2c DGJ Begroting 2027.pdf
Tekst van het document
Met handhaving van de weging van 90% voor lonen en 10% voor overige kosten leidt dit tot een neerwaartse correctie van de gemeentelijke bijdrage voor 2027 met circa € 0,1 miljoen. Nog te realiseren besparingen opgenomen door gemeenten In de conceptbegroting 2027 zijn nog geen mutaties verwerkt ten aanzien van de door gemeenten voorgenomen, nog te realiseren besparingen. De eventuele financiële effecten die voortvloeien uit de ingediende zienswijze(n) van gemeenten zullen in een volgende fase worden beoordeeld en via een afzonderlijke mutatie worden verwerkt. Realisatie besparingsmaatregelen verbeterprogramma jeugdhulp In de begroting 2027 zijn de besparingsmaatregelen uit het verbeterprogramma jeugdhulp voor de onderdelen contractmanagement (maatregelen 81, 131 en 132) verwerkt. Deze maatregelen zijn herijkt op basis van de actuele gegevens en opnieuw doorgerekend op basis van de forecast januari 2026, waarna zij zijn geïndexeerd naar prijspeil 2027. De herijking leidt tot een structurele bijstelling van de verwachte besparingen. De totale besparing die hieruit voortvloeit bedraagt € 739.000. Conform de gebruikelijke systematiek is deze verwerkt via de circulaire verdeelsleutel tussen de gemeenten en toegedeeld aan ambulante regionale jeugdhulp.
Correctie tarieven naar aanleiding kostprijsonderzoek De tarieven zijn bij de contractverlenging herijkt op basis van het wettelijk verplichte kostprijsonderzoek, omdat de bestaande tarieven niet langer toereikend waren voor de actuele kostenstructuur bij aanbieders. De lastenstijging die hieruit volgt (restant na eerder verwerkte besparingen), is meegenomen in deze begroting. Voor de onderbouwing, effecten en de samenhang met de ontwikkelopdracht verwijzen we naar de paragraaf ‘Herijking tarieven 2026 en ontwikkelopdracht’.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Soort product (rapport etc.)|
26
Per saldo groei jeugdhulpgebruik Per saldo resteert een daling van het jeugdhulpgebruik van € 5,0 miljoen (-3,02%) ten opzichte van de begroting 2026. De daling doet zich voor bij zowel ambulante jeugdhulp als jeugdhulp met verblijf. Ook ten opzichte van de kadernota 2027 en de prognose bij de tweede bestuursrapportage 2025 is sprake van een daling van het jeugdhulpgebruik. Begroting, meerjarenperspectief bijdrage specificatie per gemeente 2027 - 2030 De opbouw van de begroting en voorlopige bijdragen per gemeente naar jeugdhulpcategorie en taakvelden (ten behoeve van gemeentebegrotingen), zijn in onderstaande tabellen opgenomen. De bijdragen hebben een voorlopig karakter. Gebleken is dat de werkelijke kosten per gemeente sterk kunnen fluctueren. Er wordt een aantal risico's gelopen welke niet verwerkt zijn in de begroting. Deze zijn beschreven in de risicoparagraaf. Gemeenten worden geadviseerd hier rekening mee te houden. Begroting 2027 Toelichting splitsing uitvoeringskosten SOJ in primaire proces en overhead In de begroting 2027 wordt voor het eerst een onderscheid aangebracht tussen uitvoeringskosten van de SOJ die behoren tot het primaire proces en kosten die als overhead worden aangemerkt. Deze aanpassing volgt de verplichte BBV‑richtlijnen en sluit beter aan bij de aard van de werkzaamheden, waardoor de transparantie in de kostentoerekening toeneemt.
Aanleiding voor deze wijziging is het inzicht dat een deel van de uitvoeringskosten die tot nu toe als overhead werden verantwoord, feitelijk direct samenhangt met het primaire proces van jeugdhulpverlening. Het betreft functies en activiteiten die rechtstreeks bijdragen aan de uitvoering van de jeugdhulptaken. De totale uitvoeringskosten SOJ bedragen in de begroting € 5,9 miljoen. Deze zijn als volgt gesplitst: € 4,3 miljoen wordt aangemerkt als overhead en verantwoord op taakveld 0.4 Overhead; € 1,6 miljoen wordt toegerekend aan het primaire proces en verantwoord op de regionale taakvelden: o 6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal; o 6.762 Jeugdhulp met verblijf regionaal. De toerekening van de uitvoeringskosten aan het primaire proces vindt plaats naar rato van de regionale zorgkosten van deze taakvelden. Hierdoor worden de kosten evenwichtig verdeeld over ambulante jeugdhulp en jeugdhulp met verblijf en sluiten zij aan bij het feitelijk gebruik. In de hiernavolgende tabellen is deze wijziging verwerkt en wordt inzichtelijk gemaakt hoe de uitvoeringskosten SOJ per gemeente zijn verdeeld over de genoemde taakvelden. De opgenomen bedragen zijn daarmee consistent met de nieuwe systematiek die vanaf de begroting 2027 wordt gehanteerd. De veranderde toerekening heeft geen invloed op de hoogte van de totale bijdrage per gemeente.
De bijdrage per gemeente blijft gebaseerd op de circulaire verdeling.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Soort product (rapport etc.)|
27
Taakveld (ZHZ)
0.4 Overhead SOJ
196.431
6.752 SOJ Primair proces ambulant 45.840
6.762 SOJ Primair proces verblijf 26.813
1.283.101
299.428
175.144
1.757.673
Gorinchem
409.391
95.536
55.882
560.809
Hardinxveld-Giessendam
167.624
39.117
22.881
229.621
Hendrik-Ido-Ambac ht
223.716
52.207
30.537
306.461
Hoeksc he Waard
677.052
157.999
92.418
927.469
Molenlanden
338.475
78.987
46.202
463.664
Papendrecht
273.029
63.715
37.269
374.012
Sliedrec ht
251.783
58.757
34.369
344.909
Zwijndrec ht
471.479
110.026
64.357
645.862
4.292.081
1.001.611
585.871
5.879.563
Alblasserdam Dordrec ht
Totaal
Totaal
269.083
Gemeentelijke bijdragen begroting 2027 (bedragen x € 1.000) Gemeente
Regionale zorgmarkt forecast model (FM) 8.240
Taakgericht en sub-sidies
149
309
245
196
-5
-13
9.122
9.265
8.009
Dordrecht
49.331
976
1.852
2.593
1.283
-226
-84
55.724
60.785
52.910
Gorinchem
12.254
311
1.235
229
409
-23
-27
14.388
14.613
12.577
Hardinxveld-Giessendam
5.276
127
280
295
168
-37
-11
6.098
6.047
5.343
Hendrik- Ido-Ambacht
9.287
170
331
250
224
-58
-15
10.190
10.739
9.549
Hoeksche Waard
22.806
515
1.614
674
677
-172
-45
26.068
26.688
23.635
Molenlanden
10.171
257
323
816
338
-35
-22
11.848
11.088
9.458
Papendrecht
12.937
208
702
166
273
-77
-18
14.191
14.180
12.071
Sliedrecht
8.181
191
226
164
252
-40
-17
8.958
9.239
7.896
Zwijndrecht
20.613
358
503
1.108
471
-52
-31
22.971
22.919
20.510
159.096
3.263
7.375
6.540
4.292
-726
-283
179.558
185.563
161.957
Alblasserdam
Totaal
LTA FM
PGB FM
SOJ
Vrijval Rente oude jaren inkomsten
Totaal
Prognose Prognose 2027 2025 2e Kadernota burap
Specificatie Regionale Zorgmarkt (bedragen x € 1.000) Zorgcategorie
Begroting 2027
Aantal jeugdigen
Ambulante jeugdhulp Behandeling, begeleidng, diagnostiek
34.278
2.818
Jeugd GGZ
30.021
3.296
Dagbesteding en dagbehandeling
16.477
610
Basis GGZ
2.231
1.097
ED (dyslexie)
3.458
833
Ambulant overig
3.590
1.528
90.055
7.641
Subtotaal ambulante jeugdhulp Jeugdhulp met verblijf Verblijf met behandeling
16.143
94
Pleegzorg
7.152
401
Gesloten jeugdhulp
1.006
5
Gezinshuizen
8.363
101
Verblijf SGGZ HIC (high intensive c are)
1.497
10
Wonen met begeleiding
16.600
123
Logeren
2.132
97
