CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Adviesnotitie begraafplaats Spindermolen.pdf

Gemeenteraad GHG 24 oktober 2024, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 12: Uitgangspunten toekomst begraafplaats Spindermolen - Raadsvoorstel18.699 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Hierbij wordt het grondwater op de begraafplaats op hetzelfde niveau gebracht en gehouden als het slootpeil rondom de begraafplaats, zodat geen oppervlaktewater wordt aangetrokken bij het wegpompen en lozen van het drainagewater. Het verwachte effect hiervan is een grondwaterverlaging van slechts 0,1 tot 0,3 meter. Omdat hiermee geen extra begraafcapaciteit wordt gerealiseerd op de delen A en/ of B en omdat de investerings- en instandhoudingskosten hoog zijn, wordt deze maatregel ontraden. Evenmin heeft het zin om op het opgehoogde deel C (alsnog) drainage aan te brengen. In deel C kan namelijk nu gemiddeld al net twee-diep worden begraven; de begraafcapaciteit wordt met drainage niet uitgebreid tot drie-diep. b. Diepdrainage. Hierbij wordt op 2,5 meter minus maaiveld drainage aangebracht. Op deze diepte bestaat de bodem op de begraafplaats ook uit zand. Bij deze vorm van diepdrainage wordt het grondwaterniveau door bemaling verder naar beneden gebracht en gehouden. Bij de uitbreidingen aan de zuid- en oostzijde van deel B zijn daar damwanden aangebracht. Daardoor is van de begraafplaats feitelijk een gedeeltelijke ‘badkuip’ gerealiseerd. Hierdoor stroomt het water van deel B naar de omliggende watergangen minder goed af. Het opgepompte drainagewater zal hierdoor, met toestemming van het waterschap, op het oppervlaktewater kunnen worden geloosd of via het rioolstelsel.

De waterzuivering wordt daarmee dan extra belast. In beginsel is het aanbrengen van diepdrainage een goede technische oplossing. Want wanneer daarmee de bodem op de genoemde diepte (meer) wordt drooggelegd, dan zal de gewenste lijkvertering daarin beter op gang worden gebracht. Echter, gelet op de voorgenomen ophoging van deel B in 2035 zal deze eventuele diepdrainage dus maar voor korte termijn een gewenst effect hebben. Het is daarbij overigens niet de verwachting dat de lijken die nu beneden de grondwaterstand zijn begraven vóór 2035 op de beoogd wijze zullen zijn verteerd. Bovendien vergt het aanbrengen van diepdrainage een forse investering. Tot slot dient hierbij in overweging te worden genomen dat het geen duurzame oplossing is, omdat (relatief schoon) grondwater blijvend wordt rondgepompt of het rioolstelsel en zuiveringssysteem ermee onnodig wordt belast. Mogelijk is de capaciteit van het stelsel hierop niet berekend. Deze maatregel wordt daarom ook ontraden.

KYBYS | Begraafplaats Spindermolen|Adviesnotitie 25

20-1392

Ten tweede kan de regelgeving voor het gebruik van de algemene graven worden geactualiseerd. Om en nabij 20% van de graven op Spindermolen zijn algemene graven. Voor een algemeen graf hanteert de gemeente een lager tarief dan een particulier graf. De gemeente geeft het gebruik van een algemeen graf uit voor de duur van tien jaar en deze termijn mag daarna door de gebruiker eenmaal, wederom met tien jaar, worden verlengd. Er is juridisch geen bezwaar of beperking op de mogelijkheid om de grafrusttermijn in een algemeen graf te verlengen, maar het is wel ongebruikelijk. Verlengen van de grafrust is namelijk meer passend bij een verleend grafrecht (op een particulier graf)6. In overweging kan worden genomen om de verlengmogelijkheid op een algemeen graf te schrappen en de (eenmalige) uitgiftetermijn eventueel om te zetten naar 15 jaar. Ten derde wordt in overweging meegegeven om de rechthebbenden van een graf met grafrecht voor onbepaalde tijd aan te schrijven met de vraag of hij/ zij nog interesse heeft in instandhouding van het graf. Daarbij kan hem/ haar worden gewezen op de bijbehorende onderhoudsplicht aan het graf en de grafbedekking. Een dergelijke administratieve ‘opschoonactie’ is voor het laatst is in 2014 uitgevoerd. Dat heeft toen geleid op het kunnen laten vervallen van meer dan 250 grafrechten.

Deze maatregel kan structureel, bijvoorbeeld elke vijf of tien jaar, worden uitgevoerd. Ten vierde wordt in overweging meegegeven om direct na constatering (in de GBA) van het overlijden van een rechthebbende op een graf met grafrecht voor onbepaalde tijd, de nabestaanden aan te schrijven. Gelet op de privacyregelgeving moet dit gebeuren op het in de begraafplaatsadministratie bekende adres. In het schrijven worden de nabestaanden geadviseerd het grafrecht over te schrijven op een nieuwe rechthebbende. Wanneer de nabestaanden hier, eventueel na een tweede aanschrijving, geen gehoor aangeven binnen de in de Beheersverordening opgenomen termijn daarvoor, dan kan er gedurende een jaar een bordje met oproep bij het graf worden geplaatst. Wanneer dat ook niet leidt tot een nieuwe rechthebbende, dan is dat een grond om het grafrecht door het college vervallen te verklaren. Het graf kan aansluitend worden geruimd.

4.1

Juridische mogelijkheden Vanwege de hoge grondwaterstand op deel A en deel B is het om juridische redenen niet toegestaan om nog graven met meer dan één laag uit te geven. Ook dient men te kunnen garanderen dat er een afstand van minstens dertig centimeter tussen de nieuwe graven aanwezig is.

4.2

Ruimtelijke en financiële consequenties In 2017 zijn voor een aantal scenario’s de kosten, inclusief een onzekerheidsmarge van 20%, geraamd. De toenmalige raming om de gehele begraafplaats (delen A, B en C) tot op slootwaterniveau te draineren bedraagt € 210.550. Naar huidig inzicht zullen de kosten, bovenop indexering, naar verwachting nu fors hoger uitvallen. Het hier genoemde bedrag uit 2017 is daarmee alleen ter informatie. De kosten voor diepdrainage zijn (in 2017) niet geraamd. De (toekomstige) vrije graven kunnen, na eventuele ruiming, als één-laags nieuw graf worden uitgegeven. Hierbij moet ook gekeken worden of ze nog voldoen aan de ruimtelijke eisen voor nieuwe graven (dit geldt voor deel A). Nieuwe begravingen kunnen elders op de opgehoogde delen van de begraafplaats plaatsvinden.

6

De gemeente geeft grafrechten uit voor de duur van 20 jaar en deze termijn kan vervolgens telkens met 10 jaar worden verlengd. Het kunnen verlengen van een grafrecht is een wettelijk recht.

26

KYBYS | Begraafplaats Spindermolen | Adviesnotitie

20-1392

4.3

Middelen, methoden en maatregelen De Beheersverordening en de Nadere regels kunnen worden geactualiseerd.

4.4

Voor- en nadelen

4.4.1

Voordelen Het toestaan en mogelijk maken van bijzettingen (in bestaande graven) draagt bij aan het vermijden van (juridische) conflicten met rechthebbenden. Er is een aantal technische en beleidsmatige mogelijkheden om de huidige situatie te verbeteren.

4.4.2

Nadelen De grondwaterstand is te hoog om twee-diep te kunnen begraven. Het openen van een graf ten behoeve van een bijzetting op deel A kost veel tijd vanwege de moeilijkheden. De huidige particuliere graven op deel A liggen te dicht bij elkaar, om daarin conform het Besluit op de lijkbezorging nog te kunnen begraven. Bij het uitgeven van nieuwe graven wordt de kans kleiner dat deel A in de toekomst uitdooft of wordt gesloten. Er kunnen alleen nieuwe graven met één graflaag (één-diep) worden uitgegeven. Er kan – op termijn – niet worden voldaan aan de wettelijke zorgplicht om te voorzien in voldoende begraafcapaciteit.

