CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen_Toelichting.pdf

Raadsvergadering 16 februari 2023, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen18.195 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

25

bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003 Deze hoogte verwijst naar de hoogst gemeten waterstand in de Zuiderzee ooit. De ander is even hoog als de waterspiegel, zodat er zicht is over het wateroppervlak heen; de waterkant is groener en natuurlijker ingericht en her en der komen kleine zitgelegenheden; er komt een hondenstrand en een landschapmeubel; de ijsbaan heeft een metamorfose ondergaan om dit deel van de Wijde Wellen aantrekkelijker te maken. De ijsbaan krijgt met 333 meter een officiële status van de schaatsbond (KNSB). Verder worden op de ijsbaan twee bestaande lichtmasten vervangen door masten met duurzame LED-verlichting. De hoogte van de masten blijft gelijk. Voor de overige hierboven beschreven activiteiten zijn reeds omgevingsvergunningen verleend. De vergunde situatie wordt één op één overgenomen in dit bestemmingsplan. In onderstaande afbeeldingen zijn het ontwerp en impressies van de nieuwe situatie van de Wijde Wellen weergegeven.

Inrichtingsplan De Wijde Wellen

26

bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003

Impressie noordelijk deel

Impressie zuidelijk deel

Voor het houden van (grote) evenementen zijn evenementenprofielen in voorbereiding. Deze zullen verwerkt worden in een separaat (paraplu)bestemmingsplan en zijn dus niet meegenomen in onderliggend bestemmingsplan. Langs de ijsbaan staat het clubgebouw van de ijsbaan. Dit gebouw wordt tot op heden alleen gebruikt in

27

bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003 de periode dat de ijsbaan open is. Om andere vormen van gebruik toe te staan is in het bestemmingsplan een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om binnen het bouwvlak dagrecreatieve voorzieningen te ontplooien.

4.4

Strandboulevard West

Ter hoogte van de brug naar het Strandeiland is een terras aangelegd midden op Boulevard West. Hiervoor is in 2018 een omgevingsvergunning verleend. Deze wordt planologisch verankerd in dit bestemmingsplan. Voor het overige zijn de bestaande planologische rechten overgenomen.

4.5

Wolderwijd en Knarland

Een deel van de Veluwerandmeren dat binnen de gemeentegrens ligt, is nog niet vastgelegd in een bestemmingsplan. Er is voor gekozen om dit deel van het Wolderwijd mee te nemen in voorliggend bestemmingsplan. De bestemmingsregeling is afgestemd op omliggende bestemmingsplannen. Ook voor Knarland geldt dat het nog niet is vastgelegd in een bestemmingsplan. Deze drie eilanden liggen in het Wolderwijd. Knarland bestaat uit drie aangelegde eilanden in beheer bij Natuurmonumenten. De twee noordelijke eilanden zijn natuurgebied en deze zijn niet betreedbaar. Het zuidelijke eiland is geschikt gemaakt voor recreatieve doeleinden. Er zijn kades aangelegd waar boten kunnen aanleggen. Het is toegestaan om hier te overnachten waarbij het ook mogelijk is om tentjes op te zetten op het eiland. Het eiland kan verder gebruikt worden voor kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen, zoals ligweides en voor sport en spel. Voor Knarland geldt dat het bestaande gebruik planologisch wordt vastgelegd.

4.6

Samenvatting

Voorliggend bestemmingsplan biedt een actueel planologisch-juridisch kader waarin bovenstaande wijzigingen verwerkt zijn. Geconcludeerd kan worden dat het aantal wijzigingen beperkt is. Veruit de meeste gebruiks- en bouwactiviteiten zijn reeds vergund en gerealiseerd. Het conserveren van de bestaande en al vergunde situatie vormt grotendeels het uitgangspunt. Er zijn twee wijzigingsbevoegdheden opgenomen in het bestemmingsplan. Deze hebben na vaststelling van dit bestemmingsplan hun eigen procedure.

28

bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003

Hoofdstuk 5 5.1

Onderzoek

Algemeen

Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in dit hoofdstuk een beschrijving opgenomen van het verrichte onderzoek naar relevante feiten en af te wegen belangen (artikel 3.2. Algemene wet bestuursrecht). Per onderzoeksaspect wordt een beschrijving gegeven van de situatie ter plaatse.

5.2

Cultuurhistorie en archeologie

5.2.1 Inleiding Op 1 januari 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening aangepast als uitwerking van het in 2009 door het rijk ingezette beleid Modernisering Monumentenzorg (MoMo). Voor de ruimtelijke ordening betekent dit een omschakeling van een objectgerichte naar omgevingsgerichte benadering. Door deze modernisering moet bij het opstellen van een bestemmingsplan meer rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Dit betekent dat naast archeologie, ook een beschrijving moet worden gegeven van de historische (steden)bouwkunde en historische geografie en hoe in het bestemmingsplan rekening is gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarden. De gemeente Harderwijk hanteert het uitgangspunt dat bij ruimtelijke ingrepen in de bestaande ruimtelijke structuur cultuurhistorische waarden waar mogelijk worden ingepast. Wanneer er geen sprake sprake is van ingrepen in de ruimtelijk structuur (actualisatieplannen), is het uitgangspunt dat cultuurhistorische waarden geen directe reden zijn om bestaande rechten in te perken. 5.2.2 Cultuurhistorie De oostelijke begrenzing ter hoogte van De Wijde Wellen valt ongeveer samen met de historische stadsmuur van Harderwijk. Deze is aangewezen als beschermd rijksmonument. Het bestemmingsplan heeft geen gevolgen voor dit monument.

Een deel van het plangebied maakt deel uit van het gebied dat is aangewezen als rijksbeschermd stadsgezicht (de binnenstad van Harderwijk). De belangrijkste waarde van dit deel van het beschermde gezicht zijn de nog onbebouwde groene Wellen en ijsbaan met zijn openheid richting het Wolderwijd, de voormalige Zuiderzee. Dit is aangegeven middels de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie. Binnen het plangebied zijn geen overige cultuurhistorische waarden aanwezig. 5.2.3 Archeologie Het Strandeiland en de Wellen hebben volgens de Beleidskaart archeologie een hoge archeologische waarde, omdat het binnen de attentiezone van het AMK-terrein van de binnenstad van Harderwijk valt. Bij de ontwikkeling en aanleg van het strandeiland, boulevard en de nieuwe haven is in 2006 een archeologische vooronderzoek uitgevoerd door archeologisch adviesbureau RAAP (RAAP rapport 1366). Archeologische adviesbureau ADC heeft in 2012 archeologische onderzoek uitgevoerd naar de voormalige havenbrug. (ADC rapport 3534). Bij de aanleg van de haven heeft er een extensieve archeologische begeleiding plaatsgevonden. Bij de aanleg van de vernieuwde boulevard heeft er geen archeologisch onderzoek plaatsgevonden, omdat bij die aanleg geen archeologische waarden werden verstoord. Er is nu sprake van een actualisatie van het bestemmingsplan, die geen nieuwe ingrepen in de ruimtelijke structuur mogelijk maakt.

