240 Smart Delta Drechtsteden - Uitnodiging Raadsdialoog 17 juni 2026.pdf
Tekst van het document
15
B. Opgave: Drechtstedenring van OV en Hubs Hoe je je verplaatst bepaalt je dagelijks leven: of je op tijd op je werk bent, of je kinderen zelfstandig naar school kunnen, hoe makkelijk je bij de huisarts of het ziekenhuis komt. In de Drechtsteden staat die dagelijkse bereikbaarheid onder druk, en dat merken inwoners, ondernemers en bezoekers elke dag.
Huidige situatie De bereikbaarheid van de Drechtsteden staat structureel onder druk. De A15, A16 en A27 behoren tot de drukste wegen van Nederland en de files nemen tot 2035 verder toe mede door grootschalig onderhoud aan het hoofdwegennet van Rijkswaterstaat. De files kosten niet alleen tijd, ze kosten ook gezondheid. De Drechtsteden behoren tot de 15% slechtst scorende gebieden op fijnstof. Kinderen groeien op langs snelwegen die meer uitstoot produceren dan nodig is, omdat er geen goed alternatief is voor de auto. Want dat alternatief ontbreekt grotendeels. Openbaar Vervoer heeft naast een te lage frequentie niet overal een snelle en directe aansluiting. Gemeenten als Alblasserdam en Papendrecht zijn onvoldoende (direct) aangesloten op het regionale treinnetwerk. Wie geen auto heeft, of er geen tweede kan betalen, is aangewezen op verbindingen die niet aansluiten op werktijden, schooltijden of zorgtijden. De rivieren, het meest kenmerkende landschapselement van de Drechtsteden, werken nu vooral als barrière in plaats van als verbinding. Nog geen 45% van de inwoners beweegt voldoende; een aantrekkelijk en veilig fietsnetwerk zou daar direct een positieve bijdrage aan kunnen leveren.
Doorbraakprojecten Doorbraakproject 3: Realiseren van hubs en betrouwbaar OV-aanbod. Doorbraakproject 4: Realiseren snelfietspaden F15 en F16 (MFR)
Gewenste situatie Een samenhangend mobiliteitssysteem dat niet primair uitgaat van de auto en hiermee de wegen ontlast, alle gemeenten met elkaar verbindt en de regio betere bereikbaarheid biedt. Dat betekent dat er een geïntegreerd multimodaal systeem van twee ringen is. De externe ring vormt een netwerk van mobiliteitshubs langs de A15, A16, A27 en N3 voor een snelle overstap naar fiets, hoogwaardig OV en deelmobiliteit. De interne ring verbindt alle regiogemeenten onderling via fiets, trein, bus en waterbus. Stationsgebieden en haltes worden maximaal benut voor verdichting met woningen en werkplekken, met lage(re) parkeernormen om OV-gebruik te stimuleren. Zo ontstaat een fijnmazig netwerk dat de wegen ontlast en de regio zowel intern als extern bereikbaar houdt.
16
Doorbraakproject 3: Realiseren van hubs en betrouwbaar OV-aanbod Kern van het doorbraakproject De Drechtstedenring bestaat nog niet als samenhangend systeem. Haltes voldoen nog niet aan de eisen, P+R-locaties ontbreken op cruciale plekken en de overstap tussen auto, fiets, bus en trein via hubs is op veel plekken onvoldoende aanwezig of onaantrekkelijk. Zolang het OV geen samenhangend geheel is, blijft de auto de standaardkeuze, ook voor ritten die prima met fiets en OV kunnen. De doorbraak bestaat uit het neerzetten van de eerste schakels van de Drechtstedenring: opgewaardeerde haltes en hubs waar verschillende vervoersmiddelen naadloos op elkaar aansluiten, nieuwe P+R-voorzieningen op strategische plekken en een logistieke hub die regionale OV-lijnen met elkaar verbindt. We richten ons daarbij nadrukkelijk ook op de noordwestelijke Drechtsteden, waar de ontsluiting nu het meest achterblijft.8 Wat dit doorbraakproject oplevert •
•
•
•
Sneller en makkelijker reizen. Inwoners kunnen vanuit elke gemeente met een betrouwbare combinatie van fiets, trein of (water)bus naar werk, school of zorg, zonder dat de dienstregeling een puzzel is. Een serieus alternatief tijdens de wegwerkzaamheden en daarna. Tot 2035 wordt er grootschalig onderhoud gepleegd aan de Rijkswegen. De hubs en het verbeterde OV-aanbod bieden een robuust alternatief dat voorkomt dat de regio vastloopt én draagt bij aan de gewenste mobiliteitstransitie. Woningbouw mogelijk maken. Door het OV op te waarderen en knooppunten beter bereikbaar te maken kan er gebouwd worden met lagere parkeernormen. Dat maakt woningbouw in stedelijke inbreidingslocaties mogelijk en biedt ruimte voor een kwalitatieve buitenruimte. Gezondere lucht en meer beweging. Minder autoverkeer betekent minder uitstoot. Betere overstappunten op fietsroutes nodigen uit tot actief vervoer. Beide dragen direct bij aan de gezondheid van inwoners.
Hoe en met wie we het aanpakken We investeren in drie samenhangende sporen: a. Opwaardering van bestaande haltes en hubs. Aantrekkelijker, veiliger en beter ingericht voor overstap tussen vervoersmiddelen, gekoppeld aan de doorfietsroutes F15 en de Metropolitane Fietsroute (F16). b. Nieuwe P+R locaties en hubs. We kijken hoe we realisatie van nieuwe P+Rvoorzieningen voor elkaar kunnen krijgen in Hardinxveld-Giessendam, Ridderkerk en Gorinchem, en een OV hub in Gorinchem-West die de snelle busverbinding (BRT) op de A27 verbindt met de MerwedeLingelijn. c. Verkenning van nieuwe knooppunten. Onderzoek naar kansrijke locaties voor mobiliteitshubs en stations en de mogelijkheid dit te koppelen aan de onderzoeken
Dit doorbraakproject versterkt direct de spoorzones (doorbraakprojecten 6 en 7): betere bereikbaarheid maakt verdichting rond stations haalbaar. Het werkt ook samen met de snelfietspaden (doorbraakproject 4): hubs zijn de knooppunten waar fietsroutes en OV-lijnen samenkomen. En het ondersteunt de maritieme clusters (doorbraakproject 8): betere bereikbaarheid helpt bedrijven om personeel aan te trekken en vast te houden. 8
17
naar een alternatief (voor het) waterbusconcept. Dit met bijzondere aandacht voor de ontsluiting van de noordwestelijke Drechtsteden. Onze partners hierbij zijn de verschillende Drechtstedengemeenten, de provincie ZuidHolland, de MRDH, vervoerders (zoals Riveer) en Rijkswaterstaat. Ook de werkgeversorganisaties Werkgevers Drechtsteden en de Federatie en de lokale ondernemersfondsen zijn onmisbare partners Bijdrage aan lokale, provinciale en nationale programma’s •
• •
Lokaal: Ondersteunt gemeentelijke omgevingsvisies en mobiliteitsprogramma’s . Maakt woningbouwlocaties rond stations en haltes haalbaar door regionale bereikbaarheid te garanderen, bijvoorbeeld door het borgen van fiets- en P+R voorzieningen bij knooppunten. S luit bovendien direct aan bij de inzet van werkgeversorganisaties en ondernemersfondsen, die zich actief inzetten voor de bereikbaarheid van bedrijventerreinen en economische toplocaties. Provinciaal: Sluit direct aan bij de ambities van het programma Zuid-Holland Bereikbaar en de provinciale inzet op knooppuntontwikkeling en OV-verbetering. Nationaal: Draagt bij aan de doelstellingen voor duurzame mobiliteit, het Nationaal Toekomstbeeld Fiets. De Drechtstedenring kan fungeren als voorbeeldproject voor multimodale bereikbaarheid in middelgrote regionale netwerken.
