Bijlage 8 - Toelichting Bijlage 5 Quickscan flora en fauna.pdf
Tekst van het document
Quickscan In het kader van de Wet natuurbescherming en de Omgevingsverordening Zuid-Holland Plangebied: Buitendams 348-350, Hardinxveld-Giessendam Opsteller(s): E.M.C. Schonck
Quickscan In het kader van de Wet natuurbescherming en Omgevingsverordening Zuid-Holland. Colofon Plangebied
Buitendams 348-350, Hardinxveld-Giessendam
Opsteller(s)
E.M.C. Schonck
Datum
10-10-2022
Versienummer
01
Rapportkenmerk
ER20220712v01
Aantal pagina’s
45
Opdrachtgever
Lx Real Estate namens Gebroeders Blokland Ontwikkeling en Bouw B.V.
Contactpersoon
J. Bezemer
Kwaliteitscontrole
L. Boon
Projectleider
L. Boon
Wijze van citeren
Schonck, E.M.C., 2022. Quickscan. In het kader van de Wet natuurbescherming en Omgevingsverordening Zuid- Holland. Plangebied: Buitendams 348-350, Hardinxveld-Giessendam. Kenmerk: ER20220712v01. Ecoresult B.V., Alblasserdam
Ecoresult B.V. Edisonweg 10- unit 320 2952 AD Alblasserdam 078 75 184 12 info@ecoresult.nl www.ecoresult.nl © copyright Ecoresult B.V. 2022
2
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. Ecoresult B.V. kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.
Inhoudsopgave 1
2
3
4
5
6
Inleiding
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Doel
5
1.3
Onderzoeksmethodiek
5
1.4
Leeswijzer
6
Omschrijving plangebied
7
2.1
Algemeen
7
2.2
Beschrijving
7
2.3
Geplande ingrepen
11
2.3.1
Omschrijving werkzaamheden
11
2.3.2
Methode uitvoering: materieel en werkwijze
12
2.3.3
Werkplanning, werktijden en realisatieperiode
12
2.3.4
(Ontwerp)tekening
12
Onderzoeksresultaten beschermde gebieden
13
3.1
Wet natuurbescherming
13
3.1.1
Natura 2000
13
3.2
Omgevingsverordening Zuid-Holland
14
3.2.1
Natuurnetwerk Nederland
14
3.2.2
Belangrijk weidevogelgebied
14
3.2.3
Strategische reservering natuur
15
Beschermde houtopstanden
16
4.1
Wet natuurbescherming
16
4.2
Omgevingsvergunning
16
Onderzoeksresultaten beschermde soorten
17
5.1
Soorten Vogelrichtlijn
17
5.1.1
Bronnenonderzoek
17
5.1.2
Verkennend veldonderzoek
17
5.1.3
Effectbeoordeling en toetsing
20
5.2
Soorten Habitatrichtlijn
22
5.2.1
Bronnenonderzoek
22
5.2.2
Verkennend veldonderzoek
22
5.2.3
Effectbeoordeling en toetsing
26
5.3
Nationaal beschermde soorten
26
5.3.1
Bronnenonderzoek
26
5.3.2
Verkennend veldonderzoek
27
5.3.3
Effectbeoordeling en toetsing
28
5.4
Invasieve exoten
29
Vervolgstappen
30
6.1
30
Algemeen
3
6.2
Beschermde gebieden
30
6.3
Beschermde soorten
30
6.4
Onderzoeksperioden
33
6.5
Ontheffing
33
7
Conclusies
35
8
Geraadpleegde bronnen
37
8.1
Literatuur
37
8.2
Internet
37
Bijlage I - Foto-impressie plangebied
38
Bijlage II - Toelichting onderzoekskader
43
Wet natuurbescherming
43
Bescherming van gebieden
43
Bescherming van soorten
44
Bescherming van houtopstanden
45
Omgevingsverordening Zuid-Holland
45
Ecoresult B.V. oktober 2022
4
1
Inleiding
1.1
Aanleiding In opdracht van Lx Real Estate (namens Gebroeders Blokland Ontwikkeling en Bouw B.V.) heeft Ecoresult B.V. een quickscan uitgevoerd voor het plangebied genaamd: Buitendams 348-350, Hardinxveld-Giessendam. De aanleiding voor dit verzoek zijn de voorgenomen sloop- en nieuwbouwwerkzaamheden binnen het plangebied (zie verder hoofdstuk 2.3). Deze voorgenomen ontwikkelingen kunnen schadelijke effecten hebben op beschermde soorten en natuurgebieden. Wet- en regelgeving voor flora, fauna en natuurgebieden kan hierdoor worden overtreden. Deze quickscan zoomt in op de (mogelijke) effecten door de activiteiten en op welke wijze gehandeld kan worden. Mochten de voorgenomen ontwikkelingen wijzigen dient voorliggend ecologisch onderzoek te worden geactualiseerd. De resultaten in voorliggende quickscan zijn drie jaar geldig.
1.2
Doel Door middel van een oriënterend bronnen- en veldonderzoek zal worden onderzocht of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot: •
overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige soorten flora en fauna. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb);
•
een (significant) negatief effect op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb);
•
overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige houtopstanden. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb);
•
een (significant) negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Of negatief effect op anderzijds beschermde natuurgebieden op provinciaal niveau (o.a. bijzondere provinciale natuurgebieden, bijzondere provinciale landschappen, belangrijke weidevogelgebieden en strategische reservering natuur). In het kader van de Omgevingsverordening Zuid-Holland.
1.3
Onderzoeksmethodiek De quickscan komt tot stand door middel van een verkennend veldonderzoek en bureaustudie. •
Het verkennend veldonderzoek is uitgevoerd op 18 juli 2022 door E.M.C. Schonck, ecologisch deskundige1 bij Ecoresult B.V. Het complete plangebied alsmede een zone rondom het plangebied is – daar waar nodig met hulp van een verrekijker en een zaklamp– onderzocht.
•
Ten behoeve van de bureaustudie is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd om een indruk te krijgen van de aanwezigheid van beschermde soorten rondom het plangebied tot een afstand van 5 kilometer tot het plangebied. De tabellen in
Voor een definitie van ecologisch deskundige wordt verwezen naar: https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarischondernemen/beschermde-planten-dieren-en-natuur/ruimtelijke-ingrepen/ontheffing-vrijstelling/ecologischdeskundige 1
Ecoresult B.V. oktober 2022
5
hoofdstuk 6 zijn gebaseerd op waarnemingen uit de NDFF-database van de afgelopen 5 jaar in het weergeven grid (zie Figuur 1). Daarnaast zijn indien beschikbaar de gemeentelijke natuurkaarten geraadpleegd. In 2017 heeft er reeds onderzoek plaats gevonden naar de aanwezigheid van vleermuizen, huismussen, gierzwaluwen en uilen binnen het plangebied. Deze onderzoeksresultaten zijn geraadpleegd (Econsultancy, 2017). Op basis van het bronnenonderzoek en de aanwezige habitats was een goede inschatting van de potenties en aan- of afwezigheid van de beschermde soorten te maken. •
Voor het onderzoek naar beschermde natuurgebieden en houtopstanden is gebruik gemaakt van de online viewers die de provincie ter beschikking heeft gesteld. Hierdoor zal in deze quickscan altijd een actueel beeld worden weergegeven van gebiedsgrenzen, doelstelling etc.
1.4
Leeswijzer In deze rapportage wordt allereerst het plangebied en de geplande activiteiten beschreven. Hierna worden per beschermingsregime de voor het plangebied relevante beschermde gebieden en beschermde soorten en houtopstanden beschreven en beoordeeld. In de conclusie worden de resultaten van dit oriënterend onderzoek samengevat en wordt (indien van toepassing) geadviseerd welk nader onderzoek noodzakelijk is. Afgesloten wordt met een bronvermelding en een fotobijlage van het oriënterend veldbezoek en een beschrijving van het toetsingskader van de verschillende delen van deze quickscan.
Figuur 1: Grid waarbinnen NDFF-waarnemingen zijn gezocht. De rode cirkel geeft het plangebied weer. Bron: NDFF.
Ecoresult B.V. oktober 2022
6
2
Omschrijving plangebied
2.1
Algemeen Het plangebied voor deze quickscan omvat twee woningen en zes schuren aan de Buitendams 348350, Hardinxveld-Giessendam, gemeente Hardinxveld-Giessendam, provincie Zuid-Holland (Figuur 2). De aanwezige schuren komen niet overeen met de bebouwing afgebeeld in figuur 2.
