Bijlage 2 - Toelichting en Regels bestemmingsplan Buitendams 348-350.pdf
Tekst van het document
Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldend(e) plan(nen) 1.4 Leeswijzer
6 6 6 7 8
Hoofdstuk 2 Gebiedsvisie 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie
9 9 10
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 Conclusie
13 13 14 17 19
Hoofdstuk 4 Milieu- & omgevingsaspecten 4.1 Verkeer & parkeren 4.2 Bodem 4.3 Geluid 4.4 Milieuzonering 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Geur 4.7 Externe veiligheid 4.8 Waterhuishouding 4.9 Ecologie 4.10 Archeologie & cultuurhistorie 4.11 Leidingen 4.12 Vormvrije MER-beoordeling
20 20 21 22 24 25 27 28 30 33 36 37 38
Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Bestemmingsplan
39 39 40
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Overleg 6.3 Inspraak 6.4 Zienswijzen
42 42 42 42 43
Bijlagen toelichting
45
Bijlage 1
Stedenbouwkundig Programma van Eisen
46
Bijlage 2
Verkennend en aanvullend bodemonderzoek
47
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
48
Bijlage 4
Waterbergingsberekening
49
Bijlage 5
Quickscan flora en fauna
50
Bijlage 6
Stikstofdepositieonderzoek
51
Bijlage 7
Nader onderzoek flora en fauna
52
Bijlage 8
Aannemelijkheidsparagraaf flora en fauna
53
2
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
Bijlage 9
Archeologisch onderzoek
54
Bijlage 10
Aanmeldnotitie m.e.r. beoordeling
55
Bijlage 11
Nota van Beantwoording - Inspraakreacties
56
Bijlage 12
Nota van Beantwoording - Zienswijzen
57
Regels
59
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
60 60 65
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9
Bestemmingsregels Groen Verkeer - Verblijfsgebied Water Wonen Waarde - Archeologische verwachting 2 Waarde - Archeologische verwachting 4 Waarde - Archeologische verwachting 9
66 66 67 68 69 73 75 77
Hoofdstuk 3 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
79 79 79 80 80 81 81 82
Hoofdstuk 4 Artikel 17 Artikel 18
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
83 83 83
Bijlagen regels
84
Bijlage 1
Staat van Bedrijfsactiviteiten functiemenging
85
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
3
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
4
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
Toelichting
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
5
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De locatie, aan de Buitendams 348 en 350, wordt getransformeerd naar woningbouw. De bestaande bebouwing van een voormalige meubelfabriek wordt gesloopt en in plaats daarvan worden 24 woningen gerealiseerd. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken, moet het geldende bestemmingsplan voor de gronden in het plangebied worden herzien. Onderhavig bestemmingsplan voorziet hierin.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom van Hardinxveld-Giessendam en staat kadastraal bekend als gemeente Hardinxveld-Giessendam, sectie K, nummers 32, 33, 1085, 1086, 1087, 1176, 1180 en 1654 en heeft een totale oppervlakte van circa 10.162 m². Het plangebied wordt begrensd door: Noordzijde: een B-watergang en de achterperceelsgrenzen van enkele woningen aan de Koperwiek; Oostzijde: een C-watergang en de perceelsgrenzen van de woningen aan de Koperwiek 6 en 8 en de Buitendams 342; Zuidzijde: de Buitendams; Westzijde: de perceelsgrenzen van de woning aan de Buitendams 358, 360a en 362. Navolgende afbeeldingen tonen globaal de ligging en begrenzing van het plangebied in de omgeving. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.
Globale ligging plangebied (rode stip)
6
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
Globale begrenzing plangebied (rode omkadering)
1.3
Geldend(e) plan(nen)
Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan 'Hardinxveld-Giessendam, bebouwd gebied', zoals door de gemeenteraad is vastgesteld op 30 maart 2017. De gronden in het plangebied hebben de bestemmingen 'Bedrijf' met bouwvlakken, 'Tuin', 'Water' en 'Wonen' met bouwvlak. Ter plaatse van de bedrijfsbestemming zijn binnnen de bouwvlakken bedrijven tot en met categorie 2 toegestaan, evenals een bedrijfswoning, ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'. Ter plaatse van het bouwvlak binnen de woonbestemming is een vrijstaand woning of twee-aaneengebouwde woning toegestaan. Daarnaast is het plangebied voorzien van de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologische verwachting 2, 4 en 9'. De voor 'Waarde - Archeologische verwachting' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, primair bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de naar verwachting aanwezige archeologische waarden.
Uitsnede geldend bestemmingsplan met globale begrenzing plangebied (rode omkadering) De beoogde ontwikkeling van 24 burgerwoningen past niet binnen het geldende bestemmingsplan. Daarom worden de geldende bestemmingen voor de gronden in het plangebied herzien.
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
7
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. De toelichting kan globaal opgedeeld worden in vier delen. Inleiding en gebiedsvisie In hoofdstuk 1 zijn de aanleiding en het kader voor de planherziening beschreven. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied. Verantwoording Hoofdstukken 3 en 4 geven de achtergronden, toelichting en motivatie op de gemaakte keuzen weer die uiteindelijk hebben geleid tot de uitgewerkte planopzet. In dit planonderdeel worden onder meer het (beleids)kader en de milieuaspecten uiteengezet. Juridische planbeschrijving In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet beschreven. Doel is een nadere onderbouwing te geven wat met het plan wordt beoogd en hoe de instrumenten regels en verbeelding hierbij worden gehanteerd.