Doorbraakproject 4: Realiseren van snelfietspaden F15 en F16 als volwaardig regionaal alternatief voor de auto Kern van het doorbraakproject Steeds meer inwoners willen om diverse redenen fietsen, naar werk, naar school, naar het station. Maar in de Drechtsteden ontbreekt een aaneengesloten, veilige en comfortabele regionale fietsroute. Ontbrekende schakels, onveilige kruisingen met open afritten en trajecten die doodlopen maken de fiets nog geen serieus alternatief voor de auto op regionale afstanden. De doorbraak bestaat uit het compleet maken van de snelfietspaden F15 en F16, zodat een hoogwaardige fietsverbinding ontstaat die alle acht Drechtstedengemeenten met elkaar verbindt én aansluit op Rotterdam. Dat is geen luxeproject, het is een basisvoorziening voor een regio die minder afhankelijk wil zijn van overbelaste snelwegen.9 Wat dit doorbraakproject oplevert •
•
Een volwaardig regionaal fietsnetwerk. Twee doorlopende snelfietsroutes die alle gemeenten verbinden. De F15 van oost naar west en de F16 van zuid naar noord, met aansluiting op Rotterdam. Minder auto’s op de weg en dus betere luchtkwaliteit. Elke forens die overstapt van auto naar fiets verlicht de druk op de A15 en A16 en verbetert de lucht voor iedereen.
De snelfietspaden hangen direct samen met doorbraakproject 3 (hubs en OV): de fietsroutes voeden de hubs en stations, en de hubs maken de fiets aantrekkelijker door goede stallingen en overstapvoorzieningen. Ze versterken ook het Landschapspark Albert Cuyp (doorbraakproject 5): fietsroutes langs de rivieren en door het groen combineren mobiliteit met recreatie en leefkwaliteit. 9
18
•
•
•
Goedkoper en gezonder. Fietsen bespaart huishoudens reiskosten en draagt direct bij aan gezondheid en welzijn. Bij nog geen 45% voldoende bewegende inwoners is dat geen bijzaak. Woningbouw met lagere parkeernormen. Goede fietsverbindingen naar stations en voorzieningen maken het mogelijk om bij nieuwe woningbouwlocaties minder parkeerplaatsen te eisen. Dat maakt bouwen goedkoper en wijken leefbaarder. Verbinding tussen gemeenten. De snelfietspaden zijn fysieke verbinders: ze maken van acht losse gemeenten één samenhangende regio op fietsafstand
Hoe en met wie we het aanpakken We werken aan twee routes tegelijk, met focus op de ontbrekende schakels. a. F15 (van oost naar west) Voor de F15 gaat het om het afronden van de ontbrekende delen in Hardinxveld-Giessendam, het verbeteren van de op- en afritten van de A15 en het veilig ontvlechten van auto- en fietsverkeer in Alblasserdam. b. Voor de F16 (zuid-noord richting Rotterdam) gaat het om het opwaarderen van de verbinding via Zwijndrecht, Hendrik-Ido-Ambacht en Dordrecht richting Rotterdam, inclusief verkenningen naar een zelfstandige fietsbrug over de Noord en een doorfietsroute tussen Papendrecht en Dordrecht via een opgewaarde verbinding (parallel) aan de Merwedebrug (N3). Partners bij het realiseren van het fietsnetwerk zijn de gemeenten, provincie ZuidHolland, WSRL, de MRDH en Rijkswaterstaat. Bijdrage aan lokale, provinciale en nationale programma’s •
• •
Lokaal: Ondersteunt gemeentelijke fietsplannen en verkeersveiligheidsambities. Inwoners krijgen een veilige fietsroute door de regio naar werk en station, en nieuwe wijken kunnen met minder parkeerplaatsen worden gebouwd. Provinciaal: Past in het provinciale fietsnetwerk en de ambitie om de fiets als volwaardig vervoermiddel op regionale afstanden te positioneren. Nationaal: Draagt bij aan het Nationaal Toekomstbeeld Fiets en de nationale doelstellingen voor gezondheid en luchtkwaliteit. De F15 en F16 kunnen als voorbeeld dienen voor snelfietsroutes in andere middelgrote regio's.
19
C. Opgave: Het Regionaal Landschapspark Albert Cuyp Hoe gezond je bent, hangt niet alleen af van je leefstijl. Het hangt af van de lucht die je inademt, het groen om de hoek, de schaduw in je straat op een hete zomerdag, de plek waar je kind buiten speelt. Een gezonde leefomgeving is geen luxe, het is de bodem waarop alles rust. Op die bodem bouwen we woningen, laten we kinderen opgroeien, worden we oud. Als die bodem niet deugt, merkt iedereen dat.
Huidige situatie Het rivierenlandschap van de Drechtsteden is uniek maar kwaliteit van de leefomgeving staat zwaar onder druk. Vier Drechtstedengemeenten staan in de landelijke top-20 van meest vervuilde gemeenten, met Papendrecht op plek 6, HendrikIdo-Ambacht op plek 10, Alblasserdam op plek 12 en Gorinchem op plek 20. In Dordrecht liggen de stikstof- en fijnstofconcentraties bijna twee keer zo hoog als de WHO-norm. Kinderen die opgroeien in lucht met meer stikstofdioxide ontwikkelen 10 tot 20% vaker astma. In Dordrecht heeft ruim de helft van de inwoners overgewicht en beweegt slechts 45% van de volwassenen voldoende. Groene structuren zijn versnipperd en sluiten slecht aan op woongebieden, terwijl barrières als de A15, A16, A27, de Betuwelijn en het rangeerterrein Kijfhoek de verbinding tussen steden en omliggend landschap blokkeren. Een groot deel van de wijken kent weinig groen en is gevoelig voor hittestress en wateroverlast. De PFAS-verontreiniging van Chemours zet natuur en oevers extra onder druk.
