CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2022 .pdf

Gemeenteraad GHG 29 juni 2023, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 12: Jaarrekening 2022 - Raadsvoorstel40.166 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

-5.546 -5.546 594 -4.952

Lasten -5.846 -5.846 -185 -6.031

Baten 91 91 1.221 1.312

Realisatie Saldo -5.755 -5.755 1.036 -4.719

Lasten -5.907 -5.907 -185 -6.091

Baten 193 193 1.202 1.395

Verschil Saldo -5.714 -5.714 1.017 -4.697

Lasten -61 -61 0 -61

Baten 102 102 -19 83

Saldo 41 41 -19 22

- = Nadelig / + = Voordelig

Jaarstukken 2022

59

1.9.1 Informatiebeveiliging en privacy (ENSIA) Gemeenten hebben de wettelijke taak om een groot aantal diensten te leveren aan inwoners en ondernemers. Deze diensten worden steeds meer digitaal afgehandeld. De gemeente is dan ook in transitie naar een digitaal georiënteerde dienstverlening en bedrijfsvoering. Een goede ontwikkeling voor burgers en ondernemers die daardoor minder afhankelijk worden van openingstijden. Toegenomen digitalisering betekent echter ook meer verantwoordelijkheid voor de gemeente. Traditioneel beschikt de gemeente al over privacy- en concurrentiegevoelige datasets over en voor inwoners en ondernemers. In een tijd waarin de gemeente steeds meer zorgtaken vanuit het Rijk krijgt overgeheveld, waarbij de hoeveelheid privacygevoelige informatie toeneemt, wordt de informatieveiligheid- en privacytaak van gemeenten dan ook steeds breder. Tegelijkertijd groeit het maatschappelijk bewustzijn over veiligheid en privacy bij inwoners en ondernemers. Inwoners en ondernemers moeten en willen zeker zijn dat hun informatie veilig is. Als professionele organisatie is het van belang dat ook onze gemeente de beveiliging van informatie, en de bescherming van persoonsgegevens, adequaat organiseert. Informatie moet immers beschikbaar, actueel, volledig en betrouwbaar zijn en mag alleen door bevoegden worden ingezien.

Ook bij de uitwisseling van informatie moet de gemeente te allen tijde rekening houden met beveiligings- en privacyaspecten. De gemeente heeft een maatschappelijke en wettelijke verantwoordelijkheid de gegevens van hun inwoners en ondernemers onder alle omstandigheden te beschermen en moeten zich daarover kunnen verantwoorden. Er is regionaal gezamenlijk in de Drechtsteden en lokaal veel werk verzet op het gebied van informatiebeveiliging en privacy met het verder implementeren en borgen van passende maatregelen. Waar informatieveiligheid gaat over beschikbaarheid, integriteit (juistheid, volledigheid) en vertrouwelijkheid (toegang waar nodig) van alle soorten informatie, gaat privacy specifiek over het beschermen van persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer. Het verantwoordingsproces rondom informatieveiligheid is sinds 2017 gebaseerd op ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit) en gaat uit van het principe van Single Information & Single Audit (SISA). Dit houdt in dat er sprake is van eenmalige informatieverstrekking en eenmalige IT-audit.

ENSIA is een verantwoordingsstelsel voor informatieveiligheid gebaseerd op de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), alsmede de informatiebeveiligingsnormen vanuit Basisregistratie Personen (BRP), Paspoortuitvoeringsregeling Nederland (PUN), Digitale persoonsidentificatie (DigiD), Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT), Basisregistratie Ondergrond (BRO), WOZ (Wet Waardering Onroerende Zaken). en de Gezamenlijke Elektronische Voorzieningen Structuur uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen (GeVS/Suwinet). Met het uitvoeren van de ENSIA-zelfevaluatie en het aanleveren van de noodzakelijke verantwoordingsinformatie via de ENSIA, legt het college van burgemeester en wethouders over het jaar 2022 verantwoording af aan de raad (horizontale verantwoording) en toezichthouders van het rijk (verticale verantwoording) over de status van informatieveiligheid. Onderdeel van de verantwoording is een getoetste collegeverklaring informatieveiligheid, betreffende DigiD en Suwinet. De collegeverklaring is vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders en getoetst door een onafhankelijke auditor.

De Functionaris voor gegevensbescherming (FG) heeft een jaarrapportage opgesteld waarin een beeld wordt gegeven van de stand van zaken bij de gemeente Hardinxveld-Giessendam als het gaat om het naleven van de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) in 2022. Dit doet zij in haar rol van onafhankelijke toezichthouder. 2022 heeft laten zien dat er de afgelopen jaren op het gebied van privacy flink wat werk is verzet, maar dat er ook nog veel onderhanden werk is te doen. De AVG is een veelomvattende en gecompliceerde wet, die om structurele aandacht blijft vragen van bestuur, management en medewerkers. In 2022 is de eerste verplichte Audit m.b.t. de Wet Politiegegevens (Wpg) uitgevoerd door een externe Auditor. De eindconclusie van de Auditor is dat gemeente Hardinxveld-Giessendam over het algemeen de basis van de WPG-naleving nog niet op orde heeft.

Jaarstukken 2022

60

Informatieveiligheid en privacy is geen eenmalige activiteit, maar een continu verbeterproces. Jaarlijks wordt een Informatiebeveiligings- en Privacyplan opgesteld waarin de te ondernemen activiteiten worden vastgelegd. In 2023 zal de focus liggen op het verder vormgeven van een Veilige (Digitale) Gemeente met het inbedden van informatieveiligheid en privacy in de gemeentelijke organisatie, het borgen van risicomanagement en bewustwording.

Jaarstukken 2022

61

1.9.2 Wet Open Overheid (WOO) Algemeen Op 26 januari 2021 heeft de Tweede Kamer de (Wijzigingswet) Wet open overheid (WOO) aangenomen. Het betreft een initiatiefwet uit de Tweede Kamer die beoogt de gehele overheid transparanter en toegankelijker te maken. Kaders Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid in werking getreden. De Wet openbaarheid van bestuur (WOB) is hierbij ingetrokken. Het grote verschil tussen de WOO en de WOB betreft de actieve openbaarmaking van overheidsinformatie. De WOO kent voor overheden de verplichting om bepaalde categorieën informatie uit eigen beweging openbaar te maken. Voor passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek) volgt de WOO vrijwel geheel de WOB. Middelen Voor de implementatie en de uitvoering van de WOO heeft het rijk zowel incidentele als structurele middelen beschikbaar gesteld. Op dit moment ontbreekt informatie van het ministerie en leveranciers over alle kosten die samenhangen met de implementatie van de WOO. In ieder geval zullen er kosten gemaakt worden voor het inventariseren, aanpassen en inrichten van processen voor onder andere actieve openbaarmaking. Daarnaast zijn er kosten voor automatisering, waaronder bedrijfsapplicaties, metadata, documentsjablonen aanpassen en anonimiseringssoftware. Mogelijk worden er ook kosten gemaakt voor opleiding, communicatie en het inhuren van expertise en menskracht.

Door de bedragen die door het Rijk beschikbaar worden gesteld ook in 2023 te bestemmen voor de WOO wordt zoveel mogelijk geborgd dat er voldoende financiële middelen beschikbaar zijn.

Jaarstukken 2022

62

1.9.3 Opvang ontheemden Oekraïne Op 24 februari 2022 viel Rusland op meerdere plaatsen Oekraïne binnen in een grote escalatie van de Russisch-Oekraïense oorlog die sinds 2014 gaande is. Er vielen veel slachtoffers en grote verwoestingen werden er aangericht. Een grote stroom vluchtelingen kwam op gang richting het westen. Ook ons land en onze gemeente bood ruimhartig onderdak. In korte tijd werd er door burgers, kerken, bedrijven en de gemeente een grote inspanning geleverd om ook in Hardinxveld-Giessendam tijdelijke opvang te regelen. Een regionale en locale crisisorganisatie werd opgericht om sturing te geven aan de alle vraagstukken die samenhangen met de toestroom van vluchtelingen. Al de eerste week van maart kon een groep ondergebracht worden in de tijdelijke opvang van de bron. De week is sporthal De Appelgaard in gereedheid gebracht om een grote groep voor een korte periode onderdak te geven. Een aantal particulieren stelde hun huis open voor de opvang van vluchtelingen. Voor de middellange termijn boden ondernemers bedrijfsruimte aan die omgebouwd werd tot woonruimte (aan de Hakgriend bij B.M. van Houwelingen en aan Kade 34 bij Creon Kozijnen) Eind maart waren beide panden volledig omgebouwd, ingericht en betrokken door vluchtelingen Richtlijnen vanuit de rijksoverheid waren toen nog beperkt aanwezig.