Subtotaal jeugdhulp met verblijf
52.893
810
Jeugdbesc herming en jeugdrec lassering
11.586
766
Jeugdhulp taxivervoer
2.976
391
SOJ uitvoeringskosten primaire proces
1.587
Totaal
159.096
Dienst Gezondheid & Jeugd | Soort product (rapport etc.)|
8.183
28
Taakvelden (bedragen x € 1) IV3 taakveld
Alblasserdam
6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal 6.753 Jeugdhulp ambulant landelijk
4.631.168
Dordrecht
Gorinchem
27.111.553
7.407.641
Hardinxveld- Hendrik-IdoGiessendam Ambacht 3.483.695 5.685.844
Hoeksche Waard 15.408.860
Molenlanden
Papendrecht
6.179.194
6.867.438
Sliedrecht 5.311.790
Zwijndrecht
Eindtotaal
11.481.869
93.569.054
309.235
1.851.548
1.234.653
280.314
331.376
1.613.892
322.801
702.426
226.278
502.535
7.375.058
3.105.954
19.267.466
4.146.146
1.561.564
3.096.383
5.783.417
3.471.676
5.187.724
2.484.724
7.509.471
55.614.524
6.792 PGB Jeugd
245.334
2.592.541
228.722
294.631
250.166
673.865
816.495
166.282
163.660
1.108.394
6.540.091
6.821 Jeugdbescherming
550.114
480.912
1.585.059
10.446.552
6.762 Jeugdhulp met verblijf regionaal
3.090.870
883.158
307.378
479.347
1.559.941
671.693
838.080
6.822 Jeugdrec lassering
96.909
611.221
104.754
13.844
137.744
395.931
70.002
173.980
55.376
343.094
0.4 Overhead
196.431
1.283.101
409.391
167.624
223.716
677.052
338.475
273.029
251.783
471.479
4.292.081
9.135.146
55.808.299
14.414.465
6.109.049
10.204.577
26.112.958
11.870.336
14.208.960
8.974.524
23.001.901
179.840.215
Totaal
2.002.856
Meerjarenraming 2028-2030 In onderstaande tabellen zijn de besparingen verwerkt van de ontwikkelopdracht voor aanbieders als gevolg van de herijking van de tarieven 2026 voor de jaren 2028 tot en met 2030. Aan het realiseren van de besparingen zijn risico’s verbonden. 2028: (bedragen x € 1.000) Gemeente
Alblasserdam
Regionale Taakzorgmarkt gericht en forecast sub-sidies model (FM) 8.150 149
LTA FM
PGB FM
SOJ
Vrijval Rente oude inkoms jaren ten
Totaal
309
245
196
-5
-13
9.032
Dordrec ht
48.717
976
1.852
2.593
1.283
-226
-84
55.110
Gorinchem
12.122
311
1.235
229
409
-23
-27
14.256
Hardinxveld-Giessendam
5.209
127
280
295
168
-37
-11
6.030
Hendrik-Ido-Ambacht
9.170
170
331
250
224
-58
-15
10.072
Hoeksc he Waard
22.578
515
1.614
674
677
-172
-45
25.841
Molenlanden
10.065
257
323
816
338
-35
-22
11.743
Papendrecht
12.777
208
702
166
273
-77
-18
14.032
Sliedrecht
8.065
191
226
164
252
-40
-17
8.841
Zwijndrec ht
20.369
358
503
1.108
471
-52
-31
22.726
157.221
3.263
7.375
6.540
4.292
-726
-283
177.683
Regionale Taakzorgmarkt gericht en forecast sub-sidies model (FM) 8.137 149
LTA FM
PGB FM
Totaal
2029-2030: (bedragen x € 1.000) Gemeente
Alblasserdam
SOJ
Vrijval Rente oude inkoms jaren ten
Totaal
309
245
196
-5
-13
9.019
Dordrec ht
48.629
976
1.852
2.593
1.283
-226
-84
55.022
Gorinchem
12.103
311
1.235
229
409
-23
-27
14.237
Hardinxveld-Giessendam
5.199
127
280
295
168
-37
-11
6.021
Hendrik-Ido-Ambacht
9.153
170
331
250
224
-58
-15
10.056
Hoeksc he Waard
22.546
515
1.614
674
677
-172
-45
25.808
Molenlanden
10.050
257
323
816
338
-35
-22
11.727
Papendrecht
12.755
208
702
166
273
-77
-18
14.009
Sliedrecht
8.048
191
226
164
252
-40
-17
8.825
Zwijndrec ht
20.334
358
503
1.108
471
-52
-31
22.691
156.953
3.263
7.375
6.540
4.292
-726
-283
177.415
Totaal
Dienst Gezondheid & Jeugd | Soort product (rapport etc.)|
29
2.5 Programma 5: Algemene dekkingsmiddelen Vpb heffing en onvoorzien In de begroting dienen deze twee posten te worden gepresenteerd. De verwachting is echter dat GR DG&J geen lasten of baten zal hebben die behoren de onderdelen Vbp heffing en onvoorzien. Treasury De verwachting is dat de DG&J over liquide zal zijn als gevolg van de wijze waarop de SOJ is gefinancierd. De middelen van uit de gemeenten worden eerder ontvangen dan de betalingen aan zorgaanbieders. Voor het jaar 2027 wordt een positief renteresultaat verwacht van circa € 283.000. Overhead en overige algemene dekkingsmiddelen De overhead bevat alle lasten die ter ondersteuning van het primaire proces worden gemaakt. Gedacht moet worden aan salarislasten van leidinggevenden (ongeacht of zij deels werkzaam zijn voor een taakveld), medewerkers financiën, huisvesting en Bedrijfsvoering Drechtsteden (voorheen SGD/SCD). De algemene baten en lasten betreffen baten die worden ontvangen ter dekking van de overhead.
Wat gaat het kosten? (bedragen x € 1.000) P5 Algemene Jaarrekening 2025 dekkingsmiddelen Lasten Baten Saldo VPB heffing 0 0 0 Onvoorzien 0 0 0 Treasury 415 953 538 Overhead DGJ 8.521 8.622 102 Overhead SOJ 4.400 0 -4.400 Algemene dekkingsmiddelen DGJ 126 -739 -864 Algemene dekkingsmiddelen SOJ 0 3.975 3.975 Saldo baten en lasten 13.461 12.811 -649 Mutaties reserves 0 1.943 1.943 Geraamd resultaat 13.461 14.754 1.294
Begroting 2026 Baten Saldo 0 0 0 0 0 0 0 283 283 8.118 0 -8.118 5.450 0 -5.450 0 8.118 8.118 0 5.167 5.167 13.568 13.568 0 0 0 0 13.568 13.568 0
Lasten
Begroting 2027 Lasten Baten Saldo 0 0 0 0 0 0 0 283 283 9.580 0 -9.580 4.292 0 -4.292 0 9.273 9.273 0 4.009 4.009 13.872 13.565 -308 0 308 308 13.872 13.872 0
Toelichting: Vpb heffing en onvoorzien In de begroting dienen deze twee posten te worden gepresenteerd. De verwachting is echter dat GR DG&J geen lasten of baten zal hebben die behoren de onderdelen Vbp heffing en onvoorzien. Treasury De verwachting is dat de DG&J over liquide zal zijn als gevolg van de wijze waarop de SOJ is gefinancierd. De ontvangen middelen van uit de gemeenten bedragen per saldo op maandbasis meer dan de middelen die zijn uitgezet bij de zorgaanbieders. Per saldo is er geen resultaat, dit doordat de zorgaanbieders in de loop van het jaar daarop de eind declaratie indienen, danwel dat een positief resultaat als gevolg van resultaatbestemming terug vloeit naar de gemeenten. Voor het jaar 2026 wordt een positief renteresultaat verwacht van circa € 283.000.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Soort product (rapport etc.)|
30
Overhead en overige algemene dekkingsmiddelen In 2026 zijn de uitgangspunten rondom de splitsing naar primair proces (de programma's 1 tot en met 4) en de overhead herzien. Aanleiding hiertoe waren wijzigingen die binnen de BBV omtrent overhead zijn doorgevoerd. Dit heeft geresulteerd in een tweetal verschuivingen, te weten: 1. De uitvoeringslasten SOJ waren volledig opgenomen onder de overhead. Echter hangt een deel van de lasten direct samen met de uitvoering van jeugdhulp. Hierbij gaat het om totaal € 1,6 miljoen. Deze lasten zijn nu opgenomen onder het primair proces, te weten: a. 6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal; b. 6.762 Jeugdhulp met verblijf regionaal. 2. Als gevolg hiervan zijn de huisvestingslasten voor de locatie Johan de Wittstraat toegevoegd aan de overhead. Deze waren voorheen begroot bij OGGZ (€ 57.000) en Veilig Thuis (€ 335.000). Mutatie reserves De mutatie reserves betreft onttrekkingen uit de bestemmingsreserves Vitaliteit (€ 112.000), Tijdelijke uitbreiding HR (€ 116.000) en Herinrichting Karel Lotsyweg en Johan de Wittstraat (€ 80.000 afschrijving).
