CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota beantwoording zienswijzen omgevingsplan bodemkwaliteit.pdf

Gemeenteraad GHG 26 juni 2025, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 12: Wijzigen omgevingsplan thema Bodemkwaliteit - Raadsvoorstel27.589 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

onvoldoende). Daarnaast ook een beschrijving wat de minimale druksterkte (in Mpa) moet zijn van het aangebracht immobilisaat voordat dit immobilisaat wordt betreden met hei/funderingsmachines. Met de gegevens uit de leden kunnen verder ook de nog niet benoemde aspecten uit de beoordelingsregels worden beoordeeld.

WAS

nieuw toegevoegd

WORDT

Artikel 11.23

Artikel 11.23 Beoordelingsregels vergunning AVIbodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie en metaalslakken De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 11.22, wordt alleen verleend als: a. de toepassing voldoet aan de eisen uit paragraaf 4.123 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. de specifieke zorgplicht, als bedoeld in artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving, tijdens en na het toepassen wordt gewaarborgd; c. de toepassing verenigbaar is met het belang van: 1. het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; 2. het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; en 3. het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen; d. bij het bepaalde onder c rekening wordt gehouden met het waterbeheerprogramma, het regionale waterprogramma, het stroomgebiedsbeheerplan en het nationale waterprogramma die betrekking heeft op het betreffende krwoppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; e. de locatie van de toepassing zich niet in een waterwingebied bevindt, tenzij het de uitvoering van taken betreft door drinkwaterbedrijven als bedoeld in artikel 7 van de Drinkwaterwet; f. de toepassing past bij de functie van de locatie; g. de toepassing herkenbaar en beheersbaar is door voldoende schaalgrootte; - 44 -

h. de AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie, metaalslakken of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie of metaalslakken bestaan: 1. zodanig worden toegepast dat deze vanaf het begin van de activiteit tot aan het buiten gebruik stellen van het werk boven de grondwaterstand (GHG) liggen en niet in contact komen met het grond- en oppervlaktewater; en 2. worden toegepast onder gesloten verharding of op vergelijkbare manier worden afgedekt zodat contact met hemelwater wordt voorkomen; i. indien de bouwstoffen met aanvullende toepassingseisen (zogenaamde ‘wenken’ voor de toepasser) worden geleverd, wordt voldaan aan de aanvullende toepassingseisen; j. beschreven is welke voorzieningen of maatregelen worden genomen om te voorkomen dat de AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie, metaalslakken of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVIbodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie of metaalslakken bestaan, in de aanlegfase en in de gebruiksfase de kwaliteit of zuurgraad van het grondwater of nabijgelegen oppervlaktewater significant beïnvloeden; en k. de toepassing in de aanlegfase en gebruiksfase geen nadelige gevolgen heeft voor veiligheid, gezondheid en milieu, waaronder de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen.

Toelichting In deze beoordelingsregel is bepaald wanneer het bevoegd gezag de omgevingsvergunning verleent. Allereerst (lid a) wordt gecontroleerd of de toepassing voldoet aan de eisen uit paragraaf 4.123 van het Besluit activiteiten leefomgeving. In deze paragraaf staan algemeen geldende regels voor het toepassen van bouwstoffen. Zo wordt bijvoorbeeld getoetst of sprake is van een nuttige en functionele toepassing in een werk; bijvoorbeeld als fundatie onder infrastructuur of bouwwerk en wordt de kwaliteit van de bouwstof gecontroleerd. - 45 -

Daarnaast (lid b) wordt ook beoordeeld of de zorgplicht tijdens en na het toepassen wordt gewaarborgd. Bij de indieningsvereisten worden gegevens gevraagd over specifieke aspecten die vaak voorkomen bij het werk. Deze gegevens worden in ieder geval beoordeeld in dit kader. Het belang zoals in lid c en d wordt omschreven is afkomstig uit de instructieregel in de Zuid Hollande Omgevingsverordening (artikel 7.39g) voor milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen. Dit belang is overgenomen aangezien de toepassing van deze bouwstoffen gevolgen kan hebben voor watersystemen. Ook lid e is overgenomen uit de Zuid Hollande Omgevingsverordening (artikel 3.103 (aanwijzing verboden gevallen)). Het is volgens de verordening verboden om in een waterwingebied de activiteit toepassen van een bouwstof te verrichten. In artikel 3.18, tweede lid, van de ZHOV is bepaald dat afdeling 3.3 van de ZHOV niet geldt voor de uitvoering van taken door drinkwaterbedrijven als bedoeld in artikel 7 van de Drinkwaterwet. Met waterwingebied wordt bedoeld een waterwingebied zoals blijkt uit de geometrische begrenzing van grondwaterbeschermingsgebieden die is vastgelegd in bijlage II van de ZHOV. In lid f wordt overwogen of de toepassing bij de gebruiksfunctie van de locatie en omgeving past.

De toepassing past bijvoorbeeld bij locaties gelegen op bedrijfs- of industrieterreinen of grootschalige infrastructuur. Toepassing in woon, grondwaterbeschermings-, landbouw- of natuurgebieden past minder goed bij de functie van het gebied. Indien sprake is van hergebruik op plaats van vrijkomen is dit wel weer te overwegen. Toepassing in grootschalige werken (lid g) zoals een (snel)weg of viaduct is passend, maar in een kleinschalig werk zoals een fietspad, parkeerplaats of een kleine brug is toepassing minder voor de hand liggend. Meest gewenste toepassingslocaties zijn in weg- en waterbouwkundige werken als aanvul-, ophoogen funderingsmateriaal en als steunlaagmateriaal op stortplaatsen. Lid g: Herkenbaar en beheersbaar door voldoende schaalgrootte: hiermee wordt bedoeld dat als er in de grond wordt gegraven waar deze bouwstof is toegepast, dat je herkent dat er een bouwstof aanwezig is in de grond.

- 46 -

Toepassing in grootschalige werken verdient milieuhygiënisch en beheersmatig gezien de voorkeur. De omvang (schaalgrootte) is van belang voor de levensduur van de toepassing, waarbij de bouwstof niet doorgraven mag worden, goed aanwijsbaar/terug vindbaar en goed terug neembaar moet zijn. Het is van belang dat als na toepassing graafwerkzaamheden plaatsvinden, de aanwezigheid van een bouwstof herkend wordt. Bij een grootschalige toepassing kun je denken aan bijvoorbeeld toepassing over een oppervlakte van 1000 m2 of omvang van 5000 m3. In lid g wordt gesproken over voldoende, omdat hier geen exact getal aan te verbinden is. Zo kan bijvoorbeeld een toepassing onder een loods met een oppervlakte van 500-1000 m2 ook herkenbaar en beheersbaar zijn. In lid h staan maatregelen om uitspoeling van stoffen naar de bodem en oppervlaktewater te voorkomen. Het doel van de afdekking en hoge ligging is het voorkomen van contact van de toepassing met water. Op die manier wordt uitspoeling voorkomen. Getoetst wordt of de bouwstof boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand wordt aangelegd en deze ook na zetting tijdens de gebruiksfase blijft liggen. Daarnaast wordt getoetst of de toepassing wordt afgedekt met een gesloten verharding. Een gesloten verharding betreft bijvoorbeeld een asfaltverharding en een vergelijkbare afdekking kan bijvoorbeeld een kleilaag in combinatie met folie zijn.

