CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

10A en 10B. Rapportage Variantenstudie Ontsluiting 't Oog en Risicoanalyse overwegveiligheid Binnendams.pdf

Gemeenteraad GHG 22 september 2022, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 14: Vaststellen bestemmingsplan 't Oog Wonen, fase 1 - Raadsvoorstel13.313 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Verkeer afkomstig vanaf Binnendams (overweg) en vanaf de Damstraat dienen voorrang te verlenen op de Stationsstraat/Parallelweg. De kruising is voorzien van ontruimingslichten. Verkeer afkomstig vanaf de Stationsstraat, Parallelweg en Damstraat dienen de kruising vrij te maken indien een trein zich in de aankondiging bevindt van de overweg. Verkeer afkomstig vanaf de overweg kunnen dan vrij de overweg verlaten. De Damstraat is tenslotte ingericht voor éénrichtingsverkeer voor snelverkeer. Snelverkeer mag hier alleen van zuid naar noord (richting de overweg) rijden. De intensiteit van het wegverkeer over de overweg is maximaal 410 mvt/uur richting zuid en 310 mvt/uur richting noord. Indien vanuit het noorden een wachtrij ontstaat van twee mvt voor de overweg vanuit de Spoorweg hindert dit het verkeer afkomstig vanuit het noorden van de Binnendams welke ook richting de overweg rijdt. Omdat dit verkeer ook naar de overweg toe rijdt wordt deze hindering niet als beperkend gezien, want er ontstaat geen gevaarlijk gedrag. Indien vanuit het noorden een wachtrij ontstaat van 11 mvt voor de overweg vanuit de Spoorweg hindert dit het verkeer afkomstig vanuit het noorden van de Frederikstraat welke ook richting de overweg rijdt. Bij een gemiddeld intensiteit van 330 mvt/uur kan deze wachtrij ontstaan. Voor het verkeer vanaf de

7 januari 2020

ONTSLUITING 'T OOG, RISICOANALYSE OVERWEGVEILIGHEID

BG6510TPRP2001070941

12

Projectgerelateerd

Frederikstraat dat ook naar de overweg toe rijdt is deze hindering niet erg. Verkeer vanaf de Frederikstraat dat niet naar de overweg wil toe rijden, maar rechtdoor wil naar de Binnendams ondervindt hinder van deze wachtrij waar dit verkeer niet op zit te wachten. Volgens berekeningen wil maximaal 6% van het verkeer afkomstig vanuit de Spoorweg (en dus ook Frederikstraat) geen gebruik maken van de overweg. Bij een wachtrij van gemiddeld 17 mvt vanuit de Frederikstraat dat ontstaat na de wachtrij van 11 mvt op de Spoorweg is er één mvt vanuit de Frederikstraat die geen gebruik wil maken van de overweg. De kans van optreden is laag. De hinder wordt daarom niet als beperkend gezien, want er ontstaat geen gevaarlijk gedrag. Indien vanuit het noorden een wachtrij ontstaat van 11 mvt voor de overweg vanuit de Spoorweg hindert dit het verkeer dat ook afkomstig van de Spoorweg, maar af wil slaan richting de Frederikstraat. Volgens berekeningen wil maximaal 15% van het verkeer afkomstig vanuit de Spoorweg afslaan richting de Frederikstraat. Bij een wachtrij van gemiddeld 7 mvt vanuit de Spoorweg die na ontstaat na de wachtrij van 11 mvt op de Spoorweg wil er 1 motorvoertuig afslaan richting de Frederikstraat. De kans van optreden is ook hier laag. De hinder wordt daarom niet als beperkend gezien, want er ontstaat geen gevaarlijk gedrag.

