Nota beantwoording zienswijzen omgevingsplan bodemkwaliteit.pdf
Tekst van het document
Artikel 11.74
Artikel 11.74 Indieningsvereisten melding bouwen van een grondwatergevoelig gebouw 1. Een melding bevat: a. de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; b. het adres waar de bouwactiviteit wordt verricht; c. de dagtekening;
Indieningsvereisten melding bouwen van een grondwatergevoelig gebouw 1. Een melding bevat: a. de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; b. het adres waar de bouwactiviteit wordt verricht; c. de dagtekening; - 65 -
2.
WAS
d. het voorafgaand onderzoek, zoals bedoeld in artikel 11.68 [VOORAFGAAND GRONDWATERONDERZOEK]; e. als er sprake is van verontreiniging van grondwater; een afschrift van de gegevens en bescheiden na verrichten van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, bedoeld in artikel 3.132 van de ZuidHollandse Omgevingsverordening, waarbij ten minste vier weken verstreken zijn nadat de gegevens en bescheiden aan Gedeputeerde Staten zijn verstrekt; f. als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt dat er sprake is van een significante grondwaterverontreiniging: een afschrift van de melding, bedoeld in artikel 4.1236 van het Besluit activiteiten leefomgeving, die aannemelijk maakt dat een bronaanpak als bedoeld in artikel 11.70 [SANERENDE MAATREGELEN] wordt verricht; en g. als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt dat er sprake is van een significante grondwaterverontreiniging die direct aandacht behoeft: een afschrift van de aanvraag om een omgevingsvergunning die aannemelijk maakt dat een grondwatersanering als bedoeld in paragraaf 3.4.3 van de ZuidHollandse Omgevingsverordening wordt verricht. Dit artikel is niet van toepassing als voor de bouwactiviteit op grond van dit omgevingsplan een omgevingsvergunning is vereist. Artikel 11.72
2.
WORDT
d. het voorafgaand onderzoek, zoals bedoeld in artikel 11.68 [VOORAFGAAND GRONDWATERONDERZOEK]; e. als er sprake is van verontreiniging van grondwater; een afschrift van de gegevens en bescheiden na verrichten van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, bedoeld in artikel 3.132 van de ZuidHollandse Omgevingsverordening, waarbij ten minste vier weken verstreken zijn nadat de gegevens en bescheiden aan Gedeputeerde Staten zijn verstrekt; f. als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt dat er sprake is van een significante grondwaterverontreiniging: een afschrift van de melding, bedoeld in artikel 4.1236 van het Besluit activiteiten leefomgeving, die aannemelijk maakt dat een bronaanpak als bedoeld in artikel 11.70 [SANERENDE MAATREGELEN] wordt verricht; en g. als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt dat er sprake is van een significante grondwaterverontreiniging die direct aandacht behoeft: een afschrift van de aanvraag om een omgevingsvergunning die aannemelijk maakt dat een grondwatersanering als bedoeld in paragraaf 3.4.3 van de ZuidHollandse Omgevingsverordening wordt verricht. Dit artikel is niet van toepassing als voor de bouwactiviteit op grond van dit omgevingsplan een omgevingsvergunning is vereist. Artikel 11.75
Artikel 11.75 Informatieplicht ingebruikname na Informatieplicht ingebruikname na maatregelen bouwen van een grondwater maatregelen bouwen van een grondwater gevoelig gebouw gevoelig gebouw - 66 -
Bij aanwezigheid van een significante grondwaterverontreiniging als bedoeld in artikel 3.131, onder b of c, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, wordt een grondwatergevoelig gebouw of een gedeelte daarvan op een grondwatergevoelige locatie alleen in gebruik genomen na de bouwactiviteit, nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende maatregelen, bedoeld in artikel 11.67 [SANERENDE MAATREGELEN], zijn getroffen, of als de sanerende maatregelen nog in uitvoering zijn, de wijze waarop de ingebruikname van het grondwatergevoelige gebouw de sanerende maatregel niet belemmert.
Bij aanwezigheid van een significante grondwaterverontreiniging als bedoeld in artikel 3.131, onder b of c, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, wordt een grondwatergevoelig gebouw of een gedeelte daarvan op een grondwatergevoelige locatie alleen in gebruik genomen na de bouwactiviteit, nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende maatregelen, bedoeld in artikel 11.70 [SANERENDE MAATREGELEN], zijn getroffen, of als de sanerende maatregelen nog in uitvoering zijn, de wijze waarop de ingebruikname van het grondwatergevoelige gebouw de sanerende maatregel niet belemmert.
WAS
WORDT
nieuw toegevoegd
Artikel 29.1
Artikel 29.1 Delegatie afwijkende kwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie Het college van burgemeester en wethouders kan voor bedrijventerreinen binnen het 'bodembeheergebied grond en baggerspecie' bepalen dat artikel 11.15 niet van toepassing is. Toelichting In artikel 11.15 wordt het reeds sinds 2010 bestaande hergebruiksbeleid overgenomen voor nieuwe industrieterreinen/bedrijventerreinen van groter dan 2 hectare. Op deze terreinen is het mogelijk om grond uit het beheergebied toe te passen die voldoet aan de kwaliteitsklasse industrie. Echter zijn kunnen hier uitzonderingen op zijn. Dit artikel bepaalt dat de aanwijzing van eventuele andere locaties is gedelegeerd aan het college. Dit zijn locaties waar de gemeente andere ambities ten aanzien van de bodemkwaliteit heeft.
WAS
nieuw toegevoegd
WORDT
Artikel 29.2
Artikel 29.2 Delegatie locaties nazorg aanwijzen Het college van burgemeester en wethouders kan de locatie 'locaties nazorg Omgevingswet' wijzigen. Toelichting
- 67 -
Op de kaart 'locaties nazorg Omgevingswet' komen nazorglocaties (na saneren en na nemen tijdelijke beschermingsmaatregelen) te staan. Deze moeten worden geregistreerd in het omgevingsplan. Met dit artikel kunnen door het college worden doorgevoerd. Reikwijdte Het college kan alleen wijzigingen in de kaarten: 'locaties nazorg Omgevingswet', doorvoeren voor het eigen beheergebied.
WAS
WORDT
In de begrippen 1. asbestgevoelige locatie: openbare 1. asbestgevoelige locatie: openbare kinderspeelplaatsen, achtertuinen bij kinderspeelplaatsen, achtertuinen bij woningen, volkstuinen, tuinen en woningen, volks- /moestuinen, tuinen en verhardingen die horen bij een school en verhardingen die horen bij een school en openbare plantsoenen in woonwijken. openbare plantsoenen in woonwijken. 2. Standaardbodem: standaardbodem als bedoeld in de Regeling bodemkwaliteit 2022, bijlage GII
- 68 -