CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

6d. Waardlanden Programmabegroting 2026.pdf

Gemeenteraad GHG 26 juni 2025, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 7: Verzamelvoorstel verbonden partijen: jaarrekeningen 2024 en begrotingen 2026 incl. zienswijzen - Raadsvoorstel17.583 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BEGROTING 2026 EN MEERJARENRAMING 2027-2029

“Samen op weg naar een schone omgeving en afvalvrije toekomst” “

Gemeenschappelijke regeling van de gemeenten: Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Molenlanden en Vijfheerenlanden

Voorwoord Voor u ligt de begroting 2026 en de meerjarenraming voor 2027-2029 van de Gemeenschappelijke Regeling Bedrijfsvoering organisatie Reinigingsdienst Waardlanden. De afgelopen jaren hebben we flinke stappen gezet in de uitvoering van de strategienota 2021–2025. Die inspanningen hebben geleid tot een resultaat van gemiddeld 133 kg restafval per inwoner — een prestatie waar we als organisatie trots op mogen zijn. Maar minstens zo belangrijk: ook onze inwoners mogen trots zijn op dit resultaat. Hun inzet, bereidheid om afval beter te scheiden en hun betrokkenheid bij de circulaire ambities van onze regio vormen de sleutel tot dit succes. Tegelijkertijd realiseren we ons dat dit geen eindpunt is, maar een tussenstation. Een belangrijke mijlpaal was de invoering van Diftar per 1 januari 2024. Deze maatregel heeft een grote impact op het gedrag van inwoners en op onze manier van werken. Begin 2025 vindt de evaluatie van Diftar en de strategienota plaats. Die evaluatie biedt belangrijke inzichten in de effectiviteit van het gevoerde beleid en vormt het fundament voor de ontwikkeling van nieuw strategisch afval- en grondstoffenbeleid. Het jaar 2026 wordt daarmee een jaar van transitie. Naar verwachting vindt eind 2025 de overdracht van de directie plaats.

De nieuwe directeur treedt per 1 januari 2026 aan en zal – op basis van de evaluatie, de opgedane ervaring en de actuele ontwikkelingen – richting geven aan de verdere uitbouw van het ingezette beleid. De nieuwe strategienota 2026–2030 zal daarbij richtinggevend zijn: een logisch vervolg op de bestaande koers, met ruimte voor verdieping en vernieuwing waar dat nodig is. 2

Van afvalinzameling naar grondstoffenregisseur De beweging die we als organisatie doormaken is fundamenteel: van een traditionele uitvoeringsorganisatie naar een ketenregisseur en kenniscentrum. Waardlanden staat steeds meer in het hart van de transitie naar een circulaire economie. Met inwoners, gemeenten en partners werken we stap voor stap aan ons gezamenlijke doel: maximaal 100 kg restafval per inwoner per jaar. Dat vraagt om verfijning van ons instrumentarium en gerichte gedragsinterventies. Investeringen in ICT en automatisering zijn hierin cruciaal. De beschikbaarheid van betrouwbare data maakt lokaal maatwerk mogelijk en stelt ons in staat om efficiënter en effectiever te sturen. Organisatieontwikkeling: de basis op orde Tegelijkertijd is het zaak dat we onze interne basis versterken. De opgaven op het gebied van bedrijfsvoering, interne organisatie, integrale samenwerking, sturing én veiligheid zijn groot — en kunnen niet langer op de achtergrond blijven. Daarom loopt het ingezette verbetertraject in 2026 door. Het op orde brengen van de basis en de uitvoering van de resterende maatregelen van de strategienota versterken elkaar; beide zijn noodzakelijk om onze ambities waar te maken. We blijven bewust investeren in de organisatie, zodat we duurzaam resultaten boeken en daadwerkelijk het verschil maken voor de gemeenten die we bedienen.

Alleen met een sterke interne organisatie kunnen we effectief bijdragen aan het grotere doel: een circulaire, schone en afvalvrije leefomgeving. Onzekerheid als constante De wereld om ons heen verandert snel, en de onzekerheden nemen toe. We merken het in onze branche: grillige grondstofprijzen, onvoorspelbare verwerkingskosten, energiecongestie — het zijn factoren die onze bedrijfsvoering beïnvloeden. Ook de financiële positie van gemeenten staat onder druk. De begroting voor 2026 is gebaseerd op de inzichten van dit moment, maar zal mogelijk bijgesteld moeten worden op basis van de uitkomsten van de strategienota-evaluatie en marktontwikkelingen. De kracht van samenwerking Juist in deze context laat Waardlanden haar meerwaarde zien. Door voor vier gemeenten de afvalinzameling en grondstoffenverwerking te verzorgen, creëren we schaalvoordelen en synergie. De kracht van de GR zit in samenwerking, in efficiëntie én in de gedeelde ambitie om de balans te vinden tussen het realiseren van circulaire doelstellingen en het versterken van onze organisatie. Met de inzichten uit de evaluatie en de komst van een nieuwe strategienota 2026–2030 is de organisatie goed gepositioneerd om – samen met haar partners – voort te bouwen op de ingezette koers.

Tegelijkertijd vraagt de verdere versterking van onze interne bedrijfsvoering blijvend aandacht, zodat we onze maatschappelijke opdracht ook in de toekomst krachtig kunnen blijven vervullen. 3

Gorinchem, juni 2025 Arco Bikker

Jürgen Rau

Voorzitter bestuur Waardlanden

Directeur Waardlanden

4

Leeswijzer Voorwoord ............................................................................................................................................... 2 Leeswijzer ................................................................................................................................................ 5 1

DIENSTVERLENING............................................................................................................................... 8 1.1

Bestuurlijke samenvatting .............................................................................................................. 9

1.2

Factsheet Financiën ...................................................................................................................... 12

1.2.1 Begroting 2026 in één oogopslag .................................................................................................. 12 1.2.2 Tariefstelling 2026 voor gemeenten ............................................................................................. 13 1.2.3 Bevoorschotting (bijdragen) 2026 voor gemeenten ...................................................................... 16 1.3 2

3

Kerngegevens ............................................................................................................................... 17

BELEIDSBEGROTING ........................................................................................................................... 20 2.1

Product Afval- en grondstoffenbeheer ......................................................................................... 20

2.2

Product Overige diensten (DVO’s) ................................................................................................... 27

2.3

Product Bedrijfsafval .....................................................................................................................28

2.4

Product Algemene baten en lasten ................................................................................................29

PARAGRAFEN ......................................................................................................................................33 3.1

Weerstandsvermogen en risicobeheersing ...................................................................................33

3.2

Onderhoud kapitaalgoederen ........................................................................................................35

3.3

Financiering ..................................................................................................................................36

3.4

Bedrijfsvoering ..............................................................................................................................39

3.4.1

Personeel .............................................................................................................................39

3.4.2

Communicatie ...................................................................................................................... 41

3.4.3

Informatisering en automatisering ....................................................................................... 41

3.4.4

Duurzaamheid ...................................................................................................................... 42

3.4.5

Inkoop en aanbesteden ........................................................................................................ 43

3.4.6

Arbo en veiligheid ................................................................................................................ 43

3.4.7 Juridische control ...................................................................................................................... 44

4

3.5

Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid (Woo) ...................................................................... 44

3.6

Verbonden partijen ....................................................................................................................... 45

FINANCIËLE BEGROTING .................................................................................................................... 48 4.1

Begroting 2026 en meerjarenraming (MJR) 2027-2029 ................................................................. 48

4.2

Uitgangspunten .............................................................................................................................53

4.3

Incidentele baten en lasten ............................................................................................................55

4.4

Structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves ..............................................................55

Investeringsprogramma ..........................................................................................................................56 5

5

BIJLAGEN ............................................................................................................................................59 5.1

Geprognosticeerde balans .............................................................................................................59

5.2

Overzicht reserves .........................................................................................................................62

6

5.3

Overzicht leningen .........................................................................................................................63

5.4

Voorziening groot onderhoud ........................................................................................................65

5.5

Overzicht van personele sterkte en loonkosten .............................................................................65

5.6

Taakvelden ....................................................................................................................................66

5.7

Risicoprofiel .................................................................................................................................. 67

DIENSTVERLENING

7

1 DIENSTVERLENING

Infographic 1: Dienstverlening Waardlanden in de vier gemeenten in 2024

8

1.1

Bestuurlijke samenvatting

Inleiding De afgelopen jaren is door Waardlanden aan de strategienota gewerkt. In deze strategienota zijn de milieudoelstellingen centraal gesteld met als belangrijkste doelstelling om de hoeveelheid restafval terug te dringen naar 100 kg per persoon in 2025. Een belangrijk instrument hierbij is het invoeren van het Recycletarief. In 2024 bleek het ingezette beleid effectief. Er was sprake van een significante afname van het restafval per inwoner. De komende jaren zoeken we naar de juiste balans tussen de kosten en baten van het verder uitvoeren en finetunen van het flankerend beleid van de strategienota en het geven van nieuwe impulsen aan dit beleid. De evaluatie van de strategienota zal hier meer inzicht over geven.

