CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmaplan Noord Veluwe Bereikbaar.pdf

Commissie Ruimte 13 april 2021, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Noord Veluwe Bereikbaar en Informatie Spoor IC19.453 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De reistijden en de betrouwbaarheid voor het autoverkeer op de A28 blijven op peil t.o.v. 1-12020 (indicator: congestie-categorieën); Het aantal voertuigverliesuren in de corridor A28 neemt gemiddeld niet toe t.o.v. 1-1-2020 (indicator: NRM-model); De file-knelpunten op de A28 blijven beperkt tot lokale, incidentele files en de A28 corridor komt niet voor in de landelijke file Top 50.

Doorstroming logistiek verkeer A28 De goederencorridor A28 is van bovenregionaal-nationaal belang. Behoud en waar mogelijk versterken van de doorstroming van het logistiek verkeer op de A28 als cruciale goederencorridor is daarmee een belangrijk subdoel van dit programma. Met het programma NVB zetten we diverse maatregelen in om te zorgen dat de corridor A28 optimaal benut kan worden voor – met name doorgaand – goederenverkeer, onder meer door de groei van het autoverkeer af te vangen met gedragsmaatregelen en de omvang van het goederenverkeer meer gebundeld te krijgen, de spitsen te spreiden en duurzamer goederenverkeer te realiseren. Hiervoor gebruiken we 2 indicatoren: • •

De reistijden en de betrouwbaarheid voor het logistieke verkeer op de A28 blijven op peil t.o.v. 11-2020 (indicator: congestie-categorieën); Jaarlijks meten we onder gebruikers van de A28 in de logistieke sector of de doorstroming op de A28 op peil is.

A28 en Onderliggend Wegennet verkeersveiliger met minder calamiteiten De A28 kent relatief veel ongevallen en dagelijkse calamiteiten. Een van de maatregelen uit het MIRT-A28 pakket is dan ook om de doorstroming op de A28 op peil te houden door het verminderen van het aantal calamiteiten/incidenten op de A28. Dit wordt met name opgepakt in het MIRT-A28 spoor ‘korte termijn maatregelen infra A2’ waarin RWS-Oost het voortouw heeft. Daarnaast is voor de bereikbaarheid binnen de regio Noord-Veluwe van belang dat ook op het onderliggend wegennet de verkeersveiligheid wordt verbeterd. Hiervoor zet de regio met name in op gerichte campagnes in nauwe samenwerking met de provincie.

29

Veel ongelukken en calamiteiten dragen niet bij aan een goede doorstroming van de A28, met name voor doorgaand logistiek verkeer. Omgekeerd zal het verminderen van het aantal ongevallen/calamiteiten er voor zorgen dat de doorstroming op peil kan blijven. Door RWS en provincie worden jaarlijks het aantal ongevallen en incidenten/calamiteiten gemonitord op de A28. Die data gebruiken we voor het monitoren van deze subdoelstelling.

4.3.

Adaptieve aanpak programma NVB

Gelet op de geformuleerde ambities en regiospecifieke kansen en knelpunten is verkend welke bestaande en nieuwe activiteiten nodig zijn om de huidige mobiliteitsknelpunten in de regio NoordVeluwe op te lossen en kansen te benutten. Voor de ordening van de meerjarige activiteiten is gekozen voor een adaptieve programma-aanpak. Belangrijkste argumenten hiervoor zijn: •

•

•

•

•

•

Er is behoefte en noodzaak aan meer samenhang tussen de activiteiten gericht op duurzame bereikbaarheid en mobiliteit in en van de regio Noord-Veluwe; zo blijkt de kennis/ervaring die in het ene project wordt opgedaan direct gekoppeld kan worden aan een ander project (zie bijv. koppeling werkgeversaanpak-duurzame logistiek). Ook voor de stakeholders die betrokken worden is het nodig om vanuit een inhoudelijke, integrale programma-aanpak te werken om versnippering met veel ‘losse’ projecten te voorkomen; Een gezamenlijk door de regio gedragen uitvoeringsprogramma Noord-Veluwe Bereikbaar ontbreekt. In de afgelopen jaren zijn weliswaar bereikbaarheidsagenda’s opgesteld en losse projecten gestart, maar nooit met de ambitie van een samenhangend, meerjarig regionaal programma. Met voorliggend programma NVB 2020-2030 worden deze regionale ambities en doelen gerealiseerd in samenhangende projecten; Er is sprake van een opgave met een specifiek maatschappelijk resultaat(‘outcome’): een slimmere en meer duurzame mobiliteit en betere bereikbaarheid in de regio Noord-Veluwe in 2020-2030.

Het programma NVB levert hieraan op korte termijn (2021) al een concrete bijdrage met als hoofddoel in 2025-2030 een gericht maatschappelijk resultaat (outcome): 5-10% structureel ander reisgedrag, 20% CO2-reductie mobiliteit, reistijdverliezen in de regio NoordVeluwe nemen niet toe en afvang groei automobiliteit/A28 niet in file top 50; De autonome groei aan automobiliteit en logistiek lijkt voor de regio Noord-Veluwe fors te worden de komende jaren. Onzeker is in welke mate het huidige infranetwerk deze groei kan opvangen en in welke mate het maatregelenpakket NVB kan zorgen voor een gedeeltelijke afvang van deze groei door modal shift en/of op andere tijden reizen. Door in samenhang aan een aantal maatregelenknoppen te sturen kan op deze onzekerheden worden ingespeeld met een jaarlijkse monitor als basis. Tegelijkertijd is bij de start van het programma duidelijk dat de maatregelen van de geplande projecten onvoldoende zullen zijn om de verwachte groei bij een hoog groeiscenario op te kunnen vangen. Om die reden zal in 2021-2025 goed gemonitord moeten worden en het maatregelenpakket aangepast/uitgebreid moeten worden; De activiteiten voor slimmere en duurzame mobiliteit in de regio Noord-Veluwe zijn divers van aard en aanpak: onderzoeken, lobby/advisering, uitvoeringsprojecten, pilots, communicatie.

Voor de aansturing en uitvoering van deze ongelijksoortige activiteiten leent een programma-aanpak zich goed; Uit de ervaringen met gedragsmaatregelen in andere, vergelijkbare regio’s blijkt dat het niet altijd goed mogelijk is om exact de fasering en kosten in te plannen. Tegelijkertijd is er bij de programmaleiding behoefte om flexibel in te kunnen spelen op ontwikkelingen in de deelprojecten

30

•

en zelfs nieuwe initiatieven in te kunnen passen. Om die reden is het wenselijk om te werken met een flexibele begroting waarin wel een maximum-budget per jaar aangehouden kan worden, maar wel met speelruimte voor bestuurlijk overleg en besluitvorming binnen de jaarbegroting. Specifiek voor de Noord-Veluwe is dat een aantal maatregelen niet alleen binnen de regio zal worden uitgevoerd, maar bij voorkeur op het schaalniveau van de gehele A28-corridor. Ook wordt een aantal maatregelen nauw afgestemd uitgevoerd met andere projecten/programma’s. Daarmee is de afhankelijkheid van de sturing op de resultaten van anderen groot. Ook dat maakt het noodzakelijk dat adaptief wordt geprogrammeerd.

Veel acties moeten worden opgeschaald, de samenhang met de andere werksporen van het programma MIRT A28 moet nog nader worden uitgewerkt en de exacte effecten van het programma NVB moeten nog worden gekwantificeerd. Daarmee is het onvoorspelbaar wat de exacte beleidsresultaten ‘op straat’ zullen zijn van voorliggend programma NVB. Om die reden is gekozen voor een ‘adaptieve’ programma-aanpak waarbij snel en gericht bijgestuurd kan worden door aan de verschillende ‘programmaknoppen’ van de NVB-programmalijnen te draaien. Acties, organisatie/ menskracht en kosten zijn op programmaniveau uitgewerkt (zie het Projectenboek in bijlage 1 en de detailbegroting in bijlage 2); dit wordt - waar nodig – jaarlijks geactualiseerd uitgewerkt in concrete actieplannen/plannen-van-aanpak. Insteek is om dit steeds in de periode september-december te doen, zodat alle projecten uiterlijk begin van een nieuw jaar zijn herijkt en vervolgd kunnen worden.

