Waterfront-Zuid Kop Stadswerven_Bijlagen Toelichting
Tekst van het document
in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; ter bescherming van flora en fauna; voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten; het selectief vangen, onder zich hebben of verstandig gebruik van bepaalde vogels. Kader 2 | Opzettelijkheid in de Wet Natuurbescherming
Opzettelijkheid Een situatie waarbij iemand een handeling verricht waarbij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt wordt dat deze gedraging leidt tot overtreding van een verbod, ook als een kwade intentie ontbreekt.
Ecologisch Adviesbureau Viridis | Quickscan Soortbescherming Waterfront fase II Kop Stadswerven.
18
Habitatrichtlijn (artikel 3.5) Voor in het wild levende dieren van soorten, genoemd in de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern of het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, gelden de volgende verbodsbepalingen (Zie kader 2, Opzettelijkheid en Kader 3, Verstoring en vernietiging door verstoring): 1. opzettelijk doden en vangen; opzettelijk verstoren; opzettelijk vernielen of rapen eieren; opzettelijk beschadigen of vernielen voortplantingsof rustplaatsen; opzettelijk plukken of vernielen planten. Een ontheffing voor het overtreden van de verbodsbepalingen van artikel 3.5 kan alleen verleend worden als voldaan wordt aan de criteria van de ontheffingsaanvraag (zie paragraaf 2.3) en één of meer van de onderstaande wettelijke belangen uit artikel 3.8, lid 5: 1.
ter bescherming van flora en fauna, en instandhouding van natuurlijke habitats; ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij, wateren of andere vormen van eigendom; in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; voor onderzoek of onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten of de daartoe benodigde kweek; op selectieve wijze een aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben.
c.
in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen.
Een ontheffing voor het overtreden van de verbodsbepalingen van artikel 3.10 kan alleen verleend worden als voldaan wordt aan de criteria van de ontheffingsaanvraag (zie paragraaf 2.3) en één of meer van de onderstaande wettelijke belangen uit artikel 3.8 lid 5 en artikel 3.10, lid 2: a. in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling; b. ter voorkoming van schade of overlast; c. ter beperking van de omvang van populaties; d. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden; e. in het kader van bestendig beheer of onderhoud landbouw of bossen;
Nationale beschermde soorten (artikel 3.10) Voor in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de Wet natuurbescherming bijlage, onderdeel A gelden de volgende verbodsbepalingen: a. opzettelijk doden of vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Voor vaatplanten van de soorten, genoemd in de Wet natuurbescherming bijlage, onderdeel B gelden de volgende verbodsbepalingen:
Ecologisch Adviesbureau Viridis | Quickscan Soortbescherming Waterfront fase II Kop Stadswerven.
19
f.
in het kader van bestendig beheer of onderhoud van vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied; h. in het algemeen belang, of i. bestendig gebruik. Kader 3 | Verstoring en vernietiging door verstoring
Ecologische verstoring In ecologisch opzicht is verstoring een verandering door het toedoen van mensen in hoe een dier gebruik kan maken van essentiële hulpbronnen. Het kan hierbij ook gaan om een verandering in de perceptie van het dier. Dit betreft voornamelijk de toegang tot voedselbronnen en nest- of verblijfplaatsen (Gill, 2007). Dit is vaak een tijdelijke verstoring van individuen, wat soms ook kan leiden tot negatieve effecten op populatieniveau (Bejder et al. 2009). Juridische verstoring Verstoring is in juridisch opzicht een relatief begrip. Sommige verstorende handelingen zijn per definitie tijdelijk, de hierdoor optredende verstoring is dus hooguit tijdelijk en kortdurend. Niet elke (tijdelijke) verstoring is een verstoring in de zin van de wet. Uit jurisprudentie (zie bronnen) kan worden afgeleid dat een (tijdelijke) verstoring, waarbij dieren zich (tijdelijk) aan een veranderde leefomgeving moeten aanpassen, niet leidt tot een opzettelijke verstoring in het kader van de Wet natuurbescherming. Wanneer verstoring leidt tot vernietiging Wanneer een verstoring van dusdanig duur of intentie is kan het voorkomen dat dieren hun nest of verblijfplaats permanent verlaten. In deze gevallen is er juridisch sprake van het vernietigen van een nest of verblijfplaats en worden verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden.
Actieve soortbescherming Naast de passieve soortbescherming zijn provincies wettelijk verplicht om soorten te beschermen middels de Natuurvisie (artikel 1.7) en de actieve
soortbescherming (artikel 1.12). In het kader van deze actieve bescherming kunnen de provincies de lijst met beschermde soorten uitbreiden en/of gebieden aanwijzen waarvoor een extra inspanning nodig is om de staat van instandhouding van populaties te behouden of te herstellen. Vogellijst Alle inheemse vogelsoorten zijn beschermd in het kader van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1). De nesten van vogels zijn beschermd als ze door de vogels in gebruik zijn, zowel in als buiten de gangbare broedperiode (15 maart tot 15 juli). De meeste vogels maken elk jaar een nieuw nest of zijn in staat een nieuw nest te maken. Slechts een beperkt aantal soorten bewoont het nest permanent of keert elk jaar terug naar hetzelfde nest. De nesten van deze vogelsoorten zijn jaarrond beschermd waardoor de verbodsbepalingen van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming het gehele jaar van toepassing zijn (zie Kader 4, Jaarrond beschermde vogelnesten en Tabel 1). De wetgever verstaat onder verblijfplaatsen van vogels ook nesten en holtes waar de vogels ook buiten de broedtijd regelmatig verblijven.
Beschermde houtopstanden De bescherming van houtopstanden is geregeld in hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming (voorheen Boswet). Het is verboden houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, zonder voorafgaande melding bij de provincie. Een houtopstand is hierbij gedefinieerd als een eenheid van bomen of struiken met een oppervlakte van ten minste 1.000 vierkante meter of een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat. De wet schrijft verder voor dat wanneer een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, de grond binnen drie jaar moet worden herbeplant. Bovenstaande bescherming geldt niet voor alle houtopstanden. De regels zijn niet van toepassing op houtopstanden op erven of in tuinen, op fruitbomen, op windschermen om boomgaarden, op naaldbomen bedoeld om te dienen als kerstbomen, op kweekgoed, op bepaalde beplantingen van wilgen of populieren, op bepaalde beplantingen bedoeld voor de productie van houtige biomassa en op houtopstanden binnen de, bij besluit van de gemeenteraad, vastgelegde grenzen van de bebouwde kom. Ook voor het dunnen van een houtopstand gelden de regels niet.
Ecologisch Adviesbureau Viridis | Quickscan Soortbescherming Waterfront fase II Kop Stadswerven.