250 225

1-1-2024 Invoering Diftar 223

221 208

200

186

175 150

133

125 100 75 50 2020

2021

2022

2023 Werkelijk Het zit tegen Doel

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Prognose Het zit mee Lange termijn doel

Grafiek 1: Kilogram restafval per inwoner

Het werken aan de milieudoelstellingen is een doorgaand proces. Dit vraagt onder andere om een gedragsverandering bij de inwoners. In 2026 zullen we, naast het voortzetten van onze betrouwbare dienstverlening, de focus leggen op het borgen en waar nodig bijsturen van de maatregelen ten aanzien van gedragsverandering. Dit omvat de inzet van milieucoaches, communicatie met inwoners, voortzetting van het programma Afvalvrije Scholen, modernisering van de milieustraten en het realiseren van ketensamenwerkingen.

9

Beleidsbegroting Het product Afval- en grondstoffenbeheer richt zich op het inzamelen van huishoudelijk afval en grondstoffen. Waardlanden voert deze taak uit voor vier gemeenten, met als doel het restafval in 2025 te verminderen tot maximaal 100 kg per persoon, schone grondstofstromen te realiseren en te werken richting een circulaire economie in 2050. Het product Overige diensten (Dienstverleningsovereenkomsten) omvat aanvullende diensten die gemeenten kunnen afnemen, zoals straatreiniging, onkruidbestrijding, veegvuil en veegslib, extra inzameling (prullenbakken legen en bijplaatsingen verwijderen), gladheidbestrijding, graffiti verwijderen, CTA (compost, tuin, afval) en onderhoud van materieel. Er zijn specifieke afspraken gemaakt met Gorinchem voor extra inzameling, gladheidsbestrijding en graffiti verwijderen, en met Hardinxveld-Giessendam voor onkruidbestrijding. Het product Bedrijfsafval gaat over de inzameling van bedrijfsafval in samenwerking met Netwerk N.V. Waardlanden voert de inzamelactiviteiten uit namens Waardlanden Reinigingsbedrijf B.V. en ontvangt hiervoor een vergoeding. De verwachte winst wordt als structurele opbrengst opgenomen, en de baten en lasten zijn volgens afspraken met Netwerk N.V. in de begroting verwerkt. De doorbelasting van overheadkosten neemt toe naarmate de omzetverwachting stijgt.

Het product Algemene baten en lasten bevat informatie over overhead, rente en vennootschapsbelasting. Volgens het herziende Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) worden kosten zoveel mogelijk direct toegewezen aan de betreffende taken of producten. Kosten zonder directe relatie met specifieke producten worden verdeeld over afval- en grondstoffenbeheer, dienstverleningsovereenkomsten en bedrijfsafval. Werken aan control, interne organisatie en bedrijfsvoering We moeten de interne organisatie verder verbeteren. In 2022 en 2023 lag de nadruk op het bieden van voorzieningen en diensten aan inwoners. In 2024 en 2025 werkten we aan het verbeteren van de bedrijfsvoering van Waardlanden. We willen meer grip krijgen op onze organisatie. Ook in 2026 en daarna blijft dit belangrijk. Daarbij is het nodig om de administratie, financiële controle en het maken van beleid te versterken. Waardlanden heeft steeds meer informatie nodig om het werk goed en efficiënt te kunnen doen. Een belangrijk onderdeel hiervan is het maken van een plan voor informatisering en automatisering. Daardoor kan Waardlanden haar processen beter aansturen. Ook helpt dit de gemeenten om hun regierol beter te vervullen.

10

Tarieven afvalinzameling en afvalverwerking In de onderstaande tabel wordt de ontwikkeling van het gemiddelde tarief voor afvalinzameling en afvalverwerking in vergelijking met 2025 toegelicht. In de kaderbrief hebben we een eerste indexatie van het tarief gepresenteerd. Verdere uitwerking in deze begroting resulteert in het onderstaande tarief.

Tariefstelling Afvalinzameling in euro’s

Afval-

Afvalverwerking

Totaal

inzameling met Diftar

zonder Diftar

met Diftar

zonder Diftar

Tarief 2025 begroting

260,10

68,46

94,78

328,56

354,87

Mutatie ten opzichte van tarief

12,64

-8,27

-10,33

4,37

2,31

272,73

60,19

84,45

332,93

357,18

4,9%

-12,1%

-10,9%

1,3%

0,6%

2025 Tarief 2026 % mutatie ten opzichte van 2025 Verschil met Diftar / zonder Diftar

3,0%

0,6%

Tabel 1: Tariefstelling afvalinzameling 2026 voor gemeenten

Uit de tabel blijkt dat het gemiddelde tarief voor afvalinzameling en afvalverwerking (met Diftar) in 2026 met 1,3% stijgt, van € 328,56 naar € 332,93 ten opzichte van de begroting van 2025. Voor het gemiddelde tarief zonder Diftar is de stijging 0,6%, van € 354,87 naar € 357,18. Deze toenames zijn het resultaat van zowel verhogingen als verlagingen op verschillende onderdelen. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 1.2.2 (Tariefstelling 2026 voor gemeenten).

11

1.2

Factsheet Financiën 1.2.1 Begroting 2026 in één oogopslag

Begrotingstotalen (in euro’s x 1.000) 35.000 30.000

29.173

29.346

29.808

30.543

28.537

2025

2026

2027

2028

2029

25.000 20.000 15.000 10.000 5.000 0

Lasten begroot

Baten begroot

Lineair (Lasten begroot)

Grafiek 2: Meerjarige ontwikkeling begroting

Begrote kosten (in euro’s x 1.000) 35.000 30.000

28.537

29.173

29.346

29.808

30.543

1.923

1.744

1.787

1.832

1.878

2025

2026

2027

2028

2029

25.000 20.000 15.000 10.000 5.000 -

Kosten inzameling

Kosten verwerking

Grafiek 3: Meerjarige kostenontwikkeling begroting

12

Kosten overhead

Kosten DVO's

Begrote opbrengsten (in euro’s x 1.000) 35.000 28.537

29.173

29.346

29.808

30.543

2025

2026

2027

2028

2029

30.000 25.000 20.000 15.000 10.000

Bijdrage gemeenten

Bijdrage BV

Overige bijdragen

Grafiek 4: Meerjarige opbrengstenontwikkeling begroting

1.2.2 Tariefstelling 2026 voor gemeenten Door de invoering van het recycletarief ontstaat er een gedifferentieerd samengesteld tarief: één met het recycletarief en één zonder. Het tarief voor de inzameling blijft in beide gevallen hetzelfde. Het verschil in het totaaltarief wordt bepaald door de kosten van de afvalverwerking. Ontwikkeling tarief afvalinzameling en verwerking

met Diftar

zonder Diftar

(in euro’s) Gemiddeld tarief afvalstoffenheffing 2025 Marktontwikkelingen Personeelskosten (prijsindexen MEV en markttarieven) Verwerking afvalstromen en grondstoffen

328,56 10,03 -11,79

354,87 10,03 -13,85

Totaal marktontwikkelingen

-1,75

-3,81

Operationele kosten Overige mutaties per saldo

5,98

5,98

0,14

0,14

332,93

357,18

Overige kosten Onder andere wet- en regelgeving, integriteit, rechtmatigheid, ICT en huisvesting Gemiddeld tarief afvalinzameling en verwerking 2026 Tabel 2: Ontwikkeling tarief afvalinzameling en afvalverwerking samen per 2026