Uitvoerbaarheid Het laatste deel (hoofdstuk 6) gaat in op de financieel-economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
8
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
Hoofdstuk 2 2.1
Gebiedsvisie
Bestaande situatie
Het plangebied is een voormalige bedrijfslocatie van een meubelfabriek. Een deel van de bebouwing is reeds gesloopt. De nog bestaande bebouwing is sterk verouderd en vervallen, omdat deze al circa 18 jaar niet meer in gebruik is ten behoeve van een bedrijfsfunctie. Het betreffen diverse gebouwtjes en schuren, een grote loods en twee dijkwoningen. Navolgend enkele impressies van de bestaande situatie in het plangebied:
Impressie bestaande straatbeeld
Impressie van de bestaande bebouwing binnen het plangebied
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
9
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
Het plangebied wordt voornamelijk omringd door woningen. Uitzonderingen hierop zijn onder andere een aannemersbedrijf ten zuidwesten van het plangebied, bedrijventerrein De Peulen ten zuidwesten van het plangebied, een wooncomplex met een dagbestedingcomplex voor mensen met een beperking ten oosten van het plangebied, een kinderopvang ten noordwesten van het plangebied en twee kerken ten zuidoosten en ten westen van het plangebied. Op navolgende afbeelding is schematisch de bestaande bebouwing rond het plangebied weergegeven:
Impressie omliggende bebouwing, met globale aanduiding plangebied (rode omkadering)
2.2
Toekomstige situatie
Stedenbouwkundig Programma van Eisen De ambitie voor ontwikkeling van de locatie is het omvormen van de bestaande, rommelige situatie met bedrijvigheid tot een aantrekkelijk, kleinschalig woonmilieu. Deze ambitie heeft gevolgen voor twee schaalniveaus. Op het hogere schaalniveau dient het plan zich te verhouden tot de stedenbouwkundige structuur. Op een lager schaalniveau wordt er in het plan gestreefd naar een beperkte mate van variatie en verscheidenheid aan vorm, kleur en materialen, passend bij de identiteit van het gebied. In het Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) zijn de relevante uitgangspunten bepaald en is de beoogde beeldkwaliteit beschreven. Eveneens is er beschreven hoe de invulling verder gestalte krijgt onder supervisie vanuit de gemeente. Het SPvE biedt daarmee het ruimtelijk en kwalitatief kader voor de ontwikkeling van de locatie en de aansluiting op de omgeving, zie bijlage 1. De beoogde ontwikkeling bestaat derhalve uit de sloop van de bestaande bebouwing en de nieuwbouw van 24 woningen. Het woningbouwprogramma betreft een mix van ruime vrijstaande woningen, twee-onder-één-kap woningen, rijwoningen en dijkwoningen. De hoofdstructuur van het toekomstige woongebied is een aaneenschakeling van bebouwingspatronen en buitenruimten en wordt gekenmerkt door dorpse kleinschaligheid met ruimte voor water en groen.
Het gebied wordt primair toegankelijk via een verbinding vanuit de Patrijs met een koppeling naar de Buitendams en een insteek naar het oostelijk deel. Zoals weergegeven op de navolgende verkavelingstekening:
10
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
Beoogde verkaveling van het plangebied (bron: van Es architecten, 17-04-2023) De verkaveling is op te delen in vier bouwvelden. Uitgangspunt voor de invulling van de bouwvelden is een differentiatie van programma per deelgebied, in aansluiting op de omliggende context. Het meest noordelijk gelegen bouwveld (1) bestaat uit losstaande bebouwing op ruime kavels, waarmee wordt aangesloten op het karakter van de bestaande kavels ten noorden ten en oosten van het bouwveld. Het centraal gelegen bouwveld (2) betreft de aaneengesloten bebouwing van verandawoningen. Het oostelijke bouwveld (3) is een woonhofje met vrijstaande en geschakelde bebouwing en het zuidelijke bouwveld (4) betreffen aaneengebouwde dijkwoningen, die aansluitend op het dijkprofiel worden gerealiseerd.
Impressie van de bouwvelden (bron: van Es architecten, 11-11-2021)
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
11
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
Beeldkwaliteit Streefbeeld voor de ontwikkeling is het realiseren van een kleinschalig en compact, modern dorps woonmilieu. Het plangebied bestaat uit een divers aantal bouwvelden, waarbij de uitwerking van de openbare ruimte en architectuur leidt tot één samenhangende buurt met een herkenbare identiteit. De variatie aan woningtypen creëert een zekere mate van verscheidenheid. Derhalve wordt qua bouwstijl gestreefd naar eenheid (‘architectuurverwantschap’), waarbij variatie in kleur- en materiaalgebruik mogelijk is. De woningen worden overwegend uitgevoerd in een baksteenarchitectuur, met zadeldaken waarvan de richting vrij is. Teneinde de beeldkwaliteit van het gebied te waarborgen zijn in het stedenbouwkundig programma van eisen (SPvE) diverse beeldkwaliteitsaspecten benoemd, zie bijlage 1 bij de toelichting. Deze criteria vormen het uitgangspunt voor de uiteindelijke uitwerking van de bebouwing en de openbare ruimte. Architectuur Gestreefd wordt naar een herkenbare identiteit voor de woonstraten en het hof (bouwvelden 1, 2 en 3). De samenhang zit hier in het grondgebonden karakter en een baksteenarchitectuur met traditionele kapvormen, met beperkt ondersteunend materiaalgebruik. Variatie zit in typologie, (dak)materialisatie en kleurgebruik. De identiteit van de woningen aan Buitendams (bouwveld 4) heeft twee gezichten.
Gericht op de polder verhoudt het zich tot de woonstraten en het hof. Aan de Buitendams heeft de bebouwing een relatie met het historische lint In het lint (bouwveld 4) komen 7 rijwoningen, opgesplitst in een rij van 3 en een rij van 4 woningen. Het hof (bouwveld 3) kent 4 vrijstaande woningen en 4 twee-onder-een kap woningen, in de vorm van twee volumes. De woonstraat (bouwveld 2) vormt een compacte rij waarin 6 kleinere eenheden. Het plan bevat in het noordelijke deel 3 (bouwveld 1) vrijstaande villa’s. Openbare ruimte Het compacte karakter van de woonbuurt wordt vertaald in de sfeer van de openbare ruimte. De architectuur en buitenruimte worden in nauwe samenhang met elkaar ontworpen. De overgang tussen privé en publiek wordt vormgegeven middels voorgeschreven erfovergangen. De bestaande watergangen worden bij de toekomstige herontwikkeling grotendeels behouden en vormen als het ware een omlijsting van het plangebied. In het middengedeelte wordt in aanvulling en aansluitend op de bestaande watergangen een groot wateroppervlak gerealiseerd, dat door de aanleg van steigers beleefbaar wordt. Langs de watergang langs de westzijde van het plangebied wordt een natuurlijk talud gerealiseerd. Doordat het water vrijwel overal in het plangebied zichtbaar is, vormt het een belangrijk structurerend element.
