CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota 2026-2029

Raadsvergadering 18 september 2025, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Kadernota 2026-202921.600 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Kadernota 2026-2029

Inhoudsopgave 1.

Voorwoord --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- - 3 -

2.

Financieel perspectief ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- - 4 -

3.

Technische kaders en overige uitgangspunten ---------------------------------------------------------------------------------------------- - 7 -

4.

Ontwikkelingen -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- - 7 -

5.

Voorstellen per programma ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- - 14 Programma 0 Bestuur en Ondersteuning ------------------------------------------------------------------------------------------------------- - 14 Programma 1 Openbare orde en veiligheid ---------------------------------------------------------------------------------------------------- - 21 Programma 2 Verkeer, vervoer en waterstaat ------------------------------------------------------------------------------------------------ - 22 Programma 3 Economie ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ - 25 Programma 4 Onderwijs ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- - 26 Programma 5 Sport, cultuur en recreatie ------------------------------------------------------------------------------------------------------- - 26 Programma 6 Sociaal domein ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- - 26 Programma 7 Duurzaamheid en milieu ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- - 35 Programma 8 Ruimte en wonen

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- - 35 Bijlage 1 Totaaltabel gehonoreerd ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- - 37 -

-2-

1. Voorwoord Harderwijk, juli 2025 Voor u ligt de Kadernota 2026. Hierin leggen we de hoofdlijnen van het nieuwe beleid en de financiële kaders voor de komende jaren vast. Deze nota vormt daarmee de basis voor de begroting die later dit jaar wordt opgesteld. Naast financiële kaders, geeft de Kadernota ook richtlijnen voor hoe we tijdens het begrotingsjaar met middelen en keuzes omgaan. We bevinden ons op een financieel keerpunt. Bij de begroting 2025–2028 is besloten om verschillende ombuigingsvoorstellen te effectueren om het huishoudboekje van onze gemeente structureel op orde te brengen. Dat was nodig. De afgelopen periode hebben we, met discipline en realiteitszin, invulling gegeven aan deze keuzes. Tegelijkertijd zien we dat onze inspanningen, het positieve resultaat van de Jaarrekening 2024 en de hogere bijdrage van het Rijk via de meicirculaire ons nu ook ruimte geven. De ombuigingen hebben alle inwoners rechtstreeks geraakt. Nu het resultaat positief uitvalt, vinden we het belangrijk dat ook iedereen daarvan profiteert. We kunnen 'terugbuigen'—bepaalde eerder voorgestelde ombuigingen zetten we niet door. Zo stellen we voor om de ombuiging m.b.t. de boventrendmatige OZB-verhoging voor woningen en niet-woningen niet te effectueren, de ombuiging m.b.t.

subsidies grote culturele instellingen voor de helft niet te effectueren, en de verhoging van tarieven zwemlessen en recreatief zwemmen enigszins te dempen. Vanwege deze positieve uitkomsten zou het beeld kunnen ontstaan dat ombuigingen niet nodig zijn geweest. In onze ogen zijn ombuigingen altijd nodig om een structureel sluitend meerjarenperspectief te blijven houden. Doordat wij vroegtijdig aan de slag zijn gegaan met het bijstellen van onze uitgaven, is er nu rust en ruimte in ons huishoudboekje. Naast het lopende beleid zijn er ook ontwikkelingen in beeld die in de komende jaren op onze gemeente afkomen. Denk bijvoorbeeld aan investeringen in de uitvoeringskosten van de gemeenschappelijke regeling Meerinzicht, de realisatie van een woonwagenlocatie, de aanleg van een keervoorziening voor de Veluwelijn, een parkeervoorziening in het Westeinde en de uitbreiding van De Bibliotheek op School. Deze trajecten bevinden zich veelal nog in een verkennend of voorbereidend stadium. Omdat besluitvorming en daarmee ook het beschikbaar stellen van financiële middelen nog moet plaatsvinden, worden op dit moment nog geen bedragen vastgelegd. Wel geven we in deze Kadernota inzicht in de aard en financiële omvang van deze ontwikkelingen. Dit biedt transparantie én zorgt ervoor dat we de benodigde financiële ruimte behouden.

Middelen worden pas gealloceerd zodra de gemeenteraad daartoe besluit via afzonderlijke advisering. Dit in tegenstelling tot de viering van 800 jaar Harderwijk. Daar worden in deze kadernota al middelen voor gereserveerd. Het is een resultaat waar we trots op mogen zijn. Trots op het financiële beleid dat koersvast en verantwoordelijk is. Maar ook trots op de mensen die dit mede mogelijk hebben gemaakt. Mijn dank gaat uit naar de ambtenaren die met toewijding en professionaliteit aan deze Kadernota hebben gewerkt. De solide uitgangspositie die we met deze Kadernota neerleggen, biedt ook het volgende college een stevig fundament. In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026 is dat geen vanzelfsprekendheid, maar een bewuste keuze: om ruimte te laten voor politieke kleur, ambities en nieuwe prioriteiten.

Namens het college van Burgemeester en wethouders, Wilco Mazier Wethouder financiën

“Als je de richting van de wind niet kan veranderen, verander dan de stand van je zeilen.“

-3-

2.

Financieel perspectief

Algemeen In dit hoofdstuk gaan wij op hoofdlijnen in op de financiële positie van de gemeente. Startpunt is het meerjarenperspectief op basis van de begroting 2025-2028. Aangevuld met de begrotingswijzigingen in de periode november 2024 – juni 2025, de uitkomsten van de jaarrekening 2024, en de meicirculaire 2025 zijn dit de bouwstenen voor de Kadernota 2026-2029. Hierbij dient wel vermeld te worden dat de uitkomsten van al deze bouwstenen nog niet in de Raad zijn besloten ten tijde van het collegebesluit over deze Kadernota 2026-2029. Weerstandscapaciteit uit Jaarrekening 2024 In de volgende tabel is de stand van zaken van het weerstandsvermogen weergegeven, gebaseerd op de gegevens jaarrekening 2024, aangevuld met de ombuiging op de structurele stelpost onvoorzien. In onderstaande tabel is een (+) een positief bedrag en een (-) negatief bedrag. (bedragen x € 1.000)

Stand 31-12-2024

Beschikbare weerstandscapaciteit Incidenteel Algemene reserve Subtotaal incidenteel Structureel Onvoorzien Subtotaal structureel Beschikbare weerstandscapaciteit

Claims op reserve

Stand na verwerking claims/resultaat

Resultaat 2024

26.782 26.782

-9.789 -9.789

23.030 23.030

40.023 40.023

161 161 26.943

n.v.t. -/- 9.789

n.v.t. +/+ 23.030

161 161 40.184

Prognose stand na verwerking resultaat/claims

Geïdentificeerde risico’s n.a.v. actualisatie eind 2024

(bedragen x € 1.000)

Berekening weerstandsvermogen

Overschot (+) / tekort (-)

Ratio weerstandsvermogen

Incidenteel Algemene reserve 40.023 -18.840 21.183 2,1 Onvoorzien* 150 n.v.t. 150 Subtotaal incidenteel 40.173 -18.840 21.333 De structurele stelpost is omgebogen* Totaal structureel en incidenteel 40.173 -/-18.840 21.333 2,1 *doordat vanaf jaarschijf 2025 de structurele stelpost onvoorzien omgezet is in een incidentele stelpost wijkt de onderste tabel af van de tabel gepresenteerd in jaarrekening 2024 waar uiteraard van de situatie 2024 is uitgegaan .