Veel moest er geïmproviseerd worden om alles op tijd gereed te krijgen. Nadat er primair onderdak geregeld was, zijn er veel andere zaken opgepakt zoals: het regelen van de eerste dagelijkse levensbehoeften, inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie, het regelen van leefgeld, toegang tot medische- en psychosociale zorg, mogelijkheden om te werken en het zorgen voor onderwijs voor de kinderen. In al deze zaken is voorzien. In financiële zin worden de kosten van opvang in principe vergoed door het Rijk. De vluchtelingencrisis heeft een grote inspanning gevraagd – en vraagt het nog – van de samenleving en van de gemeentelijke organisatie. De kracht van de lokale samenleving bleek uit de welwillende medewerking van veel vrijwilligers, burgers en bedrijven. Het leed dat deze vluchtelingen overkwam kon hiermee enigszins verlicht worden.

Jaarstukken 2022

63

1.10 Paragraaf Lokale Heffingen Algemeen De paragraaf lokale heffingen heeft betrekking op de heffingen waarvan de besteding zowel gebonden als ongebonden is. Voorbeelden van heffingen waarvan de besteding gebonden is, zijn onder andere de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. Heffingen waarvan de besteding ongebonden is zijn onder andere de onroerend zaakbelasting en de hondenbelasting. Deze paragraaf bevat een uiteenzetting van de beleidsvoornemens voor de lokale heffingen, de gemeentelijke inkomsten voor zover deze uit de in Hardinxveld-Giessendam ingevoerde belastingen en retributies voortkomen, een overzicht op hoofdlijnen van de diverse belastingen en heffingen, een aanduiding van de lokale lastendruk, een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid en een overzicht van de kostendekkendheid van de verschillende tarieven. Beleidsvoornemens lokale heffingen De heffing en invordering van belastingen en retributies wordt door de GR SVHW (Gemeenschappelijke Regeling Samenwerkingsverband Vastgoed-informatie Heffing en Waardebepaling) verzorgd. Deze gemeenschappelijke regeling wikkelt ook aanvragen om kwijtschelding af. De heffing en invordering van de leges zoals onder andere de bouwleges wordt door de gemeente zelf verzorgd.

In onze gemeente zijn buiten de algemene uitkering uit het gemeentefonds de onroerendzaakbelasting en de rioolheffing en afvalstoffenheffing de belangrijkste inkomsten. Voor 2022 zijn voor deze belastingen ten opzichte van 2022 de volgende wijzigingen vastgesteld door de gemeenteraad in de vergadering van 16 december 2021:  Onroerende zaakbelasting, 1,3% verhoging van de opbrengst ten opzichte van 2021. Percentage conform de Perspectiefnota 2022-2024;  Rioolheffing, verlaging van het tarief met € 20 ten opzichte van 2021;  Afvalstoffenheffing, verhoging van € 10 ten opzichte van 2021. De overige (belasting) tarieven zijn voor 2022 met 1,3 % geïndexeerd ten opzichte van 2021. Dit is conform de financiële uitgangspunten zoals opgenomen in de Perspectiefnota 2022-2025. Ten aanzien van de heffingen en leges wordt uitgegaan van een kostendekkendheidspercentage van 100%.

Jaarstukken 2022

64

Overzicht gemeentelijke belastingopbrengsten Op grond van artikel 219 van de gemeentewet zijn in 2021 in Hardinxveld-Giessendam de volgende belastingen geheven: Bedragen x € 1000

Omschrijving

Rekening

Rekening

Rekening

Prim.Begr.

Begroting

Rekening

Afwijking

Voor-/

2019

2020

2021

2022

2022

2022

2022

nadelig

Zuivere belastingen Onroerend zaakbelastingen eigenaren

2.994

3.100

3.188

3.165

3.422

3.469

47

Onroerend zaakbelastingen gebruikers

579

574

603

612

747

729

-18

N

Hondenbelastingen

75

79

81

75

82

85

3

V

Precariobelasting

92

94

10

101

61

11

-50

N

Bedrijfsinvesteringszone

73

75

74

70

70

-1

-71

N

3.813

3.922

3.956

4.023

4.382

4.293

-89

N

Afvalstoffenheffing

2.017

2.071

2.206

2.086

2.300

2.292

-8

N

Rioolheffing

1.766

1.803

1.861

1.821

1.725

1.722

-3

N

Subtotaal heffingen

3.783

3.874

4.067

3.907

4.025

4.014

-11

N

Leges bouwvergunningen

492

353

867

789

677

713

36

V

Leges burgerlijke stand

210

170

140

126

139

135

-4

N

Begrafenisrechten

293

404

393

383

321

298

-23

N

Havengelden

79

32

28

64

64

36

-28

N

Marktgelden

33

23

22

31

31

26

-5

N

-

24

30

20

25

33

8

V

Subtotaal zuivere belastingen

V

Heffingen

Retributies

Reclameopbrengsten Subtotaal retributies

1.107

1.006

1.480

1.413

1.257

1.241

-16

N

Overige pachten

-

51

49

58

59

50

-9

N

Overige leges en andere rechten

-

2

15

1

1

52

51

V

Subtotaal inclusief overige retributies

1.107

1.059

1.544

1.472

1.317

1.343

26

V

TOTAAL lokale heffingen

8.703

8.855

9.567

9.402

9.724

9.650

-74

N

Onroerende zaakbelastingen De (on)roerende zaakbelastingen zijn ondergebracht bij de GR SVHW. De GR SVHW verzorgt niet alleen de oplegging en inning van de aanslagen maar houdt tevens de bestanden in verband met de wet WOZ up-to-date. Regelmatig vindt de afdracht van de ontvangen belastingbedragen aan de gemeente plaats. Bij het bepalen van het percentage wordt rekening gehouden met de waardeontwikkeling van de onroerende zaken, zodat per saldo de onroerende zaakbelastingen voor woningen niet meer stijgen dan de inflatie. Hondenbelasting Basis voor deze heffing vormt het bezit van een hond, waarbij voor het bezit van meerdere honden een progressief tarief van toepassing is. Evenals de onroerende zaakbelastingen verzorgt de GR SVHW de heffing, invordering en actualisering van de bestanden van de hondenbelasting voor ons. De controle is nog wel in handen van de gemeente en geschiedt door een jaarlijkse huis-aan-huis controle met daarnaast een hondenpenningcontrole op straat. Precariobelasting Voor het hebben van materialen op voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond wordt een bedrag geheven van de gebruikers van die grond. Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing wordt geheven ter dekking van de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval, waarbij uitgangspunt is dat dit kostendekkend gebeurt.

De GR SVHW verzorgt de heffing, invordering en actualisering van de bestanden voor ons. Het inzamelen en verwerken van het huisvuil wordt gedaan door de gemeenschappelijke regeling reinigingsdienst Waardlanden. Ook kan zonder verdere kosten gebruik worden gemaakt van het afvalbrengstation.

