CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Waterfront-Zuid Kop Stadswerven_Toelichting

Commissie Stad & Omgeving 23 augustus 2023, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Kop-Stadswerven15.689 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Waterfront-Zuid Kop Stadswerven

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1

5

Inleiding

1.1

Aanleiding

5

1.2

Doel

5

1.3

Plangebied

6

1.4

De bij het plan behorende stukken

7

1.5

Leeswijzer

7

Hoofdstuk 2

Huidige situatie

9

2.1

Ontstaansgeschiedenis

9

2.2

Ruimtelijke structuur

9

2.3

Vigerend bestemmingsplan

9

Hoofdstuk 3

Beleidskader

10

3.1

Algemeen

10

3.2

Ruimtelijk beleid

10

3.3

Welstandsbeleid

12

3.4

Woonbeleid

13

Hoofdstuk 4

Planbeschrijving

16

4.1

Inleiding

16

4.2

Uitgangspunten

16

Hoofdstuk 5

Onderzoek

17

5.1

Inleiding

17

5.2

Cultuurhistorie en archeologie

17

5.3

Molenbiotoop

17

5.4

Ecologie

19

5.5

Water

20

5.6

Verkeer en parkeren

26

5.7

Milieu

27

Hoofdstuk 6

Juridische aspecten

37

6.1

Inleiding

37

6.2

Juridische regeling

37

6.3

Bestemmingsbepalingen

37

6.4

Handhaving

38

Hoofdstuk 7

Economische uitvoerbaarheid

40

Hoofdstuk 8

Inspraak en overleg

41

2

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

8.1

Inspraak

41

8.2

Vooroverleg

41

8.3

Zienswijzen

41

3

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

4

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Initiatiefnemer is voornemens op de locatie 'Kop Stadswerven' van het Waterfront in Harderwijk een appartementengebouw met circa 100 appartementen, circa 50 grondgebonden woningen en een bovengrondse parkeergarage te realiseren. Verder is er in beperkte mate ruimte voor maatschappelijke voorzieningen, detailhandel, ambachtelijke bedrijven, dienstverlening en horeca. De locatie 'Kop Stadswerven' maakt deel uit van het stedelijke ontwikkelgebied 'Waterfront', langs de provinciale weg N302. Het voorgenomen bouwplan past niet in het vigerende bestemmingsplan en niet in de uitwerkingsmogelijkheid die is opgenomen in het vigerende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling mogeljk te maken wordt daarom een geheel nieuw bestemmingsplan opgesteld.

1.2

Doel

Het doel van het bestemmingsplan is het mogeljk maken van woningbouw, commerciële voorzieningen en een parkeergarage op de locatie 'Kop Stadswerven'. Daartoe dient de strijdigheid met het volgende vigerende bestemmingsplan te worden opgeheven:

Beste mming s plan bestemmingsplan 'Waterfront-Zuid - Waterstad'

Datum vastgesteld 5 februari 2008

De geldende bestemming is 'Gemengd - Uit te werken' en 'Water'.

5

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

Uitsnede plankaart vigerend bestemmingsplan, bron: gemeente Harderwijk Om het bouwplan te realiseren moet het geldende planologische regime worden aangepast. Een groot deel van de ontwikkeling zou onder de geldende uitwerkingsregels kunnen worden uitgewerkt. Echter, omdat een klein deel van het plan binnen de bestemming Water valt en omdat er minder parkeerplaatsen worden gerealiseerd dan op basis van het uit te werken bestemmingsplan gerealiseerd zouden moeten worden, is besloten voor het gehele gebied een nieuw bestemmingsplan op te stellen.

1.3

Plangebied

Het plangebied is gelegen op de locatie 'Kop Stadswerven', ten noordwesten van het centrum Harderwijk. Het plangebied ligt tussen het oude centrum van Harderwijk en de N302. Op onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied rood weergegeven.

Overzichtskaart (plangebied bij rood markeringspunt), bron: ruimtelijkeplannen.nl

6

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

Luchtfoto globale ligging plangebied (rood omlijnd), bron: ruimtelijkeplannen.nl

1.4

De bij het plan behorende stukken

Het onderhavige bestemmingsplan 'Waterfront-Zuid Kop Stadswerven' is gecodeerd als IMRO-idn NL.IMRO.0243.BP00280 en bestaat uit een gml-bestand, regels en een toelichting. Het gml-bestand kent een analoge en digitale verbeelding. De analoge versie van het plan betreft een boekje met kaarten (PDF of hardcopy). De digitale versie is te raadplegen via de landelijke voorziening (www. ruimtelijkeplannen.nl). De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en dienen in samenhang gelezen te worden. Indien er verschil bestaat tussen de analoge en de digitale verbeelding, gaat de digitale verbeelding voor. Op de verbeelding is de bestemming van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemming zijn regels gekoppeld. De toelichting van dit bestemmingsplan heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen en doet verslag van het onderzoek dat aan het bestemmingsplan vooraf is gegaan. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.

1.5

Leeswijzer

De toelichting van het bestemmingsplan 'Waterfront-Zuid Kop Stadswerven' bestaat uit de volgende hoofdstukken: « *

in hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie beschreven. Achtereenvolgens komen de ontstaansgeschiedenis, de ruimtelijke structuur en het vigerend bestemmingsplan aan bod. in hoofdstuk 3 wordt een schets gegeven van het beleidskader dat van belang is voor het functioneren en de ontwikkeling van het plangebied;

7

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

« * *

* *

in hoofdstuk 4 wordt de planopzet behandeld. Hierin wordt beschreven welke ruimtelijke visie de gemeente voorstaat met 'het Waterfront' en hoe dat wordt vertaald in het bestemmingsplan. in hoofdstuk 5 komt de uitvoerbaarheid van het plan aan bod. Aan de orde komen zaken als archeologie, cultuurhistorie, ecologie, water verkeer, parkeren en milieu; in hoofdstuk 6 worden kort de neergelegde bestemming, de juridische planopzet, behandeld en wordt verantwoording gegeven van het gebruik van de standaarden voor bestemmingsplannen in Harderwijk; in hoofdstuk 7 wordt ingegaan op het kostenverhaal en de economische uitvoerbaarheid van het plan; de toelichting wordt afgesloten met hoofdstuk 8 waarin wordt ingegaan op het proces van inspraak in relatie tot dit bestemmingsplan.

8

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige situatie

Ontstaansgeschiedenis

Harderwijk en omgeving worden sinds de prehistorie bewoond. De geschiedenis en ontwikkeling van Harderwijk laten veel aspecten en perioden zien. Zo verleende Graaf Otto van Gelre en Zutphen al op 11 juni 1231 stads- en marktrechten aan 'Herderewich'. Harderwijk groeide uit van agrarische nederzetting tot handelsplaats. Aan de handel, industrie en het toerisme dankt Harderwijk zijn snelle groei. Het stedelijk gebied van Harderwijk bestond tot en met de tweede wereldoorlog bijna uitsluitend uit het gebied dat "binnen de wallen en de stadsmuur" is gelegen; dus de huidige binnenstad. De woonwijk Zeebuurt vormt samen met de woonwijk Friesegracht de eerste bebouwingsring rondom de historische binnenstad. Het plangebied ligt in het voormalige industrieterrein Haven. In het kader van het project Waterfront is dit bedrijventerrein inmiddels ontmanteld. Het merendeel van de bedrijven is van het industrieterrein Haven verplaatst naar dat nieuwe bedrijventerrein ('Uitbreiding Lorentzhaven') dat aan de noordoostzijde van Harderwijk is aangelegd. Medio 2014 was het merendeel van de bestaande bedrijfsbebouwing gesloopt.