Indien vanuit het noorden een wachtrij ontstaat van 25 mvt voor de overweg vanuit de Spoorweg hindert dit het verkeer afkomstig vanuit het noorden van de Polderweg dat ook richting de overweg rijdt. Bij een gemiddeld intensiteit van 750 motorvoertuigen per uur kan deze wachtrij ontstaan. Net als bij de zijweg met de Fredrikstraat kan éénzelfde situatie ontstaan bij deze zijweg. Voor verkeer vanuit het noorden kan er enige hinder ontstaan bij een gemiddelde intensiteit van 330 mvt/uur. Gevaarlijk gedrag wordt dan niet op voorhand uitgelokt. Omdat er meerdere afhankelijkheden zijn wil niet zeggen dat dit aantal gevaarlijk gedrag uitlokt en een overweg niet meer rechtvaardigt. Het is altijd een combinatie van factoren die bepaalt of een overweg veilig is of niet. In de huidige situatie wordt er meer dan 400 mvt/uur in zuidelijke richting verwerkt bij de overweg Binnendams. En binnen ProRail staat deze overweg niet hoog op de lijst van het landelijk verbeterprogramma overwegen. In de praktijk blijkt dan ook dat het hanteren van de 330 mvt per uur niet gehanteerd wordt als harde ‘’cijfermatige’’ verkeersveiligheidsgrens. Indien vanuit het zuiden een wachtrij ontstaat van 1 mvt voor de overweg hindert dit het verkeer afkomstig vanuit het zuiden van de Stationsstraat, Damstraat en Parallelweg dat ook richting de overweg rijdt.

Omdat dit verkeer ook naar de overweg toe rijdt wordt deze hindering niet als beperkend gezien wat gevaarlijk gedrag kan uitlokken. Indien vanuit het zuiden een wachtrij ontstaat van 2 mvt voor de overweg hindert dit het verkeer afkomstig vanuit het zuiden van de Stationsstraat, Damstraat en Parallelweg dat niet richting de overweg willen rijden. Omdat dit verkeer ook naar de overweg toe rijdt wordt deze hindering niet als beperkend gezien wat gevaarlijk gedrag kan uitlokken. Volgens berekeningen wil vanaf de Stationsstraat maximaal 55% van het verkeer niet naar de overweg. Vanaf de Parallelweg is dit maximaal 45% en vanaf de Damstraat is dat maximaal 47%. Ongeveer de helft van het verkeer wil dus geen gebruik maken van de overweg. Hindering van wegverkeer door ander wegverkeer is hier dus snel aanwezig, wat gevaarlijk gedrag uitlokt.

7 januari 2020

ONTSLUITING 'T OOG, RISICOANALYSE OVERWEGVEILIGHEID

BG6510TPRP2001070941

13

Projectgerelateerd

3.2.1.3 Veiligheidsrisico’s Op basis van de bestaande inrichting van de overweg, gebruik en omgeving zijn de volgende veiligheidsrisico’s van de bestaande situaties geïnventariseerd: • De overweg heeft 2 sporen, waardoor de kans op een tweede treinpassage aanwezig is. • Direct ten westen van de overweg ligt station Hardinxveld-Giessendam, waarbij de perrons een aansluiting hebben op de Binnendams. Voetgangers/reizigers zijn daarom geneigd om nog even snel onder gesloten bomen door te lopen om de trein te halen. • Vele wegen rond de overweg hebben fietsstroken aan beide zijden van de weg. In combinatie met de nabijgelegen kruisingen ten noorden en ten zuiden van de overweg is het goed mogelijk dat een fietser niet via de fietsstroken zijn weg vervolgt over de overweg, maar diagonaal de overweg oversteekt. Diagonaal oversteken van bijvoorbeeld vanaf de Stationsstraat (afkomstig van bijvoorbeeld het station) vanuit het westen via de overweg naar de Binnendams richting het oosten is een kortere route dan de fietsstroken volgen. • De inrichting van de weginfra ten noorden van de overweg kan bij een intensiteit van 330 mvt/uur richting zuid (dus de overweg) hinder tot gevolg hebben. • Bij de kruising ten zuiden van de overweg zijn ontruimingslichten gepositioneerd. Bij geen treinverkeer in de aankondiging van de overweg wordt er geen licht getoond.

