CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

3 Praatstuk uitvoering Energietransitie Drechtsteden (21 dec) arcering Merlijn tbv raadswerkgroep 2 feb 2022.pdf

Werkgroep Duurzaamheid 2 februari 2022, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 5: Beoogd uitvoeringsprogramma Regionale Energie Strategie (bijlage 3)10.936 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Uitvoeringsprogramma energietransitie Drechtsteden 2022-2025

1 Uitvoeringsprogramma Energietransitie Drechtsteden - versie 21 december 2021

Inhoudsopgave Samenvatting

3

Inleiding

4

Context en relevante informatie

5

Leeswijzer

6

1. Energiebesparing

7

2. Collectieve warmte

11

3. Opwek

14

4. Mobiliteit

17

5. Overkoepelende opgaven

19

Totaaloverzicht en analyse benodigde capaciteit

23

Bijlagen: 1. 2.

Activiteitenoverzicht Uitvoeringsprogramma Proces Totstandkoming Uitvoeringsprogramma RES Drechtsteden

2 Uitvoeringsprogramma Energietransitie Drechtsteden - versie 21 december 2021

Samenvatting Nieuwe fase waarin we van doelen naar resultaat gaan Met het vaststellen van de RES 1.0 en de Transitievisies Warmte breekt een nieuwe fase aan, waarin de vraag centraal staat hoe we de geformuleerde doelen kunnen omzetten naar resultaten. Om een antwoord te kunnen geven op deze vraag hebben we de afgelopen maanden een gezamenlijk proces doorlopen, waarin we de vastgestelde doelen hebben vertaald naar activiteiten en de hiervoor benodigde capaciteit. We hebben ons hierbij gericht op de benodigde activiteiten en inzet in de volgende collegeperiode (2022-2025). Het resultaat van dit proces is vastgelegd in dit uitvoeringsprogramma, dat inzichtelijk maakt wat de gemeentelijke organisaties verwachten nodig te hebben aan activiteiten en inzet om de gezamenlijk gestelde doelstellingen voor 2030 te bewerkstelligen. Gemeenten zijn nog in afwachting van substantiële aanvullende financiële middelen Vanwege de voortdurende demissionaire status van het kabinet is er nog geen stevig besluit genomen over aanvullende financiële middelen ten behoeve van de uitvoering van de energietransitie. Wel heeft het kabinet besloten om in 2022 een bedrag van € 72,5 miljoen aan de Rijksbegroting toe te voegen ten behoeve van de decentrale uitvoeringskosten. Gemeenten kunnen hierdoor zo'n € 40 miljoen tegemoet zien in de decembercirculaire 2021.

Verwachting is dat er na de kabinetsformatie aanvullende middelen beschikbaar zullen komen. Het realiseren van de ambities vraagt aanvullende capaciteit én investeringsmiddelen Om alle activiteiten die in 2022 zijn opgenomen in het uitvoeringsprogramma uit te voeren, verwachten we 9,32 fte nodig te hebben aan regionale formatie. De benodigde lokale capaciteit zal afhankelijk van de omvang en specifieke eigenschappen variëren per gemeente. Op basis van alle in het uitvoeringsprogramma opgenomen activiteiten verwachten wij dat de kleine gemeenten tenminste 8,31 fte aan formatie nodig hebben. Voor Zwijndrecht zal de benodigde omvang naar verwachting nog iets groter zijn. Vanwege de omvang van de gemeente Dordrecht, zal de benodigde capaciteit daar fors groter zijn. Een relevante factor is bovendien dat in het uitvoeringsprogramma bij collectieve warmte is uitgegaan van inzet op kansrijke clusters. Op het moment dat het aantal wijken in uitvoering binnen de warmtetransitie toeneemt zal de benodigde capaciteit verder oplopen. De beschikbaarheid over voldoende investeringsmiddelen is daarnaast nadrukkelijk van belang om de ambities te kunnen realiseren.

Het realiseren van de ambities vraagt slimme samenwerking Vanwege de schaarse middelen en krapte op de arbeidsmarkt zijn we alleen in staat om de gezamenlijke ambities te realiseren wanneer we met zo min mogelijk capaciteit en middelen zo veel mogelijk werk weten te verzetten. Dit vraagt om slim samenwerken, informatie uitwisselen, zo min mogelijk onnodig het wiel opnieuw uitvinden en, waar mogelijk, werken op basis van een schaalbare en kopieerbare aanpak. Daarnaast is het raadzaam om de werving van personeel op regionaal niveau gezamenlijk of in zeer nauwe afstemming op te pakken. We verwachten dat alle decentrale overheden in 2022 tal van vacatures zullen creëren ten behoeve van de energietransitie. Met oog hierop zetten we de werving van nieuw personeel in onze regio bij voorkeur zo snel mogelijk in gang. Urgentie en omvang van de opgave neemt toe Het uitvoeringsprogramma gaat uit van de RES 1.0, dat invulling geeft aan de afspraken in het Klimaatakkoord. Tegelijkertijd komt de realisatie van het Klimaatakkoord langzaam op gang en liggen we daarmee niet op schema om de gewenste CO2-reductie te halen. Ook is in het nieuwe coalitieakkoord vastgesteld dat Nederland het doel van 49% minder CO2-uitstoot in 2030 bijstelt naar ongeveer 60%. Het is dan ook hoogst waarschijnlijk dat er bovenop de uitvoering van de RES 1.0 aanvullende stappen nodig zijn.

Dit zal leiden tot een toename in benodigde inzet. 3 Uitvoeringsprogramma Energietransitie Drechtsteden - versie 21 december 2021

Inleiding Klimaatverandering en ons energiesysteem Er is geen twijfel meer over mogelijk: klimaatverandering is het resultaat van menselijk gedrag. Dit bevestigde het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) deze zomer. Om de omvang van klimaatverandering te beperken, moeten we samen overstappen van een systeem dat de aarde uitput en vervuilt naar een systeem dat met de aarde werkt. Een van de belangrijkste aspecten van deze transitie is de overstap van het gebruik van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare bronnen voor de energie die we gebruiken. Hiervoor moeten we veel veranderen: de manier waarop we energie opwekken, opslaan, vervoeren én gebruiken. Dit is de energietransitie. Dit is geen kleine opgave, maar overgaan op een duurzaam energiesysteem is mogelijk. Hiervoor moeten we wel nú kracht bijzetten. De regionale ambities zijn vastgesteld Het afgelopen jaar zijn de Regionale Energiestrategie 1.0 (RES) en de Transitievisies Warmte vastgesteld. De gemeenten, waterschappen en provincie hebben besloten dat zij voor 2030 tenminste 20% energie willen besparen, 0,37 TWh aan duurzame energie willen opwekken en het liefst tenminste een aanvullende 25.000 woningequivalenten op een warmtenet willen aansluiten. Er zit haast achter de energietransitie. Tegelijkertijd is zorgvuldigheid van groot belang. Niemand moet achterblijven en iedereen verdient kansen.

We willen ook problemen die we in ons huidige energiesysteem hebben, zoals energiearmoede, oplossen zodat ze in de toekomst minder vaak of zelfs niet meer voorkomen. We streven daarom naar een rechtvaardige energietransitie waar de lusten en lasten eerlijk worden verdeeld en waarin niemand achter blijft. De balans met onze regionale en lokale economie, leefbaarheid en kwaliteit van landschap en natuur staat hierbij voorop. Voor deze inclusieve en integrale transitie is zorgvuldigheid en expertise nodig. Ambities omzetten naar resultaten Met het vaststellen van de RES 1.0 en de Transitievisies breekt een nieuwe fase aan, waarin de vraag centraal staat hoe we de geformuleerde doelstellingen kunnen omzetten naar resultaten. Om een antwoord te geven op deze vraag hebben we de afgelopen maanden een gezamenlijk proces doorlopen, waarin we de vastgestelde ambities hebben vertaald naar activiteiten en de hiervoor benodigde capaciteit.1 We hebben ons hierbij gericht op de benodigde activiteiten en inzet in de volgende collegeperiode (2022-2025). De resultaten van dit proces zijn vastgelegd in dit uitvoeringsprogramma. Dit document maakt inzichtelijk wat de organisaties verwachten nodig te hebben aan activiteiten en inzet om de gezamenlijk gestelde regionale doelstellingen voor 2030 te bewerkstelligen.

Dit document biedt hiermee de benodigde informatie om een zorgvuldige afweging te maken over de inzet die gemeenten in de komende jaren op de energietransitie kunnen en willen plegen.