Doorbraakprojecten Doorbraakproject 5: Het creëren van een klimaatbestendig, gezond en verbonden groenblauw netwerk
Gewenste situatie Een samenhangend, klimaatbestendig en openbaar toegankelijk doorlopend groenblauw netwerk dat de oevers via steden en dorpen verbindt met de omringende nationale landschappen en parken, waaronder De Biesbosch, Kinderdijk en het Groene Hart. Waterveiligheid, bodemdaling en getijdennatuur worden gecombineerd met groene dooradering in de bebouwde omgeving. Meer groen in wijken verbetert de luchtkwaliteit, vermindert hittestress en nodigt uit tot bewegen, wat direct bijdraagt aan de gezondheid van inwoners. Nieuwe ontwikkelingen dragen actief bij aan klimaatadaptatie via de 3-30-300 regel: drie bomen zichtbaar vanuit elk pand, 30% schaduw in de straat en maximaal 300 meter tot het dichtstbijzijnde park.
20
Doorbraakproject 5: Het creëren van een klimaatbestendig, gezond en verbonden groenblauw netwerk Kern van het doorbraakproject De Drechtsteden liggen in een van de mooiste rivierenlandschappen van Nederland, met de Biesbosch, Kinderdijk en het Groene Hart op fietsafstand. Maar voor veel inwoners is dat landschap onbereikbaar. Snelwegen, spoorlijnen en industrieterreinen blokkeren de verbinding tussen wijk en natuur. Groene plekken liggen als eilandjes in een zee van verharding. En de groene ruimte die er is, is te vaak niet ingericht op de toekomst: te weinig waterberging, te weinig schaduw, te weinig biodiversiteit. De doorbraak bestaat uit het verbinden van die eilandjes tot één samenhangend netwerk. Niet door overal nieuw groen aan te leggen, maar door bestaande structuren slim te koppelen, barrières te doorbreken en vanuit concrete projecten het landschap de wijken in te trekken. Zo ontstaat het raamwerk van het Landschapspark Albert Cuyp: een regionaal park dat geen hek heeft, maar een netwerk is: van oever tot wijk, van dijk tot binnenstad.10 Wat dit doorbraakproject oplevert •
•
•
•
•
Groenere en gezondere wijken. Meer bomen, meer schaduw, meer plekken om te bewegen en te ontspannen. Direct voelbaar voor inwoners die nu in wijken wonen met te weinig groen en te veel hitte. Betere luchtkwaliteit. Groenstructuren filteren fijnstof en verkoelen de lucht. In een regio die tot de meest vervuilde van Nederland behoort, is elke groene verbinding een investering in gezondheid. Klimaatbestendigheid. Het groenblauwe netwerk is tegelijk een watermachine: het vangt regenwater op bij hoosbuien, bergt water bij hoog rivierwater en koelt wijken bij hitte. Dat beschermt woningen, bedrijven en infrastructuur, nu en in de toekomst. Toegankelijk landschap. De rivieroevers, dijken en polders worden beter bereikbaar voor wandelen, fietsen, sporten en recreëren. Het unieke landschap van de Drechtsteden wordt een dagelijkse beleving in plaats van een vergezicht achter een vangrail. Aantrekkingskracht. Een groene, gezonde en klimaatbestendige regio trekt bewoners, werknemers en bezoekers aan. Het Landschapspark Albert Cuyp wordt een visitekaartje dat laat zien wat deze regio te bieden heeft: vergelijkbaar met wat de Biesbosch en Kinderdijk nu al betekenen, maar dan verweven met het dagelijks leven.
Hoe en met wie we het aanpakken We werken vanuit twee sporen die elkaar versterken. Samen vormen zij het raamwerk van het Regionaal Landschapspark Albert Cuyp.
Dit doorbraakproject hangt direct samen met de spoorzones (doorbraakprojecten 6 en 7): verdichting rond stations vraagt om groen en klimaatadaptatie in diezelfde gebieden. Het versterkt de Drechtstedenring (doorbraakprojecten 3 en 4): groene routes langs rivieren en door het landschap combineren recreatie met fiets- en wandelverbindingen. En het ondersteunt de maritieme clusters (doorbraakproject 8): vergroening van oevers en bedrijventerreinen verbetert het vestigingsklimaat en de gezondheid van werknemers. 10
21
a. Regionale structuur: het groenblauwe netwerk uitwerken en verbinden. We bundelen de verdere uitwerking van het regionale groenblauwe netwerk (waarin ook de overige groenblauwe elementen zoals groene vingers, getijdenparken, dijken en taluds worden meegenomen) b. Concrete projecten: het landschap en de wijken intrekken. Op meerdere plekken in de regio starten we met uitvoeringsprojecten die het netwerk tastbaar maken, zoals de Vleugels van de Stad in Gorinchem, de Develzone, het Stadspark Dordrecht, de Noord-Zuidverbinding in Sliedrecht en de Hoofdgroenstructuur in Papendrecht. Ze zijn bewust gekozen omdat ze niet alleen lokaal verschil maken, maar ook de regionale structuur versterken: elk project is een schakel in het grotere netwerk. Om dit doorbraakproject te realiseren werken we samen met de gemeenten, de provincie Zuid-Holland, de waterschappen, Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer, Nationaal Park de Biesbosch, UNESCO Kinderdijk, grondeigenaren en anderen. Bijdrage aan lokale, provinciale en nationale programma’s •
•
•
•
Lokaal: Ondersteunt gemeentelijke groenvisies, klimaatadaptatieplannen en gezondheidsbeleid. Elk uitvoeringsproject is tegelijk een lokaal project dat raadsleden direct kunnen koppelen aan hun eigen ambities voor gezondheid, groen en leefbaarheid. Provinciaal: Sluit aan bij de provinciale inzet op een sterker groenblauw netwerk, het Zuid-Hollandse klimaatadaptatieprogramma en de ambitie om natuur en verstedelijking beter te combineren. Sluit ook aan bij het gebiedsprogramma Groene Hart. Nationaal: Draagt bij aan de Nationale Adaptatiestrategie (NAS), het Deltaprogramma (ruimtelijke adaptatie en zoetwater), het Nationaal Programma Groene Hart en de nationale doelstellingen voor luchtkwaliteit en biodiversiteit. Daarnaast draagt het bij aan de NOVEX Zuidelijke Randstad en het Groene Hart. Het Landschapspark Albert Cuyp kan als voorbeeldproject dienen voor hoe verstedelijkingsregio's groen en klimaat structureel kunnen verankeren. Daarnaast sluit het aan bij de ambities uit de NOVEX Zuidelijke Randstad en Groene Hart. Europees: Past in de Europese Green Deal en de EU-strategie voor biodiversiteit en klimaatadaptatie.
