172a Waardlanden - Concept Programmabegroting 2027.pdf
Tekst van het document
Weerstandsvermogen Onderstaande tabel geeft de ratio van het weerstandsvermogen voor en na de voorgestelde resultaatbestemming over 2025 weer en geeft inzicht in de middelen die Waardlanden beschikbaar heeft om onverwachte kosten op te vangen. Weerstandsvermogen De middelen die Waardlanden in 2027 beschikbaar heeft om onverwachte kosten op te vangen: Ratio weerstandsvermogen (bedragen x 1.000 euro)
Begroting 2027
Reserves per 01/01/2027
2.155
(A) Beschikbare weerstandscapaciteit
2.155
Totaal risico’s
2.511
(B) Benodigde weerstandscapaciteit
2.511
Vrij beschikbare ruimte (alg.) reserve
-
Ratio (A / B) Tabel 7: Weerstandsvermogen
34
0,86
De beschikbare weerstandscapaciteit, uitgedrukt als ratio van het benodigde weerstandsvermogen, is 0,86. Dit is volgens de onderstaande tabel “Matig”. Dit kan echter meerjarig wijzigen. Waardlanden streeft naar een ratio van 1,0 (Voldoende). Ratio weerstandsvermogen
Betekenis
>2
Uitstekend
1,4 < X < 2,0
Ruim voldoende
1,0 < X < 1,4
Voldoende
0,8 < X < 1,0
Matig
0,6 < X < 0,8
Onvoldoende
< 0,6
Ruim onvoldoende
Tabel 7.1: Beoordelingstabel weerstandsvermogen (VNG, Handreiking Weerstandsvermogen en Risicobeheersing)
Kengetallen De verhouding tussen schulden en inkomsten (netto schuldquote) en de financiële weerbaarheid (solvabiliteit) ontwikkelt zich als volgt: Jaar
Netto schuldquote
Solvabiliteit
2027
73%
6,5%
2028
72%
6,4%
2029
72%
6,5%
2030
70%
6,3%
Tabel 8: Kengetallen netto schuldquote en solvabiliteit 2027-2030
Met het besluit in 2026 om de reserve grondwaardering op te heffen, vervalt de structurele toevoeging aan het eigen vermogen. Daarmee wijkt de ontwikkeling van de financiële kengetallen af van het beeld zoals geschetst in de begroting 2026. In de meerjarenraming blijft de solvabiliteit stabiel rond 6,5%, waardoor geen verdere versterking van de vermogenspositie plaatsvindt. De netto schuldquote laat over de jaren heen een lichte daling zien. Deze ontwikkeling wordt beïnvloed door het verloop van investeringen, financiering en aflossingen. De schulden laten daarbij een wisselend beeld zien, waarbij geen sprake is van een eenduidige afbouw. Per saldo blijft de financiële positie in de meerjarenraming stabiel, maar blijft de structurele versterking van de balans, zoals eerder voorzien, achterwege.
35
3.2
Onderhoud kapitaalgoederen
Beleidskader Waardlanden beschikt over de grond en de accommodaties aan de Boezem te Gorinchem en de grond GrootAmmers als kapitaalgoederen. Daarnaast is het pand en de werkplaats aan de Boezem 5 aangekocht. Door de voormalige eigenaar is een recht van opstal verleend. De erfpacht constructie geeft recht tot koop na 10 jaar en eindigt uiterlijk 22 april 2032. Financiële consequenties Grond verliest geen waarde en wordt daarom niet afgeschreven. Bij gebouwen is dat anders: de afschrijvingen zijn verwerkt in zowel de lopende als de toekomstige exploitatiebegrotingen. Vertaling financiële consequenties in de begroting De intentie is om het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) elke drie jaar te actualiseren. Dit plan geeft inzicht in de benodigde middelen voor groot onderhoud. Op basis van het MJOP wordt jaarlijks een bedrag gereserveerd voor toekomstig onderhoud. In 2020 heeft een gedeeltelijke herwaardering plaatsgevonden, en het huidige MJOP is in 2023 geactualiseerd. In 2026 staat een nieuwe opname gepland van de actuele staat van de bouwkundige en installatietechnische componenten op de verschillende locaties.
3.3
Financiering
De beleidskaders voor de financieringsfunctie zijn vastgelegd in het Financieringsstatuut 2020 van Waardlanden, dat door het bestuur is vastgesteld. Deze kaders voldoen aan de bepalingen uit de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) en overige relevante wet- en regelgeving, zoals opgenomen in het geldende normenkader. Risicobeheersing Waardlanden volgt de wettelijke voorschriften voor rente op korte en lange leningen. Het beleid is om leningen te laten lopen gedurende dezelfde periode als waarin de bijbehorende investeringen worden afgeschreven. Op deze manier wordt voorkomen dat leningen tussentijds opnieuw moeten worden afgesloten tegen een mogelijk hogere rente. Renterisico op korte schuld: de kasgeldlimiet De wet stelt grenzen aan het bedrag dat een gemeenschappelijke regeling via kortlopende leningen (korter dan één jaar) mag aantrekken; dit staat bekend als de kasgeldlimiet. Op basis van de huidige regelgeving bedraagt deze limiet 8,2% van de totale begroting. Het kabinet stelt dit percentage jaarlijks opnieuw vast. Voor 2027 wordt de kasgeldlimiet op basis van deze uitgangspunten als volgt bepaald:
36
Begroting 2027
Kasgeldlimiet (bedragen x 1.000 euro)
Begrotingstotaal
33.317
Uitgangspunt percentage
8,2%
Kasgeldlimiet (afgerond)
2.732
Verwachte situatie (gemiddeld) Opgenomen gelden < 1 jaar
2.254
Kasgeldlimiet
2.732
Ruimte
478
Tabel 9: Kasgeldlimiet
Rekening-courantfaciliteiten Waardlanden heeft een rekening-courantfaciliteit van € 1.500.000 bij de Bank Nederlandse Gemeenten. Dit is een soort financiële ruimte die Waardlanden kan gebruiken om tijdelijk tekorten op te vangen. Renterisico op langlopende schuld: de renterisiconorm Waardlanden kan te maken krijgen met renterisico als er nieuwe leningen nodig zijn of als de rente van bestaande leningen wordt aangepast. Om dit risico te beperken, is in de wet een renterisiconorm vastgesteld. Deze norm zorgt ervoor dat Waardlanden niet te afhankelijk is van schommelingen in de rente binnen één jaar. Volgens de regels wordt het renterisico in de onderstaande tabel berekend voor de komende vier jaar. In werkelijkheid geldt het renterisico alleen voor het totale begrotingsbedrag van het komende jaar. Renterisico’s (bedragen x 1.000 euro)
Begroting 2027
Renteherzieningen schuld (o/g)
MJR 2028
MJR 2029
MJR 2030
-
-
-
-
Aflossingen schuld (o/g)
3.258
3.164
3.458
3.723
Renterisico
3.258
3.164
3.458
3.723
Begrotingstotaal
33.317
33.589
34.645
35.697
Percentage cf. FIDO
20%
20%
20%
20%
Renterisiconorm
6.663
6.718
6.929
7.139
Renterisico
3.258
3.164
3.458
3.723
Renterisiconorm
6.663
6.718
6.929
7.139
Onderschrijding
-3.405
-3.554
-3.471
-3.416
Berekening renterisiconorm
Toetsing renterisico aan norm
Tabel 10: Renterisico voor begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030 37
De norm is echter niet van toepassing bij Waardlanden omdat er géén sprake is van herfinancieringen anders dan bij vervangingsinvesteringen waarbij de lopende financiering al geheel afgelost is. Financieringspositie Waardlanden loopt alleen een renterisico als leningen opnieuw moeten worden afgesloten. Alle leningen die Waardlanden afsluit, hebben een vaste looptijd en een vast rentepercentage. Daardoor is er geen sprake van een renterisico. Interne rente Waardlanden gebruikt in de begroting een rentepercentage van 2,6% voor het doorberekenen van rentekosten over investeringen. Kasbeheer De meeste betalingen van Waardlanden gaan via de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). De financiële administratie van de afdeling Informatiemanagement voert deze betalingen uit. Het beheer van geld volgens de regels van schatkistbankieren gebeurt automatisch. Dit betekent dat de bank aan het eind van elke dag het geld dat over is, overmaakt naar de overheid. Informatievoorziening Het bestuur krijgt door het jaar heen rapportages waarin staat hoe de plannen verlopen en of alles volgens verwachting gaat. In de jaarrekening wordt aan het einde van het jaar uitgelegd wat er is bereikt en hoe het geld is besteed. Rentetoerekening In onderstaande tabel is het renteschema uit de “notitie rente 2017” van de commissie BBV opgenomen.
