Waterfront-Zuid - Waterfrontpark en Parkvilla_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Waterfront-Zuid - Waterfrontpark en Parkvilla
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark en Parkvilla (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003
Inhoudsopgave Toelichting
Toelichting
5
Hoofdstuk1
5
Inleiding
1.1
Aanleiding
5
1.2
Doel
5
1.3
Plangebied
6
1.4
De bij het plan behorende stukken
7
1.5
Leeswijzer
8
Hoofdstuk2
Huidige situatie
9
2.1
Ontstaansgeschiedenis
9
2.2
Huidige situatie
9
Hoofdstuk3
Beleidskader
11
3.1
Algemeen
11
3.2
Ruimtelijk beleid
11
3.3
Woonbeleid
15
3.4
Archeologie en Erfgoedbeleid
18
3.5
Welstandsbeleid
18
3.6
Milieubeleid
19
3.7
Bodembeleid
20
3.8
Waterbeleid
21
3.9
Groenbeleid
25
3.10 Verkeers- en vervoersbeleid Hoofdstuk4
25
Planbeschrijving
27
4.1
Inleiding
27
4.2
Waterfrontpark en Parkvilla
27
4.3
Voorgeschiedenis
29
4.4
Duurzaamheid
30
Hoofdstuk5
Onderzoek
33
5.1
Algemeen
33
5.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
33
5.3
Archeologie en erfgoed
33
5.4
Molenbiotoop
34
5.5
Ecologie
35
5.6
Watertoets
38
2
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark en Parkvilla (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003 5.7
Milieu
43
5.8
Kabels en leidingen
51
5.9
Explosieven
51
5.10 Schaduwwerking Parkvilla Hoofdstuk6
51
Juridische aspecten
53
6.1
Inleiding
53
6.2
Algemene uitgangspunten
55
6.3
Verantwoording Handboek Harderwijk
56
6.4
Bestemmingsbepalingen
56
6.5
Handhaving
58
Hoofdstuk7
Economische uitvoerbaarheid
61
Hoofdstuk8
Inspraak en overleg
63
8.1
Inspraak
63
8.2
Vooroverleg
63
8.3
Zienswijzen
63
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Beeldkwaliteitplan Waterfrontpark en Parkvilla
Bijlage 2
Actualisatie passende beoordeling
Bijlage 3
Biotooponderzoek
Bijlage 4
Quickscan Wet natuurbescherming
Bijlage 5
Stresstesthoogwater Veluwerandmeren
Bijlage 6
Advies Omgevingsdienst
Bijlage 7
Advies Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland
Bijlage 8
Bezonningsstudie
Bijlage 9
Verslag vooroverlegreacties
Bijlage 10
Nota zienswijzen Waterfrontpark en Parkvilla
3
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark en Parkvilla (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003
4
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark en Parkvilla (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003
Toelichting Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
De gemeente Harderwijk werkt al vanaf 1996, in nauw overleg met andere overheden en betrokkenen, aan plannen voor een ingrijpende transformatie van het Waterfront. Nadat achtereenvolgens een Strategisch plan en een Masterplan zijn opgesteld en vastgesteld heeft de gemeenteraad in 2004 het Structuurplan Waterfront vastgesteld. Dit vormde de planologische basis voor alle vervolgstappen. Het gehele project Waterfront strekt zich uit van de wijk Stadsweiden (aan de zuidzijde van Harderwijk tot de Hierdense Beek (de noordelijke gemeentegrens). Het project Waterfront behelst een complexe ruimtelijke operatie, die primair is gericht op een grondige kwaliteitsimpuls van de gebieden ten noorden en ten noordoosten van de historische binnenstad. In deze gebieden doen/deden zich hier veel knelpunten voor, die onder meer te maken hebben/hadden met bereikbaarheid, parkeren, belevingswaarde, (woon)milieu, het verouderde industrieterrein Haven en bodemverontreiniging. Het project Waterfront is gericht op een structurele verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van de Boulevard en omgeving en van het gebied waar tot voor kort het industrieterrein Haven lag. Het gehele industrieterrein is inmiddels verdwenen om plaats te maken voor een nieuwe invulling: de woonwijk Waterfront.
Het voorliggende bestemmingsplan "Waterfront-Zuid - Waterfrontpark en Parkvilla" heeft betrekking op een deelplan behorende tot fase 2. Een uitvoerige beschrijving van het gehele project Waterfront is te vinden in de Nota van Uitgangspunten Waterfront Harderwijk, die te vinden is op de website www.WaterfrontHarderwijk.nl. Voor het gebied Kop Stadswerven wordt al geruime tijd gewerkt aan een plan voor een park met hierin een appartementengebouw. Voor dit gebied geldt het bestemmingsplan Waterfront-Zuid Waterstad, vastgesteld door de gemeenteraad op 5 februari 2008. Dit bestemmingsplan is onherroepelijk sinds 22 december 2009. Het grootste deel van het plangebied is bestemd als 'Gemengd - Uit te werken'. In dit gebied kunnen woningen en voorzieningen worden gebouwd, maar pas nadat het bestemmingsplan door burgemeester en wethouders nader is uitgewerkt. Aangezien de bouwhoogte van de voorziene Parkvilla niet past binnen de uitwerkingsregels van het vigerend bestemmingsplan, is een nieuw bestemmingsplan nodig. Het voorliggende bestemmingsplan "Waterfront-Zuid - Waterfrontpark en Parkvilla" betreft dit nieuwe bestemmingsplan.
1.2
Doel
Het belangrijkste doel van het bestemmingsplan "Waterfront-Zuid - Waterfrontpark en Parkvilla" is het planologisch-juridisch mogelijk maken van het stedenbouwkundig plan voor dit deelgebied van Waterfront. In dit bestemmingsplan is een balans gevonden tussen enerzijds het creëren van voldoende mogelijkheden om de woonomgeving en openbare ruimte flexibel in te richten en anderzijds het bieden van voldoende rechtszekerheid voor de omgeving. Het bestemmingsplan "Waterfront-Zuid - Waterfrontpark en Parkvilla" vervangt bij inwerkingtreding (delen van) het bestemmingsplan Waterfront-Zuid Waterstad (2008).
5
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark en Parkvilla (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003
Globale aanduiding plangebied
1.3
Plangebied
Het bestemmingsplan "Waterfront-Zuid - Waterfrontpark en Parkvilla" heeft betrekking op een gebied dat centraal gelegen is in de nieuw woonwijk. Het ligt aan de Waterstadshaven tussen het woongebied De Eilanden en het Dolfinarium. Ten zuidoosten sluit het gebied aan bij het nog te ontwikkelen gebied Stadswerven. Op onderstaande afbeelding is de begrenzing van het bestemmingsplan aangegeven.
6
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark en Parkvilla (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003
Plangrenzen Het vigerende bestemmingsplan is het bestemmingsplan Waterfront-Zuid Waterstad, vastgesteld op 5 februari 2008. In dit bestemmingsplan is voor nagenoeg heel Waterfront-Zuid een uit te werken gemengde bestemming opgenomen. Voorliggend ontwerp van de Parkvilla past qua bouwhoogte niet binnen de destijds opgestelde uitwerkingsregels. De in dat plan opgenomen maximum bouwhoogte is (via een afwijkingsmogelijkheid) 18 m terwijl het ontwerp uitgaat van maximaal 28 m. Daarom dient nu in plaats van een uitwerkingsplan een bestemmingsplan opgesteld te worden.
