Adviesnotitie begraafplaats Spindermolen.pdf
Tekst van het document
Adviesnotitie Begraafplaats Spindermolen 20240708 Definitief
20-1392
Adviesnotitie Begraafplaats Spindermolen 20240708 Definitief
Verantwoording Projectnaam
: Adviesnotitie begraafplaats Spindermolen
Projectnummer
: 20-1392
Documentnummer
: 20240708
Versie en status
: Definitief
Datum
: 8 juli 2024
Opdrachtgever
: Gemeente Hardinxveld-Giessendam
Postadres
: Postbus 175
Postcode & Plaats
: 3370 AD Hardinxveld-Giessendam
Contactpersoon
: M. van den Bos
Auteur(s)
: Trudy van Rooij
Controle
: Martijn van Randwijk
Akkoord
: Ralph Otten
Vrijgave
:
20-1392
Inhoudsopgave 1. Situatie begraafplaats Spindermolen 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7 1.8 1.9
Beschrijving Probleemstelling Doel en opzet van deze notitie Eerdere stappen Stand van zaken Behoefte en capaciteit Situatie deel A Situatie deel B Juridisch kader
2 Scenario 1. Uitdoven 2.1 2.2 2.3 2.4
Juridisch Ruimtelijke consequenties Middelen, methoden en maatregelen Voor- en nadelen
3 Scenario 2. Gedeeltelijk sluiten 3.1 3.2 3.3 3.4
Juridisch Ruimtelijke en financiële consequenties Middelen, methoden en maatregelen Voor- en nadelen
4 Scenario 3. Voortzetten 4.1 4.2 4.3 4.4
Juridische mogelijkheden Ruimtelijke en financiële consequenties Middelen, methoden en maatregelen Voor- en nadelen
5 Scenario 4: Ophogen 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
Ophogen deel B Juridische mogelijkheden Ruimtelijke en financiële consequenties Middelen, methoden en maatregelen Voor- en nadelen
6 Sub-scenario: Alleen nog begraven in keldergraven 6.1 6.2 6.3 6.4
3 3 5 6 7 10 11 12 13 15
21 21 21 22 22
23 23 23 24 24
25 26 26 27 27
28 28 30 30 31 31
32
Juridische mogelijkheden Ruimtelijke en financiële consequenties Middelen, methoden en maatregelen Voor- en nadelen
32 32 32 33
7 Sub-scenario: Alleen één diepe graven uitgeven
34
7.1 7.2
Juridische mogelijkheden Ruimtelijke en financiële consequenties
KYBYS | Begraafplaats Spindermolen | Adviesnotitie
34 34
I
20-1392
7.3 7.4
Middelen, methoden en maatregelen Voor- en nadelen
34 34
8 Sub-scenario: Historische monumenten bij elkaar plaatsen 8.1 8.2 8.3 8.4
Juridische mogelijkheden Ruimtelijke en financiële consequenties Middelen, methoden en maatregelen Voor- en nadelen
9 Conclusies voor deel A 9.1 9.2
Per scenario voor deel A Toekomstige capaciteit
10 Advies 10.1 10.2 10.3 10.4
35 35 35 35 35
37 37 38
41
Deel A Deel B Overige stappen Kostenindicaties
41 42 43 45
Bijlage A Inpassing Oost deel B Bijlage B Inbreiding Zuid deel B
47 48
II
KYBYS | Begraafplaats Spindermolen | Adviesnotitie
20-1392
1.
Situatie begraafplaats Spindermolen
1.1
Beschrijving De gemeentelijke begraafplaats aan Spindermolen 42 in Neder-Hardinxveld in de gemeente HardinxveldGiessendam (verder: Spindermolen) is sinds omstreeks 1880 in gebruik. De begraafplaats is in drie deelgebieden verdeeld, gebaseerd op de historische ontwikkelingen. Deel A:
Deel B:
Deel C:
Dit is het oudste deel van de begraafplaats, omstreeks 1880 in gebruik genomen. De ingang aan de zijde van de Kerkweg (de noordzijde van de begraafplaats) is nog steeds in gebruik. Tegenover deze ingang staat de oorspronkelijke aula. Het gebouw is nu in gebruik als personeelsonderkomen en opslag. Langs de westzijde, tussen een watergang en de begraafplaats, staan grote fraaie bomen. Een aantal exemplaren is opgenomen op de Groene Kaart met de status van monumentale en waardevolle boom. Tussen 1990 en 1995 zijn op dit deel graven geruimd. Nu zijn er voornamelijk nog oude graven met een grafrecht voor onbepaalde tijd. Dit gedeelte is in 1971 in gebruik genomen. Er wordt op dit deel twee-diep begraven. Ook op deel B zijn graven met een grafrecht voor onbepaalde tijd, maar het merendeel is uitgegeven voor bepaalde tijd. Dit deel is in 1999 in gebruik genomen. Daarvoor was het weiland, dat voordat het is ingericht als begraafplaats fors is opgehoogd. Er wordt ook hier twee-diep begraven.
KYBYS | Begraafplaats Spindermolen | Adviesnotitie
3
20-1392
Deelgebied A Deelgebied C
Deelgebied B
Luchtfoto van begraafplaats Spindermolen met de drie deelgebieden A, B en C. Hieronder is een aantal sfeerimpressies van deel A, het oudste deel, van Spindermolen opgenomen.
4
KYBYS | Begraafplaats Spindermolen | Adviesnotitie
20-1392
1.2
Probleemstelling De belangrijkste nu voorliggende vraag is of er op Spindermolen structureel voldoende begraafcapaciteit is voor de inwoners van de gemeente Hardinxveld-Giessendam. Voor het gebruik van de oudere delen van de begraafplaats, dat zijn de laag gelegen delen A en B, is er namelijk sprake van de volgende beperkingen en behoefte. Deel A: Het oudste deel van de begraafplaats is als gevolg van bodemdaling relatief laag komen te liggen. Daardoor is de diepte tot het grondwater over het algemeen te gering om conform de landelijke regelgeving(*) nog twee-diepe graven uit te kunnen geven. De huidige maatvoering van de kisten, en daardoor van de graven, is groter dan oorspronkelijk. In de loop der tijd zijn mensen namelijk steeds groter geworden en daardoor is er nu in de vakken R, S en W onvoldoende ruimte om in de lengte te kunnen begraven. Er is behoefte om de monumentale grafbedekkingen beter tot hun recht te laten komen. Deel B: Ook dit deel van de begraafplaats is lager komen te liggen als gevolg van bodemdaling en ook daardoor kunnen er geen twee-diepe graven meer worden uitgegeven. Volgens huidige planning wordt deel B in 2035 opgehoogd. De vraag is hoe omgegaan dient te worden met een verzoek van de rechthebbende om - tot die tijd – het graf te schudden(**).
Hieronder is de landelijke regelgeving over de afstand tussen een graf en het grondwater en over het schudden van een graf weergegeven. (*) Grondwater De regelgeving, vastgelegd in de Algemene Maatregel van Bestuur1 Besluit op de lijkbezorging, houdt in dat een graf (de onderkant van een kist dan wel een lijk) zich ten minste dertig centimeter boven het niveau van de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) bevindt. Verder is bepaald dat boven de bovenste kist zich een laag grond van ten minste vijfenzestig centimeter bevindt. En tussen elke kist is een laag grond van ten minste dertig centimeter, deze mag bij een volgende begraving niet worden geroerd. Met deze regelgeving wordt beoogd dat de stoffelijke resten niet vermengen en dat deze zo goed mogelijk ontbinden. Wanneer een lijk langdurig onder het grondwaterniveau ligt, dan vindt er geen optimale 1
Een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) is een besluit van de regering, waarin wettelijke regels nader zijn uitgewerkt. Het verantwoordelijke ministerie hiervoor is Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. KYBYS | Begraafplaats Spindermolen|Adviesnotitie 5
20-1392
vertering plaats. Overige factoren die daarbij ook een rol spelen zijn onder meer de bodemsoort, grootte en gewicht van de overledene, de kleding van de overledene, het type kist of omhulsel, de diepte van begraving en de zuurgraad van de bodem. Overigens is de bepaling dat de kist (of het omhulsel) zich ten minste dertig centimeter boven het niveau van de gemiddeld hoogste grondwaterstand bevindt, niet van toepassing op bestaande graven. Dus als er na de begraving een verandering in de bodem, zoals de grondwaterstand, plaatsvindt dan hoeft de begraving of de situatie niet te worden gecorrigeerd. (**) Schudden Schudden is een vorm van ruimen, waarbij de overblijfselen ónder het bestaande graf bijeen worden gebracht. Er is geen (wettelijke) verplichting om de overblijfselen na ruimen in droge bodem te plaatsen. Dus het vraagstuk van de hoge grondwaterstand speelt geen rol bij het schudden van een graf. Volgens de Wet op de lijkbezorging bepaalt de houder (de eigenaar of de beheerder) van een begraafplaats of en wanneer er wordt geruimd. Wettelijke voorwaarde daarbij is dat tenminste de grafrusttermijn van 10 jaar moet zijn verstreken2. De rechthebbende kan een verzoek indienen om het graf te laten schudden, zodat er weer begraafcapaciteit wordt gerealiseerd. De beheerder hanteert hiervoor, als hij instemt, een vastgesteld tarief.
