CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 12 Onderzoek weg- en railverkeerslawaai, bestemmingsplan De Blauwe Zoom - West.pdf

Gemeenteraad GHG 14 december 2023, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 6: Vaststellen Bestemmingsplan & Exploitatieplan De Blauwe Zoom West - Raadsvoorstel43.162 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Onderzoek weg- en railverkeerslawaai Bestemmingsplan 'De Blauwe Zoom - West'

28 februari 2023

Projectgegevens Onderzoek weg- en railverkeerslawaai Bestemmingsplan 'De Blauwe Zoom - West' Hardinxveld-Giessendam

Opdrachtgever Contactpersoon

Gemeente Hardinxveld-Giessendam

Werknummer

621.117.40

Datum

28 februari 2023

Adviseur

KuiperCompagnons Projectverantwoordelijke: R. Wegener Behandeld door: ing. A.T. de Hek Telefoonnummer: 010 - 433 0099

File: j:\621\117\40\3 projectresultaat\geluid\07. rapportage\geluid\621.117.40_ak_weg-rail_de_blauw_zoom-west_dd_2023-02-28.docx

Inhoudsopgave

blz.

1

Inleiding ............................................................................................................................ 1

2

Wettelijk kader.................................................................................................................. 3 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9

3

Uitgangspunten .............................................................................................................. 15 3.1 3.2 3.3 3.4

4

Geluid ........................................................................................................................ 3 Wet geluidhinder ........................................................................................................ 3 Zonering .................................................................................................................... 4 Grenswaarden wegverkeerslawaai............................................................................. 7 Grenswaarden railverkeerslawaai .............................................................................. 9 Hogere waarden ........................................................................................................ 9 Cumulatie ................................................................................................................ 10 Beleid hogere waarden gemeente Hardinxveld-Giessendam .................................... 10 Binnenwaarden ........................................................................................................ 14

Verkeersgegevens ................................................................................................... 15 Berekeningsmethode ............................................................................................... 23 Omgevingskenmerken ............................................................................................. 23 Geluidsreducerende en/of beperkende maatregelen ................................................ 30

Resultaten ...................................................................................................................... 31 4.1 Wegverkeerslawaai ................................................................................................. 31 4.2 Railverkeerslawaai ................................................................................................... 35

5

Cumulatie en hogere waarden....................................................................................... 37 5.1 Cumulatie weg- en railverkeerslawaai ...................................................................... 37 5.2 Hogere waarden ...................................................................................................... 38

6

Conclusies...................................................................................................................... 41

Bijlagen Bijlage 1 - Overzicht wegverkeersgegevens Bijlage 2 - Overzicht rekenmodellen weg- en railverkeerslawaai Bijlage 3 - Ligging toets- c.q. beoordelingspunten Bijlage 4 - Resultaten wegverkeerslawaai Bijlage 5 - Resultaten railverkeerslawaai Bijlage 6 - Resultaten cumulatie weg- en railverkeerslawaai

1

Inleiding Binnen het bestemmingsplan ‘De Blauwe Zoom - West’ wordt de realisatie van maximaal 276 woningen mogelijk gemaakt binnen de bestemming ‘Wonen - 2’ en ’Woongebied’. Binnen deze bestemmingen mogen maximaal 126 respectievelijk 150 woningen worden gerealiseerd. De begrenzing van het bestemmingsplan is weergegeven in afbeelding 1.

Afbeelding 1

Bestemmingsplan De Blauwe Zoom - West (rood kader)

In het oostelijke deel van De Blauwe Zoom zijn op basis van eerdere bestemmingsplannen inmiddels woningen gebouwd of in aanbouw. Ook de bestemmingsplanprocedure voor het centrale deel van De Blauwe Zoom: ‘Ons Dorp’ is reeds afgerond. Enkel voor het westelijke deel geldt nu nog, op basis van het vigerende bestemmingsplan ‘Hardinxveld-Giessendam, bebouwd gebied’ (30-03-2017), een agrarische bestemming. Met het bestemmingsplan ‘De Blauwe Zoom - West’ wordt de ontwikkeling van dit westelijke deel (afbeelding 2) in juridisch-planologische zin mogelijk gemaakt. Binnen het westelijk deel wordt de bestemming omgezet in ‘Wonen-2’ en ‘Woongebied’. In het bestemmingsplan ‘De Blauwe Zoom - West’ worden ook de gronden van het bestemmingsplan 'De Blauwe Zoom - Ons Dorp' meegenomen. Voor deze gronden geldt dat hier geen extra ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan. De hier te realiseren woningen zijn in het vigerende bestemmingsplan reeds onderbouwd.

Onderzoek weg- en railverkeerslawaai Bestemmingsplan 'De Blauwe Zoom - West' 621.117.40 / 28 februari 2023

1

Afbeelding 2

Westelijk deel plangebied (blauw kader) waar de agrarische bestemming wordt omgezet naar een woonbestemming

Het voorliggende akoestisch onderzoek brengt alleen de geluidsbelastingen in beeld voor het westelijk deel van het plangebied waar nieuwe woonbestemmingen worden mogelijk gemaakt. Het westelijk deel van het plangebied is gelegen binnen de wettelijke zone van de Peulenlaan, Schapedrift, Spoorweg, Sportlaan, Rijksweg A15 en de Zwijnskade. Daarnaast is het plangebied gelegen in de wettelijke zone van de spoorwegen (Betuweroute en Merwede-Lingelijn). In verband hiermee is onderzoek uitgevoerd naar de in de toekomst te verwachten geluidsbelasting ten gevolge van weg- en railverkeerslawaai ter plaatse van de nieuw woonbestemmingen. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is ook aandacht besteed aan de mogelijke geluidshinder van het wegverkeer op de omliggende 30 km/uur-wegen. In het onderzoek is daarom eveneens de geluidsbelasting in beeld gebracht voor de interne ontsluitingswegen binnen het plangebied De Blauwe Zoom en de Buitendams. Leeswijzer In de volgende hoofdstukken worden achtereenvolgens het wettelijk kader, de uitgangspunten, de berekeningsresultaten, eventuele maatregelen en de conclusies voor de aspecten weg- en railverkeerslawaai beschreven.

Onderzoek weg- en railverkeerslawaai Bestemmingsplan 'De Blauwe Zoom - West' 621.117.40 / 28 februari 2023

2

2

Wettelijk kader In dit hoofdstuk is het wettelijk kader voor wegverkeerslawaai beschreven. De Wet geluidhinder (Wgh) vormt hierbij de basis. Als eerste is een korte beschrijving van het begrip geluid gegeven. Vervolgens is in gegaan op het begrip zonering en geluidcriteria uit de Wet geluidhinder.

2.1

Geluid Geluid wordt uitgedrukt in een gemiddeld geluidniveau over het etmaal. Hierbij wordt het etmaal onderverdeeld in de dag- (07.00-19.00 uur), avond- (19.00-23.00 uur) en de nachtperiode (23.0007.00 uur). De geluidsbelasting (Lden) wordt uitgedrukt in decibel (dB). De eenheid decibel kent een logaritmische schaal, waarbij de mens een toe- of afname van geluid kan waarnemen wanneer er een verschil optreedt van 2 dB of meer. Vanaf dit punt is het geluidverschil significant te noemen. Een toename van geluid met 3 dB komt overeen met een verdubbeling van de verkeersintensiteit. Voor een afname van de geluidsbelasting met 3 dB, dient de hoeveelheid verkeer (onder gelijkblijvende overige condities) dus met 50% te worden gereduceerd. Naast de hoeveelheid verkeer is ook de afstand tussen de weg en de woning van invloed op de hoogte van de geluidsbelasting. Een toe- of afname van geluid met 3 tot 4 dB komt overeen met een afstandshalvering of -verdubbeling.

2.2

Wet geluidhinder De regels (grenswaarden) met betrekking tot de (maximaal) toelaatbare hoeveelheid geluid afkomstig van een industrieterrein, weg of spoorweg zijn opgenomen in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder (Besluit geluidhinder). De Wet geluidhinder is alleen van toepassing binnen een conform deze wet geldende geluidzone. De grenswaarden (voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarde) uit de Wet geluidhinder zijn van toepassing op de geluidsbelasting op de gevel van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen (o.a. woonwagenstandplaatsen, scholen, ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere gezondheidszorggebouwen zoals psychiatrische inrichtingen) en ter plaatse van de terreingrens van een woonwagenstandplaats en eventueel (afhankelijk van het gebruik) voor een terrein behorende bij een ander gezondheidszorggebouw. Gevel In artikel 1, eerste lid van de Wet geluidhinder is de volgende definitie opgenomen voor het begrip gevel: bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak.