2.2

Ruimtelijke structuur

Het plangebied is gelegen op de locatie 'Kop Stadswerven' in Harderwijk. Kop Stadswerven vormt een verbinding in het Waterfront. De oude binnenstad van Harderwijk wordt op deze plek gekoppeld aan de nieuwe woongebieden in het Waterfront. De locatie is vanuit de oude binnenstad per brug te bereiken. Het plangebied zelf betreft een braakliggend terrein. Op het terrein worden woningen en een parkeergarage gerealiseerd. Hierdoor verandert het karakter en de kwaliteit van het plangebied.

2.3

Vigerend bestemmingsplan

Voor de gronden van voorliggend bestemmingsplan geldt thans het bestemmingsplan 'Waterfront-Zuid - Waterstad', zoals vastgesteld in de raadsvergadering van de gemeente Harderwijk op 5 februari 2008. In dit bestemmingsplan hebben de gronden van het plangebied de bestemmingen 'Gemengd - uit te werken' en 'Water'. Daarnaast is het nog in te richten openbaar gebied rondom de nieuwe woningen in verschillende bestemmingsplannen geregeld. Omdat dit niet wenselijk is zijn deze gronden ook opgenomen in het voorliggende plangebied. Hierdoor wordt een klein deel van de nu geldende bestemmingsplannen "Waterfront-Zuid - Brug Vissershaven" (vastgesteld 30 april 2015), "Waterfront-Zuid - Watersportboulevard" (vastgesteld 30 juni 2015) en "Waterfront-Zuid Stadswerven en De Kades" (vastgesteld 28 mei 2020) vervangen door dit bestemmingsplan. Hierdoor ontstaat er een duidelijke en eenduidige juridische regeling voor het gehele te ontwikkelen gebied. Bovendien is op het plangebied ook de Partiële herziening parkeerregeling bestemmingsplannen (vastgesteld op 8 februari 2018) van toepassing.

9

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Algemeen

Het (inter)nationale en provinciale beleid is neergelegd in verschillende nota's betreffende de ruimtelijke ordening, alsmede in de verschillende structuurvisies. Een "doorzetting" van dit beleid vindt veelal plaats in verschillende gemeentelijke en provinciale uitwerkingsnota's, beleidsplannen en bestemmingsplannen. Ook binnen de gemeente Harderwijk is dit het geval. Het beleid zoals dat door de hogere overheden wordt voorgestaan, is veelal van een andere schaal en aard dan de schaal die noodzakelijk is voor het opstellen van een (kleinschalig) bestemmingsplan. In onderstaande paragrafen wordt beknopt ingegaan op het voor de ontwikkeling van het plangebied relevante beleid.

3.2

Ruimtelijk beleid

3.2.1 Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De ladder voor duurzame verstedelijking is opgezet met als primair doel het tot stand brengen van een goede ruimtelijke ordening, door middel van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Concreet houdt dit in dat de ladder als ondersteuning dient voor decentrale overheden (provincies en gemeenten) bij de vraaggerichte programmering van hun grondgebied. Hierdoor kan er een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming plaatsvinden bij ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Daarbij mogen dus enkel criteria een rol spelen die ruimtelijk relevant zijn. De juridische grondslag van de ladder voor duurzame verstedelijking ligt in het Bro (artikel 3.1.6 lid 2), beleidsmatig is de ladder geïntroduceerd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR, inmiddels vervangen door de Nationale Omgevingsvisie). De ladder is daarmee kaderstellend voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van de decentrale overheden, zoals de gemeentelijke bestemmingsplannen en de provinciale inpassingsplannen. Voorheen bestond de ladder uit drie treden die doorlopen moesten worden ter verantwoording van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, maar per 1 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen van kracht geworden.

Eén van de belangrijkste is dat de drie treden worden losgelaten. Feitelijk is er nog maar één trede: "er dient gemotiveerd worden dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte." Het betreft ontwikkelingen zowel binnen als buiten stedelijk gebied. Het realiseren van een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied moet nadrukkelijk gemotiveerd worden. Bij de motivering moet een goede ruimtelijke ordening het oogpunt zijn. Dit betekent concreet het tegengaan van ongewenste leegstand en het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik. De behoefte moet worden onderbouwd op het niveau van het ruimtelijk verzorgingsgebied van de ontwikkeling zelf. Bij de ene ontwikkeling is het ruimtelijk verzorgingsgebied groter dan bij de andere ontwikkeling. Bij elk plan hoort met andere woorden een bij die ontwikkeling passende onderbouwing. Op de locatie Kop Stadswerven in Harderwijk bestaat het voornemen in totaal 160 woningen te realiseren. Daarnaast is het voornemen een bovengrondse parkeergarage en voorzieningen te realiseren. Het bouwplan past niet in de uitwerkingsplicht zoals opgenomen in het vigerende bestemmingsplan. In het vigerend bestemmingsplan is een uitwerkingsregeling opgenomen waarin onder andere een maximaal aantal te bouwen woningen is opgenomen (1.800), een maximaal vloeroppervlakte voor o.a.

detailhandel en horeca en een minimaal en maximaal aantal parkeerplaatsen die in een parkeergarage opgenomen kunnen worden (resp. 1.150 en 1.250). Onderhavige ontwikkeling past binnen de planologische mogelijkheden die in het vigerende bestemmingsplan worden toegestaan. De Afdeling

10

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in de uitspraak van 1 juli 2015 (zaak nr. 201401417/1/R1) bepaald dat onbenutte planologische mogeljkheden in een nieuw plan mogen worden opgenomen, zonder dat hoeft te worden voldaan aan de in artikel 3.1.6, tweede lid Bro genoemde voorwaarden. Omdat voorliggend bestemmingsplan niet meer toestaat dan op grond van het vigerend bestemmingsplan mogelijk is, kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en toetsing aan de ladder niet aan de orde is.

3.2.2 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en Omgevingsverordening Gelderland De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 vastgesteld door Provinciale Staten van Gelderland en op 1 maart 2019 in werking getreden. In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland zet de provincie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal: »

Gezond en veilig: 1. een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna; 2. voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen; 3. aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. » Schoon en welvarend: 1. een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen; 2. het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen; 3. het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. De focus wordt verdiept doormiddel van 7 ambities voor een duurzaam, verbonden en economisch Krachtig Gelderland. De 7 ambities zijn energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving. De provincie beschikt over een palet van instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De Omgevingsverordening (actualisatieplan 6 Omgevingsverordening, 19 december 2018) is de vertaling van provinciaal beleid in regels. De Omgevingsverordening richt zich net zoals de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland.

De Omgevingsverordening bevat regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem. Met betrekking tot nieuwe woningen is in de Omgevingsverordening de volgende bepaling opgenomen: "Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda". Op basis van voornoemde afspraken is binnen de Regio Noord-Veluwe de regionale woonopgave voor de periode 2013-2024 verdeeld over de deelnemende gemeenten. Als afgeleide daarvan is door de gemeente het Meerjarenprogramma Woningbouw 2016-2024 opgesteld. De te realiseren woningen in dit plangebied passen binnen dit meerjarenprogramma.

