CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 16 Ontwerpbesluit Wnb .pdf

Gemeenteraad GHG 14 december 2023, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 6: Vaststellen Bestemmingsplan & Exploitatieplan De Blauwe Zoom West - Raadsvoorstel10.679 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bezoekadres Zuid-Hollandplein 1 2596 AW Den Haag

Zaaknummer Ons Kenmerk Datum

: : :

01043473 ODH462944 -

Postadres Postbus 14060 2501 GB Den Haag (070) 21 899 02 vergunningen@odh.nl www.odh.nl

Ontwerpbeschikking Wet natuurbescherming - Soortenbescherming Onderwerp Op 11 februari 2022 hebben wij een conceptaanvraag om ontheffing ontvangen als bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming. Op 13 september 2022 is de aanvraag definitief in behandeling genomen. De aanvraag heeft betrekking op de realisatie van 276 nieuwe woningen binnen de daarvoor bestemde ontwikkelingslocatie De Blauwe Zoom. Voorliggend project betreft de laatste fase van de ontwikkeling in het westelijk en zuidelijk deelgebied. De locatie is gesitueerd in het huidige veenweidegebied ten zuiden en ten oosten van de Schapedrift in de gemeente Hardinxveld-Giessendam. De aanvraag ziet op de rugstreeppad (Epidalea calamita), de grote modderkruiper (Misgurnus fossilis), de oeverzwaluw (Riparia riparia) en de kerkuil (Tyto alba). Ontheffing wordt gevraagd voor het overtreden van de verbodsbepalingen zoals genoemd in: -

artikel 3.1, tweede lid, van de Wet natuurbescherming voor wat betreft het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten of rustplaatsen van de oeverzwaluw en kerkuil (functioneel leefgebied);

-

artikel 3.5, eerste lid, van de Wet natuurbescherming voor wat betreft het opzettelijk vangen en doden van de rugstreeppad;

-

artikel 3.5, tweede lid, van de Wet natuurbescherming voor wat betreft het opzettelijk verstoren van de rugstreeppad;

-

artikel 3.5, vierde lid, van de Wet natuurbescherming voor wat betreft het beschadigen of vernielen van voortplantings- of rustplaatsen van de rugstreeppad;

-

artikel 3.6, tweede lid, van de Wet natuurbescherming voor wat betreft het anders dan voor verkoop onder zich hebben of vervoeren van de rugstreeppad;

-

artikel 3.9, eerste lid, van de Wet natuurbescherming voor wat betreft het vangen van rugstreeppadden en de grote modderkruiper door gebruikmaking van niet-selectieve middelen.

-

artikel 3.10, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet natuurbescherming voor wat betreft het vangen en doden van de grote modderkruiper;

-

artikel 3.10, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet natuurbescherming voor wat betreft het beschadigen of vernielen van voortplantings- of rustplaatsen van de grote modderkruiper.

-

artikel 3.34, eerste lid, van de Wet natuurbescherming inzake het uitzetten van de rugstreeppad en grote modderkruiper naar een compensatiegebied aan de noordzijde van het spoor (Betuwelijn).

De ontheffing wordt gevraagd voor de periode van 1 maart 2022 tot en met 31 december 2031.

Besluit Wij besluiten: I.

de aangevraagde ontheffing te verlenen aan GEM De Blauwe Zoom C.V.;

II.

de voorschriften 1 tot en met 25 te verbinden aan deze ontheffing;

III.

de bij de conceptaanvraag aangeleverde gegevens alsmede de aanvullingen van 13 september 2022 onderdeel te laten zijn van deze ontheffing;

IV.

voor het vangen van de aanwezige rugstreeppadden op grond van artikel 3.25, eerste lid, van de Wnb het volgende niet-selectieve vangmiddel aan te wijzen: vangemmer. En voor het vangen van de grote modderkruiper in de Blauwe Zoom alsmede de monitoring in het compensatiegebied, de volgende nietselectieve vangmiddelen aan te wijzen: steeknet en elektrovisserij.

V.

dat deze ontheffing geldig is vanaf de bekendmaking van dit besluit tot en met 1 januari 2036.

Ondertekening Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, namens dezen,

ing. L. Hopman Hoofd Toetsing & Vergunningverlening Milieu van de Omgevingsdienst Haaglanden

Rechtsmiddelen Voor de mogelijkheid rechtsmiddelen aan te wenden tegen deze ontwerpbeschikking wijzen wij op de desbetreffende tekst in het begeleidende schrijven.

01043473-00074435

2 / 22

VOORSCHRIFTEN Algemene voorschriften 1

De ontheffinghouder dient: - de start van de werkzaamheden vooraf te melden (startmelding); - de exacte datum van het plaatsen en het verwijderen van de amfibieënschermen vooraf te melden; - het ecologisch werkprotocol (zie vs. 3) op te sturen bij de startmelding van de werkzaamheden; - eventuele wijzigingen gedurende de uitvoering uiterlijk één week van te voren te melden. Het betreft wijzigingen welke van invloed kunnen zijn op de effectbeoordeling in de aanvraag en/of de uitvoering van de voorgestelde mitigerende en/of compenserende maatregelen; - de datum van beëindiging van de werkzaamheden uiterlijk één week van te voren te melden. Voorgaande meldingen dienen schriftelijk of digitaal te worden ingediend en gericht te worden aan de Unit Groen Bodem en Opsporing van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, Postbus 550, 3300 AN te Dordrecht, telefoonnummer 078-7708585, e-mailadres meldingwnb@ozhz.nl onder vermelding van ‘flora en fauna’.

2

Deze ontheffing kan uitsluitend gebruikt worden door (medewerkers van) de ontheffinghouder of in opdracht van de ontheffinghouder handelende (rechts-)personen. De ontheffinghouder blijft daarbij verantwoordelijk en aansprakelijk voor de juiste naleving van deze ontheffing.

3

De ontheffinghouder is ervoor verantwoordelijk dat zijn personeel of derden welke betrokken zijn bij de uitvoering van het project, op de hoogte zijn van de voorschriften in deze ontheffing en de voor de rugstreeppad, grote modderkruiper, oeverzwaluw en kerkuil voorgestelde maatregelen opgenomen in hoofdstuk 6 van het Activiteitenplan van februari 2022, het Compensatieplan van 15 juni 2021 (H4 t/m H7) en de brief van 13 september 2022 (incl. bijlagen). Hiervoor dient een ecologisch werkprotocol te worden opgesteld, waarin in ieder geval het volgende dient te worden opgenomen: a) de voorwaarden zoals opgenomen in deze ontheffing; b) de aanduiding van de locatie van het plangebied; c) de uit te voeren werkzaamheden; d) de periode waarin de werkzaamheden uitgevoerd worden; e) de mitigerende en compenserende maatregelen, inclusief een plattegrond waarop de locatie van de amfibieënschermen duidelijk is weergegeven; f) de momenten waarop ecologische begeleiding ingeschakeld wordt; g) het bijhouden van een logboek van de ecologische begeleiding.

4

Uiterlijk één maand na inwerkingtreding van deze ontheffing dient het ecologisch werkprotocol als bedoeld in voorschrift 3 te worden verstrekt aan de Unit Groen Bodem en Opsporing van de Omgevingsdienst ZuidHolland Zuid (zie vs. 1).

5

Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient een afschrift van deze ontheffing, het ecologisch werkprotocol en een logboek van de ecologische begeleiding (controle, vrijgave werkzaamheden, goedkeuring oplevering ecologische voorzieningen e.d.) op de locatie van de werkzaamheden aanwezig te zijn en op verzoek te worden getoond aan de daartoe bevoegde toezichthouders of opsporingsambtenaren.

6

De werkzaamheden dienen ecologisch begeleid te worden door een deskundige 1 op het gebied van de rugstreeppad, de grote modderkruiper, de oeverzwaluw en de kerkuil.

1

Onder een deskundige wordt verstaan:

01043473-00074435

3 / 22

7

De ontheffinghouder dient, met in achtneming van de voorschriften in deze ontheffing, de maatregelen uit te voeren zoals beschreven in hoofdstuk 6 van het Activiteitenplan van februari 2022, het Compensatieplan van 15 juni 2021 (H 4 t/m H7) en de brief van 13 september 2022 (incl. bijlagen). Voor zover in de voorschriften iets anders is opgenomen dan gelden de voorschriften.