Onderzoek weg- en railverkeerslawaai Bestemmingsplan 'De Blauwe Zoom - West' 621.117.40 / 28 februari 2023

3

In artikel 1b, lid 4, is aangegeven: In afwijking van artikel 1 wordt onder een gevel in de zin van de Wet geluidhinder en daarop berustende bepalingen niet verstaan: - een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A), alsmede; - een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidgevoelige ruimte. Daarnaast gelden voor de verschillende geluidgevoelige ruimten in de verschillende geluidgevoelige bestemmingen, afhankelijk van het gebruik van de ruimte, afwijkende normen met betrekking tot de toelaatbare geluidsbelasting binnen deze ruimten.

Aftrek artikel 110g Wet geluidhinder De ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder toe te passen aftrek op de geluidsbelasting vanwege een weg, van de gevel van woningen of van andere geluidsgevoelige gebouwen of aan de grens van geluidsgevoelige terreinen bedraagt: a) 3 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 56 dB is; b) 4 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 57 dB is; c) 2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting afwijkt van de onder a en b genoemde waarden; d) 5 dB voor de overige wegen; e) 0 dB bij toepassing van de artikelen 3.2 en 3.3 van het Bouwbesluit 2012 en bij toepassing van de artikelen 111b, tweede en derde lid, 112 en 113 van de Wet geluidhinder. De aftrek wordt toegepast in verband met de verwachting dat auto’s en vrachtauto’s in de toekomst stiller worden. Een nadere motivering is opgenomen in de toelichting op artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012.

2.3

Zonering Wegen De regels en normen die gelden voor wegverkeerslawaai zijn opgenomen in hoofdstuk VI “Zones langs wegen” Wet geluidhinder. De regels en normen uit de Wet geluidhinder gelden binnen de wettelijk vastgestelde zone van een weg. De breedte van de zone van een weg is geregeld in afdeling 1 “Algemeen” van genoemd hoofdstuk.

Onderzoek weg- en railverkeerslawaai Bestemmingsplan 'De Blauwe Zoom - West' 621.117.40 / 28 februari 2023

4

Op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder heeft elke weg een geluidzone, met uitzondering van de volgende wegen: - wegen gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; - wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. De breedte van een zone is, op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder, afhankelijk van de ligging in stedelijk1 of buitenstedelijk2 gebied en van het aantal rijstroken. In tabel 1 is een overzicht gegeven van de breedte van de zone op basis van het aantal rijstroken en de ligging in stedelijk of buitenstedelijk gebied. Tabel 1

Breedte van de zone van een weg (gemeten vanuit de rand van de buitenste rijstrook) Aantal rijstroken

Stedelijk gebied

Buitenstedelijk gebied

1 of 2

200 meter

250 meter

3 of 4

350 meter

400 meter

5 of meer

350 meter

600 meter

Het bouwplan bevindt zich binnen de zone van de volgende wegen: - Peulenlaan zonebreedte 200 meter; - Schapedrift zonebreedte 200 meter; - Spoorweg zonebreedte 250 meter; - Sportlaan zonebreedte 250 meter; - Zwijnskade/Rivierdijk zonebreedte 250 meter; - Rijksweg A15 zonebreedte 400 en 600 meter. In artikel 75 van de Wet geluidhinder is geregeld dat aan de uiteinden van een weg de zone doorloopt over een afstand gelijk aan de breedte van de zone ter hoogte van het einde van de weg. De zone loopt door langs een lijn die is gelegen in het verlengde van de wegas. Zij behoudt de breedte die zij had ter hoogte van het einde van de weg. Daarnaast is in artikel 75 geregeld, dat indien zich langs een weg een zone bevindt die bestaat uit delen met een onderling verschillende breedte, geldt voor de aansluiting van de verschillende zonedelen dat het breedste zonedeel over een afstand gelijk aan een derde van de breedte van dat zonedeel, gemeten vanaf het punt van versmalling van de zonebreedte, nog langs de wegas doorloopt en met een loodlijn die aansluit op de smalste zone.

1

Onder stedelijk gebied wordt verstaan, het gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor toepassing van hoofdstuk VI (“Wegen”) van de Wet geluidhinder, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens. 2

Onder buitenstedelijk gebied wordt verstaan, het gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor toepassing van hoofdstuk VI (“Wegen”) van de Wet geluidhinder, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens.

Onderzoek weg- en railverkeerslawaai Bestemmingsplan 'De Blauwe Zoom - West' 621.117.40 / 28 februari 2023

5

Breedte van de zone voor Rijksweg A15 De Rijksweg A15 bestaat ten oosten van de aansluiting Sliedrecht-oost/Giessendam-West uit 4 rijstroken en een zonebreedte van 400 meter. Ten westen van de aansluiting bestaat de weg uit 5 rijstroken en een zonebreedte van 600 meter. De zone met een breedte van 600 meter loopt ter plaatse van de overgang van 5 naar 4 rijstroken 200 meter door (1/3 van zonebreedte van 600 meter) in oostelijke richting. In afbeelding 3 is de zone van de Rijksweg A15 weergegeven ter hoogte van het plangebied.

Afbeelding 3

Geluidszone rijksweg A15 (rood) ten opzichte van westelijk deel plangebied (blauw kader)

Spoorwegen Langs hoofdspoorwegen zijn op grond van de Regeling geluidplafondkaart milieubeheer, zones aangewezen waarbinnen akoestisch onderzoek moet worden verricht. Ten noorden van het plangebied zijn de Betuweroute en Merwede-Lingelijn opgenomen in de geluidplafondkaart. De basis voor het bepalen van de breedte van de zone is vastgelegd in artikel 1.4a lid 1 Besluit geluidhinder. Afhankelijk van de hoogte van het geluidproductieplafond (GPP) ter plaatse van de referentiepunten is de breedte van de zone opgenomen in de volgende tabel.

Onderzoek weg- en railverkeerslawaai Bestemmingsplan 'De Blauwe Zoom - West' 621.117.40 / 28 februari 2023

6

Tabel 1: Breedte van de zone van een spoorweg (gemeten vanuit de buitenste spoorstaaf). Hoogte geluidproductieplafond

Breedte zone

Kleiner dan 56 dB

100 meter

Gelijk aan of groter dan 56 dB en kleiner dan 61 dB

200 meter

Gelijk aan of groter dan 61 dB en kleiner dan 66 dB

300 meter

Gelijk aan of groter dan 66 dB en kleiner dan 71 dB

600 meter

Gelijk aan of groter dan 71 dB en kleiner dan 74 dB

900 meter

Gelijk aan of groter dan 74 dB

1200 meter

In artikel 1.4a lid 2 Besluit geluidhinder is vastgelegd dat bij de aansluiting van zone met een verschillende breedte, de brede zone doorloopt over een afstand gelijk aan een derde van de breedte van de zone. In artikel 1.4a lid 4 Besluit geluidhinder is vastgelegd dat de breedte van de zone ter plaatse van de spoorgedeelte waar een afschermende voorziening is gelegen gelijk is aan de breedte van het breedste zonedeel direct naast de uiteinden van de afschermende voorzieningen. Ten zuiden van de Betuweroute, ter hoogte van het plangebied, geldt een zone van 600 meter, zie hiertoe http://www.geluidregisterspoor.nl/geluidregister.html. Deze geluidsbelasting is vastgelegd op het referentiepunt aan het uiteinde van de afschermende voorziening. Omdat de afschermende voorziening langs de Betuweroute in oostelijke richting doorloopt tot voorbij de passage met de Giessen is dit punt op grote afstand van het onderzoeksgebied gelegen. Ten zuiden van de Merwede-Lingelijn, ter hoogte van het plangebied, geldt een zone van maximaal 200 meter, zie hiertoe http://www.geluidregisterspoor.nl/geluidregister.html.