Jaarstukken 2022

65

Rioolheffing De rioolheffing is gerelateerd aan de hoeveelheid afgevoerd afvalwater en geldt uitsluitend ter dekking van de kosten voor de uitvoering van het Gemeentelijk Rioleringsplan. De oplegging, invordering en het bijhouden van het bestand wordt verzorgd door de GR SVHW. Leges In onze gemeente worden leges geheven op grond van de vigerende legesverordening. De tarieventabel wordt jaarlijks aangepast. De leges hebben onder andere betrekking op de Algemeen Plaatselijke Verordening, rij- en reisdocumenten, burgerlijke stand, wet Ruimtelijke Ordening en Milieuwetgeving. Begrafenisrechten Voor het begraven van stoffelijke overschotten op de begraafplaatsen in de gemeente heft de gemeente leges. Ook voor de aankoop van graven en het afkopen van het onderhoudsrecht wordt een tarief in rekening gebracht. Havengelden De havengelden bestaan uit liggelden, kadegelden en trechtergelden. Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen Voor mensen met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de lokale lasten. De regels voor het toekennen worden bepaald door de rijksoverheid en staan in de Invorderingswet. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen, die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan de bijstandsnorm.

Gemeenten mogen hier in die zin van afwijken dat een lager inkomen wordt gehanteerd. De gemeente HardinxveldGiessendam hanteert de zogenaamde 100%-norm, hetgeen betekent dat inwoners van HardinxveldGiessendam met een inkomen op bijstandsniveau in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking komen. Gemeenten mogen zelf bepalen voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend. In de gemeente Hardinxveld-Giessendam kan kwijtschelding worden aangevraagd voor Afvalstoffenheffing, Rioolheffing en Hondenbelasting (alleen voor de eerste hond). De ontwikkeling van de kwijtscheldingen over de afgelopen jaren is als volgt:

Kwijtscheldingsbedragen

2019

2020

2021

2022

104.019

100.381

100.415

133.107

207

210

193

205

Kwijtscheldingsaantallen (Gedeeltelijk) toegekend Afgewezen

42

56

44

68

Totaal

249

266

237

273

In 2022 is het aantal aanvragen en het aantal (gedeeltelijk) toegekende kwijtscheldingsverzoeken fors.toegenoemen. Heffingen woonlasten (lokale belastingdruk) Tot de woonlasten worden gerekend de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Deze belastingen vormen het grootste deel van de opbrengst van de gemeentelijke heffingen.

Jaarstukken 2022

66

Soort heffing

2019

2020

2021

2022

- eigenarenheffing

0,1247%

0,1199%

0,1172%

0,1101%

Totaal

0,1247%

0,1199%

0,1172%

0,1101%

- eigenarenheffing

0,2142%

0,2168%

0,2213%

0,2677%

- gebruikerstarief

0,1582%

0,1601%

0,1634%

0,2010%

Totaal

0,3724%

0,3769%

0,3847%

0,4687%

Afvalstoffenheffing

287,00

292,00

309,00

319,00

Rioolheffing

227,00

231,00

237,00

217,00

Onroerende zaakbelasting

Woningen

Niet woningen

De ontwikkeling van de woonlasten (voor meerpersoonshuishoudens) over de afgelopen jaren is als volgt: 2019

2020

2021

2022

OZB-eigenaar

306,00

314,00

314,00

365,00

Afvalstoffenheffing

287,00

292,00

309,00

319,00

Rioolheffing

227,00

231,00

237,00

217,00

Totaal

820,00

837,00

860,00

901,00

% stijging/afname

-0,5%

3,7%

2,1%

4,8%

t.o.v. vorig jaar

Vergelijking met andere gemeenten Jaarlijks wordt door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) een onderzoek uitgevoerd naar de gemeentelijke woonlasten, teneinde een vergelijk tussen de gemeenten mogelijk te maken. Om inzicht te krijgen in het algemene verloop van de hoogte van de woonlasten van onze gemeente is een vergelijk met omringende gemeenten gemaakt.

Jaarstukken 2022

67

HardinxveldGiessendam

Molenlanden

Gorinchem Vijfheerenlanden

Gemiddelde woningwaarde

331.517

400.670

341.509

397.206

OZB-eigenaar

0,1101%

0,0896%

0,1060%

0,1002%

OZB-eigenaar

365,00

359,00

362,00

398,00

Rioolheffing (vastrecht)

217,00

245,00

207,00

194,00

Afvalstoffenheffing

319,00

340,00

337,00

412,00

901,00

894,00

906,00

1.004,00

158

151

165

280

2

1

3

4

Heffingskorting

-50,00

Totaal Rangorde landelijk (o.b.v. woonlasten meerpersoonshuishouden volgens Coelo)

Rangorde Alblasserwaard-Vijfheerenlanden (o.b.v. berek. woonlasten)

Uit bovenstaand overzicht blijkt dat de gemeente Hardinxveld-Giessendam in 2022 landelijk gezien onder het midden behoort (plaats 158 van de in totaal 344 gemeenten). Regionaal gezien staat de gemeente Hardinxveld-Giessendam op de tweede plaats (2021: 3). Naast een vergelijk met de omringende gemeenten is ook een vergelijk met de Drechtstedengemeenten gemaakt. Hardinxveld- Alblasserdam Giessendam

Dordrecht

Hendrik-Ido- Papendrecht Sliedrecht Ambacht

Zwijndrecht

Gemiddelde woningwaarde

331.517

325.646

294.118

375.770

323.787

310.253

315.569

OZB-eigenaar

0,1101%

0,1084%

0,1020%

0,0974%

0,1257%

0,0751%

0,0957%

OZB-eigenaar

365,00

353,00

300,00

366,00

407,00

233,00

302,00

Rioolheffing (vastrecht)

217,00

159,00

205,00

191,00

161,00

277,00

306,00

Afvalstoffenheffing

319,00

358,00

313,00

374,00

420,00

316,00

373,00

Totaal

901,00

870,00

818,00

931,00

988,00

826,00

981,00

158

123

60

200

264

69

256

4

3

1

5

7

2

6

Rioolheffing (gebaseerd op 2 bew.)

Rangorde landelijk (o.b.v. woonlasten meerpersoonshuishouden volgens Coelo)

Rangorde Drechtsteden (o.b.v. woonlasten)

In vergelijking met de overige Drechtstedengemeenten eindigt Hardinxveld-Giessendam op plaats 4 (2021: 5). Kostendekkendheid Het BBV schrijft voor dat in de paragraaf lokale heffingen inzicht wordt gegeven in de mate van kostendekkendheid van de verschillende tarieven. Hiermee wordt beoogd transparantie te bieden in de tarieven waarbij sprake is van kostenverhaal. De toerekening van overhead vindt extracomptabel plaats. Dat betekent dat het overheaddeel op de afzonderlijke programma’s niet aan deze programma’s zijn toegerekend. De volgende overzichten laten zien van welk percentage kostendekkendheid sprake is. Voor het bepalen van onderstaande kostendekkendheidspercentages is uitgegaan van de vernieuwde ‘Handreiking Kostenonderbouwing paragraaf lokale heffingen’ van het VNG. Jaarstukken 2022

68

De kostendekkendheid is bepaald door de totale baten te delen door de lasten die volgens de handreiking mogen worden toegerekend. Hierin is een opslag voor de overheadkosten opgenomen. Voor het bepalen van het percentage overhead is uitgegaan van de totale lasten aan overhead (taakveld 0.4), welke zijn gedeeld door de totale loonkosten inclusief de kosten van inhuur.

Formule overheadopslag op loonkosten € €

Overhead (taakveld 0.4) Loonkosten + inhuur (exclusief overhead loonkosten)

6.228.086 9.490.838 65,6%

Voor de riolering en reiniging is een afwijkend overheadopslagpercentage gehanteerd, namelijk gebaseerd op een percentage van de totale kosten (salarissen en directe lasten).