22
D. Opgave: Regionale Spoorzones De Drechtsteden hebben woningen nodig. Minstens 16.000 tot 2035 om te voorzien in de behoefte Dat zijn geen plancijfers: het zijn de jongeren die geen betaalbare woning vinden, de gezinnen die gedwongen de regio verlaten, de starters die noodgedwongen bij hun ouders blijven wonen. De spoorzones langs de Oude Lijn en de MerwedeLingelijn zijn de logische plek om die puzzel op te lossen. Hier komen wonen, werken en bereikbaarheid samen. Maar dan moeten we het wel goed doen: we bouwen met de urgentie die nodig is, aan een toekomstbestendig woningbestand.
Huidige situatie De regio staat voor een woningbouwopgave van minimaal 16.000 woningen tot 2035, oplopend naar circa 18.000 in 2035 als ook de acute tekorten worden meegerekend. Er is plancapaciteit voor circa 12.000 woningen, maar uitvoering stokt door onvoldoende OV-capaciteit en ontbrekende ruimtelijke en financiële randvoorwaarden. De spoorzones langs de Oude Lijn en de MerwedeLingelijn zijn belangrijke schakels voor woningbouw, bereikbaarheid en economische ontwikkeling. Tegelijk is verbetering van de juiste randvoorwaarden zoals goede verbindingen voor fiets en OV nodig.
Doorbraakprojecten Doorbraakproject 6: Gebiedsontwikkeling MerwedeLingeLijn Doorbraakproject 7: Gebiedsontwikkeling Oude Lijn
Gewenste situatie De spoorzones langs de Oude Lijn en de MerwedeLingelijn functioneren als ruggengraat van de regionale verstedelijking. Dit gaat hand in hand met de ontwikkeling van een klimaatbestendig, gezond en verbonden groenblauw netwerk richting de Biesbosch en het Groene Hart. Stationsgebieden groeien uit tot complete stadsdelen waarbij de eerste 300 meter rondom elk station maximaal wordt benut voor woningen, werkplekken en voorzieningen. De Spoorzone Dordrecht-Zwijndrecht ontwikkelt zich als onderdeel van de Verstedelijkingsalliantie voor de Oude Lijn, met een nieuw station bij het Leerpark. Minimaal twee derde van alle nieuwe woningen is betaalbaar en 30% sociaal.
23
Doorbraakproject 6: Gebiedsontwikkeling MerwedeLingelijn Kern van het doorbraakproject De MerwedeLingelijn verbindt de Drechtsteden van west naar oost, van Dordrecht via Sliedrecht, Hardinxveld-Giessendam en Gorinchem naar Geldermalsen. Langs deze lijn liggen kansen voor nieuwe stadsdelen die wonen, werken en bereikbaarheid combineren. De ambitie reikt ver: op termijn moet de hele lijn stap voor stap uitgroeien tot een ketting van leefbare, goed bereikbare woon-werkgebieden met bijbehorende voorzieningen en een goede verbinding (langzaam verkeer) tussen stations, huidige centra en woon- en werkgebieden. Grote ambities beginnen met concrete eerste stappen. In deze eerste RIA zetten we de eerste puzzelstukjes neer: op plekken waar al planruimte beschikbaar is, waar draagvlak bestaat en waar de ontwikkeling past in het regionaal woningbouwprogramma van de provincie. Het gaat onder andere om Vleugels van de Stad in Gorinchem (Stationsgebied en Lingeoevers) en 't Oog fase 1. Deze projecten zijn geen losstaande bouwlocaties: ze leggen het fundament voor de bredere gebiedsontwikkeling van de MerwedeLingeLijn (waaronder Sliedrecht-Noord en ’t Oog fase 2), waar we ons als regio op de verschillende tafels hard voor maken.11 Wat dit doorbraakproject oplevert •
•
•
Woningen waar ze nodig zijn in een aantrekkelijke omgeving. Betaalbare woningen op goed bereikbare locaties, direct gekoppeld aan het OV-netwerk. Elke ontwikkeling omvat voorzieningen, werkplekken, openbare ruimte en groen. We bouwen plekken waar je wilt wonen en verblijven, niet alleen waar je een dak boven je hoofd hebt. Een fundament voor verdere groei. De eerste projecten gaan bewijzen dat gebiedsontwikkeling langs de MerwedeLingelijn werkt. Dat versterkt het draagvlak bij provincie, Rijk en investeerders voor de volgende fase na 2030. Versterking van het OV-systeem. Meer woningen rond stations betekent meer reizigers, en meer reizigers rechtvaardigen hogere frequenties en betere verbindingen. Dat is het vliegwiel: bouwen bij het spoor maakt het spoor sterker.
Hoe en met wie we het aanpakken We starten op locaties waar concrete stappen mogelijk zijn, in overeenstemming met het regionaal woningbouwprogramma van de provincie: a. Stationsgebied en Lingeoevers Gorinchem – Vleugels van de stad: herontwikkeling die de stad verbindt met de Merwede, met een mix van woningen, werken, voorzieningen en openbare ruimte langs het water. b. 't Oog fase 1: woningbouwlocatie die aansluit op bestaand OV en bijdraagt aan de verdichting langs de lijn.
Dit doorbraakproject hangt direct samen met de Drechtstedenring (doorbraakprojecten 3 en 4): betere bereikbaarheid maakt verdichting rond stations haalbaar en aantrekkelijk. Het bouwt voort op het energiesysteem (doorbraakprojecten 1 en 2): zonder energiecapaciteit geen nieuwe aansluitingen voor woningen en voorzieningen. En het versterkt het Landschapspark Albert Cuyp (doorbraakproject 5): de projecten Vleugels van de Stad en Middenwetering combineren woningbouw met vergroening en klimaatadaptatie, en dragen zo bij aan het regionale groenblauwe netwerk. 11
24
Bij beide locaties hanteren we ontwerpprincipes die kwaliteit voor de lange termijn borgen: klimaatadaptatie (waterberging, schaduw, hittewering), de 3-30-300 groennorm, en een mix van woningtypen die past bij de lokale behoefte. We bouwen met de urgentie die nodig is, aan een toekomstbestendig woningbestand. Om dit doorbraakproject te realiseren werken we samen met de gemeenten, de provincie Zuid-Holland, ProRail/NS, woningcorporaties, waterschap, omgevingsdienst, ontwikkelaars en bouwers en Stedin. Bijdrage aan lokale, provinciale en nationale programma’s • •
•
Lokaal: Voegt woningen toe aan de gemeenten en de regio. Sluit aan bij lokale woonvisies, omgevingsvisies en omgevingsplannen. Provinciaal: puzzelstukjes uit deze RIA passen in het regionaal woningbouwprogramma van de provincie en de Zuid-Hollandse verstedelijkingsstrategie. Versterkt de positie van de Drechtsteden als betrouwbare partner in de verstedelijkingsalliantie. Nationaal: Draagt bij aan de nationale woningbouwopgave en belang ontwikkelingen langs OV. Laat zien dat middelgrote regio's substantieel kunnen bijdragen aan de woningnood als de randvoorwaarden (OV, energie, groen) op orde zijn.