KYBYS | Begraafplaats Spindermolen|Adviesnotitie 27

20-1392

5

Scenario 4: Ophogen In dit scenario wordt deel B opgehoogd. Aansluitend kan er, in lijn met de landelijke regelgeving, twee-diep worden begraven. De bestuurlijke aanloop om te komen tot deze ophoging is in het voorjaar van 2017 ingezet7. De ophogingswerkzaamheden staan nu gepland voor 2035. Voor deel A is ophogen een nog nader uit te werken mogelijk scenario voor de verre toekomst. Opgemerkt wordt dat dit scenario voor deel A in een eerdere onderzoeksfase in 2017 is verkend en toen is afgewezen, omdat het niet als realistisch werd geacht en er op de overige (opgehoogde) delen van de begraafplaats voldoende capaciteit is en wordt gerealiseerd. Om deze redenen is het ophogen van deel A hier verder niet uitgewerkt.

5.1

Ophogen deel B Totdat de voorgenomen ophoging in 2035 is gerealiseerd, dient de beleidslijn te worden aangehouden om het begraven op deel B te ontmoedigen. Er worden binnen dit scenario dan geen nieuwe graven meer uitgegeven, er worden geen nieuwe keldergraven aangebracht en verzoeken om een graf te schudden worden afgewezen. Rechthebbenden en nabestaanden worden gemotiveerd om op het reeds opgehoogde deel C en op de in- en uitbreidingen te (worden) begraven. De kern van de aanpak tot deze ophoging ligt in de communicatie met de (potentiële) rechthebbenden. Verder worden werkzaamheden aan de graven in het grondwater zoveel als mogelijk vermeden. Hieronder is een aantal bestaande situaties voor particuliere graven in de periode tot aan de ophoging uitgewerkt. Keldergraven Er is nu een beperkt aantal keldergraven op deel B. Een deel daarvan is in gebruik (er is al in begraven) en een deel is nog leeg (deze zijn gereserveerd). De gemeente heeft de keuze om in geval van de gereserveerde keldergraven de rechthebbenden te motiveren de reservering te verplaatsen naar een reeds opgehoogd deel, zodat het keldergraf op deel B niet wordt gebruikt. De andere keuze is om keldergraven gewoon in gebruik te laten (nemen), omdat keldergraven waterdicht zijn en dus geen hinder ondervinden van een hoge grondwaterstand.

In de technische voorbereiding om een keldergraf mee op te hogen, zal per situatie een plan moeten worden uitgewerkt. Het plan moet voorkomen dat schade ontstaat en dat grafrust wordt verstoord. Mogelijk kan het keldergraf zelf, vanaf de huidige bovenzijde van de constructie, worden opgehoogd. Gereserveerde grondgraven Dit zijn lege graven waarop al door de rechthebbende een (administratief) grafrecht is verworven, met als doel daarin nog te kunnen (worden) begraven. De rechthebbenden hiervan dienen te worden gemotiveerd de reservering te verplaatsen naar een reeds opgehoogd deel. In het uiterste geval dient de gemeente de overlast te compenseren. Grondgraven met één begraving Dit zijn de twee-diepe graven waar in de onderste laag al is begraven. Het graf is nog niet vol. Onder normale omstandigheden wordt hierin nog bijgezet (in de bovenste laag). Bijzetten is in aanloop naar de ophoging onwenselijk, maar kan niet worden ontzegd. 1. De rechthebbende kan worden gestimuleerd om op kosten van de gemeente een omgekeerde bijzetting op een opgehoogd deel van de begraafplaats te aanvaarden. De burgemeester dient dan vergunning te verlenen voor een opgraving en herbegraving. Hierbij wordt in de praktijk doorgaans onderscheid gemaakt in twee scenario’s: 7

In april 2017 is aan de raad hieromtrent een powerpoint presentatie verleend en in oktober 2017 is de raad nader geïnformeerd middels een informatienota. 28

KYBYS | Begraafplaats Spindermolen | Adviesnotitie

20-1392

a.

b.

2.

De eerdere begraving was korter dan tien jaar geleden. Opgraven en herbegraven is weliswaar juridisch/ wettelijk mogelijk, maar wordt als ongewenst beschouwd omdat het lijk nog onvoldoende is ontbonden. Dit is een argument voor de burgemeester om geen vergunning te verlenen. Voor het verwachte verdere verloop van deze situatie wordt verwezen naar punt 2. De eerdere begraving was meer dan tien jaar geleden. Het opgraven is dan minder belastend en de burgemeester is eerder geneigd vergunning te verlenen.

De bovenste graflaag blijft leeg tot aan de ophoging. Tijdens de uitvoering van de ophoging wordt de grafsteen tijdelijk verwijderd en na ophoging op exact dezelfde plaats (maar dan hoger) teruggeplaatst. Na de ophoging kan in de (verhoogde) bovenste graflaag worden begraven. De twee kisten liggen dan verder van elkaar dan onder normale omstandigheden. De voorgeschreven minimale afstand tussen de kisten van 0,3 meter wordt daarmee ruimschoots gerealiseerd. De onderste graflaag is dan echter door de diepte en het grondwater feitelijk technisch onbereikbaar geworden voor de begraafplaatsbeheerder. Het eventueel in de verre toekomst ruimen van die laag is dan bemoeilijkt. De bovenste graflaag kan na verloop van tijd wel eenvoudig worden geschud.

Grondgraven met twee-diepe begravingen Binnen deze situatie zijn er twee mogelijkheden. 3. De bovenste graflaag is nu nog niet in gebruik, maar wordt voorafgaand aan (beleidsmatige en technische voorbereiding van) de ophoging in gebruik genomen. Dit is weliswaar niet in lijn met het ontmoedigen van het gebruik van deel B, maar het stuit op maatschappelijke en juridische bezwaren om het niet mogelijk te maken. Er zullen geen verzoeken worden ingediend om het graf te schudden, want tot 2035 zal de grafrusttermijn van ten jaar nog niet zijn verstreken (er mag dus nog niet worden geruimd). Tijdens de uitvoering van de ophoging wordt de grafsteen tijdelijk verwijderd en na ophoging op exact dezelfde plaats (maar dan hoger) teruggeplaatst. De afstand tussen de grafbedekking en de kisten is dan groter dan onder reguliere omstandigheden. Het voordeel is dat de vereiste minimale 0,65 meter tussen maaiveld en bovenkant bovenste kist ruimschoots wordt gerealiseerd. De onderste graflaag is dan echter door de diepte en het grondwater feitelijk technisch onbereikbaar geworden voor de begraafplaatsbeheerder. Het eventueel in de verre toekomst ruimen van die laag is dan bemoeilijkt. De bovenste graflaag kan na verloop van tijd in beginsel wel worden geschud. 4.

8

Het graf is nu al vol; de tweede begraving heeft al plaatsgevonden voordat de werkzaamheden tot ophogen beleidsmatig en technisch worden voorbereid. Het is mogelijk dat er een verzoek wordt ingediend om het graf te schudden. Dit verzoek wordt in beginsel niet ingewilligd door de gemeente, omdat dan werkzaamheden in het grondwater zouden moeten worden uitgevoerd8. Er zijn verder drie scenario’s denkbaar: a. De lijken blijven ongemoeid. Tijdens de uitvoering van de ophoging wordt de grafsteen tijdelijk verwijderd en na ophoging op exact dezelfde plaats (maar dan hoger) teruggeplaatst. De afstand tussen de grafbedekking en de kisten is dan groter dan onder reguliere omstandigheden. Het voordeel is dat de vereiste minimale 0,65 meter tussen maaiveld en bovenkant bovenste kist ruimschoots wordt gerealiseerd. De onderste graflaag is dan echter door de diepte en het grondwater feitelijk technisch onbereikbaar geworden voor de begraafplaatsbeheerder. Het eventueel in de verre toekomst ruimen van die laag is dan bemoeilijkt. b. De rechthebbende vindt de ophoging en de consequentie daarvan aan het graf zeer ongewenst. De gemeente kan de rechthebbende dan aanbieden om beide lijken, op eigen

Juridisch is dit niet bezwaarlijk, de bepalingen omtrent grondwater zijn namelijk niet van toepassing bij het ruimen van een graf, maar technisch is het wel bezwaarlijk/ onwenselijk om gra(a)fwerkzaamheden uit te voeren in het grondwater. KYBYS | Begraafplaats Spindermolen|Adviesnotitie 29

20-1392

c.

