CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan De Blauwe Zoom Toelichting.pdf

Gemeenteraad GHG 14 december 2023, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 17: Vaststellen Bestemmingsplan & Exploitatieplan De Blauwe Zoom West - Raadsvoorstel22.806 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Onderzoek

Op basis van eerder uitgevoerd akoestisch onderzoek kan worden aangenomen dat in De Blauwe Zoom West sprake is van overschrijdingen van de geluidnormen. Notitie "Beoordeling doelmatigheid geluidsreducerende bestemmingsplan De Blauwe Zoom - West"

en

-

beperkende

maatregelen

Om inzicht te krijgen in de geluidbeperkende maatregelen die, volgens het gemeentelijk geluidsbeleid, doelmatig zijn om de geluidsbelasting bij een overschrijding van de wettelijke grenswaarden te verlagen, is door KuiperCompagnons een notitie opgesteld. In deze notitie "Beoordeling doelmatigheid geluidsreducerende en - beperkende maatregelen bestemmingsplan De Blauwe Zoom - West" (bijlage 11) is wordt inzicht gegeven in de mogelijke maatregelen en de doelmatigheid daarvan en inzicht gegeven of voldaan kan worden aan de overige criteria (geluidsluwe gevel en geluidsluwe buitenruimte) voor de verlening van hogere waarden in het kader van het gemeentelijk geluidsbeleid. Uit de geluidtoets blijkt dat de volgende geluidsreducerende (bronmaatregel) en/of -beperkende maatregelen (geluidsscherm) doelmatig zijn op grond van het gemeentelijk geluidsbeleid:    

de aanleg van 2LZOAB en geluidsschermen langs de rijksweg; de aanleg van een geluidsscherm langs de Merwede-Lingelijn; de aanleg van een stiller wegdek op de Schapedrift; de aanleg van een stiller wegdek op de (verlengde) Goudreinet.

Ten aanzien van de doelmatige geluidsmaatregelen dient door de gemeente een afweging te worden gemaakt of de maatregelen stuiten op overwegende bezwaren van landschappelijke, stedenbouwkundige, verkeerskundige of financiële aard. Gedacht wordt aan het aanbrengen van stiller wegdek op de Schapedrift en interne wegen in het plan. Voor geluidbronnen buiten het plangebied is nog geen definitieve afweging gemaakt. Ook na het treffen van geluidsreducerende en/of beperkende maatregelen zal het in meer of mindere mate noodzakelijk zijn om hogere waarden vast te stellen voor de rijksweg, spoorwegen, Schapedrift en Zwijnskade. Ten aanzien van de woningen waar een hogere waarde voor noodzakelijk is, blijkt dat niet in alle gevallen zal kunnen worden voldaan aan de beleidseisen ten aanzien van een geluidsluwe gevel en buitenruimte. Dit geldt met name voor de appartementengebouwen en woningen ten zuiden van de (verlengde) Goudreinet. Om de appartementengebouwen te kunnen realiseren zal de gemeente moeten instemmen met een afwijking van het geluidsbeleid.

De Blauwe Zoom - West vast te stellen

47

Onderzoek weg- en railverkeerslawaai, bestemmingsplan 'De Blauwe Zoom - West' Binnen het bestemmingsplan ‘De Blauwe Zoom - West’ wordt de realisatie van maximaal 276 woningen mogelijk gemaakt binnen de bestemming ‘Wonen - 2’ en ’Woongebied’. Binnen deze bestemmingen mogen maximaal 126 respectievelijk 150 woningen worden gerealiseerd. Het voorliggende akoestisch onderzoek brengt alleen de geluidsbelastingen in beeld voor het westelijk deel van het plangebied waar nieuwe woonbestemmingen worden mogelijk gemaakt. Het westelijk deel van het plangebied is gelegen binnen de wettelijke zone van de Peulenlaan, Schapedrift, Spoorweg, Sportlaan, Rijksweg A15 en de Zwijnskade. Daarnaast is het plangebied gelegen in de wettelijke zone van de spoorwegen (Betuweroute/Merwede-Lingelijn). Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is ook aandacht besteed aan de mogelijke geluidshinder van het wegverkeer op de omliggende 30 km/uur-wegen. In het onderzoek is daarom eveneens de geluidsbelasting in beeld gebracht voor de interne ontsluitingswegen binnen het plangebied De Blauwe Zoom en de Buitendams.