Hiermee wordt inzicht gegeven in de rentelasten van externe financiering, het renteresultaat en de wijze van toerekening. Renteschema (bedragen x 1.000 euro)
Externe rentelasten over korte en lange financiering Externe rentenbaten
Begroting 2027 721 -
Saldo rentelasten en rentebaten
721
Rentelasten grondexploitatie *
-
Rentelasten projectfinanciering *
-
Toe te rekenen externe rente
721
Rente over eigen vermogen *
-
Rente over voorzieningen *
-
38
Totaal geraamde toe te rekenen externe rente
721
Toegerekende rente (renteomslag 2,6%)
721
Verwacht renteresultaat
-
Tabel 11: Renteschema * Waardlanden past deze werkwijze niet toe
Het EMU-saldo Het EMU-saldo, zoals berekend in overeenstemming met de methodiek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), bedraagt: EMU-saldo (bedragen x 1.000 euro)
Begroting 2026*
Exploitatiesaldo
Begroting 2027
Begroting 2028
-
-
-
2.925
3.258
3.164
174
174
174
-2.776
-2.625
-3.041
Ten laste gebracht van voorzieningen
-149
-105
-110
EMU-saldo
175
703
187
Afschrijvingen Dotatie voorzieningen Investeringen
Tabel 12: EMU-saldo * Cijfers uit begroting 2026
Het EMU-saldo geeft inzicht in het verschil tussen de ontvangsten en uitgaven in een bepaald jaar en laat zien of er sprake is van een begrotingstekort of -overschot.
3.4
Bedrijfsvoering
De paragraaf Bedrijfsvoering gaat over de processen die ervoor zorgen dat we onze taken efficiënt, betrouwbaar en flexibel kunnen uitvoeren. Dit doen we samen met onze medewerkers en met de middelen die we tot onze beschikking hebben. Net als voorgaande jaren zijn afval en (afval)recycling belangrijke thema's in onze maatschappij, en de ontwikkelingen op dit gebied gaan snel. Om hierin mee te gaan, zijn de volgende aandachtsgebieden voor onze bedrijfsvoering van belang.
3.4.1 Personeel Onze medewerkers vormen het hart van onze organisatie. In een blijvend krappe arbeidsmarkt is het aantrekken, ontwikkelen en behouden van vakbekwaam personeel een structurele uitdaging. Dit vraagt om een toekomstgerichte benadering van werkgeverschap, waarin niet alleen arbeidsvoorwaarden, maar ook ontwikkelmogelijkheden, vitaliteit en werkplezier centraal staan. Door hier blijvend in te investeren, zorgen we ervoor dat medewerkers met betrokkenheid en vakmanschap hun werk uitvoeren, wat direct bijdraagt aan de kwaliteit en continuïteit van onze dienstverlening. 39
Tegelijkertijd staat onze organisatie voor een belangrijke doorontwikkeling. Veranderende wet- en regelgeving, toenemende digitalisering en de groeiende verwachtingen vanuit gemeenten vragen om versterking van onze organisatie en professionalisering van ondersteunende functies. Personeelskosten Voor 2027 houden wij rekening met een gemiddelde stijging van de salariskosten van 5,7%, in lijn met de actuele cao-ontwikkelingen en de aanhoudende druk op de arbeidsmarkt. Daarnaast voorzien wij aanvullende investeringen in strategische personeelsopbouw, digitalisering en duurzame inzetbaarheid. De uitbreiding van functies op het gebied van compliance, informatiebeveiliging, inkoop en accountmanagement leidt tot een verdere stijging van de personeelskosten. Deze investering is noodzakelijk om te blijven voldoen aan wet- en regelgeving en om de kwaliteit van onze dienstverlening richting gemeenten te waarborgen. Organisatieontwikkeling en overhead In het kader van de doorontwikkeling van Waardlanden versterken wij onze organisatie met een aantal cruciale rollen, waaronder een inkoopfunctionaris, functionaris gegevensbescherming (FG), security officer en een accountmanager. Deze functies dragen bij aan het voldoen aan wettelijke verplichtingen, het verhogen van de informatiebeveiliging en privacybescherming en het verbeteren van de dienstverlening aan gemeenten.
Daarnaast zetten wij verdere stappen in de digitalisering van onze processen, waarmee we efficiënter, transparanter en toekomstbestendiger kunnen werken. De uitbreiding van deze ondersteunende functies heeft tot gevolg dat het overheadpercentage zal stijgen. Deze ontwikkeling is noodzakelijk en past binnen de bredere beweging in de sector, waarin organisaties investeren in professionalisering, risicobeheersing en data gedreven werken. Samenwerking en schaalvoordelen Om de kwetsbaarheid van onze organisatie te verminderen en de kwaliteit van dienstverlening te verhogen, onderzoeken wij actief de mogelijkheden tot samenwerking met omliggende reinigingsdiensten. Deze samenwerking kan bijdragen aan kennisdeling, het delen van specialistische functies en een efficiënter gebruik van capaciteit. Arbeidsvoorwaarden voor verschillende generaties Binnen onze organisatie werken meerdere generaties samen, elk met hun eigen behoeften en verwachtingen. Het is van belang dat onze arbeidsvoorwaarden hierop blijven aansluiten. Jongere medewerkers hechten vaak waarde aan flexibiliteit, ontwikkelmogelijkheden en zingeving, terwijl oudere medewerkers meer belang kunnen hechten aan zekerheid, gezondheid en duurzame inzetbaarheid. Wij 40
blijven inzetten op maatwerk binnen de kaders van de cao, waarbij flexibiliteit en aandacht voor de individuele medewerker centraal staan. Duurzame inzetbaarheid en vitaliteit Met een gemiddelde leeftijd van circa 49 jaar blijft duurzame inzetbaarheid een belangrijk aandachtspunt. Het ziekteverzuim ligt met circa 10% op een zorgelijk hoog niveau en vraagt om gerichte en intensieve maatregelen. In 2027 zetten wij daarom sterker in op een aangescherpt verzuim- en re-integratiebeleid, uitbreiding van preventieve gezondheidsmaatregelen zoals PMO’s, inzet op fysieke belasting en ergonomisch werken, programma’s gericht op mentale gezondheid en werkdrukvermindering en versterking van het leiderschap op verzuimbegeleiding. Daarnaast stimuleren wij medewerkers actief om regie te nemen over hun eigen inzetbaarheid en loopbaanontwikkeling. Opleiding en ontwikkeling Het in 2026 ontwikkelde opleidingsbeleid wordt in 2027 verder geïmplementeerd en doorontwikkeld. De focus ligt hierbij op vakinhoudelijke ontwikkeling, digitale vaardigheden, leiderschapsontwikkeling en loopbaanoriëntatie en mobiliteit. Door gericht te investeren in ontwikkeling vergroten wij de wendbaarheid van onze organisatie en de duurzame inzetbaarheid van onze medewerkers. Inclusiviteit: meerwaarde voor kwetsbare groepen én gemeenten Waardlanden blijft zich inzetten voor een inclusieve arbeidsmarkt.
Wij bieden kansen aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en dragen daarmee bij aan maatschappelijke waardecreatie. Het aantal medewerkers uit deze doelgroep wordt waar mogelijk verder uitgebreid, onder andere via leerwerktrajecten, werkervaringsplaatsen en samenwerking met partners zoals Avres. Wij blijven investeren in de begeleiding van deze medewerkers en in de ondersteuning van leidinggevenden, zodat zij optimaal kunnen bijdragen aan een inclusieve en veilige werkomgeving. Medewerkerstevredenheid Het medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO) blijft een belangrijk instrument om inzicht te krijgen in de beleving, behoeften en aandachtspunten van onze medewerkers. De uitkomsten worden actief benut om gerichte verbeteringen door te voeren en onze organisatie als werkgever aantrekkelijk en toekomstbestendig te houden.
3.4.2 Leiderschap en interne communicatie Leiderschap en interne communicatie zijn binnen het portfoliomanagement van Waardlanden benoemd als één van de geprioriteerde hoofdthema’s voor de organisatieontwikkeling. Vanuit deze portfoliosturing wordt gericht geïnvesteerd in een wendbare, lerende organisatie met meer rust, focus en eigenaarschap.
