Bijlage 10 - Toelichting Bijlage 7 Nader onderzoek flora en fauna.pdf
Tekst van het document
•
worden aangeboden. Doordat 3 vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluw verdwijnen dienen er ten minste 9 alternatieve verblijfplaatsen te worden gerealiseerd. De voorzieningen dienen van permanente aard te zijn. Dit wordt gedaan op de volgende manier o Het type nestkast wat wordt gebruikt is van duurzaam materiaal. Geschikte kasten zijn: Gierzwaluwkast IB GZ 1014, of vergelijkbaar (De kast dient van houtbeton of een duurzaam type hout te zijn. Het bodemoppervlak van de kast dient een oppervlakte te hebben van minimaal 350 cm2.
14 http://www.vivarapro.nl/NK-GZ-08-Nestkast-Gierzwaluw
Ecoresult B.V. oktober 2023
43
Kasten worden mogen na het afronden van de werkzaamheden NIET meer verwijderd worden. Kasten dienen aanwezig te zijn voor de eerstvolgende terugkeer van gierzwaluw in Nederland na de start van de werkzaamheden. Alternatieve verblijfplaatsen kunnen gerealiseerd worden door het plaatsen van nestkasten. De plaatsing van deze kasten dient te voldoen aan de voorwaarden van het o
• •
kennisdocument gierzwaluw15: o Kasten dienen te worden geplaatst binnen 200 meter van de oorspronkelijke o o o
o
o o 6.3.1.2
nestplaatsen. De locaties van de kasten worden bepaald in overleg met een deskundig ecoloog. De kasten zijn in kleine clusters opgehangen (3-6 kasten). Meervoudige kasten mogen maximaal 3 compartimenten hebben. Kasten dienen verschillende posities op de gevels te hebben ten opzichte van kenmerken van de gevel (Indien mogelijk niet allemaal op een rij op een blinde gevel) Kasten dienen niet in de volle zon te hangen. Bij voorkeur op noord of oostgevels. Indien kasten tussen 9:00 en 19:00 in de schaduw liggen kunnen andere windrichtingen overwogen worden. De kasten worden opgehangen aan gebouwen op ten minste 3 meter hoogte. De kasten hangen buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden,
Ongeschikt maken • Werkzaamheden ter plaatse van en nabij de voortplantingsplaats mogen enkel plaatsvinden in de periode 1 september – 15 april (buiten het broedseizoen). Indien dit niet mogelijk is dienen de vaste rust- en verblijfplaatsen volledig ongeschikt gemaakt te worden. o Werkzaamheden om het plangebied ongeschikt te maken dienen plaats te vinden voor de start van de werkzaamheden in de periode 1 september – 15 april (buiten het broedseizoen). o
o
Ongeschikt maken wordt gedaan door de verblijfplaatsen van gierzwaluw dicht te maken met behulp van weringsborstels of rondschuim. Rekening dient gehouden te worden met aanwezige verblijfplaatsen van overige vogelsoorten of vleermuizen in dezelfde gevel/bebouwing. Het ongeschikt maken van de bebouwing wordt uitgevoerd in samenspraak met een deskundig ecoloog.
6.3.2
Tijdens de werkzaamheden
6.3.2.1
Permanente voorzieningen • Per vaste rust- en verblijfplaats die verloren gaat dienen er 2 permanente verblijfplaatsen te worden aangeboden. Doordat 2 vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluw verdwijnen dienen er ten minste 6 permanente verblijfplaatsen te worden gerealiseerd. Dit kan worden gedaan door (een combinatie van) een van de onderstaande oplossingen:
15 Anoniem, 2017. Kennisdocument Gierzwaluw BIJ12
Ecoresult B.V. oktober 2023
44
o
o
Het geschikt maken van de daken: ▪ De kantpannen/nokvorst op elke komgevel dienen 3 cm uit te steken zodat er een opening van ten minste 3,0 cm bij 6,5 cm (rechthoekig of ovaal) ontstaat waardoor de gierzwaluw het dakvlak kan binnen komen. ▪ Onder het dakvlak dient een ruimte van ten minste 350 cm 2 groot beschikbaar te zijn (bijvoorbeeld 12 x 30 cm, 17,5 x 20 cm of 15 x 25 cm). ▪ De hoogte van de verblijfplaats is ten minste 13 cm. Het plaatsen van inbouwkasten voor gierzwaluw: ▪
o
6.3.3
Er zal gebruik worden gemaakt van inbouwkast type IB GZ 05, IB GZ 06 voor gierzwaluw of vergelijkbaar.