20
De provincie kan regels stellen ten aanzien van de meldingsplicht en de plicht tot herbeplanting. Alle provincies hebben verordeningen vastgesteld waarin is geregeld hoe een kapmelding moet worden ingediend, waaraan herbeplanting moet voldoen en wanneer ontheffing van de herbeplantingsplicht kan worden verleend. Sommige provincies hebben ook beleidsregels vastgesteld waarin bijvoorbeeld is aangegeven wanneer een kapverbod wordt opgelegd. De Wet natuurbescherming beschermt geen houtopstanden binnen de bebouwde kom. Waar de grens van de “bebouwde kom Wet natuurbescherming” ligt, wordt bepaald door de gemeenteraad. Dit valt vaak min of meer gelijk met de ‘bebouwde kom Verkeerswet’, maar kan afwijken. Binnen de bebouwde kom geldt meestal een kapverbod op grond van de algemene plaatselijke verordening (APV) of een gemeentelijke bomenverordening. Daarnaast kunnen gemeenten ook regels stellen voor bomen buiten de bebouwde kom, bijvoorbeeld in een bestemmingsplan
Ontheffing, vergunning of vrijstelling Het is mogelijk om voor de in de Wet natuurbescherming vermelde verboden een ontheffing of vergunning aan te vragen. Er kan alleen een ontheffing verleend worden als er aan drie criteria is voldaan: • Er is geen alternatieve bevredigende oplossing mogelijk; • Er moet sprake zijn van een wettelijk belang behorend bij het artikel dat overtreden wordt; • Er mag geen afbreuk aan de staat van instandhouding van de populatie plaatsvinden.
Vrijstelling Het is niet altijd nodig om een ontheffing aan te vragen wanneer er gevolgen voor beschermde planten- en diersoorten optreden. Er zijn verschillende soorten vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Er hoeft geen ontheffing aangevraagd te worden indien strikt en aantoonbaar gewerkt wordt volgens een door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit goedgekeurde gedragscode. De zorgplicht blijft ook bij het werken via een gedragscode onverminderd van kracht. Naast de gedragscode is ook een vrijstelling in de vorm van een ministeriële regeling te krijgen (artikel 3.11). Deze ministeriële regelingen zijn opgesteld door Gedeputeerde Staten als vrijstellingslijsten. Zie Tabel 2 voor een overzicht voor de vrijgestelde soorten per provincie.
Natuurnetwerk Nederland (NNN) Naast de Wet natuurbescherming bestaat in Nederland het Natuur Netwerk Nederland, waarvoor de provincies beleid maken (NNN). Het NNN is ruimtelijk in de Provinciale Structuurvisie vastgelegd. Het vormt een robuust netwerk van natuurgebieden en tussenliggende verbindingszones. Dit netwerk bestaat uit bestaande natuurgebieden, nieuw aan te leggen natuur en verbindingszones tussen deze gebieden. Ook de beheersgebieden voor agrarisch natuurbeheer behoren tot het NNN. De planologische verankering van het NNN vindt plaats in (gemeentelijke) bestemmingsplannen. Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen geheel of gedeeltelijk binnen de begrenzing van het NNN plaatsvinden en een bestemmingsplan wijziging moet worden doorgevoerd en/of negatieve effecten op de wezenlijke waarden en kenmerken van het netwerk optreden dient altijd een ‘Nee, tenzij’-toets te worden uitgevoerd. Hierin wordt beoordeeld of er als gevolg van de voorgenomen maatregelen significante effecten op de wezenlijke waarden en kenmerken van het netwerk optreden.
Ecologisch Adviesbureau Viridis | Quickscan Soortbescherming Waterfront fase II Kop Stadswerven.
21
Kader 4 | Jaarrond beschermde vogelnesten
De meeste vogels gebruiken hun nest slechts eenmalig voor de voortplanting. Elk jaar bouwen de dieren een nieuw nest op meestal een andere locatie. Nesten van deze vogels zijn slechts gedurende het broedseizoen beschermd. Er zijn echter ook vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn en waarop de verbodsbepalingen van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming het gehele jaar van toepassing zijn. Er worden 5 categorieën onderscheiden (zie Tabel A voor de soorten per provincie): 1. Vogels waarvan de nesten ook buiten het broedseizoen als rust- en voortplantingsplaats gebruikt worden (voorbeeld: steenuil). 2. Koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: gierzwaluw en huismus). 3. Vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar en kerkuil). 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. (voorbeeld: ransuil). 5.
Vogels die weliswaar terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of in de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. De nesten van deze soorten zijn buiten het broedseizoen niet beschermd, tenzij zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen.
Ecologisch Adviesbureau Viridis | Quickscan Soortbescherming Waterfront fase II Kop Stadswerven.
22
LNV
ZH
Ecologisch Adviesbureau Viridis | Quickscan Soortbescherming Waterfront fase II Kop Stadswerven.
ZL
UT
OV
NH
NB
LI
GR
GE
FR
FL
DR
Tabel A1 | Overzicht beschermingsstatus van nesten van Nederlandse broedvogels. * zijn kolonie broedende vogels. Afwijkingen t.o.v. landelijk beleid weergegeven per provincie. In Limburg zijn 4 categorieën ingedeeld. Nederlandse naam WetenschappeAanwezig in Provincie lijke naam bebouwde omgeving Bijeneter* Merops apiaster nee 4 Blauwe reiger* Ardea cinerea ja 5b 4 Boerenzwaluw* Hirundo rustica ja 3 2 3 Bonte vliegenvanger Ficedula hypoleuca ja 0 0 Boomklever Sitta europaea ja 0 0 Boomkruiper Certhia brachydactyla ja 0 0 Boomleeuwerik Lullula arborea nee Boomvalk Falco subbuteo nee 5a 3 Bosuil Strix aluco nee 4 2 3 Brilduiker Bucephala clangula nee 0 0 0 Buizerd Buteo buteo nee 5a 4 Draaihals Jynx torquilla nee 5b 4 Eider Somateria mollissima nee 0 0 0 Ekster Pica pica ja 0 0 0 Gekraagde roodstaart Phoenicurus phoenicurus ja 0 0 Gierzwaluw* Apus apus ja 4 Glanskop Parus palustris ja 0 0 Graspieper Anthus pratensis nee Grauwe klauwier Lanius collurio nee 4 Grauwe vliegenvanger Muscicapa striata ja 0 0 Groene specht Picus viridis nee 5b 0 Grote bonte specht Dendrocopos major nee 5b 0 Grote gele kwikstaart Motacilla cinerea nee 4 2 Grutto Limosa limosa nee 4 5 Havik Accipiter gentilis nee 5a 3 Hop Upupa epops nee 0 0 0 Huismus* Passer domesticus ja 4 Huiszwaluw Delichon urbicum ja 5b 2 2 IJsvogel Alcedo atthis nee 5b 4 Kerkuil Tyto alba ja 1 4 1 Kleine bonte specht Dendrocopos
minor nee 5b 0 Kleine vliegenvanger Ficedula parva nee 0 0 0 Kneu Linaria cannabina nee Koekoek Cuculus canorus nee Koolmees Parus major ja 0 0 0 Kortsnavelboomkruiper Certhia f. macrodactyla ja 0 0 Kramsvogel Turdus pilaris nee 4 Kwartelkoning Crex crex nee 4 Matkop Poecile montanus nee Middelste bonte specht Dendrocopos medius nee 5b 5 Nachtegaal Luscinia megarhynchos nee Nachtzwaluw Caprimulgus europaeus nee Oehoe Bubo bubo nee 5a 4 1 Oeverloper Actitis hypoleucos nee Oeverzwaluw* Riparia riparia ja 5b 4 Ooievaar Ciconia ciconia ja 5a 4 2 Paapje Saxicola rubetra nee 4 Patrijs Perdix perdix nee Pijlstaart Anas acuta nee Pimpelmees Parus caeruleus Ja 0 0 0 Porseleinhoen Porzana porzana nee Raaf Corvus corax nee 5a 3 4 Ransuil Asio otus nee 3 Ringmus Passer montanus ja 4 5 Roek* Corvus frugilegus ja 4 1
0 5 5 5 5 5 0 4 5 5 4 5 5 5 5 2 5 0 0 5 5 5 3 0 4 5 2 5 5 3 5 5 0 0 5 5 0 0 0 0 0 0 3 0 5 3 0 0 0 5 0 5 4 0 2
23
0 0 5 0 3 0 0 4 0 5 1 5 5 0 0 0 0 0 4 0 0 0 5 0 5 5 5 5 0
0
2
4 4 0 1 0 3
4 5 5
4 5a
5a 0 0 0 55b 5a
3
4 0 4 0 0 0 4 3
5 4 5 0
3 4
Ecologisch Adviesbureau Viridis | Quickscan Soortbescherming Waterfront fase II Kop Stadswerven.
