CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Aanvraag Vangnetuitkering - getekend.pdf

Gemeenteraad GHG 27 juni 2024, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 14: Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet 2023 - Raadsvoorstel16.369 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 20231

Versie: uitgebreid verzoek"

Wat is een vangnetuitkering? Gemeenten ontvangen op grond van de Participatiewet budget voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Dit budget wordt ook wel het BUIG-budget genoemd. Gemeenten die een tekort hebben kunnen in aanmerking komen voor een vangnetuitkering. De voorwaarden op hoofdlijnen zijn:

het tekort is groter dan een bepaalde toegangsdrempel:; het college verklaart maatregelen te hebben getroffen om te komen tot tekortreductie; het college geeft een toelichting op deze verklaring; de gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college.

Bekostiging door en verantwoording aan andere gemeenten Met de verklaring verantwoordt u zich als college niet alleen naar de gemeenteraad, maar ook naar andere gemeenten. Deze gemeenten dragen immers financieel bij aan de vangnetuitkering waarop uw

gemeente een beroep doet. Het gaat dus om solidariteit tussen gemeenten. De vangnetuitkeringen worden bekostigd uit het macrobudget (voor alle gemeenten) van twee jaar na het tekortjaar. Daarom moet het college inzicht geven in de maatregelen die het heeft getroffen om het tekort te reduceren.

Wat wordt verwacht van het college en de gemeenteraad? Bij het indienen van het verzoek moet het college verklaren dat het maatregelen heeft getroffen om tot

tekortreductie te komen. Deze verklaring moet de instemming hebben van de gemeenteraad. Ook moet deze verklaring worden toegelicht, zoals gevraagd in het aanvraagformulier (op het formulier de onderdelen A, B en C).

Wat is de autonome rol van de gemeenteraad t.a.v. de vangnetuitkering? Het college vraagt de gemeenteraad om in te stemmen met de verklaring van het college. Met deze

instemming bevestigt de gemeenteraad dat het college inzicht heeft gegeven in de maatregelen die zijn getroffen om het tekort te reduceren. De gemeenteraad moet in staat worden gesteld om de verklaring van het college adequaat te kunnen beoordelen. Het gaat hierbij dus om een gelijkwaardige

informatiepositie van de gemeenteraad ten opzichte van het college. Daarom moet het college een samenvatting van de verklaring maken. De toetsingscommissie heeft een checklist voor raadsleden

gemaakt, waarmee raadsleden de verklaring inhoudelijk kunnen controleren. Deze checklist wordt tezamen met andere informatie door VNG aangeboden op de website van VNG, zie link website VNG pagina raadsleden:

1

?

Versie aanvraagformulier d.d. 17 november 2022 Toelichting voor ambtelijke ondersteuning onderaan dit formulier. 1

Op welke wijze is de gemeenteraad geinformeerd door het college? Een belangrijke veronderstelling bij het vangnet is dat gemeenteraad en college regelmatig in gesprek zijn over ontwikkelingen in het bijstandsvolume (bijv. middels kwartaalrapportages). Op dit niveau wordt inhoudelijk gesproken over maatregelen (beleid en uitvoering) om eventuele tekorten te reduceren.

Het college wordt verzocht te beschrijven op welke wijze de gemeenteraad is betrokken vanaf het

moment dat het tekort door het college wordt gesignaleerd tot en met het treffen van de maatregelen en de monitoring daarvan. Dit onderdeel is opgenomen na de samenvatting.

Wat mag de gemeenteraad van het college verwachten? e

e

e

Hetcollege en de gemeenteraad moeten een gelijkwaardige informatiepositie hebben, daarom maakt het college een samenvatting van de toelichting. Het college beschrijft op welke wijze de gemeenteraad is betrokken vanaf het moment dat het tekort door het college wordt gesignaleerd tot en met het treffen van de maatregelen en de monitoring daarvan. Onderdeet A: Het college geeft de gemeenteraad via een analyse inzicht in de oorzaken van het

tekort op de gebundelde uitkering (ook wel BUIG genoemd). Deze analyse kan zowel kwantitatieve als kwalitatieve elementen bevatten. e

Onderdeel B: Het college geeft de gemeenteraad inzicht in de (interne en externe) maatregelen, met een kwantitatieve en kwalitatieve toelichting waarom die naar verwachting leiden tot een

reductie van het tekort. ©

e

Onderdeel C: Het college geeft de gemeenteraad inzicht in welke mate (interne en externe) maatregelen beogen bij te dragen aan het (verder) reduceren van het tekort. Het college geeft de gemeenteraad inzicht in de planning en control-cyclus ten aanzien van het

vangnet. Bovenstaande informatie staat ook op de website van de VNG?. Op welke wijze wordt de gemeenteraad gefaciliteerd? De toetsingscommissie heeft een checklist gemaakt voor gemeenteraadsleden. Het is een handzaam

liistje vragen en aandachtspunten. Raadsieden kunnen dit lijstje gebruiken bij het beoordelen van de vangnetaanvraag van het college. Deze checklist is opgesteld in samenwerking met raadsleden uit

verschillende gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. De checklist staat samen met andere informatie op de website van de VNG, zie link website VNG pagina raadsleden. De gemeenteraad heeft de mogelijkheid om in de aanvraag vangnetuitkering zijn opvattingen te geven

over de verklaring van het college (in de verklaring staan de oorzaken van het tekort, de maatregelen om het tekort te reduceren, etc.). In het formulier zal op hoofdlijnen het proces worden beschreven hoe de

gemeenteraad betrokken is. Dit is vanaf het moment van signalering van het tekort en het

3

Vangnetuitkering Participatiewet: informatie voor raadsleden

|

VNG 2

daaropvolgend proces van treffen van maatregelen waar de raad bij betrokken is voordat de raad instemt met de verklaring van het college. De voorzitter van de gemeenteraad en de griffier tekenen

voor de juistheid hiervan en worden in de gelegenheid gesteld om dit overzicht aan te vullen. Hoe verloopt de aanvraagprocedure?

Het college dient het aanvraagformulier in bij de onafhankelijke Toetsingscommissie vangnet

Participatiewet. De commissie moet de aanvraag uiterlijk op 15 augustus 2024 hebben ontvangen. De q@anvraag dient met behulp van dit, door de minister vastgestelde aanvraagformulier, voor instemming aan de raad te worden voorgelegd en wordt naar ondertekening aangeboden aan de commissie via de

website. De Toetsingscommissie beoordeelt de aanvraag procedureel. Dit betekent dat wordt beoordeeld of het

college en de gemeenteraad een aantal processtappen hebben doorlopen: het tekort is groter dan de drempelwaarde; het college heeft in de verklaring toegelicht dat maatregelen zijn getroffen om het

tekort te reduceren en de gemeenteraad heeft ingestemd met de verkiaring. De commissie geeft dus geen inhoudelijk oordeel over de aanvraag. Vervolgens adviseert deze commissie de Minister. Deze adviezen worden in beginsel overgenomen.

Gemeenten die interesse hebben in de maatregelen van andere gemeenten, kunnen terecht op de website van het vangnet. Hier zijn alle aanvragen gepubliceerd en gerubriceerd naar type maatregel, omvang van de gemeente en omvang van het tekort. Aan het eind van het aanvraagformulier is een uitgebreide toelichting per vraag opgenomen voor de

ambtelijke ondersteuning van het college. Voor een verdere toelichting op dit formulier wordt verwezen naar de informatie op de website:

https://www.toetsingscommissievp.nl/vangnetuitkering-2023

3

1. Verklaring college bij een uitgebreid verzoek

Dit gedeelte bestaat de volgende onderdelen: -

Samenvatting van de verklaring De beschrijving van de wijze waarop de gemeenteraad is geinformeerd door het college A, Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren (C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen

-

D Ondertekening door het college

4

Samenvatting van de verkiaring van het college De verklaring van het college bestaat uit vier subonderdelen: A) analyse van de oorzaken van het tekort, B) getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren, C) beoogd effect van de

genoemde maatregelen & D) ondertekening door het college. Het college geeft hieronder een samenvatting van onderdeel A, B en C. Dat geeft de gemeenteraad een

kernachtig overzicht, op basis waarvan het raadslid kan vaststellen waarmee hij instemt voordat hij ondertekent. Voor het gemeenteraadslid dat zich wil verdiepen in de verklaring van het college, wordt

verwezen naar onderdelen A, B, Cen D van het aanvraagformulier. Richtlijn voor de omvang van de samenvatting van de drie onderdelen is in totaal maximaal twee A4. Het ligt voor de hand dat een gemeenteraadslid de antwoorden op de checktist (zie achteraan dit

formulier) terug kan vinden in de samenvatting.

