6d. Waardlanden Programmabegroting 2026.pdf
Tekst van het document
Begroting 2026
Begrotingstotaal
29.173
Uitgangspunt percentage
8,2%
Kasgeldlimiet (afgerond)
2.392
Verwachte situatie (gemiddeld) Opgenomen gelden < 1 jaar 36
2.052
Kasgeldlimiet Begroting 2026
bedragen x 1.000 euro
Kasgeldlimiet
2.392
Ruimte
340
Tabel 9: Kasgeldlimiet
Rekening-courantfaciliteiten Waardlanden heeft een rekening-courantfaciliteit van 1.500.000 euro bij de Bank Nederlandse Gemeenten. Dit is een soort financiële ruimte die Waardlanden kan gebruiken om tijdelijk tekorten op te vangen. Renterisico op langlopende schuld: de renterisiconorm Waardlanden kan te maken krijgen met renterisico als er nieuwe leningen nodig zijn of als de rente van bestaande leningen wordt aangepast. Om dit risico te beperken, is in de wet een renterisiconorm vastgesteld. Deze norm zorgt ervoor dat Waardlanden niet te afhankelijk is van schommelingen in de rente binnen één jaar. Volgens de regels wordt het renterisico in de onderstaande tabel berekend voor de komende vier jaar. In werkelijkheid geldt het renterisico alleen voor het totale begrotingsbedrag van het komende jaar.
Renterisico’s
Begroting
MJR
MJR
MJR
bedragen x 1.000 euro
2026
2027
2028
2029
Renteherzieningen schuld (o/g) Aflossingen schuld (o/g)
2.925
3.061
2.908
3.052
Renterisico
2.925
3.061
2.908
3.052
Berekening renterisiconorm Begrotingstotaal Percentage cf. FIDO Renterisiconorm
29.173 20% 5.835
29.346 20% 5.869
29.808 20% 5.962
30.543 20% 6.109
Toetsing renterisico aan norm Renterisico Renterisiconorm Onderschrijding
2.925 5.835 -2.909
3.061 5.869 -2.808
2.908 5.962 -3.053
3.052 6.109 -3.056
Tabel 10: Renterisico voor begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
De norm is echter niet van toepassing bij Waardlanden omdat er géén sprake is van herfinancieringen anders dan bij vervangingsinvesteringen waarbij de lopende financiering al geheel afgelost is. 37
Financieringspositie Waardlanden loopt alleen een renterisico als leningen opnieuw moeten worden afgesloten. Alle leningen die Waardlanden afsluit, hebben een vaste looptijd en een vast rentepercentage. Daardoor is er geen sprake van een renterisico. Interne rente Waardlanden gebruikt in de begroting een rentepercentage van 2,52% voor het doorberekenen van rentekosten over investeringen. Kasbeheer De meeste betalingen van Waardlanden gaan via de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). De financiële administratie van de afdeling Informatiemanagement voert deze betalingen uit. Het beheer van geld volgens de regels van schatkistbankieren gebeurt automatisch. Dit betekent dat de bank aan het eind van elke dag het geld dat over is, overmaakt naar de overheid. Informatievoorziening Het bestuur krijgt door het jaar heen rapportages waarin staat hoe de plannen verlopen en of alles volgens verwachting gaat. In de jaarrekening wordt aan het einde van het jaar uitgelegd wat er is bereikt en hoe het geld is besteed. Rentetoerekening In onderstaande tabel is het renteschema uit de ‘notitie rente 2017’ van de commissie BBV opgenomen. Hiermee wordt inzicht gegeven in de rentelasten van externe financiering, het renteresultaat en de wijze van toerekening. Renteschema Begroting 2026
bedragen x 1.000 euro
38
Externe rentelasten over korte en lange financiering
687
Externe rentenbaten
-
Saldo rentelasten en rentebaten
687
Rentelasten grondexploitatie *
-
Rentelasten projectfinanciering *
-
Toe te rekenen externe rente
687
Rente over eigen vermogen *
-
Rente over voorzieningen *
-
Totaal geraamde toe te rekenen externe rente
687
Toegerekende rente (renteomslag 2,5%)
687
Verwacht renteresultaat
-
* Waardlanden past deze werkwijze niet toe
Tabel 11: Renteschema
Het EMU-saldo Het EMU-saldo wordt berekend volgens de methode van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en geeft het volgende beeld van de financiële situatie van Waardlanden: EMU-saldo
Begroting
Begroting
Begroting
bedragen x 1.000 euro
2025
2026
2027
Exploitatiesaldo Afschrijvingen Dotatie voorzieningen Investeringen Ten laste gebracht van voorzieningen
2.751 174 -2.907 -309
2.925 174 -2.776 -149
3.061 174 -2.136 -105
EMU-saldo
-290
175
995
Tabel 12: EMU-saldo
Het EMU-saldo laat zien hoeveel geld er in een bepaald jaar binnenkomt en uitgaat. Dit heet de kasstroom.
3.4
Bedrijfsvoering
De paragraaf Bedrijfsvoering gaat over de processen die ervoor zorgen dat we onze taken efficiënt, betrouwbaar en flexibel kunnen uitvoeren. Dit doen we samen met onze medewerkers en met de middelen die we tot onze beschikking hebben. Net als voorgaande jaren zijn afval en (afval)recycling belangrijke thema's in onze maatschappij, en de ontwikkelingen op dit gebied gaan snel. Om hierin mee te gaan, zijn de volgende aandachtsgebieden voor onze bedrijfsvoering van belang.
3.4.1 Personeel Onze medewerkers vormen het hart van onze organisatie. In de huidige krappe arbeidsmarkt is het een uitdaging om vakbekwaam personeel aan te trekken en te behouden. Daarom is het essentieel om te blijven investeren in maatregelen die ons als werkgever aantrekkelijk maken en die bijdragen aan het werkplezier en de gezondheid van onze medewerkers. Zo zorgen we ervoor dat zij met enthousiasme en toewijding hun werk blijven doen, wat de kwaliteit van onze dienstverlening ten goede komt.
39
Personeelskosten Voor de salariskosten hanteren wij een verhoging van 3,8%, in overeenstemming met de septembercirculaire van 2024. Daarnaast voorzien we extra investeringen in vitaliteitsprogramma’s en scholing om de inzetbaarheid van medewerkers te vergroten. Arbeidsvoorwaarden voor verschillende generaties Binnen onze organisatie werken meerdere generaties samen, elk met hun eigen behoeften en verwachtingen. Het is daarom van belang dat onze arbeidsvoorwaarden hierop aansluiten. Waar jongere medewerkers vaak waarde hechten aan flexibiliteit en ontwikkelingsmogelijkheden, geven oudere medewerkers mogelijk de voorkeur aan meer zekerheid en ondersteuning in fysieke belastbaarheid. Het is onze doelstelling om binnen de kaders van de cao in te spelen op deze diversiteit. Duurzame inzetbaarheid en vitaliteit Met een gemiddelde leeftijd van 49 jaar is het essentieel om aandacht te besteden aan de gezondheid en toekomstbestendigheid van ons personeelsbestand. Het verzuimpercentage over 2024 ligt boven de 7%, wat het belang onderstreept van een actief gezondheids- en preventiebeleid. We richten ons op maatregelen zoals ergonomisch werken, periodieke gezondheidschecks (PMO) en een vitaliteitsprogramma gericht op fysieke en mentale fitheid. Daarnaast stimuleren we bewustwording bij medewerkers over hun eigen inzetbaarheid en loopbaanontwikkeling.