Bij wel treinverkeer in de aankondiging van de overweg wordt eerst voor korte duur geel getoond, gevolgd door rood. Nadat de overweg is gesloten, dooft het licht. Verkeer afkomstig vanaf de Stationsstraat, Damstraat en Parallelweg en welke hun weg niet willen vervolgen over de overweg, moeten wel stoppen bij een rood licht. Ontruimingslichten kunnen geen groen licht tonen en hebben daarom een soort van onbekendheid. Verkeer kan daarom snel de neiging hebben om het rode licht te negeren en door te rijden. Dit kan tot gevolg hebben dat de ontruiming van het verkeer vanaf de overweg wordt belemmerd.

3.2.2

Nieuwe situatie

3.2.2.1 Voorgenomen wijzigingen De kruising ten zuiden van de overweg wordt op een andere manier ingericht. Dit wordt op een gelijkwaardig manier gedaan net als de kruising ten noorden van de overweg. De ontruimingslichten worden weggehaald. De Binnendams/Parallelweg wordt de doorgaande weg. Hiermee wordt in totaal van noordwest naar zuidoost de Spoorweg/Binnendams/Parallelweg de doorgaande weg via de overweg. De Stationsstraat sluit als zijweg aan op de doorgaande weg. Verkeer afkomstig vanaf de Stationsstraat moet voorrang verlenen op de doorgaande weg. De aansluiting van de Damstraat wordt verlegd richting het westen, zodat deze alleen aansluit op de Stationsstraat. De Damstraat blijft éénrichtingsverkeer voor snelverkeer en verkeer vanaf de Damstraat moet voorrang blijven geven op het verkeer op de Stationsstraat. Figuur 3 toont een uitsnede van een schets hoe het eruit kan komen te zien.

7 januari 2020

ONTSLUITING 'T OOG, RISICOANALYSE OVERWEGVEILIGHEID

BG6510TPRP2001070941

14

Projectgerelateerd

Figuur 3.

Uitsnede schets met aanpassing kruising ten zuiden van overweg Binnendams.

Met het realiseren van de nieuwbouwlocatie ’t Oog zal de verkeersintensiteit op de overweg toenemen. Bij zowel het ontwikkelingsscenario Huidig als Hoog. Bij het ontwikkelingsscenario Huidig wordt de intensiteit van het wegverkeer over de overweg maximaal 770 mvt/uur richting zuid en 460 mvt/uur richting noord. Ten opzichte van de autonome groei is deze toename beperkt (8 tot 15%). Ten opzichte van huidig is de toename hoog (69 tot 75%). Ten opzichte van huidig is de verwachting dat de toename omlaag kan worden gebracht indien het sluipverkeer wordt geweerd (toename wordt 6 tot 16%). Volgens het overwegregister krijgt de overweg huidig 11 risicopunten. Het risico wordt daarmee getypeerd als “midden”. Met de voorgenomen wijzigingen neemt de intensiteit van het wegverkeer beperkt toe en wordt door aanpassingen van de weginfra de ontruiming ten zuiden van de overweg verbeterd. Het aantal risicopunten neemt met de voorgenomen wijzigingen met 1 risicopunt af en komt daarmee in de nieuwe situatie op 10 risicopunten. Het risico blijft daarmee getypeerd als “midden”. Bij het ontwikkelingsscenario Hoog wordt de intensiteit van het wegverkeer over de overweg maximaal 1.010 mvt/uur richting zuid en 730 mvt/uur richting noord. Ten opzichte van de autonome groei is dit een redelijke toename (36 tot 60%). Ten opzichte van huidig is de toename hoog (115 tot 143%).