wPpwnr

A. Samenvatting onderdeel analyse van de oorzaken van het tekort Het college maakt in dit onderdeel duidelijk wat het probleem is. Hogere instroom doelgroep statushouders. De afstand tot de arbeidsmarkt van de bijstandsdoelgroep neemt toe Tekort BUIG: gemeente-specifieke bijzonderheden bestandsopbouw Toenemende kosten voor Loonkostensubsidie en BBZ. Organisatieverandering en toenemende personele uitdagingen in de uitvoering waardoor moeilijker aan de prestaties kan worden voldaan B

Samenvatting onderdeel getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren. Het college maakt in dit onderdeel duidelijk dat dit pakket van maatregelen afdoende is om de

Ip

COND

geschetste problemen aan te pakken. 1. Beperken van de instroom. 2. Bevorderen van uitstroom door werk. 3. Bevorderen van doorstroom. 4. Verbeteren van handhaving op rechtmatigheid. 5. Gerichte inzet op de doelgroep statushouders (waaronder Uitvoering Wet inburgering 2021 in de Drechtsteden). Verkenning naar mogelijkheden benutten infrastructuur WSW (GR Sociaal). Deeiname aan landelijke netwerken en leergroepen. Verkenning van het verlagen van de kosten van de uitkeringen. Specifieke initiatieven binnen Hardinxveld-Giessendam

Samenvatting onderdeel beoogd effect van de genoemde maatregelen Het college maakt in dit onderdeel duidelijk dat dit pakket van maatregelen tezamen leidt tot 5

tekortreductie, waarbij het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief is beschreven en inzichtelijk is gemaakt.

Terugkijken naar doelstelling in 2022: Bij de aanvraag vangnet uitkering voor 2022 was de doelstelling dat het uitkeringsbestand HardinxveldGiessendam per 31/12/2023 zou dalen: 178 inwoners met een bijstandsuitkering (gebaseerd op een daling van 1,4% van het bestand van 1 januari 2022

-

CPB norm gebaseerd op rapportage CEP).

Deze daling is niet bereikt. Op 31 december 2023 kende Hardinxveld-Giessendam 187 klanten. Dit is in liin met de stijging van het bestand die veel gemeenten maakten. Op het kleine aanta! bijstandsklanten in die gemeenten lijkt de stijging procentueel hoog, maar in absolute zin gaat het slechts om enkele

klanten. Dit gaat in de meeste gevallen om statushouders.

Doelstelling in 2024 en verder: Voor het jaar 2024 is het de ambitie om het uitkeringsbestand van 187 (1 januari 2024) per 31 december 2024 teruggebracht te krijgen op een totaal van 184. Deze daling is gebaseerd op de prognose van het CPB (MEV stijging 2,3%) met daarnaast een eigen ambitie om het bestand te laten dalen met 3,7%. Dit

resulteert in een daling van 1,4%.

Deze overzichten bevatten de data over de jaren 2021, 2022 en 2023 (inclusief }OAW en IOAZ) Stand en grognose per periode

6

Top 3 Instroomreden cer ee

AN

$23. Q

J andere gem eer

werk

ho

Mes

a

nN

yerer

Top 3 Uitstroomreden aac rg verm. org anaere gerreen.

Aangaan re ateredngk.

Geer

crtingen

EW 527 | >

'a

2

tw us

Anderirkomer

7

Op welke wijze is de gemeenteraad geinformeerd door het college? In dit onderdeel wordt het proces op hoofdliinen beschreven hoe de raad betrokken is vanaf het

moment van signalering van het tekort op het BUIG-budget en het daaropvolgend proces van bepalen en treffen van maatregelen, tot aan het moment dat de verklaring van het college voor instemming wordt

voorgelegd aan de raad. Ten einde dit zo eenvoudig mogelijk te beschrijven wordt gevraagd aan te kruisen op welke momenten de raad hierbij is betrokken. Dit geschiedt d.m.v. het plaatsen van een X

voor het betreffende onderdeel. Daarnaast is er ruimte voor aanvullingen. Op welke momenten werd de raad geinformeerd over beleid, uitvoering en sturing van de Participatiewet en meer specifiek over het tekort op de BUIG, de maatregelen en de beoogde effecten daarvan?

x

Moment in het proces

x

De kadernota, de begroting.

x

Voorjaars- en najaarsbericht en jaarrekening.

x

Maand-, kwartaal- of halfjaarrapportage. (ook wel genoemd Turap, Marap etc)

x

Beleidsplannen, strategie- of koersdocumenten, plannen van aanpak of evaluaties

informatie over bestandsontwikkelingen of over de voortgang van maatregelen. Nieuwsbrieven, bijeenkomsten en/of presentaties.

8

A. Analyse van de oorzaken van het tekort Hieronder toont het college de analyse, waaruit volgt wat de oorzaken van het tekort van de gemeente (A1) zijn. Vervolgens wordt de analyse opgenomen van het effect van getroffen maatregelen in voorgaande jaren (A2). Tot slot wordt kort beschreven welke bronnen zijn gebruikt bij de analyse (A3).

Al.

Analyse van de oorzaken van het tekort van de gemeente

Gemeenten met minder inwoners dan 40.000 inwoners (zoals Hardinxveld-Giessendam) krijgen deels een budget op basis van historische gegevens (gerealiseerde uitgaven BUIG van twee jaar eerder) en deels op basis van eerder genoemde, jaarlijks bijgestelde objectieve criteria. Sinds 2022 worden de uitgaven ten bate van loonkostensubsidies historisch verdeeld in plaats van objectief. Oorzaken voor eventuele tekorten op de BUIG kunnen in theorie zowel worden gevonden in (de componenten van) de verdeel-sleutel, als in de ontwikkeling van het bestand aan bijstands-gerechtigden, de gemiddelde kosten voor een uitkering en het aantal inwoners dat loonkosten-subsidie ontvangt ten opzichte van de landelijke trend in het betreffende jaar. Kleine gemeenten zijn in de praktijk gevoeliger dan grote voor deze landelijke ontwikkelingen, aangezien kleine aantallen bij hen relatief grotere impact hebben. In de praktijk zal het vaak een combinatie van beide factoren (verdeelmodel en bestandsontwikkeling) betreffen, waarbij de in het verdeelmodel gelegen factoren zo goed als niet te kwantificeren zijn. Wel opvallend is in dit kader, dat het binnen de Drechtsteden juist de kleinere gemeenten zijn, waaronder Hardinxveld-Giessendam, die in 2023 tegen -

-

relatief hoge budgetoverschrijdingen aanlopen. Omvang van het tekort Voor de gemeente Hardinxveld-Giessendam bedraagt het tekort (d.w.z. het verschil tussen inkomsten en uitgaven) voor het jaar 2023 op de BUIG € 566.670. Het tekort betreft 20,38% van het ontvangen Rijksbudget. Voor de historische ontwikkeling van het tekort wordt verwezen naar onderstaande tabel. 2021

