CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota 2024-2027

Raadsvergadering 7 september 2023, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Debat Kadernota 2024-202723.629 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Kadernota 2024-2027

Inhoudsopgave 1.

Voorwoord -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 3 -

2.

Financieel perspectief ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ 4 -

3.

Technische kaders en overige uitgangspunten ---------------------------------------------------------------------------------------------- 8 -

4.

Voorstellen per programma ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 1 Programma 0 Bestuur en Ondersteuning -------------------------------------------------------------------------------------------------------- 1 Programma 1 Openbare orde en veiligheid ----------------------------------------------------------------------------------------------------- 6 Programma 2 Verkeer, vervoer en waterstaat ------------------------------------------------------------------------------------------------- 7 Programma 3 Economie----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 10 Programma 4 Onderwijs ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 13 Programma 5 Sport, cultuur en recreatie ------------------------------------------------------------------------------------------------------ 14 Programma 6 Sociaal domein --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 18 Programma 7 Duurzaamheid en milieu--------------------------------------------------------------------------------------------------------- 22 Programma 8 Ruimte en wonen

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ 24 Bijlage 1 Totaaltabel gehonoreerd--------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 28 Bijlage 2 Niet gehonoreerde aanmeldingen --------------------------------------------------------------------------------------------------- 32 -

2. Voorwoord Harderwijk, juli 2023 Inleiding De afgelopen 10 jaar ging het de gemeente Harderwijk financieel voor de wind. Ook afgelopen jaar konden we het jaar weer positief afsluiten. Door onze ruime financiële positie konden we veel investeringen doen, zoals in de boulevard, het strandeiland, het Crescentpark, De Roef en nog veel meer. Hiermee is onze gemeente een aantrekkelijke gemeente voor onze eigen inwoners, maar ook voor mensen van buiten. Deze investeringen hebben we kunnen doen, zonder hiervoor de rekening een op een bij de inwoners neer te leggen. Harderwijk is dan ook een van de goedkoopste gemeenten van Gelderland als het gaat om onze woonlasten. Daar mogen we best trots op zijn! Financiële uitdaging De afgelopen jaren waarschuwden mijn voorganger en ik al vaker dat er financieel uitdagender tijden aankomen. Het Rijk gaat de gemeenten en provincies vanaf 2026 fors korten in het gemeentefonds. Dit betekent dat er minder geld binnenkomt om onze taken uit te voeren en plannen te realiseren, terwijl onze taken als gemeente niet minder worden. Gemeenten lobbyen op dit moment flink bij het Rijk om de voorgenomen bezuiniging op het gemeentefonds terug te draaien. Voor de jaren 2024 en 2025 merken we al dat we een eerste pas op de plaats moeten maken. We krijgen namelijk onvoldoende middelen vanuit het Rijk om de gestegen lonen en prijzen te compenseren.

Door de gestegen WOZ-waarde worden gemeenten ook nog extra gekort door het Rijk. En die WOZ-waarde is in Harderwijk nou net extra hard gestegen. Dit betekent dat we nu al keuzes moeten maken. We willen dit vooral doen in de begroting van de gemeente. We leggen de rekening zo min mogelijk neer bij onze inwoners, ondernemers en organisaties. Zoals ik al aangaf, verwachten we een fors tekort in de begroting voor 2026 en 2027, dat oploopt naar € 7 tot 8 mln in 2027. Als het Rijk ons hier niet voor compenseert, moeten we de komende jaren forse ingrepen doen in ons huishoudboekje. De ingrepen kunnen ervoor zorgen dat we ambities moeten bijstellen. Dat we bepaalde taken en diensten minder of niet meer doen en minder initiatieven ondersteunen. Het kan ook betekenen, dat we onze inkomsten moeten verhogen. Hoe dan ook, we zullen het effect allemaal gaan merken. We willen onze begroting sluitend hebben, omdat we toekomstige generaties niet met de rekening willen opzadelen. Een sluitende begroting is absoluut noodzakelijk. Alleen dan kunnen we belangrijke voorzieningen blijven bieden aan de inwoners van Harderwijk en Hierden. Nu én in de toekomst. Huishoudboekje op orde Afgelopen periode zijn we gestart met het project ‘Huishoudboekje op orde’.

