Jaarstukken 2024 .pdf
Tekst van het document
De nieuwe tarieven gaan met ingang van augustus 2025 gelden. Ongewis blijft altijd het aantal leerlingen dat een beroep doet op een voorziening Leerlingenvervoer. De gemeente Hardinxveld-Giessendam voert de verordening vrij strak uit. Dit houdt in dat er niet onnodig Taxivervoer wordt ingezet maar dat andere alternatieven als OV en eigen vervoer nadrukkelijk worden aangereikt als (enig) alternatief. Zo wordt de instroom in het Taxivervoer zoveel als mogelijk beperkt. Gelet op bovenstaande uiteenzetting wordt het risico op budgetoverschrijding gemiddeld geacht (50%). De impact op de ramingen in de begroting wordt op 50% ingeschat. Participatiewet De Participatiewet kenmerkt zich door een vast rijksbudget binnen de algemene uitkering. Dit is het participatiebudget dat onderdeel is van het sociaal domein. Naast het participatiebudget is er een specifieke uitkering die als inkomensdeel door het Rijk separaat wordt uitbetaald. Beide budgetten worden neutraal in de begroting opgenomen. Het toereikend zijn van het budget hebben wij niet geheel in eigen hand. Gemeenten hebben te maken met verlaagde inkomsten. De SDD voert voor onze gemeente de Participatiewet uit. We zetten in op het versterken van de bestaanszekerheid van inwoners, onder andere via inkomensondersteuning, minimaregelingen en schuldhulpverlening.
Daarnaast zetten we instrumenten in om inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt zo veel mogelijk te laten participeren naar vermogen. De laatste jaren zien we een veranderde doelgroep in de bijstand. De afstand tot de arbeidsmarkt is relatief groter geworden. Voor gemeenten heeft dit tot gevolg dat de investering en ontwikkeling om inwoners richting werk te bewegen meer vraagt, zowel in tijd als in geld. Bovendien is de instroom in de bijstand niet altijd goed te voorspellen. In een kleine gemeente als Hardinxveld-Giessendam kan bijvoorbeeld een klein aantal verhuizingen van bijstandsgerechtigden naar onze gemeente al tot een groot financieel effect leiden. De verantwoordelijkheid voor de inburgering van asielstatushouders en gezinsmigranten ligt bij gemeenten. Van het Rijk ontvangen we het budget, een specifieke uitkering (SPUK) voor inburgeringsvoorzieningen, de maatschappelijke begeleiding en de PVT's. Deze onderdelen worden door de gemeenten uitgevoerd en ingekocht, overige taken wordt door de SDD uitgevoerd. De beschikbare middelen worden bepaald aan de hand van de voorlopige taakstelling en is de basis voor de berekening van de hoogte van het budget. Er zit wel enige risico op het maken van een inschatting van de taakstelling, zeker gezien de huidige beweging van het aantal asielzoekers dat zich meldt. In 2024 was de opgelegde taakstelling hoog.
De taakstelling van 2024 is in onze gemeente niet gehaald door een tekort aan huisvesting. Dit kan leiden tot een teruggave van SPUK-gelden als we het tekortkomende jaren niet inlopen. Door de hogere taakstelling, indexatie van personeelskosten, de Spreidingswet en de komst van AZC's in de regio, is de verwachting dat de kosten van de SDD en Vluchtelingenwerk komende jaren nog verder stijgen.
Jaarstukken 2024
58
De budgetten van de participatiewet worden nauwlettend gevolgd. Gelet op bovenstaande uiteenzetting wordt het risico op budgetoverschrijding gemiddeld geacht (50%). De impact op de ramingen in de begroting is beperkt (10%). WMO De Wmo is een ‘openeinderegeling’: de kosten in enig jaar zijn sterk afhankelijk van het beroep dat op de regeling wordt gedaan. Alleen al daarom brengt het de nodige risico’s met zich mee. Daarnaast hebben demografische ontwikkelingen, arbeidsmarktontwikkelingen en de ontwikkeling van kostprijzen van producten en diensten grote impact op de uitgaven van de Wmo. De Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) voert voor onze gemeenten het grootste deel van de Wmo-taken uit. De SDD benut hiervoor een groot deel van de Wmo-budgetten van de gemeente. Zowel de uitvoeringskosten als de apparaatskosten worden verrekend op basis van werkelijk gebruik. De realisatiecijfers van de afgelopen jaren vormen de basis voor de komende jaren waarmee de budgetten herijkt kunnen worden. Hierbij is ook een marge ingebouwd. De realisatiecijfers van de volgende jaren bieden een verdere basis voor betrouwbaardere prognoses. We zien kostenstijgingen op vrijwel alle maatwerkvoorzieningen. Dit komt door de combinatie van twee factoren: 1) De stijgende vraag naar ondersteuning.
Dit komt onder andere door de vergrijzing en doordat mensen steeds langer en met zwaardere problematiek thuis blijven wonen (ambulantisering en extramuralisering); 2) De kostprijs/tarieven van maatwerkvoorzieningen neemt toe. Deze stijging vloeit voort uit de forse stijging van de grondstofprijzen en recente CAO-ontwikkelingen, die ook binnen de zorgsector tot forse loonsverhogingen heeft geleid. Dit zien we met name bij de huishoudelijke ondersteuning en vervoer. De SDD stuurt op het beperken van de kosten via, onder andere, scherpe sturing op de contracten en afschaling naar lichtere vormen van ondersteuning als dat mogelijk is. Door meer in te zetten op het normaliseren van ondersteuning ('goed is goed genoeg') en meer focus te leggen op zelfredzaamheid (wat kan de inwoner nog of weer zelf) proberen we de toename in indicaties af te remmen, zodat we in de toekomst de ondersteuning kunnen blijven leveren aan mensen die het echt nodig hebben. Het budget voor het organiseren van algemene voorzieningen zit lokaal en zit voor een groot deel in de Maatschappelijke Agenda (MAG) en het budget van het Sociaal Team (het Sociaal Team is een algemene voorziening). De budgetten voor de Wmo worden nauwlettend gevolgd. Hierdoor wordt het risico op forse budgetoverschrijding gemiddeld geacht (50%). Jeugdwet De uitvoering van de Jeugdwet is een taakveld binnen het sociaal domein.
De bekostiging maakt met ingang van 1 januari 2019 geen deel meer uit van de integratie uitkering sociaal domein van de algemene uitkering van het Rijk. Deze gelden zijn als zodanig algemeen dekkingsmiddel geworden. De taken vanuit de Jeugdwet zijn gedelegeerd en gemandateerd aan de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd. De serviceorganisatie Jeugd (SOJ) Zuid-Holland Zuid is de uitvoeringsorganisatie. De werkzaamheden die horen bij de uitvoering van de wet zijn voor een groot deel ondergebracht bij de Service Organisatie Jeugd (SOJ). SOJ stelt jaarlijks een begroting op, waarin zij de te verwachte kosten presenteren. Het betreft hier een open ‘einde regeling’ Voor de Serviceorganisatie Jeugd Zuid-Holland Zuid (SOJ) ligt er een risico rond de voorspelbaarheid van de kosten. De gemeente Hardinxveld-Giessendam is vanwege zijn geringe omvang gevoelig voor een gering aantal casussen dat vanwege de complexiteit kan leiden tot forse kostenstijging. Het afgelopen jaar zijn er hervormingen in het sociaal team doorgevoerd waardoor er kritisch naar de inzet en afbakening van jeugdhulp wordt gekeken. De kostenontwikkeling wordt nauwlettend gevolgd en geëvalueerd om deze zo veel mogelijk beheersbaar te houden. In de begroting voor 2025 is ervoor gekozen, vanwege evenwichtig begrotingsbeleid, geen besparingen als ook geen groei te verwerken.
Voor 2025 is de begroting naar boven bijgesteld. Bij behandeling van de Perspectiefnota 2025-2028 bent u hierover geïnformeerd.
