Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding Van der Valk
Tekst van het document
omgevingsvergunning
Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding Van der Valk Harderwijk
DATUM IMRO IDN
13-12-2023 NL.IMRO.0243.20211396-0001
PROJECT PROJECTLEIDER
Ruimtelijke onderbouwing J. Poelstra
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
Van der Valk 20211396
AUTEUR STATUS
M. van Putten ontwerp
Inhoudsopgave Ruimtelijke onderbouwing
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
6
1.1
Aanleiding
6
1.2
Ligging projectgebied
6
1.3
Planologische regeling
7
1.4
Leeswijzer
8
Huidige en toekomstige situatie
9
2.1
Huidige situatie
9
2.2
Beschrijving initiatief
10
Hoofdstuk 3
Beleidskader
14
3.1
Rijksbeleid
14
3.2
Provinciaal beleid
15
3.3
Gemeentelijk beleid
20
Milieu- en omgevingsaspecten
24
4.1
Milieuzonering
24
4.2
Geluid
25
4.3
Ecologie
25
4.4
Water
28
4.5
Bodem
30
4.6
Archeologie
32
4.7
Cultuurhistorie
33
4.8
Luchtkwaliteit
35
4.9
Externe veiligheid
36
4.10
Kabels, leidingen en zoneringen
40
4.11
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
40
Uitvoerbaarheid
42
5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
42
5.2
Economische uitvoerbaarheid en grondexploitatie
44
Afweging en conclusie
45
Aanleiding
45
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
Hoofdstuk 6 6.1
3/690
6.2
Afweging
45
6.3
Conclusie
45
Bijlagen
47
Bijlage 1
Voortoets Natura 2000 en GNN
49
Bijlage 2
Wnb-vergunning uitbreiding Wellness en 77 kamers Van der Valk
99
Bijlage 3
Compensatieplan
115
Bijlage 4
Quickscan Wet natuurbescherming
119
Bijlage 5
Aerius-berekening
155
Bijlage 6
Aerius-berekening aanlegfase
179
Bijlage 7
Onderzoek en activtieitenplan Hazelworm
189
Bijlage 8
Wnb-vergunning aanleg ontsluitingsweg en wandelpad
211
Bijlage 9
Vooronderzoek bodem
225
Bijlage 10
Bodem partijkeuring
279
Bijlage 11
Verkennend bodemonderzoek
317
Bijlage 12
Externe veiligheid
431
Bijlage 13
Advies Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
471
Bijlage 14
Calamiteiteinvoorzieningen
477
Bijlage 15
Watertoets en afstemming
479
Bijlage 16
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
489
4/690
Ruimtelijke onderbouwing
5/690
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de Leuvenumseweg 7 te Harderwijk bevindt zich het Van der Valk hotel Harderwijk. Van der Valk (hierna initiatiefnemer) is voornemens om het bestaande hotel uit te breiden door een nieuw gebouw met 73 hotelkamers te realiseren. Onder het nieuwe gebouw komt een ondergrondse parkeergarage met 70 parkeerplaatsen. De voorgenomen ontwikkeling voor de uitbreiding past niet binnen de bouw- en gebruiksmogelijkheden van het huidige bestemmingsplan 'Buitengebied - Bouw & Infra Park' welke vastgesteld is op 10 september 2020 door de gemeenteraad Harderwijk. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken moet afgeweken worden van het bestemmingsplan. De gemeente Harderwijk is bereid om af te wijken van het bestemmingsplan door middel van een uitgebreide omgevingsvergunning, conform artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 30 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Deze afwijking van het bestemmingsplan moet gemotiveerd worden met een ruimtelijke onderbouwing, waarin wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met 'een goede ruimtelijke ordening'. De voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin.
1.2
Ligging projectgebied
Het projectgebied ligt ten zuiden van Harderwijk nabij het Van der Valk hotel op Leuvenumseweg 7. Het projectgebied maakt voornamelijk kadastraal onderdeel uit van het kadastraal perceel met als gemeentecode HDW00, sectie C, perceelnummer 1903. In afbeelding 1.1 is de ligging van het projectgebied weergegeven ten opzichte van de directe omgeving en ten opzichte van Harderwijk.
Afbeelding 1.1 Ligging van het projectgebied nabij Harderwijk en projectgebied aangegeven met een rood kader (Bron: Pdokviewer).
6/690
1.3
Planologische regeling
1.3.1 Algemeen Het projectgebied is opgenomen in het bestemmingsplan 'Buitengebied - Bouw & Infra Park' welke vastgesteld is op 10 september 2020 door de gemeenteraad van Harderwijk. Het projectgebied heeft de bestemming ''Gemengd'' met een bouwvlak. Tevens gelden de aanduidingen maximum bebouwingspercentage 25% en maximale bouwhoogte 6, 12 of 14 meter. Tenslotte geldt gedeeltelijk voor het projectgebied ook de bestemming ''Natuur'' en een gebiedsaanduiding '' overige zone - ehs verweving''. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van het geldende bestemmingsplan weergegeven. Met rode omlijning is de begrenzing van het projectgebied indicatief aangegeven.
Afbeelding 1.2 begrenzing projectgebied (bron: ruimtelijke plannen.nl) 1.3.2 beschrijving bestemmingen Bestemming gemengd De voor ''Gemengd'' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor bedrijven zoals genoemd in bijlage 1 staan van bedrijfsactiviteiten bij de regels van het geldende bestemmingsplan - Bouw & Infra Park. Bijvoorbeeld hoveniers en woningcorporaties. Ook onderwijs- en kennisinstellingen en kantoren ter behoeve van deze bedrijven zijn toegestaan. Ook andere aspecten zoals extensief recreatie medegebruik en
7/690
verkeersvoorzieningen. Hierbij dienen bouwwerken binnen het bouwvlak te worden gerealiseerd met een maximale bouwhoogte van 6, 12, of 14 meter en een maximum bebouwingspercentage van 25 procent. Bestemming natuur De bestemming ''Natuur'' is gelegen aan de zuidwestrand van het projectgebied, waar zich een uitloper van het bos bevindt. Dit betreft de strook tussen het bestaande hotel en de nieuwbouw in. Op de gronden met de bestemming "Natuur" staat behoud, ontwikkeling en herstel van natuur-en landschappelijke waarden voorop. Er mogen binnen deze bestemming in principe geen gebouwen worden gebouwd. Ter plaatse geldt ook de functieaanduiding 'overige zone - ehs verweving'. Hier zijn de gronden ter hoogte van de Veluwe mede aangewezen als te ontwikkelen arm droog bos met als doel de realisering van één groot landschappelijk, hydrologisch en ecologisch samenhangend natuurgebied, bestaande uit hooggelegen zandgronden met bos, droge hei en stuifzanden. 1.3.3 Strijdigheid Op grond van het geldende bestemmingsplan is het niet toegestaan om een hotel met ondergrondse parkeergarage en paden te realiseren omdat ter plaatse de gebruiks- en bouwmogelijkheden hiervoor ontbreken. Door middel van een uitgebreide omgevingsvergunning comform artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 30 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) wordt afgeweken van het bestemmingsplan.