Doorbraakproject 7: Gebiedsontwikkeling Oude Lijn Kern van het doorbraakproject De Oude Lijn — de spoorverbinding van Dordrecht via Zwijndrecht naar Rotterdam — is de belangrijkste schakel tussen de Drechtsteden en de Randstad. De stationsgebieden langs deze lijn hebben alles in zich om uit te groeien tot aantrekkelijke, complete stadsdelen. De ontwikkeling is gestart, maar mag niet stokken. Voldoende ruimtelijke en financiële randvoorwaarden rond ontwikkeling van de stationsgebieden ontbreken en de kwaliteit van de openbare ruimte is versnipperd. Om die reden wordt ingezet op verdichting en daarmee een kwaliteitsimpuls voor de fysieke leefomgeving. De doorbraak zit in het koppelen van gebiedsontwikkeling aan de versterking van de Oude Lijn naar een betrouwbare, frequente en snelle verbinding. Door gelijktijdig te investeren in woningen, voorzieningen én een beter spoorsysteem, inclusief een nieuw station Campus Leerpark en een opgeknapt station Dordrecht, ontstaat een ontwikkeling die zichzelf versterkt: meer woningen genereren meer reizigers, meer reizigers rechtvaardigen betere verbindingen, betere verbindingen maken de locaties aantrekkelijker voor doorontwikkeling van het gebied. Daarnaast worden bestaande regionale voorzieningen zo beter benut.12 Wat dit doorbraakproject oplevert •
Woningen op strategische plekken. Gebiedsontwikkeling rondom de stationsgebieden Campus Leerpark / Gezondheidspark en 900 woningen in Walburg
Dit doorbraakproject hangt onlosmakelijk samen met doorbraakproject 6 (MerwedeLingelijn): samen vormen ze de verstedelijkingsstrategie van de regio, met de Oude Lijn als schakel naar de Randstad en de MerwedeLingelijn als ruggengraat binnen de regio. Het bouwt voort op het energiesysteem (doorbraakprojecten 1 en 2): de woningbouw is alleen mogelijk als de energiecapaciteit meegroeit. De Drechtstedenring (doorbraakprojecten 3 en 4) zorgt voor de bereikbaarheid van de stationsgebieden met fiets en bus. En het Landschapspark Albert Cuyp (doorbraakproject 5) waarborgt dat verdichting gepaard gaat met vergroening en klimaatbestendigheid. 12
25
•
•
•
•
nabij station Zwijndrecht. Betaalbaar, goed bereikbaar en ingericht voor de lange termijn. Meer woningen op strategische locaties door te verdichten met oog en kwaliteit voor de fysieke leefomgeving. Een nieuw station Campus Leerpark. Een extra halte die niet alleen de woningbouw ontsluit maar ook de Smart Campus Leerpark, het opleidingshart van de maakindustrie, direct verbindt met de Randstad en het Gezondheidspark, voor patiënten en zorgpersoneel van het Albert Schweitzerziekenhuis. Leefbare stadsdelen met kwaliteit. Niet alleen woningen, maar complete wijken: voorzieningen, werkplekken, groen en openbare ruimte. Klimaatadaptatie als ontwerpprincipe: waterberging, schaduw, hittewering. Plekken waar je over twintig jaar trots op bent. Versterking van het kennisecosysteem. Het station Leerpark koppelt het Da Vinci College, Hoger Onderwijs Drechtsteden en de Smart Campus direct aan het spoornetwerk. Dat maakt de regio aantrekkelijker voor studenten, docenten en kenniswerkers. Het versterkt het netwerk tussen onderwijs, overheid en bedrijfsleven. De Drechtsteden op de kaart in de Zuidelijke Randstad. Een versterkte Oude Lijn met hogere frequenties, meer stations en een verbeterd station Dordrecht positioneert Dordrecht en Zwijndrecht als serieuze woon-werkalternatieven voor Rotterdam en Den Haag. En versterkt de lijn west-oost richting Gorinchem en Geldermalsen.
Dat is goed voor inwoners die meer keuzevrijheid krijgen, en voor ondernemers die een grotere arbeidsmarkt kunnen aanspreken.
Hoe en met wie we het aanpakken We richten ons op drie gebieden in Dordrecht en Zwijndrecht: a. Campus Leerpark: gebiedsontwikkeling rondom een nieuw station, met ca 6001000 woningen, kennisvoorzieningen en een directe verbinding met de Smart Campus. Het station maakt onderwijs en innovatie bereikbaar vanuit de hele Randstad. b. Walburg nabij stationsgebied Zwijndrecht: verdichting en kwaliteitsverbetering van het stationsgebied, 900 woningen, met een mix van wonen en maatschappelijke en commerciële functies. Deze dragen bij aan de toekomstbestendigheid van een levendig voorzieningencluster voor deze kant van de Oude Maas. De ligging op loopafstand van station Zwijndrecht en de hub voor regionale buslijnen zorgt voor uitstekende bereikbaarheid richting o.a. Rotterdam en Dordrecht. Bij alle drie de locaties gelden dezelfde kwaliteitsprincipes als bij de MerwedeLingelijn: klimaatadaptatie als integraal onderdeel, de 3-30-300 groennorm, een mix van betaalbare en sociale woningen, en openbare ruimte die uitnodigt tot verblijf en ontmoeting. We bouwen niet alleen woningen: we maken stadsdelen die de kwaliteitstraditie van de Drechtsteden voortzetten.
