CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 10 - Toelichting Bijlage 7 Nader onderzoek flora en fauna.pdf

Gemeenteraad GHG 27 juni 2024, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 12: Vaststellen bestemmingsplan Buitendams 348-350 - Raadsvoorstel11.782 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nader onderzoek huismus, gierzwaluw, kerkuil, steenuil, vleermuizen en steenmarter In het kader van de Wet natuurbescherming Plangebied: Hardinxveld-Giessendam, Buitendams 348-350 Opsteller(s): B. Verhoeven

Nader onderzoek huismus, gierzwaluw, kerkuil, steenuil, vleermuizen en steenmarter In het kader van de Wet natuurbescherming Colofon Plangebied

Hardinxveld-Giessendam, Buitendams 348-350

Opsteller(s)

B. Verhoeven

Datum

12-10-2023

Versienummer

02

Rapportkenmerk

ER20230814v02

Aantal pagina’s

52

Opdrachtgever

Lx Real Estate namens Gebroeders Blokland Ontwikkeling en Bouw B.V.

Contactpersoon

J. Bezemer

Kwaliteitscontrole

L. Boon

Projectleider

L. Boon

Wijze van citeren

Verhoeven, B., 2023. Nader onderzoek huismus, gierzwaluw, kerkuil, steenuil, vleermuizen en steenmarter. In het kader van de Wet natuurbescherming. Plangebied: HardinxveldGiessendam, Buitendams 348-350. Kenmerk: ER20230814v02. Ecoresult B.V., Alblasserdam.

Ecoresult B.V. Kringloopweg 22 3343 LR Hendrik-Ido-Ambacht 078 75 184 12 info@ecoresult.nl © copyright Ecoresult B.V. 2023

2

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. Ecoresult B.V. kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.

www.ecoresult.nl

Ecoresult B.V. oktober 2023

3

Inhoudsopgave 1

2

3

4

Inleiding 1.1 Aanleiding

7 7

1.2 Onderzoeksvragen 1.3 Leeswijzer Omschrijving plangebied 2.1 Algemeen 2.2 Beschrijving 2.3 Geplande ingrepen

7 7 8 8 8 11

2.3.1 Omschrijving werkzaamheden 2.3.1 Methode uitvoering: materieel en werkwijze 2.3.2 Werkplanning, werktijden en realisatieperiode 2.3.3 (Ontwerp)tekening Onderzoek beschermde soorten 3.1 Algemeen

11 11 11 11 13 13

3.2 3.2.1

Huismus Protocol

13 13

3.2.2 3.2.3

Onderzoeksmomenten Onderzoeksmaterialen

13 14

3.2.4 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.3.4 3.4 3.4.1

Verantwoording onderzoek Gierzwaluw Protocol Onderzoeksmomenten Onderzoeksmaterialen Verantwoording onderzoek Kerkuil en steenuil Protocol

14 14 14 14 15 15 15 15

3.4.2 3.4.3 3.4.4 3.5

Onderzoeksmomenten Verantwoording onderzoek Onderzoeksmaterialen Vleermuizen

16 16 16 16

3.5.1 3.5.2 3.5.3 3.5.4 3.6 3.6.1

Protocol Onderzoeksmomenten Onderzoeksmaterialen Verantwoording onderzoek Steenmarter Protocol

16 17 17 18 19 19

3.6.2 Onderzoeksmomenten 3.6.3 Onderzoeksmaterialen 3.6.4 Verantwoording onderzoek Resultaten nader onderzoek

19 19 20 22

4

4.1 4.2 4.3 4.4 4.4.1 4.4.2

5

6

7 8

Huismus Gierzwaluw Kerkuil en Steenuil Vleermuizen Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis

22 24 26 26 27 30

4.4.3 Laatvlieger 4.4.4 Rosse vleermuis 4.4.5 Baardvleermuis 4.5 Steenmarter 4.6 Conclusie onderzoeksresultaten Effectbeoordeling

32 33 33 34 35 37

5.1 5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.2 5.2.1

Vogelrichtlijn Huismus Gierzwaluw Kerkuil en steenuil Habitatrichtlijn Gewone dwergvleermuis

37 37 37 37 38 38

5.2.2 5.2.3

Ruige dwergvleermuis Laatvlieger

38 39

5.2.4 5.2.5

Rosse vleermuis Baardvleermuis

39 39

5.3 Nationaal beschermde soorten 5.3.1 Steenmarter 5.4 Voorwaarden voor ontheffing Maatregelen 6.1 Algemeen 6.2 Huismus

39 39 39 41 41 41

6.2.1 6.2.2

Voorafgaand aan de werkzaamheden Tijdens de werkzaamheden

41 42

6.2.3 6.3 6.3.1 6.3.2

Na afronding van de werkzaamheden Gierzwaluw Voorafgaand aan de werkzaamheden Tijdens de werkzaamheden

43 43 43 44

6.3.3 Na afronding van de werkzaamheden 6.4 Vleermuizen 6.4.1 Voorafgaand aan de werkzaamheden 6.4.2 Tijdens de werkzaamheden 6.4.3 Na afronding van de werkzaamheden Conclusies en aanbevelingen 7.1 Conclusies Geraadpleegde bronnen 8.1 Literatuur

45 45 45 46 47 48 48 50 50

Ecoresult B.V. oktober 2023

5

8.2

Internet

Ecoresult B.V. oktober 2023

50

6

1

Inleiding

1.1

Aanleiding In opdracht van Lx Real Estate namens Gebroeders Blokland Ontwikkeling en Bouw B.V. heeft Ecoresult B.V. een nader onderzoek naar huismus, gierzwaluw, kerkuil, steenuil, vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en meervleermuis) en steenmarter uitgevoerd in het plangebied: Hardinxveld-Giessendam, Buitendams 348-350. De aanleiding van dit verzoek is de voorgenomen sloop- en nieuwbouwwerkzaamheden binnen het plangebied (zie verder paragraaf 2.3). Uit een verkennend veldonderzoek uitgevoerd door Ecoresult B. V. in 20221 is gebleken dat in de woningen potenties aanwezig zijn voor voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus, gierzwaluw, kerkuil, steenuil, vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en meervleermuis) en steenmarter. Zodoende was nader onderzoek naar deze soortgroepen noodzakelijk om te vast te stellen of deze soorten inderdaad aanwezig zijn en zo ja, hoe in het kader van de Wet natuurbescherming gehandeld dient te worden. In voorliggende rapportage worden de onderzoeksresultaten beschreven. De resultaten van voorliggende rapportage zijn drie jaar geldig. Mochten de voorgenomen ontwikkelingen wijzigen dient het onderzoek te worden geactualiseerd.

1.2

Onderzoeksvragen In het onderzoek worden 5 onderzoeksvragen beantwoord: 1.

2.

3. 4. 5.

1.3

Zijn huismus, gierzwaluw, kerkuil, steenuil, vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en meervleermuis) en/of steenmarter aanwezig? Welke functie(s) heeft het object of het gebied huismus, gierzwaluw, kerkuil, steenuil, vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en meervleermuis) en/of steenmarter? Blijft de functionaliteit van de voortplantingsplaatsen, vaste rust- of verblijfplaatsen en/of het essentiële functionele leefgebied behouden? Is ontheffing op de Wet natuurbescherming noodzakelijk? Welke eigenschappen van het object of gebied moeten gemitigeerd of gecompenseerd worden?

Leeswijzer In deze rapportage worden allereerst het plangebied en de geplande activiteiten beschreven. Hierna volgt een beschrijving van de werkwijze van het onderzoek, de resultaten van het onderzoek en een effectbepaling van de geplande werkzaamheden. Aansluitend wordt beschreven welke maatregelen genomen dienen te worden om negatieve effecten te voorkomen of te verminderen. Er wordt afgesloten met de conclusies en aanbevelingen.

1 Schonk, 2022

Ecoresult B.V. oktober 2023

7

2

Omschrijving plangebied

2.1

Algemeen Het plangebied voor dit nader onderzoek omvat twee woningen en zes schuren aan de Buitendams 348-350, Hardinxveld-Giessendam, gemeente Hardinxveld-Giessendam, provincie Zuid-Holland (zie Figuur 1). De aanwezige schuren komen niet overeen met de bebouwing afgebeeld in Figuur 1.