2.4

Grenswaarden wegverkeerslawaai In de Wet geluidhinder wordt voor wegverkeerslawaai onderscheidt gemaakt in nieuwe situaties, bestaande situaties en reconstructies. De grenswaarden en regels die hierbij gelden zijn opgenomen in de afdelingen (artikelen) van hoofdstuk VI “Zones langs wegen” Wet geluidhinder: - afdeling 2 “Maatregelen met betrekking tot nieuwe situaties in zones” (artikel 76 t/m 85); - afdeling 3 “Bestaande situaties” (artikel 87j t/m 90); - afdeling 4 “Reconstructies” (artikel 98 t/m 100b). Op dit onderzoek is afdeling 2 “Maatregelen met betrekking tot nieuwe situaties in zones” van toepassing. Met betrekking tot woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen is op grond van artikel 82 Wet geluidhinder of artikel 3.1 Besluit geluidhinder, binnen de zone van een weg, een voorkeurswaarde weergegeven. Deze geluidsbelasting wordt in ieder geval als toelaatbaar geacht. Bij algemene maatregel van bestuur kan per weg, per gevel en per verdieping van nieuw te realiseren woningen, onder voorwaarden, een hogere grenswaarde vaststellen.

Onderzoek weg- en railverkeerslawaai Bestemmingsplan 'De Blauwe Zoom - West' 621.117.40 / 28 februari 2023

7

Op grond van artikel 83 Wet geluidhinder en artikel 3.2 Besluit geluidhinder, kunnen in afwijking van het voorgaande ten hoogste toelaatbare waarden (maximale ontheffingswaarde) worden vastgesteld. In tabel 3 zijn de geldende grenswaarden voor wegverkeerslawaai opgenomen. Tabel 2: Normstelling Wet geluidhinder en Besluit geluidhinder vanwege wegverkeerslawaai Situatie

Voorkeurs-

Maximale ontheffingswaarde

waarde

Stedelijk

Buitenstedelijk

Nieuwe woningen en nieuwe weg

48 dB

58 dB

53 dB

Nieuwe woningen en bestaande weg

48 dB

63 dB

53 dB

Bestaande woningen en nieuwe weg

48 dB

63 dB

58 dB

Nieuwe agrarische bedrijfswoningen

48 dB

63 dB

58 dB

Vervangende nieuwbouw* binnen bebouwde kom

48 dB

68 dB

63 dB

Vervangende nieuwbouw* buiten bebouwde kom

48 dB

n.v.t.

58 dB

andere geluidgevoelige gebouwen

48 dB

63 dB

58 dB

andere geluidgevoelige terreinen

48 dB

53 dB

53 dB

48 dB

63 dB

53 dB

Bestaande geluidgevoelige bestemming en nieuwe weg ­ ­

Nieuwe geluidgevoelige bestemming en bestaande weg ­

andere geluidgevoelige gebouwen

­ andere geluidgevoelige terreinen 48 dB 53 dB 53 dB * Hierbij geldt, dat de vervanging niet mag leiden tot: a. een ingrijpende wijziging van de bestaande stedenbouwkundige functie of structuur en b. een wezenlijke toename van het aantal geluidgehinderden bij toetsing op bouwplanniveau voor ten hoogste 100 woningen.

Het toekennen van een hogere waarde is alleen mogelijk indien maatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting tot de voorkeurswaarde ter plaatse van de gevel van woningen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard stuit (artikel 110a, lid 5 Wet geluidhinder). In artikel 1.2 Besluit geluidhinder zijn de volgende andere geluidgevoelige gebouwen3 aangewezen: a. een onderwijsgebouw4; b. een ziekenhuis; c. een verpleeghuis; d. een verzorgingstehuis; e. een psychiatrische inrichting; f. een kinderdagverblijf. In artikel 1.2 Besluit geluidhinder zijn als geluidgevoelig terrein aangewezen: a. een standplaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Huisvestingswet; b. een ligplaats in het water, bestemd om door een woonschip te worden ingenomen.

3

De aanwijzing als ander geluidgevoelig gebouw geldt niet voor de delen van een gebouw die een andere bestemming hebben dan genoemd in artikel 1.1, onderdeel d Bgh. 4

Op grond van artikel 1b, eerste lid, van de Wet geluidhinder mag bij de bepaling van de waarde van de geluidsbelasting voor onderwijsgebouwen worden uitgegaan van de het equivalente geluidniveau gedurende de dagperiode (07.0019.00 uur), voor zover de gebouwen gedurende de avond- (19.00-23.00 uur) en nachtperiode (23.00-07.00 uur) niet in gebruik zijn.

Onderzoek weg- en railverkeerslawaai Bestemmingsplan 'De Blauwe Zoom - West' 621.117.40 / 28 februari 2023

8

2.5

Grenswaarden railverkeerslawaai In de Wet geluidhinder wordt onder hoofdstuk VII Zones lang spoor-, tram- en metrowegen, artikel 105-107 en het daarbij behorende Besluit geluidhinder bepaald, dat voor woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen, gelegen binnen de wettelijk vastgestelde zone van een spoorweg eveneens voorkeurswaarden en maximale ontheffingswaarde van toepassing zijn. In tabel 4 zijn de geldende grenswaarden voor railverkeerslawaai weergegeven. Tabel 3: Normstelling Wet geluidhinder en Bgh vanwege railverkeerslawaai Situatie

Voorkeurswaarde

Maximale ontheffingswaarde

Nieuwe woningen

55 dB

68 dB

Bestaande geluidgevoelige bestemming en nieuw spoor ­ andere geluidgevoelige gebouwen

53 dB

68 dB

55 dB

68 dB

Nieuwe geluidgevoelige bestemming en bestaand spoor ­ andere geluidgevoelige gebouwen

53 dB

63 dB

andere geluidgevoelige terreinen

55 dB

63 dB

­

­

2.6

andere geluidgevoelige terreinen

Hogere waarden Het toekennen van een hogere waarde is alleen mogelijk indien maatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting tot de voorkeursgrenswaarde onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige landschappelijke of financiële aard stuit. De Wet geluidhinder geeft de volgende prioriteit aan te treffen maatregelen: - Bronmaatregelen, zoals verkeers- en wegdekmaatregelen; - Afschermende maatregelen, zoals het vergroten van de afstand tussen de woningen en de weg, schermen of wallen; - Ontvangermaatregelen, het isoleren van woningen. Binnen de grenzen van een gemeente zijn in principe burgemeester en wethouders het bevoegde gezag voor het vaststellen van een hogere waarde. Er zijn echter een aantal uitzonderingen, waarbij Gedeputeerde Staten het bevoegde gezag is. Deze uitzonderingen zijn: - De hogere waarde is benodigd in verband met de aanleg of wijziging van een hoofdspoorweg; - De hogere waarde is benodigd in verband met de aanleg of wijziging van een weg die in beheer is bij het Rijk of een provincie; - De hogere waarde is benodigd in verband met de vaststelling of wijziging van een zone langs een industrieterrein dat als industrieterrein van regionaal belang is aangewezen bij provinciale verordening.

Onderzoek weg- en railverkeerslawaai Bestemmingsplan 'De Blauwe Zoom - West' 621.117.40 / 28 februari 2023

9

2.7

Cumulatie In artikel 110f, lid 1 Wet geluidhinder is geregeld dat voor woningen, andere geluidgevoelige gebouwen en geluidgevoelige terreinen die gelegen zijn binnen geluidzones van meerdere geluidsbronnen (weg, rail, industrie en/of luchtvaart) een onderzoek dient plaats te vinden naar het effect van de samenloop van de verschillende geluidsbronnen. Hierbij dient te worden aangegeven op welke wijze met de samenloop rekening is gehouden bij de te treffen maatregelen. In artikel 1.5 van het Besluit geluidhinder is geregeld dat, indien artikel 110f Wet geluidhinder van toepassing is, het bevoegd gezag slechts toepassing geeft aan de artikelen 110a, 110b en 110c Wet geluidhinder voor zover de gecumuleerde geluidsbelastingen na de correctie op grond van artikel 110f Wet geluidhinder niet leiden tot een naar zijn oordeel onaanvaardbare geluidsbelasting. De rekenmethode voor de bepaling van het effect van de samenloop van verschillende geluidsbronnen is opgenomen in hoofdstuk 2 “Rekenmethode cumulatieve geluidsbelasting” zoals opgenomen in bijlage I van het RMG 2012. Hierbij dient allereerst te worden vastgesteld of er sprake is van een relevante blootstelling aan meerdere geluidsbronnen. Dit is alleen het geval indien de zogenaamde voorkeurswaarde van die onderscheiden geluidsbronnen wordt overschreden.

