CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Vast te stellen BPL Hierden Dorp Ooster Mheenweg_ naast 9 v18082021.pdf

Raadsvergadering 16 september 2021, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Hierden-Dorp - Ooster Mheenweg, naast 929.583 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Huisman | Ruimte Ŵ Visualisatie Putterweg 32 3886 PC Garderen T 06 52 35 18 71 M info@huismanruimte.nl I www.huismanruimte.nl

Mulder Bouwmanagement Gemeente Harderwijk Bestemmingsplan Hierden Dorp - Ooster Mheenweg naast 9 Toelichting Identificatie: Status plan: Datum:

N L.IMRO.0243.BP00262-0002 Vastgesteld 18 augustus 2021

Mulder Bouwmanagement B.V. Postbus 9003 3840 GA Harderwijk T 06 53 123 902 M info@mulderbouwmanagement.nl I www.mulderbouwmanagement.nl

Aantal bijlagen: Bijlage 1 - Inpassingsplan Bijlage 2 - Ecologisch onderzoek en Aeriusberekening Bijlage 3 - Watertoets Bijlage 4 - Bodemonderzoek Bijlage 5 - Slooptekening Bijlage 6- Advies ODNV en VNOG

Huisman | Ruimte ã Visualisatie De spil tussen particulier en overheid

Huisman | Ruimte Ŵ Visualisatie Putterweg 32 3886 PC Garderen T 06 52 35 18 71 M info@huismanruimte.nl I www.huismanruimte.nl

Hierden Dorp - Ooster Mheenweg naast 9 Overheid: Gemeente Harderwijk Plantype: bestemmingsplan Document: Toelichting Planstatus: vastgesteld Datum: 2021-08-18 Plan identificatie: NL.IMRO.0243.BP00262-0002

Huisman | Ruimte 81 Visualisatie De spil tussen particulier en overheid

ra

Inhoudsopgave 1 Inleiding.......................................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding.................................................................................................................................................4 1.2 Doel.......................................................................................................................................................... 4 1.3 Plangebied.................................................................................................................................................5 1.4 Geldend bestemmingsplan........................................................................................................................7 1.5 De bij het plan behorende stukken.......................................................................................................... 10 1.6 Leeswijzer................................................................................................................................................10 2 Planbeschrijving.............................................................................................................................................

11 2.1 Huidige situatie....................................................................................................................................... 11 2.2 Toekomstige situatie............................................................................................................................... 14 3 Beleidskader...................................................................................................................................................19 3.1 Algemeen................................................................................................................................................19 3.2 Rijksbeleid...............................................................................................................................................19 3.3 Provinciaal beleid.................................................................................................................................... 22 3.4 Regionaal beleid...................................................................................................................................... 28 3.5 Gemeentelijk beleid................................................................................................................................

30 3.6 Waterbeleid............................................................................................................................................42 4 Onderzoek..................................................................................................................................................... 49 4.1 Algemeen................................................................................................................................................49 4.2 Cultuurhistorie en archeologie.................................................................................................................49 4.3 Ecologie...................................................................................................................................................52 4.4 Watertoets..............................................................................................................................................56 4.5 Milieu..................................................................................................................................................... 59 4.6 Kabels en leidingen.................................................................................................................................

78 4.7 Verkeer en parkeren............................................................................................................................... 79 5 Juridische aspecten........................................................................................................................................ 80 5.1 Inleiding...................................................................................................................................................80 5.2 Algemene uitgangspunten...................................................................................................................... 83 5.3 Verantwoording Handboek Harderwijk................................................................................................... 83 5.4 Bestemmingsbepalingen......................................................................................................................... 84 5.5 Handhaving.............................................................................................................................................85 6 Economische uitvoerbaarheid.......................................................................................................................

88 7 Inspraak, overleg en zienswijzen.....................................................................................................................89 7.1 Inspraak...................................................................................................................................................89 7.2 Vooroverleg.............................................................................................................................................89 7.3 Zienswijzen..............................................................................................................................................90

Huisman | Ruimte 81 Visualisatie De spil tussen particulier en overheid

2

Huisman | Ruimte 81 Visualisatie De spil tussen particulier en overheid

ra

1 Inleiding 1.1 Aanleiding Initiatiefnemer is eigenaar van perceel 4145 aan de Ooster Mheenweg in Hierden. Op het perceel staan twee (asbest)schuren met een oppervlakte van 300 m2. De initiatiefnemer is voornemens om de schuren te slopen en daarvoor in plaats een kleine levensloopbestendige woning te realiseren op perceel 4145. In overeenstemming met het beleid van de gemeente zal er 450 m2 aan bebouwing gesloopt moeten worden voor de bouw van een woning. De initiatiefnemer zal daarom op het perceel Parallelweg 9/10 een schuur slopen van 150 m2. Het initiatief is voorgelegd aan de gemeente Harderwijk, deze is positief over de gewenste ontwikkeling. Het college van burgemeester en wethouders heeft aangegeven in principe planologische medewerking te willen verlenen aan dit initiatief onder voorwaarden dat wordt voldaan aan het slopen van 450 m2 voormalige agrarische bebouwing, milieu- en duurzaamheidsaspecten en de stedenbouwkundige randvoorwaarden. Op basis van het geldend bestemmingsplan 'Hierden Dorp 2011' is de voorgenomen ontwikkeling niet mogelijk. Op het perceel 4145 is het niet toegestaan om een hoofdgebouw te realiseren. Het geldend bestemmingsplan dient gewijzigd te worden om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken. Het voorliggende bestemmingsplan is de juridisch-planologische regeling die de voorgenomen ontwikkeling mogelijk maakt.

Omdat de slooplocatie en de ontwikkellocatie onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden is de ontwikkeling gecombineerd in één bestemmingsplan. 1.2 Doel Het belangrijkste doel van het op te stellen bestemmingsplan Hierden Dorp - Ooster Mheenweg naast 9 is het scheppen van een ruimtelijk kader om de sloop van twee schuren en de bouw van een kleine levensloopbestendige woning planologisch mogelijk te maken. Het bestemmingsplan Hierden Dorp - Ooster Mheenweg naast 9 vervangt bij inwerkingtreding het bestemmingsplan Hierden Dorp 2011 ter plaatse van de in het plangebied betrokken kadastrale perceel.

Huisman | Ruimte 81 Visualisatie De spil tussen particulier en overheid

4

ra

1.3 Plangebied Het plangebied van dit bestemmingsplan bestaat uit twee deellocaties, betreffende: ^ ^

Deellocatie OosterMheenweg (hierna te noemen ontwikkellocatie) Deellocatie Parallelweg 9/10 (hierna te noemen slooplocatie)

De twee deellocaties liggen in het buitengebied van de gemeente Harderwijk. Op de volgende afbeelding is de ligging van de ontwikkel- en slooplocatie weergegeven. Het plangebied Ooster Mheenweg bevindt zich ten westen van de kern van Hierden, nabij de rotonde Zuiderzeestraatweg, Molenweg en Ooster Mheenweg. Het plangebied ligt achter de lintbebouwing van de Ooster Mheenweg. Het plangebied wordt aan de noord- en westzijde begrenst door agrarische weidegrond en aan de zuid- en oostzijde door woonpercelen. Het perceel Parallelweg 9/10 ligt binnen het voormalig eendengebied in Harderwijk.