Dienst Gezondheid & Jeugd | Soort product (rapport etc.)|
31
3 Verplichte Paragrafen 3.1 Risico en weerstandsvermogen Kaders In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 22 december 2022 is de nota risicomanagement en weerstandvermogen vastgesteld. Hierin is vastgelegd hoe risico's binnen de Dienst Gezondheid en Jeugd worden geïnventariseerd, gekwalificeerd beheerst en waar nodig gekwantificeerd. De paragraaf wordt steeds geactualiseerd bij elk volgend P&C document, zo ook nu ook met de begroting 2027 en jaarrekening 2025. Risicobeheersing Voor het bepalen van een gewenst weerstandsvermogen is inzicht nodig in de omvang en in de achtergronden van de risico’s en de risicobeheersing. De actuele en relevante inzichten omtrent de risicobeheersing zijn als volgt omschreven: - Risicobeheersing jeugdhulp SOJ - Risicobeheersing GGD, VT, LVS, apparaatskosten SOJ en bedrijfsvoering GR Risicobeheersing jeugdhulp SOJ Weerstandsvermogen Voor jeugdhulp is er geen weerstandsvermogen/algemene reserves. Zoals opgenomen in de bijdrageverordening komen tegenvallers en meevallers ten opzichte van de begroting, ten laste respectievelijk ten gunste van de deelnemende gemeenten. Risico's gerelateerd aan jeugdhulpgebruik Deze financiële risico's richten zich vooral op de ontwikkeling van de kosten van jeugdhulp in relatie tot de begroting en de daling van de rijksbijdragen voor jeugdhulp. In 2025 laat het gebruik van jeugdhulp een kleine daling zien.
De ontwikkeling van de kosten voor jeugdhulp fluctueert en verschilt per gemeente. In de Hervormingsagenda zijn een aantal programmalijnen opgenomen die moeten leiden tot een forse afname van de kosten. In lijn hiermee worden de rijksbijdragen afgebouwd. Als het niet lukt de kosten te laten dalen, ontstaat er een tekort tussen rijksbijdragen en kosten jeugdhulp. Gemeenten en Serviceorganisatie nemen de uitvoering van de maatregelen gezamenlijk ter hand. Hiertoe is het Verbeterprogramma inkoop jeugdhulp opgesteld. De uitwerking en implementatie van de maatregelen is onderhanden. Risico vanwege hogere inflatie en indexatie Onzekerheden in de ontwikkeling van de inflatie kunnen de indexatie van tarieven doen oplopen. Voor 2026 zijn de tarieven met 5,13% geïndexeerd. Dit is 1,85% hoger dan waarmee in de begroting rekening is gehouden. Bij het opstellen van de kadernota en begroting is het OVA percentage nog niet bekend en worden indexcijfers uit de septembercirculaire gebruikt. Dit heeft voor 2026 een forse stijging opgeleverd van de lasten ten opzichte van de begroting van circa € 3,0 mln. De tarieven worden geïndexeerd volgens de landelijk overeengekomen OVA-methodiek. Hiermee wordt ook het gemeentefonds voor het onderdeel jeugdhulp geïndexeerd. Gemeenten ontvangen dus middelen voor de indexatie van de tarieven jeugdhulp.
De inhaalindexatie is verwerkt in de begroting 2027, maar niet in de begroting 2026.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Soort product (rapport etc.)|
32
Risico behalen beoogd resultaat ontwikkelopdracht zorgaanbieders SOJ Voor SOJ is een kostprijsonderzoek uitgevoerd naar de toereikendheid van de tarieven voor jeugdhulpaanbieders. De uitkomsten hiervan met een impact van € 6,4 mln. zijn verwerkt in de tarieven voor 2026 en in de begroting 2027, maar niet in de begroting 2026. Aanbieders krijgen een ontwikkelopdracht om het ziekteverzuim en de inzet van inhuur te reduceren. Het beoogd resultaat hiervan is € 2,6 mln. In de begroting 2027 en meerjarenperspectief zijn de beoogde resultaten van de ontwikkelopdracht verwerkt. Het risico bestaat dat de resultaten gedeeltelijk niet gehaald worden. De maximale impact van dit risico is € 2,6 mln. in 2029. Met terugwerkende kracht declareren van PGB-budgetten Van de verstrekte PGB-budgetten wordt circa 65% daadwerkelijk besteed. In de huidige gemeentelijke verordeningen en beleidsregels zijn geen beperkingen opgelegd aan het met terugwerkende kracht over oude jaren indienen van declaraties. Wel geldt de algemene wettelijke regel dat dit na 5 jaar niet meer kan. Over de jaren 2020 tot en met 2024 zou nog een bedrag van € 16,1 mln. gedeclareerd kunnen worden. De ervaring leert dat hier zeer beperkt gebruik van wordt gemaakt.
Continuïteitsproblemen van aanbieders die gesloten jeugdhulp leveren (JeugdzorgPlus) Er zijn in de provincie Zuid-Holland twee aanbieders die gesloten jeugdhulp leveren. Deze zijn financieel in de problemen gekomen als gevolg het ingezette beleid het gebruik van gesloten jeugdhulp af te bouwen en vanwege overige bedrijfsvoeringsproblemen. Beide aanbieders hebben continuïteitsplannen opgeleverd. Hieraan is een behoorlijk kostenplaatje van circa € 23 mln. gekoppeld. Tegelijkertijd worden door de accounthoudende regio's afdoende SPUK-middelen van het Rijk ontvangen van waaruit de uitvoering van de continuïteitsplannen bekostigd kunnen worden. De accounthoudende regio's nemen de afwikkeling hiervan verder ter hand. Naar verwachting zijn er geen verdere bijdragen vanuit onze regio nodig. Zeker is dit echter nog niet. Financiële problematiek Jeugdbescherming West Het aantal jeugdbeschermingsmaatregelen in het verzorgingsgebied van Jeugdbescherming West is sterk afgenomen en neemt mogelijk nog verder af. Als gevolg hiervan staat de exploitatie sterk onder druk en moeten de regio's mogelijk financiële ondersteuning bieden middels een instandhoudingbijdrage. Hierover is een bestuurlijk akkoord gesloten. De geschatte omvang van dit risico bedraagt maximaal € 2,6 mln. bij 10 procent krimp per jaar van het aantal maatregelen.
In dat geval dalen de kosten van de uitvoering van de maatregelen ook. Dit effect is groter dan de instandhoudingsbijdrage. Rentabiliteit en beschikbaarheid kleinschalige woonvoorzieningen en gesloten jeugdhulp De rentabiliteit van kleinschalige woonvoorzieningen is kwetsbaar en het aanbod moet voldoende zijn in het kader van de voorgenomen afbouw van gesloten plaatsingen. Er is een risico is dat aanvullende vergoedingen moeten worden verstrekt en moet worden bijgesprongen bij bestaande en toekomstige kleinschalige woonvoorzieningen. Risicomatrix In onderstaande tabel is de impact van de risico's gekwantificeerd die niet zijn meegenomen in de begroting/prognose.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Soort product (rapport etc.)|
33
Omvang jeugdhulp in gemeente in €mln. 5 tot 10 10 tot 15 15 tot 20 >40 Risico: Risicomarge Opmerking: Risico behalen resultaten ontwikkelopdracht zorgaanbieders SOJ 1,4% 1,4% 1,4% 1,4% Tariefstijging kostprijsonderzoek en inhaalindexatie niet verwerkt in de begroting 2025 (Continuïteit) JeugdzorgPlus 0,4% 0,4% 0,4% 0,4% Verwachting is dat SPUK toereikend is voor continuïteit Financiële problematiek Jeugdbescherming West 1,6% 1,6% 1,6% 1,6% Maximaal cumulatief in 2029, exclusief (grotere impact) lagere kosten maatregelen Rentabiliteit en beschikbaarheid kleinschalige verblijfszorg pm pm pm pm Subtotaal 3,4% 3,4% 3,4% 3,4% Correctiefactor risico's doen zich niet gelijktijdig voor (50%) 1,7% 1,7% 1,7% 1,7% Risico op hogere kostenontwikkeling jeugdhulp / dure jeugdigen 10% 7,5% 5% 2,5% Totaal
11,7%
9,2%
6,7%
4,2%
Risicobeheersing GGD, VT, LVS en bedrijfsvoering GR Op basis van het model voor het rangschikken van risico's van de GR zijn in onderstaande tabel de geïnventariseerde risico’s weergegeven m.b.t. de GGD, VT, LVS en bedrijfsvoering van de GR. Ook is aangegeven of het risico incidenteel dan wel structureel is. Deze risico's omvatten slechts dat deel van de totaal door de GR DG&J in kaart gebrachte risico's welke gekwantificeerd kunnen worden en 'resteren' na het nemen van beheersmaatregelen. Risico
Omschrijving
Kans
Omvang
1 2
Batenraming Taakstellende begroting bij groeiend beroep op de dienstverlening RVP en Uitvoering Jong JGZ Claims Loon- en prijsstijging Transitie BD en informatiebeveiliging COVID-19 Organisatieontwikkeling en bedrijfsvoering Psychosociale hulpverlening aan Oekraïners Terughalen taken door gemeenten Renteontwikkeling HR 21
2 3
2 3
Incidenteel/ structureel S S
3 1 1 3
2 2 2 2
S S S S
€ 250.000 € 750.000 en /of kwaliteit en imago risico € 250.000 € 150.000 p.m. € 400.000
3 1
2 2
S I
€ 400.000 p.m.