Figuur 2: Ligging van plangebied Buitendams 348-350, Hardinxveld-Giessendam (rode omlijning) en het onderzochte gebied (blauwe omlijning) voor deze quickscan. Voor regionale ligging van het plangebied, zie kaartinzet rechtsboven. De aanwezige schuren komen niet overeen met de bebouwing weergegeven in deze afbeelding (Bron: OpenTopo)
2.2
Beschrijving Het plangebied bestaat uit een twee woonhuizen (348 en 350) en zes schuren, gelegen in de bebouwde kom van Hardinxveld-Giessendam. Alle schuren verkeren in slechte staat en zijn niet meer in gebruik. Woning 348 (zie Figuur 3): •
Het woonhuis binnen het plangebied stamt uit bouwjaar 19572 en heeft een oppervlakte van 64 m². Een deel van de achterzijde van de woning is reeds gesloopt. Op sommige plaatsen aan de achterzijde van de woning zijn kieren/spleten aanwezig in de gevel.
•
De bebouwing in het plangebied is opgetrokken uit baksteen. Er is geen spouwmuur aanwezig. In de buitenschil zijn geen openingen zoals open stootvoegen aanwezig.
•
In de buitenschil zijn enkele ramen aanwezig. De kozijnen en lekdorpels sluiten op de meeste plaatsen aan en er zijn geen openingen aanwezig.
•
Aan de dakranden bevinden zich dakgoten. Deze hangen onder de dakrand. Op sommige plaatsen, aan de achterzijde van de woning, sluit de dakgoot niet volledig aan op de
2
https://bagviewer.kadaster.nl/
Ecoresult B.V. oktober 2022
7
buitenmuur waardoor er kieren aan de onderzijde aanwezig zijn. De dakgoot aan de voorzijde van de woning is afgewerkt met hout. Op diverse plaatsen ontbreken onderdelen van de houten afwerking. •
Het dak is afgewerkt met (golvende) dakpannen. De vorstpannen en kantpannen langs de kopgevels sluiten nauw aan met de buitenmuur, waardoor er nauwelijks tot geen ruimte aanwezig is. De onderste rij dakpannen langs de langsgevels rusten op een houtenpanlat, waardoor er onder de pannen ruimte aanwezig is die toegang geeft tot het dak. Aan de achterzijde van het dak missen enkele pannen en aan de voorzijde van het dak liggen enkele pannen scheef.
•
Er is een schoorsteen aanwezig. Aan de buitenzijde is deze schoorsteen afgewerkt met lood. Het lood sluit aan op het pannendak waardoor en geen kieren aanwezig zijn.
•
Zowel aan de voorzijde als aan beide kopgevels zijn vleermuiskasten aanwezig. Het gaat om gevelkasten van het type VK MP 04.
Figuur 3: Woning 348. Links: voorzijde woning, rechts: achterzijde woning. Foto: E.M.C. Schonck | Ecoresult B.V.
Woning 350 (zie Figuur 4): •
De woning in het plangebied stamt uit bouwjaar 1950 en heeft een oppervlakte van ca 55 m². Een deel van de achterzijde van de woning is reeds gesloopt. Op sommige plaatsen aan de achterzijde van de woning zijn kieren/spleten aanwezig in de gevel.
•
De bebouwing in het plangebied is opgetrokken uit baksteen. Er is geen spouwmuur aanwezig. In de buitenschil zijn geen openingen zoals open stootvoegen aanwezig.
•
In de buitenschil zijn enkele ramen aanwezig. De kozijnen en lekdorpels sluiten op de meeste plaatsen aan en er zijn geen openingen aanwezig.
•
De dakgoot aan de voorzijde van de woning is afgewerkt met hout. Op diverse plaatsen ontbreken onderdelen van de houten afwerking. De dakgoot aan de achterzijde van de woning is verwerkt in de stenen buitenmuur.
•
Het dak is afgewerkt met (golvende) dakpannen. De vorstpannen en kantpannen langs de kopgevels sluiten nauw aan met de buitenmuur, waardoor er nauwelijks tot geen ruimte aanwezig is. De onderste rij dakpannen langs de langsgevels rusten op een houtenpanlat, de openingen onder de pannen zijn dichtgemaakt met hetzelfde materiaal als de pannen. Op sommige plaatsen is echter ruimte aanwezig.
Ecoresult B.V. oktober 2022
8
Er is een schoorsteen aanwezig. Aan de buitenzijde is deze schoorsteen afgewerkt met
•
lood. Het lood sluit aan op het pannendak waardoor en geen kieren aanwezig zijn. Zowel aan de voorzijde als aan beide kopgevels zijn vleermuiskasten aanwezig. Het gaat
•
om gevelkasten van het type VK MP 04.
Figuur 4: Woning 350. Links: Voorzijde woning, rechts: achterzijde woning. Foto: E.M.C. Schonck | Ecoresult B.V.
Schuur 1 (zie Figuur 5): •
Schuur 1 is gelegen ten westen van woning 350.
•
De schuur is opgetrokken uit baksteen. Er zijn geen open stootvoegen aanwezig in de buitenschil.
•
Er zijn diverse ramen aanwezig. Veel van het glas is kapot en/of ontbreekt waardoor de binnenzijde van de schuur toegankelijk is.
•
De schuur heeft een plat dak. Bijna de gehele dakconstructie ontbreekt waardoor de binnenzijde van de schuur ook via het dak toegankelijk is.
•
De dakrand van de schuur is afgewerkt met een boeiboord. Achter de boeiboord is op diverse plaatsen ruimte aanwezig.
•
Zowel de binnenzijde als de buitenzijde is volledig begroeit met klimop.
De binnenkant van schuur 1 was tijdens het veldbezoek ontoegankelijk en is daardoor enkel vanaf de buitenzijde onderzocht.
Figuur 5: Schuur 1, gelegen ten westen van woning 350. Links: oostgevel schuur, rechts: binnenzijde schuur. Foto: E.M.C. Schonck | Ecoresult B.V.
Ecoresult B.V. oktober 2022
9
Schuur 2 (zie Figuur 6): •
Schuur 2 is gelegen ten noorden van woning 348 en 350.
•
De kopgevel aan de voorzijde van de schuur is opgetrokken uit baksteen. De buitenmuur is enkel laags. De overige zijden van de schuur zijn opgetrokken uit glas. Op de meeste plaatsen is het glas
•
kapot en/of ontbreekt. •
Het gehele dak van de schuur ontbreekt, enkel de dakconstructie is nog aanwezig.
•
De grond is afgewerkt met betonnen platen. Er groeien diverse planten tussen de betonnen platen waaronder braam, harig wilgenroosje, speerdistel en zaailingen van zomereik en esdoorn.
Figuur 6: Schuur 2. Links: buitenzijde schuur, rechts: binnenzijde schuur. Foto: E.M.C. Schonck | Ecoresult B.V.
Overige schuren (zie Figuur 7): •
Verspreid over het plangebied bevinden zich nog diverse kleinere schuren. Ook deze schuren verkeren in slechte staat.
•
Een deel van de schuren is opgetrokken uit houten platen, een deel van de schuren is opgetrokken uit baksteen en één schuurtje is opgetrokken uit golfplaten.
•
Alle schuurtjes hebben een golfplaten dak.
•
Bij alle schuurtjes ontbreken er delen, zowel in de houten afwerking, als in het golfplaten dak. Ook ramen en deuren ontbreken. Hierdoor is de binnenzijde van de schuurtjes toegankelijk.
Figuur 7: Overige schuren verspreid over het plangebied. Foto: E.M.C. Schonck | Ecoresult B.V.
Ecoresult B.V. oktober 2022
10
Rest van het plangebied (zie Figuur 8): •
De rest van het plangebied is erg dicht begroeid.
•
Er zijn diverse (pioniers) kruiden, bomen en struiken aanwezig in het plangebied zoals late guldenroede, heelblaadjes, ridderzuring, brandnetel, koninginnekruid, harig wilgenroosje, speerdistel, Jacobs kruiskruid, klaproos, witte honingklaver, goudgele honingklaver, brede lathyrus, braam, vlinderstruik, okkernoot, appelboom, zomereik, vijg, kastanje, knotwilg, esdoorn.
•
Een deel van het plangebied bestaat uit weiland. Tijdens het veldbezoek liepen hier schapen en geiten. Een ander deel van het weiland was tijdens het veldbezoek kort gemaaid.