1.4
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in Hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige en toekomstige situatie in het projectgebied. In Hoofdstuk 3 wordt het voor het plan relevante beleid beschreven. In Hoofdstuk 4 wordt de ontwikkeling getoetst aan de milieu- omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 behandelt de uitvoerbaarheid van het project. Tot slot bevat Hoofdstuk 6 de conclusie.
8/690
Hoofdstuk 2 2.1
Huidige en toekomstige situatie
Huidige situatie
Het projectgebied bevindt zich op het voormalige Willem George Frederik-kazerne in Harderwijk. Sinds medio jaren negentig van de vorige eeuw was hier het landelijk opleidings- en examencentrum voor de grond-, weg- en waterbouw gevestigd. Het terrein staat sindsdien bekend als het 'Bouw & Infra Park'. Van der Valk heeft een deel van de gronden gekocht van het Bouw en Infra Park. Ten noordwesten van het projectgebied ligt een 80 km/u weg (de Ceintuurbaan/N302). Nog iets noorderlijker ligt de A28. Verder naar het westen en aan de noorzijde ligt meer bebouwing. Ter plaatse van het projectgebied behorende tot het Bouw- en Infrapark bevindt zich een bos wat de naam Leuvenumse Bos draagt. In afbeelding 2.1 wordt een luchtfoto van de huidige situatie weergegeven waarbij aan de zuidzijde van het projectgebied de bestaande Van der Valk hotel ligt. De nieuwbouw en het bestaande hotel worden gescheiden door een groenstrook.
Afbeelding 2.1 Luchtfoto huidige situatie (Bron: Cyclomedia)
9/690
2.2
Beschrijving initiatief
2.2.1 Algemeen De initiatiefnemer is voornemens om het hotel uit te breiden met een nieuw gebouw met 73 hotelkamers en een ondergrondse parkeergarage voor 70 parkeerplaatsen. Het nieuwe gebouw heeft verschillende voorzieningen zoals een zwembad, fitness ruimte, wellness en een daktuin. Deze voorzieningen zijn alleen bedoeld en toegankelijk voor de gasten van het hotel. Op de hotelkamers komt een minibar bestaande uit een waterkoker en een koelkast. In de minibar komen géén alcoholhoudende dranken. Bij de receptie komt een koffiemachine (voor koffie to Go) en een schap met items voor in de minibar van de kamer. Maar alles is om mee te nemen naar de kamer. Nergens wordt bediend alle horeca blijft in het hoofdgebouw. Ook zal sprake zijn van horeca-categorie 2 in het nieuwe gebouw wat onderdeel gaat uitmaken van het bestaande hotel. De toekomstige bouwhoogte van het nieuwe gebouw bedraagt 13 meter. Het gebouw heeft een oppervlakte van 2.100 m2, met een lengte van circa 100 meter en een breedte van circa 21 meter. Ten behoeven van de bouw van het nieuwe gebouw zullen verschillende bomen gekapt worden. Van het bestaande hotel naar de uitbreiding wordt een rijweg van 5 meter breed en een voetpad van 1,5 meter breed aangelegd. Voor de veiligheid wordt ten slotte nog een extra ontsluiting gemaakt op de Ceintuurbaan.
Het gaat om een calamiteiten ontsluiting richting het bouw- en infrapark. Dit betreft een ontsluiting voor voornamelijk noodsituaties en is geen hoofdontsluiting. Voor de aanleg van deze paden hoeven geen bomen te worden gekapt. Aan de zuidzijde van het nieuwe gebouw wordt de inrit gerealiseerd naar de ondergrondse parkeergarage. Voor het hotel en het omliggende terrein is een natuurinclusief ontwerp gemaakt met als hoofdthema's reptielen vriendelijke aanleg van de toegangsweg, leefgebied voor de hazelworm, water voor vogels en kleine zoogdieren en dood hout als voedselbron voor de zwarte specht. Ter uitvoering wordt de rijweg, voor de auto's, half-verhard aangelegd en voorzien van naar beneden gerichte verlichting die bij beweging geactiveerd zal worden. Het voetpad wordt onverhard en zal met vergelijkbare verlichting worden verlicht. Op het terrein wordt een wadi gerealiseerd voor het af te koppelen regenwater en dient tevens als waterpoel voor de vogels. Daarnaast zal water worden vastgehouden door de geïntegreerde daktuinen in het ontwerp. Aan bomen op het terrein zullen nestkasten voor vogels worden gerealiseerd en een wandelroute wordt permanent afgesloten.
Voor het kappen van de bomen ten behoeve van de bouw van het hotel en het oppervlakte verlies van natuur vindt fysieke compensatie van de natuur in de gemeente Oldebroek plaats (in paragraaf 4.3 wordt hier nader op ingegaan). In afbeelding 2.2 is een overzichtstekening van de bestaande met de nieuwe situatie weergegeven. In afbeelding 2.3 wordt een indicatieve impressie van het nieuwe gebouw weergegeven. In afbeelding 2.4 is op het gebouw aangegeven waar de daktuinen en de zonnepanelen komen.
10/690
Afbeelding 2.2 Overzichtstekening Architectenbureau BV)
locatie
bestaande
en
uitbreiding
hotellocatie
Afbeelding 2.3 Indicatieve impressie nieuw gebouw (P.A.M. Teunissen Architectenbureau BV)
11/690
(P.A.M.
Teunissen
Afbeelding 2.4 Overzicht nieuwbouw hotel met daktuinen en zonnepanelen (P.A.M. Teunissen Architectenbureau BV) 2.2.2 Verkeer en parkeren Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die daardoor ontstaat. Daartoe worden berekeningen uitgevoerd op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren parkeerkencijfers naar parkeernormen' (publicatie 381) van het CROW. De kencijfers van het CROW zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeersgeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. Parkeren In dit geval is uitgegaan van een stedelijkheidsgraad ''Buitengebied'' gebaseerd op de parkeernormnota van de gemeente Harderwijk. De gemeente heeft voor hotels een parkeernorm van 0,5-1,5 parkeerplekken per kamer bepaald en geeft aan dat het gemiddelde gebruikt moet worden bij een berekening. Aangezien de nieuwe ontwikkeling 73 kamers betreft komt dit neer op 73 te ontwikkelen parkeerplaatsen. In de ondergrondse parkeergarage worden 70 parkeerplekken gerealiseerd. Voor de overige drie parkeerplaatsen wordt gebruik gemaakt van het bestaande parkeerterrein bij het hotel.
Dit parkeerterrein is van voldoende omvang om de
12/690
overige drie parkeerplaatsen op te vangen. Opgemerkt wordt dat voor het wellnesscenter geen parkeerplaatsen worden berekend omdat het wellnesscenter alleen toegankelijk is voor hotelgasten en die parkeervraag is al meegenomen in de parkeerberekening van de hotelkamers. Verkeer Op basis van de CROW gegevens geldt per kamer een verkeersgeneratie van 2,76 mvt/etmaal. In totaal komt dit neer op (73 X 2,76=) 202 mvt/etmaal extra. Voor de leveranciers en gasten van het hotel blijft de huidige in- en uitrit gelijk. De in- en uitrit is ontsloten op de Leuvenumseweg met circa 15.000 motorvoertuigen per etmaal. Met de uitbreiding is dan ook sprake van een zeer kleine toename van minder dan 2% op de Leuvenumseweg. Gesteld wordt dat de weg van voldoende omvang is om de geringe toename op te vangen. Conclusie Het aspect 'verkeer en parkeren' vormt geen belemmering voor de in deze ruimtelijke motivering besloten ontwikkeling. Geconcludeerd wordt dat de bestaande ontsluiting en wegenstructuur geen belemmering vormt voor extra verkeersgeneratie als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling en er in voldoende mate parkeervoorzieningen aanwezig zijn. Opgemerkt wordt dat de nieuwbouw alleen bereikbaar zal zijn vanaf het bestaande hotel (aan de achterzijde is geen ingang in het gebouw).