5.2

kosten, op te graven en elders her te begraven. Naar verwachting zal hiervan, vanwege de verstoring van de grafrust, geen gebruik van worden gemaakt. De rechthebbende verzoekt de gemeente het grafrecht vervallen te verklaren. Het graf mag wat hem/ haar betreft worden geruimd. Dit scenario kan zich voordoen bij de oudere graven waarbij de rechthebbende al enige belangstelling voor instandhouding is verloren. Hij/ zij wil ‘het gedoe’ niet afwachten of meemaken en ziet af van het graf en het grafrecht.

Juridische mogelijkheden Het grootste juridische risico is onbegrip en (collectieve) weerstand. Daarom is een van de belangrijkste voorbereidende maatregel het (individueel) communiceren met de rechthebbenden van een graf op deel B. Er is individuele toestemming nodig van alle rechthebbenden, omdat elk graf en daarmee elke grafbedekking zal moeten worden opgehoogd. Er kan vanuit worden gegaan dat elk ingrijpen in een graf(bedekking) als emotioneel wordt beschouwd voor de nabestaanden. Gelijktijdig zal, zeker met goede individuele voorlichting, er (uiteindelijk) in grote mate begrip kunnen zijn voor het ingrijpen. Per slot van rekening draagt het bij aan de instandhouding van de begraafplaats, de graven en de gewenste mogelijkheid er in te kunnen blijven begraven. Dit geldt óók voor de toekomstige rechthebbenden. Er is dus in beginsel geen sprake van strijdige belangen. Een bijkomend mogelijk effect is dat er rechthebbenden zijn die vanwege het ingrijpen besluiten het grafrecht niet weer te verlengen of afstand doen van het grafrecht. Deze graven kunnen dan uiteindelijk worden geruimd. Een zeer onwenselijke situatie is dat er rechthebbenden zijn die niet wensen mee te werken. Het is dan van groot belang hen te wijzen op het juridische feit dat er geen sprake is van grafschennis of van het verstoren van de grafrust.

De kist blijft desgewenst ongemoeid, er kan nog steeds worden begraven en er is geen dwang. De werkzaamheden vinden zich alleen op maaiveldhoogte plaats. Vooruitlopend op het plannen en uitvoeren van de civiele werkzaamheden, is het van belang dat in een zo vroeg mogelijk stadium bekend wordt welke rechthebbenden niet voornemens (zullen) zijn om in te stemmen. Dit heeft namelijk effect op de haalbaarheid en de doorlooptijd van dit scenario. Een verder aandachtspunt is het risico op beschadiging van grafbedekkingen. Hoe ouder de grafsteen, hoe groter het risico op onherstelbare beschadiging. De gemeente draait in beginsel op voor de kosten van eventueel herstel of eventuele vervanging. Dit kan aan de rechthebbende de gelegenheid bieden om te kiezen voor een andere grafbedekking (ander materiaal, andere vormgeving). Daarom dient eerst per grafbedekking een risicoanalyse te worden uitgevoerd, inclusief waardebepaling van de grafbedekking. Binnen deze analyse kan ook worden vastgesteld of nu al sprake is van achterstallig onderhoud. De rechthebbende kan hierop worden gewezen (hij is namelijk verantwoordelijk voor het wegnemen van ‘kennelijke verwaarlozing’). Als op voorhand duidelijk is dat de grafbedekking blijvend zal worden beschadigd, dan dient de rechthebbende deze in beginsel zelf te vervangen.

5.3

Ruimtelijke en financiële consequenties In 2017 zijn voor een aantal scenario’s de kosten, inclusief een onzekerheidsmarge van 20%, geraamd. Deze kostenramingen waren toen onder meer: Ophogen deel A: € 308.650; Ophogen deel B: € 365.655; Ophogen en draineren van deel A en deel B: € 584.320. Naar huidig inzicht zullen deze eerder geraamde kosten, bovenop indexering, naar verwachting nu fors hoger uitvallen. De hier genoemde bedragen uit 2017 zijn daarom nu alleen ter informatie.

30

KYBYS | Begraafplaats Spindermolen | Adviesnotitie

20-1392

Op basis van de eigen ervaringen van de gemeente (bij andere civiele beheerwerkzaamheden) zal de ophoogmaatregel, vanwege blijvende inklinking, waarschijnlijk om de zoveel decennia moeten worden herhaald. Dit is dan ook de reden om het ophogen van deel A – op termijn – in overweging te nemen.

5.4

Middelen, methoden en maatregelen -

-

-

5.5

Voor- en nadelen

5.5.1 -

5.5.2

Het is van belang dat de gemeente na besluitvorming actief en helder communiceert over deze mogelijkheden. De communicatie wordt bij voorkeur generiek gevoerd, maar in ieder geval (ook) direct en individueel met elke rechthebbende van een graf op deel B. De beleidslijn is om bijzettingen op deel B te ontmoedigen. Een alternatief is een omgekeerde bijzetting op een opgehoogd deel van de begraafplaats. Er dient een intensief communicatietraject te worden doorlopen. Hoe persoonlijker en directer de rechthebbenden worden benaderd en geïnformeerd, hoe groter de kans op medewerking. Een aanpak waarbij wordt beoogd dat elke rechthebbende mondeling wordt benaderd prefereert daarom boven het verzenden van generieke brieven. Er dient een risicoanalyse per graf(bedekking) te worden opgesteld. De totale plankosten dienen te worden berekend. Het gebied moet worden ingemeten. Grafbedekkingen moeten worden verplaatst en teruggeplaatst. Paden en groenstructuren (inclusief de bomen) zullen moeten worden vervangen. De maatregel kan worden gecombineerd met het aanbrengen van drainage.

Voordelen Er kan weer in twee lagen begraven worden. De begraafplaats is toekomstbestendig gemaakt. Er wordt uitvoering gegeven aan de beginselen van duurzaam grondgebruik. Grond is schaars en dient daarom optimaal te worden gebruikt.

Nadelen Vergt het inmeten, verplaatsen en herplaatsen van zeer veel grafmonumenten. Met name de keldergraven vereisen specifieke aandacht en individuele technische voorbereidingen. Vergt instemming van alle rechthebbenden. Het ophogen van deel A is een groot risico voor de (monumentale) bomen. Aanwezigheid oude aula op deel A maakt maatwerk in taluds noodzakelijk. Nabestaanden kunnen het graf voor lange tijd niet bezoeken. Kans op beschadigen grafmonumenten bij opnemen en herplaatsen. Dit geldt vooral voor de oude graven op deel A. Er zijn forse investeringen vereist. De maatregel zal waarschijnlijk blijvend periodiek moeten worden uitgevoerd. Er zijn juridische en financiële risico’s. -

KYBYS | Begraafplaats Spindermolen|Adviesnotitie 31

20-1392

6

Sub-scenario: Alleen nog begraven in keldergraven In dit scenario wordt de huidige werkwijze voortgezet. Dat betekent dat er bijzettingen kunnen plaatsvinden in bestaande graven (mits er een afstand van 30 centimeter tussen de graven op in ieder geval deel A gegarandeerd kan worden). Indien de rechthebbende in een nieuw graf twee-diep wil kunnen begraven, dan is dit alleen toegestaan in een keldergraf. Bij voorkeur worden er echter geen keldergraven meer aangelegd op deel A. Er zijn namelijk te grote nadelen in verband met de afmetingen, het risico op nazakken en (daarmee) voor de uitstraling van de begraafplaats.

6.1

Juridische mogelijkheden Keldergraven hoeven zich niet tenminste dertig centimeter boven het niveau van het gemiddeld hoogste grondwaterstand te bevinden, als in de constructie maar niet permanent (hemel- of grond-) water staat. Dat betekent dat het in een keldergraf mogelijk is om twee of zelfs drie kisten te begraven. In de huidige verordening staat in hoofdstuk 6 (Grafkelders, artikel 20 Regulering grafkelders, lid 1) dat er op Spindermolen keldergraven aangelegd kunnen worden in de daarvoor door burgemeester en wethouders aangewezen vakken na betaling van het in de heffingsverordening daarvoor vastgestelde recht. In lid 2 staat dat burgemeester en wethouders voor het aanleggen en inrichten van grafkelders nadere regels kunnen vaststellen. In de nadere regels staan (in artikel 4 Vereisten keldergraven) de vereisten van een grafkelder beschreven. In lid 3 staat dat het stichten van een keldergraf geschiedt door de zorg van de aanvrager na verkregen vergunning van burgemeester en wethouders. Conform de gemeentelijke regelgeving is voor de aanleg van een grafkelder op begraafplaats Spindermolen dus een vergunning van B&W nodig.