De berekende gecumuleerde geluidsbelastingen kunnen vervolgens worden omgerekend naar de bronsoort waarvoor de beoordeling plaatsvindt. Op deze wijze kan bijvoorbeeld bij het bepalen van de geluidwerende maatregelen per bronsoort rekening worden gehouden met de samenloop van de verschillende geluidsbronnen.

2.8

Beleid hogere waarden gemeente Hardinxveld-Giessendam Onder voorwaarden wordt door het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Hardinxveld-Giessendam meegewerkt aan het verlenen van hogere waarden. Deze voorwaarden zijn vastgelegd in het document ‘Geluidbeleid Goede Ruimtelijke Ordening, 2018’, vastgesteld op 21 augustus 2018. Centraal in het beleid staan de beoordeling van de cumulatieve geluidsbelasting en het onderscheid tussen kleinschalige (< 15 woningen) en grootschalige ontwikkelingen (15 of meer woningen) bij onderzoek naar bron- en overdrachtsmaatregelen. Verder wordt beschreven hoe omgegaan moet worden met 30 kilometer per uur wegen en scheepvaartlawaai. Het gemeentelijk beleid is van toepassing op het vaststellen van een hogere waarde zoals bedoeld in artikel 110a van de Wet geluidhinder. Daarnaast is dit beleid van toepassing op situaties waarbij sprake is van de voorbereiding van een ruimtelijk plan waarin nieuwe geluidgevoelige bestemmingen geprojecteerd worden aan 30 kilometer per uur wegen en/of vaarwegen.

Onderzoek weg- en railverkeerslawaai Bestemmingsplan 'De Blauwe Zoom - West' 621.117.40 / 28 februari 2023

10

Het beleid dient ook als richtlijn te worden toegepast bij de realisatie van woningen, die volgens een (globaal) bestemmingsplan wel al zijn toegestaan. Bij de vaststelling van dat bestemmingsplan is nog niet duidelijk hoe de geluidgevoelige bestemmingen exact gebouwd worden. Toetsing aan het beleid op woningniveau is nog niet of onvoldoende mogelijk. Bij dergelijke plannen dient zoveel als mogelijk te worden aangesloten bij dit beleid waar het gaat om de aanwezigheid van geluidsluwe gevels en buitenruimtes. Belangrijk hierbij is dat wel in het (globale) bestemmingsplan wordt voorgeschreven dat bij de realisatie van geluidgevoelige bestemming zoals, woningen, alsnog moet worden aangetoond dat aan de Wet geluidhinder en het geluidbeleid goede ruimtelijke ordening voldaan wordt. Een akoestisch onderzoek ligt ten grondslag aan het verzoek om een hogere waarde vast te stellen en/of is noodzakelijk om aan te tonen dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In het akoestisch onderzoek worden de geluidsbelastingen ten gevolge van alle relevante geluidsbronnen meegenomen, dus zowel wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai, scheepvaartlawaai als industrielawaai wanneer daar sprake van is.

Daarbij dient ook het geluid van 30 kilometer per uur wegen te worden meegenomen boven de 53 dB (exclusief aftrek), geluid vanwege de scheepvaart boven de 55 dB en industrielawaai van eventuele individuele bedrijven en niet gezoneerde industrieterreinen (indien relevant). Het geluidbeleid regelt dat, bij een overschrijding van de voorkeurwaarde, onderzocht moet worden of met maatregelen de geluidsbelasting kan worden teruggebracht tot de voorkeursgrenswaarde. Dit geldt zowel voor gezoneerde wegen als niet gezoneerde 30 km-wegen. Voor de afweging van de maatregelen en de vaststelling van hogere waarden wordt aangesloten bij de systematiek van de Wet geluidhinder. Indien bij een nieuwe ontwikkeling de voorkeursgrenswaarde bij een geluidgevoelige bestemming wordt overschreden, moet worden onderzocht of maatregelen mogelijk zijn die de geluidsbelasting kunnen reduceren tot de voorkeursgrenswaarde. Als het een gezoneerde geluidsbron (industrielawaai, railverkeer, maar in praktijk voornamelijk wegverkeer) betreft, moet onderzoek gebeuren op grond van de Wet geluidhinder. Voor de geluidrelevante 30 km per uur wegen en scheepsvaartlawaai volgt de noodzaak voor dit onderzoek uit jurisprudentie. Er zijn veel verschillende maatregelen mogelijk, de Wet geluidhinder heeft daarbij een voorkeursvolgorde aangegeven, namelijk: 1. bronmaatregelen, 2. maatregelen in de overdracht, 3.

maatregelen bij de ontvanger. Bronmaatregelen zijn het toepassen van een ‘stil type’ asfalt als wegdek in plaats van gewoon asfalt of het aanbrengen van geluiddempers op de spoorrails. Het plaatsen van een geluidsscherm is een maatregel in de overdracht van het geluid. Maatregelen bij de ontvanger hebben betrekking op de gevelisolatie van de geluidgevoelige bestemming.

Onderzoek weg- en railverkeerslawaai Bestemmingsplan 'De Blauwe Zoom - West' 621.117.40 / 28 februari 2023

11

Het is niet altijd nodig of mogelijk maatregelen te treffen. Op grond van de volgende twee in de Wet geluidhinder opgenomen criteria kan van het treffen van maatregelen worden afgezien: - Maatregelen zijn onvoldoende doeltreffend om de geluidsbelasting te reduceren tot de voorkeursgrenswaarde. - Maatregelen ondervinden ernstige bezwaren van: stedenbouwkundige, verkeerskundige of vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Ernstige bezwaren van stedenbouwkundige of landschappelijke aard hebben te maken met de inrichting van een gebied. Hierbij is een afweging gemaakt of bijvoorbeeld het plaatsen van een geluidscherm op een bepaalde locatie wel past in de woonomgeving. Bezwaren van verkeerskundige of vervoerskundige aard hebben betrekking op de onmogelijkheid om verkeersstromen via een andere route te laten lopen of het niet kunnen plaatsen van een geluidscherm nabij een kruising of spoorovergang. Dit laatste kan leiden tot onoverzichtelijke situaties die gevolgen hebben voor de verkeersveiligheid. Onder landschappelijke bezwaren vallen meestal ongewenste beperkingen van het uitzicht / of de waarde van het gebied. Beoordeling financiële doelmatigheid Voor rijkswegen en spoorwegen dient gebruik te worden gemaakt van de Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wet geluidhinder.

Bij niet rijkswegen (lokale gemeentelijke, provinciale en waterschapswegen) dient op een vergelijkbare objectieve wijze de (financiële) doelmatigheid van maatregelen te worden beschreven en te worden beoordeeld. Er dient ook gebruik gemaakt te worden van een zelfde beoordelingssysteem als voor rijkswegen en spoorwegen, dat werkt met reductiepunten en maatregelenpunten. Gebruik kan worden gemaakt van de internettool https://swung2dmc.anteagroup.nl. Een andere tool kan ook worden gebruikt, indien de reductiepunten en maatregelenpunten maar op dezelfde wijze worden berekend. Afwijking van deze beoordelingswijze kan, indien dit voldoende wordt beargumenteerd en goedgekeurd door de gemeente. Beoordeling 30 kilometer per uur wegen Het beleid is tevens van toepassing op geluid ten gevolge van wegen waar een snelheidsregime heerst van 30 km per uur waaronder ook woonerven worden begrepen. Deze wegen vallen niet onder het regime van de Wet geluidhinder, maar op basis van vaste jurisprudentie moeten deze wegen in het kader van de goede ruimtelijke ordening worden beoordeeld, indien de geluidsbelasting de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschrijdt. De gemeente beoordeelt de geluidsbelasting ten gevolge van 30 kilometer per uur wegen hetzelfde als de geluidsbelasting van de overige wegen, als vastgelegd in dit beleid.

Dit leidt niet tot het vaststellen van hogere waarden voor 30 kilometer per uur wegen, maar wel - bij de ruimtelijke inpassing van nieuwe woningen langs deze wegen - tot een oordeel of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor wat betreft geluid. Met andere woorden: het beleid geeft aan onder welke voorwaarden een hogere geluidsbelasting dan 53 dB (exclusief aftrek) op dergelijke woningen aanvaardbaar is. Door toepassing van dit beleid wordt bij 30 kilometer per uur wegen een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd, vergelijkbaar met dat bij de overige wegen, die zijn gezoneerd krachtens de Wet geluidhinder.

