschil wordt overbrugd. 3. Indiener merkt op dat het hoogteverschil tussen de nieuwbouw en de omgeving nauwelijks in beeld wordt gebracht. Er heerst onduidelijkheid over hoe het eruit gaat zien en wat de gevolgen zijn voor de waterhuishouding. Indiener stelt vragen bij de parkeergarage in de dijk en het maaiveld bij de appartementen. Hier wenst indiener graag opheldering over. 4.

Indiener geeft aan het teleurstellend te vinden dat er bij elke vordering van het plan weer hoogte (en hoeveelheid) in bebouwing wordt toegevoegd. De laatste toevoeging gaat over het blok aan de noordwestzijde. Indiener pleit om daar ook de hoogtes 6-11 aan te houden, omdat er straks ‘neergekeken’ wordt op de aangelegen woningen en woonarken. 5. Daarnaast lijkt het trapsgewijs afbouwen van de hoogte van de appartementencomplexen tegen te vallen. Aan de zijkant zou er maar 1 verdieping af gaan, terwijl in eerdere plannen een afbouw was vanaf het middelste appartementengebouw. Indiener heeft al meerdere malen aangegeven vanwege privacy moeite te hebben met de blinde muur aan de kant van de woonarken, waar uit de eerste plannen een badkamer met raam en een balkon is voorzien. 6. Volgens indiener wordt er weinig rekening gehouden met het feit dat Rivierdijk en Peulenstraat-zuid feitelijk eenbaanswegen zijn door geparkeerde auto's. In Nota van inspraak is een foto bijgevoegd die totaal geen recht doet aan situatie. 7. Er wordt volgens indiener weinig rekening gehouden met meer verkeer door horeca, waterbus en mogelijke verdere plannen (regiodeal). Er is nu soms al te veel verkeer en te weinig parkeerplekken bij het parkeerterrein van de botenhelling. De toestroom zal volgens indiener alleen maar groter worden. 8.

Indiener geeft aan dat er inderdaad over lange periode overleg is gevoerd met woonarkbewoners. Lang is hier niet 'vaak'. Indiener is keer op keer geconfronteerd met nieuwe plannen zonder dat er rekening is gehouden met de wensen. De beheersverordening uit 2013 en het bestemmingsplan uit 2017 roepen bij indiener vragen op, omdat de woonarken hierop niet zichtbaar zijn. Indiener blijft graag nauw betrokken bij de ontwikkelingen zodat er niet achter de feiten aan hoeft te worden gehobbeld. Hieronder volgt de reactie van de gemeente: Ad. 1 Het definitieve waterhuishoudkundige plan wordt een bijlage bij het bestemmingsplan. Dit plan is definitief als gemeente en waterschap het goedgekeurd hebben. In het waterhuishoudkundig plan is beschreven hoe de waterhuishouding zodanig wordt ingericht dat voor alle bewoners binnen het gebied tussen de dijken er geen overlast ontstaat door het water. Ad. 2 De overgang tussen het plangebied en de private terreinen moet goed geregeld worden, dit is echter geen formeel onderdeel van de bestemmingsplanprocedure. De principes van aansluiting van het Pagina 53 van 62

plangebied op bestaande percelen zijn opgenomen in het waterhuishoudkundig plan en het saneringsplan. De overgang tussen het plangebied en de private terreinen wordt in de uitwerking van het inrichtingsplan nader onderzocht. Onderwerpen daarin zijn onder meer: het voorkomen van wateroverlast door hoogteverschillen, de overgang en vormgeving van openbaar-privaat, eventuele mogelijkheden van autotoegankelijkheid naar bestaande percelen en eventuele voetgangerstoegankelijkheid (looppoort). Dit is echter geen formeel onderdeel van het bestemmingsplan en de bijbehorende verbeelding. Ad. 3 Zoals hiervoor al aangegeven, wordt er in samenspraak met het waterschap gezorgd voor de borging van de waterbelangen in het waterhuishoudkundig plan. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt het verschil in peilhoogtes nader uitgelegd. Bij de appartementen geldt een ander peil dan bij de grondgebonden woningen, namelijk dat van de kruin van de dijk. Ad. 4 Het bestemmingsplan is een uitwerking van een serie van onderliggende plandocumenten waarin de ruimtelijke opzet van het plan uitvoerig is onderzocht. In de Nota van randvoorwaarden en uitgangspunten (voor kennisgeving aangenomen in de gemeenteraad van 18 april 2013) is op basis van diverse volumestudies een structuurschets gemaakt waarin ruimte voor hogere bebouwing (middelhoog-hoogbouw) aan de rivier wordt beargumenteerd.