1
2
I/S
€ 110.000
2
2
S
€ 200.000
2 3
2 2
I I/S
p.m. p.m.
Gelijktrekken arbeidsvoorwaarden inhuur met eigen personeel - IKB Opvolging medewerkers tevredenheidsonderzoek (MTO) Implementatie Wet open overheid (WOO)
3
2
S
p.m
3
1
I?S
p.m.
3
1
I/S
p.m.
Totaal
€ 2.510.000
3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13
14 15
Risicobedrag
Hieronder volgt een toelichting op de in de tabel benoemde risico's.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Soort product (rapport etc.)|
34
Batenraming De producten van de DG&J worden voor het grootste deel gefinancierd uit inwoner- en directe gemeentelijke bijdragen. Een deel van de inkomsten heeft echter een fluctuerend karakter, zoals de subsidies in het kader van Veilig Thuis en de opbrengst van de polikliniek voor onder meer reizigersvaccinaties. In de begroting zijn verder ramingen opgenomen voor onder meer OGGZ, WMO toezicht en kinderopvang waarvoor jaarlijks een traject met gemeenten wordt doorlopen over de omvang vergoeding van het takenpakket (in de vorm van offertes/DVO's). Hierdoor is er een risico dat de realisatie van deze baten afwijkt van de raming. Het risico is gehandhaafd op € 250.000. Taakstellende begroting bij een groeiend beroep op dienstverlening Het beroep op de dienstverlening bij Veilig Thuis, OOGZ en Leerplicht is sterk gestegen. DG&J heeft middels de impactanalyses aangegeven meer middelen nodig te hebben om de stijgende vraag af te handelen danwel dat het aantal meldingen naar beneden moet worden gebracht. Bij bespreking van de kadernota 2026 en de impactanalyses op 19 december 2024 heeft het AB besloten de begroting 2025 als kaderstellend voor 2026 te hanteren. Gemeenten kunnen geen aanvullende middelen beschikbaar stellen, terwijl de aantallen sterk gegroeid zijn en een stijgende lijn laten zien.
Bij de kadernota 2027 is deze lijn doorgezet door het hanteren van de nullijn plus indexatie. Het aantal meldingen is echter nog steeds hoog. Bij niet (voldoende) invullen van de benodigde randvoorwaarden en onvoldoende effect van de bijsturingsmaatregelen kan mogelijk niet op een verantwoorde manier invulling aan de werkzaamheden worden gegeven en moeten mogelijk alsnog extra kosten worden gemaakt. Het risico wordt gehandhaafd op € 750.000 op jaarbasis. RVP en Uitvoering Jong JGZ Wijzigingen in het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) leiden tot extra kosten, welke significant hoger zijn dan de vergoeding die gemeenten hiervoor ontvangen. De impact voor 2026 en 2027 wordt ingeschat op circa € 250.000 per jaar. In december 2025 heeft het AB hierover een voorgenomen besluit genomen. Na definitieve besluitvorming door het AB (april 2026) over toekenning van de benodigde middelen en begrotingswijzging vervalt dit risico in de risicoparagraaf. Claims De DG&J kent een grote verscheidenheid aan producten. Om de kwaliteit hiervan te borgen worden de nodige inspanningen geleverd, mede in het kader van de HKZcertificering (Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector). Risico's op fouten (miscommunicatie, foutieve registraties) en hieruit mogelijk voortkomende schadeclaims zijn echter nooit in zijn geheel uit te sluiten. Het algemene risicobedrag voor claims handhaven we op € 150.000.
Loon- en prijsstijgingen Conform de notitie kaderstelling op de GR-en houdt de DG&J rekening met een loon- en prijs indexatie bij het opstellen van de begroting. Daarvoor moet, conform deze notitie, uitgegaan worden van de indices van de septembercirculaire van het vorige begrotingsjaar. De huidige CAO liep eind maart 2025 af. De concept nieuwe CAO (in stadium ledenraadpleging) leidt tot lagere loonkosten dan de indexatie waarmee rekening is gehouden. Deze is verwerkt in de prognose voor 2025 en de begroting 2026.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Soort product (rapport etc.)|
35
Transitie SGD en informatiebeveiliging Tot ultimo 2021 steunde de DG&J voor ICT, HRM, juridische diensten en inkoop op het Servicecentrum Drechtsteden (SCD). Vanaf 2022 is het SCD ondergebracht bij de Servicegemeente Dordrecht (SGD) en is de gemeente Dordrecht als servicegemeente verantwoordelijk voor de taakuitvoering. Per 2025 is de naam veranderd naar Bedrijfsvoering Drechtsteden (BD). Met de BD is hiervoor een overeenkomst tot en met 2025 gesloten waarbij afspraken zijn gemaakt over onder meer de omvang en prijs van de te leveren diensten. Voor de periode na 2025 wordt het zogenaamde 'Bosland project' uitgevoerd. Dit project moet resulteren in een transparante en breed gedragen wijze van dienstverlening en financiering van de (service-)gemeente Dordrecht aan andere gemeenten en gemeenschappelijke regelingen. In dit project wordt een nieuw sturings-, diensten- en financieringsmodel tussen BD en de afnemende partijen vormgegeven voor de bedrijfsvoeringstaken. Dit met het doel meer helderheid, transparantie en flexibiliteit te bewerkstelligen. Het project vult een brede regionale behoefte in aan goede en transparante (basis)dienstverlening. De uitkomsten van het financieringsmodel zijn onzeker en brengen risico's mee ten aanzien van de kosten en risico's voor de DG&J. De uitkomsten van het Bosland traject worden naar verwachting per 1 januari 2027 ingevoerd.
Voor 2026 zijn reeds afspraken gemaakt. Verder brengt het privacygevoelige karakter van het takenpakket van de DG&J met zich mee dat er hoge eisen moeten worden gesteld aan de informatiebeveiliging. Vanuit de wet- en regelgeving worden de NEN7510 en aanvullend de NIS2 geïmplementeerd. Dit zijn geen eenmalige inspanningen. Gezien de ontwikkelingen op dit gebied zal er naar verwachting de komende jaren meer geïnvesteerd moeten worden in de informatiebeveiliging. Vanuit BD is men ook bezig met het Quarant onderzoek. In het kort zou dit onderzoek duidelijkheid moeten geven over welke specifieke taken en verantwoordelijkheden er bij BD komen te liggen en welke bij de partnerorganisaties. Hier zal dan ook in duidelijk worden wat DG&J zelf op het gebied van Informatiebeveiliging structureel moet organiseren en wat bij BD komt te liggen. Omdat DG&J een hybride IV-landschap heeft en veel applicaties niet vanuit BD worden aangeboden moet DG&J op het gebied van Informatiebeveiliging dus ook zelf zaken structureel te organiseren. Voor het 'Bosland project', de tijdelijke afspraken voor 2026 en de hogere eisen omtrent informatiebeveiliging wordt in de deze risicoparagraaf een bedrag opgenomen van € 400.000. COVID-19 Het ministerie van VWS heeft met ingang van 2025 de vergoedingssystematiek voor COVID-19-vaccinaties gewijzigd naar een ‘prijs per prik’.
