Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen
bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003
Inhoudsopgave Toelichting
Toelichting
5
Hoofdstuk1
5
Inleiding
1.1
Aanleiding
5
1.2
Doel
6
1.3
Plangebied
8
1.4
De bij het plan behorende stukken
9
1.5
Leeswijzer
9
Hoofdstuk2
Huidige situatie
11
2.1
Ontstaansgeschiedenis
11
2.2
Functies
11
Hoofdstuk3
Beleidskader
13
3.1
Algemeen
13
3.2
Ruimtelijk beleid
13
3.3
Archeologie en monumentenbeleid
17
3.4
Welstandsbeleid
17
3.5
Milieubeleid
18
3.6
Water- en bodembeleid
19
3.7
Groenbeleid
22
3.8
Verkeers- en vervoersbeleid
22
Hoofdstuk4
Planbeschrijving
25
4.1
Inleiding
25
4.2
Strandeiland
25
4.3
De Wijde Wellen
25
4.4
Strandboulevard West
28
4.5
Wolderwijd en Knarland
28
4.6
Samenvatting
28
Hoofdstuk5
Onderzoek
29
5.1
Algemeen
29
5.2
Cultuurhistorie en archeologie
29
5.3
Ecologie
30
5.4
Watertoets
34
5.5
Milieu
35
5.6
Kabels en leidingen
39
2
bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003 5.7
Verkeer en parkeren
Hoofdstuk6
39
Juridische aspecten
41
6.1
Inleiding
41
6.2
Algemene uitgangspunten
43
6.3
Verantwoording Handboek Harderwijk
44
6.4
Bestemmingsbepalingen
44
6.5
Handhaving
45
Hoofdstuk7
Economische uitvoerbaarheid
47
Hoofdstuk8
Inspraak en overleg
49
8.1
Inspraak
49
8.2
Vooroverleg
49
8.3
Ontwerpbestemmingsplan
49
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Natuurtoets herontwikkeling Strandzone
Bijlage 2
Haalbaarheidsonderzoek intensivering recreatie Strandeiland
Bijlage 3
Voortoets suppen Harderwijk
Bijlage 4
Advies Omgevingsdienst
Bijlage 5
Advies Veiligheidsregio
Bijlage 6
Verslag vooroverleg Strandeiland en de Wellen
Bijlage 7
Nota zienswijzen
3
bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003
4
bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Strandboulevard en strandeiland Het westelijk deel van de Strandboulevard is ontwikkeld in het kader van het project Waterfront Harderwijk. De gemeente Harderwijk werkt vanaf 1995, in nauw overleg met andere overheden en betrokkenen, aan plannen ter verbetering van de oeverzone. Hiertoe heeft de gemeenteraad op 14 oktober 2004 het Structuurplan Waterfront vastgesteld. Het gehele project Waterfront van Harderwijk strekt zich uit langs vrijwel de gehele kustlijn van Harderwijk langs het Wolderwijd en het Veluwemeer. In totaliteit gaat het bij het Waterfront om een complexe ruimtelijke operatie die primair is gericht op een kwaliteitsimpuls van de gebieden ten westen en ten noorden van de historische binnenstad. De ontwikkelingen zijn gericht op een structurele verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van de Boulevard en omgeving en van het gebied van het voormalige industrieterrein Haven. Het deelgebied Boulevard West heeft met name een (dag)recreatieve functie gekregen. De oude binnenstad is weer aan het water komen te liggen. De boulevard is versmald en langs de boulevard is een haven voor recreatievaart gegraven. Aan de overzijde van de havenkom is een strandeiland aangelegd met een strand, een horecagelegenheid, een openbaar toiletgebouw en speelvoorzieningen. Sinds kort bevindt zich hier ook de (tijdelijke) halte van de waterbus naar Zeewolde.
Meer naar het noorden toe heeft de Boulevard-Oost ook een dagrecreatieve maar ook horecafunctie gekregen. Er bevinden zich hier meerdere restaurants met terrassen. Tevens zijn hier aanlegvoorzieningen voor de recreatieve vaart aanwezig. Wijde Wellen In het verlengde van Boulevard West en ten zuiden van het Strandeiland ligt deelgebied De Wijde Wellen. Het noordelijk deel is bekend als de Wellen en het zuidelijk deel als de Stille Wei. De Wijde Wellen ligt buiten de stadsmuur, direct aan het water. Het vormt het gebied tussen de boulevard en het Plantagepark. De Wijde Wellen heeft net als het Strandeiland ook een recreatieve functie. Er kan gewandeld en gefietst worden en er vinden evenementen plaats. De Stille Wei wordt in de winter gebruikt als ijsbaan. Aan de rand van de ijsbaan staat het clubgebouw van de ijsbaan. In 2020-2021 heeft een omvangrijke herinrichting van het gebied de Wijde Wellen plaatsgevonden. Zo zijn er verschillende recreatieve voorzieningen aangelegd, zoals een uitkijkpunt, steiger, nieuwe wandelen fietspaden, ministrandjes, en bankjes en is de mogelijkheid geboden voor een nieuw terras. Knarland In het Wolderwijd ligt tegen de gemeentegrens met Zeewolde het natuur- en recreatiegebied Knarland. Knarland bestaat uit drie eilanden waarvan de twee noordelijke natuurgebied zijn en het zuidelijke te bezoeken is voor recreanten.
Op het recreatie-eiland zijn aan de noordzijde aanlegvoorzieningen aanwezig voor de recreatieve vaart. Bezoekers van het eiland kunnen hier aanmeren en overnachten. Hierbij mag men tevens gebruik maken van het eiland. De twee noordelijke eilanden zijn niet toegankelijk voor dagrecreatie. Ontwikkelingen Er zijn enkele kleine ontwikkelingen die aanleiding waren om de geldende bestemmingsplannen te herzien. Op het Strandeiland gaat het om de volgende zaken: Voor de horecagelegenheid is een tijdelijke omgevingsvergunning verleend en de opzet is om de komende jaren te werken naar een permanente voorziening. Ten aanzien van de grondverkoop zijn afspraken vastgelegd over de omvang van de toekomstige voorziening. Deze worden in dit bestemmingsplan vastgelegd. Er is een sanitairunit gebouwd waarin het geldende bestemmingsplan niet voorziet. In 2017 is een vergunning verleend voor de bouw van een sanitairunit. In dit bestemmingsplan is het gebouwtje nu
5
bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003 planologisch-juridisch vastgelegd; Op het strandeiland worden af en toe kleinere evenementen georganiseerd. Uit natuuronderzoek is gebleken dat voor het kunnen houden van deze evenementen vanwege de ligging aan het water enkele voorwaarden gelden. Deze worden benoemd in het bestemmingsplan. Deze voorwaarden zullen worden gesteld bij het verlenen van vergunningen. Om duidelijkheid vooraf te scheppen is besloten de voorwaarden ook op te nemen in de regels van het bestemmingsplan vanwege de toenemende behoefte aan het bieden van sup-activiteiten heeft ecologisch onderzoek uitgewezen dat er, net als bij het houden van kleine evenementen, voorwaarden gesteld moeten worden aan deze activiteit. Deze zijn verwerkt in het bestemmingsplan. Voor De Wijde Wellen is een herinrichtingsplan opgesteld en deze is het afgelopen jaar uitgevoerd. Dit plan is uitgevoerd binnen de regels van het huidige bestemmingsplan. Daar waar dit niet mogelijk was, zijn procedures reeds doorlopen. Alhoewel er dus ontwikkelingen plaats hebben gevonden en nog zullen vinden, is er planologisch gezien geen sprake van wijzigingen in het bestemmingsplan. De vergunde situatie wordt in dit bestemmingsplan vastgelegd. Daarnaast is het bestaande bestemmingsplan (1984) aan vervanging toe.