De rest van het terrein wordt ongemoeid gelaten, er worden alleen twee toegangspaden aangelegd, en de wellness is alleen toegankelijk voor bezoekers van het hotel.
13/690
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.
Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. 2. De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden. 3. Steden en regio's sterker en leefbaarder maken. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda. Voor Oost-Nederland is een omgevingsagenda opgesteld, waar regio Harderwijk onderdeel van uitmaakt. In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. 2. De NOVI-gebieden. Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Denk aan een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie.
14/690
Toetsing aan de NOVI Het voorliggend initiatief draagt bij aan de derde opgave "Steden en regio's sterker en leefbaarder maken", want met de uitbreiding kunnen meer gasten en toeristen in de regio Harderwijk worden ontvangen. Wat bijdraagt aan het versterken van de regio. Gelet op de te realiseren opgaven uit de NOVI kan de conclusie worden getrokken dat de voorgenomen ontwikkeling geen rijksbelangen raakt als opgenomen in de NOVI. 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is als proces-vereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Dit betekent dat overheden bij het toestaan van nieuwe stedelijke ontwikkelingen in bestemmingsplannen: De behoefte moeten beschrijven; bij een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied moet ook worden gemotiveerd waarom deze niet binnenstedelijk wordt gerealiseerd. In artikel 1.1.1 onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.
Het geldende bestemmingsplan is vertrekpunt bij de beoordeling of iets een stedelijke ontwikkeling is en of deze binnen bestaand stedelijk gebied ligt. Omdat het gebied al een stedelijke functie heeft, is in dit geval sprake van een functiewijziging naar hotel met een uitbreiding van meer dan 500 m2 binnen bestaand stedelijk gebied. Hierna is de behoefte beschreven. Beschrijving behoefte Vanuit toeristisch perspectief is de ontwikkeling wenselijk. Uitbreiding van het hotel zal het aanbod van Harderwijk versterken en biedt een exclusieve beleving aan de rand van het bos/Veluwe. Dat past bij de doelgroep bezoekers die de gemeente in Harderwijk verwelkomt. Harderwijk beschikt over kleine capaciteit aan verblijfsaccommodaties. Dat wordt ook bevestigd door de groei in de bed and breakfast locaties. Er is vraag naar verblijfsaccommodaties en deze toevoeging is niet overbodig. Daarnaast vindt een kwaliteitsverbetering plaats en wordt aangesloten op de aanwezige marktvraag. 3.1.3 Conclusie toetsing aan het rijksbeleid Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de NOVI verwoorde en in de ladder voor duurzame verstedelijking verankerde rijksbeleid.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 is de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. In de omgevingsvisie wordt het beeld van de toekomst beschreven, hierbij wordt het accent gelegd op het bundelen van krachten. Dit gebeurt door middel van verschillende ambities over verschillende onderwerpen.
15/690
De provincie Gelderland heeft op de volgende vlakken ambities voor 2050: energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving. Deze ambities gelden voor de hele provincie Gelderland, en enkele daarvan gelden gedeeltelijk voor het projectgebied, daarbij gaat het vooral over de woon- en leefomgeving en over de biodiversiteit. Voor de woon- en leefomgeving is de ambitie om het creëren van woningtypen en woonmilieus die passen bij de diversiteit van de woningvraag. Daarbij moeten de woningen klimaatneutraal zijn en alle woningen aardgasloos. Een deel van het projectgebied ligt in een Natura 2000-gebied (zie afbeelding 3.1) en Gelders Natuurnetwerk (zie afbeelding 3.2). Daarom hebben de ambities over biodiversiteit naast de ambities voor het vestigingsklimaat ook een rol in de ontwikkeling van het projectgebied. De ambities over biodiversiteit zijn: In 2050 gaat het goed met de biodiversiteit in Gelderland. In Gelderland wordt natuurinclusief gewerkt. Biodiversiteit wordt overal waar mogelijk versterkt en ingepast, óók buiten de specifiek als natuur aangewezen gebieden. In 2030 is 75% van de Europese doelen van de vogel- en habitatrichtlijn behaald.
De ambities voor het vestigingsklimaat zijn: Wij willen onze concurrerende positie binnen het internationale stedelijke netwerk van Amsterdam, Brussel en Keulen verder versterken. Om onderscheidend te blijven, halen we in 2050 maximaal profijt uit onze unieke combinatie van stedelijke en groene kwaliteiten. In 2050 zijn alle werklocaties in Gelderland duurzaam ingericht qua energie, klimaatbestendigheid en logistieke en productiestromen. We zijn koploper in Nederland.
Afbeelding 3.1 - uitsnede kaart Natura 2000-gebieden ter plaatse van het projectgebied (Bron: Atlas van de
16/690
leefomgeving) Toetsing aan de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Aangezien de ontwikkeling gaat over de uitbreiding van een hotel zijn de voorwaarden voor woningen niet relevant, echter is het goed om te vermelden dat het nieuwe gebouw gasloos zal zijn. Wat betreft de biodiversiteit zal gebruik gemaakt worden van de compensatieregeling (zie paragraaf 3.2.2). In paragraaf 4.3.2 wordt ingegaan op de gebiedsbescherming en is beschreven op welke manier de ontwikkeling invloed heeft op de biodiversiteit en hoe dit in stand gehouden wordt. Gelet hierop wordt met het planvoornemen aangesloten op de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. 3.2.2 Omgevingsverordening Gelderland januari 2023 (geconsolideerd) De Omgevingsverordening is een van de instrumenten om de ambities uit Omgevingsvisie te realiseren. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, legt de provincie bij het uitvoeren van de taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Ze geven hier richting aan door gezamenlijk zeven samenhangende ambities na te streven op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid; economisch vestigingsklimaat en woon- en leefklimaat. In de verordening zijn alleen regels opgenomen die nodig zijn om de provinciale ambities waar te maken of wettelijke plichten na te komen.
Net als de Omgevingsvisie richt de Omgevingsverordening zich op de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving.