1 Zie bijlage 2: Totstandkoming Uitvoeringsprogramma RES Drechtsteden

4 Uitvoeringsprogramma Energietransitie Drechtsteden - versie 21 december 2021

Context en relevante informatie Van Parijs naar praktijk (forse opgaven, forse lasten) In het Klimaatakkoord zijn hoge doelstellingen gesteld. Echter, gemeenten zijn zonder aanvullende financiële middelen niet in staat om de benodigde maatregelen uit te voeren. Op verzoek van het kabinet heeft de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) begin dit jaar een advies uitgebracht over de hoogte en bekostiging van de uitvoeringskosten. Na een reflectie op een onderzoek door adviesbureau Andersson Elffers Felix komt de ROB uit op een bedrag van in totaal € 1,8 miljard voor de periode 2022-2024 voor de uitvoering. Voor gemeenten gaat het in totaal om een bedrag van € 1,6 miljard, met 2024 als meest intensieve periode met een behoefte aan € 599,6 miljoen. Dit bedrag hebben decentrale overheden nodig om op korte termijn voldoende mensen aan te nemen en in te huren om de doelstellingen zoals die momenteel nationaal zijn gesteld, te halen. Het advies van de ROB wordt betrokken bij de kabinetsformatie. Vanwege de voortdurende demissionaire status van het kabinet is er nog geen stevig besluit genomen over aanvullende middelen. Wel heeft het kabinet besloten om in 2022 een bedrag van € 72,5 miljoen toe te voegen ten behoeve van de uitvoeringskosten. Gemeenten kunnen hierdoor zo'n € 40 miljoen tegemoet zien in de decembercirculaire 2021.

Verwachting is dat er na de kabinetsformatie aanvullende middelen beschikbaar zullen komen, die ook meer recht doen aan het ROB advies. Investeringskosten en out-of-pocket budget De investeringskosten zijn nog niet opgenomen in het uitvoeringsprogramma, maar zijn waarschijnlijk ook substantieel. De beschikbaarheid over voldoende investeringsmiddelen is van belang om de ambities te kunnen realiseren. Ook zal een out-of-pocket budget nodig zijn om externe inzet van onder andere de Omgevingsdienst te bekostigen. Urgentie vanwege krappe arbeidsmarkt De energietransitie vergt een forse uitbreiding van de beschikbare formatie. Nu al is er een tekort aan vakmensen die kunnen meten, adviseren en installeren.2 3 De vraag naar deze vakmensen zal in de komende jaren verder toenemen. Bovendien zal de transitie niet alleen meer technische handen vergen: de komende jaren zal er bij gemeenten ook toenemende vraag zijn naar mensen met de inhoudelijke kennis en ervaring om communicatie-, beleids- en coördinatiefuncties binnen de energietransitie te vervullen. Vanwege de schaarse middelen en krapte op de arbeidsmarkt zijn we alleen in staat om de regionale ambities te realiseren, als we met zo min mogelijk capaciteit en middelen zo veel mogelijk werk weten te verzetten.

Dit vraagt om slim samenwerken, informatie uitwisselen, zo min mogelijk onnodig het wiel opnieuw uitvinden en waar mogelijk werken op basis van een schaalbare en kopieerbare aanpak. Daarnaast is het raadzaam om de werving van personeel op regionaal niveau gezamenlijk of in zeer nauwe afstemming op te pakken. We verwachten dat alle decentrale overheden in 2022 ten behoeve van de energietransitie tal van vacatures zullen creëren. Met oog hierop zetten we de werving van nieuw personeel in onze regio bij voorkeur zo snel mogelijk in gang. Nú stappen zetten heeft een aantal grote voordelen. We kunnen zo beter garanderen dat we onze doelstellingen behalen en we hebben een grotere kans om talent van binnen en buiten de regio aan ons te kunnen binden om de energietransitie in de Drechtsteden goed uit te voeren. Bovendien maken we ons hiermee minder afhankelijk van (dure) externe inhuur.

2 https://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/nieuws/energietransitie-vraagt-vooral-om-handen.15943782.lynkx 3 https://www.vpro.nl/programmas/tegenlicht/lees/artikelen/2021/tekort-aan-vakmensen.html

5 Uitvoeringsprogramma Energietransitie Drechtsteden - versie 21 december 2021

Organisatorische vraagstukken uitvoeringsprogramma Het uitvoeringsprogramma maakt inzichtelijk hoeveel regionale en lokale capaciteit er naar verwachting nodig is om onze doelstellingen te behalen. Op basis van de uitkomsten en de voorgestelde verdeling tussen regionale en lokale verantwoordelijkheid concluderen we dat zowel de regionale als lokale formatie moet worden uitgebreid. Voor de activiteiten die onder lokale verantwoordelijkheid plaatsvinden kan met oog op de krappe arbeidsmarkt én vanuit effectiviteit ook worden gekozen om deze gebundeld of regionaal in te vullen. Deze keuzes zijn niet in dit uitvoeringsprogramma gemaakt. Afhankelijk van de keuzes die op dit vlak worden gemaakt, ontstaan er verschillende organisatorische vraagstukken die zo snel mogelijk van een antwoord moeten worden voorzien. Denk hierbij aan keuzes over de organisatorische en beleidsmatige inbedding, aansturing en financiële verdeelsystematiek met betrekking tot formatiekosten en overheadkosten.

Leeswijzer Het uitvoeringsprogramma is opgebouwd uit vijf pijlers: (1) Energiebesparing, (2) Collectieve warmte, (3) Energieopwekking, (4) Mobiliteit en (5) Overkoepelende opgaven. Per pijler wordt inzichtelijk gemaakt op welke thema's onze inzet zich in de komende vier jaar concentreert ('Wat willen we bereiken?'). Per thema wordt vervolgens inzichtelijk gemaakt welke activiteiten we daarvoor moeten uitvoeren ('Wat gaan we daarvoor doen?'). Tot slot wordt per thema inzichtelijk gemaakt welke benodigde gezamenlijk en lokale capaciteit we voorzien om de activiteiten uit te voeren ('Wat gaat het kosten?'). In de praktijk zullen kleine gemeenten mogelijk minder dan de geschatte uren nodig hebben en hebben de grote gemeenten meer nodig. Ook doen niet alle gemeenten mee aan alle activiteiten. De geraamde lokale inzet is van toepassing op gemeenten die zich ook werkelijk bezig zijn met de desbetreffende activiteiten. Deze factoren zullen tot verschillen leiden in benodigde capaciteit tussen gemeenten. De pijler 'overkoepelende opgaven' gaat in op activiteiten die van direct belang zijn voor bijna alle activiteiten die onder de andere pijlers worden genoemd. Hier zijn grofweg twee categorieën te onderscheiden. Ten eerste, activiteiten die over alle thema's heen hangen, zoals lobbyen, financiële instrumenten op orde hebben en het volgen van de relevante beleidscycli.

Daarnaast worden hier activiteiten besproken die overkoepeld worden besloten, maar integraal worden toegepast. Voorbeelden zijn monitoring en eventuele bijsturing, structurele kennisuitwisseling tussen regio en gemeenten en de integraliteit tussen energie en andere opgaven waarborgen. Het laatste hoofdstuk bevat een totaaloverzicht van de benodigde capaciteit inclusief een nadere duiding van deze uitkomst. Bij de benodigde capaciteit is uitgegaan van 1.350 uur per fte. Meer gedetailleerde informatie over iedere activiteit is te vinden in bijlage 1. Dit activiteitenoverzicht volgt dezelfde numerieke opbouw als de pijlers, thema's en activiteiten in het uitvoeringsprogramma.

6 Uitvoeringsprogramma Energietransitie Drechtsteden - versie 21 december 2021

1. Energiebesparing De energietransitie en het reduceren van de CO2-uitstoot beginnen in onze regio bij energiebesparing. Energie die niet wordt gebruikt, hoeft immers niet te worden opgewekt. Ook kunnen we de warmtetransitie alleen realiseren als gebouwen transitie-gereed zijn. Een (aardgasvrije) warmtebron met lagere temperatuur vraagt namelijk om meer isolatie en andere aanpassingen om woon- en werkcomfort te behouden of vergroten. In 2030 willen we tenminste 20% minder energie (elektriciteit en gas) verbruiken in de gebouwde omgeving ten opzichte van 2020. Om dit doel te realiseren zien we het als onze taak om inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners handelingsperspectief te bieden en hen te stimuleren om zoveel mogelijk energie te besparen. Energiebesparing is moeilijk te meten. Dit komt bijvoorbeeld door de groei van onze regio en de elektrificatie van sectoren zoals mobiliteit, die het elektriciteitsgebruik juist kunnen laten toenemen. Het is daarom belangrijk dat zorgvuldige monitoring onderdeel van alle energiebesparingsactiviteiten is. Dit wordt benoemd onder de pijler 'overkoepelende opgaven'. Relevant met betrekking tot energiebesparing is dat het gemiddelde inkomensniveau in de regio onder het Nederlandse gemiddelde ligt.