Een verzoek tot schudden kan gemotiveerd worden afgewezen.
1.3
Doel en opzet van deze notitie De te beantwoorden centrale vragen zijn: Dienen er maatregelen te worden getroffen om op deel A blijvend te voorzien in voldoende begraafcapaciteit? En zo ja, welke? Er dient hierbij in ieder geval te worden ingegaan op de cultuurhistorische graven. Welke maatregelen moeten er worden getroffen op deel B in de periode tot aan de geplande ophoging in 2035? In deze adviesnotitie zijn de genoemde probleemstelling en oplossingsvarianten met mogelijke maatregelen vanaf hoofdstuk 2 uitgewerkt. Op hoofdlijnen zijn de oplossingsvarianten, of een combinatie daarvan, voor deel A: Variant: Uitdoven. Dit betekent dat dit deel van de begraafplaats wel actief blijft voor bijzettingen (mits daar voldoende ruimte voor is in en rondom het graf), maar er worden geen nieuwe graven meer uitgegeven, er wordt niet meer geschud en in de vrijkomende of al vrijgekomen graven wordt niet meer begraven vanwege de te kleine afmetingen. Variant: Sluiten gehele deel. Dit betekent dat er niet meer op dit deel van de begraafplaats wordt begraven. De rechthebbenden van graven met nog vrije ruimte moeten daarvoor worden gecompenseerd. Variant: Sluiten onderste laag. Dit betekent dat in de onderste laag van de (twee-diepe) graven niet meer mag worden begraven. Feitelijk is daarmee in het verticale vlak een deel van de begraafplaats buiten gebruik gesteld.
In de bovenste laag – de laag boven het grondwater – kan dan in beginsel nog wel worden begraven, mits daar voldoende ruimte voor is in en rondom het graf. De
2
Wet op de lijkbezorging, artikel 31, lid 2: “Het ruimen geschiedt niet dan op last van de houder van de begraafplaats en na verloop van tien jaar nadat in het graf laatstelijk een lijk is geplaatst, en, indien het een particulier graf betreft, met toestemming van de rechthebbende op het graf”.
6
KYBYS | Begraafplaats Spindermolen | Adviesnotitie
20-1392
Variant:
Variant: Variant:
Variant:
rechthebbenden van graven met nog vrije twee-diepe ruimte moeten voor het niet meer kunnen gebruiken van de onderste laag worden gecompenseerd. Voortzetten. Dit betekent dat er niets verandert ten aanzien van de huidige situatie. Er is wel een aantal eventuele technische en beleidsmatige verbetermogelijkheden. Deze zouden (deels) mogelijk ook in combinatie met de overige scenario’s kunnen worden toegepast. Ophogen. Dit betekent dat deel A wordt opgehoogd. Alleen nog keldergraven uitgeven. Dit betekent dat wel nog steeds twee-diep kan worden begraven, maar dan alleen in droge keldergraven. Alleen nog één-diep begraven mogelijk maken. Dit betekent dat alleen nog graven worden uitgegeven waarin één-diep wordt begraven.
Op hoofdlijnen zijn de oplossingsvarianten, of een combinatie daarvan, voor deel B: Variant: Tijdelijk (tot 2035) niet begraven. Dit betekent dat op dit deel van de begraafplaats geen nieuwe graven meer worden uitgegeven, er geen bijzettingen meer plaatsvinden en er niet meer wordt geschud. Deze variant komt feitelijk overeen met het tijdelijk sluiten van deel B. De rechthebbenden van graven met nog vrije ruimte moeten daarvoor worden gecompenseerd. Variant: Sluiten onderste laag. Zie hierboven genoemde uitleg bij deel A. Variant: Ophogen. Dit betekent dat deel B wordt opgehoogd. Bij het ophogen wordt de grafbedekking tijdelijk verwijderd en na ophoging op exact dezelfde plek teruggeplaatst. Variant: Tijdelijk (tot 2035) alleen nog bijzetten. Dit betekent dat bestaande graven in gebruik blijven en er nog wel in kan worden bijgezet in de bovenste laag (totdat wordt opgehoogd). Deze variant komt feitelijk overeen met het sluiten van de graflagen onder het grondwaterniveau. Variant: Voortzetten. Zie hierboven genoemde uitleg bij deel A. Variant: Alleen nog keldergraven. Zie hierboven genoemde uitleg bij deel A. Variant: Alleen nog één-diep begraven (op een beperkt deel van B). Zie hierboven genoemde uitleg bij deel A. Per variant is in kaart gebracht: Wat er juridisch mogelijk is. Wat de ruimtelijke en financiële consequenties zijn. Wat de voor- en nadelen zijn.
Welke middelen, methoden en maatregelen ingezet kunnen worden. Verder wordt er voor deel A stilgestaan bij de eventuele mogelijkheid om de historische grafmonumenten bij elkaar te plaatsen. Voor beide delen is tot slot ingegaan op de mogelijkheid (en betekenis) van omgekeerd bijzetten.
1.4
Eerdere stappen In deze paragraaf zijn de eerder genomen stappen benoemd in verband met deze begraafplaats. KYBYS | Begraafplaats Spindermolen|Adviesnotitie 7
20-1392
1.4.1
Beleidskaders Sinds 1982 worden er op begraafplaats Spindermolen geen grafrechten voor onbepaalde tijd meer uitgegeven. Als gevolg daarvan is sindsdien het aantal graven met grafrechten voor onbepaalde tijd afgenomen omdat deze, wanneer er bijvoorbeeld geen belangstelling meer voor is, vervallen zijn verklaard. Een graf met vervallen grafrechten kan vervolgens worden geruimd. Op 25 februari 2014 is het beleidskader begraafplaatsen vastgesteld. Daarin is onder meer opgenomen dat beide kernen een begraafplaats hebben (behouden). Voor Spindermolen is toen voorzien in voldoende begraafcapaciteit tot 2020. Daarom moesten graven worden geruimd. Daartoe is in 2014 de administratie ‘opgeschoond’ door alle rechthebbenden van een grafrecht voor onbepaalde tijd op begraafplaats Spindermolen aan te schrijven. Deze actie heeft opgeleverd dat er van meer dan 250 graven met grafrechten voor onbepaalde tijd afstand is gedaan. Momenteel zijn er nog circa 725 graven met een grafrecht voor onbepaalde tijd.
1.4.2
Bodemonderzoek 2016 Sinds 1880, het jaar van de ingebruikname van de begraafplaats, is de bodem gedaald. Dit heeft, gelet op de afstand tot de grondwaterstand, geleid tot een beperking van de diepte tot waar in begraven kan worden. In 2016 is een geotechnisch onderzoek uitgevoerd door ADCIM Geotechniek. Er is toen vastgesteld dat delen A en B daarom niet meer geschikt zijn om er twee begraaflagen boven elkaar uit te geven. Om één-diep te kunnen begraven dient de afstand tussen het maaiveld en de GHG (gemiddeld hoogste grondwaterstand) minimaal 1,4 meter te zijn3. Op de delen A en B kon hier in het verleden in voldoende mate aan worden voldaan, nu niet meer. Aan de hand hiervan is destijds geadviseerd om deel A ongemoeid te laten en voor deel B (in verband met de aanwezige rechten) nog te wachten met ophogen.