2022

2023

Lasten BUIG

2.486.232

2.768.830

3.404.501

Baten BUIG

2.373.282

2.385.447

2.837.831

Tekort voor VU

-112.950

-383.383

-566.670

Rol en informatiepositie college De collegebevoegdheden in het kader van de Participatiewet (en de eerder genoemde

aanpalende wetten) zijn gedelegeerd aan de GR Sociaal / Sociale Dienst Drechtsteden (SDD). Formele informatie-verstrekking over de voortgang van de uitvoering geschiedt via de reguliere begrotings- en viermaandelijkse verantwoordingscyclus, maar ook via ambtelijke afstemming. Het feitelijke tekort op de BUIG voor 2023 is bepaald bij het opmaken van de jaarrekening 2023 door de GR Sociaal. Ambtelijk zijn de Drechtstedengemeenten als geheel (via het regionaal controllersoverleg) in november 2023 op de hoogte gesteld dat een aantal van hen mogelijk zou voldoen aan de criteria voor 9

het aanvragen een vangnetuitkering. Op basis van de resultaten over de eerste 8 maanden (2°

voortgangsrapportage) was dit nog niet voorzien, mede gezien het feit dat op basis van de Drechtsteden breed geconstateerde bestandsdaling die in de tweede helft van 2022 was ingezet ook voor HardinxveldGiessendam in de laatste verslagperiode een afname van het uitkeringsbestand verwacht werd, die echter uitbleef. Informatie over de bestandsontwikkeling in de Drechtsteden en de eigen gemeente is in de periode 2021-2022 maandelijks met het college per mail gedeeld. Medio 2022 is dit veranderd met de openstelling van het gemeentedashboard, waarmee de informatiepositie van het college verder is versterkt en de betreffende gegevens ambtelijk en bestuurlijk kunnen worden geraadpleegd. In juli 2022 heeft overleg met wethouder Baggerman en ambtenaren plaatsgevonden om samen te bespreken of we de kansen voor inwoners met een bijstandsuitkering in Hardinxveld-Giessendam kunnen vergroten. Daarbij is uitgebreid stilgestaan bij de bestandsontwikkeling. Op basis van dit gezamenlijke inzicht is gebrainstormd over manieren hoe de gemeente en de SDD gezameniijk het perspectief voor de doelgroep met een bijstandsuitkering kunnen vergroten. In het overzicht van maatregelen gaan we hierop in. Op basis daarvan heeft begin 2023 een brede partnerbijeenkomst plaatsgevonden.

Deze partnerbijeenkomst is de start geweest van een lokaal project 'Meedoen in Hardinxveld' waarbij extra inzet wordt gepleegd op genaturaliseerden die al langere tijd in de bijstand zitten. Het netwerk van uitvoerende organisaties rondom deze doelgroep komt sindsdien 3-4 keer per jaar samen. Rol en informatiepositie Daqelijks Bestuur GR Sociaal Zoals eerder gesteld zijn de collegebevoegdheden gedelegeerd aan de GR Sociaal en belegd bij het Dagelijks Bestuur van de SOD. Dit betreft ook het beleid en de sturing op de resultaten. Het beleid op het gebied van de Participatiewet is geharmoniseerd en daarmee voor alle gemeenten gelijk. In incidentele gevalien (bijvoorbeeld ten aanzien van pilots) wordt gemeente specifiek beleid worden gevoerd. Voor de gemeente Hardinxveld-Giessendam was dat in het kader van de Participatiewet in 2023 niet het geval. Binnen de SDD is de afgelopen jaren de informatiepositie versterkt, met de ontwikkeling van een online

dashboard dat realtime de bestandsontwikkeling weergeeft. Hierdoor kan goed worden gemonitord hoe het uitkerings-bestand zich qua aantallen en opbouw ontwikkelt en welke factoren daarbij een rol

spelen. Dit geldt zowel voor de instroom als de uitstroom. Tot op heden is dit echter nog niet gekoppeld aan realtime financiéle monitoring. Financiéle monitoring vindt periodiek plaats in de viermaandelijkse

rapportagecyclus. Daarnaast is deze informatievoorziening in 2023 verrijkt met tweejaarlijkse accountgesprekken. Sturing op de in de begroting vastgestelde doelen en de geconstateerde voortgang vond in 2023 en de voorgaande jaren

financiéle afspraken

-

-

mede gezien het geharmoniseerde beleid en de onderliggende

primair plaats op Drechtstedenniveau.

Biistandsbestand in relatie tot inwonersaantal Op 31 december 2023 waren er 195 inwoners"! met een bijstandsuitkering (incl. IOAW: 6 inwoners; en IOAZ: 2 inwoner). Het aantal IOAW en IOAZ uitkeringen is in de afgelopen jaren nagenoeg constant gebleven. Het uitkeringsbestand betreft in 2023 1% van de totale bevolking. De verhouding van het aantal bijstandsklanten ten opzichte van de totale bevolking is hiermee in de afgelopen jaren licht toegenomen: in 2022 betrof dit eveneens 1% en in 2021 0,9%. Het absolute inwonersaantal van de 10

gemeente is in de periode van 1996 tot 2016 redelijk constant gebleven, maar is aanzienlijk gestegen in de afgelopen jaren. Eén van de mogelijke oorzaken van deze bevolkingsgroei is te vinden in de toename van het beschikbare woningaanbod en de grote krapte op de woningmarkt, waardoor ook inwoners uit andere woonplaatsen naar Hardinxveld-Giessendam toe trekken. Dit geldt ook voor bijstands-gerechtigden, die door een relatief groot aantal sociale huurwoningen in HardinxveldGiesendam wat eenvoudiger dan elders hun heil kunnen vinden. In de periode van 2018 tot en met 2023 is het inwonersaantal met 4% gestegen, van 17.958 inwoners in 2018 naar 18.681 inwoners eind 2023.

Hardinxveld-Giessendam:

instroom bijstand

bijstandsvolume :

uitstroam near werk

3,65%

uitBtroom near echool

4,72% +

©*

A ontheffing arbeidsverplichting

2,5%

9; 3

1,68%

Figuur Jaarkaart Divosa benchmark 2023 voor de gemeente Hardinxveld-Giessendam

1 Lichte

afwijking in cijfers ten opzichte van de grafiek is mogelijk, doordat de cijfers op verschillende momenten uit het systeem gehaald zijn en aanvragen/beéindigingen met terugwerkende kracht geregistreerd kunnen worden. 11

ONDERDEEL VERKLARING TEKORT 1° verklaring tekort BUIG: hoge instroom statushouders In het jaar 2023 zijn er 58 inwoners ingestroomd in de bijstand en zijn er 43 inwoners

uitgestroomd. Deze relatief hoge instroom is ook terug te zien in de voorgaande jaren. Het verkrijgen van een verblijfsvergunning is veruit de meest voorkomende instroomreden per uitkeringsaanvraag. In 2023

betrof de instroom 12 statushouders, in 2021 en 2022 waren dit er 13. Hierbij speelt de beschikbare huisvesting in Hardinxveld-Giessendam een rol, aangezien een voldoende voorraad sociale huurwoningen cruciaal is om statushouders daadwerkelijk in een gemeente te kunnen huisvesten. Hardinxveld-Giessendam springt er qua beschikbare woningvoorraad in relatie tot de meeste andere Drechtstedengemeenten positief uit. Het aandeel statushouders binnen het bijstandsbestand van Hardinxveld-Giessendam is daarmee de afgelopen jaren fors toegenomen. Aangezien het bij Hardinxveld-Giessendam gaat om een kleinere gemeente met een gering bijstandsvolume, heeft een relatief groot aandeel statushouders direct impact op het bijstandsbestand en de kosten die hiermee gemoeid gaan. Dit effect geldt zeker ook voor de langere termijn, omdat een deel van deze doelgroep niet snel uitstroomt en minder kansen heeft om mee te doen aan de maatschappij. Naast de Participatiewet vallen statushouders namelijk onder de Wet inburgering. Het uitvoering geven aan deze wet vraagt met name in het begin van het traject de prioriteit, waardoor de focus nog niet op het realiseren van uitstroom ligt. Een extra complicerende factor voor deze doelgroep in de afgelopen 1,5 jaar is het tekort aan kinderopvang waardoor inburgeringstrajecten niet zo snel verlopen als kandidaat en wij willen.