Ligging plangebied t.o.v. de kern Hierden

Huisman | Ruimte 81 Visualisatie De spil tussen particulier en overheid

5

ra

PW

4145

.5

Begrenzing plangebied, kadastraal perceel 4145

Huisman | Ruimte 81 Visualisatie De spil tussen particulier en overheid

6

ra

Begrenzing plangebied, perceel Parallelweg 9/10 1.4 Geldend bestemmingsplan Voor het perceel aan de Ooster Mheenweg is het bestemmingsplan 'Hierden Dorp 2011' (NL.IMRO.0243.BP00050-0003) van toepassing. Dit plan is gewijzigd vastgesteld door de gemeenteraad van Harderwijk op 23 mei 2013. Het perceel heeft op basis van het geldend bestemmingsplan de enkelbestemming 'Wonen - Dorpsgebied'. Het plangebied kent tevens de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 2' en de bouwaanduiding 'bijgebouwen'. Het aantal woningen mag binnen de bestemming 'Wonen - Dorpsgebied' niet meer bedragen dan het bestaande aantal woningen op het moment van inwerkingtreding van dit plan. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, hoofdgebouwen worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hoofdgebouw'. Bijgebouwen mogen tevens buiten het bouwvlak worden gebouwd, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen'. De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk indien de oppervlakte waarop de aanvraag betrekking heeft groter is dan 1.000 m2 en de activiteit op een grotere diepte dan 0,3 m wordt uitgevoerd.

Huisman | Ruimte 81 Visualisatie De spil tussen particulier en overheid

7

Ook geldt het bestemmingsplan 'Reparatieplan Hierden Dorp 2011' (NL.IMRO.0243.BP00114-0002). Dit plan is vastgesteld door de gemeenteraad van Harderwijk op 30 april 2015. Met dit bestemmingsplan zijn onvolkomenheden in het bestemmingsplan "Hierden Dorp 2011" gerepareerd en zijn enkele nieuwe en/of gewijzigde beleidsregels verwerkt. Met het reparatieplan zijn geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Het bestemmingsplan "Hierden Dorp 2011" is en blijft, behoudens de in dit plan beschreven aanpassingen, van toepassing. na 4444444444- 4- 4- 4* 4- 4- 4- 4- 4- - 4-4-4+ + + + + + + + + -I 4- 4- 4-1 4- 4- 4- 4- 4-4-4-

4 + ŞgH-f 4- 4- 4- 4- -48S8

4 4 4F4 4 4 4 4 +İ 4 4 414- 4 -1-4

4- 4-4-4-

4 4 4 4 4 4 4

gemeente Harderwijk

‘3972 4 4

4 + 4 + 4 +1 44 + 4 + 4 t

t t * 44 + 44

4W- 4 4 4 4^4 4 4

Hierden Dorp 2011

bestemmingsplan

4- 4-4-4- 4- 4- 4- 4- 4- 4-144-4-4-' onherroepelijk (vastgesteld 2013-05-23) 4- 4-4-44-4-14- 4-14-4-4-4-4-44-4-4-4-4-14-4-4-4-4-4- 4 I+ í-t PLEKINF0 DOCUMENTEN KENMERKEN 4- 4- 4- 4- 4-14- 4 + 444 4 4 4 4 4 4 4 39W ą. .f + 4-4-14-4-4-4-4-4- 4 4 4 4 4 4 4 f 174545.6,485652.7 4-4-4- 4- 4- 4-4-4- 4- 4- 4- 4-4-44-4-44- 4- 4-4-43969 4-4-44-4-444 Enkelbestemming 4- 4- 4- 4- 4- 4- 4-1 4- 4- 4- 4- 4- 4- ,4- 4- 4- 4-4-44- 4-4-4Wonen - Dorpsgebied 4- 4- 4-4-44- 4- + 4-4-4-4- + + + + Ý +'4 4 4 4 + + + + + + + + + + + + + + + + + + + 'tjk.-*—ľ+'f 4 + 4 4 4 4 4 4 '4 4 4 4 4 4 4 Dubbelbestemming + + 4 4 4 4 4 4 41 4 4 4 44 4444444444 Waarde - Archeologie 4 + 44 44444444 444444444 4 4 4 4 4 -H 4 + 4 4 44 44 4 Bouwaanduiding 4 4 +7-FVV+ 4 4 4 4 14 4 + 4 4 4 4 -3 4 + 44 bijgebouwen 444444444 + I+ 4 44444444 4 4 4 4 14 4 4 4 444444444 4 + 44 14 4 + 4 4 4 4 4 ú.

4 + 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 + 4 p5r^F'4 4 '4 + 4 4 + 4 ± 4 4 + 4 f 4 4 4 4 4 + 4 4 + 4 Ï+ 4 +1+ + + + + + + + + 4 4 4 4 +J 4 + 4 44444 4İ444 I+ 4 4 +J 4 4 4 4 4 4 + 4 4 + 4 4 4.4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 + 4 4 + 44 '++1 4+4 4 + 4 4 14258* 4 + 44 4 + 4 4 4 4 4 4 4 4 + 4 4 + 4 + + + + + +1+ + + 4 + 4 4 4 ļ4.j-.i-4-4 4 4 4 4 + 4 4 +4 ‘-Fİ+ 4 4 4 +4 4 + 4 4'4 4 +V 4 + 4 4 + 4 4 4 4 4 4 4 4 + 4 4 4 4 4 4 4 4 r 4 4 4/ 4 + 4 4 34W 4 + 4 4+4 4 4 4 4 4 4 4 ļ- 4 4 4 4 4 4 4 4 Z Y+ 4 4 4 + 4 4 4 4 4 4 4 + 4 4 + 4 4 + 4, 44444444 4+4 4/4 4 4 4 +4 4+ 4 4 9 4 + 4 44444444 4 +4 4 4 4 4 4 4 4 + 4 4 + 4 44444444 4 +4 4 4 4 4 4 4 4 + 4 4 + 4 4 + 4 4 4* 4'4*4 4 + 4 4 +4 4 4 44 4 4 4 4 + 4 4 + 4 4 4 4 +1+ 4 4 4 4 4] 4 +C+ 4 4 + 4 4 4 + 4 4 4—44 + 4 44 4,4 4 4 + 44 4 4 4/4 ■4 4 4 4 44444444444414 4 + 4 4 + 4 4 4l4-4-rfVt 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4/4 4 + 4 4 4 1 4 4444444444444444 4 + 4 4444444444444444 4 + 4 4+44 4 4 4 4 4 4 4 4 + 44 -ñ!4 4 + 4 4 + 4 4 + 44 4 4 4 4 4 4 4 I- 4 4 4 4 4/4 4 + 4 4444444444444444 444444444444444 4 MilPi- 4T 4.TH4 -P 4 4 4 4 4ļ 4 4 M 4 I I M I I 4 +1 4 4 H* 4 dWl 4/4 4+44 Uitsnede bestemmingsplan Hierden Dorp 2011 met plangebied rood omkaderd (bron: ruimtelijkeplannen.nl) 4-4-4-

De slooplocatie ligt in het bestemmingsplan "Veegplan Buitengebied" en heeft de bestemming 'Agrarisch' met de functieaanduiding 'intensieve veehouderij'. Over deze bestemming heen liggen de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1'.

Huisman | Ruimte 8i Visualisatie De spil tussen particulier en overheid

8

+ + + -J- + + + + + + + + + + + +1+ 4- 4- 4 4- 4

m

Ť t *.-±-

t^TT+T 4^4-4-4*4-4* 4 * 4■f 4 4 4 4 -t- 4

+

* + +

4 4» + 4. 4 4 4 4 4 4

^Jt t t t J

4- 4 + 4 4 4

4 4 4 4 4 4

■4

I

I T4 4 4­

14 4 4 4

4 4 4 44444 4 44 + 4444444 + 444­ 444444-^44

Uitsnede bestemmingsplan ruimtelijkeplannen.nl)

44-44444-44444444-1444 ;

"Veegplan

Buitengebied1

met

planlocatie,

rode

druppel (bron:

Toets aan geldend bestemmingsplan Het initiatief betreft de realisatie van een kleine levensloopbestendige woning op het perceel 4145 aan de Ooster Mheenweg in Hierden. Het betreffende perceel is in het geldend bestemmingsplan bestemd voor woondoeleinden, het is echter niet mogelijk om op het perceel een hoofdgebouw te realiseren. Het geldend bestemmingsplan dient hiervoor gewijzigd te worden. Gronden met de bestemming 'agrarisch' en de aanduiding 'intensieve veehouderij' zijn bestemd voor de uitoefening van een intensieve veehouderij. Om de sloop van de schuren te waarborgen, moet de huidige bestemming worden veranderd, waardoor de bouw van agrarische gebouwen niet meer mogelijk is. Het voorliggende bestemmingsplan is de juridisch-planologische regeling die de voorgenomen ontwikkeling mogelijk maakt.