De grootste stijging in kosten is te zien bij de personeelskosten. Dit komt voornamelijk door de indexering van 3,8% die voor 2026 is gehanteerd. Ten tijde van het opstellen van deze begroting is er nog geen 13

overeenstemming bereikt over de Cao Gemeenten/SGO voor 2025-2026; in overeenstemming met hetgeen vermeld in de Kaderbrief is daarom uitgegaan van de prijsindexen uit de Macro Economische Verkenningen 2026, die zijn gepubliceerd in de septembercirculaire 2024 van het Centraal Planbureau. Daarnaast is er voor een bedrag van € 250.000 extra kosten meegenomen voor inhuur van specifieke kennis. De toename van personeelskosten zorgt per saldo voor een tariefstijging van € 10,03. De indexatie voor de materiële uitgaven is 2,2% ten opzichte van de begroting 2025. Daarnaast zien we een toename in de kantoorkosten in 2026. Dit komt doordat er hogere kosten voor automatisering worden verwacht om te voldoen aan de behoeften op het gebied van informatievoorziening en informatiebeveiliging. Tenslotte is een extra bedrag van in totaal € 431.000 opgenomen voor externe advieskosten. Dit betreft onder andere kosten voor het verder verbeteren van de bedrijfsvoering, het uitvoeren van diverse aanbestedingstrajecten en het verder verbeteren van de veiligheid. Daarbij wordt ook geïnvesteerd in maatregelen om de verdere vermindering van restafval te kunnen realiseren (zie ook hieronder). Voor meer informatie wordt verwezen naar de toelichting in paragraaf 4.1 (Begroting 2026 en meerjarenraming (MJR) 2027-2029). Verder zien we dat door het Recycletarief het aantal tonnen restafval afneemt.

We verwachten dat deze afname doorzet. Omdat de tarieven voor restafval stijgen, zien we de besparing in kilogrammen niet volledig terug in de daling van de kosten (Diftarparadox). Per saldo leidt dit echter wel tot een besparing, wat het tarief voor 2026 met € 11,79 verlaagt. Omdat de te verwachten besparing op de verwerkingskosten voor de jaren 2027 en later nog niet goed in te schatten zijn, zijn deze besparingen nog niet opgenomen in de meerjarenbegroting. De besparingen die in die jaren zullen worden gerealiseerd, investeren we opnieuw in maatregelen om de verdere vermindering van restafval (en dus kostenbesparingen) te realiseren (vliegwieleffect). De kosten die hiermee gepaard gaan, zijn nog niet in de meerjarenbegroting verwerkt en worden dus gefinancierd vanuit de te realiseren besparingen. Samen met de mutaties op de overige operationele en overige kosten leveren bovenstaande ontwikkelingen per saldo een tariefstijging (met Diftar) op van € 4,37 (1,3%). Voor het tarief zonder Diftar betekent dit een stijging van € 2,31 (0,7%). Trend tarief In onderstaande grafiek is de trend van het tarief van Waardlanden vergeleken met de landelijke trend en met de trend van het tarief van Avri (Afvalverwijdering Rivierenland), de afvalinzamelaar ten oosten van ons werkgebied. Tot 2018 waren de tarieven van Waardlanden stabiel en niet of nauwelijks aan inflatie onderhevig.

Dit is in lijn met de landelijke trend. Vanaf 2018 werd deze trend door diverse ontwikkelingen in de markt (brandstofprijzen, verwerkingskosten, CAO stijgingen) abrupt doorbroken. Zowel de tarieven van Waardlanden, Avri als de landelijke tarieven maken vanaf dat moment jaarlijkse een significante stijging door. In 2026 vlakt deze trend voor Waardlanden weer enigszins af. Het tarief van Waardlanden, voor zowel gemeenten met als zonder Diftar, stijgt in 2026 minder hard dan de landelijke trend. Onze tarieven stijgen 14

zelfs minder hard dan de verwachte landelijke inflatie van 2,3% (volgens cMEV 2025). Ook in de meerjarenraming zien we dat de tarieven van Waardlanden een minder steil stijgende trend volgen dan de landelijke prognose en de prognose van Avri. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de meerjarenraming van 2027 tot en met 2029 grotendeels is gebaseerd op een indexatie van 2,5%. Tot slot zien we dat de tarieven van Waardlanden lager zijn dan de landelijke afvalstoffenheffing. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de afvalstoffenheffing en het tarief van Waardlanden niet één op één vergelijkbaar zijn. In de trend van de landelijke afvalstoffenheffing is een gemiddelde van de kosten voor het variabele tarief in de totale afvalstoffenheffing verwerkt. In de evaluatie van de strategienota wordt hier een uitgebreide analyse per gemeente van gemaakt. Daarnaast kunnen gemeenten ook andere kosten dan de kosten voor afvalinzameling- en verwerking aan de inwoners doorbelasten.

tarief in €

Tariefontwikkeling 2010-2029

500

450

400

350

300

250

200

150

jaar Avri 2010 - 2025 Avri prognose 2025 - 2028 Waardlanden zonder Diftar (begroot) Waardlanden prognose (met Diftar)

Grafiek 5: Tarief ontwikkeling afvalstoffenheffing 2010-2029 15

Gemiddelde Nederland 2010 - 2023 landelijke prognose 2023 - 2026 Waardlanden met Diftar (begroot) Waardlanden prognose (zonder Diftar)

1.2.3 Bevoorschotting (bijdragen) 2026 voor gemeenten De volgende tabel geeft een overzicht van de financiële bijdrage per deelnemende gemeente voor 2026, zowel voor de afvalinzameling als de afvalverwerking. Onder deze tabel volgt een tabel met de percentages per gemeente ten opzichte van de begroting voor 2025. Bijdragen Afvalinzameling en

Tarief

Gorinchem

-verwerking

Hardinxveld-

Molenlanden

Giessendam

Vijfheerenlanden

in euro’s x 1.000 totaal

met Diftar

met Diftar

met Diftar

zonder Diftar

Aansluitingen (aantallen)

69.196

17.921

7.700

18.097

25.478

Afvalinzameling

272,73

4.888

2.100

4.936

6.949

Afvalverwerking Diftar

60,19

1.079

463

1.089

-

Afvalverwerking zonder Diftar

84,45

-

-

-

2.152

Aan Waardlanden te betalen

332,93

5.966

2.564

6.025

(Diftar) Aan Waardlanden te betalen

357,18

9.100

(zonder Diftar) Totaal door Waardlanden te

5.966

2.564

6.025

9.100

Hardinxveld-

Molenlanden

Vijfheeren-

ontvangen Tabel 3: Bijdragen afvalinzameling en -verwerking per gemeente in 2026

Bijdragen Afvalinzameling en

Tarief

Gorinchem

-verwerking

Giessendam

landen

verschil in % t.o.v. 2025 totaal

met Diftar

met Diftar

met Diftar

zonder Diftar

Aansluitingen

0,8%

1,1%

2,0%

0,6%

0,4%

Afvalinzameling

4,9%

6,0%

6,9%

5,4%

5,2%

Afvalverwerking Diftar

-12,1%

-11,1%

-10,3%

-11,6%

Afvalverwerking zonder Diftar

-10,9%

Aan Waardlanden te betalen

1,3%

-10,6% 2,5%

3,3%

1,9%

(Diftar) Aan Waardlanden te betalen

0,6%

1,0%

(zonder Diftar) Totaal door Waardlanden te

2,5%

3,3%

ontvangen Tabel 4: Bijdragen afvalinzameling en -verwerking per gemeente ten opzichte van de begroting 2025

16

1,9%

1,0%

Voor de gemeenten betekent bovenstaande tariefstelling de volgende voorschotbijdragen voor afvalinzameling. Daarnaast zijn de voorschotbijdragen voor de separate DVO’s opgenomen, zoals Waardlanden deze in de Begroting 2026 heeft verwerkt.