Verder geldt voor de Wellen dat hier (grote) evenementen worden georganiseerd die nog hun weerslag moeten krijgen in een bestemmingsplan. Ten aanzien van de evenementen geldt dat hiervoor later een separaat (paraplu)bestemmingsplan wordt opgesteld wanneer de evenementenprofielen zijn vastgelegd.
Overige ontwikkelingen die aanleiding zijn om het bestemmingsplan aan te passen zijn: Een deel van de het Wolderwijd is nog niet vastgelegd in een bestemmingsplan. Er is voor gekozen om dit deel in voorliggend bestemmingsplan mee te nemen en het bestaand gebruik planologisch-juridisch vast te leggen. Voor een terras midden op Boulevard West is een vergunning verleend. Deze is meegenomen in dit bestemmingsplan. Van de bouwmogelijkheid van twee kiosken die in de geldende ruimtelijke plannen staat, wordt geen gebruik gemaakt. Deze mogelijkheid wordt daarom niet overgenomen in het voorliggend bestemmingsplan. Net als bij de Wellen geldt dat voor de bestaande evenementen op de Boulevard later een separaat paraplu bestemmingsplan wordt opgesteld. Om een overzichtelijke hoeveelheid ruimtelijke plannen te creëren is ervoor gekozen om de drie geldende ruimtelijke plannen in zijn geheel te herzien middels voorliggend bestemmingsplan. Enkele ontwikkelingen van beperkte omvang zijn hierbij eveneens opgenomen. In paragraaf 1.2 wordt hier verder op in gegaan.
1.2
Doel
Het belangrijkste doel van het op te stellen bestemmingsplan is het scheppen van een actueel, helder en toegankelijk ruimtelijk kader. De ontwikkelingen en wijzigingen zoals genoemd in paragraaf 1.1 worden verankerd in dit bestemmingsplan. Op dit moment gelden 4 ruimtelijke plannen. Om het aantal ruimtelijke plannen overzichtelijk te houden, is ervoor gekozen om deze 4 ruimtelijke plannen te vervangen door één nieuw plan. Daarmee wordt voorkomen dat voor een gebied een lappendeken aan plannen geldt en er verwarring ontstaat welk plan vigeert. Het bestemmingsplan "Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen" vervangt (deels) bij inwerkingtreding de volgende ruimtelijke plannen: 1. Bestemmingsplan Waterfront Zuid Boulevard West (vastgesteld op 10 juni 2010 en onherroepelijk op 29 februari 2012) 2. Wijzigingsplan Waterfront Zuid Boulevard West Strandeiland (vastgesteld op 20 maart 2012 en onherroepelijk op 24 mei 2012) 3. Partiële herziening Waterfront Zuid Boulevard West (vastgesteld op 28 juni 2012 en onherroepelijk op 6 september 2012)
6
bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003 4. Boulevard 1984 (vastgesteld op 21 maart 1985, goedgekeurd op 3 april 1986) Op onderstaande luchtfoto is de ligging van het plangebied globaal weergegeven.
Globale ligging plangebied
In onderstaande luchtfoto is ingezoomd op het Strandeiland en De Wijde Wellen.
7
bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003
Globale ligging Strandeiland en De Wijde Wellen
1.3
Plangebied
Het plangebied bestaat uit het Strandeiland, De Wijde Wellen, een groot deel van het omliggende water (Wolderwijd), een kleine, zuidelijke strook van het Dolfinariumterrein en een stukje van Boulevard West (tussen Monopole en de Vischpoort). Het plangebied wordt aan de zuidoostzijde begrensd door de historische stadsmuur. In onderstaande afbeeldingen zijn de plangrenzen weergegeven.
8
bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003
Plangrenzen gehele plangebied
1.4
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan "Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen" heeft als IMRO-idn NL.IMRO.0243.BP00223-0003 en bestaat uit een gml-bestand, regels en een toelichting. Het gml-bestand kent een analoge en digitale verbeelding. De analoge versie van het plan betreft een boekje met kaarten (PDF of hardcopy). De digitale versie is te raadplegen via de landelijke voorziening (www.ruimtelijkeplannen.nl). De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en dienen in samenhang gelezen te worden. Indien er verschil bestaat tussen de analoge en de digitale verbeelding, gaat de digitale verbeelding voor. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden en opstallen aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels gekoppeld. De toelichting van dit bestemmingsplan heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen en doet verslag van het onderzoek dat aan het bestemmingsplan vooraf is gegaan. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.
1.5
Leeswijzer
De toelichting van dit bestemmingsplan bestaat uit de volgende hoofdstukken: in hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie beschreven aan de hand van de ontstaansgeschiedenis en de aanwezige functies; in hoofdstuk 3 wordt een schets gegeven van het beleidskader dat van belang is voor het functioneren en de ontwikkeling van het plangebied;
9
bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003 in hoofdstuk 4 wordt een planbeschrijving gegeven; in hoofdstuk 5 komt de uitvoerbaarheid van het plan aan bod. Aan de orde komen zaken als archeologie, ecologie, water en milieu; in hoofdstuk 6 worden kort de verschillende neergelegde bestemmingen, de juridische planopzet, behandeld en wordt verantwoording gegeven van het gebruik van de standaarden voor bestemmingsplannen in Harderwijk; in hoofdstuk 7 wordt ingegaan op het kostenverhaal en de economische uitvoerbaarheid van het plan; de toelichting wordt afgesloten met hoofdstuk 8 waarin wordt ingegaan op het proces van inspraak en overleg in relatie tot dit bestemmingsplan.
10
bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003
Hoofdstuk 2 2.1
Huidige situatie
Ontstaansgeschiedenis
Tot in de eerste helft van de 20e eeuw bestond het plangebied grotendeels uit water met een strook grasland. De stad lag toen direct met de stadsmuur aan het water. In de loop van de tijd raakte de kust voor Harderwijk meer verzand en kwamen er zandplaten voor de kust te liggen. De bereikbaarheid van Harderwijk via het water verslechterde en vele malen werd gepleit voor de aanleg van een haven. In 1650 werd een kleine haven aangelegd nabij de steiger van de Hoge Bruggepoort. Pas in de 20e eeuw kwam er een havengeul langs de Havendam. De uitbreiding van deze haven volgde met de aanleg van Oostelijk (1957) en Zuidelijk (1968) Flevoland. De Zuiderzee bestond toen al niet meer door de komst van de Afsluitdijk in 1932. Mede ter vervanging van de visserij op de Zuiderzee, ontwikkelde Harderwijk zich meer als recreatief centrum aan het Wolderwijd. Daarin paste ook de komst van het Dolfinarium in 1965 en de aanleg van de boulevard. De directe relatie tussen de binnenstad en het water werd geleidelijk steeds minder.