31

5. Programmalijnen en maatregelen met uitvoeringskracht Het programma NVB bevat 19 maatregelen die allemaal hun directe en/of indirecte invloed hebben op het behalen van de doelen zoals beschreven in de vorige paragraaf. Deze maatregelen zijn ingedeeld naar 3 programmalijnen om zo een overzichtelijke structuur te bieden. Sommige maatregelen hebben samenhang met andere maatregelen binnen het programma of andere mobiliteits- en bereikbaarheidsprogramma’s in de regio. In dit hoofdstuk worden alle NVB-maatregelen kort omschreven en ligt de focus op het effect dat beoogd wordt. Voor meer details is als bijlage bij dit programmaplan een NVB-projectenboek beschikbaar waarin op groter detailniveau de maatregelen worden beschreven. Het projectenboek is daarmee een flexibel, jaarlijks aan te passen document dat door de trekkers en de eventuele project- of programmamanager kan worden aangepast aan de voortgang en nieuwe inzichten of actualiteiten. Daarmee wordt het NVB-projectenboek een meerjarig uitvoerings-instrument, waarbij de strekking en bijdrage van de maatregelen aan de NVB-programmadoelen zoals hier omschreven blijven gelden.

Kenmerken die voor alle maatregelen gelden zijn: •

•

• •

•

•

De procesaanpak van het programmaplan (ideeën uitwerken met een balans tussen haalbaarheid en draagvlak) levert regiobrede maatregelen op die de ‘bouwstenen’ zijn voor een samenhangend uitvoeringsprogramma Noord-Veluwe Bereikbaar 2020-2030; Alle maatregelen zijn realistisch met haalbaarheid qua ambities/tijd/financiering en met draagvlak in het NVB kernteam en bij het Vervoerberaad Noord-Veluwe (7 regionale portefeuillehouders verkeer&vervoer en gedeputeerde Gelderland); Bij de maatregelen staat structurele ‘gedragsverandering’ van reizigers centraal, in samenhang met de het consequent toepassen van de duurzaamheidsladder (figuur par.3.4.); Bij de uitvoering van de NVB-maatregelen zoeken we nadrukkelijk naar ‘meekoppelkansen’ met maatregelen uit andere projecten en programma’s in de regio (zoals uitvoering MIRT-A28, Bereikbaarheidsagenda Regio Zwolle, Investeringsagenda Kop van de Veluwe, Regionale Energie Strategie Gelderland, programma Veluwe-op-1; zie par.6.4); Alle NVB-Maatregelen zijn uitgewerkt naar inhoud (input-output-outcome-proceseffect) en specifiek ‘vertaald’ naar inspanningen (menskracht uitvoeringspartijen, regionaal inzetbare instrumenten) en beschikbare middelen 2021 e.v.; Projecten die prioriteit hebben in 2021-2022 zijn uitgewerkt in een eerste projectenboek (zie bijlage 1).

32

5.1. Programmalijn A: Robuuste netwerken Binnen de programmalijn ‘Robuuste netwerken’ vallen projecten/acties die primair zijn gericht op het beter benutten/verbeteren/vernieuwen van de regionale infrastructuur (weg, spoor en OV-dienstregelingen) waarmee de externe bereikbaarheid van de regio Noord-Veluwe wordt verbeterd. Voor elk van de benoemde maatregelen is hieronder de bijdrage aan de verschillende hoofddoelen van het programma weergegeven.

A: Robuuste netwerken

A1

A2

A3

Versterken externe bereikbaarheid (weg en spoor)

Versterken interne bereikbaarheid/leefbaarheid (weg)

Regionaal verbindend OV-netwerk

Maatregelen

Slimmere bereikbaarheid (ander reisgedrag)

CO2-reductie mobiliteit

Betere bereikbaarheid Noord Veluwe

Behoud doorstroming A28corridor

-- / +

+

+++

1

LT Maatregelen A28 traject ZwolleAmersfoort), incl. Hoevelaken en Hattemerbroek

2

KT Maatregelen (3-5 jaar, RWS)

3

IC-station Harderwijk (zie ook A3-1)

4

Auto-, fiets en OV-bereikbaarheid via de as Lelystad-Lelystad Airport-ApeldoornArnhem-Nijmegen

1

Zuiderzeestraatweg

2

Bereikbaarheid Bedrijventerreinen (naar voorbeeld H2O)

+

+

1

Verbetering spoorproduct op corridor Amersfoort-Zwolle

+++

+++

++

+++

2

Directe spitsbuslijnen vanuit NoordVeluwe naar perifere werkgebieden Zwolle

++

+

+

+

+

+++*

+++*

++*

+++*

+

+

++

+

++

+

+

* indirecte bijdrage

A1-1 LT-maatregelen A28 traject Zwolle-Amersfoort, incl. Hoevelaken en Hattemerbroek In de meest recente besluitvorming binnen het BO-MIRT (februari 2020) is ervoor gekozen voor de A28 voorlopig niet in te zetten op infrastructurele aanpassingen om de wegcapaciteit te vergroten, maar de focus te leggen op andersoortige maatregelen die de doorstroming zouden moeten waarborgen en een bijdrage leveren aan de vergroting van de veiligheid op de weg. Deze maatregelen variëren van het spreiden van het verkeersaanbod tot het weghalen van vervoersbewegingen op de A28, bijvoorbeeld door de stimulering van OV-gebruik en het beter faciliteren van fietsen. Gezien de onzekerheid van de ontwikkeling van de groeiscenario’s (mede onder invloed van COVID-19) en de invloed van de doorstroming op de A28 op woon- en vestigingsklimaat en economische vitaliteit van de regio is het voor de regio Noord-Veluwe van groot belang dat de eventuele infrastructurele aanpassingen op de langere termijn niet volledig van tafel verdwijnen. Daarom is deze maatregel opgenomen in het programma Noord-Veluwe bereikbaar. Als toetsingskader voor het moment dat we andere aanvullende maatregelen weer onder de aandacht zullen worden gebracht bij Rijk en provincie vanuit de regio Noord-Veluwe zal de periodieke monitoring van RWS worden gebruikt.

33

A1-2 KT Maatregelen (3-5 jaar, RWS) Zie A1-1

A1-3 IC-station Harderwijk (zie ook A3-1) Om het groeiende aantal inwoners in de regio nu en in de toekomst een goede spoorverbinding te bieden is een fysieke maatregel om ruimte te maken op de spoorcorridor Amersfoort- Zwolle noodzakelijk. Dit blijkt al uit het rapport ‘Vervolgstap MIRT-onderzoek Utrecht-Amersfoort-Harderwijk’ (RHDHV 2017): De basis van elke verbetering op deze corridor is een keervoorziening in de vorm van een passeerspoor in Harderwijk. Een passeerspoor maakt kering van treinen in Harderwijk en daarmee inpassing van meerdere varianten mogelijk. Daarmee biedt de voorziening ook in de (verre) toekomst de vrijheid om het traject te exploiteren op de wijze die het beste past in het netwerk.

Harderwijk ligt centraal op de spoorcorridor tussen IC-stations Amersfoort en Zwolle. Bovendien ligt het op de lijn Lelystad-Apeldoorn (dwarsverbinding Veluwe). Harderwijk heeft in die zin een zeer strategische positie op de Noord-Veluwe. Met de fysieke aanpassingen op en rond station Harderwijk wordt een beter spoorproduct voor de regio mogelijk gemaakt. Zo kan er ruimte op het spoor gecreëerd worden om bijvoorbeeld extra IC’s, sprinters en spitstreinen te laten rijden.

A1-4 Auto-, fiets en OV-Bereikbaarheid via de as Lelystad-Lelystad Airport-Apeldoorn-ArnhemNijmegen De drie steden Apeldoorn, Harderwijk en Lelystad zien een sterke potentie voor de as van Nijmegen – Arnhem - Apeldoorn naar Lelystad. De steden groeien in inwonertal, arbeidsplaatsen en toerisme, en hechten daarom aan een snelle openbaarvervoer verbinding op deze route, waarbij ook Lelystad Airport ontsloten wordt. Juist de grotere (nood)concessie IJssel-Vecht biedt een unieke kans voor een snelle, rechtstreekse verbinding over deze langere afstand. In het huidige vervoerplan is bijvoorbeeld geen

34

halte voorzien bij de passenger terminal van Lelystad Airport en wordt niet voorzien in een goede verbinding tussen Harderwijk en Apeldoorn. De gemeenten gaan voor een betere OV-verbinding op de gehele as en onderzoeken de eventuele mogelijkheden voor vervoer door andere marktpartijen. Ook via de weg zijn voor zowel auto’s als fietsers de verbindingen nog legio verbeteringen door te voeren. De verbinding tussen regio NoordVeluwe en Apeldoorn en Lelystad is voor bijvoorbeeld forenzen en scholieren op dit moment onaantrekkelijk. Met het verbeteren van deze verbindingen wordt de regio Noord-Veluwe aantrekkelijker om te wonen en te werken, wat bijdraagt aan de economische vitaliteit van de regio.

