CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota Bodembeheer regio Noord-Veluwe.pdf

Raadsvergadering 21 april 2022, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Vaststellen regionale bodemkaartkwaliteitskaart en nota bodembeheer15.425 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

ontvangende bodem die schoner is dan detoe te passen grond of baggerspecie. Om te borgen dat de ontvangende bodem niet negatief beïnvloed wordt, moet wel getoetst worden of er emissie (uitloging) plaats

kan vinden. De normen hiervoor zijn opgenomen in de

Regeling bodemkwaliteit. Verderdient er een leeflaag de leeflaag

aangebracht

moet wel voldoen aan

te worden van minstens 0,5 meter dik. De kwaliteit van

detoepassingseis van de locatie. Daarvoor

wordt duswel

rekening gehouden met de kwaliteit en functie van de ontvangende bodem. De leeflaag bestaan

uit een laag

mag ook

bouwstoffen en hoeft dan geen 0,5 meter dikte zijn.

29/33

ŴTAUW Kenmerk

5.3.1

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

Beleidsverruiming

GBT natuurlijk voorkomend arseen in Harderwijk

De gemeente Harderwijk heeft 20 december 2018 een aanpassing vastgesteld waarbij, arseengehalten »

is toegestaan

tot maximaal

op Nota bodembeheer

het toepassen van grond met verhoogde

de helft van de humane

Wanneer het gemiddelde arseengehalte

risicowaarde:

van de onderzochte partij de Sanscrit-waarde

van

215 mg/kg.ds (standaardbodem) overtreft, is toepassing van de partij niet toegestaan

en zal

deze naar »

onder de volgende voorwaarden,

een erkend verwerker moeten worden afgevoerd

Wanneer het gemiddelde arseengehalte mag detoepassing plaatsvinden,

onder de Sanscrit-waarde

mits voldaan wordt aan

blijft ^ 215 mg/kg.ds), dan

de (humane)

Toepassing van deze grond mag alleen in een grootschalige

risicowaarde.

bodemtoepassing. Hierbij gelden

devoorschriften uit het besluit bodemkwaliteit met betrekking tot minimale partijgrootte, toepassingshoogte

en het aanbrengen

van een leeflaag

Voorgaande voorwaarden zijn niet van toepassing wanneer een partij grond verdacht is op het voorkomen van arseen als gevolg van antropogeen opgebracht

handelen. Een voorbeeld hiervan

is

vormzand afkomstig van ijzergieterijen. Dit geldtalleen voor grond afkomstig uit de

gemeente Harderwijk. In bijlage 7 is de memo met onderbouwing ten behoeve van dit besluit opgenomen (kenmerk Z-18-195204/2, 12 november 2018).

5.4

Verspreiden

van baggerspecie

op de kant

Het op de kant verspreiden van baggerspecie is een activiteit waarvoor beleidskader is vastgesteld. Gemeenten en waterschappen

landelijk een generiek

hebben hierdoor geen beleidsmatige

vrijheid om aanvullende regels te stellen. Het verspreiden van baggerspecie over nabijgelegen percelen is vastgelegd in artikel 35, lidf van het Besluit bodemkwaliteit. Verspreiding van baggerspecie is uitsluitend mogelijk voor zover er sprake is van “verspreidbare baggerspecie ”. Bij de beoordeling of er sprake is van verspreidbare of niet-verspreidbare baggerspecie, wordt gebruik gemaakt van een apart

toetsingskader. Regels

over dezetoetsing zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit.

5.5

Samenvoegen

tot 25 m3

Samenvoegen van grond tot partijen groter dan 25 m3 is alleen toegestaan van dezelfdekwaliteitsklasse

voor zover sprake is

(AW, Wonen of Industrie) en door een specifiek hiervoor

gecertificeerd bedrijf of instelling (BRL 9335). Tot aan

25 m3 mag een niet-gecertificeerd bedrijf en/of persoon partijen samenvoegen, zolang er

sprake is van dezelfdekwaliteit. De kwaliteit moet bepaald worden aan bodemonderzoekof bodemkwaliteitskaart.

de hand van een

De samengevoegde kleine partij moet vervolgens wel

gekeurdworden conform BRL1001 (partijkeuring) of worden afgevoerd naar

een erkende

verwerker. Een samengevoegde partij kan niet op basis van de bodemkwaliteitskaart toegepast. Om gebruik te kunnen maken van de bodemkwaliteitskaart

worden

dienen kleinere partijen dus

gescheiden te worden opgeslagen.

30/33

ŴTAUW Kenmerk

5.6

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

Veiligheidsklasse

De bodemkwaliteitskaart

conform CROW 400

mag ook gebruikt worden voor het bepalen van deveiligheidsklasse

conform de CROW 400. De bepalingen hierover vallen niet onder het Besluit bodemkwaliteit, maar onder de Arbo-wetgeving. De werkwijze is vergelijkbaar kwaliteitsklasse:

de P80 dient te worden getoetst aan

met het bepalen van de

de risiconormen (SRCarbo-waarden).

Dit is

gedaan voor alle zones en bodemlagen die niet uitgesloten zijn. Hieruit blijkt dat voor geen van de zones en bodemlagen een veiligheidsklasse van toepassing is. In die gevallen gelden de maatregelen

voor basishygiëne.

Dit geldt alleen voor de stoffen die opgenomen zijn in deze kaart

(standaardpakket

en PFAS).

Mocht uit het vooronderzoek blijken dat een locatie verdacht is op het voorkomen van andere stoffen, bijvoorbeeld asbest, dan kan deveiligheidsklasse wijzigen. Ook dient er (vergelijkbaar

met grondverzet) een vooronderzoek conform de NEN 5725 te worden

gedaan om te bepalen of de kaart

gebruikt mag worden voor de betreffende locatie.

De NEN 5725 kent hier de onderzoeksaanleiding G: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit bij tijdelijke uitplaatsing arbeidshygiënische

en bij overig projectmatig grondverzet ten behoeve van het inschatten

van

risico's.

De te beantwoorden vragen zijn: »

Wat is de afbakening

»

Welke bodemkwaliteitsklasse is toegekend aan

van de onderzoekslocatie en is dezevoldoende? de bodem in de bodemkwaliteitskaart

en

welke lagen zijn daarbij onderscheiden? »

Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar

liggen ze en wat zijn de kritische parameters?

»

Is de bodem asbestverdacht?

»

Is er een vermoeden dat op basis van beschikbare voorinformatie werkzaamheden plaatsvinden

»

binnen een geval van ernstige bodemverontreiniging?

Is de bodem sterk verontreinigd (boven interventiewaarde)?

Indien uit het vooronderzoek volgt dat de bodemkwaliteitskaart hiervan

gebruikt kan worden, kan op basis

de veiligheidsklasse bepaald worden. Mochten er tijdens de werkzaamheden

worden aangetroffen

afwijkingen

van hetgeen dat het vooronderzoek uitgewezen heeft, dan vervalt de

geldigheidvan de bodemkwaliteitskaart

alsnog en dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te

worden.

31/33

ŴTAUW Kenmerk

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

6 Melden, toezicht en handhaving 6.1

Inleiding

Gemeenten en provincies zijn verantwoordelijk voor alle taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving 2017 is duidelijkdat de basistaken

(VTH) van defysieke leefomgeving. Sinds 1 juli

milieu door een omgevingsdienst moeten worden uitgevoerd.

De gemeenten en provincies zijn en blijven echter het bevoegd gezag. Voor de gemeenten in de regio Noord-Veluwe is Omgevingsdienst Noord-Veluwe (ODNV) de omgevingsdienst. ODNV voert voor de gemeente het basistakenpakket

van VTH-taken uit op het

gebied van bodem. ODNV handelt daarmee namens het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeenten.