Om deze reden is- conform het archeologiebeleid- in kader dit bestemmingsplan geen (verder) archeologisch vooronderzoek uitgevoerd. Op basis van de al gedane onderzoeken kan geconcludeerd worden, dat ter plaatse van de boulevard, een deel van het strandeiland, en de huidige dam naar het strandeiland nog archeologische waarden aanwezig kunnen zijn en de archeologische verwachting voor die gebieden nog hoog is. Om deze reden wordt voor die gebieden de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' conform het archeologiebeleid opgelegd. De bodem van de Veluwerandmeren heeft ook een archeologische verwachtingswaarde. Daarom is aan

29

bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003 grote delen van het water (met uitzondering van de officiële vaarwegen) de dubbelbestemming Waarde Archeologie 1 toegekend. Bij de aanleg van de haven is de bodem zodanig verstoord dat er geen archeologische waarden meer aanwezig zijn. Om deze reden wordt er voor dat gebied geen archeologische dubbelbestemming opgelegd. Wel kunnen in dat gebied nog losse archeologische voorwerpen in de bodem aanwezig zijn. Deze zullen op de grond van de Erfgoedwet gemeld moeten worden bij bevoegd gezag.

Voor de zone in Knarland waar de boten varen en aanmeren is in 2008 archeologisch onderzoek uitgevoerd. Er zijn toen geen archeologische resten aangetroffen. Omdat het in theorie mogelijk is dat zich volledig afgedekte wrakken in het plangebied bevinden, is geadviseerd de bodemverstorende werkzaamheden uit te voeren onder archeologische begeleiding. Dit komt erop neer dat tijdens de uitvoering een meldingsprotocol voor archeologische vondsten van kracht is. De uitvoerders worden geïnstrueerd over de te verwachten archeologie. Zodra er een vondst wordt gedaan zal zo spoedig mogelijk een aan het project verbonden archeoloog worden ingeschakeld. Het streven is om archeologische vondsten tijdig te signaleren, zodat onderzoek in situ mogelijk is. De exacte invulling van deze begeleiding dient te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE). Voor dit deel van het plangebied geldt geen dubbelbestemming voor archeologie.

Conclusie Vanuit cultuurhistorisch en archeologisch oogpunt is er geen belemmering voor het bestemmingsplan.

5.3

Ecologie

Wet natuurbescherming Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Het doel van de wet is het behouden en herstellen van de natuur. Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Sommige soorten zijn kwetsbaar. Een goede natuurbescherming is belangrijk. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. De wet kent twee soorten bescherming: gebiedsbescherming en soortenbescherming. Gebiedsbescherming Natura 2000 Binnen de Wet natuurbescherming zijn de Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en vormt daarmee de basis voor het Europees beleid voor behoud en herstel van biodiversiteit. Natura 2000 is niet alleen ter bescherming van gebieden, maar draagt ook bij aan soortenbescherming. Natura 2000 omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijn. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd. Voor de Natura 2000-gebieden geldt ook de zogenaamde externe werking. Dit betekent dat ook gekeken moet worden of er negatieve effecten zijn van ontwikkelingen die plaatsvinden buiten de begrenzing van het Natura 2000-gebieden maar die toch van invloed kunnen zijn op dit gebied. Het plangebied ligt deels in Natura 2000-gebied Veluwerandmeren.

De deelgebieden waar ontwikkelingen plaatsvinden, liggen niet binnen Natura 2000-gebied.

30

bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003

Natura 2000-gebied Veluwerandmeren

Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone Om de biodiversiteit nu en voor toekomstige generaties Gelderlanders veilig te stellen, beschermt de provincie het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Het GNN is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. De Groende Ontwikkelingszone (GO) bestaat uit terreinen met een andere bestemming dan bos of natuur die ruimtelijk vervlochten zijn met het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Het gaat vooral om landbouwgrond, maar ook om terreinen voor verblijfs- en dagrecreatie, infrastructuur, woningen en bedrijven. De GO heeft een dubbele doelstelling. Er is ruimte voor verdere economische ontwikkeling in combinatie met een (substantiële) versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. De provincie nodigt de Gelderse samenleving uit om in de GO initiatieven te ontwikkelen die bijdragen aan de realisatie van deze dubbele doelstelling. Vanwege de dubbele doelstelling is er in de GO ruimte voor nieuwe ontwikkelingen en voor een uitbreiding van bestaande bedrijven, woningen en bouwwerken en andere functies. Het plangebied ligt grotendeels binnen het GNN (zie donkergroene deel in onderstaande afbeelding) en in de GO (zie lichtgroene deel in onderstaande afbeelding).

Van de deelgebieden waar ontwikkelingen plaatsvinden, ligt het grootste deel van het Strandeiland in de GO. Van belang is dat ontwikkelingen niet leiden tot significant negatieve effecten op de kernkwaliteiten van het GNN en de GO.

31

bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003

Ligging Gelders Natuurnetwerk (donkergroen) en Groene Ontwikkelingszone (lichtgroen)

Soortenbescherming De soortenbescherming in de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van dier- en plantensoorten. In grote lijnen blijft de bescherming gelijk aan de oude Flora- en Faunawet. Het doel van deze wet is het in stand houden en beschermen van in het wild voorkomende dier- en plantensoorten. De wet hanteert het 'nee, tenzij'-principe. Dit betekent dat alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde dier- en plantensoorten in principe verboden zijn. Alleen onder strikte voorwaarden zijn afwijkingen van de verbodsbepalingen mogelijk. Hiervoor moet een ontheffing worden aangevraagd bij de provincie. De aanvraag moet onderbouwd worden met een onderzoek naar het voorkomen van en de effecten op beschermde soorten. In de nieuwe wet is daarnaast een zogenaamde 'algemene zorgplicht' opgenomen. De zorgplicht is van toepassing op alle planten en dieren, ongeacht of ze wettelijk beschermd zijn. De zorgplicht houdt in dat er bij ingrepen, zoals bouwactiviteiten, altijd zorgvuldig moet worden omgegaan met aanwezige planten en dieren. Schadelijke activiteiten moeten zoveel mogelijk worden voorkomen.