Formule voor overheadopslag totale lasten € €

Overhead (taakveld 0.4) Totale lasten exclusief mutaties reserves

6.228.086 48.916.211 12,7%

Legesverordening Titel 1: Algemene dienstverlening: Titelblad 1 Hoofdstuk 1 Directe lasten Loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten Totale baten Kostendekkendheid

Titelblad 1 Burgerlijke stand Hoofdstuk 2 19.441 Directe lasten 69.087 Loonkosten 88.528 Saldo 44.898 Overheadopslag voor loonkosten 133.426 Totale lasten 13.410 Totale baten 10% Kostendekkendheid

Titelblad 1 Hoofdstuk 3 Directe lasten Loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten Totale baten Kostendekkendheid

Jaarstukken 2022

Reisdocumenten 18.034

117.568 135.602 76.404 212.006 62.350 29%

Titelblad 1 Rijbewijzen

Hoofdstuk 4 15.861 Directe lasten 58.316 Loonkosten 74.177 Saldo 37.898 Overheadopslag voor loonkosten 112.075 Totale lasten 50.261 Totale baten 45% Kostendekkendheid

Verstrekkingen uit basisregistratie 20.508

112.744 133.252 73.269 206.521 3.727 2%

69

Titelblad 1 Hoofdstuk 9 Directe lasten naturalisatie Loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten Totale baten naturalisatie Totale baten Verklaring omtrent gedrag Kostendekkendheid

Titelblad 1 Overige publiekszaken

Hoofdstuk11

Huisvestingswet

3.747 Directe lasten

24.940

9.719 Loonkosten 13.466 Saldo 6.316 Overheadopslag voor loonkosten 19.782 Totale lasten

88.291 41.170 129.461

4.758 Totale baten 473 26% Kostendekkendheid

63.351

681 1%

Titelblad 1 Hoofdstuk 14 Directe lasten Loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten Totale baten Kostendekkendheid

Markten 7.063

17.512 24.575 11.380 35.955 33.603 93%

Titel 2: Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning Titelblad 1 Hoofdstuk 3 Directe lasten Loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten Totale baten Kostendekkendheid

Omgevingsvergunningen 171.719

560.994 732.713 364.574 1.097.286 708.278 65%

Titel 3: Dienstverlening vallend onder Europese Richtlijn Titelblad 1 en 3 TB 1: hoofdstuk 16 TB 3: hoofdstuk 1 TB 3: hoofdstuk 2

TB 3: hoofdstuk 7 Directe lasten Loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten Totale baten Kostendekkendheid

Jaarstukken 2022

kansspelen horeca organiseren evenementen of markten niet benoemde vergunningen 41.893

189.146 231.039 122.921 353.960 4.409 1%

70

Havengelden, begraafplaatsen, riolering en afval Havengelden Directe lasten Loonkosten Saldo Overheadopslag voor loonkosten Totale lasten Totale baten Kostendekkendheid

Begraafplaatsen 16.530 Directe lasten

198.539

25.525 Loonkosten 42.055 Saldo 16.588 Overheadopslag voor loonkosten 58.643 Totale lasten

449.808 163.292 613.099

31.687 Totale baten 54% Kostendekkendheid

297.568 49%

251.268

Afval Directe lasten Loonkosten Saldo Overheadopslag Gecompenseerde BTW Totale lasten

1.600.608

Totale baten Kostendekkendheid

2.291.635

69.812 1.670.420 212.680 275.600

2.158.701

106%

Saldo van + € 132.934 is toegevoegd aan de voorziening reiniging. Riool Directe lasten Loonkosten Saldo Overheadopslag Gecompenseerde BTW Totale lasten

1.025.533

Totale baten Kostendekkendheid

1.729.738

260.533 1.286.066

163.744 137.944

1.587.753

109%

Saldo van + € 141.985 is toegevoegd aan de voorziening riolering. Rente riolering In de berekening van de kostendekkendheid van de riolering wordt rekening gehouden met een rentepercentage van 3% voor investeringen tot en met begrotingsjaar 2012. Investeringen vanaf begrotingsjaar 2013 zijn gebaseerd op de renteomslag. Dit wijkt af van de berekende renteomslag. In de nota financieringsvisie is vastgelegd dat investeringen in rioleringen volledig extern gefinancierd worden. Het rentepercentage riolering is dan ook gebaseerd op een gemiddelde van de rente van de langlopende schulden.

Jaarstukken 2022

71

1.11 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemeen Deze paragraaf geeft inzicht in (mogelijke) risico’s voor de gemeente en de mate waarin deze risico’s kunnen worden opgevangen (weerstandscapaciteit). De relatie tussen de risico’s en de weerstandscapaciteit zegt iets over de financiële robuustheid van de gemeente Hardinxveld-Giessendam: het weerstandsvermogen. Beleid Bij raadsbesluit van 16 december 2021 is de Financieringsvisie vastgesteld. De nota reserves en voorzieningen is vastgesteld door de gemeenteraad op 16 december 2021. Deze nota geeft een overzicht van de reserves en voorzieningen, evenals richtlijnen hoe hiermee wordt omgegaan. Er is voor gekozen om geen afzonderlijke nota samen te stellen inzake het weerstandsvermogen en de risico’s. In deze paragraaf wordt hiervan een uiteenzetting gegeven. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om tegenvallers op te vangen. Het gaat hierbij om de ‘vrij besteedbare’ middelen, zoals de algemene reserve, de onbenutte belastingcapaciteit en de stille reserves. Per 31 december 2022 bedraagt de weerstandscapaciteit: Bedragen x € 1.000

Weerstandscapaciteit exploitatie Onbenutte belastingcapaciteit - OZB Totaal onbenutte belastingcapaciteit Onvoorzien Weerstandscapaciteit exploitatie

p.m. 0 0 0

Weerstandscapaciteit vermogen Vrij aanwendbaar deel algemene reserve Vrij aanwendbaar deel reserve sociaal domein Stille reserves Weerstandscapaciteit vermogen Totale weerstandscapaciteit

4.184 1.667 p.m. 5.851 5.851

Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit de extra structurele middelen die gegenereerd kunnen worden door de tarieven van de gemeentelijke belastingen te verhogen tot het wettelijk toegestane maximum. De onbenutte belastingcapaciteit ten aanzien van de onroerende zaakbelastingen is be-paald op basis van het verschil tussen onze OZB-percentages en het normpercentage-OZB voor toelating tot artikel 12 van de financiële verhoudingswet (Fvw). Het Rijk heeft met de VNG afgesproken dat vanaf 2020 een benchmark woonlasten wordt ingevoerd om jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijker te maken. Daarmee komt een einde aan het monitoren met de macronorm OZB. De onbenutte belastingcapaciteit voor de overige onderdelen (riool- en afvalstoffenheffing, leges en overige heffingen) is op nul gezet. Dit omdat bij de gemeentelijke belastingen en retributies zoveel mogelijk wordt gestreefd naar 100%-kostendekkendheid. Onvoorzien Ter dekking van onvoorziene begrotingsuitgaven in de loop van het jaar is in de begroting 2022 een bedrag opgenomen van € 25.000. Deze is in 2022 niet aangewend.

Jaarstukken 2022

72

Algemene reserve De omvang van de algemene reserve (exclusief resultaatbestemming 2022) bedraagt € 10.209.435 per 31 december 2022. Dit bedrag is € 4.183.552 vrij aanwendbaar. Reserve Sociaal Domein Voor het sociaal domein is een aparte reserve gevormd. Deze wordt gezien als onderdeel van de weerstandscapaciteit. De achterliggende reden is dat in de bepaling van de risico’s het sociaal domein is betrokken. De omvang van de reserve sociaal domein (exclusief resultaatbestemming 2022) bedraagt € 1.667.035 per 31 december 2022. Stille reserves Om een reëel inzicht te hebben in de omvang van het eigen vermogen dienen ook stille reserves in beeld te worden gebracht. Deze reserves vormen immers één van de elementen waarmee tegenvallers bekostigd zouden kunnen worden. De gemeente heeft stille reserves wegens aandelenbezit Stedin en BNG welke zijn gewaardeerd tegen historische kostprijs. Ook de gemeentelijke eigendommen bevatten stille reserves die bij verkoop te gelde kunnen worden gemaakt. De stille reserves zijn PM geraamd omdat deze niet direct inzetbaar zijn voor weerstandscapaciteit. Risico-analyse De risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen zijn die risico’s die niet op een andere manier zijn ondervangen, dus waarvoor geen voorziening is gevormd of waarvoor geen verzekering is afgesloten. Organisatiebreed heeft een risico-inventarisatie plaatsgevonden.

