CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

000-BOPA Parallelweg 112 Hardinxveld-Giessendam.pdf

Gemeenteraad GHG 15 januari 2026, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 10: Bindend advies gemeenteraad over bouwplan Parallelweg10.316 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Daarnaast gaat het beleid uit van het principe 'de verstoorder betaalt' Het beleid krijgt vooral gestalte door de bescherming van archeologische waarden en verwachtingen via de Wet ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan vormt hierin het centrale instrument. Bij een nieuwe ontwikkeling, waarbij het noodzakelijk is een bodem verstorende activiteit uit te voeren op een plaats waar archeologische waarden aanwezig zijn of verwacht worden, zal door de gemeente worden getoetst of aan die activiteit specifieke voorwaarden verbonden moeten worden. Dit geschiedt aan de hand van de Archeologische Monumentenzorgcyclus, die erop is gericht om kennis te verzamelen om vervolgens een afgewogen besluit te kunnen nemen over het al dan niet of onder voorwaarden toestaan van die bodem verstorende activiteit. Bij de verlening van omgevingsvergunningen kunnen dan voorschriften worden opgenomen over (bijvoorbeeld) aanpassingen van het bouwplan, archeologievriendelijk heien of het beperken van bodemingrepen. Onderzoek Het plan betreft de realisatie van een twee-onder-een-kapvolume (twee wooneenheden). Het plangebied is gelegen op gronden met een lage verwachting voor archeologische waarde (zie onderstaande afbeelding). Bij bodemingrepen en plannen groter of gelijk aan 10.000 m² of meer en dieper dan 30 cm is archeologisch onderzoek noodzakelijk.

Het onderhavige plan is veel kleiner dan 10.000 m2 waardoor het uitvoeren van archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. Mochten tijdens de werkzaamheden van het plan toch archeologische vondsten aan het licht komen, dan ontstaat de plicht om deze vondsten te melden bij de gemeente Molenlanden en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).

34

Afbeelding 7: Uitsnede archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart

Conclusie Het plan ondervindt voor wat betreft archeologie geen belemmeringen.

35

4.10 Milieuzonering Beleidskader De Omgevingswet bepaalt dat overheden bij het vaststellen van ruimtelijke plannen moeten aantonen dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies op locaties. Onderdeel hiervan is het zorgen voor een goede milieuzonering: de overheid dient erop toe te zien dat er voldoende afstand in acht wordt genomen tussen enerzijds functies die hinder of gevaar veroorzaken (bijvoorbeeld bedrijven), en anderzijds functies die daar last van hebben (bijvoorbeeld woningen). Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van het VNG-Handboek Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). Deze handreiking beveelt per standaard bedrijfstype een richtafstand aan tot woningen of andere 'kwetsbare' functies. De afstand hangt onder meer af van de aard van de omgeving: een rustige woonwijk verdient een hoger beschermingsniveau dan een gebied waar al enige hinder is van bedrijven of infrastructuur (gemengd gebied). Gemengd gebied In het kader van de VNG-analyse is uitgegaan van het omgevingstype ‘gemengd gebied’. Het plangebied is gelegen in het bebouwingslint van HardinxveldGiessendam. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. In de omgeving van het plangebied zijn naast woningen diverse andere functies aanwezig. Bebouwingslinten in het buitengebied worden doorgaans ook als gemengd gebied beschouwd.

Op grond hiervan kan het plangebied (en omgeving) worden aangemerkt als 'gemengd gebied' en kunnen gereduceerde richtafstanden worden gerechtvaardigd Onderzoek Het plan betreft de realisatie van een twee-onder-een-kapvolume (twee wooneenheden), daarmee de toevoeging van twee milieugevoelige functies. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties dient gekeken te worden of er ter plaatse van de nieuwe woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en of bedrijven in de omgeving (verder) worden belemmerd als gevolg van het plan. Het plan is getoetst aan de richtafstanden van het VNGHandboek Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In de directe omgeving van het plan is enkel ten noordwesten een bedrijfsfunctie gelegen aan de Giessenzoom 15 te Hardinxveld-Giessendam. Ter plaatse zijn bedrijven toegestaan tot en met categorie 2.0, welke een richtafstand van 10m in gemengd gebied hebben. De afstand tussen beide locaties is in de praktijk ca. 75m. Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstand. Er kan daarmee worden geconcludeerd dat er sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat voor de nieuwe woningen en omliggende bedrijven niet in de bedrijfsvoering worden beperkt. Conclusie Het plan ondervindt voor wat betreft bedrijven en milieuzonering geen belemmeringen.

