CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan De Rokerij.pdf

Gemeenteraad GHG 21 januari 2021, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 7: Bestemmingsplan 'De Rokerij' - Raadsvoorstel30.676 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Dit betekent inbouwen van permanente verblijfplaatsen voor vleermuizen en rekening houden met vogels als huismus en gierzwaluw. Ook wordt rekening gehouden met een vriendelijke manier van afvoer van regenwater. Compenserende maatregelen betreffen dus het “natuur inclusief” bouwen waarbij minimaal alle verloren gegane paarverblijven en territoria 4x als permanent ingebouwd verblijven worden gecompenseerd. Bestemmingsplan “’De Rokerij” Toelichting Vaststelling

49

Plaatsbepaling vindt nader plaats bij uitwerking van de bouwplannen. Ter compensatie van het verloren gaan van het niet essentiële foerageergebied worden waar mogelijk bomen aangeplant. 7.7.3

Conclusie In het plangebied zijn op grond van bestaande biotopen en waarnemingen in de omgeving volgens de Wet natuurbescherming beschermde soorten aangetroffen. Voor de meeste soorten geldt echter een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling mits er aan de algemene zorgplicht voor deze soorten wordt voldaan. Overige significante effecten van de activiteiten op individuen of populaties in Natura 2000 gebieden zijn nagenoeg uitgesloten. Het Natuur Netwerk Nederland wordt niet aangetast en er wordt geen invloed van de werkzaamheden verwacht. Er dient een ontheffing of een verklaring van geen bedenkingen te worden aangevraagd met betrekking tot de vleermuizen. Een actieplan dient de aanvraag te begeleiden. Na verkrijgen van een ontheffing of verklaring van geen bedenkingen dient voor de uitvoering van de werkzaamheden een ecologisch werkprotocol te worden opgesteld. Aanbevolen wordt om waar mogelijk in het toekomstige ontwerp laanbeplanting toe te passen om de vleermuizen voldoende foerageer mogelijkheden aan te bieden. Ook wordt aanbevolen om mogelijkheden te overwegen om permanente verblijfplaatsen voor vleermuizen en huismussen in de nieuwbouw op te nemen.

7.8

Bodem

7.8.1

Kader Wet bodembescherming Als sprake is van ernstige bodemverontreiniging dan is de Wet bodembescherming (Wbb) van kracht. Het doel van de Wbb is in de eerste plaats het beschermen van de (land- of water-) bodem zodat deze kan worden benut door mens, dier en plant, nu en in de toekomst. Via de Wbb heeft de Rijksoverheid de mogelijkheid algemene regels te stellen voor de uitvoering van werken, het transport van stoffen en het toevoegen van stoffen aan de bodem. Op 1 januari 2006 is de Wbb ingrijpend aangepast omdat het beleid met betrekking tot bodemsaneringen veranderde. De Wbb kent nu een viertal regelingen die alle vier een ander onderdeel van bodembescherming voor hun rekening nemen: Een regeling voor de bescherming van de bodem waarin ook staat dat degene die de bodem verontreinigt, zelf verantwoordelijk is voor het verwijderen van de vervuiling. De overheid kan dwingen tot sanering als de verontreiniging na 1987 is ontstaan. Een bijzondere regeling voor de aanpak van nieuwe bodemverontreiniging die is ontstaan als gevolg van een ongewoon voorval (calamiteit). Een regeling voor de verontreiniging die is ontstaan voor de Wbb in werking trad in 1987 (historische bodemverontreiniging). Ook in die gevallen geldt dat de vervuiler zelf de verontreiniging verwijdert.

Als er geen vervuiler (meer) is, omdat het bedrijf niet meer bestaat en er geen rechtsopvolger is, zal de sanering door de overheid worden uitgevoerd. Een regeling voor de aanpak van verontreiniging in de waterbodem. Rijkswaterstaat heeft vooral met deze regeling te maken. De regeling geldt voor alle waterbodemverontreiniging, of de vervuiling nu voor of na 1987 is ontstaan. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem, waarop deze ontwikkelingen gaan plaatsvinden, geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij nieuwbouwactiviteiten dient Bestemmingsplan “’De Rokerij” Toelichting Vaststelling

50

de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld te zijn gebracht. In het algemeen geldt dat nieuwe bestemmingen bij voorkeur op een schone bodem dienen te worden gerealiseerd. Besluit bodemkwaliteit Het doel van het Besluit bodemkwaliteit (2008) is de bodem beter te beschermen en meer ruimte te bieden voor nieuwe bouwprojecten. Ook geeft het besluit gemeenten en provincies meer verantwoordelijkheid om de bodem te beheren. Het Bouwstoffenbesluit (Bsb) is opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit. Het besluit heeft alleen betrekking op steenachtige bouwstoffen. Andere materialen worden in de praktijk ook toegepast als bouwstof maar vallen niet onder dit besluit. Voor grond en baggerspecie in oppervlaktewater en op landbodems gelden aparte regels die ook in het Besluit bodemkwaliteit zijn opgenomen; in tegenstelling tot bouwstoffen kunnen ze weer definitief deel gaan uitmaken van de bodem. Tot slot zijn in het Besluit bodemkwaliteit de kwaliteitsregels voor, ondermeer, bodemonderzoek, bodemsanering en laboratoriumanalyses die worden uitgevoerd door adviesbureaus, laboratoria en aannemers (bodemintermediairs) vastgelegd. Deze regels zijn bekend onder de naam Kwalibo (kwaliteitsborging in het bodembeheer). Kwalibo bevat ook maatregelen om de kwaliteit van ambtenaren die bodembeleid maken of uitvoeren en het toezicht en de handhaving te verbeteren.

Relatie Wabo, Wbb en Woningwet (Wonw) De inwerkingtreding van de Wabo (1 oktober 2010) heeft ook effect op de Wbb en de Woningwet (Ww): in de Wabo is aangegeven dat in de plaats van de aanhoudingsgrond (uit de Ww) een afstemmingsregeling wordt opgesteld waarbij de inwerkingtreding van de omgevingsvergunning wordt afgestemd op de acties ten aanzien van de bodemverontreiniging. Deze afstemmingsregeling is opgenomen in artikel 6.2c van de Wabo. Voorts geldt ten aanzien van de bodem dat artikel 8, tweede lid, onderdeel c, van de Woningwet gemeenten verplicht in hun bouwverordening voorschriften omtrent het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem op te nemen. Die voorschriften dienen op grond van artikel 8, vierde lid, van de Woningwet in elk geval betrekking te hebben op het verrichten van onderzoek naar aard en mate van verontreiniging van de bodem, op de aard en omvang van dat onderzoek en op inrichting van het op te stellen onderzoeksrapport. 7.8.2

Onderzoek Bij een gevoelige bestemming als een woonbestemming dient aangetoond te worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde functie. In het kader hiervan is in 2015 bodemonderzoek door Verhoeven Milieutechniek uitgevoerd. Deze onderzoeken zijn opgenomen in bijlage 8 en 9 bij deze toelichting. In oktober 2020 zijn deze onderzoeken geactualiseerd door Grondslag BV. Daarnaast heeft Grondslag BV een nader bodemonderzoek inclusief nader asbestonderzoek uitgevoerd. Deze rapportage is opgenomen als bijlage 16. De belangrijkste uitkomsten van deze onderzoeken zijn hieronder opgenomen. Chemische kwaliteit Met het voorgaand onderzoek van VerhoevenMilieu zijn sterke verhogingen aan PAK in grondwater aangetoond nabij de voormalige insteekhaven. Met het actualiserend onderzoek heeft in eerste instantie een herbemonstering van de bestaande peilbuizen plaatsgevonden inclusief centrifugeren. Middels het centrifugeren worden de in het grondwater opgeloste bodemdeeltjes verwijderd, zodat alleen het in het grondwater opgeloste PAK wordt gemeten. Hierbij zijn in het grondwater afkomstig uit beide peilbuizen opnieuw sterke verhogingen aangetoond.