Ecologisch onderzoek Zoals in hoofdstuk 4 is gemeld bestaat dit bestemmingsplan vooral uit het planologisch regelen van activiteiten en bebouwing die al aanwezig zijn. Om de mogelijke effecten van de huidige en toekomstige vormen van gebruik op de gebieds- en soortenbescherming in beeld te brengen, zijn enkele ecologische onderzoeken uitgevoerd: 1. Natuurtoets herontwikkeling Strandzone Deze natuurtoets is uitgevoerd door Ecogroen (5 maart 2020, kenmerk 18-406, zie bijlage 1). De realisatie van een permanente horeca-locatie en een openbare sanitairruimte zijn hierin getoetst aan de Wet natuurbescherming en de provinciale regels ten aanzien van het GNN en de GO. Ten aanzien van de horeca is uitgegaan van de huidige situatie qua activiteiten en openingstijden. Er is rekening gehouden met een openingstijd tot 1.00 uur en dat er geen toename plaats vindt van versterkte muziek en verlichting. Geconcludeerd wordt dat voldaan wordt aan de wet- en regelgeving. Er is geen sprake van negatieve

32

bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003 effecten op Natura 2000-gebied en het Gelders NatuurNetwerk. Ook ten aanzien van de soortenbescherming is geen sprake van belemmeringen. Wel is er het volgende aandachtspunt: Om broedbiotopen van aanwezige vogels zo min mogelijk te storen dient de uitvoering van werken in elk geval opgestart te worden in de periode voor half maart en na eind juli. Indien dit niet mogelijk is dan wordt aangeraden om het plangebied te controleren op broedende vogels en nesten binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. Voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd, maar is het van belang of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Bij uitvoering van de werkzaamheden in de periodes tussen half februari - half maart en half juli - half december, is het wel van belang om na te gaan of nog bewoonde nesten van vroeg of laat in het seizoen broedende soorten als Turkse tortel en Wilde eend aanwezig zijn binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden. Wanneer aan bovenstaande voorwaarden wordt voldaan, is uitvoering van het plan niet strijdig met de Wet natuurbescherming. 2.

Haalbaarheidsonderzoek intensivering recreatie Strandeiland Voor de mogelijke intensivering van de recreatiemogelijkheden op het Strandeiland is een ecologisch haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd door Ecogroen (20 februari 2020, kenmerk 19-200, zie bijlage 2). De volgende activiteiten zijn getoetst: verhuur van niet-gemotoriseerde vaartuigen (kano’s, waterfietsen en SUP’s) te verhuren vanuit een locatie van circa 30 m2, het aanleggen van een verplaatsbaar vlot (inmiddels gerealiseerd) en het houden van kleinschalige evenementen (zoals beachvolleybal of cultuur). De conclusie van het haalbaarheidsonderzoek is dat intensivering kan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: voor het plaatsen van een verhuurpunt op het eiland gelden geen belemmeringen. Dit bestemmingsplan maakt een verhuurpunt niet direct mogelijk. Wel bevat het bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid om nieuwe bebouwing te realiseren ten behoeve van dagrecreatieve voorzieningen. Bij de wijzigingsprocedure zullen alle relevante omgevingsaspecten betrokken moeten worden; voor de verhuur van vaartuigen en het individueel suppen in de periode van 1 april tot 1 november gelden geen belemmeringen, wel dient gewezen te worden op de Gedragscode Recreatie IJsselmeergebied. Dit bestemmingsplan maakt een verhuurpunt niet direct mogelijk.

Wel bevat het bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid om nieuwe bebouwing te realiseren ten behoeve van dagrecreatieve voorzieningen op het Strandeiland. Bij de wijzigingsprocedure zullen alle relevante omgevingsaspecten betrokken moeten worden; voor het groepsgewijs of in sportschoolverband suppen dient nader ecologisch onderzoek uitgevoerd te worden. Hiervoor geldt hetzelfde als bij de vorige bullet. Voor het individueel suppen is geen nader onderzoek nodig. Voor het permanent mogelijk maken van een dergelijke voorziening dient een wijzigingsplan opgesteld te worden. Bij dit wijzigingsplan zal een nadere ecologische onderbouwing moeten worden gegeven over de passendheid van groepsgewijs suppen; voor de kortdurende en kleinschalige evenementen zonder versterkt geluid/verlichting (1 april tot en met 30 september) gelden geen belemmeringen. Hier hoeven in het bestemmingsplan geen bepalingen over opgenomen te worden; voor de kortdurende en kleinschalige evenementen met versterkt geluid/verlichting wordt in de periode 1 april tot 1 september geadviseerd de speakers en verlichting van het Natura 2000-gebied af te richten (wateroppervlak en oeverzones ontzien). Voor de maand september geldt dat vanwege de overlap met niet-broedvogels er geen gebruik mag worden gemaakt van versterkt geluid/verlichting. Indien dit wel gewenst is dan is nader ecologisch onderzoek vereist.

Alhoewel kleine, kortdurende evenementen normaal gesproken niet in een bestemmingsplan geregeld worden, zal deze randvoorwaarde opgenomen worden in de regels van het bestemmingsplan. 3. Voortoets suppen kustzone Harderwijk Er zijn verschillende initiatieven om groepsgewijze sup-activiteiten te ontplooien op het Wolderwijd, met als startpunt enkele locaties dichtbij het Wolderwijd. Uit een recente haalbaarheidsonderzoek blijkt dat suppen als een nieuwe activiteit voor Natura 2000 geldt, die niet getoetst is in het kader van het beheerplan voor Natura 2000-gebied Veluwerandmeren. Voor suppen, zoals vanaf een

33

bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003 sup-verhuurlocatie, is daarom een effectbeoordeling nodig om eventuele gevolgen in het kader van Natura 2000 inzichtelijk te maken. Deze effectbeoordeling is gedaan in de "Voortoets suppen Harderwijk", bijgevoegd in bijlage 3. In dit rapport is een voortoets uitgewerkt voor de verhuur van maximaal 100 sup’s per etmaal in de periode van 1 april t/m 30 september. De voortoets dient ter onderbouwing van toekomstige vergunningaanvragen ten aanzien van permanente sup-verhuurlocaties vanaf de kustzone van de gemeente. Conclusie van de voortoets is dat het groepsgewijs suppen van 1 mei tot 1 september geen problemen oplevert. In de periode hier buiten (dus van 1 september tot 1 mei) zijn significant negatieve gevolgen door verstoring op niet-broedvogels slobeend, tafeleend, brilduiker en grote zaagbek niet uit te sluiten. Groepsgewijs suppen kan in die periode geen doorgang vinden nadat nader onderzoek heeft uitgewezen dat geen sprake is van significant negatieve gevolgen. In overleg met het bevoegd gezag dient bepaald te worden of en onder welke voorwaarden significant negatieve effecten wel zijn uit te sluiten zodat groepsgewijs suppen ook buiten de zomerperiode kan.

Vanwege deze conclusie is in de regels van het bestemmingsplan opgenomen dat groepsgewijs suppen alleen is toegestaan in de periode van 1 mei tot 1 september. Voor de periode hier buiten dient aangetoond te zijn dat significant negatieve effecten zijn uitgesloten. Conclusie Uit de ecologische onderzoeken volgt dat voor het toestaan van verschillende activiteiten verschillende periodes gelden. Om de natuurbelangen in voldoende mate te beschermen dient men zich te houden aan de periodes en andere voorwaarden zoals in onderstaande tabel is dit samengevat.

