CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

1 Stationsstraat 23 t_m 27, Hardinxveld-Giessendam_Toelichting.pdf

Gemeenteraad GHG 25 november 2021, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 6: Vaststellen bestemmingsplan "Stationsstraat 23-27" (onder voorbehoud) - Raadsvoorstel19.377 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Deze zijn beschreven in onderdeel D van het Besluit m.e.r. Om te bepalen of er bij deze activiteiten uit onderdeel D sprake kan zijn van belangrijke nadelige milieugevolgen dient hiervoor per geval een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. De belangrijkste wijziging is onder andere: het meer in overeenstemming brengen van het Besluit m.e.r. met de Europese richtlijn m.e.r. Hierbij hebben onder andere de zogenaamde drempelwaarde voor activiteiten een indicatief karakter gekregen. Met deze wijziging is bepaald dat voor activiteiten die op de bij het besluit m.e.r. behorende C- en D lijst zijn opgenomen, áltijd aandacht aan m.e.r. geschonken dient te worden. Hierbij dient te worden bepaald of een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de Dlijst die beneden de drempelwaarden vallen een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.

of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de Europese-richtlijn milieueffectbeoordeling. In deze bijlage staan drie hoofdcriteria centraal:

bestemmingsplan Stationsstraat 23 t/m 27, Hardinxveld-Giessendam

53

de kenmerken van het project; de plaats van het project; de kenmerken van de potentiële effecten. Beide ontwikkelingen die mogelijk wordt gemaakt (zowel het woonzorggebouw als het reguliere appartementengebouw), vallen onder onderdeel D.11.2 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Onderdeel D.11.2 betreft de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. In het kader van de voorbereiding is geconstateerd dat het plan niet binnen een kwetsbaar of waardevol gebied ligt. In Hoofdstuk 3 van deze toelichting zijn de kenmerken van het project beschreven. Daaruit is gebleken dat de drempelwaarden uit de D-lijst van het Besluit m.e.r. niet wordt overschreden. Verder zijn in de voorgaande paragrafen van Hoofdstuk 5 de verschillende milieuaspecten behandeld. Een m.e.r.-beoordeling voor dit project is daarom niet noodzakelijk. Op basis van Hoofdstuk 5 en de bovenstaande vormvrije m.e.r.-beoordeling kan worden geconcludeerd dat het milieubelang en de effecten van het voornemen in voldoende mate zijn afgewogen en dat geen nadelige effecten zijn te verwachten.

Er is geen nadere beoordeling noodzakelijk. Het aspect m.e.r.-beoordeling vormt geen belemmering voor het voornemen.

54

bestemmingsplan Stationsstraat 23 t/m 27, Hardinxveld-Giessendam

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische toelichting

Algemeen

Het bestemmingsplan 'Stationsstraat 23 t/m 27, Hardinxveld-Giessendam' bestaat uit een verbeelding met de bijbehorende regels en gaat vergezeld van de voorliggende toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Op de verbeelding zijn de binnen het plangebied voorkomende bestemmingen weergegeven. De verbeelding is getekend op een actuele digitale ondergrond, samengesteld uit de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) en kadastrale begrenzingen. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en bouwwerken (wat mag waar?) en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De regels kunnen niet los worden gezien van de verbeelding. De verbeelding geeft aan waar welke bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen gelden, waaraan vervolgens de regels zijn gekoppeld. De verbeelding en regels vormen daarom samen het voor eenieder bindende deel van het bestemmingsplan. Voor de opzet en inhoud van de regels is aansluiting gezocht bij het 'Sjabloon regels' dat onderdeel uit maakt van het Handboek ruimtelijke plannen van de gemeente Heerlen.

Het geheel voldoet aan de randvoorwaarden die voortvloeien uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Regeling Standaarden Ruimtelijke Ordening 2012 (RSRO2012), waaronder de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). De toelichting heeft geen bindende werking; deze maakt juridisch gezien ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de (ruimtelijke) onderbouwing en motiviering van het bestemmingsplan en bij uitleg van de opzet van het plan en de daarin opgenomen regels.