Dit betekent dat het voor B&W mogelijk is om een vergunningaanvraag af te wijzen, bijvoorbeeld omdat de beoogde locatie van de keldergraf daarvoor niet mogelijk/wenselijk is, omdat er geen ruimte beschikbaar is of vanwege de afmetingen van de keldergraf (een grafkelder is groter dan een grondgraf). Oftewel: op de begraafplaats wordt de mogelijkheid geboden dat een keldergraf op kosten van de rechthebbende wordt aangelegd, echter zijn B&W niet verplicht in te stemmen met het verzoek.

6.2

Ruimtelijke en financiële consequenties Er zijn momenteel in totaal circa 33 keldergraven op Spindermolen (op de delen A, B en C gezamenlijk). Een twee-laags keldergraf, inclusief bodem, opzetstuk, afdekplaat, tussenstuk en grafplaat kost exclusief BTW en aanleg ongeveer € 2.000 (prijspeil 2023). Een begraafplaatshouder kan ook een vergoeding vragen om een kelder later weer te kunnen verwijderen. Keldergraven kunnen kant en klaar aangeboden worden door de gemeente. Dit hoeft echter niet. Er kan ook de mogelijkheid geboden worden om nabestaanden zelf een kelder te laten realiseren. Zij kopen dit keldergraf dan zelf en dragen zorg voor de plaatsing ervan. Keldergraven hebben vaak een grotere afmeting dan een zandgraf. Dat betekent dat ze op deel A in beginsel alleen aan de oostzijde van het hoofdpad kunnen worden geplaatst.

6.3

Middelen, methoden en maatregelen Wanneer nabestaanden een nieuw twee- (of drie-) laags graf wensen, dan kan dit alleen wanneer zij zelf voor een keldergraf zorgen. Omdat het enkele dagen kost om een keldergraf te realiseren is het aan te bevelen om keldergraven alleen toe te staan bij het reserveren van een graf. Hierover zouden de rechthebbenden geïnformeerd moeten worden.

32

KYBYS | Begraafplaats Spindermolen | Adviesnotitie

20-1392

6.4

Voor- en nadelen

6.4.1

Voordelen In een keldergraf kan men twee kisten begraven, mits in de constructie geen structureel (hemel- of grond-) water staat. In een keldergraf ontbindt een lijk relatief snel.

6.4.2

Nadelen Keldergraven zijn groter dan reguliere grondgraven. Het plaatsen van een keldergraf duurt enkele dagen. De bodem blijft zakken waardoor er een verschil ontstaat tussen de graven en de omgeving. Keldergraven zijn duurder. Niet iedereen wenst in een keldergraf te worden begraven. Grondgraven zijn meer gebruikelijk.

KYBYS | Begraafplaats Spindermolen|Adviesnotitie 33

20-1392

7

Sub-scenario: Alleen één diepe graven uitgeven Bij het uitgeven van nieuwe graven op de lage delen van de begraafplaats is alleen één-diep begraven toegestaan. Het effect van dit scenario komt overeen met het gesloten verklaren van de onderste begraaflagen (de laag onder het grondwaterniveau) van een deel van de begraafplaats.

7.1

Juridische mogelijkheden Op deel A en op deel B is het alleen toegestaan om nieuwe één-laag diepe graven uit te geven. Twee-diep is niet toegestaan omdat er dan te dicht bij het grondwater wordt begraven. Ook moet er een afstand van tenminste dertig centimeter tussen de graven aanwezig zijn, dit is een aandachtspunt voor deel A. (Omgekeerd) bijzetten is dus niet mogelijk binnen dit sub-scenario. Wanneer er overledenen bij elkaar willen worden begraven, dan kan dit eventueel door twee naast elkaar gelegen één-diepe graven uit te geven.

7.2

Ruimtelijke en financiële consequenties In verband met het hoge grondwater mogen er alleen nieuwe één-laags graven uitgegeven worden. Er zijn dus geen aanvullende ruimtelijke en financiële consequenties, naast die genoemd zijn bij het scenario Voortzetten.

7.3

Middelen, methoden en maatregelen De gemeentelijke regelgeving dient hierop te worden geactualiseerd. Aangezien er in verband met het hoge grondwater alleen nieuwe één-laags graven uitgegeven mogen worden, zijn er verder geen aanvullende middelen, methoden en maatregelen te noemen naast die genoemd zijn bij het scenario Voortzetten.

7.4

Voor- en nadelen Aangezien er in verband met het hoge grondwater alleen nieuwe één-laags graven uitgegeven mogen worden, zijn er geen aanvullende voor- en nadelen naast die genoemd zijn bij het scenario Voortzetten.

34

KYBYS | Begraafplaats Spindermolen | Adviesnotitie

20-1392

8

Sub-scenario: Historische monumenten bij elkaar plaatsen In 2016 is er een lijst van 42 historische grafmonumenten vastgesteld. Deze liggen op deel A, in de vakken A, M, Q, R, S, T, U en W. Optisch beschouwd zijn er drie graven die niet bij de anderen liggen: A 8, M 22 en Q 39. Het historisch graf in vak T 14 ligt optisch beschouwd bij de overige historische graven. De drie genoemde historische graven zouden verplaatst kunnen worden, zodat ze meer bij elkaar komen te liggen. Vak U en vak W Wanneer alle historische graven verplaatst worden naar de vakken U en W, dan zullen er 21 historische graven verplaatst moeten worden. Van 10 van deze graven zijn de grafrechten vervallen en zijn de graven daarmee in beginsel in eigendom van de gemeente. Dit zijn de graven: R/39, R/45, R/52, R/63, R/64, R/75, R/78, R/93, S/33 en W/22.

8.1

Juridische mogelijkheden De graven mogen niet verplaatst worden zonder toestemming van de rechthebbenden. Deze toestemming moet dus eerst gevraagd en verkregen worden. Ook dient er rekening te worden gehouden met een gemeentelijke of Rijks-monumentale beschermde status.

8.2

Ruimtelijke en financiële consequenties Met deze handeling komt er niet veel begraafcapaciteit bij. Ook visueel is het geen zwaarwegend argument omdat de historische graven tussen graven voor onbepaalde tijd liggen. Herinrichting, bijvoorbeeld middels beplanting, is daarom geen voor de hand liggende mogelijkheid. Hieruit wordt geconcludeerd dat het raadzamer is de historische graven / grafbedekkingen niet te verplaatsen.

8.3

Middelen, methoden en maatregelen -

8.4

Een vergunning verlenen voor het wijzigen of verplaatsen van de monumenten. Contact opnemen met de rechthebbenden.

Voor- en nadelen

8.4.1 -

Voordelen Dat de historische monumenten bij elkaar staan geeft een rustiger beeld. Het beheer en de instandhouding van de monumenten is beter te organiseren.

-

Nadelen Er is toestemming nodig van de rechthebbenden. Tijdens het verplaatsen van de monumenten is er risico op schade. Verplaatsen brengt kosten met zich mee. Er komt geen begraafcapaciteit vrij door het verplaatsen van de monumenten.

8.4.2

Mogelijke subsidie Voor het verplaatsen van de monumenten is het mogelijk subsidie aan te vragen via het Cultuurfonds. Eerder gehonoreerde subsidies uit een specifiek fonds zijn bijvoorbeeld: Fonds Perzik van Onsterfelijkheid KYBYS | Begraafplaats Spindermolen|Adviesnotitie 35

20-1392

Behoud, herstel en de instandhouding van graven, meer in het bijzonder grafmonumenten en -tekens van Nederlandse schrijvers. Het fonds heeft bijvoorbeeld bijgedragen aan Stichting Pax Christi met een bedrag van € 3.000 ten behoeve van de restauratie van het grafmonument Herman de Man te Oudewater. Alsmede aan de Rijksmonumentale Begraafplaats Soestbergen met een bedrag van € 2.240 ten behoeve van de restauratie van het grafmonument van Nicolaas Beets. Pfältzer-Birnie Fonds Dit fonds ondersteunt projecten op het gebied van natuurbehoud en monumentenzorg. Het heeft onder andere het Stichting David Henriques de Castrofonds gefinancierd met € 15.000 ten behoeve van de restauratie park begraafplaats.