41
Sinds 2026 wordt gewerkt aan de opbouw van een professionele interne communicatiestructuur en aan de ontwikkeling van leidinggevenden via een gefaseerd leiderschapstraject. In 2027 ligt de nadruk op verdere uitrol, borging en verankering van deze resultaten in de reguliere Planning- & Controlcyclus. Door leiderschap en interne communicatie als één samenhangend programma te sturen, ontstaat één duidelijke lijn in gedrag, communicatie en cultuur. Dit draagt bij aan beter geïnformeerde en meer betrokken medewerkers, sterker leiderschap in de organisatie en een duurzame versterking van samenwerking en vertrouwen binnen Waardlanden.
3.4.3 Informatisering en automatisering Digitalisering en data gedreven werken In 2027 blijven wij werken aan het verder ontwikkelen van data gedreven werken. De afgelopen jaren is een basis gelegd door het beter ontsluiten van data en het verbeteren van de datakwaliteit. Tegelijkertijd constateren wij dat verdere groei in data gedreven sturing samenhangt met de doorontwikkeling van ons applicatielandschap. In 2027 ligt de focus daarom op het versterken van deze randvoorwaarden, zodat wij in de jaren daarna verdere stappen kunnen zetten in het optimaal benutten van data voor sturing en besluitvorming. Wij blijven investeren in technologie en analysemogelijkheden, met als doel om onze informatievoorziening stapsgewijs te verbeteren en beter te laten aansluiten op de behoeften van de organisatie en gemeenten. Herinrichting applicatielandschap Ons applicatielandschap is in de afgelopen jaren organisch gegroeid. Dit heeft geleid tot overlap in functionaliteiten en inefficiënties, zoals het meerdere keren moeten invoeren van gegevens. In 2025 is gestart met de herinrichting van het applicatielandschap. In 2026 is de basis gelegd voor een meer samenhangend en toekomstbestendig geheel van systemen. In 2027 zetten wij deze lijn voort door verdere optimalisatie en borging van processen.
Het doel is om te komen tot een eenduidig en geïntegreerd landschap, waarin processen beter op elkaar aansluiten en waarin gewerkt wordt met uniforme en betrouwbare masterdata. Dit draagt bij aan efficiënter werken, hogere datakwaliteit en een verdere professionalisering van de organisatie. Op termijn leidt dit ook tot kostenbesparingen. Implementatie nieuw primair systeem In 2026 is gestart met de selectie van een vervanger voor AfvalRIS. In 2027 vindt de implementatie van dit nieuwe primaire systeem plaats. Dit traject heeft een majeure impact op de organisatie, omdat het raakt aan de kernprocessen van onze dienstverlening. De implementatie vraagt om een zorgvuldige voorbereiding, intensieve begeleiding van medewerkers en aanpassing van werkprocessen. Tegelijkertijd biedt dit traject 42
de mogelijkheid om processen te herontwerpen, te standaardiseren en beter aan te sluiten op de gewenste manier van werken. De invoering van het nieuwe systeem is een belangrijke randvoorwaarde om verdere stappen te kunnen zetten in data gedreven werken. Het zorgt voor betere datakwaliteit, meer samenhang in gegevens en betere sturingsinformatie. Data gestuurd werken Wij beschikken over een grote hoeveelheid data binnen onze systemen. In 2027 ligt de nadruk op het verder toegankelijk maken en benutten van deze data, voor zover de bestaande systemen dit ondersteunen. Met behulp van moderne technologie en analysetools verbeteren wij onze inzichten in processen, prestaties en trends. Dit stelt ons in staat om beter te sturen op operationele processen en afwijkingen sneller te signaleren. De verdere doorontwikkeling van data gedreven werken hangt nadrukkelijk samen met de implementatie van het nieuwe primaire systeem. Na deze implementatie kunnen wij een volgende stap zetten in het structureel en breder toepassen van data gedreven sturing. Informatiebeveiliging en compliance (NIS2) De implementatie van maatregelen die voortvloeien uit de NIS2-richtlijn vraagt in 2027 nadrukkelijk aandacht. Dit heeft gevolgen voor onze informatiebeveiliging, processen en governance.
Wij werken aan het structureel borgen van deze maatregelen binnen onze organisatie, onder andere door het versterken van beleid en procedures, het verhogen van bewustwording bij medewerkers en het inrichten van passende beheersmaatregelen en controles. Deze ontwikkeling vraagt om een integrale aanpak en heeft impact op zowel de organisatie als de inrichting van onze systemen. Samenwerking met ICT-partner In 2026 wordt een nieuwe ICT-partner geselecteerd. Afhankelijk van de uitkomst hiervan zullen in 2027 mogelijk aanvullende stappen worden gezet in het optimaliseren en standaardiseren van processen. Dit kan leiden tot aanpassingen in werkwijzen, verdere integratie van systemen en het verbeteren van de aansluiting tussen techniek en operatie. Daarbij is het van belang dat veranderingen goed worden begeleid en duurzaam worden geborgd binnen de organisatie.
3.4.4 Inkoop en aanbesteden In 2025 is het inkoopbeleid van Waardlanden vastgesteld, met als doel om te komen tot een meer gestructureerde, doelmatige en rechtmatige inrichting van de inkoopfunctie. In 2026 is gestart met de implementatie hiervan, onder andere door het uniformeren van aanbestedingsdocumenten en het opzetten van periodieke inkoop overleggen met teammanagers. 43
In de praktijk is gebleken dat deze ontwikkeling onvoldoende van de grond is gekomen. De belangrijkste oorzaak hiervan is het ontbreken van een functionaris die structureel verantwoordelijk is voor de inkoopfunctie. Hierdoor ontbrak de regie op uitvoering, samenhang en borging van het beleid. Om deze randvoorwaarde in te vullen is in de begroting 2027 een inkoopfunctionaris opgenomen. Met de invulling van deze rol ontstaat de basis om de inkoopfunctie daadwerkelijk te professionaliseren en verder in te bedden in de organisatie. In 2027 ligt de nadruk op het verder inrichten en borgen van de inkoopfunctie. Dit betekent dat gewerkt wordt aan: •
het structureel implementeren van het vastgestelde inkoopbeleid;
•
het uniformeren en toepassen van aanbestedingsdocumenten en werkwijzen;
•
het opzetten en borgen van periodieke inkoop overleggen met de organisatie;
•
het uitvoeren en benutten van spendanalyses;
•
het ontwikkelen van een aanbestedingskalender.
Daarnaast wordt gewerkt aan het vergroten van het inkoopbewustzijn binnen de organisatie en het versterken van de samenwerking tussen inkoop en de verschillende teams. De verwachting is dat 2027 in belangrijke mate in het teken staat van het op orde brengen van beleid, processen en governance. Dit is noodzakelijk om in de jaren daarna daadwerkelijk “in control” te komen op het gebied van inkoop, zowel vanuit rechtmatigheid als doelmatigheid. Door deze stappen te zetten werken wij toe naar een professionele inkoopfunctie die bijdraagt aan betere sturing, risicobeheersing en een doelmatige inzet van middelen.
3.4.5 Duurzaamheid Duurzaamheid en energietransitie Als overheidsorganisatie nemen wij onze verantwoordelijkheid in de energie- en grondstoffentransitie. Wij blijven actief inzetten op energiebesparing, verduurzaming van onze bedrijfsvoering en verantwoord inkopen. Tegelijkertijd constateren wij dat de mogelijkheden om te verduurzamen in de praktijk worden beïnvloed door externe factoren, zoals netcongestie en technologische ontwikkelingen. Wij kiezen er daarom voor om te verduurzamen in een tempo dat voor Waardlanden haalbaar en realistisch is, waarbij wij blijven voldoen aan de wettelijke verplichtingen die op dit vlak aan ons worden gesteld. Energietransitie Binnen de energietransitie zien wij dat de overstap van fossiele naar volledig elektrische oplossingen momenteel wordt afgeremd door netcongestie in onze regio. Dit beperkt de mogelijkheden om voertuigen 44
en materieel op korte termijn op grote schaal te elektrificeren. Wij blijven daarom actief betrokken bij regionale initiatieven en denktanks die gericht zijn op het vinden van oplossingen voor netcongestie, zodat ook in de toekomst gebruik kan worden gemaakt van elektrische voertuigen en apparatuur. De elektrificatie van voertuigen start gefaseerd vanaf 2029 en is opgenomen in het investeringsprogramma. Deze eerste stappen passen binnen de huidige energievoorziening. Verdere opschaling van elektrisch materieel vraagt echter om aanvullende investeringen in energiecapaciteit; de kosten hiervan zijn momenteel nog niet in het investeringsprogramma opgenomen. Voor kleinere voertuigen en gereedschappen blijft elektrisch de voorkeursoptie bij vervanging en aanschaf. Daarnaast verkennen wij alternatieve energiedragers, waaronder waterstof. In 2026 is gestart met een verkenning naar de toepasbaarheid hiervan voor Waardlanden, mede op basis van ervaringen bij andere inzamelaars. In 2027 wordt deze verkenning voortgezet en werken wij toe naar een beter onderbouwd beeld van de haalbaarheid en mogelijke inzet. Circulaire bedrijfsvoering Ook binnen onze eigen organisatie werken wij aan een circulaire manier van werken. Medewerkers van Waardlanden zijn veelal woonachtig in de regio en maken zowel privé als op het werk de transitie naar een circulaire economie mee.