6.2

Opbouw van de regels

Voor de planopzet van de juridische regeling is aangesloten op de regels uit het geldend bestemmingsplan 'Hardinxveld-Giessendam, bebouwd gebied'. De regels van dit bestemmingsplan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de Inleidende regels, de Bestemmingsregels, de Algemene regels en de Overgangs- en slotregels aan de orde komen. Hieronder zullen de verschillende onderdelen van de regels nader worden toegelicht.

6.3

Artikelsgewijze toelichting

6.3.1 Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel 1 Begrippen: In de begrippen worden omschrijvingen gegeven van in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze zijn opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Alleen die begripsbepalingen zijn opgenomen die worden gebruikt in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Artikel 2 Wijze van meten: Om op een eenduidige manier afstanden en oppervlakten te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg aangegeven hoe de hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden.

bestemmingsplan Stationsstraat 23 t/m 27, Hardinxveld-Giessendam

55

6.3.2 Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels De gronden van het gehele plangebied hebben een positieve bestemming. Een positieve bestemming betekent dat gebruik van de gronden voor de betreffende bestemming met inachtneming van de bestemmingsregels direct mogelijk is. De oprichting van gebouwen is direct mogelijk indien het voldoet aan de bouwregels van de bestemming, en nadat het bevoegd gezag een omgevingsvergunning voor het bouwen heeft verleend. Een bouwwerk dient daarvoor naast de bestemmingsplanregels ook te voldoen aan onder meer de regels van het Bouwbesluit en de Bouwverordening. In het plan zijn de volgende bestemmingen opgenomen: Artikel 3 Maatschappelijk:De westelijke deellocatie voor de oprichting van het woonzorggebouw is voorzien van de bestemming 'Maatschappelijk'. Binnen deze bestemming worden een woonzorgvoorziening met ondersteunende voorzieningen en bijbehorende faciliteiten mogelijk gemaakt. Daarnaast worden ook bijbehorende elementen zoals erven, tuinen en paden mogelijk gemaakt. Het realiseren van parkeervoorzieningen is mogelijk ter plaatse van een daarvoor bestemde aanduiding. Voor het realiseren van de parkeervoorzieningen en de herplant ter compensatie van de waardevolle boom is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Het realiseren van een voorportaal, als entree bij het woonzorggebouw, is mogelijk gemaakt in artikel 3.2.1 onder d.

Artikel 4 Wonen: De oostelijke deellocatie voor de oprichting van het appartementengebouw is voorzien van de bestemming 'Wonen'. Binnen deze bestemming wordt de oprichting van een appartementengebouw mogelijk gemaakt. Voor het realiseren van balkons aan de achterzijde en uitbouwen aan de oost- en westgevel is een specifieke regeling opgenomen. Voor het realiseren van parkeervoorzieningen wordt verwezen naar de parkeernormen zoals opgenomen in het GVVP van de gemeente Hardinxveld-Giessendam. 6.3.3 Hoofdstuk 3: Algemene regels Artikel 5 Overige regels: de overige regels zijn overgenomen conform de systematiek van het bestemmingsplan 'Hardinxveld-Giessendam, bebouwd gebied'. Artikel 6 Algemene bouwregels: In dit artikel is een regeling opgenomen voor ondergeschikte bouwdelen. Artikel 7 Anti-dubbeltelregel: De anti-dubbeltelregel voorkomt dat grond die reeds eerder bij een verleende omgevingsvergunning is meegenomen niet nog eens bij de verlening van een nieuwe omgevingsvergunning mag worden meegenomen. Deze standaardregel is rechtstreeks overgenomen uit het Besluit ruimtelijke ordening. De anti-dubbeltelregel zorgt er bijvoorbeeld voor dat op eenzelfde perceel de onbebouwde ruimte niet voor een tweede keer wordt betrokken in de planologische toets van een bouwplan.