35

A2-1 Zuiderzeestraatweg De Zuiderzeestraatweg is van oudsher de verbindende schakel tussen de gemeenten in de regio Noord-Veluwe en ook nu nog een belangrijke factor voor de interne bereikbaarheid. Om deze regionale functie te versterken willen we bestaande knelpunten oplossen, bijvoorbeeld door het wegnemen van obstakels en maatregelen die de overlast voor de kernen beperken. Een groot deel van de Zuiderzeestraatweg heeft al vrijliggende fietspaden, waarmee deels de basis is gelegd voor de gewenste snelle fietsverbinding in de regio. Waar mogelijk zal de fietser voorrang krijgen op het autoverkeer, waarmee de fiets een nog beter alternatief zal zijn voor de auto.

Door de provincie is een groot deel van de Zuiderzeestraatweg in de Wegennetvisie aangeduid als weg met een ‘ondersteunende functie’, waarmee de weg voor autoverkeer kan dienen als alternatief voor de A28. Door voorrang te geven aan de fiets worden automobilisten bovendien verleid de auto te laten staan. Hierdoor verbetert de bereikbaarheid van de regio en wordt een bijdrage geleverd aan de doorstroming van de A28.

A2-2 Bereikbaarheid Bedrijventerreinen (naar voorbeeld H2O) Bedrijventerreinen huisvesten een substantieel deel van de bedrijven in de regio. Deze bedrijven willen niet alleen goed bereikbaar zijn voor klanten en toeleveranciers maar ook voor de eigen werknemers. Wanneer de bereikbaarheid van het bedrijventerrein op orde is dan versterkt dit de concurrentiepositie van de bedrijven die er gehuisvest zijn, maar ondervinden inwoners en recreanten ook minder hinder. Maatregelen die de bereikbaarheid van bedrijventerreinen verbeteren en dus de A28 niet verder belasten dragen bij aan de doorstroming op de A28. Voorbeelden zijn betere OV-verbindingen met NS-stations, betere bereikbaarheid per fiets en slimme carpooloplossingen. Op bedrijventerrein H2O zijn al veel zaken in praktijk gebracht. Binnen de regio zal worden verkend welke andere bedrijventerreinen in de regio in aanmerking komen voor vergelijkbare maatregelen. Samen met de regionale mobiliteitsmakelaar zal worden gezocht naar raakvlakken met de werkgeversaanpak.

A3-1 Verbetering spoorproduct op corridor Amersfoort-Zwolle Verbetering van het spoorproduct tussen Amersfoort en Zwolle kan alleen plaatsvinden onder de randvoorwaarde van een keervoorziening op IC-station Harderwijk (zie A1-3). Het snellere en frequentere spoorproduct kan worden ingevuld met extra IC’s, een IC-stop in Harderwijk, extra sprinters en extra spitstreinen. De regio Noord-Veluwe zet primair in op het uitbreiden van de (spits)sprinter (frequentie) in de reisrichtingen Amersfoort en Zwolle en de realisatie van een IC stop in Harderwijk. De verbetering van het spoorproduct heeft veel potentie als het gaat om bijdrage aan de programmadoelen:

36

•

•

•

Een IC-stop in Harderwijk, op de lijn Amersfoort-Zwolle, waarbij twee keer per uur snel en direct naar Amersfoort en Zwolle en verder kan worden gereisd, zal een ontlasting betekenen voor de filedruk op de A28. De trein biedt dan immers aan inwoners en bezoekers van Noord-Veluwe een snellere optie dan voorheen om naar Amersfoort/Zwolle en verder te reizen; Daarnaast impliceert een IC-stop in Harderwijk ook een uitbreiding van het aantal Intercity’s tussen Zwolle en Amersfoort. Met de verhoging van de frequentie wordt de trein ook voor reizigers die geen herkomst of bestemming in de regio hebben aantrekkelijker waardoor zij minder snel voor de auto zullen kiezen en dus de A28 ontlasten. Een snellere (IC-station Harderwijk) en een frequentere (4 i.p.v. 2 IC’s per uur) spoorverbinding van en via de NoordVeluwe tussen Amersfoort en Zwolle zal een vermindering betekenen van de filedruk op de A28 en het onderliggend wegennet; Met de inzet van extra spitstreinen en sprinters wordt de vervoerscapaciteit voor zowel opstappers als uitstappers verhoogd, waardoor het voor inwoners en inkomende pendelaars aantrekkelijker wordt om voor de trein te kiezen.

Verdere kansen liggen er in een snellere en comfortabelere verbinding met Zwolle en Amersfoort voor Harderwijk en de omliggende kernen en gemeenten. Meer treinreizigers zorgen voor minder autokilometers en dus duurzamer vervoer. Bovendien biedt het kansen voor deelmobiliteit en een impuls voor het vestigingsklimaat in Harderwijk en omgeving.

A3-2 Directe spitsbuslijnen vanuit Noord-Veluwe naar perifere werkgebieden Zwolle Buslijnen van de Noord-Veluwe richting Zwolle gaan vanouds naar het station. De Spoorzone, de binnenstad en Windesheim liggen op loopafstand, voor andere bestemmingen moet men vanaf het station een stadsbus nemen. De laatste jaren zijn daar vanuit een aantal gemeenten ook rechtstreekse buslijnen naar enkele perifere werkgelegenheidslocaties bijgekomen. In de nieuwe concessie vanaf eind 2020 zitten opnieuw enkele aanvullende rechtstreekse busverbindingen. De invulling hiervan is op dit moment (aug. 2020) echter onzeker gezien het intrekken van de gunning. Deze lijnen zijn echter steeds het initiatief van de vervoerder, waarbij er geen regie en stimulering was vanuit de provincies Gelderland en Overijssel of de regio Noord-Veluwe.

Op bijvoorbeeld de volgende verbindingen naar de grote perifere werkgelegenheidsconcentraties Voorsterpoort, Deltion en Oosterenk ontbreken rechtstreekse spitsbusverbindingen: • • •

Hattem/’t Harde/Nunspeet – Voorsterpoort; Hattem/’t Harde/Nunspeet – Deltion; Hattem/’t Harde/Heerde – Oosterenk.

Voordelen van een rechtstreekse busverbinding zijn dat de reistijd voor reiziger aanzienlijk daalt, reizigers niet of minder hoeven over te stappen en het busstation van Zwolle wordt ontlast. Ook bepaalde drukke stadslijnen zullen meer ruimte krijgen om andere reizigers in de stad te vervoeren. Door het verleggen van vervoersstromen buiten station Zwolle om komt mogelijk ook capaciteit vrij om de verwachte vervoersgroei t.g.v. het project Spoorzone Zwolle op te vangen.

37

5.2. Programmalijn B: Duurzaam reizen Onder de programmalijn ‘Duurzaam reizen’ zitten alle maatregelen waarmee reizigers verleid worden duurzamere keuzes te maken omtrent hun reisgedrag. Hieronder vallen naast het laagdrempeliger maken van alternatieve modaliteiten voor de auto ook het faciliteren van de verduurzaming van het wegverkeer, bijvoorbeeld door het realiseren van een betere laad- en tankinfrastructuur voor zero-emissie voertuigen. Via een werkgeversaanpak die ook aangrenzende regio’s langs de A28-corridor bedient worden forenzen en werkgevers geholpen bij het maken van duurzamere keuzes. Trias Mobilica staat hierbij centraal. Ook is er aandacht voor de verduurzaming van de logistieke dienstverlening.

B: Duurzaam reizen

B4

B5

B6

Overstap naar minder, schoner en veiliger reizen (mobiliteitsmngt.)

Duurzame & veilige fiets-netwerken (infra en campagnes)

Facilitatie zero-emissie voertuigen

Maatregelen

Slimmere bereikbaarheid (ander reisgedrag)

CO2-reductie mobiliteit

Betere bereikbaarheid Noord Veluwe

Behoud doorstroming A28corridor

1

Werkgeversaanpak

+++

+

+

+++

2

Duurzame Logistiek

++

+++

+

++

3

Veilig verkeer

+

+

+

1

Snelfietsroutes (incl. aansluitingen 'F28')

++*

+*

++

+*

2

Campagnes fietsen

+

+

++

1

Regionale aanpak laad- en tankinfrastructuur Noord-Veluwe

+

++

* indirecte bijdrage

Figuur: Trias Mobilica als leidend principe voor duurzame maatregelen.