36

KYBYS | Begraafplaats Spindermolen | Adviesnotitie

20-1392

9

Conclusies voor deel A In dit hoofdstuk zijn de conclusies van de verschillende scenario’s voor deel A samengevat. Voor deel B wordt het uitgangspunt gehanteerd dat (omstreeks 2035) het scenario ‘ophogen’ wordt uitgevoerd. Aansluitend is in hoofdstuk 10 een advies opgenomen voor het scenario van deel A en voor deel B.

9.1

Per scenario voor deel A

Scenario Conclusie 1. Uitdoven Deel A blijft weliswaar actief, maar er worden geen Dit is een reëel scenario, omdat elders op de nieuwe graven meer uitgegeven. Bijzetten kan nog begraafplaats voldoende begraafcapaciteit is wel, mits daar voldoende ruimte voor is. Anders kan (gecreëerd). Het vergt geen investering en het is er omgekeerd worden bijgezet op een opgehoogd juridisch uitvoerbaar, maar het zal maatschappelijk deel. Er wordt niet meer geschud en bestaande gevoelig kunnen liggen. Daarnaast zijn er technische graven worden niet hergebruikt. en praktische nadelen en beperkingen aan eventuele bijzettingen. Het beheerniveau kan worden verlaagd, dat werkt kostenbesparend. Verder dient er rekening mee worden gehouden dat uitdoven geen doel is, maar een eerste stap (een middel) voor toekomstige maatregelen of ontwikkelingen. 2. Sluiten Deel A wordt (gedeeltelijk of geheel) gesloten Het geheel sluiten is een onwenselijk scenario verklaard. Er vinden dan geen begravingen meer vanwege de juridische consequenties van plaats, ook niet in de graven waar daarvoor nog compensaties (in natura of financieel). Daarnaast ruimte is. Er kan wel omgekeerd worden bijgezet draagt de maatregel niet bij aan de vereiste elders, want opgraven mag wel op een gesloten begraafcapaciteit en loopt de gemeente inkomsten verklaarde begraafplaats. mis.

Het sluiten van de onderste begraaflaag (beneden het grondwaterpeil) draagt bij aan het doel om eenduidig duidelijk te maken dat niet meer wordt begraven in het grondwater, maar voor grafkelders zou feitelijk een uitzondering kunnen worden gemaakt. Sluiten dient, net als uitdoven, niet te worden beschouwd als een doel. Het is een eerste stap (een middel) voor toekomstige maatregelen of ontwikkelingen. 3. Voortzetten Dit is geen realistisch scenario, omdat het de Het is een maatschappelijk onwenselijk scenario, geschetste problematiek niet oplost. Binnen dit omdat er alleen nog één-diepe graven kunnen scenario kan wel een aantal beleidsmatige en worden uitgegeven. Hierbij wordt het uitgangspunt technische algemene of bijkomende maatregelen gehanteerd dat op deel A geen grafmonumenten worden uitgevoerd. worden verwijderd en er geen nieuwe graven worden uitgeven. Draineren vergt een hoge investering en bijkomende structurele beheerkosten, terwijl het praktische/ technische effect beperkt is. Het wordt daarom ontraden. 4. Ophogen Deel A wordt integraal opgehoogd en daarna wordt Dit scenario is weliswaar het meest de huidige werkwijze voortgezet. De graven blijven toekomstbestendig en draagt het meest bij aan de dan volledig in gebruik, er wordt twee-diep begraven primaire functie van de begraafplaats (voorzien in en er worden nieuwe graven uitgegeven.

Eventueel begraafcapaciteit), maar het vergt een forse in combinatie met drainage en eventueel kan het investering terwijl er vooralsnog voldoende terreindeel na ophogen deels worden heringericht. begraafcapaciteit elders op de begraafplaats is. Het KYBYS | Begraafplaats Spindermolen|Adviesnotitie 37

20-1392

vergt daarnaast juridische en communicatieve inspanningen. Voor nu wordt dit scenario daarom ontraden, maar het is wel een scenario voor in de toekomst. Sub-scenario’s Conclusie 5. Alleen nog in keldergraven begraven Indien rechthebbenden nog twee-diep willen Dit is geen wenselijke situatie. Keldergraven vergen begraven, dan kan dit alleen (op eigen kosten) teveel ruimte en er is een te groot risico op nazakken. worden toegestaan in een eigen keldergraf. Bovendien worden rechthebbenden ‘gedwongen’ gebruik te maken van een specifiek type graf. 6. Alleen nog één-diep begraven Er worden alleen nog één-diepe graven uitgegeven. Dit sub-scenario is voor deel A al verwerkt in het scenario Voortzetten. 7. Historische monumenten bij elkaar Het levert weinig extra begraafcapaciteit op en er is Dit is geen wenselijke situatie. De mogelijkheid is van risico op (onherstelbare) beschadiging. geen toegevoegde waarde en juridisch moeilijk uitvoerbaar, duur en risicovol.

9.2

Toekomstige capaciteit In de loop der tijd worden er op begraafplaats Spindermolen inbreidingen, een uitbreiding en een ophoging gerealiseerd. Dit heeft doorlopend invloed op de totale capaciteit van de begraafplaats. Uitgangspunt hierbij is dat deel A nauwelijks nog een effectieve bijdrage levert aan de begraafcapaciteit op Spindermolen. Wanneer deel A gesloten zou worden dan zullen de rechthebbenden van graven met (actieve) grafrechten gecompenseerd moeten worden elders op de begraafplaats. Het is voor de hand liggend dat dit op deel B, inclusief de extra gecreëerde capaciteit met de in- en uitbreiding, zal zijn wanneer dit deel is opgehoogd. Er is daarmee dan voldoende ruimte en diepte beschikbaar om twee-diep te begraven. Wanneer deel A uitgedoofd wordt, er geen nieuwe graven uitgegeven worden en ook overledenen die normaal gesproken bijgezet zouden worden elders zouden worden begraven, dan is er vooralsnog daarvoor voldoende ruimte c.q. capaciteit. In onderstaande tabel is indicatief - er is sprake van een momentopname - de jaarlijkse behoefte aan graven afgezet tegen de dan aanwezige capaciteit. De gegevens zijn gebaseerd op de door de gemeente beschikbaar gestelde informatie over de volledige jaren tot en met 2020 (het vertrekpunt daarvan is gemiddeld circa 36 nieuwe particuliere grafuitgiftes per jaar en een vrije capaciteit van circa 38 particuliere graven).

Een positief aantal betekent een (tijdelijk) ’overschot’ aan beschikbare graven en een negatief aantal geeft het capaciteitstekort aan op dat moment.

38

KYBYS | Begraafplaats Spindermolen | Adviesnotitie

20-1392

Beschikbare capaciteit particuliere graven scenario sluiten A - incl. compensatie 474 graven op B

Jaar

2021 2025 2030 2035 2040 2045 2050

Totaal exclusief nog niet gerealiseerde inbreidingen 348 280 171 56 -66 -193 -324

1

scenario uitdoven A, omgekeerde bijzettingen elders, geen nieuwe graven op gedeelte A

beschikbaar op gedeelte C beschikbaar exclusief nog beschikbaar beschikbaar op gedeelte C niet op gedeelte C beschikbaar Totaal op gedeelte C inclusief gerealiseerde inclusief wanneer B is exclusief A, en exclusief nog beschikbaar inbreidingen, inbreidingen, inbreidingen, opgehoogd, nog niet niet op gedeelte C beschikbaar inclusief zonder zonder inclusief gerealiseerde gerealiseerde inclusief wanneer b is omgekeerde compensatie compensatie compensatie A inbreidingen inbreidingen inbreidingen opgehoogd bijzettingen 311 83 83 438 218 438 406 15 15 329 77 329 295 -94 -94 214 148 -72 214 622 178 -209 -209 92 26 -231 92 500 54 -331 -331 -35 -102 -396 -35 372 -74 -458 -458 -589 -166 -233 -566 -589 -166 241 -371 2