Ten opzichte van huidig is de verwachting dat ook bij dit scenario de toename omlaag kan worden gebracht indien het sluipverkeer wordt geweerd (toename wordt 51 tot 84%). Met de voorgenomen wijzigingen neemt de intensiteit van het wegverkeer toe en wordt door aanpassingen van de weginfra de ontruiming ten zuiden van de overweg verbeterd. Door de toename van het wegverkeer bestaat de mogelijkheid dat ondanks de aanpassingen van de weginfra de doorstroming/ontruiming niet wordt verbeterd. Het aantal risicopunten neemt met de voorgenomen

7 januari 2020

ONTSLUITING 'T OOG, RISICOANALYSE OVERWEGVEILIGHEID

BG6510TPRP2001070941

15

Projectgerelateerd

wijzigingen daarmee niet met 1 risicopunt af, maar blijft het blijft 11 risicopunten. Het risico blijft daarmee getypeerd als “midden”.

3.2.2.2 Veiligheidsrisico’s Op basis van de aangepaste inrichting van de overweg, toekomstig gebruik en aangepaste omgeving zijn de volgende veiligheidsrisico’s van de nieuwe situaties geïnventariseerd: • Het bestaande veiligheidsrisico van de kans op aanwezigheid van een tweede treinpassage blijft in de nieuwe situatie onveranderd aanwezig. • Het bestaande veiligheidsrisico dat een voetganger/reiziger onder gesloten bomen doorloopt blijft in de nieuwe situatie onveranderd aanwezig. • Het bestaande veiligheidsrisico dat fietsers diagonaal de overweg oversteken blijft in de nieuwe situatie onveranderd aanwezig. • Het bestaande veiligheidsrisico dat er de kans aanwezig is dat er hinder ontstaat bij een intensiteit van 330 mvt/uur richting zuid neemt toe door toename van de verkeersintensiteit. • Bij het ontwikkelingsscenario Hoog neemt de intensiteit van het wegverkeer redelijk toe. De doorstroming/ontruiming van het wegverkeer kan hierdoor hinder ondervinden. Doordat de kruising ten zuiden van de overweg wordt veranderd van een kruising met ontruimingslichten naar een doorgaande weg met zijwegen komt het bestaande veiligheidsrisico van mogelijk slechte ontruiming van de overweg te vervallen.

3.2.3

Resumé

Conclusie Qua spoorverkeer kunnen er in de spits maximaal 8 reizigerstreinen per uur over de overweg rijden. Buiten de spits blijven er 8 reizigerstreinen rijden. Qua weggebruik is de Binnendams met overweg en weg van plaatselijk belang welke dus door het plaatselijke wegverkeer wordt gebruikt, maar ook door sluipverkeer. De intensiteit is huidig maximaal ongeveer 410 mvt/uur richting zuid en 310 mvt/uur richting noord. Volgens het overwegregister krijgt de overweg 11 risicopunten. De overweg is goed beveiligd met een AHOB en de situatie is redelijk beheerst. Door de hoogte van het verkeersaanbod en de inrichting van de weginfra rond de overweg kan er mogelijk enig hinder ontstaan. Bij een autonome groei zal de verkeersintensiteit in 2030 (zonder realisatie van dit project) op de overweg toenemen naar maximaal ongeveer 700 mvt/uur richting zuid en 430 mvt/uur richting noord. Indien in 2030 dit project geheel is gerealiseerd vinden er in de nabijheid van en als gevolg daarvan op de overweg Binnendams in de nieuwe situatie wijzigingen plaats aan de weginfra ten opzichte van de huidige situatie. De inrichting van de kruising ten zuiden van de overweg wordt gewijzigd van een kruising met ontruimingslichten naar een doorgaande weg met zijwegen.