1.4.3
Advies KYBYS 2017 Naar aanleiding van het vastgestelde Beleidskader begraafplaatsen van 2014 is in maart 2017 door KYBYS het rapport Grondwateronderzoek Spindermolen opgeleverd. Kenmerken van de locatie zijn dat het maaiveld op de delen A en B zich gemiddeld op 0,20 tot 0,45 meter + NAP bevindt en de GHG, zonder drainage, op circa 1,15 meter – NAP. Dit betekent dat er feitelijk maar één-diep kan worden begraven (zie voetnoot 2). Om de komende decennia blijvend te kunnen voorzien in voldoende begraafcapaciteit is in 2017 geadviseerd om achtereenvolgens: 1. De begraafplaats uit te breiden, dan wel een aantal inbreidingen te realiseren; 2. Een aantal algemene graven te ruimen en dit grafveld daarna op te hogen; 3. De graven op deel B gefaseerd te ruimen en aansluitend dit deel op te hogen met (minimaal) 0,60 tot 0,80 meter zand. Het maaiveld wordt daarmee op dezelfde hoogte gebracht als deel C. De ophoging van deel B staat nu gepland in 2035; 4. Tot slot – op termijn – de graven op deel C te ruimen (zodat een cyclische uitgave van graven met grafrechten voor bepaalde tijd ontstaat). In het rapport is ook ingegaan op de mogelijkheden om drainage aan te brengen op (delen van) de begraafplaats. In de volgende paragraaf zijn de bevindingen en het advies opgenomen.
1.4.4
Drainage Het is mogelijk om drainage aan te brengen op (delen van) de begraafplaats. Het grondwaterpeil kan daarmee op een enigszins constant niveau worden gebracht en gehouden. Het drainagewater wordt dan buiten de begraafplaats geloosd. In 2017 (zie paragraaf 1.4.3) is het verwachte effect onderzocht op het eventueel aanbrengen van drainage waarmee het bodemwater structureel op de diepte van het oppervlaktewaterpeil in de rondom gelegen sloten wordt gebracht. Dit is de maximale ontwateringsdiepte 3
Deze opbouw vanaf maaiveld is als volgt: 0,65 meter gronddekking (wettelijke richtlijn) + 0,45 meter kisthoogte (praktijkervaring) + 0,3 meter grondlaag boven de GHG (wettelijke richtlijn).
8
KYBYS | Begraafplaats Spindermolen | Adviesnotitie
20-1392
waarbij geen water uit de omliggende watergang wordt aangetrokken. Het drainwater wordt daarbij opgepompt en op het rioolstelsel geloosd. Uit dat onderzoek volgde het advies om geen drainage aan te brengen. Ten eerste omdat met de bovengenoemde stappen 1, 2 en 3 voldoende begraafcapaciteit wordt gerealiseerd. Ten tweede zal door draineren de effectieve grondwaterverlaging slechts 0,1 tot 0,3 meter bedragen (dan is het grondwaterpeil gelijkgesteld aan het slootwaterpeil), daarmee wordt geen extra begraafcapaciteit gerealiseerd. De delen A en B zijn dan zonder ophogen nog steeds alleen geschikt voor één-diepe graven (zie voetnoot 3). Ten derde zijn de investerings- en instandhoudingskosten hoog. Evenmin heeft het zin om op het opgehoogde deel C (alsnog) drainage aan te brengen. In deel C kan namelijk nu gemiddeld al net twee-diep worden begraven; de begraafcapaciteit wordt met drainage niet uitgebreid tot drie-diep. Naast de bovengenoemde vorm van draineren is het eventueel mogelijk om een drainagesysteem op 2,5 meter minus maaiveld aan te brengen. Op deze diepte bestaat de bodem op de begraafplaats nog uit zand. Bij deze vorm van diepdrainage wordt het grondwaterniveau door bemaling verder naar beneden gebracht en het drainwater moeten worden afgevoerd. Deze mogelijkheid is in 2017 niet onderzocht.
Na 2017 zijn de uitbreidingen aan de zuid- en oostzijde van deel B uitgevoerd en zijn damwanden aangebracht. Daardoor is van de begraafplaats feitelijk een gedeeltelijke ‘badkuip’ gerealiseerd. Hierdoor stroomt het water van deel B naar de omliggende watergangen minder goed af. Het drainagewater van een eventuele diepdrainage zal daardoor moeten worden opgepompt en met toestemming van het waterschap op het oppervlaktewater kunnen worden geloosd of via het rioolstelsel. De waterzuivering wordt daarmee dan extra belast. In beginsel is het aanbrengen van diepdrainage een goede technische oplossing. Want wanneer daarmee de bodem op de genoemde diepte (meer) wordt drooggelegd, dan zal de gewenste lijkvertering daarin beter op gang worden gebracht. Echter, gelet op de voorgenomen ophoging van deel B in 2035 zal deze eventuele diepdrainage dus maar voor korte termijn een gewenst effect hebben. Het is daarbij overigens niet de verwachting dat de lijken die nu beneden de grondwaterstand zijn begraven vóór 2035 op de beoogd wijze zullen zijn verteerd. Bovendien vergt het aanbrengen van diepdrainage een forse investering. Tot slot dient hierbij in overweging te worden genomen dat het geen duurzame oplossing is, omdat (relatief schoon) grondwater blijvend wordt rondgepompt of het rioolstelsel en zuiveringssysteem ermee onnodig wordt belast.
Mogelijk is de capaciteit van het stelsel hierop niet berekend.
Afdruk van de presentatie beleidskader begraafplaatsen.pptx, KYBYS, 10 april 2017.
KYBYS | Begraafplaats Spindermolen|Adviesnotitie 9
20-1392
1.5
Stand van zaken De stand van zaken begin 2024 is, dat de inbreiding en ophoging op deel C is gerealiseerd en hierop al nieuwe, twee-diepe, graven worden uitgegeven. Op deel C komt in 2024/ 2025 meer begraafcapaciteit van 24 uitgeefbare graven beschikbaar, omdat daar wordt gestart met het ruimen van algemene graven. Daarnaast worden op deel B een inpassing aan de oostzijde en een uitbreiding aan de zuidzijde gerealiseerd. De tekeningen van deze capaciteitsuitbreidingen op deel B zijn ter illustratie respectievelijk opgenomen in bijlage A en bijlage B. De uitbreidingen resulteren in een totaal ingetekende aanvullende capaciteit van 351 graven.
De gerealiseerde uitbreiding aan de zuidzijde van deel B (situatie februari 2024).
Werk in uitvoering: de uitbreiding aan de oostzijde van deel B (situatie februari 2024) Volgens de huidige planning wordt deel B in 2035 met circa 0,80 meter opgehoogd, zodat de maaiveldhoogte aansluit op deel C en er op deel B ook weer droge twee-diepe graven kunnen worden uitgegeven. De inbreidingen en uitbreiding zijn bedoeld om de tijd tot 2035 te overbruggen.
10
KYBYS | Begraafplaats Spindermolen | Adviesnotitie
20-1392
1.6
Behoefte en capaciteit Indicatie huidige hoeveelheden De gemeente gebruikt voor de digitale begraafplaatsadministratie het systeem UitvaartSuite en een papieren plattegrond. Om tot een beeld van de huidige capaciteit van Spindermolen te komen zijn de gegevens uit het bovengenoemde advies van 2017 aangevuld met de gegevens tot en met 2023. Het doel hiervan is om een indicatie te kunnen geven van de huidige aantallen. Hieronder is weergegeven hoeveel nieuwe particuliere graven per jaar zijn uitgegeven op Spindermolen en hoeveel bijzettingen in een bestaand graf per jaar er hebben plaatsgevonden, in de periode 2018 t/m 2023. Jaar Aantal uitgegeven (nieuwe) particuliere graven Aantal bijzettingen in (bestaand) particulier graf
2018 39 39
2019 34 37
2020 32 44
2021 34 51
2022 28 42
2023 20 44
gemiddeld 31 43
Uit de gegevens van de gemeentelijke begraafplaatsadministratie is verder opgemaakt hoe vaak de laatste twee jaren een graf op Spindermolen is geschud. Deze hoeveelheden zijn hieronder weergegeven. Jaar Deel A Deel B Deel C Totaal
2022 5 4 1 10
2023 7 8 0 15
Uit deze (beperkte) gegevens lijkt een toename zichtbaar in het aantal graven dat wordt geschud. Tevens volgt uit deze informatie de indicatie dat op deel B sprake is van een (relatief) grotere toename in het schudden van graven dan op de andere delen van de begraafplaats. In een vervolgstap van dit proces om te komen tot een toekomstbestendige inrichting en gebruik van Spindermolen, zullen deze gegevens blijvend moeten worden gemonitord en geactualiseerd. De gegevens in de administratie zijn geanalyseerd en daaruit volgt indicatief de volgende momentopname: Gemiddeld worden er jaarlijks 31 nieuwe graven uitgegeven. Er zijn nu circa 38 vrije particuliere graven van twee-diep beschikbaar. Er kunnen nog circa 5 overledenen in een algemeen graf worden begraven. Indicatie voor de toekomst Om de toekomstige begraafbehoefte in te schatten is gebruik gemaakt van de sterfteprognose van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) voor het COROP-gebied waar gemeente Hardinxveld-Giessendam onder valt. Binnen COROP-gebied ‘Zuidoost-Zuid-Holland’ vallen ook de regio gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, Gorinchem, Hendrik-Ido-Ambacht, Molenlanden, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht.