Opleiding en ontwikkeling Om medewerkers te ondersteunen in hun duurzame inzetbaarheid ontwikkelen we een nieuw opleidingsbeleid. Dit richt zich niet alleen op vakinhoudelijke kennis, maar ook op bredere vaardigheden en loopbaanoriëntatie. Door scholing en begeleiding stimuleren we medewerkers om na te denken over hun toekomst binnen en buiten de organisatie. Inclusiviteit: meerwaarde voor kwetsbare groepen én gemeenten Waardlanden draagt bij aan maatschappelijke meerwaarde door kansen te bieden aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. We streven ernaar een afspiegeling van de samenleving te zijn en een inclusieve werkomgeving te creëren waarin iedereen een waardevolle plek heeft, ongeacht eventuele kwetsbaarheden. Momenteel hebben we zes medewerkers in dienst en twee medewerkers via Avres die structureel worden ingezet en tot deze doelgroep behoren. We begeleiden individuen met diverse achtergronden, waaronder de bijstand, WW, Wajong, WIA naar passende posities binnen ons arbeidsproces. Daarbij bieden wij maatschappelijke stages en leer-werktrajecten. Goede begeleiding is hierin essentieel. Daarom investeren we in gerichte training voor leidinggevenden, zodat zij deze medewerkers optimaal kunnen ondersteunen.
40
Door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt zinvol werk te bieden dat aansluit bij hun competenties en kwaliteiten, creëren we een veilige en inclusieve werkomgeving. Dit draagt niet alleen bij aan de continuïteit van onze organisatie en onze dienstverlening, maar versterkt ook het gevoel van zelfstandigheid en maatschappelijke participatie van deze medewerkers. Ook in 2026 blijft inclusie een speerpunt binnen ons personeelsbeleid. We blijven mogelijkheden verkennen om deze groep verder uit te breiden, onder andere door het aanbieden van werkervaringsplaatsen, leerwerkroutes en toegankelijke werkzaamheden. Medewerkerstevredenheid Het medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO) blijft een vast instrument om inzicht te krijgen in de behoeften en uitdagingen van ons personeel. De uitkomsten worden gebruikt om gericht verbeteringen door te voeren en onze organisatie als werkgever aantrekkelijk te houden.
3.4.2 Communicatie Visie op interne communicatie Bij Waardlanden geloven we dat professionele communicatie cruciaal is voor ons succes en het bereiken van onze organisatiedoelen. We vertellen wat we doen en waarom. Ook zorgen we ervoor dat de organisatie en de omgeving met elkaar verbonden zijn en met elkaar kunnen samenwerken. Interne communicatie heeft als doel de organisatie te helpen beter te communiceren en adequaat te reageren op veranderingen. Dit versterkt de samenwerking en zorgt voor een flexibele organisatie. We tonen resultaten en successen, wat bijdraagt aan werkplezier. In 2025 en 2026 investeren we verder in interne communicatie zodat wat we voor inwoners en andere belanghebbende buiten waar willen maken intern geborgd is Een goede interne informatievoorziening zorgt ervoor dat medewerkers goed geïnformeerd, betrokken, enthousiast en verbonden zijn, en vormt de basis voor betrouwbare en tijdige externe communicatie.
3.4.3 Informatisering en automatisering In 2026 richten we ons nog meer op het gebruiken van onze data. We hebben veel gegevens, en we maken deze steeds beter beschikbaar. Zo kunnen we van data echte informatie maken. Met die informatie kunnen we in 2026 betere beslissingen nemen, de operatie slimmer aansturen en efficiënter werken. We blijven continu doorontwikkelen. Dat betekent dat we ook na 2026 blijven investeren in technologie en slimme tools om nog meer uit onze data te halen.
41
Herinrichting applicatielandschap Ons huidige applicatielandschap is langzaam gegroeid. Daardoor zijn er nu applicaties die hetzelfde kunnen. Ook moeten gegevens soms meerdere keren worden ingevoerd. We gaan nu zorgen voor meer samenhang in alle ondersteunende processen. Dit helpt om efficiënter te werken en de kwaliteit te verbeteren. Op de lange termijn kunnen we ook kosten besparen. Dat komt doordat we dan in de hele organisatie dezelfde gegevens (masterdata) gebruiken. De uitvoering van dit plan start in 2025. In 2026 is het systeem klaar voor gebruik. Datagestuurd werken We hebben veel data in onze systemen. We gaan deze data beter gebruiken door deze toegankelijk te maken en om te zetten in bruikbare informatie. Met die informatie kunnen we betere beslissingen nemen en de dagelijkse werkzaamheden beter aansturen. Dit maakt ons werk efficiënter. We zetten hiervoor steeds vaker moderne technologie en slimme analysetools in. Zo halen we meer waarde uit onze data en verbeteren we stap voor stap onze organisatie.
3.4.4 Duurzaamheid Als overheidsorganisatie is het van groot belang dat we onze voorbeeldrol pakken binnen de energie- en grondstoffentransitie. We gaan daarom actief aan de slag met energiebesparing en verantwoord inkopen. Binnen de energietransitie zijn er twee ontwikkelingen gaande. Enerzijds stagneert de overstap van fossiel naar elektrische, als gevolg van de netcongestie waar onze regio mee kampt. We participeren aan denktanks voor lokale oplossingen voor deze netcongestie, zodat we onze elektrische voertuigen en apparaten nu en in de toekomst kunnen blijven gebruiken. Voor kleine voertuigen en gereedschappen blijft bij inkoop onze voorkeur nog steeds uit gaan naar elektrisch. Daarnaast verleggen we onze focus naar waterstof. Enkele collega-inzamelaars hebben succesvol de overstap gemaakt. In 2026 verkennen we welke mogelijkheden in de toekomst voor Waardlanden te verwachten zijn. Circulaire bedrijfsvoering op kantoor De medewerkers van Waardlanden zijn meestal in de eigen regio woonachtig. In hun privé- en werksituatie maken ze cultuurverandering van omgaan met afval- en grondstoffen net zo mee als hun buurtgenoten. Dat betekent dat er ook op kantoor veel automatismen en tradities een verandering moeten ondergaan. Te denken is aan refurbished hardware en blijven wij inzetten op een cultuurverandering op de werkplek. 42
Uiteraard is het van belang te blijven voldoen aan geldende wet- en regelgeving. De komende jaren krijgt ook de afvalbranche te maken met toenemende registratie en rapportageverplichtingen: CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive. Deze registratie, maar ook de materialiteitsbepaling en kwaliteitsborging moet in de komende jaren worden opgezet.
3.4.5 Inkoop en aanbesteden Inkoop binnen de Waardlanden moet zich ontwikkelen. In 2026 gaan we ons inkoopbeleid, dat in 2025 is geschreven, implementeren. Hierbij zetten we in op het uniformeren van aanbestedingsdocumenten en periodieke inkoopoverleggen met de teammanagers. Dit betekent we in 2026 inkoop inbedden in de organisatie. Deze overleggen, samen met de resultaten van de spendanalyse, vormen de basis voor de te ontwikkelen aanbestedingskalender.
3.4.6 Arbo en veiligheid Waardlanden vindt veilig en gezond werken (nu en in de toekomst) erg belangrijk. Om veilig en gezond te kunnen werken moeten medewerkers zich bewust zijn van mogelijke risico's en over de kennis en kunde beschikken. Werkgever, medewerkers en OR hebben hierin een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Wat gaan we doen? •
Arbeidsrisico's in beeld brengen via de gebruikelijke instrumenten (Preventief Medisch Onderzoek, medewerkersonderzoek en de Risico Inventarisatie & Evaluatie);
•
De geïdentificeerde risico's, behoud- en verbeterpunten samen met voorgestelde maatregelen vastleggen in een actieplan / plan van aanpak;
•
Het bewustzijn van de mogelijke arbeidsrisico's bij medewerkers vergroten d.m.v. voorlichting en training.
Wat mag het kosten? De kosten voor dit beleid zijn opgenomen in de financiële begroting en zijn opgenomen onder meerdere lasten voor een totaalbedrag van € 80.000, Wat levert het op? Goed arbobeleid heeft naast het verminderen van arbeidsrisico's meer positieve effecten. Als medewerkers veilig en gezond hun werk kunnen doen dan leidt dit tot meer werkplezier, hogere motivatie en een verbeterde inzetbaarheid van medewerkers en uiteindelijk een hogere productiviteit. 43
3.4.7 Juridische control Juridische control zorgt ervoor dat we als organisatie werken volgens de wet- en regelgeving. We letten bijvoorbeeld op contracten, privacyregels en andere afspraken. In 2025 hebben we een juridische scan uitgevoerd. Deze scan heeft laten zien waar we risico’s lopen en waar we kunnen verbeteren. Dit vormt de basis voor de acties die we in 2026 en daarna gaan uitvoeren. Het doel is om risico’s te verkleinen en problemen te voorkomen. Zo zorgen we dat we veilig en verantwoord kunnen werken. We houden onze regels en werkwijzen up-to-date en werken goed samen met onze juristen. Zo blijven we als organisatie in control.