6.2

Melden

Als grond of baggerspecie wordt opgeslagen of toegepast, dan geldt er meestal een meldingsplicht. De opdrachtgever dient opslag of toepassing te melden bij het bevoegd gezag, namelijk de gemeente. ODNV handelt deze meldingen meestal af. Het Besluit bodemkwaliteit beschrijft welke meldingsplicht er geldt. Hier is kort toegelicht in welke gevallen geen melding benodigdis voor toepassen of opslaan

van grond:

»

25 m3 ) door particulieren waarbij

Toepassen van kleine partijen grond of bagger (maximaal

geen professionele partij betrokken is (zoals een bodemverbetering van een tuin of deels ophogen van een perceel) »

Toepassingen binnen een landbouwbedrijf als de grond of baggerspecie afkomstig is van een tot datzelfde landbouwbedrijf behorend perceel, waarop geteeld als op het perceel waar

»

een vergelijkbaar

gewas wordt

de grond of baggerspecie wordttoegepast

Het verspreiden van baggerspecie uit een watergang

over de aan

dewatergang

grenzende

percelen »

Het toepassen van schone grond en baggerspecie (kwaliteit AW) in hoeveelheden kleiner dan 50 m3. Voor het toepassen van schone grond in hoeveelheden groter dan 50 m3 moet

»

eenmalig detoepassingslocatie

gemeldworden

Het tijdelijkuitnemen en opslaan

van grond (zie paragraaf

5.2)

In alle andere gevallen is een melding verplicht . Toepassen en opslaan baggerspecie dient minimaal

van grond of

5 werkdagen van tevoren gemeldte worden bij het landelijk

Meldpunt Bodemkwaliteit 5 . Via dit meldpunt kan de initiatiefnemer een digitaal formulier invullen met devereiste gegevens. Rapportages

van milieuhygiënische

verklaringen zoals een

partijkeuring of een vooronderzoek voor het gebruik van de bodemkwaliteitskaart

kunnen worden

toegevoegd. Het bevoegd gezag beoordeelt de melding binnen 5 werkdagen. Bij onduidelijkheden of onvolkomenheden zal de gemeente of omgevingsdienst contact opnemen met de melder.

5 https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet-reaelaevina/bbk/meldpunt/

32/33

ŴTAUW Kenmerk

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

Als de melding akkoord is, dan hoeft er formeel geen terugmelding plaats mag dus na 5 werkdagen starten met dewerkzaamheden bevoegd gezag kan hierna voor het voldoen aan

nog wel handhavend

te vinden. De melder

als er geen bericht is ontvangen.

Het

optreden. De initiatiefnemer blijft verantwoordelijk

de vereisten uit het Besluit Bodemkwaliteit en kan zich dus niet beroepen op

het uitblijven van een mededelingop de melding.

6.3

Toezicht en handhaving

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeenten zijn verantwoordelijk voor toezicht en handhaving voor toepassingen en opslag van grond en baggerspecie op landbodem. In de praktijk zijn dezetaken gemandateerd aan de omgevingsdienst. Controle op het naleven van de regels kan plaatsvinden tijdens de melding, in het veld(tijdens het transport of bij toepassing/opslag) op onder andere:

en na defeitelijke toepassing of opslag. De controle kan hierbij plaatsvinden

»

De wijze van toepassing of opslag (conform het beleid)

»

De tijdige, correcte en volledige melding

»

De milieuhygiënische

»

Visuele inspectie van de toe te passen grond

verklaringen

Er vindt ook toezicht en handhaving

plaats

voor toepassingen en opslag die niet gemeldzijn.

Wanneer de gemeente constateert dat de regels van het Besluit bodemkwaliteit, Regeling bodemkwaliteit of de Nota niet worden nageleefd, dan kan bestuursdwang worden uitgeoefend of een dwangsom worden opgelegd. Daarnaast

bestaat

de mogelijkheid tot strafrechtelijke

handhaving. Overtredingen zoals afwijkingen van normdocumenten, werken zonder erkenning, etc. kunnen worden gemeld bij de inspectie IL&T6 . De inspectie IL&T kan bij overtredingen dwangsommen opleggen, bedrijven schorsen of erkenningen intrekken.

6 https://www.ilent.nl/onderwerpen/bodemtoezicht/vraaen-en-melden

33/33

ŴTAUW Kenmerk

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

Bijlage 1

Wettelijk kader 2020-2022 (voor inwerkingtreding Omgevingswet)

B1.1 Algemeen Het Besluit bodemkwaliteit heeft als doel om zoveel mogelijk grond en baggerspecie her te gebruiken, zodat er minder primaire grondstoffen nodig zijn. Hergebruik is verantwoord als er geen verontreinigingen ontstaan. Het Besluit bodemkwaliteit kent een landelijk geldendgeneriek kader dat door de gemeenten kan worden toegepast. Als het generiek kader niet volstaat,

dan kan een gemeente voor (een deel

van) hun beheergebied binnen de regels van het Besluit bodemkwaliteit gebiedspecifiek beleid ontwikkelen. Hierdoor heeft de gemeente de mogelijkheid verantwoord hergebruik van grond en baggerspecie maximaal

af te stemmen op de maatschappelijke

ontwikkelingen. Hierbij spelen

bodemgebruik, bodemambities en ruimtelijke ontwikkelingen een rol. B1.2 Generiek

beleid

Voor het vormgeven van het grondverzet, zijn een aantal

aspecten van belang, namelijk de

bodemfuncties, de bodemkwaliteitsklassen en de toepassingseisen.

Middelsgebiedspecifiek

beleid is het mogelijk om de bodemkwaliteitsklassen en toepassingseisen aan

te passen.

Bodemfuncties Het beheergebied van de gemeente dient ingedeeldte worden in verschillende functieklassen, namelijk ‘Wonen', ‘Industrie' of geen functie (overig). De verdeling in functies dient op kaart weergegeven te worden in de bodemfunctiekaart.

Uitgangspunt bij de indeling in

bodemfunctieklassen is dat de klasse diewordttoegekend aan

een gebied overeenkomt met de

gevoeligste bodemfunctie binnen het betreffende gebied. Bodemkwaliteitsklassen De grond wordt ingedeeldin 1 van de 3 bodemkwaliteitsklassen ‘landbouw/natuur', ‘industrie'. Als de grond niet voldoet aan toepasbaar.

‘wonen' of

deze klassen, dan is de grond in principe niet

In de Regeling bodemkwaliteit staan

de normen en toetsingsregels om te bepalen in

welke klasse de landbodem of grond valt. De bodemkwaliteitsklassen worden gebruikt om de kwaliteit van dete ontgraven grond en de ontvangende bodem te bepalen. Toepassingseisen In het generieke kader wordt gebruik gemaakt van een dubbele toetsing voor het vaststellen van toepassingseisen voor het hergebruik van grond. Dit houdt in dat er zowel naar

defunctie als de

kwaliteit van de ontvangende bodem gekeken wordt. De dubbele toets houdt in dat de toepassingseis wordt bepaald door de strengste van de twee. Dit principe is toegelicht in onderstaand figuur.