Deze is als volgt opgebouwd:  Korte beschrijving van het risico  Het financiële effect / kans / risicobedrag Om tot een kwantificering van de risico’s te komen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Kans de kans dat een risico zich daadwerkelijk voordoet is afhankelijk van meerdere factoren waaronder de frequentie. De frequentie alleen is op zich al moeilijk te bepalen. Om toch te komen tot een schaalverdeling is bij de risicoanalyse binnen de gemeente Hardinxveld-Giessendam gekozen voor drie categorieën, te weten: o Groot (80%); o Gemiddeld (50%); o Klein (20%). Impact De impact geeft de financiële invloed aan die een risico kan hebben op de gemeentelijke exploitatie. De percentages (standaardklassen) die worden gehanteerd zijn 1%, 5%, 10%, 25% en 50%. Daarbij heeft het kleinste percentage financieel gezien de minste impact, terwijl het grootste percentage juist een grote impact heeft. In onderstaande tabel geven we een overzicht van de risico’s, gevolgd door een korte beschrijving van elk risico.

Jaarstukken 2022

73

Risicomatrix Kans Programma

Risico's

Impact

Bedrag

Groot

Gemiddeld

Klein

80%

50%

20%

Totaal

4

PFOA

20%

250.000

25.000

25.000

6

Leerlingenvervoer

50%

233.000

116.500

116.500

8

Participatiewet (incl. inkomensvoorz.)

10%

3.613.000

181.000

181.000

9

WMO

10%

4.174.000

209.000

209.000

9

Jeugdwet

10%

5.455.000

273.000

273.000

11

Omgevingswet

PM

Bedrijfsv

Eenmansposten

10%

9.238.880

462.000

462.000

Fin en dek

Algemene uitkering

5%

30.192.000

755.000

755.000

Fin en dek

Rentelasten

10%

425.000

21.000

Overigen

Overig (niet kwantificeerbaar)

21.000 1.000.000

0

2.042.500

0

3.042.500

PFOA De aanwezigheid van de PFOA in (water)bodem leidt tot meerkosten op projecten. In alle gevallen is bodemonderzoek nodig waarbij ook onderzocht wordt op PFOA. De afzetmogelijkheden van de grond bepalen hierna de omvang van de meerkosten. Problemen zijn er vooral als gesaneerd moet worden, waarbij er ook PFOA als bijvangst aangetroffen wordt. Daarnaast kan PFOA ook stagnatie(kosten) tot gevolg hebben. In de ramingen van de projecten wordt geanticipeerd op dit risico en daarom wordt het risico op budgetoverschrijding hoog geacht (80%) en impact op de ramingen in de begroting op beperkt (20%). Leerlingenvervoer Het leerlingenvervoer is een open einde regeling. Na jaren van stabilisatie in het speciaal onderwijs zien we nadrukkelijk een stijging optreden. De hoogste kosten betreft voornamelijk leerlingen die vanwege hun beperking of aandoening verder moeten reizen naar school. De situatie van de leerlingen vraagt daarom en er is geen dichterbij gelegen toegankelijke school. De post blijft daarom moeilijk te ramen. Momenteel zijn er twee grote effecten te zien op het budget leerlingenvervoer. Dat betreft het aantal leerlingen waarvoor er een beroep wordt gedaan op de verordening (en met name de afstand waar de school staat).

In de regio is er nu een analyse gemaakt naar de vervoersbewegingen en er wordt bij de samenwerkingsverbanden gekeken of er in ons samenwerkingsgebied een aanpassing van het onderwijsaanbod zou moeten komen. Dit vloeit voort uit Passend onderwijs en de goede samenwerking in de regio met de samenwerkingsverbanden. Daarnaast is er een effect waar we geen invloed op hebben; prijsstijgingen. Aan de ene kant de stijgende kosten van het OV en daarnaast de NEA-indexering voor de taxibranche. De hoge brandstofprijzen worden meegenomen, maar ook de stijgende lonen van deze branche bij het bepalen van de NEA-index. Op dit moment is de NEA-indexering voor 2023 13,7%. Na uitvoerig overleg met de taxibranche is dit teruggebracht tot een verhoging van 9% voor 2023. Gelet op bovenstaande uiteenzetting wordt het risico op budgetoverschrijding gemiddeld geacht (50%). De impact op de ramingen in de begroting wordt op 50% ingeschat. Participatiewet De Participatiewet kenmerkt zich door een vast rijksbudget binnen de algemene uitkering. Dit is het participatiebudget dat onderdeel is van het sociaal domein. Naast het participatiebudget is er een specifieke uitkering die als inkomensdeel door het Rijk separaat wordt uitbetaald. Beide budgetten worden neutraal in de begroting opgenomen. Het toereikend zijn van het budget hebben wij niet geheel in eigen hand.

Gemeenten hebben te maken met verlaagde inkomsten. Bovendien hebben we op het vlak van bestaanszekerheid te maken met onzekere tijden. Het uitbreken van de oorlog in Oekraïne in 2022 en de daarmee gepaard gaande economische sancties zijn van invloed op de koopkracht van onze inwoners. Andere onzekere invloeden zijn de grote inflatie en grote effecten op de prijzen voor energie en brandstof. De kans dat mensen met een laag inkomen in de financiële problemen komen wordt hiermee vergroot. We houden deze ontwikkelingen en inschattingen van het CPB en het Rijk nauwlettend in de gaten. De SDD voert voor onze gemeente de Participatiewet uit. De bijdrage in de uitvoeringskosten van de SDD wordt middels een vastgestelde verdeelsleutel bepaald. Deze is gebaseerd op het aantal bijstandsgerechtigden. Het Rijk zet fors in op koopkrachtbehoud voor brede groepen in de samenleving, Jaarstukken 2022

74

maar wederom is de impact op onze bijstandsontwikkeling vooralsnog beperkt. Met de nieuwe governance vanaf 2022, het nieuw bestuur AD/DB wordt hard samengewerkt aan verschillende veranderingen. Voor Hardinxveld-Giessendam waren er in dit kader twee belangrijke veranderingen op te merken in 2022. Ten eerste het inwerking treden van de Nieuw Wet Inburgering 2021 per januari 2022. Ten tweede heeft de herijking van het Minimabeleid plaatsgevonden. Per 1 januari 2022 is de Wet inburgering 2021 van kracht. Daarmee is de verantwoordelijkheid voor de inburgering van asielstatushouders en gezinsmigranten bij gemeenten komen te liggen. Het budget, een specifieke uitkering (SPUK) voor inburgeringsvoorzieningen, de maatschappelijke begeleiding en de PVT's worden door de gemeenten uitgevoerd en ingekocht. De overige taken wordt door de SDD uitgevoerd. Bij de bepaling van het budget is in gezamenlijkheid gekeken naar de rijksmiddelen en de verdeling daarvan. De beschikbare middelen zijn bepaald met behulp van de Divosa rekentool. De voorlopige taakstelling is de basis voor de berekening van de hoogte van het budget. Er zit wel enige risico op het maken van een inschatting van de taakstelling, zeker gezien de huidige beweging van het aantal asielzoekers, dat zich momenteel meldt. Via monitoring en evaluatie zal de taakstelling steeds beter in beeld worden gebracht.

Binnen de opgave Bestaanszekerheid versterken is eind 2022 de herijking van het minimabeleid afgerond. Met de herziene minimaregelingen behouden we een prikkel om mensen te stimuleren tot werk, maar bevorderen we wel de koopkracht van de groep minima die het echt nodig heeft. De gemaakte beleidskeuzes leiden in 2023 tot een lichte besparing op het minimabeleid. We reserveren deze middelen om op termijn meer mensen, zoals werkende armen, te kunnen ondersteunen die het financieel moeilijk hebben. Om inwoners tegemoet te komen in de sterk gestegen energieprijzen, is in 2022 vanuit rijksmiddelen tevens individuele energietoeslag uitgekeerd aan inwoners met een inkomen tot 130% van het wettelijk sociaal minimum. De budgetten van de participatiewet worden nauwlettend gevolgd. Gelet op bovenstaande uiteenzetting wordt het risico op budgetoverschrijding gemiddeld geacht (50%). De impact op de ramingen in de begroting is beperkt (10%). WMO De Wmo is een ‘open einderegeling’: de kosten in enig jaar zijn sterk afhankelijk van het beroep dat op de regeling wordt gedaan. Alleen al daarom brengt het de nodige risico’s met zich mee. De Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) voert voor onze gemeenten het grootste deel van de Wmo-taken uit. De SDD benut hiervoor een groot deel van de Wmo-budgetten van de gemeente.