3.5
Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid (Woo)
De Wet open overheid (Woo) bepaalt in artikel 3.5 dat overheidsorganisaties in de begroting moeten uitleggen hoe ze omgaan met het openbaar maken van informatie. Dit kan op twee manieren: door informatie actief te delen of door informatie beschikbaar te stellen als mensen erom vragen. Aan het einde van het jaar wordt in de jaarrekening beschreven wat hiervan is uitgevoerd. Deze informatie komt in de openbaarheidsparagraaf, waarin staat welke gegevens openbaar zijn gemaakt en hoe de organisatie haar informatievoorziening heeft verbeterd. Voor de rijksoverheid zijn hiervoor standaardmodellen gemaakt, die zijn vastgelegd in de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV6). Openbaarheidsparagraaf Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden als opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Het doel van deze wet is een transparante overheid met een goede en toegankelijke informatievoorziening. De Woo verplicht bestuursorganen om actiever informatie openbaar te maken. Dit betekent dat in de begroting en het verantwoordingsverslag moet worden aangegeven hoe hier rekening mee wordt gehouden. Dit onderdeel in de begroting 2026 geeft invulling aan deze verplichting. De Woo kent vier belangrijke verplichtingen: 1.
Aanstellen van een Woo-contactfunctionaris Elke overheidsorganisatie moet een vast aanspreekpunt hebben voor Woo-verzoeken en informatievoorziening.
2. Passieve openbaarmaking Overheidsinformatie moet op verzoek openbaar worden gemaakt, tenzij er wettelijke uitzonderingen gelden. 3.
Actieve openbaarmaking Bepaalde overheidsinformatie moet uit eigen initiatief openbaar worden gemaakt, zonder dat hierom wordt gevraagd.
44
4. Verbetering van de (digitale) informatiehuishouding Overheidsorganisaties moeten hun informatiebeheer moderniseren en zorgen voor een goede en toegankelijke administratie Woo-contactfunctionaris Waardlanden heeft een Woo-contactfunctionaris aangesteld om het makkelijker te maken om informatie op te vragen en de dienstverlening te verbeteren. De Woo-functionaris heeft een actieve voorlichtingsfunctie. Inwoners en andere belangstellenden hoeven niet direct een Woo-verzoek in te dienen; eerst kunnen zij met vragen terecht bij de Woo-contactfunctionaris, die uitleg geeft en helpt bij het vinden van de juiste informatie. Passieve openbaarmaking Om inwoners de mogelijkheid te geven een Woo-verzoek ook digitaal in te dienen, is op de website van Waardlanden hiervoor een optie toegevoegd. Daarnaast is op de website de procedure voor het indienen van een Woo-verzoek beschreven en is nadere informatie toegevoegd. Actieve openbaarmaking Het is belangrijk dat medewerkers zich bewust zijn van de invloed van de Woo op hun werk en het belang van een transparante overheid begrijpen. We voldoen aan de verplichtingen om informatie te publiceren. In 2025 worden de Woo-verzoeken, inclusief de schriftelijke beslissingen en de verstrekte informatie, op de website gepubliceerd.
Informatievoorziening op orde De Woo verplicht dat de digitale informatiehuishouding binnen 6 jaar op orde wordt gebracht. Dit houdt in dat er, op basis van een op te stellen meerjarenplan, maatregelen genomen moeten worden om informatiebestanden duurzaam toegankelijk te maken en te houden. Informatie wordt als duurzaam toegankelijk beschouwd als deze gedurende de vastgestelde bewaartermijn voldoet aan de DUTOkenmerken: vindbaar, beschikbaar, leesbaar, interpreteerbaar, betrouwbaar en toekomstbestendig. Dit geldt voor iedereen die daar recht op heeft en voor zo lang als noodzakelijk. In 2025 verwachten we het meerjarenplan af te ronden.
3.6
Verbonden partijen
Beleidsvisie Waardlanden werkt samen met andere organisaties, maar alleen als die bijdragen aan de doelen van de organisatie. Dit betekent dat samenwerkingspartners de organisatie moeten ondersteunen en versterken bij het uitvoeren van haar taken.
45
Verbonden partijen Waardlanden werkt samen met Waardlanden Reinigingsbedrijf BV als verbonden partij. Omschrijving belang Waardlanden is voor 100% aandeelhouder in Waardlanden Reinigingsbedrijf BV. Belang aan het begin en einde jaar Er is sprake van een 100% belang aan het begin en einde van het jaar. Verwachte omvang eigen vermogen begin en einde jaar De Algemene Vergadering van Aandeelhouders heeft bepaald dat het eigen vermogen van Waardlanden Reinigingsbedrijf BV maximaal 150.000 euro mag zijn. Als het eigen vermogen hoger wordt, wordt het extra bedrag als dividend uitgekeerd aan Waardlanden. Dit betekent dat het teveel aan winst wordt uitbetaald aan de aandeelhouder. Waardlanden houdt in 2026 in de begroting rekening met een dividendbate van 150.000 euro vanuit de resultaatbestemming 2025. Verwachte omvang financieel resultaat begrotingsjaar (mutatie eigen vermogen) De verwachte omvang van het financiële resultaat 2026 van Waardlanden Reinigingsbedrijf B.V. bedraagt 150.000 euro (na vennootschapsbelasting). Risico’s Waardlanden loopt geen financiële risico’s met Waardlanden Reinigingsbedrijf BV, behalve dat het verplicht is om het volledige bedrag van de aandelen te betalen. Dit heet de volstortplicht.
46
FINANCIËLE BEGROTING
47
4 FINANCIËLE BEGROTING 4.1
Begroting 2026 en meerjarenraming (MJR) 2027-2029 Realisatie
Begroting
MJR
Begroting
MJR
MJR
MJR
2024
2025
Begroting
2026
begroting
begroting
begroting
2027
2028
2029
2026 LASTEN
Verwerkingskosten Overige uitvoeringskosten Materieel Containers Overige DVO uitvoeringskosten Projectkosten Personeel Huisvesting Bedrijfsvoering Doorberekende kosten Totaal lasten
BATEN Voorschotten Opbrengsten/ voorschotten verwerking Overige opbrengsten Reinigingsbedrijf B.V. Dividend Totaal baten Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Toevoegingen Onttrekkingen
48
-5.927
-7.020
-7.196
-6.205
-6.342
-6.499
-6.660
-902 -3.257 -1.948
-965 -3.457 -2.046
-989 -3.662 -2.141
-949 -3.585 -1.950
-973 -3.786 -1.998
-997 -3.990 -2.043
-1.022 -4.196 -2.072
-416 -98 -10.699 -1.588 -1.286 -26.120
-385 -11.095 -1.842 -1.727 -28.537
-394 -11.296 -1.869 -1.626 -29.173
-457 -11.789 -1.884 -2.354 -29.173
-395 -12.084 -1.900 -1.868 -29.346
-405 -12.386 -1.933 -1.554 -29.808
-415 -12.696 -1.946 -1.535 -30.543
17.182
19.781
20.243
20.616
20.778
21.075
21.642
6.604 551 1.929 215
6.225 804 1.578 150
6.379 825 1.577 150
5.850 703 1.855 150
5.848 715 1.855 150
5.999 728 1.855 150
6.154 742 1.855 150
26.481
28.537
29.173
29.173
29.346
29.808
30.543
361
-
-
-
-
-
-
300
-
-
-
-
-
-
Realisatie
Begroting
MJR
Begroting
MJR
MJR
MJR
2024
2025
Begroting
2026
begroting
begroting
begroting
2027
2028
2029
2026 Saldo van mutaties reserves
300
-
-
-
-
-
-
Begrotingsresultaat
661
-
-
-
-
-
-
Tabel 13: Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
Toelichting op de baten en lasten op categorieniveau Algemeen De begroting voor 2026 is opgesteld volgens de Kaderbrief 2026 en ligt in lijn met de meerjarenraming (MJR) 2026, die in 2024 is opgesteld. De hogere kosten voor lonen en salarissen en de hogere kosten voor de bedrijfsvoering worden gecompenseerd door lagere verwerkingskosten. In totaal blijft de begroting voor 2026 gelijk aan de meerjarenraming (MJR) 2026 uit 2024. In de begroting voor 2026 is specifiek gekeken naar de budgetten voor de bedrijfsvoering en de onderbouwing hiervan, met als doel beter grip te krijgen op de kosten en de beheersing daarvan. LASTEN (636.000 euro N) De totale lasten zijn ten opzichte van de begroting 2025 € 636.000 hoger. Hieronder wordt per onderdeel verdere toelichting op deze toename gegeven. Verwerkingskosten (816.000 euro V) Dit zijn de kosten die Waardlanden betaalt voor de afvalverwerking van de milieustraten, milieuparken, huisaan-huis inzameling en overige verwerkingskosten (zoals veegvuil, slib, composteerbaar tuinafval en puin). De verwerkingskosten zijn gebaseerd op de aantallen die in 2024 zijn gerealiseerd, waarin voor het eerst de effecten van Diftar zichtbaar zijn. Daarbij zijn de huidige of verwachte verwerkingstarieven gebruikt, zoals deze op dit moment bekend zijn.