▪ Kasten worden verdeeld over de kopgevels van de woningen. De permanente voorzieningen voldoen aan de richtlijnen van het kennisdocument gierzwaluw: ▪ Kasten worden zo hoog mogelijk, en ten minste op 3 meter hoogte in de gevel ingebouwd en hebben een vrije uitvliegroute. ▪ De kasten worden in kleine clusters opgehangen (3-6 kasten). Meervoudige kasten mogen maximaal 3 compartimenten hebben. ▪ Kasten dienen verschillende posities op de gevels te hebben ten opzichte van kenmerken van de gevel (Indien mogelijk niet allemaal op een rij op een blinde gevel) ▪ Voorzieningen dienen niet in de volle zon te hangen. Bij voorkeur op noord of oostgevels. Indien kasten tussen 9:00 en 19:00 in de schaduw liggen kunnen andere windrichtingen overwogen worden.
Na afronding van de werkzaamheden •
De functionaliteit van alle permanente verblijfplaatsen dient over de lange termijn geborgd te worden. Wanneer de functionaliteit verminderd is dient deze zo spoedig mogelijk hersteld te worden: o
Wanneer de toegankelijkheid van de verblijfplaatsen verminderd is moeten hinderende objecten worden verwijderd.
o o
Wanneer er verstoring plaatsvindt moeten deze bronnen worden verwijderd. Herstel van verblijfplaatsen moet gebeuren op aanwijzing van een deskundig ecoloog.
6.4
Vleermuizen
6.4.1
Voorafgaand aan de werkzaamheden
6.4.1.1
Tijdelijke voorzieningen • Per vaste rust- en verblijfplaats die verloren gaat dienen er 4 alternatieve verblijfplaatsen te worden aangeboden. Doordat 7 vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen verdwijnen (5 zomerverblijfplaatsen gewone dwergvleermuis, 2 paarverblijfplaatsen ruige dwergvleermuis) dienen er ten minste 28 alternatieve verblijfplaatsen te worden gerealiseerd.
Ecoresult B.V. oktober 2023
45
•
Alternatieve verblijfplaatsen kunnen gerealiseerd worden door het plaatsen van vleermuiskasten. De plaatsing van deze kasten dient te voldoen aan de voorwaarden van de relevante kennisdocumenten16 17: o Type vleermuiskast: ANS-1 Batbox18, Vleermuiskast Mark19 of vergelijkbaar. o Kasten dienen te worden geplaatst binnen 200 meter van de oorspronkelijke verblijfplaatsen. o o
De locaties van de kasten worden bepaald in overleg met een deskundig ecoloog. De kasten worden opgehangen aan gebouwen op ten minste 4 meter hoogte.
o o
De kasten hangen buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden, Er dient te worden voldaan aan de voorgeschreven gewenningstijden per vleermuissoort/verblijftype (zie Tabel 11).