Afbeelding 3.2 - uitsnede van de Omgevingsverordening Gelderland ter plaatse van het projectgebied met daarop
17/690
het Gelders natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone Toetsing aan de Omgevingsverordening Gelderland Zoals uit onderstaande afbeelding 3.2 blijkt ligt het projectgebied gedeeltelijk binnen het Gelderse Natuurnetwerk. In de verordening zijn (instructie)regels opgenomen waar met ruimtelijke plannen rekening mee gehouden moeten worden, waaronder een aantal relevant zijn voor de beoogde ontwikkeling in het projectgebied. De volgende artikelen zijn van toepassing: Ten aanzien van het Gelders natuurnetwerk Artikel 2.39 (bescherming kwaliteit Gelders natuurnetwerk) Artikel 2.43 (afwijkruimte bij uitbreiding bestaande activiteit) Artikel 2.45 (onderzoek kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk) Ten aanzien van compensatie natuur binnen Gelders natuurnetwerk Artikel 2.48 (compensatieplan bij fysieke natuurcompensatie) Artikel 2.49 (termijn uitvoering fysieke natuurcompensatie) Artikel 2.50 (fysieke natuurcompensatie) Artikel 2.51 (gebruik compensatiepool in plaats van fysieke compensatie) Toetsing aan artikelen ten aanzien Gelders natuurnetwerk In hoofdstuk 5 van bijlage 1 is ingegaan op de toetsing aan het Gelders natuurnetwerk (GNN) en uitgewerkt waar en hoe de benodigde compensatie plaatsvindt om het planvoornemen te kunnen realiseren. Geconcludeerd wordt dat er sprake is van oppervlakteverlies binnen de GNN.
Deze wordt veroorzaakt door de aanleg van een onverhard en halfverhard pad en de bouw van het hotel. Overige effecten op de kernkwaliteiten zijn vanwege het geringe schaalniveau niet aan de orde. Het ruimtelijk initiatief kan doorgaan als het oppervlakteverlies wordt gecompenseerd. Bij het oppervlakteverlies wordt rekening gehouden worden met de ontwikkeltijd van het natuurbeheertype (N16.03, droog bos met productie). De fysieke natuurcompensatie conform artikel 2.50 wordt gerealiseerd op een agrarisch perceel ten westen van ’t Harde in de gemeente Oldebroek. Hier wordt een strook van 170 bij 15 meter de agrarische bestemming omgezet naar de bestemming natuur. De oppervlakte van 2.550 m2 voldoet ruim aan de benodigde 1.467 m2. Voor het gebied is een separaat compensatieplan opgesteld. Dit plan is opgenomen in bijlage 3. De inrichtingsmaatregelen worden afgestemd op de ontwikkeldoelen die voor het betreffende deel GNN zijn gedefinieerd. Het meest geschikte ontwikkeldoel voor het betreffende perceel is ontwikkeling oud bos en bosranden en overgangen naar cultuurgronden. Het perceel grenst aan de bosrand en kan worden omgevormd naar een mantel- en zoomzone die de overgang vormt tussen het bos en het agrarische perceel.
Naast de mitigerende maatregelen wordt voor het hotel en het omliggende terrein een natuurinclusief ontwerp gemaakt met als hoofdthema's reptielen vriendelijke aanleg van de toegangsweg, leefgebied voor de hazelworm, water voor vogels en kleine zoogdieren en dood hout als voedselbron voor de zwarte specht. Zo wordt een wadi, nestkasten en daktuinen gerealiseerd. Gelet op het vorenstaande wordt voldaan aan de gestelde regels in de provinciale omgevingsverordening.
18/690
3.2.3 Recreatiezoneringsplan Veluwe Op 17 mei 2022 heeft de provinciale staten van Gelderland het Recreatiezoneringsplan Veluwe vastgesteld. In het Recreatiezoneringsplan is een balans gezocht tussen natuur en recreatie: beschermen én beleven. Het startpunt voor de zonering is het behalen van Natura 2000-doelen. Eén daarvan is het streven naar herstel van de populaties van zeven verstoringsgevoelige vogelsoorten. Als deze populaties zich herstellen, is dat een graadmeter voor herstel van veel andere soorten. Belangrijk uitgangspunt in het Recreatiezoneringsplan is het verleiden en geleiden van recreanten: de bewoners, ondernemers, gebruikersgroepen en toeristen. Om zo de nodige rust voor de natuur te bereiken en tegelijkertijd de recreant volop te laten genieten. Bij het maken van het plan is daarom rekening gehouden met bestaande recreatieve routes, woonkernen, horeca, infrastructuur en vakantieparken. Het Recreatiezoneringsplan bestaat uit twee bouwstenen: 1. de recreatiezoneringskaart; 2. de recreatiezoneringsmaatregelen; De recreatiezoneringskaart geeft in grote lijnen weer op welke plek meer nadruk ligt op recreatie en op welke plek meer op natuur. De recreatiezoneringskaart brengt daarmee in beeld welke intensiteiten en recreatieve faciliteiten op welke plek passend zijn.
Deze ruimtelijke herschikking van recreatieniveaus, zorgt dat de natuurdoelen gewaarborgd worden én dat de kwaliteit van natuurbeleving verbetert. Dat is echter alleen het geval als de recreatiezoneringskaart ook doorwerking krijgt in de natuurterreinen zelf. Daarvoor moeten zoneringsmaatregelen genomen worden. Op sommige plekken zijn de recreatiezoneringsmaatregelen vooral gericht op het realiseren van meer rust voor de natuur, op andere plekken worden maatregelen ook genomen voor het verbeteren van de recreatieve kwaliteit.
19/690
Afbeelding 3.3 Uitsnede recreatiezonering (Bron: Provincie Gelderland) Toetsing aan het Recreatiezoneringsplan Veluwe De ontwikkeling die mogelijk gemaakt wordt met het voorliggend plan ligt buiten het recreatiezoneringsplan. In de nabijheid ligt wel Zone A Intensief recreatief gebruik en Zone B Matig intensief recreatiefmedegebruik. Hier kunnen de hotelgasten genieten van de Veluwe. Gelet op het vorenstaande is het voornemen passend binnen het recreatiezoneringsplan voor de Veluwe. 3.2.4 Conclusie toetsing aan het proviniciaal beleid De voorgenomen ontwikkeling is passend binnen het provinciaal beleid.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Structuurvisie Harderwijk 2031 De structuurvisie Harderwijk 2031 is op 20 december 2012 door de gemeenteraad vastgesteld. Deze integrale structuurvisie is een uitwerking van de in juni 2010 door de gemeenteraad vastgestelde stadsvisie. In de structuurvisie wordt aangegeven wat in de periode tot 2031 voor de gemeente Harderwijk de belangrijkste thema's zijn waar integraal aan gewerkt gaat worden door de gemeente, het bedrijfsleven, de maatschappelijke organisaties en door inwoners zelf. De visie is een document waar het economische, sociale en ruimtelijke beleid met elkaar in verband is gebracht. Het betreft een visie waarin kaders zijn gesteld met doelstellingen om de in de Stadsvisie verwoorde ambitie te verwezenlijken. Deze doelstellingen zijn ondergebracht in 4 ontwikkelsporen: Zorgzame stad, Ondernemende stad, Aantrekkelijke stad en Verbindende stad.
20/690
De structuurvisie fungeert als beoordeling- en sturingsinstrument op alle gemeentelijke beleidsterreinen. Het is daarmee een beleidsdocument dat de gemeente bindt. De gemeente kan daar alleen van afwijken indien daar een goede motivering voor is. Daarnaast wordt richting gegeven aan te verrichten inspanningen en te nemen maatregelen die moeten leiden tot de realisatie en totstandkoming van de in het beleid nagestreefde doelen. De structuurvisie vervangt hiermee het structuurplan Harderwijk 2020 en daarmee: een visie op de sociale, economische en ruimtelijke ontwikkelingen in Harderwijk voor de middellange en lange termijn; een integrale visie met de hoofdlijnen van voorgenomen ontwikkelingen betreffende het leven, werken en verblijven in Harderwijk; de wijze waarop de gemeente de doelstellingen denkt te realiseren. Op de visiekaart “Aantrekkelijke stad” ligt het projectgebied binnen de “Groene stadsrand”. Dit geeft invulling aan de doelstelling uit de structuurvisie: “Het waarborgen van een goede kwaliteit van de leefomgeving”. De algemene doelstelling is het realiseren en in stand houden van een aantrekkelijke stad om in te wonen, werken, leven en verblijven.