Bijdragen gemeenten TOTAAL

Totaal

Gorinchem

HardinxveldGiessendam

In euro’s x 1.000 met Diftar

Totaal Afvalinzameling gemeenten

Molenlanden

Vijfheerenlanden

met Diftar

met Diftar

zonder Diftar

23.655

5.966

2.564

6.025

9.100

Straatreiniging

743

394

77

119

153

Onkruidbestrijding

164

-

164

-

-

Veegvuil/Veegslib

188

134

19

-

35

Extra (prullenbakken)

437

437

-

-

-

Extra (bijplaatsingen)

172

172

-

-

-

Gladheidsbestrijding

132

132

-

-

-

Graffiti

15

15

-

-

-

Polderbus

83

-

-

58

25

CTA (compost, tuin, afval)

62

-

16

8

38

Onderhoud materieel

123

123

-

-

-

Totaal DVO’s gemeenten

2.117

1.406

275

185

251

25.772

7.373

2.839

3.210

9.351

DVO’s gemeenten

Totaal aan Waardlanden te betalen

Tabel 5: Voorschotbijdragen en DVO’s per gemeente in 2026

De huidige dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) zijn gebaseerd op contracten uit 2012. In 2025 worden deze herzien, zodat de afspraken aansluiten op de actuele situatie. De voorschotbedragen per gemeente worden jaarlijks gefactureerd. De betaling gebeurt in 12 gelijke maandelijkse termijnen.

1.3

Kerngegevens

Waardlanden werkt voor de vier gemeenten Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Molenlanden en Vijfheerenlanden. In totaal gaat het om ruim 69.000 ‘aansluitingen’. Hiermee bedoelen we: iedere wooneenheid waarvoor een heffingsplicht geldt, ongeacht of er sprake is van bewoning, kwijtschelding of leegstand. Deze ontwikkeling in de wooneenheden heeft gevolgen voor de ontwikkeling van de kosten van Waardlanden. Dit zien we terug in de toenemende baten en lasten van de afgelopen jaren. In de onderstaande grafieken is de ontwikkeling van het aantal aansluitingen per gemeente gedurende de periode 2023 tot en met 2026 weergegeven en de ontwikkeling van het (verwachte) aantal inwoners voor de periode 2022 tot en met 2027. 17

Aansluitingen per jaar naar gemeente 80.000

67.757

67.163

69.196

68.656

70.000 60.000 50.000 40.000 30.000 20.000 10.000 0 2023 Gorinchem

2024 Hardinxveld-Giessendam

2025 Molenlanden

Vijfheerenlanden

2026

Totaal

Grafiek 6: Ontwikkeling aantal aansluitingen 2023-2026

Inwoners per jaar naar gemeente 180.000 160.000

159.575

162.511

164.373

165.905

166.670

2022

2023

2024

2025

2026

167.438

140.000 120.000 100.000 80.000 60.000 40.000 20.000 Gorinchem

Hardinxveld-Giessendam

Grafiek 7: Ontwikkeling aantal inwoners 2022-2027

18

Molenlanden

Vijfheerenlanden

2027

BELEIDSBEGROTING

19

2 BELEIDSBEGROTING 2.1

Product Afval- en grondstoffenbeheer

Inleiding Dit product gaat over het inzamelen van huishoudelijke afvalstromen en grondstoffen. Het product Afval- en grondstoffenbeheer dat Waardlanden uitvoert voor de vier gemeenten heeft een directe relatie met de doelstelling om het restafval te reduceren tot maximaal 100 kg in 2025, schone grondstofstromen te bewerkstelligen, en toe te werken naar circulaire economie in 2050. In 2025 vindt de tussentijdse evaluatie van de strategienota 2021–2025 plaats. Deze evaluatie geeft inzicht in de uitvoerig en effectiviteit van de maatregelen en biedt richting voor een nieuwe afval- en grondstoffenbeleid. Uit de evaluatie van de strategienota zal in ieder geval blijken dat niet alle maatregelen uit de strategienota zijn uitgevoerd. Dit is inherent aan het feit dat niet alle beschreven maatregelen waren begroot. Dit is gedaan vanuit de gedachte dat de reductie van restafval zou leiden tot minder kosten, die we weer kunnen investeren in de volgende maatregelen (vliegwiel-effect). In 2024 was voor het eerst het effect van het Recycletarief zichtbaar in significant lagere verwerkingskosten dan begroot. 2024 is ook het jaar waarin duidelijk werd dat de “basis op orde” en het bijbenen van nieuwe (technologische) ontwikkelingen in de branche investeringen vereisen.

Dat maakt dat de besparingen op de verwerkingskosten als gevolg van de strategienota niet zonder meer geïnvesteerd kunnen worden in het opvolgen van de beschreven maatregelen in de strategienota, maar de herinvestering van de baten organisatie-breed beschouwd moeten worden. De strategienota 2021–2025 vormt, samen met de evaluatie, de geldende wet- en regelgeving en de marktontwikkelingen, het beleidskader voor afval- en grondstoffenbeheer in 2026 en verder. Deze begroting is gebaseerd op de huidige inzichten. Als daar in 2025 nieuwe informatie bij komt, kan een bijstelling nodig zijn. De in de evaluatie geconstateerde verbeterdoelen kunnen ook al leiden tot een begrotingswijziging in het najaar van 2025. In 2025 besluit de gemeente Vijfheerenlanden of zij in 2026 aansluit bij het recycletarief. Dit kan invloed hebben op de personele inzet en daarmee op onze ambities.

Circulair materialenplan 1 (CMP1) Het Circulair Materialen Plan (CMP) wordt in de loop van 2025 van kracht. Het CMP is de opvolger van LAP 3 (Landelijk afvalbeheerplan). In het CMP staan aangescherpte regels en richtlijnen voor gescheiden inzameling van huishoudelijk afval en hergebruik en reparatie, met als doel meer sturing te geven aan de circulaire economie.

20

Uitgebreide Producten Verantwoordelijkheid (UPV) We verwachten uitbreiding/wijziging van de Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheden (UPV’s), waarmee steeds meer de verantwoordelijkheid en kosten van afval bij de vervuilende industrieën komt te liggen. Met name de ontwikkelingen in de UPV’s voor textiel, pmd en single use plastics hebben invloed op de begroting van Waardlanden. Voor textiel en pmd wordt er met branchepartijen gewerkt aan een ketenovereenkomst. Voor beide grondstofstromen hebben de marktpartijen inmiddels een “hoofdlijnenakkoord” gesloten. Omdat deze akkoorden op hoofdlijnen zijn, is nog niet precies bekent wat de impact hiervan zal worden op de vergoedingen die wij voor deze grondstofstromen zullen krijgen. De verwachting voor het pmd is in ieder geval dat de opbrengsten lager zullen zijn dan nu het geval is. Meer informatie over UPV’s vindt u hier.

Marktontwikkelingen In het Belastingplan 2025 heeft het kabinet de AVI-correctiefactor aangekondigd. De AVI correctiefactor verminderd de dispensatierechten van AVI (Afval Verbrandings Installaties). Zo krijgen AVI’s, net als andere bedrijven binnen de CO2 heffingsindustrie, een prikkel om CO2-emissie te reduceren. Het kabinet stelt voor om de AVI correctiefactor vanaf 2026 lineair in te faseren. Deze mogelijke effecten zijn nog niet te kwantificeren en daarom niet opgenomen in meerjarenraming. Meer informatie over de AVI correctiefactor vindt u hier. De volatiele markt voor grondstoffen lijkt gezien de gebeurtenissen op het wereldtoneel niet op korte termijn te stabiliseren. Dit beïnvloedt de marktprijzen voor de grondstoffen die Waardlanden afzet en het gedrag van inwoners. Wat willen we bereiken? De rode draad uit de strategienota loopt door in 2026: het zorgen voor een gezonde balans in de afvaldriehoek van kosten, milieu en service. De focus ligt op minder restafval en meer schone grondstoffen. Minder restafval We streven naar maximaal 100 kg restafval per inwoner bij het aflopen van de strategienota, eind 2026. Uit de evaluatie van de strategienota zal blijken dat nog niet alle beschreven maatregelen zijn doorgevoerd. Zonder het uitvoeren van deze maatregelen bestaat de kans dat het effect dat we hebben gerealiseerd langzaam zal wegebben.