Het surplus (gedeelte van de algemene reserve boven het benodigd weerstandsvermogen) wordt in Harderwijk meestal bij de jaarrekening ‘vrijgegeven’ om incidenteel in te zetten bij de Kadernota. Echter is de regelgeving aangepast en is het mogelijk om deze middelen voor een gedeelte aan te wenden ter dekking van structurele uitgaven. Vooralsnog lijkt Harderwijk geen gebruik te hoeven maken van deze 10% regeling door de uitkomsten van de meicirculaire. Vertrekpunt Kadernota 2026-2029 In onderstaande tabellen is een (-) negatief en een (+) is positief ten aanzien van het begrotingssaldo. (Bedragen * € 1.000) Overzicht structurele financiële ruimte

2026

2027

-6.196

Besluit begroting - Ombuigingen categorie B

€

5.501 €

6.396 €

6.362 €

6.006

Kostprijsonderzoek jeugd

€

-1.005

-1.005

-1.005

€

-1.005

Besluitvorming Turap 2024

€

-221 €

-346 €

-566 €

-794

Uitkomst 1 e Turap 2025 (meerjarig)

€

112

€

132

€

76

€

145

Diverse begrotingswijzigingen overig

€

41

€

-1

€

-13

€

-13

Actueel begrotingssaldo na wijzigingen

€

-1.767

€

-1.615

€

129 €

-103

Budgettair effect meicirculaire 2025 (advisering met duiding volgt)

€

5.880 €

5.840 €

3.297 €

3.394

OMB-P0-12B Verhoging stelpost BCF - Niet invulbaar deel (advisering volgt bij meicirculaire)

€

-520 €

-520 €

-520 €

-520

Benodigde verwachte begrotingsruimte actualisatie (incl. gemeenschappelijke regelingen, indexatie)

€

399

390

391

Totaal verwachte beschikbare structurele middelen

€

3.992 €

2026

Surplus Algemene reserve

€

21.183

Totaal verwachte beschikbare incidentele middelen

€

21.183

€

-6.791

€

€

2029

€

Overzicht incidentele financiële ruimte

€

2028

Begrotingssaldo (boekwerk begroting 2025-2028)

€

€

4.095 €

2027

-4.725

€

-4.443

€

644

3.297 €

3.415

2028

2029

-4-

Toelichting op vertrekpunt voor de Kadernota; Meicirculaire 2025 en Benodigde begrotingsruimte voor actualisatie Jaarlijks wordt bij de meicirculaire berekend hoeveel geld gemeenten ontvangen voor het uitvoeren van bestaande en nieuwe taken én loon- en prijsindexatie. In deze kadernota wordt alleen zichtbaar welk budgettair effect de meicirculaire heeft en hoeveel accres de gemeente in 2026 ontvangt voor het indexeren van de begroting. Dit zijn, door de snelheid waarmee het opgeleverd moet worden, conceptcijfers. In de nadere advisering bij de meicirculaire zullen de definitieve cijfers en uitkomsten van de meicirculaire uitgebreid toegelicht worden. Daarnaast is samengevat weergegeven hoeveel geld er mogelijk nodig is voor het opbouwen van de begroting. Niet alleen loon- en prijsindexatie, maar ook de begrotingen van gemeenschappelijke regelingen alsmede een inschatting van de zorgkosten zijn hiervoor nodig. Voor zorgkosten is er een worst case scenario afgegeven in de eerste tussentijdse rapportage van 2025. Bij de tweede tussentijdse rapportage 2025 is hierover meer duidelijkheid. De begroting 2026 van de zorgkosten is ten tijde van het opstellen van de Kadernota 2026-2029 nog niet beschikbaar.

Er is in het financieel perspectief rekening gehouden met een prijsindex op de zorgkosten die uit de stelpost voor loon- en prijs vanuit de meicirculaire bekostigd moet kunnen worden. Tijdens het begrotingsproces zal pas duidelijk worden welke effecten de begroting 2026 met zich mee zal brengen. Dan is ook de begroting van de zorgkosten met volumeontwikkeling 2026 beschikbaar. Het gevaar van inschatten is dat dit per definitie af zal wijken. De financiële positie van de Kadernota is daarom slechts een indicatie. Met het verschijnen van de meicirculaire is ook bekend hoeveel we in onze begroting mogen opnemen voor de stelpost BCF. Dit is de inschatting hoeveel de gemeente door de eindafrekening van compensabele BTW mag terugverwachten. Op basis van de definitieve afrekening 2024 dient de begroting structureel aangepast te worden met een lagere inkomst van € 520.000,-. Dit betekent dat dit deel van de ombuiging niet ingevuld kan worden. Samenvatting voorgestelde te honoreren aanmeldingen: (Bedragen * € 1.000)

Overzicht effecten voorgestelde Kadernota 2026-2029

2026

2027

2028

2029

Effecten Kadernota 2026-2029 (structureel) Juridisch/wettelijk verplicht (structureel)

€

-5 €

3 €

Voorgenomen besluit (structureel)

€

-216 €

-214 €

Overige aanmeldingen (structureel)

€

-1.194

€

-1.476

€

-1.751

€

-1.861

Totaal effect Kadernota 2026-2029 (structureel)

€

-1.415

€

-1.687

€

-2.279

€

-2.393

Juridisch/wettelijk verplicht (incidenteel)

€

-33

€

-91 €

-

€

-30

Voorgenomen besluit (incidenteel)

€

-9

€

-9

€

-9 €

-

Overige aanmeldingen (incidenteel)

€

-1.994 €

-807 €

- €

-

Vullen stelpost onvoorzien

€

-150

Totaal effect Kadernota 2026-2029 (incidenteel)

€

-2.186 €

-907

-9

1

€

-3

-529 €

-529

Effecten Kadernota 2026-2029 (incidenteel)

€

€

-30

Financieel perspectief na Kadernota 2026-2029 (Bedragen * € 1.000) Samenvattend overzicht

2026

2027

2028

2029

Structureel Totaal beschikbare structurele middelen

€

3.992 €

4.095 €

3.297 €

3.415

Totaal effect voorgestelde Kadernota 2026-2029 (structureel)

€

-1.415

-1.687

-2.279

€

-2.393

Totaal (structureel) begrotingssaldo na Kadernota 2026-2029

€

2.577 €

2.408 €

1.018 €

1.022

-907

-9

-30

€

€

Incidenteel Totaal beschikbare incidentele middelen

€ 21.183

Totaal effect voorgestelde Kadernota 2026-2029 (incidenteel)

€

Totaal beschikbare incidentele middelen na Kadernota 2026-2029

€ 18.051

Advies ombuigingen terugdraaien

-2.186 €

2026

€

2027

€

2028

2029

OMB-B-P0-30b OZB woningen verhogen met 5% m.i.v. 2026 (basis)

€

-397 €

-403 €

-403 €

-403

OMB-B-P0-31b OZB niet-woningen en eigendom gebruikers verhogen met 5% m.i.v. 2026 (basis)

€

-281 €

-281 €

-281 €

-281

OMB-B-P5-16a Subsidies grote culturele instellingen verlagen (50% terugdraaien)

€

-105 €

-105 €

-105 €

-105

OMB-B-P5-09 / OMB-B-P5-10 Tarieven zwemles / recreatief zwemmen verhogen

€

-31

-46

-61

Totaal terug te draaien ombuigingen

€

-814 €

Totaal begrotingssaldo na overnemen Advies

€

1.763 €

€

€

€

-61

-835 €

-850 €

-850

1.573 €

168 €

172

-5-

Toelichting op ombuigingen terugdraaien / niet effectueren Het financieel perspectief van de meicirculaire geeft de mogelijkheid om een aantal ombuigingen (deels) terug te draaien, of eigenlijk, niet te effectueren. De ombuigingen hebben effect gehad op inwoners, maatschappelijke organisaties, ondernemers en bedrijven. Bij het voorstel voor het niet effectueren van een aantal ombuigingen is gezocht naar een evenwichtige verdeling voor deze partijen. Dit college staat voor het slechts tornen aan de OZB wanneer voorzieningen van de stad in het gedrang komen. Dat is vooralsnog nu niet het geval. Daarom wordt voorgesteld de ombuigingen op de OZB uit cat. B die per 2026 in zouden gaan terug te draaien. Dit betekent dat de extra stap van 5% boventrendmatige verhoging in 2026 voor woningen en nietwoningen niet doorgezet hoeft te worden. De culturele instellingen hebben te maken gehad met kostenstijgingen de afgelopen jaren waarvoor ze niet gecompenseerd zijn. Daarom wordt voorgesteld de ombuiging m.b.t. grote culturele instellingen voor 50% niet te effectueren. Daarnaast is opgenomen om de tariefverhoging voor zwemlessen en recreatief zwemmen te dempen, zodat de stijging minder hoog zal zijn. Dit raakt een brede groep inwoners/gezinnen die gebruikt van de zwemvoorzieningen.

-6-

3.