38

De ‘Trias Mobilica’ is een methode om de schadelijke uitstoot van mobiliteit te verminderen en is een rangschikking van 3 manieren om dit te bereiken: het vermijden van mobiliteit (minder reizen), het veranderen van mobiliteit (‘modal shift’) en het verschonen van mobiliteit (schonere en zuinigere technologieën inzetten). Aan de hand van een aantal voorbeelden worden deze principes hieronder verder toegelicht: Het verminderen van mobiliteit is de meest effectieve vorm, de uitstoot van een niet gemaakte reis is immers nul. Voorbeelden van maatregelen of gedrag dat leidt tot het verminderen van mobiliteit zijn thuiswerken, carpoolen en video-vergaderen. In het huidige tijdsgewricht (COVID-19) is het aantal reizen drastisch gereduceerd. In dit opzicht bieden de COVID-19 beperkingen kansen om dit gedrag vast te houden. Voor de reizen die nog wel plaatsvinden kan het veranderen van mobiliteit een belangrijke bijdrage leveren aan reductie van de emissies. Voorbeelden hiervan zijn het vaker reizen met OV, fiets of ebike in plaats van met de auto. Naast de uitstootvermindering levert dit ook ruimtelijke voordelen op die met name in drukke gebieden als stadscentra waardevolle bijvangst geven. Ook lopen is aan een opmars bezig. Door het verschonen van mobiliteit kan de impact van de reizen die toch gemaakt (moeten) worden met de auto worden gereduceerd.

Voorbeelden hiervan zijn kleinere, zuinigere auto’s die minder brandstof verbruiken en aan de strenge Euro 6 norm voldoen. Bovendien zit er inmiddels al 10% biobrandstof in benzine en zijn LNG, biodiesel en groengas breed verkrijgbaar. In Nederland lopen we daarnaast voorop met alternatieve aandrijvingen waarvan de elektrische auto de meest bekende is.

B4-1 Werkgeversaanpak Om de doorstroming op de A28 op het huidige niveau te houden en mobiliteit in de regio te verduurzamen wordt ingezet op het verleiden van werknemers naar andere manieren van reizen. Aanpak daarvan via werkgevers in de regio is een reeds bewezen aanpak. Voorbeelden van maatregelen binnen deze aanpak zijn een specifiek plan van aanpak voor het MKB, scans van de 100+ bedrijven en de 7 gemeenten en specifieke uitvoeringsacties voor slimmer en duurzamer reizen, zoals aanbodverbetering op fiets en OV, stimuleren van samen reizen en thuis werken, inclusief competitieve elementen. De insteek bij de werkgeversaanpak voor regio Noord-Veluwe is dat deze geïntegreerd voor de gehele A28-corridor wordt opgepakt. In het Plan van Aanpak worden de doelstellingen voor de gehele corridor verder uitgewerkt, focus aangegeven voor specifieke deelregio’s (waaronder regio NoordVeluwe plus de gemeente Heerde) en vastgelegd hoe de organisatie en coördinatie plaats zal vinden.

B4-2 Duurzame logistiek Gelderland heeft een unieke ligging op de internationale transportcorridors van de Noordzeehavens naar het Duitse achterland. Vanwege deze strategische ligging zijn in de regio Noord-Veluwe veel bedrijven gevestigd met relatief veel vervoersbewegingen. Vrachtverkeer heeft dan ook een relatief groot aandeel in het totale verkeer op de A28. Groei van het vrachtverkeer heeft daardoor een sterk effect op de doorstroming op de A28 en de CO2-uitstoot in het gebied. De provincie Gelderland heeft een logistiek makelaar aangesteld om o.a. het bestelverkeer efficiënter en schoner te laten rijden, goederenstromen te bundelen, zwaar vrachtverkeer te verduurzamen (van alternatieve brandstoffen tot elektrisch) en een aantal maatwerkoplossingen te ontwikkelen.

39

De Logistiek Makelaar legt zich met name toe op goederenvervoer en bouwlogistiek, zowel zwaar vrachtverkeer als bestelverkeer. Modal shift van vervoer over weg naar vervoer over water of spoor valt niet binnen de scope.

B4-3 Veilig verkeer De A28 kent relatief veel ongevallen en dagelijkse calamiteiten. Een van de maatregelen uit het MIRT-A28 pakket is dan ook om de doorstroming op de A28 op peil te houden door het verminderen van het aantal calamiteiten/incidenten op de A28. Dit wordt met name opgepakt in het MIRT-A28 spoor ‘korte termijn maatregelen infra A28’ (maatregel A1.2 in dit programma) waarin RWS-Oost het voortouw heeft. Daarnaast is voor de bereikbaarheid binnen de regio Noord-Veluwe van belang dat ook op het onderliggend wegennet de verkeersveiligheid wordt verbeterd. Hiervoor zet de regio met name in op gerichte campagnes in nauwe samenwerking met het Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid Oost-Nederland (ROVON).

B5-1 Snelfietsroutes (incl. aansluitingen ‘F28’) Om mobiliteit te verduurzamen en de bereikbaarheid te verbeteren worden overal in Nederland maatregelen genomen die het fietsgebruik stimuleren. Dit is de regio Noord-Veluwe niet anders. Onderdeel van deze stimulering van het gebruik van de fiets) is een verbetering van de infrastructuur. Een van de ambities van de Noord-Veluwse gemeenten is de realisatie van een snelfietsroute tussen Zwolle en Amersfoort v.v. Het tracé van Amersfoort tot aan Nijkerk is reeds vastgesteld en tussen Zwolle en Hattem is de verbinding al klaar. Om de verbinding tussen Amersfoort en Zwolle te realiseren dient allereerst een studie te worden gedaan naar het tracé.

40

B5-2 Campagnes fietsen Als mensen meer gebruik gaan maken van de fiets zorgt dat voor minder autokilometers. In onze regio draagt dit dus bij aan ander reisgedrag, een betere bereikbaarheid en CO2-reductie. Rondom het faciliteren van fietsgebruik zijn meerdere maatregelen opgenomen in het programma NVB. Voorbeelden daarvan zijn de aanleg van een snelfietsroute, het zorgen voor goede aansluitingen daarop vanuit bijv. de kernen en het inrichten van hubs waarbij kan worden overgestapt op of van andere modaliteiten. Ook is de fiets een belangrijk element van de werkgeversaanpak, speciaal gericht op forenzen. Het op orde hebben en houden en waar nodig verbeteren van de fietsinfrastructuur en -voorzieningen is dus belangrijk voor onze regio.

Om deze maatregelen en de stimulering van het fietsen optimaal effect te laten hebben moeten deze bekend worden gemaakt bij bestaande en potentiële fietsers, bijvoorbeeld in de vorm van een campagne. Een deel van de belangrijke doelgroep forenzen wordt al specifiek benaderd binnen de werkgeversaanpak. Maar daarmee wordt lang niet elke potentiële fietser bereikt. Voorbeelden daarvan zijn forenzen die buiten de regio werken, scholieren en recreanten. In onderstaand plaatje wordt dit verder verduidelijkt. Doelgroepen fietscampagnes Werkgeversaanpak

Heel Gelderland fietst?

Forenzen binnen WGA • Werknemers van organisaties die meedoen met WGA

• • •

Studenten en scholieren • Binnen regio • Inkomend • Uitgaand

Forenzen buiten WGA

• Dagjesmensen • Vakantievierders

Recreanten

Inwoners van de regio die werken buiten de regio Werknemers van kleinere organisaties Werknemers van grotere organisaties die niet meedoen met WGA

• • • •

Inwoners Boodschappen Sociale contacten Ziekenhuisbezoek Etc.

?

‘Veluwe op 1’?

Heel Gelderland fietst?

41

Naast een directe vervanging van autogebruik stimuleert meer fietsgebruik ook multimodaal reizen. Hubs en betere OV-producten kunnen dit verder versterken. Dit andere reisgedrag levert naast CO2reductie ook een lagere stikstofuitstoot op. Bovendien is een parkeervoorziening voor fietsen op stations eenvoudiger en goedkoper in te passen dan extra parkeervoorzieningen voor auto’s. Bovendien is fietsen gezond.

B6-1 Regionale aanpak laad- en tank infrastructuur Noord-Veluwe Volgens prognoses die voortkomen uit het Klimaatakkoord stijgt het aantal elektrische personenauto’s in Nederland van ongeveer 160.000 nu naar 1,9 miljoen in 2030. Voor Gelderland en Overijssel betekent dat een toename van het aantal laadpunten van 42.000 nu naar ruim 125.000 in 2025 en in 2030 naar 300.000. Hieronder vallen laadpalen op publiek, semipubliek en privaat terrein, binnen en buiten de bebouwde kom, van langzaam tot snelladen en voor alle elektrische voertuigen. Het gaat daarbij om invulling van de laadbehoefte van alle soorten modaliteiten, dus ook bestelbussen, vrachtwagens, bussen, taxi’s, etc. Anno 2020 zijn er in Nederland al veel publieke laadpalen te vinden, ook in de regio Noord-Veluwe. Kanttekening is dat deze palen met name staan in de kernen en er nogal wat ‘blinde vlekken’ zijn waar in een straal van enkele kilometers geen laadpaal te vinden is. Om de laadinfrastructuur op het gewenste niveau te krijgen is een flinke versnelling nodig in het uitroltempo van de laadinfrastructuur. Deze opgave ligt wat betreft de uitvoering bij de gemeenten. Om de gemeenten te ondersteunen zijn meerdere samenwerkingsregio’s aangewezen, o.a. samenwerkingsregio Oost (Gelderland en Overijssel). Zij staan samen aan de lat om een Regionale Aanpak Laadinfrastructuur (RAL) uit te rollen.