Bestemmingsplan “’De Rokerij” Toelichting Vaststelling

51

Naar aanleiding hiervan is een extra inspanning verricht om de verontreiniging nader in beeld te brengen. Hierbij zijn aanvullende peilbuizen ter horizontale en verticale afperking geplaatst. De verticale afperking is geslaagd. Op basis van de zintuiglijk waarnemingen lijkt de verticale afperking te ruim te zijn genomen. Bij het plaatsen van de overige peilbuizen ter horizontale afperking zijn zintuiglijk geen waarnemingen met een carbolineumgeur gedaan en is ook analytisch geen PAK aangetoond. Geconcludeerd kan worden dat de verontreiniging in het grondwater lijkt samen te hangen met de zintuiglijke waarnemingen. Met dit gegeven kan de verontreiniging grotendeels in kaart worden gebracht. Op basis van de waarnemingen en analyseresultaten blijkt dat de verontreiniging een oppervlakte heeft van circa 400 m2. De dikte van het pakket sterk met PAK verontreinigd grondwater bedraagt circa 2,45 meter (vanaf gemiddeld 1,55-4,0 m-mv). Het volume sterk met PAK verontreinigd grondwater wordt derhalve geraamd op circa 980 m3. Aangezien de omvang van de sterke verontreiniging in grondwater groter is dan 100 m3, is er sprake van een ’geval van ernstige bodemverontreiniging’. De verontreiniging is ontstaan voor 1987, waardoor er geen sprake is van een ‘nieuw geval van bodemverontreiniging’. De zorgplicht is daarom niet van toepassing.

Uit berekeningen blijkt dat, gelet op de huidige en toekomstige bestemming van het terrein (wonen met tuin), de verontreiniging niet leidt tot onaanvaardbare humaantoxicologische, ecotoxicologische en/of verspreidingsrisico’s. De aangetoonde verontreiniging kan worden aangeduid als een geval van ernstige, niet spoedeisende bodemverontreiniging. NEN-parameters Met het actualiserend onderzoek zijn verspreid over de locatie opnieuw matige en sterke verhogingen aan zware metalen (barium lood, nikkel, koper, zink) en/of PAK aangetoond. Ook in de eerdere onderzoek waren al meerdere sterke verhogingen verspreid over de locatie aangetoond. Alleen het westelijke deel lijkt maximaal licht verontreinigd. De rest van de locatie kan worden beschouwd als heterogeen matig en sterk verontreinigd met zware metalen en PAK. PFAS Voor PFAS zijn maximaal lichte verhogingen aangetoond onder de hergebruikswaarde. Eén monster is beoordeeld als Niet verontreinigd, twee monsters zijn beoordeeld als Achtergrondwaarde. Eventuele voornemens om de locatie te gaan gebruiken als toepassingslocatie voor PFAShoudende grond is alleen toegestaan wanneer deze grond de kwaliteit van de ontvangende bodem niet significant verslechterd en past bij de toekomstige functie.

Voor het bepalen van de toepassingsnorm wordt geadviseerd om uit te gaan van de hoogste gemeten gehalten per parameter, mits de normen voor bodemfunctieklasse Wonen niet worden overschreden. Een definitief oordeel hieromtrent is echter aan het bevoegd gezag. Asbestonderzoek Op basis van de resultaten van het onderzoek van Verhoeven Milieu blijkt dat de puinverharding op het middenterrein verdacht is op asbest. Dit is bevestigd met het nader onderzoek naar asbest. De gehele puinverharding op het middenterrein kan worden beschouwd als asbestverontreinigd. De verontreiniging valt onder het Besluit Asbestwegen. Volgens dit besluit moet er worden gesaneerd bij asbest >grenswaarde. Dit kan door afdekken of afvoeren. Herschikken is niet mogelijk. Een asbesthoudende verharding dient te worden gemeld bij ILT. Indien de verharding moet worden afgevoerd wordt aanbevolen de puinverharding middels handpicking te ontdoen van de asbestverdachte materiaal, aangezien alleen asbest in de grove fractie is aangetoond en niet in de fijne fractie. Bestemmingsplan “’De Rokerij” Toelichting Vaststelling

52

Het Plan van Aanpak voor de sanering van een met asbest verontreinigde puinverharding dient te worden aangemeld bij ILT (Inspectie Leefomgeving en Transport). Er wordt geadviseerd een gecertificeerde aannemer in te schakelen en met een gecertificeerde milieukundig begeleider te werken. Ook in het dempingsmateriaal van de Kerksloot is opnieuw asbest aangetoond net als tijdens het onderzoek van Verhoeven Milieu. Plaatselijk wordt hierbij interventiewaarde overschreden. Conform het ‘protocol asbest’ uit Circulaire Bodemsanering 2013 zijn er geen onaanvaardbare risico’s aangezien het asbest niet in de bovenste halve meter is aangetroffen. Indien toch werkzaamheden in de slootdemping gaan plaatsvinden (bijv verwijderen grote brokken puin), dient eveneens een Plan van Aanpak te worden opgesteld en worden aangemeld bij ILT. Verder gelden dezelfde voorwaarden bij de puinverharding. De aannemer dient daarnaast altijd een melding te doen bij de Inspectie SZW in geval hij werkzaamheden uitvoert met asbesthoudende materialen. Voor het overige terreindeel is geen asbest aangetoond (onderzoek Verhoeven Milieu). Opgemerkt dient te worden dat ter plaatse van het westelijk deel (tuin/park) geen asbestonderzoek is uitgevoerd. Dit deel wordt beschouwd als onverdacht voor asbest. Tijdens het veldwerk is ter plaatse ook geen asbestverdacht materiaal waargenomen. 7.8.3