Jaarstukken 2024
59
In april 2024 is de deskundigencommissie voor de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 gestart. Deze externe, onafhankelijke commissie volgt de uitvoering van de Hervormingsagenda en brengt hierover zwaarwegend advies uit aan het Rijk en de VNG. De commissie bekijkt hoe het gaat met de uitvoering van de Hervormingsagenda en of de inspanningen worden geleverd die zijn afgesproken. Ook bekijkt zij op de lange termijn of dit het gewenste effect heeft op de uitgaven en zo niet, hoe daarmee om te gaan. Het eerste advies van de commissie is een tussentijdse evaluatie van de uitvoering van de Hervormingsagenda en volgt begin 2025. Er zal structureel worden geïnvesteerd in de landelijke kwaliteit en effectiviteit van jeugdhulp. Ook komt er een aanpassing van de Jeugdwet, waardoor duidelijker wordt waarvoor en waar kinderen en ouders hulp kunnen krijgen. Gemeenten worden verplicht bepaalde specialistische zorg regionaal in te kopen om beschikbaarheid en continuïteit van zorg beter te organiseren. De geplande extra bezuiniging van ruim 500 miljoen euro op de jeugdzorg gaat ook in 2026 niet door. Voor de jaren 2027 komt er een nadere concretisering hoe de gemeenten de financiële afspraken vanaf 2027 in de meerjarenbegroting kunnen verwerken. Een mogelijke invoering van een eigen bijdrage voor Jeugdzorg wordt door Jeugdzorg Nederland en diverse andere partijen onacceptabel genoemd.
Op basis van bovenstaande wordt het risico op budgetoverschrijding gemiddeld geacht (50%). De impact is daarom beperkt (10%). Er hebben in 2024 meerdere hervormingen plaatsgevonden ten aanzien van jeugdhulp waardoor er meer grip is gekomen op de kosten. Een voorzichtige voorspelling laat zien dat de hervormingen bijdragen aan een positieve bijstelling van het jeugdhulpbudget voor 2025 – 2028.
Bedrijfsvoering Eenmansposten De organisatie van de gemeente Hardinxveld-Giessendam is relatief beperkt van omvang. Doordoor is er op meerdere plekken sprake van eenmansposten. Het werk kan daardoor bij (langdurige) afwezigheid vaak niet door collega’s worden opgevangen. Daardoor volgt meestal een beroep op derden om de voortgang van zaken niet in het gedrang te laten komen. De kans dat zich dit voordoet is gelet op het relatief grote aantal eenmansposten gemiddeld (50%). De kosten welke gemoeid zijn met externe inhuur betreffen vaak openstaande vacatureplaatsen. Daardoor kunnen als eerste de bijbehorende vacaturegelden worden ingezet in combinatie met/of het concernbudget voor externe inhuur voordat aanvullende middelen nodig zijn. Door de toenemende krapte op de arbeidsmarkt bestaat het risico dat voor langere termijn beroep op externe inhuur moet worden gedaan, waardoor mogelijk extra aanvullende middelen nodig zijn. De impact is bepaald op 10%. Financiering & Dekking Algemene uitkering De jaarlijkse groei (positief of negatief) van de algemene uitkering wordt uitgedrukt in een percentage. Dat wordt het accres genoemd, een Frans woord voor groei. Het accres wordt over de gemeenten verdeeld via de uitkeringsfactor.
Bij de behandeling van de meicirculaire 2024 bent u geïnformeerd over het in werking treden van de nieuwe financieringssystematiek die vervroegd is van 2027 naar 2024. Uitgangspunt is dat het gemeentefonds meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product (bbp) volgt. De indexatie is gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. Volume accres Het volume accres wordt vanaf 2024 gebaseerd op een 8-jaars historisch gemiddelde (t-9 t/m t-2) van de ontwikkeling van het bbp. In de septembercirculaire 2024 is een nieuwe raming voor het accres 2025 en verder opgenomen. Deze raming is gebaseerd op de actuele raming van de ontwikkeling van het bbp door het Centraal Planbureau (CPB). Voor de jaren 2025 tot en met 2029 is de raming van het volume deel neerwaarts bijgesteld. LPO-accres De indexatie voor inflatie volgt de prijs bbp van het lopende jaar. Voor 2025 is de raming voor de prijs bbp omhoog bijgesteld. De ramingen voor de ontwikkeling van de prijs bbp lijkt structureel te laag te zijn. In de septembercirculaire 2024 vond geen compensatie voor de hogere prijsontwikkeling plaats.
Jaarstukken 2024
60
De verwachting is dat de uitkeringen voor het sociaal domein de komende jaren onder druk blijven staan. De stijgende inflatie, de perikelen rondom voor het "ravijnjaar" 2026, een lagere economische groei en daarbij behorende verminderende uitgaven van het Rijk, zijn risico's die op voorhand moeilijk zijn in te schatten. De kans wordt op gemiddeld (50%) ingeschat, de impact op 5%. Rentelasten De gemeente kent een financieringsbehoefte. In de financieringsbehoefte wordt voorzien door het aantrekken van lang- en kortlopende leningen. Vanaf 2022 is sprake geweest van stijgende rentes, waardoor ook de rentelasten op nieuwe leningen (langlopend en kasgeld) stegen. Inmiddels is sinds langere tijd sprake van een redelijk stabiel renteniveau, welke echter ruim hoger ligt dan de jaren voor 2022. Recente ontwikkelingen duiden op een mogelijke verlaging van de rente. De hoogte van de rente op het moment van investering is bepalend voor de toekomstige rentelast. Het risico bestaat dat bij het herfinancieren van leningen dan wel aantrekken van nieuwe leningen een hoger rentepercentage geldt ten opzichte van de huidige verwachtingen. Door actief te sturen op de liquiditeitsbehoefte wordt getracht om het risico op rentestijgingen te beperken Gelet op de toekomstige investeringen is de verwachting dat wij in de komende jaren nieuwe leningen aan moeten gaan trekken.
In de begroting hebben we rekening gehouden met het huidige beeld van de rentelasten (3,5%). Het blijft de vraag of het rentepercentage waar wij rekening mee hebben gehouden afdoende is. De kans op een hoger rentepercentage wordt ingeschat op 50% (kans gemiddeld). De impact is bepaald op 10%. Vennootschapsbelasting Uit de uitgevoerde inventarisatie van potentieel belastingplichtige activiteiten is geconcludeerd dat we geen risico's lopen op het gebied van de vennootschapsbelastingplicht. Tot en met het jaar 2023 hebben we dan ook nul-aangiftes gedaan. Het is wel van belang om de kritische onderdelen goed in beeld te blijven houden en ook alert te blijven bij toekomstige wijzigingen in beleid en/of tariefstellingen. We schatten het risico in op € 0. Overig (niet kwantificeerbaar) Naast voornoemde risico’s (kwantificeerbaar) is sprake van zogenaamde niet kwantificeerbare risico’s. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan een grote calamiteit. Inschatting van de directe en de vervolgschade is niet of nauwelijks te bepalen, omdat in het geval van een grote calamiteit dit onder andere afhankelijk is van het gebied waar het zich voordoet en anderzijds van de mogelijke bijdragen in de kosten door derden (Rijk, Provincie, Waterschap etc.). Voor de overige risico’s is daarom een totaalbedrag gerekend van € 1 miljoen.
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is opgebouwd uit de relatie tussen de risicoscore en de weerstandscapaciteit. Deze relatie drukken we uit in een verhoudingsgetal: Ratio weerstandsvermogen =
Weerstandscapaciteit Risicoscore
De weerstandscapaciteit bedraagt € 6.306.000. Het totaal aan risico’s wordt ingeschat op € 3.444.000. Hiermee komt de ratio weerstandsvermogen uit op 1,8 voor 2024. Deze ratio is ruim voldoende en ligt in het verlengde van de ratio in de begroting 2024 (1,7). Grondexploitaties Voor het afdekken van de risico's bij de grondexploitaties hebben we een afzonderlijke reserve. De reserve afgezet tegen de verwachte risico's laat het volgende beeld zien. De reserve grondexploitaties bedraagt per 31 december 2024 Het risicobedrag voor exploitaties in uitvoering bedraagt Het saldo bedraagt
€ € €
775.000 160.000 615.000
In paragraaf 1.15 wordt een nadere toelichting op de grondexploitaties gegeven.
