Bijlage bij beantwoording techn vragen ChristenUnie over Nota Parkeernormen - Omgevingsverordening Prov ZH.pdf
Tekst van het document
Afdeling 13.2 Gegevensbeheer Artikel 13.5 (grondwaterregister)
95
1
Gedeputeerde staten houden een register bij waarin wateronttrekkingsactiviteiten, inhoudende het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening of het in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening, worden opgenomen.
2
In het grondwaterregister worden de gegevens, bedoeld in artikel 10.4, opgenomen die in het kader van een wateronttrekkingsactiviteit als bedoeld in het eerste lid aan gedeputeerde staten worden verstrekt.
3
In het grondwaterregister worden de gegevens opgenomen die in het kader van de wateronttrekkingsactiviteit, bedoeld in artikel 16.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, door de houder van de omgevingsvergunning aan gedeputeerde staten worden verstrekt.
4
Een niet in het grondwaterregister opgenomen wateronttrekkingsactiviteit, inhoudende het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening of het in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening, wordt ambtshalve door gedeputeerde staten in het grondwaterregister opgenomen. De datum van de ambtshalve inschrijving is de aanvangsdatum van de wateronttrekkingsactiviteit.
5
Met het toezicht op de naleving van dit artikel zijn de door gedeputeerde staten aangewezen toezichthouders belast.
HOOFDSTUK 14 OVERGANGSRECHT Artikel 14.1 (toestemming faunabeheereenheid op grond van artikel 3.17, derde lid Wet natuurbescherming) Artikel 4.13 van de Invoeringswet Omgevingswet is van overeenkomstige toepassing op een schriftelijke en gedagtekende toestemming die, voordat deze verordening in werking is getreden, door de faunabeheereenheid is verleend op grond van artikel 3.17, derde lid, van de Wet natuurbescherming.
HOOFDSTUK 15 OVERIGE EN SLOTBEPALINGEN Afdeling 15.1 Overige bepalingen Artikel 15.1 (intrekken Omgevingsverordening Zuid-Holland en Provinciale milieuverordening) 1
De Omgevingsverordening Zuid-Holland wordt ingetrokken.
2
De Provinciale milieuverordening Zuid-Holland wordt ingetrokken.
3
Als de Provinciale milieuverordening Zuid-Holland is ingetrokken voor het tijdstip dat de Omgevingswet in werking treedt, dan wordt de verordening ingetrokken die de Provinciale milieuverordening Zuid-Holland heeft ingetrokken.
Artikel 15.2 (omhangbepaling) Na de inwerkingtreding van deze verordening berusten: a. b. c.
het Reglement adviescommissie detailhandel Zuid-Holland ook op artikel 11.1; de aanwijzing door gedeputeerde staten van personen als toezichthouder infrastructuur ook op artikel 12.1; de aanwijzing door gedeputeerde staten van personen als toezichthouders luchtvaart ook op artikel 12.2.
Artikel 15.3 (omhangbepaling nadere regels) Na de inwerkingtreding van deze verordening berusten alle nadere regels gesteld op grond van bepalingen die bij deze verordening vervallen of worden ingetrokken, voor zover niet specifiek bepaald in deze verordening, op deze verordening.
Afdeling 15.2 Slotbepalingen Artikel 15.4 (inwerkingtreding) Deze verordening treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt, of op een bij besluit van gedeputeerde staten te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 15.5 (citeertitel) Deze verordening wordt aangehaald als: Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.