3

4

5

6

7

8

9

Toelichting 1. Wanneer deel A wel geschikt zou zijn om twee-diep te kunnen begraven en er zouden geen inbreidingen gerealiseerd worden, dan zou er in 2040 een tekort ontstaan. Deel A is echter niet geschikt om nieuwe twee-diepe graven uit te geven. 2. Wanneer deel A gesloten wordt en deel B nog niet is opgehoogd, dan dient er voor de uitgifte van graven uitgeweken te worden naar deel C. Zonder de reeds geplande inbreidingen ontstaat er op Spindermolen dan tussen 2025 en 2030 een tekort aan graven. Er is hierbij nog geen rekening gehouden met de compensatie van de 474 graven. 3. Wanneer de inbreidingen gerealiseerd worden en uitgeweken dient te worden naar deel C, totdat deel B is opgehoogd, dan ontstaat er bij sluiting van deel A in 2045 een tekort aan graven. Hierbij is nog geen rekening gehouden met de compensatie van de 474 graven. 4. Pas wanneer deel B is opgehoogd, is er voldoende ruimte voor de compensatie van de 474 graven op deel A. Er ontstaat dan een tekort in 2045. Sluiting van deel A (en de daarbij behorende compensatie van de 474 graven) lijkt daarmee niet haalbaar. 5. Bij uitdoven van deel A worden er hier geen nieuwe graven meer uitgegeven. Zonder de begraafcapaciteit op deel A lijkt er op het eerste gezicht nog voldoende ruimte op de rest van de begraafplaats om zonder inbreidingen tot 2030 te kunnen blijven begraven.

Maar hierbij is geen rekening gehouden met het gegeven dat ook deel B te laag ligt om twee-diep te kunnen begraven en dat dit deel daarom dus opgehoogd dient te worden. Tot die tijd dient deel B niet meegenomen te worden in de calculatie van de begraafcapaciteit. Er kan dus bij uitdoving van deel A voor de uitgifte van graven alleen worden uitgeweken naar deel C en de reeds geplande inbreidingen. 6. Wanneer er tot de ophoging van deel B alleen op deel C nieuwe graven uitgegeven kunnen worden, dan ontstaat er tussen 2025 en 2030 een tekort aan graven wanneer er geen inbreidingen gerealiseerd worden. Deze zijn dus nodig in geval van uitdoving van deel A. 7. Bij uitdoving van deel A en gerealiseerde inbreidingen en uitbreiding is er nog voldoende ruimte om te begraven op Spindermolen tot en met 2045. 8. Wanneer deel B is opgehoogd, is er voldoende begraafcapaciteit tot na 2050. Hierin is dan geen rekening gehouden met ‘omgekeerde bijzettingen’. 9. Een ‘omgekeerde bijzetting’ kan aangeboden worden wanneer een bijzetting op deel A gewenst is waar dit niet mogelijk is (de afgelopen jaren waren er circa zes bijzettingen per jaar op deel A en circa negen per jaar op deel B). In dat geval wordt er op deel C een nieuw graf aangeboden waarin de resten van de eerder overledene bijgezet worden. Op deel C, inclusief inbreidingen, is hiervoor ruimte tot 2045.

Op deel B lijkt hiervoor na ophoging ook voldoende ruimte (zie 8). KYBYS | Begraafplaats Spindermolen|Adviesnotitie 39

20-1392

De inbreiding van circa 29 graven op deel B aan de westzijde komt op de plaats waar eerder al algemene twee-diepe graven waren. Omdat dit deel een (te) hoge grondwaterspiegel heeft, kan in deze nieuwe graven slechts één-diep begraven worden. Dit heeft een geringe invloed op de capaciteit. Ook dient er rekening mee te worden gehouden dat nabestaanden hier graven naast hun overleden dierbare willen reserveren.

40

KYBYS | Begraafplaats Spindermolen | Adviesnotitie

20-1392

10 Advies 10.1

Deel A Op deel A staat het grondwater te hoog en zijn de grafruimtes van vooral de oudste graven, te klein om onder de hedendaagse omstandigheden en technische eisen nog te kunnen begraven. Daarvoor zijn de grafafmetingen en de (machinale) bereikbaarheid te beperkt en de kans op schade aan het (buur)graf te groot. Voor deel A wordt daarom geadviseerd - in combinatie - twee maatregelen te treffen en de besluiten daartoe te nemen. Deze zijn hieronder uitgewerkt. Maatregel 1: de visie vastleggen dat deel A uitdooft Voor deel A ligt het scenario ‘uitdoven’ het meest voor de hand. Uitdoven is feitelijk een passieve maatregel waarvan de besluitvorming vooral tot nut dient dat het gemeentebestuur haar visie voor de toekomst van dit deel van Spindermolen weergeeft. De redenen nu voor dit scenario zijn de beperkte afmetingen van de graven en de hoge grondwaterstand. Dit maakt het begraven steeds moeilijker. Onder uitdoven wordt verstaan dat er geen nieuwe (kelder- en grond)graven meer worden uitgegeven, dat graven niet meer worden geschud (ongeacht welke begraaflaag) en dat vrijkomende (kelder- en grond)graven niet worden hergebruikt. Bijzettingen zijn in beginsel nog wel in beperkte mate mogelijk mits er daartoe nadrukkelijk, naar het oordeel van de begraafplaatsbeheerder, in en rondom het graf voldoende ruimte is.

De gemeente kan de rechthebbende desgewenst ook een omgekeerde bijzetting op een opgehoogd deel van de begraafplaats aanbieden. De burgemeester moet hier vergunning voor verlenen. De grafbedekking verhuist dan mee naar het nieuwe graf. Uitdoven is geen doel, maar een eerste stap naar toekomstige - en nader te bepalen - maatregelen of ontwikkelingen. Hiermee wordt bedoeld dat deel A mogelijk in de toekomst bijvoorbeeld ook wordt opgehoogd en zo ook weer bijdraagt aan voldoende begraafcapaciteit, mede gelet op de demografische ontwikkelingen in de gemeente, en aan de beginselen van duurzaam grondgebruik. Maar deel A kan bijvoorbeeld in de verre toekomst ook structureel overbodig blijken en dan een andere bestemming krijgen. In de aanname dat de overige delen van Spindermolen (delen B en C) zullen voorzien in de gewenste capaciteit, is het verantwoord om deel A nu uit te laten doven. De focus om nog te kunnen (worden) begraven op Spindermolen komt daarmee op deel C en de recente in- en uitbreidingen van de begraafplaats te liggen. Deel A wordt op deze wijze steeds minder (aantrekkelijk om te worden) gebruikt.

Een bijpassende maatregel is om structureel contact te houden met de rechthebbenden van de graven met een grafrecht voor onbepaalde tijd om hen er op te wijzen dat zij blijvend dienen te voldoen aan hun verplichtingen (actuele gegevens in de begraafplaatsadministratie en grafonderhoud). Wanneer zij daar structureel vanaf zien, dan is dat het signaal dat zij geen belangstelling meer voor het graf hebben. Dat is vervolgens een grondslag om het grafrecht, door het college, vervallen te verklaren en het graf uiteindelijk te ruimen. Daarbij dient er wel aandacht te zijn voor het desgewenst in standhouden van monumentale grafbedekkingen. Tot slot kan in overweging worden genomen om het onderhoudsniveau van deel A te verlagen. Dit bespaart kosten en daarnaast geeft het een passend beeld bij de visie van uitdoven. Maatregel 2: de twee-diepe begraaflaag van deel A gesloten verklaren Om eenduidig en actief uit te dragen dat twee-diep begraven (in het grondwater) op deel A niet meer mogelijk is, wordt geadviseerd dat het college de begraaflagen van de grondgraven onder het grondwaterniveau (de onderste laag van de twee-diepe graven) per direct gesloten verklaard. Dit betekent dat er dan, na besluitvorming, niet meer in kan en mag worden begraven.