De gesloten verharding is rekkelijk maar hangt ook af van de functie, locatie en soort toepassing en onder welke condities de bouwstof wordt toegepast. Lid i: Ook kunnen voorzieningen of maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat de bouwstof in de aanlegfase en gebruiksfase de kwaliteit of zuurgraad van het grondwater of nabijgelegen oppervlaktewater significant beïnvloeden. Bij het verlenen van een vergunning wordt afgewogen of voldoende rekening wordt gehouden met de effecten van de toepassing op mens en milieu (nadere invulling van de zorgplicht). Lid j: Als randvoorwaarde bij het verlenen van een vergunning geldt altijd dat de veiligheid, gezondheid en milieu niet geschaad mogen worden. Indien afgeweken wordt van de criteria in dit omgevingsplan, dan is het is mogelijk om een buitenplanse omgevingsvergunning voor afwijking op het omgevingsplan (BOPA) aan te vragen. - 47 -

WAS

Artikel 11.22

WORDT

Artikel 11.26

Artikel 11.26 Afscherming bij opslaan grond 1. Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met bodembedreigende stoffen wordt, in aanvulling op paragraaf 4.122 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bij het opslaan van grond van de kwaliteitsklasse landbouw/natuur, wonen en industrie: a. het depot grond afgeschermd van de omgeving, en b. indien sprake is van asbesthoudende grond: de bovenzijde van het depot met een zeil afgedekt.

Afscherming bij opslaan grond 1. Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met bodembedreigende stoffen wordt, in aanvulling op paragraaf 4.122 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bij het opslaan van grond van de kwaliteitsklasse landbouw/natuur, wonen en industrie: a. het depot grond afgeschermd van de omgeving, en b. indien sprake is van asbesthoudende grond: de bovenzijde van het depot met een zeil afgedekt. Er is sprake van asbesthoudende grond als meer dan 10 mg/kg droge stof asbest aanwezig is in de grond of als asbesthoudend materiaal zichtbaar aanwezig is in de partij grond. 2. Het eerste lid is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

WAS

WORDT

Artikel 11.24

Artikel 11.28

Artikel 11.28 Oogmerken graven in de bodem De regels in [paragraaf 11.1.5. Graven in de bodem] zijn, in aanvulling op artikel 11.1 [oogmerken bodem] gesteld met het oog op het zuinig gebruik van energie en grondstoffen en doelmatig beheer van afvalstoffen waarbij een balans wordt nagestreefd tussen maatschappelijke ontwikkelingen en de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu.

Oogmerken graven in de bodem De regels in [subparagraaf 11.2.5.2 en 11.2.5.3] zijn, in aanvulling op artikel 11.1 [oogmerken bodem], gesteld met het oog op het zuinig gebruik van energie en grondstoffen en doelmatig beheer van afvalstoffen waarbij een balans wordt nagestreefd tussen maatschappelijke ontwikkelingen en de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu.

- 48 -

WAS

Artikel 11.25

WORDT

Artikel 11.29

Artikel 11.29 Toepassingsbereik graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit Deze paragraaf is van toepassing op de activiteit ‘graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit’, bedoeld in bijlage IIA van het Besluit activiteiten leefomgeving, als het bodemvolume waarin wordt gegraven meer is dan 25 m3.

Toepassingsbereik graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit Deze subparagraaf is van toepassing op de activiteit ‘graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit’, bedoeld in bijlage IIA van het Besluit activiteiten leefomgeving, als het bodemvolume waarin wordt gegraven meer is dan 25 m3.

WAS

WORDT

Artikel 11.26

Artikel 11.30

Artikel 11.30 Maatwerkregel graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit Paragraaf 4.119 van het Besluit activiteiten leefomgeving is van overeenkomstige toepassing op het graven in bodem met een gehalte PFOA (perfluoroctaanzuur) onder of gelijk aan 0,060 mg/kg droge stof.

Graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit Paragraaf 4.119 van het Besluit activiteiten leefomgeving is van overeenkomstige toepassing op het graven in bodem met een gehalte PFOA (perfluoroctaanzuur) onder of gelijk aan 0,060 mg/kg droge stof.

- 49 -

WAS

Artikel 11.27

WORDT

VERVALT

Artikel 11.27 Maatwerkregel bodem en afval: tijdelijk uitnemen van grond

Maatwerkregel bodem en afval: tijdelijk uitnemen van grond

1. Bij het terugbrengen van grond op of nabij de locatie van uitname, bedoeld in artikel 4.1222a Besluit activiteiten leefomgeving, wordt de grond binnen hetzelfde werk binnen 25 meter van de herkomstlocatie en onder dezelfde omstandigheden teruggebracht. Daarbij mogen er geen aanwijzingen zijn dat de bodemkwaliteit op de locatie waar de grond wordt teruggebracht verslechtert. 2. In afwijking van het eerste lid kan grond binnen hetzelfde werk worden ontgraven en teruggebracht op afstanden groter dan 25 meter van de herkomstlocatie als:

5. Bij het terugbrengen van grond op of nabij de locatie van uitname, bedoeld in artikel 4.1222a Besluit activiteiten leefomgeving, wordt de grond binnen hetzelfde werk binnen 25 meter van de herkomstlocatie en onder dezelfde omstandigheden teruggebracht. Daarbij mogen er geen aanwijzingen zijn dat de bodemkwaliteit op de locatie waar de grond wordt teruggebracht verslechtert. 6. In afwijking van het eerste lid kan grond binnen hetzelfde werk worden ontgraven en teruggebracht op afstanden groter dan 25 meter van de herkomstlocatie als:

a. de bodemkwaliteit van het gehele werkgebied bekend is via minimaal een verkennend bodemonderzoek; en

a. de bodemkwaliteit van het gehele werkgebied bekend is via minimaal een verkennend bodemonderzoek; en

b. de terug te brengen grond van vergelijkbare of betere kwaliteit is dan de kwaliteit van de terugbrenglocatie.

b. de terug te brengen grond van vergelijkbare of betere kwaliteit is dan de kwaliteit van de terugbrenglocatie.

3. Bij de toepassing van het tweede lid wordt rekening gehouden met humane en ecologische risico's en de toekomstige gebruiksfunctie van de locatie. 4. Toepassing van het tweede en derde lid blijkt uit een grondstromenplan.

7. Bij de toepassing van het tweede lid wordt rekening gehouden met humane en ecologische risico's en de toekomstige gebruiksfunctie van de locatie. 8. Toepassing van het tweede en derde lid blijkt uit een grondstromenplan.

WAS

Artikel 11.28

WORDT

Artikel 11.31

Artikel 11.31 Maatwerkregel informatieplicht: voor het begin van de activiteit 1. Indien grond binnen hetzelfde werk wordt ontgraven en teruggebracht op afstanden groter dan 25 meter van de herkomstlocatie, wordt, in aanvulling op artikel 4.1220 van het Besluit activiteiten leefomgeving, ook een verkennend bodemonderzoek en het grondstromenplan, bedoeld in artikel 11.27 [maatwerkregel bodem en afval: tijdelijk uitnemen van grond], verstrekt. 2. Het verkennend bodemonderzoek wordt ook verstrekt in het bestandsformaat

Maatwerkregel informatieplicht: voor het begin van de activiteit In aanvulling op artikel 4.1220 van het Besluit activiteiten leefomgeving worden tenminste een week voor het begin van de activiteit aan het bevoegd gezag extra gegevens en bescheiden verstrekt in verband met de risico’s bij het graven in de bodem. In aanvulling op artikel 4.1220 van het Besluit activiteiten leefomgeving worden tenminste een week voor het begin van de activiteit aan het bevoegd gezag extra gegevens en bescheiden verstrekt in verband met de risico’s bij het graven in de bodem. - 50 -