Conclusie Formeel is een nader onderzoek noodzakelijk om de verontreinigingen verder af te perken. Op basis van de huidige gegevens kan echter worden gesteld dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met PAK in grondwater (plaatselijk) en met zware metalen, PAK en asbest (gehele locatie heterogeen matig en sterk verontreinigd). In verband met de voorgenomen ontwikkeling van het terrein en de eis van het Waterschap dat de onderzijde van de fundatie minimaal op 3.00+NAP moet komen te liggen zal het gehele terrein sowieso opgehoogd moeten worden. Hiermee zouden de aanwezig immobiele verontreinigingen met zware metalen, PAK en asbest in één klap zijn afgedekt met een leeflaag en geïsoleerd (functioneel gesaneerd). Het eventueel nauwkeuriger in kaart brengen van de immobiele verontreinigingen door mogelijk ‘schone’ gebieden op te sporen en/of het verticaal afperken heeft daarom geen toegevoegde waarde. Met betrekking tot de mobiele verontreinigingen met PAK in grondwater is er geen noodzaak deze te verwijderen (geen spoedeisende sanering). Geadviseerd wordt om na de bouwactiviteiten middels een monitoring aan te tonen dat sprake is van een stabiele eindsituatie. Ten behoeve van de herontwikkeling van de locatie dienen voorafgaand dus sanerende maatregelen te worden getroffen. Ten behoeve van de sanering is een saneringsplan te ingediend bij het bevoegd gezag.

Bestemmingsplan “’De Rokerij” Toelichting Vaststelling

53

7.9

Verkeer

7.9.1

In juni 2012 heeft de raad het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan 2012-2022 (GVVP) vastgesteld. Hierin zijn de functies van wegen in het gemeentelijk grondgebied vastgesteld. Binnen die wegenstructuur is De Buurt een Erftoegangsweg en heeft primair een verkeers/verblijfsfunctie. De Rivierdijk is aangewezen als Gebiedsontsluitingsweg en heeft overwegend een verkeersfunctie met ontsluitingsfunctie voor een groter gebied. In het kader van de voorliggende ontwikkeling is een verkeersonderzoek uitgevoerd door ‘Het Verkeershuis’ (zie hiervoor bijlage 7 bij deze toelichting). Parkeren Het aantal benodigde parkeerplaatsen is gerelateerd aan het aantal woningen en de woningtypologie. Het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan gaat uit van de maximale parkeernorm (weinig stedelijk, rest bebouwde kom) conform de CROW publicatie 381. Concreet gelden onderstaande normen voor De Rokerij: • vrijstaande woning (koop) 2,7 p.p. per woning • twee-onder-één-kap woning (koop) 2,6 p.p. per woning • rijwoning (koop) 2,4 p.p. per woning • appartementen (koop) 2,5 p.p. per appartement Voor parkeren op eigen terrein geldt: • 2 plaatsen achter elkaar bij een twee-onder-één-kap woning, telt mee als 1,5 plaats; • 2 plaatsen achter elkaar bij een vrijstaande woning, telt mee als 1,5 plaats.

Uitgangspunt bij de appartementen is om minimaal 2 parkeerplaatsen per appartement in de gebouwde parkeervoorziening te realiseren. Op basis van de proefverkaveling kan geconcludeerd worden dat het plan voldoende ruimte biedt voor het benodigde parkeren.

7.9.2

Verkeersonderzoek Het plangebied wordt ontsloten vanaf de Rivierdijk. Vanaf dit punt loopt de weg via een hellingbaan tot aan het nieuwe maaiveldpeil. De te overbruggen hoogte is circa 2,5 m. Omdat de hellingbanen ook voor fietsers en voetgangers geschikt moeten zijn, is de helling maximaal 1:20. In de uitwerking van de plannen zal onderzocht worden of de hellingbaan via de zuidzijde (langs de appartementen), via de noordzijde (langs de twee-onder-één-kap woningen) of via beide zijden het plangebied binnenkomt. In de proefverkaveling is rekening gehouden met het ruimtebeslag van alle opties. Vanaf De Buurt is er enkel een éénrichtingsaansluiting het plangebied in. Daarnaast is er rekening gehouden met de mogelijkheid tot het realiseren van extra parkeerplaatsen hier voor omwonenden. Ter ontlasting van de parkeerdruk op De Buurt. De verwachting is bovendien dat met deze opzet de verkeersdruk op het tweede deel van De Buurt zal afnemen. Omdat het woongebied een 30 km/u regime krijgt, is het niet noodzakelijk vrijliggende voet- en/of fietspaden aan te leggen. Parkeren is alleen toegestaan op eigen terrein (privékavel of gebouwde parkeervoorziening onder de appartementen) of in de parkeervakken. In bouwveld II zijn de parkeerplaatsen aan de binnenzijde van het bouwblok voorzien.

Op deze manier wordt het parkeren aan het zicht onttrokken en ontstaan mogelijkheden om de bestaande percelen aan De Buurt een achteringang te geven.

Bestemmingsplan “’De Rokerij” Toelichting Vaststelling

54

Capaciteit omliggende wegen De capaciteit van de omliggende wegen is berekend in het verkeersonderzoek. Op basis van de vormgeving van de wegen en rekening houdend met stremmingsfactoren is de volgende capaciteit aangehouden: • De Buurt tussen de Rivierdijk en Koningin Wilhelminalaan (2-richting): 4.000 mvt/etmaal. • De Buurt tussen Koningin Wilhelminalaan en het appartementencomplex De Buurt/Rivierdijk (1richting): 2.500 mvt/etmaal. • Rivierdijk (tussen de toegangen van De Buurt): 15.000 mvt/etmaal. • Ontsluitingen de Rokerij (nabij De Buurt/Rivierdijk): 2.000 mvt/etmaal. Als het aantal auto’s (Intensiteit) de Capaciteit nadert, dan zal er vooral in de spitsuren congestie of file optreden en worden de verkeersveiligheid en leefbaarheid aangetast. Uitgegaan is dat die I/C grens bij 85% ligt. De intensiteiten zijn berekend voor 2030, als vergelijking is ook de situatie zonder de realisatie van De Rokerij opgenomen. Onderstaande tabel toont de uitkomsten.

Uit de tabel blijkt dat De Rokerij geen invloed heeft op de goede verkeersafwikkeling op De Buurt en Rivierdijk. De intensiteiten en I/C-verhouding blijven ruim binnen de acceptabele grens van 85%. 7.9.3

Conclusie Uit het onderzoek is gebleken dat De Buurt en Rivierdijk te maken krijgen met een toename van de verkeersintensiteit als gevolg van de ontwikkeling van de Rokerij. Deze intensiteiten blijven binnen acceptabele grenzen: de verkeersafwikkeling op beide wegen wordt niet beperkt. De Rokerij voorziet in de eigen parkeerbehoefte. Hiermee wordt de parkeersituatie buiten het plan (bijvoorbeeld parkeren op De Buurt) niet beïnvloed door de realisatie van de Rokerij.