8

Indien een of meerdere in voorschrift 7 genoemde maatregelen onverhoopt niet uitvoerbaar zijn, dienen hiervoor minimaal gelijkwaardige maatregelen voor wat betreft de functionaliteit en effectiviteit te worden getroffen.

9

Tijdig voordat de in voorschrift 7 bedoelde maatregelen worden uitgevoerd, dienen deze ter goedkeuring aan de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (zie vs.1) te worden voorgelegd.

Specifieke voorschriften Afvangen rugstreeppadden en grote modderkruiper 10 Voordat het daadwerkelijke afvangen van de rugstreeppad met toepassing van de vangemmers van start gaat (niet zijnde het plaatsen van de schermen), dient bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid (vs. 1) melding te worden gedaan van de duur van deze maatregel, de controlefrequentie en controletijdstippen, inclusief een notitie waarin staat vermeld door wie de vangacties uitgevoerd worden en bij welke vangresultaten wordt gestopt met afvangen en waarom. De controles dienen hierbij tenminste in de ochtendperiode te worden uitgevoerd. 11 Uiterlijk 1 week voordat de te dempen watergangen worden leeggevist met elektrovisserij, dient van de aanvangsdatum melding te worden gedaan bij Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid (vs. 1). 12 In het ecologisch logboek (zie vs. 3) dient door de deskundige (zie vs. 6) verslag te worden gedaan van het afvangen en uitzetten van de rugstreeppad en grote modderkruiper. Het betreft o.a. het aantal vangemmers per strekkende meter, de momenten waarop de vangemmers zijn gecontroleerd, verslaglegging van het aantal gevangen rugstreeppadden en grote modderkruipers en eventuele bijvangsten of slachtoffers. Daarnaast dient uit het logboek uitdrukkelijk te blijken dat voldoende rekening is gehouden met de weersomstandigheden tijdens het afvangen.

Weersomstandigheden zoals droogte en regenval, maken dat bijvoorbeeld de vangemmers voor de rugstreeppad tijdelijk moeten worden dichtgezet dan wel dat er vaker moet worden gecontroleerd dan tweemaal per dag om onnodige stress of doden te voorkomen. Ook dient de toepassing van de vangemmers duidelijk te zijn beschreven. De vangemmers dienen aan de onderkant geperforeerd te zijn om overvloedige ophoping van regenwater te voorkomen en dienen gevuld te zijn met zand en blad om onder te schuilen en een tak zodat muizen kunnen ontsnappen. In perioden dat er niet wordt afgevangen, dienen de vangemmers met een deksel te worden afgesloten.

• • • •

•

•

Hij/zij heeft een afgeronde hbo- of universitaire opleiding, met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; Hij/zij heeft een afgeronde mbo-opleiding, met als zwaartepunt de flora en fauna, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; Hij/zij is werkzaam voor een ecologisch adviesbureau, zoals een bureau dat is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; Hij/zij is als ecoloog of adviseur/specialist ecologie werkzaam voor een (semi)overheidsinstantie zoals het Ministerie van Economische Zaken, het Ministerie van Defensie, Rijkswaterstaat, het Rijksvastgoedbedrijf, provincies, waterschappen, hoogheemraadschappen, gemeenten, omgevingsdiensten en drinkwaterbedrijven Hij/zij zet zich aantoonbaar actief in op het gebied van de soortenbescherming en is werkzaam of aangesloten bij de volgende Nederlandse organisaties: Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN, IVN, EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, De Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landelijk gebied; Hij/zij zet zich aantoonbaar actief in op het gebied van de monitoring en/of bescherming van desbetreffende beschermde soorten.

01043473-00074435

4 / 22

13 De schermen dienen in goede staat te verkeren en regelmatig (minimaal wekelijks in de periode 15 maart tot 15 oktober) gecontroleerd te worden. Beschadigingen of andere omstandigheden waardoor de functionaliteit wordt belemmerd, dienen terstond te worden hersteld of opgelost. Voorafgaand aan de werkzaamheden, dient door de deskundige (zie vs. 6) te worden gecontroleerd of er geen rugstreeppadden (of larven) en grote modderkruipers (via steeknet) meer aanwezig zijn in het plangebied. Hiervan wordt verslag gedaan in het logboek (zie vs. 3, sub g). a) Voor het afvangen is het toegestaan om gebruik te maken van schepnetten met een maximale maaswijdte van drie millimeter en/of door het toepassen van elektrovisserij; b) Het toepassen van elektrovisserij voor het afvangen dient te worden uitgevoerd door een ecologisch deskundige die aantoonbare ervaring heeft in het toepassen van deze vangmethode. 14 Schermen dienen te blijven staan totdat de werkzaamheden zijn afgerond om er zeker van te zijn dat er geen nieuwe influx is van rugstreeppadden naar het bouwterrein. 15 Het verplaatsen van rugstreeppadden en grote modderkruipers uit het plangebied vindt uitsluitend plaats nadat de inrichtingsmaatregelen ter plaatse van het compensatiegebied zijn uitgevoerd en als zodanig door de ecologisch deskundige (vs. 6) als geschikt zijn bevonden e.e.a.

conform de randvoorwaarden uit de aanvraag en het Compensatieplan voor zover niet nader gespecificeerd in de voorschriften van dit besluit. Hiervan dient schriftelijk of digitaal melding moet worden gedaan bij Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (zie vs. 1) 16 Bij het afvangen dienen gebruikte materialen (waaronder handschoenen, laarzen, schepnetten, elektrovisnetten en opvangemmers) te alle tijden voor- en achteraf ontsmet te worden conform het Desinfectie protocol veldwerk van RAVON2. Werkuitvoering 17 Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden onverhoopt toch nog eieren en/of larven van de rugstreeppad in het plangebied worden aangetroffen, dan dient hiervan direct melding te worden gedaan bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (zie vs. 1.). Voor het op zorgvuldige wijze verplaatsen van de aangetroffen eieren en/of larven dienen de aanwijzingen van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid expliciet te worden opgevolgd. Monitoring 18 Aan deze ontheffing is een monitoringsverplichting verbonden. De monitoring dient uitgevoerd te worden zoals opgenomen in hoofdstuk 7 van het Compensatieplan met inachtneming de door ons gestelde additionele voorwaarden in de voorschriften 19 tot en met 23 hierna.

Voor de monitoring kan worden aangesloten bij de monitoringsopgaven zoals verplicht in de door ons op 17 maart 2022 verleende ontheffing voor bedrijventerrein ’t Oog / Westpunt en de op 9 februari 2022 verleende ontheffing voor de inrichting van het compensatiegebied3. 19 Indien uit de monitoringsresultaten blijkt dat additionele maatregelen in het compensatiegebied nodig zijn, dan dient hiervoor een concreet voorstel te worden gedaan dat ter goedkeuring moet worden voorgelegd aan de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (zie vs. 1). 20 Aan de voorgestelde monitoringstermijn van minimaal vijf jaar (par. 7.7 Compensatieplan) verbinden wij de volgende randvoorwaarden:

2

https://www.ravon.nl/Portals/2/Bestanden/Publicaties/Hygiene_protocol.pdf Voor het bedrijventerrein is d.d. 17 maart 2022 ontheffing verleend (kenmerk: ODH289525). Voor de inrichting (optimalisatie) van het compensatiegebied is d.d. 9 februari 2022 ontheffing verleend (kenmerk: ODH245362). 01043473-00074435 5 / 22 3

-

-

na vijf jaar dient een eindevaluatie te worden gedaan middels een concrete rapportage met conclusies en aanbevelingen welke ter goedkeuring dient te worden verstrekt aan de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (zie vs. 1); in additie op een eventueel noodzakelijke extra monitoringsinspanning en/of duur op basis van de eindevaluatie, dient in ieder geval in jaar 7 en jaar 10 na oplevering van het compensatiegebied nogmaals te worden gemonitord volgens de voorgeschreven wijze van hoofdstuk 7 van het Compensatieplan en het gestelde in voorschrift 18.