Dit betekent dat de vergoeding voor een GGD rechtstreeks afhankelijk is van het aantal toegediende vaccinaties binnen de eigen regio. De verwachting is dat de vergoeding per vaccinatie de komende jaren zal afnemen. De DG&J kent een aantal specifieke kenmerken waardoor de kosten per toegediende vaccinatie relatief hoog liggen ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Dit betreft onder andere de beperkte omvang van onze GGD, het ontbreken van een geïntegreerde JGZ-organisatie en de omvangrijke geografische spreiding binnen het werkgebied. Daarnaast wordt medio juli 2026 de Papendrechtsebrug (N3) voor een periode van negen maanden afgesloten vanwege renovatiewerkzaamheden. Deze afsluiting heeft aanzienlijke gevolgen voor de bereikbaarheid binnen de regio en maakt de huidige uitvoeringswijze van de vaccinatiecampagne niet langer efficiënt of haalbaar.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Soort product (rapport etc.)|
36
Dit leidt naar verwachting tot extra inzet van personeel, aanvullende logistieke maatregelen en hogere operationele kosten. Gecombineerd met de verwachte daling van de vergoeding per prik en onzekerheid over garantiestelling, voorziet de DG&J dat de COVID-19-vaccinatiecampagne in 2026 niet binnen de beschikbare vergoeding uitgevoerd kan worden. Het financiële risico voor 2026 wordt geraamd op € 400.000. Er ligt een voorstel voor het vormen van een bestemmingsreserve. Bij positieve besluitvorming tot instellen van een bestemmingsreserve wordt het risico hiermee verminderd. Organisatieontwikkeling en bedrijfsvoering Geconstateerd is dat op diverse vlakken organisatieontwikkeling nodig is en het verstandig is voorstellen voor verdere verbetering en borging van de bedrijfsvoering voor te bereiden. Denk daarbij bijvoorbeeld aan ontwikkelingen in de huisvesting (herinrichting KL-weg en incidentele kosten verhuizing JdW), vitaliteit, opleidingen, HRM, arbeidsmarktcommunicatie, MJP uitvoeringsbudget en verduurzaming en versterken van het medisch profiel. Inmiddels is een voorstel voor bekostiging van de onderdelen huisvesting, vitaliteit en HRM goedgekeurd. Omdat voor de overige onderdelen de impact nog onvoldoende helder is, is hiervoor een p.m.-post opgenomen in deze risicoparagraaf.
Psychosociale hulpverlening aan Oekraïners De psychosociale hulpverlening aan Oekraïners is met ingang van 2025 ondergebracht bij de DG&J. De bekostiging via 'Bekostigingsregeling eerste opvang ontheemden Oekraïne door Regionale openbare lichamen' loopt vooralsnog tot eind 2025. In juli 2025 is de Richtlijn tijdelijke bescherming (RTB) verlengd tot en met 4 maart 2027, waarmee de looptijd van de 'Bekostigingsregeling eerste opvang ontheemden Oekraïne door Regionale openbare lichamen' zal worden verlengd tot in ieder geval eind 2026. Bij beëindiging van de bekostiging moet overwogen worden of gemeenten de psychosociale hulpverlening willen continueren en zelf gaan uitvoeren. De kosten daarvoor bedragen circa € 300.000 tot € 400.000. Bij beëindiging van de taak zijn er mogelijk frictiekosten vanwege een vast contract met een medewerker voor circa € 110.000. Dit risico wordt zeer laag ingeschat omdat verwacht wordt dat de medewerker elders binnen DG&J kan worden ondergebracht. Terughalen taken door gemeenten Een deel van de gemeenten overweegt taken die bij de DG&J belegd zijn terug te nemen. Dit brengt risico's mee ten aanzien van de dekking van de overhead bij een teruglopend werkvolume alsmede risico's ten aanzien van het voorbestaan van functies, kennis en expertise. Er is reeds eerder besloten tot het weghalen van taken. De wegvallende dekking overhead bedraagt € 135.000.
Mogelijk gebeurt dit ook bij andere taken. Vooralsnog is het risico op € 200.000 gezet. Renteontwikkeling In de jaarstukken 2025 is een incidentele rentebate opgenomen, waarvan het structurele karakter onzeker is. Gezien het onzekere karakter is het vooralsnog niet mogelijk om met eventuele rentebaten in de (verdere) toekomst rekening te houden. Rentebaten kunnen als een positief risico worden voorzien, maar gezien het onzekere karakter is ook hiertoe is een p.m.-post opgenomen in deze risicoparagraaf. In de prognose in de 1e en 2e burap is overigens rekening gehouden de te verwachten renteopbrengsten voor 2025.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Soort product (rapport etc.)|
37
HR 21 In 2027 zal naar verwachting gestart worden met de implementatie van een nieuw functiewaarderingssysteem. De implementatie is gefaseerd en zal naar verwachting in 2027 starten en afgerond zijn in 2028. Dit is onderdeel van een Drechtsteden brede invoering. Hiermee zijn aanzienlijke implementatiekosten gemoeid en ervaringen elders wijzen op een structurele stijging van de loonkosten. De kosten van de implementatie en loonkostenstijging zijn nog niet bekend. Gelijktrekken arbeidsvoorwaarden inhuur met eigen personeel - IKB Door de wetgever zijn de eisen voor het gelijktrekken van arbeidsvoorwaarden inhuur en eigen personeel aangescherpt. Ook het IKB moet worden meegenomen. De impact hiervan zal de komende periode duidelijk worden. Opvolging medewerkers tevredenheidsonderzoek (MTO) Het medewerkers tevredenheidsonderzoek (MTO) is in september 2025 afgerond en in het laatste kwartaal van 2025 zijn de resultaten in de teams besproken. Resultaten die vanuit het MTO te verwachten zijn kunnen zich richten op de opleiding- en ontwikkelmogelijkheden van de medewerkers, maar ook de werkdruk, herstelbehoefte en vitaliteit kunnen om passende aanvullende maatregelen en acties leiden. Dit wordt in het eerste halfjaar van 2026 in kaart gebracht. Wet open overheid (Woo) De Wet open overheid (Woo) is op 1 mei 2022 ingegaan en vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).
De Woo verplicht overheden om belangrijke informatie uit eigen beweging (actief) openbaar te maken, in tegenstelling tot de Wob waar informatie pas werd gezocht na een verzoek. De komende jaren wordt de verplichting tot het actief openbaar maken van informatie gefaseerd ingevoerd. Vanaf 1 november 2024 zijn de eerste vijf categorieën verplicht openbaar te maken, waaronder 'wetten en algemeen verbindende voorschriften' en 'vergaderstukken van de Staten-Generaal'. De komende jaren zal er verdere gefaseerde invoering plaatsvinden en zullen er nog meer informatiecategorieën volgen, die via koninklijk besluit worden vastgesteld. Aangezien de DG&J een gemeenschappelijke regeling (GR) is zijn er voor GR’ n geen mogelijkheden om rechtsreeks subsidie aan te vragen bij het rijk onder de “subsidieregeling ondersteuning implementatie Woo”. De subsidieontvangers van deze subsidie betreffen de VNG, IPO en Unie van waterschappen en het waterschapshuis. DG&J probeert binnen de beschikbare middelen en resources de gefaseerde implementatie te realiseren maar kan op dit moment niet overzien of de gehele implementatie van de Woo binnen deze middelen kan plaatsvinden.
3.2 Financiële kengetallen Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bepaalt dat gemeenschappelijke regelingen een basis set van vijf financiële kengetallen moeten opnemen in de begroting en de jaarrekening. De schuldquota leningen, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte en weerstandsratio zijn voor DG&J van toepassing.
Netto schuldquote
Realisatie Begroting 2025 2026 -1,88% -0,76%
Begroting Begroting Begroting 2027 2028 2029 -1,19% -1,19% -1,22%
Begroting 2030 -1,29%
Netto schuldquote gec orrigeerd voor verstrekte leningen
-1,89%
-0,77%
-1,18%
-1,18%
-1,22%
-1,29%
Solvabiliteitsratio
11,96%
5,57%
3,96%
3,38%
3,15%
2,91%
Struc turele exploitatieruimte
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Weerstandsratio
0,8
0,7
0,5
0,4
0,4
0,4
Dienst Gezondheid & Jeugd | Soort product (rapport etc.)|
38
Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van GR DG&J ten opzichte van de eigen middelen. Een percentage tussen de 0% en 100% is voldoende. Een quote boven de 130% is een indicatie voor een te hoge schuld. De norm houdt in dat de netto schuldquote ruim onder de 130% dient te zijn wanneer zij voornemens is een grote investering te doen. DG&J heeft een netto schuldquote van 1,2% negatief. De verwachting is dat in 2027 DG&J geen schulden heeft. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft de mate aan in hoeverre het bezit is gefinancierd met eigen vermogen. Het ratio is de verhouding tussen het eigen vermogen en het balanstotaal en geeft aan in hoeverre het bezit op de balans is afbetaald. Normaal bevindt het solvabiliteitsratio van een gemeente zich tussen de 30% en 80%. DG&J heeft een ratio van 4,0%. Dit percentage laat zien dat DG&J voldoende middelen heeft om de schulden af te lossen, maar gezien het lage percentage er beperkte omvang van eigen vermogen is. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is een maatstaf voor het verschil tussen structurele baten en lasten met in achtneming van beperkingen en verruimingen van de exploitatie door dotatie en onttrekking aan reserves. De maatstaf geeft aan welke structurele ruimte DG&J heeft om de eigen lasten te dragen.