Jaarstukken 2024
61
Kengetallen
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
Rekening 2023 24% 22% 44% 22% 0% 97%
Begroting 2024 39% 39% 39% 2% 1% 106%
Rekening 2024 24% 23% 41% 23% 1% 109%
Totaalbeoordeling De gemeente Hardinxveld-Giessendam is voldoende weerbaar. Er zijn voldoende buffers om de risico’s en/of onvoorziene tegenvallers op te vangen. Het weerstandsvermogen en de weerstandsratio zijn ruim boven de norm. De ratio weerstandsvermogen is met 1,8 ruim voldoende. Daarnaast is de gemeente Hardinxveld-Giessendam eind 2024 voldoende flexibel, financieel wendbaar. Dit laat de netto schuldquote zien. 1. Netto schuldquote & de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat bij leningen er onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast. In zijn algemeenheid kan worden gezegd dat de netto schuldquote van een gemeente tussen 0% en 90% zou moeten liggen. Als de netto schuldquote tussen 100% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog, hij moet niet verder stijgen.
Als de netto schuldquote boven de 130% uitkomt, dan bevindt de gemeente in de gevarenzone. De schuldquote van de gemeente Hardinxveld-Giessendam (24%) valt binnen de reguliere marges. Het percentage ligt bij de jaarrekening lager dan bij de begroting was voorzien, dit wordt veroorzaakt door uitgestelde uitvoeringen bij de investeringen hierdoor zijn er minder financieringsmiddelen aangetrokken dan voorzien. 2. De solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de medeoverheid in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat volgens artikel 42 van het BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Als signaalwaarde voor de solvabiliteitsratio geldt een percentage van 20%. Bij een solvabiliteitsratio lager dan 20% bevindt de gemeente zich op glad ijs. Met 41% ligt het de ratio van de gemeente Hardinxveld- Giessendam boven de signaalwaarde. 3. Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten.
Voor de berekening van dit kengetal worden de bouwgronden in exploitatie (inclusief faciliterend deel – onder overlopende activa) gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting of jaarstukken (ingevolge artikel 17, onderdeel c, van het BBV) en uitgedrukt in een percentage. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De accountant moet ieder jaar beoordelen of de gronden tegen een actuele waarde op de balans zijn opgenomen. Het kengetal laat nagenoeg dezelfde zien als bij het opstellen van de jaarrekening 2023. 4. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten Jaarstukken 2024
62
daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt thans het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten (zie artikel 17, onderdeel c, van het BBV) en uitgedrukt in een percentage. Dit percentage is vooral van belang bij de begroting. Een niet structureel sluitende begroting kan gevolgen hebben voor het provinciaal toezicht. Voor de berekening van het structureel exploitatieresultaat wordt verwezen naar paragraaf 2.5.3. 5. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de provincie of gemeenten zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Gemeente Hardinxveld-Giessendam zit onder het landelijk gemiddelde. Een hoog gemiddeld OZB-tarief ten opzichte van het landelijk gemiddelde geeft aan dat de gemeente beperkt is in het verkrijgen van extra inkomsten.
Jaarstukken 2024
63
1.12 Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen Algemeen Kapitaalgoederen zijn eigendommen van de gemeente, zoals wegen, rioleringen, bruggen en gebouwen die door de gemeente duurzaam in stand gehouden moeten worden. Zij worden beheerd op basis van beheerplannen. In deze beheerplannen staat op welke wijze het reguliere en het periodieke onderhoud plaatsvindt. De beheerplannen worden periodiek geactualiseerd. Kaderstelling Met deze paragraaf heeft de raad bij de vaststelling van de begroting de mogelijkheid kaders te stellen voor het onderhoud van de materiële vaste activa (bijvoorbeeld gebouwen, wegen, riolering, etc.). Dit is van belang omdat in veel programma’s kosten zijn opgenomen voor het onderhoud van kapitaalgoederen, waarvoor op basis van meerjarenonderhoudsplannen reserves en voorzieningen zijn gevormd. Periodiek onderhoud Het periodiek onderhoud is het jaarlijkse programma voor groot onderhoud en voor renovaties, waarmee we zorgen dat onze kapitaalgoederen hun beoogde levensduur kunnen bereiken of waarmee de levensduur wordt verlengd. In de beheerplannen is aangegeven wat de levensduur is en hoe we omgaan met het periodieke onderhoud. Ook staat aangegeven op welk moment vervanging nodig is. Voor vervangingen worden in de begroting specifieke investeringen benoemd. De diverse reserves en voorzieningen worden gevoed door een jaarlijkse dotatie ten laste van de exploitatie.
Hieronder worden de verschillende beheerplannen kort toegelicht en is tevens aangegeven welk beslag op de middelen eruit voortvloeit. Met ingang van het begrotingsjaar 2017 dienen in het kader van de wijziging van het BBV de kapitaallasten (rente en afschrijving) aan de programma’s te worden toegerekend. Bij meerdere kapitaalgoederen is sprake van bestemde reserves ter dekking van de afschrijvingslasten. Ten behoeve van de aansluiting zijn aan de lastenzijde alleen de afschrijvingslasten (dus exclusief rente) verantwoord. De bedragen zijn opgenomen in eenheden van € 1.000.
BEHEERPLAN WEGEN Vastgesteld door raad
Looptijd Doel Investeringen ambitieniveau
Jaarstukken 2024
en
20 juni 2014 Evaluatie opgesteld in 2017 Aanvulling in 2018 – voetpaden wel/niet B-niveau 2014-2020 Onderhouden van het wegareaal op het door de gemeenteraad gekozen onderhoudsniveau beeldkwaliteit C. In het beheerplan wegen 2014-2020 zijn de lopende en geplande investeringen opgenomen. De investeringsplanning is zodanig opgesteld dat het onderhoud op het beoogde kwaliteitsniveau C kan plaatsvinden. Op basis van de opgestelde evaluatie in 2017 is besloten het kwaliteitsniveau van de fietspaden te verhogen naar niveau B. Om meerjarig de onderhoudsen afschrijvingslasten te kunnen egaliseren is een reserve wegenbeheer gevormd. In april 2018 is besloten dat het beheer van de voetpaden voorlopig op C-niveau blijft, met een extra inspanning op risicolocaties.
64
Planning actualisatie
Actualisatie beheerplan in 2024 Na implementatie van een nieuw beheersysteem wordt de huidige kwaliteit opnieuw bepaald en kunnen op basis van actuele gegevens verschillende (kwaliteits-)scenario's worden uitgewerkt en kan het beheerplan wegen worden gemaakt. De implementatie van het nieuwe beheersysteem, één systeem voor geheel Drechtsteden, heeft meer tijd in beslag genomen dan gepland. Voor de gegevens die nodig zijn voor de actualisatie van het beheerplan zijn we afhankelijk van het nieuwe beheersysteem. Door de genoemde vertraging zal de actualisatie later plaats vinden dan eerder gepland. De beheergegevens (data) zijn verwerkt in het beheerpakket. De vertaalslag naar beleids- en beheerplan wordt gemaakt worden in 2024. Daarbij worden ook de projecten uit het mobiliteitsplan betrokken. Het doel daarvan is om groot onderhoud en gewenste aanpassingen vanuit het mobiliteitsplan op elkaar af te stemmen. Kanttekening hierbij is dat door personele omstandigheden de vaststelling van het wegenbeheerplan opgeschoven is naar medio 2025.
Rekening 2023
Beheerplan Wegen
(bedragen x € 1.000) Begroting Rekening 2024 2024
Product wegen, straten en pleinen Programmakosten en -baten
663
1.077
1.255
Kapitaallasten (afschrijvingen en rente)
284
327
327
0
0
0
814
845
1.002
1.761
2.250
2.584
Dotaties
1.428
452
452
Onttrekkingen afschrijvingslasten, onderhoud
-1.285
-494
-494
143
-42
-42
1.904
2.207
2.542
Mutatie voorzieningen Toerekeningen programma Bedrijfsvoering Saldo programmalasten Bestemmingsreserve Wegen
Mutatie reserve Totaal lasten wegenbeheerprogramma
Uit bovenstaande tabel blijkt dat de onderhouds- en afschrijvingslasten worden geëgaliseerd via de reserve Wegen. De afschrijvingstermijnen voor reconstructies/herinrichting zijn 40 jaar, voor asfaltering 20 jaar, voor een geluiddempende toplaag 6 jaar en voor herstraten 10 jaar. BRUGGEN Vastgesteld door raad Looptijd Doel
Investeringen en ambitieniveau Planning actualisatie
Jaarstukken 2024
Geen raadsbesluit; B&W 11 oktober 2001; Commissie OWB november 2001. 5 jaar (versie 2001 is in 2004 geactualiseerd) De bruggen zijn geïnventariseerd, op basis hiervan is het planmatig onderhoud begroot. De te nemen maatregelen zijn in een meerjarenbegroting opgenomen. In het nog op te stellen beheerplan kunstwerken worden de ambities en bijbehorende middelen opgenomen. Er is een start gemaakt door een quickscan uit te voeren van alle civiele kunstwerken. De verdere uitwerking en besluitvorming staat gepland voor 2025. Het is door personele omstandigheden niet mogelijk om dit plan eerder op te pakken.