Dit is een complicerende factor met betrekking tot particuliere woningeigenaren en een belangrijk aandachtspunt met betrekking tot (sociale) huurders.

Wat willen we bereiken? Onze inzet concentreert zich met betrekking tot energiebesparing in de komende jaren op: 1.

Het stimuleren en faciliteren van energiebesparing bij woningen.

2.

Het stimuleren en faciliteren van energiebesparing bij bedrijven.

3.

Het realiseren, stimuleren en faciliteren van energiebesparing bij maatschappelijk vastgoed.

4.

Het creëren en versterken van handelingsperspectief

Wat gaan we daarvoor doen? 1.1. Energiebesparing woningen 1.1.1. Onderzoeken toepasbaarheid Woonconnect In 2021 is in Crabbehof onderzocht in welke mate digitalisering van woningen een bijdrage kan leveren in het advies- en offertetraject van uitvoerende partijen. Daarbij is met name gekeken naar de factor tijd. Kan het digitaliseren van woningen de uitvoerende bedrijven tijd (en kosten) besparen? Kan het digitaliseren van woningen leiden tot een beter beeld van de woning en dus tot betere adviezen en accuratere prijsinschattingen? In de komende periode verkennen we of deze vorm van digitalisering breder kan worden. Relevant is dat onze pilot ook veel inzichten heeft opgeleverd voor de ontwikkeling van een landelijk Digitaal Platform. Onze positie als partner in deze landelijke ontwikkeling kan een extra versnelling in deze innovatie bieden. 1.1.2. Ontwikkelen en uitvoeren aanpak energiebesparing particuliere huizenbezitters In 2019 bedroeg het aantal koopwoningen in de Drechtsteden 77.306. Dit is ruim 60% van de 127.000 woningen die de regio telde. Op iedere woning in de Drechtsteden zijn relevante gebouwkenmerken, buurtkenmerken en bewoner kenmerken van toepassing. We stellen regionaal een gezamenlijke aanpak op om gericht specifieke doelgroepen te stimuleren of faciliteren om energie te besparen.

In de gezamenlijke aanpak zal onder andere staan waar ieder type woning aanwezig is in de regio. Gemeenten kunnen zich op basis van deze aanpak bijvoorbeeld richten op seriematige bouw waar in grote aantallen dezelfde maatregelen kunnen worden ingekocht en toegepast. Ook kunnen gemeenten zich richten op

7 Uitvoeringsprogramma Energietransitie Drechtsteden - versie 21 december 2021

kwetsbare wijken of gebouwen waar nog maatregelen genomen kunnen worden met een relatief gunstige terugverdientijd. 1.1.3. Ontwikkelen en uitvoeren aanpak energiebesparing corporaties Op eenzelfde wijze als onder 1.1.2 beschreven, zullen we tot een aanpak komen om energiebesparing bij corporaties verder te bevorderen. Relevant is dat woningcorporaties een zeer actieve partner zijn in de energietransitie, dat zij over veel gegevens over het eigen bezit beschikken én dat zij een belangrijk aandeel hebben als startmotor in de warmtetransitie. Daarnaast is relevant dat energiearmoede een zeer actueel en urgent thema is voor woningcorporaties. 1.1.4. Ontwikkelen en uitvoeren aanpak energiebesparing huurders Omdat het treffen van grotere isolatiemaatregelen aan het gebouw de verantwoordelijkheid is van de gebouweigenaar, hebben huurders in de sociale en particuliere sector beperkte mogelijkheden om het eigen energieverbruik terug te dringen. Dit neemt niet weg dat ook huurders bijvoorbeeld doormiddel van zuinigere apparatuur en kleine maatregelen energie kunnen besparen. Daarnaast speelt ook gedrag een belangrijke rol in energiebesparing. Met oog hierop willen we ook hen via onze aanpak bereiken. Temeer omdat energiearmoede juist onder huurders een actueel thema is. 1.1.5.

Overkoepelende communicatie over energiebesparing bij woningen Communicatie is een centraal onderdeel van onze aanpak op energiebesparing. We geven samen de communicatieaanpak op regionaal niveau vorm. Dit doen we met aandacht voor o.a. kernboodschap(pen), communicatierollen, gezamenlijke uitgangspunten, afzenderschap en rolverdeling. Zo zorgen we voor begrijpelijke boodschappen die in heel de regio herkenbaar zijn. Op basis van de aanpak komen we tot concrete communicatie-instrumenten, -materiaal en -campagnes. Omdat een gezamenlijke eenduidige boodschap van belang is, borgen we de communicatiestrategie en communicatie-instrumenten bij alle betrokken partijen (waaronder gemeenten, woningcorporaties, Stedin en HVC). 1.2 Energiebesparing bedrijven 1.2.1. Formuleren en uitvoeren aanpak bedrijventerreinen Op dit moment lopen er zes bedrijventerreinaanpakken in de Drechtsteden en staan aanpakken op twee andere terreinen gepland. Op deze bedrijventerreinen wordt een vergelijkbare regionale aanpak gehanteerd. Voor de komende jaren brengen we in kaart op welke bedrijfsterreinen het kansrijk is om ook een aanpak te starten. Ook verbreden we de aanpak naar bedrijven zonder bedrijventerrein. In de aanpak houden we rekening met de Transitievisies Warmte en de beschikbare ruimte op het elektriciteitsnet van Stedin. De Omgevingsdienst ZHZ heeft een rol in deze aanpak.

Daarbij zal inzet van de gemeenten en Omgevingsdienst ZHZ nodig zijn om de kantoren die een energielabel lager dan C hebben, te stimuleren energiebesparende maatregelen te implementeren. In Q4 van 2021 gaat het over ruim 55% van alle kantoorgebouwen in de regio. Dit in relatie tot de energielabel C-verplichting die vanaf 2023 geldt voor alle kantoorpanden en de daaropvolgende energielabel A-verplichting die vanaf 2030 geldt. 1.2.2. Preek, wortel en stok aanpak Wet Milieubeheer Met het gezamenlijke stimulerend spoor (de preek en de wortel) informeren en stimuleren we bedrijven om meer stappen te zetten in energiebesparing. Dit spoor richt zich met name op bovenwettelijke maatregelen. We stimuleren de grotere bedrijven om meer te doen dan wettelijk noodzakelijk. Ook proberen we de kleinere bedrijven (zonder wettelijke verplichtingen) te bereiken. Er worden regelmatig bijeenkomsten georganiseerd om ondernemers te informeren en te adviseren, zodat bedrijven individueel of samen aan de slag kunnen. De bovenwettelijke activiteiten vinden in nauwe afstemming met de regulerende taken (stok) van de Omgevingsdienst ZHZ plaats. Dit kan samengaan met collectieve aankopen voor bijvoorbeeld isolatie, Ledverlichting en zonnepanelen. Er wordt gestuurd op branchegerichte afspraken en op het aanpakken van bedrijventerreinen.

8 Uitvoeringsprogramma Energietransitie Drechtsteden - versie 21 december 2021

1.2.3. Stimuleren aanpak bedrijfsprocessen bij bedrijven binnen het activiteitenbesluit In eerste instantie richt energiebesparing zich op de gebouwde omgeving. Bij bedrijven gaat het dan om de bedrijfsgebouwen. Bij de Omgevingsdienst ZHZ wordt een bedrijfsbezoek integraal opgepakt. Dat betekent dat ook gekeken en geadviseerd wordt over andere vormen van energiebesparing zoals binnen bedrijfsprocessen en mobiliteit. 1.2.4. Overkoepelende communicatie over energiebesparing voor bedrijven Communicatie is een centraal onderdeel van onze aanpak op energiebesparing. We geven de communicatieaanpak samen op regionaal niveau vorm. Dit doen we met aandacht voor o.a. kernboodschap(pen), communicatierollen, gezamenlijke uitgangspunten, afzenderschap en rolverdeling. Op basis van de aanpak komen we tot concrete communicatie-instrumenten, -materiaal en -campagnes. 1.3 Energiebesparing maatschappelijk vastgoed 1.3.1. Aanpak gemeentelijk vastgoed Gemeentelijk maatschappelijk vastgoed betreft alle gebouwen waarvan de gemeente ook juridisch eigenaar is. Gemeenten hebben met eigen vastgoed een belangrijke voorbeeldfunctie. Voor deze gebouwen is een nationale routekaart ontwikkeld. Elke gemeente is verantwoordelijk voor het verduurzamen van het eigen gemeentelijk vastgoed.