Om dit doorbraakproject te realiseren werken we samen met de gemeente Dordrecht en Zwijndrecht, de provincie Zuid-Holland, ProRail/NS, Ministeries van I&W en VRO, MRDH, Da Vinci College / Hoger onderwijs, woningcorporaties, ontwikkelaars en bouwers, Stedin, HVC, waterschap en omgevingsdienst. Bijdrage aan lokale, provinciale en nationale programma’s
26
•
•
•
Lokaal: Levert ca 1.800 woningen op in Dordrecht en Zwijndrecht — direct voelbaar voor inwoners in de regio die een betaalbare woning zoeken. Het nieuwe station Campus Leerpark versterkt de positie van het onderwijs, de Smart Campus en het Gezondheidspark, wat doorwerkt in lokale economische programma's. Provinciaal: Kern van de Verstedelijkingsalliantie voor de Oude Lijn. Past in het provinciale woningbouwprogramma en de ambitie om de Zuidelijke Randstad te versterken als woon-werkregio. Nationaal: Draagt bij aan de nationale woningbouwopgave in de Zuidelijke Randstad, de NOVEX-verstedelijkingsafspraken en het Toekomstbeeld OV 2020. Het nieuwe station Campus Leerpark verbindt de nationale investering in onderwijs en innovatie met de regionale economie.
27
E. Opgave: Regionale Maritieme Clusters De maritieme sector speelt een grote rol in de Drechtsteden. De maritieme maakindustrie van de Drechtsteden wordt (landelijk) erkend als een regionaal cluster dat op wereldschaal actief is. Vrijwel alle facetten van de maritieme maakindustrie zijn in onze regio te vinden (zoals werven, toeleveranciers, dienstverleners, luxe jachtbouw, baggerscheepsbouw en onderhoud). Het is hiermee een van onze economisch fundamenten en onze bijdrage aan de veiligheid, autonomie en verduurzaming van Nederland en Europa. De maritieme maakindustrie heeft ook te maken met uitdagingen. Bijvoorbeeld op het gebied van aantrekken en behouden van personeel, ruimte voor (duurzaam) innoveren, en het behouden van fysieke ruimte voor groei op watergebonden bedrijventerreinen. Door hier gericht in te investeren, behouden we de maritieme sector voor de Drechtsteden.
Huidige situatie De vier maritieme clusters langs de rivieren, Oude Maas/Kil, De Noord, De Merwede en HardinxveldWerkendam, vormen samen het industriële hart van de regio. Met meer dan 1.200 gespecialiseerde maritieme bedrijven, een regionale sectoromzet van €6 miljard, circa 30%13 van de nationale maritieme omzet, en werk voor één op de vijf regionale werknemers is de regio een Europees innovatiedistrict voor de maakindustrie. Maar de clusters staan op een kantelpunt. Ruimte aan de oevers is schaars, bedrijven binnen dezelfde waardeketen zitten verspreid en de energie-infrastructuur voor walstroom, waterstof en elektriciteit blijft achter. De arbeidsmarkt kampt met structurele tekorten en eenmismatch met het onderwijsaanbod. Zonder stevige investeringen dreigt industrieverliesdat ten koste gaat van het verdienvermogen en de werkgelegenheid voorduizenden inwoners in de
Doorbraakprojecten Doobraakproject 8: Clusterontwikkeling (maritieme) maakindustrie
Gewenste situatie Een innovatieve maritieme topregio die vooroploopt in verduurzaming en hightech maakindustrie en daarmee een voortrekkersrol vervult binnen Europa. De vier clusters zijn regionaal verbonden en gespecialiseerd op eigen profiel. Oeverlocaties zijn vrijgespeeld voor watergebonden bedrijvigheid. Campussen als het Smart Campus Leerpark vormen een netwerk voor kennis, startups en toegepaste innovatie. Emissieloze scheepstechnologie, autonoom varen en waterstofinfrastructuur worden in de Drechtsteden ontwikkeld. De gezamenlijke investering in het ecosysteem van de maritieme sector bedraagt 1 tot 2 miljard euro in de komende tien jaar, waarvan minimaal 5% bestemd is voor R&D en innovatie. De maritieme maakindustrie, inclusief dual-use en defensietoepassingen, draagt bij aan de
1. Volgens de voortgangsrapportage van de Sectoragenda Maritieme Maakindustrie (april 2025), bedraagt de totale omzet van de maritieme maakindustrie in Nederland circa €20 miljard per jaar. 13
28
Drechtsteden. Geopolitieke ontwikkelingen maken die kwetsbaarheid alleen maar groter.
strategische autonomie en veiligheid van Nederland en Europa.
29
Doorbraakproject 8: Clusterontwikkeling (maritieme) maakindustrie Kern van het doorbraakproject De vier maritieme clusters langs de Oude Maas/Kil, De Noord, De Merwede en Hardinxveld-Werkendam-Gorinchem vormen het maritieme hart van de regio. Deze clusters zijn nog niet optimaal ingericht. Bedrijven binnen dezelfde waardeketen zitten verspreid. Oeverlocaties (essentieel voor watergebonden bedrijvigheid) zijn soms bezet door functies die elders ook kunnen vestigen. De energie-infrastructuur voor duurzame vormen van aandrijving van schepen (zoals batterijtechnologie en waterstof) ontbreekt. En de arbeidsmarkt levert niet genoeg vakmensen op om de kwalitatieve en kwantitatieve vraag bij te houden. De doorbraak bestaat uit drie samenhangende interventies: ruimte maken door oeverlocaties vrij te spelen voor watergebonden bedrijvigheid, kracht bundelen door bedrijven in sterkere clusters te concentreren, en vooruit investeren in het innovatieecosysteem dat de sector toekomstbestendig maakt. 14 Wat dit doorbraakproject oplevert •
•
•
Ruimte voor groei, verduurzaming en verdienvermogen. Bedrijven die nu klem zitten door ruimtegebrek krijgen perspectief. Oeverlocaties worden vrijgespeeld voor watergebonden functies. Tevens worden oeverlocaties beter gebruikt door private investeringen van gevestigde bedrijven op hun eigen locaties. Het is van groot belang hier als overheden faciliterend in op te treden. Een sterker innovatie-ecosysteem. De de Smart Campus Leerpark wordt de plek waar onderwijs, bedrijven en innovatie dagelijks samenkomen. Hier ontwikkelen de vakmensen zich en de technologieën voor de werf en fabriek van de toekomst. Strategische relevantie voor Nederland en Europa. De maritieme maakindustrie, inclusief dual-use en defensietoepassingen, is niet vervangbaar. Door hier te investeren versterken we niet alleen de regionale economie maar ook de Europese strategische autonomie.