In de CBS prognose zijn de demografische ontwikkelingen verwerkt, zoals vergrijzing, de toename van de gemiddelde leeftijd bij overlijden, eventuele (stedelijke) uitbreidingen en de huidige en toekomstige leeftijdsopbouw. De resultaten zijn hieronder grafisch weergegeven.
KYBYS | Begraafplaats Spindermolen|Adviesnotitie 11
20-1392
1,40 1,20 1,00 0,80
Landelijk
0,60
COROP
0,40 0,20 0,00 2020
2025
2030
2035
2040
2045
Sterfteprognose COROP gebied ‘Zuidoost-Zuid-Holland’ en landelijk. Uit deze weergave volgt dat de landelijke sterfteprognose enigszins hoger is dan de sterfteprognose in de regio. De toekomstige begraafbehoefte wordt bepaald op basis van de sterfteprognose én de gerealiseerde hoeveelheid uitgegeven graven in de afgelopen vijf jaar. Dit waren voor Spindermolen gemiddeld circa 30 nieuwe graven per jaar (periode 2019 t/m 2023). Op basis hiervan bedraagt de totale toekomstige begraafbehoefte voor Spindermolen tot het jaar 2050 circa 1.118 graven. Met een vrije capaciteit van de hierboven genoemde circa 38 particuliere graven ontstond er in eerste instantie en zonder het treffen van maatregelen naar verwachting omstreeks 2025 een tekort aan particuliere graven. Door de in- en uitbreidingen aan de zuid- en oostzijde is deze beschikbare capaciteit echter aangevuld met in totaal 351 nieuwe graven. Deze nieuwe graven zijn nog niet opgenomen in het begraafplaatsadministratiesysteem. Vandaar dat deze aantallen nog gepaard gaan met onzekerheden. Naar verwachting is dit samen, met de genoemde in- en uitbreidingen en zonder te ruimen, voldoende capaciteit voor de duur van 10 tot 11 jaar4 c.q. tot naar verwachting het jaar 2035. Er is in deze analyse geen rekening gehouden met eventuele woningbouwplannen in de gemeente.
Wanneer het inwonertal stijgt, zal ook het aantal overlijdens en daarmee de begraafbehoefte toenemen.
1.7
Situatie deel A Op deel A staat het grondwater te hoog om twee-diepe graven uit te geven. Bovendien is de maatvoering van de kisten veranderd. In de afgelopen jaren is deze langer en breder geworden. Deel A bestaat uit meerdere vakken. Er zijn circa 474 actieve graven (met actuele grafrechten voor bepaalde tijd of voor onbepaalde tijd), 37 vrije (niet kinder)graven en 217 reguliere en 73 kindergraven waarvan de grafrechten zijn vervallen en de grafrusttermijn is verstreken. Op deel A bevinden zich 42 cultuurhistorisch waardevolle graven. In onderstaande afbeelding is deel A weergegeven. De vakken H, K en Q zijn eerder geruimd en daarna in gebruik genomen voor de uitgifte van 1-diepe algemene graven. Op de westzijde van deel A zijn veel vrije graven gelegen en/ of graven waarvan de rechten zijn vervallen. Ook ligt hier het merendeel van de cultuurhistorische graven. De oostzijde van deel A is bijna volledig in gebruik door graven met grafrechten voor onbepaalde tijd. Heruitgifte van eventueel vrijgekomen graven is niet één op één mogelijk, vanwege het genoemde probleem van de te hoge grondwaterstand en de afmetingen van de kisten en graven. Tot 2027 lopen er in vak H 39 graftermijnen voor bepaalde tijd af en in 2036 verloopt de laatste graftermijn voor bepaalde tijd af. In vak K lopen er tot 2027 22 graftermijnen voor bepaalde tijd af.
4
38 vrije graven + 351 nieuwe graven = 389 graven. De jaarlijks gemiddelde behoefte nieuwe graven is 36. 389 / 36 = 10,8 jaar. 12
KYBYS | Begraafplaats Spindermolen | Adviesnotitie
20-1392
Situatie deel A
1.8
Situatie deel B Op deel B van de begraafplaats staat het grondwater, net als op deel A, te hoog om twee-diepe graven uit te kunnen geven. De gemeente is daarom vooralsnog voornemens deel B in 2035 op te hogen, nadat de grafrust voor het grootste deel van de graven is verstreken. Deel B bestaat uit meerdere vakken: algemene graven, particuliere graven, graven voor onbepaalde tijd en nog vrije graven. De algemene graven in de aan de rand gelegen vakken UV, NP, OQ en GK zijn recent geruimd, om onder andere de in- en uitbreidingen aan de zuid- en oostzijde mogelijk te maken. Een deel van vak HL is nog actief voor kindergraven.
KYBYS | Begraafplaats Spindermolen|Adviesnotitie 13
20-1392
Situatie deel B
Eind 2022 zijn er op deel B indicatief circa 647 graven in gebruik. Dit is inclusief circa 298 graven voor onbepaalde tijd en exclusief de algemene graven waarvan de grafrusttermijn is verstreken en exclusief de particuliere graven waarvan het grafrecht is verlopen. Vak EG ligt vol met particuliere zand- en keldergraven. Van één keldergraf verloopt het huidige grafrecht in september 2033. Er zijn vier kindergraven waarvan het grafrecht (van oorspronkelijk 50 jaar) in 2065 eindigt. Op deel B zijn in de periode april 2015 tot en met februari 2021 16 overledenen begraven in de onderste begraaflaag. Eén daarvan betrof een nieuw uitgegeven graf. Vermoedelijk is er in de andere graven voorafgaand geschud. In deze graven vonden 3 bijzettingen plaats. De wettelijke (minimale) grafrusttermijn voordat een graf mag worden geruimd is tien jaar. Dit betekent dat wanneer de laatste begraving op deel B heeft plaatsgevonden, de laatste grafrust tien jaar later verstrijkt. Daarbij moet nog wel rekening worden gehouden met de circa 306 graven met een grafrecht voor onbepaalde tijd (waarvan de wettelijke grafrust is verstreken).
Hierbij wordt opgemerkt dat onder de huidige omstandigheden in de graven (de bestaande en de nieuwe) ook nog bijzettingen kunnen plaatsvinden, dat grafrechten blijvend kunnen worden verlengd en dat na minimaal 10 jaar grafrust het graf - op verzoek van de rechthebbende - kan worden geschud om actief gebruik te kunnen blijven maken van het graf. In de aanloop naar de voorgenomen ophoging in 2035 dient hier rekening mee worden gehouden. Het is dan wenselijk dat deze mogelijkheid op doorlopend actief grafgebruik (tijdelijk) zoveel als mogelijk worden weggenomen of ontmoedigd. Dit kan bijvoorbeeld door (gemotiveerd) niet meer in te stemmen met verzoeken van rechthebbenden om het graf te schudden. Daarnaast wordt dus het uitgangspunt gehanteerd dat op deel C en op de recente in- en uitbreidingen voldoende ruimte is om te voldoen aan de begraafbehoefte op Spindermolen. 14
KYBYS | Begraafplaats Spindermolen | Adviesnotitie
20-1392
1.9
Juridisch kader Het juridisch kader wordt gevormd door: De Wet op de Lijkbezorging (Wlb). Het Besluit op de Lijkbezorging. Dit is een nadere uitwerking van de Wlb, met bijvoorbeeld specificaties van de opbouw van een graf. De gemeentelijke Beheersverordening, vast te stellen door de gemeenteraad, met onder meer de verantwoordelijkheden t.a.v. het beheer van de graven en grafstroken. De gemeentelijke Nadere regels (ook wel Uitvoeringsbesluit), vast te stellen door het college, met een uitwerking van de Beheersverordening, zoals de toegang en het gebruik van de begraafplaats(en). De gemeentelijke Verordening op de heffing en invordering van Lijkbezorgingsrechten, vast te stellen door de gemeenteraad, met de jaarlijkse tarieven voor begraven en grafrechten. Hieronder is een aantal relevante juridische aspecten uitgewerkt.