5.4

Watertoets

5.4.1 Inleiding Op grond van artikel 3.1.6 Bro dient in de toelichting op ruimtelijke plannen, een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin staat de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan op de waterhuishouding. In die paragraaf dient uiteengezet te worden of en in welke mate het plan gevolgen heeft voor de waterhuishouding (waaronder grondwater en waterveiligheid). Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets: 'het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren (door de waterbeheerder), afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten'. In het kader van het wettelijke vooroverleg is het bestemmingsplan opgestuurd naar de relevante

34

bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003 waterbeheerders. Onderstaande geeft een weergave van de relevante wateraspecten voor het plangebied waarbij de vooroverlegreactie van Rijkswaterstaat is meegenomen. 5.4.2 Analyse De aanwezigheid van de sanitairunit is gunstig voor de kwaliteit van het zwemwater. Voorwaarde is dat het afvalwater wordt ingezameld en afgevoerd naar het gemeentelijk rioolstelsel. Het afvalwater van de sanitairunit is aangesloten op een minigemaal nabij de horecalocatie met een persleiding over de toegangsdam. Het Strandeiland is geschikt als zwemlocatie. In 2014 is een zogenaamd zwemwaterprofiel opgesteld. Onderdeel daarvan was een veiligheidsonderzoek door provincie Gelderland (bevoegd gezag zwemwater). Bij het toevoegen van functies/activiteiten kan het noodzakelijk zijn om dit veiligheidsonderzoek te actualiseren Om het gebied te beschermen tegen hoog water, bestaat de mogelijkheid om de kades die het plangebied deels omgeven, uit te breiden, zodat het gehele plangebied in de toekomst kan worden afgesloten met een waterkering. De waterkering is in dit plan mogelijk gemaakt door het opnemen van de dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering . Bij evenementen is het achtergebleven afval een aandachtspunt. Hier kunnen scherpe objecten tussen zitten, zoals gebroken glas.

5.4.3 Conclusie Het bestemmingsplan is in overeenstemming met het waterbeleid.

5.5

Milieu

5.5.1 Inleiding In dit hoofdstuk komen de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan bod. Het betreffen hier de randvoorwaarden en beperkingen die voorkomen uit het beleid en wetgeving op het gebied van: geluid (Wet geluidhinder), luchtkwaliteit (Wet luchtkwaliteit), bodem (Wet bodembescherming), bedrijvigheid (Wet milieubeheer) en externe veiligheid (BRZO, REVI, Bevi, Wet milieubeheer). De Omgevingsdienst heeft een advies gegeven over het bestemmingsplan. Het advies is bijgevoegd in bijlage 4. Dit bestemmingsplan is grotendeels een consoliderend plan, daarom is een algemene beschrijving gegeven van de reeds beschikbare informatie en onderzoeken. 5.5.2 Geluidhinder De Wet geluidhinder is van toepassing zodra er in het project geluidgevoelige bestemmingen gerealiseerd worden. In voorliggende plan worden geen geluidgevoelige bestemmingen gerealiseerd en daarmee is wegverkeerslawaai niet van toepassing. Horecavoorziening Ten aanzien van de horecavoorziening op het Strandeiland het ODNV geadviseerd omtrent het mogelijk maken van activiteiten zoals een bar, café, biljartcentrum of zalenverhuur (zonder regulier gebruik). Bij de beoordeling is ODNV uitgegaan van een concept-ontwerp van een gebouw met verdieping en dakterras. Hiermee wil men met name inspelen op het eventueel verhuren van zalen (bv. bruiloften). Hierbij wordt een beperking opgelegd van max. 12 keer per jaar.

De dichtstbijzijnde geluidgevoelige bestemmingen liggen op circa 100 meter. Er zijn ook beperkingen opgelegd aan het gebruik van het dakterras en versterkte muziek. Zo mag het dakterras tot 23:00 uur gebruikt worden en mag er alleen binnen, met gesloten ramen/deuren, versterkte muziek worden afgespeeld. Er worden geen tijdbeperkingen opgelegd voor het gebruiken van het overdekte buitenterras op de begane grond. ODNV raadt aan het gebruik van versterkte muziek uit te sluiten omdat deze ruimte niet afsluitbaar is terwijl tegelijkertijd gesteld wordt dat de afstand van 100

35

bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003 meter tot de dichtsbijziijnde gevoelige bestemmingen voldoende lijkt voldoende om overlast te beperken. De natuurtoets geeft aan dat het huidige gebruik van versterkte muziek geen belemmeringen met zich mee brengt. Overigens blijft de mogelijkheid bestaan bij collectieve en incidentele feesten een aantal keren boven de geluidnormen geluid te produceren. Dit staat omschreven in artikelen 4.2 en 4.3 van de APV van Harderwijk. Aandachtspunt bij de realisatie van een nieuwe voorziening is wel de gevelwering. Aanbevolen wordt bij verdere uitwerking van het plan aandacht te besteden aan de geluidisolerende werking van het pand. Evenementen Ten aanzien van de kortdurende, kleinschalige evenementen op het Strandeiland heeft de ODNV ook geadviseerd. Voor het strandeiland wordt er van uitgegaan dat jaarlijks 10 (kleinschalige) evenementen, waarvan de helft met versterkt geluid, gehouden worden. Voor evenementen wordt uitgegaan van een duur van een dag. Dergelijke kortdurende evenementen zijn voor het bestemmingsplan niet ruimtelijke relevant aangezien ze incidenteel en kortdurend zijn. Hiermee veroorzaken zij geen overmatige hinder voor de leefomgeving.

Daarom wordt wat betreft het toestaan van dit soort evenementen aangesloten bij de adviezen die zijn gegeven in het ecologisch onderzoek. Zo wordt aangegeven dat versterkt geluid en licht van het Natura 2000-gebied af moeten worden gericht. In de evenementenvergunning worden normen gesteld ten aanzien van het gebruik van versterkt geluid en licht en tevens is dit opgenomen in de gebruiksregels van dit bestemmingsplan. In het advies van ODNV wordt ook ingegaan op het houden van grote evenementen op de Wijde Wellen. Deze worden in onderhavig bestemmingsplan niet mogelijk gemaakt. Voor de grote evenementen zal een separaat bestemmingsplan worden opgesteld nadat de evenementenprofielen zijn vastgesteld. 5.5.3 Luchtkwaliteit In Nederland zijn de maatgevende luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Met betrekking tot luchtkwaliteit moet rekening worden gehouden met de luchtkwaliteitseisen in hoofdstuk 5 van de Wet Milieubeheer, en de bijbehorende bijlagen.

Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging (<3% van de jaargemiddelde grenswaarde); een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat in werking treedt nadat de EU derogatie heeft verleend. Er worden geen nieuwe functies in het plangebied toegevoegd die invloed hebben op de luchtkwaliteit. Conclusie Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan. 5.5.4 Bodemkwaliteit Het bodemadvies van 4 oktober 2018 klopt nog voor het deel van Strandeiland en hoeft niet geactualiseerd te worden. Voor het deel De Wijde Wellen geldt dat deze voor een klein deel is onderzocht. De locatie Wellenpad 10 (clubgebouw ijsclub) is in 2011 onderzocht. Hierbij zijn geen noemenswaardige verontreinigen aangetroffen. Het herinrichtingsproject voor de Wijde Wellen nadert zijn afronding. Aangezien er geen verdere ontwikkelingen zijn voorzien hoeft er geen nader bodemonderzoek te worden uitgevoerd.