Huisman | Ruimte 81 Visualisatie De spil tussen particulier en overheid

9

ra

1.5 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan " Hierden Dorp - Ooster Mheenweg naast 9 " heeft als IMRO-idn NL.IMRO.0243.BP00262-0002 - en bestaat uit een gml-bestand, regels en een toelichting. Het gml-bestand kent een analoge en digitale verbeelding. De analoge versie van het plan betreft een boekje met kaarten (PDF of hardcopy). De digitale versie is te raadplegen via de landelijke voorziening (www.ruimtelijkeplannen.nl). De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en dienen in samenhang gelezen te worden. Indien er verschil bestaat tussen de analoge en de digitale verbeelding, gaat de digitale verbeelding voor. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden en opstallen aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels gekoppeld. De toelichting van dit bestemmingsplan heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen en doet verslag van het onderzoek dat aan het bestemmingsplan vooraf is gegaan. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.

1.6 Leeswijzer De toelichting van het bestemmingsplan " Hierden Dorp - Ooster Mheenweg naast 9 " bestaat uit de volgende hoofdstukken: ^ ^ ^ ^

^ ^

in hoofdstuk 2 wordt de huidige en toekomstige situatie beschreven. in hoofdstuk 3 wordt een schets gegeven van het beleidskader dat van belang is voor het functioneren en de ontwikkeling van het plangebied; in hoofdstuk 4 komt de uitvoerbaarheid van het plan aan bod. Aan de orde komen zaken als archeologie, ecologie, water en milieu; in hoofdstuk 5 worden kort de verschillende neergelegde bestemmingen, de juridische planopzet, behandeld en wordt verantwoording gegeven van het gebruik van de standaarden voor bestemmingsplannen in Harderwijk; in hoofdstuk 6 wordt ingegaan op het kostenverhaal en de economische uitvoerbaarheid van het plan; de toelichting wordt afgesloten met hoofdstuk 7 waarin wordt ingegaan op het proces van inspraak en overleg in relatie tot dit bestemmingsplan.

Huisman | Ruimte 81 Visualisatie De spil tussen particulier en overheid

10

ra

2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie Het plangebied aan de Ooster Mheenweg bestaat uit het kadastraal perceel 4145. Het plangebied heeft een oppervlakte van 1225 m2. Binnen het plangebied staan twee schuren met asbestdaken, de schuren hebben een gezamenlijke oppervlakte van 300 m2. Het plangebied ligt in een bebouwde omgeving, dichtbij de kern van het dorp Hierden en is goed ontsloten. Op de gronden aan de westzijde van het plangebied en achter de lintbebouwing aan Ooster Mheenweg zijn nu al een viertal woningen aanwezig zijn. Rondom het betreffende plangebied is al woonbebouwing aanwezig. Iets ten zuiden van het plangebied wordt momenteel een nieuwbouwproject van een aantal senioren woningen gerealiseerd. I

lim—

4145

~ «S3 -

Luchtfoto bestaande situatie (bron: www.pdok.nl)

Huisman | Ruimte 81 Visualisatie De spil tussen particulier en overheid

11

4ĚÍWtx

Oblique luchtfoto bestaande situatie (bron: gemeente Harderwijk) Landschappelijke context Het plangebied aan de Ooster Mheenweg behoort tot het deelgebied 'Stadslanderijen met kamerstructuur' (bron: Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden). De Stadslanderijen beslaan het gebied ten noorden en oosten van het dorp Hierden, de Zuiderzeestraatweg en de Molenweg. Het gebied vormt de overgangszone tussen de hoger gelegen enken en de lage natte Mheenlanden en de Hierdense beek. De verkaveling is regelmatig en recht. In het verleden maakten vele houtwallen op de kavelgrenzen dit tot een karakteristiek gebied. Binnen de Stadslanderijen zijn drie subgebieden te onderscheiden: De Stadslanderijen met Kamerstructuur en de Noordelijke Dorpsrand en de Stadslanderijen Oost. Het plangebied ligt in het subgebied Stadslanderijen met Kamerstructuur. Stadslanderijen met Kamerstructuur De kavelstructuur van gebied nabij de Zuiderzeestraatweg is orthogonaal en staat haaks op de Zuiderzeestraatweg. Langs de Zuiderzeestraatweg is in de loop van de tijd een lint van woningen en boerderijen ontstaan met daartussen enkele waardevolle open ruimtes. Woonerven liggen verspreid in het landschap met daartussen veel open weitjes. De woningen zijn zowel haaks op de Zuiderzeestraatweg georiënteerd als parallel. De woningen zijn vrijstaand en hebben meestal een vrij forse tuin.

Boerderijen met een agrarische functie zijn in dit gebied niet of nauwelijks aanwezig. Het gebied kent vrij veel doodlopende wegen, met weinig betekenis voor de recreant. De Zuiderzeestraatweg is beplant met eiken maar op grote delen van de weg is de laan onderbroken. Van de houtwallen uit 1900 staan nog enkele relicten overeind.

Huisman | Ruimte 8t Visualisatie De spil tussen particulier en overheid

12

Omdat er nog weinig houtwallen over zijn is het verschil in openheid met de achterliggende Mheenlanden vervaagd en heeft men vanuit het landschap vrij zicht op de achterkanten van de erven. Slooplocatie Aan de parallelweg 9/10, parallel aan de A28, bevindt zich een eendenhouderij. Dit bedrijf heeft een milieuvergunning voor het houden van 24000 slachteenden, waarvoor twaalf eendenschuren aanwezig zijn.De locatie ligt in de zuidelijke randzone van de Hierdense enk in de directe nabijheid van het bosgebied van de Veluwe. Door de ligging in de randzone van de Enk en de nabijheid van een natura-2000 gebied is de locatie geen duurzame locatie voor een intensieve veehouderij.

Luchtfoto bestaande situatie slooplocatie (bron: gemeente Harderwijk) De slooplocatie ligt in het landschapstype Intensieve veehouderijlandschap. Dit landschapstype is als volgt beschreven: 'De oorspronkelijk aanwezige uitlopers van de Veluwe aan de zuidkant van de Enk, zijn na de aanleg van de A28 geïsoleerd komen te liggen. In een deel van dit gebied zijn na de afsluiting van de Zuiderzee door voormalige vissers eendenhouderijen begonnen. Dit bracht met zich mee dat hier grote aantallen schuren gebouwd werden. Inmiddels is de dichtheid hiervan wel verminderd door nieuwe eisen die o.a. vanuit milieuwetgeving aan die bebouwing werden gesteld. Nu staan er voornamelijk grotere lange schuren met kale erven haaks (noord-zuid) op de weg (Tweede Parallelweg). Er is binnen het gebied weinig beplanting aanwezig.'