Evenals de groene omkadering van de woonkavels en de parkeervoorzieningen met hagen, begroeid hekwerk en een houtwal.
12
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Nationaal beleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), waarin het Rijk een lange termijn visie geeft op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt keuzes te maken. Bij de afweging van keuzes wordt bij voorkeur gekozen voor slimme combinaties van functies, wordt uitgegaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden en worden beslissingen niet uitgesteld of doorgeschoven. De nationale belangen en opgaven waarop het Rijk wil sturen en richting wil geven, komen samen in de volgende vier prioriteiten: Ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden; Steden en regio's sterker en leefbaarder maken; Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de prioriteiten uit de NOVI. De NOVI vormt geen belemmering voor dit plan. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het beleid, zoals beschreven in de voorganger van de NOVI, oftewel de SVIR. Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, vervalt het Barro. De regels van het Barro worden dan vervangen door het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL). Het BKL wordt de uitwerking, in regelgeving, van het beleid dat in de NOVI staat. Zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is, is het Barro nog van toepassing. In het Barro, ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 14 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Planspecifiek In het Barro zijn geen regels opgenomen die van belang zijn voor het onderhavige plangebied. Dit bestemmingsplan past daarmee binnen het beleid zoals opgenomen in het Barro. 3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
De in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder worden in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.'
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
13
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
In het kader van de duurzame ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit de Bro gehanteerd: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.' Volgens de nota van toelichting bij het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte. Zoals ook volgt uit onder andere de uitspraak met het nummer 201303578/1/R4 van 24 december 2014 kunnen, naar het oordeel van de Raad van State, planologische mogelijkheden waarvan nog geen gebruik is gemaakt, als leegstaande verstedelijkingsruimte worden aangemerkt. Een dergelijke locatie wordt gezien als onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. Planspecifiek Met dit plan wordt de realisatie van maximaal 24 wooneenheden mogelijk gemaakt. Daarmee is sprake van een stedelijke ontwikkeling, welke getoetst moet worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Ten aanzien van de ladder kan worden gesteld dat het voorliggende plan voorziet in een regionale woningbehoefte. De voorgenomen ontwikkeling past binnen de regionale woonagenda, zie subparagraaf 3.3.2.
Gezien de grote druk op de woningmarkt is het van belang om de beoogde ontwikkeling te realiseren. Ook is sprake van een ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. De sloop van de verouderde en vervallen bedrijfsbebouwing en de bouw van 24 woningen op deze locatie betreft een transformatieopgave. Het plan voldoet daarmee aan de eisen van de ladder voor duurzame verstedelijking. 3.1.4
Conclusie
In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Zuid-Holland
Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Zuid-Holland vastgesteld. De Omgevingsvisie van Zuid-Holland biedt een strategische blik op de lange(re) termijn voor de gehele fysieke leefomgeving en bevat de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid van de provincie. De Omgevingsvisie vormt samen met de Omgevingsverordening en het Omgevingsprogramma het provinciale Omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland. De provincie heeft in haar Omgevingsvisie zeven vernieuwingsambities geformuleerd. Deze ambities dienen als stip op de horizon: Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten; Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor; Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen; Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid-Holland; Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving; Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit; Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving.
Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland Zuid-Holland staat voor de opgave om in het komende decennium een fors aantal betaalbare woningen te realiseren en de bestaande woonvoorraad te verduurzamen. Tegelijkertijd zijn de groeiende steden ook plaatsen waar sociale problematiek zich manifesteert. In het landelijk gebied
14
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
vormt het behoud van voorzieningen en leefbaarheid een opgave. De uitdaging is om een gezonde, sociale, groene en duurzame leefomgeving in te richten. Om die vitale samenleving werkelijkheid te laten worden is meer nodig dan woningbouw alleen. Het leef- en vestigingsklimaat kan versterkt worden door stad en land goed te verbinden, door ruimte te bieden voor groen en water in de stad, door een evenwichtige woningvoorraad en passende werklocaties. In Zuid-Holland moetiedereen zich thuis kunnen voelen in sterke steden en dorpen. Daarvoor moeten er voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste locatie zijn. De provincie wil de bouw van passende en betaalbare woningen versnellen, met waarborg voor ruimtelijke en sociale kwaliteit en passende mobiliteitsvoorzieningen. Nieuwbouw wordt energieneutraal gebouwd, zolang het de hoeveelheid en het tempo van woningbouw niet belemmert. De provincie wil het economisch potentieel beter benutten door de steden met hun afzonderlijke kwaliteiten te verbinden. Verder wil de provincie dat het bebouwd gebied klimaatadaptief wordt ingericht. Daarbij wordt primair gekozen voor bouwen in bestaand bebouwd gebied en nabij knooppunten van hoogwaardig openbaar vervoer. Daarnaast wordt een integrale afweging gemaakt tussen landschappelijk belang, ruimte voor woningen en bedrijven.
Waardevolle landschappen zoals het Groene Hart (inclusief De Waarden), Midden-Delfland, en de kust worden zoveel mogelijk beschermd. Planspecifiek De beoogde ontwikkeling sluit aan bij het vertrekpunt dat zoveel mogelijk binnen bestaand stedelijk gebied gebouwd wordt. Bovendien betreft het gevarieerd woningbouwprogramma, zodat een bijdrage wordt geleverd aan de ambitie om binnen de provincie een ieder een passende en betaalbare woning te kunnen bieden. Daarnaast wordt ook een bijdrage geleverd aan de provinciale duurzaamheidambities door de nieuwe woningen zonder aardgasaansluiting uit te voeren en een groene en waterrijke leefomgeving te creëren. De Omgevingsvisie doet verder geen specifieke uitspraken die van belang zijn voor de voorliggende ontwikkeling. De Omgevingsvisie vormt geen belemmering voor de nieuw te bouwen woningen. 3.2.2
Omgevingsverordening Zuid-Holland
Op 20 februari 2019 is de Omgevingsverordening Zuid-Holland door de Provinciale Staten vastgesteld. De omgevingsverordening bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie. Planspecifiek In artikel 6.9 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: Lid 1. a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; c.
als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; 2. en het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid.