Een hogere instroom lijdt normaliter ook tot een hogere uitstroom, maar door het hoge aandeel inburgeraars in de gemeente Hardinxveld-Giessendam, geldt deze stelregel nu niet. Dat effect is dan ook direct zichtbaar in de lagere uitstroom dan landelijk gemiddeld.

a verklaring tekort BUIG: de afstand tot de arbeidsmarkt van de bijstandsdoelqroep neemt toe

20158

2020

2025

2030

2035

2040

2045

2050

2055

Fiquur Ontwikkeling biistand, Wsw en Waiong (Nederland)

Bovenstaande grafiek geeft weer dat de doelgroep van de bijstand sinds 2015 verandert. De doelgroepen die in het verleden terecht konden binnen de Wajong en WSW zijn nu afhankelijk van bijstand als zij niet zelfstandig een baan kunnen vinden. In combinatie met de toenemende complexiteit in de maatschappij en een grotere groep nieuwkomers is het toenemen van een groeiende groep bijstandsklanten onafwendbaar. De afstand tot werk neemt toe als zij langdurig afhankelijk worden. Om 12

inwoners in de bijstand richting werk te bewegen vraagt dit intensieve dienstverlening. De coronaperiode en de overige stressverhogende ontwikkelingen zoals de koopkrachtdaling en energiecrisis hebben ervoor gezorgd dat de perspectieven voor inwoners verder toenemen. 3° verklaring tekort BUIG: qemeente-specifieke biizonderheden bestandsopbouw

Kenmerkend voor de gemeente Hardinxveld-Giessendam in vergelijking met andere gemeenten in de Drechtsteden, is dat het percentage bijstandsgerechtigden met een gehuwdennorm hoog is. Het

percentage gehuwden-uitkeringen is gemiddeld 17,3%11. In Hardinxveld-Giessendam is dit aandeel aanzienlijk hoger, namelijk 25,4%. Dit resulteert in een gemiddeld substantieel hogere uitkering per

verstrekking. Daarnaast kent het bestand een groot aandeel uitkeringsgerechtigden met een lang uitkeringsverleden (60% van de bijstandsgerechtigden in Hardinxveld-Giessendam is meer dan 2 jaar afhankelijk van een uitkering} en een grote afstand tot de arbeidsmarkt, waarvoor uitstroom naar betaalde of gesubsidieerde arbeid op afzienbare termijn niet aan de orde is. Deze doelgroep is door de coronajaren driedubbel op afstand gezet: door de reductie van uitstroommogelijkheden tijdens de lockdowns, de eveneens daardoor veroorzaakte stagnatie van (lopende) ontwikkeltrajecten en de

concurrentie met beter gekwalificeerde werkzoekenden. Daarnaast is de participatie onder kwetsbare inwoners, waaronder deze groep, heel hard teruggelopen. Uit de monitor Sociaal Drechtsteden Hardinxveld-Giessendam (gepubliceerd in juli 2022) blijkt dat onder andere de eenzaamheid met 38% is

toegenomen tijdens de coronaperiode. Met name kwetsbaren in de samenleving (waaronder inwoners met een langdurige uitkering} hebben extra veel moeite om meedoen te hervatten. 46 verklaring tekort BUIG: toename kosten loonkostensubsidie en Bbz.

Buiten de ontwikkelingen in de bijstandspopulatie is in 2022 een toename geweest in de kosten voor

loonkostensubsidie bij een nagenoeg gelijkblijvend bestand subsidieontvangers. De oorzaak van deze

uitgaven heeft grotendeels te maken met een wetswijziging rondom de vereenvoudiging van loonkostensubsidie per 1 januari 2022. Met deze wetswijziging blijft de gemeente de

loonkosten-subsidie doorbetalen aan de werkgever bij ziekte, waardoor de kosten hoger uitvallen dan de jaren daarvoor. In het verleden betaalden gemeenten niet door bij ziekte en moesten de kosten voor doorbetaling van het salaris door de werkgever gedeclareerd worden bij UWV. Daarnaast wordt de

loonkostensubsidie sinds 1 januari 2022 automatisch betaald in plaats van via declaratie. Ook dit zorgt voor hogere uitgaven (maar wel minder bureaucratie). Gezien het feit dat de Drechtsteden (waaronder in Hardinxveld-Giessendam) al langere tijd ruim bijdragen aan de banenafspraak en dus ruimer dan

andere gemeenten inzetten op loonkostensubsidie, is het effect van deze wetwijziging relatief groter in de Drechtsteden. Zeker in kleinere gemeenten levert dit een groter effect op.

Tevens is een zekere dynamiek geweest in de kosten voor de uitkeringen Bbz. De oorzaak van deze ontwikkeling is toe te schrijven aan de versoepelde Bbz regeling, de Bbz-light (eerste kwartaal 2022) vanuit het Rijk. Dit in verband met het aflopen van de ToZo-regeling. De stijging van kosten is in 2022 duidelijk waarneembaar, maar is weer scherp gedaald in 2023.

13

2021

2022

2023

Lasten LKS

190.747

260.864

301.156

Lasten BBZ

0

14.528

10.229

5° verklaring tekort BUIG: Oraanisatieveranderinag en toenemende personele uitdaqingen in de

uitvoering waardoor moeilijker aan de prestaties kan worden voldaan. Zoals in alle werksoorten kampen ook gemeenten en Sociale Diensten met personele uitdagingen. Daarbij komt dat de GR Sociaal in september 2023 te maken heeft gehad met een organisatorische wijziging en zijn (worden) veranderingen aangebracht in het werk. De organisatieverandering leidt tot

overdracht momenten en nieuwe processen. Dat heeft gevolgen gehad voor de productie. {0 Bron: Divosa Benchmark

A2.

Analyse van het effect van getroffen maatregelen in voorgaande jaren

Ondanks alle inspanningen zien we dat de gewenste daling niet helemaal is behaald. Met name de hoge instroom en het relatief grote effect op het bestand spelen in deze gemeente een belangrijke rol. De

uitstroomfactor waarop we het meeste kunnen sturen, namelijk de uitstroom naar werk, wordt middels een grote set aan activiteiten gestimuleerd. Deze set blijven we steeds verder ontwikkelen. In 2023 heeft

echter ook een organisatieverandering binnen de GR Sociaal plaatsgevonden. Er is dan ook goede hoop dat in 2024 iets betere uitstroomresultaten kunnen worden behaald.

Tijdens voorgaande aanvraag constateerden we al dat de gemiddelde prijs per uitkering relatief hoog ligt. Die kosten worden beinvioed door de gezinssamenstelling (niet beinvloedbaar), aantal werkende inwoners met loonkostensubsidie (niet beinvioedbaar), inzet BBZ (niet beinvloedbaar) en het aantal parttime uitgestroomde bijstandsklanten (deels beinvioedbaar).

A3.

Gehanteerde bronnen die bij de analyse (A1) zijn gebruikt.

Voor deze analyse zijn de klantbestanden van de GR Sociaal en het Regionaal Bureau Zelfstandigen geraadpleegd. Om te vergelijken met andere gemeenten gebruiken we voornamelijk de Divosa benchmark Werk en Inkomen, maar ook de maandelijkse BUIG vergelijking met grote gemeenten (opgesteld door de gemeente Enschede is voor ons een bron). Voor het bepalen van de doelstellingen raadplegen is het CPB een bron.

14

B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt beschreven welke interne (B1) en externe

maatregelen (B2) zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan de verdere tekortreductie. Bij 82 wordt aan de hand van drie vragen beschreven hoe de consultatie van de externe partij of externe bron heeft geleid tot de getroffen externe maatregelen. Bij zowel B1 als B2 wordt onderscheid gemaakt of de maatregel al dan niet wordt voortgezet of nieuw is.

Beheersmaatregelen 2021-2023 Drechtstedenbreed Zoals eerder aangegeven zijn de collegebevoegdheden gedelegeerd aan de GR Sociaal en voert het Dagelijks Bestuur van de SDD een geharmoniseerd beleid. De belangrijkste prioriteit van dat beleid lag in de jaren 2021-2023 bij de participatiedoelstelling binnen de Participatiewet. Bij de ontwikkeling van de brede visie sociaal domein is erkend dat de focus binnen de Drechtsteden moet worden verlegd van

directe plaatsing van bijstandsklanten op de arbeidsmarkt naar het ontwikkelen van arbeidsmarktwaarde.