Huisman | Ruimte 81 Visualisatie De spil tussen particulier en overheid

13

Vanwege de oorspronkelijke vestiging van de eendenhouderijen wordt het gebied ook wel het eendengebied genoemd. Met name rond de Parallelweg kenmerkt het eendengebied zich door een clustering van grotere intensieve veehouderijbedrijven. De stallen rond de parallelweg zijn gebouwd in de jaren 40. Door o.a. in de loop der tijd strenger wordende milieueisen is het eendengebied in gemeentelijke structuurvisies aangewezen als studiegebied voor visievorming. Hiermee bestaat de wens het oorspronkelijk agrarische gebied een andere functie te geven, bijvoorbeeld natuur of recreatie. 2.2 Toekomstige situatie De initiatiefnemer wil op perceel 4145, aan de Ooster Mheenweg, de bestaande (asbest)schuren (± 300m2) slopen en daarvoor één seniorenwoning c.q. een kleine leeftijdsbestendige woning realiseren voor eigen gebruik. Voor de bouw van een woning, conform pilot sloopregeling Eendengebied, dient 450 m2 aan agrarische bebouwing gesloopt te worden. Daarvan kan de initiatiefnemer 300 m2 op het eigen perceel slopen. De ontbrekende 150 m2 worden gesloopt op het perceel Parallelweg 9/10 in Hierden (zie bijlage 5 van deze toelichting).

Huisman | Ruimte 81 Visualisatie De spil tussen particulier en overheid

14

4145 T

^

Te slopen schuren op perceel 4145

Overzicht te slopen bebouwing op eigen perceel (bron: www.pdok.nl

Huisman | Ruimte 81 Visualisatie De spil tussen particulier en overheid

15

ra

' ---

JĽS 509m*

Tctfcwfn s«huren: Poster Mbeenweg nr3 onbekende bestemming 1 50m' totaal te reserveren sloopmcters voor de/e locatie --

-

Schuur K totaal

152m1 íunctieveranden ng Poster Mheenweg 9 Hierdcn.

resterende schuren

gesloopte schuren

286m1

ior 6060

iT, : r' Slooplocatie resterende 150 m2 (bron: Mulder Bouwmanagement) Gezien de ligging van het perceel (te midden van woonbebouwing) gaat de sanering van de oude asbestschuren, ten behoeve van de realisatie van één kleine woning, tot een verbetering van de situatie ter plaatse leiden. De woning zal met bijgebouw ingepast moeten worden in de sfeer van een boerenerf volgens de bouwstenen - omvormen van een boerenerf - uit de structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden. Bouwstenen omvormen van een boerenerf Een boerenerf bestaat uit een monumentale oude boerderij of een nieuwere woning met daarachter één of meerdere stallen. Wanneer de stallen buiten gebruik raken kan ervoor gekozen worden ze af te breken en hiervoor in de plaats één of meerdere woningen te bouwen. Wanneer nieuwe bebouwing gebouwd wordt dient deze altijd, net als een monumentaal erf, een ensemble te vormen samen met het bestaande woonhuis. Het bestaande woonhuis is daarbij de belangrijkste, de overige nieuwe woningen zijn qua maat en vormgeving ondergeschikt aan het bestaande woonhuis, ze worden sober vormgegeven geïnspireerd op de oude schuren in het gebied. De nieuwe woningen staan altijd achter de bestaande woning en ze worden centraal ontsloten via één toegangsweg, het nieuwe erf is qua opzet vergelijkbaar met een oud boerenerf.

Naast het slopen van landschapsontsierende bedrijfsbebouwing is een groene inrichting van het erf van groot belang. Aan de achterzijde van het erf wordt een groene, robuuste erfafscheiding gecreëerd, met behulp van een houtwal, hoogstamboomgaard en/of boomgroepen. De voorzijde van het erf vormt de entree. Deze is transparanter, bestaat uit lage hagen, siertuinen met solitaire bomen en eventueel ook een kleine hoogstamboomgaard.

Huisman | Ruimte 81 Visualisatie De spil tussen particulier en overheid

16

Stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing Langs de Ooster Mheenweg in Hierden staan oude boerderijen en modernere woonhuizen als lintbebouwing in directe verbinding met de Ooster Mheenweg. Achter deze eerste rij van lintbebouwing bevindt zich andere bebouwing in een meer versnipperde opstelling. Deze versnipperde bebouwing wordt ontsloten middels achterpaden, welke in de loop van tijd een steeds formeler karakter hebben gekregen.Tussen Ooster Mheenweg 15 en 17 bevind zich zo'n achterpad welke drie woonhuizen ontsluit. Het plangebied ligt aan het achterpad nabij Ooster Mheenweg 15-17. De ontwikkeling biedt middels de huidige "Rood-voor-Rood" regeling ruimte voor een woongebouw van maximaal 90m2 en een schuur van maximaal 60m2. De woning is zo gepositioneerd dat er in noord- westelijke richting optimaal kan worden uitgekeken op de weilanden, de rietkragen van het Veluwe meer, de houtwallen en de oprukkende industrie nog in de verte. De woning zal bestaan uit één bouwlaag met een kap. Aan de noordzijde van de woning is een vrijstaande berging haaks op de woning geprojecteerd, dit bijgebouw zal ook worden voorzien van een kap en bestaat uit één bouwlaag. Aan de zuidzijde van de woning ligt een rechthoekig perceel welke als privé-tuin zal worden ingericht. De tuin zal worden omzoomd door beukenhagen. De reeds aanwezige beplanting zal zoveel mogelijk gehandhaafd blijven.

De erfgrenzen welke niet aan de "openbare" ruimte liggen worden eveneens beplant met een beukenhaag. De hoogten van deze hagen varieert van 1,8 meter bij aangrenzende erven tot ca. 1 tot 1,2 meter bij "openbaar" gebied. Aan de noordzijde van de woning zal de ontsluiting van het perceel komen te liggen. Hierdoor komt de nieuw te bouwen woning als vierde woonhuis aan het achterpad te liggen (zie bijlage 1 van deze toelichting). Beeldkwaliteit In het geldend bestemmingsplan Hierden Dorp 2011 worden richtlijnen beschreven voor de vormgeving van nieuwe bebouwing. Deze richtlijnen zijn toegevoegd aan de welstandsnota. Er wordt een ruimtelijk kader gegeven op basis waarvan architecten de woningen kunnen gaan ontwerpen. Het ontwerp van de nieuwe woning is passend binnen dit ruimtelijk kader: ^ ^ ^ ^ ^ ^

Er wordt aangesloten bij de cultuurhistorische en stedenbouwkundige kwaliteiten van het gebied. De woning zal een eigentijdse vormgeving krijgen met kenmerken van een gebiedseigen historische stijl De materialisering krijgt een landelijk karakter. Hierbij zou het dak kunnen worden voorzien van dakpannen, maar ook staal is denkbaar. De gevels zullen bestaan uit metselwerk of houten beschieting. De toon zal herkenbaar zijn in het gebied. Hierbij valt te denken aan zwart, of naturel hout en metselwerk in aardkleuren.

Huisman | Ruimte 81 Visualisatie De spil tussen particulier en overheid

17

Duurzaamheid De woning zal gasloos worden gebouwd. Voor de energiebehoefte zal een all-electric oplossing worden toegepast. De verwarming van de woning en tapwater zal middels een warmtepomp gebeuren. De vraag naar (hulp)energie zal door toepassing van overmatige PV-panelen op het zuidelijke dakvlak tot een minimum worden beperkt.

appelbomen

plantvak t.b.v. inheynse struiken (kadering uitzicht)

hoogstam fruitbomen

boomrij (eik)

beukhaag

■inrit -parkeren op eigen terrein -exploitatie gebied -bouwvlak, waarbinnen 90m’ woongebouw, ćOm3 bijgebouw -toegangsweg [recht van overpad) grens bouwvlak sloopcontouren

haagbeuk 1.0 meter 1,8 meter

Situatie schets toekomstige situatie (bron: Van Tol Architectuur)

Huisman | Ruimte 81 Visualisatie De spil tussen particulier en overheid

18

ra

3 Beleidskader 3.1 Algemeen Het (inter)nationale en provinciale beleid is neergelegd in verschillende nota's betreffende de ruimtelijke ordening, alsmede in de verschillende structuurvisies. Een "doorzetting" van dit beleid vindt veelal plaats in verschillende gemeentelijke en provinciale uitwerkingsnota's, beleidsplannen en bestemmingsplannen. Ook binnen de gemeente Harderwijk is dit het geval. Het beleid zoals dat door de hogere overheden wordt voorgestaan, is veelal van een andere schaal en aard dan de schaal die noodzakelijk is voor het opstellen van een (kleinschalig) bestemmingsplan. In dit hoofdstuk wordt dan ook uitsluitend ingegaan op de voor de ontwikkeling van het plangebied relevante beleid. 3.2 Rijksbeleid 3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is van kracht sinds 13 maart 2012. Deze structuurvisie vormt sindsdien het integrale kader voor het rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. De SVIR vervangt de Nota Ruimte uit 2005. De SVIR geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vormt het kader voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Nederland heeft ruimte nodig om te leven en te bewegen, om economisch te kunnen blijven groeien en voor burgers en bedrijven om initiatief te nemen.