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
15
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
Lid 3. Aanvullende ruimtelijke maatregelen zijn: a. de aanvullende ruimtelijke maatregelen kunnen bestaan uit (een combinatie van): 1. duurzame sanering van leegstaande bebouwing, kassen en/of boom- en sierteelt; 2. wegnemen van verharding; 3. toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen; 4. andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert. b. de onder a genoemde maatregelen worden in beginsel getroffen binnen hetzelfde plangebied als de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling, tenzij kan worden gemotiveerd dat dat niet mogelijk is. In dat geval kunnen ook ruimtelijke maatregelen elders in de motivering inzake ruimtelijke kwaliteit worden betrokken; c. in afwijking van onder b kan het bevoegd gezag in plaats van het treffen van ruimtelijke maatregelen een (gedeeltelijke) financiële compensatie verlangen door middel van een storting in een kwaliteitsfonds, dat is ingesteld op basis van de door provinciale staten vastgestelde regeling voor kwaliteitsfondsen, mits de daadwerkelijke uitvoering van de compenserende ruimtelijke kwaliteitsmaatregelen afdoende is verzekerd. De kwaliteitskaart is de kaart van de Omgevingsvisie die is opgebouwd uit vier lagen: de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschapen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving. Het plangebied is opgenomen in drie van de vier kwaliteitskaarten.
In de laag van de ondergrond is plangebied aangeduid als 'Rivierdeltacomplex - rivierklei/veen'. Ontwikkelingen in dit gebied houden het verschil tussen komgronden en oeverwallen herkenbaar. Voorgenomen ontwikkeling voorziet niet in de verslechtering van deze herkenbaarheid. In de laag van de cultuur- en natuurlandschappen is het plangebied aangeduid als 'Veen(weide)landschap'. Richtpunten hierbij zijn: Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden; Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen; Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden. Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders; Nieuwe agrarische bedrijven liggen aan bestaande ruilverkavelingslinten of op een zeer goed bereikbare locatie voor zwaar verkeer. Ze vormen visuele eilanden in het veenweidelandschap door stevige, passende beplanting en een ligging op ruime afstand van elkaar. Daarnaast ligt het plangebied aan een dijklint.
Voor linten gelden de volgende richtpunten: Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebiedd; Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst; Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. Bij grootschalige ontwikkelingen blijft het lint herkenbaar als bebouwingsvorm. Dit betekent dat op gepaste afstand van het lint gebouwd wordt, waarbij het landschap, het lint en de nieuwe ontwikkeling bepalend zijn voor deze afstand. Het lint behoudt zijn eigen gezicht. Het stedenbouwkundig plan sluit voor zover mogelijk aan bij de kenmerkende landschapselementen uit het veenlandschap. Er wordt geen nieuwe bebouwing of bouwwerken in een veenweidepolder gebouwd. Daarnaast blijft het lint in takt en wordt hier zoveel mogelijk op aangesloten met dijkwoningen en een opening in de bebouwing om een doorzicht vanaf de dijk op het achterliggende landschap te creëren. In de laag van de stedelijk occupatie is het plangebied aangeduid als ‘Steden en dorpen’.
Relevante richtpunten voor voorgenomen ontwikkeling zijn: Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp; Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur;
16
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterktde overgangskwaliteit van de stadsrand; Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd.
In de laag van de beleving is de Buitendams aangemerkt als ‘Fiets- en wandelroute’. De provincie richt zich hier op het voorkomen van (nieuwe) obstakels en omwegen in het recreatief netwerk. Recreatieve voorzieningen worden zoveel mogelijk gekoppeld aan recreatieknooppunten in het recreatieve netwerk. Waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van het cultuurhistorisch erfgoed of andere recreatief interessante locaties. Door het planvoornemen onstaan geen obstakels en/of omwegen in het recreatief netwerk. Op grond van de verordening moet een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling met de functie wonen mogelijk maakt voorzien in voldoende sociale huurwoningen (artikel 6.10, lid 2). Het onderhavige bestemmingsplan maakt de bouw van 24 grondgebonden woningen mogelijk, waarvan circa 13 in het betaalbare/midden segment. Het woningbouwprogramma betreft een mix van ruime vrijstaande woningen, twee-onder-één-kap woningen, rijwoningen en dijkwoningen. Het toekomstige woongebied wordt gekenmerkt door dorpse kleinschaligheid met ruimte voor water en groen. Hiermee geven we richting aan een gedifferentieerd woningaanbod binnen de gemeente HardinxveldGiessendam passend bij onze woningzoekenden en onze huidige woningvoorraad. Artikel 6.10c van de omgevingsverordening wordt voor het plangebied een maximale parkeernorm van 0,7 parkeerplaats per woning voorgeschreven.
Heirvan kan worden afgeweken wanneer de gemeente op de lokale situatie afgestemde regels of beleid voor parkeren heeft vastgesteld. Op 21 juni 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders de beleidsregels voor parkeernormen vastgesteld, gebaseerd op eigen data over de lokale situatie en eigen overwegingen. De onderhavige ruimtelijke ontwikkeling voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart en betreft een duurzame sanering van leegstaande bebouwing. Vandaar dat de Omgevingsverordening geen belemmering vormt. 3.2.3
Conclusie
In het plangebied zijn geen provinciale belangen in het geding.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Structuurvisie Hardinxveld-Giessendam 2030
De structuurvisie is op 19 januari 2015 door de gemeenteraad vastgesteld en is een ruimtelijke ontwikkelingsvisie met een richtinggevend en programmatisch karakter die integrale keuzes bevat voor de hoofdlijnen van beleid voor de komende periode. In de structuurvisie wordt gestuurd op ruimtelijke structuren: waar gebeurt wat, op welke manier, op welk moment en waarom? De structuurvisie is bedoeld om voor de langere termijn ruimtelijke samenhang tot stand te brengen en bezit daarom een zekere mate van globaliteit en abstractie. Wonen Eén van de belangrijke speerpunten is het behouden van jongeren. Dit is van belang voor de leefbaarheid in de kernen, voor de kenmerkende sociale cohesie van Hardinxveld-Giessendam en voor het behoud van werkgelegenheid. Om de doorstroming op de woningmarkt te bevorderen, zet de gemeente waar mogelijk en gewenst in op herstructurering van bestaande wijken. Ook heeft de gemeente drie grote uitbreidingslocaties voor woningbouw voor de komende 10-20 jaar gepland. Naast de grote uitbreidingslocaties komen er met regelmaat (inbreidings)locaties vrij, bijvoorbeeld door het uitplaatsen van hinderlijke bedrijvigheid. Waar mogelijk werkt de gemeente mee aan deze verplaatsingen waarbij op de vrijgekomen locaties woningbouw kan worden mogelijk gemaakt. De gemeente houdt een deel van haar plancapaciteit beschikbaar voor deze kwalitatieve verbeteringen.