Hoe en met wie we het aanpakken We gaan aan de slag met elk van onze clusters, waar concrete stappen mogelijk zijn en zetten daarnaast in op een regionaal bedrijfsverplaatsingsfonds dat schuifruimte creëert. De drie grote doorbraakprojecten hierbij zijn het Nedstaalterrein in Alblasserdam, de Derde Merwedehavens (uitgifte 9 ha watergebonden bedrijventerrein) en de havenontwikkeling Werkendam. Daarnaast worden een aantal ander clusters ontwikkeld. Onderstaand wordt dit nader uitgewerkt: •
Cluster De Noord: Door Alblasserdam is het Nedstaalterrein verworven en de verplaatsing loopt. Hier liggen kansen voor maritieme bedrijven in combinatie met
Dit doorbraakproject hangt direct samen met het energiesysteem (doorbraakprojecten 1 en 2): de maritieme sector heeft waterstof, walstroom en betrouwbare energie nodig om te verduurzamen. De bereikbaarheid (doorbraakprojecten 3 en 4) is cruciaal om personeel aan te trekken. De spoorzones (doorbraakprojecten 6 en 7) versterken de verbinding tussen wonen, onderwijs en werken — het nieuwe station bij Leerpark brengt de Smart Campus binnen bereik van de hele Randstad. En het Landschapspark Albert Cuyp (doorbraakproject 5) zorgt ervoor dat de oevers die we vrijspelen niet alleen economisch maar ook landschappelijk en recreatief waarde krijgen. 14
30
•
•
•
•
lokale schuifruimte voor bedrijven, waardoor ondernemerschap kan doorgroeien op een watergebonden locatie. Cluster De Merwede: herstructurering van negen hectare watergebonden terrein dat de gemeente en ROM-D is aangekocht (de Merwedehavens). De uitgifte van Merwedehaven 3 is al gestart. Cluster Hardinxveld-Werkendam-Gorinchem: ontwikkeling en realisatie van een nieuwe insteekhaven in Werkendam die de capaciteit en kwaliteit van het cluster en het ecosysteem versterkt. Cluster Oude Maas/Kil: positionering Dordtse Zeehaven als draaischijf voor de regio, met op- en overslagfunctie die de clusters onderling verbindt. Daarnaast verkennen we mogelijkheden als de realisatie van PIER15 en schuifruimte op de Groote Haar. Hierin trekken we op met maritieme bedrijven, de betreffende gemeenten, de onderwijsinstellingen, de provincie Zuid-Holland, Havenbedrijf Rotterdam en andere partners. Smart Campus Leerpark: realisatie van de Maakfabriek naast de Duurzaamheidsfabriek, waarmee grootschalige ruimte voor productie en testfaciliteiten voor start- en scale ups wordt gecreëerd, aanvullend op de ruimte voor ingenieursactiviteiten die er nu al zijn. Hiermee wordt een combinatie gelegd tussen engineering, testen en productie.
Bijdrage aan lokale, provinciale en nationale programma’s •
• •
•
Lokaal: Behoud en groei van werkgelegenheid die direct voelbaar is in de gemeenten waar de clusters liggen. Dit vergroot de economische aantrekkingskracht van de regio. Provinciaal: Sluit aan bij het Zuid-Hollandse economische beleid en de provinciale inzet op innovatieclusters en maritieme maakindustrie. Nationaal: Draagt bij aan de sectoragenda maritieme maakindustrie ‘No guts no Hollands Glorie’, het nationale industriebeleid, het topsectorenbeleid en de defensieindustriestrategie. Daarnaast is het verbonden met Nationaal Programma Ruimte voor Defensie. Europees: Versterkt de Europese strategische autonomie op maritieme technologie, verduurzaming van scheepvaart en defensiecapaciteit. Past in de EUindustriestrategie en het Europees Defensiefonds.
31
4. De investeringen Wat we investeren en waarom De Regionale Investeringsagenda brengt acht doorbraakprojecten samen die de komende vijf jaar het verschil moeten maken voor brede welvaart in de Drechtsteden. Zulke projecten kosten geld, tijd en samenwerking, en dat is precies waarom het zo belangrijk is om te laten zien hoe we investeren, welke middelen al beschikbaar zijn en wat er nog nodig is. De acht doorbraakprojecten vragen om forse investeringen, publiek én privaat. In deze eerste RIA laten we zien wat de komende vijf jaar nodig is, niet wat de volledige opgave richting 2050 kost. Die is veel groter en vraagt om een stapsgewijze aanpak de komende 25 jaar. We beginnen met de stappen die nu het meeste opleveren en actualiseren de RIA elke vijf jaar. Twee principes sturen hoe we investeren. Elke euro moet meerdere keren effect hebben We koppelen projecten bewust zodat één investering meerdere doorbraakprojecten vooruit helpt. In de praktijk: elke euro in het warmtenet voorkomt een grotere capaciteitsvraag op het stroomnet, waardoor woningbouw en bedrijfsgroei elders mogelijk worden. Elke euro in een OV-knooppunt maakt woningbouw in meerdere gemeenten aantrekkelijker. Elke euro in watergebonden bedrijventerrein geeft maritieme bedrijven ruimte om te groeien. Dat is de kern van hoe de RIA werkt.
Regionaal investeren trekt extern geld aan Door als regio één overtuigend pakket neer te leggen — met onderbouwde projecten, heldere cofinanciering en bestuurlijk commitment, maken we het voor provincie, Rijk, Europa en private partners aantrekkelijk om mee te investeren. Dat vergroot onze slagkracht ver voorbij wat gemeenten afzonderlijk kunnen mobiliseren.