Wegverkeerslawaai Uit het onderzoek volgt dat de geluidsbelasting door het verkeer op de Schapedrift, Rijksweg A15 en de Zwijnskade-Rivierdijk de voorkeurswaarde van 48 dB met maximaal 3, 10 respectievelijk 1 dB overschrijdt. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt voor de Schapedrift en ZwijnskadeRivierdijk niet overschreden. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB voor de Rijksweg wordt wel met maximaal 5 dB overschreden in de zuidwestelijke hoek van het plangebied. Daarnaast volgt uit het onderzoek dat overschrijdingen zijn ten gevolge van het verkeer op de interne ontsluitingswegen binnen De Blauwe Zoom (30 km/uur). Dit betreft met name de verlengde Goudreinet en in mindere mate de meest westelijke ontsluitingswegen uit het noordelijke en zuidelijke deel van het plangebied die hierop aansluiten. De gevels van de woningen waar de geluidsbelasting ten gevolge van de Rijksweg A15 de ten hoogste toelaatbare waarde overschrijdt dienen te worden uitgevoerd als zogenaamde ‘dove’ gevel, ter plaatse van de overschrijdingen. De ‘dove’ gevels dienen te worden geborgd in de planregels van het bestemmingsplan. Railverkeerslawaai Uit de berekeningen blijkt dat de geluidsbelasting ten gevolge van de spoorwegen (Betuweroute en Merwede-Lingelijn) de voorkeurswaarde van 55 dB met maximaal 4 dB overschrijdt. De maximale ontheffingswaarde van 68 dB wordt niet overschreden.

De overschrijding wordt met name veroorzaakt door het railverkeer op de Merwede-Lingelijn en doet zich alleen voor aan de noorden westzijde van het plangebied direct langs de Schapedrift. Hogere waarden In tabel 14 is een voorstel opgenomen voor de vast te stellen hogere waarden en de bijbehorende woningaantallen voor de bestemmingen ‘Wonen-2’ en ‘Woongebied’ binnen het plangebied ‘De Blauwe Zoom-West’. Met de voorgestelde hogere waarden en woningaantallen ontstaat er voldoende flexibiliteit voor een verdere uitwerking/realisatie van woningen binnen betreffende bestemmingen.

De Blauwe Zoom - West vast te stellen

Voor het vaststellen van hogere waarden is het noodzakelijk dat bij de betrokken woningen, conform het gemeentelijk geluidbeleid, sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Hiervan is sprake indien: 

De woningen beschikken over een geluidsluwe gevel gebaseerd op de gecumuleerde geluidsbelasting. Van een geluidsluwe gevel is sprake indien de gecumuleerde geluidsbelasting voor wegverkeerslawaai maximaal 53 dB (zonder aftrek ex artikel 110g Wet geluidhinder) bedraagt en voor railverkeerslawaai maximaal 55 dB; De woningen een geluidsluwe (of een deel daarvan) tuin hebben van minimaal 20 m2 een balkon van minimaal 4 m2 of gemeenschappelijke buitenruimten van minimaal 1 m2 per wooneenheid met een minimum van 4 m2.

Tevens dienen balkons die zijn gelegen aan een geluidsbelaste zijde te worden voorzien van een borstwering van ten minste 1,5 meter hoog. Deze dient geheel gesloten te worden uitgevoerd, de toe te passen materialen moeten een massa hebben van ten minste 10 kg/m2 en naad- en kiervrij aan te sluiten op de aangrenzende constructie. Indien boven het balkon een ander balkon, overstek (met een diepte van meer dan 0,5 meter of galerij is gesitueerd, dan dient de onderzijde te zijn voorzien van akoestisch absorberend materiaal. De absorptiecoëfficiënt dient - wiskundig gemiddeld over de octaafbanden 125 tot en met 2000 Herz - ten minste 0,8 te bedragen. Afwijking van deze maatregelen kan, indien dit voldoende wordt beargumenteerd en goedgekeurd door de gemeente. Ook al zijn er akoestische maatregelen getroffen aan de buitenruimte (balkons en dergelijke), die zijn gelegen aan een geluidsbelaste zijde, dan worden deze niet gezien als geluidsluwe buitenruimte. Noordelijk deel plangebied (ten noorden van de verlengde Goudreinet) Uit het onderzoek volgt dat in het noordelijk deel van het plangebied (bestemming ‘Wonen-2’) bij de woningen zal kunnen worden voldaan aan de gemeentelijke beleidsvoorwaarden. Dit is niet het geval bij eenzijdig georiënteerde gestapelde woningen (appartementen) die gericht zijn op de Schapedrift zullen.