XML. In aanvulling op artikel 4.1220 van het Besluit activiteiten leefomgeving worden tenminste een week voor het begin van de activiteit aan het bevoegd gezag extra gegevens en bescheiden verstrekt in verband met de risico’s bij het graven in de bodem. 3. In aanvulling op artikel 4.1220 van het Besluit activiteiten leefomgeving worden tenminste een week voor het begin van de activiteit aan het bevoegd gezag extra gegevens en bescheiden verstrekt in verband met de risico’s bij het graven in de bodem. Toelichting In lid 1 wordt aangegeven dat de gegevens waaruit blijkt dat wordt voldaan aan het vorige artikel ook als onderdeel van de informatieplicht bij de milieubelastende activiteit " Graven in de bodem gelijk aan of beneden de interventiewaarde met een volume van meer dan 25 m3" moeten worden verstrekt. In lid 2 wordt aangegeven dat het bodemonderzoek ook in XML-format moet worden ingediend. Dit XML-format gebruikt het bevoegd gezag om invulling te geven aan de Wet basisregistratie ondergrond. In lid 3 wordt aangegeven welke gegevens nog meer als onderdeel van de informatieplicht bij de milieubelastende activiteit moeten worden verstrekt. De gevraagde gegevens hier betreffen enkele vragen over de milieubelastende activiteit, zoals of sprake is van verschillende kwaliteiten grond. Deze gegevens zijn wel bekend, alleen bij ontvangst van de melding niet digitaal toegankelijk.

Het gaat dus om gegevens die bij de aanvrager bekend zijn. De gegevens zijn bedoeld om de risico's van de graafactiviteit inzichtelijk te maken. Dit stelt het bevoegd gezag in staat tot een risico gestuurde uitvoering van de VTH-taken.

In dit artikel wordt aangegeven welke gegevens nog meer als onderdeel van de informatieplicht bij de milieubelastende activiteit moeten worden verstrekt. De gevraagde gegevens hier betreffen enkele vragen over de milieubelastende activiteit, zoals of sprake is van verschillende kwaliteiten grond. Deze gegevens zijn wel bekend, alleen bij ontvangst van de melding niet digitaal toegankelijk. Het gaat dus om gegevens die bij de aanvrager bekend zijn. De gegevens zijn bedoeld om de risico's van de graafactiviteit inzichtelijk te maken. Dit stelt het bevoegd gezag in staat tot een risico gestuurde uitvoering van de VTH-taken. Reikwijdte Dit artikel heeft betrekking op de gegevens en bescheiden die voor het begin van een activiteit moeten worden verstrekt. In aanvulling op de gegevens en bescheiden van artikel 4.1220 van het Besluit activiteiten leefomgeving moeten ook gegevens en bescheiden worden verstrekt over de risico's van de activiteit.

Reikwijdte Dit artikel heeft betrekking op de gegevens en bescheiden die voor het begin van een activiteit moeten worden verstrekt. In aanvulling op de gegevens en bescheiden van artikel 4.1220 van het Besluit activiteiten leefomgeving moeten ook gegevens en bescheiden worden verstrekt ten aanzien van terugplaatsing van grond 'op en nabij' locatie van herkomst en de risico's van de activiteit.

- 51 -

WAS

Artikel 11.29

WORDT

Artikel 11.32

Artikel 11.32 Toepassingsbereik graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit Deze paragraaf is van toepassing op de activiteit ‘graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit’, bedoeld in bijlage IIA van het Besluit activiteiten leefomgeving, als het bodemvolume waarin wordt gegraven meer is dan 25 m3.

Toepassingsbereik graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit Deze subparagraaf is van toepassing op de activiteit ‘graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit’, bedoeld in bijlage IIA van het Besluit activiteiten leefomgeving, als het bodemvolume waarin wordt gegraven meer is dan 25 m3.

WAS

WORDT

Artikel 11.30

Artikel 11.33

Artikel 11.33 Maatwerkregel graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit Paragraaf 4.120 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ook van toepassing op het graven in bodem met een gehalte PFOA (perfluoroctaanzuur) van meer dan 0,060 mg/kg droge stof.

Graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit Paragraaf 4.120 van het Besluit activiteiten leefomgeving is van overeenkomstige toepassing op het graven in de bodem met een gehalte PFOA (perfluoroctaanzuur) van meer dan 0,060 mg/kg droge stof.

Toelichting Uitleg artikel Met dit artikel wordt de milieubelastende activiteit "graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit" ook van toepassing verklaard als dit gaat om graven in grond met een kwaliteit voor PFOA boven de INEV (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging), wat een vergelijkbare waarde is als de interventiewaarde. Reikwijdte en werking Bij het graven in de bodem met een bodemvolume groter dan 25 m3 waarin een sterke verontreiniging (gehalten boven de INEV) met PFOA voorkomt is de milieubelastende activiteit "graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit" toepassing. Dit betekent dat de algemene regels die gelden voor het graven in sterk met reguliere stoffen verontreinigde grond nu ook gelden voor het graven in sterk met PFOA verontreinigde grond. De regels geven onder andere aan dat milieuhygiënisch gewerkt moet worden en dat er een meldplicht is.

Uitleg artikel Met dit artikel worden de regels van het Bal over de milieubelastende activiteit "graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit" van overeenkomstige toepassing verklaard als dit gaat om graven in grond met een kwaliteit voor PFOA boven de INEV (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging), wat een vergelijkbare waarde is als de interventiewaarde. Reikwijdte en werking Bij het graven in de bodem met een bodemvolume groter dan 25 m3 waarin een sterke verontreiniging (gehalten boven de INEV) met PFOA voorkomt zijn de regels van het Bal voor de milieubelastende activiteit "graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit" van overeenkomstige toepassing. Dit betekent dat de algemene regels die gelden voor het graven in sterk met reguliere stoffen verontreinigde grond nu ook gelden voor het graven in sterk met PFOA verontreinigde grond. De regels geven onder andere aan dat milieuhygiënisch gewerkt moet worden en dat er een meldplicht is.

- 52 -

WAS

Artikel 11.32

WORDT

Artikel 11.35

Artikel 11.35 Maatwerkregel informatieplicht: voor het begin van de activiteit In aanvulling op artikel 4.1226 van het Besluit activiteiten leefomgeving worden tenminste vier weken voor het begin van de activiteit aan het bevoegd gezag extra gegevens en bescheiden verstrekt in verband met de risico’s bij de het graven in de bodem.

WAS

Artikel 11.33

Maatwerkregel informatieplicht: voor het begin van de activiteit 1. In aanvulling op artikel 4.1226 van het Besluit activiteiten leefomgeving worden tenminste vier weken voor het begin van de activiteit aan het bevoegd gezag extra gegevens en bescheiden verstrekt in verband met de risico’s bij de het graven in de bodem. 2. In afwijking van het eerste lid, geldt bij het tijdelijk uitnemen van grond een termijn van een week, als bedoeld in artikel 4.1226, derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving.

WORDT

Artikel 11.36

Artikel 11.36 Oogmerken saneren van de bodem

Oogmerken saneren van de bodem

De regels in paragraaf 11.2.6 Saneren van de bodem zijn, in aanvulling op artikel 11.1 [oogmerken bodem], gesteld met het oog op:

De regels in subparagraaf 11.2.6.2 en 11.2.6.3 zijn, in aanvulling op artikel 11.1 [oogmerken bodem], gesteld met het oog op:

a. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van het watersysteem; b. het beschermen van het milieu waarbij een balans wordt nagestreefd tussen maatschappelijke ontwikkelingen en de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu.

