CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Waterfront-Zuid Kop Stadswerven_Toelichting

Commissie Stad & Omgeving 23 augustus 2023, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Kop-Stadswerven15.689 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Wateroverlast door hoge grondwaterstanden Achter de damwanden is in een drainaige systeem voorzien. De grondwaterstand in het plangebied is daardoor traag volgende gerelateerd aan het waterpeil in de nabijgelegen havenarmen dat praktisch gelijk is aan het peil in het Wolderwijd (streefpeil tussen -0,3 mNAP en -0,05 mNAP). Rekening houdend met een geringe opbolling is de de ontwateringdiepte ten opzichte van maaiveld ruim 1 meter, wat ruim voldoende is voor de betreffende functies.

Hittestress In het stedenbouwkundig ontwerp is rekening gehouden met maatregelen in openbare ruimte om hitte eiland effect door stedelijk bebouwing te beperken. Voorbeelden zijn laanstructuren langs wegen en schaduwrijke boomgroepjes bij ontmoetingsplekken in de openbare ruimte. De maximale afstand tot een koelte eiland is 300 m. In het plangebied komt vrij veel bebouwing. Het dichtstbij zijnde koelte-eiland is het waterfrontpark, dat aan de andere kant van de Waterstadboulevard ligt. Er wordt dus voldaan aan de maximale afstand van 300 meter.

25

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

Droogte Door de nabijheid van het Wolderwijd en een gegarandeerde aanvoer van grondwater vanaf het Veluwemassief is de grondwaterbeschikbaarheid het hele jaar rond stabiel, ook tijdens lange perioden van neerslagtekorten. Om de waterbeschikbaarheid in de leeflaag ook bij langdurige droogte te verbeteren is aandacht nodig voor een goede 'sponswerking' van de toplaag. Bijvoorbeeld door een humusrijke bodemopbouw van groen percelen die periodiek gevoed wordt met afstromend hemelwater, waterpasserende verharding in combinatie met drainerend cunet en ondergrondse voorzieningen voor bomen die in de verharding staan.

5.6

Verkeer en parkeren

5.6.1 Verkeer In het plangebied worden 160 woningen gerealiseerd. Met toevoeging van de woningen is te verwachten dat er meer voertuigbewegingen gegenereerd zullen worden in het plangebied. Uitgangspunt voor het aantal verkeersbewegingen is 5 à 6 verkeersbewegingen (heen en terug) per woning per etmaal. Dus bij 160 woningen is dat circa 900 verkeersbewegingen per etmaal vanwege het bouwplan. In de planvorming is rekening gehouden met de geplande woningbouw. De omliggende wegen kunnen de toename verkeersbewegingen aan. 5.6.2 Parkeren Voor parkeren vormt de Parkeernormennota Harderwijk het uitgangspunt. In de regeling van dit bestemmingsplan is de regeling zoals nu opgenomen in de Partiële herziening parkeerregeling bestemmingsplannen (vastgesteld 8 februari 2018) overgenomen. Er worden 725 parkeerplaatsen gerealiseerd. Dit betreft in ieder geval 500 openbaar toegankelijke parkeerplaatsen en 150 parkeerplaatsen voor vergunninghouders. De openbaar toegankelijke parkeerplaatsen zijn primair bedoeld voor bezoekers van het Dolfinarium en het Boulevardgebied. Door Goudappel Coffeng is in december 2021 een notitie opgesteld waarin de parkeerbalans is uitgewerkt aan de hand van vier scenario's. Deze notitie is opgenomen in Bijlage 3 Het benodigde parkeeraanbod binnen deze vier scenario's is bepaald aan de hand van het parkeerbeleid van de gemeente Harderwijk.

Het benodigde parkeeraanbod is berekend door de omvang van elke functie te vermenigvuldigen met de bijbehorende parkeernorm. Het college heeft op 9 mei 2023 besloten om voor de Kop van de Stadswerven te kiezen voor de bouw van een parkeergarage met 4 lagen op basis van bijgevoegde parkeerbalansberekening (zie Bijlage 3). Deze garage wordt bestemd voor de (toekomstige) bewoners van de Kop van de Stadswerven en hun bezoek, de vergunninghouders bewoners van de binnenstad, vergunninghouders werkers binnenstad en bezoekers Dolfinarium (en binnenstad). Het overloopterrein (P8) wordt op drukke dagen als primaire locatie voor bezoekers Dolfinarium aangewezen. Hiervoor wordt dan voorzien in adequaat voor- en natransport van- en naar P8. Het moment waarop de garage door alle doelgroepen maximaal wordt benut, wordt het maatgevende moment genoemd. Op dat moment zijn er 575 plaatsen nodig. Een garage van 4 bouwlagen is dan voldoende om aan die vraag te voldoen. Dit past binnen de ruimte die het bestemmingsplan biedt voor de parkeergarage.

Er wordt geconcludeerd dat er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen. Indien het aantal woningen en/of de oppervlakte wijzigen, wordt opnieuw naar de parkeerbalans gekeken. Uitgangspunt is dat een omgevingsvergunning voor het bouwen pas verleend kan worden, als aan de Parkeernormennota voldaan wordt.

26

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

5.7

Milieu

5. 7.1 Inleiding In dit hoofdstuk komen de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan bod. Het betreffen hier de randvoorwaarden en beperkingen die voortkomen uit het beleid en wetgeving op het gebied van: geluid (Wet geluidhinder en Wet milieubeheer), luchtkwaliteit (Wet luchtkwaliteit), bodemkwaliteit (Wet bodembescherming), externe veiligheid (Bevi, Revi en Wet milieubeheer) en bedrijvigheid (Wet milieubeheer en VNG Handreiking Bedrijven en milieuzonering). Ook wordt ingegaan op de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Bij milieuaspecten moet zowel worden gedacht aan de geschiktheid van de locatie voor de beoogde ontwikkelingen, als aan de mogeljke gevolgen van die ontwikkelingen voor de omgeving. Omgevingsdienst Noord-Veluwe (ODNV) heeft milieu-advies gegeven (d.d. 7 juni 2021) dat in deze paragraaf integraal is verwerkt. Het gehele advies is opgenomen in bijlage 4 (ODNV advies).