Deze beschikken, conform de definitie in het gemeentelijk geluidsbeleid, niet over een geluidsluwe gevel en buitenruimte. Ook niet indien de gecumuleerde geluidsbelasting door de te realiseren gesloten borstwering van 1,5 meter in combinatie met een absorberend bovenliggend balkon wordt teruggebracht tot maximaal 53 dB (wegverkeerslawaai) en 55 dB (railverkeerslawaai). Voor de gestapelde woningen (appartementen) is afwijking van het gemeentelijk geluidsbeleid noodzakelijk. Zuidelijk deel plangebied (ten zuiden van de verlengde Goudreinet) Uit het onderzoek volgt dat in het zuidwestelijk deel van het plangebied (bestemming ‘Woongebied’) bij een deel van de woningen in het zuidwestelijk deel van het plangebied waarschijnlijk niet zal kunnen worden voldaan aan de beleidsvoorwaarden voor een geluidsluwe gevel en tuin. Om zoveel mogelijk te kunnen voldoen aan de eisen is het aan te bevelen om de bebowuingswand aan de westzijde zo gesloten mogelijk te maken om het geluid afkomstig van met name de Rijksweg A15 te beperken. De Blauwe Zoom - West vast te stellen

49

Daarnaast zal ook bij eenzijdig georiënteerde gestapelde woningen (appartementen) niet kunnen worden voldaan de beleidseisen. Deze beschikken, conform de definitie in het gemeentelijk geluidsbeleid, niet over een geluidsluwe gevel en buitenruimte. Ook niet indien de gecumuleerde geluidsbelasting door de te realiseren gesloten borstwering van 1,5 meter in combinatie met een absorberend bovenliggend balkon wordt teruggebracht tot maximaal 53 dB (wegverkeerslawaai) en 55 dB (railverkeerslawaai). Voor de woningen in het zuidwestelijk deel van het plangebied en gestapelde woningen (appartementen) is afwijking van het gemeentelijk geluidsbeleid noodzakelijk. 8.4.3

Conclusie

In het kader van het ontwerpbestemmingsplan is onderzoek gedaan naar de doelmatigheid van geluidsreducerende en -beperkende maatregelen. Uit onderdoek naar wegverkeerslawaai en railverkeerslawaai blijkt dat hogere waarden nodig zijn en voor sommige woningen moet worden afgeweken van het gemeentelijk geluidsbeleid. Het aspect geluidhinder vormt echter geen belemmering voor het bestemmingsplan.

8.5

Luchtkwaliteit

8.5.1

Kader

Wettelijk kader Het onderzoek naar luchtkwaliteit wordt uitgevoerd op grond van hoofdstuk 5, titel 5.2 'Luchtkwaliteitseisen' van de Wet milieubeheer. De titel 5.2 'Luchtkwaliteitseisen' is beter bekend als de Wet luchtkwaliteit. De kern van de Wet luchtkwaliteit is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL is een bundeling maatregelen op regionaal, nationaal en internationaal niveau die de luchtkwaliteit verbeteren en waarin alle ruimtelijke ontwikkelingen/projecten zijn opgenomen die de luchtkwaliteit in belangrijke mate verslechteren. Het doel van de NSL is om overal in Nederland te voldoen aan de Europese normen voor de luchtverontreinigende stoffen. Voor wegverkeer zijn stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijnstof (PM2,5) de belangrijkste stoffen. De in de Wet luchtkwaliteit gestelde norm voor NO2 en PM10 jaargemiddelde grenswaarde is voor beide stoffen 40 µg/m3. Daarnaast mag de PM10 24 uurgemiddelde grenswaarde van 50 µg/m3 maximaal 35 keer per jaar worden overschreden. De jaargemiddelde grenswaarde voor zeer fijnstof (PM2,5) bedraagt 25 µg/m3. Met het van kracht worden van het NSL zijn de tijdstippen waarop moet worden voldaan aan de jaargemiddelde grenswaarden NO2 en PM10 aangepast. Voor PM10 is dat 11 juni 2011 en 1 januari 2015 voor NO2. De grenswaarde voor PM2,5 is vanaf 1 januari 2015 van toepassing.

Naast de introductie van het NSL is het begrip 'niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM) een belangrijk onderdeel van de Wet luchtkwaliteit. Een project draagt NIBM bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de NO2 en PM10 jaargemiddelde concentraties niet meer toenemen dan 1,2 µg/m3. In dat geval is de ontwikkeling als NIBM te beschouwen. Een ruimtelijke ontwikkeling vindt volgens de Wet luchtkwaliteit doorgang als ten minste aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:   

de ontwikkeling is opgenomen in het NSL; de ontwikkeling wordt aangemerkt als een NIBM-project; de gestelde grenswaarden in bijlage 2 van de Wet luchtkwaliteit worden niet overschreden; De Blauwe Zoom - West vast te stellen

projectsaldering kan worden toegepast.