Het Rijk kan en wil niet alles zelf doen, en geeft daarom meer ruimte aan provincies en gemeenten om in te spelen op de eigen situatie, zelf beslissingen te nemen en geven ruimte aan burgers en bedrijven voor initiatief en ontwikkeling. Infrastructuur en ruimte worden door alle overheden in samenhang opgepakt. Om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden zijn in de SVIR drie hoofddoelen voor de voor de middellange termijn (2028) benoemd: ^ ^ ^

Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid, waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden blijven.

De drie rijksdoelen zijn in het SIVR uitgewerkt tot dertien (thematische) 'onderwerpen van nationaal belang'. In het SIVR worden geen beleidsuitspraken gedaan die specifiek van toepassing zijn voor de omgeving van Harderwijk of voor het plangebied.

Huisman | Ruimte 81 Visualisatie De spil tussen particulier en overheid

19

3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden en omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij het Barro kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. In het bestemmingsplan voor het buitengebied dient met name rekening te worden gehouden met de door het Rijk geformuleerde belangen inzake natuur (Ecologische Hoofdstructuur en Natura 2000-gebieden). 3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is de 'ladder voor duurzame verstedelijking' toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De ladder voor duurzame verstedelijking is opgezet met als primair doel het tot stand brengen van een goede ruimtelijke ordening, door middel van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden.

Concreet houdt dit in dat de ladder als ondersteuning dient voor decentrale overheden (provincies en gemeenten) bij de vraaggerichte programmering van hun grondgebied. Hierdoor kan er een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming plaatsvinden bij ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Daarbij mogen dus enkel criteria een rol spelen die ruimtelijk relevant zijn. De juridische grondslag van de ladder voor duurzame verstedelijking ligt in het Bro (artikel 3.1.6 lid 2), beleidsmatig is de ladder geïntroduceerd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De ladder is daarmee kaderstellend voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van de decentrale overheden, zoals de gemeentelijke bestemmingsplannen en de provinciale inpassingsplannen. Voorheen bestond de ladder uit drie treden die doorlopen moesten worden ter verantwoording van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, maar per 1 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen van kracht geworden. Eén van de belangrijkste is dat de drie treden worden losgelaten. Feitelijk is er nog maar één trede: "er dient gemotiveerd worden dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte." Het betreft ontwikkelingen zowel binnen als buiten stedelijk gebied. Het realiseren van een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied moet nadrukkelijk gemotiveerd worden.

Bij de motivering moet een goede ruimtelijke ordening het oogpunt zijn. Dit betekent concreet het tegengaan van ongewenste leegstand en het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik. De behoefte moet worden onderbouwd op het niveau van het ruimtelijk verzorgingsgebied van de ontwikkeling zelf. Bij de ene ontwikkeling is het ruimtelijk verzorgingsgebied groter dan bij de andere ontwikkeling. Bij elk plan hoort met andere woorden een bij die ontwikkeling passende onderbouwing. Daarbij moet opgemerkt worden dat als de stedelijke ontwikkeling ziet op de vestiging van een dienstenactiviteit, het onderzoek naar de actuele regionale behoefte geen betrekking mag hebben op de economische behoefte, de marktvraag, de beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen of een beoordeling in relatie tot de door de gemeenteraad vastgestelde doelen van economische planning. Het onderzoek heeft slechts tot doel om na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor

Huisman | Ruimte 81 Visualisatie De spil tussen particulier en overheid

20

woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Voor wonen is daarmee de lijn, dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling 3.2.4 Toets van het initiatief aan het Rijksbeleid In het voorliggend bestemmingsplan wordt het kadastraal perceel 4145 aan de Ooster Mheenweg en het perceel Parallelweg 9/10 voorzien van een nieuwe bestemmingsregeling. Deze regeling maakt de realisatie van een kleine levensloopbestendige woning mogelijk op het perceel aan de Ooster Mheenweg.

^ ^ ^

de ontwikkeling raakt geen nationale belangen, om die reden is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte niet van belang; de regels die zijn opgenomen in het Barro zijn niet van toepassing op onderhavig plangebied. Het Barro vormt derhalve geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling in het plangebied; Het betreft een kleinschalige ontwikkeling van één woning die in het kader van het Bro niet als zijnde een stedelijke ontwikkeling aangemerkt wordt, omdat het om minder dan 12 woningen gaat. De ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing.

Huisman | Ruimte 81 Visualisatie De spil tussen particulier en overheid

21

ra

3.3 Provinciaal beleid 3.3.1 Omgevingsvisie Gelderland en Omgevingsverordening Gelderland Provinciale Staten hebben op woensdag 19 december 2018 de nieuwe Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en geactualiseerde Omgevingsverordening vastgesteld. In deze omgevingsvisie wordt benoemd wat historisch en landschappelijk gezien van waarde is en wat beschermd moet worden. Daarnaast wordt beschreven wat 'cool', nieuw en vernieuwend is en daarmee juist aantrekkelijk is voor nieuwe generaties. De omgevingsvisie schetst het beeld op de toekomst en geeft hiermee richting aan wat gewenst is en wat veranderd en ontwikkeld moet worden. Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland staat daarbij centraal. Dat is het streven en waar aan gewerkt moet worden. Dit wordt gedaan door bij de uitoefening van de provinciale taken de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities - op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, economisch vestigingsklimaat en op het woon- en leefklimaat - wordt hier richting aan gegeven. Door vier 'spelregels' of 'Doe-principes' - DOEN, LATEN, ZELF en SAMEN - wordt hier vervolgens werking aan gegeven. Tezamen vormen zij het kader waar binnen de provincie Gelderland werkt en afwegingen maakt.

De nadere invulling vindt plaats via provinciale uitvoeringsprogramma's en samenwerking met partners. Daarmee is de Omgevingsvisie een 'plan' dat richting geeft en ruimte biedt; geen plan met exacte antwoorden. Ofwel: 'de Omgevingsvisie gaat over het speelveld en de spelregels, niet over de uitkomst van het spel. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening wordt vooruit gelopen op de aankomende Omgevingswet, die in 2022 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is worden onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening geactualiseerd om verder in lijn te brengen met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en het coalitieakkoord. Ook zal de Omgevingsverordening anticiperen op de eisen van de Omgevingswet. Op 1 januari 2022 is er dan een Omgevingsverordening die aansluit bij de Omgevingsvisie en wet.