De regio ondersteunt de gemeenten waar gevraagd met kennis en door het faciliteren van intergemeentelijke samenwerking en afstemming. 1.3.2. Aanpak overig maatschappelijk vastgoed Maatschappelijk vastgoed betreft gebouwen met een publieke functie die (gedeeltelijk) met publieke middelen worden bekostigd. Hier hebben we het over al het maatschappelijk vastgoed waarvan de gemeenten geen juridisch eigenaar is (in tegenstelling tot gemeentelijk maatschappelijk vastgoed). Hieronder verstaan we: scholen, culturele centra, theaters, opvangtehuizen, gezondheidscentra, buurthuizen, sportaccommodaties en dergelijke. Het maatschappelijk vastgoed binnen de invloedsfeer van gemeenten is geordend binnen een aantal sectoren, namelijk: Gemeentelijke huisvesting, Onderwijs po/vo, Welzijn, Cultuur, Sport en Monumenten. De sectoren Welzijn en Cultuur hebben geen eigen routekaart. Voor de overige sectoren is een nationale routekaart opgesteld om het gebouw-gebonden energiegebruik terug te dringen met verduurzamingsmaatregelen. Ten behoeve van het maatschappelijk vastgoed treden we met eigenaren in contact en stimuleren en ondersteunen we hen om uitvoering te geven aan de routekaart die op het betreffende vastgoed van toepassing is. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor dit proces.

De regio ondersteunt de gemeenten waar gevraagd met kennis en door het faciliteren van intergemeentelijke samenwerking en afstemming. 1.3.3. Overkoepelende communicatie over energiebesparing voor gem. en maatschappelijke vastgoed Communicatie is een van de belangrijke onderdelen van onze aanpak op energiebesparing. We geven samen de communicatieaanpak op regionaal niveau vorm. Dit doen we met aandacht voor o.a. kernboodschap(pen), communicatierollen, gezamenlijke uitgangspunten, afzenderschap en rolverdeling. Op basis van de aanpak komen we tot concrete communicatie-instrumenten, -materiaal en -campagnes. 1.4 Het creëren en versterken van handelingsperspectief 1.4.1. Doorontwikkelen van een energieloket Binnen de Drechtsteden werken we sinds 2015 samen met het Regionaal Energieloket (REL). Hier kunnen alle inwoners en bedrijven terecht voor informatie en algemeen advies over energiebesparing. Het REL werkt samen met (lokale) installateurs en bedrijven die actief zijn op het gebied van energiebesparende maatregelen als isolatie, zonnepanelen, isolerend glas en zonneboilers. Daarnaast verzorgt het energieloket groepsaankopen op het gebied van isolatie en het opwekken van duurzame energie (zonnepanelen) ten behoeve van kostenbesparing.

Het REL vormt hiermee een belangrijke bron van informatie en functioneert als een nuttige schakel tussen gebouweigenaren, installateurs en isolatie- en bouwbedrijven. In 2022 moet het energieloket opnieuw worden aanbesteed. In aanloop naar dit moment herzien we de samenwerking. Daarnaast onderzoeken we de vorm- en uitbreidingsbehoefte van gemeenten voor verschillende doelgroepen, vergroten we de bekendheid en onderzoeken we de potentie voor fysieke locaties. 9 Uitvoeringsprogramma Energietransitie Drechtsteden - versie 21 december 2021

1.4.2. Initiatieven die inzicht bieden en het handelingsperspectief vergroten Er lopen reeds een aantal initiatieven die inzicht bieden en het handelingsperspectief voor inwoners en bedrijven vergroten. In 2022 geven we een vervolg aan deze initiatieven of ronden we ze af. Dit betreft onder andere het implementeren van een Transitievisie Warmte-tool op het Energieloket, het uitvoeren van huizenscans én het uitvoeren van de duurzame huizenroute en bedrijvenroute. Daarbij zijn er in samenwerking met Drechtse Stromen energiecoaches actief in de regio. Door middel van huisbezoeken leveren zij specifieke tips en informatie aan huiseigenaren en vergroten zo hun handelingsperspectief. De doorzetting van inzet van energiecoaches of eventuele inzet van energiefixers kan overwogen worden om handelingsperspectief te vergroten. 1.4.3. Overkoepelende analyse aanpak energiebesparing Nu de Transitievisie Warmte in elke gemeente is vastgesteld, is er in de Drechtsteden behoefte aan een nadere uitwerking op het spoor energiebesparing. Hiervoor voeren we een analyse uit die nader inzicht geeft in de opgave en richting geeft aan de aanpak. Deze analyse leidt voor gemeenten tot de ontwikkeling van werkpakketten voor de aanpak van energiebesparing en een prioriteitsstelling van deze werkpakketten.

Er worden ook werkpakketten ontwikkeld die zijn bestemd voor individuele warmte-oplossingen zoals all-electric en tussenoplossingen op weg naar aardgasvrij zoals hybride warmtepompen. Een werkpakket is een slimme selectie van energiebesparende acties, gemaakt op basis van onder andere buurtkenmerken, gebouwkenmerken, en doelgroep-kenmerken. Ook wordt er gekeken naar natuurlijke momenten voor energiebesparende investeringen. Voor ieder werkpakket wordt een communicatie-aanpak en uitvoeringsplan ontwikkeld (zie 1.1 t/m 1.3).

Wat gaat het kosten? Om de bovenstaande activiteiten uit te voeren voorzien we de onderstaande benodigde gezamenlijke en lokale capaciteit: Weergave in formatieplekken (fte)

Energiebesparing ( Lokaal per gemeente)

2022

2023

2024

2025

1.1 Energiebesparing woningen

0,76

0,64

0,64

0,64

1.2 Energiebesparing bedrijven

0,33

0,39

0,39

0,41

1.3 Energiebesparing maatschappelijk vastgoed

0,67

0,54

0,51

0,51

1.4 Creëren en versterken van handelingsperspectief

0,30

0,27

0,27

0,27

Totaal

2 ,0 6

1 ,8 4

1 ,8 1

1 ,8 4

Energiebesparing ( Regionaal )

2022

2023

2024

2025

1.1 Energiebesparing woningen

1,08

0,80

0,80

0,80

1.2 Energiebesparing bedrijven

0,42

0,27

0,27

0,27

1.3 Energiebesparing maatschappelijk vastgoed

0,37

0,24

0,24

0,24

1.4 Creëren en versterken van handelingsperspectief

0,50

0,40

0,40

0,40

Totaal

2 ,3 6

1 ,7 2

1 ,7 2

1 ,7 1

Weergave in formatieplekken (fte)

In de benodigde capaciteit wordt na 2022 een lichte afname verwacht. Dit heeft enkele redenen. Ten eerste wordt verwacht dat er veel actie- en communicatie-aanpakken ontwikkeld zullen worden in 2022. Er moet immers eerst duidelijk zijn wat we gaan doen voordat we overgaan op verdere uitvoering. Daarnaast wordt er verwacht dat middels het ontvangen van handelingsperspectief en informatievoorziening, inwoners en ondernemers zelf de kennis vergaren om door te zetten op energiebesparing. Ten slotte is de inzet van energiecoaches of –fixers niet opgenomen in dit overzicht. Brede inzet zal zorgen voor een snelle toename van inzet vanuit de gemeenten of externe partijen zoals Drechtse Stromen. 10 Uitvoeringsprogramma Energietransitie Drechtsteden - versie 21 december 2021

2. Collectieve warmte In 2050 gebruiken we in Nederland geen aardgas meer in onze gebouwde omgeving. Dat is nodig om de uitstoot van CO2 terug te dringen, klimaatverandering te stabiliseren en de afhankelijkheid van aardgas uit zowel Groningen als het buitenland te verminderen. Ook in de Drechtsteden gaan we onze gebouwen en huizen op andere manieren verwarmen. In deze warmtetransitie maken we gebruik van de compactheid van onze regio door ons sterk te richten op warmtenetten met warmte uit lokale en regionale bronnen. Aanvullend houden we ons bezig met alternatieve collectieve warmteoplossingen zoals all-electric en individuele oplossingen. We pakken de warmtetransitie bovendien stap voor stap aan en starten alleen met een volledige transitie naar aardgasvrij waar het kan. Daar waar de overstap naar aardgasvrij nog niet haalbaar en betaalbaar is, gaan we op zoek naar tussenstappen. Belangrijk is hierbij dat de gemeenten samen met partners en met input vanuit de omgeving middels participatieprocessen samenhang hebben gecreëerd én een gezamenlijk beeld hebben bepaald voor de aanpak en fasering van de warmtetransitie in de Drechtsteden. Dit hebben zij vastgelegd in de Transitievisies Warmte. In alle gevallen geldt dat het toepassen van isolatie en andere vormen van energiebesparing een cruciale eerste stap richting aardgasvrij is.