•
Verder bevinden zich diverse rommelige plekjes binnen het plangebied. Rommelige plekjes bestaan uit snoeiafval en hopen met stenen.
•
Binnen het plangebied én grenzend aan het plangebied is open water aanwezig. Binnen het plangebied is een slootje aanwezig, langs deze sloot staat rijbeplanting bestaande uit wilg. Grenzend aan het plangebied (noord, oost, west) bevinden zich soortgelijke slootjes.
•
Verlichting is binnen het plangebied afwezig. Straatverlichting is enkel aanwezig aan de straatzijde van het plangebied door middel van lantaarnpalen.
Figuur 8: Rest van het plangebied. Links: weiland en rechts: dichtbegroeide deel. Foto: E.M.C. Schonck | Ecoresult B.V.
2.3
Geplande ingrepen
2.3.1
Omschrijving werkzaamheden Het plangebied zal herontwikkeld worden. Dit houdt in ieder geval in: •
De huidige bebouwing (woningen en schuren) binnen het plangebied wordt gesloopt.
•
Het plangebied wordt bouwrijp gemaakt.
•
Het groen binnen het plangebied wordt verwijderd. Ook diverse bomen zullen worden verwijderd.
•
Er worden 24 nieuwbouwwoningen gerealiseerd. Deze woningen zijn onderverdeeld in 7 vrijstaande woningen, 4 twee-onder-een-kapwoningen en 13 rijwoningen.
•
De tuinen en het openbaargroen zullen opnieuw worden ingericht.
•
Er worden diverse parkeerplaatsen aangelegd.
Ecoresult B.V. oktober 2022
11
•
2.3.2
In de noordwestelijke hoek van het plangebied is nog ruimte voor twee bouwkavels.
Methode uitvoering: materieel en werkwijze De werkzaamheden worden met het nodige (zwaar) materieel uitgevoerd. De exacte methode van de werkzaamheden is bij ons vooralsnog onbekend.
2.3.3
Werkplanning, werktijden en realisatieperiode Een gedetailleerde planning is nog niet beschikbaar. Een doorlooptijd van de werkzaamheden is nog niet bekend. De planning is deels afhankelijk van de conclusies uit voorliggende rapportage.
2.3.4
(Ontwerp)tekening De ontwerptekening van dit project is te vinden in Figuur 9.
Figuur 9: Ontwerptekening van de nieuwe inrichting van het plangebied Buitendams 348-350, HardinxveldGiessendam. Bron: opdrachtgever
Ecoresult B.V. oktober 2022
12
3
Onderzoeksresultaten beschermde gebieden
3.1
Wet natuurbescherming
3.1.1
Natura 2000
3.1.1.1
Stikstof Het plangebied is niet gelegen in een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Biesbosch op ca 800 m ten zuiden van het plangebied (Figuur 10). Delen van dit gebied hebben stikstofgevoelige habitats. Op grotere afstand van het plangebied bevinden zich Natura 2000gebieden Donkse Laagten (ca 6,8 km), Boezems Kinderdijk (ca 11,5 km) en Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem (ca 12 km). De werkzaamheden omvatten de sloop van de huidige bebouwing (twee woningen en schuren) en het realiseren van vierentwintig nieuwbouwwoningen. De werkzaamheden in de aanlegfase vallen onder de partiële vrijstelling zoals genoemd in de paragraaf toetsing stikstofemmissies Natura 2000 in de bijlage. Een nadere toetsing is voor de aanlegfase op het component stikstofdepositie niet nodig. In de gebruiksfase zal er uitgegaan worden van gasvrije bebouwing (geen stikstofdepositie als gevolg van gasverbranding in het gebouw zelf), maar het gebruik van het plangebied zal wel veranderen. In 2021 heeft Econsultancy3 een naderonderzoek uitgevoerd naar de stikstofdepositie van de voorgenomen werkzaamheden. Uit dit onderzoek is gebleken dat het projecteffect ten gevolge van de gebruiksfase kleiner is of gelijk is aan 0,00 mol/ha/jaar. Het beoogde plan zorgt niet voor een toename in stikstofdepositie.
Op basis van deze uitkomst kunnen negatieve effecten op Natura 2000-gebieden op voorhand worden uitgesloten.
3
Berends, 2021
Ecoresult B.V. oktober 2022
13
Figuur 10: Plangebied Buitendams 348-350, Hardinxveld-Giessendam (gele speld) en de nabijgelegen Natura 2000-gebieden Biesbosch (groen), Boezemskinderdijk en Donkse Laagten (blauw) en Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem (geel) en stikstofgevoelige habitats (paars). Bron: AERIUS 2021
3.1.1.2
Overige verstoringsvormen Negatieve effecten als gevolg van overige verstoringsvormen dan stikstofdepositie (zoals geluid, trillingen, verlichting, mechanische effecten of menselijke aanwezigheid) zijn uitgesloten wegens de grote afstand tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied.
3.2
Omgevingsverordening Zuid-Holland
3.2.1
Natuurnetwerk Nederland Het plangebied is niet gelegen in het Natuurnetwerk Nederland (NNN), zie Figuur 11. Het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is natuurgebied de Biesbosch. Dit natuurgebied ligt op circa 800 meter ten zuiden van het plangebied. In de provincie Zuid-Holland is een toetsing van externe werking niet noodzakelijk. Nader (veld)onderzoek is niet noodzakelijk. De Omgevingsverordening Zuid-Holland wordt niet overtreden.
3.2.2
Belangrijk weidevogelgebied Het plangebied is niet gelegen in een Belangrijk weidevogelgebied. Diverse polders ten zuiden van Molenaarsgraaf, zijn bestemd als ‘Belangrijk weidevogelgebied’. De dichtstbijzijnde polder bevindt zich op ca 3,1 km ten noorden van het plangebied (zie Figuur 11).
Ecoresult B.V. oktober 2022
14
In de provincie Zuid-Holland is een toetsing van externe werking niet noodzakelijk. Nader (veld)onderzoek is niet noodzakelijk. De Omgevingsverordening Zuid-Holland wordt niet overtreden.
3.2.3
Strategische reservering natuur Het dichtstbijzijnde gebied dat aangewezen is voor Strategische reservering natuur betreft een groenstrook ten zuiden van de watergang Grootte of Achterwaterschap, gelegen ten zuiden van Nieuw-Lekkerland. Dit gebied bevindt zich op ca 9 km ten noordwesten van het plangebied (zie Figuur 11). In de provincie Zuid-Holland is een toetsing van externe werking niet noodzakelijk. Nader (veld)onderzoek is niet noodzakelijk. De Omgevingsverordening Zuid-Holland wordt niet overtreden.
Figuur 11: Ligging plangebied Buitendams 348-350, Hardinxveld-Giessendam (rode stip) ten opzichte van in de omgeving aanwezige delen van het Natuurnetwerk Nederland, Strategische reservering natuur en Belangrijk weidevogelgebied. Bron: https://pzh.maps.arcgis.com
Ecoresult B.V. oktober 2022
15
4
Beschermde houtopstanden
4.1
Wet natuurbescherming Er worden voor deze ontwikkeling diverse bomen gekapt. Het plangebied bevindt zich echter binnen de bebouwde kom van Hardinxveld-Giessendam (zie Figuur 12). Vanwege de ligging van het plangebied binnen de bebouwde kom is de Wet natuurbescherming, onderdeel houtopstanden niet van toepassing.
Figuur 12: Het plangebied Buitendams 348-350, Hardinxveld-Giessendam, gelegen binnen de bebouwde kom (gearceerd) van Hardinxveld-Giessendam. Kaartbron: OpenTopo.
4.2
Omgevingsvergunning Wellicht is voor het verwijderen van de bomen wel een omgevingsvergunning activiteit kappen van de gemeente nodig. In de bomenverordening van uw gemeente ligt vast voor welke houtopstanden deze vergunning nodig is.