3.2.3 Structuurvisie Harderwijk 2031 De structuurvisie Harderwijk 2031 is op 20 december 2012 door de gemeenteraad vastgesteld. Deze integrale structuurvisie is een uitwerking van de in juni 2010 door de gemeenteraad vastgestelde stadsvisie. In de structuurvisie wordt aangegeven wat in de periode tot 2031 voor de gemeente Harderwijk de belangrijkste thema's zijn waar integraal aan gewerkt gaat worden door de gemeente, het bedrijfsleven, de maatschappelijke organisaties en door inwoners zelf. De visie is een document waar het economische, sociale en ruimtelijke beleid met elkaar in verband is gebracht. Het betreft een visie waarin kaders zijn gesteld met doelstellingen om de in de Stadsvisie verwoorde ambitie te verwezenlijken. Deze doelstellingen zijn ondergebracht in 4 ontwikkelsporen: Zorgzame stad, Ondernemende stad, Aantrekkelijke stad en Verbindende stad. De

structuurvisie

fungeert

als

beoordeling-

en

sturingsinstrument

op

alle

gemeentelijke

11

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

beleidsterreinen. Het is daarmee een beleidsdocument dat de gemeente bindt. De gemeente kan daar alleen van afwijken indien daar een goede motivering voor is. Daarnaast wordt richting gegeven aan te verrichten inspanningen en te nemen maatregelen die moeten leiden tot de realisatie en totstandkoming van de in het beleid nagestreefde doelen. De structuurvisie is daarmee: »

een visie op de sociale, economische en ruimtelijke ontwikkelingen in Harderwijk voor de middellange en lange termijn; » een integrale visie met de hoofdlijnen van voorgenomen ontwikkelingen betreffende het leven, werken en verblijven in Harderwijk; * de wijze waarop de gemeente de doelstellingen denkt te realiseren. In de structuurvisie wordt Waterfront benoemd als ontwikkellocatie voor woningbouw. Voor woningbouw zijn met de regio afspraken gemaakt over het aantal te bouwen woningen tot 2019. De aantallen die Harderwijk kan bouwen, zullen voornamelijk in het Waterfront en Drielanden-West worden gebouwd. De ontwikkeling van het Waterfront geeft Harderwijk de kans om een woongebied te realiseren dat zich duidelijk van andere woonwijken onderscheidt. De locatie is uniek: het gebied grenst zowel aan de historische binnenstad als aan het water van het Wolderwijd. In de plannen voor het Waterfront wordt daarop ingespeeld door zoveel mogelijk huizen dicht bij het water te realiseren. Er worden huizen op eilanden gebouwd, met de mogelijkheid om een boot voor de deur of in de achtertuin aan te leggen. Wonen aan het water bevordert de diversiteit in woonmilieus. In de architectuurstijl wordt aansluiting gezocht bij het karakter van de Harderwijkse binnenstad. Ook de kleuren van de bebouwing worden afgestemd op karakteristieke kleuren van historisch Harderwijk.

De ontwikkeling die in dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, sluit aan bij deze ambitie voor het Waterfront zoals opgenomen in de structuurvisie. Op dit moment werkt de gemeente aan een nieuwe Omgevingsvisie.

3.3

Welstandsbeleid

Een bestemmingsplan is belangrijk voor het bouwen op, en gebruiken van, gronden. Vergunningsaanvragen worden immers getoetst aan de regels uit het bestemmingsplan. Naast de bestemmingsplanbepalingen en de bouwtechnische eisen waaraan een bouwwerk moet voldoen, is het uiterlijk ervan erg belangrijk. Hiervoor is de Welstandnota gemeente Harderwijk 2017 opgesteld. In de welstandsnota van Harderwijk wordt invulling gegeven aan de esthetische aspecten van het ruimtelijke kwaliteitsbeleid. De welstandsnota gaat daarbij vooral in op de architectonische aspecten van bouwwerken, zoals massa, vorm, positionering, kleur- en materiaalgebruik en detaillering. In stedenbouwkundige zin spreekt de welstandsnota zich uit over de uitstraling en ligging van de bebouwing in relatie tot de omgeving. In de welstandsnota zijn regels opgenomen voor: * »

kleine bouwinitiatieven die welstandsvrij zijn; kleine bouwinitiatieven waarvoor de zogenaamde 'sneltoetscriteria' gelden (criteria voor meest voorkomende kleine bouwactiviteiten); * grote bouwinitiatieven waarvoor lichte, gemiddelde en zware welstandstoets gelden; » grote bouwinitiatieven voor ontwikkelingslokaties, die in aparte beeldkwaliteitsplannen zijn vervat. Voor het gebied Kop Stadswerven is het Beeldkwaliteitsplan Waterfront-Zuid opgesteld. Op 28 februari 2013 is het beeldkwaliteitsplan vastgesteld door de gemeenteraad. De gemeente Harderwijk en het Consortium Waterfront hebben gezamenlijk een supervisor aangesteld die zorg draagt voor de ruimtelijke kwaliteit van Waterfront-zuid. Alle ontwikkelde bouwplannen voor Waterfront-zuid worden getoetst door de supervisor Waterfront aan het beeldkwaliteitsplan Waterfront-Zuid. Indien de supervisor van oordeel is dat het bouwplan voldoet aan het beeldkwaliteitsplan Waterfront Zuid en daarmee ook voldoet aan redelijke eisen van welstand, wordt het bouwplan ambtelijk afgedaan. Indien de supervisor van mening is dat het bouwplan niet voldoet aan het beeldkwaliteitsplan vraag hij tevens advies aan de commissie ruimtelijke kwaliteit, die hij in zijn eindadvies verwerkt.

12

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

Ook voorliggend plan is getoetst aan het beeldkwaliteitsplan.

3.4

Woonbeleid

3.4.1 Regionaal woonbeleid De gemeenten in de regio Noord-Veluwe werken samen op het terrein van wonen. Dikwijls neemt ook de gemeente Epe deel aan de samenwerking. Regio Noord-Veluwe (RNV) heeft een regionale woonvisie opgesteld die als uitgangspunt dient voor de lokale woonvisies. Doel van deze woonvisie is om vraag en aanbod op de woningmarkt zo goed mogelijk op elkaar aan te sluiten. Eén van de conclusies is dat een kwaliteitsslag in de huur- en koopvoorraad voor wat betreft levensloopbestendigheid en energetische kwaliteit noodzakelijk is. Een ander belangrijk onderdeel van het regionale woonbeleid is de verdeling van de regionale woningbouwopgave. In 2014 heeft de provincie de totale kwantitatieve opgave voor de regio Noord-Veluwe vastgesteld op 8.880 woningen voor de periode 2013-2025. De regiogemeenten hebben een verdeling afgesproken volgens onderstaand schema. In december 2016 is de ingecalculeerde reserve naar rato verdeeld. Voor Harderwijk betekende dit een toename van 262 woningen. Besloten is dit aantal te reserveren voor de omzetting van recreatiewoningen in het kader van het project Vitale vakantieparken.

Elburg

B andbre e dte lokale behoefte 580 - 790

Eerdere verdeling (2014/2015)

Laatste verdeling (december 2016)

685

754

Ermelo

1.030 - 1.350

1.190

1.309

Harderwijk

2.170 - 3.060

2.615

2.877

Hattem

430 - 520

475

523

Heerde

620 - 750

685

754

Nunspeet

830 - 940

885

974

Oldebroek

560 - 850

705

776

Putten

650 - 1.010

830

913

810

Reserve Totaal

6.870 - 9.270

8.880

8.880

Regionale woonopgave (bron: Regio Noord-Veluwe) Begin 2017 heeft de provincie een nieuwe bevolkings- en huishoudensprognose vastgesteld. Voor de regio Noord-Veluwe wijkt de daaruit resulterende kwantitatieve woningbehoefte nauwelijks af van de eerder vastgestelde opgave. In het portefeuillehoudersoverleg van 2 mei 2017 is daarom besloten om de hierboven genoemde aantallen aan te houden. Kwalitatief is de nieuwe bevolkings- en huishoudensprognose aanleiding om kritisch te kijken naar woningbouwplannen die niet meer aansluiten bij de huidige en toekomstige vraag. Aansluitend bij de veranderende woonwensen gaan de regiogemeenten de komende periode inzetten op flexibele woonvormen en transformatie van bestaand vastgoed.