De nadere uitwerking hiervan is vertaald naar het Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE, zoals vastgesteld door college op 25 juni 2019). Hierin zijn bouwhoogten benoemd voor drie appartementengebouwen van maximaal 4 bouwlagen met een kap aan de noordzijde van de flanken, via maximaal 5 bouwlagen met kap aan de zuidzijde van de flanken naar maximaal 6 bouwlagen met een kap in het midden van het gebied boven de parkeerlaag. Eveneens is in het SPvE bepaald dat de ruimtelijke kwaliteit van de uitwerking door middel van supervisie wordt geborgd. In het verlengde van de streefbeelden voor architectuur en openbare ruimte wordt het plan verder uitgewerkt. Daarbij is de dakvorm van de appartementen plat geworden, waardoor het onderscheid tussen goot- en nokhoogte niet meer relevant is. In het ontwerp bestemmingsplan is dit onderscheid daarom weggelaten. In deze fase van het bestemmingplan blijkt het mogelijk de maximale bouwhoogte nog scherper te definiëren. In het vastgestelde bestemmingplan worden de maximale bouwhoogten daarom aangepast. Ad. 5 Zie punt 4. Ad. 6 De foto in de nota van inspraak betreft een momentopname en is afkomstig van Google Maps. Dit is ter illustratie. De verkeersintensiteit wordt in cijfers uitgedrukt en is opgenomen in de verschillende rapporten.

In het onderzoek wordt niet uitgegaan van twee ‘vrije wegdelen’, maar wordt benoemd dat de Rivierdijk en de Peulenstraat-zuid in tweerichtingen berijdbaar is. Tevens wordt benoemd dat de Rivierdijk richting Peulenstraat-zuid een verblijfsgebied is, waarbij het geen primaire doelstelling is een vlotte doorstroming te garanderen. Daarbij past de inrichting zoals die enkele jaren geleden in samenwerking met de bewoners tot stand is gekomen. De passeerplaatsen (mits vrij van geparkeerde auto's) bieden voldoende ruimte om elkaar te passeren. In de second opinion van RoyalHaskoning DHV (bijlage 4 bij deze nota) wordt in par. 3 uitvoerig ingegaan op de verkeerssituatie en inrichting van de Rivierdijk en Peulenstraat-zuid. De conclusie is dat beiden voldoende ruimte bieden voor de verwachte toename van het verkeer.

Pagina 54 van 62

Ad. 7 De ontwikkeling van horecavoorzieningen wordt wel meegenomen in het plan. Eventuele toekomstige ontwikkelingen van een jachthaven of waterbus vormen op dit moment geen onderdeel van het bestemmingsplan. Voor de waterbus zijn wel extra parkeerplaatsen opgenomen. Het is op dit moment nog niet duidelijk of en wanneer deze worden gerealiseerd. Indien dit in de toekomst aan de orde is, worden daar separate onderzoeken en procedures voor doorlopen. De trailerhelling is niet meegenomen in het onderzoek, omdat het om pieken in het gebruik gaat die beperkt blijven tot dagen met mooi weer en in vakantietijd. Met de vereniging die de trailerhelling beheert, is afgesproken dat hij zijn leden opdraagt via de Peulenstraat-zuid de helling te benaderen en via de Rivierdijk de helling te verlaten. Ad. 8 Onze excuses dat indiener het gevoel heeft dat er geen rekening wordt gehouden met de wensen van de woonarkbewoners. Deze feedback nemen wij zeker mee in toekomstige planprocessen en bij de nadere invulling van het plan streven we naar een consequente communicatie met de betrokkenen. Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. De bouwhoogtes worden (naar beneden) bijgesteld, zodat deze beter aansluiten bij de daadwerkelijk architectonische uitwerking.