Integrale versterking van de aantrekkelijkheid van de stad worden door de gemeente bewerkstelligd door zich te richten op onderstaande subdoelstellingen: Meer regionale centrumvoorzieningen; Hogere kwaliteit van de woonomgeving; Een duurzamere samenleving; Betere banenbereikbaarheid; Meer ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden. Plekken die een belangrijke publiek en/of toeristische functie hebben en het openbaar groen langs de hoofd-, recreatieve én cultuurhistorische infrastructuur alsmede de in deze structuurvisie benoemde ontmoetingsplekken krijgen een hogere onderhoudskwaliteit. Van belang voor de kwaliteit van de leefomgeving zijn ook de waterbelvedères (de belevingsplekken van Harderwijk als stad aan het water) en het groen in en om de stad die op de beleidskaart staan aangegeven, zoals de Poort naar de Veluwe, de Groene Zoom en de Natura 2000-gebieden. Op de visiekaart “Ondernemende stad” is het projectgebied aangegeven als gebied voor recreatieve doeleinden. In het kader van de regionale visie “Carevalley” investeert de gemeente in de recreatie en zorgsector. De regio heeft in deze sectoren veel te bieden en de gemeente wil dat accentueren door recreatieve- en zorgfuncties te situeren in de nabijheid van de hoofdinfrastructuur.
De in de visie aangewezen zone, waaronder de Groene Zoom is aangewezen als bedoeld voor te ontwikkelen of te revitaliseren recreatieve functies. Met het planvoornemen wordt aangesloten op het bovenstaande door extra recreatieve overnachtingsmogelijkheden te bieden wat dicht bij de hoofdinfrastructuur ligt. Daarnaast is het dicht nabij de Veluwe gelegen waar vele recreatieve mogelijkheden zijn. Hiermee sluit het voornemen aan op de Structuurvisie Harderwijk 2031.
21/690
3.3.2 De Duurzame Stad Harderwijk (2020) De gemeente Harderwijk zet zich op verschillende manieren in voor duurzaamheid. De ambities op het gebied van duurzaamheid zijn vastgelegd in de Duurzaamheidsvisie. Hierin worden vier pijlers onderscheiden: 1. Circulaire Economie: Harderwijk wil een circulaire stad zijn. Afvalstoffen worden grondstoffen en kringlopen worden gesloten. 2. Biodiversiteit: Harderwijk wil een biodiverse stad zijn. De gemeente behoudt en verbeterd de natuur. 3. Klimaatadaptatie: Harderwijk wil een klimaatbestendige stad. De gemeente beperkt hittestress en de gevolgen van droogte en voorkomen wateroverlast. 4. Energietransitie: Harderwijk wil een energieke stad zijn. Daar hoort ook het verminderen van de CO2-uitstoot bij. Het voornemen voorziet op de bouw van een nieuw hotel gebouw. De materialen die gebruikt worden bij de bouw kunnen in een latere moment weer waar mogelijk hergebruikt worden. De te kappen bomen en natuur wordt gecompenseerd (zie ook paragraaf 2.2.1). Ook worden daktuinen en een wadi gerealiseerd om water vast te houden en te laten infiltreren in de bodem. Ten slotte betreft het niet alleen een aardgasvrij pand maar wordt er ook voldaan aan (B)ENG. Gelet hierop sluit het voornemen aan op de Duurzaamheidsvisie. 3.3.3 Harderwijk natuurlijk groen Natuur en groen zijn een volwaardig component in de buitenruimte.
Behalve dat ze essensieel zijn voor klimaatadaptatie en behoud van biodiversiteit, zorgen ze ook nog eens voor een prettige gezonde leefomgeving. De gemeente wil daarom een robuuste groenstructuur gebaseerd op het natuulijke systeem. Door meer gevarieerd groen wil de gemeente een veerkrachtig natuurnetwerk ontwikkelen dat tegen een stootje kan. Natuurinclusief denken en doen wordt de norm; de gemeente geeft het goede voorbeeld en vragen bewones en bedrijven te volgen. De visie bevat drie speerpunten: 1. Het unieke natuurlijke systeem van Harderwijk is de basis 2. We investeren in meer en natuurlijker groen 3. We zetten in op natuurlijker samenwerken en beleven. Natuur & groen in het beschermd gebied Binnen de beschermde gebieden ligt de nadruk op het deels herstellen maar vooral versterken van het natuurlijk systeem: Maatregelen die ervoor kunnen zorgen dat, zowel bij het Randmeer als op de Veluwe, de balans tussen natuurlijke processen en menselijke invloed verbeterd wordt. Ontwikkelingen en uitbreidingen anders dan gericht op natuur, waaronder intensief (recreatief) gebruik, moet tot een minimum beperkt blijven. Om deze gebieden te versterken zijn meerdere acties mogelijk: Recreatieve zonering Door recreatieve zonering wordt kwetsbare Veluwse natuur ontzien en blijft recreatie mogelijk.
Laten liggen dood hout, ook in de beek In natuurlijke beken ligt doorgaans veel dood hout en dat biedt waterdieren schuilplaatsen en voedsel. Het verbeterd het leefgebied voor kleine waterbeestjes en beekvissen. Op de visiekaart “Ondernemende stad” is het projectgebied aangegeven als gebied voor recreatieve doeleinden. Hiermee voldoet het aan de eist van recreatieve zonering. Daarnaast is in paragraaf 2.2.1 beschreven hoe de natuurwaarden worden versterkt in het projectgebied. Onder andere door het dode hout laten liggen ter
22/690
bevordering van de biodiversiteit. Maar ook door het realiseren van daktuinen. Het project voldoet aan de uitgangspunten om het natuurlijke systeem te versterken. 3.3.4 Welstandsbeleid Een bestemmingsplan is erg belangrijk voor het bouwen op en gebruiken van gronden. Vergunningsaanvragen worden immers getoetst aan de regels uit het bestemmingsplan. Naast de bestemmingsplanbepalingen en de bouwtechnische eisen waaraan een bouwwerk moet voldoen, is het uiterlijk ervan erg belangrijk. Hiervoor is een welstandsnota opgesteld. In de welstandsnota van Harderwijk wordt invulling gegeven aan de esthetische aspecten van het ruimtelijke kwaliteitsbeleid. De welstandsnota gaat daarbij vooral in op de architectonische aspecten van bouwwerken, zoals massa, vorm, positionering, kleur- en materiaalgebruik en detaillering. In stedenbouwkundige zin spreekt de welstandsnota zich uit over de uitstraling en ligging van de bebouwing in relatie tot de omgeving. In de welstandsnota zijn regels opgenomen voor: kleine bouwinitiatieven die welstandsvrij zijn; kleine bouwinitiatieven waarvoor de zogenaamde 'sneltoetscriteria' gelden (criteria voor meest voorkomende kleine bouwactiviteiten); grote bouwinitiatieven waarvoor lichte, gemiddelde en zware welstandstoets gelden; grote bouwinitiatieven voor ontwikkelingslokaties, die in aparte beeldkwaliteitsplannen zijn vervat.