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
17
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
Planspecifiek Het onderhavige plan betreft een inbreidingslocatie, waar een voormalige bedrijfsbestemming wordt getransformeerd tot woongebied. Zodoende is in lijn met de structuurvisie sprake van een kwalitatieve verbetering. Onder andere door de groene en waterrijke inpassing. Bovendien draagt het gevarieerde woningbouwprogramma bij aan het bevorderen van de doorstroming. Ook worden de nieuwe woningen gasloos uitgevoerd, ten behoeve van de verduurzaming van de woningvoorraad. 3.3.2
Regionale woonvisie
Met de Drechtstedelijke Groeiagenda 2030 wil de regio naar een integrale aanpak van wonen, werken, recreëren, onderwijs en bereikbaarheid. De ‘Woonvisie 2017 – 2031’ beoogt hieraan een inspirerende en uitnodigende bijdrage te leveren. In de woonvisie zijn 20 kernpunten opgenomen. Hiermee willen de Drechtsteden zich positioneren als 'de Drechtsteden voor Rotterdam', en een kwalitatief hoog woningaanbod realiseren voor een doelgroep die in een duurder segment, goed bereikbaar, met meer ruimte en met moderne stedelijke voorzieningen in of direct bij Dordrecht, een traditioneel Hollandse stad, wil wonen. De kernpunten richten zich onder andere op een groei van het aantal huishoudens en woningen en het zoeken naar locaties/mogelijkheden om de plancapaciteit te verhogen. In de koopsector is er vooral behoefte aan meer eengezinswoningen en met name woningen in het hoge segment. Het is van belang om bewoners die willen doorstromen naar een woning in het hogere segment, daartoe daadwerkelijk de mogelijkheid te hebben. Om te voorkomen dat bewoners naar een andere regio uitwijken omdat zij geen woning in het hogere segment kunnen vinden. Ook is een breder aanbod nodig opdat huishoudens met hogere inkomens zich in de regio komen vestigen. Planspecifiek Op basis van de woonvisie wordt ingezet op de groei in het duurdere segment om een meer evenwichtig samengestelde bevolking te realiseren.
Het gevarieerde woningbouwprogramma in het onderhavige plan levert hieraan een bijdrage. Op grond van de regionale afspraken is de inzet is om in de regio 25.000 nieuwe woningen tot 2030 te realiseren. 10.000 woningen om in de eigen woningbehoefte te voorzien en 15.000 woningen om in de groeipotentie te voorzien. Het voorliggende plan past binnen het gemeentelijke woningbouwprogramma dat gebaseerd is op de regionale woonbehoefte en draagt bij aan de transformatie en het oplossen van ongewenste leegstand. 3.3.3
Lokale paragraaf Wonen
In juni 2019 is de Lokale paragraaf Wonen vastgesteld door de gemeenteraad van HardinxveldGiessendam. Met deze paragraaf geeft de gemeente invulling aan de afspraak vanuit de regionale woonvisie om te komen tot een lokale uitwerking van die visie. De 20 kernpunten uit de regionale woonvisie zijn vertaald in vier overkoepelende thema's: Voldoende woningen bouwen: de inzet is minimaal voldoende bouwen voor de lokale behoefte, maar liefst meer om bij te dragen aan de kwalitatieve regionale ambitie. De groei moet aansluiten bij de schaal van Hardinxveld-Giessendam. Kwalitatief goede woningen toevoegen: de gemeente wil meer doen voor midden- en hoger opgeleiden door het aanbod van kwalitatief hoogwaardige woonmilieus en duurdere koopwoningen. Langer thuis: voor mensen met een zorgvraag faciliteren de gemeente dat zij lang thuis kunnen wonen. Energie- en klimaatbestendig: de gemeente wil bijdragen aan minder energieverbruik in de woningvoorraad, door bij nieuwbouw het maximale te doen en in de bestaande voorraad noodzakelijke stappen voorwaarts te zetten. In 2035 wil de gemeente aardgasvrij zijn en in 2050 energieneutraal.
18
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
Planspecifiek Met de voorgenomen ontwikkeling van 24 gasloze woningen wordt bijgedragen aan de kernpunten zoals ze in de lokale paragraaf zijn geformuleerd. De woningen vallen in de prijsklasse midden (tot € 450.000,-) en hoog. De doelgroepen waarop de ontwikkeling gericht is zijn starters (rijwoningen), doorstromers en gezinnen. 3.3.4
Conclusie
In het plangebied zijn geen gemeentelijke belangen in het geding.
3.4
Conclusie
Het plan is passend binnen c.q. niet strijdig met het beleid van de verschillende overheden.
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
19
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
Hoofdstuk 4
Milieu- & omgevingsaspecten
4.1
Verkeer & parkeren
4.1.1
Verkeer
Om de verkeersgeneratie van de nieuwe woningen te bepalen is gekeken naar de ligging van het plangebied. De gemeente Hardinxveld-Giessendam is qua stedelijkheidsgraad aan te merken als een 'weinig stedelijk' gebied en het plangebied maakt onderdeel uit van de 'rest bebouwde kom' waardoor de verkeersgeneratie volgens publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren' van het CROW (uitgaande van het maximum van de aangegeven bandbreedte) uitkomt op: 8,6 voertuigbewegingen per koopwoning, vrijstaand; 8,2 voertuigbewegingen per koopwoning, twee-onder-een-kap; 7,8 voertuigbewegingen per koopwoning, tussen-/hoekwoning. Op basis van de meest recente stedenbouwkundige uitwerking voorziet de ontwikkeling in de bouw van 24 woningen waarvan 7 vrijstaande woningen, 4 twee-onder-één kapwoningen en 13 rijwoningen. Uitgaande van deze woningbouwprogrammering betekent dit dat er ((7 x 8,6) + (4 x 8,2) + (13 x 7,8) =) 194,4 voertuigbewegingen per etmaal plaatsvinden. In de voormalige situatie was in het plangebied een meubelfabriek gevestigd. Deze voormalige bedrijfsfunctie heeft een maximum verkeergeneratie van: 10,9 voertuigbewegingen per 100 m2 bvo, bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief. De oppervlakte van de voormalige bedrijfsruimten bedragen respectievelijk circa 1.400 m 2. Dit betekent een verkeersgeneratie van (10,9 x 14 =) 152.6 voertuigbewegingen per etmaal.
