CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 - Toelichting Bijlage 5 Quickscan flora en fauna.pdf

Gemeenteraad GHG 27 juni 2024, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 12: Vaststellen bestemmingsplan Buitendams 348-350 - Raadsvoorstel10.718 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

o

Provinciale Verordening Zuid-Holland ▪

Effecten op beschermde gebieden onder de Provinciale Verordening Zuid-Holland kunnen op voorhand worden uitgesloten.

o

Houtopstanden ▪

Het onderdeel Houtopstanden van de Wet Natuurbescherming is voor deze ontwikkeling niet van toepassing.

•

Beschermde soorten o

Negatieve effecten op de volgende beschermde soorten en functies niet op voorhand zijn uit te sluiten ▪

Huismus: vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel functioneel leefgebied.

▪

Gierzwaluw: vaste rust- en verblijfplaatsen.

▪

Steenuil: vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel functioneel leefgebied.

▪

Kerkuil: vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel functioneel leefgebied.

▪

Vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger en meervleermuis): vaste rust- en verblijfplaatsen (zomerverblijfplaats, paarverblijfplaats, kraamverblijfplaats en winterverblijfplaats).

▪

Steenmarter: vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel functioneel leefgebied.

o

Negatieve effecten op overige soorten die vallen onder de bescherming van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, of die nationaal beschermd zijn kunnen op voorhand worden uitgesloten

Aanvullend onderzoek (zie hoofdstuk 7) is noodzakelijk om vast te stellen of deze potentiële natuurwaarden aanwezig zijn binnen het plangebied, en om te bepalen of de werkzaamheden negatieve effecten zullen hebben. Is dit het geval, dan dient mogelijk een ontheffing Wet Natuurbescherming te worden aangevraagd, en dienen er mitigerende maatregelen te worden getroffen. Tijdens de werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met algemene

35

broedvogels en Categorie-5 soorten. Schadelijke effecten op in gebruik zijnde nesten van vogels zijn te voorkomen door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 1 maart – 15 augustus).

Ecoresult B.V. oktober 2022

36

8

Geraadpleegde bronnen

8.1

Literatuur Handreiking Kleine Marters •

Bouwens, S. 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming. Provincie Noord-Brabant, Den Bosch

Onderzoeksresultaten plangebied • Econsultancy, 2017. Rapportage ecologisch onderzoek Buitendams 348 en 350 te Hardinxveld-Giessendam. • Econsultancy, 2021. Onderzoek stikstofdepositie Buitendams 348 en 350 te HardinxveldGiessendam.

8.2

Internet Beschermde gebieden & soorten •

https://pzh.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=698b578f8bf34f5ab624e 1f2ae687199&extent=33428.9852%2C415026.1883%2C131473.1813%2C477053.1124%2C28 992

•

https://calculator.aerius.nl/calculator/?locale=nl

Kadastrale Kaarten •

https://bagviewer.kadaster.nl/lvbag/bag-viewer/index.html

Kennisdocumenten soorten •

https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soortenontheffingen-wet-natuurbescherming/

Nationale Databank Flora en Fauna •

https://ndff-ecogrid.nl/

Natuurwetgeving •

www.rvo.nl

•

https://omgevingsdiensthaaglanden.nl/aanvraag-wet-natuurbescherming.html

PDOK – Publieke Dienstverlening op de Kaart •

http://pdokviewer.pdok.nl

Vleermuisprotocol 2021 •

https://www.netwerkgroenebureaus.nl/downloads/category/20?download=812

37

Bijlage I - Foto-impressie plangebied

Westelijke kopgevel woning 350. Foto: E.M.C. Schonck | Ecoresult B.V.

Ontbrekende/losliggende delen van de houten afwerking van de dakgoot van woning 350. Foto: E.M.C. Schonck | Ecoresult B.V.

Ecoresult B.V. oktober 2022

38

Oostelijke kopgevel woning 350. Foto: E.M.C. Schonck | Ecoresult B.V.

Westelijke kopgevel woning 348. Foto: E.M.C. Schonck | Ecoresult B.V.

Ecoresult B.V. oktober 2022

39

Binnenzijde van één van de schuurtjes binnen het plangebied. Foto: E.M.C. Schonck | Ecoresult B.V.

Binnenzijde van één van de schuurtjes binnen het plangebied. Foto: E.M.C. Schonck | Ecoresult B.V.