Het risico bestaat dan dat we onze doelstelling niet behalen, of zelfs dat de hoeveelheid restafval per inwoner weer gaat toenemen.

21

Gezien de toenemende kosten voor het verbranden van restafval en Europese en landelijke wet- en regelgeving die inzet op een circulaire economie in 2050, is het noodzakelijk het restafval in opvolgende jaren doorlopend te reduceren, ook als ons tussendoel van 100 kg per inwoner is bereikt. De strategische koers en bijhorende doelstellingen worden in 2026 bepaald.

250 225

1-1-2024 Invoering Diftar 223

221 208

200

186

175 150

133

125 100 75 50 2020

2021

2022

2023

2024

Werkelijk Het zit tegen Doel

2025

2026

2027

2028

2029

Prognose Het zit mee Lange termijn doel

Grafiek 8: Kilogram restafval per inwoner

Schone grondstoffen, afvalpreventie en tevredenheid We willen ons hoge scheidingspercentage van ruim 65% vasthouden. Dit ligt al jaren op niveau en sluit aan bij de Europese norm. We zorgen er uiteraard voor dat deze grondstoffen bij de juiste verwerkers terechtkomen. Waardlanden doet meer dan alleen afval inzamelen. We denken actief mee over hoe afval voorkomen kan worden en hoe ingezamelde grondstoffen opnieuw gebruikt kunnen worden. Samen met partners in de regio zorgen we voor voldoende faciliteiten voor hergebruik en reparatie. Zo zetten we in op afvalpreventie. Minder afval betekent minder inzet van mensen en middelen én lagere kosten doordat we minder restafval moeten laten verbranden. We stimuleren inwoners om hun gemiddelde hoeveelheid restafval te verlagen. Om de doelen van maximaal 100 kg restafval en minimaal 65% scheiding te halen, streven we naar maximaal 300 kg afval en grondstoffen per inwoner. 22

Tegelijk blijven we inzetten op een goede service voor inwoners, vooral daar waar dit bijdraagt aan beter scheiden en minder afval. We streven ernaar dat inwoners onze dienstverlening opnieuw waarderen met een ruime 7. Wat gaan we daarvoor doen? We zoeken naar nieuwe impulsen die we kunnen geven binnen de bestaande kaders en met de bestaande middelen. Het is de komende jaren van belang de data die tot onze beschikking staat nauwkeurig te monitoren. Zo kunnen we tijdig bij kunnen sturen en streven naar een goede balans tussen kosten en baten. Service & gedragsverandering: We stimuleren gewenst gedrag bij inwoners door kennis te delen, een prijsprikkel te bieden en te zorgen voor goede voorzieningen. Deze drie elementen vormen samen de gedragsveranderingsdriehoek. We zoeken steeds naar de juiste balans tussen deze pijlers en verfijnen het instrumentarium dat we hiervoor in zetten. Grondstoffencampagne Om het recycletarief goed te laten werken zijn de afgelopen jaren veel medewerkers ingezet. Communicatieadviseurs,

het

klantcontactcentrum,

milieucoaches,

een

educatief

medewerker,

grondstoffencontroleurs en toezichthouders zorgen voor duidelijke informatie, praktische ondersteuning en zichtbare aanwezigheid in de wijken, zodat steeds meer inwoners het recycletarief begrijpen, accepteren en actief meewerken aan beter scheiden en minder restafval. De evaluatie van de strategienota en nieuwe inzichten vanuit onze data-gestuurde aanpak geven in 2025 beter inzicht in welke wijken, doelgroepen of grondstoffen extra aandacht vragen. Zo wordt bijvoorbeeld duidelijker hoe de problematiek verschilt tussen stedelijk en landelijk gebied. Op basis daarvan

kunnen

we

de

inzet

van

communicatie,

milieucoaches,

de

educatiemedewerker,

grondstoffencontroleurs en toezichthouders steeds gerichter, lokaal specifiek, en meer in samenhang organiseren. We blijven investeren in duidelijke communicatie met inwoners. De campagnes “Lekker opgeruimd” en “Haal meer uit je restafval” worden voortgezet en gekoppeld aan een integrale grondstoffencampagne. De focus ligt op pmd, gft, textiel, OPK, glas en luiers. Kernbegrippen zijn: belonen, normeren en differentiëren. We richten ons op de grote groep inwoners die positief wil bijdragen en zoeken waar mogelijk de samenwerking met wijkambassadeurs. De in de branche ontwikkelde persona's (verschillende typen van inwoners en afvalscheiders) gebruiken we voor verdere differentiatie in onze communicatieaanpak. Daarnaast investeren we in middelen en ICT om het werk slimmer en efficiënter te doen. Zo krijgen toezichthouders en milieucoaches een extra voertuig en verbeteren we de werkplekken en -processen van het klantcontactcentrum. Controleurs en handhavers krijgen een app om zaken te registreren, hiermee

23

wordt de data die zij leveren direct gekoppeld aan ons KCC en datamanagementsysteem. Dit levert sturingsinformatie op voor het eerdergenoemde lokale maatwerk. Prijsprikkel Met het recycletarief kunnen we inwoners stimuleren om hun afval beter te scheiden. Door het variabele tarief te verhogen, wordt die prikkel sterker. Een hogere prikkel kan ook ongewenste effecten hebben, zoals ontwijkgedrag. Denk bijvoorbeeld aan inwoners die hun afval ergens anders proberen kwijt te raken. Op basis van de evaluatie van de strategienota wordt besloten of aanpassing van het variabele tarief nodig is. Als dat zo is, verwerken we dit waar nodig in een begrotingswijziging en adviseren we gemeenten de wijziging te verwerken in de afvalstoffenheffing-verordening. Service De service die Waardlanden geeft aan inwoners en partners in het maatschappelijk middenveld, zoals scholen en zwerfafvalpakker, staat bij ons centraal. Het Klantcontactcentrum speelt daarbij een sleutelrol: hier staan onze KCC-medewerkers dagelijks in contact met inwoners om vragen te beantwoorden en om problemen op te lossen. In 2026 investeren we in dit klantcontact door het planmatig optimaliseren van het KCC. Dat doen we door zowel kwalitatieve als kwantitatieve doelen in te stellen en door het investeren in de medewerkers met faciliteiten, automatisering en training.

Onze service gaat verder dan het KCC, we ontwikkelen een integrale visie op dienstverlening en betrekken daarin al onze expertise en kennis. Met als doel om onze inwoners en partners nog beter van dienst te zijn vanuit heldere verwachtingen over en weer. In 2026 stopt Waardlanden met een aantal diensten die niet meer passen bij onze rol en doelstellingen, of waarvoor inmiddels andere regelingen of voorzieningen zijn. Gemeenten kunnen er – als zij dat willen – voor kiezen om deze regelingen zelfstandig voort te zetten. Het gaat om: •

Het aparte inzamelmiddel (met geel deksel) voor mensen die slecht ter been zijn

•

De vergoeding aan rommelmarkten

•

De sponsorregelingen voor ideële, maatschappelijke en educatieve organisaties en evenementen

Schone gemeenten Ook in 2026 blijft Waardlanden zich inzetten om zwerfafval aan te pakken. Dat doen we met hulp van de beschikbare subsidies. We richten ons vooral op gedragsverandering en op het betrekken van inwoners. In wijken waar meerdere problemen tegelijk spelen, ligt de regie bij de gemeente. Waardlanden ondersteunt met kennis en ervaring. Soms betekent dat dat we samen de wijk ingaan om te kijken wat nodig is. Of we naast zwerfafval ook bijplaatsingen aanpakken, en op welke manier, hangt af van de uitkomsten van de evaluatie van de strategienota en de evaluatie van de handhavingsstrategie.