De intensiteit van het weggebruik zal toenemen naar maximaal ongeveer 770 (ontwikkelingsscenario Huidig) tot 1.010 mvt/uur (ontwikkelingsscenario Hoog) richting zuid en 450 (ontwikkelingsscenario Huidig) tot 540 (ontwikkelingsscenario Hoog) mvt/uur richting noord. De toename van de intensiteit van het weggebruik zorgen voor een verslechtering van de overwegveiligheidsrisico’s. Met name op het gebied dat de kans op hinder is toegenomen. Het verbeteren van het ontruimen van de overweg door de kruising ten zuiden van de overweg in te richten als doorgaande weg met zijwegen zorgt voor een verbetering van de overwegveiligheidsrisico’s. De overweg blijft goed beveiligd met een AHOB en de situatie blijft redelijk beheerst. De beheersbaarheid is slechter op het gebied van hinder ten noorden van de overweg, maar beter doordat ten zuiden van de overweg de ontruiming wordt verbeterd.

7 januari 2020

ONTSLUITING 'T OOG, RISICOANALYSE OVERWEGVEILIGHEID

BG6510TPRP2001070941

16

Projectgerelateerd

Het aantal risicopunten volgens het risicoregister wijzigt ten opzichte van bestaand en neemt af van 11 risicopunten naar 10 risicopunten bij ontwikkelingsscenario Huidig en blijft 11 bij ontwikkelingsscenario Hoog. De overweg trekt veel sluipverkeer. Door het sluipverkeer tegen te gaan neemt de verkeersintensiteit voor ontwikkelingsscenario Huidig beperkt toe (blijft bijna gelijk aan de verkeersintensiteit van huidig met sluipverkeer). Voor ontwikkelingsscenario Hoog neemt de verkeersintensiteit ook met het weghalen van sluipverkeer aanzienlijk toe. Richting de periode 2030 zullen aanpalende projecten zoals verbreding van de A27 en de A15 eraan kunnen bijdragen dat sluipverkeer geminimaliseerd wordt. Dus op termijn geen toename, maar een afname van sluipverkeer. In de ambtelijke overleggen met Rijkswaterstaat over de MIRT verkenning A15 is het terugdringen van het sluipverkeer op het omliggende wegennet ook nadrukkelijk als doelstelling benoemd.

Mogelijke maatregelen Bij het ontwikkelingsscenario Huidig wordt aanbevolen de volgende maatregel door te voeren bij de overweg Binnendams: • De voorgenomen maatregel door de inrichting van de kruising ten zuiden van de overweg te wijzigen van een kruising met ontruimingslichten naar een doorgaande weg met zijwegen, waarbij verkeer op de doorgaande weg in de voorrang zit. Dit bevordert de doorstroming van het verkeer vanaf de overweg richting het zuiden en draagt mogelijk ook bij om de kans op hinder ten noorden van de overweg af te laten nemen. • Een stop/door voorziening aanbrengen voor treinverkeer richting Geldermalsen. Met het aanbrengen van een stop/door voorziening kan de dichtligtijd door treinverkeer richting Geldermalsen wordt teruggebracht naar ongeveer dezelfde dichtligtijd door treinverkeer richting Dordrecht (ongeveer 90 seconden). Een kortere dichtligtijd, zorgt voor een langere opentijd en daarmee voor een betere doorstroming van het wegverkeer. Een aandachtspunt is/blijft de verkeersintensiteiten. In de huidige situatie kan er hinder ontstaan. Met een verkeersmodel wordt een groei verwacht (autonoom en door project). Met het verkeersmodel wordt verwacht dat deze groei voornamelijk tot stand komt door sluipverkeer. Het ontstaan van hinder kan daarmee dus toenemen. Geadviseerd wordt de verkeersintensiteiten te blijven monitoren.

Bij het ontwikkelingsscenario Hoog worden dezelfde maatregelen aanbevolen als bij ontwikkelingsscenario Huidig. Aanvullend wordt bij dit scenario aanbevolen een knip aan te brengen in de Spoorweg tussen ’t Oog en de overweg. Dit heeft als effect dat het sluipverkeer parallel aan het spoor (en de A15) en dat gebruik maakt van de overweg wordt geweerd en dat het verkeer van ’t Oog niet via de overweg Binnendams naar de kern van Hardinxveld-Giessendam kan rijden. Opties zijn: • een verkeerstunnel aan leggen onder het spoor en de overweg opheffen; en • overweg degraderen tot langzaamverkeersoverweg.