Voor 2026 en de daaropvolgende jaren worden lagere opbrengsten uit PMD verwacht, welke in de begroting als zodanig zijn verwerkt. De prijzen op de markt fluctueren sterk voor enkele grondstoffen, waaronder papier. Net als voorgaande jaren gaan we in de begroting uit van de minimumprijzen. Voor de gemeenten met Diftar registreren we op de milieustraten de hoeveelheden waarvoor betaald moet worden. Deze kosten verrekenen wij rechtstreeks met de inwoners. Hetzelfde geldt voor de kosten van de
49
grofvuil ophaalservice. Voor de opbrengsten in de begroting 2026 zijn we uitgegaan van het resultaat van 2024. De gemeente Vijfheerenlanden heeft bij de vaststelling van de strategienota aangegeven (voorlopig) niet mee te doen met Diftar. Dit betekent dat we vanaf de begroting 2024, tot nader besluit, twee tarieven voor de gemeenten voor het onderdeel verwerking hanteren: één voor Diftar en één zonder Diftar. In het tarief zonder Diftar is het voordeel van de financiële prikkel voor het verminderen van restafval bij de huis-aan-huis inzameling en de milieustraten niet meegenomen. De inwoners van Vijfheerenlanden kunnen kosteloos gebruik maken van de milieustraten en de grofvuil ophaalservice. We rekenen deze kosten af met de gemeente Vijfheerenlanden. Als we kijken naar de verwerkingskosten sinds de invoering van Diftar, zien we een daling van de verwerkingskosten van 2023 naar 2024. In 2025 en 2026 verwachten we dat, dankzij afname van het restafval per inwoner, de stijging van de verwerkingskosten gematigder is dan voorzien in de meerjarenbegroting 2026. Desondanks zullen de totale verwerkingskosten wel stijgen. Dit komt door de stijgende tarieven van de verwerkingskosten en de verwachte bevolkingsgroei. De invoering van Diftar leidt dus niet tot structureel lagere kosten, maar wel tot minder stijging van de kosten in vergelijking met de situatie zonder Diftar.
Overige uitvoeringskosten (15.000 euro V) Hieronder vallen de kosten voor aftransport, de kosten voor glasinzameling, het wisselen van containers en kosten voor zaken zoals kerstbomen, asbestzakken, eten voor papierophalers, stickers voor op de minicontainers, grijpers, vuilniszakken, handschoenen en zwerfafvalmonitoring. De kosten voor aftransport zijn ten opzichte van 2025 met € 47.000 afgenomen, doordat de totale hoeveelheid te transporteren afval en grondstoffen is gedaald. De overige kosten onder deze post zijn dus met € 32.000 toegenomen. Materieel (128.000 N) Dit betreft de kosten voor onderhoud, brandstof, schade, verzekering, belasting, rente en afschrijving van het materieel (wagenpark en gereedschap). De toename komt onder andere door € 30.000 hogere lasten vanwege eurovignetten (deze waren niet begroot voor 2025); € 18.000 hogere onderhoudskosten, € 43.000 hogere verzekeringskosten en € 33.000 hogere begrote afschrijvingslasten. De laatste twee zijn het gevolg van de gestegen aanschafwaarden van vooral vervoermiddelen, machines, apparaten en installaties. Containers (96.000 euro V) Dit zijn de kosten voor onderhoud, verzekering, rente en afschrijving van de containers. Omdat in 2023 veel uitgaven zijn gedaan voor de vernieuwing van de wijkverzamelcontainers voor PMD en restafval, zijn de kosten in 2024 lager uitgevallen dan begroot.
Voor de jaren 2025 en 2026 worden voorzichtigheidshalve hogere kosten begroot, aangezien de containers onderdelen bevatten die mogelijk gevoelig zijn voor schade. De kosten voor 2026 vallen naar verwachting wel lager uit dan oorspronkelijk begroot was voor 2025. In 2025 50
wordt een plan gemaakt voor de aanvulling en hersituering van de textielcontainers, waarvan de uitvoering in de begroting voor 2026 is opgenomen. Overige DVO uitvoeringskosten (71.000 euro N) Deze kosten worden meegenomen in de afrekening van de verschillende DVO’s en omvatten kosten zoals de inhuur van externe partijen, wachtdiensten voor gladheid, de aankoop van strooizout en de inzet van Avres voor het ledigen van openbare prullenbakken. De kosten van de DVO’s worden 1-op-1 afgerekend met de verschillende gemeenten. Dit is niet direct zichtbaar bij de baten, aangezien de DVO-uitvoeringsbaten zijn opgenomen bij de voorschotten. Projectkosten (0 euro) Net als in 2025 zijn er voor 2026 geen projectkosten begroot. Personeel (694.000 euro N) De loon- en inhuurkosten stijgen in 2026 met € 638.000. Deze toename is voornamelijk het gevolg van de gehanteerde indexering voor 2026. Daarnaast is er sprake van € 250.000 inhuur voor specifieke kennis boven de formatie. De taakstelling van een korting van €155.000 (3 FTE), die in de begroting 2025 was opgenomen, is in de begroting 2026 verwerkt door het vervallen van 1 functie, wat leidt tot een aanpassing van de formatie met -1 FTE. De ondersteuning die in 2024 werd ingezet voor de verdere professionalisering van de organisatie, zal naar verwachting in 2026 afnemen.