24

Circulaire samenleving We willen nog intensiever inzetten op het potentieel van inwoners zelf. De handen nog meer ineenslaan en lokaal maatwerk leveren in nauwe samenwerking met lokale gemeenschappen. Circulair, sociaal en financieel rendement gaan vaak samen. Waardlanden onderzoekt kansen die bijdragen aan een circulaire samenleving en ondersteunt zo bredere gemeentelijke doelen, zoals klimaat en armoedebestrijding. De gemeenten hebben hierin een leidende rol, Waardlanden is ondersteunend als kennis- en netwerkpartner. Inzameling Huis- aan-huis inzameling We blijven onze inzamelsystemen en routes optimaliseren om de (financiële) voordelen van het ingezette beleid te realiseren. We gaan meer dynamisch inzamelen en zorgen voor betere stuurinformatie op basis van data. Daarbij geldt: kosten gaan vaak vooraf aan de baten. In 2025 onderzoeken we of aanpassingen aan onze inzamelfaciliteiten noodzakelijk, bijvoorbeeld door meer ondergrondse inzamelcontainers voor grondstoffen te plaatsen. Het wagenpark beleid is momenteel gericht op in standhouding. Milieustraten, circulaire ambachtscentra en circulair netwerk Steeds meer grondstofstromen kunnen worden hergebruikt of gerecycled. Waar mogelijk bieden we inwoners de gelegenheid steeds meer grondstofstromen of producten te scheiden van het restafval.

Waardlanden werkt hiervoor met kringloopwinkels, repaircafés en scholen aan een netwerk van circulaire partners. Voor de periode 2026–2029 zien we kansen in het moderniseren van de milieustraten in Vijfheerenlanden, een mobiele milieustraat voor extra service en lokale verwerking via circulaire werkplaatsen en demontagehallen. Communicatie speelt een belangrijke rol in het versterken van het circulaire netwerk. Door inwoners te informeren over de voordelen van hergebruik en duurzaamheid, stimuleren we hen om actief mee te doen. We leggen helder uit wat je kunt doen: tweedehands of refurbished kopen, delen, huren, repareren of gebruikmaken van de kringloop. We zoeken nog meer de samenwerking met lokale ambassadeurs om de circulaire verandering te versnellen en de betrokkenheid te vergroten. Verwerking Een groot deel van onze afval- en grondstofstromen wordt verwerkt via HVC. Door samen te werken met andere bij HVC aangesloten gemeenten, profiteren we van schaalvoordelen en gunstige verwerkingskosten. Een kleiner deel van de stromen brengen we zelf op de markt, via aanbestedingen die we uitvoeren volgens ons inkoopbeleid. Soms betekent dit dat we kosten maken voor een verplichte Europese aanbesteding. Bij deze aanbestedingen wegen we duurzaamheid en hoogwaardige verwerking mee. We kiezen voor de partij die het best scoort op 70% prijs en 30% kwaliteit en duurzaamheid.

We volgen de ontwikkelingen in wet- en

25

regelgeving en passen onze bedrijfsvoering aan waar nodig. In deze begroting houden we rekening met lagere opbrengsten uit pmd en textiel. Wat mag het kosten? Op het moment van opstellen van deze begroting beschikt Waardlanden nog niet over alle resultaten en aanbevelingen van de evaluatie van de strategienota en de overige deelonderzoeken. Op basis van deze uitkomst en het gesprek hierover met het bestuur, kijkt Waardlanden naar het implementeren, verlengen of aanpassen van de maatregelen en de daaraan gekoppelde kosten. Indien nodig dan nemen wij deze kosten op in een begrotingswijziging voor 2025 of 2026. Onze strategienota loopt eind 2025 af. Voor het ontwikkelen van een nieuwe toekomstvisie nemen wij 50k op in de begroting van 2026. Hoe meten we dat? Om onze prestaties te meten kijken we naar de volgende beleidsindicatoren: •

Restafval per inwoner (kg)

•

Totaal afval per inwoner (kg)

•

Scheidingspercentage

•

Hergebruikpercentage

•

Rapportcijfer van inwoners (via inwonersonderzoek)

•

Monitor zwerfafval en bijplaatsingen (jaarlijks)

We nemen deel aan de landelijke benchmark. In deze benchmark kunnen we onze balans op de afvalstoffendriehoek (service, kosten en milieu), vergelijken met die van andere gemeenten/ afvalinzamelaars. Daarnaast kunnen we ook leren van vergelijkbare gemeenten en inzamelaars. De best practices passen we toe, daar waar mogelijk, bij Waardlanden.

26

2.2

Product Overige diensten (DVO’s)

Inleiding Onder het product Dienstverleningsovereenkomsten vallen aanvullende diensten die gemeenten, naast het reguliere product Afval- en grondstoffenbeheer, bij Waardlanden kunnen afnemen. Met alle deelnemende gemeenten zijn dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) gesloten voor straatreiniging en het afvoeren van veegvuil en veegslib. Met de gemeente Hardinxveld-Giessendam is een DVO afgesloten voor onkruidbestrijding. Met gemeente Vijfheerenlanden is een DVO voor CTA (Composteerbaar Tuin Afval). Tot slot heeft Waardlanden met de gemeente Gorinchem DVO’s voor de volgende taken, zoals: •

het legen van prullenbakken

•

het verwijderen van bijplaatsingen

•

gladheidsbestrijding

•

de aanpak van graffiti

•

en onderhoud materieel

Voor een deel van de dienstverlening die Waardlanden uitvoert, is op dit moment geen actuele DVO beschikbaar, zoals de inzet van de Polderbus (het leeghalen van prullenbakken en nazorg in Molenlanden en Vijfheerenlanden). In 2025 gaat Waardlanden daarom met alle betrokken gemeenten in gesprek om voor alle lopende en toekomstige werkzaamheden afspraken vast te leggen. Deze nieuwe DVO’s gaan gelden voor 2025 en volgende jaren. Het is voor gemeenten voordelig om alle taken bij één organisatie onder te brengen, omdat dit schaalvoordelen oplevert en daarmee kosten bespaart. Het toewijzen van extra taken aan Waardlanden biedt bovendien voordelen voor de uitvoering en het beheersen van de kosten. Elke gemeente behoudt daarbij altijd de regie en blijft bestuurlijk verantwoordelijk voor de taken die worden uitgevoerd. Wat willen we bereiken? We werken samen met de gemeenten aan een efficiënte uitvoering van de afspraken uit de DVO’s. Waardlanden wil een betrouwbare partner zijn die gemeenten ontzorgt in de uitvoering van deze taken en bijdraagt aan een schone en veilige leefomgeving. Wat gaan we daarvoor doen? We voeren de gemaakte afspraken met de gemeenten zorgvuldig uit. We volgen de voortgang, rapporteren regelmatig en gaan hierover in gesprek met de gemeenten. We zorgen voor open communicatie en bewaken dat alle werkzaamheden voldoen aan de afgesproken standaarden. 27

Wat mag het kosten? In de DVO’s zijn per gemeente afspraken gemaakt over de inzet en de bijbehorende kosten. Waardlanden is geen commerciële marktpartij. We voeren de werkzaamheden uit zonder winstoogmerk en willen geen financieel risico lopen op onze DVO’s. Dat betekent dat we werken met geldende tarieven en alleen de daadwerkelijk geleverde inzet in rekening brengen. Door samen met de gemeenten te zorgen voor goede afstemming van inzet en budget, voorkomen we verrassingen en blijven de kosten binnen het beschikbare budget. Zoals eerder aangegeven, worden in 2025 alle DVO’s geactualiseerd. In paragraaf “1.2.3 Bevoorschotting (bijdragen) 2026 voor gemeenten” staat een overzicht van de kosten van de DVO’s. Dit bevat de voorschotbijdragen en een uitsplitsing per gemeente voor 2026. Hoe meten we dat? Beleidsindicator De ureninzet wordt bepaald op basis van het beschikbare budget. We volgen de voortgang nauwkeurig en bespreken deze regelmatig met de gemeenten. We sturen niet alleen op het aantal uren, maar maken ook afspraken over inhoud en kwaliteit. Zo houden we grip op zowel de kwantitatieve als kwalitatieve resultaten.