1.9.1
Afstanden Volgens het Besluit op de lijkbezorging dient de afstand tussen graven onderling ten minste 30 centimeter te zijn. Boven de kist dient zich een laag grond van ten minste 65 centimeter te bevinden. (De onderkant van de) graven dienen tenminste 30 cm boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand te liggen. Deze bepalingen zijn bedoeld om een goede lijkvertering te bevorderen en om zorg te dragen dat elke begraving individueel is en blijft. Volgens artikel 3 van de Nadere regels voor de gemeentelijke begraafplaatsen in de gemeente Hardinxveld-Giessendam worden in nieuwe graven maximaal twee lijken boven elkaar begraven. Daarnaast is het in de praktijk nu gangbaar dat voor de hoogte van een kist 0,45 tot 0,50 meter wordt aangehouden.
1.9.2
Verplaatsen van graven De gemeente kan een graf niet verplaatsen zonder toestemming van de rechthebbende. Ook niet in geval van een gereserveerd graf waarin nog niet begraven is. Rechthebbenden mogen het grafrecht telkens verlengen. Het verplaatsen van een graf brengt het risico op beschadiging met zich mee.
1.9.3
Grafrechten vervallen verklaren bij langdurige verwaarlozing Het grafrecht kan - na verloop van tijd en na een aantal processtappen door de beheerder van de begraafplaats – door het college vervallen worden verklaard wanneer het graf dan wel de grafbedekking is verwaarloosd door de rechthebbende. De gemeente Hardinxveld – Giessendam heeft hierin geen ervaring. Mocht het gebruik willen maken van deze mogelijkheid, dan is het raadzaam daartoe per geval een dossier op te bouwen. De rechthebbende heeft namelijk een onderhoudsplicht maar moet ook door de gemeente in de gelegenheid worden gesteld om het (tijdig) te herstellen. De Wet op de lijkbezorging (Wlb) spreekt daarbij van ‘kennelijke verwaarlozing’ (****). De wet geeft echter geen definitie van kennelijke verwaarlozing en het begrip blijft daarmee dus vrij voor eigen interpretatie. In het kader hieronder is daar op ingegaan. (****) Kennelijke verwaarlozing Onder kennelijke verwaarlozing kan worden verstaan dat sprake is van duidelijk zichtbare schade of verval, waarvan al lange tijd (meerdere jaren) sprake is en dat alleen professioneel kan worden hersteld. De essentie is dat de rechthebbende blijkbaar geen interesse meer in het graf heeft of niet bereid is het te (laten) herstellen.
Voorbeelden van verwaarlozing zijn gebroken of omgevallen grafbedekkingen, een verzakking van meer dan 10 cm of dat de tekst op de grafbedekking in de loop der tijd onleesbaar is geworden. In de Wet op de lijkbezorging is hierover het volgende opgenomen:
KYBYS | Begraafplaats Spindermolen|Adviesnotitie 15
20-1392
Artikel 28, lid 4: In geval van kennelijke verwaarlozing van het onderhoud van een particulier graf, kan de houder van de begraafplaats, voor zover de plicht tot onderhoud niet bij hem ligt, deze verwaarlozing vastleggen in een schriftelijke verklaring, die hij toezendt aan de rechthebbende, die binnen één jaar na ontvangst in het onderhoud voorziet. Artikel 28, lid 5: Indien de ontvangst van de verklaring, bedoeld in het vierde lid, niet bevestigd wordt, maakt de houder van de begraafplaats de verklaring bekend bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats, gedurende een periode van vijf jaar dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien. Artikel 28, lid 6: Indien toepassing is gegeven aan het vierde of vijfde lid en niet alsnog in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf op het moment dat de periode van één dan wel vijf jaar, bedoeld in het vierde respectievelijk vijfde lid, is verstreken. Artikel 28, lid 7: Indien het recht op het graf nog geen tien jaar is gevestigd op het moment dat de periode, bedoeld in het vijfde lid is verstreken, blijft de bekendmaking in stand totdat de periode van tien jaar is verstreken dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien. Indien niet voordien in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf zodra de termijn van tien jaar is verstreken.
Artikel 84a: Indien ten aanzien van een graf waarop voor 1 januari 2010 een uitsluitend recht is gevestigd, voor 1 januari 2025 een verklaring van verwaarlozing als bedoeld in artikel 28, vierde lid, is opgesteld, vervalt het recht, in afwijking van artikel 28, zesde lid, a: met ingang van 1 januari 2030, mits op dat tijdstip dertig jaar is verstreken sinds de laatste begraving in dat graf dan wel b: op een later gelegen tijdstip waarop dertig jaar is verstreken sinds de laatste begraving in dat graf.
1.9.4
Historische graven Ook in het geval van historische graven (historische grafbedekkingen) hebben de rechthebbenden de eerste onderhoudsverantwoordelijkheid. Een als gemeentelijk of Rijksmonument aangewezen monumentaal graf wordt beschermd en rechthebbenden of de gemeente mogen dit niet zomaar vervangen of aanpassen. Alleen wanneer er een vergunning is van de gemeente en eventueel een advies van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed mag een grafmonument worden gewijzigd of verplaatst.
1.9.5
Sluiten van een (deel van de) begraafplaats Volgens artikel 43 in de Wet op de lijkbezorging (Wlb) kan een begraafplaats gesloten worden verklaard. De wet beschrijft dit kort en krachtig: Lid 1: Een begraafplaats kan worden gesloten. Lid 2: Voor een gemeentelijke begraafplaats nemen burgemeester en wethouders het besluit daartoe. Aansluitend is in artikel 48 van de Wlb het volgende opgenomen: Onder begraafplaats wordt voor de toepassing van deze wet mede een gedeelte van een begraafplaats verstaan. Dit ‘gedeelte’ van een begraafplaats kan een bepaald grafvak zijn maar het kan ook een bepaalde graflaag zijn, bijvoorbeeld de onderste laag van twee-diepe graven. De essentie van een (deels) gesloten verklaarde begraafplaats is, dat er dan niet meer in mag worden begraven. Ook niet in particuliere grondgraven waarin nog ruimte is. Voor grafkelders geldt een bijzondere situatie. Een grafkelder is een constructie waarin zodanig kan worden begraven dat lucht tot de grafruimte kan toetreden en hieruit ook kan worden afgevoerd. Een grafkelder kan geheel in de bodem zijn geplaatst, maar ook deels in en deels bovengronds. In een kelder kunnen meerdere lijken worden begraven. Een goed functionerende grafkelder is waterdicht. De kisten in een grafkelder zijn niet omgeven door grond (zoals in een grondgraf), maar omgeven door lucht.
Binnen deze kenmerken speelt een hoge grondwaterstand in de omgeving dus geen rol en ontbinden de lijken goed en
16
KYBYS | Begraafplaats Spindermolen | Adviesnotitie
20-1392
relatief snel. De bijzondere situatie dient zich dus voor dat het feitelijk onnodig is om het onderste deel van een grafkelder te sluiten. De rechthebbende van een graf, waarin nog ruimte is om in te begraven, op een gesloten verklaarde (deel van een) begraafplaats heeft in beginsel recht op compensatie voor het niet meer gebruik kunnen maken van deze ruimte. Verderop in deze notitie, in paragraaf 1.9.9, is hier uitgebreider bij stilgestaan. As plaatsen kan nog wel op een gesloten begraafplaats, omdat voor as geen grafrusttermijn geldt. Een gesloten verklaarde begraafplaats blijft vrij toegankelijk en de regelgeving in de wet en de (oude) verordeningen blijft van toepassing, bijvoorbeeld met betrekking tot (verlengen van) grafrechten en onderhoud van de graven. Mogelijk zijn er in de (oude) verordening bepalingen opgenomen over het grafrecht ingeval van sluiting. De kans dat verwaarlozing van de grafbedekking plaatsvindt, neemt toe. Per slot van rekening hebben de graven minder ‘waarde’ of ‘nut’ voor de rechthebbende. Het sluiten van de onderste graflagen zou, gelet op de grondwaterproblematiek, voor Spindermolen een optie kunnen zijn. Hierbij wordt dan wel opgemerkt dat het feitelijk vooral een ‘symbolisch’ besluit is. Het is namelijk bij wet al niet toegestaan om een lijk in het grondwater te begraven.