21 Uiterlijk binnen drie maanden na verlening van dit besluit, dient een concreet Plan van Aanpak ter goedkeuring aan de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (vs. 1) te worden verstrekt waarin de monitoring van de gebiedsontwikkeling in termen van in ieder geval vegetatieontwikkeling, bodem- en watercondities en indicaties van mogelijke negatieve interacties met andere fauna nader zijn uitgewerkt. Hierin dient concreet te zijn gemotiveerd welke SMART-definitie4 wordt gegeven aan een goede, matige en slechte kwaliteit van leefgebied van de betreffende soorten, zodat dit ook heldere handvesten geeft voor behoud van kwaliteit en maatregelen ter verbetering. 22 In het Plan van Aanpak als bedoeld in voorschrift 21 dient ter verduidelijking van het gestelde in hoofdstuk 7 van het Compensatieplan te worden aangegeven wat de duur is van elk veldbezoek ter vaststelling van koorroep, eiklompen en larven en zichtwaarnemingen, met hoeveel onderzoekers de onderzoeken worden uitgevoerd en/of welke eventuele transecten er worden gelopen. 23 Op de monitoring zijn verder de volgende randvoorwaarden van toepassing: a. b.

c.

De resultaten van de monitoring dienen voor de duur van de monitoring, jaarlijks vóór 1 februari van het opvolgende jaar te worden aangeleverd bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid (vs. 1); Voorgenoemde resultaten dienen te worden opgeleverd in een korte rapportage, notitie of memo waarin in ieder geval een heldere conclusie over de effectiviteit van de maatregelen en een voorstel voor verdere optimalisatie of extra maatregelen bij het uitblijven van het verwachte resultaat is opgenomen; Indien uit de monitoringsresultaten blijkt dat de verwachtte resultaten achterblijven, kunnen aanvullende maatregelen worden opgelegd.

Faunapassage 24 De faunapassage onder de Molenweg dient operationeel te zijn voordat de rugstreeppadden uit deelgebied “Zuid” worden verplaatst naar het compensatiegebied. Kerkuil 25 Uiterlijk 3 maanden na afgifte van dit besluit dient er een melding te worden gedaan van de locaties waar de twee kerkuil nestkasten geplaatst worden. Van het plaatsen zelf en het onderhoud dat gedurende de monitoringsperiode wordt uitgevoerd dient verslag te worden gedaan in het ecologisch logboek (zie vs. 3, sub g) welke op verzoek aan de met toezicht en handhaving Wnb belaste ambtenaren kan worden getoond. Hieruit dient o.a. duidelijk te blijken dat de plaatsing van de nestkasten voldoet aan de eisen die daaraan worden gesteld in het Kennisdocument Kerkuil (BIJ12, v1, juli 2017). Indien het onderhoud van deze nestkasten wordt overgedragen aan een andere partij dan ontheffinghouder, dient hiervan melding te worden gedaan (zie vs. 1).

4

SMART: specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden. 01043473-00074435 6 / 22

AANWIJZINGEN VOOR GEBRUIK • Voor alle soorten - beschermd én onbeschermd - geldt de zorgplicht ex artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Op grond hiervan dient zoveel als redelijkerwijs mogelijk is schade aan deze soorten te worden voorkomen. • Voorliggende ontheffing ziet alleen op de aangevraagde beschermde soorten en functies. Blijkt onverhoopt sprake te zijn van andere beschermde soorten en/of functies welke door de activiteiten kunnen worden geschaad, dan dient dit terstond te worden gemeld bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (zie vs. 1). • Gedurende de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen van vogels. Verstoring van broedgevallen van vogels dient te worden voorkomen. Voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd in het kader van de Wet natuurbescherming. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode.

01043473-00074435

7 / 22

OVERWEGINGEN Aanleiding Op 11 februari 2022 hebben wij een conceptaanvraag om ontheffing ontvangen als bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming. Op 13 september 2022 is de aanvraag definitief in behandeling genomen. De aanvraag heeft betrekking op de realisatie van 276 nieuwe woningen binnen de daarvoor bestemde ontwikkelingslocatie De Blauwe Zoom. Voorliggend project betreft de laatste fase van de ontwikkeling in het westelijk en zuidelijk deelgebied. De locatie is gesitueerd in het huidige veenweidegebied ten zuiden en ten oosten van de Schapedrift in de gemeente Hardinxveld-Giessendam. De aanvraag ziet op de rugstreeppad (Epidalea calamita), de grote modderkruiper (Misgurnus fossilis), de oeverzwaluw (Riparia riparia) en de kerkuil (Tyto alba).

Ontheffing wordt gevraagd voor het overtreden van de verbodsbepalingen zoals genoemd in: − artikel 3.1, tweede lid, van de Wet natuurbescherming voor wat betreft het opzettelijk vernielen van nesten of rustplaatsen van de oeverzwaluw en kerkuil (functioneel leefgebied); − artikel 3.5, eerste lid, van de Wet natuurbescherming voor wat betreft het opzettelijk vangen en doden van de rugstreeppad; − artikel 3.5, tweede lid, van de Wet natuurbescherming voor wat betreft het opzettelijk verstoren van de rugstreeppad; − artikel 3.5, vierde lid, van de Wet natuurbescherming voor wat betreft het beschadigen of vernielen van voortplantings- of rustplaatsen van de rugstreeppad; − artikel 3.6, tweede lid, van de Wet natuurbescherming voor wat betreft het anders dan voor verkoop onder zich hebben of vervoeren van de rugstreeppad; −

artikel 3.9, eerste lid, van de Wet natuurbescherming voor wat betreft het vangen van rugstreeppadden en de grote modderkruiper door gebruikmaking van niet-selectieve middelen.

− artikel 3.10, eerste lid onder a in samenhang met artikel 3.5 eerste lid, van de Wet natuurbescherming voor wat betreft het vangen en doden van de grote modderkruiper; − artikel 3.10, eerste lid onder b in samenhang met artikel 3.5 vierde lid, van de Wet natuurbescherming voor wat betreft het beschadigen of vernielen van voortplantings- of rustplaatsen van de grote modderkruiper. − artikel 3.34, eerste lid, van de Wet natuurbescherming inzake het uitzetten van de rugstreeppad en grote modderkruiper naar een compensatiegebied aan de noordzijde van het spoor (Betuwelijn). De ontheffing wordt gevraagd voor de periode van 1 maart 2022 tot en met 31 december 2031. Bij de conceptaanvraag zijn de volgende stukken gevoegd, die onderdeel uitmaken van de aanvraag: − − − −

Natuur-Wetenschappelijk Centrum, 2022. Activiteitenplan geheel Blauwe Zoom-West te HardinxveldGiessendam, Kenmerk: P20-164 / W2064, Dordrecht, februari 2022 (verder: Activiteitenplan); Anonymus [ongedat.] Toelichting voorontwerp bestemmingsplan De Rest van West; Anonymus [ongedat.] Regels voorontwerp bestemmingsplan De Rest van West; Tekening [concept] t.b.v. ter inzagelegging ontwerp Bestemmingsplan De Rest van West, Kuiper Compagnons, 8 december 2021;

01043473-00074435

8 / 22

−

Anonymus.2022. Totaalplanning Blauwe Zoom;

Wij hebben daarnaast op 13 september 2022 de volgende aanvullende informatie ontvangen: − − −

Adviesbureau. 2021. Compensatieplan Blauwe Zoom en Bedrijventerrein ’t Oog in Hardinxveld-Giessendam. Kenmerk: W1949/ P21-002, Natuur-Wetenschappelijk Centrum, Dordrecht, juni 2021. (verder: Compensatieplan) Natuur-Wetenschappelijk Centrum , 2020. Aanvullend onderzoek naar (strikt) beschermde soorten binnen Blauwe Zoom-West te Hardinxveld- Giessendam. Kenmerk: W1929/P20-164, , Dordrecht, december 2020 Natuur-Wetenschappelijk Centrum. 2022. Brief (incl. bijlagen): Reactie op opmerkingen Omgevingsdienst Haaglanden t.a.v. AVP Blauwe Zoom West (verder: Brief)

Op 4 oktober 2022 is door het adviesbureau de ontheffing uitgebreid voor artikel 3.9, tweede lid, van de Wet natuurbescherming. In aanvulling op bovenstaande documenten hebben wij onderstaande rapportages betrokken bij de beoordeling van de aanvraag: −

−

Bureau Waardenburg B.V. 2006. Kruipers in de polder: Inventarisatie en soortbeschermingsmaatregelen kamsalamander, rugstreeppad, heikikker en grote modderkruiper in Alblasserwaard en Vijfheerenlanden,. i.o.v. Stichting Landschapsbeheer Zuid-Holland, rapportnr. 06-123, Culemborg, 25 juli 2006. Min. LNV. 2009. Beleidslijn herintroducties van dieren (bijlage bij 31200 XIV, nr. 215).