Voor zover de ruimtelijke ontwikkeling is opgenomen in het NSL of de ontwikkeling kan worden aangemerkt als NIBM-project is toetsing aan de grenswaarden van de Wet luchtkwaliteit niet nodig. Beoordeling luchtkwaliteit In de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' (Regeling NIBM) zijn voor verschillende functiecategorieën cijfermatige kwantificaties opgenomen, waarbij een ontwikkeling als een NIBM-project kan worden beschouwd. Deze categorieën betreffen landbouwinrichtingen, spoorwegemplacementen, kantoorlocaties, woningbouwlocaties en een combinatielocatie van woningbouw en kantoren. In de Regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Met dit bestemmingsplan wordt de realisatie van maximaal 276 woningen mogelijk gemaakt. Dit betekent dat de voorgenomen ontwikkeling in het bestemmingsplan is aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Daardoor is toetsing aan de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit niet nodig. Vanwege het anticumulatiebeding, waarin wordt gezien op meerdere ontwikkelingen op dezelfde ontsluitingsweg, is NIBM in deze situatie niet zondermeer van toepassing en is onderzoek echter wel noodzakelijk.

Daarnaast worden er ieder jaar door het ministerie nieuwe cijfers aangeleverd voor de achtergrondconcentraties en emissie van luchtverontreinigende stoffen en is het regionale verkeersmodel geactualiseerd. Om deze redenen is een actualisatie van het onderzoek noodzakelijk. De ontwikkelde rekenmodellen worden opnieuw doorgerekend op basis van deze actuele gegevens. 8.5.2

Onderzoek

Met betrekking tot voorliggende ontwikkeling is een onderzoek uitgevoerd naar de luchtkwaliteit. Hieronder zijn de resultaten beknopt weergegeven, de volledige rapportage is als Bijlage 6 bij deze toelichting gevoegd. Hieronder zijn de belangrijkst resultaten weergegeven. Op grond van de opgenomen uitgangspunten voor de berekeningen van de luchtkwaliteit zijn in tabel 2 de maximaal berekende jaargemiddelde concentraties luchtverontreinigende stoffen weergegeven. In de resultaten van PM10 is geen rekening gehouden met de zogenaamde zeezoutcorrectie, omdat de jaargemiddelde concentratie de grenswaarde niet overschrijdt.

Uit de resultaten van tabel 4 blijkt dat de berekende concentraties NO2, PM10 en PM2,5 ruimschoots lager zijn dan de gestelde jaargemiddelde grenswaarden.

De Blauwe Zoom - West vast te stellen

51

De jaargemiddelde concentraties binnen de locatie bedragen in 2023 respectievelijk dan 11-19 µg/m3 voor NO2, 16 µg/m3 voor PM10 en 9 µg/m3 PM2,5 en in 2030 14-15 µg/m3 voor NO2, 15 µg/m3 voor PM10 en 8 µg/m3 PM2,5. De concentraties zijn ruimschoots lager dan grenswaarden. 8.5.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor voorliggende onwikkeling.

8.6

Milieuzonering

8.6.1

Kader

Ten gevolge van aanwezige bedrijvigheid kan mogelijk hinder voor de omgeving optreden met betrekking tot de milieuaspecten geluid, geur, stof en gevaar. Nieuwe situaties, waarin milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies met elkaar worden gecombineerd, moeten worden beoordeeld op mogelijke hindersituaties. Daarbij wordt getoetst aan de Wet milieubeheer, het Activiteitenbesluit milieubeheer en de brochure Bedrijven en Milieuzonering (VNG, 2009). Bedrijven en Milieuzonering geeft richtafstanden per categorie en per type bedrijvigheid aan. Binnen deze richtafstanden is bij een gemiddelde bedrijfsvoering hinder van het bedrijf te verwachten. Voor nieuwe milieugevoelige functies, zoals appartementen, dient primair te worden beoordeeld of hinder te verwachten is van nabijgelegen bestaande bedrijven. Deze beoordeling is met name gebaseerd op de Wet milieubeheer en het Activiteitenbesluit milieubeheer. Daarnaast zal moeten worden meegewogen of ter plaatse van de nieuwe milieugevoelige functies bij eventuele vestiging van een nieuw bedrijf op het bestaande bedrijfsperceel een probleemsituatie ontstaat. Deze afweging vindt met name plaats op basis van de VNG-brochure 'Bedrijven en Milieuzonering'.

De richtafstanden in de VNG-brochure 'Bedrijven en Milieuzonering' gelden ten opzichte van een milieugevoelige functie tot de grens van een bedrijf in de omgevingstypen rustige woonwijk of rustig buitengebied. In het geval de milieugevoelige functies zijn gelokaliseerd in omgevingstype gemengd gebied kan een afwijkende systematiek worden toegepast, die meer ruimte biedt aan bedrijven. 8.6.2

Onderzoek

Ten behoeve van dit aspect is een quickscan uitgevoerd, welke is opgenomen als Bijlage 7 bij deze toelichting. Uit de quickscan blijkt dat er in de omgeving van het plangebied diverse bedrijfspercelen aanwezig zijn waarvan de richtafstand het plangebied overlapt. Door voor de westelijke rand van het plangebied uit te gaan van het omgevingstype 'gemengd gebied' mag een 'stap terug' worden gezet blijven alleen de contouren van het drinkwatersuppletiestation Oasen en rijwielhandel A. de Bruijn het plangebied overlappen. Binnen deze zones mogen geen gevoelige bestemmingen mogen worden gerealiseerd, behalve als uit nader onderzoek blijkt dat een goed woon- en leefklimaat kan worden bewerkstelligd. Dit is geborgd middels een aanduiding in de regels van dit bestemmingsplan. 8.6.3

Conclusie

Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor voorgenomen ontwikkeling.