Tabel 11: Gewenningsperioden van de verschillende typen verblijfplaatsen
6.4.1.2
Soort
Type verblijfplaats
Gewenningsperiode
Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis
Zomerverblijfplaats
3 maanden in de actieve periode (1 april – 31 oktober)
Paarverblijfplaats
1 maand in de actieve periode (1 april – 31 oktober)
Ongeschikt maken • De werkzaamheden voor het ongeschikt maken dienen plaats te vinden in de periode in de periode 1 april – 15 mei of in de periode 15 juli – 1 november. Dit is buiten de kritische periode van voortplanting (15 mei – 15 juli) en overwintering (1 november – 1 april) van •
• •
vleermuizen. Het ongeschikt maken van de bebouwing vleermuizen wordt gedaan door middel van exclusion flaps (op deze manier kunnen vleermuizen de verblijfplaatsen wel verlaten maar deze niet meer terug in), weringsborstels en rondschuim. De voorzieningen voor het ongeschikt maken worden ingezet voor ten minste 5 dagen. De weersomstandigheden dienen op deze dagen gunstig te zijn. Ten minste 5 dagen na het ongeschikt maken, en voor de start van de werkzaamheden vindt er een controle door een deskundig ecoloog met behulp van batdetector plaats. Wanneer er wel nog vleermuizen worden aangetroffen dient de bebouwing verder ongeschikt gemaakt te worden op aanwijzing van de begeleidend ecoloog. Als vaste rusten verblijfplaatsen van vleermuizen afwezig zijn kan er gestart worden met de werkzaamheden.
6.4.2
Tijdens de werkzaamheden
6.4.2.1
Permanente voorzieningen • Per vaste rust- en verblijfplaats die verloren gaat dienen er 4 alternatieve verblijfplaatsen te worden aangeboden. Doordat 7 vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen verdwijnen
16 Anoniem, 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis. BIJ12 17 Anoniem, 2017. Kennisdocument Ruige dwergvleermuis. BIJ12 18 https://www.veldshop.nl/nl/ans-1-vleermuiskast.html 19 https://www.bats-birds.nl/Vleermuiskast-Mark
Ecoresult B.V. oktober 2023
46
dienen er ten minste 28 alternatieve verblijfplaatsen te worden gerealiseerd. Dit kan worden gedaan door (een combinatie van) een van de onderstaande oplossingen: o Het geschikt maken van de daken: ▪ De kantpannen/nokvorst op elke kopgevel dienen 2 cm uit te steken zodat er een opening van ten minste 2 cm bij 4 cm ontstaat waardoor de vleermuis de ruimte tussen de dakpannen en het dakvlak kan binnen o
komen. Het geschikt maken van boeiboorden.
o
▪ De boeiboorden rondom de bebouwing 2 cm te laten wijken. Het plaatsen van inbouwkasten voor vleermuizen
Er zal gebruik worden gemaakt van een set van 2 gekoppelde inbouwkasten VMPM1 met VMPM1u (1 set van 2 gekoppelde kasten geldt als 1 verblijfplaats) voor vleermuizen of vergelijkbaar. ▪ Kasten worden verdeeld over de kop- en of blinde gevels van de woningen. ▪ Kasten worden zo hoog mogelijk, en ten minste op 3 meter hoogte in de gevels ingebouwd. ▪ Kasten worden ingebouwd verdeeld over de verschillende kopgevels en blinde gevels van de woningen. De permanente verblijfplaatsen dienen na afronding van de werkzaamheden te allen tijde beschikbaar te zijn, moeten een vrije aanvliegroute hebben en mogen niet verlicht worden. ▪
•
6.4.3
Na afronding van de werkzaamheden •
De functionaliteit van de permanente verblijfplaatsen dient over de lange termijn geborgd te worden. Wanneer de functionaliteit verminderd is dient deze zo spoedig mogelijk hersteld te worden: o Wanneer de toegankelijkheid van de verblijfplaatsen verminderd is moeten hinderende objecten worden verwijderd. o o
•
Wanneer er verstoring plaatsvindt moeten deze bronnen worden verwijderd. Herstel van verblijfplaatsen moet gebeuren op aanwijzing van een deskundig
ecoloog. De tijdelijke kasten mogen na afronding van de werkzaamheden worden verwijderd onder de volgende voorwaarden: o De kasten dienen (vrijwillig) verlaten te zijn. o
Kasten worden buiten de kritische perioden van voortplanting (15 mei – 15 juli) en overwintering (1 november – 1 april) van vleermuizen verwijderd.
o o
De permanente verblijfplaatsen moeten functioneel zijn. Tijdelijke voorzieningen worden verwijderd onder begeleiding of op aanwijzing van de ecologisch deskundige.