Dit vraagt om een verandering in gedrag en werkwijzen binnen de organisatie. In 2027 blijven wij inzetten op het doorbreken van bestaande patronen en het stimuleren van circulair gedrag op de werkplek. Concreet betekent dit onder andere: •
het bewust omgaan met grondstoffen en afvalstromen binnen kantooromgevingen;
•
het verder ontwikkelen van een circulaire werkcultuur;
•
Wet- en regelgeving en verantwoording.
De komende jaren neemt de druk vanuit wet- en regelgeving op het gebied van duurzaamheid verder toe. Ook binnen de afvalbranche krijgen wij te maken met aanvullende eisen op het gebied van registratie, rapportage en verantwoording, waaronder de CSRD. In 2027 zetten wij verdere stappen in het inrichten van de benodigde processen en systemen voor: •
het verzamelen en vastleggen van duurzaamheidsdata;
•
het uitvoeren van materialiteitsanalyses;
•
het borgen van datakwaliteit en interne beheersing.
Deze ontwikkeling vraagt om een structurele inbedding binnen de organisatie en heeft impact op zowel processen als capaciteit.
45
Realistische en gefaseerde verduurzaming Hoewel de ambities op het gebied van duurzaamheid hoog zijn, vraagt de praktijk om een realistische en gefaseerde aanpak. Beperkingen zoals netcongestie en afhankelijkheid van externe ontwikkelingen maken dat niet alle doelstellingen op korte termijn realiseerbaar zijn. Wij kiezen daarom bewust voor een stapsgewijze aanpak, waarbij wij: •
blijven voldoen aan wettelijke verplichtingen;
•
inspelen op technologische en infrastructurele ontwikkelingen;
•
investeren op momenten dat dit uitvoerbaar en doelmatig is.
Op deze manier werken wij toe naar een duurzame organisatie, met oog voor haalbaarheid, betaalbaarheid en continuïteit van onze dienstverlening.
3.4.6 Arbo, veiligheid en milieu Waardlanden vindt veilig en gezond werken (nu en in de toekomst) erg belangrijk. Om veilig en gezond te kunnen werken moeten medewerkers zich bewust zijn van mogelijke risico's en over de kennis en kunde beschikken. Werkgever, medewerkers en OR hebben hierin een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Wat gaan we doen? •
Arbeidsrisico's in beeld brengen via de gebruikelijke instrumenten (Preventief Medisch Onderzoek, medewerkerstevredenheidsonderzoek en de Risico Inventarisatie & Evaluatie);
•
De geïdentificeerde risico's, behoud- en verbeterpunten samen met voorgestelde maatregelen vastleggen in een actieplan / plan van aanpak;
•
Het bewustzijn van de mogelijke arbeidsrisico's bij medewerkers vergroten d.m.v. voorlichting en training;
•
Verbeteren van de persoonlijke beschermingsmiddelen;
•
Minimaliseren van milieurisico's en maatregelen nemen ter bescherming van het milieu.
Wat mag het kosten? De kosten voor dit beleid zijn opgenomen in de financiële begroting en zijn opgenomen onder meerdere lasten voor een totaalbedrag van € 81.000, Wat levert het op? Goed arbobeleid heeft naast het verminderen van arbeidsrisico's meer positieve effecten. Als medewerkers veilig en gezond hun werk kunnen doen dan leidt dit tot meer werkplezier, hogere motivatie en een verbeterde inzetbaarheid van medewerkers en uiteindelijk een hogere productiviteit.
46
3.4.7 Juridische control Als overheidsorganisatie is het van groot belang dat wij handelen in overeenstemming met geldende wet- en regelgeving. Juridische control speelt hierin een essentiële rol. Het draagt bij aan rechtmatig handelen, het beheersen van risico’s en het borgen van een betrouwbare en integere bedrijfsvoering. Dit is niet alleen van belang voor de continuïteit van onze organisatie, maar ook voor het vertrouwen van gemeenten, inwoners en andere stakeholders. Juridische control richt zich onder andere op contractmanagement, privacy en gegevensbescherming, en het naleven van relevante wet- en regelgeving en interne afspraken. In 2025 is een juridische scan uitgevoerd. Deze scan heeft inzicht gegeven in de belangrijkste risico’s en verbeterpunten binnen onze organisatie en vormt de basis voor de acties die in de daaropvolgende jaren worden uitgevoerd. In 2027 en daarna zetten wij deze lijn voort. De juridische scan wordt daarbij beschouwd als een levend document dat periodiek wordt bijgewerkt en aangevuld op basis van nieuwe ontwikkelingen, wetgeving en inzichten. Het doel is om risico’s structureel te verkleinen en verbeteringen door te voeren. In 2027 ligt de nadruk op het verder implementeren en borgen van maatregelen die bijdragen aan een organisatie waarin compliant werken een geïntegreerd onderdeel vormt van de dagelijkse praktijk. Dit betekent dat wij: •
onze processen en werkwijzen verder in lijn brengen met wet- en regelgeving;
•
de samenwerking met juridische expertise versterken;
•
het bewustzijn binnen de organisatie vergroten;
•
sturen op structurele borging van compliance in beleid en uitvoering.
Door deze aanpak werken wij toe naar een situatie waarin juridische control niet alleen ondersteunend is, maar integraal onderdeel uitmaakt van onze bedrijfsvoering. Hiermee vergroten wij onze wendbaarheid, beperken wij risico’s en versterken wij onze positie als betrouwbare publieke organisatie.
3.4.8 Wet Open Overheid (Woo) Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden als opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Het doel van deze wet is het bevorderen van een transparante overheid met een toegankelijke en betrouwbare informatievoorziening. De Woo verplicht bestuursorganen om actiever informatie openbaar te maken. Dit betekent dat in de begroting en het verantwoordingsverslag wordt toegelicht op welke wijze hier invulling aan wordt gegeven. Dit onderdeel van de begroting 2027 voorziet daarin.
47
De Woo kent vier belangrijke verplichtingen: 1.
De verplichting voor ieder bestuursorgaan om een Woo-contactfunctionaris aan te wijzen;
2.
Verplichtingen gericht op passieve openbaarmaking;
3.
Verplichtingen gericht op actieve openbaarmaking;
4.
Het op orde brengen van de (digitale) informatiehuishouding.
Woo-contactfunctionaris Waardlanden heeft een Woo-contactfunctionaris aangesteld om de toegankelijkheid van informatie te vergroten en de dienstverlening te verbeteren. Deze Woo-functionaris ondersteunt inwoners en andere belangstellenden bij het vinden van informatie en vervult een actieve voorlichtingsrol. Passieve openbaarmaking Via de website is het mogelijk om digitaal een Woo-verzoek in te dienen. De procedure en aanvullende informatie zijn daarbij beschikbaar gesteld. Woo-verzoeken, inclusief de schriftelijke besluiten en de verstrekte informatie, worden gepubliceerd op de website. Actieve openbaarmaking Waardlanden publiceert actief informatie om de transparantie te vergroten. Medewerkers worden zich daarbij bewust gemaakt van het belang van openbaarheid en de invloed van de Woo op hun werkzaamheden. Informatievoorziening op orde De Woo schrijft voor dat de informatiehuishouding binnen zes jaar op orde wordt gebracht. In 2025 is hiervoor een meerjarenplan opgesteld en is gestart met de uitvoering. Informatie wordt duurzaam toegankelijk gemaakt volgens de DUTO-kenmerken (vindbaar, beschikbaar, leesbaar, interpreteerbaar, betrouwbaar en toekomstbestendig). De werkzaamheden worden in 2027 voortgezet. Doorontwikkeling Waardlanden bouwt vanaf 2025 stapsgewijs aan een betere inrichting van actieve openbaarmaking en informatiebeheer.