Een besluit door het college tot het sluiten van de laag waar het grondwater structureel te hoog staat, is dan vooral een bevestiging van deze wettelijke bepaling. Een argument om eventueel de onderste laag toch gesloten te verklaren is dat daarmee door de gemeente aan de uitvaartondernemers en (potentiële) rechthebbenden vooral duidelijkheid wordt gegeven over het gebruik van de begraafplaats. Een dergelijk rechtlijnig beleid voorkomt dan eventuele individuele discussies over de mate van de grondwaterproblematiek in specifieke gevallen. Een begraafplaats kan op elk willekeurig moment gesloten worden verklaard (al dient wel rekening te worden gehouden met de termijn van besluitvorming, publicatie en de mogelijkheid op beroep). Het sluiten kan (ook) tien jaren na de laatste begraving (van een kist). Dit is vanwege de wettelijke grafrusttermijn van minimaal 10 jaar voordat een graf mag worden geruimd. Het college kan op deze wijze met terugwerkende kracht de begraafplaats sluiten. De begraafplaats is dan gesloten verklaard vanaf de dag van die laatste begraving. De dag van sluiting wordt in het besluit van het college vermeld. Tegen een besluit tot sluiting of geslotenverklaring kunnen belanghebbenden bij gedeputeerde staten (GS) in beroep komen.
Wanneer het besluit tot sluiting van een gemeentelijke begraafplaats onherroepelijk is, dan kunnen GS op verzoek van de rechthebbende op een particulier graf waarin nog begraven kan worden, een schadeloosstelling ten laste van de betrokken gemeente vaststellen terzake van het teniet gaan van het recht tot begraven. Een besluit waartegen ingevolge deze wet beroep openstaat of aanhangig is treedt, zolang dit het geval is, niet in werking. Er zijn wettelijk geen beperkingen om een ooit gesloten verklaarde (deel van een) begraafplaats weer te ‘openen’ en in gebruik te nemen. Dit is ook een collegebevoegdheid. Het is maatschappelijk dan wel van belang dat het college daarvoor goede argumenten heeft, die blijkbaar afwijken van de eerdere argumenten om te sluiten. Een gesloten begraafplaats blijft gedurende twintig jaren (na sluiting) onaangeroerd liggen. In deze twintig jaren blijft van toepassing dat een lijk alleen wordt opgegraven met vergunning van de burgermeester én met toestemming van de rechthebbende. In deze twintig jaren kan wel regulier worden geruimd, na 10 jaar grafrusttermijn én met toestemming van de rechthebbende. In deze twintig jaren kunnen ook asbussen regulier worden geruimd, waarbij de rechthebbende toestemming moet verlenen wanneer het ruimen binnen 10 jaar na bijzetting plaatsvindt.
De grond van een particulier graf mag, met toestemming van de rechthebbende, gedurende tien jaren na afloop van de genoemde twintig jaren (dus 30 jaar na sluiting) KYBYS | Begraafplaats Spindermolen|Adviesnotitie 17
20-1392
worden bezaaid of beplant, mits niet dieper dan 0,5 m wordt gegraven. Een particulier graf op een gesloten begraafplaats, wordt, voor zover in het onderhoud behoorlijk wordt voorzien, onaangeroerd gelaten.
1.9.6
Omgekeerde bijzetting In een particulier graf worden doorgaans twee lijken boven elkaar begraven die bij leven een relatie hadden. Onder een reguliere bijzetting wordt verstaan dat de eerst overledene onderin het graf is begraven en dat op een later moment daarboven de tweede overleden ‘er bij wordt gezet’. In deze paragraaf wordt “omgekeerd bijzetten” uitgelegd. Omgekeerd bijzetten is geen juridische term en wordt evenmin in de Wet op de lijkbezorging genoemd. In deze uitleg van een omgekeerde bijzetting wordt gemakshalve gesproken van overledene M en overledene V. M is eerst, twee-diep, begraven, V overlijdt daarna. Met een omgekeerde bijzetting wordt bedoeld dat V - om technische of beleidsmatige reden - niet in het bestaande graf, boven M, kan worden begraven. V wordt daarom elders, onderin, begraven en M wordt opgegraven en in het graf van V, bovenin, herbegraven. De grafbedekking zal in dergelijke gevallen naar het nieuwe graf worden verplaatst. Met een omgekeerde bijzetting wordt hetzelfde beoogd als bij een reguliere bijzetting: overledenen die bij leven een relatie hadden krijgen de gelegenheid om na overlijden bij elkaar te worden begraven.
Een omgekeerde bijzetting vindt plaats onder de voorwaarden in de Wet op de lijkbezorging van artikel 29: Lid 1: “Een lijk wordt slechts opgegraven met vergunning van de burgemeester van de gemeente waarin het is begraven, en, indien het een particulier graf betreft, met toestemming van de rechthebbende op het graf” en Lid 2: “Aan de vergunning verbindt de burgemeester de nodige voorschriften betreffende geneeskundig toezicht alsmede vervoer en bestemming van het lijk”. NB 1: De vergunningverlening staat los van de verstreken grafrust. Dat betekent dat ook vergunning kan worden verleend wanneer de wettelijke grafrusttermijn van 10 jaar nog niet is verstreken. De minimale grafrusttermijn van 10 jaar is namelijk alleen van toepassing bij het voornemen een graf te ruimen. Opgraven en ruimen zijn (wettelijk) twee verschillende handelingen. NB 2: Wanneer het voornemen en de verlening van de vergunning worden gepubliceerd, dan worden belanghebbenden in de gelegenheid gesteld om daarop bezwaar te maken. Dit stelt de burgemeester beter in de gelegenheid een belangenafweging te maken. NB 3: De rechthebbende kan besluiten om, wanneer reguliere bijzetting niet mogelijk is, M op te laten graven en alsnog te laten cremeren. In dat geval is het wel raadzaam een bezwaarmogelijkheid mee te geven, omdat cremeren onomkeerbaar is.
NB 4: In de huidige praktijk in Nederland vindt opgraving doorgaans plaats op verzoek van de rechthebbende (omdat hij achteraf tot een andere keus is gekomen). De burgemeester kan het verzoek afwijzen. Om technische reden is er doorgaans minder bezwaar om in te stemmen met het verzoek van de rechthebbende, wanneer de begraving korter dan twee maanden heeft geduurd (dan is de kist nog redelijk intact) of juist wanneer 10 jaar is verstreken (dan is het lijk al vergevorderd ontbonden). In deze beide gevallen is het opgraven technisch en emotioneel minder belastend voor degene die de werkzaamheden uitvoert. In de praktijk blijkt daarom dat in veel gemeenten de burgemeester niet of minder genegen is vergunning te verlenen wanneer het lijk langer dan twee maanden of korter dan 10 jaar is begraven. Er dient vanuit te worden gegaan dat een omgekeerde bijzetting voor de overledenen (bij weten) en de nabestaanden een onwenselijke situatie is en negatieve emotionele gevoelens kan oproepen. Deze
18
KYBYS | Begraafplaats Spindermolen | Adviesnotitie
20-1392
gevoelens worden versterkt wanneer het niet binnen de cultuur en/ of geloofsovertuiging past om een overledene op te graven, omdat daarmee de grafrust wordt verstoord. De gemeente dient zich hiervan bewust te zijn, hierover zorgvuldig te besluiten en te communiceren en de nabestaanden en uitvaartondernemer in de gelegenheid te stellen hierover in overleg te treden. De extra kosten die hiermee zijn gemoeid in voorliggende situatie (voor het opgraven, in een nieuwe kist plaatsen, vervoeren en herbegraven) zijn voor de gemeente. Wanneer goede en zorgvuldige uitleg wordt gegeven van de reden, kan er bij de nabestaanden begrip zijn dat de gemeente zich hiertoe genoodzaakt voelt en een oplossing biedt om M en V (toch) samen te begraven. Afgeraden wordt om toe te staan dat de nabestaanden aanwezig zijn bij de opgraving en opnieuw in een kist plaatsen. Maar ook voor het vervolg (het transport en de herbegraving) wordt aanbevolen dat daar verder niemand bij aanwezig is. Het is wel van belang dat de familie op voorhand wordt geïnformeerd wanneer deze werkzaamheden ongeveer zullen gaan plaatsvinden en dat achteraf, op verzoek, wordt aangegeven wanneer deze werkzaamheden exact hebben plaatsgevonden. Aan de vergunningverlening wordt overigens geen termijn gekoppeld. Dat betekent dat het moment van opgraven en herbegraven in overleg met de rechthebbende kan worden uitgevoerd.
De familie kan bijvoorbeeld de voorkeur hebben om het zo snel mogelijk na het begraven van V te doen of juist veel later, zodat er voldoende tijd is om dit proces te verwerken.