Gekozen maatregelen Voor de overweg wordt bij ontwikkelingssenario Huidig voor ‘t’Oog gekozen voor de volgende maatregelen: • Kruising ten zuiden van de overweg wijzigen van een kruising met ontruimingslichten naar een doorgaande weg met zijwegen, waarbij de doorgaande weg voorgang heeft op deze zijwegen. • Stop/door voorziening aanbrengen voor treinverkeer richting Geldermalsen. Geadviseerd wordt om ook de verkeersintensiteiten te blijven monitoren. Mocht uit deze monitoring blijken dat de doorstroming op de overweg wordt gehinderd door komst van dit project, dan wordt geadviseerd aanvullende maatregelen te nemen. 7 januari 2020

ONTSLUITING 'T OOG, RISICOANALYSE OVERWEGVEILIGHEID

BG6510TPRP2001070941

17

Projectgerelateerd

Voor de overweg wordt bij ontwikkelingssenario Hoog voor ‘t Oog gekozen om de genoemde maatregelen bij scenario Huidig uit te voeren en nader onderzoek te doen naar de ontsluitingsvarianten van ’t Oog.

7 januari 2020

ONTSLUITING 'T OOG, RISICOANALYSE OVERWEGVEILIGHEID

BG6510TPRP2001070941

18

Projectgerelateerd

4

Conclusie en aanbevelingen

De gemeente Hardinxveld-Giessendam heeft voor ogen een stap te zetten in het realiseren van 170 woningen in ’t Oog. Deze nieuwbouwlocatie komt ten noorden van het spoor. In deze analyse zijn de effecten van het realiseren van 170 woningen op het aspect overwegveiligheid beoordeeld voor twee ontwikkelingsscenario’s namelijk scenario Huidig (170 woningen) en scenario Hoog (aanzienlijk meer woningen en bedrijvigheid) en zijn verbetervoorstellen gedaan daar waar het nodig wordt geacht. In hoofdstuk 3 zijn de effecten van het project op de overwegveiligheid beschouwd. Tabel 7 toont de overweg, de effecten op de overwegveiligheid en de gekozen maatregelen die in deze rapportage zijn gezien ter verbetering van de overwegveiligheid. Overweg

Effect door nieuwbouwlocatie ‘t oog

Gekozen advies/maatregel

Binnendams

Toename van het wegverkeer conform ontwikkelingsscenario Huidig

Maatregelen: • Kruising ten zuiden van de overweg wijzigen in doorgaande weg met zijwegen, waarbij verkeer op de doorgaande weg voorrang heeft. • Stop/door voorziening aanbrengen.

Toename van het wegverkeer conform ontwikkelingsscenario Hoog

Maatregelen: • Kruising ten zuiden van de overweg wijzigen in doorgaande weg met zijwegen, waarbij verkeer op de doorgaande weg voorrang heeft. • Stop/door voorziening aanbrengen. • Onderzoek naar alternatieve ontsluitingsmogelijkheden van ’t Oog, die het verkeer over de overweg Binnendams beperken.

Tabel 8.

Overzicht overweg Binnendams, effect en gekozen maatregelen

Op projectniveau kan worden geconcludeerd dat met de in deze analyse voorgestelde maatregelen als compensatie voor de toename van het wegverkeer op de overweg Binnendams naar onze mening wordt voldaan aan de uitgangspunten van de Derde Kadernota Railveiligheid en worden de risico’s beheerst voor scenario Huidig (170 woningen). Voor scenario Hoog dienen aanvullende maatregelen te worden genomen om het verkeer over de overweg Binnendams te beperken. Geadviseerd wordt om wel de verkeersintensiteiten te blijven monitoren. Mocht uit deze monitoring blijken dat de doorstroming op de overweg wordt gehinderd door komst van dit project, dan wordt geadviseerd aanvullende maatregelen te nemen. Een mogelijke optie is om dan bijvoorbeeld een knip aan te brengen dat sluipverkeer weert.