Technische kaders en overige uitgangspunten

Jaarlijks worden bij de Kadernota de richtlijnen geformuleerd voor het nieuwe begrotingsjaar en de op te stellen begroting. Dit betreffen niet alleen financiële kaders voor het opstellen van de begroting, maar ook kaders voor bepaalde handelingen gedurende het begrotingsjaar. Indeling De programmabegroting 2026 – 2029 wordt opgesteld op basis van de bestaande programma-indeling conform BBV en de verplichte paragrafen. In aanvulling op de verplichte onderdelen wordt een ‘Paragraaf Subsidies’ en een ‘Paragraaf Ombuigingen’ toegevoegd aan de op te stellen begroting. Begrotingsevenwicht Bij de vorige begroting 2025-2028 is besloten om ombuigingen te effectueren om zo tot een structureel sluitend meerjarenperspectief te kunnen komen. De gemeente Harderwijk wil hierin haar verantwoordelijkheid nemen waar dat kan. Aan deze ombuigingen wordt momenteel dus invulling gegeven. Het uitgangspunt voor de meerjarenbegroting 2026-2029 is een begroting te presenteren met een sluitend perspectief incl. ombuigingen en taakstellingen. Het is op dit moment niet nodig om gebruik te maken van de mogelijkheid om tijdelijk via het surplus van de algemene reserve de begroting sluitend te maken (10% regeling). Begrotingssaldo Het voordelig of nadelig begrotingssaldo, wordt toegevoegd of onttrokken uit de algemene reserve bij de desbetreffende jaarrekening.

Categorisering van aanmeldingen Aanmeldingen voor nieuw beleid zijn als volgt gecategoriseerd in de kadernota: 1. Juridische/wettelijke verplichtingen: Er is geen twijfel en ook geen keuze in te maken. Het is feitelijk in rechte afdwingbaar. Deze categorie staat niet meer ter discussie over bedrag én inhoud. Bijvoorbeeld afgesloten contracten en overeenkomsten met derden. 2. Voorgenomen besluiten B&W en/of Raad: Onderwerpen waarbij het college en/of de raad expliciet heeft besloten dit integraal af te wegen nieuw beleid mee te nemen in de Kadernota. Het college en/of de raad staat hier sympathiek tegenover. De onderwerpen en het gevraagde budget staan nog ter discussie en maken onderdeel uit van de integrale afweging. 3. Overige voorstellen, projecten, activiteiten en aanmeldingen: Dit zijn nieuwe onderwerpen welke niet eerder ter besluitvorming in het college/raad zijn geweest of aanmeldingen voor een verlengings-, uitbreidings- of structureel verzoek voor bestaand beleid. Deze categorie maakt onderdeel uit van de integrale afweging. Aanmeldingen horende bij de prioriteiten of bestaand beleid, maar waar geen expliciet college- en of raadsbesluit van is om de aanmelding af te wegen bij de Kadernota, horen bij cat. 3. Algemene uitkering Gemeentefonds Meerjarig wordt de raming van de algemene uitkering gebaseerd op de gegevens uit de Meicirculaire Gemeentefonds.

Dit is in lijn met de toetsingscriteria voor het repressief toezicht van de provincie. Middelen uit circulaires die beschikbaar worden gesteld voor nieuwe taken (taakmutaties) groter dan € 10.000,- worden voor maximaal 1 jaar voor het betreffende beleidsdoel opzij gezet. Dit in afwachting van een nader bestuurlijk advies aan college en raad, waarbij deze bedragen als dekkingsmiddel kunnen worden ingezet. Taakmutaties kleiner dan € 10.000,- vallen vrij in het resultaat van de circulaire en worden niet toegelicht. Daarnaast worden er door het Rijk volumetranches afgegeven via de circulaires. Deze worden gereserveerd op de stelpost volumeontwikkelingen en vrijgegeven bij de opbouw van de begroting van het betreffende jaar. Stelpost onvoorzien a € 150.000,Door de hele cyclus heen gelden enkele uitgangspunten in relatie tot onvoorziene ontwikkelingen en het karakter van incidenteel. Hierbij worden er drie criteria gehanteerd waarmee gekeken wordt of een gebeurtenis al dan niet onvoorzien is. Om van de stelpost gebruik te kunnen maken, moet er aan drie criteria voldaan worden: Onvoorzien, Onvermijdbaar, en Onuitstelbaar. Aan alle 3 de criteria moet worden voldaan en dat wordt onderbouwd in een separaat collegevoorstel en besluit. Wordt aan de criteria voldaan, dan kan er een beroep worden gedaan op de stelpost onvoorzien (een collegebevoegdheid). NB: N.a.v.

de ombuigingen bij begroting 2025 is besloten deze stelpost niet van structurele dekking, maar van incidentele dekking te voorzien. De raad zal ieder jaar bij het vaststellen van de begroting voorgesteld worden de stelpost te vullen voor € 150.000,- door een onttrekking uit de algemene reserve te doen.

-7-

Weerstandsvermogen In de Nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement (2022-2023) is vastgelegd een ratio te hanteren van 1,0. Dit valt binnen waarderingsschaal C (=voldoende) op basis van het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtskader van de provincie Gelderland. Dit is ook het uitgangspunt voor de begroting. NB: In de financiële verordening 2024 is besloten de Nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement 1 x per 4 jaar te actualiseren waardoor de nota van 2022 nog actueel is.

Indexatie Voor de verwerking van loon- en prijsontwikkeling wordt aangesloten bij de indexatiecijfers van de Meicirculaire Gemeentefonds 2025. Dit betreft een percentage voor indexatie van de lonen (loonvoet sector overheid) én een percentage voor indexatie van materiële budgetten (prijs bruto binnenlands product, pbbp). Indien reeds nieuwe CAO afspraken zijn vastgelegd voor het begrotingsjaar, wordt i.p.v. loonvoet sector overheid index, de werkelijke afspraken begroot. Tabel 1 Overzicht indexatie van de begroting Soort budget

Basisgrondslag

Materiële budgetten

Budget 2025

Lonen

Toegekende formatie op 01-04-2025

Subsidies

Basissubsidie 2025

Percentage indexatie 2,7%

Niet nodig. Werkelijke CAO wordt doorgerekend 2,7%

Uitzonderingen Budgetten waar contracten/overeenkomsten tegenover staan die fixed price hebben, danwel andere indexatie afspraken hebben. De CAO is reeds bekend dus is het niet nodig om een stelpost op te nemen. Per 1-1-2026 krijgen medewerkers € 35,- meer en per 1-7-2026 1,25% verhoging. Afwijkend (op indexatie) besloten subsidies.

Rentelasten Jaarlijks wordt bij de begroting de omslagrente berekend op basis van de reële rentelasten via de systematiek van renteomslag BBV. Bij nieuwe investeringen worden de kapitaallasten berekend op basis van de bij de begroting te berekenen omslagrente. De voorgestelde kapitaallasten bij de in deze kadernota gepresenteerde voorstellen zijn doorgerekend met de inschatting van de omslagrente à 0,5%. Indien deze bij het opstellen van de begroting afwijkt worden de kapitaallast berekeningen ook bijgesteld. De overige rentepercentages worden als volgt aangehouden richting de begroting: Kaders voor rente voor begroting • Te hanteren rente kapitaallasten nieuwe investeringen: 0,5% • Uitzetten overtollige liquiditeiten worden in de begroting geraamd tegen 1,75% • Te begroten kasgeldleningen (<1 jaar) worden geraamd tegen 2,50% • Te begroten langlopende leningen (>1 jaar) worden geraamd tegen 2,50% Treasury/Liquiditeit In een stijgende rentemarkt zorgt de methodiek van het ‘hanteren omslagrente voor nieuwe investeringen’ ervoor dat er mogelijk niet genoeg rentelasten gereserveerd worden in de begroting en bij herfinanciering danwel het aantrekken van nieuwe benodigde liquiditeit er ruimte in de begroting gecreëerd moet worden omdat de omslagrente lager is dan de rente van een aan te trekken lening. Daarom wordt d.m.v.

actuele liquiditeitsprognoses ingeschat of rentelasten begroot moeten worden (structureel). In het weerstandsvermogen zit reeds een risico opgenomen voor renteschommelingen (incidenteel). Op basis van de actuele liquiditeitsprognose (paragraaf financiering Jaarrekening 2024, peildatum 1-042025) is de verwachting dat vanaf jaarschijf 2025 een kortlopende lening en in 2026 mogelijk een langlopende lening afgesloten moet worden (conform de advisering bij het aantrekken van de laatste lening, maart 2023). Indien een langlopende lening afgesloten moet worden voor 35 miljoen, voor een rentestand van bijvoorbeeld 2,5%, betekent dat er rentelasten gedekt moeten worden van mogelijk € 400.000,- tot € 800.000,- per jaar. Afhankelijk van hoeveel rente inkomsten er zijn en hoeveel er doorbelast mag worden aan de grondexploitaties. Treasury is echter van vele factoren afhankelijk, zoals looptijd van leningen, herfinanciering, te ontvangen rente (schatkist), rentemarkt en liquiditeit (niet in de minste plaats door inkomsten en uitgaven van de grondexploitaties en de invloed van ombuigingen). Bij de Jaarrekening 2024 is gebleken dat de gemeente dermate veel rente-inkomsten heeft ontvangen omdat er veel geld op de schatkist uitstond, dat dit de lasten grotendeels kon dekken.