1.4
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan "Waterfront-Zuid - Waterfrontpark en Parkvilla" heeft als IMRO-idn NL.IMRO.0243.BP00272-0003 en bestaat uit een gml-bestand, regels en een toelichting. Het gml-bestand kent een analoge en digitale verbeelding. De analoge versie van het plan betreft een boekje met kaarten (PDF of hardcopy). De digitale versie is te raadplegen via de landelijke voorziening (www.ruimtelijkeplannen.nl). De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en dienen in samenhang gelezen te worden. Indien er verschil bestaat tussen de analoge en de digitale verbeelding, gaat de digitale verbeelding voor. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden en opstallen aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels gekoppeld. De toelichting van dit bestemmingsplan heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen en doet verslag van het onderzoek dat aan het bestemmingsplan vooraf is gegaan. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.
7
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark en Parkvilla (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003
1.5
Leeswijzer
De toelichting van het bestemmingsplan "Waterfront-Zuid - Waterfrontpark en Parkvilla" bestaat uit de volgende hoofdstukken: in hoofdstuk 2 worden de ontstaansgeschiedenis en de huidige situatie beschreven; in hoofdstuk 3 wordt een schets gegeven van het beleidskader dat van belang is voor het functioneren en de ontwikkeling van het plangebied; in hoofdstuk 4 wordt een beschrijving van het plan gegeven. Er wordt ingegaan op de woonfunctie, verkeer en parkeren, groenvoorzieningen en water en duurzaamheid. in hoofdstuk 5 komt de uitvoerbaarheid van het plan aan bod. Aan de orde komen zaken als archeologie, ecologie, water en milieu; in hoofdstuk 6 worden kort de verschillende neergelegde bestemmingen, de juridische planopzet, behandeld en wordt verantwoording gegeven van het gebruik van de standaarden voor bestemmingsplannen in Harderwijk; in hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid van het plan; de toelichting wordt afgesloten met hoofdstuk 8 waarin wordt ingegaan op het proces van inspraak en overleg in relatie tot dit bestemmingsplan.
8
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark en Parkvilla (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003
Hoofdstuk 2 2.1
Huidige situatie
Ontstaansgeschiedenis
In de eerste helft van de 20e eeuw was het plangebied grotendeels in agrarisch gebruik. De toenmalige kustlijn liep ter hoogte van het voormalige terrein van Bruil (Havendijk 29) van west naar oost. Op het terrein van Bruil was voorheen Asbestona (asbestfabriek) gevestigd. De Flevoweg bestond toen nog niet. Naast het agrarisch gebruik werd het gebied ter plaatse van de brandweerkazerne en de gemeentewerf in de periode tot circa 1950 gebruikt als (niet reguliere) stortplaats. Vanaf circa 1955 vestigden zich ten zuiden van Bruil ook andere bedrijven aan de Havendijk. Aan de noordwestzijde van Bruil was een werkhaven aangelegd ten behoeve van de toenmalige Zuiderzeewerken. Hieromheen was een klein gebied opgespoten. Tussen 1958 en 1961 is de Lelyhaven aangelegd. Daarbij is het oostelijk deel van het Schiereiland en het gebied van de huidige Flevoweg opgespoten tot een hoogte van circa 1,3 m boven NAP. Hierna nam de bedrijvigheid snel toe. In 1966 is het gehele schiereiland als bedrijfsterrein in gebruik genomen. Het bedrijventerrein aan de Flevoweg is vanaf de tweede helft van de jaren zestig van de 20e eeuw in gebruik. Sindsdien hebben zich in het gebied weinig wijzigingen voorgedaan. Tot voor kort was het plangebied een bedrijventerrein. Voor de realisatie van woningen zijn deze bedrijven verplaatst.
In 2011 is er gestart met het aanleggen van het nieuwe bedrijventerrein Uitbreiding Lorentzhaven in Waterfront-Noord. Inmiddels zijn er geen bedrijven meer gevestigd in het plangebied. Door de voormalige asbestfabriek was de bodem zwaar verontreinigd met asbest. Door bedrijvigheid is de bodem op verschillende andere plekken ook verontreinigd. De bodem is inmiddels gesaneerd en geschikt voor woningbouw.
2.2
Huidige situatie
Het plangebied Waterfront-Zuid - Waterfrontpark en Parkvilla is momenteel een braakliggend bouwterrein waar tijdelijk bouwzand en bouwmateriaal zijn opgeslagen. Er bevindt zich geen bebouwing op het terrein. In het verleden zijn hier wel tijdelijke voorzieningen aangelegd, zoals speelvoorzieningen. Dat gebruik is inmiddels beëindigd. Aan de zuidzijde van het plangebied leggen rondvaartboten aan. Ten behoeve van de verkeersafwikkeling is verharding aangelegd.
9
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark en Parkvilla (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003
10
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark en Parkvilla (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Algemeen
Het (inter)nationale en provinciale beleid is neergelegd in verschillende nota's betreffende de ruimtelijke ordening, alsmede in de verschillende structuurvisies. Een "doorzetting" van dit beleid vindt veelal plaats in verschillende gemeentelijke en provinciale uitwerkingsnota's, beleidsplannen en bestemmingsplannen. Ook binnen de gemeente Harderwijk is dit het geval. Het beleid zoals dat door de hogere overheden wordt voorgestaan, is veelal van een andere schaal en aard dan de schaal die noodzakelijk is voor het opstellen van een (kleinschalig) bestemmingsplan. In dit hoofdstuk wordt dan ook uitsluitend ingegaan op de voor de ontwikkeling van het plangebied relevante beleid.
3.2
Ruimtelijk beleid
3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is van kracht sinds 13 maart 2012. Deze structuurvisie vormt sindsdien het integrale kader voor het rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. De SVIR vervangt de Nota Ruimte uit 2005. De SVIR geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vormt het kader voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Nederland heeft ruimte nodig om te leven en te bewegen, om economisch te kunnen blijven groeien en voor burgers en bedrijven om initiatief te nemen. Het Rijk kan en wil niet alles zelf doen en geeft daarom meer ruimte aan provincies en gemeenten om in te spelen op de eigen situatie, zelf beslissingen te nemen en om ruimte te geven aan burgers en bedrijven voor initiatief en ontwikkeling. Infrastructuur en ruimte worden door alle overheden in samenhang opgepakt.
Om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden zijn in de SVIR drie hoofddoelen voor de voor de middellange termijn (2028) benoemd: Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid, waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden blijven. De drie rijksdoelen zijn in het SVIR uitgewerkt tot dertien (thematische) 'onderwerpen van nationaal belang'. In het SVIR worden geen beleidsuitspraken gedaan die specifiek van toepassing zijn voor de omgeving van Harderwijk of voor het plangebied. 3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden en omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee.
Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij het Barro kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. In het bestemmingsplan voor het buitengebied dient met name rekening te worden gehouden met de door het Rijk geformuleerde belangen inzake natuur (Ecologische Hoofdstructuur en Natura 2000-gebieden).
11
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark en Parkvilla (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003 Het Barro bevat geen regels die specifiek van toepassing zijn voor de omgeving van Harderwijk of voor het plangebied. 3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De ladder voor duurzame verstedelijking is opgezet met als primair doel het tot stand brengen van een goede ruimtelijke ordening, door middel van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Concreet houdt dit in dat de ladder als ondersteuning dient voor decentrale overheden (provincies en gemeenten) bij de vraaggerichte programmering van hun grondgebied. Hierdoor kan er een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming plaatsvinden bij ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Daarbij mogen dus enkel criteria een rol spelen die ruimtelijk relevant zijn. De juridische grondslag van de ladder voor duurzame verstedelijking ligt in het Bro (artikel 3.1.6 lid 2), beleidsmatig is de ladder geïntroduceerd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De ladder is daarmee kaderstellend voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van de decentrale overheden, zoals de gemeentelijke bestemmingsplannen en de provinciale inpassingsplannen.