Zeker met de afbouw van de coronamaatregelen in het voorjaar van 2022 werd duidelijk dat de economie zich weer snel herstelde. Deze ontwikkeling heeft geleid tot een grote krapte op de arbeidsmarkt. Dit had op haar beurt een aanzienlijke weerslag op de samenstelling van het bijstandsbestand. De instroom van nieuwe uitkeringsgerechtigden met werkervaring stagneerde waardoor het bestand steeds meer werd gekenmerkt door een grote afstand tot de arbeidsmarkt, een

toename van inwoners in de hogere leeftijdscategorie, een groter aandeel van inwoners met een nietwesterse achtergrond en een oplopende verblijfsduur in de uitkering. Drechtstedenbreed bevindt op dit moment ruim 70% zich al langer dan twee jaar in het bestand, waarvan bijna 50% zelfs langer dan vijf

jaar. Daarbij zien we ook dat de energiearmoede en inflatie leidt tot meer onrust, instabiliteit en stress bij de klanten, waardoor een focus op werk uit beeld is geraakt. Opvallend hierbij was ook dat vooral in het 2022 een relatief grote instroom ontstond van jongeren met een meervoudige problematiek, die

veroorzaakt was tijdens de coronaperiode. Door deze ontwikkeling bleek dat de inzet op ontwikkeling naar werk in intensiteit en trajectduur toenam. Uit een inventariserend onderzoek, gestart in 2022, is

gebleken dat het grootste deel van de doelgroep laag op de participatieladder (treden 1, 2 en 3) staat en dat met name gezondheidsproblematiek (lichamelijk en mentaal) bij het overgrote deel van de inwoners het perspectief op ontwikkeling beperkt.

Omdat de groep die een grote afstand heeft tot de arbeidsmarkt binnen de bijstandspopulatie een steeds groter aandeel inneemt en de vraagstukken waarmee men te maken krijgt steeds complexer

worden, is het van belang om de huidige methodieken en het huidige instrumentarium meer en meer op deze doelgroep aan te passen. Het gaat, buiten de groeiende groep statushouders, Drechtstedenbreed om een grote groep van ca. 5.000 klanten met lichamelijke en/of psychische klachten. Om de

mogelijkheden van de groep met zwaardere problematiek nader in kaart te brengen is in 2022 gestart met het uitvoeren van verdiepende analyses van het zittende bestand. Deze analyses zijn gericht op een aantal specifieke doelgroepen:

een analyse van de doelgroep met lichamelijke klachten door een extern bureau; een scan naar het gebruik van voorliggende voorzieningen; 15

een uitgebreide nadere analyse van de doelgroep van het jongerenteam; een gefaseerde analyse van de doelgroep statushouders, vallend onder de Wet

inburgering 2013. Om deze ontwikkelingen het hoofd te kunnen bieden is in 2023 gestart met in veranderingsproces waarbij naast de veranderende samenstelling van het uitkeringsbestand ook werd voorgesorteerd op de landelijke voornemen tot wetswijziging volgens de sporen van Participatiewet in Balans en Handhaving Sociale Zekerheid. Op het viak van ontwikkelen naar werk werd de focus daarbij vooral gericht op de

doelgroepen inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, jongeren en statushouders. Op uitvoerend viak heeft de GR Sociaal de organisatiestructuur aangepast waarbij de focus verlegd is naar grotere gerichtheid op de deelnemende lokale gemeenten en de doelgroepen jongeren en

statushouders. Hierbij wordt ook gewerkt aan de verdere organisatorische inbedding van het sociale

ontwikkelingsbedrijf Drechtwerk binnen de GR Sociaal. Sinds 1 januari 2023 maakt Drechtwerk al juridisch onderdeel uit van de GR Sociaal. Op beleidsmatig viak zijn in de loop van 2023 een groot aantal initiatieven genomen om het bestaande

instrumentarium op basis van de Participatiewet verder aan te passen aan de veranderende behoeften van de inwoners. Binnen het bovengeschetste veranderingsproces gaan wij vervolgens in op: 1.

Het beperken van de instroom

2.

Het bevorderen van de uitstroom naar werk

3.

Het bevorderen van doorstroom

4. 5.

Handhaving op rechtmatigheid Gerichte inzet op statushouders

6.

Verkenning van de mogelijkheden om de gemiddelde prijs van de uitkering te verlagen

7

Beheersmaatregelen gemeente specifiek

Adi. Het beperken van de instroom De regionale maatregelen voor instroombeperking, die in de jaren 2021 tot met 2023 zijn genomen,

behelzen onder andere: e

Voorafgaand aan deze periode is geconstateerd dat we moeten werken aan vergroten van de arbeidsmarktwaarde van bijstandsklanten. Directe plaatsing naar werd moeilijker door de uitdagendere doelgroep. Hierom is binnen leerontwikkelbedrijf Perspct een Werkfit-aanpak ontwikkeld die inwoners direct vanaf de poort ondersteunt bij het behouden en verder

ontwikkelen van arbeidsmarktwaarde. Perspct is later geintegreerd met de ontwikkelafdeling Start en Groei van Drechtwerk om te komen tot nieuwe werkfitprogramma's gericht op

specifieke doelgroepen. Zo is in 2023 gestart met de ontwikkellijnen. Een daarvan is het ¢

ontwikkelpad Kinderopvang. Met sociale partners in de arbeidsmarktregio is het mobiliteitsplatform Kickstart opgericht. Na afloop van deze periode is de ontwikkeling gestart om Kickstart in te bedden in het Regionaal Werkcentrum Drechtsteden.

16

e

Samen met de partners in de arbeidsmarktregio Drechtsteden werken we aan de bouw van het

Werkcentrum Drechtsteden. In 2023 is gestart met pilots en het maken van e

samenwerkingsafspraken. We schakelen in nauw verband met werkgevers die kandidaten uit de doelgroep loonkostensubsidie aan het werk hebben. Zo kan uitval worden voorkomen dat de kwetsbare

doelgroep werkenden te maken zou krijgen met ontslag en indien nodig kan worden herplaatst. Voor deze doelgroep is heeft het werkgeversservicepunt Baanbrekend een doorplaatsingsunit e

ingericht. En is er binnen de Drechtsteden ook een detacheringsfaciliteit ingericht. Daarnaast hebben we ook nauw contact met werkgevers als het gaat over medewerkers met schulden. Wij vergroten de kennis rondom schulden bij werkgevers en werkgevers weten ook

dat zij terecht kunnen in geval van signalen. Schulden zijn een belangrijke reden van uitval. e

De Drechtsteden hebben als een van de eerste regio's ingezet op de doelgroep zelfstandigen. De rol van het Ondernemersloket was gericht op het benaderen van zelfstandigen die door de crisis

wellicht hulp nodig hadden. e

We werken samen met de gemeente Dordrecht aan langjarige programma's in kwetsbare gebieden zodat onder andere intergenerationele problematiek kan worden doorbroken. Vanaf

@

2024 gaat ook de gemeente Zwijndrecht aan de slag met een programma Veerkrachtige wijken. We boden en bieden nazorg bij klanten die via de uitvoerende afdelingen uitstromen naar werk. Dit leidde in de afgelopen jaren tot een flinke beperking van de her-instroom.

e

Daarnaast werkt de SDD verder aan reguliere taken zoals samenwerking met het UWV (max

WW, re-integratie specifieke doelgroepen), doorbetalen van lonen via Baanbrekend detacheren, samenwerken in jongerennetwerken, multidisciplinair samenwerken voor dak en thuislozen en maatschappelijke zorg, een poortproces gericht op het ontwikkelen naar werk, goede voorlichting, toetsing en directe hulp waar nodig alsmede een specifieke jongeren-aanpak. Ook deze taken zorgden ervoor dat de instroom in de bijstand beperkt is gebleven. De afgelopen jaren vertoonde het bestand een lichte daling. Met de verdere daling van de instroom valt

echter op, dat de instroom die zich in de loop van 2022 en 2023 heeft gemeld juist kampt met een relatief grotere problematiek en een toegenomen afstand tot de arbeidsmarkt. Daarnaast bestaat de instroom, als gevolg van de oplopende huisvestingstaakstelling, in toenemende mate uit statushouders. Doordat deze doelgroep een meerjarig inburgeringstraject, en vanaf 2022 onder de nieuwe Wet inburgering 2021, moeten volgen zijn de statushouders niet in staat om op korte termijn uit te stromen.