De Blauwe Zoom - West vast te stellen

8.7

Externe veiligheid

8.7.1

Kader

Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren, zoals milieurisico's, transportrisico's en risico's die kunnen optreden bij de productie, het vervoer en de opslag van gevaarlijke stoffen in inrichtingen. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro besluit betrekking heeft en dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de eventuele toename hiervan, berekend te worden. Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. De normstelling heeft de status van een grenswaarde die niet overschreden mag worden. Voor bestaande situaties wordt het niveau van 10-5 per jaar als grenswaarde gehanteerd, 10-6 per jaar geldt als richtwaarde. Voor nieuwe situaties geldt een grenswaarde van 10-6 per jaar. Een richtwaarde is daarbij niet van toepassing.

Het GR kan worden beschouwd als de maat van maatschappelijke ontwrichting in geval van een calamiteit (en drukt dus de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit). De normstelling heeft de status van een oriënterende waarde. Deze waarde is geen vastgestelde wettelijke norm. Desondanks hebben overheden en betrokken private instellingen een inspanningsverplichting om te voldoen aan deze oriënterende waarde en dient een toename van het GR bestuurlijk te worden verantwoord. 8.7.2

Onderzoek

In de omgeving van de ontwikkelingslocatie bevinden zich verschillende risicobronnen. Dit zijn; A15: afrit 23 (Papendrecht/N3) - afrit 27 (Gorinchem), Spoorlijn Route 202, Kijfhoek – Betuwe-route Meteren en een hogedruk aardgastransportleiding. Door Antea is onderzoek gedaan naar deze risicobronnen. De volledige rapportage is te raadplegen in Bijlage 8. In onderzoek is ook een verantwoording van de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid gegeven. Hieronder zijn de belangrijkste en conclusies weergegeven. A15: afrit 23 (Papendrecht/N3) - afrit 27 (Gorinchem) Uit het onderzoek blijkft dat de maximale 10-6 plaatsgebonden risicocontour 46 meter bedraagt. Daarmee wordt voldaan aan de grens- en richtwaarden vanuit het Bevt. Daarnaast blijkt dat de hoogte van het groepsrisico toeneemt maar minder dan een factor 0,1 en blijft onder de oriëntatiewaarde. De weg is voorzien van een plasbrandaandachtsgebied (PAG). Het PAG reikt echter niet tot het plangebied. Daarmee wordt voldaan aan de grens- en richtwaarden vanuit het Bevt. Spoorlijn Router 202, Kijfhoek - Betuweroute Meteren Uit het onderzoek blijkft dat de maximale 10-6 plaatsgebonden risicocontour 30 meter bedraagt. Daarmee wordt voldaan aan de grens- en richtwaarden vanuit het Bevt. Daarnaast blijkt dat de hoogte van het groepsrisico toeneemt maar minder dan een factor 0,1 en blijft onder de oriëntatiewaarde.

Het spoor is voorzien van een plasbrandaandachtsgebied (PAG). Het PAG reikt echter niet tot het plangebied. Daarmee wordt voldaan aan de grens- en richtwaarden vanuit het Bevt. De Blauwe Zoom - West vast te stellen

53

Hogedruk aardgastransportleiding Uit het onderzoek blijkft dat de leiding geen maximale 10-6 plaatsgebonden risicocontour kent. Het plaatsgebonden risico levert daarmee geen belemmeringen op. Daarnaast blijkt dat de hoogte van het groepsrisico van de hogedruk aardgastransportleiding zich in zowel de huidige als de toekomstige situatie onder de oriëntatiewaarde bevindt. Het groepsrisico van deze leiding neemt in de toekomstige situatie niet toe ten opzichte van de huidige situatie. Voor alle bronnen is een beperkte verantwoording van het groepsrisico van toepassing. In de rapportage zijn elementen ter verantwoording van het groepsrisico aangedragen. Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchting. Het zelfredzame vermogen van personen in de buurt van een risicovolle bron is een belangrijke voorwaarde om grote effecten bij een incident te voorkomen. In het plangebied worden geen functies mogelijk gemaakt die specifiek bedoeld zijn voor personen met een beperkte zelfredzaamheid, zoals ouderen of gehandicapten. Evenwel is het natuurlijk niet uit te sluiten dat kinderen, ouderen en/of gehandicapten in de woningen gaan wonen.