In 2026 wordt verder geïnvesteerd in documentbeheer en archivering. Deze gefaseerde aanpak voorkomt een onevenredige belasting van de organisatie en draagt bij aan een zorgvuldige en duurzame uitvoering van de Woo. De Woo wordt daarbij niet alleen gezien als een wettelijke verplichting, maar ook als een ontwikkelopgave die bijdraagt aan verdere professionalisering van de organisatie en verbetering van de dienstverlening. In 2027 wordt een volgende fase in de implementatie opgepakt.
48
3.5
Verbonden partijen
Beleidsvisie Waardlanden werkt samen met andere organisaties, maar alleen als die bijdragen aan de doelen van de organisatie. Dit betekent dat samenwerkingspartners de organisatie moeten ondersteunen en versterken bij het uitvoeren van haar taken. Verbonden partijen Waardlanden werkt samen met Waardlanden Reinigingsbedrijf BV als verbonden partij. Omschrijving belang Waardlanden is voor 100% aandeelhouder in Waardlanden Reinigingsbedrijf BV. Belang aan het begin en einde jaar Er is sprake van een 100% belang aan het begin en einde van het jaar. Verwachte omvang eigen vermogen begin en einde jaar De Algemene Vergadering van Aandeelhouders heeft bepaald dat het eigen vermogen van Waardlanden Reinigingsbedrijf BV maximaal € 150.000 mag zijn. Als het eigen vermogen hoger wordt, wordt het extra bedrag als dividend uitgekeerd aan Waardlanden. Dit betekent dat het teveel aan winst wordt uitbetaald aan de aandeelhouder. Waardlanden houdt in 2027 in de begroting rekening met een dividendbate van € 150.000 vanuit de resultaatbestemming 2026. Verwachte omvang financieel resultaat begrotingsjaar (mutatie eigen vermogen) De verwachte omvang van het financiële resultaat 2027 van Waardlanden Reinigingsbedrijf B.V. bedraagt € 150.000 (na vennootschapsbelasting).
Risico’s Waardlanden loopt geen financiële risico’s met Waardlanden Reinigingsbedrijf BV, behalve dat het verplicht is om het volledige bedrag van de aandelen te betalen. Dit heet de volstortplicht.
49
FINANCIËLE BEGROTING
50
4 FINANCIËLE BEGROTING 4.1
Begroting 2027 en meerjarenraming (MJR) 2028-2030
Baten en lasten
Realisatie
Begroting
MJR
Begroting
MJR
MJR
MJR
2025
2026
begroting
2027
begroting
begroting
begroting
2028
2029
2030
2027
(bedragen x 1.000 euro)
LASTEN Lonen en salarissen
8.020
10.480
10.742
11.687
11.979
12.279
12.585
Inhuur derden
3.024
768
788
1.535
1.574
1.613
1.653
564
540
554
558
569
583
598
Overige personeelslasten Afschrijvingen
2.584
2.871
2.972
3.258
3.164
3.458
3.723
Huisvestingskosten
1.020
1.255
1.285
1.290
1.321
1.353
1.386
Kantoorkosten
1.129
1.866
1.417
1.791
1.449
1.479
1.510
Voertuigkosten
2.468
2.507
2.570
2.613
2.678
2.745
2.814
Materieel
863
551
565
901
924
947
970
Bankkosten
5
-
-
-
-
-
-
Rente
508
687
706
721
750
783
823
Overige kosten
1.526
1.443
1.406
2.119
2.172
2.226
2.282
Verwerkingskosten
6.117
6.205
6.342
6.842
7.009
7.179
7.353
1
-
-
-
-
-
-
Totaal lasten
27.828
29.173
29.346
33.317
33.589
34.645
35.697
BATEN Algemene baten
19.688
18.872
18.990
21.269
21.424
22.240
23.046
Doorbelastingen
-
-
-
-
-
-
-
Overige baten
685
2.447
2.502
3.328
3.442
3.523
3.607
Nedvang
1.248
-
-
800
819
840
861
Verwerkingsopbrengsten
4.519
5.850
5.848
5.537
5.520
5.658
5.800
KWD opbrengsten
1.877
1.855
1.855
2.234
2.234
2.234
2.234
77
150
150
150
150
150
150
28.094
29.173
29.346
33.317
33.589
34.645
35.697
267
-
-
-
-
-
-
75
-
-
-
-
-
-
342
-
-
-
-
-
-
Vennootschapsbelasting
Dividend Totaal baten Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Toevoegingen Onttrekkingen Resultaat
Tabel 13: Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030 51
Toelichting op de baten en lasten op categorieniveau Algemeen De begroting voor 2027 is gebaseerd op de Kaderbrief 2027 en wijkt af van de meerjarenraming (MJR) 2027 uit 2025. De belangrijkste oorzaken van de afwijkingen zijn de uitbreiding van het aantal fte, hogere kosten inhuur, hogere afschrijvings- en rentelasten door investeringen met een langere doorlooptijd, hogere materieelkosten en stijgende kantoorkosten door verdere automatisering en inhuur van externe expertise. De overige kosten stijgen door uitbreiding van de dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s), maar worden gecompenseerd door hogere overige baten. Ook de verwerkingskosten nemen toe door hogere belastingen en CO₂-heffingen, wat wordt gedekt door hogere opbrengsten uit verwerkingsactiviteiten en een hogere opbrengst van Waardlanden B.V. LASTEN (3.971.000 euro N) De totale lasten zijn ten opzichte van de MJR-begroting 2027 € 3.971.000 hoger. Hieronder wordt per onderdeel verdere toelichting op deze toename gegeven. Personeel (1.692.000 euro N) De loon- en inhuurkosten stijgen met € 1.692.000 ten opzichte van de MJR-begroting 2027. De stijging van de loonkosten wordt deels veroorzaakt door de indexering voor 2027 van 5,7% (€ 335.000). Daarnaast is de formatie uitgebreid met 6,56 fte, wat leidt tot hogere kosten van € 707.000.
De recent in dienst getreden medewerkers zijn lager ingeschaald dan oorspronkelijk begroot, wat leidt tot een kostenverlaging van € 98.000. De inhuurkosten nemen met € 44.000 toe door toepassing van gelijke beloning voor inhuur en eigen personeel (WAADI). De inhuurcapaciteit die nodig is om de dienstverlening op peil te houden, stijgt met € 700.000 door meer inzet tegen de daarbij gemoeide hogere tarieven. De ondersteuning voor verdere professionalisering, ingezet in 2025, neemt in 2027 naar verwachting licht af door een intensivering van werving- en selectieactiviteiten. Hierdoor verschuiven kosten van inhuur naar eigen kosten voor eigen personeel. Overige personeelslasten (5.000 euro N) De stijging van de overige personeelskosten wordt vooral veroorzaakt door indexatie (€ 12.000). Daarnaast zijn de kosten voor het opstellen van de risico-inventarisatie en -evaluatie (€ 30.000) geherrubriceerd naar externe dienstverlening. De kosten voor ziekteverzuimbegeleiding nemen toe met € 25.000 door intensievere controle en begeleiding, als onderdeel van een actieve aanpak van verzuim.
52
Afschrijvingen (286.000 euro N) De afschrijvingskosten stijgen ten opzichte van de MJR-begroting 2027 met € 286.000. Dit is voornamelijk het gevolg van de lange doorlooptijd van de Europese aanbesteding voor gedeeltelijke vervanging van het wagenpark, afgerond in 2025. Direct daarna zijn de bestellingen voor de reeds geplande vervangingen geplaatst; eind 2025 stond voor € 2,5 miljoen aan bestellingen open. Door lange productie- en levertijden vindt de levering pas in 2026 plaats, waardoor het moment van ingebruikname verschuift en de afschrijvingskosten in 2027 toenemen. Huisvestingskosten (6.000 euro N) De huisvestingskosten stijgen met € 6.000 ten opzichte van de MJR-begroting 2027, voornamelijk door indexering en lagere opbrengsten uit terug geleverde energie (€ 10.000). De dotatie voor onderhoud bedraagt € 175.000 en is gebaseerd op het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) 2022–2025. In 2026 wordt een nieuw MJOP opgesteld, waarna de dotatie in toekomstige begrotingen wordt aangepast aan de nieuwste ramingen. Kantoorkosten (374.000 euro N) De kantoorkosten omvatten kosten als: automatisering, bank- en administratiekosten, accountantskosten, telefoon- en communicatiekosten, extern advies en overige bedrijfsvoeringskosten. De belangrijkste afwijkingen in 2027 ten opzichte van de MJR-begroting 2027 zijn: •
Automatiseringskosten (+ € 272.000): deze toename hangt samen met de implementatie van het nieuwe AfvalRis-pakket, de benodigde systeemkoppelingen en de verdere ontwikkeling van de automatisering.