Figuur 1: Ligging van plangebied Hardinxveld-Giessendam, Buitendams 348-350 (rode omlijning) voor dit nader onderzoek. Voor regionale ligging van het plangebied, zie kaartinzet rechtsboven. De aanwezige schuren komen niet overeen met de bebouwing weergegeven in deze afbeelding (Bron: Opensteetmap)

2.2

Beschrijving Het plangebied bestaat uit een twee woonhuizen (348 en 350) en zes schuren, gelegen in de bebouwde kom van Hardinxveld-Giessendam. Alle schuren verkeren in slechte staat en zijn niet meer in gebruik. Woning 348: • Het woonhuis binnen het plangebied stamt uit bouwjaar 19572 en heeft een oppervlakte van 64 m². Een deel van de achterzijde van de woning is reeds gesloopt. Op sommige plaatsen aan de achterzijde van de woning zijn kieren/spleten aanwezig in de gevel. • De bebouwing in het plangebied is opgetrokken uit baksteen. Er is geen spouwmuur aanwezig. In de buitenschil zijn geen openingen zoals open stootvoegen aanwezig.

2 https://bagviewer.kadaster.nl/

Ecoresult B.V. oktober 2023

8

• •

•

In de buitenschil zijn enkele ramen aanwezig. De kozijnen en lekdorpels sluiten op de meeste plaatsen aan en er zijn geen openingen aanwezig. Aan de dakranden bevinden zich dakgoten. Deze hangen onder de dakrand. Op sommige plaatsen, aan de achterzijde van de woning, sluit de dakgoot niet volledig aan op de buitenmuur waardoor er kieren aan de onderzijde aanwezig zijn. De dakgoot aan de voorzijde van de woning is afgewerkt met hout. Op diverse plaatsen ontbreken onderdelen van de houten afwerking. Het dak is afgewerkt met (golvende) dakpannen. De vorstpannen en kantpannen langs de kopgevels sluiten nauw aan met de buitenmuur, waardoor er nauwelijks tot geen ruimte aanwezig is. De onderste rij dakpannen langs de langsgevels rusten op een houtenpanlat,

• •

waardoor er onder de pannen ruimte aanwezig is die toegang geeft tot het dak. Aan de achterzijde van het dak missen enkele pannen en aan de voorzijde van het dak liggen enkele pannen scheef. Er is een schoorsteen aanwezig. Aan de buitenzijde is deze schoorsteen afgewerkt met lood. Het lood sluit aan op het pannendak waardoor en geen kieren aanwezig zijn. Zowel aan de voorzijde als aan beide kopgevels zijn vleermuiskasten aanwezig. Het gaat om gevelkasten van het type VK MP 04.

Woning 350: • De woning in het plangebied stamt uit bouwjaar 1950 en heeft een oppervlakte van ca 55 m². Een deel van de achterzijde van de woning is reeds gesloopt. Op sommige plaatsen aan de achterzijde van de woning zijn kieren/spleten aanwezig in de gevel. • • •

•

• •

Schuur 1: • •

De bebouwing in het plangebied is opgetrokken uit baksteen. Er is geen spouwmuur aanwezig. In de buitenschil zijn geen openingen zoals open stootvoegen aanwezig. In de buitenschil zijn enkele ramen aanwezig. De kozijnen en lekdorpels sluiten op de meeste plaatsen aan en er zijn geen openingen aanwezig. De dakgoot aan de voorzijde van de woning is afgewerkt met hout. Op diverse plaatsen ontbreken onderdelen van de houten afwerking. De dakgoot aan de achterzijde van de woning is verwerkt in de stenen buitenmuur. Het dak is afgewerkt met (golvende) dakpannen. De vorstpannen en kantpannen langs de kopgevels sluiten nauw aan met de buitenmuur, waardoor er nauwelijks tot geen ruimte aanwezig is. De onderste rij dakpannen langs de langsgevels rusten op een houtenpanlat, de openingen onder de pannen zijn dichtgemaakt met hetzelfde materiaal als de pannen. Op sommige plaatsen is echter ruimte aanwezig. Er is een schoorsteen aanwezig. Aan de buitenzijde is deze schoorsteen afgewerkt met lood. Het lood sluit aan op het pannendak waardoor en geen kieren aanwezig zijn. Zowel aan de voorzijde als aan beide kopgevels zijn vleermuiskasten aanwezig. Het gaat om gevelkasten van het type VK MP 04.

Schuur 1 is gelegen ten westen van woning 350. De schuur is opgetrokken uit baksteen. Er zijn geen open stootvoegen aanwezig in de buitenschil.

Ecoresult B.V. oktober 2023

9

• • • •

Er zijn diverse ramen aanwezig. Veel van het glas is kapot en/of ontbreekt waardoor de binnenzijde van de schuur toegankelijk is. De schuur heeft een plat dak. Bijna de gehele dakconstructie ontbreekt waardoor de binnenzijde van de schuur ook via het dak toegankelijk is. De dakrand van de schuur is afgewerkt met een boeiboord. Achter de boeiboord is op diverse plaatsen ruimte aanwezig. Zowel de binnenzijde als de buitenzijde is volledig begroeit met klimop.  De binnenkant van schuur 1 was tijdens het veldbezoek ontoegankelijk en is daardoor enkel vanaf de buitenzijde onderzocht.

Schuur 2: • Schuur 2 is gelegen ten noorden van woning 348 en 350. • De kopgevel aan de voorzijde van de schuur is opgetrokken uit baksteen. De buitenmuur is enkel laags. • De overige zijden van de schuur zijn opgetrokken uit glas. Op de meeste plaatsen is het glas kapot en/of ontbreekt. • Het gehele dak van de schuur ontbreekt, enkel de dakconstructie is nog aanwezig. • De grond is afgewerkt met betonnen platen. Er groeien diverse planten tussen de betonnen platen waaronder braam, harig wilgenroosje, speerdistel en zaailingen van zomereik en esdoorn. Overige schuren: • Verspreid over het plangebied bevinden zich nog diverse kleinere schuren. Ook deze schuren verkeren in slechte staat. • Een deel van de schuren is opgetrokken uit houten platen, een deel van de schuren is opgetrokken uit baksteen en één schuurtje is opgetrokken uit golfplaten. • Alle schuurtjes hebben een golfplaten dak. • Bij alle schuurtjes ontbreken er delen, zowel in de houten afwerking, als in het golfplaten dak. Ook ramen en deuren ontbreken. Hierdoor is de binnenzijde van de schuurtjes toegankelijk. Rest van het plangebied: • De rest van het plangebied is erg dicht begroeid. • Er zijn diverse (pioniers) kruiden, bomen en struiken aanwezig in het plangebied zoals late

• •

guldenroede, heelblaadjes, ridderzuring, brandnetel, koninginnekruid, harig wilgenroosje, speerdistel, Jacobs kruiskruid, klaproos, witte honingklaver, goudgele honingklaver, brede lathyrus, braam, vlinderstruik, okkernoot, appelboom, zomereik, vijg, kastanje, knotwilg, esdoorn. Een deel van het plangebied bestaat uit weiland. Tijdens het veldbezoek liepen hier schapen en geiten. Een ander deel van het weiland was tijdens het veldbezoek kort gemaaid. Verder bevinden zich diverse rommelige plekjes binnen het plangebied. Rommelige plekjes bestaan uit snoeiafval en hopen met stenen.

Ecoresult B.V. oktober 2023

10

•

•

Binnen het plangebied én grenzend aan het plangebied is open water aanwezig. Binnen het plangebied is een slootje aanwezig, langs deze sloot staat rijbeplanting bestaande uit wilg. Grenzend aan het plangebied (noord, oost, west) bevinden zich soortgelijke slootjes. Verlichting is binnen het plangebied afwezig. Straatverlichting is enkel aanwezig aan de straatzijde van het plangebied door middel van lantaarnpalen.

2.3

Geplande ingrepen

2.3.1

Omschrijving werkzaamheden Het plangebied zal herontwikkeld worden. Dit houdt in ieder geval in: • De huidige bebouwing (woningen en schuren) binnen het plangebied wordt gesloopt. • Het plangebied wordt bouwrijp gemaakt. • Het groen binnen het plangebied wordt verwijderd. Ook diverse bomen zullen worden verwijderd. • Er worden 24 nieuwbouwwoningen gerealiseerd. Deze woningen zijn onderverdeeld in 7 vrijstaande woningen, 4 twee-onder-een-kapwoningen en 13 rijwoningen. • De tuinen en het openbaargroen zullen opnieuw worden ingericht. • •

2.3.1

Er worden diverse parkeerplaatsen aangelegd. In de noordwestelijke hoek van het plangebied is nog ruimte voor twee bouwkavels.

Methode uitvoering: materieel en werkwijze De werkzaamheden worden met het nodige (zwaar) materieel uitgevoerd. De exacte methode van de werkzaamheden is bij ons vooralsnog onbekend.

2.3.2

Werkplanning, werktijden en realisatieperiode Een gedetailleerde planning is nog niet beschikbaar. Een doorlooptijd van de werkzaamheden is nog niet bekend. De planning is deels afhankelijk van de conclusies uit voorliggende rapportage.

2.3.3

(Ontwerp)tekening De ontwerptekening van dit project is te vinden in Figuur 2.