Ecoresult B.V. oktober 2023
47
7
Conclusies en aanbevelingen
7.1
Conclusies In opdracht van Lx Real Estate namens Gebroeders Blokland Ontwikkeling en Bouw B.V. heeft Ecoresult B.V. een nader onderzoek naar huismus, gierzwaluw, kerkuil, steenuil, vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en meervleermuis) en steenmarter uitgevoerd in het plangebied: Hardinxveld-Giessendam, Buitendams 348-350. De aanleiding van dit verzoek is de voorgenomen sloop- en nieuwbouwwerkzaamheden binnen het plangebied. De activiteiten kunnen schadelijke effecten hebben op deze soort(groep)en. De Wet natuurbescherming kan hierdoor worden overtreden. In voorliggend hoofdstuk zijn de aangetroffen natuurwaarden en vervolgstappen uitgesplitst in onderstaande tabel. Voor een nadere uitwerking wordt verwezen naar Hoofdstuk 4 (Resultaten onderzoek), Hoofdstuk 5 (Effectenbeoordeling) en Hoofdstuk 6 (Maatregelen). Overige aanbevelingen met betrekking tot vrijgestelde soorten en vogels, zoals benoemd in de quickscan20 blijven van kracht.
(Mitigerende) maatregelen
(Mitigerende) maatregelen (aantal)
1 10 280m2 2 N.v.t N.v.t N.v.t 5 N.v.t N.v.t 6 2 N.v.t N.v.t N.v.t N.v.t N.v.t
Ontheffing nodig
Aantal
Binnen/Buiten plangebied
Vaste rust- en verblijfplaats Binnen Buiten Essentieel leefgebied Binnen Gierzwaluw Vaste rust- en verblijfplaats Binnen Buiten Kerkuil en steenuil Vaste rust- en verblijfplaats Binnen Essentieel leefgebied Binnen Gewone Zomerverblijfplaats Binnen dwergvleermuis Buiten Paarverblijfplaats Binnen Buiten Ruige dwergvleermuis Paarverblijfplaats Binnen Buiten Laatvlieger Vaste rust- en verblijfplaats Binnen Buiten Rosse vleermuis Vaste rust- en verblijfplaats Binnen Buiten
Negatief effect
Huismus
Functie plangebied
Soort
Tabel 12: Onderzochte en/of aangetroffen beschermde soorten en vervolgstappen.
Ja Nee Ja Ja Nee Nee Nee Ja Nee Nee Nee Ja Nee Nee Nee Nee Nee
Ja Nee Ja Ja Nee Nee Nee Ja Nee Nee Nee Ja Nee Nee Nee Nee Nee
Ja Nee Ja Ja Nee Nee Nee Ja Nee Nee Nee Ja Nee Nee Nee Nee Nee
2 N.v.t. 280m2 2 N.v.t. N.v.t. N.v.t. 20 N.v.t. N.v.t. N.v.t. 8 N.v.t N.v.t N.v.t N.v.t N.v.t
20 Schonk, 2022
Ecoresult B.V. oktober 2023
48
Baardvleermuis Gewone grootoorvleermuis Meervleermuis Steenmarter
Vaste rust- en verblijfplaats Binnen Buiten Vaste rust- en verblijfplaats Binnen Buiten Vaste rust- en verblijfplaats Binnen Buiten Vaste rust- en verblijfplaats Binnen Essentieel leefgebied Binnen
Ecoresult B.V. oktober 2023
N.v.t N.v.t N.v.t N.v.t N.v.t N.v.t N.v.t N.v.t
Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
N.v.t N.v.t N.v.t N.v.t N.v.t N.v.t. N.v.t. N.v.t.