WAS

Artikel 11.36

a. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van het watersysteem; b. het beschermen van het milieu waarbij een balans wordt nagestreefd tussen maatschappelijke ontwikkelingen en de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu.

WORDT

Artikel 11.39

Artikel 11.39 Maatwerkregel saneringsaanpak: aanbrengen laag grond of baggerspecie Met het oog op het beschermen van de gezondheid en het beschermen van de kwaliteit van de bodem heeft, in afwijking van artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, een laag grond of baggerspecie die wordt aangebracht als afdeklaag de minimale dikte opgenomen in tabel 11.36.1 voor het betreffende bodemgebruik.

Maatwerkregel saneringsaanpak: aanbrengen laag grond of baggerspecie Met het oog op het zuinig gebruik van energie en grondstoffen en het beschermen van het milieu heeft, in afwijking van artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, een laag grond of baggerspecie die wordt aangebracht als afdeklaag de minimale dikte opgenomen in tabel 11.39.1 voor het betreffende bodemgebruik.

- 53 -

Tabel 11.36.1: minimale dikte van de afdeklaag

Tabel 11.39.1: minimale dikte van de afdeklaag

Minimale dikte leeflaag (in cm) 50

Minimale dikte leeflaag (in cm) 50

WAS

Bodemgebruik Industrie- en bedrijventerreinen, groenzones industrie- en bedrijventerrein, zonneparken en wegbermen Artikel 11.33

WORDT

Bodemgebruik Industrie- en bedrijventerreinen, groenzones industrie- en bedrijventerrein, zonneparken en wegbermen Artikel 11.36

Artikel 11.36 Oogmerken saneren van de bodem

Oogmerken saneren van de bodem

De regels in paragraaf 11.2.6 Saneren van de bodem zijn, in aanvulling op artikel 11.1 [oogmerken bodem], gesteld met het oog op:

De regels in subparagraaf 11.2.6.2 en 11.2.6.3 zijn, in aanvulling op artikel 11.1 [oogmerken bodem], gesteld met het oog op:

a. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van het watersysteem; b. het beschermen van het milieu waarbij een balans wordt nagestreefd tussen maatschappelijke ontwikkelingen en de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu.

WAS

Artikel 11.34

a. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van het watersysteem; b. het beschermen van het milieu waarbij een balans wordt nagestreefd tussen maatschappelijke ontwikkelingen en de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu.

WORDT

Artikel 11.37

Artikel 11.37 Toepassingsbereik saneren Deze paragraaf is van toepassing op de activiteit ‘saneren van de bodem’.

Toepassingsbereik saneren Deze subparagraaf is van toepassing op de activiteit ‘saneren van de bodem’.

WAS

WORDT

Artikel 11.36

Artikel 11.39

Artikel 11.39 Maatwerkregel saneringsaanpak: aanbrengen laag grond of baggerspecie Met het oog op het beschermen van de gezondheid en het beschermen van de kwaliteit van de bodem heeft, in afwijking van artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, een laag grond of baggerspecie die wordt aangebracht als afdeklaag de minimale dikte opgenomen in tabel 11.36.1 voor het betreffende bodemgebruik.

Maatwerkregel saneringsaanpak: aanbrengen laag grond of baggerspecie Met het oog op het zuinig gebruik van energie en grondstoffen en het beschermen van het milieu heeft, in afwijking van artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, een laag grond of baggerspecie die wordt aangebracht als afdeklaag de minimale dikte opgenomen in tabel 11.369.1 voor het betreffende bodemgebruik.

Tabel 11.36.1: minimale dikte van de afdeklaag

Tabel 11.39.1: minimale dikte van de afdeklaag

- 54 -

Minimale dikte leeflaag (in cm) 50

WAS

Bodemgebruik Industrie- en bedrijventerreinen, groenzones industrieen bedrijventerrein, zonneparken en wegbermen Artikel 11.37

Minimale dikte leeflaag (in cm) 50

WORDT

Bodemgebruik Industrie- en bedrijventerreinen, groenzones industrieen bedrijventerrein, zonneparken en wegbermen Artikel 11.40

Artikel 11.40 Toelichting Uitleg artikel In artikel 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving is te lezen dat, bij verwijdering van een verontreiniging als saneringsaanpak, de verontreiniging moet worden verwijderd tot onder of gelijk aan de waarde die gelijk is aan de waarde voor de bodemfunctieklasse van die locatie. Ten aanzien van lood en PFOA gelden voor een aantal gebruiksfuncties met dit artikel lokale waarden.

Uitleg artikel In artikel 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving is te lezen dat, bij verwijdering van een verontreiniging als saneringsaanpak, de verontreiniging moet worden verwijderd tot onder of gelijk aan de waarde die gelijk is aan de waarde voor de bodemfunctieklasse van die locatie. Ten aanzien van lood en PFOA gelden voor een aantal gebruiksfuncties met dit artikel lokale waarden.

In principe hoeven alleen die stoffen te worden gesaneerd, die in sterk verhoogde gehalten voorkomen (in gehalten die de toelaatbare kwaliteit van de bodem overschrijden). Dit wordt met aanhaling van artikel 11.55 [WAARDEN VOOR DE TOELAATBARE KWALITEIT VAN EEN BODEMGEVOELIGE LOCATIE] expliciet genoemd en zo staat het voor andere stoffen ook in het Besluit activiteiten leefomgeving genoemd waar dit artikel maatwerk op is.

In principe hoeven alleen die stoffen te worden gesaneerd, die in sterk verhoogde gehalten voorkomen (in gehalten die de toelaatbare kwaliteit van de bodem overschrijden). Dit wordt met aanhaling van artikel 11.58 [WAARDEN VOOR DE TOELAATBARE KWALITEIT VAN EEN BODEMGEVOELIGE LOCATIE] expliciet genoemd en zo staat het voor andere stoffen ook in het Besluit activiteiten leefomgeving genoemd waar dit artikel maatwerk op is.

Lood: De Omgevingswet en bruidsschat sluiten voor lood aan op de oude normen. Maar de normen zijn reeds achterhaald door het onderzoek en advies van het RIVM (2015 en 2017) en de GGD (2016). De huidige normen voor lood bieden onvoldoende bescherming voor jonge kinderen. De provincie Zuid-Holland heeft, op basis van de rapporten van het RIVM en de GGD, in 2020 een handelingskader voor lood vastgesteld met advieswaarden. De huidige norm voor de functieklasse landbouw/natuur voldoet aan de advieswaarden. Voor de gevoelige gebruiken moes- en volkstuinen wordt hierbij aangesloten. De norm voor wonen is lager dan de landelijke norm en is gelijkgesteld aan de advieswaarde van de provincie. De gebruiksfunctie industrie is niet gevoelig, daarom wordt hiervoor aangesloten bij de landelijke normen voor de functieklasse industrie. De

Lood: De Omgevingswet en bruidsschat sluiten voor lood aan op de oude normen. Maar de normen zijn reeds achterhaald door het onderzoek en advies van het RIVM (2015 en 2017) en de GGD (2016). De huidige normen voor lood bieden onvoldoende bescherming voor jonge kinderen. De provincie Zuid-Holland heeft, op basis van de rapporten van het RIVM en de GGD, in 2020 een handelingskader voor lood vastgesteld met advieswaarden. De huidige norm voor de functieklasse landbouw/natuur voldoet aan de advieswaarden. Voor de gevoelige gebruiken volks- en moestuinen wordt hierbij aangesloten. De norm voor wonen is lager dan de landelijke norm en is gelijkgesteld aan de advieswaarde van de provincie. De gebruiksfunctie industrie is niet gevoelig, daarom wordt hiervoor aangesloten bij de landelijke normen voor de functieklasse industrie. De

- 55 -

waarden sluiten aan bij de hergebruiksnormen in paragraaf 11.2.2.

waarden sluiten aan bij de hergebruiksnormen in paragraaf 11.2.2.