Gezien de voormalige functie, neemt het aantal voertuigbewegingen ten gevolge van de beoogde woonfunctie in het plangebied toe. Momenteel is het plangebied alleen bereikbaar vanaf de Buitendams. In de toekomstige situatie komt hier verandering in en wordt het plangebied primair via de Patrijs ontsloten. De dijkwoningen zullen ten dele via de Buitendams ontsloten worden. Beide wegen hebben voldoende capaciteit om de verkeersbewegingen van en naar de nieuwe woningen te verwerken. Het aspect 'verkeer' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. 4.1.2
Parkeren
Ten aanzien van het aspect parkeren zijn in de Beleidsregels parkeernormen HardinxveldGiessendam 2022 parkeerrichtlijnen opgenomen. In geval van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten, op basis van de parkeerkencijfers van het CROW, voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Voor het bepalen van de parkeerbehoefte is gebruik gemaakt van CROW publicatie 381 'Toekomstbestending parkeren'. De gemeente is qua omgevingsadressendichtheid aan te merken als een 'weinig stedelijke gemeente' en het plangebied is gelegen in de 'rest bebouwde kom'. De parkeerkencijfers uit de publicatie worden weergegeven in de vorm van een bandbreedte. De gemeente gaat bij het bepalen van de parkeerbehoefte uit van de bovengrens van deze bandbreedte. Navolgend is de parkeerbalans voor de bouw van de woningen weergegeven. Woningtype
Aantal
Parkeernorm
Parkeerbehoefte
Koopwoning, vrijstaand
7
2,7
18,9
Koopwoning, twee-onder-een-kap
4
2,6
10,4
Koopwoning, tussen-/hoekwoning
13
2,4
31,2
In totaal zijn voor de beoogde 24 wooneenheden 60,5 parkeerplaatsen nodig. In onderhavig plan wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen, waaronder openbaar toegankelijke parkeerplaatsen voor bezoekers. In de navolgende tabel is inzichtelijk gemaakt dat het plan op basis van de berekeningsaantallen voorziet in 62,0 parkeerplaatsen. Dit betekent dat het plan voldoet aan de parkeernorm.
20
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
Aantal
Berekeningsaantal
Parkeerplaatsen
Enkele oprit met garage
4
1,0
4,0
Dubbele oprit met garage
7
2,0
14,0
Openbare parkeerplaatsen
44
1,0
44,0
Bij de vrijstaande, twee-onder-een-kap en de centraal gelegen hoekwoningen worden op eigen terrein een tot twee parkeerplaatsen per woning gerealiseerd. Ten behoeve van bezoekers en voor de rijwoningen waarvoor dit niet mogelijk is worden in de publieke ruimte parkeerplaatsen met open verharding aangelegd en worden langs de Buitendams parkeerplaatsen gerealiseerd. Navolgende afbeelding toont de beoogde openbare parkeerplaatsen.
Impressie openbare parkeerplaatsen (gebaseerd op de proefverkaveling van Es architecten) Het aspect 'parkeren' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.2
Bodem
4.2.1
Regelgeving
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen moet worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig moet worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening moet voor elke individuele bouwlocatie aangetoond worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning verleend kan worden.
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
21
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel. Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/wijzigen van een bestemmingsplan dan ook alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen). 4.2.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Er is in het kader van de geplande woningbouw een verkennend en aanvullend (water)bodemonderzoek, incl. verkennend en nader asbestonderzoek uitgevoerd. Het aanvullend en nader onderzoek zijn uitgevoerd in verband met een aangetroffen verontreiniging met minerale olie, PAK en asbest. Het onderzoek is als bijlage 2 bij de toelichting gevoegd. Ter plaatse van het plangebied is sprake van meerdere ‘gevallen van ernstige bodemverontreiniging’ in de grond veroorzaakt door verontreinigingen aan minerale olie, zware metalen, PAK en asbest. In het grondwater is sprake van één geval van ernstige bodemverontreiniging. Deze wordt veroorzaakt door een verontreiniging met minerale olie. Daarnaast is sprake van een verontreiniging met asbest in een puinverharding. Voor gevallen van ernstige bodemverontreiniging geldt formeel een saneringsplicht. Deze saneringsplicht wordt echter pas door het bevoegd gezag geëffectueerd, indien sanering van de verontreiniging spoedeisend is. Uit de risico-analyse volgt dat de verontreiniging met minerale olie, zware metalen en PAK bij het huidige gebruik en toekomstig gebruik geen risico’s oplevert en dat een sanering dus niet spoedeisend is. De asbestverontreiniging in de grond ter plaatse van het gesloopte pand betreft een ‘nieuw geval’. In het kader van de zorgplicht is daarom een spoedige sanering van de gehele verontreiniging noodzakelijk.
In verband met het voornemen het plangebied te her ontwikkelen voor woningbouw, zullen de aangetroffen verontreinigingen gesaneerd moeten worden. Voorafgaand aan de sanering wordt een saneringsplan opgesteld, waarin de aanpak van de sanering en de randvoorwaarden worden beschreven. Daarnaast is in het puin ter plaatse van het voorterrein asbest aangetroffen. Het asbestgehalte overschrijdt de grenswaarde van 100 mg/kg ds. Het puin is asbestverontreinigd. De aangetroffen asbestverontreiniging in het puin valt onder het Besluit Asbestwegen. Volgens dit besluit moet er worden gesaneerd. Op basis van oude luchtfoto’s lijkt een deel van de puinverharding te zijn aangebracht na 1 juli 1993 en dient derhalve te worden verwijderd (‘zorgplicht’). Dit dient middels een plan van aanpak te worden gemeld bij ILT. Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan, mits de verontreinigingen gesaneerd worden. Dit is het geval, de grond wordt gelijktijdig met het bouwrijp maken gesaneerd. De benodigde saneringsmaatregelen worden op kosten van de initiatiefnemer uitgevoerd.