Onderzoek weg- en railverkeerslawaai Bestemmingsplan 'De Blauwe Zoom - West' 621.117.40 / 28 februari 2023

12

Vaststellen hogere waarden Indien bij een nieuwe ontwikkeling de voorkeursgrenswaarde ten gevolge van een van de genoemde geluidsbronnen bij een geluidgevoelige bestemming wordt overschreden, zal aan het gemeentelijk beleid moeten worden getoetst. De volgende aspecten dienen dan meegenomen te worden: Beoordeling cumulatieve geluidsbelasting Het college van burgemeester en wethouders beoordeelt akoestische onderzoeken ten eerste op basis van de cumulatieve geluidsbelasting. Afweging van maatregelen Vervolgens wordt beoordeeld of er afdoende onderzoek is gedaan naar maatregelen om de geluidsbelasting terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde. Wanneer er sprake is van nieuwbouw van 15 of meer woningen (grootschalige ontwikkeling) wordt beoordeeld of de gekozen planinrichting afdoende gemotiveerd is. Bij grootschalige ontwikkelingen wordt daarnaast beoordeeld of afdoende onderzoek naar bron- en overdrachtsmaatregelen heeft plaatsgevonden. Afweging woon- en leefklimaat Het college van burgemeester en wethouders stelt de benodigde hogere waarde(n) vast, indien is aangetoond dat geluidsreducerende maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn of uitvoering daarvan op ernstige bewaren stuit en zij de kwaliteit van de woon- en leefomgeving acceptabel acht.

Een combinatie van maatregelen om de geluidsbelasting ten dele te reduceren en alsnog het vaststellen van een hogere waarde is daarbij ook mogelijk. De kwaliteit van de woon- en leefomgeving is acceptabel als er een geluidsluwe gevel én een geluidsluwe buitenruimte aanwezig is. Indien een geluidsluwe gevel niet mogelijk is dient dit te worden gemotiveerd. Dit betekent dat dan ook bij nieuwbouw van minder dan 15 woningen alsnog een onderzoek naar bron- en/of overdrachtsmaatregelen en/of een betere planinrichting dient plaatste vinden. Er is sprake is van een geluidsluwe gevel en buitenruimte als de geluidsbelasting gelijk of lager is dan: - 53 dB door gecumuleerde wegen (exclusief aftrek) en 50 dB door gecumuleerde wegen (exclusief aftrek) met snelheid boven de 70 kilometer per uur. - 55 dB door railverkeer en scheepvaart. - 50 dB(A) door industrie. Als aanvullende eis geldt dat huizen met tuinen moeten kunnen beschikken over een geluidsluw gedeelte in de achter- of zijtuin, omdat in de achter- of zijtuin lawaai vanwege wegen, spoorwegen, scheepvaart en industrie tot hinder kan leiden. Ten aanzien van de afmetingen voor de geluidsluwe buitenruimte worden de volgende minimale afmetingen aangehouden: Tuinen Woningen met een tuin moeten beschikken over een geluidsluwe (deel) van minimaal 20 m2.

Onderzoek weg- en railverkeerslawaai Bestemmingsplan 'De Blauwe Zoom - West' 621.117.40 / 28 februari 2023

13

Balkons Voor appartementen zonder tuin wordt aangesloten op het Bouwbesluit 2012 waar in Artikel 4.34 een omschrijving van de buitenruimte is opgenomen. (Het betreft hier bijvoorbeeld een balkon of loggia.) - Een woonfunctie heeft een rechtstreeks vanuit de woning bereikbare buitenruimte met per woonfunctie een vloeroppervlakte van ten minste 4 m2 en een breedte van ten minste 1,3 meter. De buitenruimte mag geen gemeenschappelijke verkeersruimte zijn. - De buitenruimte mag een gemeenschappelijk zijn, indien de vloeroppervlakte aan verblijfsgebied van de woonfunctie niet meer dan 30 m2 bedraagt. Tevens dient de gemeenschappelijke buitenruimte ten minste 1 m2 per woonfunctie te bedragen, met een minimum van 4 m2. De buitenruimte is rechtstreeks vanuit de woning bereikbaar of via een gemeenschappelijke ruimte. Tevens dienen balkons die zijn gelegen aan een geluidsbelaste zijde te worden voorzien van een borstwering van ten minste 1,5 meter hoog. Deze dient geheel gesloten te worden uitgevoerd, de toe te passen materialen moeten een massa hebben van ten minste 10 kg/m2 en naad- en kiervrij aan te sluiten op de aangrenzende constructie. Indien boven het balkon een ander balkon, overstek (met een diepte van meer dan 0,5 meter of galerij is gesitueerd, dan dient de onderzijde te zijn voorzien van akoestisch absorberend materiaal.

De absorptiecoëfficiënt dient - wiskundig gemiddeld over de octaafbanden 125 tot en met 2000 Herz - ten minste 0,8 te bedragen. Afwijking van deze maatregelen kan, indien dit voldoende wordt beargumenteerd en goedgekeurd door de gemeente. Ook al zijn er akoestische maatregelen getroffen aan de buitenruimte (balkons en dergelijke), die zijn gelegen aan een geluidsbelaste zijde, dan worden deze niet gezien als geluidsluwe buitenruimte. Bovenstaande eisen gelden niet als de woning en/of het appartement al een eigen geluidsluwe buitenruimte (tuin of balkon) heeft, bijvoorbeeld aan de andere zijde van de woning. Samenvattend zijn er dus 3 mogelijkheden: - Eigen geluidsluwe buitenruimte en een balkon aan geluidsbelaste kant. Geen maatregelen aan balkon noodzakelijk. - Gemeenschappelijke geluidsluwe buitenruimte en balkon aan geluidsbelaste kant. Wel maatregelen aan balkon noodzakelijk. - Geen eigen of gemeenschappelijke geluidsluwe buitenruimte en balkon aan geluidsbelaste kant. Voldoet niet aan het beleid.

2.9

Binnenwaarden In het Bouwbesluit 2012, artikel 3.2, is de normstelling voor de karakteristieke geluidswering voor nieuwe woningen opgenomen: een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied heeft een karakteristieke geluidswering GA,k met een minimum van 20 dB. Bij een bij besluit vast te stellen hogere waarde is de karakteristieke geluidswering GA,k van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied het verschil tussen die hogere waarde en 35 dB(A) bij industrielawaai, of 33 dB bij weg- of spoorweglawaai (artikel 3.3, lid 1).

Onderzoek weg- en railverkeerslawaai Bestemmingsplan 'De Blauwe Zoom - West' 621.117.40 / 28 februari 2023

14

3

Uitgangspunten In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten voor de berekeningen voor weg- en railverkeerslawaai beschreven. Het gaat om de gehanteerde weg- en railverkeersgegevens en de gebruikte rekenmethode en omgevingskenmerken.

3.1

Verkeersgegevens Wegen Voor de berekening van de geluidsbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai is het noodzakelijk de maatgevende intensiteit van de te onderscheiden categorieën (lichte-, middelzware- en zware motorvoertuigen) en de verdeling van het verkeer over de dag- (07.00 - 19.00 uur), avond(19.00-23.00 uur) en de nachtperiode (23.00 - 07.00 uur) te kennen. Daarnaast is informatie benodigd over de aanwezige of toekomstige snelheden en verhardingen. Hierna wordt een toelichting gegeven op de in dit onderzoek gebruikte informatie voor de Rijksweg A15 en de lokale wegen. Rijksweg A15 Per 1 juli 2012 gelden zogenaamde emissie- of geluidproductieplafonds (GPP) langs hoofdinfrastructuur. Rijksweg A15 valt onder deze hoofdinfrastructuur en zijn daarom opgenomen in het geluidregister, waaruit de gegevens van deze weg kunnen worden vastgesteld die gebruikt moeten worden in het akoestisch onderzoek (https://geluidregister.rijkswaterstaat.nl/geluidregister/#!/kaart/). In het onderzoek is gebruik gemaakt van de gegevens per 20 februari 2023 (20230210_v2302). Voor een belangrijk deel wordt in het geluidregister uitgaan van het gemiddelde gebruik van de wegen in 2008. Daarbij wordt 1,5 dB bij deze geluidsbelasting opgeteld. Deze 1,5 dB kan worden beschouwd als een werkruimte voor Rijkswaterstaat. De geluidsbelasting wordt op basis van dit gebruik bepaald.