Waterstofvoertuigen zijn nog minder goed verkrijgbaar op de markt en flink duurder in aanschaf en gebruik. Dit geldt voor zowel personenauto’s, bestel- en taxibusjes, vrachtwagens en OV-bussen. Op dit moment is er in de provincie Gelderland een waterstoftankstation in Arnhem en staat Barneveld in de planning. Gezien de schaal waarop waterstofvoertuigen op dit moment beschikbaar en bereikbaar zijn is hier nog geen sprake van het pro-actief bouwen van tankstations. Hier geldt nog het principe dat tankstations voertuigen volgen en niet andersom.

Meer zero-emissie voertuigen betekent minder directe uitstoot van CO2 en minder uitstoot van NOx en fijnstof (behalve bandenstof door optrekken en remmen). Het faciliteren van zero-emissie voertuigen levert dus een directe bijdrage aan het programmadoel om de CO2-uitstoot te verminderen. Zero-emissie voertuigen dragen bij aan de verplichte verlaging van de stikstof-uitstoot

42

(NOx) door wegverkeer. Hierdoor ontstaat mogelijk ruimte om meer invulling te kunnen geven aan andere nationale en regionale programma’s en projecten (woningbouw, aanleg nieuwe infrastructuur). In het kader van programma NVB kan dit bijvoorbeeld de mogelijkheid betekenen om toch fietspaden te kunnen verbreden waar de regelgeving van de provincie Gelderland m.b.t. stikstofuitstoot daar nu geen ruimte voor biedt.

43

5.3. Programmalijn C: Slimme Mobiliteit De programmalijn ‘Slimme Mobiliteit’ bevat fysieke en digitale maatregelen om mobiliteit slimmer te maken. Bijvoorbeeld door op strategische locaties zogenoemde hubs in te richten met een passend mobiliteitsaanbod en het verblijf op reeds bestaande hubs of OV-knooppunten te veraangenamen. Naast fysieke maatregelen kan informatievoorziening reizigers helpen slimmere mobiliteitskeuzes te maken. Doelgroepen daarbij zijn bijvoorbeeld recreanten die de regio bezoeken en beroepschauffeurs.

C: Slimme mobiliteit

C7

Mobiliteitshubs

Maatregelen

Slimmere bereikbaarheid (ander reisgedrag)

1

Kwaliteitsimpuls OV-knopen Mobiliteitshubs - Recreatieve poorten

++

2

Passend aanbod van (deel)mobiliteit

+++

C8

Basismobiliteit/ Mobilty as a Service

1

MaaS-waardige concessies / -contracten

+

C9

Informatievoorziening/ digitalisering mobiliteit

1

Parkeer App vrachtwagens A28

+

2

Digitalisering

+*

CO2-reductie mobiliteit

Betere bereikbaarheid Noord Veluwe

Behoud doorstroming A28corridor

++

++

+

+

++

++

++*

++*

* indirecte bijdrage

C7-1 Kwaliteitsimpuls OV-knopen - Mobiliteitshubs - Recreatieve poorten Mobiliteitshubs zijn er in verschillende gedaanten. Wij willen uitvinden welke combinatie van functies voor de regio Noord-Veluwe het meest passend is. We kijken daarbij goed naar de verhouding tussen kosten en effect op mobiliteitsgedrag. Een hub kan worden gesitueerd in een wijk, dorp, kleine kern, stadscentrum of een knooppunt (carpool, P+R bus, bus- of treinstation). Op een hub zijn altijd deelauto’s aanwezig, zijn mogelijkheden voor fietsparkeren en collectief (openbaar) vervoer. Daarnaast kunnen er vervoersfuncties zijn als deelfietsen, laadpunten, taxi- en carpoolplaatsen, fietstrommels, P + Bike etc. Verdere opties zijn het toevoegen van andere voorzieningen als pakketoverdracht (bv. met lockers), sleuteloverdracht voor verblijfsvoorzieningen etc. Een hub is merkonafhankelijk en niet gekoppeld aan bepaalde vervoersaanbieders. Medio 2020 is een onderzoek gestart naar de meest gunstige locaties om mee te starten en de best passende dienstverlening.

44

C7-2 Passend aanbod van (deel)mobiliteit In 2018 waren er zo’n 35.000 deelauto’s in Nederland. In de stad is 1 op 250 auto’s een deelauto, in andere gebieden slechts 1 op 2000 of minder. Voor commerciële aanbieders is het pas aantrekkelijk om deelmobiliteit aan te bieden als er voldoende (potentiële) gebruikers zijn. De kern van de opgave zit hem in het (laten) plaatsen van de best passende deelauto’s of deelfietsen op strategische plekken tegen een acceptabele prijs, zodat de bezettingsgraad op een niveau komt waarboven aanbieders op de langere termijn geld gaan verdienen hieraan en vanzelf meer auto’s, fietsen en scooters willen inbrengen in het deelsysteem. Logische plekken zijn bijvoorbeeld treinstations en mobiliteitshubs.

C8-1 MaaS-waardige concessies / contracten Al jaren zijn er problemen in diverse regio’s in Oost-Nederland om te zorgen voor een kwalitatief en financieel gezonde oplossing voor de ‘onderkant van het OV’ en ‘doelgroepenvervoer/regiotaxivervoer’. Onder leiding van regio AN hebben inmiddels 4 Gelderse regio’s (AN, Rivierenland, Achterhoek en Food Valley) samen met provincie Gelderland een kernteam Mobiliteit op Maat gevormd. Met inzet van externe adviseurs ontwikkelt dit kernteam voorstellen voor nieuwe vormen van Mobiliteit op Maat voor de Gelderse regio’s. De scope richt zich daarbij op een mix van publiek geregeld vervoer. De noodzaak om te komen tot een geïntegreerd systeem van Mobiliteit op Maat geldt zeker voor de Noord-Veluwe vanwege het relatief hoge aantal zogenaamde ‘C-lijnen’ in het OV (‘onderkant OV’). Zonder aanvullende maatregelen of vernieuwingen zal op de Noord-Veluwe het huidige OV-aanbod verschralen met name op de dwarsverbindingen, ’s avonds en in het weekeinde en zal ten koste gaan van de interne bereikbaarheid van de regio Noord-Veluwe. Het WMO-vervoer in de regio Noord-Veluwe heeft ook problemen om de kostenefficiëntie voor doelgroepenvervoer en de totale kosten te beperken. De gemeenten streven daarom in regioverband o.a.

naar integratie van verschillende vormen van doelgroepenvervoer in één systeem waarmee een mobiliteitsproduct zou ontstaan aan de onderkant van het OV dat nieuwe (technische) mogelijkheden benut en beter aansluit op de wensen van de OV-reiziger, ook in gebieden en/of op tijdstippen zonder reguliere OV-bediening. Doel daarbij is tevens kostenbesparingen te realiseren en verdere verschraling van het OV te voorkomen.

45

C9-1 Parkeer App vrachtwagens A28 De A28 is een route waar relatief veel vrachtverkeer gebruik van maakt. Dit zorgt geregeld voor overlast in de vorm van geparkeerde vrachtwagens met overnachtende chauffeurs in de NoordVeluwse gemeenten en op andere plekken langs de A28-corridor. Parkeerplaatsen langs de snelweg hebben bovendien niet altijd de gewenste voorzieningen. Rijkswaterstaat is belast met het opheffen van een aantal van deze parkeerplaatsen en capaciteitsvergroting van de parkeerplaatsen die deze voorzieningen wel hebben. Een informatieve App voor chauffeurs moet vervolgens zorgen dat zij hun vrachtwagens naar de juiste plekken dirigeren. Regio Noord-Veluwe pakt deze opdracht aan door te onderzoeken welke Apps er nationaal en internationaal reeds zijn en welke het meest gebruikt wordt. Op basis hiervan zal een keuze worden gemaakt om aan te sluiten bij een of meerdere bestaande Apps of binnen de scope van de A28-corridor een specifieke App voor de A28 te ontwikkelen en lanceren.