Een eerste financieel overzicht Het financiële beeld dat we nu presenteren is een eerste inschatting en wordt de komende maanden verder uitgewerkt en aangevuld. Bij elk doorbraakproject bekijken we wat al beschikbaar is en wat er aanvullend nodig is. Voor sommige doorbraakprojecten is al veel financiering beschikbaar, voor andere minder, bijvoorbeeld omdat gesprekken met het Rijk of de provincie nog lopen. Doorbraakproject
Totale benodigde (€)
Totale beschikbare (€)
Financieringsgat (€)
1. Regionaal warmtenet (60.000 aansluitingen)
1.500 mln
800 mln
700 mln
2. Bouwstenen decentraal energiesysteem
3,5 mln
N.b., wel zicht op financiering
3,5 mln onzeker
3. Mobiliteitshubs, fietsketens en OV
12,5 mln
17 mln
Geen financieringsgat
4. Snelfietspaden F15 en F16
26 mln
15 mln
11 mln
5. Groenblauw netwerk
65 mln
75 mln
Geen financieringsgat
32
Doorbraakproject
Totale benodigde (€)
Totale beschikbare (€)
Financieringsgat (€)
6. Gebiedsontwikkeling Merwedelingelijn
50 mln
23 mln
27 mln
7. Gebiedsontwikkeling Oude Lijn
90 mln
11 mln
79 mln
8. Clusterontwikkeling maritieme maakindustrie
40-60 mln
52–57 mln
0 mln tot mogelijk -12 mln (afhankelijk van definitieve investeringsomvang)
Totaal
1.787-1807 mln
993 mln – 998 mln
794 mln – 809 mln
Hoe we het financieringsgat willen dichten Het financieringsgat is aanzienlijk, maar het is geen open gat. Het is een gerichte investeringsopgave waarvoor we meerdere routes tegelijk bewandelen. •
•
•
•
•
Eigen inleg als hefboom. De middelen die gemeenten en regionale partners zelf inbrengen vormen het fundament. Ze laten zien dat de regio zelf investeert en risico neemt. Dat is een voorwaarde om andere partijen mee te krijgen: wie zelf niet investeert, kan niet verwachten dat anderen dat wel doen. Provincie en Rijk. De RIA is bewust zo opgezet dat onze doorbraakprojecten aansluiten bij bestaande financieringsstromen: het Klimaatfonds, de Woningbouwimpuls, MIRT-middelen, en regelingen voor netcongestieverzachting. In de komende maanden leggen we per doorbraakproject de concrete verbinding met deze programma's en voeren we de gesprekken die nodig zijn om cofinanciering te realiseren. Europa. De Drechtsteden hebben een sterk Europees verhaal. De maritieme maakindustrie raakt aan strategische autonomie en de verduurzaming van scheepvaart, thema's waar Europese fondsen op inzetten. Het Landschapspark Albert Cuyp past in de Green Deal en de EU-strategie voor klimaatadaptatie. De energiehubs en waterstofprojecten sluiten aan bij Europese programma's voor de energietransitie. We benutten de komende periode om te kijken waarop we aanvragen zouden kunnen inzetten. Dat is een traject van de lange adem. Private partners. Bij meerdere doorbraakprojecten is private investering een wezenlijk onderdeel van de financiering. Bij het warmtenet gaat het om energiebedrijven en woningcorporaties.
Bij de maritieme clusters investeren bedrijven zelf in uitbreiding en innovatie. Bij de spoorzones zijn ontwikkelaars en bouwers partners in de gebiedsontwikkeling. De RIA maakt het voor deze partijen aantrekkelijker om in te stappen, omdat het regionale kader zekerheid biedt over de samenhang met energie, bereikbaarheid en leefomgeving. Slim stapelen. De grootste winst zit in het combineren van deze bronnen. Eén doorbraakproject kan gemeentelijke middelen, provinciale cofinanciering, een rijksregeling en private investering bundelen. Dat is wat we bedoelen met het multipliereffect: niet één partij die alles betaalt, maar meerdere partijen die samen investeren omdat het regionale pakket hen overtuigt. De komende maanden werken we per doorbraakproject een financieringsstrategie uit die laat zien welke combinatie van bronnen realistisch en haalbaar is.
33
5. Hoe we samen verder werken aan de RIA Een tussenstap die richting geeft, geen eindpunt Waar we mee openden, sluiten we af: dit document is een discussienotitie. Het legt niets vast. Het laat zien welke richting we op willen en nodigt uit om die richting samen aan te scherpen. De definitieve RIA ronden we vóór de zomer af. Na de zomer wordt deze ter besluitvorming voorgelegd aan colleges en raden. De komende tijd werken we samen met gemeenten, indieners van projecten, triple-helixpartners, provincie en Rijk aan het verder uitwerken van de RIA. Dat doen we langs drie verbonden sporen: 1. De doorbraakprojecten concreet maken We hebben een eerste regionale weging gemaakt. De komende maanden werken we samen met partners de doorbraakprojecten en hun deelprojecten uit in projectfiches. Per project wordt helder: wat het concreet oplevert voor inwoners en ondernemers; welke investeringen nodig en beschikbaar zijn; hoe de fasering, capaciteit en randvoorwaarden eruitzien; welke partners betrokken zijn en wat hun rol is. Zo ontstaat een concreet beeld van wat realistisch is om in de komende vijf jaar met elkaar uit te voeren. Daarin kijken we ook scherp of projecten wel of niet voldoen aan het provinciaal omgevingsbeleid.
Mocht dat niet het geval zijn, dan zorgen we ervoor dat we doorbraakprojecten die voor onze regio belangrijk zijn op de juiste bestuurlijke tafels agenderen, want wat belangrijk is voor de regio verdient een gesprek, ook als het ingewikkeld is. 2. Organiseren hoe we het samen doen Plannen maken is één ding. Uitvoeren is iets anders. Daarom werken we tot de zomer aan een voorstel voor de regionale organisatie van de uitvoering van de RIA: hoe we als gemeenten samenwerken aan de RIA, hoe we tempo en slagkracht organiseren, en hoe we vorderingen volgen en bijsturen. De RIA vraagt om commitment dat verder reikt dan één raadsperiode. Dat lukt alleen met een manier van samenwerken die stevig en wendbaar genoeg is om bij te sturen. 3. Het gesprek voeren met raden, triple helix en andere partners Deze notitie is bedoeld voor gesprek. In het tweede kwartaal gaan we actief in gesprek met gemeenteraden en colleges, de provincie, het Rijk, bedrijven, maatschappelijke partners en kennisinstellingen. We vragen hen mee te denken over de richting, uitvoerbaarheid en prioriteiten. Hun ideeën, zorgen en aandachtspunten nemen we mee in de definitieve RIA. We gaan gericht het gesprek aan over: •
de vraag welke accenten in de definitieve RIA scherper moeten ten aanzien van de gekozen richting en de acht doorbraakprojecten;
•
de manier waarop deze regionale keuzes de lokale ambities van gemeenten ondersteunen;
•
de inhoudelijke en financiële haalbaarheid van de doorbraakprojecten.
We vragen alle triple-helix partners om mee te denken en te doen, maar ook om kritisch te zijn. Waar zien zij kansen die we nog niet benutten? Welke zorgen moeten we adresseren? Welke voorwaarden zijn nodig om samen verder te komen? De antwoorden helpen ons om de RIA beter, scherper en realistischer te maken. Tot slot De regio Drechtsteden is een regio waar mensen van oudsher willen wonen, waar vakmanschap en innovatie samenkomen aan het water, en waar de cultuur is om samen de handen ineen te slaan. Die kracht hebben we nodig. De opgaven zijn urgent, de samenhang is complex en de belangen zijn groot.
34
Met de RIA bouwen we aan een pakket van investeringen dat een merkbaar positief effect gaat hebben op inwoners en ondernemers in elke gemeente. Niet als abstract beleid, maar in de vorm van schonere lucht, betaalbare woningen, betere bereikbaarheid, een betrouwbaar energiesysteem en een weerbare leefomgeving. Dat is waar we naartoe werken. Samen, met vertrouwen in elkaar en in de kracht van deze regio.
35