Procedure De uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing verklaard op de voorbereiding van deze beschikking. Bevoegd gezag De handelingen worden verricht binnen de provincie Zuid-Holland. Gelet op de bepalingen in artikel 1.3 van de Wnb zijn wij bevoegd gezag voor de beoordeling van de aanvraag. Zienswijzen PM De ontwerpbeschikking heeft ter inzage gelegen van <begin inzage> tot <eind inzage>. Er zijn de volgende / geen zienswijzen ingebracht.

Wijziging ten opzichte van ontwerpbeschikking Ten opzichte van de ontwerpbeschikking zijn er P.M. wijzigingen aangebracht.

Toetsingskader en grondslag beschikking De aanvraag voor de rugstreeppad (Epidalea calamita) is getoetst aan de artikelen 3.5, 3.6, 3.8, 3.25 en 3.34 van de Wnb. Voor wat betreft de grote modderkruiper, is deze getoetst aan artikel 3.10 in samenhang met artikel 3.5 en 3.8 van de Wnb en aan artikel 3.34 van de Wnb. Voor beide soorten is daarnaast de Beleidsregel uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland (verder: Beleidsregel) van toepassing. De rugstreeppad betreft een van nature in Nederland in het wild levende soort, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn. De soort is tevens opgenomen in Bijlage II van het Verdrag van Bern. Op grond van artikel 3.5, eerste, tweede en vierde lid, van de Wnb is het verboden: − de rugstreeppad opzettelijk te vangen of te doden; − de rugstreeppad opzettelijk te verstoren; 01043473-00074435

9 / 22

−

voortplantings- of rustplaatsen van de rugstreeppad te beschadigen of te vernielen.

Op grond van artikel 3.6, tweede lid, van de Wnb is het verboden om rugstreeppadden anders dan voor verkoop onder zich te hebben of te vervoeren. Op grond van artikel 3.8, vijfde lid, van de Wnb wordt een ontheffing slechts verleend indien: − er geen andere bevredigende oplossing bestaat; − de ontheffing nodig is omdat één van de belangen genoemd in artikel 3.8, vijfde lid, aanhef en onder b, van de Wnb aan de orde is; en − er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in zijn natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. De grote modderkruiper betreft een van nature in Nederland in het wild levende soort welke is opgenomen in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Op grond van artikel 3.10, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Wet natuurbescherming is het verboden: − grote modderkruipers te vangen en te doden; − voortplantings- of rustplaatsen van de grote modderkruiper te beschadigen of te vernielen.

Op grond van artikel 3.10, tweede lid in samenhang met artikel 3.8, vijfde lid, van de Wnb wordt een ontheffing slechts verleend indien: − er geen andere bevredigende oplossing bestaat; − de ontheffing nodig is omdat één van de belangen genoemd in artikel 3.8, vijfde lid, aanhef en onder b, van de Wnb aan de orde is -met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen zoals genoemd in artikel 3.8, vijfde lid, de noodzaak voor de ontheffing ook verband kan houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden of van kleinschalige bouwactiviteiten, met inbegrip van het daarop volgende gebruik van het gebied of het gebouwde- en; − er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in zijn natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Voor het afvangen van rugstreeppadden uit het werkgebied worden niet-selectieve vangemmers gebruikt. Op grond van het bepaalde in artikel 3.25, eerste lid, van de Wnb, moeten in een ontheffing expliciet dergelijke middelen worden aangewezen. Hetzelfde is van toepassing op de inzet van steeknetten en elektrovisserij voor het vangen van grote modderkruipers in het plangebied en de monitoring in het compensatiegebied.

Op grond van artikel 3.9, eerste lid, van de Wnb is het verboden om rugstreeppadden te vangen door gebruikmaking van niet-selectieve middelen die de plaatselijke verdwijning of ernstige verstoring van de rust van de populaties van deze soort tot gevolg kunnen hebben. Op grond van het tweede lid kunnen Gedeputeerde Staten ontheffing verlenen van het verbod. Artikel 3.8, vijfde lid, van de Wnb is van overeenkomstige toepassing. Op grond van artikel 3.34, eerste lid, van de Wnb is het verboden om dieren of eieren van dieren uit te zetten. Op grond van het derde lid, kan ontheffing verleend worden van dit verbod. Op grond van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Beleidsregel verlenen Gedeputeerde Staten ontheffing als bedoeld in artikel 3.34, derde lid, van de wet voor het uitzetten van dieren alleen ten behoeve van herintroductie en/of repopulatie. De aanvraag voor de oeverzwaluw en de kerkuil is getoetst aan de artikelen 3.1 en 3.3 van de Wnb en de Beleidsregel uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland. De oeverzwaluw (Riparia riparia) en de kerkuil (Tyto alba) betreffen van nature in Nederland in het wild levende vogels en zijn beschermd op grond van artikel 1 van de Vogelrichtlijn . 01043473-00074435

10 / 22

Op grond van artikel 3.1 van de Wnb is het verboden: − opzettelijk nesten of rustplaatsen van de oeverzwaluw en de kerkuil te vernielen of te beschadigen (tweede lid); Op grond van artikel 3.3, vierde lid, van de Wnb wordt een ontheffing slechts verleend indien: − er geen andere bevredigende oplossing bestaat; − de ontheffing nodig is omdat één van de belangen genoemd in artikel 3.3, vierde lid, onder b, van de Wnb aan de orde is; en − de maatregelen niet leiden tot verslechtering van de staat van instandhouding van de soort.

Beoordeling Aanvraag In de ontwikkelingslocatie De Blauwe Zoom is de gemeente Hardinxveld-Giessendam bezig met de gefaseerde aanleg van uiteindelijk circa 600 woningen. Het gebied ligt ten noorden van de Buitendams en ten zuiden en ten oosten van de Schapedrift. De ontwikkeling van de Blauwe Zoom Oost is inmiddels gereed. De Blauwe Zoom West is -behoudens de eerste werkzaamheden binnen het deelgebied “Ons Dorp” 5 - nog niet ontwikkeld en bestaat uit veenweidegebied met watergangen en enkele bomen. De komende negen jaar worden de resterende woningen in voorgenoemd gebied gebouwd. Dit project waarop voorliggend besluit ziet, betreft de realisatie van 276 woningen. De beoogde transformatie naar woningbouw zal volgens de huidige planning van 2023 tot en met 2030 plaatsvinden. De aanleg vindt gefaseerd plaats waarbij eerst het deelgebied “West” ontwikkeld gaat worden. Het deelgebied “Zuid” volgt daarna (voorbelasting uitvoering in 2025). Na een periode waarin het gebied bouwrijp wordt gemaakt (aanleggen bouwwegen, egaliseren terrein) worden kavels uitgegeven voor de ontwikkeling van (seriematig) vastgoed. Daarnaast wordt ook de hoofdontsluiting centraal door het gebied aangelegd van oost naar west. Gedurende de afbouwfase van het vastgoed wordt het gebied woonrijp gemaakt. De definitieve wegen worden aangelegd en de nieuwe waterstructuur zal haar definitieve vorm krijgen.

Overtreding verbodsbepaling(en)In het kader van de Wet natuurbescherming heeft het Natuur-Wetenschappelijk Centrum (NWC) binnen De Blauwe Zoom-West in de periode 2019 en 2020 diverse nadere en actualiserende onderzoeken uitgevoerd in aanvulling op de ecologische onderzoeken welke zijn uitgevoerd in de periode 20172018. Hieruit blijkt de aanwezigheid van de onderstaande beschermde soorten en functies: Rugstreeppad Sprake is van aanwezigheid van de rugstreeppad. Voor de rugstreeppad zijn alle onderdelen van het leefgebied binnen De Blauwe Zoom West aanwezig. De aanwezige graspercelen zijn geschikt als foerageergebied en zomerbiotoop, de aanwezige wateren worden gebruikt als voortplantingsbiotoop en de grondwal gelegen aan de oostzijde wordt gebruikt als overwinteringsgebied. Grote modderkruiper De grote modderkruiper is in 2009 al in het gebied aangetroffen. Sinds oktober 2019 zijn er, tenminste twee, individuen van de grote modderkruiper in de watergangen binnen het plangebied waargenomen. De grote modderkruiper bevindt zich jaarrond in De Blauwe Zoom West. De verwachting is dat alle onderdelen van het leefgebied voor deze soort aanwezig zijn.