Ecoresult B.V. oktober 2023

11

Figuur 2: Ontwerptekening van de nieuwe inrichting van het. Bron: opdrachtgever

Ecoresult B.V. oktober 2023

12

3

Onderzoek beschermde soorten

3.1

Algemeen Het onderzoek is uitgevoerd volgens de voor die soort(groep)en geldende standaarden. De onderzoeksperiode voor al de betreffende soorten is optimaal. De inventarisatie blijft echter een steekproef. Het is dan ook mogelijk dat soorten en functies niet waargenomen zijn, terwijl dat ze op een ander tijdstip wel aanwezig zijn. Dit is echter acceptabel, de Wet natuurbescherming vraagt een initiatiefnemer om alles te doen wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden. Met de gekozen methode en inspanning is hieraan dan ook invulling gegeven. Onderzoeksgegevens zijn geregistreerd met WrnPro. Bij elk veldbezoek wordt er door elke onderzoeker een bezoek aangemaakt waarbij de weersgegevens, datum en start- en eindtijd geregistreerd worden. Per soortgroep is er een protocol beschikbaar waardoor waarnemingen via een vooraf opgesteld richtlijn op een uniforme manier kunnen worden ingevoerd. De exacte locatie kan worden aangegeven, de soort, aantal individuen, het gedrag, type verblijfplaats, sporen en een opmerking kunnen worden geregistreerd.

3.2

Huismus

3.2.1

Protocol Onderzoek naar de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen en functioneel leefgebied van huismus binnen het plangebied conform de condities en methodiek van het Kennisdocument Huismus3. Er zijn 2 bezoeken in de periode 1 april – 15 mei gedaan met een tussentijd van minimaal 10 dagen.

Onderzoeksmomenten In Tabel 1 wordt een overzicht gegeven van de onderzoeksmomenten, weersomstandigheden en betrokken ecologisch deskundigen tijdens de uitgevoerde veldonderzoeken. De veldbezoeken ten behoeve van huismus zijn uitgevoerd onder goede weersomstandigheden.

Voortplantings- & vaste rust- 08:05 – en verblijfplaatsen en 10:10 functioneel leefgebied Voortplantings- & vaste rust- 08:30 – en verblijfplaatsen en 10:30 functioneel leefgebied

NeeZO1

06:14 W. Mans-Naaijer

8

NeeZO3

Windkracht (Bft)

5

Onderzoeker

07:04 W. Mans-Naaijer

Zonsopkomst

Neerslag

2 28-04-2023

Moment

Datum 05-04-2023

Temperatuur (°C)

1

Type onderzoek

Tabel 1: Onderzoeksmomenten huismusonderzoek en weergegevens met eigen waarnemingen in het veld.

onderzoeksronde

3.2.2

3 Anoniem, 2022. Kennisdocument huismus. BIJ12

Ecoresult B.V. oktober 2023

13

3.2.3

Onderzoeksmaterialen Bij het onderzoek naar huismus was de onderzoeker bij elk onderzoek uitgerust met en verrekijker met 10x42 vergroting.

3.2.4

Verantwoording onderzoek Gedurende het huismusonderzoek is een gebied onderzocht dat groter was dan het plangebied. Voor het onderzoek is de aandacht hoofdzakelijk uitgegaan naar het plangebied. De totale populatie huismussen rondom het plangebied is derhalve niet volledig onderzocht. Tijdens de onderzoeken heeft één onderzoeker met ervaring met huismus de panden langdurig bekeken op activiteit van huismus. De dakgoten waren zowel vanaf de openbare weg als het achterliggende terrein goed te overzien. In het broedseizoen vindt er gedurende de dag vrijwel constant activiteit plaats rond een nestplaats (baltsgedrag, paringen, entree van de nesten en aanbreng van voedsel). Door op al deze aspecten te letten zijn de actieve nestplaatsen goed in kaart te brengen. Essentieel functioneel leefgebied binnen het plangebied is in kaart gebracht door te letten op locaties waar mussen samen komen (kwetterplaatsen) of over een lange tijd foerageren. Dit zijn ook activiteiten die gedurende een langere tijd tijdens de onderzoeken plaatsvinden en door een langere tijd de omgeving te observeren in kaart te brengen zijn. Leefgebied wordt als essentieel aangemerkt indien wanneer dit leefgebied verdwijnt, de functionaliteit en daarbij het gebruik van nabijgelegen nestplaatsen in het geding komt.

3.3

Gierzwaluw

3.3.1

Protocol Het onderzoek naar aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluw is uitgevoerd op basis van het Kennisdocument Gierzwaluw4. Er zijn 3 bezoeken in de periode 1 juni – 15 juli gedaan met een tussentijd van minimaal 10 dagen.

3.3.2

Onderzoeksmomenten In Tabel 2 wordt een overzicht gegeven van de onderzoeksmomenten, weersomstandigheden en betrokken ecologisch deskundigen tijdens de uitgevoerde veldonderzoeken. De veldbezoeken ten behoeve van gierzwaluw zijn uitgevoerd onder goede weersomstandigheden.

4 Anoniem, 2023. Kennisdocument Gierzwaluw BIJ12

Ecoresult B.V. oktober 2023

14

Windkracht (Bft)

Neerslag (mm)

Temperatuur (°C)

Onderzoeker

Zonsondergang

Moment

Type onderzoek

Datum

Onderzoeksronde

Tabel 2: Onderzoeksmomenten gierzwaluwonderzoek en weergegevens met eigen waarnemingen in het veld.

1

30-05-2023 Voortplantings- & vaste 20:15 – 22:20 21:48 B. Verhoeven 17 Nee NO3 rust- en verblijfplaatsen 2 22-06-2023 Voortplantings- & vaste 20:34 – 22:34 22:04 R. van Vugt 18 Ja* N2 rust- en verblijfplaatsen 3 04-07-2023 Voortplantings- & vaste 20:25 – 22:30 21:57 B. Verhoeven 18 Nee ZO2 rust- en verblijfplaatsen Voorafgaand aan onderzoek regen, opklarend bij aanvang bezoek, vanaf 21:15 volledig droog. Dit had geen invloed op de onderzoeksresultaten, want het beeld was gelijk aan beide andere bezoeken.

3.3.3

Onderzoeksmaterialen Bij het onderzoek naar gierzwaluw waren de onderzoekers bij elk onderzoek uitgerust met en verrekijker met 10x42 vergroting. Ook hebben onderzoekers gebruik gemaakt van een smartphone met lokgeluiden.

3.3.4

Verantwoording onderzoek Gedurende het gierzwaluwonderzoek is een gebied onderzocht dat groter was dan het plangebied. Hierbij zijn tevens aangrenzende woningen buiten het plangebied onderzocht op de aanwezigheid van gierzwaluw. Voor het onderzoek is de aandacht hoofdzakelijk uitgegaan naar het plangebied. De totale populatie gierzwaluwen rondom het plangebied is derhalve niet volledig onderzocht. Tijdens de onderzoeken heeft één met ervaring met gierzwaluw de bebouwing langdurig bekeken op activiteit van gierzwaluw. De bebouwing was zowel vanaf de openbare weg als het achterliggende terrein goed te overzien. Er is gelet op gierende individuen rond het plangebied, invliegende individuen en roepende jongen vanuit de nesten. Door op al deze aspecten te letten zijn de actieve nestplaatsen goed in kaart te brengen.

3.4

Kerkuil en steenuil

3.4.1

Protocol Nader onderzoek naar leefgebied van kerkuil is uitgevoerd conform het Kennisdocument kerkuil 5. Er zijn 3 avondbezoeken in de periode 1 februari – 1 september uitgevoerd. Ter aanvulling is er tijdens alle overige bezoeken (ook voor andere soorten) ook uitgekeken naar kerkuil. Nader onderzoek naar leefgebied van kerkuil is uitgevoerd conform het Kennisdocument steenuil6. Er zijn 3 avondbezoeken in de periode 1 februari – 1 september uitgevoerd. Ter aanvulling is er tijdens alle overige bezoeken (ook voor andere soorten) ook uitgekeken naar steenuil.

5 Anoniem, 2017. Kennisdocument Kerkuil BIJ12 6 Anoniem, 2017. Kennisdocument Steenuil BIJ12

Ecoresult B.V. oktober 2023

15

3.4.2

Onderzoeksmomenten In Tabel 3 wordt een overzicht gegeven van de onderzoeksmomenten, weersomstandigheden en betrokken ecologisch deskundigen tijdens de uitgevoerde veldonderzoeken naar kerkuil en steenuil. De veldbezoeken zijn uitgevoerd onder goede weersomstandigheden.