6.3.4 Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Artikel 8 Overgangsrecht: In dit artikel is een regeling opgenomen voor bestaande zaken en rechten die niet in overeenstemming zijn met de overige regelingen in dit bestemmingsplan. De regels voor het overgangsrecht zijn overgenomen uit paragraaf 3.2 van het Besluit ruimtelijke ordening, waarin standaard overgangsrecht voor bestemmingsplannen is opgenomen. Artikel 9 Slotregel: Als laatste wordt de slotregel opgenomen. Dit artikel bevat de titel van het bestemmingsplan. Elk bestemmingsplan is daarnaast te onderscheiden door een uniek identificatienummer. Dit bestemmingsplan is geregistreerd en vindbaar op het landelijke portaal www.ruimtelijkeplannen.nl, onder nummer NL.IMRO.0523.BP2021STATIONSSTR-DO01

56

bestemmingsplan Stationsstraat 23 t/m 27, Hardinxveld-Giessendam

Hoofdstuk 7

Economische uitvoerbaarheid

Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet onderzocht worden of het plan economisch uitvoerbaar is. In een aantal gevallen moet een exploitatieplan worden vastgesteld. De ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt betreft twee particuliere initiatieven, waarbij alle kosten voor rekening komen van de initiatiefnemers. Daarnaast houden de initiatiefnemers rekening met de financiële lasten voor het saneren de geconstateerde bodemverontreinigingen (zie paragraaf 5.2 Bodem), en de financiële lasten voor het uitvoeren van een onderzoek naar de aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven (zie paragraaf 5.16 Niet-gesprongen explosieven). De gemeente Hardinxveld-Giessendam heeft met beide initiatiefnemers een anterieure overeenkomst afgesloten, betreffende verhaal van exploitatiekosten, de kosten voor het realiseren van de parkeerplaatsen op het perceel Hardinxveld, sectie I, nummer 487 en eventuele planschade. De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure zijn vastgelegd in de anterieure overeenkomst. Het opstellen van een exploitatieplan is niet nodig. Het plan is economisch uitvoerbaar en heeft verder geen financiële consequenties voor de gemeente.

bestemmingsplan Stationsstraat 23 t/m 27, Hardinxveld-Giessendam

57

58

bestemmingsplan Stationsstraat 23 t/m 27, Hardinxveld-Giessendam

Hoofdstuk 8 8.1

Overleg, inspraak en procedure

Voorontwerpbestemmingsplan

8.1.1 Vooroverleg In artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is opgenomen dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan overleg moet plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg is het voorontwerpbestemmingsplan voorgelegd aan de volgende partijen: Provincie Zuid-Holland; Waterschap Rivierenland; Veiligheidsregio Zuid-Holland-Zuid; Gasunie; ProRail; Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid. De opmerkingen uit het vooroverleg zijn voorzien van een reactie in de Nota van inspraak en overlegreacties. Deze nota is toegevoegd als Bijlage 16 bij de toelichting. Waar nodig zijn de opmerkingen verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. 8.1.2 Inspraak Het voorontwerpbestemmingsplan heeft op basis van de inspraakverordening van de gemeente Hardinxveld-Giessendam gedurende vier weken ter inzage gelegen. Binnen de periode van de terinzagelegging is eenieder in de gelegenheid gesteld om een inspraakreactie in te dienen. Tijdens de inzagetermijn is door de intiatiefnemers een informatieavond georganiseerd voor omwonenden.

De inspraakreacties worden betrokken bij de besluitvorming en zijn voorzien van een beantwoording in de Nota van inspraak en vooroverlegreacties. Deze nota is toegevoegd als Bijlage 16 bij de toelichting. De inspraakreacties hebben niet geleid tot een aanpasing van het voorontwerpbestemmingsplan.

8.2

Ontwerpbestemmingsplan

Het ontwerpbestemmingsplan wordt op grond van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht in het kader van de zienswijzen gedurende zes weken voor een ieder ter visie gelegd. Te zijner tijd zullen eventueel ingediende zienswijzen bij de besluitvorming worden betrokken.

bestemmingsplan Stationsstraat 23 t/m 27, Hardinxveld-Giessendam

59

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/634/documents/20216