De DG&J kan de structurele lasten dekken uit de structurele inkomsten. Weerstandsratio De weerstandsratio geeft de verhouding aan tussen de risico's en het weerstandsvermogen van GR DG&J. Het weerstandsvermogen bestaat uit het totaal van de reserves, de post onvoorzien en de stille reserves. GR DG&J heeft geen post onvoorzien en stille reserves. Dit betekent dat de weerstandscapaciteit gelijk is aan de omvang van de reserves, ofwel € 1,3 miljoen. Gezien de financiële omvang van de risico's, 2,5 miljoen, leidt dit tot een weerstandsratio van ongeveer 0,5. Dit betekent dat DG&J beperkt ruimte heeft om onvoorziene risico's op te kunnen vangen.
3.3 Kapitaalgoederen DG&J heeft beperkte investeringen in gebouwen en installaties. Op de vaste activa wordt lineair afgeschreven. De jaarlijkse kapitaal- en onderhoudslasten zijn in de jaarstukken verwerkt. De GR DG&J heeft, anders dan kantoormeubilair en gebouw gebonden installaties, geen kapitaalgoederen.
3.4 Financiering In december 2022 is door het Algemeen Bestuur het financieringsstatuut vastgesteld. Dit financieringsstatuut vormt het kader voor beleid en uitvoering van de treasuryfunctie. De concrete uitvoering hiervan is belegd bij Bedrijfsvoering Drechtsteden. De Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) is huisbankier van DG&J.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Soort product (rapport etc.)|
39
Risicobeheer De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het treasurybeleid zijn de kasgeldlimiet, de renterisico’s en de kredietrisico’s. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is het bedrag wat DG&J per jaar maximaal met kort geld mag financieren. Volgens de Wet Fido bedraagt deze limiet 8,2% van het totaal van de exploitatiebegroting. Gezien de omvang van de begroting 2027, € 230 miljoen, mag DG&J haar financiële huishouding voor maximaal circa € 18,88 miljoen met kort geld financieren. De verwachting is dat DG&J ook in 2027 voldoende middelen zal hebben, waardoor geen kortlopende financiering nodig zal zijn. Renterisiconorm De renterisiconorm heeft tot doel om, binnen de portefeuille aan langlopende leningen, een overmatige afhankelijkheid van de rente in een zeker jaar te voorkomen. Om dat te bereiken mag het totaal aan renteherzieningen en aflossingen op grond van deze norm niet meer dan 20% zijn van het begrotingstotaal. De renterisiconorm van DG&J bedraagt voor 2027 € 46,0 miljoen. De verwachting zal zijn dat DG&J geen langlopende leningen zal aangaan in 2027. Financiering DG&J heeft begin 2016 de BNG Financieringsovereenkomst (krediet- en depotarrangement) ondertekend. Daarbinnen kan DG&J gebruik maken van kredietfaciliteiten. Vanwege een structurele overliquiditeit is het de verwachting dat geen kasgeldleningen zullen worden aangetrokken.
Schatkistbankieren Bij het verplicht schatkistbankieren mag DG&J een bedrag van 2% van het begrotingstotaal buiten de Schatkist houden, het zogenoemde drempelbedrag. Het drempelbedrag mag als gemiddeld creditbedrag per kwartaal niet overschreden worden. (bedragen x € 1.000)
Benutting drempelbedrag schatkistbankieren Begrotingstotaal Wettelijk percentage Drempelbedrag
230.240 2% 4.605
Rentelasten en renteresultaat Aangezien de verwachting is dat DG&J geen vreemd vermogen zal aantrekken, zal zij geen rente hoeven betalen. Door de liquiditeitspositie van DG&J, zal aan schatkistbankieren moeten worden gedaan. De ECB heeft in 2025 in meerdere stappen haar depositotarief verlaagd naar 2%. Het schatkistrentetarief ligt circa 0,1% onder het ECB-depositotarief. De verwachting voor 2027 is onzeker. Voor 2027 wordt een omslagrente van 0% gehanteerd.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Soort product (rapport etc.)|
40
3.5 Verbonden partijen Er is sprake van een verbonden partij als er bestuurlijk en financieel belang is waarbij de begrippen ‘bestuurlijk’ en ‘financieel’ in het BBV nader worden gedefinieerd. De DG&J heeft geen relatie met organisaties die aan deze definitie voldoen.
3.6 Bedrijfsvoering Omdat de jaarstukken 2025 en de begroting 2027 gelijktijdig worden opgesteld is ervoor gekozen om deze paragraaf zodanig op te stellen dat hierin zowel een terugblik als vooruitblik wordt gegeven op een aantal thema's die spelen op het onderdeel bedrijfsvoering. Daarmee wordt voor dit onderdeel een meer samenhangend beeld geschetst wat ook voor beide documenten benut kan worden. Organisatie en besturing De PIOFACH-taken zijn verdeeld over de 2 stafafdelingen waarbij de stafafdeling bedrijfsvoering verantwoordelijk is voor volgende gebieden: Personeel: beheer van personeelszaken. Informatie: informatievoorziening en -beheer. Organisatie: structurering en organisatie van processen. Automatisering: technologische ondersteuning en automatisering van processen. Communicatie: interne en externe communicatie. Huisvesting: beheer van fysieke ruimtes en faciliteiten. De stafafdeling Control is verantwoordelijk voor: Financiën: financieel beheer en administratie, control en verantwoording Juridisch: juridische zaken/advies, de Functionaris Gegevensbescherming (FG) , Privacy Officer (PO) Kwaliteit: sturing op kwaliteitsinstrumenten en HKZ-certificering Geconstateerd is dat op diverse vlakken organisatieontwikkeling nodig is en het verstandig is voorstellen voor verdere verbetering en borging van de bedrijfsvoering voor te bereiden.
Denk daarbij bijvoorbeeld aan ontwikkelingen in de huisvesting, vitaliteit, opleidingen, HRM, arbeidsmarktcommunicatie, MJP en verduurzaming en versterken van het medisch profiel. Personeel en organisatie (taakveld 0.4) De rechtspositie en bezoldiging van de werknemers van de dienst wordt, zoals opgenomen in de Gemeenschappelijke Regeling, bepaald door de regels welke zijn of zullen worden vastgesteld voor de werknemers in dienst van de gemeente Dordrecht, tenzij het Dagelijks Bestuur zelf voorziet in (onderdelen van) de rechtspositie en bezoldiging. In 2025 is een nieuw werving en selectiebeleid en een integriteitsbeleid geïmplementeerd. Verder is een meerjarig vitaliteitsplan opgesteld en in uitvoering gebracht, waarbij wordt ingezet op duurzame inzetbaarheid van medewerkers. Het medewerkers tevredenheidsonderzoek (MTO) is in september 2025 afgerond en de uitkomsten zijn in het laatste kwartaal van 2025 in de organisatie verder besproken en geduid.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Soort product (rapport etc.)|
41
Wat gaat goed: Beoordeling van het functioneren scoort positiever dan gemiddeld, over algemeen duidelijke procedure en weten medewerkers waarop ze beoordeeld worden. De ‘zachte kant’ van leiderschap scoort hoog. Vitaliteit en werk-privé balans scoren ondanks hoge werkdruk, hoger dan gemiddeld. Wat zijn aandachtspunten: Werkdruk is een aandachtspunt binnen meerdere domeinen en teams. Kritisch op ‘harde kant’ leiderschap en ontwikkeling binnen de organisatie. Medewerkers kritisch op werkgeverschap en vooral op visie en talentmanagement. Binnen de domeinen en teams zijn deze conclusies mogelijk (deels) anders. De regionale vervoersregeling zal in 2026 worden geïmplementeerd. In 2027 zal naar verwachting gestart worden met de implementatie van een nieuw functiewaarderingssysteem HR21. Dit is onderdeel van een Drechtsteden brede invoering. Hiermee zijn aanzienlijke implementatiekosten gemoeid en ervaringen elders wijzen op een structurele stijging van de loonkosten. De kosten van de implementatie en loonkostenstijging zijn nog niet bekend. Op 1 januari 2025 waren 349 medewerkers aan het werk bij DG&J (waarvan 72 inhuur), op 31 december 2025 waren dat 398 medewerkers (waarvan 76 inhuur). In totaal zijn in 2025 538 medewerkers werkzaam geweest voor DG&J, waarvan 337 op arbeidsovereenkomst (63%) en 181 op inhuurbasis (34%) (en 20 stagiaires). T.o.v.