5

Hiervoor is een separate ontheffing afgegeven d.d. 12 oktober 2020, met kenmerk: ODH-2020-00136285. Daarnaast is d.d. 22 december 2020 een vergunning, als bedoeld in artikel 2.7 tweede lid van de Wet natuurbescherming, verleend voor de ontwikkeling van de gehele Blauwe Zoom West (ODH-2020-00143123). 01043473-00074435 11 / 22

Oeverzwaluw In het plangebied zijn individuen van de oeverzwaluw meerdere jaren op rij waargenomen. Aan de rand van het plangebied, als onderdeel van deelgebied ‘Ons Dorp’ waarvoor al eerder ontheffing is verleend, bevond zich een grondwal waarin in 2019 minimaal 50 nesten van de oeverzwaluw aanwezig waren. In mei 2020 zijn er in deze grondwal opnieuw tenminste 21 nesten vastgesteld. Deze grondwal is inmiddels in het kader van ‘Ons Dorp’ en de daaraan gekoppelde ontheffing verwijderd. In de ontheffing voor de ontwikkeling van dit deelgebied is opgenomen dat er een tijdelijk alternatief (alternatieve grondwal) wordt gerealiseerd in het oostelijk deel van de Blauwe Zoom West (deelgebied “Zuid” in voorliggend besluit). Ten gevolge van de nu voorziene woningbouwontwikkeling blijkt ook deze tijdelijke verblijfplaats te moeten wijken. Het verdwijnen van deze grondwal is daarmee onderdeel van voorliggende aanvraag en besluit. Kerkuil Net buiten het plangebied aan de Buitendams is in een schuur een bezette uilenkast met verse braakballen van de kerkuil aangetroffen. Tijdens de inventarisaties op 7 en 20 april 2020 zijn er uitvliegende kerkuilen waargenomen uit de schuur en later op de avond een kerkuil jagend boven het plangebied.

Deze nestplaats zal bij de ontwikkeling van de rest van de Blauwe Zoom West niet meer functioneel zijn vanwege de aanwezige bebouwing waardoor het voor deze nestplaats noodzakelijke essentieel leefgebied (foerageergebied) verdwijnt. Ook in cumulatieve zin neemt het leefgebied / foerageergebied van de kerkuil verder af ten gevolge van de aanleg van het nabije Bedrijventerrein ‘t Oog /Westpunt. Door de werkzaamheden gaan de aangetroffen broedlocaties van de oeverzwaluw en daarnaast rust- en voortplantingslocaties van de rugstreeppad en de grote modderkruiper verloren. Ook het functioneel leefgebied van de net buiten het plangebied verblijvende kerkuil verdwijnt, waardoor het nest in functionaliteit wordt aangetast. Daarnaast worden rugstreeppadden door de werkzaamheden verstoord. Hiermee worden de verbodsbepalingen zoals opgenomen in artikel 3.1, tweede lid alsmede de verbodsbepalingen in artikel 3.5, tweede en vierde lid respectievelijk artikel 3.10, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wnb overtreden. Ondanks de zorgvuldige werkuitvoering en het voorafgaand afvangen is verder niet geheel uit te sluiten dat er een individu van de rugstreeppad en/of de grote modderkruiper kan worden gedood, wat maakt dat de verbodsbepalingen opgenomen in artikel 3.5, eerste lid, respectievelijk artikel 3.10, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wnb overtreden kunnen worden.

Omwille van de mitigerende maatregelen worden tenslotte ook rugstreeppadden en grote modderkruipers gevangen en uitgezet (bijgeplaatst) in het compensatiegebied. Gezien het voorgaande, is sprake van het overtreden van de verbodsbepalingen als bedoeld in de artikelen 3.5, eerste, tweede en vierde lid, artikel 3.6, tweede lid, en artikel 3.34, eerste lid, van de Wnb. Het gebruik van vangemmers om rugstreeppadden te vangen, respectievelijk de inzet van steeknetten en elektrovisserij om grote modderkruipers te vangen betreft verder het gebruik van niet-selectieve vangmiddelen. Dergelijke middelen dienen daarom te worden aangewezen op grond van artikel 3.25 en voor het gebruik ervan is ontheffing benodigd op grond van artikel 3.9, tweede lid, van de Wnb voor overtreding van het eerste lid van dit artikel.

01043473-00074435

12 / 22

Voorgestelde maatregelen Om negatieve effecten van de werkzaamheden en de woningbouwontwikkeling op de rugstreeppad, grote modderkruiper, oeverzwaluw en kerkuil tot een minimum te beperken worden mitigerende en compenserende maatregelen voorgesteld zoals beschreven in hoofdstuk 6 van het Activiteitenplan, hoofdstuk 4-7 van het Compensatieplan en Bijlage 1 van de Brief van 13 september 2022. Mitigerende maatregelen De mitigerende maatregelen zijn samengevat als volgt: 1.

2.

3. 4. 5. 6. 7.

Werken in fasen: De uitvoering vindt in fases plaats waarbij eerst fase 1 “West” ontwikkeld wordt. Tijdens deze ontwikkeling wordt fase 2 “Zuid”, waar de tijdelijke alternatieve verblijfsmogelijkheden voor rugstreeppad, grote modderkruiper en oeverzwaluw zijn gelegen - welke reeds i.r.t. woningbouwontwikkeling “Ons Dorp” zijn gerealiseerd -, met rust gelaten. Wegvangen en uitzetten van rugstreeppad en grote modderkruiper naar extern compensatiegebied. Daarbij geldt dat alvorens de dieren uit fase 1 “West” overgeplaatst worden naar het compensatiegebied, dat eerst de inrichtingsmaatregelen zijn uitgevoerd; Werken in de minst kwetsbare perioden; Aanpassen werkapparatuur of werkwijze om zo min mogelijk dieren te verwonden of te doden; Inschakelen van een ecologisch deskundige; Opstellen ecologisch werkprotocol; Monitoring van de rugstreeppad, grote modderkruiper, oeverzwaluw en kerkuil voor een periode van minimaal vijf jaar. Daarbij is de monitoring als volgt: a. Rugstreeppad: Geluisterd wordt naar koorroep tijdens vijf inventarisaties op relatief warme, windstille avonden na zonsondergang. Hiervan worden drie inventarisaties uitgevoerd in de periode half april tot en met eind mei en twee inventarisaties in de periode juni en juli, bij voorkeur op een avond na zware regenval.

Verder worden op 4 momenten met fijnmazige steeknetten op vier momenten (twee keer in juni en twee maal in juli) de watergangen bemonsterd en doorzocht op aanwezigheid van eisnoeren en larven. Na het voortplantingsseizoen zullen er vijf inventarisaties op vochtige avonden uitgevoerd worden in de periode juni tot en met 15 oktober met een zaklamp om de dieren waar te nemen op zicht. Wanneer er geen waarnemingen van de rugstreeppad binnen het compensatiegebied zijn gedaan tijdens de koorroep en de inventarisaties naar eisnoeren en larven zal er ook gebruik gemaakt worden van herpetoplaten die binnen de periode augustus tot en met 15 oktober verspreid door het compensatiegebied neergelegd worden. Deze zullen gedurende 10 geschikte dagen gecontroleerd worden op de aanwezigheid. b. Grote modderkruiper: In de optimale periode, maart tot en met juni, worden alle watergangen in het compensatiegebied tweemaal onderzocht. In de minder optimale periode, juli tot en met november worden de watergangen éénmaal bemonsterd. In de overwinteringsperiode november tot en met februari worden de watergangen ook éénmaal bemonsterd. Hiervoor worden steeknetten (om de 5-10m op enige afstand van de oever) en electrovisserij (om de 5 strekkende meter) ingezet. c. Kerkuil: uitvoeren van drie inventarisaties in de avond of nacht in de periode 15 februari tot en met 15 oktober.