PFOA: De terugsaneerwaarden die per gebruiksfunctie behaald moeten worden na sanering zijn in dit artikel gelijk gesteld aan de hergebruiksnormen die gelden bij die gebruiksfunctie. Zoals in artikel 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving is aangegeven, is het gebruikelijk en ook logisch om met terugsaneerwaarden aan te sluiten bij de waarde die past bij de bodemfunctieklasse, omdat deze waarden zijn gebaseerd op een duurzaam bodemgebruik en zijn afgestemd op de gebruiksfunctie. Opgemerkt wordt dat maatwerk mogelijk is. Dit zal per situatie moeten worden afgestemd. Per locatie kan hiervoor een maatwerkbesluit worden aangevraagd. Ook bij maatwerk moet de gezondheid van de mens beschermd blijven. Voor maatwerkmogelijkheden is het beleid dat geldt voor maatwerk op hergebruik van grond van toepassing.

PFOA: De terugsaneerwaarden die per gebruiksfunctie behaald moeten worden na sanering zijn in dit artikel gelijk gesteld aan de hergebruiksnormen die gelden bij die gebruiksfunctie. Zoals in artikel 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving is aangegeven, is het gebruikelijk en ook logisch om met terugsaneerwaarden aan te sluiten bij de waarde die past bij de bodemfunctieklasse, omdat deze waarden zijn gebaseerd op een duurzaam bodemgebruik en zijn afgestemd op de gebruiksfunctie. Opgemerkt wordt dat maatwerk mogelijk is. Dit zal per situatie moeten worden afgestemd. Per locatie kan hiervoor een maatwerkbesluit worden aangevraagd. Ook bij maatwerk moet de gezondheid van de mens beschermd blijven. Voor maatwerkmogelijkheden is het beleid dat geldt voor maatwerk op hergebruik van grond van toepassing.

Reikwijdte Dit artikel is van toepassing op het saneren van de bodem met de standaardaanpak verwijderen van de verontreiniging en wel bij de sanering van een verontreiniging met lood en/of PFOA.

Reikwijdte Dit artikel is van toepassing op het saneren van de bodem met de standaardaanpak verwijderen van de verontreiniging en wel bij de sanering van een verontreiniging met lood en/of PFOA.

WAS

WORDT

Artikel 11.41

Artikel 11.44

Artikel 11.44 Toepassingsbereik grondwatersaneringen Deze paragraaf is van toepassing op het saneren van de grondwaterbodem ter uitvoering van een bronaanpak als bedoeld in artikel 7.32, eerste lid, onder a, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.

Toepassingsbereik grondwatersaneringen Deze subparagraaf is van toepassing op het saneren van de grondwaterbodem ter uitvoering van een bronaanpak als bedoeld in artikel 7.32, eerste lid, onder a, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.

WAS

WORDT

Artikel 11.54

Artikel 11.57

Artikel 11.57 Toelichting Dit artikel betreft een beleidsneutrale omzetting van artikel 22.26 (Bruidsschat). Het bepaalt dat voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw (o.a. gebouw dat de bodem raakt) een vergunning aangevraagd moet worden.

Dit artikel betreft een beleidsneutrale omzetting van artikel 22.26 (Bruidsschat). Het bepaalt dat voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw (o.a. gebouw dat de bodem raakt) een vergunning aangevraagd moet worden. Met de bouwactiviteit wordt bedoeld: - 56 -

-

-

WAS

Artikel 11.56

WORDT

In dit omgevingsplan in Hst. 6 aangewezen vergunningplichtige gebouwen en bouwwerken bouwen In dit omgevingsplan in Hst. 22 aangewezen vergunningplichtige bouwactiviteit (artikel 22.26)

Artikel 11.59

Artikel 11.59 Toelichting Uitleg artikel Wanneer de bodemkwaliteit de waarde voor de toelaatbare kwaliteit overschrijdt, is bouwen alleen mogelijk na het uitvoeren van sanerende of andere beschermende maatregelen, mits die technisch mogelijk zijn. De vraag is louter of het technisch mogelijk is om het geschikt te maken. Het antwoord op die vraag is niet afhankelijk van de goede wil van de initiatiefnemer maar alleen of het objectief, technisch, milieuhygiënisch mogelijk is. Saneringsmaatregelen worden uitgevoerd in overeenstemming met de milieubelastende activiteit saneren van de bodem, zoals opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving. Hierin staan twee standaardaanpakken beschreven. Indien deze aanpakken niet voldoen, kan degene die saneert een maatwerkvoorschrift aanvragen bij het bevoegd gezag. Reikwijdte Dit artikel is van toepassing als sprake is van een overschrijding van de toelaatbare bodemkwaliteit. In het voorgaande artikel 11.55 [WAARDE TOELAATBARE KWALITEIT BODEMGEVOELIGE LOCATIE] staat wanneer hier sprake van is.

Uitleg artikel Wanneer de bodemkwaliteit de waarde voor de toelaatbare kwaliteit overschrijdt, is bouwen alleen mogelijk na het uitvoeren van sanerende of andere beschermende maatregelen, mits die technisch mogelijk zijn. De vraag is louter of het technisch mogelijk is om het geschikt te maken. Het antwoord op die vraag is niet afhankelijk van de goede wil van de initiatiefnemer maar alleen of het objectief, technisch, milieuhygiënisch mogelijk is. Saneringsmaatregelen worden uitgevoerd in overeenstemming met de milieubelastende activiteit saneren van de bodem, zoals opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving. Hierin staan twee standaardaanpakken beschreven. Indien deze aanpakken niet voldoen, kan degene die saneert een maatwerkvoorschrift aanvragen bij het bevoegd gezag. Reikwijdte Dit artikel is van toepassing als sprake is van een overschrijding van de toelaatbare bodemkwaliteit. In het voorgaande artikel 11.58 [WAARDE TOELAATBARE KWALITEIT BODEMGEVOELIGE LOCATIE] staat wanneer hier sprake van is.

WAS

WORDT

Artikel 11.57

Artikel 11.60

Artikel 11.60 Toelichting Uitleg artikel Bij een aanvraag om een vergunning voor het bouwen wordt een bodemonderzoek overgelegd. In lid 2 is aangegeven dat de resultaten van een voorafgaand bodemonderzoek ook in digitaal format (XML-format) moet worden verstrekt.

Uitleg artikel Bij een aanvraag om een vergunning voor het bouwen wordt een bodemonderzoek overgelegd. In lid 2 is aangegeven dat de resultaten van een voorafgaand bodemonderzoek ook in digitaal format (XML-format) moet worden verstrekt.

- 57 -

Dit bodemonderzoek is noodzakelijk om te bepalen of de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem is overschreden. In dat geval zijn sanerende of andere beschermende maatregelen een voorwaarde voor het bouwen (artikel 11.58 Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen van een bodemgevoelig gebouw en artikel 11.55 Waarde toelaatbare kwaliteit bodemgevoelige locatie). Digitale aanlevering is nodig om te kunnen voldoen aan de Wet basisregistratie ondergrond. Dit is een voortzetting van artikel 8 van de Woningwet in samenhang met de lokale bouwverordening. Reikwijdte Dit betreft aanvragen om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie.