C9-2 Digitalisering In toenemende mate gebruiken automobilisten en bedrijven apps van serviceproviders zoals Flitsmeister en Googlemaps. Hiermee plannen zij hun routes en maken ze hun bedrijfsvoering efficiënter. De beschikbaarheid van betrouwbare data vormt een belangrijke randvoorwaarde voor het goed functioneren van dit soort apps. Deze beschikbaarheid van data vormt daarmee een belangrijke randvoorwaarde voor de bereikbaarheid en leefbaarheid van onze steden en dorpen. Door mobiliteitsdata digitaal te ontsluiten kunnen we er bijvoorbeeld voor zorgen dat weggebruikers geïnformeerd worden over onveilige situaties, werkzaamheden, gewenste omleidingsroutes en beschikbaarheid van parkeerplaatsen.

Rijk en provincies hebben samen afgesproken om deze digitaliseringsopgave verder vorm te geven. Centraal staat daarbij de vraag hoe wij de levering van mobiliteitsdata op orde krijgen en borgen. Per

46

regio zal de manier waarop gemeenten hierin samenwerken en welke data-items prioriteit hebben verschillen. Provincie Gelderland kan regio’s en gemeentelijke wegbeheerders daarbij inhoudelijk en procesmatig ondersteunen. De wegbeheerders maken afspraken over de digitalisering van data. Met die afspraken willen we bewerkstelligen dat we in 2021 samen komen tot effectieve werkprocessen voor uniforme datalevering en uiteindelijk tot betrouwbare en geborgde datalevering eind 2023.

5.4. Visualisatie van de projecten Om de projecten en bijbehorende locaties in de regio Noord-Veluwe gevisualiseerd te krijgen zijn deze gevat in een kaartbeeld.

47

6. Organisatie NVB en afstemming met andere programma’s 6.1. Organisatie programma NVB/governance Opdrachtgever voor het opstellen van een programma Noord-Veluwe Bereikbaar 2020-2030 zijn de zeven Noord-Veluwse gemeenten. De portefeuillehouders mobiliteit van de 7 regiogemeenten maken in overleg met elkaar afspraken over de aanpak van de diverse mobiliteitsopgaven. Directe aanleiding was de afspraak met provincie Gelderland om te komen tot de uitwerking van een pakket aan gedragsmaatregelen (“pakket vraagbeïnvloeding”) voor de A28-corridor. Daarbij is nadrukkelijk het voortouw gelegd bij de regio i.c. de programmamanager bereikbaarheid van de regio Noord-Veluwe.

Door een breed samengesteld kernteam (Hattem-trekker, Oldebroek, Nunspeet, Elburg, Ermelo, Harderwijk, Putten, provincie Gelderland, externe procesondersteuning P2) is de opdracht van de provincie Gelderland en de zeven regiogemeenten ingevuld met een intensief voorbereidend proces. Voorliggend uitvoeringsprogramma (plan en maatregelen) is hiervan het resultaat. Ook is door het kernteam Noord-Veluwe Bereikbaar een integraal voorstel uitgewerkt voor de fasering en financiering van het programma in de vorm van een pakketvoorstel voor het BO-MIRT (onderdeel A28) en een subsidieaanvraag bij de provincie Gelderland (zie bijlage 2).

Voor de besluitvorming over het nieuwe programma “Noord-Veluwe Bereikbaar 2020-2030” en de voortgangsbewaking hiervan is en blijven de zeven Noord Veluwse gemeenten de verantwoordelijke opdrachtgevers om een aantal redenen:

•

•

•

In principe zijn de gemeenten zelf verantwoordelijk voor de uitvoering van mobiliteitsmaatregelen binnen de gemeenten en daar waar nodig zal afstemming plaatsvinden met andere overheden (bijvoorbeeld de provincie en/of aangrenzende gemeenten). De gezamenlijke aanpak versterkt de uitvoeringskracht van en samenhang tussen de maatregelen. Het is dan ook aan de gemeenten om gezamenlijk te komen tot regionaal gedragen beleid en voorstellen neer te leggen bij provincie en Rijk. Ook kunnen zij ervoor kiezen andere partijen zoals bijvoorbeeld RWS-Oost en VNONCW te betrekken bij de realisatie ervan. De zeven regiogemeenten hebben allen zitting in het Vervoerberaad Noord-Veluwe dat samengesteld is uit de provincie Gelderland en de zeven gemeenten. In dat overleg wordt de financiële besluitvorming voorbereid tussen gemeenten en provincie waarmee de diverse achterbannen hun bijdragen regelen maar ook de jaarlijkse afspraken tussen Rijk en regio aan de MIRT-tafel worden gemaakt. Tenslotte hebben de gemeenten samen met het landsdeel Oost respectievelijk de provincie Gelderland een belangrijke rol in de afspraken die meerjarig worden uitgevoerd in het kader van MIRT-A28. Eerste besluitvorming tussen Rijk, provincie regio’s is gepland voor het BO-MIRT najaar 2020 en zal ook daarna vervolgbesluitvorming vragen op regionaal niveau.

48

Om die reden wordt de formele besluitvorming over voorliggend programma voorgelegd aan de zeven Noord-Veluwse gemeenten (augustus - oktober 2020) om te komen tot beleidsmatige en financiële afspraken tussen de diverse partijen. Na een eerste terugkoppeling in de colleges van BenW kan vanuit het portefeuillehoudersoverleg het Vervoerberaad (provincie en gemeenten) gebruikt worden voor de bestuurlijke voorbereiding van het MIRT-overleg op dit punt (jaarlijks in november). In het Vervoerberaad van juli 2020 is aan het programmateam NVB gevraagd om te komen tot een eerste pakketvoorstel voor de integrale uitvoering van het programma Noord-Veluwe Bereikbaar, met een financieringsvoorstel voor 2021 en een doorkijk tot 2030. Dit is uitgewerkt in hoofdstuk 7 en bijlage 2. Voor de dagelijkse begeleiding en aansturing van het programma NVB is de programmamanager NVB de centrale schakel. Die is als opdrachtnemer van de zeven regiogemeenten belast met de ondersteuning van het bestuurlijk overleg, de verdere opbouw van de programma-organisatie, de inzet van de projectleiders (geleverd door diverse partijen in de regio) en de afstemming met het MIRT-A28 team en andere projecten/programma’s in de regio. Tegelijkertijd is er bij de start van het programma Noord-Veluwe Bereikbaar aangegeven dat voorliggend programma een nauwe koppeling heeft met de andere uitvoeringsmaatregelen van MIRT-A28.

Dit wordt organisatorisch vorm gegeven door periodiek afstemmingsoverleg met het programmateam MIRT-A28 (in oprichting). De aansturing hiervan is en blijft het jaarlijkse BO-MIRT, waarbij de gedeputeerde de koppeling verzorgt tussen het Vervoerberaad Noord-Veluwe en de BOMIRT tafel. Bij overleggen over de monitoring van de doorstroming op de A28 wordt het overleg gevoerd door het Rijk, drie provincies (Drenthe, Overijssel en Gelderland) en beide regio’s (NoordVeluwe en Zwolle) in de stuurgroep MIRT-A28. Een voorstel voor de organisatie van het programma Noord-Veluwe Bereikbaar vanaf najaar 2020 is aangegeven in onderstaande figuur.

BO-MIRT Vervoer Beraad Noord Veluwe

Stuurgroep MIRT A28

Programma Manager NVB

Projectteam MIRT A28 (in oprichting)

Kernteam Noord-Veluwe Bereikbaar

1 Maatregelen programmalijn A

Pakket Gedrag NVB Zwolle Drenthe

Pakket Daily Urban System Zwolle

Pakket KT-infra A28

2 Maatregelen programmalijn B 3 Maatregelen programmalijn C

Pakket monitoring A28

4 Programmabrede activiteiten

Team Fiets

Team OV

Team gedrag

Team etc..

Besluitvorming/Aansturing Uitvoering

49

6.2 Uitvoeringskracht in de regio NV Een inhoudelijk sterk programma met samenhang tussen ambitie, doelen en maatregelen vormt de basis voor een goed resultaat op straat en het halen van de beleidsdoelen. Naast financiering is uitvoeringskracht daarbij een van de essentiële randvoorwaarden. Elke maatregel in het programma NVB heeft daarom een trekker die verantwoordelijk is voor de voortgang op die maatregel. De trekker zorgt ervoor dat de juiste stakeholders worden betrokken, de financiering op orde blijft of komt en er waar nodig een team wordt gemobiliseerd. Alles met het uiteindelijke doel om de maatregel uitgevoerd te krijgen en zo de ambities van het programma en de regio dichter bij realisatie te brengen. Jaarlijks komt de totale benodigde capaciteit voor de projecten neer op ±1 fte om deze goed te begeleiden (afstemming met andere regio’s en programma’s, bewaking samenhang en voortgang, etc.). Deze regionale inzet wordt door de gemeenten zelf geleverd in de vorm van een programmamanager, inclusief ondersteuning. Daarnaast begeleiden (een deel van de) andere gemeenten, provincie en private partijen de diverse projecten. Dit proberen we zoveel mogelijk te clusteren in uitvoeringsteams (bijv. voor fietsprojecten, OV-projecten, projecten gericht op gedrag, etc.). Deze inzet komt neer op een investering vanuit de gemeenten van ±3,5 fte.