Voorheen bestond de ladder uit drie treden die doorlopen moesten worden ter verantwoording van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, maar per 1 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen van kracht geworden. Eén van de belangrijkste is dat de drie treden worden losgelaten. Feitelijk is er nog maar één trede: "er dient gemotiveerd te worden dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte." Het betreft ontwikkelingen zowel binnen als buiten stedelijk gebied. Het realiseren van een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied moet nadrukkelijk gemotiveerd worden. Bij de motivering moet een goede ruimtelijke ordening het oogpunt zijn. Dit betekent concreet het tegengaan van ongewenste leegstand en het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik. De behoefte moet worden onderbouwd op het niveau van het ruimtelijk verzorgingsgebied van de ontwikkeling zelf. Bij de ene ontwikkeling is het ruimtelijk verzorgingsgebied groter dan bij de andere ontwikkeling. Bij elk plan hoort met andere woorden een bij die ontwikkeling passende onderbouwing.
Daarbij moet opgemerkt worden dat als de stedelijke ontwikkeling ziet op de vestiging van een dienstenactiviteit, het onderzoek naar de actuele regionale behoefte geen betrekking mag hebben op de economische behoefte, de marktvraag, de beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen of een beoordeling in relatie tot de door de gemeenteraad vastgestelde doelen van economische planning. Het onderzoek heeft slechts tot doel om na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. In de voorbereidende fase van het project Waterfront is uitgebreid onderzocht dat er behoefte bestaat aan de woningbouwontwikkeling. In paragraaf 5.2 wordt nader ingegaan op de Ladder voor duurzame verstedelijking. 3.2.4 Omgevingsvisie Gelderland en Omgevingsverordening Gelderland Provinciale Staten hebben op woensdag 19 december 2018 de nieuwe Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en geactualiseerde Omgevingsverordening vastgesteld. Deze zijn op 1 maart 2019 in werking getreden. De provincie kiest er in deze Omgevingsvisie voor om vanuit twee hoofddoelen bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven. Deze zijn: 1. een duurzame economische structuur; 2. het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving. De provinciale hoofddoelen zijn vervolgens vertaald in provinciale ambities.
Afhankelijk van het accent van de ambitie zijn ze opgenomen onder het deel 'Divers', 'Dynamisch' of 'Mooi' Gelderland. Per ambitie is de aanpak op hoofdlijnen beschreven. De nadere invulling vindt plaats via provinciale uitvoeringsprogramma's en samenwerking met partners. Daarmee is de Omgevingsvisie een 'plan' dat richting geeft en ruimte biedt; geen plan met exacte antwoorden. Ofwel: 'de Omgevingsvisie gaat over het speelveld en de spelregels, niet over de uitkomst van het spel. In de Omgevingsvisie is onder andere opgenomen dat één van de opgaven voor de regio Noord-Veluwe is om de bestaande kwaliteiten, zoals water, natuur en steden, te behouden, versterken en benutten. In de visie wordt ook gerefereerd aan de Regionale Woonagenda die de gemeenten in de Noord-Veluwe in 2011 hebben opgesteld. Hierin agenderen partijen in een regio de regionale opgaven op het gebied van
12
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark en Parkvilla (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003 wonen. Samen met de provincie worden afspraken gemaakt, onder andere over woningaantallen. Hieronder wordt hierop nader ingegaan. Omgevingsverordening Gelderland In de Omgevingsverordening zijn regels (randvoorwaarden) opgenomen passend bij de provinciale aanpak van ambities en doelen in de Omgevingsvisie. De verordening op het laatst geactualiseerd op 31 maart 2021. Veel van deze regels waren eerder in diverse andere verordeningen van de provincie opgenomen. De regels in de Omgevingsverordening zijn zodanig dat zij goed passen bij de accenten in de aanpak van de Omgevingsvisie. Met betrekking tot nieuwe woonlocaties is bijvoorbeeld in de Omgevingsverordening de volgende bepaling opgenomen: “In een bestemmingsplan worden nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma voor de betreffende regio successievelijk het door Gedeputeerde Staten vastgestelde Regionaal Programma Wonen.” Op basis van voornoemde afspraken is binnen de Regio Noord-Veluwe de regionale woonopgave voor de periode 2013-2024 verdeeld over de deelnemende gemeenten. Als afgeleide daarvan is door de gemeente het Meerjarenprogramma Woningbouw 2014-2024 opgesteld.
De te realiseren woningaantallen in dit plangebied passen binnen dit meerjarenprogramma. Ook is de molenbiotoop van de molen De Hoop opgenomen op één van de kaarten die bij de Omgevingsverordening horen (zie uitsnede hieronder). Ten aanzien van de molenbiotoop wordt het volgende voorgeschreven vanuit de Omgevingsverordening: "Een bestemmingsplan maakt voor gronden binnen een Molenbiotoop geen nieuwe bebouwing of beplanting mogelijk als daardoor de windvang van een molen wordt beperkt."
Uitsnede uit Kaart 7: Regels erfgoed (uit Omgevingsverordening Gelderland) De molenbiotoop heeft een straal van 400 m vanaf de molen. Een groot deel van plangebied Waterfront-Zuid - Waterfrontpark en Parkvilla ligt binnen de zone van 400 m. Het functioneren van de molen wordt echter niet belemmerd door deze planontwikkeling. In paragraaf 5.4 wordt nader ingegaan op de molenbiotoop.
13
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark en Parkvilla (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003 Geconcludeerd wordt dat dit bestemmingsplan in overeenstemming is met de doelen uit de Omgevingsvisie en met de regels uit de Omgevingsverordening. 3.2.5 Stadsvisie 2031 Op 10 juni 2010 is de Stadsvisie Harderwijk 2031 vastgesteld. De Stadsvisie Harderwijk 2031 is gemaakt om een ontwikkelingsrichting voor de stad te bepalen op het gebied van voorzieningen, werkgelegenheid, woonklimaat en bereikbaarheid. Hierbij moeten strategische keuzes worden gemaakt. De visie is integraal. Dit betekent dat er nadrukkelijk wordt gekeken naar de onderlinge samenhang tussen de ruimtelijke, sociale en economische beleidsvelden. De visie is een uitgangspunt voor de intensieve samenwerking tussen bestuur, bevolking, bedrijfsleven, instellingen, organisaties en andere overheidsinstanties. Gekozen is voor scenario 2 "Verdiepen". Ontwikkeling is namelijk noodzakelijk om van Harderwijk een aantrekkelijke woon- en werkgemeente te maken.
De Stadsvisie beschrijft de visie op de toekomst aan de hand van vier thema’s: woonklimaat: "Prettig wonen in bijzondere woonwijken voor alle doelgroepen"; maatschappelijke voorzieningen: "Harderwijk loopt voorop op het gebied van sport, cultuur, onderwijs, zorg en welzijn"; werken: "Een sterke economische structuur door een duidelijk economisch imago"; bereikbaarheid: "Goede bereikbaarheid voor alle vervoerssoorten met aandacht voor milieu en veiligheid". In scenario 2 is met betrekking tot het woonklimaat onder meer opgenomen dat Harderwijk bijzondere woonmilieus wil realiseren, die in de regio en omliggende steden niet of nauwelijks voorkomen. De "Stadsvisie Harderwijk 2031" geeft aan welke koers Harderwijk wil varen. De volgende stap is het vertalen van deze stadsvisie in één integrale visie. Een visie waarin een duidelijke sociale, economische én ruimtelijke pijler herkenbaar is. Per onderwerp worden de ambities en beleidsdoelen beschreven zodat de vraag "wat willen we in de komende jaren bereiken" helder wordt beantwoord. In de uitvoeringsagenda die hieraan wordt gekoppeld, staan de maatregelen die het gemeentebestuur de komende jaren neemt om die gestelde doelen te bereiken. De ontwikkeling van de woningbouw in Waterfront past binnen de visie om bijzondere woonmilieus te realiseren: waterrijk wonen.