Ecoresult B.V. oktober 2022
16
5
Onderzoeksresultaten beschermde soorten
5.1
Soorten Vogelrichtlijn
5.1.1
Bronnenonderzoek
5.1.1.1
Nationale Databank Flora en Fauna Tabel 1: Waargenomen vogels met jaarrond beschermde vaste rust- of verblijfplaatsen in de afgelopen 5 jaar binnen een afstand van 5 km van het plangebied Buitendams 348-350, Hardinxveld-Giessendam. Bron: NDFFuitvoerportaal, geraadpleegd op 12-07-2022. Soort
Beschermingscategorie
Boomvalk
Categorie 4
Buizerd
Categorie 4
Steenuil
Categorie 1
Gierzwaluw
Categorie 2
Grote gele kwikstaart
Categorie 3
Havik
Categorie 4
Huismus
Categorie 2
Kerkuil
Categorie 3
Ooievaar
Categorie 3
Ransuil
Categorie 4
Roek
Categorie 2
Slechtvalk
Categorie 3
Sperwer
Categorie 4
Wespendief
Categorie 4
Categorie 1: Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen ook buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rusten verblijfplaats. Categorie 2: Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing. Categorie 3: Nesten van vogels (niet-koloniebroeders), die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. Categorie 4: Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.
5.1.2
Verkennend veldonderzoek
5.1.2.1
Jaarrond beschermde nesten Het plangebied is geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten in gebouwen. Voor zowel huismus als gierzwaluw zijn mogelijkheden in de woningen 348 en 350 om vaste rust en verblijfplaatsen te herbergen. De schuren binnen het plangebied zijn echter ongeschikt voor gierzwaluw. Huismus kan tot broeden komen onder de pannendaken (zie Figuur 13). Huismussen kunnen de ruimte onder het dak van woning 348 bereiken door de openingen
Ecoresult B.V. oktober 2022
17
onder de golvende pannen, ook op de plekken in het dak waar pannen ontbreken kan huismus het dak bereiken. De ruimte langs de kantpannen aan de kopgevels bieden onvoldoende ruimte voor huismus om het dak te bereiken. De onderste rij pannen van woning 350 zijn dicht gemaakt, echter is hier op diverse plaatsen voldoende ruimte voor huismus aanwezig om het dak te bereiken. Ook de overige schuren binnen het plangebied zijn potentieel geschikt om een vaste rust- of verblijfplaats van huismus te herbergen. Huismus kan de balkenconstructie gebruiken om zijn nest op te bouwen. Tijdens het veldbezoek zijn huismussen (adulten en juvenielen) waargenomen in de dakgoten van beide woningen én in het groen binnen het plangebied. Aan de voorzijde van woning 348, onder het pannendak is tijdens het veldbezoek een nest van huismus aangetroffen. Potentieel essentieel functioneel leefgebied voor huismus is aanwezig binnen het plangebied.
Figuur 13: Ruimte onder het pannendak van woning 348. De foto rechts geeft de locatie van het huismusnest weer aan de voorzijde van woning 348. Foto: E.M.C. Schonck | Ecoresult B.V.
Ook gierzwaluw kan een nestplaats hebben onder het pannendak van beide woningen. Echter wordt niet verwacht dat gierzwaluwen het pannendak bereiken via dezelfde weg als huismussen dat doen. Er is namelijk nauwelijks ruimte aanwezig tussen de houten afwerking van de dakgoot en de buitenmuur. Gierzwaluwen zullen niet over de dakgoot vliegen om de ruimte onder het pannen dak te bereiken. Ook de ruimte langs de kantpannen aan de kopgevels bieden onvoldoende ruimte voor gierzwaluw om het dak te bereiken. Er zijn op diverse plaatsen pannen die ontbreken en/of scheefliggen en onderdelen van de houten afwerking van de dakgoot die ontbreken. Dit zijn plaatsen waar gierzwaluw gebruik van kan maken. Tijdens het veldbezoek zijn tientallen overvliegende gierzwaluwen waargenomen. Tijdens eerder onderzoek, uitgevoerd door Econsulatancy, zijn twee nestplaatsen van gierzwaluw aangetroffen onder de dakgoten aan de achterzijde van woning 350 (Econsultancy, 2017).
Ecoresult B.V. oktober 2022
18
Figuur 14: Plaatsen waar gierzwaluwen de ruimte onder het pannendak van de woningen kunnen bereiken. Foto: E.M.C. Schonck | Ecoresult B.V.
Voor uilensoorten zoals kerkuil en steenuil herbergt het plangebied
diverse geschikte
broedplaatsen. Steenuil en kerkuil kunnen de ruimte in schuur 1 én in de overige schuurtjes gebruiken als broedplaats. De twee woningen binnen het plangebied én schuur 2 bieden echter geen geschikte broedplaatsen. Tijdens het veldbezoek zijn er geen sporen zoals braakballen en uitwerpselen van steenuil en/of kerkuil aangetroffen. Het plangebied en de nabije omgeving zijn geschikt als leefgebied voor zowel steenuil als kerkuil. Ten noorden, oosten en westen van het plangebied bevinden zich vele weilanden. Volgens de gegevens uit NDFF zijn er diverse waarnemingen van steenuil en kerkuil bekend in de nabije omgeving van het plangebied. De dichtstbijzijnde waarnemingen van steenuil en kerkuil bevinden zich op ca 650 meter ten westen van het plangebied. Uit eerder onderzoek, uitgevoerd door Econsultancy, blijkt dat een kerkuil een vaste rust- en verblijfplaats had in de ruimte tussen de plafondplaten en het dak van schuur 2 (Econsultancy, 2017). Het dak van schuur 2 is inmiddels verwijderd. Er zijn tijdens dit onderzoek geen verblijfplaatsen van steenuil aangetroffen binnen het plangebied. Echter geeft de uilenwerkgroep aan dat er minstens één koppel steenuilen een verblijfplaats heeft in de knotwilgen langs de watergang binnen het plangebied (Econsultancy, 2017). Voor oehoe en ooievaar zijn geen geschikte plekken in het plangebied aanwezig.
Nestkasten, nestpalen en ooievaarsnesten zijn afwezig binnen het plangebied. Voor slechtvalk is het plangebied ongeschikt. De bebouwing is voor deze soort te laag en er bevinden zich in het plangebied geen nestkasten gericht op deze soort. Grote gele kwikstaart wordt niet verwacht binnen het plangebied wegens het ontbreken van snelstromende watergangen. Nestplaatsen bevinden zich vaak onder bruggetjes of duikers nabij dit habitat. Een incidenteel foeragerende vogel op het dak kan niet worden uitgesloten. Binnen de begrenzing van het plangebied zijn diverse grote bomen of bosschages aanwezig. Tijdens het verkennend veldonderzoek zijn in de bomen binnen het plangebied geen nesten waargenomen die kunnen dienen als vaste rust- en verblijfplaats van vogels met jaarrond beschermde nesten in bomen. Mede op basis hiervan kan aanwezigheid van soorten als ransuil, boomvalk, buizerd, havik, sperwer en roek worden uitgesloten. Er is tijdens het veldbezoek 1 nest waargenomen, maar deze was ten tijde van het veldbezoek in gebruik door ekster.
Ecoresult B.V. oktober 2022
19
Figuur 15: Schuurtje binnen het plangebied die potentieel geschikt is als broedplaats voor steenuil en/of kerkuil. Foto: E.M.C. Schonck | Ecoresult B.V.
5.1.2.2
Niet jaarrond beschermde nesten De woningen binnen plangebied zijn geschikt voor vogels met niet jaarrond beschermde nesten, zoals de spreeuw, boomkruiper, koolmees en pimpelmees (zogenaamde Categorie 5-soorten). Er zijn geschikte invliegmogelijkheden onder de daken, maar ook is er één nestkast aanwezig aan de gevel van een van de schuren. Tijdens het veldbezoek zijn geen spreeuwen waargenomen. Er zijn wel twee koolmezen aangetroffen aan de achterzijde van woning 350. Het groen binnen het plangebied is geschikt voor vogels met niet jaarrond beschermde nesten zoals ekster. In een van de bomen in het noordelijke deel van het plangebied is een nest van ekster aangetroffen.
5.1.2.3
Algemene broedvogels Het plangebied is tevens geschikt als voortplantingsplaats voor algemene broedvogels, zoals kauw, houtduif, Turkse tortel, merel, winterkoning, witte kwikstaart en tjiftjaf. Nestindicatief gedrag van kauw is waargenomen op de schoorsteen van woning 348. De overige bovengenoemde soorten zijn waargenomen in het groen binnen het plangebied. Op de watergangen binnen én grenzend aan het plangebied is wilde eend waargenomen.