A: Robuuste netwerken

A1

A2

A3

Versterken externe bereikbaarheid (weg en spoor)

Versterken interne bereikbaarheid/leefbaarheid (weg)

Regionaal verbindend OV-netwerk

Maatregelen

Trekker

Betrokken partijen

RWS, Ministerie van I&W

1

LT Maatregelen A28 traject ZwolleAmersfoort), incl. Hoevelaken en Hattemerbroek

Programmamanager NVB

2

KT Maatregelen (3-5 jaar, RWS)

RWS

3

IC-station Harderwijk (zie ook A3-1)

Harderwijk

ProRail, NS, Provincie Gelderland en Rijk

4

Auto-, fiets en OV-bereikbaarheid via de as Lelystad-Lelystad Airport-ApeldoornArnhem-Nijmegen

Harderwijk

Keolis, Apeldoorn en Lelystad

1

Zuiderzeestraatweg

Putten

alle 7 regiogemeenten

2

Bereikbaarheid Bedrijventerreinen (naar voorbeeld H2O)

Oldebroek

alle 7 regiogemeenten

1

Verbetering spoorproduct op corridor Amersfoort-Zwolle

Harderwijk

Ermelo, Elburg

2

Directe spitsbuslijnen vanuit NoordVeluwe naar perifere werkgebieden Zwolle

Elburg

Hattem, Oldebroek

50

B: Duurzaam reizen

B4

B5

B6

Overstap naar minder, schoner en veiliger reizen (mobiliteitsmngt.)

Duurzame & veilige fiets-netwerken (infra en campagnes)

Facilitatie zero-emissie voertuigen

Maatregelen

Trekker

Betrokken partijen

1

Werkgeversaanpak

Ermelo

Mobiliteitsmakelaar, Gelderland, regio's langs corridor

2

Duurzame Logistiek

Hattem

Logistiek makelaar

3

Veilig verkeer

Harderwijk

Nunspeet

1

Snelfietsroutes (incl. aansluitingen 'F28')

Harderwijk

Nunspeet

2

Campagnes fietsen

Nunspeet

Harderwijk

1

Regionale aanpak laadinfrastructuur Noord-Veluwe. Waterstof?

Oldebroek

Provincie Gelderland, alle 7 regiogemeenten (in het kader van RAL)

Trekker

Betrokken partijen

C: Slimme mobiliteit

C7

Mobiliteitshubs

Maatregelen

1

Kwaliteitsimpuls OV-knopen Mobiliteitshubs - Recreatieve poorten

Nunspeet

Veluwe op 1

2

Passend aanbod van (deel)mobiliteit

Hattem

Oldebroek

C8

Basismobiliteit/ Mobilty as a Service

1

MaaS-waardige concessies / -contracten

Elburg

Harderwijk, provincie Gelderland

C9

Informatievoorziening/ digitalisering mobiliteit

1

Parkeer App vrachtwagens A28

Ermelo

Provincie Gelderland, landelijk initiatief? Putten?

2

Digitalisering

Putten

7 Regiogemeenten (wegbeheerders)

Naast regionale organisatie en inzet vanuit de gemeenten voor de diverse maatregelen zijn er ook specifieke uitvoeringskosten voor de projecten. Deze kosten worden gedekt uit de gemeentelijke begrotingen, voor een deel uit de beschikbare middelen in het regionale mobiliteitsfonds NoordVeluwe (vanaf 2021 in werking), uit subsidiebijdragen van de provincie Gelderland, rijksbijdragen (met name BO-MIRT afspraken) en waar mogelijk bijdragen van private partijen/werkgevers. Zie hiervoor hoofdstuk 7 en bijlage 2 (programmabegroting 2021).

51

6.3. Samenhang MIRT-A28/afspraken landsdeel Oost Met de uitwerking van het programma NVB 2020-2030 wordt vanuit de regio NV een gericht voorstel gedaan voor maatregelen zoals die zijn benoemd in het pakket ‘Vraagbeïnvloeding’ van MIRT-A28. Voor de genoemde onderwerpen zoals vastgesteld door de Stuurgroep A28 (lit.2) geeft voorliggend programma een antwoord. Maar de regio Noord-Veluwe wil meer. De effectiviteit van de maatregelen NVB 2020-2030 wordt groter en kosteneffectiever als deze maatregelen op het schaalniveau van de gehele A28-corridor worden afgestemd en bij voorkeur gezamenlijk worden opgepakt en uitgevoerd in 2021 e.v. Daarvoor is wel een gerichte uitvoeringsorganisatie voor de uitvoering MIRT-A28 nodig (zie voorstel in par.6.1.)

Regio Noord-Veluwe bepleit een intensieve samenwerking met de andere partijen van de uitvoering MIRT-A28 op in ieder geval de volgende maatregelen uit het programma NVB. Afstemming en zo mogelijk integratie van onderstaande projecten op alle onderdelen van de A28-corridor is wenselijk:

A.1.1. Lange termijnmaatregelen infra A28 Dit project wordt in 2021 voorlopig vorm gegeven door een goede monitoring van de groei aan wegverkeer op de A28. Vanuit de regio Noord-Veluwe zal specifiek worden gevolgd welk groeiscenario de komende jaren zal optreden op de A28 – specifiek het gedeelte tussen Harderwijk en Zwolle. Uit de MIRT-studie (lit.4) en groeicijfers in 2019 ten opzichte van 2018 (zie figuur paragraaf 4.2.4) komt naar voren dat zonder aanvullende maatregelen een hoge groei op de A28 in 2020-2030 te verwachten is. Regio Noord-Veluwe vindt het wenselijk om deze monitoring en eventuele lobby voor inframaatregelen op de middellange termijn gezamenlijk te doen vanuit alle gemeenten langs de A28 corridor, de provincies Drenthe, Overijssel en Gelderland, Regio Zwolle en overige betrokken stakeholders.

52

A.1.2. Korte termijn maatregelen infra A28 Voor de korte termijn is door de Stuurgroep MIRT-A28 besloten om een pakket aan infra- en verkeersmanagement maatregelen in te zetten om de doorstroming op de A28 op peil te houden. RWS-Oost is hiervan de trekker. Vanuit het programma NVB is het wenselijk dat intensief wordt overlegd en afgestemd over de resultaten van deze korte termijn maatregelen met de andere NVBmaatregelen.

A.1.3. IC-stop Harderwijk en A.3.1. Verbetering spoorproduct Amersfoort-Zwolle Programma NVB neemt in nauwe afstemming met Regio Zwolle het voortouw om een aantal bovenlokale maatregelen te realiseren om een kwaliteitsimpuls voor de OV-as Amersfoort-Zwolle voor elkaar te krijgen. Ook hier is een goed afgestemde aanpak, fasering en lobby op corridorniveau gewenst.

B.4.1. Werkgeversaanpak In de Regio Zwolle is al enkele jaren met succes gewerkt aan gedragsbeïnvloeding van personenvervoer door middel van een werkgeversaanpak. Een vergelijkbare aanpak is in regio Noord-Veluwe in 2020 gestart. Voor de komende jaren is deze werkgeversaanpak een van de centrale maatregelen om te komen tot slimmere en ook duurzamere mobiliteit bij forensen en bezoekers van werkgevers. Dit kan met name op de schaal van de gehele corridor A28 zeer kosteneffectief plaatsvinden. Eerste aanzetten voor een werkgeversaanpak A28 zijn al gedaan (lit.15).

B.4.2. Duurzame logistiek/Inzet logistieke makelaars Voor het realiseren van slimmere logistiek en duurzamer vrachtverkeer is inzet van logistieke makelaars een succesvol instrument gebleken in de regio’s Zwolle en Arnhem-Nijmegen. In de regio Noord-Veluwe is in 2020 een eerste verkenning gedaan. Voorstel is om ook voor dit project een samenwerking te zoeken op het schaalniveau van de gehele corridor A28. Immers op deze gehele corridor ligt een aantal logistieke hotspots en veel vrachtverkeer gebruikt de A28 als transportcorridor.

B.4.3. Veilig verkeer Naast het algemene belang en de specifieke programma’s die daarbij passen draagt veilig verkeer ook bij aan de doorstroming en bereikbaarheid. Voor de A28 wordt dit in het MIRT-kader opgepakt door RWS-Oost, in het programma NVB zit dit in maatregel A1-2. Voor het onderliggend wegennet richten we ons met deze maatregel op campagnes rondom verkeersgedrag.