65
(bedragen x € 1.000)
Bruggen
Rekening 2023
Begroting 2024
Rekening 2024
41
43
43
Kapitaallasten (afschrijvingen en rente) Lasten programma 4
Voor bruggen geldt een afschrijvingstermijn van 10 jaar. OPENBARE VERLICHTING Vastgesteld door raad Looptijd Doel
Investeringen en ambitieniveau Planning actualisatie
September 2017 2017-2026 Het beheerplan is een uitwerking van de in het beleidsplan openbare verlichting (2017-2026) vastgelegde beleidsuitgangspunten. In het beheerplan wordt beschreven welk beheer en onderhoud uitgevoerd moet worden om de installatie en de verlichting op een gewenst kwaliteitsniveau te brengen of te houden en welke financiële middelen daarvoor nodig zijn. De jaarlijkse kapitaallasten worden gedekt uit de reserve. Gepland 2026.
Beheerplan Openbare verlichting
Rekening 2023
(bedragen x € 1.000) Begroting Rekening 2024 2024
Product Openbare Verlichting Programmakosten en -baten
246
218
215
Kapitaallasten (afschrijvingen en rente)
55
56
56
Mutatie voorzieningen
0
0
0
Toerekeningen programma Bedrijfsvoering
17
0
0
Saldo programmalasten
318
273
271
Dotaties
64
64
64
Onttrekkingen afschrijvingslasten, onderhoud
-53
-59
-53
Mutatie reserve
12
5
12
Totaal lasten beheerprogramma OV
330
278
282
Bestemmingsreserve Openbare Verlichting
Investeringen in straatverlichting worden in 15 jaar afgeschreven. De afschrijvingslasten worden geëgaliseerd via de reserve Openbare Verlichting.
Jaarstukken 2024
66
BAGGERPLAN Vastgesteld door raad Looptijd Doel
Investeringen ambitieniveau
en
Planning actualisatie
2019 / 2020 2019 - 2029 Uitvoeren reguliere baggerronde inclusief de acceptatiekosten voor baggerwerkzaamheden van het waterschap. Zorgdragen voor een goede afstroming van het regenwater. In 2019 is het baggerplan gereedgekomen. Deze is in 2020 vastgesteld door het college en betreft de baggercyclus van 2021-2024. In het plan zijn het ambitieniveau en de benodigde middelen opgenomen. Ter dekking van onderhouds- en afschrijvingslasten is een bestemmingsreserve Waterbeheerplan in het leven geroepen. 2029
(bedragen x € 1.000)
Rekening 2023
Begroting 2024
Rekening 2024
Programmakosten en -baten
246
250
237
Kapitaallasten (afschrijvingen en rente)
38
42
5
Baggeren Product Waterlossingen en sloten
Mutatie voorzieningen
0
0
0
Toerekeningen programma Bedrijfsvoering
57
19
0
Saldo programmalasten
342
311
241
90
121
121
Onttrekkingen afschrijvingslasten, onderhoud
-246
-269
-261
Mutatie reserve
-156
-148
-140
Totaal lasten Baggeren
186
163
102
Bestemmingsreserve Waterbeheerplan Dotaties
Voor egalisatie van de kosten over de jaren heen is een reserve ‘waterbeheerplan’ (voorheen reserve ‘baggeren’) gecreëerd.
WATERTAKENPLAN Vastgesteld door raad Looptijd Doel Investeringen ambitieniveau
Jaarstukken 2024
en
2023 10 jaar De exploitatielasten en investeringen zijn gebaseerd op het Watertakenplan. De voorziening riolering is bedoeld voor tariefegalisatie. Deze worden in het Watertakenplan aangegeven en zijn gericht op de inzameling en transport van afvalwater, de inzameling, berging en afvoer van hemelwater, het doelmatig omgaan met grondwater en oppervlaktewater Om de doelen te concretiseren zijn hieraan functionele eisen en maatstaven gekoppeld. De huidige toestand van de riolering en gemeentelijke watergangen wordt aan deze doelen getoetst, maatregelen worden opgesteld en er is een strategie uitgewerkt hoe de maatregelen - technisch en financieel - in de tijd gerealiseerd kunnen worden.
67
Planning actualisatie
Het watertakenplan is breder dan het voormalige vGRP. In het watertakenplan heeft de riolering een plaats, maar ook het watersysteem daar omheen. Riolering, opvang en afvoer van hemelwater, oppervlaktewater en grondwater hangen immers nauw met elkaar samen. In 2022 is het BRP geactualiseerd, waarin het gehele rioolstelsel op zijn functioneren wordt berekend en wat mede als basis dient voor de actualisatie van het watertakenplan. Klimaatadaptatie, duurzaamheid en participatie zijn onderwerpen die meegenomen zijn in het opgestelde plan. In 2024 zal een start gemaakt worden met de uitvoering van de genoemde projecten en maatregelen in het Watertakenplan en zal doorlopen tot en met 2033. De uitvoering staat beschreven in het jaarlijkse uitvoeringsplan van het Watertakenplan. (bedragen x € 1.000)
Rekening 2023
Begroting 2024
Rekening 2024
Programmakosten en -baten
318
360
380
Kapitaallasten (afschrijvingen en rente)
530
596
607
Toerekeningen programma Bedrijfsvoering
382
332
427
1.230
1.288
1.414
Lasten GRP (incl btw en overig toe te rekenen)
1.691
1.791
2.074
Baten (legesopbrengsten)
-1.622
-1.655
-1.659
-69
-135
-415
Gemeentelijk Rioleringsplan Product Pompen en riolen
Saldo programmalasten Voorziening Riolering
Mutatie voorziening Riolering
Ten aanzien van de rioolheffing is sprake van 100% kostendekkendheid. Bij de uit het rioolheffing te dekken kosten wordt ook rekening gehouden met de toerekenbare btw en een deel van de kosten van straatreiniging. Het verschil tussen de totale kosten en de opbrengst uit de rioolheffing wordt verrekend met de voorziening Riolering.
GROENBELEIDSPLAN Vastgesteld door raad Looptijd Doel
Investeringen ambitieniveau
Planning actualisatie
Jaarstukken 2024
21 april 2022 10 jaar Strategisch plan op gemeentelijk- en wijkniveau voor het beleidsmatig sturen en planmatig beheren van groen. Geeft met zijn uitgangspunten en richtlijnen richting aan de ontwikkeling van het openbare groen. Geeft inzicht in de groenstructuren, zonering en groentypen, beheer-, onderhoud- en inrichtingsmaatregelen en financiële en organisatorische consequenties. en Investeringen zijn gebaseerd op groenbeleidsplan en worden vastgelegd in een uitwerkingsplan. Onderhoud wordt uit exploitatie bekostigd. Voor uitgaven op grond van het nieuwe groenbeleidsplan is jaarlijks € 61.000 opgenomen. In april 2022 is het geactualiseerde groenbeleidsplan door de raad vastgesteld. Looptijd van het plan is tot 2032.
68
(bedragen x € 1.000)
Groenbeleidsplan
Rekening 2023
Begroting 2024
Rekening 2024
Product Openbaar groen Programmakosten en -baten
276
298
312
Kapitaallasten (afschrijvingen en rente)
6
11
10
Mutatie voorzieningen
0
0
0
893
1.072
1.173
1.175
1.381
1.495
Dotaties
150
0
0
Onttrekkingen afschrijvingslasten, onderhoud
-138
0
0
12
0
0
1.187
1.381
1.495
Toerekeningen programma Bedrijfsvoering Saldo programmalasten Bestemmingsreserve openbaar groen
Mutatie reserve Totaal lasten Groenbeleidsplan
GEBOUWENBEHEER Vastgesteld door raad Looptijd Doel Investeringen en ambitieniveau
Planning actualisatie
Jaarstukken 2024
Het Meerjaren onderhoudsplan gebouwen (MJOP Gebouwen) is op 25 maart 2021 vastgesteld door de raad. 5 jaar Het in stand houden van het gemeentelijk vastgoed. De financiering voor de instandhouding van het vastgoed is gebaseerd op het meerjaren onderhoudsplan. Voor financiering van het planmatig onderhoud is een voorziening Onderhoud Gebouwen gevormd. De voorziening (planmatig onderhoud) en exploitatie (klein onderhoud en contracten) zijn herberekend om te voldoen aan de eisen die zijn beschreven in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Door de nieuwe ontwikkeling van diverse vastgoedobjecten en vanwege de herberekening van de voorziening en exploitatie is er in 2024 een nieuwe inspectie uitgevoerd en MJOP opgesteld. De geactualiseerde inspectie en MJOP worden onderbouwd in een op te stellen beheerplan gemeentelijk vastgoed en de vaststelling hiervan wordt in het 2de of 3de kwartaal van 2025 verwacht. De het beheerplan gemeentelijk vastgoed 2025-2028 heeft een looptijd van 4 jaar.