Wat willen we bereiken? Onze inzet concentreert zich met betrekking tot collectieve warmte in de komende jaren op: 1. Het verder ontwikkelen en uitvoeren van de regionale bronnenstrategie. 2.

Het (door)ontwikkelen van collectieve warmteoplossingen, om hiermee voor 2030 tenminste een aanvullende 12.000, maar liever 25.000 woningequivalenten aardgasvrij te maken door middel van aansluiting op een warmtenet.

Wat gaan we daarvoor doen? 2.1. Verder ontwikkelen en uitvoeren van de regionale bronnenstrategie 2.1.1. Afstemmen regionale bronnenstrategie met HVC In de Drechtsteden is er technisch gezien voldoende perspectief op lokale duurzame warmtebronnen. Bij de toepassing van warmtebronnen hanteren we de volgende voorkeursvolgorde. Hierbij gaat de eerste voorkeur uit naar direct bruikbare warmte, de tweede voorkeur naar op te waarderen warmte en de minste voorkeur naar te maken warmte. Met betrekking tot het warmtenet hanteren wij op basis van de voorkeursvolgorde en technische beschikbaarheid een bronnenstrategie per gemeente. De komende jaren onderzoeken we in afstemming met HVC de mogelijkheden voor bronontwikkeling op basis van de wenselijkheid, technische en economische haalbaarheid én toepasbaarheid. 2.1.2. Coördineren en realiseren gemeentegrens-overschrijdende warmteleidingen en warmtebronnen Bronnen kunnen gemeentegrens-overschrijdend worden benut. Hierdoor kan ook de benodigde infrastructuur over gemeentegrenzen heen gaan. We hanteren daarom een regionale bronnenstrategie. De gemeenten zijn samen verantwoordelijk voor de correcte uitvoering van de bronnenstrategie. De regio ondersteunt de gemeenten waar gevraagd met het faciliteren van de politiek-bestuurlijk dialoog en de intergemeentelijke samenwerking en afstemming.

De inzet voor dit onderdeel is sterk afhankelijk van de locatie van de bron en de afzet en van het moment van bronontwikkeling. Hierdoor is de inzet voor deze activiteit zeer gemeente-specifiek en vertoont de inzet voor deze activiteit schommelingen over de jaren. 2.1.3. Kleinschalige Collectieve Warmteoplossingen Een grootschalig warmtenet is in onze regio in veel, maar niet in alle delen het beste alternatief vooraansluiting op aardgas. Zo biedt een grootschalig warmtenet in veel wijken in de gemeenten Alblasserdam en HardinxveldGiessendam minder kansen dan in andere gemeenten. Dit sluit warmte als alternatief voor aardgas niet uit. Ook kleinschalige warmtenetten vormen een deel van de oplossing in de warmteopgave. Met oog hierop brengen gemeenten met ondersteuning vanuit de regio ook de mogelijkheden voor kleinschalige collectieve warmteoplossingen in kaart, om deze vervolgens ook uit te kunnen dragen. 11 Uitvoeringsprogramma Energietransitie Drechtsteden - versie 21 december 2021

2.2 (Door)ontwikkelen van grootschalige collectieve warmteoplossingen 2.2.1. Borgen van de Transitievisies Warmte De Transitievisie Warmte die in iedere gemeente is vastgesteld moet nog nader worden geborgd in gemeentelijk beleid en processen. Hierbij kan worden gedacht aan de doorwerking in omgevingsplannen en aanbestedingsstukken bij locatieontwikkelingen. De gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor deze borging in de eigen lokale beleidskaders, waarbij de regio ondersteunt met kennis, standaardisatie en het faciliteren van kennisuitwisseling. Hierbij kan een formulering van een lokale doelstelling uitgedrukt in woningequivalenten (WEQ) horen. 2.2.2. Voorbereiden en realiseren van inbreiding- en uitbreidingskansen Om onze ambitie van 25.000 aanvullende woningequivalenten aangesloten op het warmtenet te realiseren, zetten we nadrukkelijk in op een regio-brede clusteraanpak. Deze clusteraanpak is de basis waarop de wijkaanpakken verder kunnen bouwen om invulling te geven aan de genoemde ambities. Clusters worden gedefinieerd door wat er nú logisch en haalbaar is, op een manier waarbij de belangen van alle lokale stakeholders worden vertegenwoordigd. De aanpak heeft er in 2020 toe geleid dat er voor 5.930 woningen in de bestaande bouw een Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen is toegekend aan de woningcorporaties in de Drechtsteden.

De verwachting is dat de woningcorporaties deze woningen met behulp van de ontvangen subsidie in de komende vijf jaar zullen aansluiten op een warmtenet van HVC. Op de korte termijn zoeken de gemeenten met ondersteuning van de regio en partners naar inbreiding- en uitbreidingskansen met o.a. VvE’s en utiliteit, om hiermee het aantal aansluitingen verder op te laten lopen. Daarnaast bereiden de gemeenten zich voor op de volgende grote uitbreidingskans die voortkomt uit het Groeifonds Nieuwe Warmte Nu. De Drechtsteden zijn in dit initiatief met 7.500 woningen opgenomen in de eerste tranche. 2.2.3. Gezamenlijke inzet op startmotor warmtetransitie De aansluiting van de woningen waarvoor de Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen is verkregen, brengt ook verschillende werkzaamheden en kansen voor gemeenten met zich mee. Deze werkzaamheden, die ook voor een groot deel betrekking hebben op de infra en ondergrond zijn een gemeentelijke verantwoordelijkheid. De regio ondersteunt de gemeenten met kennis, standaardisatie en faciliteert kennisuitwisseling. 2.2.4. Identificeren, borgen en delen lessen proeftuin Sliedrecht Sliedrecht is een van de eerste gemeenten in Nederland waar een proeftuin is ingericht voor het aardgasvrij maken van een wijk. In deze proeftuin worden lessen en inzichten opgedaan die waardevol zijn voor de gehele regio.

Met oog hierop borgt Sliedrecht de vergaarde kennis samen met de regio, om deze ook zo goed mogelijk toe te kunnen passen in andere wijken binnen de Drechtsteden. 2.2.5. Realiseren tijdelijke warmtecentrales In de eerste jaren waarin een nieuw warmtenet wordt uitgerold, zal aardgas soms nog nodig zijn voor tijdelijke warmtecentrales en om de pieklast aan te kunnen. Op de langere termijn zullen bronnen steeds verder worden verduurzaamd naar aanleiding van nationale wetgeving die stap voor stap de duurzaamheidseisen zal verhogen. Om de toepassing van tijdelijke warmtecentrales in goede banen te leiden stellen we gezamenlijk randvoorwaarden op en standaardiseren we procedures, afspraken en werkwijzen. 2.2.6. Lokale wijkaanpakken Naast de clusteraanpak en de inzet op energiebesparing kunnen gemeenten er voor kiezen om ook wijkaanpakken voor te bereiden en uit te voeren. Hierbij kan naast aardgasvrij ook worden gestreefd naar het aardgasvrij-gereed maken van wijken. Hierbij gaan de woningen nog niet volledig van het gas af, maar worden zij wel op deze overstap voorbereid doormiddel van isolatiemaatregelen. Gemeenten die voor een wijkaanpak kiezen, kunnen een beroep doen op de regio voor kennis en ondersteuning.