1.9.7
Ophogen van een begraafplaats of een graf Voordat een graf opgehoogd kan worden is er toestemming nodig van de rechthebbenden.
1.9.8
Keldergraven Voor keldergraven geldt dat deze geen grote hoeveelheden of structureel (grond- of hemel)water mogen bevatten, omdat anders geen goede ontbinding plaatsvindt. Keldergraven worden daarom geacht waterdicht te zijn.
1.9.9
Compensatie Wanneer een rechthebbende door de houder van de begraafplaats niet in de gelegenheid wordt gesteld om gebruik te maken van zijn grafrecht (omdat hij daar bijvoorbeeld niet meer in mag begraven), dan heeft hij recht op compensatie. Belangrijk aandachtspunt voor compensatie is dat het feitelijk alleen van toepassing is wanneer er nog ruimte in het graf is. De rechthebbende van een vol graf hoeft niet te worden gecompenseerd. De grondslag voor deze compensatie is gelegen in artikel 45, lid 2, van de Wet op de lijkbezorging: “Indien onherroepelijk is besloten tot sluiting dan wel geslotenverklaring van een gemeentelijke begraafplaats, kunnen gedeputeerde staten op verzoek van de rechthebbende op een particulier graf waarin nog begraven kan worden, een schadeloosstelling ten laste van de betrokken gemeente vaststellen terzake van het teniet gaan van het recht tot begraven”. Wanneer een rechthebbende met een grafrecht voor onbepaalde tijd moet worden gecompenseerd, dan heeft hij in beginsel weer recht op een graf elders met een grafrecht voor onbepaalde tijd. Omdat de gemeentelijke regelgeving hierin (niet meer) voorziet, dient deze op dat punt te worden geactualiseerd of hiervoor dient een apart besluit te worden genomen.
1.9.10 Historie gemeentelijke regelgeving Binnen dit onderzoek is nagegaan wat er in de voorgaande en huidige gemeentelijke regelgeving is opgenomen over grafrechten en de mogelijkheid tot schudden. Dit kan van belang zijn bij het contact met de rechthebbenden, omdat de regelgeving op het moment van grafuitgifte in beginsel blijvend is gekoppeld aan het verleende grafrecht. Het resultaat van deze analyse is hieronder chronologisch weergegeven.
KYBYS | Begraafplaats Spindermolen|Adviesnotitie 19
20-1392
20
Beheersverordening van 1971 Hierin staat dat men een eigen graf kon aanschaffen waarin voor onbepaalde tijd begraven kon worden tot uiterlijk voor de tijd dat de begraafplaats als zodanig in gebruik was. Verder werd er niet expliciet gesproken over ruimen of schudden.
Beheersverordening van 1982 Deze beheerserordening is in dit onderzoek niet bekend geworden.
Beheersverordening van 2000 In artikel 17 van deze verordening staat dat eigen graven voor onbepaalde tijd niet meer worden uitgegeven sinds 1 december 1982. In lid 8 staat dat er in graven voor 30 jaar niet begraven mag worden indien hierin zich twee stoffelijke resten bevinden en de wettelijke termijn waarbinnen een graf niet geroerd mag worden nog niet is verstreken. In lid 9 staat dat er in graven voor onbepaalde tijd niet opnieuw begraven mag worden zolang niet tien jaren zijn verlopen sinds in deze grafruimte voor het laatst werd begraven. Over het ruimen van graven staat er in artikel 34, lid 1 dat burgemeester en wethouders het ruimen van eigen graven op verzoek van rechthebbende kunnen toestaan. Rechthebbenden kunnen in dat geval de resten in dezelfde grafruimte plaatsen. Dit betekent dat zij kunnen laten schudden wanneer het college daarmee instemt.
Beheersverordening van 2011 Deze beheersverordening is in dit onderzoek niet bekend geworden.
Beheersverordening van 2016 (vigerend) In deze verordening is schudden niet expliciet gedefinieerd, maar uit de beschrijving in artikel 28, lid 3, volgt in beginsel dat hieronder wordt verstaan: ‘de bijeen verzamelde resten in dezelfde grafruimte wederom te doen plaatsen’. In artikel 14 is opgenomen dat op begraafplaats Kromme Gat (Boven-Hardinxveld) alleen nog bijzettingen in bestaande graven plaatsvinden waar dit mogelijk is, zónder daarvoor het graf te schudden. In artikel 15, lid 3, is opgenomen dat in een graf waarin twee lijken zijn begraven (het graf is vol) én wanneer de wettelijke grafrusttermijn (deze is tien jaar) nog niet is verstreken, er niet opnieuw in kan worden begraven. In artikel 28 is opgenomen dat het college kan toestaan dat, op verzoek van de rechthebbende en tegen betaling van het vastgestelde tarief daarvoor, zijn graf wordt geruimd. De rechthebbende kan daarbij verzoeken het graf te schudden.
KYBYS | Begraafplaats Spindermolen | Adviesnotitie
20-1392
2
Scenario 1. Uitdoven In dit scenario blijft deel A actief, maar worden er geen nieuwe graven meer op uitgegeven. Bijzettingen in de bovenste laag zijn toegestaan mits er daartoe, naar het oordeel van de beheerder, in en rondom het graf voldoende ruimte is. Als deze ruimte er niet is, dan kan een omgekeerde bijzetting op een opgehoogd deel van de begraafplaats worden aangeboden. Er wordt niet geschud en bestaande graven worden niet hergebruikt vanwege de afmetingen van de graven en vooral vanwege de hoge grondwaterstand. Het effect op de lange termijn is dat deel A niet meer wordt gebruikt omdat het voor rechthebbenden niet aantrekkelijk is om de graven in stand te houden, mede gelet op de onderhoudsverplichting van het graf/ de grafbedekking. Deel A zal daardoor ‘uitdoven’. Wanneer daarna grafrechten vervallen kunnen worden verklaard, kunnen de resterende graven worden geruimd. Aansluitend komt deel A dan zo mogelijk ook in aanmerking om op te hogen, opnieuw in te richten en weer in gebruik te nemen. Voor deel B is uitdoven geen realistisch scenario. Ten eerste speelt er de problematiek van te kleine en te dicht bij elkaar gelegen graven (zoals op deel A) niet. Ten tweede is er voor deel B niet het vraagstuk van het behoud van cultuurhistorische graven.
Ten derde is deel B voor de (potentiële) begraafcapaciteit van te groot belang om in te zetten op een oplossing op de lange termijn. Per slot van rekening is daarom al ingezet op een voorgenomen verhoging.
2.1
Juridisch Momenteel wordt er bij begravingen uitgegaan van een grafgrootte van circa 2,25 x 1 meter. De hedendaagse kistafmetingen zijn groter dan vroeger. De vereiste onderlinge afstand van 30 centimeter tussen de graven op deel A is daarmee in het geding. Schudden Door de zakkende bodem en de hierdoor afnemende afstand tot het grondwater, kan er op deel A niet (meer) twee-diep worden begraven. In de huidige praktijk is schudden dan een optie. Dat kan tegen een kostendekkend tarief en dit wordt (blijkt uit informatie van de uitvaartondernemers) als aantrekkelijk worden ervaren, omdat de rechthebbende zo ‘technisch’ en financieel optimaal gebruik maakt van zijn graf(recht). Binnen dit scenario is schudden echter onwenselijk. Een verzoek van de rechthebbende om zijn graf te schudden kan hiermee beargumenteerd worden afgewezen. Daarnaast zou het financieel kunnen worden ontmoedigd, door een hoog tarief te hanteren, maar dan blijft het nog steeds mogelijk. Eén-laags graven Het is mogelijk om op een aangewezen gedeelte van de begraafplaats alleen één-laags (één-diep) graven uit te geven. Dit dient in de regelgeving (Verordening of Nadere regels) te zijn vastgelegd5.
2.2
Ruimtelijke consequenties Wanneer er op deel A geen nieuwe graven meer worden uitgegeven, dan is er (mits de inbreidingen, uitbreiding en ophoging gerealiseerd worden) elders op de begraafplaats voldoende ruimte om te kunnen blijven begraven tot na 2050. Op deel A zijn er de afgelopen vijf jaar in totaal 31 bijzettingen geweest. Dat zijn er gemiddeld zes per jaar. Wanneer er in de toekomst omgekeerde bijzettingen gewenst zijn, dan is hiervoor voldoende ruimte elders op de opgehoogde delen van de begraafplaats tot na 2050.