Dit betekent dat er een verschuiving zal plaatsvinden tussen kosten van inhuur en kosten van eigen personeel. De opleidingskosten, waarvan een groot deel verplicht is voor de uitvoering van de werkzaamheden, zijn gestegen met € 53.000. Dit komt door de invoering van een persoonsgebonden opleidingsplan. De kosten voor kwaliteit, arbo en milieu, die nodig zijn om aan de wet- en regelgeving te voldoen zijn gedaald met €24.000. Dit komt doordat deze kosten zijn geherrubriceerd en nu onder de kosten voor Personeel en Organisatie vallen. Huisvesting (42.000 euro N) De grootste afwijkingen bestaan uit:
51
•
Afschrijvingen stijgen met € 7.000
•
Rente blijft gelijk
•
Huurgelden stijgen met € 13.000
•
Energiekosten stijgen met € 10.000
•
Overige huisvestingskosten stijgen met € 9.000
Bedrijfsvoering (627.000 euro N) Om in de toekomst te voldoen aan de behoeften op het gebied van informatievoorziening en informatiebeveiliging, wordt in 2025 een plan voor ICT en software opgesteld. De uitvoering van dit plan zorgt voor hogere kosten in 2026 en de jaren daarna. Deze kosten zijn verwerkt in de begroting. De hogere afschrijvingskosten hebben te maken met de afschrijvingen van de chiplezers op de wijkcontainers. De externe advieskosten zijn hoger dan in de begroting 2025, omdat er in 2026 kosten gemaakt moeten worden voor diverse aanbestedingen, RI&E onderzoek en juridisch advies. Ook is er een extra bedrag opgenomen voor kosten die voortkomen uit de evaluatie van de strategienota en voor kosten voor het verder verbeteren van de bedrijfsvoering. Tenslotte wordt geïnvesteerd in maatregelen om de verdere vermindering van restafval te kunnen realiseren (vliegwiel-effect). De onderverdeling van het verloop van deze post op hoofdlijnen (ten opzichte van begroting 2025) is als volgt: •
Afschrijvingskosten
€ 40.000 nadelig
•
Rentelasten
€
•
Automatiseringskosten
€ 150.000 nadelig
•
Externe advieskosten
€ 431.000 nadelig
8.000 voordelig
BATEN (636.000 euro V) De totale baten zijn ten opzichte van de begroting 2025 € 636.000 hoger. Hieronder wordt per onderdeel verdere toelichting op deze toename gegeven. Bijdragen (835.000 euro V) De bijdragen voor de inzameling nemen met € 835.000 toe. Dit komt door de toename van de kosten van bedrijfsvoering en de personeelslasten. Voor een gedetailleerdere uitsplitsing van de kosten kunt u de afzonderlijke onderdelen bij de lasten raadplegen. De in deze post opgenomen voorschotten van de DVO’s nemen met 180.000 (-9%) af. Uit de realisatie van voorgaande jaren bleek dat de begrote bedragen voor de DVO’s in 2025 te hoog waren opgenomen. Daarom is hierop een correctie voor 2026 doorgevoerd. Zoals al in paragraaf 2.2 (Product Overige diensten (DVO’s)) vermeld, is voor een deel van de dienstverlening die Waardlanden uitvoert op dit moment geen actuele DVO beschikbaar. Daarom gaat Waardlanden met alle betrokken gemeenten in gesprek om voor alle lopende en toekomstige werkzaamheden afspraken vast te leggen. Als hieruit blijkt dat de opgenomen bedragen voor 2026 niet voldoende zijn, wordt er op een later moment een begrotingswijziging ingediend voor 2026. De nieuwe DVO’s zullen gelden voor 2025 en de jaren daarna. 52
Opbrengst voorschot verwerkingskostenkosten (375.000 euro N) Als gevolg van lagere verwerkingslasten nemen de voorschotbedragen voor de verwerking met € 375.000 af. Overige opbrengsten (101.000 euro N) De overige opbrengsten zijn lager begroot, omdat de opbrengst van spoedeisende bestuursdwang structureel € 75.000 te hoog was begroot (en incidenteel € 15.000). De subsidies voor zwerfafval, zoals de SUP- en UPV-vergoedingen, worden later uitgekeerd, namelijk in 2025. Voor 2026 is hierover nog geen besluit genomen. De verwachting is dat de zwerfvuilsubsidie iets lager uitvalt, met een bedrag van € 9.000 minder. Reinigingsbedrijf B.V. (277.000 euro V) Sinds april 2022 wordt het bedrijfsafval ingezameld in samenwerking met Netwerk N.V. Waardlanden blijft de inzamelactiviteiten uitvoeren voor Reinigingsdienst Waardlanden B.V. en ontvangt daarvoor een vergoeding. De verwachte winst kan als structurele opbrengst worden opgenomen. De inzet van Waardlanden is verwerkt in de lasten. De baten en lasten zijn volgens de afspraken met Netwerk N.V. in de begroting opgenomen. De doorbelasting van de overheadkosten door Waardlanden neemt toe naarmate de omzetverwachting van Reinigingsbedrijf Waardlanden B.V. toeneemt. Met de invoering van Diftar in 2024 zijn er bedrijfspassen verstrekt voor het legen van wijkcontainers. Afnemers betalen Waardlanden B.V.
een abonnement op basis van de klepbeweging. GR Waardlanden registreert deze bewegingen en berekent deze door aan de B.V., evenals het gebruik van de putten die eigendom zijn van de GR en door haar worden onderhouden. Deze opbrengsten waren in de begroting 2025 niet opgenomen.
4.2
Uitgangspunten
Bij de totstandkoming van de programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Algemeen •
De bepalingen voor het bestemmen van de tekorten en overschotten zijn vastgelegd in de financiële beheerverordening van de Gemeenschappelijke Regeling Reinigingsdienst Waardlanden;
•
De begrotingscijfers zijn waar nodig bijgesteld op basis van de realisatiecijfers 2024;
•
De effecten vanuit de strategienota worden gemonitord en geëvalueerd en zijn waar nodig meegenomen in de begroting 2026.
•
De gehanteerde indexpercentages voor begrotingsjaar 2026 en de meerjarenbegroting 2027-2029 zijn overgenomen vanuit de septembercirculaire gemeentefonds 2024 (tabel 4.2.2 Prijsindexen CPB MEV 2025 en CEP 2024). Voor 2026 bedraagt het percentage 2,2% voor de materiële uitgaven ten
53
opzichte van de begroting 2025. Dit indexpercentage is ook van toepassing op de jaren 2027-2029 uit de meerjarenbegroting. Personele capaciteit en samenhangende uitgaven •
Uitgangspunt voor de salarispost is de toegestane formatie (aanwezige formatie inclusief vacatures) zoals in de begroting 2025 is vastgesteld.
•
Vacatures zijn meegenomen op het maximum van de functionele schaal.
•
Feitelijke schaalbedragen volgens de bruto salarisbetaling over januari 2025;
•
De cao Gemeenten/SGO 2024-2025 loopt vanuit 2024 door tot en met 31 maart 2025. De onderhandelingen over de cao Gemeenten/SGO voor 2025-2026 zijn begin november 2024 gestart; van een akkoord is echter nog geen sprake. Voor 2026 wordt (als er op dat moment nog geen cao is vastgesteld) uitgegaan van de prijsindexen uit de Macro Economische Verkenningen 2026, die zijn gepubliceerd in de septembercirculaire 2024 van het Centraal Planbureau. Er wordt rekening gehouden met een opslag voor sociale lasten en pensioenpremies van 29,75%. In de Kadernota is een percentage van 28,25% genoemd. Aangezien de werkelijke opslag over 2024 hoger is dan dit percentage is het rekenpercentage voor 2026 opgehoogd;
•
De gehanteerde indexpercentages voor begrotingsjaar 2026 en de meerjarenbegroting 2027-2029 zijn overgenomen vanuit de septembercirculaire gemeentefonds 2024 (tabel 4.2.2 Prijsindexen CPB MEV 2025 en CEP 2024). Voor 2026 bedraagt het indexpercentage 3,8% voor de lonen en salarissen (voor het jaar 2027 is dit 4,8% en voor 2028 en 2029 is dit 4,0%);
•
Begroting taakstellend gemaakt door een besparing te verwerken van € 155.000, zijnde 3 FTE’s. De verdere invulling van de taakstelling vindt nog plaats;
•
In de begroting wordt rekening gehouden met een verzuimpercentage van 7%.
•
Inhuur is berekend op basis van capaciteitsplanning ten opzichte van de formatie.
Afschrijvingen •
Waardlanden schrijft kapitaalgoederen af volgens de financiële regels van de Gemeenschappelijke Regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Reinigingsdienst Waardlanden die zijn vastgelegd in de financiële verordening van Waardlanden.
•
De afschrijvingen zijn berekend op basis van het materieel dat nu in gebruik is en de geplande investeringen voor 2026-2029.
Leningen •
Voor de rente over geldleningen rekent Waardlanden met een percentage van 3,5%. Dit is gebaseerd op de renteverwachting van de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). In 2024 lag de rente voor een lening van tien jaar tussen 3% en 3,5%. Omdat de rente kan schommelen, wordt in de begroting van 2026 voorzichtigheidshalve uitgegaan van 3,5%.