2024 is het aandeel inhuur bij DG&J gedaald, de verdeling arbeidsovereenkomst/inhuur was toen respectievelijk 58% en 39%. Dit zien we terug in de kosten, in totaal waren de inhuurkosten in 2025 € 5,6 miljoen (t.o.v. € 8,1 miljoen in 2024). Van het aantal medewerkers is 78% vrouw en 22% man (in 2024 was dit 79%/21%). In 2025 is een stijging te zien in het ziekteverzuim. Het verzuimpercentage blijft in 2025 boven de doelstelling van 5%. Bij de DG&J is hier voortdurend aandacht voor en in nauwe samenwerking met de arbodienst wordt steeds bijgestuurd om het ziekteverzuim verder te verminderen. Met Vitaal DG&J wordt het preventief aanbod verder versterkt op de vijf thema's Vitaal DG&J.
Verzuim% DG&J (voortschrijdend) 8,00% 7,00%
7,49% 7,01% 7,28% 6,77% 6,72% 6,68% 6,57% 6,39% 6,33% 6,40% 6,45% 6,46%
6,00% 5,00% 4,00% 3,00% 2,00% 1,00% 0,00% Jan '25 feb'25 Mrt'25 Apr'25 Mei'25 Jun'25 Jul'25 Aug'25 Sept Okt '25 Nov '25 Dec'25 '25 Target (5%)
DG&J
Dienst Gezondheid & Jeugd | Soort product (rapport etc.)|
42
Verzuim% DG&J (per maand) 12,00% 10,00% 8,00%
7,43%
9,33%
8,50% 6,95%
6,23% 6,52% 6,40% 6,57%
6,00%
10,32%
9,48%
6,82% 5,64%
4,00% 2,00% 0,00% Jan '25 feb'25 Mrt'25 Apr'25 Mei'25 Jun'25 Jul'25 Aug'25 Sept Okt '25 Nov '25 Dec'25 '25 DG&J
ICT en informatiebeveiliging De continuïteit van de ICT-voorzieningen was in 2025 gewaarborgd. In de komende periode wordt ingezet op verdere digitalisering en versterking van de informatiebeveiliging, met aandacht voor cyberweerbaarheid. DG&J dient te voldoen aan de NEN7510 norm en heeft als doel om NEN7510 compliant te zijn. Er zijn in 2025 significante stappen gemaakt m.b.t. de implementatie en dat heeft geresulteerd in een eerste nulmeting. In 2026 zullen de restpunten worden opgepakt waarna de Europese NIS2 richtlijn wordt geïmplementeerd. Dit zijn geen eenmalige inspanningen. Gezien de ontwikkelingen op dit gebied zal er naar verwachting de komende jaren meer geïnvesteerd moeten worden in de informatiebeveiliging. In 2025 is het verbeterprogramma DIV uitgevoerd. Dit verbeterprogramma heeft ervoor gezorgd dat het klant zaak systeem opnieuw is ingericht, gebruikers aanvullend zijn getraind en het achterstallig onderhoud van registraties is bijgewerkt. Tevens zijn de adviezen van de archiefinspecteur opgepakt waaronder het op orde brengen van het fysiek archief en de implementatie van een documentair structuurplan (DSP). De implementatie van het DSP loopt in 2026 nog door. Het verbeterplan DIV zal naar verwachting eind Q2 worden afgerond. In 2025 zijn de voorbereidingen gestart voor de migratie naar een nieuw regionaal dataplatform.
De implementatie zal hiervan medio 2026 zijn afgerond. Huisvesting en facilitaire zaken De DG&J maakt gebruik van meerdere locaties binnen de regio. Het nieuwe huurcontract van de Johan de Witt locatie is per 1-9-2025 ingegaan en de looptijd is hiermee gelijk getrokken met de looptijd van de Karel Lotsyweg namelijk december 2030. Nu duidelijk is dat deze organisatie onderdelen hier minimaal tot eind 2030 gehuisvest blijven kunnen er weer plannen worden gemaakt voor het uitgestelde en noodzakelijk onderhoud en herinrichting. Ook op de Karel Lotsyweg is behoefte aan herinrichting van het kantoorgebouw. Het terugbrengen van basisfaciliteiten zoals kantine, ontmoetingsruimte en het creëren van een rustige werkomgeving is noodzakelijk gebleken. Eind 2025 is gestart met de voorbereidingen voor de herinrichting van de Johan de Witt locatie. Met de herinrichting wordt het achterstallig onderhoud aangepakt en een nieuwe indeling plaats van de kantoor en vergaderruimtes. De verwachting is dat de uitvoering
Dienst Gezondheid & Jeugd | Soort product (rapport etc.)|
43
ervan medio 2026 is afgerond. Voor de herinrichting van de Karel Lotsyweg zal in 2026 gestart worden met als streven om de plannen eind 2026 te hebben uitgevoerd. Bij de herinrichtingsplannen worden vitaliteit, duurzaamheid en de resultaten vanuit het MTO meegenomen.
3.7 Rechtmatigheid In de paragraaf bedrijfsvoering bij de jaarstukken wordt een toelichting op alle afwijkingen in rechtmatigheid opgenomen van het afgelopen jaar en eventueel welke maatregelen worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen. De begroting 2027 gaat over de baten en lasten over 2027 en de afwijkingen in rechtmatigheid worden toegelicht in de jaarstukken van 2027. In de jaarstukken legt het Dagelijks Bestuur verantwoording af over de rechtmatigheid. Er wordt hierbij getoetst op drie criteria: Begrotingscriterium; Voorwaardencriterium; M&O criterium. De verantwoording door het Dagelijks Bestuur wordt afgelegd via de rechtmatigheidsverantwoording. Begrotingscriterium In het kader van het budgetrecht wordt getoetst of begrotingsafwijkingen en met name overschrijdingen door het bestuur zijn geautoriseerd. Alle afwijkingen van over- en onderschrijding van de begrotingen worden toegelicht in de jaarrekening boven de grens van € 100.000 (financiële verordening) en worden als onrechtmatig beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: 1. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. 2. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. 3. De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage.
Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van het Algemeen Bestuur, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording maar niet nader worden toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. Waarbij onder bestaand beleid wordt verstaan het beleid zoals dit is opgenomen in de begroting. Onderschrijdingen van lasten of investeringsprojecten, en/of onderschrijding en/of overschrijding van de baten ten opzichte van de begroting worden als tijdige melding aangemerkt als deze gemeld en toegelicht worden in de jaarstukken of bestuursrapportage. Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn
Dienst Gezondheid & Jeugd | Soort product (rapport etc.)|
44
aangemerkt indien ze niet tot een begrotingswijziging hebben geleid of niet tijdig aan de raad zijn gemeld. Voorwaardencriterium Bij dit criterium gaat het erom of bepalingen in wet- en regelgeving worden nageleefd. Voor de rechtmatigheidscontrole zijn met name gestelde voorwaarden, die betrekking hebben op recht, hoogte en duur van belang. Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals opgenomen in de controleprotocol GR DG&J. Middels een interne controleplan en interne controle werkzaamheden worden de normen getoetst. Hierbij wordt onder andere de juiste toepassing van de Europese aanbestedingsrichtlijnen gecontroleerd. Deze controle bestaat uit een controle van grote contracten (high value items) en een steekproef op de resterende contracten (restmassa). M&O criterium Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen. Het dagelijks bestuur zorgt voor en legt vast de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen. DG&J heeft sinds 2025 een formeel vastgelegd M&O beleid.