Ecoresult B.V. oktober 2022

40

Sloot binnen het plangebied. Foto: E.M.C. Schonck | Ecoresult B.V.

Dichtbegroeide delen binnen het plangebied. Foto: E.M.C. Schonck | Ecoresult B.V.

Ecoresult B.V. oktober 2022

41

Foto van aanwezige huismusjes bij woning 350. Foto: E.M.C. Schonck | Ecoresult B.V.

Ecoresult B.V. oktober 2022

42

Bijlage II - Toelichting onderzoekskader Wet natuurbescherming De Wet Natuurbescherming (Wnb) regelt de bescherming van beschermde natuurgebieden (Natura 2000) en regelt de soortbescherming. De provincies zijn voor de Wet Natuurbescherming het bevoegd gezag en regelen tevens de vergunning en ontheffingen. De bescherming van de Wet Natuurbescherming is grofweg op te delen in drie categorieën.

Bescherming van gebieden De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op de Natura 2000-gebieden. De verschillende Natura 2000-gebieden zijn deels aangewezen voor specifieke Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en/of habitattypen. Invloeden (ook van buiten het Natura 2000-gebied) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen. Daarnaast mag de oppervlakte van het Natura 2000gebied niet worden aangetast. Toetsing stikstofemissies Natura 2000 Sinds 1 juli 2021 geldt een partiële vrijstelling van de Natura 2000-vergunningplicht voor de gevolgen van stikstofdepositie door bij AMvB aangewezen activiteiten van de bouwsector. De vrijstelling geldt alleen voor tijdelijke stikstofemissies die tijdens de bouw- en aanlegfase veroorzaakt worden. De vrijstelling geldt niet voor structurele stikstofemissies als gevolg van een (veranderende) gebruiksfase of voor het delven van grondstoffen en de productie van bouwmaterialen. De vrijstelling omvat grofweg alle werkzaamheden die te maken hebben met sloopwerkzaamheden, werkzaamheden in het kader van bouwrijp maken, nieuwbouwwerkzaamheden en bijbehorende activiteiten en verkeersbewegingen. Tevens omvat de partiële vrijstelling

onder

andere

ook

werkzaamheden

zoals

baggerwerkzaamheden,

aanleg

van

energievoorzieningen (zoals zonneparken) en de aanleg- en vervanging van wegen. Stikstofemissies als gevolg van de gebruiksfase zoals bewoning, gebruik van een utiliteitsgebouw of verkeersaantrekkende

werking

dienen

wel

getoetst

te

worden

aan

de

Natura

2000

instandhoudingsdoelstellingen, al dan niet door middel van een AERIUS-berekening. De partiële vrijstelling komt mede tot stand door de verwachte emissiebeperkingen die gerealiseerd worden door bestaand beleid. De emissiebeperkingen komen mede tot stand door veranderingen in de werkwijzen en door verplichtingen als gevolg van nieuwe maatregelen. Deze maatregelen omvatten onder andere: •

Het treffen van adequate maatregelen in de bouwregelgeving tot het beperken van emissies,

•

Het inzetten op emissiearme aanbestedingen door rijksdiensten,

•

Het stimuleren van de aanschaf van emissievrij materiaal en van ombouw naar emissievrij of emissiearm materieel,

•

Het bevorderen van kennisontwikkeling en innovatie voor meer emissiearme bouw.

Initiatiefnemers zijn als gevolg van de partiële vrijstelling verplicht om stikstofemissies te beperken bij de werkzaamheden. De genoemde verplichting gaat gelden voor werkzaamheden die op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving reeds vergunning- of meldingsplichtig zijn. In dit geval dient het bevoegd gezag voor de start van de werkzaamheden door de initiatiefnemer geïnformeerd te worden over de concrete invulling van deze verplichting. Men kan hierbij denken aan: •

Emissievrij/emissiearme mobiele werktuigen,

•

Meer gebruik van prefab bouwmateriaal (zoals off-site productie),

Ecoresult B.V. oktober 2022

43

•

Emissievrij materiaal,

•

Emissiearme bouwconcepten en bouwlogistiek,

•

Efficiëntere bouwprocessen en bouwlogistiek.