2.2
Functies
2.2.1 Recreatie en toerisme De boulevard is van strategisch belang voor het functioneren van de binnenstad. Een belangrijk doel van het project Waterfront is om de boulevard aantrekkelijker te maken voor recreanten en toeristen. De verblijfskwaliteit is in de afgelopen tijd verbeterd door de relatie met het water te herstellen, door de parkeerfunctie op de boulevard te weren en door een stadshaven te realiseren. Ook is door het ontwikkelen van het Strandeiland een aantrekkelijke recreatieve functie toegevoegd. Op het Strandeiland zijn een stadsstrand, sanitaire voorzieningen, speelvoorzieningen en een horecagelegenheid aanwezig. De Wijde Wellen heeft een dagrecreatieve functie die met de herinchting versterkt is. Het gebied wordt nu nog beschouwd als "los" gebied, maar het verbindt na de herinrichting Boulevard West met het Zeepad. In De Wijde Wellen zijn onlangs uitkijkpunten, een ouderenstrand, een hondenstrand, een aangepaste ijsbaan en een terras gerealiseerd. Het zuidelijke eiland van Knarland heeft een recreatieve functie. Hier kan de pleziervaart afmeren en overnachten. Op het eiland mag men verblijven en recreëren. 2.2.2 Cultuurhistorie De zuidoostelijke begrenzing van het plangebied valt ongeveer samen met de historische stadsmuur van Harderwijk. Deze muur is een Rijksmonument.
Een deel van het plangebied maakt deel uit van het gebied dat door het Rijk is aangewezen als beschermd stadsgezicht. Dit is aangegeven middels de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie. Op de oostelijke punt van het Strandeiland staat een kunstwerk, het Hanzebaken dat refereert aan het (Hanze-)verleden van de stad. Op deze plek is het Hanzebaken goed zichtbaar vanaf de boulevard en de Vischpoort. De NV Stadsherstel Harderwijk heeft het Hanzebaken aan de gemeente Harderwijk geschonken. Het kunstwerk is vervaardigd naar ontwerp van beeldend kunstenares Marte Röling en bestaat uit een zuil van circa 12,5 meter hoog, waarop het model van een koggeschip is geplaatst, uitgevoerd in bladgoud en varend op een blauwe zee. Oorspronkelijk liep de voormalige Zuiderzee tegen de stadsmuur en de Zeebeer aan. In de loop van de tijd ontstond er door aanslibbing land tegen de stadsmuur en de Zeebeer. Dit land werd de Wellen genoemd. De Wellen fungeerden in de zomer als weilanden. Door de komst van het Dolfinarium in de jaren zestig van de vorige eeuw, werd het oostelijk deel van de de Wellen omgevormd tot parkeerterreinen. Met de komst van het project Waterfront zijn deze getransformeerd naar de Haven en het Strandeiland. Het westelijk deel van de Wellen zijn in stand gebleven. Sinds 1912 wordt een deel in de winter gebruikt als ijsbaan.
Een dergelijk niet-bebouwde vooroever is zeldzaam en daarom van cultuurhistorische waarde en maakt daarom deel uit van het rijksbeschermde stadgezicht van de binnenstad van Harderwijk.
11
bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003 2.2.3 Natuurwaarden en water Het plangebied bestaat voor een groot deel uit water. Dit water is nagenoeg geheel aangewezen als Natura 2000-gebied 'Veluwerandmeren' en Gelders Natuur Netwerk (GNN). Op deze natuur wordt in paragraaf 5.3 nader ingegaan.
12
bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Algemeen
Het (inter)nationale en provinciale beleid is neergelegd in verschillende nota's betreffende de ruimtelijke ordening, alsmede in de verschillende structuurvisies. Een "doorzetting" van dit beleid vindt veelal plaats in verschillende gemeentelijke en provinciale uitwerkingsnota's, beleidsplannen en bestemmingsplannen. Ook binnen de gemeente Harderwijk is dit het geval. Het beleid zoals dat door de hogere overheden wordt voorgestaan, is veelal van een andere schaal en aard dan de schaal die noodzakelijk is voor het opstellen van een (kleinschalig) bestemmingsplan. In dit hoofdstuk wordt dan ook uitsluitend ingegaan op de voor de ontwikkeling van het plangebied relevante beleid.
3.2
Ruimtelijk beleid
3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI, 2020) biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. In Nederland staan we voor een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Denk aan periodes van droogte, afgewisseld met extreme regenval, de zeespiegelstijging, de overgang naar duurzame energie en de ruimte die nodig is voor windmolens en zonnepanelen. Of de bouw van 1 miljoen nieuwe woningen om het woningtekort op te lossen, de groei en het bereikbaar houden van steden en plekken voor distributiecentra. Denk ook aan het versterken van de natuur en biodiversiteit, het behoud van het landschap en de vitaliteit van onze landbouw. Dit zijn voorbeelden van grote, ingewikkelde opgaven. Deze opgaven kunnen niet meer apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken.
Belangrijkste keuzes in de NOVI zijn: een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat Nederland zo is ingericht dat het de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) worden ingepast; de verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben dient goed gekeken te worden naar omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat eerst wordt gekeken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; de overgang naar een circulaire economie, waarbij tegelijk goed geconcurreerd wordt en een aantrekkelijk vestigingsklimaat geboden wordt. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; de ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee wordt gestuurd op een goed bereikbaar netwerk van steden. De ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland worden benut. Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden.
het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. Zo wordt bijvoorbeeld gewerkt aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen.
13
bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003
In de NOVI zijn 21 nationale belangen benoemd. Voor het plangebied van dit bestemmingsplan zijn vooral de volgende van belang: Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. 3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden en omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het Barro is sindsdien verschillende malen aangepast, momenteel geldt de geconsolideerde versie van 1 december 2020. Het besluit gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij het Barro kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit.
In het bestemmingsplan voor het buitengebied dient met name rekening te worden gehouden met de door het Rijk geformuleerde belangen inzake natuur (Ecologische Hoofdstructuur en Natura 2000-gebieden). Via het Barro werkt het rijksbeleid door naar de ruimtelijke verordeningen van de provincies. Het Barro heeft het IJsselmeergebied aangewezen als een gebied waar instructieregels gelden voor het bestemmingsplan. Een bestemmingsplan binnen dit gebied maakt geen nieuwe bebouwing en landaanwinning mogelijk. In het Barro is het Wolderwijd aangeduid als Natuur Netwerk Nederland (NNN). Het betreft hier beschermde natuur waarvoor de provincie verder verantwoordelijk is voor het stellen van regels bij nieuwe ontwikkelingen. 3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De ladder voor duurzame verstedelijking is opgezet met als primair doel het tot stand brengen van een goede ruimtelijke ordening, door middel van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Concreet houdt dit in dat de ladder als ondersteuning dient voor decentrale overheden (provincies en gemeenten) bij de vraaggerichte programmering van hun grondgebied. Hierdoor kan er een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming plaatsvinden bij ruimtelijke en infrastructurele besluiten.