5.7.2 Geluidhinder Ruimtelijke ontwikkelingen moeten voldoen aan de regelgeving inzake geluidhinder. In de Wet geluidhinder (Wgh) wordt onderscheid gemaakt in verkeerslawaai en industrielawaai. In de Wet geluidhinder zijn normen voor maximaal toelaatbare geluidsbelasting op (de gevels van) geluidgevoelige objecten vastgelegd. Onderzoek Geluid - activiteiten Er worden circa 160 woningen gerealiseerd. Dit betreft ongeveer 100 appartementen en voor het overige grondgebonden woningen. Er wordt verder een parkeergarage met minimaal 575 plaatsen gerealiseerd voor omwonenden en bezoekers van het Dolfinarium en het Boulevardgebied. Ook zijn er maatschappelijke voorzieningen, detailhandel, ambachtelijke bedrijven, dienstverlening en horeca in categorie 1a en 1b toegestaan. Horeca categorie 1a en 1b en detailhandel vallen onder categorie A in de lijst functiemenging van de VNG uitgave Bedrijven en Milieuzonering. Ook voor de maatschappelijke voorzieningen en detailhandel wordt de lijst functiemenging van de VNG gehanteerd. In de regels is aangegeven dat alleen categorie A is toegelaten, waardoor ook deze functies naast woningen passend zijn. Naast categorie A is wonen toegestaan, dit geldt ook voor aanpandige woningen zoals appartementen op de bovenverdiepingen. Voor dit onderdeel van het bestemmingsplan is geen akoestisch onderzoek noodzakelijk.

Bedrijfsactiviteiten in de omgeving van het plangebied zijn nader beschreven in 5.7.7 Milieuzonering. Daaruit blijkt dat geen geluidonderzoek op dit onderdeel voor dit bestemmingsplan nodig is. Het plan voorziet in het realiseren van een parkeergarage. Voor een parkeergarage wordt in de VNG uitgave een richtafstand aangehouden van 30 meter voor het aspect geluid. De parkeergarage wordt echter in gesloten vorm uitgevoerd. De parkeergarage voorziet daarmee niet in een uitstraling van geluid naar buiten. Een akoestisch onderzoek kan in dit kader achterwege blijven. Een en ander is tevens afgestemd met de omgevingsdienst. Eventueel geluid van ventilatoren en dergelijke wordt via het activiteitenbesluit geregeld.

Geluid - wegverkeerslawaai In het kader van wegverkeerslawaai en industrielawaai ten gevolge van het industrieterrein Lorentz is een geluidonderzoek uitgevoerd. Dit geluidonderzoek is opgenomen in Bijlage 8. De conclusie van dit onderzoek is als volgt:

27

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

1. Voor de kop Stadswerven in Waterfront fase 2 hoeven geen hogere waarden te worden vastgesteld als gevolg van geluidbelasting van wegverkeer ten gevolge van de N302, Burgemeester de Meesterstraat en de ‘weg naar de parkeergarage’. 2. Voor de kop Stadswerven in Waterfront fase 2 hoeven geen hogere waarden te worden vastgesteld als gevolg van industrielawaai van het gezoneerde industrieterrein Lorentz. 3. Het aantal vast te stellen hogere grenswaarden voor zowel wegverkeer als industrielawaai blijven hiermee binnen het maximale aantal zoals is bepaald in het hogere grenswaardenbesluit uit 2008.

Conclusie geluid Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat ten aanzien van wegverkeerslawaai en industrielawaai voldaan wordt aan de geldende voorkeursgrenswaarden. Het aanvragen van hogere waarden voor geluid is niet nodig. Een akoestisch onderzoek ten aanzien van de parkeergarage is niet noodzakelijk, omdat deze in gesloten vorm wordt uitgevoerd. Omdat het ontwerp van de parkeergarage nog niet definitief is, wordt in het bestemmingsplan toch nog een mogelijkheid geboden om hiervan af te kunnen wijken. Een (deels) open constructie is uitsluitend toegestaan indien door een akoestisch onderzoek is aangetoond dat wordt voldaan aan de Wet geluidhinder en het Activiteitenbesluit milieubeheer, zodat een goed woon- en leefklimaat voor de woningen blijft gewaarborgd.

5.7.3 Luchtkwaliteit Het wettelijk toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door de Wet milieubeheer, titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen. Uit artikel 5.16 lid 1 van de Wet milieubeheer volgt dat een voorgenomen ontwikkeling wettelijk inpasbaar is als wordt voldaan aan alle grenswaarden. Daarnaast zijn ook voor een aantal stoffen streefwaarden vastgesteld. De grenswaarden voor de stoffen zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOX), stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10), lood (Pb), koolmonoxide (CO) en benzeen. Deze waarden mogen niet worden overschreden. De streefwaarden gelden voor ozon, arseen, cadmium, nikkel en benzo(a)pyreen. Landen moeten zorgen dat zij onder deze streefwaarden blijven. In de praktijk blijken er als gevolg van wegverkeer vooral grenswaarden-overschrijdingen te zijn voor PM10, PM2,5 en NO2. De grenzen voor deze stoffen zijn opgenomen in Tabel 1.