ŴTAUW Kenmerk

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

BODEMFUNCT1EKLASSE

BODEMKWALÍTEÍTSKLASSE

TOEPASSINGSEIS VOOR DE

VAN DE ONTVANGENDE

VAN DE ONTVANGENDE BODEM

GROND OF BAGGERSPECIE

Wonen

lil.... nonen

BODEM

PARTIJ TOE TE PASSEN

Industrie

Wonen Achterg rondwaarde

Wonen INDUSTRIE

Industrie

Industrie Achtergrond wan rda

Achtergrond waarde

NIET INGEDEELD IN EEN BODEMFUNCTIEKLA5SE

Industrie

Achtergrond waarde Achterg rondwaarde

FiguurB1.1 Werkingdubbeletoetsin hetgenerieke kader. Bron:Handreikingbesluit bodemkwaliteitvia httos:ZZwww.bodemolus.nlZonderweroenZwet-reaelaevinaZbbkZinstrumentenZhandreikina-bbk/

B1.3 Gebiedspecifiek

beleid

Als het generieke kader te weinig mogelijkheden biedt voor het hergebruik van grond, dan kan de gemeente gebiedspecifiek beleid ontwikkelen. Uitgangspunt bij gebiedspecifiek beleid is dat er geen verslechtering van de bodemkwaliteit ontstaat

binnen het beheergebied (‘stand-still ’

principe). Met gebiedspecifiek beleid kunnen de volgende zaken worden geregeld: » »

Het vaststellen van lokale maximale

waarden

Het vaststellen van een percentage bodemvreemdmateriaal

dat afwijkt van het percentage

dat in het besluit is opgenomen Lokale maximale waarden Gemeenten hebben de mogelijkheid om Lokale Maximale Waarden (LMW) voor stoffen op te stellen. Hierdoor wordt afgeweken van de geldendenormen uit de Regeling bodemkwaliteit. De LMW bevinden zich tussen het niveau van de achtergrondwaarden

en het saneringscriterium.

Voor het opstellen van LMW dient middelseen risicobeoordeling vastgesteld te worden dat er geen risico's zijn voor mens, milieu en ecosysteem. Ter verduidelijkingis in figuur B1.2 aangegeven

wat de afwegingsruimte is voor de gemeente bij het opstellen van de LMW.

Altijd toepasbaar

a:

Nooit toepasbaar

Ruimte voor Lokale JVlaximale Waarden

-

WAARDEN

FiguurB1.2Afwegingsruimte voorLMW

N EHVEN tWAAKUEN

SANEH NGS-

[DROGE) BODEM

CRITERIUM

ŴTAUW Kenmerk

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

B1.4 Tijdelijk handelingskader PFAS In het THK van 2 juli 2020 zijn achtergrondwaarden

en voorlopige toepassingsnormen

opgenomen voor PFAS die bij het bepalen van hergebruiksmogelijkheden binnen het generieke kader gehanteerd moeten worden. Voor detoepassingsnormen gemaakt

voor grond is onderscheid

in verschillende situaties, waar verschillende normen voor gelden (zie figuur B1.3).

Categorie

Toepassingssituatie

Toepassi ngswaarde (ļjg/kg d.s.)ť*HaļW

4.1

Grond en baoaersoecie toeoassen boven arondwatemīveau Bodemfunctieklasse Bodem kwaliteitsklasse

Op de landbodem

wonen of industrie

wonen of industrie

ÍPFAS - 3

landbouw/natuur

wonen of industrie

PFAS - 1,4

Landbouw/natuur, wonen of

landbouw/natuur

PFAS - 1,4

PFOA - 7

PFOA » 1,9 industrie 4.2

Baggerspecie

PFOA - 1/9 toepassen boven grondwatemiveau 111, als

bedoeld In artikel 35, onder f, BBK (verspreiden baggerspecie 4.3

op aangrenzend perceel

Grond en baggerspecie grondwaterniveau* 1!

van

PFAS - 3 PFOA - 7

of weilanddepot)

grootschalig toepassen boven

PFAS - 3 PFOA - 7

4.4

Grond en baggerspecie toepassen in grondwaterbesctierm ingsgebieden

gebieds kwaliteit

4.5

Grond en baggerspecie toepassen onder grondwatemiveau* 2), met inbegrip van grootschalige

PFAS - 1,4 PFOA -1,9

toepassing.

FiguurB1.3Tijdelijketoepassingsnormen voorPFAS oplandbodem(bron: THK van 2 juli2020)

Uit figuur B1.3 blijkt dus dat detoepassingseis voor PFAS bepaald wordt aan toepassingseis voor de overige stoffen. De kwaliteit van de bodem ten aanzien

de hand van de van PFAS wordt

hierin dus niet meegenomen. Het is mogelijk om hier met gebiedspecifiek beleid van af te wijken. Zo is het mogelijk om een lokale achtergrondwaarden

op te stellen.

ŴTAUW Kenmerk

Bijlage 2

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

Bodemfunctiekaart

Pront en ZwolIe stad

İN309

Oldebroek

Biddinghuizen N 305

N 3021

Wjp»nv«ld

Elburg

Heerde

Wijhr

Harderovijk

Nunspeet

Zecwolde

N30&'

Vaatten

Ermelo

Putten

Legenda

Opdrachtgever

Schaal

Omgevingsdienst Noord-Veluwe

ĽDgemeentegrenzen

Project

Bodemfunctieklasse Uitgesloten

Xijkerk

Actualisatie

Formaat

en aanvulling

PFAS BKK

Onderdeel

Bodemfunctiekaart

Industrie Wonen Overig

DEFINITIEF

1:140000

NM4

ŴTAUW

Projectnummer

A3

1273092

Datum 20-05-21 07:40 Get.

EVF

Gec.

#

Tekeningnummer

Postbus 133 7400 AC Deventer Telefoon (0570) 69 99 Fax (0570)69 96 66 GREEN\evf 05-11-2021 01:52 1273092J 0001 D.MXD

ŴTAUW Kenmerk

Bijlage 3

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

Ontgravingskaarten

Pro ii I Pil

Zwoll Lely»t«ul N337İ

l J 1 ļĝ

\\

■J

\

Zzr Z z

\ ) ^

N309

Oldebroek

Biddinghuiztn

NJUÍ)

Elburg

Harderwijk

F'j w

\ a

\ a. Z xy

Nunspeet

__ z V w

zZ

I

VA tl

Ermelo

Legenda Putten

Aandachtsgebied arseen

Opdrachtgever

Schaal

Omgevingsdienst Noord-Veluwe

1:135000

Gemeentegrenzen

Ontgravingsklasse bovengrond Landbouw-Natuur Uitgesloten Wonen

YZZA Gebiedsspecifiek

N344

Project

Actualisatie

Formaat

en aanvulling

PFAS BKK

Ni jkerk

DEFINITIEF Projectnummer

A3

Onderdeel

Datum 19-05-21 09:23

Ontgravingskaart Bovengrond

Get.

EVF

Gec.

#

1273092 Tekeningnummer

ŴTAUW GREEN\evf 25-11-2021 07:52 1273092J0012D.MXD

Dronten Zwol Ie Lelystad

Hatt em

Oldebroek

Biddi

Elburg

Heerde

ľertvi

Harderwijk

Nunspeet

Zřřwoldf

Ermelo

Legenda

Putten

Vaaoen

Opdrachtgever

Schaal

Omgevingsdienst Noord-Veluwe Project

Gemeentegrenzen

Ontgravingsklasse ondergrond Uitgesloten Y/ZX Gebiedsspecifiek Landbouw-Natuur

Actualisatie

DEFINITIEF

1:135000

Aandachtsgebied arseen Formaat

en aanvulling

PFAS BKK

Nĩikerk

Projectnummer

A3

1273092

Onderdeel

Datum 20-05-21 10:51

Ontgravingskaart Ondergrond

Get.

EVF

Gec.