69
(bedragen x € 1.000)
Meerjarenonderhoudsplan gebouwen
Rekening 2023
Begroting 2024
Rekening 2024
270
345
274
295
345
274
Voorziening MJOP Gebouwen Saldo 1/1
0
Dotaties aan voorziening tlv exploitatie
0
Onttrekkingen aan voorziening Bellefleur 6 en 8 - groot onderhoud
0
9
Bibliotheek Neder Hardinxveld -groot onderh.
0
0
Zwembad De Duikelaar - groot onderhoud
-8
0
Sporthal De Wielewaal - groot onderhoud
-1
8
Sporthal De Appelgaard - groot onderhoud
8
21
Ducdalf Scheldestraat 1 - groot onderhoud
0
0
Aula's begraafplaats - groot onderhoud
10
0
Gemeentehuis - groot onderhoud
0
5
Werkplaats - groot onderhoud
5
10
Pompen riolering - groot onderhoud
0
0
Afvalbrengstation - groot onderhoud
0
0
Boorstraat 10 Keet, clubhuis - groot onderh.
0
0
Totaal bestedingen Saldo 31/12
188
211
54
0
134
220
SPEELRUIMTEN Vastgesteld door raad Looptijd Doel Investeringen ambitieniveau
Planning actualisatie
Jaarstukken 2024
en
De gemeenteraad heeft in zijn vergadering van 26 januari 2012 het Speelruimteplan 2012-2021 vastgesteld. 10 jaar Komen tot een weloverwogen, praktisch en breed gedragen speelruimtebeleid voor de komende 10 jaar In het door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde uitvoeringsplan voor 2012 en volgende jaren is invulling gegeven aan de opdracht uit bovengenoemd raadsbesluit om de uitvoering en de kosten te spreiden over de onderdelen reguliere vervanging en onderhoud, achterstand en aanpassing/vernieuwing. Jaarlijks wordt een uitvoeringsplan opgesteld waarin de planning wordt gevolgd en eventuele afwijkingen hierop worden gemotiveerd. Het accent ligt de komende jaren op de eerste twee onderdelen. Jaarlijks wordt gemonitord of de planningen worden gehaald. In 2024 is een start gemaakt met de herziening van het speelruimteplan door de evaluatie en een plan van aanpak te presenteren. Het herziene plan wordt medio 2025 aan de raad gepresenteerd.
70
(bedragen x € 1.000)
Rekening 2023
Begroting 2024
Rekening 2024
Programmakosten en -baten
35
35
28
Kapitaallasten (afschrijvingen en rente)
71
71
71
Mutatie voorzieningen
0
0
0
Toerekeningen programma Bedrijfsvoering
71
22
0
Saldo programmalasten
176
128
99
Toevoegingen
58
58
58
Onttrekking afschrijvingslasten
-59
-58
-58
Mutatie reserve Speelplaatsen
-1
0
0
Totaal lasten beheerprogramma Speelplaatsen
175
129
99
Beheerplan Speelplaatsen Product Speelplaatsen
Bestemmingsreserve speelplaatsen
Investeringen in speelruimten worden in 15 jaar afgeschreven.
BEGRAAFPLAATSEN Voor de begraafplaatsen is er op dit moment nog geen beheerplan. Het beleidsplan begraafplaatsen is op 23 april 2015 door de raad vastgesteld. Er wordt gewerkt aan de hervorming van het product begraafplaatsen middels een vastgestelde actiepuntenlijst. Volgens deze lijst zou er in 2016 een beheerplan begraafplaatsen worden opgesteld. Door aanpassingen van de plannen bij begraafplaats Spindermolen waarbij in- en uitbreidingen zijn vastgesteld is de vaststelling van dit beheerplan voorzien voor 2025.
(bedragen x € 1.000)
Rekening 2023
Begroting 2024
Rekening 2024
Programmakosten en -baten
55
84
-11
Kapitaallasten (afschrijvingen en rente)
57
67
67
Mutatie voorzieningen
8
8
8
Toerekeningen programma Bedrijfsvoering
350
422
486
Saldo programmalasten
469
581
550
18
18
18
Onttrekkingen afschrijvingslasten, onderhoud
-4
-19
-19
Mutatie reserve Begraafplaatsen
14
-1
-1
Totaal lasten beheerprogramma Begraafplaatsen
483
580
549
Begraafplaatsen Product Begraafplaatsen
Bestemmingsreserve Begraafplaatsen Toevoegingen
Jaarstukken 2024
71
SPORTVELDEN Voor de sportvelden is op dit moment nog geen beheerplan. In 2025 zal een sportveldenbeheerplan worden opgesteld. BOMENBELEIDSPLAN Vastgesteld door raad Looptijd Doel Investeringen ambitieniveau
en
Planning actualisatie
De gemeenteraad heeft in zijn vergadering van 21 juni 2012 het Bomenbeleidsplan 2012-2021 vastgesteld. 10 jaar Komen tot een weloverwogen, praktisch en breed gedragen bomenbeleid voor de komende 10 jaar Met het door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde bomenbeleidsplan in 2012 is invulling gegeven een duidelijke structuur voor het beschermen van bomen en boomstructuren. Zo wordt gewerkt met de Groene Kaart. Ook wordt er kader gegeven voor het aanplanten, onderhouden en beschermen van bomen. Op 22 december 2016 is het bomenbeleid geëvalueerd en is na het raadsbesluit het bomenbeleid aangepast en aangevuld. 2025/2026 (bedragen x € 1.000)
Rekening 2023
Begroting 2024
Rekening 2024
276
298
312
Kapitaallasten (afschrijvingen en rente)
6
11
10
Mutatie voorzieningen
0
0
0
Groenbeleidsplan Product Openbaar groen Programmakosten en -baten
Toerekeningen programma Bedrijfsvoering
893
1.072
1.173
1.175
1.381
1.495
Dotaties
150
0
0
Onttrekkingen afschrijvingslasten, onderhoud
-138
0
0
12
0
0
1.187
1.381
1.495
Saldo programmalasten Bestemmingsreserve openbaar groen
Mutatie reserve Totaal lasten Groenbeleidsplan
Jaarstukken 2024
72
SAMENVATTING Samenvattend kan het volgende overzicht van het onderhoud kapitaalgoederen voor 2024 worden gegeven: (bedragen x € 1.000)
Beheersonderdeel
Wegen Bruggen Openbare verlichting Stedelijk waterplan Baggeren Riolering Openbaar groen Vastgoedbeheer Speelruimten Begraafplaatsen
Jaarstukken 2024
Programma kosten en baten
Kapitaal lasten
1.255
327 43
215
56
237 380 312
5 607 10
28 -11 2.415
71 67 1.186
Dotatie voorziening
Aandeel bedrijfs voering
Dotatie reserve
Onttrekking reserve/ voorzieningen
0
1.002
452
-494
0
0
64
-53
0 427 1.173
121
-261
0
0 486 3.089
58 18 713
0 -54 -58 -19 -938
38 0 -415 0 274 0 8 -96
Totaal
2.542 43 282 38 102 999 1.495 220 99 549
6.369
73
1.13 Paragraaf Financiering en Treasury Algemeen In de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) is bepaald dat decentrale overheden een financieringsparagraaf moeten opnemen in zowel de begroting als in de jaarrekening. In de thans voorliggende jaarrekeningparagraaf wordt door het college verantwoording afgelegd over de uitvoering van het beleid op het gebied van treasury. Hierbij wordt onder andere ingegaan op de manier waarop de gemeente Hardinxveld-Giessendam met het aantrekken en, voor zover van toepassing, het uitzetten van geldmiddelen is omgegaan, zowel op korte als op langere termijn. Tevens worden de risico’s in beeld gebracht alsmede de eventueel genomen maatregelen om deze risico’s te beheersen. Externe ontwikkelingen Het afgelopen jaar is de rente voor looptijden korter dan een jaar gedaald. Dit komt doordat de inflatie gedaald is en de ECB daarop de beleidsrente in stappen heeft verlaagd. De verwachting is dat de beleidsrente in 2025 verder zal worden verlaagd en de eerste verlaging is begin februari al doorgevoerd. De rente die we op schatkisttegoeden ontvangen beweegt mee met de beleidsrente waarbij de schatkistrente altijd circa 10 basispunten lager ligt dan de beleidsrente. De rente op gemeenteleningen langer dan een jaar is iets gedaald.