Stof

Soort norm

Concentratie 40 pg/m3 (sinds 2015)

Status

Stikstofdioxide (NO2)

Jaargemiddelde

Stikstofdioxide (NO2)

200 pg/m3 Uurgemiddelde (mag max. 18 keer per jaar worden overschreden)*

Grenswaarde

Fijn stof (PM10)

Jaargemiddelde

40 pg/m3

Grenswaarde

Fijn stof (PM10)

Daggemiddelde (mag max. 35 keer per jaar worden overschreden)

50 pg/m3

Grenswaarde

Fijn stof (PM2,5)

Jaargemiddelde

25 pg/m3 (sinds 2015)

Grenswaarde

Fijn stof (PM2,5)

Jaargemiddelde

20 pg/m3 (2020)

Richtwaarde/ streefwaarde

Grenswaarde

Tabel 1 Luchtkwaliteitseisen PM10, PM2,5en NO2 De luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen als:

28

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

* * * »

er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde of; een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt of; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging of; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit). Waterfront is een project dat is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit NSL. Het plan Waterfront-Zuid - Kop Stadswerven is een onderdeel van het NSL project Waterfront. In het NSL is een balans opgemaakt van het effect van de autonome ontwikkelingen op de luchtkwaliteit, de gevolgen van de ruimtelijke projecten en het effect van de maatregelen. Het pakket van maatregelen is zo opgesteld dat het de negatieve effecten van de ruimtelijke projecten ruimschoots compenseert. De luchtkwaliteitseisen vormen dan ook geen belemmering voor het plan Kop Stadswerven. De parkeergarage behoort bij de woningen en appartementen. Wanneer de parkeergarage voorziet in meer dan 20 parkeerplaatsen en is voorzien van een mechanische afzuiging, wordt geadviseerd om aan te sluiten bij de voorschriften vanuit het Activiteitenbesluit.

De parkeergarage is geen inrichting in de zin van het Activiteitenbesluit maar door aan te sluiten bij de voorschriften kan wel een goed woonen leefklimaat gegarandeerd worden. In het Activiteitenbesluit zijn eisen opgenomen met betrekking tot de aan- en afvoer van lucht in verband met luchtkwaliteit en geur. Wanneer aan de voorschriften vanuit het Activiteitenbesluit voldaan kan worden, is een goed woon- en leefklimaat in de appartementen te garanderen.

Conclusie luchtkwaliteit Het bestemmingsplan is onderdeel van het project Waterfront dat is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Hierdoor vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor het wijzigingsplan.

5. 7.4 Bodemkwaliteit Ten aanzien van de bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit. Bij een ruimtelijk plan moet de bodemkwaliteit van het betreffende gebied inzichtelijk worden gemaakt. Hierbij is van belang te weten of er bodemverontreiniging is die de functiedoelen kan frustreren, of er gezondheidsrisico's of ecologische risico's daardoor zijn en wat de mogelijkheden zijn om er tijdig iets aan te doen. Hiervoor is wettelijk verplichte informatie over de bodemkwaliteit nodig. Voor het plangebied geldt dat de gehele locatie is gesaneerd. De verontreinigde toplaag met asbest is door onderzuiging van schone grond verlaagd tot 0,4 m -NAP. Daarboven is de onderliggende zandlaag opgebracht met een dikte van 2,0 m - mv. Voor het gehele gebied geldt, tot deze twee meter, geen beperking voor het bouwen of wonen. Voorafgaand aan werkzaamheden in de verontreinigde laag moet contact worden opgenomen met het bevoegd gezag.

Conclusie bodem Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van Kop Stadswerven. Wel moet rekening worden gehouden met de sterk verontreinigde onderlaag met asbest.

5.7.5 Geur Het bestemmingsplan Waterfront-Zuid Kop Stadswerven voorziet in woningbouw. Woningen zijn geurgevoelige objecten. Het moederplan Waterfront-Zuid Waterstad gaat in algemene zin in op het aspect geur en maakt er melding van dat er ten aanzien van het aspect geur geen problemen hoeven te worden verwacht. Dat komt vooral doordat relevante geurbronnen op korte afstand ontbreken. Op Lorentz zijn diverse bedrijven gevestigd. De bedrijven RWZI Harderwijk (Lorentzstraat 5) en

29

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

Palingrokerij Dries van den Berg (Stephensonstraat 2) zijn bedrijven met een milieucategorie 4.2 conform de VNG-uitgave "Bedrijven en milieuzonering". De milieuzone voor een categorie 4.2 bedrijf is 300 meter. De zones van deze bedrijven zijn niet gelegen over het plangebied. Op basis van de VNG-uitgave wordt de milieuzone voor een RWZI en een palingrokerij bepaald door het aspect geur.De uitwerking voor Kop Stadswerven sluit aan op het algemene advies binnen het bestemmingsplan Waterfront-Zuid Waterstad.

RWZI De Kop van de Stadswerven is als onderdeel van Waterfront-Zuid omsloten door andere woongebieden, zowel bestaande als nieuw te realiseren. In het bestemmingsplan Waterfront-Zuid Waterstad is voor de onderbouwing van het aspect geur gebruik gemaakt van een geuronderzoek uit 2006, dat eveneens onderdeel uitmaakt van de omgevingsvergunning van de RWZI van 15 oktober 2007. Op 16 juni 2014 is een uitbreidingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht verleend voor het wijzigen van de bestaande vergistingsinstallatie en het uitbreiden met een co-vergistingsinstallatie inclusief het verwerken van het digestaat tot mineralen-concentraten en gedroogde vaste fractie. Tevens is in januari 2017 een aanvraag om een vergunning voor het milieuneutraal wijzigen van de inrichting ingediend. Deze aanvraag laat een lichte daling zien van de geuremissie. Bij deze aanvraag is een geuronderzoek gevoegd. Uit de geurberekeningen blijkt dat de contour van de grenswaarde van 5 OU/m3 ver van het plangebied ligt en amper de inrichtingsgrenzen van de RWZI overschrijdt. Tevens blijkt uit dit geuronderzoek dat de geurcontour van de richtwaarden van 1,5 OU/m3 niet over het plangebied is gelegen.