7.10

Duurzaamheid

7.10.1 Duurzaamheid Bij nieuwbouw of vervangende nieuwbouw verdient het aanbeveling zoveel mogelijk rekening te houden met duurzaamheidsaspecten zoals duurzaam bouwen, duurzame energievoorzieningen, bevordering van fietsverkeer en openbaar vervoer, duurzaam ruimtegebruik en dergelijke. Voorliggende ontwikkeling voorziet in de realisatie van een nieuwe woonbuurt. Hiervoor zijn een aantal handvatten in zowel rijksals regionaalniveau Wet voortgang energietransitie De Wet Voortgang Energietransitie (VET) heeft onder andere geregeld dat de aansluitverplichting van nieuwbouw op het gasnet is verdwenen. Op 1 juli 2018 is er een aardgasverbod ingegaan. De Wet voorziet in hoofdzaak in een aantal wijzigingen van de Elektriciteitswet 1998 en Gaswet teneinde de transitie naar een duurzame energievoorziening verder te faciliteren. De aanpassingen hebben met name invloed op de netten die essentieel zijn om de energietransitie verder te ondersteunen.

Bestemmingsplan “’De Rokerij” Toelichting Vaststelling

55

De Wet Vet is op 30 januari 2018 door de Tweede Kamer en op 3 april door de Eerste Kamer aangenomen. Per 1 juli 2018 is de wet inwerking getreden. Energiestrategie Drechtsteden Bedrijven, gemeentes, bewoners en organisaties in de regio hebben samen de 'Energiestrategie Drechtsteden' opgesteld. Het is een ambitieus plan van aanpak om te komen tot een energieneutrale regio vóór 2050. De regio wil op deze manier haar bijdrage leveren aan het Klimaatakkoord van Parijs uit 2015 dat Nederland heeft ondertekend. Met de nieuwe ontwikkelingen op het gebied van gasloos bouwen is het van belang hier in vroeg stadium rekening mee te houden. De woonwijk zal gasloos worden aangelegd. Lokale Energieagenda In december 2018 is de Lokale Energieagenda Hardinxveld-Giessendam opgesteld. De opgaven die genoemd worden sluiten voor een groot deel aan bij de landelijke opgaven. Daarnaast zijn er nog een aantal gemeentelijke doelstellingen opgenomen op het gebied van energiebesparing, uitfaseren van aardgas en energieopwekking. Bij de uitwerking van de openbare ruimte wordt de Aanpak duurzaam GWW toegepast. Deze werkwijze maakt duurzaamheid in GWW-projecten concreet zonder vooraf voor te schrijven hoe de duurzaamheidswinst behaald wordt. Dat kan per project verschillen. Bij het opstellen van de uitwerkingsplannen zal duurzaamheidsmaatregelen in het betreffende gebied. 7.11

concreet

worden

ingegaan

op

de

Overige belemmeringen

7.11.1 Kabels en leidingen Naast de in het kader van externe veiligheidsaspecten relevante leidingen, kunnen er ook andere leidingen zijn die planologisch relevant zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om drinkwaterleidingen of riool(pers)leidingen. 7.11.2 Explosieven In het kader van het lopende gemeentebrede vooronderzoek Conventionele Explosieven (hierna: CE) van de gemeente Hardinxveld-Giessendam heeft de gemeente Hardinxveld-Giessendam de locatie ‘IJzergieterij’ aangemerkt als ‘Prio locatie’, een locatie die prioriteit moeten krijgen bij het onderzoek. Om deze reden is onderzoek verricht door onderzoeksbureau BeoBom. De volledige resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in bijlage 12 bij de toelichting. Hieronder zijn de belangrijkste resultaten beschreven. Uit het archief- en literatuuronderzoek is gebleken dat er binnen het huidige grondgebied van de gemeente Hardinxveld-Giessendam gedurende de Tweede Wereldoorlog verscheidene oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden die CE achtergelaten kunnen hebben. Het betreft hier met name enkele bombardementen en beschietingen door geallieerde vliegtuigen. Grondgevechten hebben niet plaatsgehad. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat het projectgebied Rokerij mogelijk is getroffen door één of meer bombardementen op 1 januari 1945. Daarnaast was, blijkens het luchtfotomateriaal, sprake van

Bestemmingsplan “’De Rokerij” Toelichting Vaststelling

56

de aanwezigheid van verschillende geschutopstellingen, wapenopstellingen en loopgraven binnen en in de directe nabijheid van het projectgebied. Op basis van het geheel van geraadpleegde bronnen kan worden geconcludeerd dat er diverse feitelijke aanwijzingen zijn gevonden voor de aanwezigheid van CE binnen het projectgebied, waaronder kleinkalibermunitie, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers, alsmede achtergelaten geschutmunitie met een kaliber van maximaal 3,7 cm (Duits). Daar waar binnen het verdachte gebied bodemroerende werkzaamheden zullen plaatsvinden, dient aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd. BeoBOM adviseert de benodigde risicobeperkende maatregelen in het licht van bovenstaande bevindingen middels een overleg met de opdrachtgever nader te bepalen.

Bestemmingsplan “’De Rokerij” Toelichting Vaststelling

57

8

JURIDISCHE OPZET

8.1

Inleiding In deze paragraaf wordt toegelicht op welke wijze de hiervoor beschreven, gewenste ontwikkelingen juridisch zijn vertaald. Ingegaan wordt op de juridische opzet van het bestemmingsplan (het karakter van het plan, de geometrische plaatsbepaling (verbeelding) en de regels. Karakter van het plan Voor de ontwikkeling van een nieuwe woonbuurt is gekozen voor bestemmingen passend bij het stedenbouwkundig plan. De beoogde bouwvelden hebben de eindbestemming ‘Wonen’ gekregen, waarbinnen concrete bouwvlakken zijn ingetekend. Binnen de contouren van deze bouwvlakken mag met een maximaal bebouwingspercentage en een maximale bouwhoogte gebouwd worden. Het onderhavige plan is opgesteld conform het gestelde in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro) die door het rijk is opgesteld in het kader van het project Digitale Uitwisseling van Ruimtelijke Plannen (DURP), zoals de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) die bindende afspraken en aanbevelingen bevat, en het coderingssysteem InformatieModel Ruimtelijke Ordening (IMRO 2012). Geometrische plaatsbepaling Door middel van een combinatie van begrenzingen, coderingen, arceringen en/of kleuren, is in de geometrische plaatsbepaling (verbeelding) de verdeling aangegeven van de diverse binnen het plangebied onderscheiden bestemmingen.

Hiernaast bevat de geometrische plaatsbepaling aanduidingen die gelezen moeten worden in samenhang met de bebouwingsbepalingen, die voor de onderscheiden bestemmingen zijn gegeven. Regels De regels bevatten bepalingen omtrent het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of nog op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in vier paragrafen, te weten: • Inleidende regels (hoofdstuk I); • Bestemmingsregels (hoofdstuk II); • Algemene regels (hoofdstuk III); • Overgangs- en slotregels (hoofdstuk IV).

8.2

Toelichting op de regels

8.2.1

Hoofdstuk I Inleidende regels In dit hoofdstuk is een aantal begrippen verklaard die gebruikt worden in de regels. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel “Wijze van meten” opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Begrippen Geeft de definities van een aantal in de regels voorkomende begrippen. Hierdoor wordt de interpretatie daarvan vastgelegd, waardoor de duidelijkheid wordt vergroot.