Wanneer de zekerheid van omvang van het bedrag en de zekerheid over de rente naar de toekomst toeneemt zal er een stelpost voor rente geraamd moeten worden. Dit zal in de paragraaf financiering bij de begroting beoordeeld worden a.d.h.v. liquiditeitsprognose peildatum 1-09-2025. Kaders voor liquiditeitsprognose: Er wordt vanuit gegaan dat voor 25% van de investeringen de werkelijke geldtransacties een jaar later plaats vindt. De ervaring leert dat onvoorziene omstandigheden, betalingstermijnen en andere factoren zorgen voor een vertragend effect in de uitgaven. -8-

Belastingen, heffingen en leges Het algemeen beleid is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: • Beheersing van de collectieve lastendruk waarbij de lokale lasten jaarlijks worden geïndexeerd met het percentage voor prijs bruto binnenlands product uit de meicirculaire 2025: 2,7%; • We verbinden de OZB-opbrengst met het aanbod van de gewenste voorzieningen. De bij de ombuigingen besloten boventrendmatige verhoging van 5% per 2026 wordt niet doorgevoerd. • Kostendekkende tarieven voor heffingen en leges van, in principe, 100%*. In het onderstaande overzicht is voor de duidelijkheid en volledigheid een overzicht weergegeven van de manier van indexeren danwel het uitgangspunt voor kostendekkendheid per soort. Tabel 1: overzicht uitgangspunten belastingen, heffingen en leges

Uitgangspunt kostendekkendheid*

Naam

Uitgangspunt indexatie

Onroerendezaakbelasting (OZB) woningen en niet-woningen.

Totale inkomsten OZB worden op begrotingsbasis verhoogd met de trend. De trend wordt bepaald op basis van de Pbbp meicirculaire (2026 = 2,7%). Daarnaast wordt het OZB-tarief gecorrigeerd voor de waardestijging op basis van de informatie van de Waarderingskamer voor de macro marktontwikkeling tussen 1 januari 2024 en 1 januari 2025 zoals genoemd in de meicirculaire. De bij de ombuigingen besloten boventrendmatige verhoging van 5% per 2026 wordt niet doorgevoerd. Indexeren met Pbbp meicirculaire, 2026 = 2,7%

n.v.t.

Indexatie gebeurt indirect door het toerekenen van de kosten. Indexatie gebeurt indirect door het toerekenen van de kosten. 1 x per 2 jaar met 5% Indexatie gebeurt indirect door het toerekenen van de kosten. Indexatie gebeurt indirect door het toerekenen van de kosten. Indexatie gebeurt indirect door het toerekenen van de kosten.

100% kostendekkend*

Overige belastingen

n.v.t.

(Hondenbelasting, precariobelasting, reclamebelasting, forenzen- en toeristenbelasting)

Afvalstoffenheffing Rioolheffing Parkeertarieven en belasting Begraafplaatsrechten Havengelden Overige leges en heffingen

100% kostendekkend* n.v.t. 100% kostendekkend* 100% kostendekkend* 100% kostendekkend*, m.u.v. documenten waarvoor de rijksoverheid de tariefstelling bepaalt.

*binnen verschillende legesverordeningen kunnen er uitzonderingen op specifieke producten zijn gemaakt.

Bijdrage aan gemeenschappelijke regelingen/samenwerkingsverbanden Voor het opstellen van de meerjarenbegroting van de gemeente wordt er uitgegaan van de door de gemeenschappelijke regelingen/samenwerkingsverbanden meest recent aangeboden (concept-)begroting. Voor onze gemeenschappelijke regelingen geldt, dat wij verwachten dat zij meebewegen met de (financiële) ruimte van de gemeente. Wij zien gemeenschappelijke regelingen en samenwerkingsverbanden als ‘verlengd lokaal bestuur’ en daarmee ook onderdeel van onze financieringssystematiek. Daarom verwachten we samen op te trekken in het licht van de huidige financiële situatie en roepen we via zienswijzen op om actief met een ombuigingsopgave aan de slag te gaan. Personeel uitlenen buiten de eigen organisatie Voor het uitlenen en doorbelasten van personeel buiten de eigen organisatie en aan SiSa-regelingen worden tarieven berekend conform de handleiding Overheidstarieven die jaarlijks wordt uitgebracht door het Ministerie van BZK. Voor het uitlenen van personeel binnen EHZM wordt onderling geen overhead in rekening gebracht omdat de gemeenten ook al bijdragen aan de overheadkosten binnen Meerinzicht. Onderhanden werken Ieder jaar zijn er budgetten die niet besteed worden omdat het werk niet klaar is of uitgesteld moet worden.

Niet uitgegeven budgetten vallen aan het einde van het jaar automatisch vrij in het jaarrekeningresultaat of vloeien terug naar de algemene danwel bestemmingsreserve waaruit het budget gedekt wordt. Hierop kan, door middel van een verzoek een uitzondering worden gemaakt. Een verzoek aan de raad hiervoor kan op twee momenten in het jaar gedaan worden: 1. Bij de tweede tussentijdse rapportage (de budgetten zijn dan per 1-januari van het volgende jaar beschikbaar), 2. Bij de jaarrekening (de budgetten zijn dan na besluit jaarrekening beschikbaar, ca. juli).

-9-

Verzoeken moeten voldoen aan de volgende kaders alvorens aan de raad aangeboden te worden: Kader 1. 2.

3.

Geldt voor: Structurele budgetten kunnen niet overgeheveld worden. Budgetten kunnen niet twee jaar achtereen overgeheveld worden. Een nieuwe afweging van de raad in het licht van veranderende omstandigheden is dan op z’n plaats. Bedragen onder de € 10.000,- komen niet in aanmerking voor onderhanden werken.

Structurele budgetten Alle incidentele budgetten m.u.v. budgetten direct gerelateerd aan taakmutaties uit de decembercirculaire, voorzieningen, bestemmingsreserves en SISA-regelingen. De uitgezonderde budgetten mogen dus altijd aangemeld worden voor overheveling gezien het meerjarige en thematische karakter. Het blijft wel een raadsbevoegdheid om deze te honoreren.

- 10 -

4.

Ontwikkelingen

Er zijn een aantal ontwikkelingen die op de gemeente af komen, maar pas in een later stadium concreet genoeg worden om expliciet als besluit voor te kunnen leggen, incl. financiële middelen. Tegelijkertijd is ook bekend dat deze ontwikkelingen geld kosten en zetten we ons er voor in om de ontwikkelingen mogelijk te maken. Uiteraard kan het college en/of de raad in een later stadium ook nog beslissen om niet door te gaan met één van de ontwikkelingen. Gezien het financiële perspectief van de gemeente is het van belang de flexibiliteit in de financiën te houden en nog geen geld ‘vast te zetten’ wanneer besluitvorming over de onderwerpen nog plaats moet vinden en nog onvoldoende zeker is. Daarom wordt er wél inzicht gegeven in deze ontwikkelingen en eventueel de richtinggevende bedragen, maar worden middelen pas gealloceerd wanneer er een definitief besluit is genomen door de gemeenteraad (via separate advisering). Investeringen uitvoeringskosten GR Meerinzicht Er is voor Harderwijk inzichtelijk gemaakt welke investeringen er gevraagd worden om een structureel besparingspotentieel te kunnen realiseren. Aangezien we op dit moment nog in het proces van inventarisatie ombuigingen Meerinzicht zitten is het voor nu nog te vroeg om incidenteel geld beschikbaar te stellen.