5
Voor begraafplaats Kromme Gat is dit al in de Beheersverordening 2016 opgenomen.
KYBYS | Begraafplaats Spindermolen|Adviesnotitie 21
20-1392
2.3
Middelen, methoden en maatregelen -
-
2.4 2.4.1
Wanneer rechthebbenden een bijzetting wensen op deel A, dan is dat toegestaan mits er tussen de (naastgelegen) graven - zowel horizontaal als verticaal - een afstand van tenminste 30 centimeter gegarandeerd kan worden. Het alternatief is een omgekeerde bijzetting op een opgehoogd deel van de begraafplaats. Een verzoek om een graf te schudden kan gemotiveerd worden afgewezen en eventueel worden ontmoedigd door het verhogen van de tarieven. Met behulp van een communicatieplan kunnen de inwoners worden geïnformeerd over de reden dat twee-diep begraven minder gewenst is en waarom deel A uitdooft. Daarnaast kunnen rechthebbenden die sinds 2017 niet hebben gereageerd op de oproep om afstand te doen van hun grafrecht voor onbepaalde tijd nogmaals worden aangeschreven en gevraagd of zij afstand willen doen. Dit zou eens per vijf of tien jaar uitgevoerd kunnen worden.
Voor- en nadelen Voordelen Het niet meer uitgeven van nieuwe graven zorgt er voor dat er op den duur meer ruimte tussen de naast elkaar gelegen graven op deel A kan ontstaan. Door de afnemende belangstelling en het afnemend gebruik, kunnen er op termijn graven worden geruimd. Dat vormt de basis voor technische maatregelen in de toekomst, zoals ophogen en/ of herinrichten.
-
2.4.2
Nadelen Het zorgvuldig openen van een graf ten behoeve van een bijzetting wordt door de nauwe ruimte bemoeilijkt. Uitdoven is geen doel, maar een middel. Bij het blijven bijzetten kan telkens de discussie ontstaan of het nog wel kan en mag en wat de beoogde toekomst van deel A is. -
22
KYBYS | Begraafplaats Spindermolen | Adviesnotitie
20-1392
3
Scenario 2. Gedeeltelijk sluiten In dit scenario zijn er de volgende drie opties: Deel A wordt in het geheel gesloten verklaard; De onderste graflagen op deel A worden gesloten verklaard; De onderste graflagen op deel B worden gesloten verklaard. Het gesloten verklaren van (een deel) een begraafplaats is een collegebevoegdheid. Deel A geheel sluiten Wanneer deel A door het college geheel gesloten wordt verklaard, dan vinden er op deel A geen begravingen meer plaats. Ook geen bijzettingen. Tot en met 2023 hebben op deel A nog bijzettingen plaatsgevonden (nadat de graven zijn geschud). Het argument om deel A te sluiten is de genoemde problematiek van slechte bodem en te krappe grafruimtes. Het effect van gesloten verklaren is dat deel A niet meer bijdraagt in de begraafcapaciteit van Spindermolen. Deel A krijgt dan feitelijk de status van funerair park. Het onderhoudsniveau zou in beginsel dan kunnen worden verlaagd. Sluiten kan worden beschouwd als een bespoedigd uitdoven (scenario 1). De onderste graflagen op deel A sluiten In dit scenario worden – in het verticale vlak – de onderste graflagen van deel A gesloten verklaard. Dit zijn de graflagen die structureel in het grondwater liggen en er daarom niet meer in begraven mag worden. Het effect van gesloten verklaren is dan dat in één keer voor uitvaartondernemers en iedere rechthebbende helderheid is ontstaan.
Voor grafkelders kan een uitzondering worden gemaakt. Deel B geheel sluiten Het in het geheel sluiten van deel B is geen reëel scenario, omdat het niet bijdraagt aan het oplossen van de genoemde problematiek. De onderste graflagen op deel B sluiten In dit scenario wordt – in het verticale vlak – de onderste graflagen van deel B gesloten verklaard. Dit zijn de graflagen die structureel in het grondwater liggen en er daarom niet meer in begraven mag worden. Het effect van gesloten verklaren is dan dat in één keer voor uitvaartondernemers en iedere rechthebbende helderheid is ontstaan. Voor grafkelders kan een uitzondering worden gemaakt. Na ophoging en weer ingebruikname van deel B dient het collegebesluit zo mogelijk worden herzien.
3.1
Juridisch Bij een gesloten verklaring dienen de rechthebbenden hierover te worden geïnformeerd en zo mogelijk (wanneer er nog begraafruimte in het graf is) te worden gecompenseerd. Een rechthebbende op een graf voor onbepaalde tijd wordt in beginsel gecompenseerd met een graf elders met weer een grafrecht voor onbepaalde tijd, tenzij er daarover andere afspraken worden gemaakt.
3.2
Ruimtelijke en financiële consequenties Er moet rekening gehouden worden met een compensatie voor rechthebbenden. Hij/ zij heeft namelijk een recht en dat recht wordt niet ingewilligd door de houder van de begraafplaats. Omdat er jaarlijks gemiddeld circa zes bijzettingen plaatsvinden op deel A, is het raadzaam rekening te houden met minimaal zes omgekeerde bijzettingen per jaar. Zekerheidshalve wordt aanbevolen om uit te gaan van jaarlijks gemiddeld tien omgekeerde bijzettingen. Dit kan als een maximum worden beschouwd, omdat niet iedere KYBYS | Begraafplaats Spindermolen|Adviesnotitie 23
20-1392
rechthebbende een opgraving, transport en herbegraving wenselijk of zinvol vindt. Compensatie kan plaatsvinden met een afkoop (een onderhandelbare financiële tegemoetkoming) of in natura (zoals een omgekeerde bijzetting elders).
3.3
Middelen, methoden en maatregelen -
Juridisch goed regelen. Compensatie reserveren. Ruimte reserveren elders op de begraafplaats.
3.4
Voor- en nadelen
3.4.1
Voordelen: Er wordt niet meer begraven in de bodem met een te hoge grondwaterstand (dit geldt voor de onderste graflagen op deel A en op deel B). Er wordt zo mogelijk alleen nog maar één-diep begraven. Er wordt niet meer begraven in graven met te weinig ruimte (dit geldt voor deel A, wanneer het in het geheel gesloten wordt verklaard). Er is in één keer duidelijkheid over de begraafmogelijkheden en het gebruik van graven. Voor deel A kan het onderhoudsniveau naar beneden worden bijgesteld. Dit bespaart kosten. (Dit geldt wanneer het in het geheel gesloten wordt verklaard).
3.4.2
Nadelen: Juridisch complex. Rekening houden met compensatie. Sluiten is geen doel, maar een middel om duidelijkheid te verschaffen. Het draagt niet bij aan de vereiste begraafcapaciteit. Sluiten is rechtlijnig. Het geldt daarmee ook voor de individuele graven én het kan van toepassing worden verklaard op grafkelders waar het grondwater geen belemmering vormt. Wanneer het beleid echter te rigide wordt toegepast, dan worden rechthebbenden op een droge grafkelder onnodig benadeeld. Het veroorzaakt mogelijk onrust bij de rechthebbenden.
24
KYBYS | Begraafplaats Spindermolen | Adviesnotitie
20-1392
4
Scenario 3. Voortzetten In dit scenario wordt de huidige werkwijze op de delen A en B nagenoeg gelijkblijvend voortgezet. Dat betekent dat de graven volledig in gebruik gehouden blijven, er wordt geschud en er worden nog nieuwe graven uitgegeven. Alleen het begraven kan nog maar één-diep, omdat twee-diep begraven - in de huidige situatie - wettelijk niet is toegestaan. Opgemerkt wordt dat dit feitelijk, gelet op de problematiek en de doelstellingen, geen reëel scenario is. Voor de beeldvorming en de achtergrond van het dossier is dit scenario volledigheidshalve hier wel opgenomen. Daarnaast is het mogelijk om binnen dit scenario een aantal verbetermaatregelen te treffen. Deze verbetermogelijkheden zijn in beginsel eventueel ook deels toepasbaar binnen de overige scenario’s. Binnen dit scenario is het mogelijk een aantal technische en beleidsmatige aanpassingen te verrichten. Deze kunnen worden beschouwd als overwegingen in de te nemen vervolgstappen. Ten eerste kan technisch worden ingegrepen door een drainage via onderbemaling aan te brengen, zodat de bodem beter wordt ontwaterd. Er zijn twee vormen van drainage, op twee verschillende dieptes, mogelijk. a. Relatief hoog gelegen drainage.