Parkeergarage De parkeergarage behoort bij de woningen en appartementen. Wanneer de parkeergarage voorziet in meer dan 20 parkeerplaatsen en is voorzien van een mechanische afzuiging, wordt geadviseerd om aan te sluiten bij de voorschriften vanuit het Activiteitenbesluit. De parkeergarage is geen inrichting in de zin van het Activiteitenbesluit maar door aan te sluiten bij de voorschriften kan wel een goed woonen leefklimaat gegarandeerd worden. In het Activiteitenbesluit zijn eisen opgenomen met betrekking tot de aan- en afvoer van lucht in verband met luchtkwaliteit en geur. Wanneer aan de voorschriften vanuit het Activiteitenbesluit voldaan kan worden, is een goed woon- en leefklimaat in de appartementen te garanderen.

Conclusie geur Het aspect geur vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van Kop Stadswerven.

5. 7.6 Externe veiligheid 5. 7.6.1 Beleid en risicokaart Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden

30

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

risico en het groepsrisico gehanteerd. Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico (GR) is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies.

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd.

Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Voor de beoordeling van de risico's vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet.

Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico's van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen.

Beleidsvisie externe veiligheid In april 2014 is de Beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld. Uitgangspunt van deze beleidsvisie is de toepassing van verschillende restrictieniveaus voor het al dan niet toestaan van risicovolle bedrijven op bedrijventerreinen. Elk bedrijventerrein is gekoppeld aan een restrictieniveau. Nieuwe risicobedrijven die onder het Bevi vallen, worden dus niet per definitie uitgesloten, maar dit is wel als restrictieniveau opgenomen. Het oprichten van nieuwe risicovolle bedrijven buiten bedrijventerreinen wordt tevens niet per definitie uitgesloten, al moet wel rekening worden gehouden met een optimale ruimtelijke ordening en veiligheid.

Onde rzoe ksres ultate n Onderstaand figuur geeft een overzicht van het plangebied in relatie tot de risicobronnen nabij het plangebied.

31

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

Overzicht risicobronnen omgeving planlocatie, bron achtergrondkaart: ruimtelijkeplannen.nl

5. 7.6.2

Stationaire risicobronnen

Binnen of nabij het plangebied zijn geen relevante stationaire risicobronnen aanwezig. Wel ligt nabij het plangebied het industrieterrein Lorentz. Op industrieterrein Lorentz zijn BEVI-bedrijven toegestaan. In beginsel kan de PR10-6 contour/veiligheidsafstand van BEVI-bedrijven op industrieterrein Lorentz over andere percelen vallen. Echter, met het vaststellen van de beleidsvisie externe veiligheid mag de PR10-6 contour/veiligheidsafstand van BEVI-bedrijven op industrieterrein Lorentz alleen nog maar over infra en openbaar groen vallen. De huidige bedrijven op het bedrijventerrein voldoen hieraan. Ten aanzien van nieuw op te richten bedrijven zal bij de aanvraagprocedure getoetst worden of hieraan voldaan kan worden. Het bedrijventerrein Lorentz vormt vooralsnog geen belemmeringen in het kader van externe veiligheid voor de planlocatie.

5. 7.6.3

Mobiele risicobronnen

Plaatsgebonden risico Nabij de planlocatie zijn twee mobiele risicobronnen gelegen te weten de spoorlijn Amersfoort Zwolle en de provinciale weg N302. Het plangebied ligt buiten de het plaatsgebonden risico, het plasbrandaandachtsgebied en de 200 meter zone van de spoorlijn. De N302 heeft geen plaatsgebonden risico.

Groepsrisico Het plangebied ligt op circa 250 meter afstand van de N302. Er hoeft geen verantwoording van het groepsrisico opgesteld te worden omdat het plangebied buiten de 200 meter zone van de N302 ligt.

Spoorlijn Zwolle - Amersfoort

32

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

De planontwikkeling ligt op circa 1.700 meter afstand van de spoorlijn Amersfoort-Zwolle en ligt daarmee binnen het invloedsgebied (4000 meter). Conform artikel 8 Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico.

Maatgevende scenario 's De maatgevende scenario's voor de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid waarbij het plangebied binnen het invloedsgebied van brandbare gassen en dat van toxische vloeistoffen/gassen ligt, zijn een wolkbrandexplosie en een toxische wolk. Onderstaand is vanuit deze scenario's ingegaan op de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid.

De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp Bij een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om effecten ten gevolge van het incident te beperken of te voorkomen. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. Eventuele secundaire branden in het plangebied kunnen met behulp van de primaire bluswatervoorzieningen worden bestreden door de brandweer. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen.

De mogelijk heden voor personen om zich in veiligheid te brengen Bij een calamiteit is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij een incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert. Bij een scenario waarin toxische stoffen vrijkomen, is het advies om te schuilen in een gebouw, waarvan ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden. Bij een wolkbrandexplosie scenario is het advies om te vluchten van de risicobron af.

Aandachtspunten uitvoering De Veiligheidsregio Noord- en Oost- Gelderland heeft advies uitgebracht over het bestemmingsplan. Dit advies is bijgevoegd in Bijlage 5 Advies VNOG van de toelichting. Aangegeven is dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen de normen van de wet- en regelgeving over externe veiligheid. In het advies van de VNOG staan verschillende aandachtspunten beschreven ter bevordering van de zelfredzaamheid van bewoners en ten aanzien van de bereikbaarheid van het plangebied voor geneeskundige hulpverlening in het gebied. Verder wordt ingegaan op de onderwerpen gezonde leefomgeving, energietransitie en klimaatadaptatie.

5. 7.6.4

Conclusie externe veiligheid

Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de planontwikkeling.