#

ŴTAUW

Tekeningnummer

Postbus 133 7400 AC Deventer Telefoon (0570) 69 99 Fax (0570)69 96 66 GREEN\evf 25-11-2021 07:50 1273092J0013D.MXD

D routen

Zwolle

Lelystad

H attent Biddinghui zen

't Harde

uiten Heer de

Nunspeet

Epe

derwijk

A28

\

\

/ļ

A50

. rT'

i

Zeewolde

í/1

Er mei o

1 ì \ \ ‘.L \ \ \ \ \ . - \ \V\ \

ľ

Vaas sen

Putten Bims cliot en*Spakenh urg Opdrachtgever

Schaal

Status

Omgevingsdienst Noord-Veluwe

Nijkerk

Project

Actualisatie

Legenda

en aanvulling

PFAS BKK

buiten grondwaterbeschermingsgebieden

Voorthuizen

Tauw

Projectnummer

A3

1273092

Datum

02-10-20 10:56

Get.

EVF

Gec.

#

Tekeningnummer

(O

Bodemkwaliteitskaart PFAS Bovengrond (0-0,5 m-mv)

Waterwingebieden Vrij toepasbaar

Formaat

Onderdeel

Grondwaterbeschermingsgebied

DEFINITIEF

1:150000

Postbus 133 7400 AC Deventer Telefoon (0570) 69 99 Fax (0 570)69 96 66 GREEN\evf 02-10-2020 11:20 1273092J0006D

Dronten

Zwolle

Lelystad

Hattem Biddin gliuizen

» Hard iten

Nunspeet

derwijk Zeewolde

Ei mei o Vaas sen

Putt en

Bunschot en-Spakenb urg

Nijketk

Opdrachtgever

Schaal

Status

Omgevingsdienst Noord-Veluwe

Project

Actualisatie

Legenda Grondwaterbeschermingsgebieden Waterwingebieden Vrij toepasbaar

buiten grondwaterbeschermingsgebieden

Voortliuizen

DEFINITIEF

1:150000 Formaat

en aanvulling

PFAS BKK

Projectnummer

A3

1273092

Onderdeel

Datum

02-10-20 11:02

Bodemkwaliteitskaart PFAS Ondergrond (0,5-2 m-mv)

Get.

EVF

Gec.

#

Tauw

Tekeningnummer

7 Postbus 133 7400 AC Deventer Telefoon (0570) 69 99 Fax (0 570)69 96 66

GREEN\evf 02-10-2020 11:08 1273092J0007D

ŴTAUW Kenmerk

Bijlage 4

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

Toepassingskaarten

Lelystad

ĮÑMl^

Oldebroek

Biddingh'

Įoíţeru

Hardr

e-Buiten

Harderwijk

Nunspeet

Ermelo

Legenda Grondwaterbeschermingsgebieden gemeentegrenzen

Toepassingseis

Opdrachtgever

Schaal

Omgevingsdienst Noord-Veluwe

1:130000

Putten

bovengrond

Project

Formaat

Industrie

Actualisatie

Gebiedsspecifiek

Onderdeel

Datum 20-05-21 10:56

Toepassingskaart Bovengrond

Get.

EVF

Gec.

#

Landbouw-Natuur Uitgesloten Wonen (STP) Landbouw-Natuur (PFAS)

Xijkerk

en aanvulling

PFAS BKK

ŴTAUW

DEFINITIEF Projectnummer

A3

1273092 Tekeningnummer

Postbus 133 7400 AC Deventer Telefoon (0570) 69 99 Fax (0570)69 96 66 GREEN\evf 05-11-2021 03:39 1273092J0014D.MXD

Dronlen Zwoll

I **lv**ta (1 N337

Oldebroek

Biddinghuiztn N305

Elburg

Harderwijk

Nunspeet

Viiiífn

Ermelo

Legenda Grondwaterbeschermingsgebieden

Opdrachtgever

Putten

Schaal

Omgevingsdienst Noord-Veluwe Project

Toepassingseis ondergrond Toepassingseis aangrenzende zone Industrie Gebiedsspecifiek Landbouw-Natuur

Actualisatie

Nijkerk

DEFINITIEF

1:135000

gemeentegrenzen Formaat

en aanvulling

PFAS BKK

Projectnummer

A3

1273092

Onderdeel

Datum 20-05-21 11:02

Toepassingskaart Ondergrond

Get.

EVF

Gec.

#

ŴTAUW

Tekeningnummer

Postbus 133 7400 AC Deventer Telefoon (0570) 69 99 Fax (0570)69 96 66 GREEN\evf 07-11-2021 02:56 1273092J0015D.MXD

ŴTAUW Kenmerk

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

Bijlage 5

Grondverzet onder de Omgevingswet

B5.1 Inleiding In de Omgevingswet, is de bodemkwaliteitszorg geïntegreerd in het omgevingsbeleid. De Omgevingswet zorgt voor een goede balans leefomgeving. In de Omgevingswet staat

tussen het beschermen en benutten van defysieke

een integrale afweging centraal.

Bodemzorg zal dan

meer gericht zijn op het duurzaam gebruik van de bodem. In deze context verschuift ook het accent van de bodemkwaliteitszorg van chemische kwaliteit naar

de kwaliteit van het bodemsysteem als geheel. Ondanks de accentverschuiving

chemisch bodemkwaliteit naar

van

de kwaliteit van het volledige bodem- en watersysteem blijft die

chemische kwaliteit een belangrijke factor. In deze bijlage is een kort overzicht gegeven van welke mogelijkheden de gemeente heeft voor het grondverzetsbeleid.Dit is ingedeeldnaar

deverschillende instrumenten die daar mogelijk voor

gebruikt kunnen worden: het Omgevingsplan en een vrijwillig programma.

Verder is er nog een

kort overzicht gegeven van de rijksregels. Uitleg milieubelastende

activiteiten

in Rijksregels voor grondverzet

Voor de milieubelastende activiteiten (mba) waar de gemeente bevoegd gezag. Daarbij »

de handelingen rond grondverzet onder vallen is

zijn devolgende mba's te onderscheiden:

Graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan (paragraaf

de interventiewaarde

3.2.21)

»

Opslaan,

»

Toepassen van grond of baggerspecie (paragraaf

zeven, ontwateren en samenvoegen van grond of baggerspecie (paragraaf

3.2.24)

3.2.26)

Grondverzet gerelateerde mba's die straks ook gelden onder de Omgevingswet zijn: »

Graven in bodem met een kwaliteit boven interventiewaarde (paragraaf

»

Saneren van de bodem (paragraaf

»

Toepassen van bouwstoffen (paragraaf

3.2.22)

3.2.23) 3.2.25)

Met de introductie van de milieubelastende activiteiten zijn er voor grondverzet geen grote beleidswijzigingen naast hieronder een aantal »

»

Er zijn wel een aantal

wijzigingen,

Tijdelijke uitname en opslag valt straks onder de mba's voor graven in plaats opslaan.