Bestemmingsplan “’De Rokerij” Toelichting Vaststelling

58

Met de begripsbepaling “Peil” aangegeven vanaf welk punt de aangegeven hoogte van bouwwerken gemeten dient te worden. Voor bouwwerken waarvan de hoofdtoegang direct grenst aan de weg geldt dat gemeten wordt vanaf de kruin van de weg (ter plaatse van de hoofdtoegang). Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe de in het plan voorkomende maten dienen te worden bepaald. 8.2.2

Hoofdstuk II Bestemmingsregels In deze paragraaf van de regels zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Tevens zijn, waar wenselijk, flexibiliteitsbepalingen opgenomen. Bij de opzet van de artikelen over de bestemmingen is een vaste indeling aangehouden teneinde het overzicht en daarmee de duidelijkheid te vergroten. De volgende onderdelen worden onderscheiden: Bestemmingsomschrijving In dit onderdeel worden de functies aangegeven waartoe de gronden zijn bestemd. Bouwregels In dit onderdeel zijn regels opgenomen ten aanzien van de toegelaten bebouwing. Het eerste lid bevat in ieder geval regels omtrent toegestane bouwwerken welke als "recht" kunnen worden opgericht. Bij de bouwregels wordt een onderscheid gemaakt tussen hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en overige bouwwerken. Afwijken van de bouwregels Indien van toepassing is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om af te wijken van de bouwregels. Specifieke gebruiksregels In dit lid worden indien van toepassing bestemmingsspecifieke gebruiksregels opgenomen. In ieder geval gelden de in Hoofdstuk 3 opgenomen Algemene gebruiksregels. In voorkomende gevallen is de mogelijkheid opgenomen om (onder voorwaarden) af te wijken van de specifieke gebruiksregels.

In paragraaf 8.2.5 wordt verder ingegaan op de inhoud van de verschillende bestemmingen.

8.2.3

Hoofdstuk III Algemene regels Antidubbeltelregel In deze regel is vastgelegd dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag om een omgevingsvergunning niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen. Algemene bouwregels In dit artikel is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen kunnen gelden. Bijvoorbeeld extra bouwmogelijkheden voor ondergeschikte bouwdelen zoals balkons, galerijen en kelders, maar ook beperking van bouwmogelijkheden als gevolg van milieuwetgeving, de geldende Keur van het Waterschap Rivierenland. Bestemmingsplan “’De Rokerij” Toelichting Vaststelling

59

Algemene gebruiksregels In dit artikel is in algemene zin aangegeven wanneer sprake is van strijdig gebruik met de regels uit het bestemmingsplan. Algemene afwijkingsregels Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen waarin nog een aantal algemene afwijkingen is opgenomen. Het betreft hier onder meer een standaardregeling die beperkte afwijkingen in de maatvoering bij de uitvoering van bouwplannen mogelijk maakt. Algemene wijzigingsregels Een wijzigingsbevoegdheid is onder voorwaarden opgenomen voor geringe veranderingen in de plaats, ligging en/of afmeting van bestemmingsgrenzen tot maximaal 5 m. Hiernaast is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het aanpassen van de als bijlage bij de regels opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten. Algemene procedureregels Dit artikel regelt de procedure die burgemeester en wethouders dienen te volgen indien toepassing wordt gegeven aan de in dit plan opgenomen afwijkings- of wijzigingsregels. Algemene aanduidingsregels Aanvullend op de regels die bij de bestemmingen zijn gegeven gelden bijzondere bepalingen die met een aanduiding op de geometrische plaatsbepaling zijn weergegeven. Hierbij gaat het om de gebiedsaanduiding ‘geluidzone – industrie 3’, ‘vrijwaringszone – dijk 1’ en ‘vrijwaringszone – dijk 2’. 8.2.4

Hoofdstuk IV Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.

8.3

Bestemmingsgewijze toelichting

8.3.1

Algemeen Bouw- en goothoogte In de bouwbepalingen van de verschillende bestemmingen of op de verbeelding is aangegeven wat de maximale bouwhoogte is. Voor de bestemming “Wonen” geldt in principe een standaard bouw- en goothoogte welke niet op de verbeelding is aangegeven. Uitzondering hierop vormt de maximale bouw- en goothoogte van de gestapelde woningen. Bijbehorende bouwwerken Bij woningen is een bijgebouwen regeling opgenomen. Bijbehorende bouwwerken in de vorm van aanen uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen worden gebouwd op het achtererfgebied, met een maximale gezamenlijke oppervlakte van 80 m2. Uitbouwen in de vorm van erkers, toegangs- en tochtportalen op het voorerfgebied zijn onder voorwaarden toegestaan.

Bestemmingsplan “’De Rokerij” Toelichting Vaststelling

60

8.3.2

Bestemmingen Groen De groenzones langs de randen van het plangebied zijn voorzien van de bestemming ‘Groen’. Aangegeven is dat ter plaatse geen gebouwen mogen worden opgericht, met uitzondering van straatmeubilair. Binnen de bestemming is onder andere de aanleg mogelijk van wegen (gebiedstoegangswegen), groenvoorzieningen, voet- en fietspaden, parkeerplaatsen, speelvoorzieningen, straatmeubilair, water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding. Het gaat hierbij nadrukkelijk om een vorm van medegebruik, dat betekent dat niet de gehele groenbestemming mag worden verhard. Wonen De gronden met de bestemming ‘Wonen’ mogen gebruikt worden voor wonen. Binnen de bestemming ‘Wonen’ zijn de bouwaanduidingen aaneengebouwd, gestapeld, parkeerbak en twee-aaneen opgenomen, ter plaatse van de verschillende type woningen die met het plan mogelijk worden gemaakt. Verkeer-Verblijfsgebied De gronden met de bestemming ‘Verkeer-Verblijfsgebied’ betreffen de in het plangebied voorkomende erftoegangswegen. Binnen de bestemming zijn onder andere parkeer-, groen-, en speelvoorzieningen alsmede water en waterberging mogelijk. Waarde-Archeologie 2 en 8 Volgens de gemeentelijke beleidsadvieskaart voor archeologie gelden er in het bestemmingsplangebied twee verschillende archeologische verwachtingswaarden.

Hierbij zijn twee archeologische dubbelbestemmingen opgenomen met daarin verschillende waarden (oppervlakte, diepte) waarbij bescherming aan de orde is. Overeenkomstig de opsomming uit de beleidsadvieskaart is sprake van de dubbelbestemmingen Waarde-Archeologie – 2 en Waarde Archeologie – 8. Waterstaat - Waterkering Voor de kernzone van de aanwezige waterkeringen is een dubbelbestemming opgenomen, waarbij de waterkerende functie primair is ten opzichte van de overige op de verbeelding aangegeven bestemmingen. Voordat ten behoeve van de secundaire bestemmingen gebouwd mag worden dient in verband met de belangen van de waterkering advies te worden ingewonnen bij de beheerder van de waterkering in casu het Waterschap Rivierenland. Dit geldt eveneens voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde. Waterstaat – Waterberging De dubbelbestemming Waterstaat - Waterberging is toegekend aan die gronden welke bestemd zijn voor het langer vasthouden van water ter voorkoming van wateroverlast in omliggende gebieden.