3.2.6 Structuurvisie Harderwijk 2031 De structuurvisie Harderwijk 2031 is op 20 december 2012 door de gemeenteraad vastgesteld. Deze integrale structuurvisie is een uitwerking van de in juni 2010 door de gemeenteraad vastgestelde stadsvisie. In de structuurvisie wordt aangegeven wat in de periode tot 2031 voor de gemeente Harderwijk de belangrijkste thema's zijn waar integraal aan gewerkt gaat worden door de gemeente, het bedrijfsleven, de maatschappelijke organisaties en door inwoners zelf. De visie is een document waar het economische, sociale en ruimtelijke beleid met elkaar in verband is gebracht. Het betreft een visie waarin kaders zijn gesteld met doelstellingen om de in de Stadsvisie verwoorde ambitie te verwezenlijken. Deze doelstellingen zijn ondergebracht in 4 ontwikkelsporen: Zorgzame stad, Ondernemende stad, Aantrekkelijke stad en Verbindende stad. De structuurvisie zal fungeren als beoordelings- en sturingsinstrument op alle gemeentelijke beleidsterreinen. Het is daarmee een beleidsdocument dat de gemeente bindt. De gemeente kan daar alleen van afwijken indien daar een goede motivering voor is. Daarnaast wordt richting gegeven aan te verrichten inspanningen en te nemen maatregelen die moeten leiden tot de realisatie en totstandkoming van de in het beleid nagestreefde doelen.
De structuurvisie vervangt hiermee het structuurplan Harderwijk 2020 en is daarmee: een visie op de sociale, economische en ruimtelijke ontwikkelingen in Harderwijk voor de
14
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark en Parkvilla (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003 middellange en lange termijn; een integrale visie met de hoofdlijnen van voorgenomen ontwikkelingen betreffende het leven, werken en verblijven in Harderwijk; de wijze waarop de gemeente de doelstellingen denkt te realiseren. In de structuurvisie wordt Waterfront genoemd als een belangrijk project voor Harderwijk. Het voorziet in een aanzienlijk deel van de woningbehoefte. Het brengt de beleving van het water terug naar de stad. Op de visiekaart 'Aantrekkelijke stad' is het gebied van bestemmingsplan Waterfront-Zuid Waterfrontpark en Parkvilla aangewezen voor waterrijk wonen. Daarnaast is er aangegeven dat het bestaand bebouwd gebied betreft en op de kop van 'Stadswerven' is een Waterbelvédère. Het water in de Vissershaven en in de Lelyhaven is aangemerkt als 'Oppervlakte water hoofdstructuur'. Dit bestemmingsplan voorziet hierin. Op de visiekaart 'Zorgzame stad' staat het Waterfront aangewezen voor 'asbestsanering'. Voorheen stond op Stadswerven de asbestfabriek Asbestona. Hierdoor is de bodem vervuild geraakt. Inmiddels is de bodem van het land, maar ook de bodem van de havens gesaneerd en geschikt gemaakt voor woningbouw. Op de visiekaart 'Ondernemende stad' heeft het plangebied een aanduiding voor 'Hoofdfietsstructuur'. Deze ligt op 'De Kades' naast de N302.
Ook naast de N302 is een blok aangewezen voor 'Kantoorlocatie'. De N302 maakt onderdeel uit van de 'Hoofdwegenstructuur', net als de Burgemeester de Meesterstraat. Naast de Burgemeester de Meesterstraat ligt ook een fietspad dat onderdeel uitmaakt van de 'Hoofdfietsstructuur'. In het voorliggende bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark en Parkvilla wordt voorzien in een park met appartementengebouw. Er wordt aangesloten op de bestaande infrastructuur. Geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met de structuurvisie.
3.3
Woonbeleid
3.3.1 Regionaal woonbeleid De gemeenten in de regio Noord-Veluwe werken samen op het terrein van wonen. Dikwijls neemt ook de gemeente Epe deel aan de samenwerking. Regio Noord-Veluwe (RNV) heeft een regionale woonvisie opgesteld die als uitgangspunt dient voor de lokale woonvisies. Doel van deze woonvisie is om vraag en aanbod op de woningmarkt zo goed mogelijk op elkaar aan te sluiten. Eén van de conclusies is dat een kwaliteitsslag in de huur- en koopvoorraad voor wat betreft levensloopbestendigheid en energetische kwaliteit noodzakelijk is. Een ander belangrijk onderdeel van het regionale woonbeleid is de verdeling van de regionale woningbouwopgave. In 2014 heeft de provincie de totale kwantitatieve opgave voor de regio Noord-Veluwe vastgesteld op 8.880 woningen voor de periode 2013-2025. De regiogemeenten hebben een verdeling afgesproken volgens onderstaand schema. In december 2016 is de ingecalculeerde reserve naar rato verdeeld. Voor Harderwijk betekende dit een toename van 262 woningen. Besloten is dit aantal te reserveren voor de omzetting van recreatiewoningen in het kader van het project Vitale vakantieparken.
Bandbreedte lokale behoefte
Eerdere verdeling (2014/2015)
Laatste verdeling (december 2016)
Elburg
580 - 790
685
754
Ermelo
1.030 - 1.350
1.190
1.309
Harderwijk
2.170 - 3.060
2.615
2.877
Hattem
430 - 520
475
523
Heerde
620 - 750
685
754
15
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark en Parkvilla (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003 Nunspeet
830 - 940
885
974
Oldebroek
560 - 850
705
776
Putten
650 - 1.010
830
913
Reserve
810
Totaal
6.870 - 9.270
8.880
8.880
Regionale woonopgave (bron: Regio Noord-Veluwe) Begin 2017 heeft de provincie een nieuwe bevolkings- en huishoudensprognose vastgesteld. Voor de regio Noord-Veluwe wijkt de daaruit resulterende kwantitatieve woningbehoefte nauwelijks af van de eerder vastgestelde opgave. In het portefeuillehoudersoverleg van 2 mei 2017 is daarom besloten om de hierboven genoemde aantallen aan te houden. Kwalitatief is de nieuwe bevolkings- en huishoudensprognose aanleiding om kritisch te kijken naar woningbouwplannen die niet meer aansluiten bij de huidige en toekomstige vraag. Aansluitend bij de veranderende woonwensen gaan de regiogemeenten de komende periode inzetten op flexibele woonvormen en transformatie van bestaand vastgoed. 3.3.2 Woonvisie Harderwijk De uitgangspunten van het woonbeleid staan geformuleerd in de Woonvisie 2017-2027. Deze is op 24 mei 2018 door de gemeenteraad vastgesteld. Met het woonbeleid werkt de gemeente Harderwijk aan de balans tussen vraag en aanbod op de woningmarkt. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de huidige bewoners, maar ook naar die van de toekomst. Uitgangspunt is dat iedereen in Harderwijk een woning kan vinden die past bij zijn of haar wensen en behoeften op het gebied van betaalbaarheid, toegankelijkheid en woonmilieu. Door natuurlijke aanwas en migratie zal Harderwijk de komende decennia blijven groeien.