5. 7. 7 Milieuzonering Inleiding Milieuaspecten worden in principe geregeld via de daartoe geëigende wetgeving. Daar waar het de ruimtelijke ordening raakt, dient met deze aspecten echter rekening te worden gehouden. Het gaat dan met name om de situering van milieugevoelige functies ten opzichte van milieuhinderlijke inrichtingen. Om te bepalen welke afstanden dienen te worden aangehouden, wordt de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' gehanteerd. De VNG-handreiking geeft op systematische wijze informatie over de milieukenmerken van vrijwel alle voorkomende bedrijfstypen. Het biedt daarmee een hulpmiddel om ruimtelijke ordening en milieu op gemeentelijk niveau op elkaar af te stemmen. Soms is het passender om uit te gaan van bijvoorbeeld de milieuvergunning, wanneer het gaat om een specifieke locatie en de richtafstanden niet passend in een bepaalde situatie. In de handreiking zijn richtafstanden van bedrijven tot bebouwing aangegeven. Deze richtafstanden hebben betrekking op de aspecten geluid, stof, geur en gevaar. De gegeven afstanden zijn

33

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

richtafstanden en geen harde eisen. Dit betekent dat afwijken van de afstanden, mits goed gemotiveerd, is toegestaan. De afstand wordt gerekend van de grens van de bestemming die milieubelastende functies toelaat tot de gevel van de milieugevoelige functies. Naast het omgevingstype 'rustige woonwijk' wordt het omgevingstype 'gemengd gebied' onderscheiden. Een gemengd gebied is een gebied met een matig tot sterke functiemenging. Voor gemengde gebieden kunnen de richtafstanden met één stap terug worden gebracht. Het plangebied wordt in dit kader beschouwd als een 'gemengd gebied' omdat er naast woningen ook maatschappelijke voorzieningen, detailhandel en lichte horeca toegestaan is. Voor gemengde gebieden is de Staat van Bedrijfsactiviteiten functiemenging (hierna: SvB functiemenging) toepasbaar. Categorie-indeling functiemenging De activiteiten in de staat van bedrijfsactiviteiten voor gebieden met functiemenging bestaan uit de categorieën A, B of C met de volgende betekenis voor de toelaatbaarheid: Categorie A Activiteiten die zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn, dat deze aanpandig aan woningen -in gebieden met functiemenging- kunnen worden uitgevoerd.

De eisen uit het bouwbesluit voor scheiding tussen wonen en bedrijven zijn daarbij toereikend Categorie B Activiteiten die in een gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter met een zodanige milieubelasting voor hun omgeving dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies dienen plaats te vinden. Categorie C De activiteiten uit categorie B waarbij vanwege de relatief grote verkeersaantrekkende werking een ontsluiting op de hoofdinfrastructuur is aangewezen. Voor de toelaatbaarheid van de A/B/C-activiteiten gelden de volgende randvoorwaarden: * * * »

het gaat om kleinschalige, meest ambachtelijke bedrijvigheid; productie en/of laad- en loswerkzaamheden vinden alleen in de dagperiode plaats; de activiteiten (inclusief opslag) geschieden hoofdzakelijk inpandig; activiteiten uit de categorie C beschikken daarnaast over een goede aansluiting op de hoofdinfrastructuur. De voorbeeld SvB functiemenging is afgeleid van de richtafstandenlijst van de VNG. Naast de randvoorwaarden 1 tot en met 4 zijn bij de selectie van de activiteiten de volgende criteria gehanteerd: Voor categorie A gaat het om activiteiten in milieucategorie 1; *

*

Voor categorie B gaat het om activiteiten: 1. In categorie 1 voor het aspect gevaar 2. In maximaal categorie 2 voor de aspecten stof en geur 3. In maximaal categorie 3.1 voor het aspect geluid 4. Met een index voor verkeer van maximaal 1G (goederen) en 2P (personen) Voor categorie C gaat het om activiteiten zoals bij categorie B, echter met een index voor verkeer van maximaal 2G (goederen) en 3P (personen).

Onderzoek Milieueffecten op omgeving door voornemen Binnen het plangebied worden maatschappelijke voorzieningen, detailhandel, ambachtelijke bedrijven, dienstverlening, en horeca in categorie 1a en 1b toegestaan. Horeca categorie 1a en 1b en detailhandel vallen onder categorie A in de lijst functiemenging van de VNG uitgave. Naast categorie A is wonen toegestaan, dit geldt ook voor aanpandige woningen zoals appartementen op de bovenverdieping.

34

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

Ook voor de maatschappelijke voorzieningen en detailhandel wordt de lijst functiemenging van de VNG gehanteerd. In de regels is aangegeven dat alleen categorie A is toegelaten, waardoor ook deze functies naast woningen passend zijn. Zo valt een supermarkt onder categorie B. Daardoor is een supermarkt binnen het plangebied niet mogelijk.

Parkeergarage Het plan voorziet in het realiseren van een parkeergarage. Voor een parkeergarage wordt in de VNG uitgave een richtafstand aangehouden van 10 meter voor het aspect geur en 30 meter voor het aspect geluid. In paragraaf 5.7.2 Geluidhinder wordt ingegaan op het aspect geluid en de parkeergarage. Hieruit blijkt dat nader onderzoek in het kader van de parkeergarage niet noodzakelijk is. Verder valt een parkeergarage van meer dan 20 parkeerplaatsen en met mechanische afzuiging onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. In het Activiteitenbesluit zijn eisen opgenomen met betrekking tot de aan- en afvoer van lucht in verband met luchtkwaliteit en geur. Wanneer de parkeergarage voldoet aan deze eisen is er voor luchtkwaliteit en geur sprake van een goed woon- en leefklimaat.