Dat geeft overzicht over de ontwikkelingen en uitdagingen die nog op ons af komen, hoe robuust onze begroting is en wat de spreekwoordelijke knoppen zijn waaraan we kunnen draaien. Dit helpt ons de juiste keuzes te maken en tot een sluitende begroting te komen. Aan het eind van het jaar verwachten we dit project grotendeels afgerond te hebben. Namens het college van Burgemeester en wethouders, Wilco Mazier Wethouder financiën

“Als je de richting van de wind niet kan veranderen, verander dan de stand van je zeilen.“

3. Financieel perspectief Algemeen In dit hoofdstuk gaan wij op hoofdlijnen in op de financiële positie van de gemeente. Startpunt is het meerjarenperspectief op basis van de begroting 2023-2026. Aangevuld met de begrotingswijzigingen in de periode november 2022 – mei 2023, de uitkomsten van de jaarrekening 2022, de 1e tussentijdse rapportage 2023, de meicirculaire 2023 zijn dit de bouwstenen voor de Kadernota 2024-2027. Hierbij dient wel vermeld te worden dat de uitkomsten van al deze bouwstenen nog niet in de Raad zijn besloten ten tijde van het collegebesluit over deze Kadernota 2024-2027. Weerstandscapaciteit uit Jaarrekening 2022 In de volgende tabel is de stand van zaken van het weerstandscapaciteit weergegeven, gebaseerd op de gegevens jaarrekening 2022. (bedragen x € 1.000)

Beschikbare weerstandscapaciteit

Stand 31-12-2022

Incidenteel Algemene reserve Subtotaal incidenteel Structureel Onvoorzien Subtotaal structureel Beschikbare weerstandscapaciteit

Rekeningresultaat 2022

Prognose stand na verwerking resultaat/claims

Claims op reserve

44.442 44.442

9.584 9.584

29.739 29.739

24.287 24.287

161 161 44.603

n.v.t. +/+ 9.584

n.v.t. -/- 29.739

161 161 24.448

Geïdentificeerde risico’s n.a.v. actualisatie eind 2022

Overschot / tekort

Ratio weerstandsvermogen

24.287 24.287

20.841 20.841

3.446 3.446

161 161 24.448

n.v.t.

161 161 3.607

(bedragen x € 1.000)

Berekening weerstandsvermogen

Prognose stand na verwerking resultaat/claims

Incidenteel Algemene reserve Subtotaal incidenteel Structureel Onvoorzien Subtotaal structureel Totaal structureel en incidenteel

-/- 20.841

1,2

1,2

Uit bovenstaande tabel blijkt dat er een surplus is van € 3.446.000,- om incidenteel in te zetten. Het begrotingssaldo 2023 wat gepresenteerd is in de 1ste tussentijdse rapportage legt daar nog wel een claim op van € 207.000,- waardoor er in deze kadernota uitgegaan wordt van € 3.239.000,- vrij besteedbaar vermogen. Vertrekpunt Kadernota 2024-2027 (Bedragen * € 1.000)

Overzicht structurele financiële ruimte

2024

2025

2026

2027

Begrotingssaldo (boekwerk en voorgestelde besluitvorming 2023-2026)

€

1.934

€

4.120

€

-1.953

€

-4.970

Amendement begroting 2023-2026

€

600

€

600

€

600

€

600

Collegeprogramma en overige aanmeldingen (boekwerk 20232026)

€

-2.635

€

-2.428

€

-552

€

-626

Septembercirculaire 2022

€

795

€

296

€

1.173

€

1.173

Uitkomst 2de bestuursrapportage 2022

€

-112

€

-117

€

-117

€

-117

Decembercirculaire 2022

€

-1

€

-1

€

-

€

-

Bestuursrapportage MIZ 2022

€

-60

€

-5

€

42

€

52

Uitkomst 1 tussentijdse rapportage 2022

€

-798

€

-862

€

-867

€

-853

Budgettair effect meicirculaire 2023 (advisering met duiding volgt)

€

183

€

625

€

270

€

2.779

Benodigde begrotingsruimte actualisatie (incl. gemeenschappelijke regelingen, indexatie en OZB)

€

-827

€

-1.442

€

-2.117

€

-2.401

Totaal beschikbare structurele middelen

€

-921

€

787

€

-3.520

€

-4.363

e

Overzicht incidentele financiële ruimte

2024

2025

Totaal beschikbare algemene reserve bij Jaarrekening 2022

€

3.446

Claim negatief begrotingssaldo 2023 (1e tussentijdse rapportage)