54
Rente •
Als Waardlanden investeert, horen daar rentekosten bij. In de begroting wordt hiervoor een rentepercentage gebruikt. Dit percentage wordt berekend door de rente te vergelijken met de waarde
van
de
investeringen.
Voor
2026
is
dit
percentage
2,51%.
Onderhoud •
Onderhoud volgt het meerjaren onderhoudsplan. Dit plan is de grondslag voor de berekening van de voorziening voor groot onderhoud. Ieder jaar wordt het onderhoudsplan bij het opstellen van de jaarrekening bijgewerkt.
Bijdrage gemeenten •
In het hele gebied zijn er 69.196 huisaansluitingen, volgens de opgave van de gemeenten. De kosten worden verdeeld op basis van dit aantal. Elke gemeente betaalt een deel dat past bij het aantal huisaansluitingen in haar gebied.
4.3
Incidentele baten en lasten
Volgens de regels van de commissie Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) moet in de begroting duidelijk worden aangegeven welke opbrengsten en kosten elk jaar terugkomen en welke eenmalig zijn. Dit zorgt voor overzicht. Vaste opbrengsten en kosten staan elk jaar in de begroting. Als de vaste opbrengsten hoog genoeg zijn om de vaste kosten te betalen, is de begroting in evenwicht. Eenmalige opbrengsten en kosten gebeuren onverwacht of maar één keer. Bijvoorbeeld: •
Geld dat binnenkomt door de verkoop van eigendommen.
•
Ontvangen subsidies
•
Grote eenmalige uitgaven.
Omdat Waardlanden niet kan voorspellen wanneer deze eenmalige bedragen komen, worden ze niet vast opgenomen in de begroting.
4.4
Structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
Waardlanden beschikt over een reserve grondwaardering. Deze reserve wordt jaarlijks opgehoogd met een bedrag gelijk aan de aflossingen op de leningen die zijn afgesloten op de aangekochte gronden. De toevoeging ná resultaatbestemming bedraagt 140.000 euro.
55
Investeringsprogramma De tabel laat zien welke investeringen gepland staan in de begroting voor 2026 en in de meerjarenraming voor 2027 tot en met 2029.
Investeringsprogramma 2026-2029
Begroting
MJR
MJR
MJR
2026
2027
2028
2029
bedragen x 1.000 euro uitbreiding
vervanging
uitbreiding
vervanging
uitbreiding
vervanging
uitbreiding
vervanging
Huisvesting
-
-
-
-
-
-
-
-
Inventaris
-
-
-
-
-
-
-
-
ICT/Software
-
150
-
150
-
150
-
150
Voertuigen
-
1.683
-
1.163
-
1.945
-
1.191
Materieel
-
943
-
823
-
701
-
675
Milieustraten/ Circulaire
-
-
-
-
-
-
-
-
-
2.776
-
2.136
-
2.796
-
2.016
ambachtscentra Begrotingsresultaat
Tabel 14: Investeringsprogramma over begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
Het investeringsprogramma toont de geplande (vervangings)investeringen op hoofdlijnen. Waardlanden is net als voorgaande jaren zeer voorzichtig met het investeren in nieuwe apparatuur en het afstoten van bedrijfsmiddelen. Als een bedrijfsmiddel nog in technisch goede staat verkeert en positieve kasstromen kan opleveren, wordt het, ondanks dat het volledig is afgeschreven, niet afgestoten ten gunste van een nieuwe investering. In plaats daarvan wordt de nieuwe investering uitgesteld. Daarnaast wordt er intensief gekeken naar jong gebruikte activa van derden, wat zorgt voor lagere investeringslasten voor Waardlanden. Deze aanpak kan er wel toe leiden dat de afschrijvingstermijnen bij investeringen afwijken van de vastgestelde normen. In 2025 wordt een plan opgesteld voor ICT en software om te voldoen aan zowel de huidige als toekomstige behoeften op het gebied van informatievoorziening. Dit plan houdt rekening met de wettelijke verplichtingen voor registratie en archivering. Voor het jaar 2025 en later is hiervoor een bedrag van € 150.000 per jaar opgenomen in de (meerjaren)begroting. In 2022 is gestart met een verkennend onderzoek naar de modernisering van de milieustraten. De haalbaarheid hiervan wordt per locatie en kans verder onderzocht, zoals beschreven in de beleidsbegroting.
56
De benodigde investering voor arbo en veiligheid is al voor 2025 opgenomen onder de activa huisvesting. De verwachting is dat, door het verloop van het proces, eventuele investeringen pas in 2026 kunnen worden opgenomen.
57
BIJLAGEN
58
5 BIJLAGEN 5.1
Geprognosticeerde balans
BALANS ACTIVA Realisatie
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2024
31-12-2025
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
31-12-2029
1
1
1
1
1
1
4.538 4.676 3.918 80
4.493 4.617 5.438 -
4.154 4.558 6.045 -
3.815 4.499 6.189 -
3.475 4.440 6.989 -
3.136 4.381 6.912 -
12.004
11.451
11.229
10.918
10.464
9.946
-
-
-
-
-
-
1.288
1.051
810
458
406
369
-
-
-
-
-
-
Subtotaal
26.504
27.050
26.797
25.879
25.774
24.744
TOTAAL VASTE ACTIVA
26.505
27.051
26.798
25.880
25.775
24.745
87
55
55
55
55
55
330 2.814 1.336 -35
100 800 1.000 0
100 1.800 1.000 -35
100 1.800 1.000 -35
100 1.800 1.000 -35
100 1.800 1.000 -35
4.446
1.900
2.865
2.865
2.865
2.865
bedragen x 1.000 euro
VASTE ACTIVA Financiële vaste activa Deelnemingen Materiele vaste activa Gebouwen Grond en terreinen Vervoermiddelen Vervoermiddelen in ontwikkeling Machines, apparaten en installaties Machines, apparaten en installaties in ontwikkeling Overige materiële vaste activa Overige materiële vaste activa in ontwikkeling
VLOTTENDE ACTIVA Voorraden Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Openbare lichamen Schatkistbankieren Overige vorderingen Voorziening dubieuze debiteuren Subtotaal
59
BALANS ACTIVA Realisatie
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2024
31-12-2025
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
31-12-2029
Kassaldi
26 1
1
25 1
25 1
25 1
25 1
Subtotaal
27
1
26
26
26
26
Subtotaal
2.899 2.899
2.000 2.000
3.000 3.000
3.000 3.000
3.000 3.000
3.000 3.000
TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA
7.372
3.956
5.946
5.946
5.946
5.946
TOTAAL ACTIVA
33.965
31.007
32.744
31.826
31.721
30.691
Realisatie
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2024
31-12-2025
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
31-12-2029
70
71
389
389
389
389
250
250
250
250
250
250
1.035 661 2.016
1.187 1.508
1.315 1.954
1.455 2.094
1.595 2.234
1.735 2.374
641 76 717
342 27 369
532 76 609
602 76 678
667 76 743
-8 76 69
bedragen x 1.000 euro
Liquide middelen Bank- en girosaldi
Overlopende activa Transitoria Omzetbelasting
BALANS PASSIVA
bedragen x 1.000 euro