Ad2. Het bevorderen van uitstroom naar werk

We bevorderen de uitstroom naar werk door: e

De arbeidstoeleiding van inwoners te richten op kansrijke sectoren en maatschappelijk

verantwoorde ondernemingen. Op basis van uitgebreide arbeidsmarktanalyses zijn verschillende kansrijke beroepen onderscheiden binnen de sectoren Zorg, Logistiek, Retail, Vervoer, Bouw, Afvalverwerkende Industrie en het Groen. e

inte zetten op de arbeidsmarktwaardeontwikkeling van inwoners en te investeren in intensieve begeleiding na bemiddeling. Binnen het leerontwikkelbedrijf Perspct werden in verschillende 17

leerlijnen inwoners ontwikkeld en begeleid naar betaald werk, middels een integraal en methodisch dienstverleningsconcept gericht op de mogelijkheden van de inwoner en relatie tot de beschikbare kansen op de arbeidsmarkt.. Deze capaciteit is dankzij de programma's

Perspectief op Werk en de Regiodeal vergroot. Op dit moment wordt er gewerkt aan nieuwe ontwikkelpaden. De Drechtstedelijke inzet op de loonkostensubsidie maakt dat de Drechtsteden landelijk koploper waren en dat dit voor de komende jaren een financieel voordeel zal opleveren daar de financieringsgrondslag met ingang van 2022 ten gunste de Drechtsteden is veranderd (op basis van realisatie in plaats van objectief). De Drechtsteden verstrekt nog steeds relatief veel loonkostensubsidie. In 2021 is de GR Sociaal gestart met een meerjarige pilot bij twee ontwikkelbedrijven (Stroomlijn

en Opnieuw & Co). De pilot is bedoeld voor extra inzet op extra ondersteuning (coaching en

buddy's) voor kandidaten die het zonder ondersteuning niet zelfstandig redden op de arbeidsmarkt. Van deze specifieke groep is gebleken dat de gebruikte leerlijnen wel helpen bij de

ontwikkeling van de kandidaat, maar dat de stap naar regulier werk nog steeds te groot is. De inzet van de extra ondersteuning richt zich op een breder aandachtsveld dan alleen de werknemersvaardigheden. Momenteel wordt ook gewerkt een aan leerlijn zorg en een ontwikkelpad kinderopvang. In Dordrecht en Sliedrecht wordt bovendien ook gewerkt aan een leerlijn in de energietransitie. Daar plukken alle Drechtsteden vruchten van. Voor parttime uitgestroomde bijstandsgerechtigden is een project ingezet met als doel deze

inwoners fulltime te laten uitstromen. Daarnaast is in 2023 ook extra geinvesteerd in de opzet van een pilot om parttime werk als doorstroommogelijkheid naar voliedige uitstroom. De opzet van deze pilot is gericht op inkomensvrijlating (van een deel van de inkomsten) en toepassing van een bufferbudget in het kader van de aanstaande wetswijziging van de Participatiewet

(Participatiewet in Balans), waarmee negatieve fluctuaties in het maandelijkse totaalinkomen worden voorkomen. Door de vertraging van het beoogde wetsvoorstel is de pilot nog niet in uitvoering genomen. Om de kansen voor alleenstaande ouders te vergroten is vanuit het programma ontwikkelen

naar werk een groepsgerichte aanpak voor alleenstaande ouders opgericht. In het kader van professionalisering van de ondersteuning bij beschut werk en andere

doelgroepen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt richten is een team opgericht van ontwikkelcoaches bij Drechtwerk. Naast een functiegerichte begeleiding op

werknemersvaardigheden staan wij hierbij een meer integrale benadering voor waarbij een team van ontwikkelcoaches zich richt op bijsturing op leefgebieden/leefstijlen. Denk hierbij aan leefstijlcoach, voedingscoach, beweging tijdens het werk en dergelijke. Hierbij wordt ook aangesloten op de sensitieve dienstverlening. Tot slot wordt hierbij meer geinvesteerd in het aanbieden van opleidingen op het viak van taal, rekenen, digitale vaardigheden, specifieke

werknemersvaardigheden en budgetbeheer. Om de uitstroom naar werkgevers eenvoudiger te maken is in 2023 de tariefstetling voor

werkbegeleiding gestandaardiseerd. Dit ter vervanging van de voorgaande systematiek waarbij de tariefstelling was gekoppeld aan de loonwaardemeting. Met de standaardisatie is op 18

voorhand voor werkgevers duidelijker welke vergoeding zij krijgen en is de administratieve belasting hierbij aanzienlijk gereduceerd. Deze maatregel geldt als een eerste stap in het doorontwikkelen van de instrumenten van werkbegeleiding en jobcoaching in de richting van de

veranderde behoeften van de inwoners binnen het bijstandsbestand. Deze inzet sluit aan bij het streven om werkbegeleiding een meer op ontwikkeling gericht karakter te geven waarbij de

werknemers begeleid worden door ontwikkelcoaches. e

Inde loop van 2023 is een pilot gestart voor een bredere toepassing van het instrument loonkostensubsidie voor niet-geindiceerde uitkeringsgerechtigden.

Ondanks de krapte op de arbeidsmarkt en de inspanningen op uitstroom naar betaalde arbeid te

bevorderen, valt op dat gedurende 2022 de uitstroom een daling vertoont. Als wordt gekeken naar de doelgroep die uitgestroomd is in 2022 en 2023 valt op dat betrokkenen allemaal relatief lang een uitkering ontvingen, namelijk gemiddeld 29 maanden. Dit zegt iets over de intensievere dienstverlening die met het zwaarder worden van het bestand nodig is om inwoners te activeren en te ontwikkelen -

-

naar werk. Daarbij valt ook op dat de toegenomen onrust rond de energie- en koopkrachtontwikkelingen

leidt tot meer instabiliteit en stress bij de kianten. Daarnaast is er door corona en de toeslagenaffaire

ook sprake van een toegenomen wantrouwen in de richting van de overheid. Deze verzwaring van de

problematiek heeft zowel gevolgen voor de inwoners, als de inzet vanuit de dienstverlening. Werkgevers in de Drechtsteden worden zich steeds meer bewust worden van de sociale impact die zij kunnen maken door bijvoorbeeld inwoners met een bijstandsuitkering een kans te bieden in hun bedrijf. Dit was al zichtbaar doordat in deze regio zoveel inwoners met loonkostensubsidie bij regulier

werkgevers aan de slag zijn, maar dit besef verspreidt zich inmiddels verder. Werkgeversservicepunt Baanbrekend Drechtsteden stimuleert deze beweging door de jaarlijkse uitreiking van de Social Impact Award. Ad3. Bevorderen van doorstroom De afgelopen periode is ingezet op twee ontwikkelingen: -

Bestaanszekerheid bevorderen

-

Ontwikkelen naar werk.

Door de bestaanszekerheid te vergroten verwachten we dat stress reduceert en perspectief vergroot. Om die reden werken we aan het ontwikkeling van de bestaanszekerheidschecks waarbij niet alleen de

gemeentelijke financiéle tegemoetkomingen worden gecheckt maar ook van andere partijen zoals toeslagen bij de belastingdienst. in 2024 wordt dit verder doorontwikkeld. Daarnaast wordt in het 'Samenwerkplein' bij de GR Sociaal ook gewerkt aan het betrekken van nieuwe partners zoals de Belastingdienst, SVB etc. Ook dit wordt doorontwikkeld in 2024. Bovendien worden alle medewerkers van de GR Sociaal getraind in motiverende gespreksvoering en stress sensitief werken. Bij ontwikkelen naar werk gaat het om meebewegen met de veranderende behoeften onder invloed van de krapper wordende arbeidsmarkt. De maatschappelijke participatie is door de diverse crises fors

afgenomen. Dit openbaarde zich vooral bij de meest kwetsbare doelgroepen, die daardoor meer 19

geisoleerd raakten binnen de samenteving. Om de maatschappelijke participatie beter aan te laten sluiten bij de lokale situatie is de verantwoordelijkheid voor de participatieplekken per 1 januari 2022 overgedragen van de regio naar de individuele gemeenten. Gezien de zware problematiek van een deel van de bijstandsgerechtigden lijkt er vanuit de Participatiewet meer aandacht nodig voor ondersteuning die niet direct gericht is op de uitstroom naar regulier betaald werk. In de Drechtsteden gaan wij daarbij uit van iedereen kan werken. Onder werk verstaan wij daarbij ook mantelzorg, vrijwilligerswerk,

participatieplekken of andere vormen van onbetaald werk met grote maatschappelijke waarde. De inzet van deze vormen van werk voorziet in het bieden van een stabiele situatie voor de inwoner van waaruit nadere ontwikkelingsmogelijkheden en uitbreiding van het persoonlijke netwerk en de sociale en fysieke

weerbaarheid kunnen worden geboden. tn dit kader is in de loop van 2023 ook de Ik doe mee-premie

geintroduceerd als eenduidig instrument van waardering bij inzet op vrijwilligerswerk en participatieplekken.