LNV
ZH
ZL
4
UT
5b
OV
5a
NH
4
NB
3 4 0
0
5b 3
LI
5a
GR
nee nee nee ja ja nee nee nee nee ja ja nee ja nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee ja ja ja ja nee nee
GE
Milvus milvus Botaurus stellaris Aegolius funereus Haematopus ostralegus Falco peregrinus Spatula clypeata Locustella luscinioides Accipiter nisus Hippolais icterina Sturnus vulgaris Athene vidalii Oenanthe oenanthe Falco tinnunculus Tringa totanus Alauda arvensis Asio flammeus Sterna hirundo Gallinago gallinago Pernis apivorus Oriolus oriolus Anas crecca Numenius arquata Haliaeetus albicilla Streptopelia turtur Corvus corone Periparus ater Phoenicurus ochruros Dryocopus martius Milvus migrans
FR
Rode wouw Roerdomp Ruigpootuil Scholekster Slechtvalk Slobeend Snor Sperwer Spotvogel Spreeuw Steenuil Tapuit Torenvalk Tureluur Veldleeuwerik Velduil Visdief Watersnip Wespendief Wielewaal Wintertaling Wulp Zeearend Zomertortel Zwarte kraai Zwarte mees Zwarte roodstaart Zwarte specht Zwarte wouw
FL
DR
Tabel A2 | Overzicht beschermingsstatus van nesten van Nederlandse broedvogels. * zijn kolonie broedende vogels. Afwijkingen t.o.v. landelijk beleid weergegeven per provincie. In Limburg zijn 4 categorieën ingedeeld. Nederlandse naam Wetenschappelijke Aanwezig in Provincie naam bebouwde omgeving
24
Bijlage B. Overzicht algemene vrijstellingen Tabel B | Overzicht vrijgestelde soorten per provincie, V = vrijgesteld. Soortgroep
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Drenthe
Flevoland
Friesland
Gelderland
Groningen
Limburg
N-Brabant
N-Holland
Overijssel
Utrecht
Zeeland
Z-Holland
LNV
Provincie
Zoogdieren
Aardmuis
Microtus agrestis
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
Zoogdieren
Bosmuis
Apodemus sylvaticus
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
Zoogdieren
Bunzing
Mustela putorius
V
V
V
V
V
V
V
Zoogdieren
Dwergmuis
Micromys minutus
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
Zoogdieren
Dwergspitsmuis
Sorex minutus
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
Zoogdieren
Egel
Erinaceus europaeus
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
Zoogdieren
Eekhoorn
Sciurus vulgaris
Zoogdieren
Gewone bosspitsmuis
Sorex areneus
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
Zoogdieren
Haas
Lepus europeus
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
Zoogdieren
Hermelijn
Mustela erminea
V
V
V
V
V
Zoogdieren
Huisspitsmuis
Crocidura russula
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
Zoogdieren
Konijn
Oryctolagus cuniculus
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
Zoogdieren
Ondergrondse woelmuis
Pitymys subterraneus
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
Zoogdieren
Ree
Capreolus capreolus
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
Zoogdieren
Rosse woelmuis
Clethrionomys glareolus
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
Zoogdieren
Steenmarter
Martes foina
Zoogdieren
Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
Zoogdieren
Veldmuis
Microtus arvalis
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
Zoogdieren
Vos
Vulpes vulpes
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
Zoogdieren
Wezel
Mustela nivalis
V
V
V
V
V
Zoogdieren
Wild zwijn
Sus scrofa
Zoogdieren
Woelrat
Arvicola terrestris
Reptielen
Hazelworm
Anguis fragilis
V3
Reptielen
Levendbarende hagedis
Zootoca vivipara
V4
Amfibieën
Bruine kikker
Rana temporaria
V
V
V
V
V
Amfibieën
Gewone pad
Bufo bufo
V
V
V
V
Amfibieën
Kleine watersalamander
Lissotriton vulgaris
V
V
V
Amfibieën
Meerkikker
Pelophylax ridibundus
V
V
Amfibieën
Bastaardkikker
Pelophylax kl. esculentus
V
V
V
V1
V
V
V
V2
V
V
V
V V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
1 alleen vrijgesteld in de periode tussen maart t/m april en juli t/m november 2 alleen vrijgesteld in de periode tussen 15 augustus t/m februari 3 alleen vrijgesteld in de periodes juli, augustus en september 4 alleen vrijgesteld in de periode tussen 15 augustus t/m 15 oktober
Ecologisch Adviesbureau Viridis | Quickscan Soortbescherming Waterfront fase II Kop Stadswerven.
25
Bijlage C. Nederlandse vleermuissoorten Tabel C | Overzicht van type verblijfplaatsen van vleermuissoorten in Nederland. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen zomer, kraam-, paar- en winterverblijfplaatsen. Daarnaast is onderscheid gemaakt tussen gebouw- en/of boombewonende soorten. Het aantal X geeft aan hoe waarschijnlijk het type verblijfplaats is voor de soort, waarbij er vier keer een X verdeeld wordt over iedere functie (Dietz et al. 2011, Bat Habitat key 2018, Limpens 2012, Limpens & Regelink 2017). Een (X) betreffen uitzonderingen, Een * betekent paart en overwintert in typische (ondergrondse) winterverblijven zoals groeves, bunkers, kelders, etc.