VASTE PASSIVA Eigen vermogen Algemene reserve Waardlanden Bestemmingsreserve Reserve eigen risico verzekering Reserve grondwaardering Reserve Diftar Resultaat Waardlanden 2023 Subtotaal Voorzieningen Voorziening groot onderhoud Voorziening spaarverlof Subtotaal
60
BALANS PASSIVA Realisatie
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
bedragen x 1.000 euro
2024
31-12-2025
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
31-12-2029
Vaste schulden met een
25.808
27.598
26.827
26.226
26.310
25.620
28.541
29.475
29.389
28.998
29.287
28.062
1.301 817 2.118
232 200 432
2.054 200 2.254
1.527 200 1.727
1.133 200 1.333
1.329 200 1.529
Omzetbelasting
2.581 725
1.100 -
1.100 -
1.100 -
1.100 -
1.100 -
Subtotaal
3.306
1.100
1.100
1.100
1.100
1.100
TOTAAL VLOTTENDE
5.424
1.532
3.354
2.827
2.433
2.629
33.965
31.007
32.744
31.826
31.721
30.691
rentetypische looptijd < 1 jaar TOTAAL VASTE PASSIVA VLOTTENDE PASSIVA Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar Overige schulden BNG kasgeldlening Bank- en girosaldi Subtotaal Overlopende passiva Transitoria
PASSIVA
TOTAAL PASSIVA
61
5.2
Overzicht reserves
Reserves
Saldo
Toevoeging
Onttrekking
Saldo
Toevoeging
Saldo
bedragen x 1.000 euro
ultimo
2025 *
2025
ultimo
onttrekking
ultimo
2025
2026
2026
2024 Algemene reserve Reserve grondwaardering Reserve Diftar Reserve assurantie ER
70 1.035
319 140
389 1.175
140
389 1.315
250
202 -
-202
250
-
250
Totaal reserve
1.355
661
-202
1.814
140
1.954
Reserves
Toevoeging
Saldo
Toevoeging
Saldo
Toevoeging
Saldo
bedragen x 1.000 euro
onttrekking
ultimo
onttrekking
ultimo
onttrekking
ultimo
2027
2027
2028
2028
2029
2029
Algemene reserve Reserve grondwaardering Reserve Diftar Reserve assurantie ER
140 -
389 1.455 250
140 -
389 1.595 250
140 -
389 1.735 250
Totaal reserve
140
2.094
140
2.234
140
2.374
* Hierin is opgenomen het voorstel tot resultaatbestemming 2024
62
5.3 Naam geldgever Datum besluit. Nr. Goedkeuring B.N.G. (*6) 9 december 2013 leningnr. 40.108642 B.N.G. (*7) 9 december 2013 leningnr. 40.108640 B.N.G. (*8) 9 december 2013 leningnr. 40.108631 B.N.G. (*9) 27 oktober 2014 leningnr. 40.109391 B.N.G. (*10) 12 februari 2015 leningnr. 40.109641 B.N.G. (*11) 9 februari 2015 leningnr. 40.109630 B.N.G. (*12) 21 augustus 2015 leningnr. 40.110065 B.N.G. (*13) 29 december 2015 leningnr. 40.110329 B.N.G. (*14) 14 juni 2016 leningnr. 40.110554 NWB Bank (*15) 15 juli 2016 leningnr. 1-29168 B.N.G. (*16) 12 december 2016 leningnr. 40.110907 B.N.G. (*17) 29 december 2016 leningnr. 40.110994 NWB Bank (*18) 19 mei 2017 leninggnr. 1-29446
63
Overzicht leningen Jaar Rente Restant OorspronkeAflossing laatste percen- geldlening lijk bedrag 2026 aflossing tage begin 2026
Restant Rente Restant geldlening geldlening geldlening eind 2026 2026 begin 2027
Aflossing 2027
Restant Rente Restant geldlening geldlening geldlening eind 2027 2027 begin 2028
(in euro's) 893.840
2033
3,260%
(in euro's) (in euro's) 357.536 44.692
2.925.105
2053
3,850%
2.047.573
73.128
1.974.445
77.424
1.974.445
73.128
1.901.318
1.962.405
2043
3,610%
1.177.445
65.414
1.112.031
41.325
1.112.031
65.414
1.000.000
2034
1,830%
450.000
50.000
400.000
8.072
400.000
1.000.000
2035
1,250%
500.000
50.000
450.000
5.701
1.000.000
2035
1,400%
500.000
50.000
450.000
1.000.000
2025
1,000%
-
-
1.000.000
2025
1,000%
-
1.000.000
2036
1,050%
1.000.000
2024
1.000.000
312.844
(in euro's) (in euro's) (in euro's) (in euro's) (in euro's) 10.927 312.844 44.692 268.152 9.470
Aflossing 2028
Restant Rente Restant geldlening geldlening geldlening eind 2028 2028 begin 2029
Aflossing 2029
Restant Rente geldlening geldlening eind 2029 2029
268.152
44.692
223.460
8.013
223.460
44.692
178.768
6.556
74.608
1.901.318
73.128
1.828.190
71.793
1.828.190
73.128
1.755.062
68.978
1.046.618
38.964
1.046.618
65.414
981.204
36.602
981.204
65.414
915.791
34.241
50.000
350.000
7.157
350.000
50.000
300.000
6.242
300.000
50.000
250.000
5.327
450.000
50.000
400.000
5.076
400.000
50.000
350.000
4.451
350.000
50.000
300.000
3.826
6.378
450.000
50.000
400.000
5.678
400.000
50.000
350.000
4.978
350.000
50.000
300.000
4.278
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
550.000
50.000
500.000
-
500.000
50.000
450.000
-
450.000
50.000
400.000
-
400.000
50.000
350.000
-
0,177%
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
2036
1,300%
550.000
50.000
500.000
6.921
500.000
50.000
450.000
6.271
450.000
50.000
400.000
5.621
400.000
50.000
350.000
4.971
1.000.000
2026
0,600%
100.000
100.000
-
600
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
1.000.000
2025
0,500%
-
-
-
107
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
B.N.G (*19) 15 januari 2019 leninggnr. 40.112.486 B.N.G (*20) 15 januari 2019 leninggnr. 40.112.487 B.N.G (*21) 23 december 2019 leninggnr. 40.113.412 B.N.G (*22) 6 mei 2020 leninggnr. 40.113.888 B.N.G (*23) 8 mei 2020 leninggnr. 40.113.889 B.N.G (*24) 25 maart 2022 leninggnr. 40.115.547 B.N.G (*25) 30 januari 2023 leninggnr. 40.116.231 B.N.G (*26) 22 februari 2023 leninggnr. 40.116.281 B.N.G (*27) 22 februari 2023 leninggnr. 40.116.282 B.N.G (*28) 26 mei 2023 leninggnr. 40.116.440 B.N.G (*29) 26 mei 2023 leninggnr. 40.116.441 B.N.G (*30) 11 augustus 2023 leninggnr. 40.116.609 B.N.G (*31) 16 oktober 2023 leninggnr. 40.116.726 B.N.G (*32) 16 oktober 2023 leninggnr. 40.116.725 Leningen 2025 Leningen 2026 Leningen 2027 Leningen 2028 Leningen 2029 TOTAAL
64
1.400.000
2059
1,700%
1.190.000
35.000
1.155.000
19.656
1.155.000
35.000
1.120.000
19.061
1.120.000
35.000
1.085.000
18.466
1.085.000
35.000
1.050.000
17.871
700.000
2039
1,350%
490.000
35.000
455.000
6.160
455.000
35.000
420.000
5.687
420.000
35.000
385.000
5.215
385.000
35.000
350.000
4.742
2.000.000
2027
0,160%
500.000
250.000
250.000
792
250.000
250.000
-
392
-
-
-
-
-
-
-
-
1.000.000
2030
0,350%
500.000
100.000
400.000
1.523
400.000
100.000
300.000
1.173
300.000
100.000
200.000
823
200.000
100.000
100.000
473
2.000.000
2040
0,600%
1.500.000
100.000
1.400.000
8.613
1.400.000
100.000
1.300.000
8.013
1.300.000
100.000
1.200.000
7.413
1.200.000
100.000
1.100.000
6.813
6.000.000
2037
1,550%
4.800.000
400.000
4.400.000
69.664
4.400.000
400.000
4.000.000
63.464
4.000.000
400.000
3.600.000
57.264
3.600.000
400.000
3.200.000
51.064
2.500.000
2043
3,265%
2.250.000
125.000
2.125.000
69.721
2.125.000
125.000
2.000.000
65.640
2.000.000
125.000
1.875.000
61.559
1.875.000
125.000