In 2021 zijn de kostenverdeelsleutels, bedoeld voor de verdeling van de gemeentelijke bijdragen aan de GR Drechtsteden geactualiseerd. Tot en met 2021 werden de totale apparaats- en uitvoeringskosten verdeeld op basis van het 5-jarige gemiddelde van het aantal bijstandsklanten. Dit viel door ons relatief lage aantal bijstandsklanten, gunstig voor ons uit. Vanaf 2022 worden de apparaatskosten verdeeld over alle diensten. Dit pakt op onderdelen (met name apparaatslasten) voor Hardinxveld-Giessendam nadelig uit en betekent een stijging van kosten de komende jaren. De uitvoeringskosten worden verrekend op basis van werkelijk gebruik. De realisatiecijfers van de afgelopen jaren vormen de basis voor de komende jaren waarmee de budgetten herijkt kunnen worden. Hierbij is ook een marge ingebouwd. De realisatiecijfers van de volgende jaren bieden een verdere basis voor betrouwbaardere prognoses. De uitgaven op de individuele begeleiding en dagbesteding stijgen al geruime tijd. Naar verwachting zal de stijging in kosten de komende jaren op alle maatwerkvoorzieningen gestaag doorzetten. Dit komt onder andere door de vergrijzing en doordat mensen steeds langer en met zwaardere problematiek thuis blijven wonen (ambulantisering en extramuralisering). Sinds 2019 stijgt ook het aantal inwoners dat een beroep doet op huishoudelijke hulp fors.

Een belangrijke oorzaak hiervan is de invoering van een vaste eigen bijdrage van € 19 per vier weken (het abonnementstarief) dat leidt tot een aanzuigende werking. Het budget voor het organiseren van algemene voorzieningen blijft lokaal en zit voor een groot deel in de Maatschappelijke Agenda (MAG). Een onzekere factor is de doordecentralisatie van beschermd wonen en opvang. Naar verwachting wordt, per 2024 het nieuwe objectieve verdeelmodel en het woonplaatsbeginsel stapsgewijs ingevoerd. Onze gemeente gaat vanaf dan eigen budget ontvangen voor de uitvoering van Beschermd wonen. De afgelopen jaren had onze regio een overschot op het budget Beschermd wonen, hetgeen ieder jaar volgens een vaste Jaarstukken 2022

75

verdeelsleutel werd verdeeld over de gemeenten. Vanuit deze middelen bekostigde onze gemeente lokale (preventieve) initiatieven. Met de komst van het nieuwe verdeelmodel zat dit overschot naar verwachting geleidelijk verdwijnen. Tot in ieder geval 2024 blijft het principe van financiële solidariteit in de regio gehanteerd op basis van de samenwerkingsovereenkomst beschermd wonen en opvang. Gemeenten blijven verplicht om in enige vorm te blijven samenwerken. De maatschappelijke opvang blijft vooralsnog een taak van centrumgemeenten. Wel blijft door al deze ontwikkelingen de verwachting dat kosten voor Wmo ondersteuning op langere termijn verder blijven toenemen. De SDD stuurt op het beperken van de kosten via, onder andere, scherpe sturing op de contracten en afschaling naar lichtere vormen van ondersteuning als dat mogelijk is. Daarnaast biedt de nieuwe GR Sociaal per 2022 wel meer mogelijkheden om lokaal beleid te maken en maatwerkwensen af te spreken met de SDD. In 2023 wordt het kaderbeleid van de Wmo herijkt en gaan we zoeken naar manieren om de toename in indicaties af te remmen, zodat we de ondersteuning kunnen blijven leveren aan mensen die het echt nodig hebben (ouderen en chronisch zieken en gehandicapten). De budgetten voor de WMO worden nauwlettend gevolgd. Hierdoor wordt het risico op forse budgetoverschrijding gemiddeld geacht (50%).

De impact is daarom beperkt (10%), mede in het licht van de bijstelling van de ramingen in de begroting. Jeugdwet De uitvoering van de Jeugdwet is een taakveld binnen het sociaal domein. De bekostiging maakt met ingang van 1 januari 2019 geen deel meer uit van de integratie uitkering sociaal domein van de algemene uitkering van het Rijk. Deze gelden zijn als zodanig algemeen dekkingsmiddel geworden. De taken vanuit de Jeugdwet zijn gedelegeerd en gemandateerd aan de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd. De serviceorganisatie Jeugd (SOJ) Zuid-Holland Zuid is de uitvoeringsorganisatie. Vanwege de sterk gestegen en aanhoudend hoge kosten is het gehele budget naar de regionale zorgmarkt gegaan. Te zien is dat de kosten van Jeugdwet stijgen, waarop gehandeld zal moeten en ook zal worden. Om deze trend van kostenstijging om te zetten in een daling zijn maatregelen geformuleerd en uitgewerkt. Het implementeren van de maatregelen heeft vertraging opgelopen, mede door de Coronacrisis. Het merendeel van de maatregelen is inmiddels gestart, zowel lokaal als regionaal. De effecten van deze maatregelen zullen naar verwachting later zichtbaar worden. Met het afschaffen van de solidariteit (2022: 20% en 2023: 0%) ligt de focus op lokaal. Zo wordt er ingezet op de toegang tot jeugdhulp via het sociaal team.

Naar aanleiding van het landelijke onderzoek van AEF zijn er voor 2021 en 2022 extra middelen van het Rijk toegekend. Deze middelen dienen tekorten vanuit het verleden te compenseren en acute problemen op te lossen. Om het jeugdstelsel op de lange termijn beheersbaar te maken zijn fundamentele keuzes nodig, bijvoorbeeld over de reikwijdte van de Jeugdwet en de beleidsvrijheid en rol van gemeenten in de uitvoering. De budgetten voor de Jeugdwet worden nauwlettend gevolgd. Met het afschaffen van de solidariteit is Hardinxveld-Giessendam zelf verantwoordelijk voor de gemaakte kosten. Pieken en dalen worden niet meer afgezwakt door de regio. Het biedt kansen om meer lokaal te sturen. De werkzaamheden die horen bij de uitvoering van de wet zijn voor een groot deel ondergebracht bij de Service Organisatie Jeugd (SOJ). SOJ stelt jaarlijks een begroting op, waarin zij de te verwachte kosten presenteren. De begroting 2023 is aan de orde geweest in de raadsvergadering van 23 juni 2022. Door SOJ werd de mogelijkheid geboden om de begroting 2023 beargumenteerd aan te passen. Van deze mogelijkheid hebben wij gebruik gemaakt, omdat o.a de effecten van voogdij/18+ nog niet in de begroting van SOJ waren verwerkt. Deze effecten vallen voor onze gemeente gunstig uit.