7 januari 2020

ONTSLUITING 'T OOG, RISICOANALYSE OVERWEGVEILIGHEID

BG6510TPRP2001070941

19

Projectgerelateerd

5

Aandachtspunten

Aandachtspunten voor vervolg die nu worden gezien zijn: • Verkeersintensiteit monitoren Om het beheersbaar blijven van de overweg Binnendams te garanderen dienen de verkeersintensiteit te blijven gemonitord.

7 januari 2020

ONTSLUITING 'T OOG, RISICOANALYSE OVERWEGVEILIGHEID

BG6510TPRP2001070941

20

Projectgerelateerd

1.

Overzicht risicofactoren overwegregister

Tabel 8 toont de risicofactoren waarop een overweg wordt geoordeeld en risicopunten wordt toegekend volgens het overwegregister. Aspect

Risicofactor

Spoorinfra

Aantal sporen

Er is onderscheid naar 1 spoor, 2 of 3 sporen en meer dan 3 sporen. Bij 1 spoor zijn er geen 2e treinongevallen mogelijk; bij meer dan 3 sporen wordt het oversteken lastiger, met name voor de voetganger. Tussen 2 of 3 sporen zit weinig verschil.

Aansluiting station

Een aansluiting van een halte of station op een overweg leidt tot bijzonder gedrag van haastige reizigers. Zowel zij die een trein nog willen halen, als zij die aangekomen zijn met een trein en niet onnodig willen wachten bij de mogelijk nog gesloten boom. Mensen letten dan alleen niet op de zaken die van belang zijn en minder of niet op de rode lichten van de overweg.

Aantal treinen per uur

Bij een hogere treinfrequentie wordt het frequent sluiten van de overweg hinderlijk. Leidend is het aantal sluitingen per uur. Het 1e omslagpunt ligt bij gemiddeld vaker dan 1x per 7 á 8 minuten een sluiting. Daar is sprake van bij een kwartier frequentie. Dan is er sprake van 4 treinen per uur per richting en dus 8 treinen per uur. De volgende omslagpunten zijn hier ook aan gerelateerd: elke 5 minuten een trein is (2x6=) 12 treinen per uur en elke 2 á 3 minuten een trein is (2x12=) 24 treinen per uur.

Spreiding sluitingsduur

Als de overwegsluiting kort en regelmatig is, heeft dat weinig invloed. Vervelend voor de weggebruiker lijkt het te worden als de sluitingsduur soms kort en soms lang is. Een grote spreiding in sluitingstijden kan dan leiden tot riskanter overweggedrag. Ook als er geen perronaansluiting op de overweg is komt dit voor. Een halte projecteren aan een bestaande overweg leidt daarbij tot een dubbel effect.

Aantal rijstroken

Bij elke rijstrook geldt dat er een 1e voertuig tot stilstand moet komen bij een sluitende overweg. Standaard zijn het 2 rijstroken, reden om bij meer dan 2 rijstroken de overweg als gevaarlijker te beschouwen. Bij éénrichting autoverkeer of alleen langzaam verkeer is er gekozen voor de aftrek van een punt.

Aanwezigheid middengeleider

Een middengeleider met voldoende lengte kan het slalommen van wegverkeer tegengaan. De lengte moet, aan weerszijden van de overweg, dan wel minimaal 70 – 80m. zijn. Is er een dergelijke voorziening dan scoort dat gunstig.

Voorzieningen fietsverkeer

Speelt een rol in samenhang met de regel intensiteit fietsverkeer. Als er geen fietspad is, dan staat de fietser op de weg. Is er wel een fietspad is, dan is er een overwegboom aan beide zijden van de overweg. Is de overweg alleen voor fietsverkeer dan is er een boom die de overweg volledig afsluit en zijn er geen fietsers dan is de situatie het veiligst.