Nadat de inventarisatie ombuigingen verder zijn uitgewerkt zal er nadere advisering komen in 2025 om eventuele middelen voor investeringen op te halen. Daarbij kan dan ook de taakstelling worden meegegeven om structurele besparingen te realiseren. Het bestuur van Meerinzicht heeft vanuit hun mandaat wel al enkele ombuigingen geaccordeerd en deze kunnen, op het moment dat Meerinzicht de invoering van deze ombuigingen gepland heeft, via de reguliere P&C documenten financieel worden doorgevoerd. Over deze besparingen kan waarschijnlijk voorafgaand aan de begrotingsbehandeling, ook in relatie tot de huidige taakstellingen op bedrijfsvoering, geadviseerd worden. Realisatie Woonwagenlocatie In het collegeprogramma is aangegeven dat de gemeente gaat zoeken naar standplaatsen voor woonwagens en is tevens als prioriteit voor dit college aangemerkt. Als in 2025 een keuze voor een locatie wordt gemaakt, moet, afhankelijk van de locatie, planuitwerking plaatsvinden, grond worden aangekocht, en resulteert het project vooralsnog in een geprognosticeerd exploitatietekort van ca. 6 miljoen euro. De liquiditeitsbehoefte is zeer afhankelijk van de gekozen locatie, het aantal standplaatsen en andere factoren. Wel wordt er intensief ingezet op medefinanciering van zowel provinciaal- als Rijksoverheid.

Het is op dit moment nog niet aan te geven hoe het liquiditeitsverloop zal zijn, omdat de locatiekeuze nog niet is gemaakt. Dit zal de komende maanden worden uitgewerkt. De verwachting is dat in najaar 2025 een besluit over de locatie (en bijbehorende exploitatieopzet) aan de raad voorgelegd kan worden. Keervoorziening treinen Veluwelijn Samen met Ministerie van I&W en provincie Gelderland staan we aan de lat voor de (financiering van de) realisatie van de benodigde keervoorziening voor Intercitytreinen (IC) in Harderwijk. Met deze voorziening kan de IC vanuit AmersfoortSchothorst doorrijden naar Harderwijk en weer keren richting Randstad. Een eerste globale raming van de investering is €135 miljoen. In dit bedrag zitten perronverlengingen, overwegmaatregelen en de realisatie van een tunnel voor al het verkeer. Actuele inschatting is dat het Ministerie van I&W 65% van de kosten voor haar rekening zal nemen en de regio (provincie Gelderland, gemeenten Nijkerk en Harderwijk) 35%. Gemeente Harderwijk zal ook substantieel moeten bijdragen, met name vanwege de grote infrastructurele aanpassingen in onze gemeente. Uitgaande van een 65/35 verdeling tussen Rijk en regio, zullen we met de provincie Gelderland circa € 47 miljoen moeten bijdragen. Wanneer de provincie Gelderland € 30-€ 35 miljoen voor haar rekening neemt, resteert een bedrag van € 12-€ 17 miljoen.

De gemeente Nijkerk heeft ook al een fors bedrag gereserveerd als reservering voor de aanleg van een tunnel onder het spoor. Onze voorgestelde gemeentelijke reservering is hiermee in lijn, gericht op een gewenste start van de werkzaamheden in 2030. Met het omarmen van deze ontwikkeling door de gemeenteraad geven we een signaal af aan onze partners en kunnen we door met de planvorming en gesprekken met de partners. Wanneer er meer duidelijkheid is over de hoogte van de bijdrage en welke investeringen en/of infrastructurele aanpassingen er voor rekening van Harderwijk komen zal er nog separate advisering aan de raad plaats vinden. Parkeervoorziening Westeinde Inmiddels is gestart met het haalbaarheidsonderzoek naar de technische, financiële en planologische mogelijkheden voor de uitbreiding van het parkeerterrein Westeinde. Dit is nodig, omdat er in de toekomst minder openbare parkeerplaatsen in de binnenstad zijn. We zoeken naar plekken en oplossingen om parkeerplaatsen aan de randen van het centrum terug te brengen. De nieuwe parkeergarage Jan Krulkade in het Waterfront is hierin belangrijk, net als parkeerlocatie Westeinde. Er zijn nu 150 parkeerplaatsen. We onderzoeken of dit aantal kan worden uitgebreid met ongeveer 350 extra plaatsen. We verwachten dit najaar de eerste bevindingen en daarmee ook zicht op de (on)mogelijkheden voor deze locatie.

Te zijner tijd ontstaat ook een beter beeld van de te verwachten bouw- en exploitatiekosten. Indexatie verhoging begrotingssubsidies Binnen team Samenleving ontvangen diverse (professionele) organisaties een subsidie op grond van de ASV (Algemene Subsidie Verordening). Deze subsidiepartners geven grotendeels uitvoering aan het beleid dat opgesteld wordt binnen de gemeente Harderwijk. Met deze uitvoering zorgen zij voor een sterke sociale basis en een brede sociale infrastructuur binnen de gemeente. De indexatie van de subsidies loopt de afgelopen jaren achter bij de stijgende kosten waarmee organisaties te maken hebben. In de afgelopen jaren hebben organisaties te kampen gehad met extreme loon- en prijsstijgingen. Hierdoor is een disbalans ontstaan tussen de compensatie voor lonen en prijzen vanuit de gemeente en - 11 -

de werkelijke lastenstijgingen als gevolg van CAO ontwikkelingen en prijsstijgingen bij de organisaties. Naast de ombuigingen waarmee de organisaties te maken hebben, zorgt dit voor een extra bezuiniging. Het advies is om de besluitvorming van 2020 (waarin van een gecombineerde index naar enkel materiële index is overgegaan) terug te draaien en in de toekomst voor de loongerelateerde subsidies de gecombineerde index (70% loon en 30% prijs bbp) te hanteren. Echter na een aantal jaren van extreme looncomponenten is juist deze meicirculaire de looncomponent lager (2,2%) dan de materiële index (2,7%). Na de periode van kostenstijgingen én bezuinigingen, lijkt dit niet het juiste moment om deze systematiek door te voeren. In de Kadernota 2027, zal de situatie opnieuw beoordeeld worden. De Bibliotheek op School (dBos) Vanuit de gemeenteraad Harderwijk ontstond er in 2021 het verzoek om een plan van aanpak om het programma de Bibliotheek op School (hierna dBos) uit te kunnen voeren op alle basisscholen in Harderwijk en Hierden die hiervan gebruik wensen te maken. Eind 2025 werken bijna alle basisscholen met succes mee aan dBos. Het is belangrijk dat de bibliotheek de komende jaren door kan gaan met de aanpak. Het landelijke programma dBos een samenwerking tussen de scholen, de openbare bibliotheek en de gemeente.

Het doel is om kinderen en jongeren te stimuleren meer te lezen, thuis en op school. Vanaf 2027, nu bijna alle scholen mee doen aan het programma dBos, is er een extra structureel budget van € 93.600,- per jaar nodig om de aanpak te onderhouden op alle scholen. Echter is er eerst besloten een evaluatie uit te voeren. In afwachting van deze evaluatie worden er nu nog geen middelen gealloceerd en wordt na de evaluatie eventueel een nieuwe aanvraag ingediend richting Kadernota 2027. Landelijke hervorming arbeidsmarktinfrastructuur Alle organisaties in de arbeidsmarktinfrastructuur hebben hun eigen dienstverleningspakket, hun eigen werkwijze en hun eigen loket. Deze organisaties werken nu samen in regionale mobiliteitsteams, WerkgeversServicepunten en Leerwerkloketten in de arbeidsmarktregio's. Om arbeidsmarktdienstverlening toegankelijker en beter vindbaar te maken, komt er in elke arbeidsmarktregio vanaf 2026 één gezamenlijk regionaal loket: het Werkcentrum. Werkzoekenden, werkenden en werkgevers kunnen bij het Werkcentrum terecht voor vragen over werk, volgende loopbaanstappen, (arbeidsmarktgerichte) scholing en personeelsvraagstukken. De arbeidsmarktregio Veluwe Stedendriehoek streeft naar een arbeidsmarktdienstverlening die meer werkgevers en inwoners bereikt en van waaruit de dienstverlening van aangesloten partijen ontschot wordt aangeboden.

In 2025 wordt gestart met een pilotfase. Gedurende de pilot wordt gemonitord waarin de dienstverlening kan verbeteren. De arbeidsmarktregio zal aangestuurd worden door het "Regionaal Beraad", een bestuurlijk overlegorgaan bestaande uit vertegenwoordigers van gemeenten, UWV, SBB, de werkgevers- en werknemersorganisaties en het onderwijs. De hervorming, vernieuwde werkwijzen, het opbouwen van de dienstverlening en de communicatie rondom het Werkcentrum brengt mogelijk kosten met zich mee. De financiële effecten op de individuele gemeenten worden gedurende de pilotfase in kaart gebracht. 800 Jaar Harderwijk In 2031 viert Harderwijk haar 800-jarig bestaan: een bijzonder moment om stil te staan bij onze rijke geschiedenis én om vooruit te kijken. Deze mijlpaal biedt niet alleen kansen voor verbinding, cultuur en promotie van onze stad, maar vraagt ook om tijdige voorbereiding en een solide organisatie. In aanloop naar dit jubileum – dat samenvalt met het organiseren van de Internationale Hanzedagen in Harderwijk – is het van belang om de komende jaren structureel aandacht/budget te besteden aan de benodigde organisatiekracht en de bijbehorende kosten. In deze kadernota wordt deze ontwikkeling wederom onder de aandacht gebracht, mede gezien de nog beschikbare bestemmingsreserve van € 500.000,-.