Mocht onze inschatting te optimistisch zijn geweest ten opzichte van de raming van SOJ dan lopen wij het risico dat de kosten in werkelijkheid hoger liggen. Op basis van bovenstaande wordt het risico op budgetoverschrijding gemiddeld geacht (50%). De impact is daarom beperkt (10%). Omgevingswet Naar verwachting treedt de Omgevingswet per 1-1-2024 in werking. De wet is een stelselwijziging die tot doel heeft te zorgen voor een goede balans tussen het benutten en het beschermen van de fysieke leefomgeving. Gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt de Wet kwaliteitsborging (Wkb) ingevoerd. Deze wet heeft tot doel om de kwaliteit en het toezicht bij de (ver)bouw te verbeteren. Jaarstukken 2022

76

Vanaf medio 2021 is de voorbereiding erop gericht om de minimale acties zoals die zijn voorgesteld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) te realiseren voor 1-1-2024. Dit hebben we ook het afgelopen jaar zo goed als mogelijk nagestreefd met een daarop afgestemde projectorganisatie, aangevuld met inhuurkrachten en extern advies. We ondervonden desondanks kwetsbaarheid, waarbij we eventuele toekomstige ontwikkelingen aan de organisatorische kant mogelijk moeilijk kunnen opvangen door de krappe arbeidsmarkt. Daarnaast is het nieuwe en complexe materie, waarvan we na de inwerkingtreding van deze wetten pas daadwerkelijk ervaren hoe de implementatie uitpakt. Wij hebben in 2022 verder gewerkt aan de implementatie van de Omgevingswet, in de wetenschap dat de periode naar de inwerkingtreding toe er één is van trial en error. We gaan daarna zien hoe de ondernomen acties uitwerken, onder meer als het gaat om de in 2022 genomen raadsbesluiten ten aanzien van delegatie, bindend adviesrecht en participatieplicht (17 februari 2022), de legesverordening (15 december 2022) en de Verordening nadeelcompensatie Hardinxveld-Giessendam 2022 (15 december 2022). We hebben ons zo goed als mogelijk binnen de gegeven omstandigheden voorbereid. Daarmee is een basis gelegd voor het verder gaan uitvoeren, ervaren, monitoren en waar nodig aanpassen van de acties.

Het afgelopen jaar hebben we aan het invoeringstraject gewerkt "met de winkel open". Dit heeft tot gevolg gehad dat de dienstverlening voor een bepaalde periode onder druk kwam te staan en een aantal voorgenomen Omgevingswetacties niet of slechts ten dele konden worden opgepakt. Teneinde de organisatie meer focus te kunnen bieden op het invoeringstraject van de Omgevingswet, hebben wij op 6 december 2022 een collegebesluit genomen tot aanhouding van principeaanvragen, aflopende op 1 juli 2023, voor bouwinitiatieven die afwijken van het bestemmingsplan. Het effect daarvan zal pas in de loop van 2023 kunnen worden geanalyseerd. Bedrijfsvoering Eenmansposten De organisatie van de gemeente Hardinxveld-Giessendam is relatief beperkt van omvang. Doordoor is er op meerdere plekken sprake van eenmansposten. Het werk kan daardoor bij (langdurige) afwezigheid vaak niet door collega’s worden opgevangen. Daardoor volgt meestal een beroep op derden om de voortgang van zaken niet in het gedrang te laten komen. De kans dat zich dit voordoet is gelet op het relatief grote aantal eenmansposten gemiddeld (50%). De kosten welke gemoeid zijn met externe inhuur betreffen vaak openstaande vacatureplaatsen. Daardoor kunnen als eerste de bijbehorende vacaturegelden worden ingezet in combinatie met/of het concernbudget voor externe inhuur voordat aanvullende middelen nodig zijn.

Door de toenemende krapte op de arbeidsmarkt bestaat het risico dat voor langere termijn beroep op externe inhuur moet worden gedaan, waardoor mogelijk extra aanvullende middelen nodig zijn. De impact is daarom ten opzichte van de begroting 2023 verhoogd van 5% naar 10% Financiering & Dekking Algemene uitkering De belangrijkste inkomstenbron van iedere gemeente is het gemeentefonds. Omdat dit algemene middelen zijn, kan de gemeente zelf beslissen over de besteding ervan. Het gemeentefonds is gekoppeld aan de rijksuitgaven. Dit houdt in dat wanneer het Rijk meer uitgeeft, het gemeentefonds omhoog gaat. Andersom geldt dit ook. Dit principe wordt ook wel “Samen de trap op, samen de trap af” genoemd. De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds, voorvloeiend uit de trap op trap af methode wordt het accres genoemd. Belangrijke factoren bij de berekening van de hoogte van de uitkering zijn een vijftig tal maatstaven zoals het aantal inwoners, bevolkingsopbouw, woningen en uitkeringsgerechtigden, de gevolgen van overheveling van specifieke uitkeringen en de netto rijksuitgaven. Bij negatieve budgettaire effecten, die op voorhand niet zijn in te schatten, komt dat onmiddellijk ten laste van de exploitatie.

De minister van Binnenlandse Zaken heeft in de meicirculaire 2022 informatie gegeven over de invoering per 1 januari 2023 van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds en de fors toegenomen accressen. Met de informatienota meicirculaire 2022 is de raad hierover geïnformeerd. In 2022 zijn substantiële middelen beschikbaar gesteld voor onder andere energietoeslag, klimaatakkoord en de in te voeren omgevingswet. De verwachting is dat de uitkeringen voor het sociaal domein de komende jaren onder druk blijven staan. De stijgende inflatie, een lagere economische groei en daarbij behorende verminderende uitgaven van het Rijk zijn risico's die op voorhand moeilijk zijn in te schatten. Jaarstukken 2022

77

De kans wordt op gemiddeld (50%) ingeschat, de impact op 5%. De uitkering uit het Gemeentefonds bedraagt voor 2022 € 30.192.000 (decembercirculaire 2022). Rentelasten De gemeente kent een financieringsbehoefte. In de financieringsbehoefte wordt voorzien door het aantrekken van lang- en kortlopende leningen. Nieuwe investeringen konden tot voor kort gelden voor een betrekkelijk lage rentelast worden gepland. Vanaf 2022 is sprake van stijgende rentes, waardoor ook de rentelasten op nieuwe leningen (langlopend en kasgeld) stijgen. De hoogte van de rente op het moment van investering is bepalend voor de toekomstige rentelast. Het risico bestaat dat bij het herfinancieren van leningen dan wel aantrekken van nieuwe leningen een hoger rentepercentage geldt ten opzichte van de huidige verwachtingen. Door actief te sturen op de liquiditeitsbehoefte wordt getracht om het risico op rentestijgingen te beperken. In 2022 is daarom een lening afgesloten, waarmee op verdere rentestijging is geanticipeerd. Gelet op de toekomstige investeringen is de verwachting dat wij in 2023 een nieuwe lening aan moeten gaan trekken. In de begroting hebben we rekening gehouden met een stijging van de rentelasten. Gelet op de recente stijgingen van de rentepercentages is de vraag of de stijging waar wij rekening mee hebben gehouden afdoende is.

Ten opzichte van voorgaande jaren hebben we daarom dit risico hoger ingeschat. We zijn uitgegaan van de kans op hogere rentepercentages gemiddeld 50% in plaats van 20%. Tevens hebben wij de impact verhoogd van 5% naar 10%. In de begroting 2023 is al rekening gehouden met de aangepaste percentages. Vennootschapsbelasting Uit de uitgevoerde inventarisatie van potentieel belastingplichtige activiteiten is geconcludeerd dat we geen risico's lopen op het gebied van de vennootschapsbelastingplicht. Tot en met het jaar 2020 hebben we dan ook nul-aangiftes gedaan. Desondanks heeft de Belastingdienst in 2022 aanslagen opgelegd over de jaren 2018 t/m 2020. Daar tegen is bezwaar aangetekend, waarbij de verwachting is dat dit alsnog zal resulteren in nihil-aanslagen. Het is wel van belang om de kritische onderdelen goed in beeld te blijven houden en ook alert te blijven bij toekomstige wijzigingen in beleid en/of tariefstellingen. We schatten het risico in op € 0. Overig (niet kwantificeerbaar) Naast voornoemde risico’s (kwantificeerbaar) is sprake van zogenaamde niet kwantificeerbare risico’s. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan een grote calamiteit. Inschatting van de directe en de vervolgschade is niet of nauwelijks te bepalen, omdat in het geval van een grote calamiteit dit o.a.

afhankelijk is van het gebied waar het zich voordoet en anderzijds van de mogelijke bijdragen in de kosten door derden (Rijk, Provincie, Waterschap etc.). Ook kan hier gedacht worden aan het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Voor de overige risico’s is daarom een totaalbedrag gerekend van € 1 miljoen. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is opgebouwd uit de relatie tussen de risicoscore en de weerstandscapaciteit. Deze relatie drukken we uit in een verhoudingsgetal: Ratio weerstandsvermogen =

Weerstandscapaciteit Risicoscore

De weerstandscapaciteit bedraagt € 5.850.587. Het totaal aan risico’s wordt ingeschat op € 3.042.500. Hiermee komt de ratio weerstandsvermogen uit op 1,9 voor 2022. Deze ratio is ruim voldoende en ligt in het verlengde van de ratio in de begroting 2023 (1,7).