2.3

Product Bedrijfsafval

Inleiding De inzameling van bedrijfsafval is sinds april 2022 verdergegaan in een samenwerking met Netwerk N.V. Waardlanden voert de inzamelactiviteiten namens Waardlanden Reinigingsbedrijf B.V. uit en krijgt daarvoor een vergoeding. De verwachte winst wordt als structurele baat opgenomen. De inzet van Waardlanden is opgenomen in de lasten. De baten en lasten zijn volgens de afspraken met Netwerk N.V. in de begroting verwerkt. De doorbelasting van de overheadkosten door Waardlanden neemt toe naar mate de omzetverwachting van Waardlanden Reinigingsbedrijf B.V. toeneemt. Wat willen we bereiken? Als organisatie willen we in 2025 en de jaren daarna de positie van Waardlanden Reinigingsbedrijf B.V. verder versterken en groeien in lijn met onze missie. Sinds de oprichting in 2016 richten we ons op het overnemen en uitvoeren van de commerciële activiteiten van de Gemeenschappelijke Regeling Waardlanden. We doen dit op een manier die past binnen de belastingregels voor overheidsbedrijven die winst maken (vennootschapsbelasting). We streven ernaar ons aanbod voor klanten te verbreden, de efficiëntie te vergroten door samenwerking en de totale CO₂-uitstoot te verminderen.

28

Wat gaan we daarvoor doen? Om het merk Waardlanden verder te versterken en onze doelen te bereiken, hebben we een aantal belangrijke stappen gezet. Sinds 1 april 2022 is er een samenwerkingsovereenkomst tussen Waardlanden Reinigingsbedrijf B.V. en Netwerk N.V. Alle ondersteunende commerciële werkzaamheden en het beheer zijn uitbesteed aan Netwerk N.V. In 2025 wordt binnen deze samenwerking gewerkt aan route-optimalisatie voor de inzameling van afval en grondstoffen. Daardoor kunnen we efficiënter werken en onnodige verkeersbewegingen beperken. De besloten vennootschap (B.V.) beschikt over de bedrijfsafvalcontainers. Het benodigde personeel en materieel wordt ingehuurd van zowel Waardlanden als van Netwerk N.V. Wat mag het kosten? In 2026 zetten we vijf dagen per week drie voertuigen in voor de inzameling van bedrijfsafval. Elk voertuig wordt bemand door twee medewerkers. De werkzaamheden die we de afgelopen jaren uitvoerden voor Waardlanden Reinigingsbedrijf B.V. tijdens evenementen, zijn beëindigd. De deelnemende gemeenten besluiten in de tweede helft van 2025 hoe zij omgaan met de sponsoring van maatschappelijke initiatieven en evenementen. Deze kosten worden apart doorbelast. Er is op dit moment nog geen gedetailleerde onderverdeling gemaakt van de kosten per product. We kunnen nu alleen een overzicht van de totale kosten en opbrengsten geven.

Dit overzicht is te vinden in hoofdstuk 4. Hoe meten we dat? Beleidsindicator Een beleidsindicator is een meetpunt waarmee we kunnen volgen of het beleid werkt zoals bedoeld. Voor dit onderdeel kijken we naar twee dingen: hoeveel klanten Waardlanden Reinigingsbedrijf B.V. heeft en hoeveel winst dit oplevert. Deze cijfers geven inzicht in het effect van het gevoerde beleid.

2.4

Product Algemene baten en lasten

Inleiding Deze paragraaf gaat over de algemene opbrengsten en kosten, zoals overheadkosten, rente en vennootschapsbelasting. In het vernieuwde Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is bepaald dat kosten zoveel mogelijk worden gekoppeld aan de juiste taken of producten. Dat betekent dat alle uitgaven die direct te maken hebben met een activiteit, ook binnen die activiteit worden begroot en verantwoord. Sommige kosten horen niet bij één specifieke taak, maar gelden voor de hele organisatie. Die kosten vallen onder Algemene opbrengsten en kosten. Hieronder vallen de taakvelden 0.4 Overhead, 0.5 Treasury en 0.9 Vennootschapsbelasting. Deze kosten worden verdeeld over drie onderdelen: Afval- en grondstoffenbeheer, Dienstverleningsovereenkomsten en Bedrijfsafval.

29

Overhead betekent alles wat nodig is om medewerkers hun werk goed te laten doen, zoals leidinggeven en ondersteuning. In de paragraaf Bedrijfsvoering leggen we uit hoe we dat organiseren, zodat de plannen in de begroting goed uitgevoerd kunnen worden. Dit hoofdstuk geeft een kort overzicht van de belangrijkste doelen en uitgangspunten. Wat willen we bereiken? Als organisatie zijn we ons bewust van onze kwetsbaarheid, maar willen we flexibel en snel kunnen reageren om in te spelen op de veranderende behoeften van inwoners en gemeenten. Om weerstand te bieden tegen de toenemende onzekerheid op de grondstoffenmarkten (en het tarief voor afvalinzameling en -verwerking stabiel te houden), is het belangrijk om voldoende financiële middelen te hebben. Hoewel de deelnemende gemeenten garant staan voor Waardlanden, willen we de continuïteit van onze bedrijfsvoering zelf waarborgen. Wat gaan we daarvoor doen? Net als voorgaande jaren richten we ons binnen de bedrijfsvoering op het verbeteren van onze bedrijfsvoering en het verkleinen van de bedrijfsvoeringsrisico's. Dat willen we onder meer bereiken door een effectieve en flexibele organisatie en informatiehuishouding te creëren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het optimaliseren van processen en systemen. De behoefte van de inwoners staat daarbij altijd voorop.

We zien ook steeds meer en complexere wet- en regelgeving die invloed heeft op onze bedrijfsvoering. Voorbeelden hiervan zijn wetten over inkoop en aanbesteding, arbeidsrecht (zoals de WNRA en WAB), vennootschapsbelasting, en informatiebeheer en -beveiliging. Om aan alle eisen te voldoen, risico's te beheersen en de continuïteit te waarborgen, moeten we blijven investeren in onze bedrijfsvoering. We willen onze bedrijfsvoering sterker maken door bedrijfsprocessen en systemen te harmoniseren, te beschrijven, te automatiseren en te digitaliseren. Dankzij mobiele apparaten zoals boordcomputers, tablets en apps kunnen we tijd- en plaats-onafhankelijk werken. Tegelijkertijd werken we aan de transparantie van Waardlanden en de verbinding met onze inwoners. Het werken aan een duurzame regio willen wij doen met duurzaam inzetbare medewerkers. Dit betekent gezonde en vitale medewerkers die veilig en met plezier werken. Wat mag het kosten? Op dit moment is er geen gedetailleerde onderverdeling van de kosten per product. De kosten en opbrengsten per kostensoort worden op totaalniveau genoemd in hoofdstuk 4.

30

Overhead Bij de start van de GR Waardlanden is een norm overheadpercentage bepaald. Dit percentage is later naar aanleiding van wijziging in de regelgeving aangepast naar 18,5%. Vanaf 2024 is de notitie overhead commissie BBV bij GR Waardlanden in de financiële administratie ingericht waardoor de overheadkosten beter in beeld zijn gebracht en hierdoor het percentage gedaald is naar 13,1% in begrotingsjaar 2026.

Overhead

Begroting 2026

bedragen x 1.000 euro

Totale begrotingsomvang

29.173

Totaal kosten overhead

4.088

% aandeel overhead

14,0%

Tabel 6: Overhead

Vennootschapsbelasting De vennootschapsbelasting wordt berekend volgens afspraken die vastliggen in een overeenkomst met de Belastingdienst. Voor Waardlanden is dit bedrag niet groot. Omdat het minder is dan 2.000 euro, nemen we hiervoor geen aparte reservering op in de begroting. Onvoorzien In de begroting is een bedrag van 250.000 euro gereserveerd voor onvoorziene uitgaven. Dit zijn kosten waar we vooraf geen rekening mee hebben gehouden, maar die toch kunnen ontstaan.

31

PARAGRAFEN

32

3 PARAGRAFEN 3.1

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Het bestuur van Waardlanden bepaalt hoe Waardlanden omgaat met financiële risico’s en reserves. Het weerstandsvermogen is het vermogen van Waardlanden om onverwachte financiële tegenvallers op te vangen. Dit hangt af van: 1.

Weerstandscapaciteit – Dit zijn de middelen en mogelijkheden die Waardlanden heeft of kan krijgen om niet-begrote kosten te betalen.