Met betrekking tot nieuwe woonlocaties is bijvoorbeeld in de Omgevingsverordening de volgende bepaling opgenomen: "In een bestemmingsplan worden nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma voor de betreffende regio successievelijk het door Gedeputeerde Staten vastgestelde Regionaal Programma Wonen". Op basis van voornoemde afspraken is binnen de Regio Noord-Veluwe de regionale woonopgave voor de periode 2013-2024 verdeeld over de deelnemende gemeenten. Als afgeleide daarvan is door de gemeente het Meerjarenprogramma Woningbouw 2014-2024 opgesteld. De te realiseren woning in dit plangebied passen binnen dit meerjarenprogramma. De provincie heeft enkele wijzigingen van de Omgevingsvisie en -Verordening doorgevoerd. Doel van deze wijzigingen is dat de provincie een sterkere rol kan vervullen bij regionale programmering voor met name werken en winkelen. De belangrijkste wijzigingen in de verordening zijn:

Huisman | Ruimte 81 Visualisatie De spil tussen particulier en overheid

22

ra

^ ^ ^ ^ ^ ^

in elke regio moet binnen 4 jaar (na vaststelling Verordening) een Regionaal Programma Werklocaties (RPW) komen. Werklocaties betreffen bedrijventerreinen, kantoren en perifere detailhandel; er moet regionale afstemming zijn over het RPW; in het RPW moeten afspraken staan over deprogrammeren; uitwerkings- en wijzigingsplannen moeten passen in het RPW; supermarkten die mogelijk gemaakt kunnen worden als kruimelgeval, moeten voor goedkeuring langs de provincie; solitaire bedrijvigheid in buitengebied is uitsluitend onder voorwaarden toegestaan.

De omgevingsvisie en verordening zijn op 19 december 2018 door Provinciale Staten vastgesteld en is op 1 maart 2019 in werking getreden. 3.3.2 Toetsing van het initiatief aan het provinciaal beleid Initiatiefnemer is eigenaar van perceel 4145 aan de Ooster Mheenweg in Hierden en is voornemens om 450 m2 aan schuren te slopen, waarvan 300 m2 op het eigen perceel en 150 m2 elders in de gemeente. In plaats daarvoor wordt één kleine levensloopbestendige woning gerealiseerd op het betreffende perceel aan de Ooster Mheenweg. In het voorliggend bestemmingsplan wordt het kadastraal perceel 4145 aan de Ooster Mheenweg en het perceel Parallelweg 9/10 voorzien van een nieuwe bestemmingsregeling. Deze regeling maakt de realisatie van een kleine levensloopbestendige woning mogelijk op het perceel aan de Ooster Mheenweg. De voor het plangebied van toepassing zijnde thema's uit de omgevingsvisie/verordening worden hierna behandeld. Woningbouw Afdeling 2.1: Woningbouw (van toepassing bij bestemmingsplannen die woningbouw mogelijk maken) In afdeling 2.1 zijn artikelen met (instructie)regels voor de regionale woonagenda opgenomen. Ook bevat de afdeling een drietal artikelen met instructieregels voor recreatiewoningen. Doorwerking plangebied Op basis van voornoemde afspraken is binnen de Regio Noord-Veluwe de regionale woonopgave voor de periode 2013-2024 verdeeld over de deelnemende gemeenten.

Als afgeleide daarvan is door de gemeente het Meerjarenprogramma Woningbouw 2014-2024 opgesteld. De te realiseren woning in dit plangebied past binnen dit meerjarenprogramma. Duurzaamheid Het energievraagstuk is een wereldwijd vraagstuk. Het gaat aan niemand voorbij en raakt iedereen, ook in Gelderland. 'Oude' manieren van energie opwekken en gebruiken hebben te veel negatieve effecten en passen niet meer. Nieuwe manieren zijn nodig. Het streven is dat Gelderland in 2050 volledig klimaatneutraal is. Doorwerking plangebied De woning zal gasloos worden gebouwd. Voor de energiebehoefte zal een all-electric oplossing worden toegepast. De verwarming van de woning en tapwater zal middels een warmtepomp gebeuren. De vraag naar

Huisman | Ruimte 81 Visualisatie De spil tussen particulier en overheid

23

(hulp)energie zal door toepassing van overmatige PV-panelen op het zuidelijke dakvlak tot een minimum worden beperkt. Nationaal Landschap De provincie wil samen met haar partners de basiskwaliteit van landschappen in Gelderland behouden. Het actuele landschap is het referentiekader voor deze kwaliteit. Om deze basiskwaliteit van het landschap te behouden en waar mogelijk te vergroten, stimuleert de provincie het ontwikkelen met kwaliteit. Het plangebied is gelegen in 'Nationaal landschap'. Het plangebied is gelegen binnen het deelgebied 'Veluwe'. De kernkwaliteiten van dit gebied staan beschreven in bijlage 6 van de Omgevingsverordening Gelderland.

|

j Nationaal landschap buiten Gelders natuurnetwerk. Groene ontwikkeling&zone en Nieuw Hollandse Waterlinie | Nieuwe Hollandse Waterlinie

ļ Romeinse Limes ^|

į Waardevol open gebied

Uitsnede landschapskaart, plangebied is aangeduid met oranje cirkel (bron: provincie Gelderland) Doorwerking plangebied Onderhavig plan betreft de sloop van 450 m2 en de realisatie van een kleine levensloopbestendige woning. Er is een afname van de bebouwingsoppervlakte, de ontwikkeling is voorzien van een landschappelijke inpassing. De positionering van de nieuw te bouwen woning is afgestemd op de bestaande stedenbouwkundige structuur. De kernkwaliteiten van het landschap worden niet aangetast maar versterkt. Grondwaterfluctuatiezone De hoofdzaken van het provinciaal beleid voor water zijn gericht op een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem. Dit systeem bestaat uit bodem en ondergrond, grondwater en oppervlaktewater en is

Huisman | Ruimte 81 Visualisatie De spil tussen particulier en overheid

24

ra

duurzaam als het ook in de toekomst kan blijven functioneren en in stand kan worden gehouden tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. De beschermde gebieden voor grondwater, waterberging, de Kaderrichtlijn Water en Natura 2000 zijn leidend bij de uitwerking van dit beleid in programma's of in kaders in de verordening. De grondwaterfluctuatiezone, zoals die rondom de Veluwe wordt aangetroffen, is een gebied waar door klimaatswijzigingen hoge grondwaterstanden kunnen voorkomen. Hierdoor kunnen problemen ontstaan voor bepaalde gebruiksfuncties. Naar verwachting zijn ook maatregelen nodig. De provincie houdt rekening met een stijging van het grondwater met 80 cm in 2050.

lemeerfe Hard'

V/

Waterbeleid

Bescherming oppervlaktewater voor drmkwaterbereid«ng

Z/ Beschermingszone natte landnaîuur Grondwaterbeschermingsgebied Grondwaterf.uctuabezone /V ļ

ļ Hoogst Ecologische Niveau wateren

Zy Intrekgebieòen

Kouőe-warmteopstagvnie zone

NMM ■MMHÜİ Uitsnede waterkaart, plangebied is aangeduid met oranje cirkel (bron: provincie Gelderland) Doorwerking plangebied Bij de realisatie van de kleinschalige levensloopbestendige woning in het plangebied wordt rekening gehouden met ondiepe ligging van grondwater en wordt er voldoende ruimte gecreëerd voor de afvoer en berging van regenwater. Risico's op wateroverlast blijven daarmee beperkt tot een acceptabel niveau. Plussenbeleid Het Plussenbeleid is van toepassing op niet-grondgebonden veehouderijbedrijven en -takken. Met het Plussenbeleid wordt het ontstaan van een niet-grondgebonden onderdeel van een bestaand bedrijf en uitbreiding van een niet-grondgebondenbedrijf of onderdeel van een bedrijf groter dan 500 vierkante meter

Huisman | Ruimte 81 Visualisatie De spil tussen particulier en overheid

25

gebonden aan de kwalitatieve eisen van het Plussenbeleid. Ook een van oorsprong grondgebonden bedrijf dat met een niet-grondgebonden bedrijfsdeel uitbreidt, valt dus onder het Plussenbeleid. Doorwerking plangebied Onderhavig plan krijgt geen bestemming die een veehouderijtak mogelijk maakt. Het plussenbeleid is niet van toepassing. Natura 2000 Natura 2000 richt zich op het behoud en de ontwikkeling van natuurgebieden in heel Europa. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. De Veluwe is een Natura 2000-gebied en is beschermd op basis van de Natuurbeschermingswet 1998.

|\Nļ Natura2000-gebieden (toelichtend)

HIER OEN

Uitsnede Natura 2000 kaart, plangebied is aangeduid met oranje cirkel (bron: provincie Gelderland) Doorwerking plangebied Het plangebied ligt niet in of in de nabijheid van een Natura 2000 gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied 'Veluwerandmeren' ligt om 1,5 km van het plangebied. De gewenste ontwikkeling heeft geen negatief effect op de natuurwaarden van dit gebied (zie paragraaf 4.4 van deze toelichting).