Het is belangrijk om tot een concreet plan van aanpak te komen, zodat we samen toewerken naar een feestelijke en betekenisvolle viering van Harderwijk 800 jaar. OZB systematiek De afgelopen (extreme) jaren zorgde ervoor dat de lokale waardeontwikkeling binnen Harderwijk substantieel hoger heeft gelegen dan de ingeschatte landelijke waardeontwikkeling. De manier en het tijdstip waarop de begroting opgebouwd wordt, zorgt ervoor dat we van de landelijke waardeontwikkeling uit moeten gaan bij het vaststellen van het OZB tarief. Als de lokale waardeontwikkeling hoger ligt, dan heeft dit extra (niet-begrote) inkomsten tot gevolg en vice versa. Echter aan de andere kant wordt Harderwijk voor deze hogere waardeontwikkeling gekort in de algemene uitkering, met een inkomstendaling tot gevolg. De budgettaire effecten zijn vrijwel tegen elkaar weg te strepen en normaal gesproken lagen de landelijke en lokale ontwikkeling niet zo ver uit elkaar. Daardoor is ooit voor deze systematiek gekozen. Door de extreme jaren is de systematiek helemaal uitgespit en gezocht naar alternatieven. Echter is er door de nieuwe financieringssystematiek en de herverdeling van het gemeentefonds geen vergelijkbare historie. Elke keuze nu zou gebaseerd zijn op extreme jaren. Het is daarom van belang om de ontwikkelingen en uitkomsten van het jaar 2025 nog afwachten.

Wellicht is daarna beter te beoordelen of een aanpassing van de systematiek noodzakelijk is. Indexeren van investeringen In de begroting wordt in hoofdstuk 5.1 het Meerjareninvesteringsplan (MIP) opgenomen voor de komende vier jaar. De kredieten die hierin worden opgenomen worden tot op heden niet standaard geïndexeerd. Hierdoor wordt er geen rekening gehouden met inflatie zoals bij de materiële budgetten en zijn de kredietbedragen niet realistisch voor gelijkwaardige vervangingsinvesteringen. De kosten voor vervangingsinvesteringen blijven immers niet gelijk. Tot op heden zorgde dat op hele kleine schaal voor frictie/tekorten op vervangingskredieten waarna verhoging aangevraagd moet worden, maar over het algemeen kwam het goed uit in het geheel (soms hoeft er namelijk ook niet of later - 12 -

vervangen te worden). Naarmate de stad groeit en de investeringen ook toenemen (denk aan IHP en de relatief nieuwe verplichting om alle maatschappelijke nut investeringen, zoals wegen, te activeren) gaat dit een in de toekomst alleen maar meer knellen. Bij het actualiseren van nieuwe plannen, meestal eens in de vier jaar, komt er dan ‘ineens’ een verhoging op de gemeente af. Om ons huishoudboekje op orde te houden is dit geen wenselijke situatie. Het simpelweg jaarlijks indexeren van alle activa legt wellicht onnodig veel beslag op de begrotingsruimte. In deze tijd van ombuigingen is dat ook niet wenselijk. Om in één keer met een goed voorstel te komen die nut, noodzaak en realiteit bij elkaar brengt is ervoor gekozen deze kadernota nog geen aanpassing voor te stellen, en voor het einde van het jaar 2025, in afstemming met auditcommissie, separate besluitvorming in het college te laten plaatsvinden over de systematiek van indexeren waarna dit richting Kadernota 2027 onderdeel kan uit maken van de technische uitgangspunten.

- 13 -

5.

Voorstellen per programma

Onderstaand zijn de aanmeldingen per programma weergegeven waarvan wordt voorgesteld de aanvraag te honoreren.

Programma 0 Bestuur en Ondersteuning Nr. Taakveld

CateOnderwerp gorie

1

0.4 Overhead

1

1

0.4 Overhead

1

2

0.1 Bestuur

2

3

0.1 Bestuur

2

4

0.4 Overhead

2

5

0.2 Burgerzaken

3

6

0.2 Burgerzaken

7 8

I/S

2026

2027

2028

2029

Versnelde afschrijving applicatie Unit4 Versnelde afschrijving applicatie Unit4 Uitvoeringskosten Regioarrangement EHPZ Adviseur Participatie

S

-

-8.000

-6.000

-2.000

I

33.000

91.000

-

-

S

17.000

15.000

95.000

95.000

S

97.000

97.000

97.000

97.000

S

19.000

19.000

19.000

19.000

S

59.200

59.200

114.500

114.500

3

Formatie applicatiebeheer Centric LeefOmgeving (CLO) Strategisch adviseur dienstverlening en contentbeheerder Budget verkiezingen

S

31.000

46.000

31.000

31.000

0.4 Overhead

3

SROI-Coördinator

S

-

20.000

20.000

20.000

0.4 Overhead

3

Aanbesteding Wmo 2026

I

34.000

-

-

-

9

0.4 Overhead

3

S

61.000

61.000

61.000

61.000

10

0.4 Overhead

3

Accountmanager werkgeversdienstverlening Arbeidsdeskundigen

S

-

50.000

50.000

50.000

11

0.4 Overhead

3

S

41.000

41.000

41.000

41.000

12

0.4 Overhead

3

Budget advies, bezwaar beroep Belastingen CyberBeveiligingsWet

I

79.000

-

-

-

13

0.4 Overhead

3

Kwijtschelding Belastingen

S

27.000

27.000

27.000

27.000

14

0.4 Overhead

3

S

33.000

33.000

33.000

33.000

15

0.4 Overhead

3

Optimalisatie uitvoering wet WOZ Personele verzekeringen

S

11.000

11.000

11.000

11.000

16

0.4 Overhead

3

I

8.000

-

-

-

16

0.4 Overhead

3

Incidentele kosten arbeidsmarktcommunicatie Structurele kosten arbeidsmarktcommunicatie Totaal programma 0

S

30.000

30.000

30.000

30.000

580.200

592.200

623.500

627.500

Juridisch/wettelijk verplicht 1. Versnelde afschrijving applicatie Unit4 Wat willen we bereiken? Continuering van de gemeentelijke dienstverlening. Wat gaan wij ervoor doen? Voor de financiële bedrijfsvoering maakt Meerinzicht gebruik van de applicatie Unit4 Financials. Deze applicatie is in 2020 aangekocht vanuit een Europese aanbesteding. Deze applicatie is momenteel on-premise beschikbaar, hierbij is de applicatie geïnstalleerd binnen het serverpark van Meerinzicht. De leverancier Unit4 van de applicatie Unit4 Financials, heeft aangekondigd dat de applicatie vanaf 2026 enkel als SaaS (Software as a Service) beschikbaar wordt gesteld. Dit betekent dat de applicatie wordt 'verhuisd' van de interne systemen naar een Cloud dienst van de leverancier. Voor de aanschaf van Unit4 Financials is in 2021 een krediet (genaamd "decade 2020") geactiveerd van € 463.000,(start jaar afschrijving 2022), met een afschrijvingstermijn van 10 jaar. Doordat vanaf 2026 de Unit4 Financials applicatie wordt afgenomen als SaaS dienst, schrijft de BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten) voor dat de lopende investering versneld afgeschreven moet worden (wettelijke verplichting). Dit betekent concreet dat in 2027 de overgebleven waarde van de investering á € 231.551,- ineens versneld afgeschreven moet worden.

De beschikbare kapitaallasten binnen de begroting I&A is niet voldoende om deze versnelde investering ineens te dekken. De eenmalige projectkosten voor de migratie bedragen € 83.000,-. Tevens leidt de verSaaSing van Unit4 Financials tot een hogere onderhoudslast, daartegenover staat een vrijval van kapitaallasten. Per saldo is dit een structureel voordeel - 14 -

van € 5.000,-, echter daar is een incidentele investering voor benodigd van € 83.000,- in 2026 en € 231.000,- in 2027. Wat mag het kosten? Deze aanvraag volgt vanuit de kadernota Meerinzicht. Voor gemeente Harderwijk specifiek wordt er een incidenteel bedrag gevraagd van € 33.000,- in 2026 en € 91.000,- in 2027. Er kan een voordelige structurele bijstelling plaatsvinden van - € 8.000,- in 2027, aflopend naar - € 2.000,- vanaf 2029.