36

bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003 Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de planontwikkeling. 5.5.5 Bedrijvigheid Ten aanzien van bedrijven is beoordeeld of omliggende bedrijven geen onevenredige hinder veroorzaken op de bestemmingen die mogelijk worden gemaakt in dit bestemmingsplan en omgekeerd of de bestemmingen geen hinder opleveren voor de omgeving. De horecavoorziening op het Strandeiland betreft een voorziening in categorie 3 van de horecalijst, zie bijlage 1 van de regels. Het betreft hier een café/ restaurant welke een grootste richtafstand kent van 10 m ten opzichte van gevoelige bestemmingen. Gezien de afstand tot de dichtst bijgelegen woningen is horeca-categorie 3 mogelijk op het Strandeiland op grond van de VNG-uitgave "Bedrijven en milieuzonering". Op basis van deze zonering zijn dus geen belemmeringen te verwachten voor de aspecten geur en geluid van de horeca en is een goed woon- en leefklimaat te garanderen in de omliggende woningen. Desalniettemin vormt de geluidssituatie wel een aandachtspunt aangezien het geluid over het water 'ver draagt'. Het pand zal een goede geluidsisolatie moeten hebben. In de directe omgeving van het plangebied liggen geen bedrijven die een bovenmatige hinder met zich mee brengen.

Dit heeft er ook mee te maken dat in het bestemmingsplan geen nieuwe gevoelige functies toegelaten worden. Er is dus geen sprake van eventuele hinder van omliggende bedrijven. Conclusie Er zijn geen belemmeringen voor het plangebied met betrekking tot milieuzonering van bedrijven. In de paragraaf geluid wordt ingegaan op de geluidsaspecten met betrekking tot horeca. 5.5.6 Externe veiligheid Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen.

Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd. Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico (GR) is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd.

37

bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003 Circulaire effectafstanden LPG tankstations In de circulaire is de effectbenadering uitgewerkt voor LPG-tankstations. In beginsel zijn geen (beperkt) kwetsbare objecten binnen een effectafstand van 60 meter en geen zeer kwetsbare objecten binnen een effectafstand van 160 meter toegestaan. Naast de circulaire blijft ook de toetsing aan het Bevi noodzakelijk. Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Voor de beoordeling van de risico's vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico's van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen. Beleidsvisie externe veiligheid In april 2014 is de Beleidsvisie externe veiligheid gemeente Harderwijk vastgesteld.

Uitgangspunt van deze beleidsvisie is de toepassing van verschillende restrictieniveaus voor het al dan niet toestaan van risicovolle bedrijven op bedrijventerreinen. Elk bedrijventerrein is gekoppeld aan een restrictieniveau. Nieuwe risicobedrijven die onder het Bevi vallen worden dus niet per definitie uitgesloten, maar dit is wel als restrictieniveau opgenomen. Het oprichten van nieuwe risicovolle bedrijven buiten bedrijventerreinen wordt tevens niet per definitie uitgesloten, al moet wel rekening worden gehouden met een optimale ruimtelijke ordening en veiligheid. Stationaire risicobronnen Binnen en nabij het plangebied zijn geen (geprojecteerde) stationaire risicobronnen aanwezig die een belemmering kunnen vormen voor het bestemmen van de horeca functie en sanitaire gebouw. Er is geen wettelijke belemmering vanuit externe veiligheid voor het realiseren van de planontwikkeling. Mobiele risicobronnen Plaatsgebonden risico Nabij de planlocatie zijn twee mobiele risicobronnen gelegen te weten; de spoorlijn Amersfoort - Zwolle (op ca. 1500 meter) en de N302 (op ca. 900 meter). De spoorlijn Amersfoort-Zwolle en de provinciale weg N302 hebben geen plaatsgebonden risico contour of een plasbrandaandachtgebied. De planontwikkeling is wettelijk mogelijk vanuit het externe veiligheid. Groepsrisico Het plangebied ligt op ca. 900 meter van de N302.

Op grond van de Tebodin rapportage "Inventarisatie risicobronnen Harderwijk (documentnummer: 2234180002)" blijkt dat geen sprake is van een overschrijding van meer dan 10% van de oriëntatiewaarde. Er kan worden volstaan met een verantwoording van het groepsrisico voor de onderdelen zelfredzaamheid en rampenbestrijding. Dit conform de eerder genoemde beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente Harderwijk. Ook ligt het plangebied binnen het invloedsgebied toxisch van de spoorlijn Amersfoort-Zwolle Het groepsrisico dient standaard verantwoord te worden voor de onderdelen zelfredzaamheid en rampenbestrijding Verantwoording Groepsrisico

38

bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003 Ten behoeve van de verantwoording van het groepsrisico dient advies opgevraagd te worden bij de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG). Op 14 april 2020 is advies ingediend bij de VNOG en hun advies is ontvangen op 11 mei 2020. Het advies is bijgevoegd in bijlage 5 en is meegenomen in de verantwoording groepsrisico. Maatgevende scenario's Zowel voor het transport over de spoorlijn Amersfoort-Zwolle als de provinciale weg N302 is sprake van brandbare gassen en toxische vloeistoffen/gassen. De maatgevende scenario´s voor de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid waarbij het plangebied binnen het invloedsgebied van brandbare gassen en toxische vloeistoffen/gassen ligt is een wolkbrandexplosie en een toxische wolk. Onderstaand is vanuit deze scenario's ingegaan op de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp Bij een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om effecten ten gevolge van het incident te beperken of te voorkomen. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied.

Eventuele secundaire branden in het plangebied kunnen met behulp van de primaire bluswatervoorzieningen worden bestreden door de brandweer. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. De mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen Bij een calamiteit is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij een incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert. Bij een scenario waarin toxische stoffen vrijkomen, is het advies om te schuilen in een gebouw, waarvan ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden. Bij een wolkbrandexplosie scenario is het advies om te vluchten van de risicobron af. Conclusie externe veiligheid Het bestemmen van de gewenste functies in het plangebied Strandeiland Harderwijk is wettelijk gezien mogelijk voor externe veiligheid. Er zijn voldoende mogelijkheden voor de zelfredzaamheid en rampenbestrijding. Er worden geen nadere eisen gesteld in het kader van het aspect externe veiligheid.

5.6

Kabels en leidingen

In en nabij het plangebied zijn er geen ondergrondse kabels en leidingen die planologisch relevant zijn. Ook zijn er geen bovengrondse hoogspanningslijnen aanwezig. Als met een graafmachine wordt gegraven, dient een graafmelding bij KLIC gedaan te worden. Dan wordt er nadere informatie verschaft teneinde graafschade te voorkomen. Conclusie Het aspect kabels en leidingen werkt niet belemmerend op het project.