13

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

3.4.2 Woonvisie Harderwijk De uitgangspunten van het woonbeleid staan geformuleerd in de Woonvisie 2017-2027. Deze is op 25 april 2018 door de gemeenteraad vastgesteld. Met het woonbeleid werkt de gemeente Harderwijk aan de balans tussen vraag en aanbod op de woningmarkt. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de huidige bewoners, maar ook naar die van de toekomst. Uitgangspunt is dat iedereen in Harderwijk een woning kan vinden die past bij zijn of haar wensen en behoeften op het gebied van betaalbaarheid, toegankelijkheid en woonmilieu. Door natuurlijke aanwas en migratie zal Harderwijk naar verwachting de komende decennia blijven groeien. Voor 2040 wordt een bevolkingstoename van 10.000 personen verwacht. Om deze groei te faciliteren wil de gemeente voor die tijd nog 4.000 woningen bijbouwen. Er is voor ongeveer 3.400 woningen plancapaciteit beschikbaar of in ontwikkeling. Waterfront -een grote binnenstedelijke herontwikkeling met ruim 1.400 woningen- is een belangrijke woningbouwlocatie binnen het totaal aan plannen in Harderwijk. Bij het opstellen van de woonvisie was de gedachte dat vóór 2025 ook fase 3 geheel zou zijn afgerond. Het gebied Drielanden, de grootste uitbreidingslocatie in Harderwijk, nadert met de bouw van woningen in Harderweide zijn voltooiing. Het gaat hier om een toevoeging met (uiteindelijk) 1.040 woningen.

Ruim een kwart van de toekomstige nieuwbouwopgave wordt in de bestaande stad gerealiseerd. Binnenstedelijk bouwen brengt nieuwe uitdagingen met zich mee. Denk aan hogere bouwkosten, veel direct belanghebbenden en een meer complexe ruimtelijke inpassing. Het wordt een uitdaging om voldoende woningen te bouwen in de lagere prijssegmenten, draagvlak te creëren onder omwonenden en de ruimtelijke kwaliteit hoog te houden. Qua woningbouwtypes wordt ingezet op variatie en aanpasbaarheid. Tijdelijke woningen om pieken in de vraag op te vangen. Aanpasbare woningen om flexibel mee te bewegen met veranderende wensen en behoeften. En gevarieerde woonwijken voor een vitale mix van bewoners. Op deze manier blijft Harderwijk ook naar de toekomst betaalbaar en aantrekkelijk voor een breed publiek. Naast nieuwbouw wordt ook gewerkt aan de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad. Samen met de partners in het woondomein staat de gemeente voor een aantal grote maatschappelijke opgaven. Op het gebied van duurzaamheid wordt onder andere gestreefd naar een forse reductie van het energieverbruik, duurzame energie opwekking en ruimte voor klimaatadaptatie. Betaalbaarheid is daarbij een belangrijk aandachtspunt. Een andere opgave is de voortschrijdende vergrijzing.

Om de veiligheid en het comfort van oudere bewoners te borgen, is het noodzakelijk om de toegankelijkheid van bestaande woningen te verbeteren. Ook moeten woningen geschikt worden gemaakt voor zorg­ en dienstverlening aan huis. Daarbij gaat het niet alleen om individuele woningen maar ook om de woonomgeving en infrastructuur van de wijk. In de woonvisie worden de volgende opgaven in het woondomein gesignaleerd:

Nieuwbouw * Uitbreiding van het aanbod goedkope en middeldure woningen » Terugdringen van de wachttijd in de sociale huursector * Her- en deprogrammering in het dure segment * Tijdelijke woonruimte om pieken in de vraag op te vangen « Inbreiding en transformatie Bestaande woningvoorraad * Bevorderen van doorstroming op de woningmarkt * Verduurzaming van de bestaande woningvoorraad » Bestaande woningvoorraad toekomst- en zorgbestendig maken Wijken en buurten * Ontwikkelen van woonzorgzones « Gemixte en inclusieve wijken en buurten

14

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

Met dit plan wordt een kwantitatieve en kwalitatieve bijdrage geleverd aan de woningbouwopgave. Met 160 woningen draagt het kwantitatief bij aan de gewenste woningaantallen voor Waterfront fase 2. De woningen zijn voornamelijk koopwoningen in de prijsklasse vanaf middelduur. Het programma zal bestaan uit: *

circa 100 appartementen met een grondoppervlak van 70 to 150 m2 en enkele grotere appartementen, en « voor het overige grondgebonden woningen met een grondoppervlak van 150 tot 200 m2. Daarnaast sluit het woonprogramma ook in kwalitatieve zin aan bij de behoeften.

15

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

Hoofdstuk 4 4.1

Planbeschiijving

Inleiding

Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisering mogelijk van een deel van het project Waterfront. Het gehele project Waterfront is beschreven in de Nota van Uitgangspunten die een beeld geeft van de doelstellingen, de ruimtelijke plannen en de planning van het project Waterfront. In versie 2.1, 28 februari 2017 van deel A van de Nota van Uitgangspunten is kort beschreven wat met het project Waterfront wordt beoogd: * het versterken van de stedelijke en regionale economie; » het tot stand brengen van een hoogwaardige relatie tussen de randmeren en de stad. Het gebied Waterfront-Zuid omvat het gebied tussen de historische binnenstad, het Dolfinarium, alsmede het gebied tussen binnenstad en provinciale weg N302. Woningbouw vormt een belangrijk onderdeel van het programma voor Waterfront-Zuid. In Waterfront-Zuid wordt een veelheid aan verschillende woonsferen gecreëerd op bijzondere woonlocaties; aan het water en dichtbij de historische binnenstad.

4.2

Uitgangspunten

De Kop (van de) Stadswerven is een centraal in Waterfront-Zuid gelegen locatie omgeven door water. Dit gebied zal gedeeltelijk worden ingericht als een park voor recreatie. Langs de oevers kunnen boten worden afgemeerd, waaronder rondvaartboten. In de zuid-oostelijke gedeelte van dit deelgebied (waar dit bestemmingsplan betrekking op heeft) worden woningen en een parkeergarage gerealiseerd. Daarnaast is in beperkte mate ruimte voor andere voorzieningen op de begane grond langs de Waterstadboulevard. De parkeergarage is bedoeld voor de (toekomstige) bewoners van de Kop van de Stadswerven en hun bezoek, de vergunninghouders bewoners van de binnenstad, vergunninghouders werkers binnenstad en bezoekers Dolfinarium (en binnenstad). Het overloopterrein (P8) wordt op drukke dagen als primaire locatie voor bezoekers Dolfinarium aangewezen. Hiervoor wordt dan voorzien in adequaat voor- en natransport van- en naar P8. Het moment waarop de garage door alle doelgroepen maximaal wordt benut, wordt het maatgevende moment genoemd. Op dat moment zijn er 575 plaatsen nodig. De parkeergarage wordt door woningen omzoomd. De bebouwingswand langs de nieuwe boulevard biedt (op de begane grond) ruimte voor commerciële voorzieningen (horeca, leisure/detailhandel). Er worden circa 160 woningen gerealiseerd. Dit betreft ongeveer 100 appartementen en voor het overige grondgebonden woningen.

16

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

Hoofdstuk 5 5.1

Onderzoek

Inleiding

Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in dit hoofdstuk een beschrijving opgenomen van het verrichte onderzoek naar relevante feiten en af te wegen belangen (artikel 3.2. Algemene wet bestuursrecht). Per onderzoeksaspect wordt een beschrijving gegeven van de situatie ter plaatse.

5.2

Cultuurhistorie en archeologie

De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2022 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook te worden aangegeven op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden.