Jaarstukken 2022

78

Grondexploitaties Voor het afdekken van de risico's bij de grondexploitaties hebben we een afzonderlijke reserve. De reserve afgezet tegen de verwachte risico's laat het volgende beeld zien. De reserve grondexploitaties bedraagt per 31 december 2022 Het risicobedrag voor exploitaties in uitvoering bedraagt Het saldo bedraagt

€ 1.110.404 € 500.000 € 610.404

In paragraaf 1.15 wordt een nadere toelichting op de grondexploitaties gegeven. Kengetallen Rekening 2021 Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

22% 20% 48% 19% 1% 110%

Begroting 2022 61% 61% 44% 10% -3% 106%

Rekening 2022 22% 20% 43% 21% 0% 97%

Totaalbeoordeling De gemeente Hardinxveld-Giessendam is voldoende weerbaar. Er zijn voldoende buffers om de risico’s en/of onvoorziene tegenvallers op te vangen. Het weerstandsvermogen en de weerstandsratio zijn ruim boven de norm. De ratio weerstandsvermogen is met 1,9 ruim voldoende. Daarnaast is de gemeente Hardinxveld-Giessendam eind 2022 voldoende flexibel, financieel wendbaar. Dit laat de nettoschuldquote zien. 1. Netto schuldquote & de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat bij leningen er onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast. In zijn algemeenheid kan worden gezegd dat de netto schuldquote van een gemeente tussen 0% en 90% zou moeten liggen. Als de netto schuldquote tussen 100% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog, hij moet niet verder stijgen.

Als de netto schuldquote boven de 130% uitkomt, dan bevindt de gemeente in de gevarenzone. De schuldquote van de gemeente Hardinxveld-Giessendam (23%) valt binnen de reguliere marges. Het percentage ligt bij de jaarrekening lager dan bij de begroting was voorzien, dit wordt veroorzaakt doordat bij de begroting uit werd gegaan van het aantrekken van langlopende geldleningen, voornamelijk door uitgestelde uitvoeringen bij de investeringen zijn er minder langlopende leningen aangetrokken dan voorzien. 2. De solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de medeoverheid in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat volgens artikel 42 van het BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Als signaalwaarde voor de solvabiliteitsratio geldt een percentage van 20%. Bij een solvabiliteitsratio lager dan 20% bevindt de gemeente zich op glad ijs. Met 43% ligt het de ratio van de gemeente Hardinxveld- Giessendam boven de signaalwaarde.

Jaarstukken 2022

79

3. Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Voor de berekening van dit kengetal worden de bouwgronden in exploitatie (inclusief faciliterend deel – onder overlopende activa) gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting of jaarstukken (ingevolge artikel 17, onderdeel c, van het BBV) en uitgedrukt in een percentage. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De accountant moet ieder jaar beoordelen of de gronden tegen een actuele waarde op de balans zijn opgenomen. Het kengetal laat nagenoeg dezelfde zien als bij het opstellen van de jaarrekening 2021. 4. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt thans het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten (zie artikel 17, onderdeel c, van het BBV) en uitgedrukt in een percentage.

Dit percentage is vooral van belang bij de begroting. Een niet structureel sluitende begroting kan gevolgen hebben voor het provinciaal toezicht. Voor de berekening van het structureel exploitatieresultaat wordt verwezen naar paragraaf 2.5.3. 5. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de provincie of gemeenten zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Gemeente Hardinxveld-Giessendam zit boven het landelijk gemiddelde. Een hoog gemiddeld OZB-tarief ten opzichte van het landelijk gemiddelde geeft aan dat de gemeente beperkt is in het verkrijgen van extra inkomsten.

Jaarstukken 2022

80

1.12 Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen Algemeen Kapitaalgoederen zijn eigendommen van de gemeente, zoals wegen, rioleringen, bruggen en gebouwen die door de gemeente duurzaam in stand gehouden moeten worden. Zij worden beheerd op basis van beheerplannen. In deze beheerplannen staat op welke wijze het reguliere en het periodieke onderhoud plaatsvindt. De beheerplannen worden periodiek geactualiseerd. Kaderstelling Met deze paragraaf heeft de raad bij de vaststelling van de begroting de mogelijkheid kaders te stellen voor het onderhoud van de materiële vaste activa (bijvoorbeeld gebouwen, wegen, riolering, etc.). Dit is van belang omdat in veel programma’s kosten zijn opgenomen voor het onderhoud van kapitaalgoederen, waarvoor op basis van meerjarenonderhoudsplannen reserves en voorzieningen zijn gevormd. Periodiek onderhoud Het periodiek onderhoud is het jaarlijkse programma voor groot onderhoud en voor renovaties, waarmee we zorgen dat onze kapitaalgoederen hun beoogde levensduur kunnen bereiken of waarmee de levensduur wordt verlengd. In de beheerplannen is aangegeven wat de levensduur is en hoe we omgaan met het periodieke onderhoud. Ook staat aangegeven op welk moment vervanging nodig is. Voor vervangingen worden in de begroting specifieke investeringen benoemd. De diverse reserves en voorzieningen worden gevoed door een jaarlijkse dotatie ten laste van de exploitatie.

Hieronder worden de verschillende beheerplannen kort toegelicht en is tevens aangegeven welk beslag op de middelen er uit voortvloeit. Met ingang van het begrotingsjaar 2017 dienen in het kader van de wijziging van het BBV de kapitaallasten (rente en afschrijving) aan de programma’s te worden toegerekend. Bij meerdere kapitaalgoederen is sprake van bestemde reserves ter dekking van de afschrijvingslasten. Ten behoeve van de aansluiting zijn aan de lastenzijde alleen de afschrijvingslasten (dus exclusief rente) verantwoord. De bedragen zijn opgenomen in eenheden van € 1.000. BEHEERPLAN WEGEN Vastgesteld door raad Looptijd Doel Investeringen ambitieniveau

Planning actualisatie

Jaarstukken 2022

en

20 juni 2014 Evaluatie opgesteld in 2017 Aanvulling in 2018 – voetpaden wel/niet B-niveau 2014-2020 Onderhouden van het wegareaal op het door de gemeenteraad gekozen onderhoudsniveau beeldkwaliteit C. In het beheerplan wegen 2014-2020 zijn de lopende en geplande investeringen opgenomen. De investeringsplanning is zodanig opgesteld dat het onderhoud op het beoogde kwaliteitsniveau C kan plaatsvinden. Op basis van de opgestelde evaluatie in 2017 is besloten het kwaliteitsniveau van de fietspaden te verhogen naar niveau B. Om meerjarig de onderhoudsen afschrijvingslasten te kunnen egaliseren is een reserve wegenbeheer gevormd. In april 2018 is besloten dat het beheer van de voetpaden voorlopig op C-niveau blijft, met een extra inspanning op risicolocaties. Actualisatie beheerplan in 2023 Na implementatie van een nieuw beheersysteem wordt de huidige kwaliteit opnieuw bepaald en kunnen op basis van actuele gegevens verschillende (kwaliteits-)scenario's worden uitgewerkt en kan het beheerplan wegen worden gemaakt of geactualiseerd. De implementatie van het nieuwe beheersysteem, één systeem voor geheel Drechtsteden, heeft meer tijd in beslag genomen dan gepland. Voor de gegevens die nodig zijn voor de actualisatie van het beheerplan zijn we afhankelijk van het nieuwe beheersysteem. Door de genoemde vertraging zal de actualisatie twee jaar later plaats vinden dan eerder gepland.

De beheergegevens (data) zijn verwerkt in het beheerpakket. De vertaalslag naar beleids- en beheerplan kan gemaakt worden en wordt afgerond in 2023. Kanttekening hierbij is dat door personele omstandigheden de afronding mogelijk doorschuift naar 2024. 81

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/800/documents/25698