5.7

Verkeer en parkeren

Het Strandeiland is bereikbaar middels een verhard pad vanaf Boulevard West. De Wijde Wellen is bereikbaar vanaf de boulevard (aan de noordzijde) en Zeepad, Wellenpad en Plantage (aan de zuidzijde). Het Strandeiland en De Wijde Wellen zijn alleen toegankelijk voor langzaam verkeer (fietsers en voetgangers). Motorvoertuigen zijn er niet toegestaan, behalve voor aan- en aflevering. Er zijn daarom geen parkeerplaatsen aanwezig danwel voorzien. De boulevard is afgesloten voor automobilisten gedurende de zomerperiode. Het parkeren van de bezoekers van het plangebied met de auto is voorzien in de (toekomstige) parkeergarage Dolfinariumeiland en andere tijdelijke en permanente

39

bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003 parkeervoorzieningen. Gedurende de ontwikkeling van Waterfront zijn enkele tijdelijke parkeerterreinen aanwezig. In en rond de binnenstad van Harderwijk zijn meerdere permanente parkeervoorzieningen aanwezig met in totaal voldoende capaciteit. De bezoekers met de fiets kunnen de fietsen stallen in de fietsenstalling aan de boulevard. De fietsenstalling en de informele opstelplaats van fietsen op het Strandeiland beschikken over onvoldoende fietsparkeercapaciteit tijdens mooi weer dagen. Daarom wordt gezocht naar een locatie/voorziening met een fiets parkeercapaciteit van circa 100 fietsen in de directe omgeving in of op het Strandeiland. Dit om de overlast van de te veel geparkeerde fietsen op de boulevard te voorkomen en de bereikbaarheid van de hulpdiensten van het Strandeiland te borgen. In dit bestemmingsplan is daarom de mogelijkheid opgenomen om ook een overdekte fietsenstalling op het Strandeiland zelf te realiseren middels een wijzigingsbevoegdheid.

40

bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische aspecten

Inleiding

6.1.1 Informatie bestemmingsplan Ingevolge de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de daarbij behorende ministeriële regelingen, dienen bestemmingsplannen op vergelijkbare wijze opgebouwd, gepresenteerd en tevens digitaal uitwisselbaar gemaakt te worden. De regeling is afgestemd op de Wro, Bro en daarbij behorende ministeriële regelingen. Hiermee wordt de rechtsgelijkheid en de uniformiteit binnen de gemeentelijke c.q. landelijke bestemmingsplannen gediend. Het bestemmingsplan is tevens afgestemd op de terminologie en regelgeving zoals opgenomen in de op 1 oktober 2010 in werking getreden Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Een bestemmingsplan kan echter niet alles regelen. Via het Besluit omgevingsrecht is het bijvoorbeeld mogelijk om in bepaalde situaties vergunningvrij te bouwen ondanks dat het bestemmingsplan die bebouwing niet toestaat. In die gevallen gaat hetgeen bij wet vergunningvrij gebouwd kan worden voor op de bepalingen van het bestemmingsplan. Het gemeentelijke bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening volgt een belangrijk principe: het gaat om toelatingsplanologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder etc.) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan geeft uit te oefenen.

Dit houdt in dat: 1. de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren, en 2. de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (het overgangsrecht is hierbij mede van belang). Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (voorheen: bouwvergunning) en regels voor het verrichten van 'werken' (voorheen: aanlegvergunning). Een bestemmingsplan regelt derhalve: het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen); en een bestemmingsplan kan daarbij regels geven voor: het bebouwen van de gronden; het verrichten van werken (aanleggen). 6.1.2 Verbeelding, regels en toelichting Een bestemmingsplan moet worden opgezet volgens de eisen die de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in samenhang met het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) daaraan stelt en de wettelijk voorgeschreven opzet en vormgeving van de 'RO standaarden 2012'. Een bestemmingsplan bestaat uit drie onderdelen, te weten een 'toelichting', de 'regels' en een 'verbeelding'. De verbeelding (voorheen bekend als 'plankaart') en de regels (voorheen bekend als 'voorschriften') vormen samen het juridische deel van het bestemmingsplan. Alleen deze twee zijn bindend voor de burger en de overheid.

Beide onderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding is aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemming met een bestemmingsvlak en soms via aanduidingen. De planregels van het bestemmingsplan bevatten de juridische verklaring, middels maximale bouw- en gebruiksmogelijkheden, van de op de verbeelding weergegeven bestemmingen en aanduidingen. Die toegekende gebruiks- en bouwmogelijkheden aan gronden kunnen, naast de rechtstreekse bestemming, op de verbeelding op twee manieren nader worden ingevuld: 1. Via een dubbelbestemming. Een dubbelbestemming is, zoals de naam al zegt, een bestemming die óók aan de gronden wordt toegekend. Voor gronden kunnen dus meerdere bestemmingen

41

bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003 gelden. Er geldt altijd één 'enkelbestemming' (dat is dé bestemming) en soms geldt er een dubbelbestemming (soms zelfs meerdere). In de regels van de dubbelbestemming wordt omschreven wat er voor de onderliggende gronden geldt aan extra bepalingen in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen. 2. Via een aanduiding. Een aanduiding is een teken op de verbeelding dat betrekking heeft op een vlak op die kaart. Via een aanduiding wordt in de regels 'iets' geregeld. Dat 'iets' kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook een eigen regel hebben. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van een bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan, indien de regels en de verbeelding hier ruimte voor laten.

Hoofdstukopbouwvan de regels De regels zijn, zoals voorgeschreven in de 'RO standaarden 2012', verdeeld over 4 hoofdstukken: Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is de wijze bepaald waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2). Bestemmingsregels In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouw- en gebruiksregels en, eventueel, ook regels voor het 'uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden' opgenomen. Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsbepalingen. Ieder artikel van de hoofdbestemmingen kent, eveneens conform de 'RO standaarden 2012', een vaste opzet. Algemene regels In dit hoofdstuk zijn bepalingen opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Het zijn onder andere: a. antidubbeltelregel: Deze bepaling regelt dat grond die reeds eerder bij een verleende bouw- of omgevingsvergunning is meegenomen, niet nog eens bij de verlening van een nieuwe omgevingsvergunning mag worden meegenomen.

Deze regel is wettelijk verplicht om op te nemen in een bestemmingsplan en is rechtstreeks overgenomen uit het Bro; b. algemene gebruiksregels: In dit artikel wordt een algemeen gebruiksverbod gegeven, wat geldt voor alle bestemmingen in het bestemmingsplan, voor gebruik in strijd met de bestemming; c. algemene afwijkingsregels: In dit artikel wordt aangegeven in hoeverre met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het plan voor algemene en geringe afwijkingen van de bouwregels (maatvoering) voor zover al elders in de planregels in afwijkingen is voorzien. Hiermee kan in specifieke situaties maatwerk worden geboden en biedt het bestemmingsplan voldoende flexibiliteit. Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en een slotregel opgenomen. a. overgangsregels: Deze regel is wettelijk verplicht om op te nemen in een bestemmingsplan en is rechtstreeks overgenomen uit het Bro. Dit artikel bevat regels die als doel hebben bestaande situaties (gebruik of bouwwerken), welke niet in overeenstemming zijn met het bestemmingsplan, te regelen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebruik en bouwen.