5.2.1 Cultuurhistorie In het plangebied is (na sloop van de voormalige bedrijfspanden) geen bebouwing meer aanwezig. Er zijn (en waren tot dusver) in het plangebied ook geen monumenten aanwezig. 5.2.2 Archeologie De gemeenteraad heeft op 7 april 2011 het Archeologiebeleid 2011-2015, en als onderdeel daarvan de Beleidskaart Archeologie vastgesteld. Conform dit beleid vindt er bij (grootschalige) ontwikkelingen in een vroegtijdig stadium archeologisch vooronderzoek plaats. Op basis van dit onderzoek wordt bekeken of er archeologische waarden in het geding zijn. Uit de Beleidskaart Archeologie 2011 blijkt dat het gehele plangebied is aangemerkt als een gebied zonder archeologische verwachting, als gevolg van verstoring en vergraving tot onder het 'archeologisch niveau'. Voor de realisering van dit plan behoeft daarom geen nader archeologisch onderzoek te worden verricht.

5.3

Molenbiotoop

Molen De Hoop De molen De Hoop staat aan de Vissershaven, Havendijk 9. Na een intensieve locatiestudie naar een beschikbare plek nabij de binnenstad met voldoende windbelasting, werd in 1995 aan de Vissershaven met de opbouw van de molen begonnen. De molen is in 1998 herbouwd op de huidige locatie. De molen is herbouwd met het achtkant van molen Het Anker te Weesp. Op 18 september 1999 is molen ‘De Hoop’ in bedrijf gesteld. Ondertussen is de molen op de lijst van beschermde rijksmonumenten geplaatst. De korenmolen ‘De Hoop’ is een achtkante stellingmolen. Een dergelijke molen staat op een verhoging, de stelling, om ook in de bebouwde kom voldoende wind te kunnen vangen om te kunnen draaien. De stellinghoogte van de molen ‘De Hoop’ bedraagt 9,10 meter. Met het gereedkomen van

17

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

molen ‘De Hoop’ is een molenbiotoop ontstaan. De minimale afstand tussen het bouwvlak en de molen is ca. 220 meter, de maximale afstand is ca. 390 meter.Het plaatsen of verhogen van objecten (gebouwen, bomen, dijken, etc.) binnen een straal van 400 meter van een windmolen kan nadelige gevolgen hebben voor de windvang van een molen. Het gehele plangebied bevindt zich binnen een straal van 400 meter. Om de potentiële gevolgen voor de windvang van de molen in kaart te brengen is een windonderzoek uitgevoerd (Bijlage 6).

Omgevingsverordening Gelderland Een maalvaardige molen en een enthousiaste molenaar alleen zijn niet voldoende om een molen te laten functioneren. Het werktuig stelt ook eisen aan zijn omgeving: er moet wind zijn om de wieken in beweging te kunnen zetten. In 1973 werd om dit omgevingselement aan te duiden het begrip "molenbiotoop" geïntroduceerd. De molenbiotoop heeft betrekking op de hele omgeving van een molen, voor zover die van invloed is op het functioneren van die molen als maalwerktuig én als monument. De biotoop kent een straal van 400 meter. Naast windvang dient dan ook te worden gelet op de belevingswaarde van de molen. Gebouwen en bomen kunnen de molenbiotoop aantasten. In haar omgevingsverordening hanteert de provincie voor het begrip “Molenbiotoop” de volgende definitie: De molenbiotoop is de omgeving van een molen of molenrestant, voor zover die omgeving van belang is voor het (toekomstig) functioneren daarvan als maalwerktuig, voor de monumentale waarde van de molen of het molenrestant of voor beide. De toetsing geschiedt op harde gronden als de toevoer van wind en watermolens en poldermolens de beschikbaarheid van water. In haar omgevingsverordening houdt de provincie Gelderland ook een obstakelvrije cirkel met een straal van 100 meter aan. Daarbuiten houdt de provincie eveneens een helling aan.

De hellingshoek hiervan kan bepaald worden aan de hand van een formule waarin de factoren als askophoogte windreductiecoëficient en ruwheidsfactor van de omgeving een rol spelen. Het uitgangspunt bij toetsing is dat de nieuwe situatie geen verslechtering ten opzichte van de huidige situatie mag zijn.

Onderzoek Er is specifiek onderzoek uitgevoerd naar de invloed van de te realiseren woningen in het plangebied op de windvang van de molen (zie Bijlage 6). De conclusie uit dit onderzoek is als volgt:' 'Realisatie van de woningen is van invloed op de windvang van de molen, met name op de turulentie-intensiteit. Als de stroming in de lucht wordt verstoord, met harde windstoten als gevolg, dan is dat schadelijk voor de molenconstructie en storend voor de molenaar tijdens het malen.' Omdat de bouwvlakken van het bestemmingsplan in een hoek staan waaruit relatief weinig wind waait is de reductie in het aantal maaldagen beperkt als deze wordt uitgedrukt in maaldagen, namelijk 1 dag op 19 dagen. Procentueel gezien is dit ca. 4% ten opzichte van de bestaande situaties. Uit het windonderzoek blijkt dat er sprake is van een (beperkte) invloed ten gevolge van de nieuwbouwplannen in de Kop van de Stadswerven op het functioneren van de molen. In het windonderzoek van 13 september 2021 (Bijlage 6) is gerekend met een maximale hoogte van de parkeergarage van 12 m. In verband met het mooi vorm kunnen geven van de parkeergarage en zonnepanelen, installaties en dergelijke op het dak aan het zicht te onttrekken, is een maximale hoogte van 14 meter wenselijk. In Bijlage 7 is nader onderzocht wat de effecten zijn van een hoogte van 14 meter ten opzichte van 12 meter.

Uit dit onderzoek blijkt dat een garage van 14 meter hoog gunstiger is voor de windvang van de molen dan een garage met een hoogte van 12 meter. Dit komt vermoedelijk door de aangrenzende gebouwen van 18 meter en 12 meter. Indien de garage 14 meter hoog is in plaats van 12 meter, heeft het gebouw vanuit de molen gezien een betere stroomlijning. Er is daardoor minder ruimte voor wervelingen in de luchtstroom die een reductie in snelheid en meer energieverlies veroorzaken. Met de molenstichting is een overeenkomst gesloten met een overeengekomen bedrag als

18

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

tegemoetkoming in mogelijke toekomstige extra onderhoudskosten. Van de provincie Gelderland is op 14 november 2022 ontheffing van de omgevingsverordening verleend. Voor de provincie was het belangrijk dat de belangen van de molen in voldoende mate zijn beschermd en gewaarborgd.

5.4

Ecologie

Bij elk ruimtelijk plan dient, met het oog op de bescherming van natuurwaarden, rekening te worden gehouden met de Wet natuurbescherming. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. Een ruimtelijk plan mag geen significante gevolgen hebben voor een te beschermen gebied en/of soort.

Ge bie ds besche rming Voor de gebiedsbescherming zijn in het kader van de Europese richtlijnen in Nederland speciale beschermingszones aangewezen met een hoge wettelijke bescherming. Hiervoor zijn Natura 2000-gebieden en gebieden onderdeel uitmakend van het Natuurnetwerk Nederland (hierna: NNN) aangewezen. Natura 2000 Voor ruimtelijke ontwikkelingen die invloed zouden kunnen hebben op natuurwaarden in Natura 2000-gebieden moet door middel van ecologisch onderzoek inzichtelijk worden gemaakt of en welke effecten op de natuurwaarden zijn te verwachten. Indien sprake is van effecten kan de beoogde ontwikkeling alleen plaatsvinden als daarvoor een vergunning op basis van de Wet natuurbescherming is verleend. In 2010 is voor het gehele project een zogenoemde 'Passende beoordeling' opgesteld, een integraal ecologisch onderzoek naar te verwachten effecten van het project Waterfront op de natuurwaarden in de Natura-2000 gebieden Veluwe en Veluwerandmeren. In 2013 is de Passende beoordeling geactualiseerd. Op basis van de geactualiseerde Passende Beoordeling heeft de provincie Gelderland in 2014 een Natuurbeschermingswet-vergunning verleend voor de realisering van alle onderdelen van het project Waterfront waarvoor niet al eerder een Nb-wet-vergunning was verleend. Vanwege de mogelijke veroudering van de passende beoordeling is in 2020 het onderzoek nog een keer geactualiseerd.