Dit bodemonderzoek is noodzakelijk om te bepalen of de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem is overschreden. In dat geval zijn sanerende of andere beschermende maatregelen een voorwaarde voor het bouwen (artikel 11.61 Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen van een bodemgevoelig gebouw en artikel 11.58 Waarde toelaatbare kwaliteit bodemgevoelige locatie). Digitale aanlevering is nodig om te kunnen voldoen aan de Wet basisregistratie ondergrond. Dit is een voortzetting van artikel 8 van de Woningwet in samenhang met de lokale bouwverordening. Reikwijdte Dit betreft aanvragen om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie.

WAS

WORDT

Artikel 11.58

Artikel 11.61

Artikel 11.61 Toelichting Uitleg artikel Dit artikel bevat voorwaarden voor het toelaten van een bouwactiviteit, kortgezegd het bouwen van een bouwwerk of gebouw, op een bodemgevoelige locatie. Deze activiteit mag niet uitgevoerd worden zonder een omgevingsvergunning. Het eerste deel geeft onder a en b criteria waaraan een omgevingsvergunningaanvraag van een binnenplanse omgevingsplanactiviteit wordt getoetst. Het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie bij overschrijding van de toelaatbare bodemkwaliteit is alleen toegelaten als sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen. Het tweede deel geeft een criteria aan waaraan tevens een omgevingsvergunningaanvraag van een binnenplanse omgevingsactiviteit wordt getoetst. Het criteria bestaat uit het oordeel van bevoegd gezag of de bodem geschikt is voor het beoogde doel. Als dit naar haar oordeel niet het geval is, kan zij voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning om de bodem geschikt te maken. Dit artikel is bedoeld als vangnet voor overige stoffen die niet in artikel 11.55 (Waarde toelaatbare kwaliteit bodemgevoelige locatie) van dit omgevingsplan staan.

Uitleg artikel Dit artikel bevat voorwaarden voor het toelaten van een bouwactiviteit, kortgezegd het bouwen van een bouwwerk of gebouw, op een bodemgevoelige locatie. Deze activiteit mag niet uitgevoerd worden zonder een omgevingsvergunning. Het eerste deel geeft onder a en b criteria waaraan een omgevingsvergunningaanvraag van een binnenplanse omgevingsplanactiviteit wordt getoetst. Het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie bij overschrijding van de toelaatbare bodemkwaliteit is alleen toegelaten als sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen. Het tweede deel geeft een criteria aan waaraan tevens een omgevingsvergunningaanvraag van een binnenplanse omgevingsactiviteit wordt getoetst. Het criteria bestaat uit het oordeel van bevoegd gezag of de bodem geschikt is voor het beoogde doel. Als dit naar haar oordeel niet het geval is, kan zij voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning om de bodem geschikt te maken. Dit artikel is bedoeld als vangnet voor overige stoffen die niet in artikel 11.58 (Waarde toelaatbare kwaliteit bodemgevoelige locatie) van dit omgevingsplan staan.

- 58 -

Het doel van dit artikel is om een gelijk beschermingsniveau (voor mens en milieu) te borgen dat bestond onder de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en Woningwet. Deze ging uit van een geval van ernstige bodemverontreiniging zoals bedoeld in de voormalige Wet bodembescherming en uitgewerkt in de voormalige Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. Bij de beoordeling van bevoegd gezag of de bodemkwaliteit toelaatbaar is, zal aangesloten worden bij dit beschermingsniveau. In deze voormalige wet- en regelgeving staat aangegeven hoe wordt omgegaan met niet-reguliere en/of niet genormeerde stoffen. Het Bevoegd gezag kan hiermee bij overschrijding van de interventiewaarde of vergelijkbare waarde (in een bodemvolume groter dan 25 m3) voor elke stof sanerende of andere beschermende maatregelen voorschrijven, mits die technisch mogelijk zijn.

Het doel van dit artikel is om een gelijk beschermingsniveau (voor mens en milieu) te borgen dat bestond onder de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en Woningwet. Deze ging uit van een geval van ernstige bodemverontreiniging zoals bedoeld in de voormalige Wet bodembescherming en uitgewerkt in de voormalige Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. Bij de beoordeling van bevoegd gezag of de bodemkwaliteit toelaatbaar is, zal aangesloten worden bij dit beschermingsniveau. In deze voormalige wet- en regelgeving staat aangegeven hoe wordt omgegaan met niet-reguliere en/of niet genormeerde stoffen. Het Bevoegd gezag kan hiermee bij overschrijding van de interventiewaarde of vergelijkbare waarde (in een bodemvolume groter dan 25 m3) voor elke stof sanerende of andere beschermende maatregelen voorschrijven, mits die technisch mogelijk zijn.

Het tweede deel bepaalt dat het college bij ernstige bodemverontreiniging aanvullende maatregelen aan de omgevingsvergunning kan verbinden.

Het tweede deel bepaalt dat het college bij ernstige bodemverontreiniging aanvullende maatregelen aan de omgevingsvergunning kan verbinden.

Bijvoorbeeld bij de beoordeling van een aanvraag van een omgevingsvergunning bouw voor een kantoorpand op een bedrijfsterrein met chemische industrie of de bouw van een woning op een locatie wat voorheen een tankstation was of een voormalige scheepswerf. Op deze locaties kan sprake zijn van een sterke verontreiniging met bijvoorbeeld tributyltin, MTBE, ETBE, detergenten of diethyltriamine. Voor deze verontreinigingen kunnen bij de bouwactiviteit op basis van dit artikel sanerende of andere beschermende maatregelen worden voorgeschreven in de vergunning. Deze kunnen niet worden voorgeschreven op basis van artikel 11.55 (Waarde toelaatbare kwaliteit bodemgevoelig gebouw), omdat de in het voorbeeld genoemde verontreinigde stoffen niet binnen de reikwijdte van deze artikelen valt. Het Besluit kwaliteit leefomgeving biedt onvoldoende ruimte om dit te regelen.

Bijvoorbeeld bij de beoordeling van een aanvraag van een omgevingsvergunning bouw voor een kantoorpand op een bedrijfsterrein met chemische industrie of de bouw van een woning op een locatie wat voorheen een tankstation was of een voormalige scheepswerf. Op deze locaties kan sprake zijn van een sterke verontreiniging met bijvoorbeeld tributyltin, MTBE, ETBE, detergenten of diethyltriamine. Voor deze verontreinigingen kunnen bij de bouwactiviteit op basis van dit artikel sanerende of andere beschermende maatregelen worden voorgeschreven in de vergunning. Deze kunnen niet worden voorgeschreven op basis van artikel 11.58 (Waarde toelaatbare kwaliteit bodemgevoelig gebouw), omdat de in het voorbeeld genoemde verontreinigde stoffen niet binnen de reikwijdte van deze artikelen valt. Het Besluit kwaliteit leefomgeving biedt onvoldoende ruimte om dit te regelen.

Reikwijdte en werking Dit artikel betreft het toelaten van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie.

Reikwijdte en werking Dit artikel betreft het toelaten van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie.

Wanneer de bodemkwaliteit de waarde voor de toelaatbare kwaliteit overschrijdt, is bouwen alleen mogelijk na het uitvoeren van sanerende of andere beschermende maatregelen, mits die

Wanneer de bodemkwaliteit de waarde voor de toelaatbare kwaliteit overschrijdt, is bouwen alleen mogelijk na het uitvoeren van sanerende of andere beschermende maatregelen, mits die - 59 -

technisch mogelijk zijn. Dit geldt voor de in artikel 11.55 (Waarde toelaatbare kwaliteit bodemgevoelig gebouw) genoemde stoffen. Daarnaast kan het bevoegd gezag in een omgevingsvergunning bouwen ook voor andere stoffen, die maken dat de bodem een ontoelaatbare kwaliteit heeft, sanerende of andere beschermende maatregelen voorschrijven.

technisch mogelijk zijn. Dit geldt voor de in artikel 11.58 (Waarde toelaatbare kwaliteit bodemgevoelig gebouw) genoemde stoffen. Daarnaast kan het bevoegd gezag in een omgevingsvergunning bouwen ook voor andere stoffen, die maken dat de bodem een ontoelaatbare kwaliteit heeft, sanerende of andere beschermende maatregelen voorschrijven.