96
BIJLAGE I BEGRIPPEN Begrippen Voor de toepassing van deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij anders bepaald, verstaan onder: 1% letaliteitsgrens
grens van het gebied rondom een milieubelastende activiteit met externe veiligheidsrisico's, waarbinnen in geval van de grootste beschouwde calamiteit 1% van de aanwezige personen die aan het gevaar worden blootgesteld, naar verwachting komt te overlijden;
aandachtsgebied met verhoogd groepsrisico:
aandachtsgebied waarbinnen het berekende groepsrisico de oriëntatiewaarde overschrijdt, of waarbinnen een kwalitatieve inschatting van het groepsrisico aannemelijk maakt dat de oriëntatiewaarde wordt overschreden;
aandachtsgebied:
brandaandachtsgebied, explosieaandachtsgebied of gifwolkaandachtsgebied;
achtergrondwaarden:
waarden als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit;
adviescommissie detailhandel Zuid-Holland:
onafhankelijk adviesorgaan waarvan het reglement door gedeputeerde staten is vastgesteld bij besluit van 26 mei 2015 en dat de gemeentelijke onderbouwing van een nieuwe detailhandelsontwikkeling op kwantitatieve en kwalitatieve behoefte en de ruimtelijke effecten van de ontwikkeling, zoals woon- en leefklimaat, objectief valideert;
afhaalpunt voor niet-dagelijkse artikelen: ruimte ten behoeve van de levering en retournering van vooraf elders bestelde artikelen, niet zijnde levensmiddelen of middelen voor de persoonlijke verzorging, zonder het tonen van artikelen in een showroom, etalage of op een andere manier;
97
agrarisch bedrijf:
bedrijf dat gericht is op het voortbrengen van producten door het telen van gewassen, houtteelt daaronder begrepen, of het houden van dieren;
agrarisch bouwperceel:
aaneengesloten terrein waarbinnen bedrijfsgebouwen, bijgebouwen, een bedrijfswoning met bijbehorend erf en tuin, andere bouwwerken zoals hooibergen, voersilo’s, kuilvoerplaten, biomassavergistingsinstallaties, mestopslag, erfverharding, parkeervoorzieningen en erfbeplanting zijn geconcentreerd;
akkerbouwbedrijf:
bedrijf dat alleen of overwegend is gericht op het telen van akkerbouwgewassen in de open grond;
ambachtelijk bedrijf:
het kleinschalig en bedrijfsmatig vervaardigen, bewerken of herstellen van goederen, geheel of overwegend door middel van handwerk;
anorganische meststoffen:
meststoffen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder h, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;
badseizoen:
badseizoen als bedoeld in artikel 3.4 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;
baggerspecie:
baggerspecie als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit;
bebouwde kom:
gebied van een gemeente zoals bedoeld bij of krachtens artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;
bebouwing:
één of meerdere gebouwen of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
bedrijventerrein:
terrein dat bestemd en geschikt is voor gebruik door handel, nijverheid, commerciële en niet- commerciële dienstverlening en industrie;
berekend groepsrisico:
groepsrisico zoals berekend door het rekenpakket Safeti-NL, RBM II of CAROLA, volgens het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid, genoemd in artikel 8.7 van de Omgevingsregeling;
bestaand stads- en dorpsgebied:
stedelijk gebied als bedoeld in bijlage 1, onder A van het Besluit kwaliteit leefomgeving;
BIJ12:
uitvoeringsorganisatie voor de samenwerkende provincies;
bodembedreigende stof:
stof die de bodem kan verontreinigen en stoffen of mengsels als omschreven in artikel 3 van de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels die de bodem kunnen verontreinigen;
bollenteeltbedrijf:
bedrijf dat is gericht op de teelt van bloembollen, bolbloemen en knolgewassen, de teelt van snijbloemen en laagblijvende eenjarige en vaste bloeiende tuinplanten, de teelt van vollegrondstuinbouwproducten als eenjarige wisselteelt, niet zijnde boom- en sierteelt en fruitteelt, zo nodig met het gebruik van ondersteunend glas;
bouwmarkt:
detailhandelsvestiging waarvan het hoofdassortiment bestaat uit bouwmaterialen, evenals materialen die voor het verrichten van bouw- en verbouwwerkzaamheden nodig zijn;
bronaanpak:
het saneren van de bodem overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregels, bedoeld in paragraaf 7.3.5.2, in verband met de aanwezigheid van een mobiele verontreiniging in de vaste bodem, die zich zowel in de onverzadigde als de verzadigde zone kan bevinden, met als oogmerk een inbreng van de verontreinigende stof vanuit de bodem naar het grondwater te voorkomen of beperken;
carcinogeen:
de eigenschappen beschreven in 3.6.1.1 van deel 3, bijlage I, EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels;
compensatiewoning:
woning op grond van de Ruimte-voor-Ruimteregeling genoemd op blz. 55 van de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek 2016 die met de volgende identificatienummers is gepubliceerd: - NL.IMRO.0537.svISG2016-va01 (gemeente Katwijk); - NL.IMRO.0534.visieISG2016-VA01 (gemeente Hillegom); - NL.IMRO.1525.ISG2016-0003 (gemeente Teylingen); - NL.IMRO.0553.ISG2016-VA01 (gemeente Lisse); - NL.IMRO.0575.SVISG2016-VA01 (gemeente Noordwijk); - NL.IMRO.0576.ISG2016-0003 (gemeente Noordwijkerhout);
detailhandel in volumineuze goederen:
detailhandel waarbij het hoofdassortiment bestaat uit omvangrijke goederen waarvoor een grote uitstallingsruimte nodig is, zoals auto’s, boten en caravans;
detailhandel:
bedrijfsmatig te koop aanbieden, uitstallen ten verkoop, verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
dienstverlening:
bedrijfsmatig verlenen van commerciële- en niet-commerciële diensten, waarbij het publiek rechtstreeks, al dan niet via een balie, te woord wordt gestaan en geholpen;
drijvend voorwerp:
drijvend voorwerp als bedoeld in artikel 1.01, onder D, onderdeel 1°, van het Binnenvaartpolitiereglement;
drinkwaterbedrijf:
drinkwaterbedrijf als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drinkwaterwet;
duurzaam beheer van populaties van in geheel aan handelingen dat gericht is op het beïnvloeden van het wild levende dieren: de omvang van die populatie en de demografie op dusdanige
98
wijze wordt beïnvloed dat er ook op de lange termijn sprake blijft van een levensvatbare populatie die niet in het voortbestaan wordt bedreigd;
99
gedeputeerde staten:
gedeputeerde staten van Zuid-Holland;
geitenhouderij:
bedrijf of een onderdeel daarvan waar geiten worden gehouden;
gemakswinkel:
winkel voor kleine en snelle aankopen met een beperkt assortiment van dagelijkse of direct te gebruiken artikelen;
gemengd bollenteelt- en glastuinbouwbedrijf:
bedrijf dat is gericht op de teelt van bloembollen, bolbloemen en knolgewassen, de teelt van snijbloemen en laagblijvende eenjarige en vaste bloeiende tuinplanten, de teelt van vollegrondstuinbouwproducten als eenjarige wisselteelt, niet zijnde boom- en sierteelt en fruitteelt, in zowel de volle grond als onder glas en dat ten minste 3.000 m2 glas duurzaam in gebruik heeft;
glastuinbouwbedrijf:
volwaardig en doelmatig bedrijf in overwegende mate gericht op het voortbrengen van producten en het leveren van diensten door het duurzaam en intensief kweken van assimilerende organismen onder invloed van licht, geheel of hoofdzakelijk overdekt; waarbij onder kweken wordt verstaan veredeling, selectie, opkweek en verzorging, en waarbij onder licht wordt verstaan licht afkomstig uit natuurlijke of kunstmatige bron;
greenportwoning:
woning (ook genoemd Offensiefwoning en landgoedachtige woning), waarvan in de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek 2016 is aangegeven dat die in het buitengebied, buiten het bestaand stads- en dorpsgebied, kan komen. Het betreft greenportwoningen zoals genoemd op blz. 55 van de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duinen Bollenstreek 2016 die met de volgende identificatienummers is gepubliceerd: - NL.IMRO.0537.svISG2016-va01 (gemeente Katwijk); - NL.IMRO.0534.visieISG2016-VA01 (gemeente Hillegom); - NL.IMRO.1525.ISG2016-0003 (gemeente Teylingen); - NL.IMRO.0553.ISG2016-VA01 (gemeente Lisse); - NL.IMRO.0575.SVISG2016-VA01 (gemeente Noordwijk); - NL.IMRO.0576.ISG2016-0003 (gemeente Noordwijkerhout);
groepsrisico:
de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door een activiteit met externe veiligheidsrisico's;
grondwatergevoelig gebouw:
grondwatergevoelig gebouw als bedoeld in artikel 7.27;
grondwatergevoelige locatie:
grondwatergevoelige locatie als bedoeld in artikel 7.28;