5.1.3
Effectbeoordeling en toetsing
5.1.3.1
Jaarrond beschermde nesten Potentieel geschikte voortplantingsplaatsen of vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel leefgebied van soorten met jaarrond beschermde nesten in bebouwing zijn in het plangebied aanwezig. Huismussen en gierzwaluwen kunnen in de ruimte onder het dak van woning 348 en woning 350 tot broeden komen. Ook de dakconstructies van de overige schuren zijn potentieel geschikt als verblijfplaats voor huismus. Het groen binnen het plangebied is mogelijk een essentieel onderdeel van het functioneel leefgebied van huismus. Voor steenuil en kerkuil is het plangebied
Ecoresult B.V. oktober 2022
20
geschikt. Deze uilensoorten kunnen tot broeden komen in de schuren binnen het plangebied. Ook de knotwilgen langs de watergang zijn potentieel geschikt als verblijfplaats voor steenuil. Door de voorgenomen sloopwerkzaamheden binnen het plangebied kunnen permanente schadelijke effecten optreden op eventueel aanwezige vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus, gierzwaluw, steenuil en kerkuil en functioneel leefgebied van huismus, steenuil en kerkuil. Verbodsbepalingen Art. 3.1 lid 2 (zie Tabel 8) van de Wnb kunnen worden overtreden. Nader veldonderzoek naar huismus, gierzwaluw, steenuil en kerkuil is nodig om te bepalen of vaste rust- en verblijfplaatsen en/of essentieel functioneel leefgebied in het plangebied aanwezig zijn. Het plangebied is voor overige soorten met jaarrond beschermde nesten ongeschikt. Negatieve effecten zijn op voorhand uit te sluiten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk (zie Hoofdstuk 6). 5.1.3.2
Niet jaarrond beschermde nesten Het plangebied is potentieel geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen vogels met niet-jaarrond beschermde nesten. Vogels met niet jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) zijn vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan en die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Categorie 5soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In dezen zijn er geen ecologische omstandigheden waardoor Categorie 5-soorten in het plangebied jaarrond beschermd dienen te zijn. Het betreft lokaal en regionaal algemene vogelsoorten. In de directe omgeving zijn voldoende geschikte structuren die als alternatief gebruikt kunnen worden. Schadelijke effecten op bezette nesten van Categorie 5-soorten vogels zijn te voorkomen door de werkzaamheden buiten de broedperiode uit te voeren (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord), zie Hoofdstuk 6.
5.1.3.3
Algemene vogels Het plangebied en de directe omgeving van het plangebied zijn potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor algemene vogels. Nesten van algemene vogels vallen alleen tijdens het broedseizoen onder de bescherming van de wet. Schadelijke effecten op bezette nesten van algemene vogels zijn te voorkomen door de werkzaamheden buiten de broedperiode uit te voeren (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord), zie Hoofdstuk 6.
Ecoresult B.V. oktober 2022
21
5.2
Soorten Habitatrichtlijn
5.2.1
Bronnenonderzoek
5.2.1.1
Nationale Databank Flora en Fauna Tabel 2: Waargenomen Habitatrichtlijnsoorten in de afgelopen 5 jaar binnen een afstand van 5 km van het plangebied: Buitendams 348-350, Hardinxveld-Giessendam. Bron: NDFF-uitvoerportaal, geraadpleegd 12-072022. Soort
Soortgroep
Gewone dwergvleermuis
Zoogdieren - Vleermuizen
Gewone grootoorvleermuis
Zoogdieren - Vleermuizen
Laatvlieger
Zoogdieren - Vleermuizen
Meervleermuis
Zoogdieren - Vleermuizen
Rosse vleermuis
Zoogdieren - Vleermuizen
Ruige dwergvleermuis
Zoogdieren - Vleermuizen
Bever
Zoogdieren - Overig
Heikikker
Amfibieën
Poelkikker
Amfibieën
Rugstreeppad
Amfibieën
Noordzeehouting
Vissen
Rivierrombout
Libellen
Platte schijfhoren
Weekdieren
5.2.2
Verkennend veldonderzoek
5.2.2.1
Vleermuizen De bebouwing binnen het plangebied biedt potentie voor vaste rust- en verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. De woningen in het plangebied bevatten meerdere gaten en kieren zoals dakpannen en delen van de houten afwerking van de dakgoot die ontbreken welke toegang geven tot de ruimte onder het dak (zie Figuur 14). Ook zijn er kieren/spleten aanwezig in de gevel aan de achterzijde van beide woningen, bijvoorbeeld stukken steen die zijn afgebrokkeld. Bij beide woningen zijn vleermuiskasten van het type VK MP 04 aan de gevel bevestigd. De kasten zijn tijdens het veldbezoek gecontroleerd, maar waren ten tijde van het bezoek niet in gebruik. Ook de schuren binnen het plangebied zijn geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. Bij schuur 1 is er bijvoorbeeld ruimte achter het boeiboord aanwezig die toegankelijk is voor vleermuizen. Maar ook de ruimte achter de houten planken bij de overige schuren kunnen een verblijfplaats van vleermuizen herbergen (zie Figuur 16). Schuur 2 is ongeschikt voor gebouwbewonende vleermuizen, deze schuur is erg open en er is geen ruimte aanwezig waar vleermuizen kunnen verblijven.
Ecoresult B.V. oktober 2022
22
Figuur 16: Potentiële verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen in de schuren binnen het plangebied. Foto: E.M.C. Schonck | Ecoresult B.V.
Uit eerder onderzoek, uitgevoerd door Econsultancy, blijkt dat er diverse verblijfplaatsen van vleermuizen zijn aangetroffen binnen het plangebied. Er zijn twee zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aangetroffen, één bevond zich onder de nokpan van woning 350 en de andere verblijfplaats bevond zich onder een dakpan aan de achterzijde van 348. Ook is er een zomerverblijfplaats van gewone grootoorvleermuis vastgesteld. De exacte locatie van deze verblijfplaats is echter niet bekend. Tevens zijn er drie paarverblijfplaatsen aangetroffen binnen het plangebied. Het gaat om twee paarverblijfplaatsen van gewone grootoorvleermuis en één paarverblijfplaats van ruige dwergvleermuis. Eén paarverblijfplaats van gewone grootoorvleermuis bevond zich aan de achterzijde van woning 350, twee individuen maakten gebruik van dit verblijf. Het andere paarverblijf bevond zich in het bijgebouwtje van schuur 2. De paarverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis is aangetroffen aan de voorzijde van woning 348 (Econsultancy, 2017). De
verwachte
soorten
zijn
gewone
dwergvleermuis,
ruige
dwergvleermuis,
gewone
grootoorvleermuis, laatvlieger en meervleermuis. Het plangebied kan voor deze soorten potentieel een functie hebben als zomer-, kraam- en paar- en winterverblijfplaats (zie Tabel 4). Het laatste verblijftype (winterverblijfplaats) geldt voor enkele solitaire dieren. Massawinterverblijfplaatsen zijn in het plangebied uitgesloten door geringe hoogte en laag temperatuur regulerend vermogen van de bebouwing. Verblijfplaatsen van meervleermuis kunnen niet op voorhand worden uitgesloten binnen het plangebied. Volgens de verspreidingsgegevens uit NDFF worden meervleermuizen aangetroffen in de nabije omgeving van het plangebied. De dichtstbijzijnde waarneming van meervleermuis is een waarneming van een uitvliegend dier in Giessenburg (NDFF). De afstand tussen verblijfplaats en jachtgebied worden voornamelijk via kanalen, beken, vaarten en brede sloten afgelegd. Het plangebied is gelegen nabij de ‘Beneden Merwede’. Deze watergang kan door meervleermuis gebruikt worden als vliegroute. De bebouwing rondom het plangebied is eveneens potentieel geschikt voor de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen en voortplantingsplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen in ruimtes onder dakpannen daken en open stootvoegen die toegang bieden tot de luchtspouw.
Ecoresult B.V. oktober 2022
23
Tijdens het veldbezoek zijn de bomen (wilg, zomereik, appelboom, okkernoot) binnen het plangebied geïnspecteerd op aanwezige holten en scheuren. Er zijn geen holten aangetroffen waardoor verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen zoals rosse vleermuis en watervleermuis niet worden verwacht binnen het plangebied. Een paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis in een van de bomen kan echter niet op voorhand worden uitgesloten. Ruige dwergvleermuizen zijn in de paarperiode niet kieskeurig en hebben bijvoorbeeld maar een klein stukje loshangend schors nodig o.i.d. dat gebruikt kan worden als paarverblijfplaats. Er zijn binnen het plangebied diverse structuren (lijnvormige elementen, zoals de bomenrij en watergang) aanwezig die onderdeel kunnen zijn van een vliegroute 4. In de omgeving zijn dit soort structuren op meerdere plaatsen aanwezig (zoals de bomenrij langs de Kramsvogel of de bomenrij en watergang verderop in de straat). De bomen en slootjes binnen het plangebied maken hierdoor geen onderdeel uit van een essentiële vliegroute. Wat betreft foerageergebied zijn er enkele groenstructuren aanwezig binnen het plangebied waar vleermuizen kunnen foerageren. Binnen het plangebied is er geen sprake van essentieel foerageergebied.