12 Uitvoeringsprogramma Energietransitie Drechtsteden - versie 21 december 2021

Wat gaat het kosten? Om de bovenstaande activiteiten uit te voeren voorzien we de onderstaande benodigde gezamenlijke en lokale capaciteit: Weergave in formatieplekken (fte)

Collectieve warmte (Regionaal)

2022 0,59 1,20 1,79

2.1 Ontwikkelen en uitvoeren regionale bronnenstrategie 2.2 (Door)ontwikkelen van collectieve warmteoplossingen Totaal

2023 0,57 1,03 1,59

2024 0,57 0,92 1,49

2025 0,57 0,92 1,49

Weergave in formatieplekken (fte)

Collec tieve warmte ( Regionaal )

2022

2023

2024

2025

2.1 Ontwikkelen en uitvoeren regionale bronnenstrategie

0,59

0,57

0,57

0,57

2.2 (Door)ontwikkelen van collectieve warmteoplossingen

1,20

1,03

0,92

0,92

Totaal

1 ,7 9

1 ,5 9

1 ,4 9

1 ,4 9

In het bovenstaande overzicht is uitgegaan van inzet op kansrijke clusters, met als basis éen clusteraanpak per gemeente. Op het moment dat het aantal clusters in uitvoering binnen de warmtetransitie toeneemt, zal de benodigde capaciteit verder oplopen. Ook zal het aantal clusteraanpakken verschillen per gemeente. Dit zal leiden tot een significant verschil in benodigde fte tussen gemeenten.

13 Uitvoeringsprogramma Energietransitie Drechtsteden - versie 21 december 2021

3. Opwek Onze regio is sterk verstedelijkt en beschikt daardoor over relatief veel dakoppervlak. We hebben mede hierdoor zowel de ruimte als het maatschappelijke draagvlak voor zon op dak. Het is dan ook een logische keuze om in onze regio sterk in te zetten op zon op dak. Door daken te voorzien van een dubbele functie, houden we ruimte over op andere plekken. Zo kunnen we stappen zetten richting een duurzaam energiesysteem zonder onze open landschappen en natuur aan te tasten. We willen als regio echter een eerlijk en realistisch deel van de nationale opgave op ons nemen. Daarom moeten we meer aan duurzame energieopwekking doen dan enkel zon op dak. Op basis van het participatief ontwerpend onderzoek naar de landschappelijke, technische en maatschappelijke mogelijkheden, willen we daarom ook duurzame elektriciteit opwekken in restruimten en in vier uitwerkingsgebieden. In de komende periode zal het mogelijk zijn voor initiatiefnemers om projectvoorstellen voor zon op land binnen deze locaties in te dienen. We zullen zorgvuldige processen doorlopen voor de realisatie van zon op land. Hierbij hechten we grote waarde aan goede landschappelijke en ecologische inpassing, het betrekken van omwonenden, de netimpact op het elektriciteitsnet én mogelijkheden voor financiële participatie.

Wat willen we bereiken? Onze inzet concentreert zich met betrekking tot opwek van duurzame energie in de komende jaren op: 1. Het stimuleren van zonne-energie op grote daken om hiermee voor 2030 tenminste 0,21 TWh aan duurzame energieopwekking te realiseren. 2.

Het stimuleren van zonne-energie op kleine daken om hiermee voor 2030 tenminste 0,07 TWh aan duurzame energieopwekking te realiseren.

3.

Het vormgeven en uitvoeren van een uitnodigingskader zon op land, om hiermee voor 2030 tenminste 0,12 TWh aan duurzame opwek met zonne-energie te realiseren in restruimten en uitwerkingsgebieden.

4.

Voortzetten van huidige activiteiten op wind en het verkennen van de toepassing van kleine windmolens.

Wat gaan we daarvoor doen? 3.1. Stimuleren zonne-energie op grote daken Met grote daken bedoelen we daken van meerdere woningen, bedrijven, kassen, kantoren en maatschappelijke instellingen waarop met zonnepanelen een vermogen van meer dan 15 kWp kan worden gerealiseerd. Dat staat gelijk aan ongeveer 50 zonnepanelen. Vooral bij grotere bedrijfspanden is er een forse potentie voor grootschalige opwekking. Inschattingen van het aantal geschikte daken voor grootschalig zon op dak staan in hoofdstuk 6 van de RES 1.0. Ervaring met eerdere projecten voor collectieve inkoop laat zien dat ondersteuning van ondernemers de uitrol van zoninstallaties kan versnellen. Belangrijk is ook om in overleg met Stedin te komen tot een gebiedsgerichte samenwerking om de capaciteit van het net zo optimaal mogelijk te benutten en te komen tot tijdige uitbreidingen op de netcapaciteit. Met oog hierop ontwikkelen we gezamenlijk een systematische aanpak om zon op grote daken te stimuleren. Deze aanpak kan op regionaal niveau gezamenlijk worden ontwikkeld en lokaal worden uitgevoerd. Daarnaast onderzoeken we hoe het gemeentelijk (omgevings-)beleid kan worden ingezet om zonnepanelen op grote (bedrijfs-)daken te verplichten of verder bevorderen. 3.1.2.

Realiseren en stimuleren van zonne-energie op gemeentelijk en maatschappelijk vastgoed Naast grote bedrijfsdaken hebben ook de daken van (gemeentelijk) maatschappelijk vastgoed een grote potentie voor duurzame opwek doormiddel van zonnepanelen. Ook voor deze categorie willen we komen tot systematische aanpakken. Voor gemeentelijk vastgoed betreft dit een aanpak om zonne-installaties op eigen vastgoed te realiseren, wat tevens bijdraagt aan de voorbeeldfunctie. Voor maatschappelijk vastgoed betreft dit een stimulerende aanpak. Ook hier geldt dat de aanpak regionaal gezamenlijk vorm kan worden gegeven en lokaal wordt uitgevoerd. 14 Uitvoeringsprogramma Energietransitie Drechtsteden - versie 21 december 2021

3.1.3. Stimuleren zonne-energie op bezit woningcorporaties en VvE's De laatste categorieën waarvoor we tot een systematische aanpak willen komen zijn: corporatie-bezit en VvE's. . Beide categorieën vertegenwoordigen een groot dakoppervlak met hoge potentie voor duurzame opwek. Hierbij willen we een stimulerende aanpak ontwikkelen. 3.2. Stimuleren zonne-energie op kleine daken Zon op kleine daken speelt een significante rol in de energietransitie. Het geeft inwoners en het midden- en kleinbedrijf (MKB) een duidelijk handelingsperspectief en laat zien wat ze zelf kunnen doen. Het is zo een effectieve en persoonlijke manier van bijdragen aan de energietransitie. Ook heeft zon op kleine daken als voordeel dat het de mogelijkheid biedt om opwek en verbruik dichter bij elkaar te brengen. Ook met betrekking tot kleine daken komen we tot een systematische aanpak. Onze inzet in relatie tot zon op kleine daken is vooral bedoeld om mensen en bedrijven te stimuleren om mee te doen. Hier speelt onder andere het Regionaal Energieloket een belangrijke rol. Bij dit loket kunnen huiseigenaren en ondernemers terecht voor informatie over de kosten en mogelijkheden van het plaatsen van zonnepanelen op hun dak. 3.3.

Vormgeven en uitvoeren uitnodigingskader zon op land In de RES 1.0 hebben we vier uitwerkingsgebieden, een onderzoeksgebied, een bruikbare definitie van restruimte én basiscriteria voor de opwekking van duurzame elektriciteit vastgelegd. Om te komen tot realisatie van zon op land is er een aantal belangrijke stappen nodig. Vanaf januari 2022 starten we voor uitwerkingsgebieden en restruimten met het uitnodigingskader voor zon op land. Dit uitnodigingskader bestaat uit vier stappen, is in samenwerking met de gemeenten en provincie ontwikkeld en wordt in nauwe afstemming uitgevoerd. Belangrijk uitgangspunt is het doorlopen van een transparant en non-discriminatoir proces. Voor initiatiefnemers betekent dit dat we duidelijk communiceren over de mogelijkheden en de criteria élk projectvoorstel een onderbouwing moet geven. Hiermee is het voor inwoners en omwonenden duidelijk wanneer men iets kan vinden en kan meedenken en –doen.. Om tot verstandige keuzes te komen, zijn brede participatie en gebiedsafweging dan ook belangrijke onderdelen. Initiatiefnemers dienen een vergunning en wijzigingsverzoek in om uitvoering te geven aan geschikte projecten. Projectvoorstellen worden integraal afgewogen en, waar nodig, door middel van een wijzigingsbesluit (Wabo) vergunbaar gemaakt. Parallel aan dit proces verwerken gemeenten en de provincie de RES 1.0 in hun Omgevingsvisies.