Het aantal inwoners nu is 47.000 en zal naar verwachting toenemen tot 53.000 in 2040. Om deze groei te faciliteren wil de gemeente voor die tijd nog ruim 4.000 woningen bijbouwen. Er is voor ongeveer 3.400 woningen plancapaciteit beschikbaar of in ontwikkeling. In de Woonvisie wordt de volgende tabel gepresenteerd, waar het gaat om het planaanbod Harderwijk in de periode 2015 tot 2025 en het (verwachte) moment van benutten van deze capaciteit.
jaar
Drielanden
Waterfront
overig totaal
Harderweide
overig
Fase 2
Fase 3
Harderwijk
Hierden
2015
-
20
32
-
67
6
125
2016
-
5
36
-
18
43
102
2017
-
7
121
-
58
10
196
2018
147
5
219
-
285
36
692
2019
108
3
205
-
388
14
718
2020
123
5
125
82
142
35
512
2021
102
5
-
165
-
5
277
2022
120
5
-
204
-
-
329
2023
120
5
-
206
-
-
331
2024
130
6
-
45
-
-
171
totaal
840
66
738
702
958
149
3.453
Bron: Domein Ruimte
16
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark en Parkvilla (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003 Waterfront -een grote binnenstedelijke herontwikkeling met ruim 1.400 woningen- is een belangrijke woningbouwlocatie binnen het totaal aan plannen in Harderwijk. Bij het opstellen van de woonvisie was de gedachte dat vóór 2025 ook fase 3 geheel zou zijn afgerond. Het gebied Drielanden, de grootste uitbreidingslocatie in Harderwijk, nadert met de bouw van woningen in Harderweide zijn voltooiing. Het gaat hier om een toevoeging met (uiteindelijk) 1.040 woningen. Verder laat de tabel zien dat ruim een kwart van de toekomstige nieuwbouwopgave in de bestaande stad zal worden gerealiseerd. Binnenstedelijk bouwen brengt nieuwe uitdagingen met zich mee. Denk aan hogere bouwkosten, veel direct belanghebbenden en een meer complexe ruimtelijke inpassing. Het wordt een uitdaging om voldoende woningen te bouwen in de lagere prijssegmenten, draagvlak te creëren onder omwonenden en de ruimtelijke kwaliteit hoog te houden. Qua woningbouwtypes wordt ingezet op variatie en aanpasbaarheid. Tijdelijke woningen om pieken in de vraag op te vangen. Aanpasbare woningen om flexibel mee te bewegen met veranderende wensen en behoeften. En gevarieerde woonwijken voor een vitale mix van bewoners. Op deze manier blijft Harderwijk ook naar de toekomst betaalbaar en aantrekkelijk voor een breed publiek.
Naast nieuwbouw wordt ook gewerkt aan de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad. Samen met de partners in het woondomein staat de gemeente voor een aantal grote maatschappelijke opgaven. Op het gebied van duurzaamheid wordt onder andere gestreefd naar een forse reductie van het energieverbruik, duurzame energie opwekking en ruimte voor klimaatadaptatie. Betaalbaarheid is daarbij een belangrijk aandachtspunt. Een andere opgave is de voortschrijdende vergrijzing. Om de veiligheid en het comfort van oudere bewoners te borgen, is het noodzakelijk om de toegankelijkheid van bestaande woningen te verbeteren. Ook moeten woningen geschikt worden gemaakt voor zorg- en dienstverlening aan huis. Daarbij gaat het niet alleen om individuele woningen maar ook om de woonomgeving en infrastructuur van de wijk. In de woonvisie worden de volgende opgaven in het woondomein gesignaleerd:
Nieuwbouw
1. Uitbreiding van het aanbod goedkope en middeldure woningen 2. Terugdringen van de wachttijd in de sociale huursector 3. Her- en deprogrammering in het dure segment 4. Tijdelijke woonruimte om pieken in de vraag op te vangen 5. Inbreiding en transformatie
Bestaande voorraad
1. Bevorderen van doorstroming op de woningmarkt 2. Verduurzaming van de bestaande woningvoorraad 3. Bestaande woningvoorraad toekomst- en zorgbestendig maken
Wijken en buurten
1. Ontwikkelen van woonzorgzones 2. Gemixte en inclusieve wijken en buurten
3.3.3 Uitvoeringsagenda 2019 - 2022 Woonvisie Harderwijk Bij het opstellen van de uitvoeringsagenda is het planaanbod -en de verwachte inzet daarvan in de tijd gezien- opnieuw in kaart gebracht. Het ziet er nu naar dat in de periode tot 2025 een aantal van (afgerond) 3.000 woningen aan de voorraad kan worden toegevoegd. In de uitvoeringsagenda zijn ook de vraag/aanbod situatie per woningmarktsegment opnieuw in kaart gebracht. De belangrijkste conclusies uit die exercitie waren: Het totaal aan plannen voor sociale huurwoningen is op zich toereikend gezien de behoefte; wel zou een versnelling in de realisatie wenselijk zijn; Het aanbod aan vrije sectorhuur met een huur tot 850 euro per maand blijft achter bij de behoefte, ook het toevoegen van 100 woningen in Waterfront fase 3; In het koopsegment tot 200.000 euro blijft het aanbod sterk achter bij de behoefte; In de overige segmenten (vrije sectorhuur met een huur boven 850 euro per maand en koopwoningen met een prijs boven de 200.000 euro) is het aanbod goed afgestemd op de behoefte.
17
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark en Parkvilla (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003
3.4
Archeologie en Erfgoedbeleid
3.4.1 Archeologienota De Erfgoedwet, juncto Monumentenwet 1988 verplicht gemeenten om bij de vaststelling van een bestemmingsplan en bij de bestemming van de in het plan begrepen gronden, rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden. Het gemeentelijk archeologisch beleid is verwoord in het in april 2011 vastgestelde archeologiebeleid 2011-1015. Hieraan is de beleidskaart archeologie gekoppeld. De Beleidskaart Archeologie is tot stand gekomen door onderzoek van archeologisch adviesbureau RAAP (RAAP- rapport 2050 "Een actualisatie en herziening van de archeologische verwachting"). In de beleidskaart Archeologie is aangegeven wanneer bij nieuwe planontwikkelingen archeologisch vooronderzoek plaats dient te vinden. Op grond van de Erfgoedwet, juncto monumentenwet 1988 kan bij bestemmingsplan worden bepaald, dat een aanvrager van een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit (bouwvergunning), of een aanlegactiviteit van werken geen bouwwerken zijnde (omgevingsvergunning aanlegactiviteiten), een rapport over de archeologische waarden dient te overleggen. Aan de omgevingsvergunning kunnen indien nodig archeologische voorschriften worden verbonden. Op de beleidskaart archeologie zijn per waarde- of verwachtingsgebied de vrijstellingsgrenzen aangegeven.
Het beleid is om in bestemmingplannen een dubbelbestemming "Waarde - Archeologie" op te nemen met bijhorende bouwregels en aanlegvergunningstelsel met inachtneming van de vrijstellingsgrenzen. In paragraaf 5.3.1 wordt nader op dit onderwerp ingegaan. 3.4.2 Erfgoed Op 1 januari 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening aangepast als uitwerking van het in 2009 door het rijk ingezette beleid Modernisering Monumentenzorg (MoMo). Voor de ruimtelijke ordening betekent dit een omschakeling van een objectgerichte naar omgevingsgerichte benadering. Door deze modernisering moet bij het opstellen van een bestemmingsplan meer rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Dit betekent dat naast de ondergrondse (te verwachten) cultuurhistorische waarden (archeologie), ook een beschrijving moet worden gegeven van de bovengrondse cultuurhistorische waarden, zoals (steden)bouwkunde en historische geografie en hoe in het bestemmingsplan rekening is gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarden. In de toelichting van de aanpassing, is aangegeven dat de bovengrondse cultuurhistorische waarden niet alleen de beschermde monumenten betreffen. De gemeente Harderwijk heeft daarom in 2015 een inventarisatie laten uitvoeren naar alle bovengrondse cultuurhistorische waarden en deze opgenomen in de cultuurhistorische waardenkaart. In paragraaf 5.3.2 wordt nader op dit onderwerp ingegaan.