Neerslag (mm)

16-03-2023 Voortplantings- & vaste 21:00 – 23:00 18:48 rust- en verblijfplaatsen 2 29-03-2023 Voortplantings- & vaste 21:00 – 23:00 20:09 rust- en verblijfplaatsen 3 14-04-2023 Voortplantings- & vaste 21:10 – 23:15 20:35 rust- en verblijfplaatsen

12

Nee ZO2

R. van Vugt

14

Nee Z2

R. van Vugt

10

Nee O1

Onderzoeker

Windkracht (Bft)

Temperatuur (°C)

1

3.4.3

L. Boon

Zonsondergang

Moment

Type onderzoek

Datum

Onderzoeksronde

Tabel 3: Onderzoeksmomenten kerkuil- en steenuil en weersomstandigheden in het veld.

Verantwoording onderzoek Het onderzoek voor kerkuil en steenuil uit uitgevoerd tijdens de optimale onderzoeksperiode. Ook is het onderzoek uitgevoerd naar een onderzoeker met geruime ervaring met deze soorten. Tijdens het onderzoek heeft de onderzoeker het gehele plangebied en de nabije omgeving doorgelopen. Er is gelet op roepende uilen en uilen die rondvliegen in en rond het plangebied. Ook is er tijdens het onderzoek geluid afgespeeld van kerkuil en steenuil.

3.4.4

Onderzoeksmaterialen Bij het onderzoek naar kerkuil en steenuil waren de onderzoekers bij elk onderzoek uitgerust met: • verrekijker met 10x42 vergroting •

Telefoon met lokgeluid steenuil en een JBL speaker

3.5

Vleermuizen

3.5.1

Protocol Onderzoek naar de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen (zomer-, kraam-, paar- en winterverblijfplaatsen) van vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en meervleermuis) binnen het plangebied conform de condities en methodiek van het meest actuele vleermuisprotocol7. In de periode 15 mei tot 15 juli door middel van 3 bezoeken en tussen 15 augustus en 15 september middels 2 bezoeken. De tussenliggende tijd tussen de veldonderzoeken is minimaal 20 dagen.

7 Anoniem, 2021. Vleermuisprotocol 2021. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging

Ecoresult B.V. oktober 2023

16

3.5.2

Onderzoeksmomenten In Tabel 4 wordt een overzicht gegeven van de onderzoeksmomenten, weersomstandigheden en betrokken ecologisch deskundigen tijdens de uitgevoerde veldonderzoeken. De veldbezoeken voor vleermuizen zijn uitgevoerd onder goede weersomstandigheden.

5

Temperatuur (ºC)

Type onderzoek*

10-09-22 Paarverblijfplaatsen, winterverblijfplaatsen, functioneel leefgebied 30-09-22 Paarverblijfplaatsen, winterverblijfplaatsen, functioneel leefgebied 30-05-23 Zomer-, kraamverblijfplaatsen, functioneel leefgebied

Onder: 20:08

22:00 – 02:00

S. van Baren

15

Nee

NW2

Onder: 19:21

20:30 – 22:30

S. van Baren

14

Nee

Z4

Onder: 21:48

21:45 – 00:20

12

Nee

NO2

22-06-23 Zomer-, kraamverblijfplaatsen, functioneel leefgebied 04-07-23 Zomerkraamverblijfplaatsen, functioneel leefgebied

Op: 05:26

02:20 – 05:30

17

Nee

ZW2

Onder: 21:57

21:55 – 00:35

B. Verhoeven, C.E. Bakker, M.J.A van der Neut T. Ruijter F.V. van der Lans, R.C. Pickert, R. van Vugt, T. Los B. Verhoeven, M. Guyt, K. van Egmond, N. van Hilten F. Bakker

17

Ja**

ZO3

6

Onderzoekers

Windkracht (Bft)

4

Neerslag

3

Moment

2

Zonsopkomst / Zonsondergang

1

Datum

Onderzoekronde

Tabel 4: Onderzoeksmomenten vleermuisonderzoek en weergegevens met eigen waarnemingen in het veld.

28-08-23 Paarverblijfplaatsen, Onder: 20:42 – 18 Nee NW2 winterverblijfplaatsen, 20:44 23:45 functioneel leefgebied 7 14-09-23 Paarverblijfplaatsen, Onder: 20:01 – A. Meijer 17 Nee ZO2 winterverblijfplaatsen, 20:01 23:07 functioneel leefgebied *Onderzochte vleermuissoorten: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en meervleermuis. ** Kortdurend buitje, dit had geen invloed op de onderzoeksresultaten Ook gedurende het buitje was er geen verminderde activiteit van vleermuizen.

3.5.3

Onderzoeksmaterialen Bij onderzoek naar vleermuizen zijn onderzoekers bij elk onderzoek uitgerust met: • Batdetectors (Pettersson D240X) • Batloggers (M en/of M2) • Opnameapparatuur voor de batdetector (Edirol), • Warmtebeeldcamera (Pulsar XP28 en/of Pulsar XP38 en/of Guide) • Verrekijker met 10x42 vergroting, • Zaklamp.

Ecoresult B.V. oktober 2023

17

3.5.4

Verantwoording onderzoek Het is aannemelijk dat te allen tijde 75% van het plangebied goed te overzien was. Het plangebied had een grotendeels overzichtelijke indeling met lange kijklijnen. Ook liepen 4 ervaren onderzoekers constant rond waardoor zij konden inspelen op de actuele situatie. Vanaf de belangrijke observatieknooppunten konden zowel de woningen als de achterliggende bijgebouwen goed worden overzien. De aandacht voor het vleermuisonderzoek is hoofdzakelijk uitgegaan naar de bebouwing binnen het plangebied. Hier waren de potenties voor vaste rust- en verblijfplaatsen aanwezig. Door constant door het plangebied heen en weer te lopen kan in een kort tijdsbestek het aantal en de locatie van de verblijfplaatsen worden gelokaliseerd. Voor het onderzoek naar paarverblijfplaatsen was 1 onderzoeker voldoende. Het baltsgedrag wordt vertoond voor langere perioden op een avond. Door constant door het plangebied heen en weer te lopen kan in een kort tijdsbestek het aantal en de locatie van de paarterritoria worden gelokaliseerd. Gedurende de ronden in de periode mei – juli lag de focus van het onderzoek met name op het plangebied. Gedurende de najaarsronden is een groter gebied rondom het plangebied onderzocht op aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onderzoek naar foerageergebied is gedaan door te kijken naar locaties waar vleermuizen foerageren.

Er is hierbij gelet op het aantal individuen wat aanwezig is, en hoe lang er gemiddeld gefoerageerd wordt. Bij onderzoek naar vliegroutes is er op logische punten gepost en is er geteld hoeveel vleermuizen er op de route langs kwamen en welke kant de dieren uitvlogen. Een foerageergebied of vliegroute wordt als essentieel bestempeld indien deze van wezenlijk belang is voor het functioneren van een vaste rust- en verblijfplaats8. Er is in dit onderzoek gebruik gemaakt van batloggers omdat er potentie is voor soorten die met een reguliere batdetector lastig te onderzoeken zijn (c.q. laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en myotis spec.). Gebruik van batloggers vergroot de kans dat de soort wordt aangetroffen. Batlogger bestanden wordt zo snel mogelijk na de onderzoeksronde door een deskundig ecoloog geanalyseerd met het programma Batexplorer. Er wordt hierbij met name gezocht naar de genoemde lastigere soorten. Wanneer deze soorten worden aangetroffen zal er bij latere onderzoeksronden extra op deze soorten gelet worden om ook de gedragingen beter in kaart te brengen (een batlogger opname zegt namelijk niets over het gedrag, en dus de aanwezigheid van een vaste rust- en verblijfplaats). Enkel relevante batlogger waarnemingen zullen worden opgenomen in voorliggende rapportage. Hierbij zullen ook de sonogrammen van de betreffende soorten in de rapportage worden opgenomen.

8 https://www.omgevingsweb.nl/nieuws/foerageergebied-en-vliegroutes-beschermd-of-niet/

Ecoresult B.V. oktober 2023

18

Warmtebeeldcamera’s worden als aanvulling gebruikt op het reguliere onderzoek. Met name bij onderzoek naar hoogbouw, vaste rust- en verblijfplaatsen in bomen en onderzoek naar paarverblijfplaatsen helpt de camera om het gedrag of een specifieke locatie van een vaste rust- en verblijfplaats van een waargenomen vleermuis beter in beeld te brengen. Omdat winterverblijfplaatsen zeer lastig te onderzoeken zijn, en vaak aanwezig zijn op locaties die als zomer-, kraam en paarverblijfplaats worden gebruikt (alle onderzochte soorten vleermuizen) zolang de temperatuur niet te laag wordt 9, wordt er in dit onderzoek aangenomen dat alle aangetroffen verblijfplaatsen in de winter ook functioneel zijn als winterverblijfplaats voor één of enkele dieren.