Het overgangsrecht met betrekking tot bouwen en bouwwerken regelt dat bouwwerken die aanwezig waren ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, maar in strijd zijn met het bestemmingsplan, onder overgangsrechtelijke bescherming vallen. Dat wil zeggen dat deze bouwwerken mogen blijven

42

bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003 bestaan. Deze bescherming geldt ook voor bouwwerken die op deze peildatum legaal kunnen worden gebouwd, maar nog niet zijn gebouwd. De regeling bevat voorts een bevoegdheid voor burgemeester en wethouders om bij een omgevingsvergunning af te wijken ten behoeve van een beperkte uitbreiding (maximaal 10%) van het niet in het nieuwe bestemmingsplan passende bouwwerk. Bouwwerken die wel bestonden op de genoemde peildatum, maar zijn gebouwd zonder (omgevings)vergunning, zijn expliciet uitgesloten van de beschermende werking van het overgangsrecht. Het overgangsrecht voor met het nieuwe bestemmingsplan strijdig gebruik regelt dat het gebruik van gronden dat bestaat op het moment dat het nieuwe bestemmingsplan van kracht wordt, mag worden voortgezet. Het bestaande gebruik dat (ook) in strijd was met het voorgaande bestemmingsplan, is echter van deze beschermende werking van het overgangsrecht uitgesloten, indien het op grond van het recht nog mogelijk is om hiertegen op te treden. b. slotregel: Dit artikel bevat de titel (naam) van het vast te stellen bestemmingsplan.

6.1.3 Juridische regeling Het is zaak om voor de bestaande en de toekomstige bebouwing en functies een bestemmingsregeling te ontwerpen, die zoveel mogelijk ruimte biedt voor verandering en aanpassing aan veranderende wensen. Het plan dient flexibel en doelmatig te zijn en dient rechtszekerheid te bieden omtrent de ruimte voor verandering. Daar staat tegenover dat het plan de nodige bescherming moet bieden tegen ontwikkelingen die schadelijk zijn voor anderen. Bescherming tegen een zodanige ontwikkeling wordt samengevat in de term rechtsbescherming. Dit betekent dat in principe aan de gebruiker van gronden en opstallen zoveel mogelijk vrijheden worden gegeven. Deze zijn als recht in het plan geformuleerd. Als in bepaalde gevallen een mogelijke beschadiging van de belangen van andere burgers wordt verwacht, geeft het plan als recht meer beperkte mogelijkheden. Voor uitzonderingssituaties biedt het plan ruimere mogelijkheden in de vorm van binnenplans afwijken van het bestemmingsplan bij omgevingsvergunning. 6.1.4 Afwijken van de regels In een bestemmingsplan kunnen regels worden opgenomen inzake afwijking van het bestemmingsplan bij omgevingsvergunning. Deze afwijkingen van de regels zijn bedoeld om de nodige flexibiliteit in het plan te brengen, zodat kan worden gereageerd op onvoorziene omstandigheden. Het gaat daarbij om relatief kleinschalige ruimtelijke ingrepen.

Bij grotere ingrepen ligt het voor de hand een wijzigingsbevoegdheid op te nemen, of tot een planherziening te komen. Algemene regels voor afwijken in het plan betreffen: a. niet voor bewoning bestemde gebouwen en bouwwerken in het openbaar gebied. Deze mogen een hoogte hebben van maximaal 5 meter en een oppervlakte van ten hoogste 25 m². Het betreft bouwwerken ten dienste van het openbaar nut; b. bouw van erkers, balkons, luifels, bordessen, pergola's en dergelijke bouwwerken aan de voorgevel met een diepte van maximaal 1,50 meter; c. bouwen van antennes met een bouwhoogte van maximaal 25 meter; d. de maatvoering. De maatvoering van bouwwerken mag afwijken met ten hoogste 10%; e. in geringe mate mag het beloop of het profiel van wegen aangepast worden.

6.2

Algemene uitgangspunten

Voor het bestemmingsplan 'Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen' worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: de bestaande situatie is een belangrijk referentiepunt in de planregels. Dit betreft zowel het huidige gebruik als de huidige bebouwing; de bestaande situatie wijzigt op enkele onderdelen, zie ontwikkelingen in paragraaf 1.1. Deze wijzigingen zijn verwerkt in dit bestemmingsplan; er is sprake van meer en minder gedetailleerde bestemmingen. Binnen de bestemmingen is in de bestemmingsomschrijving aangegeven, welk gebruik binnen de desbetreffende bestemming is toegestaan.

43

bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003

6.3

Verantwoording Handboek Harderwijk

De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld aan de hand van de Standaard Handboek Harderwijk, versie 2019-02. Vanwege het ontbreken van dergelijke regels in het handboek is het volgende toegevoegd: de dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering is opgenomen, zodat planologisch mogelijk is gemaakt om het plangebied in de toekomst af te sluiten met een waterkering;

6.4

Bestemmingsbepalingen

In de regels is het beschreven beleid vertaald in de bestemmingsbepalingen. De volgende bestemmingen worden in het plan onderscheiden: Groen Natuur Recreatie - Dagrecreatie Verkeer - Verblijfsgebied Water Daarnaast zijn er 5 dubbelbestemmingen opgenomen: Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 2 Waarde - Cultuurhistorie Waarde - Natuur Waterstaat - Waterkering Bij elk van deze (dubbel)bestemmingen zal in deze paragraaf een korte toelichting worden gegeven omtrent doel en inhoud. 6.4.1 Groen Het deelgebied De Wijde Wellen valt in de bestemming Groen. Het inrichten van het gebied als groen en (dag)recreatief gebied staat voorop. Ook is een (horeca)terras en de ijsbaan mogelijk gemaakt. Binnen de bestemming is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om een dagrecreatieve voorziening te realiseren in het gebouw van de ijsbaan. Mogelijk dat hier een permanente vorm van dubbelgebruik kan voorkomen. 6.4.2 Natuur De bestemming Natuur is opgenomen voor Knarland. Knarland bestaat uit drie eilanden gelegen in het Wolderwijd die allen vallen onder het Natura 2000/gebied Veluwerandmeren. Bij het zuidelijke eiland zijn aanlegvoorzieningen gerealiseerd. Hier kunnen vaartuigen afmeren en is het toegestaan te overnachten. Hierbij kan men tevens gebruik maken van het eiland om een tentje op te zetten of om te recreëren. Hierom is op dit eiland een aanduiding 'recreatie' opgenomen.