Bestemmingsplan “’De Rokerij” Toelichting Vaststelling

61

9

OVERLEG EN INSPRAAK

9.1

Overleg en inspraak Het bestemmingsplan is, conform de gemeentelijke inspraakverordening, voorafgaand aan de formele bestemmingsplanprocedure voor inspraak vrijgegeven. Gedurende de inspraaktermijn wordt eenieder in de mogelijkheid gesteld schriftelijk en/of mondeling te reageren op het bestemmingsplan. Conform ex artikel 3.1.1. van het Bro dienen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de Rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De inspraak en vooroverlegreacties zijn gebundeld in de Nota inspraak en vooroverleg, welke is opgenomen in bijlage 13 van de toelichting.

9.2

Ontwerpfase Na afronding van het vooroverleg is de formele bestemmingsplanprocedure gestart. De aanpassingen die volgden uit de overlegreacties zijn verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Ook zijn er enkele ambtshalve aanpassingen doorgevoerd. Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is artikel 3.8 Wro (gelezen in samenhang met afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht) van toepassing. De kennisgeving van het ontwerpbesluit tot vaststelling van het bestemmingsplan moet in de Staatscourant worden geplaatst en dient - met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening - ook via elektronische weg te geschieden. Tevens dient de kennisgeving te worden toegezonden aan die diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn, aan het waterschap en aan belanghebbende gemeenten. Het ontwerpbestemmingsplan 'De Rokerij' inclusief het ontwerpbesluit hogere waarden en met bijbehorende stukken hebben van donderdag 27 augustus 2020 tot en met woensdag 7 oktober 2020 voor een ieder ter inzage gelegen. Binnen deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een zienswijze op het plan in te dienen.

Ook zijn de stukken met de kennisgeving aan de eerder genoemde diensten en instanties toegezonden (artikel 3:13 Awb) en is aangegeven waar de (digitale) stukken te vinden zijn (elektronische kennisgeving). Gedurende de inzagetermijn zijn in totaal 7 schriftelijke zienswijzen ontvangen. Deze zijn beantwoord in de Nota van beantwoording zienswijzen, die als bijlage 18 bij de toelichting is gevoegd. Naar aanleiding van de ingekomen zienswijzen is het bestemmingsplan op onderdelen aangepast. Tevens zijn er enkele ambtshalve wijzigingen aangebracht. Deze zijn afzonderlijk benoemd in de voorgenoemde zienswijzennota.

9.3

Vaststellingsfase Het streven is om binnen twaalf weken na de termijn van terinzagelegging de gemeenteraad een besluit te laten nemen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling staat, voor belanghebbenden, direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking. Bestemmingsplan “’De Rokerij” Toelichting Vaststelling

62

10

UITVOERBAARHEID

10.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid De ontwikkeling van de Rokerij zal plaatsvinden op gronden die in de huidige situatie aangewezen zijn als bedrijfslocatie. De aanleg van woningen worden zorgvuldig ingepast in het omliggende landschap. Tevens is door de initiatiefnemer in samenwerking met de gemeente een klankbordgroep in het leven geroepen om omwonenden/belanghebbenden te informeren en gelegenheid te geven om mee te denken bij de ontwikkeling van het voorliggende gebied. Gelet hierop wordt het plan maatschappelijk uitvoerbaar geacht. In de bestemmingsplanprocedure wordt bovendien op diverse momenten de gelegenheid geboden aan een ieder om een reactie op het plan in te dienen. Zie ook hoofdstuk 9 van deze toelichting.

10.2

Financiële uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. Tussen de ontwikkelende partij en de gemeente Hardinxveld-Giessendam is een anterieure overeenkomst gesloten. Het kostenverhaal is hiermee anderszins verzekerd, waarmee een exploitatieplan niet noodzakelijk is.

10.3

Handhavingsaspecten Het bestemmingsplan is bindend voor zowel de (gemeentelijke) overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor daadwerkelijke controle en handhaving ligt bij de gemeente. De gemeente heeft een handhavingsnota. De grondslag voor een goed werkend handhavingsbeleid wordt gevormd door een grondige inventarisatie van de feitelijke situatie (grondgebruik, aanwezige flora en bebouwing) van het plangebied tijdens de voorbereiding van het bestemmingsplan en een deugdelijk mutatiesysteem bij de uitvoering van het bestemmingsplan. Onderdeel van dit mutatiesysteem is een goede registratie van verleende vergunningen. Bij de voorbereiding van dit bestemmingsplan heeft een grondige inventarisatie plaats gevonden van de feitelijke situatie. Handhaving kan plaats vinden via publiekrechtelijke, privaatrechtelijke en strafrechtelijke weg. Dit laatste is afhankelijk van het Openbaar Ministerie. In het ruimtelijk bestuursrecht is de gemeente op grond van de Gemeentewet bevoegd tot het toepassen van bestuursdwang ten aanzien van ontwikkelingen die strijdig zijn met de bepalingen van het bestemmingsplan. Deze vormen van handhaving vallen onder de zogenoemde repressieve handhaving. Hiermee wordt gedoeld op de middelen en/of het instrumentarium Bestemmingsplan “’De Rokerij” Toelichting Vaststelling

63

waarmee de gemeente naleving kan afdwingen, dan wel tegen normafwijkend gedrag correctief kan optreden. Daarnaast wordt onderscheiden de preventieve handhaving. Deze komt voornamelijk tot uitdrukking in het toezicht op het gebruik van gronden en gebouwen. Preventieve handhaving geschiedt over het algemeen door informele middelen waaronder bijvoorbeeld informeel contact tussen de met handhaving belaste personen en de grondgebruikers. Hoewel het effect van dergelijke middelen niet goed meetbaar is, wordt aan deze middelen toch zeker betekenis toegekend. Daarnaast zijn in het plan instrumenten opgenomen waarmee kan worden getoetst. Genoemd wordt de mogelijkheid af te wijken van het bestemmingsplan en toepassing te geven aan de opgenomen wijzigingsbevoegdheden. Zodoende wordt een toetsing mogelijk gemaakt voordat met de beoogde activiteit (bouwen, gebruiken, het verrichten van werken en/of werkzaamheden) een aanvang wordt gemaakt. De te nemen besluiten op basis van de genoemde bevoegdheden dienen te berusten op een deugdelijke motivering.