WAS

WORDT

Artikel 11.60

Artikel 11.63

Artikel 11.63 Indieningsvereisten melding bouwen van een bodemgevoelig gebouw 1. Een melding als bedoeld in artikel 11.62 [MELDPLICHT BOUWEN VAN EEN BODEMGEVOELIG GEBOUW] bevat: a. de resultaten van een verkennend bodemonderzoek; b. de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; c. het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht; d. de dagtekening; en e. bij overschrijding van een waarde als bedoeld in artikel 11.58 [WAARDE TOELAATBARE KWALITEIT BODEMGEVOELIGE LOCATIE] de gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen. 2. Dit artikel is niet van toepassing als de bouwactiviteit als vergunningplichtig is aangewezen in dit omgevingsplan. 3. De resultaten van een bodemonderzoek worden ook verstrekt in het bestandsformaat XML.

Indieningsvereisten melding bouwen van een bodemgevoelig gebouw 1. Een melding als bedoeld in artikel 11.62 [MELDPLICHT BOUWEN VAN EEN BODEMGEVOELIG GEBOUW] bevat: a. de resultaten van een verkennend bodemonderzoek; b. de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; c. het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht; d. de dagtekening; en e. bij overschrijding van een waarde als bedoeld in artikel 11.58 [WAARDE TOELAATBARE KWALITEIT BODEMGEVOELIGE LOCATIE] de gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen. 2. Dit artikel is niet van toepassing als de bouwactiviteit als vergunningplichtig is aangewezen in dit omgevingsplan. 3. De resultaten van een bodemonderzoek worden ook verstrekt in het bestandsformaat XML.

Toelichting Uitleg artikel In dit artikel is puntsgewijs aangegeven welke gegevens moeten worden aangeleverd bij de melding. Bij het tweede lid wordt voor overschrijding van de toelaatbare bodemkwaliteit verwezen naar (Waarde toelaatbare kwaliteit bodemgevoelige locatie) in dit omgevingsplan. In lid 3 is aangegeven dat de resultaten van een voorafgaand bodemonderzoek uit lid 1 onder a

Uitleg artikel In dit artikel is puntsgewijs aangegeven welke gegevens moeten worden aangeleverd bij de melding. Bij het tweede lid wordt voor overschrijding van de toelaatbare bodemkwaliteit verwezen naar artikel 11.58 (Waarde toelaatbare kwaliteit bodemgevoelige locatie) in dit omgevingsplan. In lid 3 is aangegeven dat de resultaten van een voorafgaand bodemonderzoek uit lid 1 onder a - 60 -

ook in digitaal format (XML-format) moet worden verstrekt.

ook in digitaal format (XML-format) moet worden verstrekt.

Reikwijdte en werking Met dit artikel worden voor de bodemkwaliteit bij een melding dezelfde voorwaarden als voor een omgevingsvergunning bouwen van een bodemgevoelig gebouw opgelegd voor het toelaten van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie. Het vangnetartikel (lid 2 van Specifieke beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen op een bodemgevoelige locatie) is van toepassing bij een melding.

Reikwijdte en werking Met dit artikel worden voor de bodemkwaliteit bij een melding dezelfde voorwaarden als voor een omgevingsvergunning bouwen van een bodemgevoelig gebouw opgelegd voor het toelaten van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie. Het vangnetartikel (lid 2 van artikel 11.61 Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen op een bodemgevoelige locatie) is van toepassing bij een melding.

WAS

WORDT

Artikel 11.61

Artikel 11.64

Artikel 11.64 Toelichting Uitleg artikel In artikel 11.2 is een algemene bepaling opgenomen voor het stellen van maatwerkvoorschriften door het bevoegd gezag (op verzoek van een initiatiefnemer). Dat artikel is van toepassing op alle paragrafen in hoofdstuk 11. In aanvulling hierop is deze specifieke bepaling voor het stellen van maatwerkvoorschriften opgenomen in artikel 11.61 voor de meldingen voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. Met dit artikel maken we naar de buitenwereld duidelijk dat het bevoegd gezag voor deze melding dezelfde voorschriften wil kunnen stellen als bij de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. Dit artikel vormt tegelijk een vangnet voor de meldingen, zodoende kan gebruik worden gemaakt van het vangnetartikel (artikel 11.58).

Uitleg artikel In artikel 11.2 is een algemene bepaling opgenomen voor het stellen van maatwerkvoorschriften door het bevoegd gezag (op verzoek van een initiatiefnemer). Dat artikel is van toepassing op alle paragrafen in hoofdstuk 11. In aanvulling hierop is deze specifieke bepaling voor het stellen van maatwerkvoorschriften opgenomen in artikel 11.62 voor de meldingen voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. Met dit artikel maken we naar de buitenwereld duidelijk dat het bevoegd gezag voor deze melding dezelfde voorschriften wil kunnen stellen als bij de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. Dit artikel vormt tegelijk een vangnet voor de meldingen, zodoende kan gebruik worden gemaakt van het vangnetartikel artikel 11.61

WAS

WORDT

Artikel 11.62

Artikel 11.65

Artikel 11.65 Informatieplicht na het bouwen op een bodemgevoelige locatie Bij overschrijding van een waarde van de toelaatbare kwaliteit van de bodem wordt een bodemgevoelig gebouw of een gedeelte daarvan op een bodemgevoelige locatie alleen in gebruik genomen nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de maatregelen, bedoeld in artikel 11.59 [MAATREGELEN OVERSCHRIJDING WAARDE

Informatieplicht na het bouwen op een bodemgevoelige locatie Bij overschrijding van een waarde van de toelaatbare kwaliteit van de bodem wordt een bodemgevoelig gebouw of een gedeelte daarvan op een bodemgevoelige locatie alleen in gebruik genomen nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de maatregelen, bedoeld in artikel 11.59 [MAATREGELEN OVERSCHRIJDING WAARDE

- 61 -

TOELAATBARE KWALITEIT BODEMGEVOELIGE LOCATIE], zijn getroffen.

TOELAATBARE KWALITEIT BODEMGEVOELIGE LOCATIE], zijn getroffen.

WAS

WORDT

Artikel 11.63

Artikel 11.66

Artikel 11.66 Toepassingsbereik bouwen van een Toepassingsbereik bouwen van een grondwatergevoelig gebouw grondwatergevoelig gebouw 1. Deze afdeling is van toepassing op de 3. Deze afdeling is van toepassing op de activiteit ‘bouwen van een activiteit ‘bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie’ als bedoeld grondwatergevoelige locatie’ als bedoeld in paragraaf 7.3.5.1 Toelaten van een in paragraaf 7.3.5.1 Toelaten van een bouwactiviteit op een bouwactiviteit op een grondwatergevoelige locatie van de Zuidgrondwatergevoelige locatie van de ZuidHollandse omgevingsverordening. Hollandse Omgevingsverordening. 2. Onder een significante verontreiniging 4. Onder een significante verontreiniging van het grondwater wordt verstaan een van het grondwater wordt verstaan een significante verontreiniging van het significante verontreiniging van het grondwater als bedoeld in artikel 3.131 grondwater als bedoeld in artikel 3.131 van de Zuid-Hollandse van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Omgevingsverordening.