Zomerverblijf
Kraamverblijf
Paarverblijf
Soort
Gebouw
Boom
Gebouw
Boom
Gebouw
Baardvleermuis Brandts vleermuis Watervleermuis Franjestaart Ingekorven vleermuis Meervleermuis Vale vleermuis Bechsteins vleermuis Gewone grootoorvleermuis Grijze grootoorvleermuis Gewone dwergvleermuis Kleine dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Laatvlieger Tweekleurige vleermuis Rosse vleermuis Bosvleermuis Mopsvleermuis
XX XXX (X) X XXXX XXXX XXX XX XX XXXX XXX XXX XX XXXX XXXX (X)
XX X XXXX XXX
XX XXX (X) X XXXX XXXX XXXX
XX X XXXX XXX
XXXX* XXXX* XXXX* XXXX* XXXX* XX* XX XX* XXXX* XXXX* XXXX* XXX XXX XX XXXX XXXX (X) (X) XXX*
XX
X XX XX X X XX (X) XXXX XXXX XX
XX XXXX XXX XXX (X) XXXX XXXX (X) XX
(X) XXXX XX X X XXXX (X) XXXX XXXX XX
Boom
XX
X X XX (X) XXXX XXXX X
Winterverblijf Gebouw
XXXX* XXXX* XXXX* XXXX* XXXX* XXXX* XXXX* XXXX* XXXX* XXXX* XXX XXX XX XXXX XXXX (X) (X) XXX*
Ecologisch Adviesbureau Viridis | Quickscan Soortbescherming Waterfront fase II Kop Stadswerven.
Boom
X X XX (X) XXXX XXXX X
26
Bijlage D. Ecologisch deskundige
Alle mitigerende maatregelen moeten worden begeleid en/of uitgevoerd door een ecologisch deskundige op het gebied van vleermuizen, jaarrond beschermde nestplaatsen en broedvogels. Voorafgaande aan de uitvoering van de gewenste werkzaamheden, dient te alle tijden de aannemer/uitvoerder de werkzaamheden af te stemmen met een ecologisch deskundige. Het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit verstaat onder een ecologisch deskundige iemand die ecologisch advies geeft of werkzaamheden begeleidt op het gebied van habitats en soorten. Deze persoon heeft schriftelijk aantoonbare ervaring en specifieke ecologische kennis. De ervaring en kennis dienen te zijn opgedaan doordat de deskundige: • op HBO-, dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; en/of; • op MBO niveau een opleiding heeft afgerond met als zwaartepunt de Flora- en faunawet, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; en/of; • als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals een bureau welke is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; en/of; • zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties. Alle medewerkers van Bureau Viridis voldoen aan de eisen van het ministerie en zijn ecologisch deskundig.
Ecologisch Adviesbureau Viridis | Quickscan Soortbescherming Waterfront fase II Kop Stadswerven.
27
bestemmingsplan Waterfront-Zuid Kop Stadswerven
Bijlage 3 Notitie scenario's parkeerbehoefte
88
Opdrachtgever
Gemeente Harderwijk
Datum
15 december 2021
Onderwerp
Parkeerbehoefte Kop van de Stadswerven Harderwijk
Kenmerk
006155.20210310.N1.07
Pagina
1/12
1.
Inleiding
De gemeente Harderwijk werkt aan de realisatie van het project Waterfront. Onderdeel van de realisatie is een parkeergarage aan de ‘Kop van de Stadswerven’. Naar aanleiding van een aantal aanpassingen in het functieprogramma van het project Waterfront heeft de gemeente Goudappel BV gevraagd de parkeerbalans te herijken en enkele scenario’s uit te werken. In de berekeningen is uitgegaan van het meest recente functieprogramma d.d. 21 september 2021, aangeleverd door de gemeente Harderwijk. Voorliggende notitie beschrijft voor u de gehanteerde uitgangspunten en de resultaten uit de parkeerbalans.
2.
Gemeentelijk parkeerbeleid
2.1
Aanpak
Het benodigde parkeeraanbod van het project Waterfront is bepaald aan de hand van het parkeerbeleid van de gemeente Harderwijk1. Het benodigde parkeeraanbod is berekend door de omvang van elke functie te vermenigvuldigen met de bijbehorende parkeernorm (het aantal benodigde parkeerplaatsen per functie-eenheid). Niet elke functie kent op alle momenten van de week een even grote parkeerbehoefte. Het maatgevende moment voor bezoekers van woningen ligt bijvoorbeeld op de werkdag- en zaterdagavond, terwijl dit voor het Dolfinarium de middagen (werkdag en weekend) zijn. Door toepassing van de aanwezigheidspercentages wordt rekening gehouden met dit effect. Dit kan alleen onder voorwaarde dat de parkeerplaatsen door verschillende parkeerders gebruikt kunnen worden (dubbelgebruik). Mochten parkeerplaatsen enkel bestemd zijn voor bewoners, dan zijn deze parkeerplaatsen niet geschikt voor dubbelgebruik.
1
Parkeernormennota Harderwijk 2013 & Appendix: parkeernormen kleine wooneenheden; behorende bij de parkeernormennota Harderwijk (2013).
Goudappel werkt vanuit Amsterdam, Den Haag, Deventer, Eindhoven en Leeuwarden Snipperlingsdijk 4
Postbus 161
+31(0) 570 666 222
BTW NL 0072 11 879 B01
7417 BJ Deventer
7400 AD Deventer
info@goudappel.nl
KVK
Nederland
Nederland
www.goudappel.nl
IBAN NL09 INGB 0001 2746 32
3801 7479
2.2
Uitgangspunten
Functieprogramma Het project Waterfront bestaat in totaal uit 160 woningen en 390 m2 commerciële ruimte verdeeld over een drietal deelgebieden: het Park gebouw, het Grote blok en het Kleine blok. Het functieprogramma van de drie verschillende deelgebieden is weergegeven in tabel 2.1. locatie Park gebouw
Grote blok
functie appartementen
omvang
aantal
2
160 m gbo
totaal aantal woningen appartementen
69 m2 gbo
16
appartementen
2
100 m gbo
22
appartementen
120 m2 gbo
26
grondgebonden woning
175 m2 gbo
totaal aantal woningen
Kleine blok
15 15
20 84
commerciële ruimte
225 m2 gbo
appartementen
69 m2 gbo
appartementen
85 m2 gbo
6
appartementen
110 m2 gbo
11
maisonnette
150 m2 gbo
2
grondgebonden woning
155 m2 gbo
15
grondgebonden woning
190 m2 gbo
totaal aantal woningen commerciële ruimte
18
9 61
165 m2 gbo
Tabel 2.1: Functieprogramma Waterfront Harderwijk
Voor het berekenen van de totale parkeervraag in het ontwikkelingsgebied dient rekening te worden gehouden met 400 parkeerplaatsen bestemd voor bezoekers van het Dolfinarium en 100 parkeerplaatsen voor medewerkers van het Stadhuis. Parkeeraanbod Met betrekking tot het parkeeraanbod (de locatie waar parkeerders dienen te parkeren) gelden de volgende uitgangspunten: •
Binnen het bouwblok van het Park gebouw worden 15 parkeerplaatsen ten behoeve van de bewoners van de woningen in het Park gebouw opgelost (1 parkeerplaats per woning).
•
De overige parkeervraag ten behoeve van de bewoners van de woningen in het Park gebouw wordt opgelost in het bewonersdeel van parkeergarage ‘Kop van de Stadswerven’.