Dit geldt eveneens voor Rijksweg A15 ter hoogte van het onderzoeksgebied. Voor wegen waarvoor ‘recent’ een Tracébesluit is vastgesteld wordt het gebruik in de meeste gevallen gebaseerd op informatie uit dat Tracébesluit. Voor wegen waarvoor het toekomstig gebruik is gebaseerd op een Tracébesluit wordt geen extra werkruimte van 1,5 dB aangehouden. De reden hiervoor is, dat in het akoestisch onderzoek voor het Tracébesluit reeds is uitgegaan van het verwachte toekomstige gebruik van de wegen. Tracébesluit A15 Papendrecht - Sliedrecht Op 30 augustus 2018 is het Tracébesluit A15 Papendrecht - Sliedrecht vastgesteld. Het Tracébesluit voorziet voor de zuidbaan van de A15 in een uitbreiding van 2 naar 3 rijstroken, tussen de aansluitingen Papendrecht en Sliedrecht-Oost (km 78,30 tot km 85,04). Vanaf km. 85,04 gaat de weg volledig over in de bestaande situatie. Voor de noordbaan is tussen km 83.78 en 84.68 voorzien in een verruiming van de bocht door een verlegging van de rijbaan met maximaal 6,50 meter.

Onderzoek weg- en railverkeerslawaai Bestemmingsplan 'De Blauwe Zoom - West' 621.117.40 / 28 februari 2023

15

In het Tracébesluit is aangegeven dat op de noordbaan over een lengte van 500 meter van km 84.10 tot km 84.60 geluidsreducerend asfalt, type tweelaags zeer open asfaltbeton (2LZOAB), wordt aangelegd, of geluidsreducerend asfalt dat ten minste dezelfde geluidsreducerende eigenschappen heeft als het hiervoor genoemde type. Door de aanleg van het 2LZOAB worden de geluidproductieplafonds langs het aan te passen deel van A15 niet meer overschreden. Dit betekent dat in het Tracébesluit opgenomen aanpassingen aan de A15 passen binnen de vigerende geluidproductieplafonds, waardoor een aanpassing van het geluidregister niet noodzakelijk was. De in het geluidregister opgenomen gegevens, gebaseerd op het gebruik in 2008, blijven daarmee ook voor de toekomstige situatie van toepassing. Lokale wegen De verkeersgegevens (intensiteiten, verkeerssamenstelling en -verdeling, snelheden5 en verhardingen) voor het onderliggend wegennet (lokale wegen) zijn aangeleverd door de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid en afkomstig uit de Regionale VerkeersMilieuKaart (RVMK) Drechtsteden. Het betreft gegevens voor het jaar 2033 scenario hoog. In het scenario 2033 hoog, zijn onder andere de volgende ontwikkelingen meegenomen: plangebied De Blauwe Zoom, Bedrijventerrein ’t Oog, Woongebied ’t Oog alsmede het Facilitypoint en tankstation aan de Peulenlaan.

In tabel 5 is een overzicht opgenomen van de verkeersintensiteiten 2033 scenario Hoog voor de in het onderzoek relevante wegen, zoals deze volgen uit de RVMK Drechtsteden. Tabel 5: Verkeersintensiteiten 2033 scenario hoog, conform RVMK Drechtsteden

Weg

Van

Tot

Modeljaar RVMK in mvt/weekdag 2033 scenario Hoog

Schapedrift

Schapedrift

Zwijnskade Moerbei (zuidelijke aansluiting) Moerbei (noordelijke aansluiting) aantakking plangebied De Blauwe Zoom

Schapedrift Schapedrift

Schapedrift Schapedrift

Moerbei (zuidelijke aansluiting) Moerbei (noordelijke aansluiting) aantakking plangebied De Blauwe Zoom

10.838 1.781 1.781

Giesser Wildeman

1.781

Giesser Wildeman

Jonathan

3.269

Jonathan

Ekster

3.186

Zwijnskade

Kweldamweg

Spoorweg

3.765

Zwijnskade

Spoorweg

Schapedrift

5.789

Zwijnskade

Schapedrift

Peulenlaan

17.610

Rivierdijk

Peulenlaan

op-/afrit A15 zuid

16.527

Spoorweg

Polderweg

Bedrijventerrein 't Oog

4.827

Spoorweg

Bedrijventerrein 't Oog

Zwijnskade

5.674

Sportlaan

Trapezium

Zwijnskade

12.061

Peulenlaan

Zwijnskade

op-/afrit A15 zuid

14.544

Peulenlaan

op-/afrit A15 zuid

Nijverheidsstraat

8.466

Peulenlaan

Nijverheidsstraat

Ambachtsstraat

7.450

Buitendams

op-/afrit A15 zuid

huisnummer 419

1.620

5

De snelheden en verhardingen in de aangeleverde verkeersgegevens zijn (daar waar nodig) gecorrigeerd om aan te sluiten op de werkelijke situatie.

Onderzoek weg- en railverkeerslawaai Bestemmingsplan 'De Blauwe Zoom - West' 621.117.40 / 28 februari 2023

16

Uit tabel 5 volgt dat er een grote sprong in verkeersintensiteit (9.057 motorvoertuigen/etmaal) is op de Schapedrift, ter plaatse van de in het RVMK-model opgenomen aantakking van het plangebied De Blauwe Zoom (verlengde Goudreinet) op de Schapedrift. In het RVMK-model wordt vrijwel al het verkeer (ca. 95%) uit plangebied De Blauwe Zoom op dit punt toegevoegd aan het verkeer op de Schapedrift. In de praktijk zal het verkeer uit het gebied echter via meerdere (toekomstige) wegen de Schapedrift bereiken. Daarnaast zal naar verwachting ook een groter aandeel van het verkeer (met name vanuit het oostelijk deel van De Blauwe Zoom) van/naar het centrum(winkelgebied) via de Westwijk winkelgebied rijden. Het verkeersmodel stuurt nu dit verkeer via de Zwijnskade en Peulenlaan. De (toekomstige) mogelijkheden om het gebied te verlaten zijn weergegeven in afbeelding 4.

Afbeelding 4

Ontsluitingen plangebied De Blauwe Zoom

Daarnaast wordt een deel van het verkeer uit de Westwijk dat de Schapedrift gebruikt in het verkeersmodel opgenomen door de Blauwe Zoom gestuurd via de tijdelijke aansluiting ter plaatse van de Giesser Wildeman (komt te vervallen na realisatie van de verlengde Goudreinet). Uit het verkeersmodel 2033 volgt een totale verkeersproductie voor het plangebied De Blauwe Zoom van ca. 7.200 motorvoertuigen/weekdag. Deze verkeersproductie is aanzienlijk hoger dan de maximale verkeersproductie van ca. 5.000 motorvoertuigen/weekdag die de gemeente verwacht voor alle in de toekomst aanwezige bestemmingen in De Blauwe Zoom. In overleg met de verkeerskundige van de gemeente Hardinxveld-Giessendam zijn daarom de verkeersintensiteiten in dit akoestisch onderzoek bijgesteld ten opzichte van de verkeersprognose 2033 scenario Hoog. Het verkeer van/naar het bedrijventerrein (840 motorvoertuigen/weekdag) is in het RVMK-model gekoppeld aan de zuidelijke ontsluiting van de Moerbei op de Schapedrift. In de praktijk zal dit verkeer zich echter verdelen over de noordelijke en zuidelijke ontsluiting van het bedrijventerrein. Om deze reden is het totale verkeer van/naar het bedrijventerrein verdeeld over beide aansluitingen (33% via de noordelijke ontsluiting en 66% via de zuidelijke ontsluiting).

Onderzoek weg- en railverkeerslawaai Bestemmingsplan 'De Blauwe Zoom - West' 621.117.40 / 28 februari 2023

17

Bijstelling prognosecijfers Naar aanleiding van bovenstaande constateringen zijn de verkeersintensiteiten 2033 in overleg met de verkeerskundige van de gemeente Hardinxveld-Giessendam bijgesteld. Voor het verkeer van/naar de Blauwe Zoom (5.000 motorvoertuigen/weekdag) zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: - 70% verlaat het gebied via de zuidelijke aansluiting (verlengde Goudreinet) op de Schapedrift; - 30% verlaat het gebied via de 4 noordelijke aansluitingen (8% via de Bellefleur, 8% via de Jonathan, 8% via de toekomstige ontsluiting Ons Dorp en 6% via toekomstige noordwestelijke ontsluiting) op de Schapedrift. Het verkeer van/naar de Blauwe Zoom en het interne verkeer op de wegen binnen De Blauwe Zoom is gebaseerd op de aanwezige en nog te realiseren bestemmingen, dat naar verwachting ontsloten wordt via de verschillende wegen. De verkeerstoedeling (afgerond op 50-tallen) van het verkeer van/naar De Blauwe Zoom is opgenomen in afbeelding 5.