•
Extern advies (+ € 384.000): ➢
€ 371.000 voor de inhuur van specialistische kennis die niet binnen de eigen organisatie beschikbaar is, ter ondersteuning van de ingezette ontwikkeling;
➢ •
€ 12.500 voor ondersteuning en advieswerkzaamheden voor de ondernemingsraad.
Overige bedrijfsvoeringskosten (- € 296.000): afname doordat de post onvoorzien (€ 250.000) is vervallen en de kosten voor dataregistratie van afvalbeheer € 46.000 lager uitvallen.
Het resterende verschil wordt verklaard door diverse kleinere mutaties. Voertuigkosten (43.000 euro N) Dit betreft de kosten voor onderhoud, brandstof, schade, verzekering, belasting, rente en afschrijving van het materieel (wagenpark en gereedschap). Deze kosten stijgen met € 43.000 ten opzichte van de MJRbegroting 2027. Het onderhoud van het wagenpark en de bijbehorende kosten nemen toe met € 47.000, vooral door hogere uitgaven voor onderdelen en uitbestede grote reparaties. Daarnaast is € 50.000 opgenomen voor de inhuur van afvalwagens bij derden in geval van calamiteiten. Door de lange doorlooptijd van externe reparaties kan de reguliere dienstverlening onder druk komen te staan, waardoor inhuur noodzakelijk is. De verzekeringskosten van het wagenpark zijn structureel lager dan begroot en zijn daarom 53
met € 50.000 verlaagd. Per saldo leidt bovenstaande tot een verhoging van per saldo € 43.000 ten opzichte van de MJR-begroting 2027. De brandstofkosten zijn bewust structureel iets hoger geraamd om schommelingen in brandstofprijzen op te vangen, gezien de volatiliteit van deze prijzen. Materieel (336.000 euro N) Onder het materieel vallen onder andere de kosten voor afzetcontainers en wijkverzamelcontainers. Ten opzichte van de MJR-begroting 2027 stijgen de kosten voor afzetcontainers met afgerond € 117.000 door ouderdom en afnemende kwaliteit, waardoor vaker reparaties nodig zijn. In de investeringsbegroting 2027 zijn daarom middelen opgenomen voor gefaseerde extra vervanging van deze containers. Bij de wijkverzamelcontainers is eveneens sprake van hogere kosten (€ 277.000), onder andere door vervanging van onderdelen zoals accu’s en paslezers, extra onderhoud door inferieure kwaliteit en herstelkosten als gevolg van vandalisme. De kosten voor huishoudcontainers dalen met € 68.000 door de verdere uitrol van wijkverzamelcontainers. Rente (16.000 euro N) De rentelasten nemen toe als gevolg van het uitgestelde investeringsritme. Door de langere doorlooptijd van de Europese aanbesteding en de daarop volgende bestellingen, verschuift het moment van levering en ingebruikname van het materieel naar 2026.
Hierdoor is de bijbehorende financiering naar verwachting eveneens pas in 2026 benodigd. Als gevolg hiervan nemen de rentelasten in 2027 toe. Overige kosten (714.000 euro N) De overige kosten zijn € 714.000 hoger dan begroot volgens de MJR-begroting 2027 en betreft de overige DVO uitvoeringskosten en de overige uitvoeringskosten. Allereerst nemen de overige DVO-uitvoeringskosten toe met € 722.000. Deze kosten betreffen onder andere de inhuur van externe partijen, de aankoop van strooizout en de inzet van Avres voor het ledigen van openbare prullenbakken. Het grootste deel van de toename (€ 600.000) is toe te schrijven aan de toevoeging van de DVO Onkruid Gorinchem. Daarnaast zijn in dit bedrag ook de overige kosten van de DVO Polderbus opgenomen. In de MJR-begroting 2027 waren deze kosten nog elders verantwoord en niet afzonderlijk als DVO begroot; het betreft hierbij een bedrag van € 61.000. Deze uitvoeringskosten worden 1-op-1 afgerekend met de gemeenten en worden dus gecompenseerd door hogere overige baten. Omdat de DVO-uitvoeringsbaten in totaal onder “overige baten” zijn opgenomen, is dit voordeel niet direct zichtbaar. Het gaat hier uitsluitend om de overige DVO-uitvoeringskosten, exclusief personeels-, materieel- en verwerkingskosten van de DVO’s.
54
De overige uitvoeringskosten nemen per saldo met € 6.000 af ten opzichte van de MJR-begroting 2027. Dit betreft kosten voor aftransport, glasinzameling, containerwissels, inzameling en verwerking van kerstbomen en zwerfafvalmonitoring. De kosten voor aftransport zijn ten opzichte van de MJR-begroting 2027 ongeveer gelijk gebleven; de stijging van de transporttarieven wordt door de afname van hoeveelheden gecompenseerd. Voor de overige kosten onder deze post zijn geen specifieke afwijkingen of bijzonderheden te melden. Verwerkingskosten (500.000 euro N) De verwerkingskosten betreffen de uitgaven van Waardlanden voor de verwerking van afval van de milieustraten, milieuparken, huis-aan-huis-inzameling en overige stromen, zoals veegvuil, slib, composteerbaar tuinafval en puin. Voor 2027 zijn de kosten gebaseerd op de aantallen uit 2025, in combinatie met de huidige en verwachte verwerkingstarieven. Ten opzichte van de MJR-begroting 2027 stijgen de verwerkingskosten met afgerond € 500.000. Deze toename wordt veroorzaakt door meerdere structurele ontwikkelingen in de markt voor grondstoffen en afvalverwerking. Het hoge aanbod van recyclebare materialen, in combinatie met beperkte afzetmogelijkheden, zet de prijzen onder druk en leidt tot hogere verwerkingstarieven.
Daarnaast wordt de CO₂-heffing voor verbrandingsinstallaties vanaf 2027 goed merkbaar, waardoor ook de kosten voor het verbranden van restafval toenemen. Vanaf 2026 wordt bovendien de AVI-correctiefactor gefaseerd ingevoerd, wat de afvalstoffenbelasting verder verhoogt. Na eerdere sterke dalingen vlakt de ingezamelde afvaltonnage de laatste jaren af, een trend die naar verwachting de komende jaren doorzet. De stijging ten opzichte van de MJR-begroting 2027 is vooral zichtbaar bij het huis-aan-huis ingezamelde afval (€ 364.000), het grofvuil van de milieustraten (€ 178.000) en de lagere verwerkingsopbrengst voor metaal van de milieustraten (€ 71.000). De totale toename bij de milieustraten bedraagt € 271.000 en bestaat, naast de twee eerder genoemde stromen, uit het saldo van een groot aantal kleinere toe- en afnames. Daartegenover staat een hogere opbrengst voor papier van € 232.000 ten opzichte van de MJR-begroting 2027, al ligt dit bedrag nog altijd € 120.000 onder de realisatie in 2025. De overige afwijkingen betreffen eveneens het saldo van diverse minder omvangrijke toe- en afnames. Ook voor 2027 hanteren we twee tarieven voor de gemeenten: één voor diftar en één zonder diftar. Het tarief zonder diftar houdt geen rekening met de financiële prikkel voor het verminderen van restafval bij de huisaan-huisinzameling en de milieustraten.
Voor Diftar-gemeenten registreren we de verwerkte hoeveelheden op de milieustraten en verrekenen deze kosten rechtstreeks met de inwoners. Dit geldt ook voor de grofvuilophaaldienst. Inwoners van Vijfheerenlanden (niet-diftar) kunnen kosteloos gebruikmaken van de milieustraten en de grofvuilophaaldienst; deze kosten worden met de gemeente verrekend.