Daarbij mogen dus enkel criteria een rol spelen die ruimtelijk relevant zijn. De juridische grondslag van de ladder voor duurzame verstedelijking ligt in het Bro (artikel 3.1.6 lid 2), beleidsmatig is de ladder geïntroduceerd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De ladder is daarmee kaderstellend voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van de decentrale overheden, zoals de gemeentelijke bestemmingsplannen en de provinciale inpassingsplannen. Voorheen bestond de ladder uit drie treden die doorlopen moesten worden ter verantwoording van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, maar per 1 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen van kracht geworden. Eén van de belangrijkste is dat de drie treden worden losgelaten. Feitelijk is er nog maar één trede: "er dient gemotiveerd worden dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte." Het betreft ontwikkelingen zowel binnen als buiten stedelijk gebied. Het realiseren van een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied moet nadrukkelijk gemotiveerd worden. De definitie van een stedelijke ontwikkeling luidt als volgt: "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." In principe is er geen ondergrens bepaald voor wat een 'stedelijke ontwikkeling' is. Op basis van
14
bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003 jurisprudentie blijkt echter dat ontwikkelingen met relatief weinig ruimtelijke impact, zoals één of enkele woningen, niet gezien worden als een stedelijke ontwikkeling. In dat licht hoeven de ontwikkelingen die dit bestemmingsplan mogelijk maakt, niet beschouwd te worden als stedelijke ontwikkeling. Het betreft voornamelijk het vastleggen van de bestaande, vergunde situatie. De nieuwe ontwikkelingen zijn de verhuur van strandartikelen en vaartuigjes, de bouw van een fietsenstalling en de aanleg van enkele recreatieve functies in de Wellen, zoals de uitkijkpunten en een speelstrandje. Daar staat tegenover dat de bouwmogelijkheden ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan afnemen. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling en dat de ladder voor duurzame verstedelijking niet toegepast hoeft te worden. 3.2.4 Omgevingsvisie Gelderland en Omgevingsverordening Gelderland Provinciale Staten hebben op woensdag 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en geactualiseerde Omgevingsverordening vastgesteld. Deze zijn op 1 maart 2019 in werking getreden en sindsdien een paar keer geactualiseerd. De provincie kiest er in deze Omgevingsvisie voor om vanuit twee hoofddoelen bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven. Deze zijn: 1.
een duurzame economische structuur; 2. het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving. De provinciale hoofddoelen zijn vervolgens vertaald in provinciale ambities. Afhankelijk van het accent van de ambitie zijn ze opgenomen onder het deel 'Divers', 'Dynamisch' of 'Mooi' Gelderland. Per ambitie is de aanpak op hoofdlijnen beschreven. De nadere invulling vindt plaats via provinciale uitvoeringsprogramma's en samenwerking met partners. Daarmee is de Omgevingsvisie een 'plan' dat richting geeft en ruimte biedt; geen plan met exacte antwoorden. Ofwel: 'de Omgevingsvisie gaat over het speelveld en de spelregels, niet over de uitkomst van het spel. In de Omgevingsvisie is onder andere opgenomen dat één van de opgaven voor de regio Noord-Veluwe is om de bestaande kwaliteiten, zoals water, natuur en steden, te behouden, versterken en benutten. Ten aanzien van beschermde natuur is in de visie opgenomen dat de provincie maatregelen treft vanwege de bescherming, de instandhouding of het herstel van natuur, onder andere Natura 2000-gebieden. Juridisch is dit uitgewerkt in de Omgevingsverordening. In de Omgevingsverordening zijn regels (randvoorwaarden) opgenomen passend bij de provinciale aanpak van ambities en doelen in de Omgevingsvisie. Veel van deze regels waren eerder in diverse andere verordeningen van de provincie opgenomen.
De provincie trekt deze oude verordeningen in en brengt de Omgevingsverordening ervoor in de plaats. De regels in de Omgevingsverordening zijn zodanig dat zij goed passen bij de accenten in de aanpak van de Omgevingsvisie. In de verordening (zie afdeling 2.6) zijn instructieregels opgenomen voor de bescherming van het Gelders Natuurnetwerk. Binnen dit netwerk vallen ook Natura 2000-gebieden. De essentie van die regels is dat gewaarborgd wordt dat een plan de wezenlijke kenmerken en waarden van het natuurgebied niet aantast. Uitsluitend ontwikkelingen van groot openbaar belang zijn binnen het Gelders Natuurnetwerk toegestaan, mits er compensatie en mitigatie plaatsvinden. Een deel van het plangebied valt binnen het Gelders Natuurnetwerk en Natura 2000-gebied Veluwerandmeren. In paragraaf 5.3 wordt nader op dit onderwerp ingegaan. Voor het overige geeft de Omgevingsvisie geen instructieregels voor dit bestemmingsplan. 3.2.5 Stadsvisie 2031 Op 10 juni 2010 is de Stadsvisie Harderwijk 2031 vastgesteld. De Stadsvisie Harderwijk 2031 is gemaakt om een ontwikkelingsrichting voor de stad te bepalen op het gebied van voorzieningen, werkgelegenheid, woonklimaat en bereikbaarheid. Hierbij moeten strategische keuzes worden gemaakt. De visie is integraal. Dit betekent dat er nadrukkelijk wordt gekeken naar de onderlinge samenhang tussen de ruimtelijke, sociale en economische beleidsvelden.
De visie is een uitgangspunt voor de intensieve samenwerking tussen bestuur, bevolking, bedrijfsleven, instellingen, organisaties en andere overheidsinstanties.
15
bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003 Gekozen is voor scenario 2 "Verdiepen". Ontwikkeling is namelijk noodzakelijk om van Harderwijk een aantrekkelijke woon- en werkgemeente te maken. De Stadsvisie beschrijft de visie op de toekomst aan de hand van vier thema’s: woonklimaat: "Prettig wonen in bijzondere woonwijken voor alle doelgroepen"; maatschappelijke voorzieningen: "Harderwijk loopt voorop op het gebied van sport, cultuur, onderwijs, zorg en welzijn"; werken: "Een sterke economische structuur door een duidelijk economisch imago"; bereikbaarheid: "Goede bereikbaarheid voor alle vervoerssoorten met aandacht voor milieu en veiligheid". De "Stadsvisie Harderwijk 2031" geeft aan welke koers Harderwijk wil varen. De volgende stap is het vertalen van deze stadsvisie in één integrale visie. Een visie waarin een duidelijke sociale, economische én ruimtelijke pijler herkenbaar is. Per onderwerp worden de ambities en beleidsdoelen beschreven zodat de vraag "wat willen we in de komende jaren bereiken" helder wordt beantwoord. In de uitvoeringsagenda die hieraan wordt gekoppeld, staan de maatregelen die het gemeentebestuur de komende jaren neemt om die gestelde doelen te bereiken. In de volgende paragraaf wordt hier nader op ingegaan.
3.2.6 Structuurvisie Harderwijk 2031 De structuurvisie Harderwijk 2031 is op 20 december 2012 door de gemeenteraad vastgesteld. Deze integrale structuurvisie is een uitwerking van de in juni 2010 door de gemeenteraad vastgestelde stadsvisie. In de structuurvisie wordt aangegeven wat in de periode tot 2031 voor de gemeente Harderwijk de belangrijkste thema's zijn waar integraal aan gewerkt gaat worden door de gemeente, het bedrijfsleven, de maatschappelijke organisaties en door inwoners zelf. De visie is een document waar het economische, sociale en ruimtelijke beleid met elkaar in verband is gebracht. Het betreft een visie waarin kaders zijn gesteld met doelstellingen om de in de Stadsvisie verwoorde ambitie te verwezenlijken. Deze doelstellingen zijn ondergebracht in 4 ontwikkelsporen: Zorgzame stad, Ondernemende stad, Aantrekkelijke stad en Verbindende stad. De structuurvisie fungeert als beoordeling- en sturingsinstrument op alle gemeentelijke beleidsterreinen. Het is daarmee een beleidsdocument dat de gemeente bindt. De gemeente kan daar alleen van afwijken, indien daar een goede motivering voor is. Daarnaast wordt richting gegeven aan te verrichten inspanningen en te nemen maatregelen die moeten leiden tot de realisatie en totstandkoming van de in het beleid nagestreefde doelen.