Afbeelding 5

Verkeersgeneratie plangebied De Blauwe Zoom

In afbeelding 6 en tabel 6 zijn de gecorrigeerde verkeersintensiteiten (afgerond op 50-tallen) zoals gebruikt in voorliggend akoestisch onderzoek weergegeven en opgenomen. Voor de verdeling van het verkeer over de dag- (07.00-19.00 uur), avond- (19.00-23.00 uur) en de nachtperiode (23.00-07.00 uur) en per periode de verdeling over lichte-, middelzware- en zware motorvoertuigen is uitgegaan van de gegevens zoals opgenomen in de door de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid aangeleverde gegevens voor het jaar 2033 scenario hoog.

Onderzoek weg- en railverkeerslawaai Bestemmingsplan 'De Blauwe Zoom - West' 621.117.40 / 28 februari 2023

18

Afbeelding 6

Gecorigeerde verkeersintensiteiten 2033 in akoestisch onderzoek

Tabel 6: Gecorrigeerde verkeersintensiteiten 2033 in akoestisch onderzoek Weg

Van

Tot

mvt/weekdag 2033

Schapedrift

Moerbei (zuidelijke aansluiting) Moerbei (noordelijke aansluiting) aantakking plangebied De Blauwe Zoom - West aantakking plangebied De Blauwe Zoom - Ons Dorp

Schapedrift

Zwijnskade Moerbei (zuidelijke aansluiting) Moerbei (noordelijke aansluiting) aantakking plangebied De Blauwe Zoom - West aantakking plangebied De Blauwe Zoom - Ons Dorp

Jonathan

3.400

Schapedrift

Jonathan

Bellefleur

3.300

Schapedrift

Bellefleur

Ekster

3.000

Zwijnskade

Kweldamweg

Spoorweg

3.700

Zwijnskade

Spoorweg

Schapedrift

5.800

Zwijnskade

Schapedrift

Peulenlaan

17.000

Rivierdijk

Peulenlaan

op-/afrit A15 zuid

16.000

Spoorweg

Polderweg

Bedrijventerrein 't Oog

4.800

Spoorweg

Bedrijventerrein 't Oog

Zwijnskade

5.700

Sportlaan

Trapezium

Zwijnskade

12.000

Peulenlaan

Zwijnskade

op-/afrit A15 zuid

14.000

Peulenlaan

op-/afrit A15 zuid

Nijverheidsstraat

8.400

Peulenlaan

Nijverheidsstraat

Ambachtsstraat

7.400

Buitendams

op-/afrit A15 zuid

huisnummer 419

1.600

Schapedrift Schapedrift Schapedrift

8.200 4.100 3.800 3.500

Onderzoek weg- en railverkeerslawaai Bestemmingsplan 'De Blauwe Zoom - West' 621.117.40 / 28 februari 2023

19

Door de gemeente Hardinxveld-Giessendam is besloten om op de Schapedrift een stil wegdek (dunne deklaag type A of SMA-NL8G+) aan te brengen bij het eerst volgende groot onderhoud. De definitieve keuze voor het toe te passen wegdek zal in een later stadium worden gemaakt. In dit onderzoek is uitgegaan van een verharding van SMA-NL8G+ op het wegvak weergegeven in afbeelding 7.

Afbeelding 7

Aan te leggen stil wegdek (dunne deklaag type A of SMA-NL8G+) op Schapedrift

Op de interne wegen binnen De Blauwe Zoom is een wegdekverharding aanwezig of worden aangelegd bestaande uit een elementenverharding (klinkers) in keperverband. Een volledig overzicht van de in het geluidsmodel opgenomen verkeersgegevens (intensiteiten, verkeerssamenstelling en -verdeling, snelheden en verhardingen) voor het jaar 2033, die zijn gebruikt in dit onderzoek, is opgenomen in bijlage 1 ‘Overzicht verkeersgegevens’. Railverkeer De Betuweroute en Merwede-Lingelijn behoren tot de hoofdinfrastructuur. Daarom moet voor beide spoorlijnen worden uitgegaan van de railverkeersgegevens uit het emissieregister (http://www.geluidregisterspoor.nl/geluidregister.html). In het onderzoek is gebruik gemaakt van de gegevens per 20 februari 2023. In het algemeen is bij vaststelling van het geluidregister in 2012 voor spoorhoofdinfrastructuur het gemiddelde gebruik van de spoorbanen in 2006, 2007 en 2008 vastgelegd. De geluidsbelasting wordt op basis van dit gebruik bepaald. Daarbij wordt 1,5 dB bij deze geluidsbelasting opgeteld. Deze 1,5 dB kan worden beschouwd als een werkruimte voor ProRail op de zogenaamde geluidproductieplafonds (GPP’s). Dit geldt voor de Merwede-Lingelijn.

Onderzoek weg- en railverkeerslawaai Bestemmingsplan 'De Blauwe Zoom - West' 621.117.40 / 28 februari 2023

20

Voor spoorlijnen, zoals de Betuweroute, waarvoor een Tracébesluit is vastgesteld wordt het gebruik gebaseerd op informatie uit dat Tracébesluit. Voor dergelijke spoorlijnen wordt geen extra werkruimte van 1,5 dB aangehouden. De reden hiervoor is, dat in het akoestisch onderzoek voor het Tracébesluit reeds is uitgegaan van het verwachte toekomstige gebruik van de spoorlijn. Een bijzondere situatie betreft het gedeelte van de Betuweroute waar geen geluidsschermen aanwezig zijn. Voor deze tracédelen zijn bij het vaststellen van hogere waarden in het kader van het Tracébesluit 3 dB lagere geluidsbelastingen vastgelegd. Verwacht werd dat door bronbeleid of het aanbrengen van een geluidsscherm met een beperkte hoogte de geluidsbelasting kan worden teruggebracht. Deze 3 dB lagere waarden is vertaald middels een plafondcorrectiewaarde van -3 dB. Dit betekent voor de beheerder een aanscherping van de eis omdat deze plafondcorrectie er toe leidt dat de geluidproductieplafonds (GPP’s) eerder wordt bereikt en dat er eerder maatregelen moeten worden genomen. Naleving spoorwegen 2021 Jaarlijks wordt in september door ProRail een nalevingsverslag opgesteld waarbij inzichtelijk wordt gemaakt of het gebruik van het spoor in het voorliggende jaar voldaan wordt aan de geldende geluidproductieplafonds (GPP’s) op de zogenaamde referentiepunten.

De referentiepunten ter hoogte van plangebied ‘De Blauwe Zoom - West’ zijn weergegeven in afbeelding 8. Het laatst beschikbare nalevingsverslag heeft betrekking op de geluidproductieplafonds voor het jaar 2021. Het nalevingsverslag geeft inzicht in de beschikbare geluidsruimte op de referentiepunten tussen het vastgestelde geluidproductieplafond (GPP) en de geluidsbelasting gebaseerd op het gebruik 2021. De vergelijking van de GPP’s en de naleving 2021 is opgenomen in tabel 7.