Wat opvallend is, is dat de onderliggende marktrente (IRS) scherper is gedaald dan de tarieven voor gemeenteleningen. De gemeente betaalt dus meer opslag als zij een nieuwe lening aantrekt. De opslag varieert van 20 basispunten voor een lening van 5 jaar tot 70 basispunten voor een lening van 30 jaar zonder tussentijdse aflossing. In een jaar tijd zijn de opslagen met circa 10 tot 20 basispunten toegenomen afhankelijk van de looptijd. Een verklaring voor deze hogere opslagen kan zijn dat overheidsschulden in Europa en wereldwijd toenemen waardoor er veel vraag is naar financiering. Dat geeft een opwaartse druk op de prijs. In deze paragraaf is de grafiek opgenomen waarin het verloop van zowel de korte als de lange rente gedurende 2024 is weergegeven. Daarin komt naar voren dat de korte rente een stuk is gedaald en naar de lange rente toe is bewogen.
Bedacht moet worden dat, indien een langlopende lening daadwerkelijk wordt opgenomen er opslagen gelden boven op het IRS-tarief zoals hierboven weergegeven. Voor een 10-jaars lening bedraagt dit op het moment van schrijven circa 60 basispunten.
Jaarstukken 2024
74
Interne rente Voor de interne doorberekening van de rentekosten naar de investeringen hanteert de gemeente een omslagrente van 0,8%. De BBV-notitie rente schrijft voor dat, indien de werkelijke rentelasten die over een jaar aan taakvelden hadden moeten worden doorbelast afwijken van de rentelasten die op basis van de voorgecalculeerde renteomslag aan de taakvelden zijn toegerekend, de gemeente kan besluiten tot correctie. Correctie wordt verplicht gesteld indien deze afwijking groter is dan 25%. In onderstaand renteschema worden de werkelijke rentelasten uiteengezet, die gezamenlijk het renteresultaat bepalen. Daarnaast wordt bepaald of de eerdergenoemde afwijking niet groter is dan 25%. In de begroting is aan de taakvelden € 397.000 doorbelast in werkelijkheid is dit bedrag € 390.000. Dit verschil ligt ruim onder de 25%, zodat er geen herberekening van de doorberekende rentelasten plaats hoeft te vinden.
a1. a2. b.
Bedragen x € 1.000 383 334 -/-16
De externe rentelasten over de lange financiering De externe rentelasten over de korte financiering De externe rentebaten Totaal door te rekenen externe rente
c1. c2.
c3.
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend De rentebaat van doorverstrekte leningen
701
-/-
178
-/-
170
-/Saldo door te rekenen externe rente d1. d2.
353
Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)
0 0
De aan taakvelden toe te rekenen rente (renteomslag) e.
f.
De werkelijk aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag) Renteresultaat op het taakveld treasury
348
353
-/-
390 37
Uitzettingen Uitzettingen zijn binnen de Wet fido gedefinieerd als verstrekte geldleningen en beleggingen. De gemeente heeft geen beleggingen en geen uitzettingen. Financiering De totale langlopende schuld van de gemeente Hardinxveld-Giessendam bedroeg per 31 december 2024 € 28,2 miljoen. Dit betreft 9 leningen. De gemiddelde rente van deze leningenportefeuille per 31 december 2024 bedraagt 2%. De gemiddelde rente is daarmee gestegen ten opzichte van eind 2023 toen de gemiddelde rente nog 1,7% was. Dit komt vooral door het aantrekken van 2 nieuwe leningen tegen tarieven die boven het gemiddelde liggen.
Jaarstukken 2024
75
De leningenportefeuille is als volgt opgebouwd:
Risicobeheer De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het treasurybeleid zijn de kasgeldlimiet, de renterisico’s en de kredietrisico’s. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is het bedrag dat de gemeente per jaar maximaal met kort geld mag financieren. Volgens de Wet fido bedraagt deze limiet 8,5% van het totaal van de exploitatiebegroting. Gezien de omvang van de begroting 2024 (€ 53,7 miljoen) betekende dit dat de gemeente Hardinxveld-Giessendam haar financiële huishouding voor maximaal € 4,6 miljoen met kort geld mocht financieren. Conform voorschrift uit de Wet fido is in bijgaande tabel het verloop weergegeven van de gemeentelijke kortlopende middelen ten opzichte van de kasgeldlimiet gedurende 2024: Tabel 1
Verloop kasgeldlimiet 2024
Bedragen x € 1.000 1ste kwartaal 2de kwartaal 3de kwartaal 4de kwartaal Gemiddelde netto vlottende schuld (+) of gemiddelde netto vlottend overschot (-) Kasgeldlimiet Overschrijding kasgeldlimiet Ruimte onder kasgeldlimiet
-
9.439 4.561
11.185 4.561
9.939 4.561
-2.418 4.561
4.878
6.624 -
5.378 -
6.979
In 2024 is de kasgeldlimiet in de eerste drie kwartalen overschreden. Dit is binnen het door de Wet fido toegestane maximum van drie kwartaaloverschrijdingen. In 2024 zijn 10 kasgeldleningen opgenomen variërend van € 3 miljoen tot € 12 miljoen. De gemiddelde looptijd bedroeg 28 dagen en het gemiddelde rentetarief kwam uit op 3,9%. Renterisiconorm De renterisiconorm heeft tot doel om binnen de portefeuille aan langlopende leningen een overmatige afhankelijkheid van de rente in een zeker jaar te voorkomen. Om dat te bereiken mag het totaal aan renteherzieningen en aflossingen op grond van deze norm niet meer zijn dan 20% van het begrotingstotaal, in 2024 € 10,7 miljoen. Uit onderstaande berekening komt naar voren dat de gemeente Hardinxveld-Giessendam in 2024 binnen de renterisiconorm heeft geopereerd.
Jaarstukken 2024
76
Tabel 2
Toetsing renterisiconorm 2024
Kredietrisico’s De gemeente Hardinxveld-Giessendam loopt kredietrisico op uitzettingen (o.a. verstrekte geldleningen) en op leningen waarop door haar een borgstelling is afgegeven. Tabel 3
Overzicht kredietrisico’s
Het in bovenstaande tabel weergegeven bedrag aan directe borgstellingen per 31 december 2024 van € 7,8 miljoen kan als volgt worden gespecificeerd: ▪ Fien Wonen € 4,6 miljoen (8 leningen) ▪ HVC, via GR Gevudo € 3,2 miljoen ▪ KV Vriendenschaar € 4 duizend Daarnaast stond de gemeente per 31 december 2024 voor in totaal € 60,3 miljoen garant in het kader van de achtervangpositie in het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (indirecte borgstelling). Gezien de rond dat fonds gebouwde zekerheidsstructuur is hieraan een relatief laag risico verbonden. Financieringspositie Solvabiliteit Een oordeel over een vermogenspositie kan worden gevormd door bepaling van de solvabiliteitsratio. Solvabiliteit geeft de mate aan waarin een instelling in staat is aan haar korte en lange termijnverplichtingen te voldoen. Deze maatstaf kan worden bepaald door de verhouding te bepalen tussen het eigen vermogen (reserves) en het vreemd vermogen (opgenomen financiering). Het spreekt voor zich dat de ratio wordt bepaald aan de hand van het eigen vermogen omdat dat immers als buffer dient voor het opvangen van eventuele stroppen. Uit de voorliggende jaarstukken blijkt de volgende verhouding tussen eigen en vreemd vermogen per begin en eind 2024: Omschrijving Eigen vermogen Vreemd vermogen
31-12-2024 31.942 41% 45.621 59%
Bedragen x € 1.000 1-1-2024 30.873 42% 41.948 58%
Vooralsnog kan dit worden gekenmerkt als solide.