»

het veranderen in naamgeving.

voorbeelden: van onder

Voor graven > I en graven < I gelden wel verschillende voorschriften

Het zeven van grond is straks onderdeelvan de mba graven Er is niet langer een onderscheid tussen opslaan

binnen en buiten inrichtingen. Onder de

Omgevingswet geldt er één mba voor ‘Opslaan' »

De meldingsvereisten voor opslaan

veranderen ten opzichte van het Bbk (oud). Er is geen

melding per individuelepartij meer benodigd

ŴTAUW Kenmerk

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

Aanwijzen beheergebied

en opstellen bodemfunctiekaart

In het Bkl zijn zogenaamde instructieregels opgenomen. Dit zijn regels waarmee

het Rijk aangeeft

hoe in dit geval de gemeente een bepaalde taak

of bevoegdheid moet uitoefenen. In het kader

van grondverzet is de instructieregel uit paragraaf

5.1.4.5.3 van het Bkl. Hierin staat

gemeente haar

beheergebied moet aanwijzen

indelen. Dit is vergelijkbaar

dat de

en de landbodem in bodemfunctieklassen moet

met de huidige regelgeving. Deze onderwerpen moeten dus

terugkomen in het Omgevingsplan. Overigens is het nu ook al verplicht om het beheergebied te definiëren en een bodemfunctiekaart op te stellen. B5.2 Mogelijkheden

gemeentelijk

beleid grondverzet

in het Omgevingsplan

In het Omgevingsplan komen de gemeentelijke regels over defysieke leefomgeving. Een gemeente moet één Omgevingsplan opstellen. Hier komen dusveel verschillende onderwerpen aan

bod, waar

bodem er één van is. Het Omgevingsplan moet uiterlijk eind 2029

voldoen aan

de eisen. De regels uit het Omgevingsplan moeten ook digitaal ontsloten worden via

het Digitaal

Stelsel Omgevingswet (DSO). Hiervoor moeten dejuridische regels omgezet worden

naar

toepasbare

regels. Tot en met eind 2029 is er een overgangsfase

en geldt ook

overgangsrecht voor verschillende onderdelen. Het grootste deel van de huidige Nota valt ook onder ditovergangsrecht

(zie paragraaf

‘Overgangsrecht').

In het Omgevingsplan kan of moet de gemeente omtrent grondverzet volgende zaken regelen: »

Maatwerkregels

»

Aanvullende regels opnemen voor activiteiten (optioneel)

opnemen voor milieubelastende activiteiten (optioneel)

»

Aanwijzen beheergebied (verplicht, volgt uit instructieregel)

»

Opstellen bodemfunctiekaart (verplicht, volgt uit instructieregel)

De onderwerpen zijn hieronder nader uitgewerkt. Overgangsrecht De bodemkwaliteitskaarten

(ontgravingskaarten

en bodemfunctiekaart) worden van rechtswege

onderdeelvan het Omgevingsplan. De geldigheidstermijn van de kaarten

is 5 jaar.

Onder

overgangsrecht valt ook gebiedspecifiek beleid voor zover dat toeziet op Lokale Maximale Waarden en mate van bijmenging. Dit betekent dat deze onderdelenonderdeelworden van het tijdelijkdeel van het Omgevingsplan. De gemeente moet de regels voor 2030 omgezet hebben naar

het nieuwe Omgevingsplan dat voldoet aan

de eisen van de Omgevingswet.

Alle overige zaken vallen niet onder het overgangsrecht.

In deze Nota zijn geen zaken

opgenomen die niet onder het overgangsrecht vallen. Maatwerkregels Door het Rijk zijn regels opgenomen over de milieubelastende activiteiten (mba). Dit is een nieuw begrip onder de Omgevingswet. Veel van het grondverzet komt terug in deze mba's. De rijksregels mba's staan

in het Besluit activiteiten leefomgeving. Nadere toelichting op de mba's

voor grondverzet is te vinden in devolgende paragraaf.

De gemeente kan met een maatwerkregel

afwijken van de algemene regels voor de mba's. Een maatwerkregel regel, vergelijkbaar

met gebiedspecifiek beleid in de Nota.

is een algemeen geldende

ŴTAUW Kenmerk

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

Met maatwerkregels

kan voor grondverzet gemotiveerd (deels) afgeweken worden van de

kwaliteitseisen die bij verschillende kwaliteitsklassen

behoren (landbouw/natuur,

matig verontreinigd, sterk verontreinigd). Dit is vergelijkbaar Maximale

wonen, industrie,

met het opstellen van Lokale

Waarden in de huidige wet- en regelgeving. Onder de Omgevingswet is er wel meer

afwegingsruimte: het is ook mogelijk om een norm lager dan de kwaliteitseis landbouw/natuur ^Achtergrondwaarde) te stellen. Gemotiveerd afgeweken worden van het percentage bodemvreemdmateriaal.

Dit is nu ook al mogelijk.

Het is straks ook mogelijk om ook maatwerk toe te passen voor een grootschalige bodemtoepassing. Dit is nu niet mogelijk, omdat de grootschalige

bodemtoepassing al een

voorbeeld is van gebiedspecifiek beleid. Dit verandert straks. Naast

een maatwerkregel

is het ook mogelijk om met een maatwerkvoorschrift

Dit voorschrift is niet algemeen geldend,maar

te werken.

kan gebruikt worden voor specifieke situaties. Dit

kan bijvoorbeeld gebruikt worden om voor een specifieke toepassing wat soepelere kwaliteitseisen of nou juist strengere kwaliteitseisen te hanteren. Voorwaardenmaatwerk Maatwerk

moet wel voldoen aan

een aantal

voorwaarden. Voor het toepassen van grond geldt in

iedergeval het volgende: »

Als een projectbesluit genomen is, dan kan een maatwerkvoorschrift

dit projectbesluit niet

belemmeren »

Er moet voldaan worden aan

het ‘stand-still ’ principe. Onderdeeldaarvan

is dat soepelere

kwaliteitseisen alleen gelden binnen het eigen beheergebied. Dat is vergelijkbaar

met de

werking van gebiedspecifiek beleid. »

Er moet altijd rekening gehouden worden met het oogmerk van de regels. Voor toepassen is het ‘met het oog op het beschermen van het milieu'. Maatwerk

mag niet strijdigzijn met dat

principe. Om overheden hierbij te ondersteunen wordt door het RIVM een risicotoolbox ontwikkeld Aanvullende

regels opnemen voor activiteiten

De gemeente kan ook aanvullende regels opnemen in het omgevingsplan voor mba's. Voor grondverzet levert dit naar

verwachting weinig mogelijkheden op. Het meeste grondverzet valt al

onder de mba's. Hieronder zijn een aantal

mogelijkheden genoemd:

Er kunnen aanvullende meldings- of vergunningsplichten opgenomen worden. In de mba's zijn hier al voorschriften voor opgenomen, maar deze kunnen aangevuld worden. Dit betekent echter wel dat deze meldingen en vergunning beoordeeldmoeten worden, dus hiervoor is capaciteit nodig. Voor vergunningsplichten is het ook nodig om beoordelingsregels op te stellen voor waar aan

voldaan moet worden.

ŴTAUW Kenmerk

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

Het is mogelijk om voor kleinschalig graven ^ 25 m3) regels op te nemen. Dit valt namelijk niet onder de mba's voor graven. De rest van de keten (opslaan omvang. Voor kleinschalig

en toepassen) kent geen minimum

graven in grond met een kwaliteit boven de Interventiewaarde (sterk

verontreinigde grond) komen er automatisch

regels in het Omgevingsplan. Hiervoor is namelijk

een bruidsschatregel opgesteld. De bruidsschat is te vinden in hoofdstuk 7 van het Invoeringsbesluit. B5.3 Mogelijkheden

gemeentelijk

beleid grondverzet

De gemeente kan ook een programma

gemeente zelf en geeft daarmee invulling aan kwaliteit te bereiken. Een programma

een programma.

is alleen bindendvoor de

een ambitie van de gemeente om een gewenste

kan verschillende onderdelenomvatten, waaronder de inzet

van communicatiemiddelen, beleidsregels en financiële Voor grondverzet zijn er naar

in het programma

opstellen. Een programma

instrumenten (zoals subsidies).

verwachting geen directethema's die uitgewerkt kunnen worden in

De meeste regels zullen in het Omgevingsplan staan

of zullen onderdeelzijn van

een maatwerkvoorschrift. B5.4 Overzicht vindplaats Rijksregels grondverzet De voorschriften voor grondverzet zijn straks 'verdeeld'over: »

Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)

»

Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)

»

Het Besluit bodemkwaliteit 2021 (Bbk 2021)

»

De Regeling bodemkwaliteit 2022 (Rbk 2022)

Aanvullende voorschriften die decentrale overheden opstellen. Zo kan de gemeente aanvullende regels opnemen in haar

Omgevingsplan.