De structuurvisie is daarmee: een visie op de sociale, economische en ruimtelijke ontwikkelingen in Harderwijk voor de middellange en lange termijn; een integrale visie met de hoofdlijnen van voorgenomen ontwikkelingen betreffende het leven, werken en verblijven in Harderwijk; de wijze waarop de gemeente de doelstellingen denkt te realiseren. In de structuurvisie staat dat voor de kwaliteit van de leefomgeving de waterbelvédères (de belevingsplekken van Harderwijk als stad aan het water) en het groen in en om de stad van belang zijn. Op de visiekaart 'Aantrekkelijke stad' is het plangebied aangegeven voor de ontwikkeling van natte natuur en waterbelvédère. Op de visiekaart 'Ondernemende stad' is voor het plangebied niks aangegeven. Op de visiekaart 'Zorgzame stad' is het Wellenpad aangewezen als fietspad als onderdeel van de hoofdfietsstructuur. Deze loopt door naar Boulevard West en Oost. Dit bestemmingsplan is in overeenstemming met de Structuurvisie Harderwijk. Door de aanleg van het Strandeiland en de herinrichting van De Wijde Wellen wordt de beleving van het water versterkt. Het fietspad over het Wellenpad blijft toegestaan.
16
bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003
3.3
Archeologie en monumentenbeleid
3.3.1 Erfgoed Op 1 januari 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening aangepast als uitwerking van het in 2009 door het rijk ingezette beleid Modernisering Monumentenzorg (MoMo). Voor de ruimtelijke ordening betekent dit een omschakeling van een objectgerichte naar omgevingsgerichte benadering. Door deze modernisering moet bij het opstellen van een bestemmingsplan meer rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Dit betekent dat naast de ondergrondse (te verwachten) cultuurhistorische waarden (archeologie), ook een beschrijving moet worden gegeven van de bovengrondse cultuurhistorische waarden, zoals (steden)bouwkunde en historische geografie en hoe in het bestemmingsplan rekening is gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarden. In de toelichting van de aanpassing, is aangegeven dat de bovengrondse cultuurhistorische waarden niet alleen de beschermde monumenten betreffen. De gemeente Harderwijk heeft daarom in 2015 een inventarisatie laten uitvoeren naar alle bovengrondse cultuurhistorische waarden en deze opgenomen in de cultuurhistorische waardenkaart. In paragraaf 5.2.2 wordt nader op dit onderwerp ingegaan.
3.3.2 Archeologienota De Erfgoedwet verplicht gemeenten om bij de vaststelling van een bestemmingsplan en bij de bestemming van de in het plan begrepen gronden, rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden. Het gemeentelijk archeologisch beleid is verwoord in het in april 2011 vastgestelde archeologiebeleid 2011-1015. Hieraan is de beleidskaart archeologie gekoppeld. De Beleidskaart Archeologie is tot stand gekomen door onderzoek van archeologisch adviesbureau RAAP (RAAP- rapport 2050 "Een actualisatie en herziening van de archeologische verwachting"). In de beleidskaart Archeologie is aangegeven wanneer bij nieuwe planontwikkelingen archeologisch vooronderzoek plaats dient te vinden. Op grond van de Erfgoedwet kan bij bestemmingsplan worden bepaald, dat een aanvrager van een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit (bouwvergunning), of een aanlegactiviteit van werken geen bouwwerken zijnde (omgevingsvergunning aanlegactiviteiten), een rapport over de archeologische waarden dient te overleggen. Aan de omgevingsvergunning kunnen indien nodig archeologische voorschriften worden verbonden. Op de beleidskaart archeologie zijn per waarde- of verwachtingsgebied de vrijstellingsgrenzen aangegeven.
Het beleid is om in bestemmingplannen een dubbelbestemming "Waarde - Archeologie" op te nemen met bijhorende bouwregels en aanlegvergunningstelsel met inachtneming van de vrijstellingsgrenzen. In paragraaf 5.2.3 wordt nader op dit onderwerp ingegaan.
3.4
Welstandsbeleid
Een bestemmingsplan is erg belangrijk voor het bouwen op en gebruiken van gronden. Vergunningsaanvragen worden immers getoetst aan de regels uit het bestemmingsplan. Naast de bestemmingsplanbepalingen en de bouwtechnische eisen waaraan een bouwwerk moet voldoen, is het uiterlijk ervan erg belangrijk. Hiervoor is een welstandsnota opgesteld. In de welstandsnota van Harderwijk wordt invulling gegeven aan de esthetische aspecten van het ruimtelijke kwaliteitsbeleid. De welstandsnota gaat daarbij vooral in op de architectonische aspecten van bouwwerken, zoals massa, vorm, positionering, kleur- en materiaalgebruik en detaillering. In stedenbouwkundige zin spreekt de welstandsnota zich uit over de uitstraling en ligging van de bebouwing in relatie tot de omgeving. In de welstandsnota zijn regels opgenomen voor: kleine bouwinitiatieven die welstandsvrij zijn;
17
bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003 kleine bouwinitiatieven waarvoor de zogenaamde 'sneltoetscriteria' gelden (criteria voor meest voorkomende kleine bouwactiviteiten); grote bouwinitiatieven waarvoor lichte, gemiddelde en zware welstandstoets gelden; grote bouwinitiatieven voor ontwikkelingslokaties, die in aparte beeldkwaliteitsplannen zijn vervat. In de welstandsnota is het volgende opgenomen over Waterfront-Zuid waar voorliggend bestemmingsplan onderdeel van is: "De gemeente Harderwijk en het Consortium Waterfront hebben gezamenlijk een supervisor aangesteld die zorg draagt voor de ruimtelijke kwaliteit van Waterfront-Zuid." Voor de horecagelegenheid op het Strandeiland zal in overleg met de supervisor een beeldkwaliteitsplan worden opgesteld. Dit beeldkwaliteitsplan zal te zijner tijd worden vastgesteld als welstandscriteria voor dit gebied.
3.5
Milieubeleid
3.5.1 Milieubeleidsplan Harderwijk 2009-2012 De gemeente Harderwijk streeft naar samenhang in het bestaande veelomvattende milieubeleid. Het milieubeleidsplan 2009-2012 maakt inzichtelijk waar Harderwijk voor staat, geeft richting aan het beleid voor de komende periode en vervult een aanjaagfunctie om verbeteringen te realiseren. Vanuit deze gedachte worden twee speerpunten benoemd waarbij rekening is gehouden met de landelijke beleidsontwikkeling: klimaatbeleid en een gebiedsgericht milieubeleid. Het zorgdragen voor een duurzame leefomgeving is het hoofddoel van dit milieubeleid. Onder een duurzame leefomgeving verstaan we het voorzien in onze behoeften, zonder de toekomstige generaties de mogelijkheden voor dezelfde behoeftes te ontnemen. Dit milieubeleidsplan geeft kaders voor beleid en laat de bevolking van Harderwijk en Hierden zien hoe de gemeente zich inzet om de lokale milieuproblemen op te lossen. Binnen de gemeentegrenzen bestaat een grote diversiteit in gebieden, met elk hun eigen kenmerken en functies. Bij ruimtelijke ontwikkeling wordt gestreefd streven we naar een optimale leefomgevingskwaliteit. Door gebieden te onderscheiden wordt duidelijk welke milieukwaliteit gewenst is en of een ontwikkeling in het desbetreffende gebied past.