4.3
Geluid
4.3.1
Regelgeving
Algemeen Belangrijke basis voor de ruimtelijke afweging van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh). Overeenkomstig de Wgh zijn (spoor-)wegen en industrieterreinen waar zich grote lawaaimakers kunnen vestigen voorzien van zones. Het gebied binnen deze zones geldt als akoestisch aandachtsgebied waar een toetsing uitgevoerd moet worden. Daarbij beperkt de Wgh zich tot een toetsing ter plaatse van zogenaamde geluidsgevoelige objecten. Dit zijn onder andere woningen, onderwijsgebouwen, gezondheidszorggebouwen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonboten.
22
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
Voor de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen die binnen bepaalde afstanden (zones) van de verschillende geluidsbronnen liggen, schrijft de Wgh voor dat een aangewezen bevoegd gezag (meestal Burgemeester en Wethouders) (maatwerk)grenswaarden bepaalt. De terminologie die de wet hiervoor hanteert is: ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. De getalsmatige invulling van deze grenswaarden voor nieuwe of bestaande geluidgevoelige bestemmingen verschillen per locatie en per geluidssoort. Naast grenswaarden op de gevels van de geluidsgevoelige gebouwen, zijn er in de Wgh ook grenswaarden gericht op de bescherming van het akoestische klimaat binnen de bestaande gebouwen. De grenswaarden moeten bij de aanleg, dan wel wijzigingen van een (spoor)weg of industrieterrein in acht worden genomen. Dit geldt ook bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of bij een projectbesluit wanneer de betreffende gronden/gebouwen voor een geluidgevoelige functie in een geluidszone zijn gelegen. Onder bepaalde voorwaarden is een hogere geluidsbelasting dan de voorkeursgrenswaarde mogelijk (tot de maximaal toelaatbare geluidsbelasting). Hiervoor moet een “hogere waarde procedure” worden doorlopen door het college van burgemeester en wethouders. Een uitzondering waar toetsing aan de grenswaarden niet hoeft, is wanneer een geluidsgevoelig gebouw een zogenoemde 'dove' gevel heeft.
Een 'dove gevel' is een bouwkundige constructie: waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een bepaalde geluidwering; waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. Bij ontheffing van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting kan (in het kader van de omgevingsvergunning) een nader akoestisch onderzoek noodzakelijk zijn ten behoeve van het woonen leefklimaat in de woning. De karakteristieke geluidwering van de gevel moet voor nieuwbouw zodanig zijn dat wordt voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit, zijnde het verschil tussen de geluidsbelasting op de gevel en het gewenste binnenniveau met een minimum van 20 dB. Wegverkeerslawaai In de Wgh en het Bgh is de zonering van wegen en het daarbij horende normenstelsel geregeld. Een zone is het akoestisch aandachtsgebied. Volgens de Wgh bevinden zich langs alle wegen wettelijke geluidzones, met uitzondering van woonerven, 30-km/uur-gebieden en wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveaukaart blijkt dat de geluidsbelasting op 10 m uit de meest nabij gelegen wegas 48 dB of minder bedraagt. Bij vaststelling van een bestemmingsplan moet voor alle wegen waarvan de zone een overlap met het plangebied kent, een akoestisch onderzoek worden verricht (artikel 76 lid 1 Wgh).
De breedte van deze zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk), zie navolgende tabel.
Overzicht zonebreedtes (vanaf de as van de weg tot de volgende breedte aan weerszijden van weg) De definities van het buitenstedelijk en stedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 1 van de Wgh. Als buitenstedelijk gebied wordt aangemerkt het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg, die binnen de bebouwde kom ligt. Voor nieuwe woningen bedraagt de wettelijke (voorkeurs)grenswaarde 48 dB. 4.3.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Het plangebied is niet gelegen binnen de geluidscontour van een weg met een snelheidsregime van 50 km/u of meer. Desondanks is in het kader van de goede ruimtelijke ordening de geluidsbelasting als gevolg van de omliggende 30 km/u wegen in kaart gebracht. Dit onderzoek is als bijlage 3 bij de toelichting gevoegd. Hogere waarden Het plangebied ligt niet binnen een geluidzone van een weg. Het verlenen van een hogere waarde is niet van toepassing.
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
23
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
Benodigde gevelwering (wegverkeerslawaai) De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt ten hoogste 56 dB ter plaatse van de voorgevels van de woningen direct aan de Buitendams. De vereiste karakteristieke geluidwering G a;k bedraagt dan 56 33 = 23 dB. Een dergelijke gevelwering wordt in de praktijk bij nieuwbouw vrijwel altijd behaald. Nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels is niet nodig. Woon- en leefklimaat De milieukwaliteit wordt geclassificeerd als ‘Zeer goed’ tot ‘Redelijk’. Het woon- en verblijfsklimaat ter plaatse van de woningen kan evenwel als acceptabel worden aangemerkt. Het aspect 'geluid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.4
Milieuzonering
4.4.1
Regelgeving
Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijven worden gerealiseerd, zal een milieukundig onderzoek uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige inrichtingen en of bedrijven. Maar ook andersom moet aandacht te worden besteed aan de rechten van de aanwezige inrichtingen en/of bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering in de directe omgeving zullen beperken. Datzelfde geldt uiteraard ook voor de situatie dat inrichtingen en/of bedrijven wijzigen in de nabijheid van bestaande gevoelige functies. Via de milieuwetgeving wordt milieuhinder zoveel mogelijk voorkomen. Alle bedrijven en inrichtingen die in potentie hinder zouden kunnen veroorzaken, moeten een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer of moeten middels een melding aantonen dat zij aan de hierin gestelde richtwaarden kunnen voldoen. De gestelde richtwaarden zijn veelal vertaald in minimale afstanden tussen de inrichtingen waar activiteiten plaatsvinden en de milieugevoelige functies in de directe omgeving. Behalve van de aard en omvang van een bedrijf of inrichting, is deze mede afhankelijk van de omgevingskarakteristiek. Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor bijvoorbeeld drukke woonwijken of een gemengd gebied.