2. Risicoprofiel – Dit zijn alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn en die grote gevolgen kunnen hebben voor de financiële situatie van Waardlanden. Het weerstandsvermogen laat zien hoe financieel sterk Waardlanden is. Dit is belangrijk als er onverwachte kosten zijn. Een goed weerstandsvermogen zorgt ervoor dat financiële tegenvallers niet meteen leiden tot hogere kosten voor de deelnemende gemeenten. Om te bepalen hoe financieel sterk Waardlanden is, moet duidelijk zijn hoe groot de risico’s zijn en welke middelen beschikbaar zijn om onverwachte kosten op te vangen. Deze middelen, zoals de algemene reserve, kunnen helpen om tegenvallers te betalen. Het weerstandsvermogen gaat alleen over risico’s waarvoor nog geen oplossing is. Risico’s die regelmatig voorkomen en goed te voorspellen zijn, vallen hier niet onder. Voor die risico’s kan Waardlanden een verzekering afsluiten of geld reserveren. Bij projecten worden risico’s meegenomen in de kostenberekening. Dit bedrag bepaalt hoeveel geld nodig is om een project uit te voeren. Hoe dichter een project bij de afronding komt, hoe beter de risico’s in beeld zijn en hoe kleiner de kans wordt dat er onverwachte kosten ontstaan. Weerstandscapaciteit Bij Waardlanden kunnen bij de bepaling van de weerstandscapaciteit de volgende posten gebruikt worden: •

de algemene reserve;

•

de reserve assurantie eigen risico;

•

de reserve grondwaardering

•

de eventuele ruimte in de bedrijfsvoering

Het bepalen van de juiste financiële ruimte voor tegenvallers gebeurt op basis van een risicoanalyse door het management van Waardlanden. Deze analyse wordt minimaal eens per vier jaar vernieuwd, zodat de risico’s en de mogelijke financiële gevolgen actueel blijven. Waardlanden kijkt naar risico’s op verschillende gebieden, zoals personeel, bedrijfsvoering en wagenpark. Op basis daarvan wordt bepaald hoe met elk risico wordt omgegaan. Voor elk risico wordt gekeken:

33

•

Of het verzekerd kan worden.

•

Of er al een verzekering is en of die nog genoeg bescherming biedt.

•

Of het risico niet verzekerd hoeft of kan worden. In dat geval wordt het meegenomen in de financiële ruimte voor onverwachte kosten (weerstandsvermogen).

Sommige risico’s hebben geen financiële gevolgen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij activiteiten die binnen het bestaande budget passen. Een grote onzekere factor doet zich voor bij de verwerkingslasten. Het is effect van de genomen maatregelen uit de strategienota op het tonnage restafval laat zich lastig voorspellen, zeker omdat het totale maatregelenpakket nog niet is doorgevoerd. Daarnaast zal het financiële effect van het afnemen van het restafval teniet worden gedaan door de stijgende tarieven voor verwerking en de verwachte invoering van de AVI-correctiefactor. De mogelijke financiële mee- en tegenvallers zijn berekend in de bijgevoegde risico-inventarisatie en analyse. De gewogen berekening van de benoemde risico’s komt uit op € 2.870.072. Omdat het onwaarschijnlijk is dat alle risico’s tegelijk optreden, wordt een waarschijnlijkheidscorrectie toegepast. Na deze correctie blijft een bedrag van € 2.152.554 over. Dit bedrag wordt voorgesteld als het minimale gewenste weerstandsvermogen voor exploitatierisico’s. Het risico met betrekking tot het assurantie eigen risico is apart berekend en vastgesteld op € 250.000. Samen met het gewenste weerstandsvermogen voor de exploitatierisico’s, bedraagt het totale minimaal gewenste weerstandsvermogen dan afgerond € 2.403.000.

Weerstandsvermogen De middelen die Waardlanden in 2026 beschikbaar heeft om onverwachte kosten op te vangen: Ratio weerstandsvermogen

Begroting 2026

bedragen x 1.000 euro

Reserves per 01/01/2026

1.814

Budget onvoorzien

250

(A) Beschikbare weerstandscapaciteit

2.064

Totaal risico’s

3.120

Correctie kansberekening

-718

(B) Benodigde weerstandscapaciteit

2.403

Vrij beschikbare ruimte (alg.) reserve

-

Ratio (A / B) Tabel 7: Weerstandsvermogen 34

0,86

De beschikbare weerstandscapaciteit, uitgedrukt als ratio van het benodigde weerstandsvermogen, is 0,86. Dit is volgens de onderstaande tabel “Matig”. Dit kan echter meerjarig wijzigen. Ratio weerstandsvermogen

Betekenis

>2

Uitstekend

1,4 < X < 2,0

Ruim voldoende

1,0 < X < 1,4

Voldoende

0,8 < X < 1,0

Matig

0,6 < X < 0,8

Onvoldoende

< 0,6

Ruim onvoldoende

Tabel: 7.1: Beoordelingstabel weerstandsvermogen

Kengetallen De verhouding tussen schulden en inkomsten (netto schuldquote) en de financiële weerbaarheid (solvabiliteit) ontwikkelen zich als volgt: Jaar

Netto schuldquote

Solvabiliteit

2026

83%

6,6%

2027

78%

7,2%

2028

76%

7,7%

2029

73%

8,4%

Tabel 8: Kengetallen netto schuldquote en solvabiliteit 2026-2029

Door het besluit om een reserve voor grondwaardering te vormen vanuit een structurele stelpost in de begroting, komen er middelen beschikbaar om de schuld af te bouwen. Deze aanpak zorgt ook voor een verbetering van de solvabiliteit, omdat er structureel geld aan de reserves wordt toegevoegd. Het resultaat van deze methode is zichtbaar in een lagere netto schuldquote en een versterking van de solvabiliteit.

3.2

Onderhoud kapitaalgoederen

Beleidskader Waardlanden heeft de grond en de accommodaties aan de Boezem te Gorinchem en de grond in GrootAmmers als kapitaalgoederen. Ook is het pand en de werkplaats aan de Boezem 5 aangekocht. Er is een recht van opstal verleend door de voormalige eigenaar. De erfpacht constructie geeft recht tot koop na 10 jaar.

35

Financiële consequenties Waardlanden wil zo min mogelijk lenen voor de aankoop van grond. Daarom bouwen we stap voor stap een reserve grondwaardering op. Met deze reserve betalen we de investeringen in grond uiteindelijk met eigen geld, in plaats van met leningen. Grond verliest geen waarde, waardoor er geen afschrijvingen op worden gedaan. Maar zolang er een lening voor is, blijft er een schuld openstaan. Door deze reserve op te bouwen, kan die lening op termijn worden afgelost. Voor gebouwen werkt dit anders. De afschrijvingen op de gebouwen zijn verwerkt in de lopende en toekomstige exploitaties. Vertaling financiële consequenties in de begroting Het meerjarenonderhoudsplan bepaalt hoeveel geld nodig is voor groot onderhoud. Op basis van dit plan wordt elk jaar een bedrag apart gezet voor toekomstig onderhoud. Dit bedrag wordt opgenomen in de begroting. Waardlanden streeft ernaar om het onderhoudsplan elke twee jaar bij te werken. In 2023 is dit gedaan, omdat de milieustraat in Groot-Ammers erbij kwam. Wij willen dit in 2025 opnieuw doen.

3.3

Financiering

De regels voor het lenen en beheren van geld staan in het Financieringsstatuut 2020 van Waardlanden. In 2025 wordt een vernieuwde versie aan het bestuur voorgelegd. Risicobeheersing Waardlanden houdt zich aan de wettelijke regels voor rente op korte en lange termijn. Het beleid is om leningen net zo lang te laten lopen als de periode waarin investeringen worden afgeschreven. Hierdoor is er geen risico dat leningen tussentijds opnieuw moeten worden afgesloten tegen een mogelijk hogere rente. Renterisico op korte schuld: de kasgeldlimiet De wet bepaalt hoeveel geld een gemeenschappelijke regeling maximaal met kortlopende leningen (korter dan één jaar) mag financieren. Dit heet de kasgeldlimiet. Volgens de huidige regels is dit 8,2% van de totale begroting. De overheid stelt dit percentage elk jaar opnieuw vast. Voor 2026 wordt de kasgeldlimiet als volgt berekend: Kasgeldlimiet bedragen x 1.000 euro

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/1041/documents/32242