Voorgenomen besluit 2. Uitvoeringskosten Regioarrangement EHPZ Wat willen we bereiken? Beter samenwerken: Samenwerken in de (EHPZ-)regio (collegeprogramma Vandaag bouwen aan morgen) Wat gaan wij ervoor doen? Bij de uitvoering van het regioarrangement zijn er de volgende speerpunten: - Afronden Toekomstperspectief regio EHPZ, inclusief ruimtelijke puzzel; - Gebiedsopgave 2; - Opstellen en uitvoeren lobby-agenda; - Uitvoeringsagenda; - Actueel overzicht concrete resultaten regiobreed. Wat mag het kosten? Er wordt gevraagd om een structureel bedrag van € 95.000,- vanaf 2028 en een bijstelling van eerdere beschikbaar gestelde bedragen in de jaren 2026 en 2027 van respectievelijk € 17.000,- en € 15.000,-. De uitwerking van de Gebiedsagenda zal in de begroting bruto worden opgenomen. 3. Adviseur Participatie Wat willen we bereiken? Het inbedden van de kennis en expertise rondom participatietrajecten in de ambtelijke organisatie. Wat gaan wij ervoor doen? De Rekenkamer Ermelo-Harderwijk heeft de praktijk van inwonersparticipatie onderzocht.

De centrale vraag in het onderzoek luidde: ¨Hoe is in de gemeente Harderwijk inwoners- en overheidsparticipatie vormgegeven en welke effecten heeft dit op de besluitvorming?¨ De Rekenkamer Ermelo-Harderwijk heeft in het rapport ´Participatie in Harderwijk´ een aantal concrete aanbevelingen gedaan aan het college van B&W over (de inbedding van) participatie in de gemeentelijke organisatie. Het zorgen voor een duidelijk aanspreekpunt binnen de organisatie voor participatietrajecten is een van de aanbevelingen vanuit de rekenkamer. Met het voorstel Adviseur Participatie is geadviseerd om een participatieadviseur aan te stellen als (nieuwe) vakspecialist. Deze functionaris adviseert, coacht, betrekt en ondersteunt de ambtelijke organisatie en het bestuur met betrekking tot participatie. De participatieadviseur ontwerpt trajecten en voert deze trajecten uit. Soms als adviseur, maar soms ook als kartrekker. De adviseur weet wat er speelt in de samenleving en in de projectgroepen. De functionaris kan op verschillende manieren worden ingebed in de ambtelijke organisatie. Wat mag het kosten? Er wordt gevraagd om een structureel bedrag van € 97.000,- vanaf 2026. De aanvraag gaat om 1 FTE formatie.

In de commissie Mens & Maatschappij van 22 mei 2025 is toegezegd om uit te zoeken wat de mogelijkheid is om een Participatie Adviseur te combineren met verschillende participatiecoaches in de organisatie. Dit wordt momenteel onderzocht. Hierbij wordt ook nogmaals bekeken in hoeverre het mogelijk is dit in gezamenlijkheid met gemeenten Ermelo en Zeewolde te doen. Het is hierdoor mogelijk dat het bedrag dat bij deze kadernota structureel aangevraagd wordt niet volledig nodig blijkt te zijn. 4. Formatie applicatiebeheer Centric LeefOmgeving (CLO) Wat willen we bereiken? Continuering van de gemeentelijke dienstverlening. Wat gaan wij ervoor doen? Voor de VTH (Vergunning, Toezicht en Handhaving) processen maakt EHZ gebruikt van de applicatie Centric LeefOmgeving. Vanuit eerdere besluitvorming is 2019 is hiervoor 0,5 fte applicatiebeheer beschikbaar. Met de beperkte formatie was het destijds afdoende om de beperkte werkzaamheden uit te voeren. Door de nieuwe omgevingswet is er een uitgebreidere en complexere applicatie die nu door Harderwijk, Ermelo en Zeewolde wordt gebruikt. Dit vraagt om een nieuwe werkwijze met aangepaste documenten, wettelijke behandeltermijnen en meer beheerwerk. Naast wekelijkse updates en leverancier-notities moeten ook wensen van gebruikers en koppelingen worden geïmplementeerd, mede door extra wettelijke eisen vanuit de omgevingswet en de Woo.

Vanwege de nieuwe omgevingswet en het implementeren van deze nieuwe applicatie, is er een Stuurgroep CLO - 15 -

samengesteld. In de overleggen met de Stuurgroep CLO wordt onder andere gesproken over de harmonisatie van de werkprocessen. De Stuurgroep CLO heeft gezamenlijk onderkend dat de huidige beheersituatie van de applicatie CLO onvoldoende is. Die conclusie heeft ertoe geleid dat met de stuurgroep CLO een voorstel is gemaakt om intensiever in te zetten op de capaciteit van het applicatiebeheer om de stabiliteit en continuïteit te waarborgen en uit te bouwen. Het voorstel voor het uitbreiden van de formatie met 0,5 fte is meermaals besproken met de netwerkdirectie EHZM. Ook de netwerkdirectie EHZM herkent de beperkte capaciteit applicatiebeheer en onderschrijft een geharmoniseerde inrichting waarbij de structurele capaciteit met 0,5 fte applicatiebeheer wordt uitgebreid om de stabiliteit en continuit te waarborgen. Tevens is er daarmee de ruimte om te werken aan structurele verbeteringen in een uniform proces. Wat mag het kosten? Deze aanvraag volgt vanuit de kadernota Meerinzicht. Er wordt aan Harderwijkse bijdrage een structureel bedrag gevraagd van € 19.000,- vanaf 2026.

Overige aanmeldingen 5. Strategisch adviseur dienstverlening en contentbeheerder Wat willen we bereiken? - Uitvoering kunnen geven aan de vraagstukken en richting geven aan de gezamenlijke doelstellingen, ontwikkelen van samenhang en vernieuwing en zorgdragen dat de dienstverlening écht waarde toevoegt voor bewoners en de vier organisaties. - Uitvoering geven aan het contentbeheer van de website inclusief verplichtingen op toegankelijkheid. - Bevorderen en meerwaarde op de (digitale) dienstverlening in samenwerking met Ermelo, Zeewolde en Meerinzicht. Wat gaan wij ervoor doen? - Content beheren en onderhouden. Uitvoering van plan van aanpak op de contentverplichtingen. - Uitvoering en bijdragen leveren op de samenwerking met EHZM op de (programma) dienstverlening - Een strategisch adviseur dienstverlening zorgt voor richting, samenhang en vernieuwing, zodat dienstverlening écht waarde toevoegt voor klant én organisatie. Wat mag het kosten?* Dit voorstel bestaat uit een aantal onderdelen. In de tabel is het effect per saldo weergegeven. Dit effect is een bedrag van € 59.200,- in 2026 en 2027, en een structureel bedrag van € 114.500,- vanaf 2028. Er wordt 1 FTE gevraagd voor een strategisch adviseur dienstverlening en 0,89 FTE voor een contentbeheerder. 6. Budget verkiezingen Wat willen we bereiken? Het budget voor de verkiezingen ophogen door de gestegen kosten.

Het huidige budget verkiezingen volstaat niet meer door gestegen kosten van onder andere; - stembiljetten en de (bezorging van) stempassen en kandidatenlijsten; - kosten voor het plaatsen van de verkiezingsborden; - organisatie van de centrale stemopneming. In het jaar 2027 wordt een hoger bedrag gevraagd omdat in dat jaar de gecombineerde Provinciale Staten/Waterschapsverkiezingen gepland staan. Wat gaan wij ervoor doen? Het budget wordt gevraagd om de gestegen kosten voor de uitvoering van reguliere verkiezingstaken op te vangen. Wat mag het kosten? Er wordt gevraagd om een structureel bedrag van € 31.000,- vanaf 2026. In 2027 is het benodigde bedrag eenmalig hoger, namelijk € 46.000,-. 7. SROI-Coördinator Wat willen we bereiken? Het doel van SROI is om zoveel mogelijk mensen (met een afstand tot de arbeidsmarkt) die zonder reïntegratiesteun niet of moeilijk aan het werk komen, aan werk of werkervaring te helpen. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan om arbeids-stage-, proef-, of leerwerkplaatsen. Wat gaan wij ervoor doen? Onderdeel van het regionale inkoopbeleid van de deelnemende gemeenten van de ISNV is om Social Return on Investment (SROI) bij inkoop en aanbestedingen toe te passen. Hierbij stelt de gemeente als aanbestedende dienst als eis dat de gegunde partij een bepaald percentage (meestal 5%) van de opdrachtsom besteedt aan SROI.