Vanuit volkshuisvestelijk oogpunt is het juist gewenst dat dergelijke specifieke doelgroepen zich gelijkmatig ‘verspreiden’ tussen de reguliere doelgroepen. Mogelijkheden tot voorbereiden van bestrijding van rampen Bij het stedenbouwkundig ontwerp en de indeling van de openbare ruimte dient rekening te worden gehouden met de bereikbaarheid en keermogelijkheden van hulpverleningsdiensten en opstelplaatsen in relatie tot ingangen van gebouwen. De wegenstructuur in het plangebied dient te voldoen aan de door de brandweer gestelde minimumeisen betreffende uitvoering en inrichting. De aanwezigheid van effectieve bluswatervoorziening is tevens een belangrijk aandachtspunt. Brandkranen dienen nabij de entrees van de gebouwen en de opstelplaatsen gerealiseerd te worden. Ten behoeve van de zelfredzaamheid is het van belang dat E-Alert wordt ingezet. Het plangebied is conform regionaal dekkingsplan binnen de zorgnorm bereikbaar. Ook is risicocommunicatie naar de toekomstige bewoners zeer belangrijk. Bij aankoop van een woning of het sluiten van een huurcontract kunnen bewoners op de externe veiligheidsrisico’s gewezen worden. Er kan informatie worden verstrekt over de maatregelen die zijn getroffen ter voorkoming en bestrijding van incidenten en over de daarbij te volgen gedragslijn.

Het is wellicht wenselijk om een kettingbepaling af te dwingen, zodat toekomstige gebruikers ook van de situatie op de hoogte zijn. De gemeente is wettelijk verantwoordelijk voor risicocommunicatie. 8.7.3

Conclusie

Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor voorgenomen ontwikkeling.

De Blauwe Zoom - West vast te stellen

8.8

Trillingen

Het plangebied ligt binnen de invloedssfeer van twee spoorlijnen, de Merwede – Lingelijn en de goederenspoorlijn “De Betuweroute”. Dit betekent dat voor dit plan een beoordeling gemaakt moet worden van het trillingsrisico. In de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen, een uitgave van het ministerie van I&W, wordt een Quick Scan als instrument voorgesteld om te bepalen of nader trillingsonderzoek nodig is. In een Quick Scan wordt op basis van de planinvulling, de bodemgesteldheid, het treinbeeld (type, snelheden, aantallen) en de spoorkenmerken een inschatting gemaakt van de trillingsrisico’s. Bij gebleken trillingsrisico is vervolgonderzoek nodig om het risico verder in beeld te brengen en zo nodig maatregelen te bepalen. In 2021 is voor het oostelijk deel van het plangebied (Ons Dorp) een quickscan uitgevoerd. De uitgevoerde Quick Scan trillingen geeft aan dat er op de bouwlocatie De Blauwe Zoom – Ons dorp” een verwaarloosbaar risico is op trillingshinder afkomstig van de goederenspoorlijn “De Betuweroute” en de reizigerslijn “Merwede – Lingelijn”. De verwachte trillingen in woningen zullen onder de voelbaarheidsgrens liggen en voldoen daarmee ruim aan de streefwaarden uit de trillingsrichtlijn SBR-B.

Er is dan ook geen aanleiding tot het doen van vervolgonderzoek met betrekking tot trillingen en er zijn ook geen restricties ten aanzien van de bouwwijzen van de beoogde woningen. Het onderzoek is als bijlage 18 bij deze toelichting opgenomen.

8.9

Overige belemmeringen

8.9.1

Kader

Naast de hiervoor beschreven milieuaspecten kunnen er nog andere belemmeringen in of nabij het plangebied aanwezig zijn die van invloed kunnen zijn op de planvorming. Het gaat bijvoorbeeld om de aanwezigheid van straalpaden, planologisch relevante kabels en leidingen (zoals waterleidingen of rioleringsleidingen), beschermingszones en dergelijke. 8.9.2

Onderzoek

Onder de centrale singel, de oost-westverbinding in het nieuwe woongebied, is een nieuwe rioolpersleiding gerealiseerd. Ter plaatse van het tracé is, met een breedte van 2 meter ter weerszijden van de hartlijn van de leiding, een dubbelbestemming “Leiding - Riool" genomen. Hier geldt een beschermende regeling ten behoeve van het veiligstellen van de belangen van de leiding. 8.9.3

Conclusie

Voor de aanwezige rioolpersleiding is een dubbelbestemming opgenomen. Voor het overige zijn er geen belemmeringen in of nabij het plangebied aanwezig, waartoe een regeling dient te worden opgenomen in het bestemmingsplan.