B.5.1. Snelfietsroutes Noord-Veluwe heeft een uitgewerkt plan gemaakt voor snelfietsroutes langs de A28 (lit.16). Daarmee wordt de mogelijkheid geboden om de A28 te ontlasten met autoverkeer door modal shift van autoverkeer naar fiets, met name voor forensen en bezoekers over afstanden van 10-30 km. Ook in de Bereikbaarheidsagenda Regio Zwolle (lit.5) zijn snelfietsroutes voor de corridor A28 benoemd. Ambitie van de regio Noord-Veluwe is om deze projecten gericht op het realiseren van snelfietsroutes goed op elkaar af te stemmen.

53

C.7.1. Mobiliteitshubs Noord-Veluwe heeft een verkenning laten doen naar de mogelijkheden voor mobiliteitshubs op de Noord-Veluwe, met name voor knooppunten in de A28-corridor en toeristisch-recreatieve knopen op de Veluwe zelf. Dit project zou bij de uitvoering opgeschaald kunnen worden naar het realiseren van een samenhangend netwerk van mobiliteitshubs op de gehele A28-corridor met name ook voor grote knooppunten (OV, grote P+R terreinen, goederenhubs).

C.7.2. Deelmobiliteit Op veel plekken in de regio Noord-Veluwe en omliggende regio’s komen initiatieven van de grond gericht op introductie van deelmobilliteit. In nauwe samenhang met project C.7.1. Mobiliteitshubs kan op het schaalniveau van de A28-corridor gekeken worden hoe deelmobiliteit uitgerold kan worden. Door dit op regionale schaal te doen is er voor leveranciers een meer aantrekkelijke businesscase te maken dan alleen projecten op lokaal/gemeentelijk niveau op te zetten.

C.9.2. Parkeerapp vrachtwagenvoorzieningen A28 Noord-Veluwe heeft op zich genomen om een parkeer-app te ontwikkelen voor het informeren van de logistieke sector over beschikbare parkeerplekken langs de A28 en/of geschikte locaties in de directe omgeving van de A28, die parkeeroverlast in kleine kernen voorkomen. Het ligt voor de hand om dit project gelijk voor de gehele corridor A28 of zelfs op een nog grotere schaal uit te werken, omdat de parkerende vrachtwagens niet gebonden zijn aan de grenzen van de regio Noord-Veluwe.

54

6.4 Samenhang met andere projecten/programma’s Noord-Veluwe Bereikbaar is een programma om de doorstroming en de mobiliteit van inwoners, bedrijven en het doorgaande verkeer soepel te laten verlopen. Daarmee is mobiliteit een middel om andere dingen te realiseren: economische ontwikkeling, sociale verbanden etc. Naast dit programma zijn er andere programma’s die raakvlakken hebben met het programma Noord-Veluwe Bereikbaar. Op de schaal van deze samenwerking wordt ook de regionale energiestrategie (RES) uitgewerkt die raakvlakken heeft met dit programma. Eerder is beschreven hoe de doelstellingen van de RES zich verhouden tot NVB. Op de schaal van de Veluwe loopt het programma ‘Veluwe op 1’ dat met het Rijk een regiodeal heeft gesloten om een aantal doelen te bereiken. Daar waar het gaat om elektrificatie van mobiliteit, gebruik van fietsen en andere vormen van duurzame mobiliteit, gebruik van apps als mobiliteitsgeleider en toegangspoorten voor de Veluwe (onze maatregel C7.1 ‘Kwaliteitsimpuls OVknopen - Mobiliteitshubs - Recreatieve poorten’) vindt intensieve afstemming plaats. Een deel van de Noord-Veluwse gemeenten is ook deelnemer binnen Regio Zwolle. Een investeringsagenda voor de Noord-Veluwse gemeenten binnen Regio Zwolle is opgesteld onder de noemer ‘ Kop van de Veluwe’. De mobiliteitsparagraaf hierin is synchroon aan de plannen van NVB.

De Mobiliteitsvisie van provincie Gelderland –als mede-initiator van NVB- is in het programma NVB waar mogelijk en nodig meegenomen.

55

6.5.

Monitoring programma NVB

Definitieve tekst volgt • •

Opzetje meetplan/indicatoren, deel uit par. doelen komt hier terug Koppeling met monitorprogramma A28 van RWS

56

7. Financiering en programmabegroting NVB 7.1.

Uitgangspunten

Door het kernteam NVB is, mede op basis van ervaringen in andere regionale programma’s, per project een inschatting gemaakt van de kosten voor inzet van (gemeentelijke) menskracht en voor de uitvoeringskosten. Daarbij is ook adaptief begroot: voor het eerste uitvoeringsjaar 2021 zijn de kosten zo goed mogelijk ingeschat, inclusief een (mogelijke) kostendekking (zie par.7.2). Voor de uitvoeringsjaren 2022-2025 is volstaan met een kwalitatieve inschatting van de mogelijke uitvoeringskosten (zie par.7.3)

Bij het opstellen van de begroting NVB zijn bovendien de volgende uitgangspunten aangehouden: •

•

• •

•

•

•

De werkbegroting 2021 (zie ook bijlage 2) omvat alle afspraken voor het programma NVB 2021, met name de financiële afspraken voor inzet van eigen middelen door de regio (gemeentelijke begrotingen, mobiliteitsfonds NVB) en het beschikbaar stellen van cofinanciering/subsidies door provincie en Rijk aan de regio Noord-Veluwe i.c. de gemeente Hattem dat de regie voert over de programma-uitvoering. De gemeente Hattem is de beheerder van het programmabudget voor Noord-Veluwe Bereikbaar; De begroting is uitgewerkt in bedragen exclusief BTW. Daarbij is rekening gehouden met de afspraak dat alle IenW-bijdragen incl. BTW zijn en de provincie subsidiebedragen beschikbaar stelt exclusief BTW; Alle specifieke middelen die rechtstreeks worden ingezet in de regio Noord-Veluwe worden administratief ‘gestort’ en beheerd door de gemeente Hattem namens de zeven regiogemeenten; De programmamanager NVB is de eindverantwoordelijke voor het aanvragen van de subsidie, verdeling van de subsidiemiddelen over de diverse projectleiders/moederorganisaties en de financiële voortgangsbewaking van NVB-projecten; De programmamanager NVB is verantwoordelijk voor de niet-projectgebonden programmakosten voor het programma NVB; dit budget wordt op basis van afspraken in de Dienstverleningsovereenkomst (DVO) Noord-Veluwe beschikbaar gesteld.

Deze DVO zal daartoe worden bijgesteld; De inzet van uren van gemeentelijke projectleiders wordt in principe niet vergoed uit subsidies. Wel is deze inzet zichtbaar gemaakt in de begroting bij de regionale bijdrage. Inzet van uren door derden kan – onder voorwaarden – wel betaald worden uit beschikbaar gestelde subsidies. Dit wordt per project afgesproken; Het programmateam NVB heeft als een van haar taken om de financiële voortgangsbewaking van de projecten te begeleiden en waar nodig interventies te doen/voorstellen te doen aan het portefeuillehoudersoverleg van de zeven Noord-Veluwse gemeenten.

Voor rapportage en verantwoording over het programma (inhoudelijk, formatief en financieel) zal een cyclus worden opgesteld. De opzet en vorm van een gezamenlijk fonds (mobiliteitsfonds) en de centrale formatie (programmamanager c.a.) zal worden uitgewerkt en samen met een bijgestelde dienstverleningsovereenkomst aan de gemeenten worden voorgelegd in het najaar van 2020. De uitwerking van de hierboven genoemde onderdelen zal worden toegevoegd aan dit programmaplan dan wel in een apart document worden ondergebracht na accordering door de gemeenten.

57

7.2.

Begroting 2021

Het programma Noord-Veluwe Bereikbaar is feitelijk in 2020 al gestart met het opschakelen van enkele lopende projecten en pre-verkenningen van een aantal nieuwe ideeën. Daarmee is de basis gelegd voor een samenhangend programma zoals uitgewerkt in voorliggend programma NVB. Ook financieel is de begroting opgebouwd uit middelen die in 2020 al beschikbaar waren dan wel in de lopende meerjarenbegrotingen van de zeven gemeenten zijn opgenomen. Financieel gezien beginnen we dus niet in 2021 maar schalen we de ambities in 2021 ook financieel verder op. Belangrijk punt daarbij zijn de bijdragen per inwoner van de Noord-Veluwe gemeenten. Daarmee wordt formeel voor het eerst in 2021 een bedrag namens de gehele regio gereserveerd voor financiële bijdragen aan de uitvoering van het programma NVB.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=a14972b6-5c72-4751-9234-dd5a18fd1c28