1.750.000
57.478
1.300.000
2053
3,410%
1.213.333
43.333
1.170.000
40.110
1.170.000
43.333
1.126.667
38.633
1.126.667
43.333
1.083.333
37.155
1.083.333
43.333
1.040.000
35.677
1.400.000
2031
3,390%
1.050.000
175.000
875.000
30.519
875.000
175.000
700.000
24.587
700.000
175.000
525.000
18.654
525.000
175.000
350.000
12.722
1.000.000
2031
3,350%
750.000
125.000
625.000
22.636
625.000
125.000
500.000
18.448
500.000
125.000
375.000
14.261
375.000
125.000
250.000
10.073
1.000.000
2038
3,460%
866.667
66.667
800.000
28.615
800.000
66.667
733.333
26.309
733.333
66.667
666.667
24.002
666.667
66.667
600.000
21.695
1.000.000
2031
3,560%
750.000
125.000
625.000
24.982
625.000
125.000
500.000
20.532
500.000
125.000
375.000
16.082
375.000
125.000
250.000
11.632
900.000
2038
4,100%
780.000
60.000
720.000
31.474
720.000
60.000
660.000
29.014
660.000
60.000
600.000
26.554
600.000
60.000
540.000
24.094
500.000
2031
3,950%
375.000
62.500
312.500
14.305
312.500
62.500
250.000
11.836
250.000
62.500
187.500
9.368
187.500
62.500
125.000
6.899
3.350.000 2.800.000 2.150.000 2.800.000 2.025.000 53.081.350
2035 2036 2037 2038 2038
3,500% 3,500% 3,500% 3,500% 3,500%
3.350.000
335.000
3.015.000 2.800.000
111.387 49.000
3.015.000 2.800.000
335.000 280.000
2.680.000 2.520.000 2.150.000
99.662 93.100 37.625
2.680.000 2.520.000 2.150.000
335.000 280.000 215.000
2.345.000 2.240.000 1.935.000 2.800.000
87.937 83.300 71.487 49.000
2.345.000 2.240.000 1.935.000 2.800.000
335.000 280.000 215.000 -
26.597.553 2.570.733
26.826.820
686.614
26.826.820
2.750.733
26.226.087
710.402
26.226.087
2.715.733
26.310.354
726.241
26.310.354
2.715.733
2.010.000 1.960.000 1.720.000 2.800.000 2.025.000 25.619.620
76.212 73.500 63.962 98.000 35.437 701.086
5.4
Voorziening groot onderhoud
Recapitulatie
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Stand per 1 januari Stortingen Uitgaven
-486 -171 16
-641 -174 309
-507 -174 149
-532 -174 105
-602 -174 110
-667 -174 833
Stand per 31 december
-641
-507
-532
-602
-667
-8
bedragen x 1.000 euro
5.5
Overzicht van personele sterkte en loonkosten
Begrote personele sterkte en personeelskosten 2026
in FTE
in EURO (x 1.000)
Directie/staf Informatiemanagement Planvorming Publiekszaken Beheer Openbare Ruimte Inzameling Materieel Milieustraten Planning Taakstelling
3,4 12 2,9 16,9 6 42,6 15,5 21,2 7 -
420 1.154 319 1.390 423 3.224 1.175 1.672 703 -
Totaal
127,5
10.480
65
5.6
Taakvelden
Taakveld
Omschrijving
Baten (bedragen x 1.000 euro)
0.1 0.4 0.5 0.62 0.9 0.10 0.11 2.1 7.3 TOTAAL
66
Bestuur Overhead Treasury OZB – niet woningen Vennootschapsbelasting Mutatie reserve Resultaat van de rekening baten en lasten Verkeer, vervoer en waterstaat Afval
Lasten (bedragen x 1.000 euro)
837 -
43 4.088 687 32 -
1.621 26.716
1.630 22.693
29.173
29.173
5.7 Nr.
Risicoprofiel
Omschrijving risico:
Maatregelen
Risico
Bedrag
Kans
Benodigd weerstandsvermogen
1 Met terugwerkende kracht cao gerelateerde stijging van de loonkosten.
Voor zover mogelijk inschatten op basis van publicaties.
3% van salarispost
314.400
75%
235.800
2 Ziekteverzuim (kort en lang)
Actief Arbo beleid, BHV, etc.
5% van salarispost
524.000
75%
393.000
3 Productiviteit verlies
Scholing/opleiding/begeleiding
5% van salarispost
524.000
25%
131.000
4 Arbeidsconflicten
Dossieropbouw/beoordelingen
2% van salarispost
209.600
50%
104.800
5 Niet voldoen aan wettelijke eisen
Bijhouden wetgeving
1% van salarispost
104.800
25%
26.200
6 Niet verzekerde schade door ongelukken
Periodieke controle verzekeringen
1% van salarispost
104.800
25%
26.200
7 Onvoldoende vakbekwaam personeel
Inzetten recruitment
5% van salarispost
524.000
50%
262.000
Personeel gerelateerd
Subtotaal personeel gerelateerde risico's
2.305.600
1.179.000
Exploitatie gerelateerd 8 Invoeren afvalverbrandings correctie factor
Opvoeren in de begroting
pm
-
0%
-
181.520
25%
45.380
-
0%
29.245
9 Niet gedekte schade onroerend goed
Periodieke beoordeling risico's
2% van waarde o.g.
10 Vervallen opbrengsten textiel
Opvoeren in de begroting
pm
11 Debiteurenrisico a.g.v. faillissementen verwerking
Strakke debiteurenbewaking
5% van verwerkingsbaten
292.450
10%
12 Debiteurenrisico a.g.v. faillissementen overig
Strakke debiteurenbewaking
5% van overige taken
122.200
50%
61.100
13 Productiviteitsverlies door achterblijvende digitalisering Ontwikkelen ICT-plan
3% van de kosten voor inzameling
696.750
50%
348.375
14 Prijsstijgingen brandstof
Niet in te schatten
10% van brandstofkosten
91.884
50%
45.942
15 Bijzonder groot onderhoud wagenpark
Onderhoud volgens schema
25% van onderhoudskosten
286.250
75%
214.688
16 Boekverliezen wagenpark a.g.v. buiten gebruik
Realistisch begroten en afschrijven
5% van waarde wagenpark
227.150
25%
56.788
17 Gevolgen nieuw/gewijzigd beleid
Strategienota, juridische control
5% van omzet
1.012.200
50%
506.100
18 Milieurisico's en calamiteiten
Voldoen aan wet- en regelgeving
3% van omzet
607.320
25%
151.830
19 Niet verzekerde schades aan containers etc.
Periodiek beoordelen op noodzaak verzekeren Uitbreiden netcongestie
5% van waarde containers
636.700
25%
159.175
20 Stroomuitval
1% van omzet
202.440
10%
20.244
21 pm
pm
pm
-
0%
Subtotaal exploitatie gerelateerde risico's
4.154.424
1.618.622
KWD gerelateerd 22 Dekkingsverlies a.g.v. terugvallen omzet
Realistisch begroten
25% van omzet KWD
23 pm
pm
pm
362.250
20%
-
0%
KWD gerelateerd
72.450 72.450
Telling benodigd weerstandsvermogen
2.870.072
Waarschijnlijkheidsfactor
75%
Berekend weerstandsvermogen
2.152.554
Specifiek wagenpark gerelateerd 24 Schades die niet door verzekering worden gedekt
Opleidingen
15% van waarde wagenpark
25 pm
pm
pm
Specifiek wagenpark gerelateerde risico's onder te brengen in een bestemmingsreserve
67
681.450
37%
-
0%
250.000 250.000
Dit is een uitgave van Waardlanden, juni 2025
Redactie en tekst
Waardlanden
Vormgeving
Richard van Zijll de Jong (Studio de Marcas)
Fotografie
Paul van Baardwijk (Studio Retouched) en Henk Ganzeboom (Kobalt fotografie)
Waardlanden Postbus 555, 4200 AN Gorinchem 0183 68 11 11 info@waardlanden.nl www.waardlanden.nl © Waardlanden 2025 Deze uitgave is met grote zorg samengesteld. Waardlanden streeft naar een correcte en volledige weergave van de informatie. Eventuele wijzigingen of onvoorziene omstandigheden kunnen echter invloed hebben op de gegevens in deze publicatie.
68