55
BATEN (3.971.000 euro V) De totale baten zijn ten opzichte van de MJR-begroting 2027 € 3.971.000 hoger. Hieronder wordt per onderdeel verdere toelichting op deze toename gegeven. Algemene baten (2.278.000 euro V) Dit betreft de voorschotbijdragen van de gemeenten. Deze nemen met € 2.278.000 toe als direct gevolg van de stijging van de tarieven. Voor een nadere toelichting op de tarieven wordt verwezen naar paragraaf 1.2.2 (Tariefstelling 2027 voor gemeenten). Overige baten (826.000 euro V) Het voordeel van de overige baten ten opzichte van de MJR-begroting 2027 bedraagt € 826.000 en bestaat uit meerdere onderdelen. De voorschotten uit dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) zijn € 964.000 hoger. Dit is voornamelijk het gevolg van de toevoeging van de DVO Onkruid Gorinchem (€ 600.000). De gemeente Gorinchem en Waardlanden hebben de intentie uitgesproken om de onkruidbestrijding vanaf 2027 via Waardlanden te organiseren. Daarnaast dragen de reclassificatie van de DVO Werkplaats Gorinchem (€ 155.000) en indexeringen als gevolg van hogere kosten voor personeel, inhuur en materieel bij aan de stijging van deze post. In 2025 zijn de DVO’s opgesteld en/of herzien om beter aan te sluiten op de actuele situatie. Een deel hiervan is nog niet definitief vastgesteld. Niet alle DVO’s zijn echter al definitief of ondertekend.
In 2026 worden hierover verdere afspraken gemaakt met de betrokken gemeenten, gericht op het formaliseren van lopende en toekomstige werkzaamheden. De overige opbrengsten dalen met € 139.000, voornamelijk doordat de doorbelasting van de werkplaats (€ 155.000) is verplaatst naar de DVO-opbrengsten. Nedvang (800.000 euro V) In de MJR-begroting 2027 was deze post opgenomen onder de verwerkingsopbrengsten. Ter bevordering van de transparantie en een beter inzicht in de baten en lasten, is deze in de begroting 2027 separaat opgenomen. Ten opzichte van 2026 is deze post € 250.000 hoger. Hoewel de totale hoeveelheid pmd gelijk is gebleven, is binnen deze stroom sprake van een duidelijke verschuiving: de hoeveelheid brongescheiden pmd is sterk toegenomen, terwijl de aanvoer naar de nascheidingsinstallatie is afgenomen. Dit hangt onder andere samen met de invoering van bronscheiding in het buitengebied sinds 2025. Per saldo leidt dit tot een hogere vergoeding.
56
Verwerkingsopbrengsten (311.000 euro N) Gecorrigeerd voor de in 2027 afzonderlijk gepresenteerde post Nedvang, zijn de verwerkingsopbrengsten € 488.000 hoger dan in de MJR-begroting 2027. Dit hangt samen met de hogere verwerkingskosten van € 500.000 ten opzichte van de MJR-begroting 2027. KWD opbrengsten - Reinigingsbedrijf B.V. (379.000 euro V) Sinds april 2022 wordt het bedrijfsafval ingezameld in samenwerking met Netwerk N.V. Waardlanden blijft de inzamelactiviteiten uitvoeren voor Reinigingsdienst Waardlanden B.V. en ontvangt daarvoor een vergoeding. De verwachte winst is als structurele opbrengst onder dividend opgenomen. De inzet van Waardlanden is verwerkt in de lasten. De baten en lasten zijn volgens de afspraken met Netwerk N.V. in de begroting opgenomen. De doorbelasting van de overheadkosten door Waardlanden neemt toe naarmate de omzetverwachting van Reinigingsbedrijf Waardlanden B.V. stijgt. Met de invoering van diftar in 2024 zijn er bedrijfspassen verstrekt voor het legen van wijkcontainers. Afnemers betalen Waardlanden B.V. een abonnement op basis van de klepbeweging. GR Waardlanden registreert deze bewegingen en berekent deze door aan de B.V., evenals het gebruik van de ondergrondse containerputten die eigendom zijn van de GR en door haar worden onderhouden.
Het verwachte positieve resultaat ten opzichte van de MJR-begroting 2027 wordt veroorzaakt door een hogere omzetverwachting bij de B.V. als gevolg van onder meer het indexering en uitbreiding van de activiteiten. Daarnaast is het gebruik van de ondergrondse containerputten en de bijbehorende contracten volledig in beeld gebracht. De stijgende verwerkingskosten leiden tot een hogere opbrengst. Aangezien deze één op één worden doorbelast en hebben die geen effect op het resultaat. Dividend (0 euro) De
verwachte
dividenduitkering
wordt
structureel
in
de
begroting
opgenomen.
resultaatbestemming van Waardlanden B.V. is het bedrag van de eerste € 150.000
Vanuit
bestemd
de voor
Waardlanden. Eventuele winst daarboven wordt verdeeld volgens de voor het betreffende jaar geldende verdeelsleutel.
4.2
Uitgangspunten
Bij de totstandkoming van de programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030 zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Algemeen •
De bepalingen voor het bestemmen van de tekorten en overschotten zijn vastgelegd in de financiële beheerverordening van de Gemeenschappelijke Regeling Reinigingsdienst Waardlanden;
57
•
De begrotingscijfers zijn waar nodig bijgesteld op basis van de realisatiecijfers 2025;
•
De effecten vanuit de strategienota 2021-2025 worden gemonitord en geëvalueerd en zijn waar nodig meegenomen in de begroting 2027.
•
De gehanteerde indexpercentages voor begrotingsjaar 2027 en de meerjarenbegroting 2028-2030 zijn overgenomen vanuit de septembercirculaire gemeentefonds 2025 (tabel 4.2.2 Prijsindexen CPB MEV 2026 en CEP 2025). Voor 2027 bedraagt het percentage 2,2% voor de materiële uitgaven ten opzichte van de begroting 2026. Dit indexpercentage is ook van toepassing op de jaren 2028-2030 uit de meerjarenbegroting.
Personele capaciteit en samenhangende uitgaven •
Uitgangspunt voor de salarispost is de formatie (aanwezige formatie inclusief vacatures) zoals in de begroting 2026 is vastgesteld met daarbij een uitbreiding van 6,56 fte.
•
Vacatures zijn meegenomen op het maximum van de functionele schaal.
•
Feitelijke schaalbedragen volgens de bruto salarisbetaling over januari 2027.
•
De cao Gemeenten/SGO 2025-2027 loopt vanaf 1 april 2025 door tot en met 31 maart 2027. Er wordt rekening gehouden met een opslag voor sociale lasten en pensioenpremies van 29,50%.
•
De gehanteerde indexpercentages voor begrotingsjaar 2027 en de meerjarenbegroting 2028-2030 zijn overgenomen vanuit de septembercirculaire gemeentefonds 2025 (tabel 4.2.2 Prijsindexen CPB MEV 2026 en CEP 2025). Voor 2027 bedragen de percentages 5,7% voor de lonen en salarissen en 2,2% voor de materiële uitgaven ten opzichte van de begroting 2026.
•
In de begroting wordt rekening gehouden met een verzuimpercentage van 7%.
•
Inhuur is berekend op basis van capaciteitsplanning ten opzichte van de formatie. De extra kosten voor inhuur gesteld op 10%.
•
De transitievergoeding na 2 jaar ziekte vervalt per 1 juli 2026. De eventuele kosten voor een transitievergoeding in 2027 zijn niet opgenomen in de lasten maar opgenomen onder de risicoinventarisatie 2026.
Afschrijvingen •
Waardlanden schrijft kapitaalgoederen af volgens de financiële regels van de Gemeenschappelijke Regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Reinigingsdienst Waardlanden die zijn vastgelegd in de financiële verordening van Waardlanden.
•
De afschrijvingen zijn berekend op basis van het materieel dat nu in gebruik is en de geplande investeringen voor 2027-2030.
Leningen • Voor tienjarige leningen wordt voor 2027 een rentepercentage verwacht in de bandbreedte van ongeveer 3% tot 3,5%, gebaseerd op de huidige kapitaalmarktontwikkelingen en renteverwachtingen binnen de eurozone. In de begroting 2027 wordt uitgegaan van 3,5%. Daarmee
58
wordt een voorzichtig en realistisch financieel kader gehanteerd en wordt het risico op toekomstige rentetegenvallers beperkt. Rente •
Als Waardlanden investeert, horen daar rentekosten bij. In de begroting wordt hiervoor een rentepercentage gebruikt. Dit percentage wordt berekend door de rente te vergelijken met de waarde van de investeringen. Voor 2027 is dit percentage 2,6%.