WAS

Artikel 11.65

WORDT

Artikel 11.68

Artikel 11.68 Voorafgaand grondwateronderzoek 1. Het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie is alleen toegestaan als onderzocht is of sprake is van een verontreiniging van het grondwater zoals bedoeld in artikel 7.30 van de ZuidHollandse omgevingsverordening 2. Aan het eerste lid wordt voldaan door: a. het verrichten van voorafgaand bodemonderzoek, of b. het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die artikelen luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidig dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of bij een mogelijk verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.

Voorafgaand grondwateronderzoek 3. Het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie is alleen toegestaan als onderzocht is of sprake is van een verontreiniging van het grondwater zoals bedoeld in artikel 7.30 van de ZuidHollandse Omgevingsverordening 4. Aan het eerste lid wordt voldaan door: c. het verrichten van voorafgaand bodemonderzoek, of d. het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29, in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die artikelen luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidig dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of bij een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.

- 62 -

WAS

Artikel 11.66

WORDT

Artikel 11.69

Artikel 11.69 Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit 1. Het bouwen van een 1. Het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie bij een grondwatergevoelige locatie bij een verontreiniging van grondwater als verontreiniging van grondwater als bedoeld in artikel 7.30 van de Zuidbedoeld in artikel 7.30 van de ZuidHollandse Omgevingsverordening is Hollandse Omgevingsverordening is uitsluitend toegestaan als een uitsluitend toegestaan als een risicobeoordeling risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is uitgevoerd grondwaterkwaliteit is uitgevoerd overeenkomstig paragraaf 3.4.2 van overeenkomstig paragraaf 3.4.2 van de Zuid-Hollandse de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Omgevingsverordening. 2. Het eerste lid is niet van toepassing 2. Het eerste lid is niet van toepassing als de bron van verontreiniging van als de bron van verontreiniging van het grondwater: het grondwater: a. zich niet langer bevindt in de a.

zich niet langer bevindt in de vaste bodem van de vaste bodem van de grondwatergevoelige locatie, grondwatergevoelige locatie, tenzij uit het vooronderzoek tenzij uit het vooronderzoek bodem, bedoeld in artikel bodem, bedoeld in artikel 5.7a van het Besluit 5.7a van het Besluit activiteiten leefomgeving, of activiteiten leefomgeving, of een beschikking als bedoeld uit een beschikking als in artikel 11.68 bedoeld in artikel 11.68 [VOORAFGAAND [VOORAFGAAND GRONDWATERONDERZOEK] GRONDWATERONDERZOEK] , tweede lid, onder b, blijkt , tweede lid, onder b, blijkt dat er sprake is van een zakdat er sprake is van een zakof drijflaag; of of drijflaag; of b. zich in de vaste bodem van b. zich in de vaste bodem van de grondwatergevoelige de grondwatergevoelige locatie bevindt en diffuus locatie bevindt en diffuus van aard is. van aard is. 3. Het eerste lid is ook niet van 3. Het eerste lid is ook niet van toepassing als de verontreiniging van toepassing als de verontreiniging van grondwater: grondwater: a. het gevolg is van natuurlijk a. het gevolg is van natuurlijk verhoogde verhoogde achtergrondconcentratie; of achtergrondconcentratie; of b. een restverontreiniging na b.

een restverontreiniging na het uitvoeren van een het uitvoeren van een grondwatersanering betreft grondwatersanering betreft en als zodanig is opgenomen en als zodanig is opgenomen in een evaluatieverslag als in een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 3.141e van bedoeld in artikel 3.141e van de Zuid-Hollandse de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening of Omgevingsverordening of een beschikt een beschikt evaluatieverslag als bedoeld evaluatieverslag als bedoeld in artikel 39c van de Wet in artikel 39c van de Wet - 63 -

bodembescherming, zoals dit artikel luidde voor inwerkingtreding van de Omgevingswet. WAS

Artikel 11.68

bodembescherming, zoals dit artikel luidde voor inwerkingtreding van de Omgevingswet. WORDT

Artikel 11.71

Artikel 11.71 Aanvraagvereisten vergunning en informatieplicht bouwen van een grondwatergevoelig gebouw 1. Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie wordt het voorafgaand onderzoek, bedoeld in artikel 11.68 [VOORAFGAAND GRONDWATERONDERZOEK], verstrekt. 2. De resultaten van het voorafgaand onderzoek worden ook verstrekt in het bestandsformaat XML. 3. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt ook een afschrift verstrekt van de volgende gegevens en bescheiden: a. indien sprake is van een verontreiniging van grondwater: i. een afschrift van de gegevens en bescheiden na verrichten van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, bedoeld in artikel 3.132 van de ZuidHollandse Omgevingsverordeni ng, waarbij ten minste vier weken verstreken zijn nadat de gegevens en bescheiden aan Gedeputeerde Staten zijn verstrekt; ii. de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek bedoeld in het eerste lid;

Aanvraagvereisten vergunning en informatieplicht bouwen van een grondwatergevoelig gebouw 1. Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie wordt het voorafgaand onderzoek, bedoeld in artikel 11.68 [VOORAFGAAND GRONDWATERONDERZOEK], verstrekt. 2. De resultaten van het voorafgaand onderzoek worden ook verstrekt in het bestandsformaat XML. 3. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt ook een afschrift verstrekt van de volgende gegevens en bescheiden: a. indien sprake is van een verontreiniging van grondwater: i. een afschrift van de gegevens en bescheiden na verrichten van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, bedoeld in artikel 3.132 van de ZuidHollandse Omgevingsverordeni ng, waarbij ten minste vier weken verstreken zijn nadat de gegevens en bescheiden aan Gedeputeerde Staten zijn verstrekt; ii. de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek bedoeld in het eerste lid;

- 64 -

iii. de naam en het adres van degene die de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit heeft verricht; iv. een onderbouwing van de daarbij toegepaste methode(n), bedoeld in artikel 3.126, tweede lid, Zuid-Hollandse Omgevingsverordeni ng; en v. de uitkomst van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit; b. indien sprake is van een significante grondwaterverontreiniging: een afschrift van de melding, bedoeld in artikel 4.1236 van het Besluit activiteiten leefomgeving, die aannemelijk maakt dat een bronaanpak bedoeld in artikel 11.70 [SANERENDE MAATREGELEN], eerste lid, wordt verricht; en c. indien sprake is van een significante grondwaterverontreiniging die direct aandacht behoeft: een afschrift van de aanvraag om omgevingsvergunning die aannemelijk maakt dat een grondwatersanering wordt verricht. WAS

Artikel 11.71

ii. de naam en het adres van degene die de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit heeft verricht; iii. een onderbouwing van de daarbij toegepaste methode(n), bedoeld in artikel 3.126, tweede lid, Zuid-Hollandse Omgevingsverordeni ng; en iv. de uitkomst van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit; b. indien sprake is van een significante grondwaterverontreiniging: een afschrift van de melding, bedoeld in artikel 4.1236 van het Besluit activiteiten leefomgeving, die aannemelijk maakt dat een bronaanpak bedoeld in artikel 11.70 [SANERENDE MAATREGELEN], eerste lid, wordt verricht; en c. indien sprake is van een significante grondwaterverontreiniging die direct aandacht behoeft: een afschrift van de aanvraag om een omgevingsvergunning die aannemelijk maakt dat een grondwatersanering wordt verricht. WORDT

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/1041/documents/32268