Bestemmingsplan “’De Rokerij” Toelichting Vaststelling

Gemeente Hardinxveld-Giessendam Bestemmingsplan ‘De Rokerij’ Regels

December 2020

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1

INLEIDENDE REGELS

2

Artikel 1

Begrippen

2

Artikel 2

Wijze van meten

11

HOOFDSTUK 2

Bestemmingsregels

12

Artikel 3

Groen

12

Artikel 4

Verkeer - Verblijf

13

Artikel 5

Wonen

15

Artikel 6

Waarde - Archeologische verwachting 2

18

Artikel 7

Waarde - Archeologische verwachting 8

21

Artikel 8

Waterstaat - Waterberging

24

Artikel 9

Waterstaat - Waterkering

26

Algemene regels

27

HOOFDSTUK 3 Artikel 10

Anti-dubbeltelregel

27

Artikel 11

Algemene bouwregels

28

Artikel 12

Algemene gebruiksregels

29

Artikel 13

Algemene aanduidingsregels

30

Artikel 14

Algemene afwijkingsregels

31

Artikel 15

Algemene wijzigingsregels

32

HOOFDSTUK 4

Overgangs- en slotregels

33

Artikel 16

Overgangsrecht

33

Artikel 17

Slotregel

34

Bijlagen bij de regels

35

Bijlage 1

Staat van Bedrijfsactiviteiten functiemenging

36

Bijlage 2

Staat van bedrijfsactiviteiten

42

Bijlage 3

Overzichtskaart Dove gevels

60

2

HOOFDSTUK 1

Artikel 1

INLEIDENDE REGELS

Begrippen

plan: het bestemmingsplan 'De Rokerij' met identificatienummer NL.IMRO.0523.BPDEROKERIJ-VA01 van de gemeente Hardinxveld-Giessendam; bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels; aanbouw een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; aaneengebouwde woning een woning, die deel uitmaakt van een blok van meer dan twee woningen, waarvan het hoofdgebouw aan ten minste één zijde aan het op het aangrenzende bouwperceel gelegen hoofdgebouw is gebouwd; aan huis verbonden bedrijf een bedrijf dat in een (gedeelte van) of bij een woning wordt uitgeoefend en dat is gericht op het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten door de bewoner van de woning; aan huis verbonden beroep een dienstverlenend beroep op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend door de bewoner van de woning, waarbij de woning in

overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;

Bestemmingsplan “’De Rokerij” Regels Vaststelling

3 afwijking het afwijken van de planregels, als bedoeld in artikel 3.6 eerste lid onder c van de Wet ruimtelijke ordening; archeologische verwachtingswaarde de aan een gebied toegerekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten. archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten; archeologisch deskundige een door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige met een aantoonbare specifieke deskundigheid op het gebied van de archeologische monumentenzorg; bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; bebouwingspercentage het percentage, dat de grootte van (een deel van) het bouwvlak aangeeft, dat maximaal mag worden bebouwd; bedrijf een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen; bedrijfsgebouw een niet voor bewoning bestemd gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; bedrijfswoning: één woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is; begane grondlaag de

bouwlaag van een gebouw waarvan de vloer ter hoogte van het peil is gelegen;

Bestemmingsplan “’De Rokerij” Regels Vaststelling

4 bestaand a. bij bouwwerken: bebouwing aanwezig of legaal in aanbouw ten tijde van vaststelling van het bestemmingsplan, dan wel bebouwing die nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van vaststelling is ingediend; b. bij gebruik: het gebruik dat bestaat ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan; bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; bijbehorende bouwwerken uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; bijgebouw een op zich zelfstaand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; bouwgrens de grens van een bouwvlak; bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, met uitsluiting van zolder en onder de begane grondlaag gelegen gebouwdelen; bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende

bebouwing is toegelaten; bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel;

Bestemmingsplan “’De Rokerij” Regels Vaststelling

5 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; brutovloeroppervlakte de buitenwerks gemeten totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een (dienstverlenend) bedrijf of instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; buitenopslag het in open lucht opslaan of opgeslagen houden van gerede of ongerede goederen, materialen, werktuigen, machines of gebruiksklare of onklare voer- of vaartuigen of onderdelen hiervan; detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen voor gebruik, verbruik of aanwending overwegend anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; erf het al dan niet bebouwde perceel, of gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw en binnen het bestemmingsvlak, maar buiten het bouwvlak ligt; erker een grondgebonden uitbouw van het

hoofdgebouw van een woning gelegen in of vóór het verlengde van de voorste bouwgrens van het hoofdgebouw; evenement een voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak van maximaal 7 dagen, die in de openbare ruimte wordt gehouden; gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; gebruik(-en) gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven; Bestemmingsplan “’De Rokerij” Regels Vaststelling

6 geluidsgevoelig object een gebouw als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder c.q. artikel 1.2 van het Besluit geluidhinder. geluiddove gevel a. een bouwkundige constructie of delen daarvan waarin geen te openen delen aanwezig zijn met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A), alsmede, b. een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits deze niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte (functie). groothandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, verkopen en/of leveren van goederen aan wederverkopers, dan wel aan personen dan wel aan instellingen ter aanwending in een andere bedrijfsactiviteit; handel in en verkoop van goederen en diensten via internet bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder niet begrepen de uitstalling ten verkoop), het verkopen en/of leveren van goederen voor gebruik, verbruik of aanwending overwegen anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waar vrijwel uitsluitend een elektronische transactie tot stand komt, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend door de bewoner van de woning, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in

overeenstemming is; hogere grenswaarde een maximale waarde voor de geluidsbelasting, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder; hoofdgebouw een gebouw, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de bestemming van een perceel en door zijn constructie of afmetingen, dan wel gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; kantoor een ruimte, welke door haar indeling en inrichting kennelijk is bestemd om uitsluitend te worden gebruikt voor administratieve en daarmee gelijk te stellen werkzaamheden met geen of slechts een ondergeschikte baliefunctie; kruin van de weg het hoogste punt in het dwarsprofiel van de weg ten tijde van de aanleg van de weg, dan wel na reconstructie van de weg;

Bestemmingsplan “’De Rokerij” Regels Vaststelling

7 maatvoeringsgrens de grens van een maatvoeringsvlak; maatvoeringsvlak een geometrisch bepaald vlak waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels voor bepaalde bouwwerken eenzelfde maatvoering geldt; nadere eis een nadere eis als bedoeld in artikel 3.6 eerste lid onder d van de Wet ruimtelijke ordening; nevenactiviteit een activiteit ondergeschikt aan de hoofdactiviteit in zowel omvang (m2), omzet (€) als de effecten op het woon- en leefklimaat; normaal onderhoud, gebruik en beheer een gebruik gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten op het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt; omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk een vergunning als bedoeld in artikel 3.3 onder b van de Wet ruimtelijke ordening; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden een vergunning als bedoeld in artikel 3.3 onder a van de Wet ruimtelijke ordening; omgevingsvergunning om af te wijken van bij het plan aangegeven regels een vergunning als bedoeld in artikel 3.6 lid 1 onder c.

van de Wet ruimtelijke ordening; onderbouw een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 m boven het peil is gelegen; onderkomen voor verblijf geschikt, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- of vaartuig, ark, kampeermiddel en soortgelijk verblijfsmiddel, voor zover deze niet als bouwwerk is aan te merken. overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak en met ten hoogste aan één zijde een wand;

Bestemmingsplan “’De Rokerij” Regels Vaststelling

8 peil a. voor een bouwwerk, dat direct aan de weg grenst of een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg; b. voor een bouwwerk dat (ook) in het talud van de dijk wordt gebouwd: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein voor het bouwrijp maken van het terrein, ter plaatse van de van de dijk afgekeerde zijde van het gebouw; c. indien volledig in of op het water wordt gebouwd: de hoogte van het gemiddelde waterniveau ter plaatse van het bouwwerk; d. in overige gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein ter plaatse voor het bouwrijp maken van het terrein; permanente bewoning bewoning door een persoon of door groepen van personen van een voor recreatieve bewoning bedoelde ruimte als hoofdverblijf c.q. vaste woon- of verblijfplaats; productiegebonden detailhandel detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie; prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het tegen betaling verlenen van seksuele diensten aan anderen; seksinrichting een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden.