Vanaf medio 2022 is extra inzet gepleegd op de begeleiding van de statushouders onder de Wet inburgering 2013. Ook de uitvoering van de Wet inburgering 2021 is medio 2022 in de praktijk van start gegaan. Met de toegenomen bevoegdheden van gemeenten in de nieuwe wetgeving en de toename van het volume van de totale aantal statushouders is bij de aanpassing van de organisatiestructuur voor deze

doelgroep een aparte afdeling ingericht, waarbij ook gestart is met de ontwikkeling van participatietrajecten naast de inburgeringstrajecten.

Voor inwoners die zich ontwikkelen naar werk is, wordt sinds 2020 gewerkt aan diagnostiek in het arbeidsonderzoekscentrum (AOC). Met de start van de uitvoering van de Wet inburgering 2021 voert het AOC ook de uitgebreide leerbaarheidstoets uit voor de doelgroep statushouders. Deze diagnostische methodiek levert de inwoner veel inzicht over zichzelf op waarna gewerkt kan

worden aan een passend plan van aanpak met een realistisch en duurzaam arbeidsmarktperspectief. Inmiddels worden zowel de aandacht voor stress-sensitieve dienstverlening als de ontwikkelaanpak van de SDD als landelijk voorbeeld beschouwd.

Onder de doelgroep is in 2022 ook een onderzoek gestart naar mogelijke onderbenutting van

voorliggende voorzieningen. Dit zorgt voor beperking van de uitkeringslasten wanneer blijkt dat klanten recht hebben op andere voorziening. De ingezette organisatieverandering heeft in september 2023 geleid tot verschuivingen in de organisatie.

inmiddels is het stof rondom de organisatieverandering gedaald en zijn vacatures grotendeels ingevuld. Dit maakt het mogelijk om verder te ontwikkelen.

Ad4. Handhaving op rechtmatiqheid In 2021 is een extra project uitgevoerd gericht op opsporing van bijstandsfraude in het buitenland. Ook is

gewerkt aan innovatie zoals afgestemde handhaving door middel van LSI (handhaving afgestemd met partners).

20

In 2022 en 2023 is de uitstroom als gevolg van handhaving geleidelijk afgenomen. Dit was een gevolg van een wijziging in het karakter van de aanpak, waarbij handhaving in de afgelopen jaren geleidelijk is

veranderd van streng naar meer zorgzaam en gericht op het realiseren van publieke waarde. Ook de integrale handhaving helpt om onderliggende problematiek eerder te onderkennen en aan te pakken. De handhaving heeft hiermee een meer preventief gericht karakter gekregen. Mede door deze omslag is de

uitstroom door handhaving dan ook lager dan in voorgaande perioden.

Ad5. Gerichte inzet op statushouders In 2021 is als gevolg van corona minder inzet gepleegd op de uitvoering van fysieke groepsactiviteiten

zoals de VCA-opleiding, heftruckcertificaten of taalwerk-stages. Door de focus te verschuiven naar

individuele begeleiding zijn de nadelige gevolgen voor de statushouders zoveel mogelijk beperkt.

Met de invoering van de nieuwe Wet inburgering 2021 met ingang van 1 januari 2022 is de prioriteit bij de aanpak van de doelgroep statushouders vooral gericht op het vinden van aansluiting op het reguliere

(beroeps)onderwijs. Op basis van de leerbaarheid en het competentieniveau, die uitvoerig worden gediagnostiseerd binnen het AOC, staan ons daarvoor verschillende inburgeringstrajecten ter beschikking. De inzet van participatie en werk dient daarbij zoveel mogelijk ondersteunend te zijn aan de inburgeringstrajecten. Binnen de Drechtsteden zijn de individuele gemeenten verantwoordelijk voor de inburgering van statushouders. De GR Sociaal voert namens de gemeenten de regie over het inburgeringsproces. Om deze taak goed te kunnen uitvoeren, werken gemeenten en de GR Sociaal nauw samen. Zo zijn

samenwerkingsafspraken gemaakt over de maatschappelijke begeleiding (in opdracht van gemeenten), samenwerking met sociale teams en regievoering op de inburgering (GR Sociaal), zijn inkoopafspraken gemaakt met onderwijsinstellingen, is een welkomstprogramma ontwikkeld dat past bij de opdracht en is een klantreis vormgegeven. Ondanks de invoering van de Wet inburgering 2021 per 1 januari 2022 blijkt dat statushouders onder het

regime van de nieuwe wet feitelijk pas vanaf de zomer 2022 zijn ingestroomd. De bijbehorende inburgeringstrajecten zijn daarbij pas vanaf september van start gegaan. De instroom gedurende het jaar 2022 bestaat hierdoor nog voor een deel uit statushouders, vallend onder de Wet inburgering 2013 en

daarmee qua uitvoering onder impuls statushouders. Dit heeft de uitvoering gecompliceerd. De doelgroep statushouders kent een relatief kortere afstand tot de arbeidsmarkt binnen het totaal van

het bijstandsbestand, maar kent wel een deels andere problematiek, waardoor een meer specifieke

aanpak is vereist. Binnen de organisatiestructuur van de GR Sociaal is hiervoor dan ook een aparte

afdeling Inburgering gevormd. Voor participatie en toeleiding naar werk voor statushouders is vanaf 2023 gewerkt aan een vormgeving

volgens het landelijke Plan van aanpak statushouders aan het werk. Gemeenten zijn daarbij afhankelijk van de bereidheid van werkgevers om hieraan mee te werken. Werkgevers hebben niet altijd de tijd, capaciteit en financién om mee te werken. Om de aansluiting op het werkgeversnetwerk te realiseren is hiertoe is een regionale verbinder aangesteld, is de bemiddeling vanuit zowel Baanbrekend Drechtsteden (BBD) als het D-team van Randstad voor de doelgroep uitgebreid en ondergebracht bij de afdeling Inburgering. De regionale verbinder vervult binnen deze aanpak dus een spilfunctie in de regio en richt zich op activiteiten als: 21

e

e

inzicht krijgen in de verschillende doelgroepen/nationaliteiten onder statushouders en de

maatwerkaanpak die dit vraagt in relatie tot bestaande of nog te ontwikkelen instrumenten; aansluiting maken op het huidige aanbod aan leerwerktrajecten en de inzet op verbetering van het aanbod voor specifieke doelgroepen, dit is een belangrijk aspect van participatie en

e

e

e

e

arbeidsmarktintegratie; inzet van jobcoaching voor statushouders die dat nodig hebben; aansluiting met werkgevers maken, om betere kansen te creéren op de arbeidsmarkt, o.a. via het ontwikkelen van duale trajecten. Voor statushouders ligt de focus op skills, vaardigheden en

omgangsvormen, minder op diploma's; dit ook ontwikkelt voor de inburgeraars zonder uitkering (gezinsmigranten); dit op termijn koppelt aan het Regionaal Werkcentrum (zie ook paragraaf 4.4 Onbenut

arbeidspotentieel). Daarnaast is voor de doelgroep gestart met een aantal nieuwe methodieken: e

Gerichte aanpak van genaturaliseerden;

e

Start van een Werkfit programma bij Drechtwerk, waarin aandacht is voor een praktijkoriéntatie

van mogelijke beroepen, werknemersvaardigheden en de sociale omgangsvormen op de

werkvioer; ©

Ontwikkeling opleidingsmogelijkheden in aansluiting op het werkfit programma.

Tot slot wordt aansluiting gerealiseerd bij de inzet op eerder beschreven pilotprojecten als de Parttime werk en verbreding van de inzet van loonkostensubsidie. Binnen de organisatie is sinds oktober 2023 een afdelingshoofd aangewezen die specifiek

verantwoordelijk is voor deze doelgroep.