Overdag zal er, bijvoorbeeld tijdens het zoeken naar amfibieënlarven, naar sporen gezocht worden. Daarnaast worden de nestkasten tweemaal per jaar gecontroleerd op ingebruikname door een kerkuil. Dit gaat in de broedperiode (februari tot en met half augustus) uitgevoerd worden zodat mogelijk ook de legselgrootte en het aantal jongen geteld kan worden. d. Oeverzwaluw: Tellen van het aantal bezette nestgangen in het najaar wanneer de oeverzwaluwen niet meer aanwezig zijn (vanaf ca. 15 september).

01043473-00074435

13 / 22

Compenserende maatregelen Door de woningbouwontwikkeling ter plaatse van de Blauwe Zoom gaat leefgebied van de rugstreeppad, grote modderkruiper, oeverzwaluw en kerkuil verloren. Daarom heeft de gemeente Hardinxveld-Giessendam voor deze soorten en ten behoeve van andere soorten tien percelen aangekocht ten noorden van de Betuwelijn en ten zuiden van de Giessendamse Tiendweg (kavels 352,355,358 en 361) met een gezamenlijk oppervlak van 87.930 m 2: “Compensatiegebied Oost”. Binnen het compensatiegebied kunnen alle onderdelen van de levenscyclus van de betreffende soorten plaatsvinden (winterrust, voortplanting, eiafzet en foerageren). Een adequaat soortgericht beheer van het gebied voor de rugstreeppad (en andere soorten) en monitoring is daarnaast een expliciet onderdeel van de ontheffing welke voor de inrichting van het compensatiegebied is verleend d.d. 9 februari 2022. Aan de monitoring zoals opgenomen in hoofdstuk 7 van het Compensatieplan zijn bovendien ten aanzien van de rugstreeppad nog nadere additionele voorwaarden verbonden in de op 17 maart 2022 verleende ontheffing voor de aanleg van bedrijventerrein ’t Oog / Westpunt.

Sprake is van de volgende te realiseren voorzieningen in het compensatiegebied: Rugstreeppad − Aanleg van inhammen/ondiepe oeverzones in de bestaande watergangen ter verbetering van diversiteit en realisatie voortplantingswater (tevens paaiplaats grote modderkruiper); − Aanleg van één oeverpoel (welke eenzijdig via een ondiepe drempel in verbinding staan met watergang) ten behoeve van de rugstreeppad en tevens grote modderkruiper; − Aanleg van verbindingssloten; − Realisatie van glooiende oevers. Hierdoor warmt het ondiepe water snel op, wat gunstig is voor de ontwikkeling van amfibieëneieren en -larven; − Realisatie van vier geïsoleerde periodiek droogvallende greppels met stilstaand water en natuurvriendelijke oevers ten behoeve van rugstreeppad; − Afdammen van bestaande sloten; − Aanleg van grondwallen (max. 1 m hoog) en bosschages. De grondwallen worden ingeplant met inheemse streekeigen struweelsoorten en op sommige grondwallen worden ook takkenrillen aangebracht (t.b.v. overwinteringshabitat rugstreeppad); − Realisatie van kruidenrijk grasland en toepassen sinusbeheer (ook t.b.v. kerkuil); − Realisatie van een faunapassage onder de Molenweg. Grote modderkruiper In additie tot de voorgenoemde voorzieningen voor rugstreeppad, waar de grote modderkruiper ook van meeprofiteert, worden voor deze soort nog de volgende specifieke maatregelen ingezet: −

− − −

Realisatie van ondiepe oeverzones aan de kopse kanten van diverse percelen die zowel tijdens winterpeil als zomerpeil functioneren en ondiep water bevatten. Hierbij fluctueert het waterpeil in het ondiepe deel tussen de 10 en 30 centimeter water; Graven van twee doodlopende armen aan twee sloten; Deels verplaatsen van de aanwezige modderbodem en vegetatie van een te dempen watergang naar de nieuw aangelegde watergang waarmee de functionaliteit wordt bespoedigd; Plaatselijk verbreden en verdiepen watergangen op 4 plaatsen waar de watergangen die tussen de percelen doorlopen aansluiting maken met de watergang langs het Betuwepad (zgn. ‘viskuilen’ welke niet volledig tot de bodem bevriezen in langdurige perioden met strenge vorst).

01043473-00074435

14 / 22

Kerkuil − Plaatsen van twee kerkuil kasten in twee verschillende schuren in de omgeving van het compensatiegebied. Deze kasten voldoen aan de maatvoering in het Kennisdocument kerkuil (BIJ12, v1, juli 2017), namelijk (vanaf de buitenzijde gemeten): lengte 80 cm, hoogte 47 cm, diepte 44 cm en een opening van 12,5 bij 15 cm. − Het gebruik van het compensatiegebied door de kerkuil en de nieuwe nestplaatsen wordt gemonitord. Hiertoe worden er drie inventarisaties uitgevoerd in de avond of nacht in de periode 15 februari tot en met 15 oktober. − De nestkasten zullen tweemaal per jaar gecontroleerd worden op de ingebruikname door een kerkuil. De kasten worden tijdens de monitoringsperiode geschoond door de dienstdoend ecoloog. De ambitie van de gemeente is om deze kasten uiteindelijk lokaal te laten monitoren en onderhouden. − Binnen het compensatiegebied de voedselsituatie (prooidieren) verbeteren door realisatie kruidenrijk grasland en ruigte. Maar ook de aanplant van struweel op de grondwallen (zie rugstreeppad) draagt hier aan bij. Oeverzwaluw − Plaatsen van 4 oeverzwaluwwanden (per twee aan een poel) waarbij er in iedere wand maximaal 51 nestkasten geplaatst kunnen worden.

De wanden worden zover mogelijk in het zuiden van het compensatiegebied geplaatst met de nestingangen naar het noorden gericht zodat de vogels zo min mogelijk kans op aanvaringen zullen ervaren door de Betuwelijn. − Jaarlijks controleren op kwaliteit en stabiliteit van oeverzwaluwwanden. Ten aanzien van bovengenoemde maatregelen overwegen wij het volgende: Deze maatregelen achten wij in grote lijnen afdoende. Op enkele onderdelen achten wij het echter noodzakelijk en niet onredelijk om de maatregelen nader te nuanceren op de onderstaande punten: 1.

2.

3.

4.

5.

Het ecologisch werkprotocol dient meer in detail te worden uitgewerkt. Deze dient tevens op locatie aanwezig te zijn en aan de met toezicht en handhaving belaste ambtenaren op verzoek te kunnen worden getoond. Zorgvuldige werkuitvoering wordt daarmee meer geborgd en transparant. Via de voorschriften 3, 4 en 5 hebben wij hier nadere eisen aan verbonden. Omdat de definitieve locaties voor de kerkuil nestkasten nog niet vast staan (Compensatieplan), hebben wij hier een termijn aan verbonden evenals een verslaglegging van het plaatsen en het schonen in het ecologisch logboek (vs. 25). Daarbij hebben wij tevens geborgd dat de plaatsing van de kasten op een optimale wijze wordt gedaan conform de eisen uit het Kennisdocument Kerkuil (BIJ12, v1, juli 2017) en dat het duurzaam onderhoud is verzekerd. Omdat het vangen van rugstreeppadden zorgvuldig moet gebeuren en sterk afhankelijk is van onder andere de weersomstandigheden, de duur en het functioneren van de vangmiddelen en schermen hebben wij hier nadere randvoorwaarden aan verbonden in de voorschriften 10 tot en met 17. Daarmee is een effectieve en zorgvuldige wijze van vangen en uitzetten (bijplaatsen) voldoende gegarandeerd.

Omdat het vangen van individuen plaatsvindt tijdens de voortplantingsperiode van de rugstreeppad, lijkt het ons niet onredelijk dat er in de watergangen gericht gezocht wordt naar eieren en/of larven en dat hiervan verslag wordt gedaan in een ecologisch logboek. Hierbij dient door de ecologisch deskundige te worden toegelicht op welke wijze en waar de eieren en/of larven zijn uitgezet in het compensatiegebied. Dit, gezien de kwetsbaarheid van eieren/larven en de kritische randvoorwaarden ten aanzien van het ontvangende water (o.a. pH-waarde, vrij van vispredatie of anderzijds, temperatuur en bezonning etc.). In voorschrift 15 en 17 hebben wij hier nadere randvoorwaarden aan verbonden. Wij achten het niet onredelijk om te borgen dat -zoals de aanvraag stelt- het overzetten van dieren uit het plangebied niet plaatsvindt alvorens de inrichtingsmaatregelen ter plaatse van het compensatiegebied zijn

01043473-00074435

15 / 22

6.