Onder seksinrichting wordt ieder geval begrepen (al dan niet in combinatie met elkaar): a. een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon; b. een seksbioscoop of sekstheater; c. een seksautomatenhal; d. een sekswinkel; e. seksclub of parenclub; slopen het geheel of gedeeltelijk afbreken van gebouwen en andere bouwwerken; speelvoorziening een voorziening in de woonomgeving, die er op gericht is speel- en recreatiemogelijkheden buiten te bieden, gericht op de leeftijdscategorie tot 18 jaar;

Bestemmingsplan “’De Rokerij” Regels Vaststelling

9 speeltoestel een inrichting die bestemd is voor vermaak of ontspanning, waarbij uitsluitend van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens gebruik wordt gemaakt; Staat van Bedrijfsactiviteiten een als bijlage bij deze regels behorende en daarvan onderdeel uitmakende lijst van bedrijven en instellingen; straatmeubilair bouwwerken ten behoeve van al dan niet openbare voorzieningen, zoals: 1. verkeersgeleiders, verkeersborden, lichtmasten, zitbanken, bloembakken; 2. telefooncellen, abri's, kunstwerken, speeltoestellen en draagconstructies voor reclame; 3. kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen met een inhoud van ten hoogste 50 m3 en een hoogte van ten hoogste 3 m, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van telecommunicatie, energievoorziening en brandkranen; 4. afvalinzamelsystemen.

twee-aaneenwoning een woning, die deel uitmaakt van een blok van twee woningen, waarvan het hoofdgebouw aan één zijde aan het op het aangrenzende bouwperceel gelegen hoofdgebouw is gebouwd; uitbouw een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm kan worden onderscheiden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; uitvoeren uitvoeren, het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven; volumineuze goederen goederen die vanwege hun omvang een groot oppervlak nodig hebben voor de uitstalling, zoals auto's, motoren, boten, caravans, keukens, badkamers, grove bouwmaterialen en landbouwwerktuigen; voorgevel de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw, of indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de gevel die door de ligging, de situatie ter plaatse en/of de indeling van het gebouw als voorgevel moet worden aangemerkt; weg een weg als bedoeld in artikel 1, lid 1 sub b van de Wegenverkeerswet 1994;

Bestemmingsplan “’De Rokerij” Regels Vaststelling

10 vrijstaande woning een woning waarvan het hoofdgebouw losstaat van andere hoofdgebouwen; Wet geluidhinder wet van 16 februari 1979, houdende regels inzake het voorkomen of beperken van geluidhinder (Stb.1979, 99), gewijzigd bij wet van 19 december 2002, (Stb. 2003,23). woning een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling en inrichting uitsluitend bestemd is voor de huisvesting van één huishouden;

Bestemmingsplan “’De Rokerij” Regels Vaststelling

11 Artikel 2

Wijze van meten

Bij de toepassing van de regels wordt als volgt gemeten: de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; de oppervlakte van een overkapping: tussen de buitenzijde van de afdekking van de overkapping, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de overkapping. meten tot of vanuit een lijn: bij toepassing van deze regels wordt gemeten tot of vanuit het hart van een lijn op de (digitale) kaart en op de schaal waarin het plan is vastgesteld.

Bestemmingsplan “’De Rokerij” Regels Vaststelling

12 HOOFDSTUK 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen, bermen en overige beplanting; b. parken en plantsoenen; c. geluidwerende voorzieningen; d. paden, wegen en parkeervoorzieningen; e. speelvoorzieningen; f.

straatmeubilair;

g. water en voorzieningen voor de waterhuishouding; h. publieke voorzieningen ten behoeve van de brandveiligheid en brandbestrijding; i.

het plaatsen en onderhouden van verkeersvoorzieningen voor de afwikkeling van het scheepvaartverkeer;

j.

bij een en ander behorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Gebouwen

Ten aanzien van de in lid 3.1 bedoelde gronden gelden voor gebouwen de volgende bouwregels: a. gebouwen, met uitzondering van gebouwen die vallen onder de definitie straatmeubilair en gebouwen als bedoeld onder d. en e., zijn niet toegestaan; b. de bouwhoogte van de onder a. bedoelde gebouwen mag niet meer bedragen dan 3 m; c. de oppervlakte van de onder a. bedoelde gebouwen mag niet meer bedragen dan 25 m 2 per gebouw;

3.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen voor : a. (licht)masten, palen en verkeerstekens: 20 m; b. geluidschermen en andere geluidwerende voorzieningen: 10m; c. steigers ter plaatse van de aanduiding 'steiger': 8 m; d. speelvoorzieningen: 5 m; e. straatmeubilair: 3 m; f.

overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 1 m.

Bestemmingsplan “’De Rokerij” Regels Vaststelling

13 Artikel 4 4.1

Verkeer - Verblijf

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - Verblijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. erftoegangswegen en -ontsluitingen; b. fiets- en voetpaden; c. geluidwerende voorzieningen; d. voorzieningen ten behoeve van het openbaar vervoer; e. parkeer-, groen- en speelvoorzieningen en speeltoestellen; f.

ambulante detailhandel;

g. straatmeubilair; h. water en voorzieningen voor de waterhuishouding; i.

bij een en ander behorende bouwwerken.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Gebouwen

Ten aanzien van de in lid 5.14.1 bedoelde gronden gelden voor gebouwen de volgende bouwregels: a. gebouwen, met uitzondering van gebouwen die vallen onder de definitie straatmeubilair, zijn niet toegestaan; b. de bouwhoogte van de onder sublid 4.2.1 onder a. bedoelde gebouwen mag niet meer dan 3 m bedragen; c. de oppervlakte van de onder sublid 4.2.1 onder a. bedoelde gebouwen mag niet meer dan 25 m2 bedragen; d. in afwijking van het bepaalde in 4.2.1 onder a. mogen uitsluitend onder peil, parkeergarages worden gebouwd, mits deze aansluiten aan elders in deze regels geregelde parkeergarages.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/497/documents/15634