Voor het vaststellen van de genoemde minimum richtafstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies worden in de regel de lijsten zoals deze zijn opgenomen in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gebruikt. Bedrijven zijn in de VNG-handreiking ingedeeld in een aantal categorieën met bijbehorende gewenste richtafstanden tot milieugevoelige functies. De categorieën geven de zwaarte van bedrijvigheid en mogelijke milieuhinder weer. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied.
Richtafstanden VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' Voorgaande tabel geeft een overzicht van de richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën ten opzichte van een woonwijk en gemengd gebied. Indien de richtafstand niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk. Indien niet aan de richtafstanden wordt voldaan, is een nadere beschouwing danwel onderzoek nodig.
24
bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
4.4.2
Doorvertaling bestemmingsplan
In de omgeving van het plangebied zijn verschillende bedrijfsbestemmingen mogelijk. Het gaat om de volgende adressen en maximale toegestane milieucategorieën, zoals opgenomen in het geldende bestemmingsplan: Buitendams 306 b, milieucategorie 3.2; Buitendams 309, milieucategorie 3.1; Buitendams 326, milieucategorie 2; Bedrijventerrein De Peulen, Nijverheidsstraat 2, 4a en 4d, maximaal milieucategorie 3.2. Een overzicht van de relevante daadwerkelijk aanwezige bedrijvigheid wordt weergegeven in onderstaande tabel. Adres
Omschrijving
Milieucat Richtafstand Werkelijke Maatgevende egorie (in m) afstand (in m) aspect
Buitendams 306 b
Groothandel in metalen
3.2
100 (50)
+/- 80
Geluid
Buitendams 309
Aannemersbedrijf
3.1
50 (30)
+/- 40
Geluid
Buitendams 326
Woonzorgcomplex
2
30 (10)
+/- 20
Geluid
Nijverheidsstraat 2
Houtbewerking, bouwnijverheid en installatietechniek
3.1
50 (30)
+/- 100
Geluid
Nijverheidsstraat 4a
Metaal- en metalectrobedrijven
2
30 (10)
+/- 100
Geluid
Nijverheidsstraat 4d
Metaal- en metalectrobedrijven
3.1
50 (30)
+/- 100
Geluid
Het plangebied kan worden gezien als een ‘gemengd gebied’, op basis van de brochure van de VNG. Een ‘gemengd gebied’ is een gebied met een matige tot sterke functiemenging of een gebied dat gelegen is nabij hoofdinfrastructuur. Het plangebied is gelegen in een gebied met verscheidene functies, waaronder wonen en bedrijvigheid. Kenmerkend voor het omgevingstype ‘gemengd gebied’ is dat sprake is van een zekere verstoring en dus van een relevant andere omgevingskwaliteit dan in een rustig woongebied. Omdat er sprake is van het omgevingstype 'gemengd gebied' kan de richtafstand terug worden gebracht met één afstandsstap. De gereduceerde richtafstand staat in de tabel tussen haakjes aangegeven. Op basis van de tabel kan worden geconcludeerd dat aan de gereduceerde richtafstanden wordt voldaan. Bovendien zijn de bestaande woningen tussen het plangebied en de bedrijvigheid maatgevend voor de mogelijkheden van de bedrijven. Zodoende worden de aanwezige inrichtingen en bedrijven in de omgeving van het plangebied niet in hun bedrijfsvoering geschaad. Andersom geldt dat de beoogde woningen geen overlast ondervinden van de bedrijvigheid. Er is dus sprake van een goede woon- en leefomgeving. Het aspect 'milieuzonering' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.5
Luchtkwaliteit
4.5.1
Regelgeving
Op 15 november 2007 is de wijziging van de Wet milieubeheer in werking getreden. Deze wet vervangt het 'Besluit luchtkwaliteit 2005' en is één van de maatregelen die de overheid heeft getroffen om: negatieve effecten op de volksgezondheid als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging aan te pakken. mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkeling te creëren ondanks de overschrijdingen van de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit. bestemmingsplan "Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam" (definitief)
25
bestemmingsplan Buitendams 348 en 350, Hardinxveld-Giessendam
De paragraaf luchtkwaliteit in de Wet milieubeheer voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de nieuwe 'Wet luchtkwaliteit' geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde. een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt. een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging (meer dan 3 % ten opzichte van de grenswaarde). Het gaat hier bijvoorbeeld om woningbouwlocaties met één ontsluitingsweg en niet meer dan 1.500 nieuwe woningen, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen. een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat in werking is getreden nadat de EU in april 2009 derogatie heeft verleend.
Als aannemelijk kan worden gemaakt dat aan één of meerdere van de bovengenoemde criteria wordt voldaan, kan het project zonder toetsing aan de gestelde grenswaarden voor luchtkwaliteit worden uitgevoerd. In de Ministeriële regeling 'niet in betekenende mate bijdragen' zijn voor verschillende categorieën van projecten grenzen gesteld aan de projectomvang, waaronder een project met zekerheid NIBM bijdraagt aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht. Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) extra bescherming: substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 m van een provinciale weg of 300 m van een rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden, waardoor geen onacceptabele gezondheidsrisico's optreden. De zones worden afgemeten vanaf de rand van de weg. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties dus niet als gevoelige bestemming gezien. 4.5.2
Doorvertaling bestemmingsplan
In de regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Voorliggend initiatief heeft betrekking op de realisatie van maximaal 24 wooneenheden en valt qua woningbouw dus ruimschoots binnen de NIBM-regeling. Vandaar dat onderzoek op grond van de Wet luchtkwaliteit niet noodzakelijk is. Goede ruimtelijke ordening In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn aan de hand van de Grootschalige Concentratieen Depositiekaarten (GCN en GDN), de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 bepaald ter hoogte van het plangebied. Daaruit blijkt dat de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 respectievelijk circa 18,5 µg/m3, 16,5 µg/m3 en 9,0 µg/m3 bedragen in 2020. Daarmee worden de jaargemiddelde grenswaarden van 40 µg/m3 (voor NO2 en PM10) en 25 µg/m3 (voor PM2,5) niet overschreden. Daarnaast is de trend dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten. Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.