3.6

Steenmarter

3.6.1

Protocol Onderzoek naar vaste rust- en verblijfplaatsen en functioneel leefgebied van kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) binnen het plangebied conform de condities en methodiek van het meest actuele protocol “kleine marterachtigen van de provincie Noord-Brabant10”.

3.6.2

Onderzoeksmomenten In Tabel 5 wordt een overzicht gegeven van de onderzoeksmomenten, weersomstandigheden en betrokken ecologisch deskundigen tijdens de uitgevoerde veldonderzoeken. De veldbezoeken zijn uitgevoerd onder goede weersomstandigheden.

3.6.3

1

12-04-2022

2

05-05-2022

3

24-05-2022

Onderzoeker

Methode

Type onderzoek

Datum

Ondezoeksronde

Tabel 5: Onderzoekperiode steenmarter en onderzoekers.

Voortplantings- & VastePlaatsen camera’s +sporenonderzoek E.M.C. Schonk rust- en verblijfplaatsen en functioneel leefgebied Voortplantings- & VasteCamera controle (vervangen SD kaart en E.M.C. Schonk rust- en verblijfplaatsen enbatterijen) en sporenonderzoek functioneel leefgebied Voortplantings- & VasteVerwijderen camera’s en sporenonderzoek E.M.C. Schonk rust- en verblijfplaatsen en functioneel leefgebied

Onderzoeksmaterialen Bij onderzoek naar (kleine) marterachtigen is gebruik gemaakt van de volgende materialen: • Cameraonderzoek o 4 wildcamera’s in metalen behuizing 9 Anoniem, 2017. Kennisdocument gewone dwergvleermuis. BIJ12 10 Bouwers, S., 2017. Handreiking kleine marters Noord -Brabant.

Ecoresult B.V. oktober 2023

19

•

3.6.4

o 2 mostela camera’s Sporenonderzoek o Zaklamp o Verrekijker met vergroting 10 x 42

Verantwoording onderzoek Het onderzoek is uitgevoerd volgens het standaard voor onderzoek naar kleine marterachtigen11 (wezel, hermelijn en bunzing). Om vast te stellen of steenmarter in het plangebied voorkomt, is met 4 wildcamera’s en 2 Mostela cameravallen nader onderzoek uitgevoerd. De camera’s zijn op de meest kansrijke plekken ingezet (zie Figuur 3). Alle 4 de camera’s zijn ingesteld op videostand, wat betekent dat er bij een detectie van beweging een 10 seconde video-opname start. Het onderzoek is uitgevoerd binnen de meest actieve periode (maart t/m augustus) van steenmarter. Volgens het protocol kan camera onderzoek naar voor steenmarter moeten de camera’s voor 6 weken worden geplaatst. De volledige onderzoeksduur dat de camera’s gedraaid hebben is van 12 april 2023 tot en met 24 mei 2023, een periode van 6 weken en daarmee volgens het protocol “kleine marterachtigen”. De beelden zijn op 25 mei 2023 geanalyseerd door E.M.C. Schonk. Bij de verschillende veldbezoeken is er ook gezocht naar sporen van marterachtigen. Het plangebied is systematisch en met een focus op de kansrijke plekken zijn onderzocht op de aanwezigheid van sporen die kunnen duiden op de aanwezigheid van steenmarter. Zaken waar in deze op zijn gelet zijn holen, markeringen, prooiresten, uitwerpselen en looppaadjes (wissels). Dit onderzoek is uitgevoerd door een onderzoeker met ervaring voor steenmarter.

11 Bouwers, S., 2017. Handreiking kleine marters Noord -Brabant.

Ecoresult B.V. oktober 2023

20

Figuur 3: Locaties cameravallen binnen plangebied. Bron: Openstreetmap.

Ecoresult B.V. oktober 2023

21

4

Resultaten nader onderzoek

4.1

Huismus Tijdens alle veldbezoeken in het kader van het huismusonderzoek (Tabel 1) werden 18 waarnemingen van huismus verricht, zie Figuur 4.

Figuur 4: Waarnemingen van huismus en waargenomen gedrag. Kaartbron: Openstreetmap

Vaste rust- en verblijfplaatsen • Binnen het plangebied is aangetroffen: 1 vaste rust- en verblijfplaats. De locaties van deze vaste rust- en verblijfplaatsen staat weergegeven in Tabel 6. Zie ook Figuur 5 voor een afbeelding van deze nestplaats. Buiten het plangebied is aangetroffen: o 10 vaste rust- en verblijfplaatsen. De locaties van deze vaste rust- en verblijfplaatsen staat weergegeven in Tabel 6. o

•

Functioneel leefgebied • Binnen het plangebied is essentieel functioneel leefgebied van huismus aanwezig. Er werden gedurende het onderzoek maximaal 8 vogels tegelijk waargenomen. Het dichtbegroeide deel van het terrein achter de woning met huisnummer 348 en de jonge opslag tussen de huisnummer 350 en de grote loods is hoofdzakelijk essentieel voor de binnen het plangebied en directe omgeving aanwezige vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus.

Ecoresult B.V. oktober 2023

22

Tabel 6: De locaties van de aangetroffen vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus binnen en buiten het plangebied. Met donkergrijs aangegeven de vaste rust- en verblijfplaatsen buiten het plangebied. Type verblijfplaats Bezet nest

Adres

Opmerkingen

Buitendams 348

Voorzijde, onder 1ste rij dakpannen boven de vleermuiskast. Zie ook Figuur 5. Voorzijde halverwege dakgoot, onder 19de dakpan vanaf de rechter kopgevel. Voorzijde. Onder 1ste rij dakpannen op de linkerhoek. Vanwege afstand tot het plangebied niet weergegeven op Figuur 4 Westelijke gevel, onder 1ste rij dakpannen ter hoogte van de 1ste pilaar Westelijke gevel, onder 1ste rij dakpannen ter hoogte van de 2de pilaar. Westelijke gevel, onder 1ste rij dakpannen tussen de 2de en 3de pilaar. Westelijke gevel, onder 1ste rij dakpannen ter hoogte van de 3de pilaar. Westelijke gevel, onder 1ste rij dakpannen ter hoogte van de 4de pilaar. Westelijke gevel, onder 1ste rij dakpannen ter hoogte van de 5de pilaar. Oostelijke gevel, onder kantpan. Vanwege afstand tot het plangebied niet weergegeven op Figuur 4. Voorzijde, onder 1ste rij dakpannen halverwege het dak. Vanwege afstand tot het plangebied niet weergegeven op Figuur 4

Bezet nest

Buitendams 295

Bezet nest

Buitendams 191

Bezet nest

Buitendams 384 (kerk)

Bezet nest

Buitendams 384 (kerk)

Bezet nest

Buitendams 384 (kerk)

Bezet nest

Buitendams 384 (kerk)

Bezet nest

Buitendams 384 (kerk)

Bezet nest

Buitendams 384 (kerk)

Bezet nest

Buitendams 383

Bezet nest

Buitendams 432

Ecoresult B.V. oktober 2023

23

Figuur 5: Nestplaats huismus in het plangebied (rood omcirkeld) met mannetje huismus zichtbaar in de dakgoot. Foto: W. Mans-Naaijer | Ecoresult B.V.

4.2

Gierzwaluw Tijdens alle veldbezoeken in het kader van het gierzwaluwonderzoek (Tabel 2) werden 5 waarnemingen van gierzwaluw verricht (zie Figuur 6).

Ecoresult B.V. oktober 2023

24

Figuur 6: Waarnemingen van gierzwaluw en waargenomen gedrag. Kaartbron: Openstreetmap.

Vaste rust- en verblijfplaatsen • Binnen het plangebied is aanwezig: 2 vaste rust- en verblijfplaatsen (zie Tabel 7). Gedurende alle drie de veldbezoeken werden in/uitvliegende dieren waargenomen. Tijdens het laatste bezoek waren ook jongen hoorbaar vanuit het pand. Buiten het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen aangetroffen o

•

Overige waarnemingen In het plangebied is eenmalig een groep van 11 overvliegende gierzwaluwen waargenomen. Dit betreffen broedvogels van de aanwezige nesten of hoog overvliegende dieren zonder binding met het plangebied. Tabel 7: De locaties van de aangetroffen vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluw binnen het plangebied. Type verblijfplaats Adres Opmerkingen Bezet nest Buitendams 348 Achterzijde, noordoostelijke hoek tegen kopgevel aan. Onder dakgoot/dakbeschot mist een plank wat fungeert als invliegopening. Zie ook Figuur 7. Bezet nest Buitendams 348 Achterzijde, noordoostelijke hoek tegen kopgevel aan. Onder dakgoot/dakbeschot mist een plank wat fungeert als invliegopening. Beide nesten maken dus gebruik van dezelfde invliegopening. Twee nesten op basis van vier invliegende vogels (zonder tussentijds uitvliegen). Zie ook Figuur 7.