Voor nieuwe ontwikkelingen in het gebied, waarin de criteria uit de welstandsnota niet voorzien, kunnen afzonderlijke beeldkwaliteitsplannen worden opgesteld. Deze beeldkwaliteitsplannen kunnen door de raad vastgesteld worden als welstandscriteria die gelden als aanvulling op de welstandsnota. De Stedenbouwkundige opzet van het plan is door de Commissie Ruimtelijke kwaliteit als positief beoordeeld. Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit 'Bouwen' zal de commissie het bouwkundig uitgewerkte plan beoordelen.
23/690
Hoofdstuk 4
Milieu- en omgevingsaspecten
In een ruimtelijke onderbouwing moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een ruimtelijke motivering vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. Bij het beoordelen van milieu- en omgevingsaspecten wordt ingegaan op de volgende thema's: geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie en archeologie & cultuurhistorie. Daarnaast is de waterhuishouding van belang.
4.1
Milieuzonering
VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzondering' In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). Een richtafstand kan worden beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. In de VNG-brochure wordt onderscheid gemaakt tussen een rustige woonwijk en een gemengd gebied. Voor een rustige woonwijk wordt een strenger toetsingsregime gehanteerd. Een rustige woonwijk is een gedefinieerd als een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Hier komen naast wijkgebonden functies, geen ander functies, zoals bedrijven en voorzieningen voor. Ook is er weinig verstoring door verkeer. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen hier ook andere functies, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven voor. Geplande ontwikkeling De uitbreiding betreft een hotel. Deze bedrijfsactiviteiten worden op basis van de VNG-brochure geschaard onder Hotels en pensions met keuken, conferentieoorden en congrescentra, wat onder milieucategorie 1 valt.
Het gebied waarin het hotel staat kan gezien worden als een gemengd gebied met verschillende functies namelijk bedrijfsfuncties, hotelfunctie en ook woonfuncties. In een gemengd gebied geldt voor het hotel als grootste richtafstand 10 meter voor het aspect gevaar. De overige aspecten betreft 0 meter. De omliggende bedrijfsfuncties zijn geen gevoelige functies en de voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot hinder of belemmeringen voor de bedrijven in de omgeving. De bedrijfswoningen ten noorden van het projectgebied zijn milieugevoelig. Het terrein voor het beoogde hotel ligt aangrenzend naast de woningen. De afstand tussen het gebouw en de bedrijfswoningen is circa 12 meter. De nood ontsluiting loopt direct langs de bedrijfswoningen. Deze wordt na verwachting zelden gebruikt. Gelet hierop wordt voldaan aan de richtafstand van 10 meter voor het aspect gevaar voldaan. Ter plaatse van de bedrijfswoningen kan dan ook een aanvaardbaar woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. Conclusie Gelet op het bovenstaande wordt gesteld dat het aspect 'milieuzonering' geen belemmering vormt voor de in
24/690
deze ruimtelijke motivering besloten ontwikkeling.
4.2
Geluid
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. Ten noorden van het projectgebied ligt de N302 en de A28. De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van een hotel. Een hotel is geen geluidgevoelig object op basis van de Wgh. Akoestisch onderzoek op basis van de Wgh is niet noodzakelijk. Het is in het belang van de hotelexploitant dat er sprake is van een goed verblijfsklimaat. Dit zal worden gerealiseerd middels voldoende geluidwering van de gevels van de hotelkamers. Conclusie In paragraaf 4.1 (Milieuzonering) is nader ingegaan op de (akoestische) invloed van het hotel op omliggende geluidsgevoelige objecten. Geconcludeerd wordt dat de Wet geluidhinder geen belemmering vormt voor het plan.
4.3
Ecologie
4.3.1 Algemeen Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten.
25/690
Afbeelding 4.1 projectgebied met daarop Natura 2000-gebied, met daarop in het zwart te vervallen gebied en GNN met daarop in het oranje te vervallen gebied. 4.3.2
Gebiedsbescherming
Natura 2000-gebied Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Het projectgebied ligt deels binnen het Natura 2000-gebied 'Veluwe' waar twee paden worden aangelegd (zie ook afbeelding 4.1). De in bijlage 1 opgenomen rapportage betreft een toetsing aan de randvoorwaarden die gelden ten aanzien van Natura 2000-gebied. Concreet is met het planvoornemen sprake van oppervlakteverlies van leefgebied van de boomleeuwerik, draaihals, nachtzwaluw, wespendief en zwarte specht. Het betreft een reeds sterk verstoorde zone met weinig feitelijk geschikt leefgebied. Effecten op de instandhoudingsdoelen zijn daarom uit te sluiten. Er is wel sprake van een negatief effect, namelijk een afname van leefgebied van de betreffende soorten met 130 m2. Ter plaatse van het Natura 2000-gebied worden geen bomen gekapt voor het aanleggen van de paden. Voor het planvoornemen is een Wnb-vergunning verleend (zie bijlage 2). Gelders Natuur Netwerk (GNN) Het Gelders Natuurnetwerk (GNN) is onderdeel van het Nederlandse natuurbeleid. Het GNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt.
In of in de directe nabijheid van het GNN geldt het 'nee, tenzij'-principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het projectgebied ligt deels binnen het concreet begrensde GNN (zie ook afbeelding 4.1). Bij de voorgenomen ingreep, de bouw van het hotelgebouw, zullen enkele bomen worden gekapt en paden worden aangelegd. Om het planvoornemen mogelijk te maken worden verschillende compensaties en maatregelen uitgevoerd.
26/690
Conform het beleidskader uit de Omgevingsverordening Gelderland. Compensatie De fysieke compensatie wordt gerealiseerd op een agrarisch perceel ten westen van ’t Harde in de gemeente Oldebroek. Hier wordt een strook van 170 bij 15 meter de agrarische bestemming omgezet naar de bestemming natuur. De oppervlakte van 2.550 m2 voldoet ruim aan de benodigde 1.467 m2. Voor het gebied is een separaat compensatieplan opgesteld. Het compensatieplan is opgenomen in bijlage 3. De inrichtingsmaatregelen zijn afgestemd op de ontwikkeldoelen die voor het betreffende deel GNN zijn gedefinieerd. Het meest geschikte ontwikkeldoel voor het betreffende perceel is ontwikkeling oud bos en bosranden en overgangen naar cultuurgronden. Het perceel grenst aan de bosrand en kan worden omgevormd naar een mantel- en zoomzone die de overgang vormt tussen het bos en het agrarische perceel. Maatregelen Om de effecten van lichtverstoring zo veel mogelijk weg te nemen wordt de verlichting langs het wandelpad en het rijpad gerealiseerd met naar beneden richtende verlichting die met beweging geactiveerd wordt. Ook voor het nieuwe gebouw geldt dat deze geen lichtuitstraling in het Natura 2000-gebied mag veroorzaken. Door het afsluiten van paden kan de verstoring die nu plaatsvindt door de aanleg van de nieuwe paden worden verminderd. Hiertoe zijn mogelijkheden binnen het eigendom van Van der Valk zelf.