Huisman | Ruimte 81 Visualisatie De spil tussen particulier en overheid

26

ra

Stikstof In de Handreiking woningbouw en Aerius van het Ministerie zijn indicatieve deposities genoemd in relatie tot de afstand tussen woningen en Natura2000 gebied. Bij 50 woningen is er op 1 km in de gebruiksfase een depositie van 0.01 mol/ha/jaar en 0.09 mol in de aanlegfase. Op basis daarvan is al te concluderen dat het plan geen gevolgen zal hebben voor de stikstofdepositie. Om discussies te voorkomen is in de voorliggende situatie met behulp van het rekenprogramma Aerius een aantal berekeningen gemaakt van de te verwachten stikstofdepositie. Zowel de aanleg- als de gebruiksfase zijn doorgerekend. In de voorliggende situatie geldt voor de bestaande toestand twee stallen en grasland. De nieuwe situatie betreft een gasloos uitgevoerde woning met warmtepomp. Daardoor is alleen sprake emissie van voertuigbewegingen. Op basis de CROW publicatie 382 is uitgegaan van een verkeersgeneratie van 8.2 bewegingen per etmaal. Op basis daarvan is geen depositie berekend hoger dan 0.00 mol/ha/jr. Ook de aanlegfase moet in beeld worden gebracht. Dat bestaat hier uit het slopen van de schuren en realisatie van een nieuwe woning. De uitgangspunten hiervoor zijn opgenomen in bijlage bij de Aeriusbrekening. Op basis daarvan is geen depositie berekend hoger dan 0.00 mol/ha/jr.

Conclusie De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten zoals verwoord in de provinciale omgevingsvisie en de omgevingsverordening.

Huisman | Ruimte 81 Visualisatie De spil tussen particulier en overheid

27

ra

3.4 Regionaal beleid 3.4.1 Regionaal woonbeleid De gemeenten in de regio Noord-Veluwe werken samen op het terrein van wonen. Dikwijls neemt ook de gemeente Epe deel aan de samenwerking. Regio Noord-Veluwe (RNV) heeft een regionale woonvisie opgesteld die als uitgangspunt dient voor de lokale woonvisies. Doel van deze woonvisie is om vraag en aanbod op de woningmarkt zo goed mogelijk op elkaar aan te sluiten. Eén van de conclusies is dat een kwaliteitsslag in de huur- en koopvoorraad voor wat betreft levensloopbestendigheid en energetische kwaliteit noodzakelijk is. Een ander belangrijk onderdeel van het regionale woonbeleid is de verdeling van de regionale woningbouwopgave. In 2014 heeft de provincie de totale kwantitatieve opgave voor de regio Noord-Veluwe vastgesteld op 8.880 woningen voor de periode 2013-2025. De regiogemeenten hebben een verdeling afgesproken volgens onderstaand schema. In december 2016 is de ingecalculeerde reserve naar rato verdeeld. Voor Harderwijk betekende dit een toename van 262 woningen. Besloten is dit aantal te reserveren voor de omzetting van recreatiewoningen in het kader van het project Vitale vakantieparken. Bandbreedte behoefte

lokale Eerdere (2014/2015)

verdeling Laatste verdeling (december 2016)

Elburg

580 - 790

685

754

Ermelo

1.030 - 1.350

1.190

1.309

Harderwijk

2.170 - 3.060

2.615

2.877

Hattem

430 - 520

475

523

Heerde

620 - 750

685

754

Nunspeet

830 - 940

885

974

Oldebroek

560 - 850

705

776

Putten

650 - 1.010

830

913

Reserve Totaal

810 6.870 - 9.270

8.880

8.880

Regionale woonopgave (bron: Regio Noord-Veluwe) Begin 2017 heeft de provincie een nieuwe bevolkings- en huishoudensprognose vastgesteld. Voor de regio Noord-Veluwe wijkt de daaruit resulterende kwantitatieve woningbehoefte nauwelijks af van de eerder vastgestelde opgave. In het portefeuillehoudersoverleg van 2 mei 2017 is daarom besloten om de hierboven genoemde aantallen aan te houden. Kwalitatief is de nieuwe bevolkings- en huishoudensprognose aanleiding om kritisch te kijken naar woningbouwplannen die niet meer aansluiten bij de huidige en toekomstige vraag. Aansluitend bij de veranderende woonwensen gaan de regiogemeenten de komende periode inzetten op flexibele woonvormen en transformatie van bestaand vastgoed.

Huisman | Ruimte 81 Visualisatie De spil tussen particulier en overheid

28

3.4.2 Toetsing initiatief aan het regionaal woonbeleid Uit de regionale woonvisie blijkt dat er een duidelijke behoefte blijft in de regio aan extra woningen. Met onderhavig plan kan aan deze behoefte invulling worden gegeven. Voornamelijk de roep om een kwaliteitsslag in de huur- en koopvoorraad voor wat betreft levensloopbestendigheid en energetische kwaliteit is relevant, omdat dit kaders meegeeft voor type woningbouw. Het gaat in het voorliggend plan om de ontwikkeling van kleine energiezuinige levensloopbestendige woning, dus aan deze kaders van het regionaal woonbeleid wordt voldaan.

Huisman | Ruimte 81 Visualisatie De spil tussen particulier en overheid

29

ra

3.5 Gemeentelijk beleid 3.5.1 Structuurvisie Harderwijk 2031 De structuurvisie Harderwijk 2031 is op 20 december 2012 door de gemeenteraad vastgesteld. Deze integrale structuurvisie is een uitwerking van de in juni 2010 door de gemeenteraad vastgestelde stadsvisie. In de structuurvisie wordt aangegeven wat in de periode tot 2031 voor de gemeente Harderwijk de belangrijkste thema's zijn waar integraal aan gewerkt gaat worden door de gemeente, het bedrijfsleven, de maatschappelijke organisaties en door inwoners zelf. De visie is een document waar het economische, sociale en ruimtelijke beleid met elkaar in verband is gebracht. Het betreft een visie waarin kaders zijn gesteld met doelstellingen om de in de Stadsvisie verwoorde ambitie te verwezenlijken. Deze doelstellingen zijn ondergebracht in 4 ontwikkelsporen: Zorgzame stad, Ondernemende stad, Aantrekkelijke stad en Verbindende stad. De structuurvisie zal fungeren als beoordeling- en sturingsinstrument op alle gemeentelijke beleidsterreinen. Het is daarmee een beleidsdocument dat de gemeente bindt. De gemeente kan daar alleen van afwijken indien daar een goede motivering voor is. Daarnaast wordt richting gegeven aan te verrichten inspanningen en te nemen maatregelen die moeten leiden tot de realisatie en totstandkoming van de in het beleid nagestreefde doelen.