grondwaterregister:
grondwaterregister als bedoeld in artikel 13.4b eerste lid, onder c van de Omgevingswet;
grote ruimtevragers:
bedrijfsfuncties die zijn gehuisvest in een samenhangend gebouwencomplex op een bouwwerkperceel van 3 ha of meer;
hoofdinfrastructuur:
weg of spoorweg van nationaal belang, met bijbehorende voorzieningen, en overige spoorwegen;
hoofdtak intensieve veehouderij:
bedrijfsonderdeel intensieve veehouderij dat qua economische bedrijfsomvang als agrarische hoofdactiviteit kan worden aangemerkt;
houtgewas:
bomen, heesters, struik-, veld- en tuingewassen en andere houtgewassen, de wortels inbegrepen;
intensieve veehouderij:
bedrijf waar slacht-, leg-, of pelsdieren in gebouwen worden gehouden of gefokt, met uitzondering van bedrijven waar aan vrijwel alle dieren ten minste een aanmerkelijk deel van het jaar de mogelijkheid wordt geboden van vrije weidegang of vrije uitloop;
100
kantoor:
gebouw of deel daarvan dat gebruikt wordt voor het bedrijfsmatig verrichten van administratieve werkzaamheden op financieel, ontwerptechnisch, juridisch, of ander daarmee gelijk te stellen gebied;
kas:
bouwwerk van bijna alleen maar glas of ander lichtdoorlatend materiaal met een bouwhoogte van 1 m of meer voor de bedrijfsmatige teelt van gewassen;
kort verblijf:
kortdurend en in ieder geval niet langer dan vijftien minuten, innemen van een ligplaats voor het in of uit laten stappen van passagiers, het laden of lossen van pleziervaartgerelateerde goederen of het te water laten van een pleziervaartuig;
kringloopwinkel:
detailhandelsvestiging waarbij gebruikte huisraad, kleding, fietsen en overige kringloopgoederen om niet worden ingezameld en worden gerepareerd en verkocht;
kunstwerk:
bruggen, viaducten, tunnels, duikers, sluizen en soortgelijke technische werken in spoorbouw, wegenbouw of waterbouw;
kwaliteitscriteria:
in landelijke samenwerking tussen bevoegde gezagen ontwikkelde en beschikbaar gestelde actuele kwaliteitscriteria vergunningverlening, toezicht en handhaving inzake de beschikbaarheid en de deskundigheid van organisaties die met de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten zijn belast;
kwaliteitsklasse wonen:
kwaliteitsklasse wonen als bedoeld in artikel 4.2.1, onder b, van de Regeling bodemkwaliteit;
kwaliteitsklasse:
indeling in een categorie voor de kwaliteit van de bodem, bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit;
kwetsbaar gewas:
onder ‘landbouw’ en ‘vollegrondsgroenteteelt’ beschreven teelten, met uitzondering van weide-, hooi- of graszaadpercelen waarvan het grasgewas minimaal zes maanden oud is en granen en graszaad in de periode waarin het gewas afrijpt;
landbouw:
akkerbouw, weidebouw, veehouderij, pluimveehouderij, tuinbouw – daaronder begrepen fruitteelt en het kweken van bomen, bloemen en bloembollen - en elke andere vorm van bodemcultuur hier te lande;
landgoed:
ruimtelijk functionele eenheid bestaande uit bos, overige natuur en woonbebouwing, al dan niet in combinatie met agrarische bedrijfsgronden;
lange hond:
hond die door zijn daarvoor voldoende lichaamsbouw in staat is in open veld een gezonde, volwassen haas te achtervolgen, in te halen en te grijpen;
ligplaats:
plaats in of boven het water om door een vaartuig ter verblijf van meer dan vijftien minuten te worden ingenomen;
maaiveld:
hoogteligging van de gronden ter plaatse van en direct grenzend aan een voorgenomen ontgronding;
maatgevende hoogwaterstand:
het door gedeputeerde staten vastgesteld hoogwaterpeil dat op basis van de overschrijdingsfrequentie van de waterstand en de omgevingswaarde veiligheid regionale waterkering van het type waterkering als maatgevend wordt beschouwd. Voor regionale boezemkeringen wordt dit bepaald door het maatgevend boezempeil, de scheefstand van de boezem door opwaaiing en de werking van boezemgemalen. Voor regionale waterkeringen langs vrij afstromende wateren wordt de maatgevende hoogwaterstand berekend door hydrologische analyse met eventueel gebruik van afvoernormen, modellen of metingen;
milieucategorie:
milieucategorie zoals omschreven in de Handreiking Bedrijven en Milieuzonering, uitgebracht door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (2009);