Dit betekent dat de bouwhoogte van 24 meter ter plaatse van de appartementengebouwen nu in verschillende delen lager uitvalt. Er is een uitgebreid waterhuishoudkundig plan opgesteld, dit wordt beschreven in de toelichting en toegevoegd als bijlage bij de toelichting.

Pagina 55 van 62

N) Indiener 14 Op 14 juli jl. is een zienswijze ingediend door indiener 14. Hieronder volgt een samenvatting van de zienswijze en de beantwoording daarop. 1. Net als bij de inspraakreactie benadrukt indiener grote problemen met waterhuishouding in arkengebied te voorzien. De kiel van de drooggelegde ark ligt op 0,60 NAP. Het water in de voorziene wadi kan 2 meter boven de kiel van de woonark komen. Indiener voorziet problemen, waterhuishouding is momenteel al regelmatig een probleem. Als alternatief stelt indiener voor om de ark minimaal twee meter omhoog te brengen, de vraag is of dit uitvoerbaar is en wie de kosten gaat betalen. 2. Indiener geeft aan dat in de eerste plannen de geplande bouwhoogten aanzienlijk lager was en van oorsprong ook alleen op het terrein van de IJzergieterij. Woonark had vóór dijkverzwaring uitzicht op rivier, nu op groen. Indiener verliest privacy, wat een enorme waardedaling van de woning tot gevolg heeft en enorm verlies van het woongenot. Indiener stelt als alternatief voor dat het plan teruggaat naar het eerste ontwerp waarbij alleen op de grond van de IJzergieterij wordt gebouwd en niet op grond van de voormalige haven. 3. Indiener geeft aan dat de woonarken al sinds jaren 60 in 'arkengebied' liggen. Indiener heeft altijd legaal gelegen en gewoond, liggeld betaald, woonvergunning gehad en alle gemeentelijke lasten betaald.

Door het dempen van de haven (rond 2000) en het niet aansluitend wijzigen van bestemmingsplan is de gemeente in gebreke gebleven. Indiener betreurt dat in eerdere bestemmingsplannen de woonbestemming niet is toegevoegd, terwijl er al sinds 2012 overleg is met de bewoners. In het nieuwe bestemmingsplan wordt de woonbestemming wederom niet opgenomen, maar slechts een wijzigingsbevoegdheid. 4. Indiener meldt dat het vreemd is dat in het bestemmingsplan uit 2016 een deel van het perceel een woonbestemming heeft gekregen maar dat dit nu weer verdwenen is. Indiener verwacht dat de huidige woonbestemmingen minimaal worden opgenomen in het huidige plan. Hieronder volgt de reactie van de gemeente: Ad. 1 De uiteindelijke invulling van de waterhuishouding is opgenomen in het nieuwe waterhuishoudkundig plan, dat is opgesteld in overleg met het waterschap en alle andere betrokken partijen. Dit plan wordt opgenomen als bijlage bij de toelichting van het vastgestelde bestemmingsplan. Het terrein van de woonarken wordt in de vaststellingsfase los gezien van het bestemmingsplan de IJzergieterij. In het plan IJzergieterij kan alle neerslag, uit de maatgevende buien, van de planontwikkeling, de bestaande woningen aan de Rivierdijk en de verharding van de Rivierdijk worden geborgen. Hiervoor is geen grondgebied van de woonarken nodig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/497/documents/15646