Deze gebiedsgerichte benadering biedt ruimte om milieubeleid beter te laten aansluiten bij de dynamiek van ruimtelijke ontwikkelingen. 3.5.2 Gebiedsgericht milieubeleid In het Milieubeleidsplan is voor verschillende delen van Harderwijk gebiedsgericht milieubeleid opgesteld. Door het opstellen van gebiedsgericht milieubeleid komen de specifieke kwaliteiten, knelpunten, de milieubelasting en de milieuambities van het gebied in beeld. Welk milieubeleid voor het voorliggende plangebied geldt, is weergegeven op een interactieve kaart op de gemeentelijke milieuwebsite: https://geo.harderwijk.nl/geoinformatie/hwk_175_MilieuCompositieApart.html. 3.5.3 Routekaart naar een klimaatneutraal Harderwijk: De Energieke stad Harderwijk heeft vele kansen om zich te profileren op het gebied van duurzaamheid en in het bijzonder duurzame energie. Vanwege die kansen stelt de gemeente zich het volgende doel: in 2031 (Harderwijk 800 jaar) wordt binnen de gemeentegrenzen 45 % minder CO2 uitgestoten (referentiejaar 2010). Deze ambitie zal worden bereikt door in te zetten op: Energie besparing; Opwekken van duurzame energie; Compenseren (bijvoorbeeld door inkoop groene energie). Met het stellen van deze ambitie wil de gemeente in het bijzonder lokaal bijdragen aan de economische vitaliteit, leefbaarheid en identiteit van de gemeente.
Het loont om te investeren in energiebesparende maatregelen vanwege lagere lasten en vanwege de toegevoegde waarde aan het investeringsobject. Maar het betekent ook dat het opwekken van energie geld oplevert, duurzame energie zal in de toekomst alleen maar waardevoller worden. Door nu te investeren in het opwekken van duurzame energie wordt de afhankelijkheid van stijgende energieprijzen en het opraken van fossiele brandstoffen in de toekomst beperkt. Het lokaal investeren van die opbrengsten of meedelen in revenuen draagt bij aan de vitaliteit en zelfvoorzienendheid van de gemeente. Daarnaast laat de gemeente met deze doelstelling
18
bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003 zien dat zij haar principiële verantwoordelijkheid neemt ten aanzien van klimaatverandering. Let op! Duurzaamheid is nadrukkelijk meer dan alleen het besparen van energie of het treffen van milieumaatregelen (people-profit-planet).
3.6
Water- en bodembeleid
3.6.1 Inleiding In dit hoofdstuk staan de aspecten bodemopbouw, bodemkwaliteit, grondwater, waterberging en waterkwaliteit centraal. Bodem De overheid streeft naar duurzaam gebruik van de bodem. Dit door middel van het schoonmaken van ernstig verontreinigde grond (saneren), licht verontreinigde grond blijvend te beheren en schone grond schoon te houden. Deze algemene landelijke doelstellingen zijn vastgelegd in het Nationaal Milieubeleidsplan. In diverse wet? en regelgeving zijn deze doelstellingen nader uitgewerkt. Water Diverse beleidsdocumenten op verschillende bestuursniveaus liggen ten grondslag aan de uitgangspunten op het gebied van duurzaam waterbeheer: Europa: Kaderrichtlijn Water (KRW). Zwemwaterrichtlijn Nationaal: Nationaal Waterplan (NW); Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21); Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW); Waterwet. De provincie en het waterschap hebben deze uitgangspunten verder doorvertaald in regionaal beleid en uitvoeringsplannen. Wettelijke verankering van het waterbeleid vindt plaats in de Waterwet en onderliggende uitvoeringsregels. De regels die zijn vastgelegd in een verordening van de waterschappen, worden 'de Keur' genoemd. De Keur geeft met verboden aan welke activiteiten in de buurt van water en waterkeringen niet zijn toegestaan.
Daarnaast geeft de Keur met geboden aan welke onderhoudsverplichtingen eigenaren en gebruikers van wateren en waterkeringen hebben. De Waterwet kent één watervergunning, de voormalige Keurvergunning is hierin opgenomen. De watertoets is een proces waarmee in ruimtelijke plannen de mogelijke risico's (zoals waterveiligheid, wateroverlast, waterkwaliteit, verdroging en verzilting van grond? en oppervlaktewater) en kansen van water vroegtijdig in beeld worden gebracht in overleg met de waterbeheerders. In het kader van dit bestemmingsplan heeft afstemming plaats gevonden met de waterbeheerders, in dit geval het Waterschap Vallei en Veluwe, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer van regionale wateren, en Rijkswaterstaat Midden Nederland, water- en vaarwegbeheerder van het hoofdwatersysteem. In paragraaf 5.4 zijn de resultaten van de watertoets beschreven. 3.6.2 Bestaande situatie Bodemopbouw Over de lokale bodemopbouw van de Wellen en Strandeiland zijn weinig gegevens bekend. Er is 1 bodembeschrijving centraal in deze gebieden beschikbaar in het DINOloket waaruit blijkt dat de oorspronkelijke bodem voornamelijk uit matig fijn tot uiterst grof zand bestaat. Het strandeiland is opgespoten met zand uit het Veluwemeer.
Uit eerdere projecten in de oeverzone langs het Wolderwijd is bekend dat er lokaal stoorlagen voorkomen van klei en veen die zijn afgezet (en plaatselijke weer afgeslagen) toen de Zuiderzee nog vrij spel had. Voor het Knarland zijn geen bodemgegevens bekend.
19
bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003 Bodemkwaliteit De gemeente heeft samen met de omliggende gemeenten Elburg, Ermelo, Nunspeet, Elburg, Oldebroek en Putten een bodemkwaliteitskaart en bodembeheernota opgesteld. De Nota bodembeheer regio Noord Veluwe is vastgelegd in het document met kenmerk R002-1206995LNH-baw-V02-Nl d.d 21 januari 2014 (Tauw). In deze nota is omschreven welke keuzes de gemeenten hebben gemaakt ten aanzien van generiek en gebiedsspecifiek beleid, en onder welke voorwaarden grond en bagger mag worden toegepast binnen de regio. Grondwater Uit het gemeentelijk grondwatermeetnet blijkt dat de grondwaterstand varieert tussen NAP -0,25 m en NAP +0,05 m. Uit de metingen volgt verder dat de grondwaterstroming een noordwestelijke richting heeft, vanaf de Veluwe richting het Wolderwijd en de Flevopolders. Waterkwantiteit en -kwaliteit Het plangebied ligt aan de rand van het Wolderwijd. Op het Veluwemeer wordt een zomerpeil van NAP -0,05 m gehandhaafd en een winterpeil van NAP -0,3 m. Het Nationaal Waterplan 2016-2021 geeft aan dat, in tegenstelling tot het IJsselmeer, de streefpeilen voor de waterstanden op het Wolderwijd en Veluwemeer niet worden verhoogd. Het plangebied is niet gelegen in een waterwin- of grondwaterbeschermingsgebied.