Onder de Omgevingswet is een 'knip' gemaakt waar diezich richten tot degene die grond ontgraaft,

regels voor het grondverzet staan.

opslaat

en/of toepast staan

Regels

straks in het Bal. Dit

zijn onder de Omgevingswet milieubelastende activiteiten (mba's) diezijn opgenomen in het Bal. Deze worden besproken in devolgende paragraaf

van deze bijlage. Overige regels, over

bijvoorbeeld Kwalibo en deverschillende milieuhygiënische

verklaringen zijn achtergebleven

in

het Besluit bodemkwaliteit en de bijbehorende Regeling bodemkwaliteit. Het Besluit bodemkwaliteit bevat onder andere regels over deverschillende milieuhygiënische verklaringen en de bijbehorende kwaliteitsklassen. en blijft de bodemkwaliteitskaart.

Eén van de milieuhygiënische

verklaringen is

De nieuwe Regeling bodemkwaliteit is nog niet definitief. Deze

Regeling is op dit moment in consultatie geweest. Hierdoor is nog niet met zekerheid te zeggen wat de Regeling inhoudt.

ŴTAUW Kenmerk

Bijlage 6

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

Uitgesloten locaties PFAS

w

'i

r

Dront on

Z wol lo Lelystad

N309 N 33 7 ļ

i

y

Halt om fVczep Biddinghuizen Oldebroek N302

N310İ

Zrrwoldr

N30V

Vaatten N302

7 Km

Legenda

/Putti

Stortplaatsen BRZO-bedrijven Overige verdachte activiteiten (PFAS) Militair terrein Overig (uitgesloten) Grondwaterbeschermingsgebieden Waterwingebieden gemeentegrenzen

Opdrachtgever Omgevingsdienst Noord-Veluwe

Schaal

Project

Formaat

Actualisatie

kork

en aanvulling

PFAS BKK

Status DEFINITIEF

1:140000

Projectnummer

A3

1273092

Onderdeel

Datum 02-10-20 10:39

Verdachte locaties PFAS

Get.

EVF

Gec.

#

Tekeningnummer

Postbus 133 7400 AC Deventer Telefoon (0570) 69 99 Fax (0570)69 96 66 GREEN\evf 10-02-2021 08:56

1273092J0005D.MXD

ŴTAUW Kenmerk

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

Bijlage 7

Memo aanpassing nota bodembeheer voor arseen

Omgevingsdienst

Noord-Veluwe

Aan

Gemeente Harderwijk, Domein Ruimte t.a.v. dhr. Erik Hamelink/Reinout van Drunen Van

Pascal

Lunshof

Memo Aanpassing nota bodembeheer

voor arseen Datum

12 november 2018

De gemeente heeft de ODNV gevraagd te kijken naar aanvullend beleid voor arseen. In de bodem van diverse werken van de gemeente Harderwijk zijn matige tot sterk verhoogde gehalten arseen aangetoond. Het huidige beleid kent al een verruiming voor arseen maar deze blijkt onvoldoende.

Voorstel voor college 1. In te stemmen met de beleidsverruiming hoe om te gaan met natuurlijk voorkomend arseen in Harderwijk en de lokale maximale waarde vast te stellen op 215 mg/kg d.s. voor arseen bij toepassing in grootschalige bodemtoepassing.

Pagina

1 van 4 Ons kenmerk

Z-18-195204/2 Uw kenmerk

Behandeld door

Pascal Lunshof 0341 - 474 323 Bijlagen

Nieuw beleid De lokale maximale waarde van 76 mg/kg d.s. blijkt in de praktijk vaak te worden overschreden in de arseenzone gebieden waar arseen van nature voorkomt. Dit leidt tot moeilijk uitvoerbare projecten. In een aantal projecten zoals Lorentz III, Weiburglaan en Harderweide is het lastig om te gaan met grondverzet van de grond met verhoogde arseenwaarden. Er wordt voor de uitvoerbaarheid van deze projecten een aanpassing van het huidige beleid gemaakt. Hierna volgt de onderbouwing voor het verhogen van deze norm. Arseenhoudend ijzeroer Kenmerkend voor een groot deel van de regio Noord Veluwe en met name Ermelo en Harderwijk is het voorkomen van arseen in de bodem. Bij kwel van zuurstofloos ijzerrijk grondwater kan neerslag van zogenaamde ijzer(hydr)oxiden plaatsvinden. In het bodemprofiel geeft dit de kenmerkende rode kleur van ijzeroer. Arseen is een stof die samen met de ijzer(hydr)oxiden neerslaat. Dit heeft tot gevolg dat er plaatselijk hoge gehalten aan arseen worden gemeten. Met de komst van het besluit bodemkwaliteit is een nieuwe standaard geïntroduceerd, het NEN5470 pakket. Arseen is hier niet meer in opgenomen. Het besluit bodemkwaliteit schrijft ook voor dat wanneer in een partij grond/bagger stoffen buiten het standaardpakket in verhoogde gehalten worden verwacht, deze eveneens geanalyseerd moeten worden.

In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen voor de vigerende normen voor arseen, uitgesplitst naar de verschillende functies en gebruikstypen.

De Gelderse omgevingsdiensten hebben als taak gebied van milieu.

vergunningverlening, toezicht en handhaving

van wetgeving op het

Omgevingsdienst Noord-Veluwe

Oosteinde 17 3842 DR Harderwijk Postbus 271 3840 AG Harderwijk t 0341 - 474 300 f 0341 - 474 888 e info@odnv.nl www.odnv.nl

Omgevingsdienst

Noord-Veluwe

Verschillende bevoegde overheidsinstanties zijn van mening dat de generieke normen in de tabel te rigide zijn voor grond met van nature verhoogde arseenwaarden. Bovendien blijkt uit de tabel dat de normen op de ecologische risicowaarden zijn afgestemd, terwijl de humane risicowaarden vele malen hoger liggen. Vandaar dat besloten is om, onder de volgende voorwaarden, het toepassen van grond met verhoogde arseengehalten toe te staan tot maximaal de helft van de humane risicowaarde: ^ Wanneer het gemiddeldearseengehalte van de onderzochte partij de Sanscrit-waarde van 215 mg/kg.ds (standaardbodem) overtreft, is toepassing van de partij niet toegestaan en zal deze naar een erkend verwerker moeten worden afgevoerd; ^ Wanneer het gemiddeldearseengehalte onder de Sanscrit-waarde blijft (c 215 mg/kg.ds), dan mag de toepassing plaatsvinden, mits voldaan wordt aan de (humane) risicowaarde. Toepassing van deze grond mag alleen in een grootschalige bodemtoepassing. Hierbij gelden de voorschriften uit het besluit bodemkwaliteit met betrekking tot minimale partijgrootte, toepassingshoogte en het aanbrengen van een leeflaag. Bovenstaande voorwaarden zijn vanzelfsprekend niet van toepassing wanneer een partij grond verdacht is op het voorkomen van arseen als gevolg van antropogeen handelen. Een voorbeeld hiervan is opgebracht vormzand afkomstig van ijzergieterijen.