49
8
Geraadpleegde bronnen
8.1
Literatuur •
Schonck, E.M.C., 2022. Quickscan. In het kader van de Wet natuurbescherming en Omgevingsverordening Zuid- Holland. Plangebied: Buitendams 348-350, HardinxveldGiessendam. Kenmerk: ER20220712v01. Ecoresult B.V., Alblasserdam
Kennisdocumenten soorten • Anoniem, 2022. Kennisdocument Huismus. BIJ12 • Anoniem, 2023. Kennisdocument Gierzwaluw BIJ12 • Anoniem, 2017. Kennisdocument Steenuil BIJ12 • Anoniem, 2017. Kennisdocument Kerkuil BIJ12 • •
Anoniem, 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis. BIJ12 Anoniem, 2017. Kennisdocument Ruige dwergvleermuis. BIJ12
Vleermuisprotocol 2021 • Anoniem, 2021. Vleermuisprotocol 2021. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging Handreiking Kleine Marters • Bouwens, S. 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming. Provincie Noord-Brabant, Den Bosch
8.2
Internet PDOK (Publieke Dienstverlening Op Kaart) https://www.pdok.nl/
Ecoresult B.V. oktober 2023
50
Bijlage 1 Voorwaarden ontheffing Een ontheffing (of een vrijstelling) kan uitsluitend worden verleend, als voldaan is aan elk van de volgende drie cumulatieve voorwaarden: 1. Geen andere bevredigende oplossing: •
De vraag of er een bevredigende andere oplossing is, bestaat uit drie delen: o Wat is het probleem of de specifieke situatie waarom de handeling plaatsvindt? o o
Zijn er andere oplossingen voor dit probleem? Indien er andere oplossingen zijn, welke gevolgen heeft dit dan voor de
verbodsbepalingen? Sprake van een in de wet genoemd belang
2. •
•
Voor soorten beschermd onder de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern of het Verdrag van Bonn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: o In het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats: o Ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom: o In het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten: o Voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of o Om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben: Voor soorten beschermd onder de Vogelrichtlijn, het Verdrag van Bern of het Verdrag van Bonn kan ontheffing
of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: o o o o o o o
In het belang van de volksgezondheid en openbare veiligheid. In het belang van de veiligheid van het luchtverkeer. Ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij en wateren. Ter bescherming van flora en fauna. Voor onderzoek en onderwijskundige doelen. Voor het uitzetten en herinvoeren van soorten en voor de met deze doelen samenhangende teelt. Om kleine hoeveelheden van bepaalde vogels onder bepaalde omstandigheden te vangen, te houden of te gebruiken.
Ecoresult B.V. oktober 2023
51
3.
Geen verslechtering/afbreuk aan de staat van instandhouding van de soort. • Het ecologische toetsingscriterium verschilt per beschermingsregime, voor soorten van de Vogelrichtlijn is dit: “De maatregelen leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding van de betreffende soort” • Om te beoordelen of aan deze criteria wordt voldaan, moeten de volgende vragen worden beantwoord: o
•
Wat is de staat van instandhouding (van de populatie) van de soort (in zijn natuurlijk verspreidingsgebied)?
o Wat is het effect van het verlenen van de ontheffing op de betrokken populatie(s)? Om te beoordelen of aan deze voorwaarden wordt voldaan zal een toetsing van de belangen en de alternatieven plaatsvinden en een ecologische toetsing. De richtlijn voor het behandelen van een aanvraag bedraagt 13 weken met de mogelijkheid om dit eenmalig te verlengen met 7 weken. In de praktijk wordt hier soms (sterk) van afgeweken.
Ecoresult B.V. oktober 2023
52