Dit document betreft een overkoepelend beleid met daarin opgenomen de algemene uitgangspunten, risico’s, maatregelen ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik. Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen. Het M&O-beleid voorziet in dit rechtmatigheidscriterium. DG&J moet M&O betrekken in haar rechtmatigheidscontroles en de accountant zal nagaan of DG&J over voldoende en toereikende interne procedures beschikt die opzettelijk misbruik en oneigenlijk gebruik zoveel mogelijk ondervangen of voorkomen welke extern gericht is. Dit beleid is erop gericht M&O te voorkomen, te beperken en tijdig te ontdekken. Hiervoor wordt een mix van maatregelen ingesteld. De intensiteit van deze maatregelen hangt af van de omvang van het risico en kan dus verschillen per beleidsterrein. Het dagelijks bestuur stelt de M&O-beleid vast en stelt de rechtmatigheidsverantwoording vast in de begroting en jaarstukken. Het dagelijks bestuur evalueert het M&O-beleid en stelt zo nodig bij. Ontwikkelingen 2026 Op het vlak van rechtmatigheid en fraudebestrijding zal SOJ in 2026 rechtmatigheidsonderzoeken uitvoeren bij zorgaanbieders om onrechtmatige declaraties te toetsen.
Voor de rechtmatigheidsverantwoording is in nauwe afstemming met de externe accountant een uitgebreid intern controleplan opgesteld en een normenkader vastgesteld. Daarnaast rapporteert de concerncontroller twee keer per jaar
Dienst Gezondheid & Jeugd | Soort product (rapport etc.)|
45
over de mate DG&J rechtmatig gehandeld heeft. De financial controllers voeren de verbijzonderde controles uit, delen de resultaten met de concerncontroller en tweemaal per jaar met het MT. In de bestuursrapportage rapporteert de financial controller over de stand van zaken wat betreft de rechtmatigheidsverantwoording. Daarnaast stelt de financial controller bij het opstellen van de jaarrekening de rechtmatigheidsverantwoording op. Indien nodig vindt jaarlijks op basis van de dan bekende risico’s en beheersmaatregelen een bijstelling plaats van het intern controleplan.
3.8 Openbaarheidsparagraaf In artikel 3.5 (Openbaarheidsparagraaf) van de Wet open overheid (Woo) wordt voorgeschreven dat bestuursorganen in de jaarlijkse begroting aandacht besteden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van deze wet en in de jaarlijkse verantwoording verslag doen van de uitvoering ervan, mede in relatie tot de beleidsvoornemens. Met dit artikel is beoogd een impuls te geven aan de actieve openbaarheid door voor te schrijven dat bestuursorganen in hun begroting en verantwoordingsverslag aan moeten geven hoe zij rekening houden met de bepalingen uit de Woo. De openbaarheidsparagraaf Woo moet in de begroting en jaarstukken worden opgenomen via een afzonderlijke paragraaf, zoals de in artikelen 9 en 26 van het BBV genoemde paragrafen. Deze verplichting geldt reeds sinds de jaarstukken 2022. De Wet open overheid (Woo) is op 1 mei 2022 in werking getreden. Het doel van de Woo is overheden transparanter te maken. De Woo-contactpersoon is een rol die sinds 1 mei 2022 wordt uitgevoerd. De Woocontactpersoon beantwoordt op laagdrempelige wijze vragen over de bij de DG&J beschikbare informatie. In de organisatie is de juridisch adviseur als Woo-contactpersoon aangewezen. Voor de beoordeling en afhandeling van concrete verzoeken wordt nauw samengewerkt met het Juridisch Kenniscentrum (JKC) van Bedrijfsvoering Drechtsteden.
De Woo-contactpersoon coördineert en bewaakt ook de afhandeling van de ingediende verzoeken. Verschillende medewerkers hebben aanvullende expertise op de uitvoering van de Woo, dat geldt bijvoorbeeld voor de Functionaris Gegevensbescherming en de functionaris verantwoordelijk voor informatiebeveiliging. Ook wordt samengewerkt met andere GGD'en en GGD GHOR Nederland bij de afhandeling van Woo-verzoeken als die aan meerdere GGD'en gelijktijdig worden gedaan. Veel meer dan de Wob legt de Woo de nadruk op actieve openbaarmaking. Actieve openbaarmaking betreft het uit eigen beweging (digitaal) publiceren van informatie. De Woo stelt de verplichting om gespecificeerde informatiecategorieën openbaar te maken. Deze verplichting zal echter niet voor alle categorieën tegelijk gaan gelden. Een en ander wordt gefaseerd ingevoerd. Met ingang van 1 november 2024 is tranche 0 in werking getreden. Veel documenten uit de eerste fase zijn al actief bekendgemaakt, zoals gegevens over de organisatie en stukken van het algemeen bestuur, etc. Op de website dienen de bereikbaarheidsgegevens nog verder te worden aangevuld. De precieze fasering van de volgende tranches is op dit moment nog niet bekend.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Soort product (rapport etc.)|
46
Er wordt actief deelgenomen aan de regionale werkgroep omtrent de Woo. Ook is er intern de projectgroep Woo die zich bezighoudt met de vereisten die geïmplementeerd moeten worden bij de DG&J. Actieve openbaarmaking van beschikkingen wordt op enig moment ook verplicht, maar dat zal naar verwachting nog enkele jaren duren. Volledige implementatie van de Woo vergt investeringen in de informatiehuishouding van de DG&J. Op dit moment werkt de DG&J aan de aanschaf en implementatie van een anonimiseringtool van Octobox. Met deze tool is het mogelijk om documenten te ontdoen van gegevens die op grond van de Woo uitgezonderd zijn van bekendmaking. Verwachting is dat deze oplossing uiterlijk Q2 2026 in gebruik is genomen. De Woo verplicht dat de digitale informatiehuishouding binnen zes jaar op orde moet zijn. In een 'groeimodel' zullen wij in de komende jaren uitvoering geven aan de eisen van de Woo. DG&J is gestart met het organisatiebreed implementeren van het archiefsysteem, zodat documenten voor bij de uitvoering van de Woo betrokken functionarissen toegankelijk zijn. In 2025 ontving de DGJ drie verzoeken op grond van de Woo en twee zienswijze verzoeken op grond van de Woo.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Soort product (rapport etc.)|
47
4 Financiële begroting Om inzicht te krijgen in de financiële positie van GR DG&J wordt in dit hoofdstuk een nadere toelichting van de financiële positie gegeven. Als eerste zal een meerjarig beeld worden weergegeven van de baten en lasten per organisatieonderdeel. Vervolgens zullen aantal financiële aspecten (conform BBV-voorschrift) nader worden uitgelicht. Hierbij moet gedacht worden aan incidentele baten en lasten, investeringen en het EMU-saldo. Tot slot wordt de begroting naar taakveld gepresenteerd.
4.1 Overzicht van baten en lasten In deze paragraaf wordt het overzicht van baten en lasten voor zowel het jaar 2025 (realisatie), het begrotingsjaar 2026, als de jaren 2027-2030 gepresenteerd. Voor het begrotingsjaar 2026 betreft het de begroting met inbegrip van de daarna vastgestelde wijzigingen (o.a. SOJ bijstelling jeugdigen en JGZ/RVP). In onderstaande overzichten is de meerjarenraming per organisatieonderdeel weergegeven. In de overzichten daarna is de meerjarenraming per programma en product voor de jaren 2028-2030 weergegeven. (bedragen x € 1.000) Realisatie 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
GGD Baten
31.064
27.810
28.646
28.283
28.283
28.283
Lasten
29.743
27.924
28.765
28.402
28.283
28.283
Geraam d saldo v an baten en lasten
1.321
- 114
-119
-119
0
0
0
114
119
119
0
0
Geraam d resultaat
1.321
0
0
-0
0
0
Baten
8.624
8.830
8.788
8.240
8.240
8.240
Lasten
8.467
8.830
8.788
8.240
8.240
8.240
Geraam d saldo v an baten en lasten
157
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
157
0
0
0
0
0
Mutaties reserves
Veilig Thuis
Mutaties reserves Geraam d resultaat
Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten Baten
3.342
3.282
3.267
3.267
3.267
3.267
Lasten
4.118
3.282
3.267
3.267
3.267
3.267
Geraam d saldo v an baten en lasten
-777
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
-777
0
0
0
0
0
Mutaties reserves Geraam d resultaat
Serviceorganisatie Jeugd Baten
157.906
175.548
173.691
173.423
173.423
Lasten
157.906
175.548
173.691
173.423
173.423
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Geraam d saldo v an baten en lasten
0
Mutaties reserves Geraam d resultaat
0
Algem ene dekkingsm iddelen Algemene dekkingsmiddelen Treasury
953
283
283
283
283
283
Overige baten en lasten
7.883
13.285
13.282
13.240
13.240
13.240
Totaal baten Alg. dekk.
8.836
13.568
13.565
13.523
13.523
13.523
Overhead
8.646
13.568
13.872
13.603