Dit geldt alleen voor grond afkomstig uit de gemeente Harderwijk. Wat is een grootschaligebodemtoepassing? Een grootschalige bodemtoepassing is een toepassing waarin een grote hoeveelheid grond of baggerspecie wordt toegepast. Er moet sprake zijn van een minimaal volume van 5.000 m3 en een minimale laagdikte van 2 meter. Voor wegen en spoorwegen geldt een laagdikte van minimaal 0,5 meter. Daarnaast geldt dat de grootschalige bodemtoepassing moet worden afgedekt met een laag grond van minimaal 0,5 meter dikte. De toets aan de kwaliteit én de functie van de ontvangende bodem mag achterwege worden gelaten.

Omgevingsdienst

Noord-Veluwe

Bij grootschalige bodemtoepassingen gelden de volgende kwaliteitseisen: ^ De toe te passen grond of baggerspecie mag de maximale waarde industrie en maximale emissiewaarden niet overschrijden; ^ De toe te passen grond mag de LMW voor arseen niet overschrijden; ^ De kwaliteit van de afdekgrond moet minimaal gelijk zijn aan de kwaliteit van de toepassingsnorm in het gebied (zie de toepassingskaart). Uitsluitend de volgende toepassingen van grond en baggerspecie mogen onder de noemer van grootschalige bodemtoepassing vallen: ^ Bouw- en wegconstructies waaronder wegen, spoorwegen en geluidswallen; ^ Het afdekken van een saneringslocatie of een stortplaats met het oog op het voorkomen van nadelige gevolgen voor de omgeving; ^ Ophogingen, waterbouwkundige constructies en het verondiepen en dempen van oppervlaktewater met het oog op de hoogwaterbescherming, de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water, bevordering van natuurwaarden en de vlotte en veilige afwikkeling van de scheepvaart; ^ Aanvullingen waaronder de herinrichting en stabilisering van voormalige winplaatsen van delfstoffen.

Huidig beleid Het huidige beleid is verwoord in de Nota bodembeheer regio Noord Veluwe (Tauw; 1206995 d.d.21 januari 2014) vastgesteld door de gemeenteraad van Harderwijk in juni 2015. Lokale Maximale Waarde De regio kiest er voor om de interventiewaarde voor arseen te hanteren LMW. Dit is 76 mg/kg voor standaardbodem.

als

Met de risicotoolbox (RTB) is getoetst of de gekozen LMW voor arseen leidt tot risico's. Het blijkt dat er modelmatig geen humane risico's zijn. Wel zijn er modelmatig onaanvaardbare ecologische risico's bij gehalten 27 mg/kg. De gemeente motiveert de keuze voor de interventiewaarde van 76 mg/kg d.s. voor arseen als LMW als volgt: ^ Binnen de regio komt plaatselijk arseen heterogeen (zeer verdeeld) voor in de bovengrond. Dit hangt samen met het voorkomen van ijzeroer, dat op een natuurlijke wijze in de bodem is ontstaan aan de noordzijdevan de Veluwe. Vanwege de heterogeniteit wordt arseen in bodemmonsters soms niet en soms in hoge gehalten aangetroffen. Gemiddeldgenomen voldoet het arseengehalte aan de interventiewaarde. In gemeente Harderwijk voldoet ook de 80percentiel hieraan, wat betekent dat 80oZo van de waarnemingen die gebruikt zijn voor het vaststellen van de bodemkwaliteit, onder de interventiewaarde liggen. In de gemeenten Elburg, Ermelo, Nunspeet en Putten ligt de 95-percentiel onder de interventiewaarde; ^ Door het hanteren van regels voor grondverzet (zie hoofdstuk 6) blijft de arseenhoudende grond binnen de regio, en geconcentreerd binnen de arseenhoudende gebieden. De bodemkwaliteit verandert dus niet op gebiedsniveau.

Het grondverzet voldoet daarmee aan het stand-still beginsel; ^ Er zijn geen onaanvaardbare humane risico's te verwachten als gevolg van de aanwezigheid van arseen in de arseenhoudende gebieden. Dit is ook opgenomen in het gemeentelijk milieubeleidsplan; ^ De risicotoolbox (RTB) is een landelijk gebruikt systeem waarmee risico's van bodemverontreinigingen worden berekend. Berekend is dat ecologische risico's te verwachten zijn bij arseen 27 mg/kg. De RTB betreft een standaard benadering. Aannemelijk is dat werkelijke

Datum

12 november 2018 Pagina

3 van 4

Omgevingsdienst

^ ^

^

Noord-Veluwe

negatieve effecten op de ecologie pas optreden vanaf een hoger gehalte dan 27 mg/kg, gezien het conservatieve karakter van het model. Echter, omdat de totale hoeveelheid arseen in het gebied niet zal toenemen, kan (los van welke modelberekening dan ook) worden beredeneerddat de (negatieve) effecten op de ecologie binnen het gebied niet zullen toenemen Het omgaan met arseenhoudende grond past binnen bestaand gemeentelijk beleid; De provincie Gelderland heeft in haar bodembeleid opgenomen dat van nature verhoogde gehalten, zoals arseen in oerbanken, niet als een geval van bodemverontreiniging wordt beschouwd. De saneringsparagraaf uit de Wet bodembescherming is derhalve niet van toepassing; Binnen Gelderland komt op meer plaatsen arseen voor. Ook de gemeenten Epe, Apeldoorn, Voorst, Brummen, Zutphen en Lochem hebben in 2011 gekozen voor gebiedsspecifiek beleid waarbij voor arseen de interventiewaarde als LMW is gehanteerd.

Regelsvoorgrondverzet De regels voor grondverzet zijn opgenomen in hoofdstuk 6 van de nota bodem beheer. Het gebiedsspecifiek beleid houdt het volgende in: ^ Grond met een arseengehalte van maximaal de LMW mag worden toegepast binnen de arseengebieden, mits de kwaliteit van de overige stoffen voldoet aan de AW2000 en de grond afkomstig is uit het beheergebied; ^ Grond met arseen in gehalten boven de LMW wordt niet toegepast binnen de regio Noord Veluwe; ^ De bodemkwaliteitskaart kan gebruikt worden om zonder aanvullend onderzoek grond te ontgraven en toe te passen binnen de arseengebieden; ^ Bij toepassing in andere deelgebiedenvan grond afkomstig uit de arseengebieden, is aanvullend onderzoek nodig om het arseengehalte vast te stellen, en zodoende te bepalen of de grond aan de elders van toepassing zijnde toepassingseis voldoet. In de andere deelgebieden dan de arseengebieden gelden de generieke normen voor het bepalen van de toepassingseis. Dat geldt ook voor arseen. Bodemsanering De LMW voor arseen mag volgens Gelders beleid gebruikt worden om de gevalsgrens af te bakenen en als terugsaneerwaarde bij functiegerichte sanering van historische verontreinigingen (veroorzaakt voor 1987). Voor van nature voorkomend arseen, dat niet als geval van bodemverontreiniging beschouwd wordt, is dit niet relevant. Voor arseen met antropogene oorsprong wordt echter wel de LMW aangehouden.