Bescherming van soorten De Wnb onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie Tabel 8). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau: de Nationaal beschermde soorten (in de wet aangeduid als “andere soorten”). Voor de soorten binnen dit beschermingsregime geldt een onderzoeksplicht, en bij negatieve effecten een ontheffingsplicht. De provincies kunnen aangeven of zij soorten uit deze lijst willen vrijstellen van ontheffingsplicht. Naar deze soorten is nader onderzoek of een ontheffing niet nodig, wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs van men verwacht kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen7. Tabel 8: De verbodsbepalingen behorende bij de verschillende beschermingsregimes zoals opgenomen in de Wet natuurbescherming.

Beschermingsregime soorten Beschermingsregime soorten Beschermingsregime Nationaal Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb beschermde soorten (andere soorten) § 3.3 Wnb Art 3.1 lid 1 Art 3.5 lid 1 Art 3.10 lid 1a Het is verboden in het wild levende Het is verboden soorten in hun Het is verboden soorten opzettelijk te vogels opzettelijk te doden of te natuurlijke verspreidingsgebied doden of te vangen. vangen. opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.1 lid 2 Art 3.5 lid 4 Art 3.10 lid 1b Het is verboden opzettelijk nesten, Het is verboden de Het is verboden de vaste rustplaatsen en eieren van vogels te voortplantingsplaatsen of rustplaatsen voortplantingsplaatsen of rustplaatsen vernielen of te beschadigen, of nesten van dieren te beschadigen of te van dieren opzettelijk te beschadigen of van vogels weg te nemen vernielen. te vernielen. Art 3.1 lid 3 Art 3.5 lid 3 Niet van toepassing Het is verboden eieren te rapen en dezeHet is verboden eieren van dieren in de onder zich te hebben. natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Art 3.1 lid 4 en lid 5 Art 3.5 lid 2 Niet van toepassing Het is verboden vogels opzettelijk te Het is verboden dieren opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van verstoren. wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Niet van toepassing Art 3.5 lid 5 Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. vernielen

7

Ministerie van Economische zaken (2016) Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen

Ecoresult B.V. oktober 2022

44

Bescherming van houtopstanden De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van de Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijbomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod. Deze voorwaarden zijn tevens van kracht als het slechts een deel van de houtopstand groter dan 10 are of 20 bomen in een rij betreft. Het onderdeel beschermde houtopstanden heeft geen betrekking op: •

houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom;

•

houtopstanden op erven of in tuinen;

•

fruitbomen en windschermen om boomgaarden;

•

naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar;

•

kweekgoed;

•

uit populieren of wilgen bestaande: o

wegbeplantingen;

o

beplantingen langs waterwegen;

o

eenrijige beplantingen langs landbouwgronden.

•

het dunnen van een houtopstand;

•

uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: o

ten minste eens per tien jaar worden geoogst;

o

bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en zijn aangelegd na 1 januari 2013.

Omgevingsverordening Zuid-Holland In de provinciale Omgevingsverordening is vastgelegd welke gebieden vanuit Nederlandse wetgeving worden beschermd. Onderdeel van de beschermde gebieden in de Omgevingsverordening is het NatuurNetwerk Nederland (NNN). Het Natuurnetwerk Nederland betreft een netwerk aan gebieden en verbindingszones die tezamen één geheel vormen en de Nederlandse natuurgebieden verbinden. Het NNN is verankerd in de bestemmingsplannen waarin de regels uit de provinciale Omgevingsverordening Zuid-Holland zijn verwerkt. Het ruimtelijke beleid voor het NNN kent het “nee, tenzij” principe wat inhoudt dat ruimtelijke ontwikkelingen binnen het NNN niet zijn toegestaan tenzij deze geen schadelijke effecten op de aanwezige (natuur)waarden hebben. Deze waarden zijn vastgelegd als de “wezenlijke kenmerken en waarden” van het NNN. Elke provincie heeft zelf de regie over de invulling van deze kenmerken en waarden. In tegenstelling tot Natura 2000 is toetsing van externe effecten op de aanwezige kenmerken en waarden in de provincie Zuid- Holland niet van toepassing. Provincies zijn vrij dit nader in te vullen. Naast het NNN kunnen provincies gebieden planologisch beschermen. In de provincie Zuid-Holland betreft dit Belangrijke weidevogelgebieden en de Strategische Reservering Natuur.

In sommige provincies zijn deze gebieden vervlochten binnen het kader van het NNN en geldt hiervoor eenzelfde toetsingskader.

Ecoresult B.V. oktober 2022

45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/907/documents/29296