De structuurvisie vervangt hiermee het structuurplan Harderwijk 2020 en is daarmee: ^ ^ ^

een visie op de sociale, economische en ruimtelijke ontwikkelingen in Harderwijk voor de middellange en lange termijn; een integrale visie met de hoofdlijnen van voorgenomen ontwikkelingen betreffende het leven, werken en verblijven in Harderwijk; de wijze waarop de gemeente de doelstellingen denkt te realiseren.

De algemene doelstelling is het realiseren en in stand houden van een aantrekkelijke stad om in te wonen, werken, leven en verblijven. Integrale versterking van de aantrekkelijkheid van de stad worden door de gemeente bewerkstelligd door zich te richten op onderstaande subdoelstellingen:

^ ^ ^ ^ ^

Meer regionale centrumvoorzieningen; Hogere kwaliteit van de woonomgeving; Een duurzamere samenleving; Betere banenbereikbaarheid; Meer ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden.

Ieder ruimtelijk initiatief draagt bij aan de kwaliteit van de woonomgeving. De wijze waarop dat wordt bewerkstelligd, is o.a. door:

Huisman | Ruimte 81 Visualisatie De spil tussen particulier en overheid

30

ra

^

^

^

Initiatieven bij te laten dragen aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Ter bevordering van de aantrekkelijkheid van de stad is bij iedere ruimtelijke ontwikkeling ruimtelijke kwaliteitsverbetering voorwaarde. Waarborgen behoud van monumenten en cultuurhistorische waarden. De gemeente streeft naar het behoud, herstel en (her)gebruik van monumenten en cultuurhistorische waarden. Daartoe worden mogelijkheden gezocht om nieuwe functies toe te kennen aan monumenten. Cultuurhistorische waarden worden in ruimtelijke plannen zoveel mogelijk beschermd. Stimuleren van aansprekende architectuur. Het ontwerp van gebouwen en plekken dient bij te dragen aan de aantrekkelijkheid van de stad. De waarde van architectuur is: herkenbare beeldentaal uit het verleden als het ware door te vertellen, de bijdrage aan de inrichting van de openbare ruimte, gevelopeningen als 'ogen' van de openbare ruimte, begane grond als ondersteunende functie aan de openbare ruimte, herkenbaarheid/leesbaarheid van de stad en goede architectuur is duurzaam.

Bijdragen ruimtelijke ontwikkeling Artikel 6.24 Wro maakt het mogelijk in een overeenkomst over een planologische wijziging voor rode functies te bepalen dat door de ontwikkelaar ook andere ruimtelijke en maatschappelijk belangrijke functies zoals natuur, recreatie, waterberging, infrastructuur en culturele voorzieningen worden gedekt/ gefinancierd. Voorwaarde voor afspraken over een bijdrage aan een ruimtelijke ontwikkeling is dat er een structuurvisie als basis moet zijn. De gemeente Harderwijk gaat in een aantal gevallen een bijdrage ruimtelijke ontwikkeling vragen. Er kan een mêlee aan overwegingen gelden bij de oordeelsvorming in welke mate in een specifiek geval de bijdrage in redelijkheid en billijkheid kan worden verlangd. Mogelijke overwegingen kunnen zijn: de marktconformiteit en de economische uitvoerbaarheid. De gemeente zal in een individueel geval de bijdrage toetsen aan het principe van marktconformiteit. In bepaalde gevallen zal een bijdrage ruimtelijke ontwikkeling worden vereist, omdat anders de economische uitvoerbaarheid van het plan vanuit de gemeente bezien in het geding komt.

Bijdrage landschappelijke versterking Elke toevoeging van een nieuwe rode ontwikkeling buiten het bestaand bebouwd gebied van de stad Harderwijk - voor het bestaand bebouwd gebied wordt verwezen naar de Beleidskaart Aantrekkelijke stad dient gepaard te gaan met landschappelijke versterking. Deze landschappelijke versterking dient, mede gebaseerd op provinciaal beleid en de provinciale ruimtelijke verordening, plaats te vinden vanuit de gedachte dat door toevoeging van rode ontwikkelingen het landelijk gebied afneemt en daarmee de omgevingskwaliteit (verdichting van het landschap), terwijl de druk op het resterende gebied toeneemt. Hiervoor moeten compenserende maatregelen worden getroffen, omdat toevoeging van rode ontwikkelingen anders niet ruimtelijk aanvaardbaar is. Voor het plangebied dat deel uitmaakt van de Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden zijn in die visie al regelingen voor landschapsversterking opgenomen. (zie paragraaf 6.12 uit de structuurvisie). De ontwikkeling is echter alleen maar te realiseren door de sloopmeters uit het Eendengebied. In de pilot sloopregeling Eendengebied is opgenomen dat de bijdrage door initiatiefnemer voor de landschappelijke versterking is beperkt tot de noodzakelijke maatregelen op het perceel waarop de nieuwe woning wordt gerealiseerd en eventueel de aangrenzende percelen.

Huisman | Ruimte 81 Visualisatie De spil tussen particulier en overheid

31

3.5.2 Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden Specifiek voor Hierden en omgeving is in augustus 2011 de Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden opgesteld. In deze structuurvisie wordt aangegeven op welke wijze het landschap in en rondom Hierden versterkt kan worden en wordt een relatie gelegd tussen het toevoegen van nieuwe 'rode' functies en de daarmee noodzakelijke landschappelijke versterking. Toevoeging van nieuwe woningen c.q. rode ontwikkelingen moet gepaard gaan met landschappelijke versterking. Ook in het geval van nieuwe bebouwing binnen bestaand bebouwd gebied, dus buiten de zoekzone landschappelijke versterking. Het kleinschalige dorpse karakter van Hierden, dat nog de kenmerken heeft van een authentiek Veluws dorp, dient namelijk te worden bewaard en versterkt. Toevoeging van nieuwe bebouwing leidt te allen tijde tot verstening van het dorp en haar omgeving. Indien dit niet gepaard gaat met landschappelijke versterking, herbergt dit het gevaar in zich dat het dorpse karakter van Hierden wordt aangetast. Mede vanuit het oogpunt van het gelijkheidsbeginsel wordt daarom bij elke nieuwe toevoeging het gaat hierbij niet om reeds bestaande en in het verleden reeds toegezegde bouwrechten- landschappelijke versterking verlangd in de vorm van een bijdrage aan na te noemen projecten.

Het betreft hier een bijdrage aan de ruimtelijke ontwikkeling ex artikel 6.24 lid 1, sub a Wro ten behoeve van een landschapsversterkingsfonds. De hoogte van de landschapsbijdrage is gebaseerd op een inschatting van de daadwerkelijk te maken landschapsversterkingskosten in Hierden voor de komende 10 jaar. Op deze wijze profiteert het hele dorp van toevoeging van nieuwe bebouwing. Het plangebied behoort tot het deelgebied 'Stadslanderijen met kamerstructuur'. De Stadslanderijen beslaan het gebied ten noorden en oosten van het dorp Hierden, de Zuiderzeestraatweg en de Molenweg. Het gebied vormt de overgangszone tussen de hoger gelegen enken en de lage natte Mheenlanden en de Hierdense beek. De verkaveling is regelmatig en recht. In het verleden maakten vele houtwallen op de kavelgrenzen dit tot een karakteristiek gebied. Binnen de Stadslanderijen zijn drie subgebieden te onderscheiden: De Stadslanderijen met Kamerstructuur en de Noordelijke Dorpsrand en de Stadslanderijen Oost. Bouwsteen omvormen van een boerenerf Een boerenerf bestaat uit een monumentale oude boerderij of een nieuwere woning met daarachter één of meerdere stallen. Wanneer de stallen buiten gebruik raken kan ervoor gekozen worden ze af te breken en hiervoor in de plaats één of meerdere woningen te bouwen. Een transformatie als deze kan tot stand komen met behulp van de Rood voor Rood regeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=d396425c-55e8-4823-949b-37ff258637e2