Milieueffecten van omgeving op plangebied Voorzieningen zoals een horecagelegenheid en detailhandel zijn niet milieugevoelig. De te realiseren appartementen en woningen zijn dat wel. De in de omgeving van het plangebied voorkomende bedrijfsactiviteiten zijn daarom geïnventariseerd en ingeschaald op basis van de categorieën uit de standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten. Dolfinarium Op circa 150 meter afstand van het plangebied is het Dolfinarium gelegen. In het bestemmingsplan Waterfront-Zuid Waterstad, is een geluidscontour om het dolfinarium vastgelegd. Deze geluidscontour is afgeleid van de destijds geldende milieuvergunning van het Dolfinarium. Vandaag de dag is deze vergunning niet meer van toepassing. Kop Stadswerven ligt overigens buiten deze geluidcontour. Ook uit het akoestisch onderzoek behorend bij de omgevingsvergunning onderdeel milieu van het Dolfinarium van 9 mei 2018, blijkt dat het plangebied ruim buiten de geluidcontouren van het Dolfinarium ligt. Ten aanzien van andere milieuaspecten zoals geur, gevaar en stof wordt geen hinder verwacht vanuit het Dolfinarium. Centrumgebied Ten zuiden van het plangebied is het centrum van Harderwijk gelegen. Op basis van het bestemmingsplan Binnen is horeca categorie b1 mogelijk in dit gebied. Deze categorie betreft het bereiden van etenswaren voor consumptie ter plaatse en het verstrekken van (alcoholische) dranken.

Op basis van de VNG uitgave geldt een afstand van 10 meter tussen een horecavoorziening van deze categorie en een rustige woonwijk met betrekking tot het aspect geur. In dit geval is het plangebied gekenmerkt als een gemengd gebied, waardoor de richtafstanden met één stap terug worden gebracht en de afstand op 0 m uitkomt. Verder geldt voor geluid dat in het bestemmingsplan Binnenstad is opgenomen dat er specifiek geluidbeleid voor de binnenstad wordt gevoerd. Dit betekent concreet dat elke horecagelegenheid ervoor moet zorgen dat het geluid niet op een afstand van 15 meter is te horen (op pleinen 50 meter). De afstand van het plangebied tot het centrum is meer dan 50 meter. Gezien deze afstand wordt het woon- en leefklimaat in het plangebied niet beïnvloedt en worden de horecagelegenheden niet belemmerd in hun bedrijfsvoering door ontwikkeling van Kop Stadswerven.

Conclusie bedrijven en milieuzonering Kop Stadswerven is geprojecteerd buiten de richtafstanden van bedrijfsactiviteiten in de omgeving. Hierdoor is een goed woon- en leefklimaat te garanderen.

35

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

5. 7.8 Vormvrije m. e. r. -beoordeling Inleiding Op grond van artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht dient het bevoegd gezag zijn eventuele keuze voor géén m.e.r.-beoordeling voor een activiteit die beneden de drempelwaarde van bijlage D van het Besluit m.e.r. valt, te motiveren. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Op basis van de vormvrije m.e.r. blijkt of al dan niet een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. Sinds de meest recente wijziging van het Besluit m.e.r. van 7 juli 2017 moet de keuze voor wel of géén m.e.r.-beoordeling worden genomen door middel van een apart besluit. De keuze wordt gemaakt op basis van een aanmeldnotitie. In het geval het bevoegd gezag zelf initiatiefnemer is, is een apart besluit niet noodzakelijk en kan de overweging voor het wel of niet uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling, in de overwegingen van het moederbesluit worden opgenomen.

Onderzoek In categorie 11.2 in de D-lijst wordt gesproken over een stedelijk ontwikkelingsproject, waarbij het gaat om meer dan 2.000 woningen, een oppervlak van meer dan 100 hectare of een bedrijfsvloeroppervlak van 200.000 vierkante meter of meer. Het project ligt beneden deze drempelwaarden. Er kan daarom worden volstaan met een vormvrije m.e.r.beoordeling. Een apart besluit is niet nodig omdat het bevoegd gezag zelf initiatiefnemer is. Wel moet het bevoegd gezag in een zo vroeg mogelijk stadium een beslissing nemen omtrent de vraag of vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben, een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Overigens is voor het gehele project Waterfront een Milieueffectrapport opgesteld waarin de milieueffecten van de gehele ontwikkeling van Waterfront in beeld zijn gebracht. Het bevoegd gezag heeft in het kader van de ontwikkeling van Stadswerven de milieuaspecten beoordeeld zoals die in hoofdstuk 5 zijn benoemd en is tot de conclusie gekomen dat de opstelling van een milieueffectrapportage op basis van de geconstateerde milieueffecten niet nodig is. Het bevoegd gezag doet mededeling van zijn beslissing bij de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, met inachtneming van het bepaalde in artikel 7.17, vijfde lid, van de Wet milieubeheer.

Conclusie Voor het onderhavig plan hoeft gezien het voorgaande geen m.e.r.- (beoordelings)procedure te worden doorlopen.

36

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische aspecten

Inleiding

In hoofdstuk 4 is naar voren gekomen welke functies in het plangebied worden ontwikkeld. De gewenste functies zijn neergelegd in de bestemming Wonen. In dit hoofdstuk wordt de juridische planopzet toegelicht.

6.2

Juridische regeling

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende gedeelte van het wijzigingsplan. De voornoemde planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld aan de hand van de Standaard Handboek Harderwijk, versie 2019-02. Op de verbeelding is aangegeven, welke bestemming er aan de gronden is toegekend. Tevens is aangegeven waar de nieuwe woningen gebouwd mogen worden, het maximaal aantal woningen dat gebouwd mag worden en welke maximale bouwhoogte daarbij in acht genomen dienen te worden. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen en de onderzoeksresultaten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.

6.3

Bestemmingsbepalingen

Water Het water aan de rand van het plangebied heeft de bestemming Water gekregen. Om flexibiliteit te bieden zijn deze gronden niet alleen bestemd voor water, maar ook voor onder andere oevers, taluds steigers en verkeersdoeleinden.