7.

8. 9.

uitgevoerd en als zodanig door een ter zake deskundige als geschikt zijn bevonden, waarvan melding moet worden gedaan bij het bevoegd gezag (vs. 15). Voor zowel de rugstreeppad als de grote modderkruiper geldt dat wij de momenten van ecologische begeleiding, vrijgave van werkzaamheden en dergelijke hebben verbonden aan het bijhouden van een ecologisch logboek (vs. 3). Additionele maatregelen: de noodzaak tot het treffen van additionele maatregelen in het compensatiegebied om daarmee de effectiviteit te garanderen -mocht dit blijken uit de monitoringsresultaten- hebben wij in dit besluit expliciet geborgd (vs. 20 en 23). Schermen dienen te blijven staan totdat de werkzaamheden zijn afgerond om er zeker van te zijn dat er geen nieuwe influx is van rugstreeppadden naar het bouwterrein (vs. 14). Omdat de grootste aantallen rugstreeppadden worden verwacht in deelgebied “Zuid” welke in de 2 e fase van de woningbouwontwikkeling in het plangebied worden overgezet naar het Compensatiegebied, achten wij het noodzakelijk dat de voorgenomen ontsluiting van het Compensatiegebied via de faunapassage onder de Molenweg operationeel is alvorens deze worden overgezet (vs. 24).

Ten aanzien van de voorgestelde monitoring van de rugstreeppad stellen wij verder het volgende: A.

In hoofdstuk 7 van het Compensatieplan van juni 2021 is de wijze van monitoring van de ontwikkeling van compensatiegebied in kwalitatieve zin opgenomen. Als zodanig is dit geborgd in de reeds verleende ontheffing van Bedrijventerrein ’t Oog/ Westpunt waarbij ook is aangegeven dat aangesloten kan worden (deels) bij de eveneens opgelegde monitoringsverplichting in ons besluit inzake de inrichting van het compensatiegebied. Daar in formele zin sprake is van verschillende rechtspersonen (ontheffinghouders) hebben wij deze voorwaarden in dit besluit herhaald (vs. 18-23). Hierbij hebben wij benadrukt dat kan worden aangesloten bij de monitoringsopgave welke vanuit voorgenoemde projecten zijn opgelegd (vs. 18). Wij achten het verder niet onredelijk om de gestelde monitoringsduur van minimaal vijf jaar, en de mogelijkheid om deze te verlengen indien de onderzoeksresultaten daartoe aanleiding geven, meer concreet te maken en uit te breiden ten aanzien van de rugstreeppad. Omdat het gaat om het behoud van een populatie en de samenhang met de effecten van de realisatie van het Bedrijventerrein ’t Oog/Westpunt waarvoor hetzelfde compensatiegebied wordt ingezet, is het nodig om over een langere periode te monitoren om daarmee voldoende garanties te geven ten aanzien van de staat van instandhouding. Met name omdat populatieontwikkelingen dynamisch zijn van aard.

In voorschrift 20 hebben wij dit nader genuanceerd. Tevens hebben wij om deze reden een langere ontheffingsduur verbonden aan dit besluit welke wij hebben geharmoniseerd met de periode opgenomen in ons besluit voor het bedrijventerrein (2036). Voor de grote modderkruiper achten wij dit niet noodzakelijk gezien de te verwachte lage aantallen welke weggevangen zullen worden uit het plangebied. Gezien de dispersie van de kerkuil in de omgeving van het plangebied zoals weergegeven in figuur 4 van het Activiteitenplan en ook de snelheid waarmee de oeverzwaluw in het gebied alternatieve nestvoorzieningen heeft gevonden en bezet achtten wij de in het compensatieplan voorgestelde monitoringstermijn voor deze soorten afdoende.

B. Naast het voorkomen van de rugstreeppad binnen het compensatiegebied (hoofdstuk 7 Compensatieplan) dient de vraag expliciet te worden beantwoord of het gebied optimaal voldoet aan de eisen die deze soort stelt aan zijn leefomgeving c.q. of aan de gestelde inrichtingsvoorwaarden is voldaan. Het oogmerk van de monitoringsopgave dient dan ook tweeledig te zijn. Daar waar de huidige voorgestelde monitoring van aanwezige individuen (hoofdstuk 7 Compensatieplan) inzicht geeft in de ontwikkeling van de populatie, dient ook gewaarborgd te zijn dat de aangenomen kwaliteitsontwikkeling van het gebied goed verloopt om deze 01043473-00074435

16 / 22

populatie op een duurzame wijze te behouden. De monitoring dient zich daarom ook expliciet te richten op het volgen van de ontwikkelingen van de vegetatie (successie) en de structuur en variatie daarvan c.q. de abiotische randvoorwaarden zoals bodemsubstraat (vergraafbaarheid), grondwaterstand en waterkwaliteit in relatie tot de diverse leefgebiedsfuncties (winterhabitat, voortplanting, eiafzet en foerageren). Zo is voor de voortplanting de kwaliteit van het voortplantingswater belangrijk alsmede de aanwezigheid van voldoende vegetatie om eitjes aan te hechten en als schuilgelegenheid voor larven. Voor de winterrust dient verder sprake te zijn van een goed vergraafbare bodem, een vorstvrije locatie en een goede beschutting. Maar ook de aanwezigheid van andere soorten kikkers (met name groene kikkers) of fauna (m.n. vogels zoals reiger, buizerd en kleine marterachtigen) kan een indicator zijn van kwaliteit als vaststaat dat dit aantal zodanig hoog is dat voedselconcurrentie en/of predatie van larven of adulten van rugstreeppad niet valt uit te sluiten. Dit zijn aspecten die daarom aan de monitoring moeten worden toegevoegd. Via het gestelde in voorschrift 21 van dit besluit geven wij hieraan gevolg.

Op grond hiervan, hebben wij aan dit besluit de voorwaarde verbonden om uiterlijk binnen drie maanden na verlening van dit besluit, ter goedkeuring een concreet Plan van Aanpak te verstrekken waarin de monitoring van de gebiedsontwikkeling op voorgenoemde punten nader is uitgewerkt. Hierin dient te zijn gemotiveerd welke SMART6-definitie wordt gegeven aan een goede, matige en slechte kwaliteit van het leefgebied van de rugstreeppad zodat dit ook heldere handvesten geeft voor behoud van kwaliteit en maatregelen ter verbetering. C. Nu het Compensatieplan geen uitwerking geeft van de duur van de bezoeken, de eventuele transecten welke worden gelopen en/of de inzet van het aantal onderzoekers, dient dit aan het Plan van Aanpak te worden toegevoegd (vs. 22). Staat van instandhouding Kerkuil en oeverzwaluw De kerkuil broedt jaarlijks in wisselende aantallen, wat voornamelijk afhankelijk is van het muizenaanbod. Sinds het jaar 2000 lijkt het aantal broedparen zich te stabiliseren, alhoewel dus in wisselende aantallen per jaar. De staat van instandhouding van de kerkuil als broedvogel in Nederland is gunstig en binnen Zuid-Holland is sprake van een sterke significante toenemende trend in aantallen (SOVON, 2022). Herstel komt voornamelijk door specifieke kerkuilgerichte beschermingsmaatregelen zoals het aanbieden van nestplaatsen en het geven van voorlichting door vrijwilligersgroepen.