Dit besluit is in lijn met de wettelijke richtlijn dat een lijk ten minste 30 centimeter boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand KYBYS | Begraafplaats Spindermolen|Adviesnotitie 41

20-1392

wordt begraven. Deze wettelijke bepaling is weliswaar de aanleiding voor dit besluit, maar niet een situationele voorwaarde per graf. Hiermee wordt bedoeld dat de maatregel voor geheel deel A geldt, ongeacht de eventuele situatie dat er een grondgraf zou kunnen zijn waarin de grondwaterstand geen beperking vormt om er in te kunnen begraven. Dit sluit aan bij de behoefte aan eenduidigheid en duidelijkheid. Hiermee wordt beoogd dat wordt voorkomen dat er voor individuele situaties discussies, misverstanden en uitzonderingen zijn. Rechthebbenden die nog gebruik van deze diepe (tweede) laag hadden willen maken, dat is dus in de situaties van nu lege (c.q. gereserveerde) grondgraven, worden daarvoor op hun verzoek door de gemeente gecompenseerd. Compensatie bestaat in beginsel uit de individuele keuze tussen een financiële tegemoetkoming (financiële compensatie) of een nieuw graf op een opgehoogd deel (compensatie in natura). Nadat beide partijen (gemeente en rechthebbende) tot overeenstemming zijn gekomen over de compensatie, dan beschikt de gemeente over het oorspronkelijke graf. Binnen deze maatregel wordt geadviseerd keldergraven uit te sluiten van de gesloten verklaring.

Er is weliswaar de overweging om rechtlijnig in de besluitvorming te zijn en daarmee dan ook de onderste helft van de keldergraven te sluiten, maar dit is naar ons oordeel een te rigide uitgangpunt omdat grafkelders droog zijn en het argument voor de gesloten verklaring (de te hoge grondwaterstand) hier niet van toepassing is. Bovendien zou een gesloten verklaring van de onderste helft van een keldergraf in de praktijk inhouden dat daarin wel bovenin de kelder mag worden begraven en de overige beschikbare (droge) ruimte onnodig buiten gebruik wordt gesteld.

10.2

Deel B Voor deel B wordt geadviseerd - in combinatie - twee maatregelen te treffen en de besluiten daartoe te nemen. Deze zijn hieronder uitgewerkt. Maatregel 3: Deel B ophogen Het nadrukkelijke advies is om deel B op te hogen. De voorbereidingen hiervoor zijn feitelijk al in gang gezet. Een belangrijk stap nu is om besluitvorming hieromtrent aan het bestuur aan te bieden. Voorafgaand aan de technische voorbereidingen van ophogen, ligt de komende tijd de nadruk van het proces op de juridische en communicatieve stappen. Er is namelijk individuele toestemming nodig van alle rechthebbenden, omdat in beginsel ook elke grafbedekking zal moeten worden opgehoogd of verplaatst. Met een zorgvuldig opgezet en uit te voeren communicatieplan zal er naar verwachting (uiteindelijk) in grote mate begrip zijn voor het technisch ingrijpen. In aanloop naar het ophogen zou voor deel B (tijdelijk) een ontmoedigingsbeleid gevoerd dienen te worden. Dit betekent dat er geen nieuwe (grond- en/ of kelder)graven meer worden uitgegeven, dat bijzetten wordt ontmoedigd en dat graven niet meer worden geschud. Dit is tijdelijk, want nadat deel B is opgehoogd wordt er weer volop regulier twee-diep begraven. Tot 2035, wanneer deel B wordt opgehoogd, wordt aangestuurd op grafuitgiftes op een reeds opgehoogd deel, dat zijn deel C en de inbreidingen en uitbreidingsgedeelten, van de begraafplaats.

Daarnaast is het mogelijk dat omgekeerd bijzetten op deze hoge delen wordt aangeboden, mits daar door de burgemeester vergunning voor wordt verleend. Ophogen van een bestaand deel van een begraafplaats gaat gepaard met risico’s en aandachtspunten. Er is bijvoorbeeld kans op individuele en maatschappelijke weerstand en onbegrip, er is schriftelijke toestemming nodig van elke individuele rechthebbende, er is kans op beschadiging van grafbedekkingen, de maatregel vergt een forse investering, een deel van de begraafplaats is vanwege de werkzaamheden tijdelijk buiten gebruik en tot slot zal de maatregel naar verwachting over enkele decennia, vanwege blijvende inklinking, moeten worden herhaald. Toch is ophogen van deel B het meest verantwoorde en

42

KYBYS | Begraafplaats Spindermolen | Adviesnotitie

20-1392

toekomstbestendige scenario. Het draagt bij aan de instandhouding van de begraafplaats en aan de primaire wettelijke zorgplicht om te voorzien in voldoende begraafcapaciteit voor de inwoners. Dit is in het generieke belang van de gemeente, als enerzijds de beheerder en eigenaar van de begraafplaats en anderzijds is het in lijn met de beginselen van duurzaam en optimaal grondgebruik. Daarnaast is het ook in het individuele en gezamenlijke belang van de (toekomstige) rechthebbenden, omdat op deze wijze blijvend gebruik kan worden gemaakt van graven. Maatregel 4: de twee-diepe begraaflaag van deel B (tijdelijk) gesloten verklaren Geadviseerd wordt dat, in aansluiting op dit advies (maatregel 2) voor deel A, het college de begraaflagen in het grondwater, dat is de onderste laag bij een twee-diep grondgraf, gesloten verklaard. Er kan en mag dan per direct na besluitvorming niet meer in worden begraven. Het gesloten verklaren is niet zozeer een oplossing voor een technisch probleem, maar het beoogde effect is dat de situatie in één keer (bestuursen beleidsmatig) duidelijk is én dat daarmee de basis wordt gelegd voor het zo soepel mogelijk uitvoeren van de voorgenomen ophoging. Er kan niet over worden gediscussieerd en uitzonderingen zijn evenmin mogelijk.

Rechthebbenden die nog gebruik van deze diepe laag in een grondgraf hadden willen maken, dat is dus in de situaties van nu lege c.q. gereserveerde graven, worden daarvoor op hun verzoek door de gemeente gecompenseerd. Compensatie bestaat in beginsel uit de keuze tussen een financiële tegemoetkoming (financiële compensatie) of een nieuw graf op een opgehoogd deel (compensatie in natura). Binnen deze maatregel wordt ook geadviseerd keldergraven uit te sluiten van de gesloten verklaring. De argumentatie hiervoor is hierboven bij maatregel 2 weergegeven. Dit is feitelijk een tijdelijke maatregel, totdat deel B is opgehoogd en weer in gebruik kan worden genomen. Er dient daarom aandacht voor te zijn dat de geslotenverklaring van de onderste begraaflaag - wederom door een collegebesluit - wordt gecorrigeerd nádat deel B na ophoging weer in gebruik wordt genomen. Vanzelfsprekend is begraven in het grondwater dan nog steeds niet toegestaan, maar de geslotenverklaring van een deel van de begraafplaats kan dan - om verwarring te voorkomen - worden opgeheven.

10.3

Overige stappen In aansluiting op de bovengenoemde vijf aanbevolen maatregelen, is hieronder een aantal meer algemene aanbevelingen opgenomen. Deze aanbevelingen zijn gemakshalve doorgenummerd en komen voort uit het resultaat van het onderzoek en de huidige situatie. In de aansluitende paragraaf is een overzicht van een aantal benodigde geraamde middelen opgenomen. Maatregel 5: actualiseer de regelgeving Om uitvoering te geven aan de gekozen beleidslijnen voor deel A en deel B, dient de gemeentelijke regelgeving in de Beheersverordening (raadsbevoegdheid) en in de Nadere regels (collegebevoegdheid) daarop te worden geactualiseerd. Aanbevolen wordt hierbij rekening te houden met het Omgevingsplan. Daarnaast wordt aanbevolen de regelgeving door te zetten in de omschrijvingen en tarieven in de Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten. Binnen deze maatregel wordt ook aanbevolen om de regelgeving voor het gebruik van de algemene graven te actualiseren. Een algemeen graf wordt nu in gebruik gegeven voor de duur van tien jaar en deze termijn mag daarna door de gebruiker eenmaal, wederom met tien jaar, worden verlengd. Aanbevolen wordt de termijn voor het gebruik op 15 jaar te zetten en om de verlengmogelijkheid van de grafrust te schrappen. Dit maakt het onderscheid tussen een algemeen graf en een particulier graf duidelijker.