•
Alle bewoners parkeervraag ten behoeve van de woningen in het Grote blok wordt opgelost in het bewonersdeel van de parkeergarage ‘Kop van de Stadswerven’.
2
•
Alle bewoners parkeervraag ten behoeve van de woningen in het Kleine blok wordt opgelost binnen het bouwblok van het Kleine blok.
•
Alle parkeervraag ten behoeve van bezoekers van de woningen (van zowel het Park gebouw, het Grote blok als het Kleine blok) wordt opgelost in het openbare deel van de parkeergarage ‘Kop van de Stadswerven’.
•
Alle parkeervraag ten behoeve van de commerciële functies, het Dolfinarium (400 plekken) en medewerkers van het Stadhuis (100 plekken) wordt opgelost in het openbare deel van de parkeergarage ‘Kop van de Stadswerven’.
•
De parkeercapaciteit conform het schetsontwerp2 bedraagt in de variant met 9 split level parkeerlagen, voor het openbare deel maximaal 630 parkeerplekken plus 84 parkeerplekken in een afgesloten laag specifiek voor bewoners (totaal 714 parkeerplekken). Zie figuur 2.1.
•
Indien wordt uitgegaan van de variant met 8 (split level) parkeerlagen dan is de parkeercapaciteit in het openbare deel 547 plus 84 parkeerplekken in een afgesloten laag voor bewoners (totaal 631 parkeerplekken). Zie figuur 2.1.
•
Parkeervraag voor bewoners met een vaste parkeerplek dat niet in het afgesloten gedeelte op de onderste parkeerlaag kan worden opgelost kan in het openbare deel worden opgelost door vaste parkeerplekken voor bewoners toe te wijzen.
Figuur 2.1 Parkeercapaciteit per parkeerlaag (dwarsdoorsnede) conform schetsontwerp variant ‘uitbreiding parkeerlagen in oostelijke punt’ met kenmerk ‘006155.20210921.01.02.01’
Parkeernormen De gemeente Harderwijk heeft haar parkeernormen vastgelegd in de Parkeernormennota Harderwijk (d.d. maart 2013). Ter aanvulling op de Parkeernormennota is in 2016 een appendix opgesteld over hoe om te gaan met kleine wooneenheden3. In de gemeentelijke parkeernormen wordt onderscheid gemaakt naar ligging in een centrum-, woon-, industrie-, of buitengebied. Waterfront betreft een woongebied. Vanwege de ligging van Waterfront 2
Opgesteld door Goudappel d.d. 21-09-2021, van de variant uitbreiding parkeerlagen in oostelijke punt’ met kenmerk ‘006155.20210921.01.02.01’ 3 Ontwikkeling kleinere wooneenheden; Visie op parkeren, d.d. 20 juli 2016.
3
dichtbij het centrum van Harderwijk is de parkeervraag berekend aan de hand van de minimale parkeernormen. In tabel 2.2 zijn de gemeentelijke parkeernormen gepresenteerd. De gemeentelijke parkeernormen voor woningen zijn inclusief het bezoekersaandeel van 0,3 parkeerplaats per woning. bewoners
aandeel
norm
gedeelte
bezoek
eenheid
appartement 50-70 m² gbo
1,2
0,9
0,3
per woning
appartementen
appartementen fase 2 Waterfront
1,5
1,2
0,3
per woning
maisonnette
appartementen fase 2 Waterfront
1.5
1.2
0.3
per woning
woning
grondgebonden woning
1,8
1,5
0,3
per woning
commercieel
kantoor met baliefunctie
2,3
-
50%
per 100 m2 bvo
functie
functie gemeentelijke parkeernorm
appartementen
Tabel 2.2: Gemeentelijke parkeernormen (bron: Parkeernormennota Harderwijk 2013)
In de Parkeernormennota is voor appartementen die behoren tot fase 2 van het Waterfront een gebiedsspecifieke parkeernorm van 1,5 parkeerplaats per appartement vastgesteld (B&W-besluit van 12 maart 2013 GREX Waterfront, 1 januari 2013). Aangezien de ontwikkeling deel uitmaakt van fase 2 van het Waterfront, is het mogelijk voor de appartementen groter dan 70 m2 een norm van 1,5 parkeerplaats per woning te hanteren. Aanwezigheidspercentages Zoals in de aanpak beschreven, kent niet elke functie op alle momenten van de week een even grote parkeervraag. Met behulp van aanwezigheidspercentages wordt hiermee rekening gehouden. In het gemeentelijke parkeerbeleid zijn geen aanwezigheidspercentages opgenomen, daarom is hiervoor aangesloten bij de percentages opgenomen in de CROWpublicatie 381 (Toekomstbestendig parkeren; december 2018). In tabel 2.3 staan de gehanteerde aanwezigheidspercentages gepresenteerd.
programma bewoners (vaste parkeerplaats) bewoners (geen vaste parkeerplaats)
*
werkdag-
werkdag-
werkdag-
koop-
werkdag-
zaterdag-
zaterdag-
zondag-
ochtend
middag
avond
avond
nacht
middag
avond
middag
100%
100%
100%
100%
100%
100%
100%
100%
50%
50%
90%
80%
100%
60%
80%
70% 70%
bezoek aan woningen
10%
20%
80%
70%
0%
60%
100%
commercieel
100%
100%
5%
75%
0%
100%
0%
0%
bezoek Dolfinarium*
40%
100%
20%
20%
0%
100%
20%
100%
medewerkers Stadhuis
100%
100%
5%
5%
0%
0%
0%
0%
Het aanwezigheidspercentage van het Dolfinarium is overgenomen uit de voorgaande parkeerbalans, opgesteld door de gemeente Harderwijk (bron: 150221_parkeerbehoefte Kop stadswerven nieuw).
4
Tabel 2.3: Gehanteerde aanwezigheidspercentages Aangezien in de basis voor het bewoners parkeren een vaste parkeerplaats geldt (op eigen terrein of in een afgesloten deel van de te realiseren parkeergarage), is het niet mogelijk deze parkeerplaatsen dubbel te gebruiken. Op ieder maatgevend moment in de week wordt voor bewoners hierdoor een aanwezigheidspercentage van 100% gehanteerd.
2.3
Scenario’s
De gemeente Harderwijk heeft gevraagd om scenario’s uit te werken om zo inzichtelijk te maken wat het effect hiervan is op de totale parkeervraag in het ontwikkelgebied. Deze scenario’s staan hieronder beschreven en staan in hoofdstuk 3 nader uitgewerkt. Scenario A ‘Afwijkende gewenste parkeervraag bewoners’ In dit scenario wordt met een afwijkende, door het consortium gewenste, parkeervraag4 voor het bewonersdeel van de woningen gerekend dan wat conform parkeerbeleid van Harderwijk zou moeten worden gerealiseerd. In tabel 2.4 staat de door het consortium gewenste parkeerbehoefte (eigendom kopers parkeerplaats) per bouwblok weergegeven. gewenste aantal
op te lossen in
parkeerplaatsen
bewonersdeel ‘Kop van
op te lossen binnen
(eigendom kopers)
de Stadswerven’
bouwblok
Park gebouw
30
15
15
Grote blok
117
117
n.v.t.