Datum

12 november 2018 Pagina

4 van 4

ŴTAUW Kenmerk

R002-1273092EVF-V04-baw-NL

Bijlage 8

RTB-berekening

arseen (Nota 2014)

Resultaten

V. RTB: V. rapport :

RisicotoolboxBodem.nl

Risico's behorende

bij chemische

bodemkwaliteit en functie

Algemeen Naam berekening: Modus: Monstergroep: Bodemgebruiksfunctie: Bijzonderheden:

<Nieuw> berekenen gevolgen Lokale Maximale Harderwij^arseen Wonen met tuin

Waarden

Status van deze berekening De risicotoolbox berekent de risico's van een chemische bodemkwaliteit voor milieu, mens en landbouwproductie die horen bij een ingevoerde chemische bodemkwaliteit en bodemfunctie. De risicotoolbox maakt hiervoor gebruik van wetenschappelijke modellen uit de normstellingspraktijk. Modellen kunnen slechts een voorspelling geven van te verwachten risico's. De kwaliteit van deze voorspellingen wordt bepaald door de betrouwbaarheid van de modellen en de mate waarin deze van toepassing zijn op de lokale situatie. De modellen achter de risicotoolbox hebben uiteenlopende betrouwbaarheden en de toepasselijkheid hangt sterk af van de lokale situatie. De verantwoordelijkheid voor de interpretatie van de resultaten ligt bij de gebruiker van het instrument. Het bovenstaande betekent dat voorspellingen van risico's die zowel boven als onder de - voor de gekozen bodemgebruiksvorm relevante - risicogrenswaarde liggen slechts indicatief zijn. Juist bij resultaten die dicht bij risicogrenswaarden liggen is het belangrijk om hierbij in de interpretatiefase stil te staan. De risicotoolbox kan op twee manieren rekenen : 1) 2)

Berekenen van de risico's van voorgestelde Lokale Maximale Waarden Rekenen aan de risico's van de actuele chemische bodemkwaliteit

Deze berekening

is het resultaat van functie 1.

Functie 1: Bepalen gevolgen Lokale Maximale Waarden In het Besluit bodemkwaliteit staan de methoden beschreven waarlangs Lokale Maximale Waarden ter beoordeling van het toepassen van grond of baggerspecie dienen te worden onderbouwd. De risicotoolbox maakt onderdeel uit van dit proces. In deze modus werkt de risicotoolbox strikt volgens de bepalingen van het Besluit. Ingevoerde bodemkwaliteitsgegevens die worden aangemerkt als voorgestelde Lokale Maximale Waarden en de berekeningsresultaten krijgen een bijzondere status en worden permanent opgeslagen in de systeemdatabase. De ondergrens wordt gevormd door de AW2000 waarde. De bovengrens wordt bepaald door de zogenaamde Sanscrit-grens (onaanvaardbaar risico). Ter bepaling van deze bovengrens dient het programma Sanscrit te worden gebruikt. De instructie voor deze Sanscrit-toetsing is te vinden op www.risicotoolboxbodem.nl.

Resultaten

Ecologische

risico's

Beschermingsniveau:

Gemiddeld,geen doorvergiftiging (Wonen met tuin)

Concentratie [mg/kg] ( )

Stof

Concentratiegrens

76,00 Arseen (*) Let op: op de ingevoerde concentratie is de standaardbodemtypecorrectie toegepast

[mg/kg]

27,00

Risico-index 2,81

Humane risico's

Stof

Blootstelling [mg/kg Ig/dag]

Risicogrens [mg/kg lg/dag]

Risico-index

Arseen

0,000123

0,0007

0,18

Ecologische

(mengsel) risico's (msPAF)

Parameter

Waarde

PAF Arseen msPAF (mengsel)

0,65 0,65

Toelichting bij de resultaten

Ecologische

risico'

De ecologische risico's in de risicotoolbox worden berekend door de concentratie van stoffen in de bodem (gecorrigeerd naar standaardbodem) te toetsen aan risicogrenswaarden. Deze risicogrenswaarden komen overeen met de grenswaarden diezijn gebruikt voor de afleiding van de Generieke Maximale Waarden. De ecologische grenswaarden worden beleidsmatig vastgesteld. Bij de onderbouwing van de grenswaarden wordt gebruik gemaakt van wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van stoffen op soorten. In deze onderbouwing kan er voor een aantal stoffen rekening worden gehouden met de effecten van doorvergiftiging. Humane risico's In de risicotoolbox wordt de blootstelling van mensen aan stoffen als gevolg van bodemgebruik berekend met het model CSOIL. Dit model wordt ook gebruikt voor de afleiding van landelijke normen (Landelijke Maximale Waarden). In de risicotoolbox wordt het model doorgerekendmet de lokatiespecifieke bodemkwaliteit en bodemeigenschappen. CSOIL berekent een levenslang gemiddeldeblootstelling voor de gekozen bodemfunctie. Aan de bodemfunctie zijn belangrijke blootstellingsparameters gekoppeld (bijvoorbeeld: mate van gewasconsumptie, blootstelling van kinderen via inname van grond). Landbouw risico's De berekeningen van de landbouwrisico's worden uitgevoerd met de methoden diezijn gehanteerd voor de onderbouwing van de LAC2006 waarden.

In de risicotoolbox worden deze methoden zoveel mogelijk locatiespecifiek ingezet (dat wil zeggen: rekening houdend met het lokale bodemtype). Voor de stoffen en landbouwproducten waarvoor dit niet mogelijk is, wordt getoetst aan de generieke LAC-waarden. Toxische druk (msPAF) Naast de standaard ecologische risicobeoordeling wordt in de risicotoolbox ook detoxische druk(op ecosystemen) van stoffen en van het mengsel van stoffen berekend. Net als in de standaard ecologische risicobeoordeling vormen wetenschappelijke gegevens over de effecten van stoffen op soorten de basis voor deze berekening. Bij de bepaling van de toxische drukwordtverder rekening gehouden met de lokale bodemeigenschappen (organisch stof, lutum en zuurgraad) en met de generieke achtergrondwaarde (AW2000). Let op: de berekening van toxische drukin de risicotoolbox is niet geschikt om het verspreiden van baggerspecie te toetsen. Gebruik hiervoor het instrument TOWABO. Voor aanvullende informatie over de berekeningen in de risicotoolbox: zie www.risicotoolboxbodem.nl/methoden

Resultaten - grafisch

0

0.4

0.8

Ecologische

risico's

1.2

2

1.6

2.4

2.8

3.2

Risico-index

Humane risico's

0.0

0.2

0.4

Risico-index

0.6

0.8

1.0

Invoergegevens

Stof Arseen

Concentratie [mg/kg] 76,00

Bodemeigenschappen: Organisch stof: Lutum: pH (CaCl2):

25 "/o 10 0/ 5,8

Concentratie in standaardbodem [mg/kg] Type 76,00 Anders

Resultaten - grafisch - additioneel

In deze sectie worden de berekende ecologische en humane risico's voor alle functies (beschermingsniveaus) in 3D staafdiagrammen weergegeven. Op dezewijze kan een indrukworden verkregen van de gevoeligheid van de uitslagen voor de gekozen functies.

Ecologische

risico's

Risico-index

Risico-index

4 3.5 3 2.5 2 1.5

1 0.5 0

4 3.5 3 2.5 2 1.5 1 0.5 0

1.00

Hoog Gemiddeld

Arseen Matig

Beschermingsniveau

Stof

Resultaten zijn altijd inclusief doorvergiftiging (indien waarden beschikbaar)

Humane risico's

Risico-index

Risico-index 0.8 0.7 0.6 0.5 0.4 0.3 0.2 0.1 0

0.8 0.7 0.6 0.5 0.4 0.3 0.2 0.1 0

0.14 0.18

Natuur Plaatsen

waar

kinderen spelen Arseen

Tuin

Functie

Moestuin

Stof

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=bca636a3-9888-4d89-be1a-4ee5fe5c1e2f