De twee noordelijke eilanden betreffen natuurgebied. 6.4.3 Recreatie - Dagrecreatie Voor het strandeiland is de bestemming Recreatie - Dagrecreatie opgenomen. Hierbinnen is een ruime bestemmingsomschrijving opgenomen. Zo zijn dagrecreatie, een stadsstrand, een speel- en ligweide, een fietsenstalling, speelvoorzieningen etc. toegestaan. Ook valt de bestaande horeca onder de bestemming en het houden van kleine evenementen. Er is een relatief ruim bouwvlak op het eiland opgenomen zodat een permanente horecavoorziening en mogelijke toekomstige functie enige schuifruimte hebben qua locatie. Ook een smalle strook aan de zuidzijde van het Dolfinaruimeiland is meegenomen in dit bestemmingsplan.

44

bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003 Gezien de ligging nabij Natura 2000-gebied zijn gebruiksregels opgenomen ten aanzien van bepaalde activiteiten. Deze regels voorkomen dat sprake is van significant negatieve effecten op het Natura 2000-gebied Veluwerandmeren. 6.4.4 Verkeer-Verblijfsgebied Hierin valt de boulevard, het terras midden op de boulevard en een deel van de weg aan de zuidzijde van het Dolfinariumeiland. De verblijfsfunctie staat hier voorop. Het gemotoriseerd verkeer is voor grote delen van het jaar niet toegestaan op de boulevard. 6.4.5 Water Het plangebied bestaat grotendeels uit water dat als zodanig bestemd is. Dit betreft de Veluwerandmeren. In de bestemming Water is de aanduiding 'ontsluiting' opgenomen om het Strandeiland te ontsluiten vanaf de boulevard. 6.4.6 Waarde - Archeologie 1 en 2 Voor de bescherming van mogelijk archeologische waarden in het plangebied zijn deze dubbelbestemmingen opgenomen. Waarde - Archeologie 1 betreft het deel dat binnen de bestemming Water valt. Het gaat hierbij specifiek om de bescherming van archeologische waarden in waterbodems. Bij werken of werkzaamheden groter dan 1.000 m2 geldt een vergunningsplicht en is archeologisch onderzoek nodig. Waarde - Archeologie 2 is gelegd op delen 'op land'.

Hier geldt een hoge archeologische verwachtingswaarde waarbij een onderzoeksplicht geldt bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 0,3 meter. 6.4.7 Waarde - Cultuurhistorie Deze dubbelbestemming is opgenomen voor het behoud en de bescherming van het Beschermd Stadsgezicht. 6.4.8 Waarde - Natuur Het deel van het water dat valt binnen Natura 2000-gebied Veluwerandmeren heeft de dubbelbestemming Waarde - Natuur gekregen. 6.4.9 Waterstaat - Waterkering Hiermee is het mogelijk gemaakt om het plangebied af te sluiten met een waterkering. Deze dubbelbestemming is toegevoegd met het oog op toenemende klimaatverandering in de toekomst en het betreft een reserveringszone.

6.5

Handhaving

Met het vaststellen van het bestemmingsplan zijn de werkzaamheden niet beëindigd. De instandhouding en ontwikkeling van een kwalitatief hoogwaardige woonomgeving vereist, dat er daarna, ook op het gebied van de handhaving, de nodige activiteiten worden verricht.

Handhavingsbeleid bouwen, ruimtelijke ordening en milieu 2014-2018 Op 14 januari 2014 is het handhavingsbeleid bouwen, ruimtelijke ordening en milieu 2014-2018 vastgesteld. De gemeente Harderwijk gunt iedereen zijn of haar vrijheid om te doen en laten wat hij of zij wil. Echter, daar waar de vrijheid van de één die van een ander schaadt, moet worden ingegrepen. In de vorm van kaderstelling in verschillende nota's legt de gemeente vast wat de spelregels zijn. Handhaving van deze regels is essentieel in het bewaken van orde, regelmaat én veiligheid in een leefgemeenschap. Als de handhaving onvoldoende is, verliezen de regels hun kracht. En daarom geldt: Vertrouwen waar het kan, handhaven waar het moet!

45

bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003 Milieu Het milieu is misschien wel de meest collectieve 'ruimte' die er is. Een goed milieu is essentieel voor een gezonde leefomgeving. Omdat een goed milieu zo belangrijk is, moeten de regels die daarvoor zijn, strak worden nageleefd. Het streven is om te zorgen voor een duurzame leefomgeving waar huidige en toekomstige generaties gezond kunnen wonen. Ruimtelijke ordening Een stad is een levend organisme en heeft behoefte aan evenwicht in de ordening van schaarse ruimte. De samenleving en ruimte moeten zo goed mogelijk met elkaar in harmonie zijn. Omdat ruimtelijke ordening vaak grote objecten betreft, is handhaving erg belangrijk. Het nalaten van deze taak zou leiden tot een onevenwichtige stad, waar wonen, werken en infrastructuur niet op elkaar zouden zijn afgestemd. Bouwen Bouwen en veiligheid zijn termen die hand in hand behoren te gaan. Iedereen in het bezit van een valide bouwvergunning heeft het recht om te bouwen conform de verleende vergunning. Veiligheid is een belangrijk argument om bouwvoorschriften te handhaven. Zodra er sprake is van een overtreding is het de plicht van de gemeente of brandweer een handhavingsprocedure te starten. Deze kan soms heel urgent zijn als er sprake is van overtreding die bijvoorbeeld de brandveiligheid in de weg staat.

Een goede naleving van de regels verkleint de kans op ernstige calamiteiten. Een ander punt is welstand. Met name de stijl van het vooraanzicht van een pand is bepalend voor de sfeer en uitstraling van een buurt. Als deze stijl niet aansluit bij de uitstraling die in de buurt gewenst is, dan moet er worden ingegrepen. Richtlijnen voor welstand zijn daarom nodig. Naleving van deze regels is net zo hard nodig. Op deze manier draagt ook een stijlvolle welstand bij aan een evenwichtige stad die voor iedereen aangenaam is. Coalitieakkooord 2018-2022 In mei 2018 is het coalitieakkoord 2018-2022 opgesteld. Dit coalitieakkoord heeft de titel ‘‘Aanpakken met Ambitie”, waarrmee het nieuwe college aangeeft door te willen pakken op onderwerpen die al eerder in gang zijn gezet. Toezicht en handhaving is daarbij een belangrijk speerpunt, omdat beiden bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen. Nota integrale toezicht en handhaving Op 8 september 2015 heeft het college de Nota integrale toezicht en handhaving vastgesteld. Deze nota is op 19 november 2015 in werking getreden. Deze nota geeft onder andere inzicht en antwoord op wat de gemeentelijke doelstellingen zijn en welke toezicht- en handhavingsonderwerpen daarbij horen. Daarnaast wordt ingegaan op wat de bouwstenen zijn voor het jaarlijkse uitvoeringsprogramma integraal toezicht/handhaving en hoe dat in de praktijk plaatsvindt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=a6e84d6f-9ab0-4f13-9310-e0ca610dabf9