Ecoresult B.V. oktober 2023

25

Figuur 7: Nestlocaties in het plangebied gezien vanaf het terrein (rood omcirkeld), met de invliegopening weergegeven in de inzet linksboven. Foto's: B. Verhoeven | Ecoresult B.V.

4.3

Kerkuil en Steenuil Tijdens alle veldbezoeken in het kader van het Kerk- en steenuilenonderzoek (Tabel 3) werden geen waarnemingen van kerk- of steenuilen verricht. Vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel functioneel leefgebied zijn derhalve afwezig.

4.4

Vleermuizen Gedurende de veldbezoeken in het kader van het vleermuisonderzoek (Tabel 4) zijn in totaal vijf vleermuissoorten waargenomen (zie Figuur 8): • •

Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis

• •

Laatvlieger Rosse vleermuis

•

Baardvleermuis

Ecoresult B.V. oktober 2023

26

Figuur 8: In en rondom het plangebied aangetroffen soorten vleermuizen. Kaartbron: Openstreemap.

4.4.1

Gewone dwergvleermuis Tijdens alle veldbezoeken in het kader van het vleermuisonderzoek (Tabel 4) zijn 70 waarnemingen van gewone dwergvleermuizen verricht (zie Figuur 9): 50 in het voorjaar en 20 in het najaar.

Ecoresult B.V. oktober 2023

27

Figuur 9: Waarnemingen van gewone dwergvleermuis en waargenomen gedrag. Kaartbron: Openstreetmap.

Figuur 10: Overzicht van de vijf in het plangebied aangetroffen zomerverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis. Foto's: B. Verhoeven | Ecoresult B.V.

Vaste rust- en verblijfplaatsen • Binnen het plangebied is aanwezig (zie Tabel 8): o Vijf zomerverblijfplaatsen. Deze verblijfplaatsen kunnen ook als winterverblijfplaats worden gebruikt door een of enkele individuen. Zie ook Figuur 10 voor een overzicht van de aangetroffen verblijfplaatsen. • Buiten het plangebied is aangetroffen (zie Tabel 8):

Ecoresult B.V. oktober 2023

28

o

Eén paarverblijfplaats met bijbehorend paarterritorium. Deze verblijfplaats kan ook als winterverblijfplaats worden gebruikt door een of enkele individuen.

Tabel 8: De locaties van de aangetroffen vaste rust- en verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis binnen en buiten het plangebied. Met donkergrijs aangegeven de vaste rust- en verblijfplaatsen buiten het plangebied. Type verblijfplaats Individuen Datum Adres Opmerkingen Zomerverblijfplaats 1 30-05-2023 Buitendams 348 Onder één van de vijf kantpannen tussen de nok en de missende pannen aan de achterzijde van de westelijke kopgevel van de woning. Zomerverblijfplaats

1

22-06-2023

Zomerverblijfplaats

1

22-06-2023 en Buitendams 350 04-07-2023

Zomerverblijfplaats

1

22-06-2023 en Buitendams 350 04-07-2023

Zomerverblijfplaats

1

04-07-2023

Buitendams 350

Paarverblijfplaats

1

10-09-2022

Buitendams 354

Paarverblijfplaats

1

10-09-2022

Buitendams 338

Paarverblijfplaats

1

10-09-2022

Buitendams 299

Paarverblijfplaats

1

10-09-2022

Buitendams 267

Paarverblijfplaats

1

30-09-2022

Buitendams 366

Paarverblijfplaats

1

10-09-2022

Buitendams 368

Ecoresult B.V. oktober 2023

Buitendams 348

In de vleermuiskast aan de westelijke kopgevel van de woning. Deze kast is in het najaar ook in gebruik als een paarverblijfplaats van ruige dwergvleermuis. In de linker vleermuiskast aan de voorzijde van de woning. Deze kast is in het najaar ook in gebruik als een paarverblijfplaats van ruige dwergvleermuis. In de rechter vleermuiskast aan de voorzijde van de woning. Zie ook Figuur 11 voor een afbeelding van deze zomerverblijfplaats. In een de vleermuiskast aan de oostelijke kopgevel van de woning. Paarterritorium/verblijfplaats met name langs voorzijde Buitendams 354. Paarterritorium op dakrandhoogte van huisnummers 334-338. Paarterritorium op dakrandhoogte van Buitendams 299 en aangrenzende woningen. Paarverblijfplaats achterzijde Buitendams 267. Paarterritorium rond woning op darandhoogte. Paarterritorium rond woning op darandhoogte.

29

Figuur 11: Eén van de aangetroffen gewone dwergvleermuizen in een vleermuiskast aan de bebouwing (in dit geval aan de voorzijde van Buitendams 350). Foto: B. Verhoeven | Ecoresult B.V.

Functioneel leefgebied • •

4.4.2

Er zijn enkele overvliegende individuen waargenomen waarbij geen ruimtelijke structuren werden gevolgd. Er is geen sprake van een (essentiële) vliegroute. Er zijn in en rond het plangebied foeragerende vleermuizen waargenomen, met name rondom de opslag achter de woningen. Het ging in alle gevallen om lage aantallen (maximaal 5 gelijktijdig) die kortstondig aanwezig waren. Het ging met name om dieren die na het uitvliegen even foerageerden rond het plangebied en daarna elders zijn gaan foerageren. Er is in dit geval geen sprake van essentieel foerageergebied.

Ruige dwergvleermuis Tijdens alle veldbezoeken in het kader van het vleermuisonderzoek (Tabel 4) zijn 13 waarnemingen van ruige dwergvleermuizen verricht (zie Figuur 12): 7 in het voorjaar en 6 in het najaar.

Ecoresult B.V. oktober 2023

30

Figuur 12: Waarnemingen van ruige dwergvleermuis en waargenomen gedrag. Kaartbron: Openstreetmap.

Vaste rust- en verblijfplaatsen •

•

Binnen het plangebied is aanwezig (zie ook Tabel 9): o Twee paarverblijfplaatsen. Deze verblijfplaatsen kunnen ook als winterverblijfplaats worden gebruikt door een of enkele individuen. Buiten het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van ruige dwergvleermuis aangetroffen.

Tabel 9: De locaties van de aangetroffen vaste rust- en verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis binnen en buiten het plangebied. Met donkergrijs aangegeven de vaste rust- en verblijfplaatsen buiten het plangebied. Type verblijfplaats Individuen Datum Adres Opmerkingen Paarverblijfplaats 1 10-09-2022 Buitendams 348 In de vleermuiskast aan de westelijke kopgevel van de woning. Deze kast is in het voorjaar ook in gebruik als een zomerverblijfplaats van gewone dwergvleermuis. 10-09-2022 30-09-2022 en Buitendams 350 In de linker vleermuiskast aan de 14-09-2023 voorzijde van de woning. Deze kast is in het voorjaar ook in gebruik als een zomerverblijfplaats van gewone dwergvleermuis.

Ecoresult B.V. oktober 2023

31

Functioneel leefgebied • •

Er zijn enkele overvliegende individuen waargenomen waarbij geen ruimtelijke structuren werden gevolgd. Er is geen sprake van een (essentiële) vliegroute. Er zijn op enkele plaatsen in en rond het plangebied foeragerende vleermuizen waargenomen. Het ging in alle gevallen om lage aantallen (maximaal 5 gelijktijdig) die kortstondig aanwezig waren. Het ging met name om dieren die na het uitvliegen even foerageerden rond het plangebied en daarna elders zijn gaan foerageren. Er is in dit geval geen sprake van essentieel foerageergebied.

4.4.3

Laatvlieger Tijdens alle veldbezoeken in het kader van het vleermuisonderzoek (Tabel 4) is één waarneming van laatvlieger verricht (zie Figuur 13). Dit betreft een waarneming in het voorjaar.

Figuur 13: Waarneming van laatvlieger en waargenomen gedrag. Kaartbron: Openstreetmap.

Vaste rust- en verblijfplaatsen • •

Binnen het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van laatvlieger aanwezig. Buiten het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van laatvlieger aangetroffen.

Functioneel leefgebied Tijdens het onderzoek is in het plangebied één waarnemingen van laatvlieger verricht. Dit betreft één overvliegend exemplaar, zonder binding met het plangebied. Essentieel foerageergebied of essentiële vliegroutes zijn derhalve afwezig. Ecoresult B.V. oktober 2023

32

4.4.4

Rosse vleermuis Tijdens alle veldbezoeken in het kader van het vleermuisonderzoek (Tabel 4) zijn 3 waarnemingen van rosse vleermuis verricht (zie Figuur 14): allen in het voorjaar.