Kleine blok
82
n.v.t.
82
Totaal
229
132
97
locatie
Tabel 2.4 Gewenste aantal parkeerplaatsen door consortium
Scenario B ‘Faciliteren parkeervraag huidige vergunninghouders P2’ In de huidige situatie is op de locatie van het te ontwikkelen gebied parkeerterrein P2 gesitueerd. Op dit terrein parkeren vergunninghouders. Uitgangspunt van dit scenario is dat een deel van de huidige vergunninghouders worden gefaciliteerd in het openbare deel van de te realiseren parkeergarage ‘Kop van de Stadswerven’. Uitgangspunt is 22 vergunningen voor bewoners en 50 vergunningen voor werkers in Harderwijk5. Het betreffen geen vaste parkeerplekken waardoor dubbelgebruik kan worden toegepast. Qua aanwezigheidspercentages wordt aangesloten op de percentages in tabel 2.3.
4 5
Conform ‘Parkeerbalans Kop Stadswerven 20210921 Consortium.xlsx’ Opgave gemeente Harderwijk.
5
Scenario C ‘Deel bewoners in parkeergarage geen vaste plek’ In dit scenario wordt ervan uitgegaan dat het deel van de bewoners dat in parkeergarage ‘Kop van de Stadswerven’ zal parkeren dat niet in het afgesloten bewonersdeel kan parkeren geen vaste parkeerplek, maar een zwerfplek krijgt toebedeeld. Indien een deel van de bewoners in het openbare gedeelte parkeert kan meer dubbelgebruik worden toegepast omdat het aanwezigheidspercentage van bewoners op het maatgevende moment (de werkdagmiddag) conform CROW kencijfers 50% lager is dan de 100% waar nu vanuit wordt gegaan. Er zijn dan per saldo minder parkeerplaatsen benodigd in de parkeergarage. In het voorlopig ontwerp van het parkeergebouw d.d. 21 september 2021 biedt het afgesloten deel voor bewoners plaats voor circa 84 parkeerplaatsen. In dit scenario zal het overige deel van de bewoners geen vaste plek, maar een zwerfplek toegewezen krijgen in het openbare deel van de garage. Scenario D ‘Combinatie van scenario A, B en C’ In dit scenario wordt gerekend met de aantallen als beschreven in de uitgangspunten van zowel scenario A, scenario B als scenario C tezamen zodat de totale parkeerbehoefte voor de gebiedsontwikkeling in kaart wordt gebracht.
3.
Parkeerbalans
3.1
Conform gemeentelijk parkeerbeleid
Aan de hand van het functieprogramma, de te hanteren parkeernormen en de aanwezigheidspercentages is de parkeerbalans voor het project Waterfront uitgewerkt. Hierin is onderscheidt gemaakt tussen het bewoners- en het bezoekersparkeren. Bewoners De parkeervraag van de bewoners (exclusief bezoekersdeel) per woningblok is weergegeven in tabel 3.1. Hierbij is onderscheid gemaakt in het deel dat conform de uitgangspunten opgelost dient te worden in het bewonersdeel van parkeergarage ‘Kop van de Stadswerven’ en het deel dat binnen het eigen plot van het betreffende bouwblok wordt opgelost.
locatie
ongewogen
op te lossen in bewonersdeel
op te lossen binnen
parkeervraag
‘Kop van de Stadswerven’
eigen bouwblok
Park gebouw
18
3
15
Grote blok
102
102
n.v.t.
Kleine blok
75
n.v.t.
75
Totaal
195
105
90
Tabel 3.1: Parkeervraag bewonersdeel per bouwblok
6
Openbare parkeerplaatsen (bezoek) In tabel 3.2 is de parkeervraag voor het bezoekersparkeren weergegeven voor de verschillende momenten in de week, rekening houdend met de aanwezigheidspercentages. Conform afspraken zijn voor bezoekers van het Dolfinarium 400 parkeerplaatsen beschikbaar. Hierbij is rekening gehouden met een 100% bezetting van de 400 parkeerplaatsen gedurende de middagen (werkdag, zaterdag en zondag). Tevens is rekening gehouden met het beschikbaar stellen van 100 parkeerplaatsen voor medewerkers van het Stadhuis van de gemeente Harderwijk gedurende kantoortijden.
ongewogen 48
werkdagochtend 4,8
werkdagmiddag 9,6
werkdag avond 38,4
koopavond 33,6
nacht 0,0
zaterdagmiddag 28,8
zaterdagavond 48,0
zondagmiddag 33,6
9
9,0
9,0
0,4
6,7
0,0
9,0
0,0
0,0
bezoek Dolfinarium
400
160
400
80
80
0
400
80
400
medewerkers Stadhuis
100
100
100
5
5
0
0
0
0
totaal bezoek
557
274
519
124
125
0
438
128
434
functie bezoek woningen commercieel
Tabel 3.2: Parkeerbalans voor het openbare deel van de parkeergarage (bezoekersparkeren)
Het maatgevende moment voor het bezoekersparkeren is de werkdagmiddag, met een totale parkeervraag van 519 parkeerplaatsen. De parkeervraag van zowel het Dolfinarium als medewerkers van het Stadshuis is dan maximaal. Op dit maatgevende moment beschikken de bezoekers van de woningen over een parkeervraag van 10 parkeerplaatsen en de commerciële functies over een parkeervraag van 9 parkeerplaatsen. Op zaterdagmiddag, het een na drukste moment, bedraagt de parkeervraag 438 plaatsen. De totale parkeervraag die in parkeergarage ‘Kop van de Stadswerven’ opgelost dient te worden bedraagt 624 parkeerplaatsen: 105 vaste parkeerplaatsen voor bewoners en 519 openbare parkeerplaatsen geschikt voor dubbelgebruik.
3.2
Scenario A ‘Hogere gewenste parkeervraag consortium’
Aan de hand van het functieprogramma en de hogere gewenste parkeervraag is de parkeerbalans uitgewerkt voor het bewoners deel. De in dit scenario gewijzigde parkeervraag van de bewoners (exclusief bezoekersdeel) per bouwblok is weergegeven in tabel 3.3. Hierbij is onderscheid gemaakt in het deel dat conform de uitgangspunten opgelost dient te worden in het bewonersdeel van parkeergarage ‘Kop van de Stadswerven’ en het deel dat binnen het eigen plot van het betreffende bouwblok wordt opgelost.
7
locatie
op te lossen in bewonersdeel
op te lossen
‘Kop van de Stadswerven’
binnen eigen bouwblok
ongewogen parkeervraag beleid
wens
verschil
beleid
wens
verschil
beleid
wens
verschil -
Park gebouw
18
30
+12
3
15
+12
15
15
Grote blok
102
117
+15
102
117
+15
n.v.t.
n.v.t.
-
Kleine blok
75
82
+7
n.v.t.
n.v.t.