Jaarstukken 2024
77
Op grond van de staat van activa bezit de gemeente Hardinxveld-Giessendam per 31 december 2024 voor een bedrag van € 50,1 miljoen aan vaste activa en € 11,7 miljoen aan bouwgrondexploitaties (inclusief faciliterend deel). Van de vaste activa bedragen de investeringen in riolering en reiniging € 11,2 miljoen. Zoals in de nota Financierings- en rentevisie is aangeven worden de investeringen in riool en de bouwgrondexploitatie 100% extern gefinancierd. De overige activa worden deels extern gefinancierd en deels via het eigen vermogen. Samenvattend kan dat als volgt worden gepresenteerd: Bedragen x € 1.000 Boekwaarde per 31-12-2024
- overige activa - investeringen met een economisch nut, waarvoor heffing kan worden geheven - bouwgrondexploitaties (inclusief faciliterend deel)
Externe financiering*
Interne financiering
38.894 11.225 12.131
4.824 11.225 12.131
34.070 0 0
62.250
28.180
34.070
Leningenportefeuille (opgenomen) De financiering van de investeringen in meerdere grote projecten, waarop in de aankomende jaren ook revenuen uit grondverkopen (bouwgrondexploitaties) zullen gaan ontstaan wordt periodiek tegen het licht gehouden. Op basis van de ontwikkeling van de rentestanden voor korte en lange termijnleningen wordt daarbij bezien welke leningsvariant het meest gunstig is. In 2024 zijn 2 langlopende leningen aangetrokken. De mutaties in de leningenportefeuille gedurende 2024 kunnen als volgt worden weergegeven:
00 Omschrijving
Bedrag
Bedragen x € 1.000 Gemiddeld Rentepercentage
Stand per 1 januari 2024 Nieuwe leningen
19.390 10.000
1,66% 2,66%
Reguliere aflossingen Vervroegde aflossingen Renteaanpassing (oud percentage) Renteaanpassing (nieuw percentage)
- 1.210 0 0 0
1,78%
Stand per 31 december 2024
28.180
2,01%
Uitzettingen (verstrekte langlopende geldleningen, beleggingen) Het totaalbedrag aan uitzettingen van de gemeente Hardinxveld-Giessendam bedraagt per eind 2024 € 0,03 miljoen en betreft overige verbonden partijen. Daarnaast heeft de gemeenten een belegd vermogen van € 0,6 miljoen. Op korte termijn bestaan geen plannen om langlopende leningen te verstrekken.
Jaarstukken 2024
78
RESULTAAT
418
Afschrijvingen Afschrijvingen immateriële vaste activa Afschrijvingen materiële vaste activa (EcN) Afschrijvingen materiële vaste activa (MaN) Totaal afschrijvingen
95 1.209 416
Reserves/voorzieningen Toename reserves/voorzieningen Afname reserves/voorzieningen Totaal mutaties reserves
2.840 -3.271
1.720
-431
KASSTROOM
1.707
Bouwgrondexploitaties (inclusief faciliterend deel) Toename voorraad bouwgrond Afname voorraad bouwgrond Totaal mutatie bouwgrondexploitaties
-1.320 90
Werk k apitaal Mutaties vlottende activa Mutaties vlottende passiva Totaal mutatie werk k apitaal
-1.849 1.592
-1.230
-257
KASSTROOM VOOR INVESTERINGEN ACTIVA
220
Netto-investeringen vaste activa Toename immateriële vaste activa Afname immateriële vaste activa Toename materiële vaste activa (EcN) Afname materiële vaste activa (EcN) Toename materiële vaste activa (MaN) Afname materiële vaste activa (MaN)
-26 0 -1.757 0 -1.248 0 -3.031
OVERSCHOT AAN LIQUIDE MIDDELEN
Schatkistbankieren Bank Nederlandse Gemeenten Overige banken Kassen Kruisposten Totaal Kasgeldlening
Langlopende leningen o/g Langlopende leningen u/g
Jaarstukken 2024
-2.811
31-dec-24
31-dec-23
Verschil
-2.043 21 -2.022
-1.023 16 -1.007
-1.020 5 -1.015
-
-7.000
7.000
-2.022
-8.007
5.985
-28.180 653
-19.390 659
-8.790 -6
-29.549
-26.738
-2.811
79
Relatiebeheer De Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) is huisbankier van de gemeente Hardinxveld-Giessendam. Administratieve Organisatie In 2024 heeft enkele keren ambtelijk en bestuurlijk overleg plaatsgevonden tussen gemeente en de servicegemeente Dordrecht over de uitvoering van de financieringsfunctie. Schatkistbankieren Bij het verplicht schatkistbankieren mag de gemeente een bedrag van 2% van het begrotingstotaal aan lasten na bestemming, dus inclusief de stortingen in reserves (bij aanvang van het begrotingsjaar) buiten de Schatkist houden, het zogenoemde drempelbedrag. Het drempelbedrag mag als gemiddeld creditbedrag per kwartaal niet overschreden worden. In onderstaande tabel staat per kwartaal aangegeven wat het gemiddelde positieve banksaldo was. Hieruit blijkt dat in 2024 binnen het drempelbedrag van € 1,1 miljoen is geopereerd. Tabel 5
Benutting drempelbedrag Schatkistbankieren
In 2024 werd er rente vergoed op positieve banksaldo's en de schatkistrekening en was er rente verschuldigd op negatieve saldo's.
Jaarstukken 2024
80
1.14 Paragraaf Verbonden Partijen Inleiding Op 14 april 2019 heeft de gemeenteraad de Nota verbonden partijen Hardinxveld-Giessendam 2019 – 2022 vastgesteld. De nota geeft een beschrijving van het begrip verbonden partij en een afwegingskader voor het aangaan van een Verbonden partij. Daarnaast zijn een kader en instrumenten opgenomen voor sturing en toezicht. Dit laatste is het onderwerp van deze paragraaf. Voor de beleidsinhoud van de verbonden partijen wordt verwezen naar de programma's in de begroting. Op basis van een risicoprofiel en -classificatie is aan iedere verbonden partij een sturingspakket gekoppeld. Bij een hoger risicoprofiel worden zowel door het college als door de raad meer instrumenten ingezet. Overzicht verbonden partijen Hardinxveld-Giessendam neemt deel in de volgende verbonden partijen waarbij het openbaar belang per partij is weergegeven. Verbonden partij Vestigingsplaats Opgenomen in risicoclassificatie 1. GR Sociaal Dordrecht
2. GR Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid
Dordrecht
3. GR Veiligheidsregio ZuidHolland Zuid
Dordrecht
4. GR Omgevingsdienst ZuidHolland Zuid
Dordrecht
5. GR GEVUDO/HVC
HVC: Alkmaar Gevudo: Dordrecht
Openbaar belang Per 1 januari 2022 is GR Sociaal de opvolger van de GR Drechsteden, waarbij het sociale deel is overgegaan. De overige onderdelen van de GR Drechtsteden zijn ondergebracht bij Servicegemeente Dordrecht. Ook de governance is vanaf 2022 veranderd, waarbij GR Sociaal een volwaardige GR is met een Algemeen en een Dagelijks Bestuur. Het in algemene zin behartigen van belangen op het terrein van: volksgezondheid, jeugd, maatschappelijke zorg en onderwijs. Het in algemene zin behartigen van belangen op het terrein van: regionale brandweer, centrale post ambulancevervoer, geneeskundige hulpverlening, openbare orde en veiligheid. De Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid is opgericht ter ondersteuning van de deelnemende regiogemeenten en de Provincie Zuid-Holland bij de uitvoering van hun taken op het gebied van het omgevingsrecht in het algemeen en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in het bijzonder, alsmede de taken op het terrein van vergunningverlening, toezicht en handhaving en op grond van de in artikel 5.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht genoemde wetten. Gevudo: In de praktijk: Het houden van 20% aandeelhouderschap van de HVC. De eigen stortplaats is in 2007 verkocht aan HVC. In beginsel had zij hetzelfde doel als HVC afvalcentrale.