Veiligheid en waterkeringen De maaiveldhoogten van het Knarland ligt tussen 0 en 1+ mNAPin. Het maaiveld van het strandeiland en de Wellen liggen globaal tussen de NAP +0,7 m en NAP +1,5 m. Er is geen primaire of regionale waterkering langs het Veluwemeer aanwezig. Uit een onderzoek naar de hoogwaterstatistiek van de Zuidelijke Veluwerandmeren (HKV Lijn in Water; 2019) blijkt dat de overstromingskans gering is: 1/1.000 jaar voor 0,7 mNAP en 1/100.000 jaar voor 1,5+ mNAP. Dit zijn -naar huidige inzichtenherhalingskansen tot het jaar 2100. Door de wereldwijde klimaatverandering zal op de lange termijn de kans op hoogwater situaties gaat toenemen. 3.6.3 Autonome ontwikkeling Peil Veluwemeer In het huidige peilbesluit is het streefpeil in de zomer voor de Veluwerandmeren - 0,05 m NAP en in de winter is het streefpeil -0,30 m NAP. Het vaakst voorkomend meerpeil in de zomer is -0,06 m NAP, in de winter is dit -0,28 NAP. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 is voor de Veluwerandmeren een bandbreedte in de zomer opgenomen die aansluit bij de huidige praktijksituatie, zijnde -0,05 tot -0,10 m NAP. In het peilbeheer wordt net als in de huidige situatie voortdurend gestuurd op -0,05 m NAP. Ook in de winter is een bandbreedte opgenomen die aansluit bij de huidige praktijksituatie, te weten -0,30 tot -0,10 m NAP voor de Veluwerandmeren.
Er is voor de Veluwerandmeren geen sprake van een relevante peilstijging (naar huidige inzichten tot 2050). Afvalwater en riolering Het afvalwater van het strandeiland wordt ingezameld en via een minigemaal afgevoerd naar een vrijvervalriool in de Strandboulevard 3.6.4 Lokaal waterbeheer Algemene regels Veel handelingen op en nabij de waterstaatswerken zijn vrijgesteld van de vergunningsplicht. Deze handelingen heeft het waterschap in algemene regels opgenomen. Grondwater Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / draineren
20
bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003 van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Oppervlaktewater Rijkswaterstaat Midden Nederland is verantwoordelijk voor het peil- en waterbeheer in het hoofdwatersysteem. Provincie Gelderland is bevoegd gezag voor de Europese zwemwaterrichtlijn en wijst officiële zwemwaterlocaties in oppervlaktewater aan. Rijkswaterstaat Midden Nederland is als waterbeheerder belast met de controle op de waterkwaliteit tijdens het zwemseizoen (mei-oktober). Op officiële open water zwemlocaties wordt de waterkwaliteit gecontroleerd. De gezondheidsrisico's van het zwemmen op deze locaties is beperkt. Desondanks kunnen ook in open water dat wordt gecontroleerd ziekteverwekkers voorkomen (bijvoorbeeld virussen, bacteriën en parasieten). In niet gecontroleerd water is die kans groter. Dat geldt niet alleen voor mensen, maar ook voor honden. Het Strandeiland is in 2015 toegevoegd aan de lijst met officieel aangewezen zwemwater locaties in oppervlaktewater.
Hiervoor is een zwemwaterprofiel opgesteld (RHDHV; 2014) 3.6.5 Zuiveringskring Afvalwaterketen Plan WHEP 2016-2023 (ZAP) Het ZAP is een gezamenlijk plan van gemeenten Harderwijk, Ermelo en Putten alsmede Waterschap Vallei en Veluwe en heeft de status van het (wettelijk verplicht) verbreed gemeentelijk rioleringsplan (vGRP). In het plan zijn de volgende beleidsmatige uitgangspunten gedefinieerd voor de wettelijke gemeentelijk zorgplichten stedelijke afvalwater, hemelwater en grondwater: Stedelijk Afvalwater Uitgangspunt voor stedelijk afvalwater zijn de wettelijke verplichtingen Wet milieubeheer art. 10.33. Stedelijk afvalwater bestaat uit huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. De zorgplicht voor stedelijk afvalwater kent in vergelijking met de andere zorgplichten weinig vrijheid: inzamelen, transporteren en zuiveren (door het waterschap) is verplicht. Hemelwater Op het gebied van hemelwater is de belangrijkste opgave de gevolgen van de klimaatverandering op te vangen. We doen dit door aanpassingen van onze systemen en door meer gebruik te gaan maken van de openbare ruimte voor opvang en afvoer van hemelwater. Vanuit de Waterwet artikel 3.5 zijn gemeenten verantwoordelijk voor een doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater.
Deze verantwoordelijkheid geldt alleen zolang degenen die zich wil ontdoen van hemelwater niet redelijkerwijs de mogelijkheid heeft om het hemelwater zelf in de bodem of op een oppervlaktewater te lozen. Uitgangspunten hierbij zijn: perceeleigenaar is in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor inzameling en verwerking van hemelwater (infiltratie op eigen terrein). Indien dit redelijkerwijs niet van de perceeleigenaar kan worden verwacht, zal de gemeente de zorgplicht over moeten nemen. perceeleigenaren van bestaande bebouwing worden gestimuleerd om hemelwater van de vuilwater riolering af te koppelen. bij eventuele reconstructie: hemelwater van openbaar gebied afkoppelen van riolering, tenzij dit niet doelmatig blijkt te zijn. bij eventuele nieuwe grootschalige ontwikkelingen (inbreiding en/of herinrichting): hemelwater in principe bij voorkeur lokaal inzamelen en verwerken (infiltratie of lozing op oppervlaktewater), tenzij dit ondoelmatig blijkt te zijn (bijvoorbeeld bij hoge grondwaterstand of bestaand dicht stedelijk gebied). Om het afstromend hemelwater schoon te houden worden geen uitlogende materialen gebruikt bij de woningbouw en in de openbare ruimte (straatmeubilair en dergelijke). Op nieuwe bouwlocaties zal alleen het huishoudelijk afvalwater worden aangesloten op de gemeentelijke riolering. Voor het hemelwater
21
bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003 moet een andere wijze van afvoeren worden gevonden. Hiervoor bestaan in principe twee mogelijkheden, namelijk infiltratie in de bodem en lozing op het oppervlaktewater. Grondwater De bewoner heeft de verplichting om grondwater op eigen terrein te verwerken (Waterwet art. 3.6). De gemeente heeft een regierol wat inhoudt dat in overleg met degene die overlast ervaart er wordt gekeken naar een mogelijke oplossing. Uitgangspunten hierbij zijn: de perceeleigenaar: verwerkt grondwater op eigen terrein en zorgt voor een waterdicht pand. de gemeente: neemt meldingen in ontvangst en zoekt naar een oplossing. alleen als geen enkele andere partij een oplossing kan of hoeft te bieden, dan neemt de gemeente maatregelen. Er worden alleen maatregelen genomen als sprake is van structurele grondwateroverlast die de gemeente op een doelmatige manier kan oplossen. het waterschap; neemt peilbesluiten en beïnvloedt hiermee de grondwaterstand. Vooral buiten de bebouwde kom speelt het waterschap hiermee een belangrijke rol. Ook verleent het waterschap vergunning voor kleinere grondwateronttrekkingen. de provincie: verleent vergunningen voor grotere industriële grondwateronttrekkingen, onttrekkingen voor de drinkwatervoorziening en onttrekkingen voor een bodemenergiesysteem.
Ook werkt de provincie aan natuurontwikkeling. Vooral als ergens sprake is van verdroging zal grondwater voor de provincie een belangrijk onderwerp zijn. Bij nieuwbouw ligt de bodem van de kruipruimte minimaal 0,2 m boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand. Grondwaterneutraal bouwen Voor de bouw van eventuele ondergrondse ruimten (kelders) moet de grondwaterstand gedurende de uitvoeringsperiode mogelijk worden verlaagd. De constructie van de kelder(s) moet zodanig waterdicht worden uitgevoerd dat na de bouw in de gebruiksfase geen (permanente) grondwaterstandverlaging nodig is. Tevens betekent dit ook, dat bij nieuwbouw het vloerpeil (bijvoorbeeld ophogen) of de bouwwijze (bijvoorbeeld kruipruimte loos) moet worden afgestemd op de grondwaterstand, zodat er geen permanente drainage nodig is. Om grondwateroverlast te voorkomen moet er een watertoets worden uitgevoerd.