Aan de zuidwestzijde van het huidige hotel zal een verbinding naar het aangrenzende bos worden verwijderd. Hierdoor zullen hotelgasten het bosgebied niet meer direct kunnen betreden. De oppervlakte van het tracé bedraagt 840 m2. Dit is veel meer dan het oppervlak van de aan te leggen rijweg en voetpad tussen het bestaande gebouw en de nieuwbouw. Het af te sluiten pad is breed en wordt afgesloten door middel van het aanbrengen van barrières in de vorm van dood hout. Geconcludeerd wordt dat met het voornemen voldoende rekening is gehouden met de de wezenlijke kenmerken en waarden van het GNN. Stikstofdepositie Door Econsultancy is een stikstofberekening uitgevoerd. De stikstofberekening is opgenomen in bijlage 5. Op basis van dit onderzoek is een Wnb-vergunning aangevraagd en verleend (zie bijlage 2). Specifiek voor de aanlegfase is een aanvullende berekening uitgevoerd op basis van de nieuwste aerius-calculator (zie bijlage 6). In de berekening is rekening gehouden met de verkeersbewegingen ten behoeve van de af- en aanvoer van materialen en het vervoer van personeel, de verkeersbewegingen naar het hotel dat open blijft tijdens de aanleg en het aardgasverbruik van het hotel. Alle mobiele werktuigen die tijdens de aanlegfase gebruikt worden zullen waar mogelijk elektrisch worden aangedreven.
Voornamelijk de grondwerkzaamheden zijn een aantal diesel aangedreven machines opgenomen. In de stikstofberekening is interne saldering toegepast. Geconcludeerd wordt dat het project geen significant negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden. De aan de orde zijnde negatieve effecten van dit project zijn niet van dien aard dat deze op grond van artikel 2.4 Wet Natuurbescherming nader moeten worden gereguleerd.
27/690
4.3.3 Soortenbescherming Wat betreft de soortenbescherming is de Wet natuurbescherming van toepassing. Hierin wordt onder andere de bescherming van dier- en plantensoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd. Ter plaatse van het projectgebied is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. In bijlage 4 is het gehele onderzoek opgenomen. Uit het onderzoek blijkt dat mogelijk de Hazelworm binnen het projectgebied voorkomt. Daarnaast dient bij het verwijderen van groen buiten het broedseizoen te gebeuren en bij de uitwerking van de planning rekening te worden gehouden met het lichtval. Voor de Hazelworm is een nader onderzoek uitgevoerd en een activiteitenplan opgesteld. In bijlage 7 is dit onderzoek opgenomen. Bij de uitvoering van de werkzaamheden wordt het activiteitenplan toegepast. Tenslotte is voor de voorgenomen activiteiten een Wnb-vergunning bij de provincie Gelderland aangevraagd. De benodigde Wnb-vergunning is verleend. In bijlage 8 is de vergunning opgenomen.
4.3.4 Conclusie Het voornemen leidt niet tot wettelijke consequenties in het kader van de gebieds- en soortenbescherming mits voldaan wordt aan de verleende Wnb-vergunning en gewerkt wordt met opgestelde activiteitenplan voor de hazelworm en mogelijk kleine marterachtigen. En dat de benodigde gebiedscompensatie wordt uitgevoerd.
4.4
Water
De beoogde ontwikkeling is voorgelegd aan het Waterschap Vallei & Veluwe. Het waterschap heeft positief gereageerd op het project en geeft aan dat het aspect 'water' voldoende is geborgd. Watertoets Deze 'waterparagraaf' gaat in op de watertoets. Hierin wordt beoordeeld wat de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op de waterhuishouding zijn en of er waterschapsbelangen spelen. De belangrijkste thema's zijn waterveiligheid, de afvoer van schoon hemelwater en afvalwater en de waterkwaliteit. Geplande ontwikkeling Het projectgebied ligt in het beheersgebied van Waterschap Vallei & Veluwe. Er worden waterschapsbelangen geraakt. Het plan is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap (aanvraagnummer: 00002722). Uit de watertoets blijkt dat de aanwezige wateraspecten van invloed zijn op het plan. Er heeft dan ook overleg plaatsgevonden met het waterschap over het planvoornemen (zie bijlage 15). Hieronder wordt nader ingegaan op de aspect. Waterkwantiteit Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden.
Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is.
28/690
Waterberging In het ontwerp dient rekening gehouden te worden dat bij een bui van 70 mm per uur geen schade aan panden mag optreden door wateroverlast. Verzamelpunten, vluchtwegen en ontsluitingswegen dienen zo gekozen te worden dat deze ook bij extreme neerslag bereikbaar blijven. De wegen bestaan uit halfverharding, waardoor het water kan infiltreren in de bodem. Met het plan voornemen wordt het water zoveel mogelijk op het dak van het nieuwe hotel vastgehouden. Daarvoor worden onder andere groene dakterrassen aangelegd. Op het dak wordt het water zolang mogelijk vastgehouden voordat het afgevoerd wordt naar een wadi (zie ook paragraaf 2.2). Om wateroverlast tegen te gaan tijdens een regenbui wordt de parkeerkelder voorzien van een drainage goot wat aangesloten wordt op het infiltratiesysteem. Waterkwaliteit Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. In de gebruiksfase geldt dit met name voor een eventueel zwembad. Provincie Gelderland heeft een gebiedsdossier met een uitvoeringsprogramma opgesteld voor het nabijgelegen drinkwaterproductiebedrijf Harderwijk.
Een van de maatregelen in dit uitvoeringsprogramma is eigenaren van zwembaden in de omgeving van deze winning er op te wijzen dat (diffuse) verontreiniging van bodem en/of het grondwater vanuit zwembad(installaties) voorkomen moet worden. Bij het realiseren van een zwembad is het advies tijdig contact op te nemen met provincie Gelderland hoe binnen het projectgebied aan deze verplichting voldaan kan worden. Bij de uitwerking van de plannen zal de provincie Gelderland benaderd worden om af te stemmen over het te realiseren zwembad. Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting, (in-) filtratie van afstromend hemelwater, afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater, afstromend hemelwater afvoeren naar AWZI. Voor het afvalwater in het projectgebied geldt dat bij voorkeur onder vrij verval aangesloten wordt op de bestaande rioolput 900V100. Bij de verdere uitwerking van de plannen wordt hiermee rekening gehouden.
Perstransportleiding Tussen het projectgebied en het bestaande hotel ligt een perstransportleiding van het waterschap (van rioolgemaal Garderen naar RWZI Harderwijk). Aan beide zijde heeft deze leiding een vrijwaringszone, zie onderstaande afbeelding 4.2 In de praktijk blijkt dat de exacte ligging van de leiding kan afwijken van de geprojecteerde leiding. Voor activiteiten binnen de vrijwaringszone dient afstemming plaats te vinden met het waterschap. Eventueel zijn beschermende maatregelen nodig i.v.m. bijvoorbeeld bovenbelasting door
29/690
bouwverkeer en eventuele kruisende (ondergrondse) infrastructuur.
Afbeelding 4.2 perstransportleiding Uit de hart van de persleiding wordt tenminste 10 meter aan beide zijdes aangehouden waarop geen bouwwerken worden gebouwd. Wel worden enkele paden over de persleiding heen gelegd. Conclusie Gelet op het vorenstaande wordt voldaan aan het aspect water.