-
75
82
+7
Totaal
195
229
+34
105
132
+27
90
97
+7
Tabel 3.3: Verschil parkeervraag bewonersdeel per bouwblok tussen beleid en scenario A
In scenario A bedraagt de totale parkeervraag voor het bewonersdeel conform wens van het consortium 34 parkeerplekken meer dan conform gemeentelijk beleid vastgesteld is. De parkeervraag die op te lossen dient te worden in het bewonersdeel van parkeergarage ‘Kop van de Stadswerven’ bedraagt 132, dit zijn 27 plekken meer dan conform parkeerbeleid is vastgesteld. De totale parkeervraag in parkeergarage ‘Kop van de Stadswerven bedraagt dan (132+519=) 651 parkeerplaatsen. Tevens dienen 7 extra parkeerplaatsen binnen het eigen bouwblok in het Kleine blok te worden gerealiseerd.
3.3
Scenario B ‘Faciliteren parkeervraag huidige vergunninghouders P2’
In tabel 3.4 is de parkeervraag voor het bezoekersparkeren weergegeven voor de verschillende momenten in de week, rekening houdend met de aanwezigheidspercentages en de aanvullende parkeervraag van de huidige vergunninghouders op terrein P2.
functie bezoek woningen
ongewogen 48
werkdagochtend 4,8
werkdagmiddag 9,6
werkdag avond 38,4
koopavond 33,6
nacht 0,0
zaterdagmiddag 28,8
zaterdagavond 48,0
zondagmiddag 33,6
9
9,0
9,0
0,4
6,7
0,0
9,0
0,0
0,0
bezoek Dolfinarium
400
160
400
80
80
0
400
80
400
medewerkers Stadhuis
100
100
100
5
5
0
0
0
0
vergunning bewoners
22
11
11
19,8
17,6
22
13,2
17,6
15,4
vergunning werkers
50
50
50
2.5
2.5
0
0
0
0
629
335
580
146
145
22
451
146
449
557
274
519
124
125
0
438
128
434
72
61
61
22
20
22
13
18
15
commercieel
totaal bezoek incl. scenario B totaal bezoek excl. scenario B verschil
Tabel 3.4: Parkeerbalans voor het openbare deel van de parkeergarage (bezoekersparkeren) scenario B
8
Het maatgevende moment voor het bezoekersparkeren is in scenario B nog steeds de werkdagmiddag, met een totale parkeervraag van 580 parkeerplaatsen. Dit is 61 parkeerplaatsen meer dan in de situatie waar geen vergunninghouders van het huidige P2 in garage ‘Kop van de Stadswerven’ worden gefaciliteerd. De parkeervraag van zowel het Dolfinarium als medewerkers van het Stadshuis als de werkers met een vergunning is dan maximaal. Op dit maatgevende moment beschikken de bewonersvergunninghouders over een parkeervraag van 11 parkeerplaatsen, bezoekers van de woningen over een parkeervraag van 10 parkeerplaatsen en de commerciële functies over een parkeervraag van 9 parkeerplaatsen. Op zaterdagmiddag, het één na drukste moment, bedraagt de parkeervraag 451 plaatsen. De totale parkeervraag in parkeergarage ‘Kop van de Stadswerven’ bedraagt in scenario B (105+580=) 685 parkeerplaatsen.
3.4
Scenario C ‘Deel bewoners in parkeergarage geen vaste plek’
De parkeervraag van bewoners dat in parkeergarage ‘Kop van de Stadswerven’ wordt opgelost bedraagt 105 parkeerplekken (zie paragraaf 3.1). Uitgangspunt in dit scenario is dat in het afgesloten deel van parkeergarage ‘Kop van de Stadswerven’ 84 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Dit betekent in dit scenario dat de overgebleven 21 parkeerplekken in het openbare deel wordt opgelost, bewoners een parkeerecht in plaats van een vaste parkeerplaats toegewezen krijgen en dat daarmee dubbelgebruik kan worden toegepast. Bewoners hebben dan de beschikking tot een zogeheten zwerfplek. Indien eveneens wordt uitgegaan van de uitgangspunten uit scenario A (een hogere door het consortium gewenste parkeervraag voor bewoners) dan bedraagt het aantal parkeerplaatsen voor bewoners dat in het openbare deel van de garage wordt opgelost 27 extra parkeerplaatsen waarvoor dubbelgebruik kan worden toegepast. In tabel 3.5 staat de parkeervraag voor beide situaties weergegeven. De parkeervraag in het openbare deel van de garage neemt in de basis situatie in dit scenario op het maatgevende moment toe met 11 parkeerplaatsen. Daar staat tegenover dat de parkeervraag voor bewoners in het afgesloten deel van de garage met (105 – 84 =) 21 parkeerplekken is afgenomen. De totale parkeervraag in parkeergarage ‘Kop van de Stadswerven’ bedraagt dan (84 + 529 =) 613 parkeerplaatsen.
Indien de extra parkeervraag als gewenst door het consortium conform scenario A eveneens in het openbare deel van de garage wordt opgelost en dubbelgebruik wordt toegepast voor de groep extra bewoners, dan bedraagt de extra parkeervraag in het openbare deel 24 parkeerplekken ten opzichte van de situatie waar alle bewoners een vaste parkeerplek hebben. Daar staat tegenover dat de parkeervraag voor bewoners in het afgesloten deel van de garage met (132 – 84 =) 48 parkeerplekken is afgenomen. De totale parkeervraag in parkeergarage ‘Kop van de Stadswerven’ bedraagt dan (84 + 543 =) 627 parkeerplaatsen.
9
ongewogen 48
werkdagochtend 4,8
werkdagmiddag 9,6
werkdag avond 38,4
koopavond 33,6
nacht 0,0
zaterdagmiddag 28,8
zaterdagavond 48,0
zondagmiddag 33,6
9
9,0
9,0
0,4
6,7
0,0
9,0
0,0
0,0
bezoek Dolfinarium
400
160
400
80
80
0
400
80
400
medewerkers Stadhuis
100
100
100
5
5
0
0
0
0
21
10,5
10,5
18,9
16,8
21,0
12,6
16,8
14,7
27
13,5
13,5
24,3
21,6
27,0
16,2
21,6
18,9
578
284
529
143
142
21
450
145
448
605
298
543
167
164
48
467
166
467
84
84
84
84
84
84
84
84
84
functie bezoek woningen commercieel
bewoners met zwerfplek extra bewoners met zwerfplek scenario A Totale vraag openbare deel garage exclusief vraag scenario A Totale vraag openbare deel garage inclusief vraag scenario A Parkeervraag afgesloten bewonersdeel
Tabel 3.5: Parkeerbalans voor het openbare deel van parkeergarage ‘Kop van de Stadswerven’ in scenario C
3.5
Scenario D ‘Combinatie van scenario A, B en C’
Indien zowel scenario A, scenario B als scenario C van toepassing zijn, neemt de berekende parkeervraag in het totale ontwikkelingsgebied Waterfront toe van 714 naar 795 parkeerplaatsen. Belangrijk aandachtpunt hierbij is dat toepassen van scenario A en B leidt tot een toename van de parkeervraag en scenario C juist voor een lagere totale parkeervraag in het gebied zorgt. Dit komt omdat in scenario C op een deel van de bewonersparkeervraag dubbelgebruik kan worden toegepast. De parkeervraag die op te lossen dient te worden in het bewonersdeel van parkeergarage ‘Kop van de Stadswerven’ bedraagt in scenario D 84 plekken in het afgesloten deel (het aantal parkeerplekken dat conform concept ontwerp gerealiseerd kan worden zonder grote aanpassingen van het ontwerpprincipe). Tevens dienen 7 extra parkeerplaatsen binnen het eigen bouwblok in het Kleine blok te worden gerealiseerd. De parkeervraag in het openbare gedeelte neemt met 61 (scenario B) + 24 (scenario A + C) parkeerplekken toe tot 604 parkeerplekken. De totale parkeervraag die opgelost dient te worden in parkeergarage ‘Kop van de Stadswerven’ neemt met 64 parkeerplekken toe van (105 + 519 =) 624 parkeerplaatsen naar (84 + 604 =) 688 parkeerplaatsen.