Figuur 14: Waarnemingen van rosse vleermuis en waargenomen gedrag. Kaartbron: Openstreetmap.

Vaste rust- en verblijfplaatsen • Binnen het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van rosse vleermuis aanwezig. •

Buiten het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van rosse vleermuis aangetroffen.

Functioneel leefgebied Tijdens het onderzoek zijn in en in de omgeving plangebied drie waarnemingen van rosse vleermuizen verricht. Dit betroffen hoog overvliegend dieren, zonder binding met het plangebied. Essentieel foerageergebied of essentiële vliegroutes zijn derhalve afwezig.

4.4.5

Baardvleermuis Tijdens alle veldbezoeken in het kader van het vleermuisonderzoek (Tabel 4) is één waarneming van baardvleermuis verricht (zie Figuur 15). Dit betreft een waarneming in het voorjaar.

Ecoresult B.V. oktober 2023

33

Figuur 15: Waarneming van baardvleermuis en waargenomen gedrag. Kaartbron: Openstreetmap.

Vaste rust- en verblijfplaatsen • Binnen het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van baardvleermuis •

aanwezig. Buiten het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van baardvleermuis aangetroffen.

Functioneel leefgebied Tijdens het onderzoek is in het plangebied één waarnemingen van laatvlieger verricht. Dit betreft één overvliegend exemplaar, zonder binding met het plangebied. Essentieel foerageergebied of essentiële vliegroutes zijn derhalve afwezig.

4.5

Steenmarter Gedurende het cameraonderzoek zijn in de periode 12 april 2023 en 24 mei 2023 in totaal 1266 (bruikbare) opnames gemaakt. Steenmarter werd niet geregistreerd. Hierdoor kan worden aangenomen dat vaste rust- en verblijfplaatsen en/of essentieel functioneel leefgebied van steenmarter ontbreekt. Wel vastgestelde soorten betreffen: bosmuis, bruine rat, egel, huismuis, huiskat, rosse woelmuis en 15 vogelsoorten. Voor een compleet overzicht van de soorten die per camera (zie Figuur 3 voor exacte locaties) zijn vastgesteld zie Tabel 10.

Ecoresult B.V. oktober 2023

34

Tabel 10: Waargenomen soorten en het aantal opnamen per camera.

Camera 230 Opnames 112 Huismuis 88 Bosmuis Bruine rat 2 Egel Huiskat 21 Rosse woelmuis Winterkoning 1 Houtduif Koolmees Putter Turkse tortel Zanglijster Groenling Huismus Heggenmus Merel Wilde eend Zwarte kraai Holenduif Ekster Grauwe gans Rosse woelmuis Kauw

4.6

Camera 231

Camera 232

Camera 234

Camera 237

Camera 239

292 1

277 1

189

161 82 15 62

235

4 1 225 1 38 2 2 2 14 3 2 2 2

181 1 64

3 4 1 1 14 3 1

2 72

2

11 166

30 1

2

7 3

15

25 1

9

39

28

10

5

Conclusie onderzoeksresultaten •

Binnen het plangebied is aanwezig: o 1 vaste rust- en verblijfplaats (nestplaats) van huismus Essentieel functioneel leefgebied (foerageergebied en kwetterplaatsen) van huismus (ca. 280 m2). o 2 vaste rust- en verblijfplaatsen (nestplaatsen) van gierzwaluw. o 5 zomerverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis. o 2 paarverblijfplaatsen van ruige dwergvleermuis Buiten het plangebied is aangetroffen: o

•

o o

10 vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus. 6 paarverblijfplaatsen/paarterritoria van gewone dwergvleermuis.

In Figuur 16 en Figuur 17 staan alle aangetroffen verblijfplaatsen in en rondom het plangebied weergegeven.

Ecoresult B.V. oktober 2023

35

Figuur 16: Overzicht van alle aangetroffen voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen in en rondom het plangebied. Kaartbron: Openstreetmap.

Figuur 17: Ingezoomd beeld van alle aangetroffen voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen in het plangebied. Kaartbron: Openstreetmap.

Ecoresult B.V. oktober 2023

36

5

Effectbeoordeling

5.1

Vogelrichtlijn

5.1.1

Huismus Door de werkzaamheden wordt 1 vaste rust- en verblijfplaats en ca. 280 m2 essentieel functioneel leefgebied van huismus weggenomen. Hierdoor is sprake van overtreding van de volgende verbodsbepalingen: • Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het artikel 3.1 lid 4 en lid 5 “Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort” is in deze niet aan de orde. Door het treffen van mitigerende maatregelen (zie Hoofdstuk 6) komt de gunstige staat van instandhouding niet in het geding. Ontheffing op de Wet natuurbescherming is nodig (zie Paragraaf 5.4) evenals het treffen van maatregelen (zie Hoofdstuk 6). Aanwezige vaste rust- en verblijfplaatsen buiten de begrenzing van het plangebied blijven behouden. Zij bevinden zich buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden. De verblijfplaatsen buiten het plangebied bevinden zich op een minimale afstand van 15 meter tot het plangebied.

5.1.2

Gierzwaluw Door de werkzaamheden worden 2 vaste rust- en verblijfplaats van gierzwaluw weggenomen. Hierdoor is sprake van overtreding van de volgende verbodsbepalingen: • Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het artikel 3.1 lid 4 en lid 5 “Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort” is in deze niet aan de orde. Door het treffen van mitigerende maatregelen (zie Hoofdstuk 6) komt de gunstige staat van instandhouding niet in het geding. Ontheffing op de Wet natuurbescherming is nodig (zie Paragraaf 5.4) evenals het treffen van maatregelen (zie Hoofdstuk 6).

5.1.3

Kerkuil en steenuil Binnen en grenzend aan het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van kerkuil en steenuil aanwezig. Negatieve effecten zijn derhalve uitgesloten. Het aanvragen van een ontheffing

Ecoresult B.V. oktober 2023

37

op de Wet natuurbescherming voor kerkuil en steenuil of het treffen van aanvullende maatregelen is niet nodig.

5.2

Habitatrichtlijn

5.2.1

Gewone dwergvleermuis Door de sloopwerkzaamheden zullen vijf zomerverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis worden weggenomen. Hierdoor is sprake van overtreding van de volgende verbodsbepalingen: • Art 3.5 lid 2: Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren. • Art 3.5 lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. Ontheffing op de Wet natuurbescherming is nodig (zie Paragraaf 5.4) evenals het treffen van maatregelen (zie Hoofdstuk 6). Binnen en grenzend aan het plangebied wordt door gewone dwergvleermuis gefoerageerd en er vliegen dieren over het plangebied. Hierbij wordt echter geen structureel gebruik gemaakt van vaste structuren of zijn grote aantallen aanwezig. Op basis hiervan en de aanwezigheid van vele alternatieven direct rondom het plangebied is essentieel functioneel leefgebied (foerageergebied en vliegroutes) afwezig. Aanwezige vaste rust- en verblijfplaatsen buiten de begrenzing van het plangebied blijven behouden. Zij bevinden zich buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden. Dichtstbijzijnde verblijfplaats buiten het plangebied bevindt zich op een afstand van circa 30 meter.

5.2.2

Ruige dwergvleermuis Door de sloopwerkzaamheden zullen twee paarverblijfplaatsen van ruige dwergvleermuis worden weggenomen. Hierdoor is sprake van overtreding van de volgende verbodsbepalingen: • Art 3.5 lid 2: Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren. • Art 3.5 lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. Ontheffing op de Wet natuurbescherming is nodig (zie Paragraaf 5.4) evenals het treffen van maatregelen (zie Hoofdstuk 6). Binnen en grenzend aan het plangebied wordt door ruige dwergvleermuis gefoerageerd en er vliegen dieren over het plangebied. Hierbij wordt echter geen structureel gebruik gemaakt van vaste structuren of zijn grote aantallen aanwezig. Op basis hiervan en de aanwezigheid van vele

Ecoresult B.V. oktober 2023

38

alternatieven direct rondom het plangebied is essentieel functioneel leefgebied (foerageergebied en vliegroutes) afwezig.

5.2.3

Laatvlieger Binnen en grenzend aan het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen of essentieel leefgebied van laatvlieger aanwezig. Negatieve effecten zijn derhalve uitgesloten. Het aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbescherming voor laatvlieger of het treffen van aanvullende maatregelen is niet nodig.

5.2.4

Rosse vleermuis Binnen en grenzend aan het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen of essentieel leefgebied van rosse vleermuis aanwezig. Negatieve effecten zijn derhalve uitgesloten. Het aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbescherming voor rosse vleermuis of het treffen van aanvullende maatregelen is niet nodig.

5.2.5

Baardvleermuis Binnen en grenzend aan het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen of essentieel leefgebied van baardvleermuis aanwezig. Negatieve effecten zijn derhalve uitgesloten. Het aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbescherming voor baardvleermuis of het treffen van aanvullende maatregelen is niet nodig.