36

4.11 Natuur Beleidskader Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Deze regels komen grotendeels overeen met de regels die waren opgenomen in de Wet natuurbescherming. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten en diersoorten en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Onderzoek Ecologie Het plan betreft de realisatie van een twee-onder-een-kapvolume (twee wooneenheden) op een kaal stuk grasland. Hiermee worden er werkzaamheden uitgevoerd die in het kader van ecologie wellicht bedreigend zouden kunnen zijn voor eventueel aanwezige beschermde flora en fauna. Om de gevolgen hiervan in kaart te brengen is door Blom Ecologie een ecologische quickscan uitgevoerd. De quickscan is toegevoegd in de bijlage van deze onderbouwing. De conclusie van de quickscan luidt: ‘4.1 Conclusie In de beoogde realisatie van een tweegezinswoning aan de Parallelweg 112 te Hardinxveld-Giessendam wordt voldaan aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het kader van de Omgevingswet onderdeel natuur.

4.2 Effecten De beoogde ruimtelijke ingreep leidt niet tot overtreding van verbodsbepalingen omtrent soortenbescherming en houtopstanden. Om negatieve effecten omtrent gebiedsbescherming uit te sluiten, dient vooraf een stikstofonderzoek door middel van de AERIUS Calculator uitgevoerd te worden. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van zoogdieren en algemene broedvogels. Voor deze soorten dienen maatregelen te worden getroffen om effecten te voorkomen. 4.3 Vervolgstappen en maatregelen Vervolgstappen Voor de beoogde ruimtelijke ingreep dient rekenkundig inzichtelijk te worden gemaakt of er sprake is van een verhoging van stikstofdepositie binnen stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van Natura 2000-gebieden. Dit kan door een stikstofonderzoek uit te voeren middels de AERIUS Calculator. Algemene zorgplicht Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (algemene zorgplicht). Specifieke zorgplicht

37

•

•

•

•

•

Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. Eventueel aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken) voorafgaand aan de werkzaamheden gefaseerd verwijderen. Dit om grondgebonden dieren de kans te bieden zelfstandig de te verlaten. Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. De planlocatie tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur niet verlichten en in de periode april-oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiodes). Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel). De werkzaamheden opstarten of uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (indicatief medio maart t/m medio juli). Als dit niet mogelijk is dienen de potentiële nestlocaties van algemene broedvogels ruim voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt of ontoegankelijk gemaakt te worden. E.e.a. op aanwijzing van deskundige.

Als werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd die mogelijk resulteren in het wegnemen of verstoren van broedgevallen dient voor aanvang door een ter zake deskundig gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn.’

Stikstofdepositie Naar aanleiding van de ecologische quickscan is een stikstof depositieonderzoek opgesteld door De Roever Omgevingsadvies. De conclusie uit dit onderzoek luidt: ‘In dit stikstofdepositieonderzoek is voor de aanlegfase en gebruiksfase van het project Parallelweg 112 te Hardinxveld-Giessendam de te verwachten stikstofdepositie ter plaatse van de relevante Natura 2000-gebieden berekend. Uit de gecombineerde berekening van de aanlegfase en gebruiksfase blijkt dat de stikstofdepositie op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden niet hoger is dan 0,00 mol N/ha/jaar. Ten aanzien van stikstofdepositie ondervinden stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden dus geen negatieve effecten als gevolg van de ontwikkeling. Het plan is daarmee in het kader van stikstofdepositie niet aan te merken als een Natura 2000-activiteit.’ Conclusie Het plan ondervindt voor wat betreft de natuur geen belemmeringen.