Deze Passende beoordeling is als bijlage 1 (Passende beoordeling 2020) bij deze toelichting gevoegd. De effecten als gevolg van het project Waterfront zijn getoetst aan de hand van de relevante instandhoudingsdoelen. Hieruit blijkt dat effecten op habitattypen, habitatrichtlijnsoorten, broedvogels en niet-broedvogels zijn uitgesloten. Ten aanzien van stikstof is in de Nb-vergunning van 2014 ook toestemming verleend voor de realisatie- en gebruiksfase qua stikstofdepositie. Op 29 mei 2019 is een verstrekkende uitspraak gedaan door de Raad van State omtrent stikstof. Deze uitspraak zorgde er voor dat alle projecten die onder het PAS (in werking per 1 juli 20215) zijn vergund opnieuw beoordeeld moeten worden. De in 2014 verleende Nb-vergunning voor Waterfront wordt niet door deze uitspraak geraakt, dus de vergunning is nog steeds van toepassing. Voor geheel Waterfront geen sprake van een stikstofprobleem.

Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone Om de biodiversiteit nu en voor toekomstige generaties Gelderlanders veilig te stellen, beschermt de provincie het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Het GNN is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang.

19

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

De Groene Ontwikkelingszone (GO) bestaat uit terreinen met een andere bestemming dan bos of natuur die ruimtelijk vervlochten zijn met het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Het gaat vooral om landbouwgrond, maar ook om terreinen voor verblijfs- en dagrecreatie, infrastructuur, woningen en bedrijven. De GO heeft een dubbele doelstelling. Er is ruimte voor verdere economische ontwikkeling in combinatie met een (substantiële) versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden.. De provincie nodigt de Gelderse samenleving uit om in de GO initiatieven te ontwikkelen die bijdragen aan de realisatie van deze dubbele doelstelling. Vanwege de dubbele doelstelling is er in de GO ruimte voor nieuwe ontwikkelingen en voor een uitbreiding van bestaande bedrijven, woningen en bouwwerken en andere functies. Het plangebied ligt niet in GNN- of GO-gebied.

Soortbescherming Op grond van de Wet natuurbescherming gelden algemene verboden tot het verwijderen van groeiplaatsen van beschermde plantensoorten en het beschadigen of verstoren van voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van beschermde diersoorten. Om de ecologische haalbaarheid van het plan te toetsen, is een Quickscan Soortbescherming uitgevoerd. De rapportage van deze quickscan is als bijlage 2 (Quickscan Soortbescherming) bij deze toelichting gevoegd. Uit de Quickscan Soortbescherming blijkt dat algemene broedvogels tot broeden kunnen komen. Daarnaast kunnen er grondgebonden zoogdieren en amfibieën voorkomen die (provinciaal) vrijgesteld zijn van de Wet natuurbescherming. Andere beschermde soorten worden in het plangebied niet verwacht. Mogelijke effecten op beschermde soorten kunnen voorkomen worden door de werkzaamheden buiten het broedseizoen (15 maart - 1 september) uit te voeren of door vooraf een broedvogelcontrole uit te voeren. In het kader van de zorgplicht dienen mitigerende maatregelen uitgevoerd te worden om het doden grondgebonden zoogdieren, amfibieën en andere soorten zo veel als mogelijk te voorkomen. Als de mitigerende maatregelen in acht worden genomen is er geen sprake van een overtreding van de Wet natuurbescherming. Het aanvragen van een ontheffing van de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk.

5.5

Water

5.5.1 Inleiding In het kader van bestemmingsplannen is een Watertoets vereist. De Watertoets omvat het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten van ruimtelijke plannen en besluiten. Voor het project Waterfront is al in oktober 2002 gestart met de procedure voor de Watertoets. In de afgelopen jaren heeft hierover regelmatig overleg plaatsgevonden tussen de gemeente Harderwijk, Waterschap Veluwe (sinds 2013 "Waterschap Vallei en Veluwe", na een fusie met "Waterschap Vallei en Eem") en Rijkswaterstaat Midden Nederland. Resultaten zijn vastgelegd in verschillende Watertoetsdocumenten en in de waterparagrafen van opgestelde bestemmingsplannen en MER-documenten. Hierbij is sprake van een 'aangroeidocument', waarbij steeds verdieping heeft plaatsgevonden aansluitend bij het proces in de ruimtelijke planvorming (Masterplan -> bestemmingsplan -> uitwerkingsplan). In 2009 is met alle partijen overleg gevoerd en is een overkoepelend 'Basisdocument watertoets Waterfront Harderwijk' (12 januari 2010) opgesteld. In het Milieueffectrapport Waterfront Harderwijk (het MER, d.d. februari 2010), deel B, wordt in hoofdstuk 7 uitvoerig ingegaan op het aspect water. In het MER deel B, hoofdstuk 7, paragraaf 5 zijn aanbevelingen ('bouwstenen') opgenomen voor het

20

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

'Meest Milieuvriendelijk Alternatief (MMA). In 2012 is met de 'waterpartners' overleg gevoerd over diverse wateraspecten van het gehele plan Waterfront. Hierbij is afgesproken dat er voldoende aan de doelstelling van het watertoets proces is voldaan (het vroegtijdig betrekken en informeren), en dat toetsing van de nadere uitwerking plaats kan vinden in de reguliere vergunningprocedures (waterwetvergunning). Gelet op het al gevoerde overleg, het beschikbare materiaal en het karakter van dit bestemmingsplan is er geen aanleiding meer om specifiek voor dit bestemmingsplan afzonderlijk overleg over de watertoets te voeren. Het bestemmingsplan Waterfront-Zuid Waterstad, het moederplan, is in februari 2008 door de gemeenteraad vastgesteld. In de toelichting van dit bestemmingsplannen is een paragraaf over de waterhuishouding opgenomen.

5.5.2 Beleidsmatige wijzigingen De voor dit bestemmingsplan relevante versie (12 januari 2010) van het aangroeidocument Watertoets is opgenomen in het MER (MER deel C bijlage 13). Deze watertoets beschouwt integraal de ontwikkelingen in Waterfront Zuid en Waterfront Noord-II. Na januari 2010 hebben de volgende beleidswijzigingen plaatsgevonden.

Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan (NWP) beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid voor de periode 2016 - 2021. In de Waterwet is vastgelegd dat het Rijk dit plan eens in de zes jaar opstelt. Het is de opvolger van de Vierde Nota Waterhuishouding uit 1998 en de vervanger van alle voorgaande Nota's Waterhuishouding. Het NWP gaat over waterveiligheid, wateroverlast, droogte en waterkwaliteit. Op basis van de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro) heeft het NWP voor de ruimtelijke aspecten de status van rijksstructuurvisie. In het Nationaal Waterplan benoemt het Rijk vier opgaven voor het IJsselmeergebied: waterveiligheid, zoet water, ecologie en ruimtelijke ontwikkeling. Verbindend element voor deze opgaven is de ontwikkeling van het peilbeheer in het gebied, waarbij een keuze gemaakt dient te worden voor het meebewegen met de stijgende zeespiegel of het handhaven van het huidige peil. In het deelprogramma Waterveiligheid is gewerkt aan nieuwe normen voor waterveiligheid. Hierbij wordt overgestapt van een overschrijdingskans benadering op een overstromingskans benadering. De hoogte van de normen (overstromingskansen) wordt onderbouwd aan de hand van de volgende doelen. Voor iedereen in Nederland die achter de dijk woont, gaat een zelfde basis veiligheidsniveau gelden.