Afbeelding 8

Referentiepunten spoorwegen (geluidproductieplafonds)

Onderzoek weg- en railverkeerslawaai Bestemmingsplan 'De Blauwe Zoom - West' 621.117.40 / 28 februari 2023

21

Tabel 7: Overzicht GPP en geluidproductie 2021

Referentiepunt

Waarde gpp Status gpp op in 2021 31-12-2021

Merwede-Lingelijn 31592 31593 31594 31595 31596 31597 31598 31599 31600 31601 31602 31603 31604 Betuweroute 37884 37885 37886 37887 37888 37889 37890 37891 37892 37893 37894 37895 37896 37897 37898

Reden vrijstelling of ontheffing

Ontheffing Verschil tussen 11.24: Geluidproductie geluidoproductie en 2021 toegestane gpp (waarde 31-12overschrijding 2021) in 2021

58,9 59,6 59,3 59,9 59,1 60,1 59,1 59,8 59,2 58,7 58,4 57,5 59,0

Vigerend Vigerend Vigerend Vigerend Vigerend Vigerend Vigerend Vigerend Vigerend Vigerend Vigerend Vigerend Vigerend

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

50,2 52,2 52,3 52,7 52,2 53,0 51,9 52,7 52,4 52,1 52,2 51,3 52,9

-8,7 -7,4 -7,0 -7,2 -6,9 -7,1 -7,2 -7,1 -6,8 -6,6 -6,2 -6,2 -6,1

71,9 71,5 69,7 71,4 71,6 62,5 71,4 64,9 71,4 65,1 71,3 64,9 71,0 64,7 71,1

Vigerend Vigerend Vigerend Vigerend Vigerend Vigerend Vigerend Vigerend Vigerend Vigerend Vigerend Vigerend Vigerend Vigerend Vigerend

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

64,5 64,2 62,6 64,1 64,2 55,2 64,1 57,6 64,0 57,8 64,0 57,7 63,7 57,5 63,8

-7,4 -7,3 -7,1 -7,3 -7,4 -7,3 -7,3 -7,3 -7,4 -7,3 -7,3 -7,2 -7,3 -7,2 -7,3

Uit tabel 7 volgt dat de werkelijke geluidproductie in 2021 voor zowel de Merwede-Lingelijn als de Betuweroute ver onder de vastgestelde geluidproductieplafonds ligt. De werkelijke geluidproductie is voor zowel de Merwede-Lingelijn als de Betuweroute is tot ca. 7 dB lager dan waarmee rekening wordt gehouden in dit akoestisch onderzoek. De verschillen zijn te verklaren uit het volgende: - De geluidproductieplafonds zijn langs de Merwede-Lingelijn zijn gebaseerd op het gemiddelde gebruik, in de jaren 2006, 2007 en 2008, +1,5 dB. In de betreffende jaren reed er met name oud personenmaterieel (categorie MAT ’64) en goederenmaterieel over de spoorweg. Het huidige personenmaterieel is aanzienlijk stiller en goederenvervoer vindt nog slechts plaats bij calamiteiten; - De geluidproductieplafonds langs de Betuweroute zijn gebaseerd op het Tracébesluit met een correctie van -3 dB in verband met de instroom van stiller goederenmaterieel. De Betuweroute wordt nog niet zo intensief gebruikt als voorzien in het Tracébesluit, terwijl ook de instroom van stiller materieel hoger is dan waarmee in de correctie van -3 dB rekening is gehouden.

Onderzoek weg- en railverkeerslawaai Bestemmingsplan 'De Blauwe Zoom - West' 621.117.40 / 28 februari 2023

22

De uit dit onderzoek volgende geluidsbelastingen voor de Merwede-Lingelijn en Betuweroute, zijn gebaseerd op de juridische uitgangspunten behorende bij de geluidproductieplafonds en daarmee aanzienlijk hoger dan de werkelijke geluidsbelastingen in 2021 op de referentiepunten.

3.2

Berekeningsmethode Voor de bepaling van de geluidsbelastingen ten gevolge van het weg- en railverkeer is gebruik gemaakt van geluidsmodel volgens Standaardrekenmethode 2 (weg- en railverkeerslawaai), overeenkomstig het RMG 2012. Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van het rekenprogramma Geomilieu versie 2022.41. In de geluidsmodellen zijn de driedimensionale gegevens opgenomen van de huidige situatie in meters ten opzichte van N.A.P. In de geluidsmodellen zijn de omgevingskenmerken en geluidsbronnen ingevoerd. Met de geluidsmodellen zijn de geluidsbelastingen berekend voor de toekomstige situatie (2033). De in de computersimulatiemodellen opgenomen omgevingskenmerken worden hierna verder toegelicht.

3.3

Omgevingskenmerken De in geluidsmodellen opgenomen omgevingskenmerken zijn van invloed op de geluidsbelastingen die worden berekend op de beoordelings- c.q. toetspunten. Zo zorgt bebouwing voor afscherming en reflecties. De in de modellen opgenomen bodemgebieden zijn van belang voor overdracht van het geluid. Hierbij wordt het geluid boven een ‘zachte’ bodem (onverharde gebieden, zoals groenstroken, tuinen etc.) geabsorbeerd. Dit wordt ook wel bodemdemping genoemd. De bodemdemping wordt mede beïnvloed door het maaiveldverloop. Bij een hooggelegen weg ten opzichte van de omgeving zal de bodemdemping lager zijn dan bij een weg op maaiveld. Het verloop van het maaiveld is in de modellen opgenomen in de vorm van zogenaamde hoogtelijnen en hoogtepunten.

Voor het opstellen van de rekenmodellen is gebruik gemaakt van de volgende gegevens: - Bestemmingsvlakken van KuiperCompagnons; - Bebouwing ‘De Blauwe Zoom - West’, conform verkaveling, ­ Bebouwing Bestaand en vergund, conform Basisadministratie Adressen en Gebouwen (BAG) (november 2022); ­ Verhardingsvlakken, conform Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) (november 2022); ­ Hoogtelijnen/maaiveldverloop, conform Digitaal Topografisch Bestaand (DTB): kaartblad D38dz en D38gz; ­ Data geluidregister weg (verkeersgegevens rijkswegen en geluidsschermen); ­ Data geluidregister spoor (verkeersgegevens spoorwegen en geluidsschermen); ­ Hoogte-informatie (AHN4) zoals te raadplegen via de viewer op https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/.

Onderzoek weg- en railverkeerslawaai Bestemmingsplan 'De Blauwe Zoom - West' 621.117.40 / 28 februari 2023

23

De in de computersimulatiemodellen opgenomen omgevingskenmerken kunnen bestaan uit: § Bebouwing; § Bodemgebieden; § Hoogtelijnen; § Geluidsschermen; § Hellingcorrectie; § Kruispunten en obstakels; § Beoordelings- c.q. toetspunten. De omgevingskenmerken zijn in de computersimulatiemodellen opgenomen conform het Rekenen meetvoorschrift geluid 2012. Hieronder volgt een overzicht van de modelgegevens en de aanpassingen die zijn doorgevoerd in de huidige modellen. Bebouwing De bebouwing is in het rekenmodel opgenomen op basis van de bestaande bebouwing, zoals opgenomen in de Basisadministratie Adressen en Gebouwen (BAG) van het Kadaster. De hoogte van de bebouwing in de directe omgeving van het onderzoeksgebied is ingevoerd op basis van de hoogte zoals te raadplegen is in de viewer op https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/. De hoogte van de overige bebouwing is gebaseerd op het aantal bouwlagen. In november 2022 is dit gebouwenbestand geactualiseerd aan de hand van de meest recente BAG (3D). De binnen het bedrijventerrein ’t Oog te realiseren bebouwing is, conform de maximale bebouwingsmogelijkheden in het bestemmingsplan, opgenomen in de vorm van een zogenaamd woonwijkscherm met een hoogte van 12 meter en een bebouwingsdichtheid van 70%. De ‘nieuwe’ bebouwing binnen de functie ‘Wonen-2’ is in het bestemmingsgrenzen-model opgenomen op basis van de bestemmingsgrenzen.

In het verkavelingsmodel is de bebouwing opgenomen op basis van de verkavelingstekening van 17 mei 2021. Bodemgebieden Het rekenmodel heeft, buiten de ingevoerde bodemgebieden, standaard een ‘zachte bodemfactor’ met een Bf=1,0 (100% absorberend). In het rekenmodel zijn de akoestische harde gebieden (zoals water en wegen) ingevoerd met een bodemfactor Bf=0,0 (0% absorberend). Voor de zogenaamde ‘erven’ rond de woningen is een bodemfactor Bf=0,5 (50% verhard) aangehouden. De bodemfactor Bf=0,5 (50% verhard) is eveneens aangehouden voor de bestemming ‘Woongebied’. Op grond van het RMG 2012 dient bij een wegdektype dat significant absorberende eigenschappen heeft, zoals eenlaags ZOAB en (fijn) tweelaags ZOAB, een absorptiefractie van 0,5 (Bf=0,5) te worden aangehouden. Voor de verhardingsvlakken van Rijksweg A15 die zijn voorzien van eenlaags ZOAB is daarom een bodemfactor Bf=0,5 gehanteerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/796/documents/27579