De mogelijkheid voor de gebruiker om na 15 jaar te worden opgegraven (met vergunning van de burgemeester) om alsnog in een particulier te worden (her)begraven of om alsnog te worden gecremeerd blijft. KYBYS | Begraafplaats Spindermolen|Adviesnotitie 43

20-1392

Maatregel 6: werk een plan voor de juridische en communicatieve aanpak uit Aanbevolen wordt om voor deel B een plan uit te werken, en daarna uit te voeren, voor de juridische en communicatieve stappen en het beheersen van de risico’s daarbij, gebaseerd op de besluiten van het gemeentebestuur en op het doel om schriftelijke instemming te verkrijgen van de rechthebbenden. Maatregel 7: stel een protocol voor omgekeerde bijzettingen op Aanbevolen wordt een protocol voor omgekeerde bijzettingen op te stellen. Maatregel 8: stel een financieel plan op Aanbevolen wordt om een financieel plan (met kostenraming en dekking) voor de voorbereiding, uitvoering en begeleiding van de hier genoemde aanbevelingen en maatregelen op te stellen, mede afhankelijk van de bestuurlijke besluitvorming. Het financieel plan kan lopende de voortgang van het proces en het voortschrijdend inzicht worden geactualiseerd en gedetailleerd. Maatregel 9: zet een monitoringsysteem op en informeer het bestuur Aanbevolen wordt om een uitgebreid monitoringsysteem op te zetten, mede op grond van: a. een gedetailleerde analyse van de huidige hoeveelheden graven (de nul-situatie). Doe dit per type grafrecht, met het huidig aantal begravingen per graf en de nog beschikbare grafruimte (graflagen) per graf. Houd hierbij ook rekening met de extra gecreëerde capaciteit op de in- en uitbreidingen; b.

een prognose van het aantal grafrecht-verlengingen en het aantal te vervallen te verklaren grafrechten per jaar; c. de verwachte behoefte aan nieuwe graven op basis van de demografische ontwikkelingen, gebaseerd op de prognoses voor inwoneraantallen en sterftecijfers. Het is wenselijk dat het gemeentebestuur structureel, bijvoorbeeld elke vijf jaar, over de resultaten van de monitoring wordt geïnformeerd en de mogelijke consequentie voor de begraafcapaciteit voor de lange termijn, zoals de optie om deel A op de lange termijn op te hogen. Maatregel 10: optimaliseer de ophoging Aanbevolen wordt om voor deel B aan te houden dat deze ten minste met 0,80 meter wordt opgehoogd. Er wordt daarmee meer zekerheid gecreëerd dat in droge grond twee-diep kan worden begraven. Maatregel 11: houd contact met de rechthebbenden op een grafrecht voor onbepaalde tijd a. Aanbevolen wordt om de rechthebbenden van een graf met grafrecht voor onbepaalde tijd aan te schrijven met de vraag of hij/ zij nog interesse heeft in instandhouding van het graf. Daarbij kan hem/ haar worden gewezen op de bijbehorende onderhoudsplicht aan het graf en de grafbedekking. Deze administratieve ‘opschoonactie’ kan structureel, bijvoorbeeld elke vijf of tien jaar, worden uitgevoerd.

De maatregel leidt naar verwachting op het (door het college) vervallen laten verklaren van grafrechten, zodat graven kunnen worden geruimd. b.

44

In aansluiting op bovengenoemde actie, wordt tevens aanbevolen om direct na constatering (in de GBA) van het overlijden van een rechthebbende op een graf met grafrecht voor onbepaalde tijd, de nabestaanden aan te schrijven. Gelet op de privacyregelgeving moet dit gebeuren op het in de begraafplaatsadministratie bekende adres. In het schrijven worden de nabestaanden geadviseerd het grafrecht over te schrijven op een nieuwe rechthebbende. Wanneer de nabestaanden hier, eventueel na een tweede aanschrijving, geen gehoor aan geven binnen de in de Beheersverordening opgenomen termijn daarvoor, dan kan er gedurende een jaar een bordje met oproep bij het graf worden geplaatst. Wanneer dat ook

KYBYS | Begraafplaats Spindermolen | Adviesnotitie

20-1392

niet leidt tot een nieuwe rechthebbende, dan is dat een grond om het grafrecht door het college vervallen te verklaren. Het graf kan aansluitend worden geruimd. Leg geen drainage aan Tot slot bevelen wij aan om af te zien van het aanleggen van drainage op de begraafplaats. Het technische effect (de mate van extra drooglegging) is te beperkt, afgezet tegen de hoge eenmalige en structurele kosten en bovendien wordt er geen extra begraafcapaciteit mee gerealiseerd. Daarnaast is weerstand te verwachten vanuit het riool- en waterzuiveringsbeheer omdat doorlopend relatief grote hoeveelheden relatief schoon grondwater op het stelsel wordt gebracht.

10.4

Kostenindicaties In aansluiting op de hierboven opgenomen aanbeveling om een financieel plan op te stellen, is in deze paragraaf daartoe deels een aanzet en invulling gegeven. De hieronder opgenomen bedragen zijn indicatief, gebaseerd op prijspeil 2024 exclusief BTW en op basis van uitbesteding en uitvoering door derden. Indicatieve kostenraming Directe kosten Maatregel 5: Actualiseren regelgeving Maatregel 6: Opstellen juridische en communicatieve aanpak Maatregel 7: Opstellen protocol omgekeerde bijzettingen Maatregel 8: Opstellen financieel plan Maatregel 9: Opzetten monitoringssysteem Maatregel 11: Ondersteuning bij aanschrijven grafrechten onbepaalde tijd Totaal geraamde directe kosten

€ € € € € € €

Stelpost Per jaar Maatregelen 1 t/m 4: stelpost diversen, per jaar € Deze jaarlijkse stelpost voor de periode tot 2035 (verwacht jaar van uitvoering ophoging deel B) is bestemd voor: compensaties, gemiste inkomsten (niet meer schudden), omgekeerde bijzettingen (*), minder begravingen (vanwege – tijdelijk – uitdoven) en onvoorzien.

7.500 7.500 5.000 7.500 10.000 15.000 52.500

15.000

Er is in deze kostenraming geen rekening gehouden met civieltechnische kosten voor voorbereiding, uitvoering (waaronder zand, overig materiaal en materieel) en begeleiding van de ophoging van deel B en bijkomende technische kosten onvoorzien. Daarnaast is het uitgangspunt gehanteerd dat geen drainage wordt aangelegd. (*) Het verwacht aantal omgekeerde bijzettingen is op aangeven van de gemeente geraamd op drie per jaar. Deze verwachting is als volgt gebaseerd: Op deel A vonden de afgelopen jaren gemiddeld zes bijzettingen plaats en op deel B negen. Dat is 15 per jaar onder de huidige reguliere omstandigheden. Bijzettingen op deel A vinden de komende jaren alleen nog plaats als daar voldoende ruimte voor is, in het graf zelf én wanneer er geen hinder ontstaat voor de directe omgeving. Dat zullen er significant minder zijn dan de huidige zes per jaar. Bijzettingen op deel B vinden in beginsel (tot 2035) niet meer plaats. Het aanbod aan de rechthebbende is dat een omgekeerde bijzetting op een reeds opgehoogd deel van de begraafplaats plaatsvindt. Niet iedere rechthebbende zal hier naar verwachting gebruik van KYBYS | Begraafplaats Spindermolen|Adviesnotitie 45

20-1392

-

-

46

maken, omdat de grafrust van de begravene daarmee zou kunnen worden verstoord. Daarom is naar verwachting het aantal omgekeerde bijzettingen tot 2035 minder dan de huidige negen per jaar. Het werkelijk aantal uit te voeren omgekeerde bijzettingen is sterk afhankelijk van de besluitvorming door de burgemeester. Het is denkbaar dat de burgemeester, bij het afwegen van de belangen, terughoudend is bij het verlenen van de vereiste vergunning. De uitvoeringskosten van een omgekeerde bijzetting (oppakken gedenkteken, opgraven, plaatsing van de overblijfselen in een kistje, transport, herbegraven en herplaatsen gedenkteken) op dezelfde begraafplaats bedragen gemiddeld circa € 2.000 tot € 2.500 per graf. Dit is mede afhankelijk van de omvang en kwetsbaarheid van het gedenkteken en de mate van vertering van de overblijfselen.

KYBYS | Begraafplaats Spindermolen | Adviesnotitie

20-1392

Bijlage A

Inpassing Oost deel B

KYBYS | Begraafplaats Spindermolen | Adviesnotitie

47

20-1392

Bijlage B

48

Inbreiding Zuid deel B

KYBYS | Begraafplaats Spindermolen | Adviesnotitie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/946/documents/30309