Daarbij richt men zich op een lokaal individueel risico (LIR), waarbij de kans op overlijden voor een individu ten gevolge van een overstroming niet groter mag zijn dan 1 op 100.000 per jaar. Waar grote groepen slachtoffers kunnen vallen, grote economische schade kan optreden of sprake is van ernstige schade door uitval van vitale en kwetsbare infrastructuur van nationaal belang, wordt een hoger beschermingsniveau geboden. Drie gebieden vragen hiervoor speciale aandacht: het rivierengebied, delen van de Rijnmond-Drechtsteden en het gebied rond Almere. Ook op andere plekken, zoals het Waddengebied, het IJsselmeergebied en de Zuidwestelijke Delta zal geïnvesteerd moeten worden om aan de nieuwe normen te voldoen. Tegelijkertijd zijn er ook plekken, vooral langs de kust, waar de bescherming reeds op orde is. Daar blijft goed onderhoud van belang. Voor de 'hoge gronden', waar gemeente Harderwijk ook onder valt, zijn geen normen voor overstromingskansen opgesteld.

Deltaprogramma 2019 Het doel van de deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie is een klimaatbestendige en waterrobuuste ruimtelijke inrichting van Nederland in 2050. Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen moeten daarom vanaf 2020 klimaatbestendig en waterrobuust handelen. In 2017 hebben de overheden

21

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

afgesproken de aanpak te versnellen en te intensiveren. De versnelling is nu breed ingezet. De meeste overheden werken aan stresstesten en geven klimaatadaptatie een plaats in plannen en regels om zich aan te passen aan de potentiele effecten van klimaatverandering: wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen. Uit het Deltaprogramma 2015 (deelprogramma IJsselmeergebied) blijkt dat het winterpeil van de Veluwerandmeren tot 2050 niet aangepast wordt (huidig streefpeil in de winter is 0,30- mNAP). Voor de periode na 2050 blijft voor het IJsselmeer de optie open om het winterpeil beperkt mee te laten stijgen met de zeespiegel (maximaal 30 cm), maar alleen als dat noodzakelijk en kosteneffectief is. Voor het Markermeer en de Veluwerandmeren wordt ook na 2050 geen stijging van het gemiddeld winterpeil voorzien: in geval van verdere stijging van het IJsselmeer na 2050 treedt het ontkoppelingsbesluit in werking. Het zomerpeil in het IJsselmeer, het Markermeer en de Zuidelijke Randmeren kan op langere termijn mogelijk een grotere bandbreedte krijgen tussen 0,40- en 0,10+ mNAP. Ook na 2050 geen verandering in het peilbeheer in de zomer optreedt in de Veluwerandmeren. Initiatiefnemers blijven zelf verantwoordelijk voor eventuele schade in buitendijkse gebieden.

De Keur van het Waterschap Met betrekking tot het regionale waterbeleid is van belang dat per 1 januari 2014, dus na het vaststellen van het MER, de Keur van het Waterschap is geactualiseerd (de Keur is een verordening van het Waterschap die regelt wat wel en niet mag in of nabij regionaal oppervlaktewater / waterkeringen / grondwater). Met die actualisering zijn 'Algemene regels Waterschap Vallei en Veluwe' in de Keur opgenomen. Omdat het oppervlaktewater rondom het plangebied in open verbinding staat met het hoofdwatersysteem, is niet het waterschap maar Rijkswaterstaat Midden Nederland bevoegd gezag. Dit betekent dat de Algemene regels van het waterschap die betrekking hebben op wat wel/niet mag in of nabij regionaal oppervlaktewater voor dit bestemmingsplan niet van toepassing zijn. De Keur en algemene regels voor wat/wel en niet mag ten aanzien van het grondwater binnen het plangebied zijn wel van toepassing.

Blauwe Omgevingsvisie 2050 Waterschap Vallei en Veluwe De Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) is de langetermijnvisie tot 2050 van Waterschap Vallei en Veluwe. De BOVI is voornamelijk bedoeld als input voor omgevingsvisies en -plannen in het kader van de Omgevingswet. In de BOVI gaat het waterschap in op 4 thema's: energietransitie, circulaire economie, klimaatverandering en waardevolle leefomgeving.

Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027 Waterschap Vallei en Veluwe Waar met het BOVI een stip op de horizon wordt gezet voor duurzaam waterbeheer in de toekomst, wordt in het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) het BOVI concreet gemaakt. In het BOP worden de doelen van het waterschap voor de planperiode 2022-2027 vertaald naar specifieke opgaven voor het beheergebied. Met het waterbeheerprogramma kijkt het waterschap verder dan de 'waterbeheertaak'. Het gebied staat centraal.

5.5.3 Relevante aspecten uit bestemmingsplan Waterfront-Zuid Waterstad De voor dit bestemmingsplan relevante versie (12 januari 2010) van het aangroeidocument Watertoets is als bijlage opgenomen in het MER (MER deel C bijlage 13). Deze watertoets beschouwt integraal de ontwikkelingen in Waterfront Zuid en Waterfront Noord-II. In het MER is het 'Meest Milieuvriendelijk Alternatief (MMA) aangegeven. In het MER wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling Waterfront Zuid een neutrale invloed zal hebben op de wateraspecten (paragraaf 4.6 van deel B-7 Water).

22

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

Opmerking: de MER-watertoets d.d. 12 januari 2010 betrof een concept document, waarop formeel geen integraal wateradvies is afgegeven. Het laatste wateradvies had betrekking op de watertoets Waterfront-Zuid d.d. 13 januari 2006. In dat advies is het verzoek geuit om in komende bestemmingsplannen een voorbeeld te geven hoe het richtinggevende karakter van de watertoets heeft doorgewerkt op de uiteindelijke inhoud van het bestemmingsplan.

Veiligheid en wateroverlast Ten gevolge van klimaatveranderingen zal de zeespiegel in de loop van deze eeuw waarschijnlijk gaan stijgen. Omdat het IJsselmeer afwatert in de Waddenzee, heeft een zeespiegelstijging gevolgen voor de afwateringssituatie van het IJsselmeer. De lozingssituatie van het IJsselmeer bepaalt voor een belangrijk deel ook de lozingssituatie van de Randmeren. Waterfront-Zuid wordt op een hoogte van 1,60 m+NAP aangelegd. Bij het bepalen van de aanleghoogte is van het volgende uitgegaan: 1.

Er is rekening gehouden met de verwachte ontwikkelingen tot 2050, uitgaande van het worst-case scenario. Ontwikkelingen die zich na die tijd voordoen, zijn niet meegenomen in het bepalen van de aanleghoogte; 2. Daarnaast is rekening gehouden met de toekomstige gebruiksfunctie: beleving van water is een belangrijk aspect in de woonwijk, de afstand tot het water dient dan ook niet te groot te zijn; 3. Omdat het plangebied wordt omsloten door de N302, het Dolfinarium terrein en een kade loodrecht op de N302, wordt het plangebied beschermd tegen golfaanval. Uitgaande van het huidige zomerpeil van 0,05 m-NAP is er bij een peilstijging van 1 m (mogelijke situatie 2100) een drooglegging van 65 cm. Dit is gering. Uitgaande van de Deltabeslissingen is de kans dat het tot een dergelijke stijging van het streefpeil in de Veluwerandmeren zal komen eerder kleiner dan groter geworden dan in 2010 werd voorzien. Om het gebied te beschermen tegen hoog water, bestaat de mogelijkheid om de kades die het plangebied deels omgeven, uit te breiden, zodat het gehele plangebied in de toekomst kan worden afgesloten met een waterkering. Er is een Stresstest hoogwater uitgevoerd voor de Veluwerandmeren (Stresstest hoogwater Veluwerandmeren, HKV, april 2019). Hierin zijn de gevoeligheden van extreme waterstanden en kruiend ijs langs de Veluwerandmeren in kaart gebracht.