38

4.12 Trillingen Beleidskader In paragraaf 5.1.4.4 van het Bkl zijn regels opgenomen voor het aspect trillingen. De paragraaf is van toepassing op het toelaten van activiteiten (anders dan wonen) die trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz veroorzaken in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw of een trillinggevoelig gebouw waarop trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz worden veroorzaakt door een activiteit (anders dan wonen). Dit geldt echter niet voor locaties op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld, tijdelijke gebouwen, activiteiten die hoofdzakelijk in de openbare ruimte plaatsvinden, evenemententerreinen en verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen. Met het oog op het voorkomen of het beperken van trillinghinder mogen de continue trillingen (trilling die ten opzichte van de grootste trillingstijd gedurende een lange tijd aanwezig is) door een activiteit in trillinggevoelige ruimten niet hoger zijn dan 0,1 Vmax. Als daar niet aan kan worden voldaan, mag de trillingssterkte niet hoger zijn dan de volgende waarden in onderstaande tabel. Tabel 3: Waarde voor continue trillingen in trillinggevoelige ruimte als niet kan worden voldaan aan Vmax 0,1 Soort Waarden 07:00 – 23:00 uur 23:00 – 07:00 uur Trillingssterkte Vmax 0,4 0,2 Trillingssterkte Vper 0,05 0,05

Onderzoek Het plan betreft de realisatie van een twee-onder-een-kapvolume (twee wooneenheden). In de directe omgeving van het plangebied zijn echter geen activiteiten aanwezig of toegestaan die een zodanige continue trillingen veroorzaken dat er onaanvaardbare trillinghinder ontstaat binnen de nieuwe woningen. Het spoor is op een relatief grote afstand gelegen en het treinverkeer over dit spoor is relatief licht treinmaterieel, dat dit verder geen negatieve invloeden heeft. Conclusie Het plan ondervindt voor wat betreft trillingen geen belemmeringen.

39

5.

Financiële haalbaarheid

Vanwege het private initiatief komt het onderzoek naar de financiële haalbaarheid van het plan voor verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer, welke aangeeft dat de financiële haalbaarheid gewaarborgd is. Daar waar nodig zal op basis van artikel 13.18 het publiekrechtelijke kostenverhaal worden verrekend door middel van een kostenverhaalsbeschikking (artikel 13.18 Ow). Tevens worden voor het in behandeling nemen van en de procesbegeleiding kosten gerekend. Deze worden verrekend via de leges. In de legesverordening van de gemeente Hardinxveld-Giessendam is een legesbedrag opgenomen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Op basis van het vorenstaande kan worden vastgesteld dat het plan financieel haalbaar is.

40

6.

Participatie en overleg

6.1 Participatie De gemeente Hardinxveld-Giessendam heeft in december 2021 de Participatienota vastgesteld. Het doel van participatie is het creëren van gedeeld begrip voor het proces dat is doorlopen en daarmee het uiteindelijke besluit. Hierbij wordt ook de mate van invloed van de verschillende deelnemers aan het proces geduid. Het is een misvatting dat participatie altijd of enkel tot alleen draagvlak moet leiden. Het gaat om het voeren van het gezamenlijke gesprek en het steeds weer kijken naar de beste weg om dat gesprek te voeren. De initiatiefnemers (woonachting op nr. 112) hebben de direct omwonenden op nr. 111 en 118 geïnformeerd over het plan. Men zal regelmatig informatiebrieven naar de omwonenden sturen om hen op de hoogte te houden van de voortgang van de bouw en de planning.

6.2 Bestuurlijk vooroverleg In het kader van het bestuurlijk vooroverleg wordt het plan opgestuurd naar de bestuurlijke overlegpartners, waaronder de Provincie Zuid-Holland en het Waterschap Rivierenland.

41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/1185/documents/34583