3.5
Welstandsbeleid
Een bestemmingsplan is erg belangrijk voor het bouwen op en gebruiken van gronden. Vergunningsaanvragen worden immers getoetst aan de regels uit het bestemmingsplan. Naast de bestemmingsplanbepalingen en de bouwtechnische eisen waaraan een bouwwerk moet voldoen, is het uiterlijk ervan erg belangrijk. Hiervoor is een welstandsnota opgesteld. In de welstandsnota van Harderwijk wordt invulling gegeven aan de esthetische aspecten van het ruimtelijke kwaliteitsbeleid. De welstandsnota gaat daarbij vooral in op de architectonische aspecten van bouwwerken, zoals massa, vorm, positionering, kleur- en materiaalgebruik en detaillering. In stedenbouwkundige zin spreekt de welstandsnota zich uit over de uitstraling en ligging van de bebouwing in relatie tot de omgeving. In de welstandsnota zijn regels opgenomen voor: kleine bouwinitiatieven die welstandsvrij zijn;
18
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark en Parkvilla (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003 kleine bouwinitiatieven waarvoor de zogenaamde 'sneltoetscriteria' gelden (criteria voor meest voorkomende kleine bouwactiviteiten); grote bouwinitiatieven waarvoor lichte, gemiddelde en zware welstandstoets gelden; grote bouwinitiatieven voor ontwikkelingslokaties, die in aparte beeldkwaliteitsplannen zijn vervat. In de welstandsnota is het volgende opgenomen over Waterfront-Zuid waar voorliggend bestemmingsplan onderdeel van is: "De gemeente Harderwijk en het Consortium Waterfront hebben gezamenlijk een supervisor aangesteld die zorg draagt voor de ruimtelijke kwaliteit van Waterfront-Zuid. Alle ontwikkelde bouwplannen voor Waterfront-zuid worden getoetst door de supervisor Waterfront aan het beeldkwaliteitsplan Waterfront-Zuid. Indien de supervisor van oordeel is dat het bouwplan voldoet aan het beeldkwaliteitsplan Waterfront-Zuid en daarmee ook voldoet aan redelijke eisen van welstand, wordt het bouwplan ambtelijk afgedaan. Indien de supervisor van mening is dat het bouwplan niet voldoet aan het beeldkwaliteitsplan vraagt hij tevens advies aan de CRK, die hij in zijn eindadvies verwerkt." Voor Waterfront-Zuid is een beeldkwaliteitsplan opgesteld dat onderdeel is van de welstandsnota.
In het beeldkwaliteitsplan voor Waterfront-Zuid uit 2013 is aangegeven dat voor de bebouwing en voor de inrichting van de openbare ruimte in Waterfront-Zuid wordt uitgegaan van een hoog ambitieniveau. Daarbij wordt gestreefd naar een herkenbare relatie met het water (een ‘nautisch karakter’). Daarnaast wordt voor de woonbebouwing gestreefd naar aansluiting in schaal en karakter bij de bebouwing in de binnenstad. Dit geldt met name voor bebouwing in de plandelen die het dichtst bij de binnenstad zijn gelegen. Ten aanzien van het Waterfrontpark is aangegeven dat sprake is van een hoogteaccent. Onderliggend bestemmingsplan voorziet hierin. Beeldkwaliteitsplan voor Waterfront Zuid Er zijn diverse stedenbouwkundige plannen voor het Waterfront opgesteld, het Masterplan (2003), het Samenspel (2006) en het optimalisatieplan (2012). In alle plannen is uitgegaan van een gebouw in het Waterfrontpark. Zo is in het Masterplan en Het Samenspel uitgegaan van de bouw van een markant (horeca)gebouw in het park.
In het hoofdlijnenakkoord uit 2011 is met de marktpartijen (VOF Waterfront) afgesproken dat het mogelijk is in het park van het plandeel de Kop Stadswerven een nader te bepalen aantal woningen te realiseren, mits deze op beeldbepalende wijze worden ontworpen, zij beschikken over een kwalitatief hoogwaardige parkeeroplossing en zij passen binnen de kwalitatieve randvoorwaarden van het masterplan (2003). In de nota van uitgangspunten uit 2012 wordt beschreven dat het mogelijk is om in het park een slanke woontoren te realiseren, waarbij de begane grondlaag een attractief publiek karakter dient te krijgen. Dit is ook zo opgenomen in het optimalisatieplan (2012) en het door de raad vastgestelde beeldkwaliteitplan Waterfront Zuid uit 2013. In dit beeldkwaliteitplan is aangegeven dat er in het Waterfrontpark sprake is van een hoogteaccent. Het ontwerp van het gebouw is inmiddels zo ver om deze nu ook planologisch/juridisch vast te leggen. Ten behoeve van de verdere ontwikkeling van het Waterfrontpark en de parkvilla wordt een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Deze wordt als bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd zodra deze gereed is. Het zal samen met het bestemmingsplan ter vaststelling aan de raad worden voorgelegd.
3.6
Milieubeleid
3.6.1 Milieubeleidsplan Harderwijk De gemeente Harderwijk streeft naar samenhang in het bestaande veelomvattende milieubeleid. Het milieubeleidsplan maakt inzichtelijk waar Harderwijk voor staat, geeft richting aan het beleid voor de komende periode en vervult een aanjaagfunctie om verbeteringen te realiseren. Vanuit deze gedachte worden twee speerpunten benoemd waarbij rekening is gehouden met de landelijke beleidsontwikkeling: klimaatbeleid en een gebiedsgericht milieubeleid. Het zorgdragen voor een duurzame leefomgeving is het hoofddoel van dit milieubeleid. Onder een duurzame leefomgeving verstaan we het voorzien in onze behoeften, zonder de toekomstige generaties de mogelijkheden voor dezelfde behoeftes te ontnemen. Dit milieubeleidsplan geeft kaders voor beleid en laat de bevolking van Harderwijk en Hierden zien hoe de gemeente zich inzet om de lokale milieuproblemen op te lossen. Binnen onze gemeentegrenzen bestaat een grote diversiteit in gebieden, met elk hun eigen kenmerken en functies. Bij ruimtelijke ontwikkeling streven we naar een optimale leefomgevingskwaliteit. Door
19
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark en Parkvilla (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003 gebieden te onderscheiden wordt duidelijk welke milieukwaliteit gewenst is en of een ontwikkeling in het desbetreffende gebied past. Deze gebiedsgerichte benadering biedt ruimte om milieubeleid beter te laten aansluiten bij de dynamiek van ruimtelijke ontwikkelingen. 3.6.2 Gebiedsgericht milieubeleid In het Milieubeleidsplan is voor verschillende delen van Harderwijk gebiedsgericht milieubeleid opgesteld. Door het opstellen van gebiedsgericht milieubeleid komen de specifieke kwaliteiten, knelpunten, de milieubelasting en de milieuambities van het gebied in beeld. Welk milieubeleid voor het voorliggende plangebied geldt, is weergegeven op een interactieve kaart op de gemeentelijke milieuwebsite (https://www.harderwijk.nl/milieu-en-duurzaamheid/milieu). In hoofdstuk 5 is nader ingegaan op de milieuthema's. 3.6.3 Routekaart naar een klimaatneutraal Harderwijk: De Energieke stad Harderwijk heeft vele kansen om zich te profileren op het gebied van duurzaamheid en in het bijzonder duurzame energie. Vanwege die kansen stelt de gemeente zich het volgende doel: in 2031 (Harderwijk 800 jaar) wordt binnen de gemeentegrenzen 45 % minder CO2 uitgestoten (referentiejaar 2010).