5.3

Nationaal beschermde soorten

5.3.1

Steenmarter Binnen en grenzend aan het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen of essentieel leefgebied van steenmarter aanwezig. Negatieve effecten zijn derhalve uitgesloten. Het aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbescherming voor steenmarter of het treffen van aanvullende maatregelen is niet nodig.

5.4

Voorwaarden voor ontheffing Een ontheffing (of een vrijstelling) kan uitsluitend worden verleend, als voldaan is aan drie cumulatieve voorwaarden. Een uitgebreidere uiteenzetting van de voorwaarden is opgenomen in Bijlage 1: • • •

Afwezigheid van reële alternatieven (planning, werkwijze, locatie). Wettelijk belang van de werkzaamheden (verschilt per beschermingscategorie). Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Dit is onder andere afhankelijk van de ruimtelijke spreiding van de soort in de directe omgeving. Dit kan worden voorkomen door het treffen van voldoende mitigerende/compenserende maatregelen.

Om te beoordelen of aan deze voorwaarden wordt voldaan zal een toetsing van de belangen en de alternatieven plaatsvinden en een ecologische toetsing. De richtlijn voor het behandelen van een

Ecoresult B.V. oktober 2023

39

aanvraag bedraagt 13 weken met de mogelijkheid om dit eenmalig te verlengen met 7 weken. In de praktijk wordt hier soms (sterk) van afgeweken.

Ecoresult B.V. oktober 2023

40

6

Maatregelen

6.1

Algemeen In totaal zullen als gevolg van de werkzaamheden de volgende ecologische waarden verloren gaan: • Huismus o 1 vaste rust- en verblijfplaats • •

•

o Ca. 280 m2 functioneel leefgebied Gierzwaluw o 2 vaste rust- en verblijfplaatsen Gewone dwergvleermuis o 5 zomerverblijfplaatsen, die ook gebruikt kunnen worden als winterverblijfplaats voor een of enkele dieren Ruige dwergvleermuis o 2 paarverblijfplaatsen die ook gebruikt kunnen worden als winterverblijfplaats voor een of enkele dieren

Mitigerende maatregelen zijn noodzakelijk om de functionaliteit van het gebied te blijven behouden. Deze mitigerende maatregelen dienen in samenspraak met een ecoloog en de opdrachtgever verder uitgewerkt te worden en concreet te worden beschreven in een ecologisch werkprotocol. Dit ecologisch werkprotocol dient te allen tijde onder de betrokkenen bekend te zijn en op het werk aanwezig te zijn.

6.2

Huismus

6.2.1

Voorafgaand aan de werkzaamheden

6.2.1.1

Tijdelijke voorzieningen • Per vaste rust- en verblijfplaats die verloren gaat dienen alternatieve verblijfplaatsen te worden aangeboden. Doordat 1 vaste rust- en verblijfplaats van huismus verdwijnen dienen er ten minste 2 alternatieve verblijfplaatsen te worden gerealiseerd. • Alternatieve verblijfplaatsen kunnen gerealiseerd worden door het plaatsen van nestkasten. De plaatsing van deze kasten dient te voldoen aan de voorwaarden van het kennisdocument huismus12: o Type nestkast: Huismuskast Anton13 of vergelijkbaar. o Kasten dienen geclusterd te worden geplaatst binnen 200 meter van de o o o o

oorspronkelijke nestplaatsen. De locaties van de kasten worden bepaald in overleg met een deskundig ecoloog. De kasten worden opgehangen aan gebouwen op ten minste 3 meter hoogte. De directe omgeving van de tijdelijke nestkasten biedt voldoende permanente dekking (in de vorm van tuinen), De kasten hangen buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden,

12 Anoniem, 2022. Kennisdocument Huismus. BIJ12 13 https://www.bats-birds.nl/Huismuskast

Ecoresult B.V. oktober 2023

41

o

6.2.1.2

Er dient te worden voldaan aan de benodigde gewenningstijd van 3 maanden voor de start van de werkzaamheden.

Ongeschikt maken • Werkzaamheden ter plaatse van en nabij de voortplantingsplaats mogen enkel plaatsvinden in de periode 1 oktober tot 1 maart (buiten het broedseizoen). Indien dit niet mogelijk is dienen de vaste rust- en verblijfplaatsen volledig ongeschikt gemaakt te worden. o Werkzaamheden om het plangebied ongeschikt te maken dienen plaats te vinden voor de start van de werkzaamheden in de periode 1 oktober – 1 maart (buiten het broedseizoen) en buiten vorstperioden. o

o

Ongeschikt maken wordt gedaan door de verblijfplaatsen van huismus dicht te maken met behulp van weringsborstels. Rekening dient gehouden te worden met aanwezige verblijfplaatsen van overige vogelsoorten of vleermuizen in dezelfde gevel/bebouwing. Het ongeschikt maken van de bebouwing wordt uitgevoerd in samenspraak met een deskundig ecoloog.

6.2.2

Tijdens de werkzaamheden

6.2.2.1

Permanente voorzieningen • Per vaste rust- en verblijfplaats die verloren gaat dienen er 2 alternatieve verblijfplaatsen te worden aangeboden. Doordat 1 vaste rust- en verblijfplaats van huismus verdwijnt dienen er ten minste 2 alternatieve verblijfplaatsen te worden gerealiseerd. Dit kan worden gedaan door (een combinatie van) een van de onderstaande oplossingen: o De daken van de nieuwbouwwoningen geschikt te maken voor huismus: ▪ De ruimte tussen de bovenzijde van de dakpannen en de onderliggende panlat is minimaal 35 mm en maximaal 45 mm. ▪ Indien vogelschroten onder de dakpannen worden geplaatst dienen deze pas aanwezig te zijn ná minimaal de 3e panlat om huismus voldoende ruimte te bieden om te broeden en tegen predatie (met name nestroof door kauw). o

•

Het plaatsen van inbouwkasten voor huismussen ▪ Er zal gebruik worden gemaakt van mussenloft Almeria of vergelijkbaar. ▪

Kasten worden verdeeld over het plangebied, maar worden geclusterd opgehangen.

▪

Kasten worden zo hoog mogelijk, en ten minste op 3 meter hoogte in de gevel ingebouwd.

Essentieel leefgebied wat verdwijnt (280 m2) dient in de toekomstige situatie opnieuw gerealiseerd te worden door voldoende groen aan te planten in de vorm van heggen, hagen, klimplanten, groenblijvers, etc.

Ecoresult B.V. oktober 2023

42

6.2.3

Na afronding van de werkzaamheden •

De functionaliteit van de permanente verblijfplaatsen dient over de lange termijn geborgd te worden. Wanneer de functionaliteit verminderd is dient deze zo spoedig mogelijk hersteld te worden: o Wanneer de toegankelijkheid van de verblijfplaatsen verminderd is moeten hinderende objecten worden verwijderd. Wanneer er verstoring plaatsvindt moeten deze bronnen worden verwijderd. Herstel van verblijfplaatsen moet gebeuren op aanwijzing van een deskundig ecoloog. De functionaliteit van het functioneel leefgebied dient over de lange termijn geborgd te worden. Wanneer de functionaliteit verminderd is dient deze zo spoedig mogelijk hersteld te worden. De tijdelijke kasten mogen na afronding van de werkzaamheden worden verwijderd onder de volgende voorwaarden: o De kasten dienen (vrijwillig) verlaten te zijn. o Kasten worden buiten de kritische periode van het broedseizoen (1 maart – 15 augustus) verwijderd. o De permanente verblijfplaatsen moeten functioneel zijn. o De geldende gewenningsperioden van 3 maanden na afronding van de werkzaamheden in acht is genomen. o Tijdelijke voorzieningen worden verwijderd onder begeleiding of op aanwijzing van de ecologisch deskundige. o o

•

•

6.3

Gierzwaluw

6.3.1

Voorafgaand aan de werkzaamheden

6.3.1.1

Alternatieve voorzieningen buiten het plangebied Indien alle werkzaamheden plaats vinden buiten de periode dat gierzwaluwen in Nederland zijn (31 augustus – 15 april) is het niet noodzakelijk om tijdelijke voorzieningen te realiseren. De permanente voorzieningen (zie paragraaf 6.3.2.1 zullen functioneel zijn voordat de gierzwaluwen terugkeren in Nederland (vanaf 15 april). Indien er werkzaamheden plaats vinden in het broedseizoen van gierzwaluwen dienen er alternatieve verblijfplaatsen buiten het plangebied gerealiseerd te worden buiten het plangebied. • Per vaste rust- en verblijfplaats die verloren gaat dienen er 3 alternatieve verblijfplaatsen te

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/907/documents/29298