In de nabije omgeving zijn voldoende alternatieve foerageergebieden aanwezig, bijvoorbeeld de polder op enkele afstand ten westen van het plangebied, het Westpark ten noordoosten van het plangebied. Op grotere afstand van het plangebied bevindt zich natuurgebied de Biesbosch en vele polders waar vleermuizen kunnen foerageren.
Essentiele vliegroute
Essentieel foerageergebied
Massawinterverblijfplaats
Winterverblijfplaats
Paarverblijfplaats
Kraamverblijfplaats
Zomerverblijfplaats
Soort
Tabel 3: De vleermuissoorten en bijbehorende ecologische functies die verwacht worden binnen het plangebied Buitendams 348-350.
Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Laatvlieger Meervleermuis
5.2.2.2
Overige zoogdieren De aanwezigheid van bever kan op voorhand worden uitgesloten door de afwezigheid van (groot) open water binnen het plangebied. De aanwezige slootjes binnen het plangebied zijn niet geschikt
4 Een vliegroute is essentieel wanneer er geen goede alternatieve vliegroute is om vanuit de verblijfplaats het betreffende foerageergebied te bereiken dan wel dat er wel een alternatieve vliegroute is, maar het gebruik hiervan kost vergeleken met de originele vliegroute te veel energie (te ver omvliegen of te onbeschut). Een foerageergebied is van essentieel belang voor het functioneren van de verblijfplaats wanneer er geen alternatieve foerageergebieden zijn om de eventuele aantasting ervan op te vangen.
Ecoresult B.V. oktober 2022
24
voor bever. Tevens zijn er tijdens het veldbezoek geen bewoningssporen (beverburcht), graafsporen of knaagsporen aangetroffen. 5.2.2.3
Amfibieën Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen en voortplantingsplaatsen van heikikker, poelkikker en rugstreeppad. Geschikt voortplantingswater is in niet aanwezig binnen het plangebied. Binnen het plangebied zijn er enkele slootjes aanwezig maar er wordt niet verwacht dat deze gebruikt worden als voortplantingswater door heikikker, poelkikker en rugstreeppad. Tijdens het veldbezoek zijn er in de sloten geen exemplaren van heikikker en/of rugstreeppad waargenomen, ook zijn er geen eiklompen, kikkerkvisjes en/of dikkopjes waargenomen. De poelkikker is een zon- en warmte minnende soort en heeft een voorkeur voor onbeschaduwde wateren. De poelkikker heeft een voorkeur voor goed begroeide oeverzones en houdt van voedselarm en schoon water. Door de bomenrijen langs de sloten binnen het plangebied liggen deze in de schaduw. De heikikker heeft een voorkeur voor heide, hoogveen, laagveen en halfnatuurlijk grasland. De heikikker wordt nauwelijks aangetroffen nabij infrastructuur en bebouwing. Ook zijn de sloten niet geschikt als voortplantingswater van rugstreeppad. Rugstreeppadden hebben een voorkeur voor ondiepe wateren die snel opwarmen. Dichtstbijzijnde waarnemingen van de heikikker en poelkikker zijn waargenomen in de polders ten noorden van het plangebied (ca 850 m).
De dichtstbijzijnde waarneming van rugstreeppad is waargenomen in de polders ten westen van het plangebied (ca 600 m). Vanwege de vele doorgaande wegen die liggen tussen het plangebied en bekende populaties, is het plangebied onbereikbaar voor de heikikker, poelkikker en rugstreeppad. De aanwezigheid van amfibieën die beschermd zijn onder de habitatrichtlijn worden hierdoor op voorhand uitgesloten.
5.2.2.4
Vissen De aanwezigheid van Noordzeehouting binnen het plangebied wordt op voorhand uitgesloten. Deze soort komt niet voor in kleine slootjes, enkel in grote rivieren en kustwateren. De waarnemingen uit NDFF zijn waarnemingen afkomstig uit de Nieuwe Merwede.
5.2.2.5
Libellen Het plangebied is ongeschikt voor rivierrombout. Deze soort komt voor in rivieren of grote beken, voornamelijk op plaatsen waar zand of slib is afgezet. Dit type habitat ontbreekt binnen het plangebied. De aanwezigheid van de rivierrombout wordt op voorhand uitgesloten.
5.2.2.6
Weekdieren Voor platte schijfhoren is het plangebied ongeschikt. De soort komt voor in schone, rijk begroeide wateren in laagveengebieden. Dichtstbijzijnde waarnemingen van platte schijfhoren zijn afkomstig uit de polders nabij Oud-Alblas, Wijngaarden en Molenaarsgraaf. Tevens staan de slootjes binnen het plangebied niet in verbinding met de sloten in de polder.
Ecoresult B.V. oktober 2022
25
5.2.3
Effectbeoordeling en toetsing Aanwezigheid van vleermuizen in gebouwen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger en meervleermuis) is binnen het plangebied niet uit te sluiten. Deze soorten kunnen diverse verblijfplaatsen (paar, kraam, zomer, winter) hebben in de woningen en schuren binnen het plangebied. De sloopwerkzaamheden kunnen invloed hebben op mogelijk aanwezige verblijfplaatsen. De aanwezigheid van zomer- en paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis in de bomen binnen het plangebied kan niet op voorhand worden uitgesloten. Potentieel essentieel functioneel leefgebied is niet aanwezig binnen het plangebied. De verbodsbepalingen Art 3.5 lid 2 en 4 (zie Tabel 8) van de Wnb worden mogelijk overtreden. Nader onderzoek naar vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen is noodzakelijk (zie Hoofdstuk 6). Het plangebied is voor overige soorten welke beschermd zijn onder de Habitatrichtlijn ongeschikt. Negatieve effecten zijn op voorhand uit te sluiten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
5.3
Nationaal beschermde soorten
5.3.1
Bronnenonderzoek
5.3.1.1
Nationale Databank Flora en Fauna Tabel 4: Waargenomen Nationaal beschermde soorten (Andere soorten § 3.3 Wnb) in de afgelopen 5 jaar binnen een afstand van 5 km van het plangebied: Buitendams 348-350, Hardinxveld-Giessendam. Bron: NDFFuitvoerportaal, geraadpleegd 12-07-2022. Provinciale Provinciale Soort Soortgroep Soort Soortgroep vrijstelling vrijstelling Gewone zeehond Zeezoogdieren Nee Steenmarter Zoogdieren Nee Boommarter
Zoogdieren
Nee
Veldmuis
Zoogdieren
Ja
Bosmuis
Zoogdieren
Ja
Vos
Zoogdieren
Ja
Bunzing
Zoogdieren
Ja
Wezel
Zoogdieren
Ja
Das
Zoogdieren
Nee
Woelrat
Zoogdieren
Ja
Dwergmuis
Zoogdieren
Ja
Bastaardkikker
Amfibieën
Ja
Egel
Zoogdieren
Ja
Bruine kikker
Amfibieën
Ja
Gewone bosspitsmuis Haas
Zoogdieren
Ja
Gewone pad
Amfibieën
Ja
Zoogdieren
Ja
Kleine watersalamander Amfibieën
Ja
Hermelijn
Zoogdieren
Ja
Meerkikker
Amfibieën
Ja
Huisspitsmuis
Zoogdieren
Ja
Grote modderkruiper
Vissen
Nee
Konijn
Zoogdieren
Ja
Grote vos
Dagvlinders
Nee
Ree
Zoogdieren
Ja
Grote weerschijnvlinder Dagvlinders
Nee
Rosse woelmuis
Zoogdieren
Ja
Ecoresult B.V. oktober 2022
26
5.3.2
Verkennend veldonderzoek
5.3.2.1
Zoogdieren Het plangebied en de directe omgeving zijn potentieel geschikt voor algemene soorten waarvoor in Zuid-Holland een provinciale vrijstelling geldt. Dit betreft o.a. de egel en verschillende soorten (spits-) muizen. Bomen met holten zijn afwezig, waardoor aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel functioneel leefgebied van boommarter is uitgesloten. Open water is in het plangebied afwezig. Daardoor is het plangebied ongeschikt voor zeezoogdieren als gewone zeehond. Vaste rust- en verblijfplaatsen van dassen worden op voorhand uitgesloten binnen het plangebied. Binnen het plangebied is er geen burcht aanwezig en tijdens het veldbezoek zijn er geen sporen van dassen aangetroffen. Het plangebied is potentieel geschikt voor nationaal beschermde marters zoals steenmarter (maar ook voor vrijgestelde marters zoals bunzing en hermelijn). Tijdens het veldbezoek zijn er geen (konijnen) holen aangetroffen maar wel andere plekken die als verblijfplaats gebruikt kunnen worden. Het groen binnen het plangebied beschikt over takkenhopen en dichtbegroeid struweel. Dit zijn plaatsen waar marters kunnen schuilen en die als rustplaats gebruikt kunnen worden. De rommelige hoekjes, zoals stapels met stenen, hout en snoeiafval kunnen ook door steenmarters gebruikt worden als verblijfplaats (zie Figuur 17). Ook de ruimtes in de schuren zijn toegankelijk voor steenmarter.