10
4.
Conclusie
Voor het project Waterfront heeft Goudappel een parkeerbalans opgesteld voor het bewoners- en bezoekersparkeren conform het vigerende parkeerbeleid van de gemeente Harderwijk. Tevens zijn een viertal scenario’s uitgewerkt. In tabel 4.1 is de parkeervraag per locatie waar geparkeerd kan worden (binnen het bouwblok Parkgebouw, het Kleine Blok en in parkeergarage ‘Kop van de Stadswerven’) voor alle scenario’s weergeven. conform parkeerlocatie
beleid
scenario A
scenario B
scenario C
scenario D (A+B+C)
bouwblok Parkgebouw
15
15
15
15
15
bouwblok Kleine Blok
75
82
75
75
82
parkeergarage ‘Kop van de Stadswerven’ (bewoners + bezoekers) Totaal
624
651
685
613
688
(105+519)
(132+519)
(105+580)
(84+529)
(84+604*)
714
748
775
703
785
* Toename van de parkeervraag in het openbare deel bedraagt +61 parkeerplekken (uit scenario B) en + 24 parkeerplekken (uit scenario A+C)
Tabel 4.1 Totale parkeervraag per parkeerlocatie per scenario
Parkeerbeleid Voor het bewoners parkeren wordt uitgegaan van een vaste parkeerplaats voor bewoners, waardoor geen dubbelgebruik mogelijk is. In totaal bedraagt de parkeervraag op basis van de gemeentelijke parkeernormen voor bewoners 195 parkeerplaatsen. Daarvan worden 105 parkeerplaatsen conform uitgangspunten opgelost in het bewonersdeel van parkeergarage ‘Kop van de Stadswerven’, 15 parkeerplaatsen binnen het bouwblok Park gebouw en 75 plaatsen binnen het Kleine blok. Het maatgevende moment voor het bezoekersparkeren in het openbare deel van de parkeergarage betreft de werkdagmiddag. De parkeervraag op basis van het functieprogramma is op dat moment 519 parkeerplaatsen. De totale parkeervraag die in parkeergarage ‘Kop van de Stadswerven’ conform parkeerbeleid en de uitgangspunten dient te worden opgelost bedraagt (105+519=) 624 parkeerplaatsen. Dit aantal past binnen de variant met 8 parkeerlagen (631 plekken), waarbij in het openbare deel 21 plekken dienen te worden aangemerkt als privé parkeerplekken voor bewoners. De totale parkeervraag in het gebied bedraagt 714 parkeerplekken. Scenario A In scenario A neemt de parkeervraag voor het bewonersdeel toe doordat het consortium een (in totaal) hogere parkeervraag wenst te hanteren dan conform parkeerbeleid gerealiseerd dient te worden. De parkeervraag voor het bewonersdeel van garage ‘Kop van
11
de Stadswerven neemt met 27 plekken toe tot 132 parkeerplaatsen. In bouwblok het Kleine blok dienen 7 extra parkeerplekken te worden gerealiseerd. De totale parkeervraag die in parkeergarage ‘Kop van de Stadswerven’ in scenario A dient te worden opgelost bedraagt (132+519=) 651 parkeerplaatsen. Dit aantal past niet binnen de variant met 8 parkeerlagen (631 plekken), waardoor een extra 9e parkeerlaag is benodigd (714 parkeerplekken). Hierbij dienen in het openbare deel 48 plekken te worden aangemerkt als privé parkeerplekken voor bewoners en blijven circa (714 – 651 =) 63 plekken onbenut. De totale parkeervraag in het gebied in scenario A bedraagt 748 parkeerplekken. Scenario B In scenario B neemt de parkeervraag in het openbare deel van parkeergarage ‘Kop van de Stadswerven’ met 61 parkeerplekken toe tot 580 parkeerplekken. Deze toename komt doordat ervan wordt uitgegaan dat een deel van de bestaande vergunninghouders die op parkeerterrein P2 parkeren in de parkeergarage wordt gefaciliteerd. De totale parkeervraag die in parkeergarage ‘Kop van de Stadswerven’ in scenario B dient te worden opgelost bedraagt (105+580=) 685 parkeerplaatsen. Dit aantal past niet binnen de variant met 8 parkeerlagen (631 plekken), waardoor een extra 9e parkeerlaag is benodigd (714 parkeerplekken).
Hierbij dienen in het openbare deel 21 plekken te worden aangemerkt als privé parkeerplekken voor bewoners en blijven circa (714 – 685 =) 29 plekken onbenut. De totale parkeervraag in het gebied in scenario B bedraagt 775 parkeerplekken. Scenario C In scenario C neemt de parkeervraag in de parkeergarage af omdat voor een deel van de bewoners dat niet in het afgesloten gedeelte van de garage (84 plekken) kan worden gefaciliteerd, dubbelgebruik kan worden toegepast. Een deel van de bewoners krijgt in dit scenario in plaats van een vaste parkeerplaats een zwerfplek in het openbare deel van de garage toegewezen. Dit leidt in de parkeergarage tot een afname van de parkeervraag van (105 + 519=) 624 tot (84 + 529=) 613 parkeerplaatsen. Dit aantal past binnen de variant met 8 parkeerlagen (631 plekken), waarbij in het openbare deel geen privé parkeerplekken hoeven te worden aangemerkt. De totale parkeervraag in het gebied in scenario C bedraagt 703 parkeerplekken. Scenario D In scenario D is er sprake van dat zowel scenario A, scenario B als scenario C van toepassing zijn. Scenario A en B leiden tot een toename van de parkeervraag. Daar staat tegenover dat scenario C tot een afname van de parkeervraag leidt. De totale parkeervraag die in parkeergarage ‘Kop van de Stadswerven’ in scenario D dient te worden opgelost bedraagt (84+604=) 688 parkeerplaatsen.
Dit aantal past niet binnen de variant met 8 parkeerlagen (631 plekken), waardoor een extra 9e parkeerlaag is benodigd (714 parkeerplekken). Hierbij dienen in het openbare deel geen plekken te worden aangemerkt als privé parkeerplekken
12