Wonen In de regels is de bestemming Wonen opgenomen. De woningen en appartementen dienen gerealiseerd te worden binnen het bouwvlak. Het maximum aantal woningen, inclusief de appartementen, is aangeduid op de verbeelding. Er worden in dit bestemmingsplan maximaal 160 woningen mogelijk gemaakt. Dat aantal ligt iets hoger dan het aantal woningen dat nu is voorzien. Dit is gedaan om enige flexibiliteit te houden. Het bouwvlak is iets ruimer, zodat er nog enige flexibliliteit is bij nadere detaillering van het ontwerp. Binnen het bouwvlak is de maximale hoogte opgenomen voor de woongebouwen. Het wonen is de hoofdfunctie. De woningtypes zijn niet vastgelegd op de verbeelding of in de regels. Voor de grondgebonden woningen is geen onderscheid gemaakt tussen tuin en erfgedeelte. Er is ruimte voor het uitoefenen van met wonen verenigbare functies in de woning, zoals Bed & Breakfast en/of gastenverblijf en een aan huis verbonden beroep. Er is een aanduiding 'specifieke vorm van wonen - gemengd 1' opgenomen. Binnen het aanduidingsvlak worden maatschappelijke voorzieningen, ambachtelijke bedrijven, dienstverlening en detailhandel in categorie A toegestaan. Voor deze toegelaten functies wordt de lijst functiemenging van de VNG gehanteerd.

Een selectie uit deze lijst wordt van toepassing verklaard op dit bestemmingsplan en is opgenomen in de bijlage bij de regels (Bijlage 2 Staat van bedrijfsactiviteiten - functiemenging). In de regels is aangegeven dat alleen activiteiten uit categorie A van deze bijlage bij de regels zijn toegelaten, waardoor deze functies naast woningen passend zijn. Daarnaast is binnen het aanduidingsvlak 'specifieke vorm van wonen - gemengd 1'horeca in categorie 1a en 1b toegestaan. Voor de toegelaten horeca wordt de Staat van Horeca-activiteiten van toepassing verklaard op dit bestemmingsplan en is opgenomen in de bijlage bij de regels (Bijlage 1 Staat van Horeca-activiteiten).

37

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

Ook de parkeergarage is aangeduid binnen de bestemming Wonen. Hiervoor is een maximum bouwhoogte opgenomen.

6.4

Handhaving

Met het vaststellen van het bestemmingsplan zijn de werkzaamheden niet beëindigd. De instandhouding en ontwikkeling van een kwalitatief hoogwaardige woonomgeving vereist, dat er daarna, ook op het gebied van de handhaving, de nodige activiteiten worden verricht.

Handhavingsbeleid bouwen, ruimtelijke ordening en milieu 2014-2018 Op 14 januari 2014 is het handhavingsbeleid bouwen, ruimtelijke ordening en milieu 2014-2018 vastgesteld. De gemeente Harderwijk gunt iedereen zijn of haar vrijheid om te doen en laten wat hij of zij wil. Echter, daar waar de vrijheid van de één die van een ander schaadt, moet worden ingegrepen. In de vorm van kaderstelling in verschillende nota's legt de gemeente vast wat de spelregels zijn. Handhaving van deze regels is essentieel in het bewaken van orde, regelmaat én veiligheid in een leefgemeenschap. Als de handhaving onvoldoende is, verliezen de regels hun kracht. En daarom geldt: Vertrouwen waar het kan, handhaven waar het moet!

Milieu Het milieu is misschien wel de meest collectieve 'ruimte' die er is. Een goed milieu is essentieel voor een gezonde leefomgeving. Omdat een goed milieu zo belangrijk is, moeten de regels die daarvoor zijn, strak worden nageleefd. Het streven is om te zorgen voor een duurzame leefomgeving waar huidige en toekomstige generaties gezond kunnen wonen.

Ruimtelijke ordening Een stad is een levend organisme en heeft behoefte aan evenwicht in de ordening van schaarse ruimte. De samenleving en ruimte moeten zo goed mogelijk met elkaar in harmonie zijn. Omdat ruimtelijke ordening vaak grote objecten betreft, is handhaving erg belangrijk. Het nalaten van deze taak zou leiden tot een onevenwichtige stad, waar wonen, werken en infrastructuur niet op elkaar zouden zijn afgestemd.

Bouwen Bouwen en veiligheid zijn termen die hand in hand behoren te gaan. Iedereen in het bezit van een valide bouwvergunning heeft het recht om te bouwen conform de verleende vergunning. Veiligheid is een belangrijk argument om bouwvoorschriften te handhaven. Zodra er sprake is van een overtreding is het de plicht van de gemeente of brandweer een handhavingsprocedure te starten. Deze kan soms heel urgent zijn als er sprake is van overtreding die bijvoorbeeld de brandveiligheid in de weg staat. Een goede naleving van de regels verkleint de kans op ernstige calamiteiten. Een ander punt is welstand. Met name de stijl van het vooraanzicht van een pand is bepalend voor de sfeer en uitstraling van een buurt. Als deze stijl niet aansluit bij de uitstraling die in de buurt gewenst is, dan moet er worden ingegrepen. Richtlijnen voor welstand zijn daarom nodig. Naleving van deze regels is net zo hard nodig. Op deze manier draagt ook een stijlvolle welstand bij aan een evenwichtige stad die voor iedereen aangenaam is.

Coalitieakkooord 2018-2022 In mei 2018 is het coalitieakkoord 2018-2022 opgesteld. Dit coalitieakkoord heeft de titel ‘‘Aanpakken

38

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

met Ambitie”, waarmee het nieuwe college aangeeft door te willen pakken op onderwerpen die al eerder in gang zijn gezet. Toezicht en handhaving is daarbij een belangrijk speerpunt, omdat beiden bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen.