Ontruimingsituatie

Er zijn overwegen waar het wegverkeer slecht weg kan komen als de overweg gaat sluiten. Bijna altijd is het een combinatie van de verkeerskundige situatie en ondoordacht of zelfs onjuist menselijk handelen. Dit kan leiden tot gevaarlijke situaties. Wegsituaties kunnen dit meer of minder in zich hebben.

Aanwezigheid wegverharding

Niet verharde wegen zijn meestal heel rustig (intensiteit) en de snelheid van het wegverkeer ligt meestal heel laag. Dat in tegenstelling wat meestal geldt voor verharde wegen.

Snelheid wegverkeer

Er is geen eenduidigheid over de stelling of er een verband is tussen snelheid wegverkeer en kans op een botsing, maar het is een feit dat op een weg waar langere tijd harder dan 50km/h gereden mag/kan worden, de weggebruiker minder alert is. Komt hij dan bij een overweg dan reageert hij minder adequaat. Snelheid wegverkeer staat daarmee wellicht meer voor “niet tijdig reageren” dan voor “niet bijtijds zien”.

Spoorgebruik

Weginfra

Weggebruik

7 januari 2020

Toelichting

ONTSLUITING 'T OOG, RISICOANALYSE OVERWEGVEILIGHEID

BG6510TPRP2001070941

21

Projectgerelateerd

Aspect

Omgeving overweg

Tabel 9.

7 januari 2020

Risicofactor

Toelichting

Intensiteit fietsverkeer

Speelt een rol in samenhang met de regel voorzieningen fietsverkeer. De automobilist staat in de rij (file) en heeft dan weinig mogelijkheid om zich slecht te gedragen. Pas bij zeer hoge intensiteit / lange wachttijd “breekt hij uit”. Fietsers gedragen zich anders. Dat kunnen zij ook. Het heeft daarom een nadelig effect als er geen afzonderlijke fietspaden zijn. Bij vrij- (of aan-)liggende fietspaden is de overweg voor de fietser vollediger afgesloten. Een linksrijdende fietsers komt op een vrij- of aanliggend fietspad een overwegboom tegenkomen. Bij een fietssuggestie strook komt de linksrijdende fietser (weliswaar in overtreding rijdend) geen overwegboom tegen. De kans om daar een open gat in te rijden blijft.

Afleidende aandacht

Het betreft de kans op het ontstaan van wegverkeersgedrag op en bij een overweg dat (meestal) niets met de overweg van doen heeft. Het gaat ook niet uitsluitend om verkeersgedrag. Het gaat om menselijk gedrag, maar dan in deze context wel toevallig om en bij de overweg. Bijvoorbeeld een overweg in een winkelstraat, waarbij de weggebruiker loopt te winkelen of zoekt naar een parkeerplaats. De weggebruiker heeft dan geen oog voor de overweg. Ook scholen in de directe omgeving van een overweg kunnen leiden tot een hoop “gedoe”, met leerlingen die links en rechts oversteken, schuin, langzaam gehaast, noem maar op, maar wel gedrag dat niets van doen heeft met de overweg. Voor de overweg hebben ze in het geheel geen belangstelling.

Irritatie

Er liggen overwegen in wegen waar de weggebruiker in het aanlooptraject naar de overweg al de nodige hindernissen (voetgangersoversteekplaatsen, fietsoversteken, rotondes, verkeerslichten, brug, drempels, verkeerssluis e.v.a.) heeft moeten nemen voordat hij/zij eindelijk bij de overweg is. En dan gaat de overweg ook nog eens vlak voor zijn/haar neus dicht. Ergernis!!! en misschien daardoor wel riskanter gedrag.

Overzicht risicofactoren overwegregister

ONTSLUITING 'T OOG, RISICOANALYSE OVERWEGVEILIGHEID

BG6510TPRP2001070941

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/713/documents/22927