3.4 Voortzetten huidige activiteiten wind en verkennen toepassing kleine windmolens De inzet op windenergie is in onze regio beperkt. De komende jaren geeft de gemeente Dordrecht verder invulling aan de eigen Structuurvisie Wind. Daarnaast wordt binnen de gemeente Sliedrecht gekeken naar de toepassing van kleine windmolens. Met betrekking tot deze kleine windmolens bekijken we regionaal of deze een nadrukkelijkere plek krijgen in de RES 2.0. Tot slot volgen we de ontwikkelingen op het gebied van windenergie in onze buurregio Alblasserwaard, dit met oog op het onderzoeksgebied Avelingen.

15 Uitvoeringsprogramma Energietransitie Drechtsteden - versie 21 december 2021

Wat gaat het kosten? Om de bovenstaande activiteiten uit te voeren voorzien we de onderstaande benodigde gezamenlijke en lokale capaciteit: Weergave in formatieplekken (fte)

O pwek (Lokaal per gemeente)

2022

2023

2024

2025

3.1 Stimuleren zonne-energie op grote daken

1,34

1,49

1,49

1,49

3.2 Stimuleren zonne-energie op kleine daken

0,15

0,19

0,19

0,19

3.3 Vormgeven en uitvoeren uitnodigingskader zon op land

0,57

0,57

0,57

0,57

3.4 Huidige activiteiten wind & verkennen kleine molens

0,00

0,00

0,00

0,00

Totaal

2 ,0 5

2 ,2 5

2 ,2 5

2 ,2 5

O pwek (Regionaal )

2022

2023

2024

2025

3.1 Stimuleren zonne-energie op grote daken

1,24

0,77

0,77

0,77

3.2 Stimuleren zonne-energie op kleine daken

0,24

0,18

0,18

0,18

3.3 Vormgeven en uitvoeren uitnodigingskader zon op land

0,81

0,56

0,56

0,56

3.4 Huidige activiteiten wind & verkennen kleine molens

0,05

0,05

0,01

0,01

Totaal

2 ,3 4

1 ,5 6

1 ,5 2

1 ,5 2

Weergave in formatieplekken (fte)

16 Uitvoeringsprogramma Energietransitie Drechtsteden - versie 21 december 2021

4. Mobiliteit Mobiliteit is een van de vijf sectoren waarover in het Klimaatakkoord afspraken zijn gemaakt. Ook deze sector gaat overstappen van fossiele brandstoffen op hernieuwbare energiebronnen om zo de CO2-uitstoot te verminderen. Hiervoor moet er nog veel gebeuren, want de sector is momenteel bijna geheel afhankelijk van fossiele brandstoffen. Mobiliteit vormt om meer redenen een uitdaging. Veel mobiliteit is namelijk niet regio-gebonden. Zo heeft 85% van het vrachtverkeer een herkomst én bestemming buiten de regio. Daarom zal veel afhangen van eisen die het Rijk en de Europese Unie stellen aan brandstofgebruik en emissies van voertuigen. Er zijn echter ook manieren waarop we als regio kunnen bijdragen aan de verduurzaming van de sector. Zo zijn we onderdeel van de Regionale Aanpak Laadinfrastructuur Zuidwest (RAL ZW) om elektrisch rijden te stimuleren. Om inwoners te stimuleren van de auto naar duurzamere vervoersmiddelen over te stappen, werken we daarnaast in meerdere gemeenten aan vernieuwing van OV-bussen én stimuleren we fietsgebruik . Ook vragen we van de transportsector om een efficiëntieslag te slaan op hun slimmere logistieke systemen om zo de CO2voetafdruk van deze sector te verminderen.

Wat willen we bereiken? Onze inzet concentreert zich met betrekking tot mobiliteit in de komende jaren op: 1. Het opstellen, uitvoeren en actualiseren van de Regionale Agenda Laadinfrastructuur en het Regionaal mobiliteitsprogramma. 2.

Het verbeteren en verduurzamen van het openbaar vervoer in de regio

Wat gaan we daarvoor doen? 4.1. Regionale Agenda Laadinfrastructuur Voor de uitrol van een nationale infrastructuur is Nederland opgedeeld in zes samenwerkingsregio's. De Drechtsteden is onderdeel van de regio Zuidwest. De Regionale Agenda Laadinfrastructuur (RAL) wordt jaarlijks geactualiseerd. De RAL richt zich in de komende periode op: • Inzicht krijgen in de opgave voor gemeenten; • Opstellen van een integrale visie op laadinfrastructuur; • Ondersteunen van gemeenten bij het opstellen van plaatsingsbeleid; • Uitwerken van de visie in beleid en beleidsregels; • Opzetten van een loket voor kennisdeling en informatievoorziening. De afzonderlijke gemeenteraden hebben de verantwoordelijkheid om de integrale visie laadinfrastructuur vast te stellen. Voor het opstellen en uitvoeren van de RAL ZW in de periode tot en met 2023 hebben de provincies Zeeland en Zuid-Holland een Rijksbijdrage toegekend gekregen. Het zwaartepunt van deze activiteiten ligt bij de gemeenten en buiten het energiedomein. De uitrol van meer laadinfrastructuur in onze regio komt echter met zowel uitdagingen als kansen voor de elektriciteitsinfrastructuur in de regio. Zo draagt het bijvoorbeeld bij aan de druk op de benodigde verzwaring van deze infrastructuur. Daarnaast moet in de uitrol van laadpalen rekening worden gehouden met waar, hoeveel en wanneer plek is op het elektriciteitsnet.

Het is daarom bij deze stappen van belang dat er effectieve kennisuitwisseling en afstemming tussen collega's mobiliteit en energie plaatsvindt op zowel regionaal als lokaal niveau. 4.2 Regionaal mobiliteitsprogramma Een afspraak in het Klimaatakkoord is de verkenning van toekomstbestendige bereikbaarheids-oplossingen per regio middels de publicatie van een Regionaal Mobiliteitsprogramma (RMP). Het RMP brengt in beeld welke verduurzamingsmaatregelen nu worden uitgevoerd en formuleert nieuwe maatregelen die bijdragen aan de verduurzaming van mobiliteit. Om te komen tot een Regionaal Mobiliteitsprogramma wordt binnen de Drechtsteden de komende periode ingezet op: 17 Uitvoeringsprogramma Energietransitie Drechtsteden - versie 21 december 2021

• •

Het bundelen van reeds bestaande duurzame mobiliteitsplannen door de regio en gemeenten; Inzicht krijgen in de opgave en ambities van de gemeenten en de regio.

Ook op dit thema ligt het zwaartepunt van deze activiteiten bij de gemeenten en buiten het energiedomein. Een onderdeel van het RMP is de afstemming met andere sectoren. Hier is het belangrijk dat ook energie op zowel regionaal als gemeentelijk niveau aangehaakt is en input levert. De regio is hierbij verantwoordelijk voor het faciliteren van de intergemeentelijke samenwerking en afstemming, de gemeenten voor de uitvoering.

Wat gaat het kosten? Om de bovenstaande activiteiten uit te voeren voorzien we de onderstaande benodigde gezamenlijke en lokale capaciteit: Weergave in formatieplekken (fte)

Mobiliteit ( Lokaal per gemeente)

2022

2023

2024

2025

4.1. Regionale Agenda Laadinfrastructuur

0,12

0,12

0,12

0,12

4.2 Regionaal mobiliteitsprogramma

0,23

0,23

0,23

0,23

Totaal

0 ,3 6

0 ,3 6

0 ,3 6

0 ,3 6

Weergave in formatieplekken (fte)

Mobiliteit ( Regionaal)

2022

2023

2024

2025

4.1. Regionale Agenda Laadinfrastructuur

0,05

0,05

0,05

0,05

4.2 Regionaal mobiliteitsprogramma

0,05

0,05

0,05

0,05

Totaal

0 ,1 1

0 ,1 1

0 ,1 1

0 ,1 1

18 Uitvoeringsprogramma Energietransitie Drechtsteden - versie 21 december 2021

5. Overkoepelende opgaven De energietransitie heeft invloed op bijna elk aspect van onze samenleving. De manier waarop we wonen, werken en bewegen zal veranderen. Tijdens deze transitie komen bovendien steeds nieuwe onderwerpen en thema's aan het licht. Momenteel is dat bijvoorbeeld energiearmoede bijvoorbeeld duidelijk in beeld. Om de transitie in goede banen te leiden, is afstemming en samenwerking met andere domeinen nodig. Daarbij streven we in de Drechtsteden naar een energietransitie met de hoogst haalbare maatschappelijke opbrengt. Daarmee bedoelen we een transitie waar maatschappelijke, economische en ecologische duurzaamheid afgewogen worden om zo te komen tot eerlijke keuzes. De opgave is enorm en de beschikbare middelen zijn schaars. We zijn alleen in staat om de regionale ambities te realiseren, als we met zo min mogelijk capaciteit en middelen zo veel mogelijk werk weten te verzetten. Dit vraagt om slim samenwerken, informatie uitwisselen, zo min mogelijk onnodig het wiel opnieuw uitvinden en waar mogelijk werken op basis van een schaalbare en kopieerbare aanpak. De energietransitie is een enorme opgave en vindt plaats over een lange periode.