Kerkuilen worden in de omgeving rondom Hardinxveld-Giessendam en ver daarbuiten aangetroffen. De oeverzwaluw komt vanaf maart uit Noord-Afrika naar Nederland om te broeden. Het aantal broedende individuen is sterk afhankelijk van de omstandigheden in Noord-Afrika en de beschikbaarheid van nestlocaties in Nederland (Vogelbescherming, 2020). De staat van instandhouding van de oeverzwaluw als broedvogel in Nederland is gunstig (SOVON 2022). Net als voor de kerkuil, geldt dat de soort wijdverspreid voorkomt in de omgeving van het plangebied (fig. 5 Activiteitenplan) waarbij de soort de rivieren lijkt te volgen. In de ruimere omgeving van het plangebied lijkt het zwaartepunt in distributie overigens meer zuidelijk te liggen in de omgeving van de Biesbosch op circa 9-10 km van het plangebied. De soort heeft verder in twee opvolgende jaren gebruik gemaakt van het destijds aanwezige gronddepot van het nabijgelegen project “Ons Dorp” (zie ook eerder in dit besluit) en ook het tijdelijke alternatief in deelgebied “Zuid” wordt gebruikt. Gezien het voorgaande zien wij geen aanleiding om te veronderstellen dat de

6

SMART: specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden 01043473-00074435 17 / 22

nieuw te realiseren nestgelegenheden in het compensatiegebied dat op ca. 2 km afstand is gelegen van het plangebied niet gevonden of benut zal worden. Op grond van het vorenstaande zijn wij van mening dat de maatregelen, met inachtneming van de voorschriften, voldoende zijn om negatieve effecten te voorkomen dan wel tot een minimum te beperken en dat de handelingen niet leiden tot verslechtering van de staat van instandhouding van kerkuil en oeverzwaluw. Rugstreeppad en modderkruiper De rugstreeppad komt in Nederland plaatselijk zeer algemeen voor. Ook de veenweidegebieden in de Vijfheerenlanden vormen een belangrijk gebied. De soort komt talrijk voor in de Vijfheerenlanden, het oostelijk deel van de Alblasserwaard en ten noorden van Sliedrecht (Eekelen, E. van, et al., 2006). Net als de rugstreeppad, komt de grote modderkruiper verspreid in Nederland voor en plaatselijk algemeen. De soort bevindt zich vooral rond de (oorspronkelijke stroomgebieden van de) grote rivieren en beken. Uit verspreidingsonderzoek van RAVON in 2016 blijkt dat de soort met name in het oostelijk deel van de Alblasserwaard en Vijfherenlanden voorkomt, maar het verspreidingsbeeld is waarschijnlijk nog onvolledig omdat het aantal sloten in de Alblasserwaard waar de soort voor zou kunnen komen op basis van habitatgeschiktheid erg groot is, en slechts een klein deel onderzocht kon worden.

De verwachting is wel dat de soort in de Alblasserwaard niet algemeen maar diffuus en waarschijnlijk in lage dichtheden voorkomt (De Bruin & Kranenbarg, 2017). Sinds oktober 2019 zijn er tenminste twee individuen van de grote modderkruiper in de watergangen binnen ontwikkelingsgebied Blauwe Zoom West waargenomen. In 2009 is tenminste één individu gevonden. Dit past in het regionale beeld zoals eerder door RAVON is vastgesteld. Het verlies aan leefgebied voor de rugstreeppad en de grote modderkruiper wordt gecompenseerd in een extern compensatiegebied ten noorden van de huidige spoorlijn (Lingelijn). De grote modderkruiper wordt afgevangen met schepnetten met een maaswijdte van drie millimeter en/of door elektrovisserij door een ecologisch deskundige. Elektrovisserij dient te worden toegepast met gelijkstroom. Het toepassen van elektrovisserij vereist, zowel voor de veiligheid van mens als van dier, vaardigheid in het werken met deze vangmethode. In voorschrift 13, hebben wij dan ook neergelegd dat de ecologisch deskundige die het elektrovissen toepast hier aantoonbaar ervaren in dient te zijn. De dieren die uit het plangebied worden weggevangen, worden binnen het daarvoor aangestelde compensatiegebied uitgezet.

Voor de inrichting van het compensatiegebied is reeds eerder ontheffing afgegeven waarbij het gebied ook als compensatie wordt ingezet voor rugstreeppadden afkomstig uit het plangebied van het te ontwikkelen Bedrijventerrein ’t Oog / ‘Westpunt’ (ons besluit d.d.17 maart 2022, kenmerk: ODH289525). Aanvullend dient in het kader van de zorgplicht een ecologische controle te worden uitgevoerd in de aanwezige sliblaag op overgebleven soorten. Omdat niet uit te sluiten valt dat ondanks zorgvuldig handelen toch een individu gemist wordt is worst case ontheffing aangevraagd voor het doden van de grote modderkruiper. Ter voorkoming van het verspreiden van ziektes dient het desinfectieprotcocol te worden nageleefd. Conform artikel 5.1 van de Beleidsregel kan alleen ontheffing worden verleend voor het uitzetten van dieren voor herintroductie en repopulatie. De afgevangen rugstreeppadden en grote modderkruipers worden bijgeplaatst in het compensatiegebied, dat reeds leefgebied is van deze soorten. Hiermee is sprake van het bijplaatsen, repopulatie, van dieren in een bestaande populatie. Volgens voorgenoemde Beleidsregel dient in deze gevallen te worden aangesloten bij de nationale ‘Beleidslijn herintroducties van dieren’.

In het Activiteitenplan en Bijlage 1 van de brief van 13 september 2022 is uiteengezet wat het additioneel bijplaatsen van rugstreeppadden betekent in relatie tot de draagkracht van het gebied en rekening houdend met de provinciale Beleidsregel en de Beleidslijn. De overwegingen zijn in deze, als volgt:

01043473-00074435

18 / 22

Rugstreeppad − Voor de rugstreeppad geldt dat het compensatiegebied zich nabij het kerngebied bevindt dat in de omgeving van Giessen-Oudekerk gelegen is. Via de faunapassage onder de Molenweg, waarvan de kwaliteit en uitvoering is geborgd in ons besluit voor Bedrijventerrein ’t Oog / Westpunt en in voorschrift 24 van dit besluit, wordt het compensatiegebied bovendien beter ontsloten met deze omgeving. Het compensatiegebied maakt daarnaast onderdeel uit van ruim 4.633 hectare geschikt en min of meer aaneengesloten veenweidegebied. Het gehele veenweidegebied van de Alblasserwaard Vijfheerenlanden (ca. 25.000 hectare) behoort tot het leefgebied van de metapopulatie. Doordat het compensatiegebied dichterbij en minder geïsoleerd ligt van de andere populaties rugstreeppadden, zullen de dieren na verplaatsen uitwisselen met de dieren in de andere populaties wat de genenpool gezond houdt. − Middels voorwaarden opgenomen in de ontheffing van. 9 februari 2022 voor de inrichting van het compensatiegebied is het duurzaam beheer en onderhoud alsmede de planologische (of vergelijkbaar) bescherming van het compensatiegebied verzekerd. Hieraan hoeven derhalve geen nadere randvoorwaarden te worden verbonden in voorliggend besluit.

− De beoogde monitoring welke zowel is opgenomen in de besluiten voor het compensatiegebied, het bedrijventerrein en de voorschriften 18-23 van dit besluit komen daarnaast tegemoet aan de onderzoeksinspanning zoals bedoeld in de provinciale beleidsregel en de Beleidslijn van het Rijk. Grote modderkruiper Gezien de lage dichtheden en aangetroffen individuen in het gebied (zie ook eerdere overwegingen) is aan te nemen dat het aantal dieren dat overgezet zal gaan worden van een beperkt aantal zal zijn. Het areaal aan watergangen en de specifiek voor deze soort te realiseren inrichtingselementen in het plangebied (zie voorgaand) c.q. de verbinding van het compensatiegebied met het uitgestrekte veenweidegebied van de Alblasserwaard/Vijfheerenlanden maakt dat voor deze soort afdoende mogelijkheden zijn om zich te kunnen ontwikkelen. Om deze redenen zijn nadere overwegingen inzake draagkracht en duurzaamheid voor de grote modderkruiper in relatie tot de kenmerken van het compensatiegebied niet benodigd. Conclusie De Wet natuurbescherming, onderdeel soortenbescherming (H3, Wnb) kent geen invulling van de compensatieplicht zoals bij de gebiedenbescherming (H2, Wnb). Aan een ontheffing op grond van deze wet kunnen wel compensatievoorwaarden worden verbonden die er voor zorgen dat de gunstige staat van instandhouding van soorten niet wezenlijk wordt aangetast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/796/documents/27583