De Blauwe Zoom - West vast te stellen

55

8.10

Duurzaamheid

8.10.1 Kader Regionaal beleid De regio Drechtsteden wil bijdragen aan een toekomstbestendige, energieneutrale aarde. Om actief beleid te voeren heeft de regio ingezet op de uitwerking van een toekomstperspectief waarbij gezamelijk wordt gewerkt aan een energieneutrale regio in 2050. Het regionaal beleid dat zich richt op duurzaamheid is opgesteld in 2017 en bestaat uit een drieluik: 1. Het Toekomstperspectief Drechtsteden Energieneutraal 2050: een toekomstperspectief dat beschrijft hoe de Drechtsteden energieneutraal kunnen worden, wat dit voor de regionale werkgelegenheid betekend en wat de toegevoegde waarde hiervan is. 2. De Energiestrategie Drechtsteden 2050: geeft de strategie voor een energieneutrale regio in 2050 weer aan de hand van een uitgewerkt Toekomstperspectief met werkwijze. 3. Samenwerkingsagenda Drechtsteden Energieneutraal: geeft de actiepunten per partij: wie doet wat? De Energiestrategie Drechtsteden geeft een duidelijke werkwijze voor het Toekomstperspectief 2050, dat kan worden gezien als leidraad voor nieuwe ontwikkelingen. De belangrijkste ontwikkelingen zijn het stoppen met gebruik van aardgas, het sterk inzetten op energiebesparing, het stoppen met gebruik van benzine, diesel e.d., de duurzame opwekking van elektriciteit en de realisering van de hoogst haalbare maatschappelijke opbrengst.

Stoppen met het gebruik van aardgas Een belangrijk onderdeel van een energieneutrale toekomst is de aardgasreductie: vanaf 1 juli 2018 mogen woningen niet meer op aardgas worden aangesloten. In de Energiestrategie is een Wamtetransitieplan opgesteld om de uitfasering van aardgas te plannen. Hierin is opgenomen dat nieuwbouw niet langer op aardgas wordt aangesloten. Duurzame energie Vanuit de regio worden besparingsconcepten ondersteund en opgenomen in omgevingsvisies. Er worden kaders ontwikkeld voor initiatieven, kansen onderzocht voor smart grids en energiebuffering, en wordt een zonneoffensief ingezet en nieuwbouw wordt energie producerend gerealiseerd. Voor nieuwbouw wordt de nieuwe BENG-norm als uitgangspositie gehanteerd. Gemeentelijk beleid De Gemeente Hardinxveld-Giessendam heeft de ambitie om bij ontwikkeling van De Blauwe Zoom een aanmerkelijke reductie van de uitstoot van CO2 te bereiken. Voor het woongebied is een minimum EPL (energieprestatie op locatie) van 7,2 vastgelegd. Dit dient behaald te worden via een duurzame energievoorziening. Duurzaam bouwen Duurzaam bouwen staat voor het ontwikkelen en beheren van de gebouwde omgeving met respect voor mens en milieu zodat kan worden voorzien in de behoefte van de huidige generatie zonder dat voor toekomstige generaties de mogelijkheid wordt ontnomen om ook in hun behoeften te kunnen voorzien.

Duurzaam bouwen is daarmee onderdeel van de kwaliteit van de gebouwde omgeving.

De Blauwe Zoom - West vast te stellen

8.10.2 Onderzoek en conclusie Bij de ontwikkeling van 'De Rest van West' is duurzaamheid een belangrijk aandachtspunt. In het plan worden natuurvriendelijke oevers gerealiseerd. Deze langzaam oplopende natuurvriendelijke oevers worden ook op veel plaatsen in het uitgeefbaar gebied van Ons Dorp toegepast, inclusief bijpassende beplanting waarin allerlei diersoorten (van insecten tot vogels) zich thuis voelen. Daarnaast worden de watergangen voorzien van verschillende diepten en structuurverhogende elementen. Gestuurd wordt op het behoud van zo veel mogelijk diversiteit diersoorten in de wijk. Zo zitten er nestkasten in de topgevels van de woningen opgenomen ten behoeve van de huismus, gierzwaluw en vleermuis. Daarnaast wordt de onderste rij pannen van de huizen verhoogd om ruimte te creëren voor het nestelen van huismussen. Op verschillende plaatsen in het groen (met name in de parkzone aan de westkant) zullen diverse structuurverhogende elementen worden geplaatst in de vorm van steenhopen, insectenhotels, takkenrillen etc. Bij de ontwikkeling is dus aan duurzaamheid via enkele thema's al aandacht geschonken. Vooral water, energie en ecologie/groen zijn in de planvorming (bijvoorbeeld bij de gemaakte proefverkaveling) meegenomen. Er wordt voldaan aan de wettelijke vereisten.