De overschakeling van fossiele brandstoffen naar duurzame bronnen is een gefaseerd proces, waarbij steeds meer decentrale energiebronnen worden ingezet en we zoeken naar slimme en efficiënte oplossingen om de pieken in vraag en aanbod op te vangen en te overbruggen. Hierbij zullen nieuwe uitdagingen op ons pad komen. Met een sterke organisatiestructuur en effectief samenwerken kunnen we ons daar op voorbereiden. Deze pijler richt zich op alle activiteiten die nodig zijn om te zorgen dat dit allemaal wordt meegenomen en dat de komende stappen in de energietransitie effectief plaatsvinden.

Wat willen we bereiken? We organiseren de regionale samenwerking en zetten ons in om de energietransitie met de hoogst haalbare maatschappelijke opbrengst te realiseren. Onze inzet concentreert zich de komende jaren op: 1. De beleidscyclus van de RES en het borgen hiervan in relevant beleid zodat projecten kunnen worden vergund en de uitvoering ter hand kan worden genomen. 2.

Het verbinden van de energietransitie met relevante domeinen, om zo kansen vanuit de energietransitie te vergroten en knelpunten te verkleinen.

3.

Het opstellen en uitvoeren van een monitoring-, lobby-, communicatie- en participatiestrategie om de uitvoering van de energietransitie te ondersteunen.

4.

Het ontwikkelen en faciliteren van kennisuitwisseling en standaardisatie van werkwijzen om hiermee de benodigde capaciteit en middelen te beperken en zo slim mogelijk te werken.

5.

Het ontwikkelen en ontsluiten van subsidie- en financieringsinstrumenten om hiermee de benodigde investeringen voor betrokken partijen te stimuleren en mogelijk te maken.

6. Het realiseren van een duurzaam, betrouwbaar, betaalbaar, en efficiënt energiesysteem.

Wat gaan we daarvoor doen? 5.1. Het actualiseren van de RES, de Transitievisies Warmte en relevant beleid 5.1.1. Beleidscyclus van de RES en de Transitievisies Warmte De Regionale Energiestrategie (RES) wordt iedere twee jaar geactualiseerd. Bij de eerste actualisatie wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan geboekte resultaten (monitoring), verwachte voortgang en benodigde bijsturing. De regio voert regie op dit proces, waarbij de provincie, waterschappen en gemeenten input leveren en zorgdragen voor de lokale besluitvorming. 19 Uitvoeringsprogramma Energietransitie Drechtsteden - versie 21 december 2021

De lokale Transitievisies zullen ook een beleidscyclus doorlopen. De actualisatie vindt echter niet elke twee, maar elke vijf jaar plaats. De eerste herijking zal daarom in 2025 plaatsvinden. Het voorbereidend werk hiervoor zal overwegend regionaal plaatsvinden, waarbij er veel ruimte is voor lokale invulling. 5.1.2. Borging van de RES 1.0 in de Gemeentelijke en Provinciale Omgevingsvisie Na het regionale proces waarin de RES 1.0 is opgesteld, verwerken gemeenten en de provincie de RES 1.0 in hun omgevingsvisies en omgevingsplannen. 5.1.3. Borgen van de RES 1.0 in gemeentelijke beleidskaders De energietransitie kent veel raakvlakken met andere gemeentelijke beleidskaders. Het is daarom belangrijk om de RES 1.0 hier goed mee te verbinden. Voorbeelden zijn het woonbeleid (kaders voor nieuwbouw) en de Prestatie Afspraken Lange Termijn (PALT-afspraken) die met woningcorporaties worden gemaakt. Een ander voorbeeld is het vestigingsbeleid voor nieuwe bedrijven, dat kan bijdragen aan de realisatie van duurzaamheidsambities of deze kan bemoeilijken. De analyse op relevante raakvlakken, kansen en risico's kan op regionaal niveau worden uitgevoerd. De lokale doorvertaling en borging is een gemeentelijke verantwoordelijkheid. 5.1.4. Anticiperen op politieke ontwikkelingen (lokaal) In maart 2022 vinden de gemeenteraadsverkiezingen plaats.

In aanloop naar de verkiezingen stellen de gemeenten in samenspraak met de partners van het energieakkoord een overdrachtsdocument én kernboodschappen op, welke bij de nieuwe coalitieprogramma's betrokken kunnen worden. 5.2. Het verbinden van de energietransitie met relevante domeinen De uitvoering van de energietransitie vraagt om nauwe afstemming met andere domeinen om alle regionale energieambities te kunnen realiseren. Dit vanwege de integrale afweging die op veel onderwerpen nodig is én omdat verschillende regionale opgaven sterk aan elkaar verbonden zijn. Er zijn bijvoorbeeld meerdere opgaven die aanspraak doen op ruimte én er zijn opgaven die grote invloed hebben op het energieverbruik in de regio. Zo vergt nieuwbouw bijvoorbeeld net als duurzame opwekking ruimte en kan het de energie opgave vergroten. De elektrificatie van mobiliteit vergt aanpassingen aan het energiesysteem, maar kan met elektrische auto's ook een deel van de oplossing bieden voor de netimpact. Ook kan de grote hoeveelheid werk die met de energietransitie gepaard gaat een kans bieden voor de regionale economie en arbeidsmarkt, omdat dit veel omzet en banen oplevert. Terwijl dit ook geldt als belangrijk potentieel knelpunt in de energietransitie op het moment dat vacatures niet worden ingevuld. Ten slotte is de energietransitie onderdeel van de transitie naar een duurzamere regio.

Verbindingen met andere duurzaamheids- en klimaatopgaven, zoals werken aan een circulaire economie, klimaatadaptatie en andere vormen van klimaatmitigatie (zoals de verduurzaming van de industriële sector) zijn belangrijk om onze doelstellingen met de hoogste maatschappelijke opbrengst te waarborgen. Veel van de benodigde afstemming op dit thema zal regionaal plaatsvinden of worden voorbereid. 5.3. Het opstellen en uitvoeren van een communicatie-, participatie-, monitoring- en lobbystrategie 5.3.1. Opstellen en uitvoeren van een communicatiestrategie De energietransitie komt heel dichtbij. Het is daarom cruciaal om goed en zorgvuldig te communiceren naar onze inwoners, omwonenden, ondernemers en onze partners. Maar ook onderling. Communicatie draagt zo bij aan de uitvoering van de RES 1.0 en Transitievisies Warmte. We scherpen daarom de regionale communicatiestrategie aan. Het doel is om een bepaalde basiskennis over en houding tegenover de (noodzakelijkheid van) energietransitie te creëren.

20 Uitvoeringsprogramma Energietransitie Drechtsteden - versie 21 december 2021

Dit doen we met aandacht voor o.a. kernboodschap(pen), gezamenlijke uitgangspunten, afzenderschap en rolverdeling. Op basis van de strategie komen we tot concrete communicatie-instrumenten, -materiaal en campagnes. Deze communicatie richt zich vooral op externe partijen, zoals bewoners, omwonenden en ondernemers, maar we hebben ook aandacht voor de interne communicatie. Omdat een gezamenlijke eenduidige boodschap van belang is, borgen we de communicatiestrategie en communicatie-instrumenten bij alle betrokken partijen (waaronder gemeenten, woningcorporaties, Stedin en HVC). 5.3.2. Opstellen en uitvoeren van een participatiestrategie Om te komen tot de RES 1.0 en TVW's hebben we intensieve participatietrajecten doorlopen en met verschillende stakeholders gesproken. Uitgangspunt was dat we stappen nemen die draagvlak hebben, en niet dat we slechts draagvlak creëren. Op weg naar 2030 blijft dit een belangrijk uitgangspunt. De komende jaren bouwen we voort op de eerste participatiestappen die we deze periode hebben gezet. Dat doen we door de participatiestrategie nader uit te werken, voort te bouwen de opgedane ervaring en het gecreëerde online participatieplatform (Denkmee!) én middels gezamenlijke uitvoering van de participatiestrategie. 5.3.3. Opstellen en uitvoeren van een monitoringsstrategie We hebben gezamenlijk doelstellingen vastgesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/675/documents/21067