Tevens is het plangebied geschikt als foerageergebied. Op de weilanden en in de begroeide delen kunnen marters jagen op muizen en hazen, maar ook langs de sloten kan voedsel gevonden worden. In de schuren zijn tijdens het veldbezoek geen poepsporen van marters aangetroffen. Wél zijn er op diverse plaatsen in de schuren botten en veren van vogels aangetroffen (zie Figuur 17). Dit kan wijzen op de aanwezigheid van marters, maar ook op de aanwezigheid van bijvoorbeeld vos of roofvogels. Volgens de verspiedingsgegevens van NDFF komt de steenmarter voor in de nabije omgeving van het plangebied.
Figuur 17: De linker foto laat een voorbeeld van een 'rommelig' plekje zien binnen het plangebied. De rechterfoto geeft de aangetroffen veren/botten weer in één van de stallen binnen het plangebied. Foto: E.M.C. Schonck | Ecoresult B.V.
5.3.2.2
Amfibieën en reptielen Het plangebied is geschikt als terrestrisch habitat én als voortplantingshabitat voor Nationaal beschermde soorten amfibieën waarvoor in Zuid-Holland een vrijstelling geldt, zoals gewone pad
Ecoresult B.V. oktober 2022
27
en bruine kikker. Tijdens het veldbezoek zijn er in het struweel meerdere juveniele bruine kikkers waargenomen. De
aanwezigheid van overige beschermde, en niet vrijgestelde amfibieën
(alpenwatersalamander of vinpootsalamander) is uitgesloten wegens het ontbreken van geschikt habitat. Ten slotte komen populaties van deze soorten niet voor in de nabije omgeving van het plangebied. 5.3.2.3
Vissen Voor grote modderkruiper is het plangebied ongeschikt. De soort komt voor in ondiepe wateren met een dikke modderlaag. Dichtstbijzijnde waarnemingen van grote modderkruiper zijn afkomstig uit de polders ten noorden van het plangebied. Tevens staan de slootjes binnen het plangebied niet in verbinding met de sloten in de polder.
5.3.2.4
Dagvlinders Het plangebied herbergt geen geschikt habitat voor beschermde dagvlinders, zoals grote vos en grote weerschijnvlinder. Grote vos komt voor in vochtige bossen en boomgaarden en op andere plaatsen met grote vrijstaande bomen. Waardplanten van de soort zijn voornamelijk iep, maar ook zoete kers en sommige wilgensoorten. Grote weerschijnvlinder komt voor in vochtige loofbossen, wilgenbroekbossen of groepen bomen in beekdalen. Waardplanten van de soort zijn diverse wilgensoorten waaronder boswilg en grauwe wilg. Hoewel er meerdere knotwilgen aanwezig zijn binnen het plangebied, blijft geschikt habitat afwezig. Beide vlindersoorten zijn zeer zeldzaam in Nederland. Aanwezigheid van grote weerschijnvlinder en grote vos binnen het plangebied wordt op voorhand uitgesloten.
5.3.2.5
Vaatplanten Tijdens het verkennend veldonderzoek zijn geen beschermde planten aangetroffen. Daarnaast zijn er geen waarnemingen bekend van beschermde vaatplanten in én in de nabije omgeving van het plangebied (NDFF).
5.3.3
Effectbeoordeling en toetsing Het plangebied is potentieel geschikt voor Nationaal beschermde marters zoals steenmarter (maar ook vrijgestelde marters zoals bunzing en hermelijn). De rommelige plekjes, de schuren en het dichtbegroeide struweel kunnen dienen als verblijfplaats van marters. Wanneer de schuren worden gesloopt en groen wordt verwijderd zijn negatieve effecten op steenmarter niet op voorhand uit te sluiten. De verbodsbepalingen Art 3.10 lid 1b (zie Tabel 8) van de Wnb worden mogelijk overtreden. Nader onderzoek naar vaste rust- en verblijfplaatsen van steenmarter is noodzakelijk (zie Hoofdstuk 6). Tevens is het plangebied geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Zuid-Holland een vrijstelling geldt, zoals algemene (spits)muizen, egel, vos, gewone pad en bruine kikker. Negatieve effecten op deze soorten zijn niet op voorhand uit te sluiten, maar nader onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat schadelijke effecten op soorten zoals gewone pad, bruine kikker, egel, vos en muizen zoveel
Ecoresult B.V. oktober 2022
28
mogelijk dienen te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden, of daar direct aan voorafgaand. Voor overige vrijgestelde en niet-vrijgestelde Nationaal beschermde soorten is het plangebied ongeschikt. Negatieve effecten zijn op voorhand uit te sluiten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
5.4
Invasieve exoten Tijdens het veldbezoek zijn geen invasieve exoten vastgesteld in het plangebied. Uitheemse duizendknopen, reuzenberenklauw en/of andere invasieve exoten zijn niet aanwezig.
Ecoresult B.V. oktober 2022
29
6
Vervolgstappen
6.1
Algemeen In voorliggend hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de op basis van de effectbeoordelingen benodigde nader onderzoeken en mogelijk verdere vervolgstappen.
6.2
Beschermde gebieden In Tabel 5 is in een overzicht te vinden of en indien van toepassing welke vervolgstappen er genomen dienen te worden met betrekking tot beschermde gebieden. Aanvullend onderzoek naar mogelijke bijdragen van stikstofdepositie als gevolg van de gebruiksfase in de vorm van een AERIUS-berekening is in 2021 uitgevoerd door Econsultancy5. Het beoogde plan zorgt niet voor een toename in stikstofdepositie. Op basis van deze uitkomst kunnen negatieve effecten op Natura 2000-gebieden op voorhand worden uitgesloten.
Tabel 5: Tabel met verwachtte effecten van de ontwikkeling op beschermde gebieden en de te nemen vervolgstappen. Afstand tot Nader Mitigerende Type Negatief effect Ontheffing plangebied onderzoek maatregelen Natura 2000 800 m Nee Nee Nee Nee
6.3
Natuurnetwerk Nederland
800 m
Nee
Nee
Nee
Nee
Weidevogelleefgebied
3,1 km
Nee
Nee
Nee
Nee
Strategische Reservering 9 km Natuur Beschermde houtopstanden N.V.T.
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Beschermde soorten In Tabel 6 is een overzicht te vinden of en indien van toepassing welke vervolgstappen er genomen dienen te worden met betrekking tot beschermde soorten. Voor voorliggend plan is er nader onderzoek nodig naar de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel functioneel leefgebied van huismus, vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluw, kerkuil, steenuil, vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis en laatvlieger) en steenmarter.
5
Berends, 2021
30
Vogelrichtlijn
Habitatrichtlijn
Vogels met jaarrond beschermde nesten
Huismus
Ja
(Mitigerende) maatregelen (aantal)
Ontheffing nodig
Nader onderzoek****
Negatief effect*
Functie
Geschikt / aanwezig
Soort
Soortgroep
Beschermingsregime
Tabel 6: Mogelijk aanwezige beschermde soorten binnen het plangebied, de verwachtte functies en te nemen vervolgstappen.