Ad 6. Verkenning van de mogelijkheden om de qemiddelde prijs van de uitkering te verlagen. Onder andere uit de analyse en de benchmark Werk en Inkomen blijkt dat de gemiddelde prijs van de uitkering in de Drechtsteden relatief hoog ligt. De oorzaak hiervan is te vinden aan beperkt beinvioedbare factoren (loonkostensubsidie, BBZ, gezinssamenstelling en aandeel parttime

uitgestroomden). Gezien de hoge invioed van de prijs op het tekort van de gemeente, vraagt dit om nader onderzoek naar de mogelijkheden om dit toch te beinvioeden.

Ad 7. Beheersmaatreqelen 2021-2023 qemeentespecifiek Buiten de regionale aanpak is in Hardinxveld-Giessendam extra aandacht besteed aan de

doelgroep statushouders. Deze aanpak voorzag vooral in het onderhouden van nauwere contacten ten aanzien van de begeleiding en participatiemogelijkheden. Tevens is bij de gemeente ingezet op

taalontwikkeling bij de bibliotheek. Met ingang van 2022 is de werkgroep Kerk en Viuchteling gevraagd om zich in te zetten voor de participatie van nieuwe inwoners. In juli 2023 is de gemeente gestart met het project 'Meedoen in Hardinxveld', specifiek gericht

op genaturaliseerden die al lange tijd in de bijstand zitten. MEE Matchingsunit, SOD, Vluchtelingenwerk, 22

Sociaal Team, Welzijnsorganisatie en de Bibliotheek Aanzet werken in dit project samen. Samen spannen zij zich in om inwoners, aangereikt door klantregisseurs van de SDD, extra te begeleiden om te gaan

participeren en het arbeidsvermogen te onderzoeken. Eind 2023 is Vluchtelingenwerk Nederland in opdracht van de gemeente HardinxveldGiessendam een pilot gestart genaamd Vrouwenempowerment. Het Vrouwenproject Empowerment en

participatie is een project dat ontwikkeld is om vrouwelijke statushouders bewust te maken van hun eigen mogelijkheden en kwaliteiten om zo meer zelfvertrouwen te creéren. Van hieruit wordt ingezet op het vergroten van de participatie (opleiding, stage, vrijwilligerswerk, betaald werk). Het project bestaat uit intensieve individuele begeleiding en groepsbijeenkomsten. Het doel van het pilotproject in

Hardinxveld-Giessendam is om in 2024 8 vrouwelijke statushouders stapsgewijs te laten groeien in een persoonlijk dynamisch traject naar participatie en uiteindelijk, waar mogelijk, betaald werk .

Gemeente specifiek geldt dat in Hardinxveld-Giessendam het aantal participatieplekken laag waardoor het moeilijker is om deze inwoners te matchen met een passende plek als iemand zelf was, geen eigen netwerk heeft. Meedoen levert vaak een toenemend perspectief op waardoor ook vervolgstappen op de participatieladder mogelijk zijn. tn juli 2023 heeft de gemeente een contract

gesloten met MEE Matchingsunit voor het uitbreiden van het aantal participatieplekken en het matchen van participanten. Het aantal participanten is in het laatste half jaar uitgebreid van 1 naar 5

participanten. Dit wordt verder uitgebouwd. Een enkeling zal mogelijk uiteindelijk de overstap naar betaald werk kunnen maken. Er is vanuit de SOD sinds enige tijd meer aandacht voor gemeentegericht werken. Dit houdt in

dat onder meer consulenten (regulier en inburgering) ,nedewerkers van de klantenservice lokaal actief zijn. Daarnaast is er ook goed contact tussen de lokale bedrijfscontactfunctionaris en

Werkgeversservicepunt Baanbrekend Drechtsteden.

B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt beschreven welke interne (B1} en externe

maatregelen (B2) zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan de verdere tekortreductie. Bij B2 wordt aan de hand van drie vragen beschreven hoe de consultatie van de externe partij of externe bron heeft geleid tot de getroffen externe maatregeten.

Getroffen maatregelen om het tekort in 2024 te reduceren Het is een blijvende zoektocht om de opwaartse doorstroom op de participatieladder en uitstroom van het bijstandsbestand te vergroten. Ook het voorkomen van instroom blijft aandacht hebben. In

voorgaande tekst zijn een aantal maatregelen gestart waarvan het effect zich in 2024 moet voordoen. Buiten deze maatregelen, gaat het in 2023 om de volgende aanvullende acties:

23

Het aantal vroegtijdig schoolverlaters neemt toe. Hoewel het percentage jongeren (18

-

27 jaar)

met een bijstandsuitkering in de Drechtsteden (9,7%) lager ligt dan het landelijke gemiddelde

(11,3%) is er de afgelopen jaren sprake van een relatief hoge stijging van de instroom van deze doelgroep. Uit analyse van de doelgroep blijkt dat er duidelijke verzwaring heeft plaatsgevonden in de problematiek van jongeren. In veel situaties gaat de hulpvraag van de jongere dus verder

dan alleen een inkomen en/of begeleiding naar werk. De doelgroep is kwetsbaar en kampt vaak

met problemen op meerdere leefgebieden, waaronder veel psychische klachten. Om de

kansengelijkheid van de jongeren zonder startkwalificatie, jongeren met maximaal een mbo-2 opleiding en jongeren met een gezondheidsbeperking te bevorderen hebben de ministeries van

OCW en SZW gezamenlijk het wetsvoorstel 'van School naar duurzaam werk' in voorbereiding. Het wetsvoorstel verplicht het mbo (Da Vinci College / Yuverta), het Doorstroompunt ZHZ en de Sociale Dienst Drechtsteden tot afspraken te komen, die worden vastgelegd in het regionaal

programma voortijdig schoolverlaten. Het landelijke project 'Simpel Switchen in de Participatieketen' heeft als doel om mensen de

stappen op de participatieladder makkelijker te laten zetten. Het gaat om drempels wegnemen om aan het werk te gaan en het mensen makkelijker maken om een stapje terug te doen als het even niet lukt. Zo kan uiteindelijk iedereen mee doen op de plek die op dat moment het beste bij

diegene past, of dat nou (vrijwilligers)werk, beschut werk of dagbesteding is. Met of zonder (gedeeltelijke) uitkering. De SDD geeft uitvoering aan verschillende interventies in het kader van het landelijke project. Hierbij valt te denken aan extra focus op bestaanszekerheidsvraagstukken als een inwoner een stap zet op de participatieladder; de mogelijkheid voor inwoners om gebruik

te maken van verschillende verrekenmethodes bij het parttime werken; en het verminderen van

administratieve processen rondom het (herJaanvragen van een bijstandsuitkering. In de praktijk

wordt hierbij vooral gekeken naar de hierbij te onderscheiden overgangen op de participatieladder. Zo is inmiddels een werkgroep gestart op het viak van dagbesteding en beschut werk als verbinding tussen de opgave Ontwikkelen naar Werk en de opgave Zorgen voor Ondersteuning. Daarnaast hebben we in het kader van Simpel Switchen gewerkt aan de voorbereiding van een pilot om het voor inwoners makkelijker en lonender te maken parttime te werken vanuit de bijstandsuitkering. Inwoners ervaren nu mede door complexe landelijke wet- en regelgeving een

grote drempel om deze stap te zetten: de inkomensonzekerheid neemt toe en er is sprake van een grote administratieve last. Mede door deze afhankelijkheid van de landelijke wet- en

regelgeving is de gemeentelijke handelingsruimte beperkt en in verband met het stilvallen de herziening van de Participatiewet door de va! van het kabinet is het in 2023 nog niet mogelijk -

gebleken de pilot te starten. De verwachting is dat deze, vooruitlopend op een nieuw wetsvoorstel, 0.a. met toepassing van inkomensvrijlating (van een deel van de inkomsten) en toepassing van een bufferbudget, in 2024 wel gestart kan worden. De SDD volgt de ontwikkelingen nauwlettend en denkt mee in de landelijke werkgroepen. Buiten parttime werk, zal meer focus worden gelegd op maatschappelijke participatie. Daarmee

wordt niet alleen vooruitgelopen op de aanstaande wijziging van de Participatiewet (in het

wetsvoorstel is momenteel nog een participatieplicht opgenomen), maar vooral omdat 24

participatie voor deze doelgroep cruciaal wordt geacht als een eerste stap richting herstel van perspectief en zelfvertrouwen en het opbouwen van een (nieuw) netwerk. Het benutten en

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/907/documents/29664