HVC afvalcentrale: Zorg dragen voor het op milieu hygiënisch verantwoorde wijze bewaren, bewerken en (doen) verwerken van huishoudelijk en andere categorieën van afvalstoffen met bijkomende werkzaamheden.
Jaarstukken 2024
81
6. GR Reinigingsdienst Waardlanden
Gorinchem
Reinigingsdienst voor de gemeenten Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Molenlanden en Vijfheerenlanden.
7. GR Bureau Openbare Verlichting
HardinxveldGiessendam
Bureau OVL is de beheerunit die voor 7 gemeenten toeziet op het onderhoud en het laten verhelpen van storingen aan de Openbare Verlichting.
8. GR Samenwerkingsverband Vastgoedinfo, Heffing en Waardebepaling (SVHW)
Klaaswaal
Een zo doelmatig mogelijke uitvoering van werkzaamheden met betrekking tot: de heffing en invordering van belastingen; de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken; de administratie van vastgoedgegevens; het verstrekken van vastgoedgegevens aan de deelnemers en derden.
9. Stedin Holding N.V.
Rotterdam
Netwerkbeheerder voor transport en levering van energie.
10. N.V. Bank Nederlandse Gemeenten
Den Haag
Uitoefening van het bedrijf van bankier ten dienste van overheden. De Bank Nederlandse Gemeenten biedt financiële diensten op maat, zoals kredietverlening, betalingsverkeer, advisering, elektronisch bankieren en beleggen.
11. N.V. Oasen
Gouda
Het (doen) exploiteren van een waterleidingbedrijven en laboratoria.
12. MerwedeLingeLijn (M.L.L.) Beheer B.V.
Gorinchem
Deelname in vennootschap met als doel de realisatie van een tweetal haltes en aanpassen bestaande halte in Hardinxveld-Giessendam.
Verbonden partij Overige deelnemingen 1. Gemeente HardinxveldGiesendam Deelneming B.V. 2. Gemeenschappelijke exploitatie maatschappij De Blauwe Zoom beheer B.V. 3. GEM De Blauwe Zoom C.V.
Jaarstukken 2024
of
meer
Vestigingsplaats
Openbaar belang
HardinxveldGiessendam
Deelname in het aandelenkapitaal van ROM-S C.V en de Gezamenlijke Exploitatiemaatschappij De Blauwe Zoom C.V.
HardinxveldGiessendam
De besloten vennootschap is beherend vennoot van de commanditaire vennootschap GEM De Blauwe Zoom C.V. en heeft als doel het ontwikkelen, realiseren en exploiteren van vastgoedprojecten in De Blauwe Zoom.
HardinxveldGiessendam
De besloten vennootschap heeft ten doel locatieontwikkeling, zoals is gedefinieerd in de samenwerkingsovereenkomst De Blauwe Zoom.
82
Service Gemeente Dordrecht Risico’s Sinds 1 januari 2022 zijn door de gemeenten in de Drechtsteden samenwerkingsovereenkomst gesloten met de gemeente Dordrecht voor de uitvoering van de bedrijfsvoeringstaken. Dit geldt ook voor onze gemeente. De diensten die de gemeente afneemt waren daarvoor ondergebracht bij de GR Drechtsteden (GRD). Hoewel de Service Gemeente Dordrecht (SGD) formeel geen verbonden partij is, betalen wij (net zoals eerder het geval was) een bijdrage aan de uitvoering van de bedrijfsvoeringstaken. Ontwikkelingen De gemeenteraad is half 2024 geïnformeerd over de stand van zaken van de tussenevaluatie naar de afnemersrelatie met Dordrecht. Dit proces is bedoeld om afnemers en de aanbieder van de diensten Dordrecht in goede zakelijke verhouding te kunnen laten samenwerken. Daarnaast loopt het project 'hoogwaardige dienstverlening met een transparante financiering'. Dit traject is gelijktijdig met de evaluatie gestart en moet afnemers meerjarig inzicht geven in de financiering van diensten die de Servicegemeente levert. Het traject over de financieringssystematiek heeft meer tijd in beslag genomen. Daarom krijgt dit in 2025 dit een vervolg, waarbij richting 2026 of 2027 met een nieuwe productencatalogus en financiering kan worden gewerkt.
Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Risico’s Voor de gemeenschappelijke regeling met de Veiligheidsregio Zuid-Holland-Zuid zijn er de volgende financiële risico's te benoemen: • De nieuwe kostenverdeelsystematiek is in 2017 vastgesteld en ingevoerd met een ingroeimdel. Na de ingroeiperiode is de actuele verdeelsleutel toegepast in de begroting van 2024 en verder Voor het jaar 2024 betekent dit een hogere gemeentelijke bijdrage dan initieel begroot, te weten: € 66.834. De gemeentelijke bijdrage voor 2025 was initieel begroot op € 1.494.609. Door toepassing van de actuele verdeelsleutel levert dit een verhoging op van € 59.179 waardoor de totale gemeentelijke bijdrage voor 2025 € 1.553.799 wordt. • Een boeterente ls het gevolg van het herfinancieren van de leningenportefeuille is er in de jaren tot en met 2026 sprake van een boeterente. Na 2026 volgt een drastische verlaging door lagere rentes. • Kazerne Sliedrecht Er is een investeringsvoorstel gedaan voor de brandweerkazerne in Sliedrecht. Er is ingestemd met het ontwerp. Deze kosten spelen vanaf de oplevering van de kazerne (naar verwachting eind 2025, begin 2026). Deze zijn nog niet meegenomen in de ontwerpbegroting.
• Energiekosten Vanaf 2024 zullen de energiekosten hoger worden dan voorgaande jaren door het noodgedwongen afsluiten van een nieuw energiecontact naar aanleiding van een faillissement van de bestaande leverancier. • Cao-ontwikkeling In 2024 moet een nieuwe CAO worden afgesloten. De eerste signalen wijzen op een verhoging van ca 5%. In de begrotingsrichtlijnen 2024 is uitgegaan van een indexatie van 3,9%, in de begrotingsrichtlijnen 2025 is 5,4% gehanteerd. Doorrekening van de CAO, zodra deze bekend is, moet inzicht geven in de kosten die hieruit voortvloeien. Ontwikkelingen In 2024 heeft een herziening plaatsgevonden van het regionaal risicoprofiel VRZHZ. Deze is reeds gepresenteerd aan de gemeenteraad. Er wordt nu gestart met het beleidsplan waarin de strategie om genoemde risico's aan te pakken wordt beschreven. Aandachtsgebied natuurlijke omgeving In 2024 en verder continueren de VRZHZ de aandacht voor de verkleining van het overstromingsrisico middels samenwerking met partners op het gebied van waterveiligheid en nemen deel aan een aantal landelijke pilots gericht op evacuatie van mens en dier. Er wordt geïnvesteerd op diverse (updates van) planvorming en het doorleven van deze planvorming middels (grootschalige) oefeningen
Jaarstukken 2024
83
Aandachtspunt verkeer en vervoer Tot 2030 worden een groot aantal bruggen, tunnels, wegen en sluizen gerenoveerd, vervangen of aangelegd. De VRZHZ volgt en adviseert over deze grote infrastructurele werkzaamheden in onze regio gericht op bereikbaarheid, tunnelveiligheid en incident management. Toekomstbestendige brandweerzorg Er is opdracht gegeven om een beeld te gaan schetsen van een toekomstbestendige repressieve brandweerzorg voor Zuid-Holland Zuid. Riskfactory Er is een besluit genomen over het realiseren van een Risk Factory in Zuid-Holland Zuid. In de Risk Factory wordt samengewerkt met partnerorganisaties aan het vergroten van de zelfredzaamheid en veerkracht van de samenleving. In het bijzonder van kinderen. Dit afgestemd op de risico's die onze regio kenmerken. MerwedeLingelijn (M.L.L.) Beheer B.V. Risico’s De BV is opgericht ten behoeve van de aanleg en aanpassing van haltes langs de MerwedeLingeLijn. Alleen in Gorinchem moet nog een halte gebouwd worden. Alle overige werkzaamheden zijn afgerond. De kosten van de aanleg van de haltes in onze gemeente zijn binnen het beschikbare krediet gebleven. De kosten die de BV nog maakt, kwamen tot en met 2024, voor rekening van de gemeente Gorinchem. Vanaf 2025 heeft de gemeente Gorinchem geen middelen in de begroting opgenomen.