Vaste rust- en verblijfplaats enMogelijk Ja, door middel van 2 bezoeken in de periode Mogelijk functioneel leefgebied 1 april – 15 mei, of 4 bezoeken tussen 20 maart en 20 juni. De tussenliggende tijd tussen de veldonderzoeken is minimaal 10 dagen. Gierzwaluw Ja Vaste rust- en verblijfplaats Mogelijk Ja, door middel van 3 bezoeken in de periode Mogelijk 1 juni – 15 juli. De tussenliggende tijd tussen de veldonderzoeken is minimaal 10 dagen. Kerkuil Ja Vaste rust- en verblijfplaats Mogelijk Ja, 3 bezoeken van 1 februari t/m 31 augustus Mogelijk in de avond of nacht. Steenuil Ja Vaste rust- en verblijfplaats Mogelijk Ja, 3 bezoeken nodig van 1 februari t/m 30 Mogelijk april, met minstens één maand tussen het eerste en laatste bezoek Overige soorten jaarrond Nee n.v.t n.v.t n.v.t n.v.t beschermd nest Vogels met nietDiverse zoals koolmees, Ja Vaste rust- en verblijfplaats Mogelijk Nee Nee jaarrond beschermde pimpelmees en ekster nesten (Categorie-5) Algemene vogels Diverse zoals houtduif, Ja Vaste rust- en verblijfplaats Mogelijk Nee Nee kauw, Turkse tortel en merel Vleermuizen Gewone dwergvleermuis, Ja Zomerverblijfplaats, Mogelijk Ja, in de periode 15 mei tot 15 juli door middel Mogelijk (gebouwbewonend) ruige dwergvleermuis, paarverblijfplaats, van 3 bezoeken en tussen 15 augustus en 15 gewone kraamverblijfplaats en september middels 2 bezoeken.
De grootoorvleermuis, winterverblijfplaats tussenliggende tijd tussen de veldbezoeken is laatvlieger en minimaal 20 dagen. meervleermuis Vleermuizen Gewone dwergvleermuis Ja Zomerverblijfplaats en Mogelijk Ja, in de periode 15 april tot 15 augustus door Mogelijk (boombewonend) en ruige dwergvleermuis paarverblijfplaats middel van 2 bezoeken en tussen 15 augustus en 1 oktober middels 2 bezoeken. De tussenliggende tijd tussen de veldonderzoeken is minimaal 20 dagen.
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk Mogelijk
n.v.t Ja, Algemene bescherming vogels** Ja, Algemene bescherming vogels ** Mogelijk
Mogelijk
31
Vrijgesteld
Invasieve exoten
Steenmarter
Ja
Diverse zoals vos, egel (spits-)muizen, bruine kikker, gewone pad
Ja
Vaste rust- en verblijfplaats enMogelijk Dit kan onderzocht worden door gedurende 6 Mogelijk Mogelijk essentieel leefgebied weken in de periode maart - augustus meerdere cameravallen te plaatsen. Deze camera’s dienen op strategische plekken geplaatst te worden op basis van habitat, wissels en sporen. Deze onderzoeksmethodiek is gebaseerd op de onderzoek richtlijnen van de provincie Noord-Brabant voor kleine marterachtigen6. Vaste rust- en verblijfplaats, Mogelijk Nee Nee Ja, Zorgplicht*** Essentieel leefgebied
Nee
*Een negatief effect is bepaald op basis van de aanwezige potenties en de getoetste maatregelen uit paragraaf 3.3. ** Algemene bescherming vogels: Tijdens de werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met broedvogels. Schadelijke effecten op in gebruik zijnde nesten van vogels zijn te voorkomen door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 1 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen in gebruik zijnde nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk. Bij aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten dienen in samenspraak met een deskundig ecoloog de mogelijkheden bekeken te worden. Eventuele verwijdering van beplanting vindt plaats buiten de broedperiode van de aanwezige soorten (die globaal loopt van 1 maart tot 15 augustus). *** Zorglicht algemeen: De zorgplicht dient altijd in acht genomen te worden. De zorgplicht houdt in dat iedereen ‘voldoende zorg’ in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende dieren en planten (en dus niet alleen de beschermde) en hun leefomgeving. Concreet betekent dit dat wanneer wordt vermoed dat door handelingen of nalaten geen nadelige gevolgen voor flora of fauna kunnen mogen worden veroorzaakt.
Verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten (voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevraagd) en alle maatregelen te nemen die die negatieve gevolgen kunnen voorkomen, beperken of ongedaan te maken. In de praktijk zal dus wanneer men in het werkterrein een egel of gewone pad aantreft, deze buiten het werkterrein geplaatst dient te worden of de kans moet krijgen om op eigen kracht het werkterrein te verlaten. ****De aanpak voor het nader veldonderzoek is conform de eisen die het bevoegd gezag hieraan stelt (Kennisdocumenten en Vleermuisprotocol 2021).
6
Bouwens, 2017.
Ecoresult B.V. oktober 2022
32
6.4
Onderzoeksperioden In Tabel 7 is een overzicht te vinden van de perioden waarin aanvullend onderzoek mag plaats vinden. Ook zijn het aantal veldbezoeken aangegeven (in de praktijk kunnen veldbezoeken van verschillende soorten mogelijk gecombineerd worden).
Huismus
December
November
Oktober
September
Augustus
Juli
Juni
Mei
April
Maart
Soort
Februari
Januari
Tabel 7: De onderzoeksperioden voor het benodigde nader onderzoek. De cijfers in de tabel geven het aantal benodigde bezoeken weer. Samengesteld op basis van het Vleermuisprotocol 2021, Handreiking Kleine Marters (2017) en de kennisdocumenten.
2
Gierzwaluw
3
Kerkuil
3
Steenuil
3
Gewone dwergvleermuis
2
Ruige dwergvleermuis
2
2
Gewone grootoorvleermuis
2
Laatvlieger
2
Meervleermuis
2
Marteronderzoek
2
12 weken
2 2 2
6 weken
12 weken
Nestplaats + (Essentieel leefgebied) Zomerverblijfplaats Zomer-/Kraamverblijfplaats Paarverblijfplaats/winterverblijfplaats Marteronderzoek
6.5
Ontheffing Een ontheffing Wet Natuurbescherming is noodzakelijk in de volgende gevallen •
Wanneer er vaste rust- en verblijfplaatsen of essentieel functioneel leefgebied van huismus, gierzwaluw, steenuil, kerkuil, vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger en meervleermuis) en steenmarter aanwezig zijn en deze functies door de werkzaamheden niet kunnen worden ontzien.
De initiatiefnemer dient in het bezit te zijn van een ontheffing Wet Natuurbescherming voordat met verstorende werkzaamheden kan worden gestart. Ook dienen dan mitigerende maatregelen te worden getroffen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het plaatsen van tijdelijke voorzieningen.
33
De doorlooptijd van de ontheffingsaanvraag is maximaal 20 weken (maar hier wordt in de praktijk vaak van afgeweken). Een ontheffingsaanvraag wordt op hoofdlijn getoetst aan de volgende criteria: •
Afwezigheid van reële alternatieven (planning, werkwijze, locatie).
•
Wettelijk belang van de werkzaamheden (verschilt per beschermingscategorie).
•
Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Dit is onder andere afhankelijk van de ruimtelijke spreiding van de soort in de directe omgeving.
Dit
kan
worden
voorkomen
door
het
treffen
van
voldoende
mitigerende/compenserende maatregelen.
Ecoresult B.V. oktober 2022
34
7
Conclusies In opdracht van Lx Real Estate (namens Gebroeders Blokland Ontwikkeling en Bouw B.V.) heeft Ecoresult B.V. een quickscan uitgevoerd voor het plangebied genaamd: Buitendams 348-350, Hardinxveld-Giessendam. De aanleiding voor dit verzoek betreffen de voorgenomen sloop- en nieuwbouwwerkzaamheden binnen het plangebied. Deze voorgenomen ontwikkelingen kunnen schadelijke effecten hebben op beschermde soorten en natuurgebieden. Uit voorliggende quickscan is gebleken dat: •
Gebiedsbescherming o
Wet Natuurbescherming ▪
Een bijdrage van stikstofdepositie als gevolg van de gebruiksfase van dit project is uitgesloten.
▪
Overige effecten (geluid, trillingen, verlichting, mechanische effecten of menselijke aanwezigheid) op Natura2000 kunnen op voorhand worden uitgesloten.