Deze ambitie zal worden bereikt door in te zetten op: Energie besparing; Opwekken van duurzame energie; Compenseren (bijvoorbeeld door inkoop groene energie). Met het stellen van deze ambitie wil de gemeente in het bijzonder lokaal bijdragen aan de economische vitaliteit, leefbaarheid en identiteit van de gemeente. Het loont om te investeren in energiebesparende maatregelen vanwege lagere lasten en vanwege de toegevoegde waarde aan het investeringsobject. Maar het betekent ook dat het opwekken van energie geld oplevert, duurzame energie zal in de toekomst alleen maar waardevoller worden. Door nu te investeren in het opwekken van duurzame energie wordt de afhankelijkheid van stijgende energieprijzen en het opraken van fossiele brandstoffen in de toekomst beperkt. Het lokaal investeren van die opbrengsten of meedelen in revenuen draagt bij aan de vitaliteit en zelfvoorzienendheid van de gemeente. Daarnaast laat de gemeente met deze doelstelling zien dat zij haar principiële verantwoordelijkheid neemt ten aanzien van klimaatverandering. Let op! Duurzaamheid is nadrukkelijk meer dan alleen het besparen van energie of het treffen van milieumaatregelen (people-profit-planet). In paragraaf 4.4 wordt ingegaan op duurzaamheid in relatie tot het plangebied.
3.7
Bodembeleid
De gemeente heeft samen met de omliggende gemeenten Elburg, Ermelo, Nunspeet, Elburg, Oldebroek en Putten een bodemkwaliteitskaart en bodembeheernota opgesteld. De Nota bodembeheer regio Noord Veluwe is vastgelegd in het document met kenmerk R002-1206995LNH-baw-V02-Nl d.d 21 januari 2014 (Tauw). In deze nota is omschreven welke keuzes de gemeenten hebben gemaakt ten aanzien van generiek en gebiedsspecifiek beleid, en onder welke voorwaarden grond en bagger mag worden toegepast binnen de regio. In paragraaf 5.7.3 wordt nader op dit onderwerp ingegaan.
20
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark en Parkvilla (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003
3.8
Waterbeleid
3.8.1 Europese Kaderrichtlijn Water (2003) De Europese Kaderrichtlijn Water gaat er vanuit dat water geen gewone handelswaar is, maar een erfgoed dat moet worden beschermd en verdedigd. Het hoofddoel van de richtlijn is daarop gebaseerd. De Kaderrichtlijn Water geeft het kader voor de bescherming van landoppervlaktewater, overgangswater, kustwater en grondwater. Dat moet ertoe leiden dat: aquatische ecosystemen en gebieden die rechtstreeks afhankelijk zijn van deze ecosystemen, voor verdere achteruitgang worden behoed; emissies worden verbeterd; duurzaam gebruik van water wordt bevorderd op basis van bescherming van de beschikbare waterbronnen op lange termijn; er wordt gezorgd voor een aanzienlijke vermindering van de verontreiniging van grondwater. 3.8.2 Nationaal Waterplan De hoofddoelstelling voor waterbeheer in Nederland is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP): Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. Het Nationaal Waterplan is tevens een structuurvisie op basis van de Waterwet en de Wet ruimtelijke ordening en is opgesteld voor de planperiode 2016-2021. 3.8.3 Waterbeleid in de 21e eeuw (2000) De hoge waterstanden in de rivieren in 1995 en 1996 en de klimaatscenario's waarin naast de zeespiegelstijging ook meer en heviger buien worden voorspeld hebben geleid tot vernieuwde aandacht voor water.
Nederland is met zijn lage ligging en hoge verstedelijkingsgraad kwetsbaar voor wateroverlast en de veiligheid is in de toekomst in het geding. Maar ook door de drogere zomers is er het risico van watertekorten en verdroging. De commissie "Waterbeheer 21e eeuw" heeft in opdracht van de regering duidelijk gemaakt dat we anders moeten omgaan met water en ruimte. Ruimte die nu beschikbaar is voor de bescherming tegen overstromingen en wateroverlast moet ten minste behouden blijven. De aanwezige ruimte mag niet sluipenderwijs verloren gaan bij de uitvoering van nieuwe projecten voor infrastructuur, woningbouw, landbouw of bedrijventerreinen. Daarbij zijn De trits 'vasthouden, bergen en afvoeren' en' schoonhouden, scheiden en zuiveren' belangrijke uitgangspunten. De trits 'vasthouden, bergen en afvoeren' houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms in een stroomgebied wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt zo nodig het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren, wordt het water afgevoerd. Bij 'schoonhouden, scheiden en zuiveren' gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste, wanneer schoonhouden en scheiden niet mogelijk is, komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod.
3.8.4 Omgevingsverordening Gelderland Op 19 december 2018 stelden Provinciale Staten de Omgevingsverordening vast en deze is op 1 maart 2019 in werking getreden. In de Omgevingsverordening zijn regels (randvoorwaarden) opgenomen passend bij de provinciale aanpak van ambities en doelen in de Omgevingsvisie. Veel van deze regels waren eerder in diverse andere verordeningen van de provincie opgenomen. De provincie trekt deze oude verordeningen in en brengt de Omgevingsverordening ervoor in de plaats. De regels in de Omgevingsverordening zijn zodanig dat zij goed passen bij de accenten in de aanpak van de Omgevingsvisie. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen.
21
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark en Parkvilla (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003
De Omgevingsverordening heeft de status van: Ruimtelijke verordening in de zin van artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening Milieuverordening in de zin van artikel 1.2 Wet Milieubeheer Waterverordening in de zin van de Waterwet Verkeersverordening in de zin van artikel 57 van de Wegenwet en artikel 2 A van de Wegenverkeerswet In de verordening staan ook doelen voor het waterbeheer, de maatregelen die daarvoor nodig zijn en wie ze gaat uitvoeren. Voor oppervlaktewaterkwaliteit, hoogwaterbescherming, regionale wateroverlast, watertekort en waterbodems gelden provinciebrede doelen. Voor een aantal functies, zoals landbouw, natte natuur, waterbergingsgebieden en grondwaterbeschermingsgebieden, zijn specifieke doelen geformuleerd. Vanwege de Europese Kaderrichtlijn Water is voor bepaalde oppervlaktewateren vastgelegd of het een kunstmatig of sterk veranderd oppervlaktewater is. Ook zijn voor die oppervlaktewateren ecologische doelen geformuleerd. Voor verbetering van de grondwaterkwaliteit zijn maatregelen opgenomen. 3.8.5 Waterbeheer 21e eeuw (WB21) Het thema "water als ordenend principe" loopt als een rode draad door het gehele plan. Dit houdt in dat, voordat er beslissingen worden genomen op ruimtelijk gebied, er wordt bekeken welke gevolgen die hebben voor watersystemen.