Hieruit blijkt dat voor het plangebied geldt dat de herhalingskans dat het waterpeil hoger komt dan beoogd maaiveld (1,60+ mNAP) kleiner is dan 1/100.000 jaar en dat het risico op schade door kruiend ijs verwaarloosbaar klein is.

Vuilwater (Huishoudelijk afValwater) Het vuilwater wordt via een gemeentelijk vuilwaterriool ingezameld en afgevoerd naar RWZI Harderwijk. Er zijn geen riooloverstorten naar oppervlaktewater opgenomen in het nieuwe (en bestaande gemengde stelsel) in plangebied (ook niet elders in Waterfront Zuid).

Hemelwater Het relatief schone hemelwater van daken en extensief belaste verharde oppervlakken wordt niet aangesloten op het vuilwaterstelsel, maar rechtstreeks geloosd op oppervlaktewater. Hemelwater van intensief belaste wegen wordt via een verbeterd gescheiden stelsel afgevoerd. De totale vuiluitworp naar oppervlaktewater is kleiner dan een verbeterde gescheiden stelsel met een berging van 4 mm en een pompovercapacitiet van 0,3 mm/uur. Er wordt gebruik gemaakt van niet uitlogende verontreinigingen.

materialen ter voorkoming

van diffuse

23

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

Hiermee wordt het principe 'schoonhouden, scheiden, schoonmaken' gehanteerd.

Oppervlaktewater In het plangebied (als onderdeel van Waterfront-Zuid) wordt gewoond aan water. De watergangen worden voornamelijk stedelijk ingericht en krijgen recreatieve en gebruiksfuncties (vaarwater, kijkwater, water om langs te recreëren, uitdrukkelijk geen zwemwater). Dit betekent dat de oeverovergangen met het vasteland hoofdzakelijk zullen bestaan uit kades. Kindveiligheid is een belangrijk aandachtspunt bij de verdere uitwerking van de inrichting. De watergangen worden zo ingericht, dat varend onderhoud mogelijk is. De watergangen in Waterfront staan in open verbinding met het water in het Wolderwijd en (indirect) het Veluwemeer. Er zijn (buiten het plangebied) maatregelen getroffen om de bestaande havenarmen te doorspoelen met oppervlaktewater uit de Friesegracht. Het hemelwater van het verharde oppervlak wordt geloosd op de watergangen, waardoor 'interne' verversing en doorspoeling optreedt. Door de watergangen voldoende breed (>10 m) en diep (>1 m) uit te voeren, wordt algenbloei niet verwacht. Om het Waterfront aantrekkelijk in te richten en rekening te houden met (onvermijdelijk) contact met het oppervlaktewater is het van belang dat er niet te veel ziekteverwekkers in het water voorkomen die problemen kunnen opleveren voor de volksgezondheid. Potentiële besmettingsbronnen zijn menselijke en dierlijke ontlasting (feaces).

De risico's worden onder andere beperkt door geen riooloverstorten te realiseren en geen honden uit te laten direct langs het water. Via een hemelwaterstelsel kan hondenpoep op straat ook voor afspoeling van ziektekiemen zorgen. Deze kiemen komen bij (directe) lozing vanuit het hemelwaterstelsel in het oppervlaktewater terecht.

Verontreinigde (water)bodems Ernstig verontreinigde (water)bodems in het plangebied zijn/worden als onderdeel van het integrale saneringsplan Waterfront gesaneerd. In geval van risico op verspreiding van bodem- en grondwater verontreinigingen worden tijdig passende (monitoring)maatregelen getroffen.

Grondwateroverlast en -onderlast Grondwateroverlast in het gebied wordt voorkomen door te zorgen voor voldoende ontwatering. Als minimale ontwateringsdiepte voor nieuw stedelijk gebied geldt in principe 70 cm beneden het maaiveld bij een overschrijding van 1 maal per jaar. De ontwateringsdiepte van 70 cm beneden het maaiveld is gericht op de grondwaterstand bij gebouwen, wegen, kabels en leidingen. In parken en ander stedelijk groen kunnen hogere grondwaterstanden worden geaccepteerd; ter plaatse van bijzondere (natte) natuur binnen stedelijk gebied is een hogere grondwaterstand gewenst. Voor Waterfront-Zuid geldt in het algemeen het volgende: * *

De grondwaterstanden hebben een sterke relatie met het streefpeil van de Veluwe Randmeren en zijn minder gevoelig voor tijdelijke peilstijgingen. Bij een aanleghoogte van 1,60 m+NAP is er tot 2050 nog een drooglegging van 1,35 m. Tot 2050 zijn er dan ook geen aanvullende maatregelen voor een goede ontwatering noodzakelijk (op grond van Nationaal Waterplan: daarna waarschijnlijk ook niet).

Beheer en onderhoud Rijkswaterstaat is de waterkwaliteits- en waterkwantiteitsbeheerder van het hoofdwatersysteem, waaronder de Randmeren. Op grond van het 'Besluit aanwijzing zijwateren van hoofdwateren' is Rijkswaterstaat in de huidige situatie ook beheerder van het havengebied in Harderwijk. De gemeente beheert de nautische aspecten van het havengebied en is eigenaar en beheerder van de kademuren.

24

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

Uit het watertoetsoverleg is geconstateerd dat de globale waterkwaliteit van de Veluwerandmeren momenteel met relatief geringe beheerinspanningen door Rijkwaterstaat Midden Nederland gehandhaafd kan worden (nadat er in de afgelopen decennia door meerdere partijen fors is geïnvesteerd om de kwaliteit substantieel te verbeteren). Mocht er door de gewijzigde inrichting en gebruiksfunctie (van industrieel havenwater naar dichtstedelijke oppervlaktewater) verhoogde beheerinspanningen noodzakelijk zijn, dan is dat in eerste instantie een verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer voor deze wijziging: de gemeente. Mogelijk dat hiervoor tegen een redelijke vergoeding een beroep gedaan wordt op de inzet van RWS/waterschap. In de toekomst wordt de beheersituatie aangepast op de feitelijke veranderingen in het gebied Waterfront-Zuid. Uitgangspunt hierbij is het op orde houden van de waterkwaliteit tegen de laagste maatschappelijke kosten.

5.5.4 Klimaatadaptatie Hoo gwate rbescherming Uit stresstest hoogwater en kruiend ijs buitendijks gebied blijkt dat risico verwaarloosbaar klein is.

Wateroverlast door extreme neerslag (uitgangspunten rioleringsplan) * bij ontwerpbui met herhalingstijd van 2 jaar: geen water op straat in binnenhoven en achterpaden * bij ontwerpbui met herhalingstijd van 5 jaar: geen water op straat openbare ruimte » bij ontwerpbui met herhalingstijd van 10 jaar: geen water op straat openbare ruimte op primaire routes voor hulpdiensten, vluchtroutes en calamiteit verzamelplaatsen « bij klimaatbui met herhalingstijd van 250 jaar: geen langdurige maatschappij ontwrichtende effecten Door korte afstand tot robuust oppervlaktewater kan overtollig hemelwater binnen het plangebied relatief snel via het oppervlak afstromen naar oppervlaktewater, ook bij overbelasting van het hemelwaterstelsel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=c5d31162-d750-4400-a350-b9e0af11ebcd