3.7
Groenbeleid
In het Handboek Harderwijks Groen staat het Harderwijkse groenbeleid voor stad, landschap en bos in samenhang met elkaar beschreven. Dit beleidsplan is in december 2007 door de raad van de gemeente Harderwijk vastgesteld. Hoofddoelstelling van beleid is de hoofdstructuur van stedelijk groen (de Groene Mal) in stand te houden en te versterken. Hier zal niet worden gebouwd en worden ontbrekende schakels hersteld. Het groen dient naast belevingswaarde een duidelijke gebruikswaarde te bezitten (sport/spel). De Wijde Wellen is een belangrijk groengebied aan de rand van binnenstad. Met de herinrichting van het gebied zijn de belevings- en gebruikswaarde versterkt.
3.8
Verkeers- en vervoersbeleid
3.8.1 Verkeer Het verkeers- en vervoersbeleid van de gemeente Harderwijk is opgenomen in het Verkeersstructuurplan (VSP). Het VSP is in december 2010 vastgesteld door de gemeenteraad van Harderwijk en het plan bestaat uit een deel Mobiliteitsvisie (met een doorkijk naar 2030) en een deel Gemeentelijk Verkeersen Vervoersplan (met een doorkijk tot 2015). Het VSP geeft aan dat de komende jaren prioriteit wordt gegeven aan het aanpakken van verkeersonveiligheid in algemene zin en verkeersonveilige locaties in het bijzonder en daarnaast het stimuleren van het fietsverkeer in de gemeente Harderwijk.
22
bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003 In paragraaf 5.7 wordt nader op dit onderwerp ingegaan. 3.8.2 Parkeren Op 23 mei 2013 is door de gemeenteraad een Parkeernormennota vastgesteld. Deze Parkeernormennota is een uitwerking van de vastgestelde visie op parkeren in Harderwijk (GVVP). De Parkeernormennota dient tevens als uitbreiding/toevoeging aan de parkeerfondsregeling. Omdat er geen wettelijke, door de rijksoverheid vastgestelde en voorgeschreven parkeernormen bestaan, heeft de gemeente Harderwijk besloten om de parkeernormen in één document vast te stellen met normen die specifiek toepasbaar zijn voor de situaties binnen de gemeente Harderwijk. Deze parkeernormen worden gebruikt bij het berekenen van de parkeerbehoefte bij voorzieningen als woningen, scholen, winkels, kantoren en bedrijven. Het vaststellen van deze parkeernormen is onder meer voor burgers, projectontwikkelaars en de gemeente Harderwijk zelf van belang. Door het vaststellen is het namelijk voor iedere belanghebbende duidelijk en inzichtelijk welke parkeernormen voor een bepaalde functie gehanteerd worden. Hierdoor ontstaat eenduidigheid in het parkeernormenbeleid. In paragraaf 5.7 wordt nader op dit onderwerp ingegaan.
23
bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003
24
bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00223-0003
Hoofdstuk 4 4.1
Planbeschrijving
Inleiding
Het bestemmingsplan is vooral conserverend van aard. Dit houdt in dat met name de bestaande situatie vastgelegd wordt. Zoals in paragraaf 1.1 genoemd, is er sprake van enkele ontwikkelingen van beperkte omvang ten aanzien van de bestaande gebruiks- en bouwmogelijkheden in de vigerende bestemmingsplannen. In dit hoofdstuk wordt per gebied ingegaan op de mogelijkheden die het nieuwe bestemmingsplan biedt. Hierbij wordt ook ingegaan op eventuele wijzigingen van gebruiks- en bouwmogelijkheden ten opzichte van de geldende bestemmingsplannen.
4.2
Strandeiland
Het Strandeiland is al een paar jaar een belangrijke plek voor dagrecreanten. Het strand met horecagelegenheid is uitgegroeid tot een bekend stadsstrand waar inwoners van Harderwijk en dagjesmensen kunnen recreëren. Bij wijze van pilot is een horecavoorziening met terras gerealiseerd. Vooralsnog staan hier nu tijdelijke bouwwerken, maar het idee is om hier een permanente voorziening mogelijk te maken. Dit bestemmingsplan legt de toekomstige situatie vast. Er mag een gebouw worden gerealiseerd van maximaal 400 m2 en het terras mag eenzelfde oppervlakte hebben. De toegestane bouwhoogtes zijn gespecificeerd voor de nieuw locatie. De bestaande horeca-activiteiten kunnen worden doorgezet. Vanwege het nabijgelegen natuurgebied mag er geen toename zijn van geluid en licht richting het Wolderwijd. Een nieuwe horecavoorziening zal worden getoetst aan het beeldkwaliteitsplan Waterfront-Zuid (2013). Grenzend aan de westzijde van de horecavoorziening is in 2018 een openbare sanitairunit gerealiseerd. Deze sanitairunit is planologisch verankerd in voorliggend bestemmingsplan. Het strand is ook geschikt om kleinschalige, kortdurende evenementen te organiseren. Aandachtspunt hierbij is dat ook deze evenementen een kans op verstoring door geluid, licht en optische beweging met zich mee kunnen brengen.
Er is een ecologisch onderzoek uitgevoerd om de mogelijke effecten van kleinere evenementen op natuur in beeld te brengen. In paragraaf 5.3 wordt hier nader op ingegaan. Ook maakt dit bestemmingsplan het mogelijk om via een wijzigingsbevoegdheid 400 m2 extra te mogen bouwen ten behoeve van dagrecreatieve voorzieningen. Hier kan hier bijvoorbeeld gaan om het verhuur van strandartikelen en kleine niet-gemotoriseerde vaartuigen te verhuren. Het idee is dat de verhuur plaatsvindt vanuit een klein gebouw. In het geldende bestemmingsplan is de mogelijkheid opgenomen om twee kiosken te plaatsen. Van deze mogelijkheid is en wordt geen gebruik gemaakt en wordt daarom niet overgenomen in voorliggend bestemmingsplan.
4.3
De Wijde Wellen
Voor De Wijde Wellen is een herinrichtingsplan opgesteld en deze is in 2021 nagenoeg gereed gekomen. Met de herinrichting wordt de recreatieve waarde gestimuleerd en de ruimtelijke kwaliteit vergroot. Er zijn meerdere recreatieve voorzieningen gerealiseerd gericht op wandelaars en fietsers en dagtoerisme. Met de nieuwe inrichting van de Wijde Wellen zijn de volgende voorzieningen gerealiseerd (van noord naar zuid): langs het water is een wandelpromenade met een lengte van 600 m gerealiseerd; in de noordelijke punt van de Wellen is nabij de Hoge Brug een houten vlonder met terras gerealiseerd. Het terras wordt gebruikt ten behoeve van de commerciële horeca; de Stille Wei is geschikter gemaakt om de bestaande grotere evenementen te houden; de kustlijn is enigszins gewijzigd. In het noordelijke deel is een strook dat nu nog land is, veranderd naar water. In het zuidelijke deel juist andersom, dus een strook water wordt daar land; er zijn twee uitkijkpunten gebouwd. Eén ervan is 3,2 meter hoog met uitzicht over het Wolderwijd.