Onderhoud •
Het onderhoud volgt het meerjarenonderhoudsplan (MJOP), dat als basis dient voor de berekening van de voorziening groot onderhoud. Het MJOP wordt om de drie jaar geactualiseerd; de laatste update was in 2023. In 2026 staat een nieuwe opname gepland van de actuele staat van de bouwkundige en installatietechnische componenten op de verschillende locaties.
Dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) •
In 2025 zijn de DVO’s opgesteld en/of herzien, zodat de afspraken aansluiten op de actuele situatie. Niet alle DVO’s zijn inmiddels definitief of ondertekend. In 2026 wordt hier vervolg aan gegeven. De begroting 2027 is opgesteld op basis van de DVO’s zoals deze momenteel bekend zijn of in voorbereiding zijn. Nog af te sluiten DVO’s in 2026 kunnen leiden tot wijzigingen in uitvoering en financiële consequenties. Indien deze wijzigingen significant zijn en niet binnen de bestaande budgetten passen, kan dit een begrotingswijziging tot gevolg hebben. Binnen de bestaande begroting worden de gevolgen echter budgetneutraal verwerkt, zodat er geen resultaatswijziging optreedt.
•
Daarnaast kan buiten de basis-DVO’s aanvullend maatwerk worden uitgevoerd. Voor dit maatwerk, bijvoorbeeld gericht op specifieke onderwerpen zoals het terugdringen van bijplaatsingen bij ondergrondse containers, wordt een aparte DVO afgesloten.
Bijdrage gemeenten •
In het hele gebied zijn er 69.760 huisaansluitingen, volgens de opgave van de gemeenten. De kosten worden verdeeld op basis van dit aantal. Elke gemeente betaalt een deel dat past bij het aantal huisaansluitingen in haar gebied.
4.3
Incidentele baten en lasten
Volgens de richtlijnen van de Commissie Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) moet in de begroting onderscheid worden gemaakt tussen structurele en incidentele baten en lasten. Dit draagt bij aan een transparant en inzichtelijk financieel beeld.
59
Structurele baten en lasten keren jaarlijks terug en vormen de basis van de begroting. Wanneer de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken, is sprake van een structureel sluitende begroting. Incidentele baten en lasten doen zich eenmalig of onregelmatig voor, zoals opbrengsten uit de verkoop van eigendommen, ontvangen subsidies of grote eenmalige uitgaven. Omdat het moment en de omvang van deze incidentele posten onzeker zijn, worden zij niet structureel in de begroting opgenomen.
4.4
Structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
Als gevolg van het opheffen van de reserve grondwaardering is er geen sprake meer van structurele toevoegingen of onttrekkingen aan de reserves.
4.5
Investeringsprogramma
De tabel laat zien welke investeringen gepland staan in de begroting voor 2027 en in de meerjarenraming voor 2028 tot en met 2030. Investeringsprogramma 2027-2030 (bedragen x 1.000 euro)
Begroting 2027
MJR 2028
MJR 2029
MJR 2030
uitbreiding vervanging uitbreiding vervanging uitbreiding vervanging uitbreiding vervanging
Huisvesting
-
-
-
-
-
-
-
-
Inventaris
-
-
-
-
-
-
-
-
ICT/Software
-
400
-
150
-
150
-
150
Voertuigen
-
1.163
-
1.945
-
2.344
-
2.960
Materieel
-
1.062
-
946
-
936
-
957
Milieustraten/ Circulaire ambachtscentra
-
-
-
-
-
-
-
PM
Begrotingsresultaat
-
2.625
-
3.041
-
3.431
-
4.067
Tabel 14: Investeringsprogramma over begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030
Het investeringsprogramma geeft op hoofdlijnen inzicht in de geplande (vervangings)investeringen. Ten opzichte van de begroting 2026 is het investeringsniveau voor 2027 toegenomen. Dit wordt met name veroorzaakt door de vervanging van AfvalRIS (€ 250.000), een hogere investering in afzet- en wisselcontainers (€ 150.000) en een aanvullende investering van € 90.000 voor containers op de milieustraten. Deze containers blijken meer slijtage en veroudering te vertonen dan eerder was voorzien. Dit leidt tot hogere onderhoudskosten, terwijl reparaties niet onbeperkt mogelijk zijn. Hierdoor is het noodzakelijk om eerder en frequenter tot vervanging over te gaan. Vanaf 2027 wordt daarom gestart met een 60
inhaalslag, waarbij jaarlijks zes afzet- en wisselcontainers en zes containers op de milieustraten worden vervangen. De bijbehorende investeringen zijn opgenomen in de investeringstabel. De elektrificatie van voertuigen staat gepland vanaf 2029 en is eveneens in het investeringsprogramma verwerkt. Deze investeringen passen binnen de huidige energievoorziening. Bij verdere opschaling van elektrisch materieel zal aanvullende investering in energiecapaciteit noodzakelijk zijn; deze kosten zijn op dit moment nog niet in het investeringsprogramma opgenomen. In algemene zin blijft Waardlanden terughoudend met nieuwe investeringen. Bedrijfsmiddelen die technisch nog goed functioneren, blijven ook na afschrijving in gebruik. Vervanging wordt waar mogelijk uitgesteld, waarbij een zorgvuldige afweging wordt gemaakt tussen langer gebruik en de daarmee gepaard gaande oplopende onderhoudskosten. Daarnaast wordt gekeken naar de inzet van jong gebruikte activa van derden om investeringslasten te beperken. Hierdoor kunnen afschrijvingstermijnen in de praktijk afwijken van de vastgestelde normen. Zoals vermeld in de kaderbrief, zijn de milieustraten in Vijfheerenlanden toe aan vervanging of modernisering. Na jaren van verkenning, in samenwerking met de gemeente Vijfheerenlanden, is er echter nog geen zicht op geschikte locaties.
Daarom is de vervanging van deze milieustraten voorlopig als PM-post opgenomen in de meerjarenbegroting 2030.
61
BIJLAGEN
62
5 BIJLAGEN 5.1
Geprognosticeerde balans
BALANS ACTIVA Realisatie
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2025
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
31-12-2029
31-12-2030
1
1
1
1
1
1
4.226 4.617 3.723 -
4.154 4.558 6.045 -
3.840 4.499 6.987 -
3.500 4.440 7.677 -
3.160 4.381 8.517 -
2.820 4.323 9.753 -
11.623
11.229
11.257
10.954
10.580
10.193
-
-
-
-
-
-
935
810
763
661
573
473
23
-
-
-
-
-
Subtotaal
25.147
26.797
27.347
27.232
27.212
27.562
TOTAAL VASTE ACTIVA
25.148
26.798
27.348
27.233
27.213
27.563
62
55
55
55
55
55
58 3.750 423 -68
100 1.800 1.000 -35
100 1.800 882 -70
100 1.800 1.368 -71
100 1.800 1.120 -72
100 1.800 1.619 -72
4.163
2.865
2.712
3.197
2.948
3.447
(bedragen x 1.000 euro)
VASTE ACTIVA Financiële vaste activa Deelnemingen Materiele vaste activa Gebouwen Grond en terreinen Vervoermiddelen Vervoermiddelen in ontwikkeling Machines, apparaten en installaties Machines, apparaten en installaties in ontwikkeling Overige materiële vaste activa Overige materiële vaste activa in ontwikkeling
VLOTTENDE ACTIVA Voorraden Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Openbare lichamen Schatkistbankieren Overige vorderingen Voorziening dubieuze debiteuren Subtotaal Liquide middelen 63
BALANS ACTIVA
(bedragen x 1.000 euro)
Realisatie
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2025
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
31-12-2029
31-12-2030
Kassaldi
105 3
25 1
25 1
25 1
25 1
25 1
Subtotaal
108
26
26
26
26
26
Subtotaal
2.049 2.049
3.000 3.000
3.000 3.000
3.000 3.000
3.000 3.000
3.000 3.000
TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA
6.382
5.946
5.793
6.278
6.029
6.528
TOTAAL ACTIVA
31.531
32.743
33.141
33.510
33.242
34.090
Realisatie
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2025
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
31-12-2029
31-12-2030
389
389
2.155
2.155
2.155
2.155
250
250
-
-
-
-
1.175 127 342 2.282
1.315 1.954