4.5
Bodem
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan en/of omgevingsvergunning dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. Geplande ontwikkeling Voor het voornemen is een historisch vooronderzoek uitgevoerd. In bijlage 9 is het onderzoek opgenomen. Op basis van het vooronderzoek kan gesteld worden dat milieuhygiënisch mogelijk enige belemmeringen bestaan voor de voorgenomen ruimtelijke onderbouwing en de voorgenomen nieuwbouw. De onderzoeksresultaten geven derhalve aanleiding voor verder bodemonderzoek. Plaatselijk zijn mogelijk verontreinigingen met asbest in de bodem op de locatie te verwachten. Op basis van de informatie uit onderhavig vooronderzoek zijn een aantal deellocaties te onderscheiden. De omgevingsdienst heeft het historisch vooronderzoek doorgenomen en aanvullingen aangegeven voor bij het uit te voeren verkennend bodemonderzoek. Op basis van het historische vooronderzoek en de aanvullingen van de omgevingsdienst wordt voor elke deellocatie het onderstaande nader onderzocht bij het verkennend bodemonderzoek. Deellocatie A: westelijk terreindeel
30/690
Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat deellocatie A onderzocht dient te worden volgens de strategie "onverdacht, niet lijnvormig" (ONV-NL). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. De Omgevingsdienst Noord-Veluwe merkt op dat deze deellocatie eveneens verdacht is op de aanwezigheid van asbest is de bodem. Bij de uitvoering van het verkennend bodemonderzoek zal een asbest bodemonderzoek conform NEN 5707 worden uitgevoerd. Daarbij zullen aanvullende boringen/inspectiegaten ter plaatse van voormalige bebouwing(en) worden geplaatst. Ook zijn ter plaatse van deze locatie ''druppelzones'' aanwezig waar separaatasbest in bodemonderzoek conform NEN 5707 zal plaats vinden (incl. SEM-analyses). Deellocatie B: zuidoostelijk terreindeel Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd, dat deellocatie B onderzocht dient te worden volgens de NEN 5740 en NEN 5707, strategie voor een "verdachte locatie met diffuse bodembelasting en een heterogene verontreiniging op schaal van monsterneming (niet lijnvormig)" (VED-HE(-NL)). Opgemerkt wordt dat onderzoek ter plaatse van de grondwal (ca. 4.000 m²) pas uitgevoerd kan worden na het ontgraven en afvoeren van de grondwal.
Door de Omgevingsdienst Noord-Veluwe wordt opgemerkt dat er plaatse van deze deellocatie ''druppelzones'' aanwezig zijn waar separaat asbest in bodemonderzoek conform NEN 5707 moet plaatsvinden (incl. SEM-analyses). Ook moet aanvullend een diepe boring ter plaatse van het voormalige gebouw 5 worden geplaatst. Tijdens voorgaande onderzoeken zijn hier namelijk alleen boringen rondom de bebouwing geplaatst. Dit wordt meegenomen bij het verkennend bodemonderzoek. Deellocatie C: grondwal Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem wordt aanbevolen om de grondwal door middel van een partijkeuring incl. asbest (BRL 1001) te onderzoeken. De Omgevingsdienst Noord-Veluwe merkt op dat de fysiek gescheiden grondwallen en het depot allen separaat conform AP04 separaat gekeurd moet worden. Hiermee wordt rekening gehouden met de uitvoering. Partijkeuring grond grondwal 2021 In 2021 heeft een partijkeuring plaatsgevonden. Uit de partijkeuring blijkt dat de deelpartijen beoordeeld zijn als; Altijd Toepasbaar. Ten aanzien van PFAS voldoen de deelpartijen op basis van het THK aan de Achtergrondwaarde bij toepassing op de landbodem (maar is niet toepasbaar ingrondwaterbeschermingsgebieden). De deelpartijen voldoen niet aan de eisen voor toepassing in oppervlaktewater.
Op basis van de waarnemingen en het vooronderzoek worden beide deelpartijen beschouwd als onverdacht op het voorkomen van asbest. In bijlage 10 is de volledig partijkeuring opgenomen. Op basis van het historisch vooronderzoek bodem blijkt dat een verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) inclusief asbest (NEN5707) en een partij keuring conformer AP04 incl. asbest noodzakelijk zijn. Verkennend bodemonderzoek rondom gronddepot Voor de ontwikkeling rondom het gronddepot is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het volledige onderzoek is opgenomen in bijlage Bijlage 11. De belangrijkste conclusies zijn: Chemische kwaliteit De gestelde hypothese dat geen verontreiniging wordt verwacht is op het westelijk terreindeel is grotendeels
31/690
bevestigd. In de bovengrond zijn enkele lichte verhogingen aangetoond. De verhogingen worden vermoedelijk veroorzaakt door de aanwezigheid van bodemvreemde bijmengingen. Asbestonderzoek De gestelde hypothese dat de bovengrond van de gehele onderzoekslocatie verdacht is op het voorkomen van asbest, is niet bevestigd. Met het asbestonderzoek is de verdachte puinhoudende bovengrond ter plaatse van de voormalige bebouwing van de kazerne onderzocht. In dit worst-case monster is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetoond. Druppelzone voormalige schuurtjes en overkapping De gestelde hypothese, dat de druppelzone (0,0-0,1 m-mv) van de voormalige asbesthoudende overkapping verdacht is op het voorkomen van asbest, is niet bevestigd. Puinverharding Tot slot is de metselpuinverharding onder het grindpad indicatief onderzocht op asbest. Zowel visueel als analytisch is geen asbest aangetoond. Verhardingen Het asfalt is indicatief onderzocht op de aanwezigheid van PAK. De handmatig geboorde asfaltkern is zintuigelijk schoon, er is geen teergeur aangetroffen. Uit de indicatieve PAK-analyse blijkt dat er geen fluorescentie is waargenomen. Op basis van de zintuigelijke beoordeling en de indicatieve analyse bevat de bovenste laag van het asfalt geen PAK en is het geschikt voor hergebruik.
Verkennend bodemonderzoek onder gronddepot Nadat het gronddepot is weggehaald zal ter plaatse een aanvullend verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd. Conclusie Op basis van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat ter plaatse van de voorgenomen ontwikkeling, gronddepot uitgesloten, dat nader onderzoek niet noodzakelijk is. Het verkennend bodemonderzoek onder de gronddepot zal voor de bouw van de uitbreiding worden verricht. Voor verdere details wordt verwezen naar de beoordeling (kenmerk: ODNV, ODNV2023AVIF-00085, d.d. 1 maart 2023) van het historisch vooronderzoek van Econsultancy van 15 november 2022.
4.6
Archeologie
Voor het aspect archeologie is de Erfgoedwet van toepassing. De kern van de wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. Geplande ontwikkeling Op basis van een in 2015 uitgevoerd booronderzoek wordt de kans klein geacht dat er binnen het projectgebied nog (intacte) archeologische vindplaatsen aanwezig zijn. Dit is het geval omdat de oorspronkelijke bodemopbouw is verdwenen. Op basis daarvan wordt door de gemeente geadviseerd om de archeologische verwachting voor het projectgebied bij te stellen naar laag en in het nieuwe bestemmingsplan geen