Nota integrale toezicht en handhaving Op 8 september 2015 heeft het college de Nota integrale toezicht en handhaving vastgesteld. Deze nota is op 19 november 2015 in werking getreden. Deze nota geeft onder andere inzicht en antwoord op wat de gemeentelijke doelstellingen zijn en welke toezicht- en handhavingsonderwerpen daarbij horen. Daarnaast wordt ingegaan op wat de bouwstenen zijn voor het jaarlijkse uitvoeringsprogramma integraal toezicht/handhaving en hoe dat in de praktijk plaatsvindt. Toezichthouders controleren of inwoners en ondernemers zich houden aan regels. Toezicht heeft een belangrijk preventief karakter. Door toezicht te houden kan een overtreding worden voorkomen. Als men weet dat ergens op gelet wordt, is men minder geneigd regels te overtreden. Handhaving gaat een stap verder dan toezicht. Bij handhaving schrijft het gemeentebestuur iemand aan om een overtreding te beëindigen. Het gemeentebestuur neemt een handhavingsbesluit. Deze is gericht op herstel. Bij integraal toezicht en handhaving vindt het toezicht plaats op basis van gestelde prioriteiten en doelen waarbij de prioriteit leidend is voor de frequentie van het toezicht. Toezichthouders hebben een signaalfunctie voor elkaar. En waar dit mogelijk/wenselijk is, wordt samen toezicht/controle uitgevoerd.

Door dit vooraf met de verschillende afdelingen af te stemmen wordt integrale samenwerking gestimuleerd. Dat levert efficiencyvoordelen op maar ook een afname van de toezichtlast voor inwoners en ondernemers.

39

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

Hoofdstuk 7

Economische uitvoerbaarheid

Tegelijkertijd met het bestemmingsplan kunnen exploitatieplannen (ex. art. 6.12 Wro) vastgesteld worden. Op basis van het exploitatieplan kunnen (plan)kosten worden verhaald. Een exploitatieplan hoeft niet opgesteld te worden bij een bestemmingsplan met enkel conserverende bestemmingen of wijzigingsbevoegdheden. Een exploitatieplan hoeft ook niet opgesteld te worden als het kostenverhaal 'anderszins verzekerd' is, door middel van bijvoorbeeld anterieure overeenkomsten of als de gemeente eigenaar is van de gronden. Het project wordt op particulier initiatief gerealiseerd. De kosten in verband met het realiseren van het bouwplan zijn dan ook voor rekening van de initiatiefnemer. Tussen de gemeente en de initiatiefnemer is een overeenkomst gesloten. Deze overeenkomst ziet toe op de verhaal van kosten en ook zijn afspraken gemaakt over planschade. Geconcludeerd kan worden dat de gemeentelijke kosten anderszins verzekerd zijn en dat het vaststellen van een exploitatieplan dan ook niet noodzakelijk is. Naast haar publiekrechtelijke rol is de gemeente ook afnemer van de binnen het plan te ontwikkelen parkeergarage. Op 9 mei 2023 heeft het college een besluit genomen over de grootte van de parkeergarage en de daaraan verbonden financiële kaders.

Om bovendien de bouw van de parkeergarage met minimaal 575 parkeerplaatsen door initiatiefnemer te waarborgen, is een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan opgenomen. De voorwaardelijke verplichting schrijft voor dat de nog te bouwen woningen in het plangebied niet mogen worden bewoond voordat de parkeergarage is opgeleverd.

40

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

Hoofdstuk 8 8.1

Inspraak en overleg

Inspraak

Hoofdregel uit de Inspraakverordening Harderwijk 2007 is dat elk bestuursorgaan over zijn eigen bevoegdheden besluit of al of niet inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van het gemeentelijk beleid. Dit betekent dat ook ten aanzien van een bestemmingsplan een besluit moet worden genomen over het al of niet toepassen van inspraak. In het geval van dit bestemmingsplan wordt geen separate inspraakprocedure doorlopen. Dit omdat de afwijkingen van dit bestemmingsplan ten opzichte van het oorspronkelijk uit te werken bestemmingsplan vrij beperkt zijn.

8.2

Vooroverleg

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moet in het kader van het overleg als bedoeld in art. 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening overleg worden gepleegd met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Tegelijkertijd wordt het bestemmingsplan voorgelegd aan andere relevante instanties. Het bestemmingsplan Waterfront-Zuid Kop Stadswerven is toegezonden aan betrokken instanties. Van vijf verschillende instanties is een reactie ontvangen. De reacties zijn samengevat in Bijlage 9. In deze samenvatting is tevens aangegeven hoe het bestemmingsplan is aangepast naar aanleiding van de vooroverlegreacties. Aangepast is: *

*

Paragraaf 5.3 van de toelichting is aangevuld: de provincie Gelderland heeft ontheffing heeft verleend van de Omgevingsverordening voor overschrijding van de molenbiotoop ten behoeve van het bestemmingsplan Kop Stadswerven; paragraaf 5.7.6 van de toelichting: het advies van de VNOG is verwerkt in en opgenomen in de bijlagen bij de toelichting.

8.3

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan “Waterfront-Zuid - Kop Stadswerven” heeft met ingang van 27 februari 2023 gedurende zes weken voor iedereen ter inzage gelegen. Binnen deze termijn is 1 zienswijze ingediend die in de commentaarnota wordt samengevat en beantwoord. Daarnaast is er op 9 maart 2023 een inloopavond georganiseerd. Belangstellenden konden kennis nemen van de plannen en eventueel vragen stellen aan de aanwezige medewerkers van de gemeente en de ontwikkelende partijen. Deze inloopavond is druk bezocht.

41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=c5d31162-d750-4400-a350-b9e0af11ebcd