De Blauwe Zoom - West vast te stellen

57

Hoofdstuk 9 Uitvoerbaarheid 9.1

Economische uitvoerbaarheid

Exploitatieverplichting Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting van een bestemmingsplan minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. Exploitatieplan Bij dit bestemmingsplangebied is een exploitatieplan opgesteld. Zoals reeds in paragraaf 2.2 is vermeld, is dit exploitatieplan één van de documenten, waarin de uitgangspunten c.q. randvoorwaarden voor de ontwikkeling van het gebied zijn vastgelegd.

In het exploitatieplan is onder meer geregeld dat voor de gronden die nog niet in eigendom zijn van de gemeente, de mogelijkheid bestaat voor de eigenaren om tot realisatie op eigen initiatief over te gaan. In geval van zelfrealisatie bepaalt het exploitatieplan aan welke eisen voldaan moeten worden om te komen tot de aanleg van de openbare hoofdstructuur en voorzieningen; zoals wegen, wateren en groengebieden. Het ontwerp-exploitatieplan wordt gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan in procedure gebracht. Conclusie Gezien het voorgaande wordt het plan financieel uitvoerbaar geacht.

9.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Plan(vormings)proces Met de realisatie van het woongebied in De Blauwe Zoom wordt tegemoet gekomen aan de vraag naar nieuwe woningen in de regio. Al geruime tijd wordt gewerkt aan de planvorming omtrent De Blauwe Zoom. Gedurende het planproces wordt op diverse momenten naar buiten getreden met als doel de omwonenden, belanghebbenden en andere geïnteresseerden te informeren. Conclusie Gezien het voorgaande wordt het plan maatschappelijk uitvoerbaar geacht.

De Blauwe Zoom - West vast te stellen

9.3

Handhavingsaspecten

Inleidend Het bestemmingsplan is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving ligt bij de gemeente. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de duurzame bescherming van mens en omgeving te waarborgen. Binnen het kader van het bestemmingsplan heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening en de Woningwet. Bij overtreding van deze regelgeving moet gedacht worden aan bouwen zonder omgevingsvergunning voor het bouwen, bouwen in afwijking van een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen, het handelen zonder of in afwijking van een noodzakelijke omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en voor werkzaamheden en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met de gebruiksregels van het bestemmingsplan of een mogelijkheid tot afwijken. Vertaling naar bestemmingsregeling In dit bestemmingsplan is aangesloten bij de actuele maatschappelijke behoefte voor wat betreft bouwen en gebruik. Vervolgens is door middel van het opnemen van flexibiliteitsbepalingen (algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingen) ingespeeld op eventuele toekomstige ontwikkelingen.

De opzet van het plan is globaal; realisatie van het plan zal plaatsvinden volgens de doelstellingen van de gemeente die onder meer via het exploitatieplan worden afgedwongen. Na de oplevering van de woningen zal een controle plaatsvinden. De verbeelding, de regels en de toelichting zijn, tot slot, zodanig op elkaar afgestemd dat interpretatieproblemen en problemen met betrekking tot de uitvoering (en dus: het mogelijk ontstaan van handhavingssituaties) zo veel mogelijk worden voorkomen.

De Blauwe Zoom - West vast te stellen

59

Hoofdstuk 10 10.1

Procedure

Voorbereidingsfase

Inspraak Het voorontwerpbestemmingsplan zal conform de gemeentelijke inspraakverordening, voorafgaand aan de formele bestemmingsplanprocedure, voor inspraak worden vrijgegeven. Gedurende de inspraaktermijn wordt een ieder in de mogelijkheid gesteld schriftelijk en/of mondeling te reageren op het bestemmingsplan. De ontvangen inspraakreacties zullen worden samengevat en beantwoord, waarvan in deze toelichting verslag zal worden gedaan. Overleg Conform artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dienen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen, en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In dit kader zal het voorontwerpbestemmingsplan voor advies worden toegezonden aan diverse overleginstanties. De ontvangen overlegreacties zullen worden samengevat en beantwoord, waarvan in deze toelichting verslag zal worden gedaan.

10.2

Ontwerpfase

Na afronding van de inspraakprocedure en het vooroverleg wordt de formele bestemmingsplanprocedure gestart. De aanpassingen die volgen uit de inspraakreacties en de overlegreacties worden verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Ook worden er - indien nodig ambtshalve aanpassingen doorgevoerd. Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd. Binnen deze termijn wordt een ieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk een zienswijze op het plan in te dienen. Van de eventueel te ontvangen zienswijzen wordt te zijner tijd in deze paragraaf verslag gedaan.

10.3

Vaststellingsfase

Binnen twaalf weken na de termijn van terinzagelegging moet de gemeenteraad beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling staat, voor belanghebbenden, direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt, indien geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking waarna tot planrealisatie kan worden overgegaan.

De Blauwe Zoom - West vast te stellen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/796/documents/27627