De colleges van de gemeente Ermelo, Harderwijk en Zeewolde hebben op basis van het college advies Social Return (maart 2022) besloten in te stemmen met het aanstellen van een 0,5 fte coördinator SROI (schaal 10) in 2022. Deze - 16 -

functionaris fungeert als eerste aanspreekpunt en trekker voor SROI projecten in de gemeenten Ermelo, Harderwijk en Zeewolde. Daarnaast draagt hij/zij bij aan de inbedding van SROI bij deze gemeenten. Ten slotte heeft de SROI coördinator een verbindende rol bij inkooptrajecten en heeft verbinding met het expertisepunt SROI in de arbeidsmarktregio. Aangezien SROI uitvoering een onderdeel is van het vastgestelde inkoopbeleid, wordt voorgesteld dit structureel in de begroting te verwerken. Wat mag het kosten? Deze aanvraag volgt vanuit de kadernota Meerinzicht. Er wordt aan Harderwijkse bijdrage gevraagd om een structureel bedrag van € 20.000,-, vanaf 2027. 8. Aanbesteding Wmo 2026 Wat willen we bereiken? Rechtmatigheid en doelmatig inzet Wmo middelen in het kader van aanbesteding. Wat gaan wij ervoor doen? De aanbesteding zelf is regulier werk van zowel inkoop als CM/CB als beleid. Mede vanwege de nieuwe aanbesteding voor vervoer is het goed om het vervoersbestand te actualiseren: - Opschonen van huidige bestand d.m.v. eventueel heronderzoeken. - Dit i.c.m. voorlichting aan de (nieuwe) inwoners (communicatie strategie aanpassen aan de nota sociaal domein) d.m.v. ontwikkelen routekaart vervoer. - kosten routekaart: 25k; kosten heronderzoek, bij 1300 hulpmiddelen (uitstaande bestand bij Medipoint RSR) +/ 30 min per hulpmiddel = 35000. De routekaart heeft o.a.

als doel om de gedachte van de nota Sociaal Domein meer naar voren te brengen. Door een routekaart te ontwikkelen die toegankelijk is voor alle inwoners willen we inwoners in eerste instantie wijzen op eigen kracht, samenkracht en vervolgens op voorliggende voorzieningen. Wanneer uit het doorlopen van de route blijkt dat de klant mogelijk echt aangewezen is op een Wmo voorziening wordt de inwoner uiteraard doorgezet naar de intake en gaan we onderzoeken in hoeverre de inwoner gecompenseerd dient te worden. In de huidige situatie zien we dat veel inwoners al direct een melding doen. Wat mag het kosten? Deze aanvraag volgt vanuit de kadernota Meerinzicht. Er wordt aan Harderwijkse bijdrage een incidenteel bedrag gevraagd van € 34.000,- in 2026. 9. Accountmanager werkgeversdienstverlening Wat willen we bereiken? Meer ondernemers voelen zich ontzorgd als zij werkzoekenden vanuit de bijstand in dienst nemen. - Van werkzoekenden die binnen twee jaar betaald werk bij een reguliere werkgever kunnen aanvaarden, stroomt 50% naar werk waarvan 80% structureel. - Meer inwoners vinden (onbetaald) werk via re-integratie op basis van hun arbeidsvermogen, capaciteiten en talenten. Wat gaan wij ervoor doen? In april 2024 is met behulp van de ESF middelen een accountmanager werkgeverdienstverlening aangesteld bij Meerinzicht.

De accountmanager werkt vanuit het Werkgevers Service Punt (WSP) Noord Veluwe, maar is gericht op.de gemeenten Ermelo, Harderwijk en Zeewolde. In 2024 hebben we gemerkt dat de accountmanager de doelen bereikt die vooraf opgesteld zijn: meer bekendheid bij werkgevers, een groter netwerk van betrokken werkgevers en meer verbinding tussen het WSP en de interne organisaties van EHZM. Ook voorziet de accountmanager in meer inzicht bij de betrokken medewerkers over wat de vragen en behoeften van werkgevers zijn. Deze aanvraag beoogt de functie structureel te borgen. Hiermee is een structurele invulling van een contactpersoon tussen de gemeenten en de werkgevers garandeert en kan de functie doorontwikkelen. Wat mag het kosten? Deze aanvraag volgt vanuit de kadernota Meerinzicht. Er wordt aan Harderwijkse bijdrage een structureel bedrag gevraagd van € 61.000,- vanaf 2026. 10. Arbeidsdeskundigen Wat willen we bereiken? - Uitvoering Nota Sociaal domein - Loonwaardemetingen. - De doelgroep toeleiden naar gepast werk. Wat gaan wij ervoor doen? De arbeidsdeskundigen adviseren de klantmanagers over het plaatsen van een klant naar werk of een traject en bij het aanvragen van een medisch advies of beoordeling van het arbeidsvermogen. Daar waar nodig adviseren ze de klantmanagers t.a.v. complexe trajecten, met name daar waar sprake is van personen met een beperking.

Ze beoordelen hierbij mede de mogelijkheid tot het verrichten van (betaalde) arbeid in relatie tot de vastgestelde mate van - 17 -

arbeidsgeschiktheid en, indien van toepassing, de bestaande werkplek. Ze geven ook uitvoering aan de reintegratieverplichting t.b.v. medewerkers die, met een indicatie doelgroep register en Beschut Werk, ziek uit dienst gaan. Dit valt namelijk onder de taakstelling van de gemeente. Ook spelen ze een rol bij de voorlichting en informatie aan werkgevers in relatie tot het in dienst nemen van een arbeidsbeperkte medewerker zoals bijvoorbeeld de No risk polis en bepaalde belastingvoordelen. In relatie tot Beschut werken en indicatie Banenafspraken stellen ze de aanvraag op bij de beoordeling van het arbeidsvermogen bij het UWV. Naast deze adviseringstaken, die verbonden zijn aan de wettelijke taken, verrichten ze in dat kader de loonwaardemetingen. Daarnaast zal deze adviseur de WMO klantmanager ondersteunen bij de vraag of dagbesteding passend is of ondersteuning bieden bij complexe trajecten. Tot slot geven ze input aan beleidsadviseurs over aanpassingen en/of verbeteringen van gemeentelijk sociaal Beleid. Met name als het gaat over Arbeidsmatige dagbesteding, Beschut Werk en Doelgroep register. Dit betekent dat bij met name Participatie, maar ook bij de Wmo en Jeugd de arbeidsdeskundigen een overstijgende adviseursrol vervullen. Gelet op de hoeveelheid aan taken in relatie tot de formatie die er voor staat, komt de adviseurs rol in het gedrang.

Ook omdat de positie en de taken van de arbeidsdeskundigen momenteel nog niet optimaal is belegd. Dit kan in het complete participatieproces verbeterd worden. De grootste bottleneck is op dit moment het aantal loonwaardemetingen. Met ongeveer 100 loonwaardemetingen op jaarbasis is dit gelet op het takenpakket en de formatie (1,4 fte) te veel. Gelet op het huidige takenpakket, is het nodig om de formatie uit te breiden met 1 fte. Alternatief is om de loonwaardemetingen uit te besteden. De arbeidsdeskundigen van Meerinzicht controleren hierbij wel de uitvoering hiervan. Dit alternatief vraagt financieel dezelfde investering. Wat mag het kosten? Deze aanvraag volgt vanuit de kadernota Meerinzicht. Er wordt aan Harderwijk een structureel bedrag gevraagd van totaal € 50.000,- vanaf jaar 2027. 11. Budget advies, bezwaar beroep Belastingen Wat willen we bereiken? Voldoen aan de wettelijke eisen voor tijdig, volledig en juiste afhandeling van bezwaarschriften. Wat gaan wij ervoor doen? In verband met de stijging van het aantal inwoners van circa 10.000 in het verzorgingsgebied EHZ en het aantal objecten (woningen) en bedrijven (niet-woningen) van circa 4.000 ten opzichte van de start van Meerinzicht in 2015, zien we het aantal bezwaarschiften, beroepschriften en kostenvergoedingen zeker de laatste jaren toenemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=18556d5d-a0a3-4922-b6f0-de13dd403da2