Het rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven, hebben besloten maatregelen voor een doelmatiger waterbeheer overeen te komen in dit Bestuursakkoord Water. Het waterschap gaat zich inzetten voor een mooi, veilig, schoon, gezond en duurzaam beheer van het watersysteem en de waterketen. Het doel is om de kwaliteit van het beheer te vergroten tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. De burger laten zien wat wordt bereikt en transparant zijn over de kosten. Dat doen de partijen vanuit eigen verantwoordelijkheden waarbij we de expertise en deskundigheid met elkaar delen. 3.8.6 Waterbeheerprogramma 2016-2021 Waterschap Vallei en Veluwe Waterschap Vallei en Veluwe is beheerder en bevoegd gezag voor zowel waterkwantiteit als -kwaliteit van de primaire watergangen (voor gemeente Harderwijk ook de watergangen in het stedelijk gebied). Voor werkzaamheden op, aan of in nabijheid van watergangen en waterkeringen geldt de Keur en heeft het waterschap algemene regels opgesteld. In het Waterbeheerprogramma 2016 - 2021 heeft waterschap Vallei en Veluwe tactische doelen geformuleerd. Per jaarplan wordt concreet invulling gegeven aan de daadwerkelijke realisatie van deze doelen. 3.8.7 Keur Waterschap Vallei en Veluwe Op 1 januari 2014 is de Keur met de Algemene - en Beleidsregels van Waterschap Vallei en Veluwe in werking getreden.
Het waterschap stelt deze regels vast ter behartiging van de waterschapstaak en het bereiken van de doelstelling zoals genoemd in artikel 2.1 van de Waterwet. Alle handelingen in of nabij een waterstaatswerk worden hieraan getoetst. Om zijn taak uit te kunnen oefenen, maakt het waterschap gebruik van de Keur en de Legger. De Keur is een door het waterschapsbestuur vastgestelde verordening waar gedoogplichten, geboden en verboden in staan. Deze regels gelden voor toestanden en handelingen op en vlakbij waterkeringen, watergangen en kunstwerken zoals duikers. De Legger bevat de ligging en maatvoering van waterstaatkundige werken en waterpartijen, alsmede de onderhouds- en beschermingszones. In de Legger wijst het waterschap tevens aan wie het onderhoud van een watergang, dijk of constructie moet uitvoeren. Ook wordt bepaald of er controle (schouw) wordt gedaan. De legger bepaalt samen met de keur welke regels er voor inwoners en gebruikers gelden en wordt daarom door het bestuur van het waterschap gesteld. Het waterschap levert de gemeente deze gegevens aan, teneinde de
22
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark en Parkvilla (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003 hoofdwatergangen en waterkeringen, inclusief de onderhouds- en beschermingszone in het bestemmingsplan te regelen en de bouwmogelijkheden, voor zover noodzakelijk, te kunnen regelen. Algemene regels Veel handelingen op en nabij de waterstaatswerken zijn vrijgesteld van de vergunningsplicht. Deze handelingen heeft het waterschap in algemene regels opgenomen.
Verantwoordelijkheden Hemelwater: Een belangrijk principe is dat zoveel mogelijk van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegengegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. Grondwater: Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Regionaal Oppervlaktewater (beken, sloten, singels, grachten en vijvers): Het waterschap is verantwoordelijk voor het peilbeheer in regionaal oppervlaktewater.
Daarbij heeft het waterschap de taak om het oppervlaktewatersysteem zo in te richten dat er geen inundatie plaatsvindt tot 1 maal per 100 jaar in stedelijk en 1 maal per 10 jaar in landelijk gebied. De keur van het waterschap is voor betreffende plan maar beperkt relevant (voorkomen verdunning stedelijk afvalwater met hemelwater en onttrekken van grondwater). In het plangebied komt relatief veel oppervlaktewater voor. Dit staat echter in open verbinding met het hoofdwatersysteem (Wolderwijd) waarvoor Rijkswaterstaat Midden Nederland bevoegd gezag is als formeel waterbeheerder. Het lozen van schoon hemelwater op oppervlaktewater op het hoofdwatersysteem is zonder watervergunning toegestaan tot een maximaal debiet van 5.000 m3/uur. Zeker gezien de bijzonder situatie van de bodem (na asbestsanering) en de nabijheid van robuust oppervlaktewater is het maximaal vasthouden van hemelwater in het plangebied niet doelmatig. 3.8.8 Waterplan Harderwijk 2013-2018 Het Waterplan Harderwijk 2013-2018 is op 8 oktober 2013 vastgesteld en is een gezamenlijk plan van de gemeente Harderwijk en Waterschap Vallei en Veluwe. Met dit plan willen beide partijen, samen met burgers, verenigingen en andere betrokkenen, verder werken aan het verbeteren van het water in Harderwijk.
De hoofddoelstelling van het Waterplan Harderwijk is: "In beeld te brengen en uitvoeren van de benodigde maatregelen voor het realiseren en behouden van een veilig, veerkrachtig en ecologisch gezond functionerend watersysteem met het oog op een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving". In dit Waterplan is onder meer een Kansen- en knelpuntenkaart opgenomen en een Visiekaart. Specifiek voor het betreffende plangebied ziet het waterplan enerzijds een kans voor het versterken van waterbeleving en waterrecreatie en anderzijds een risico m.b.t. kwaliteit van het oppervlaktewater vanwege beperkte doorstroming. Voor alle wijken met een gemengd rioolstelsel geldt dat herstructureringsprojecten, daar waar mogelijk
23
bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Waterfrontpark en Parkvilla (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00272-0003 gecombineerd worden met het afkoppelen van hemelwater. Bij nieuwbouw dient de ontwateringsdiepte ten opzichte van het bouwpeil minimaal 0,9 m te zijn. 3.8.9 Zuiveringskring Afvalwaterketen Plan WHEP 2016-2020 (ZAP) Het ZAP is een gezamenlijk plan van gemeenten Harderwijk, Ermelo en Putten alsmede Waterschap Vallei en Veluwe en heeft de status van het (wettelijk verplicht) verbreed gemeentelijk rioleringsplan (vGRP). In het plan zijn de volgende beleidsmatige uitgangspunten gedefinieerd voor de wettelijke gemeentelijk zorgplichten stedelijke afvalwater, hemelwater en grondwater: Stedelijk Afvalwater Uitgangspunt voor stedelijk afvalwater zijn de wettelijke verplichtingen Wet milieubeheer art. 10.33. Stedelijk afvalwater bestaat uit huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. De zorgplicht voor stedelijk afvalwater kent in vergelijking met de andere zorgplichten weinig vrijheid: inzamelen, transporteren en zuiveren (door het waterschap) is verplicht. Hemelwater Op het gebied van hemelwater is de belangrijkste opgave de gevolgen van de klimaatverandering op te vangen.
We doen dit door aanpassingen van onze systemen en door meer gebruik te gaan maken van de openbare ruimte voor opvang en afvoer van hemelwater. Vanuit de Waterwet artikel 3.5 zijn gemeenten verantwoordelijk voor een doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater. Deze verantwoordelijkheid geldt alleen zolang degenen die zich wil ontdoen van hemelwater niet redelijkerwijs de mogelijkheid heeft om het hemelwater zelf in de bodem of op een oppervlaktewater te lozen. Uitgangspunten hierbij zijn: Perceeleigenaar is in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor inzameling en verwerking van hemelwater (infiltratie op eigen terrein). Indien dit redelijkerwijs niet van de perceeleigenaar kan worden verwacht, zal de gemeente de zorgplicht over moeten nemen. Perceeleigenaren van bestaande bebouwing worden gestimuleerd om hemelwater van de vuilwater riolering af te koppelen. Bij eventuele reconstructie: hemelwater van openbaar gebied afkoppelen van riolering, tenzij dit niet doelmatig blijkt te zijn. Bij eventuele nieuwe grootschalige ontwikkelingen (inbreiding en/of herinrichting): hemelwater in principe bij voorkeur lokaal inzamelen en verwerken (infiltratie of lozing op oppervlaktewater), tenzij dit ondoelmatig blijkt te zijn (bijvoorbeeld bij hoge grondwaterstand of bestaand dicht stedelijk gebied).