€

-207

Totaal beschikbare algemene reserve voor Kadernota

€

3.239

2026

2027

Toelichting op vertrekpunt voor de Kadernota Meicirculaire 2023 en Benodigde begrotingsruimte voor actualisatie Op het moment van aanbieden van de Kadernota is de advisering over de meicirculaire nog niet in het college of de raad geweest, het zou kunnen dat er niet conform besloten wordt. De algemene tendens is, zoals reeds aangekondigd, dat de meicirculaire veel minder dekking geeft voor indexatie dan gemeenten daadwerkelijk hebben. Onder andere Gemeenschappelijke regelingen en CAO’s worden hoger afgesloten dan de compensatie die de gemeenten krijgen. Voorgaande jaren werd dit effect gedempt door de extra middelen die gemeenten kregen. Dit jaar is dat niet zo. Daarnaast heeft het Rijk de beloofde bijstelling van indexatie voor 2022 flink naar beneden bijgesteld. Dit betekent dat er in de meicirculaire niet voldoende dekking zit om in te kunnen zetten bij het actualiseren van de begroting 2024. Daarom is een extra regel aan het financieel perspectief toegevoegd met een inschatting van de benodigde begrotingsruimte voor actualisatie. Effect opbouw OZB begroting 2024 In de meicirculaire wordt een macro (landelijke) waardeontwikkeling geschetst van de woning- en niet woningwaarde in Nederland. De WOZ is een communicerend vat met het gemeentefonds. De WOZ waarde in een gemeente, heeft namelijk directe gevolgen voor de omvang van de algemene uitkering uit het gemeentefonds.

In de meicirculaire 2022 was de inschatting vanuit het Rijk dat de waardeontwikkeling op macro (landelijk) niveau 13,5% zou zijn. Echter is de daadwerkelijke waardeontwikkeling binnen Harderwijk 22,5% in 2023. Door dit verschil doet zich nu de volgende situatie voor: In de begroting 2024 wordt het OZB-tarief berekend op basis van de werkelijke (Harderwijkse) waardestijging van 2023, gecorrigeerd voor de verwachte waardestijging 2024 uit de meicirculaire en wordt vervolgens trendmatig (=3%) verhoogd op begrotingsbasis. Dit is altijd de werkwijze geweest. Door de extreme waardestijging in Harderwijk zit er nu een groot verschil tussen de macro (landelijk) inschatting van 2023 en de werkelijke stijging. Het gevolg hiervan is dat de OZB opbrengsten binnen Harderwijk meer stijgen dan trendmatig ten opzicht van begroting 2023, omdat de werkelijke waardeontwikkeling 2023 hoger lag. Anderzijds betekent dit ook een hogere korting (nadeel) binnen de algemene uitkering. Door de begroting 2024 op te bouwen op de werkelijkheid van 2023 betekent dit in feite een OZB verhoging voor de inwoner. Het Rijk rekent erop dat gemeenten een bepaald niveau van inkomsten halen uit de OZB gekoppeld aan de WOZ en korten gemeenten hierop in de algemene uitkering. Het nadeel is groter dan het voordeel.

Hierdoor is er per saldo geen OZB over om aan inwoners terug te geven over 2023, terwijl ze het wel gevoeld hebben in de portemonnee. In het kader van transparantie willen we dit duidelijk aan de voorkant meegeven. Er wijzigt niks aan de systematiek die Harderwijk hanteert ten opzicht van voorgaande jaren: niet meer dan trendmatig verhogen in de begroting o.b.v. landelijke inschatting voor waardestijging, maar door de extreme jaren kan dit in werkelijkheid anders uitpakken en meer of minder trendmatig worden afhankelijk van of de waardestijging/danwel daling correct is ingeschat. Samenvatting voorgestelde te honoreren aanmeldingen: (Bedragen * € 1.000)

Overzicht effecten voorgestelde te honoreren aanmeldingen

2024

2025

2026

2027

Effecten Kadernota 2024-2027 (structureel) Juridisch verplicht (structureel)

€

-22

€

-44

€

-60

€

-76

Voorgenomen besluit (structureel)

€

-90

€

-132

€

-189

€

-189

Integraal Huisvestingsplan (beslag op structurele begrotingsruimte)

€

-1.127

€

-1.127

€

-1.127

€

-1.127

Overige aanmeldingen (structureel)

€

-154

€

-186

€

-292

€

-273

Totaal voorgestelde te honoreren aanmeldingen (structureel)

€

-1.393

€

-1.490

€

-1.669

€

-1.666

Effecten Kadernota 2024-2027 (incidenteel)

Juridisch verplicht (incidenteel)

€

-

€

-

€

-

€

-

Voorgenomen besluit (incidenteel)

€

-521

€

-299

€

-144

€

-

Integraal Huisvestingsplan (vrijval in incidentele begrotingsruimte)

€

1.127

€

1.127

€

1.127

€

1.127

Overige aanmeldingen (incidenteel)

€

-2.374

€

-1.883

€

-1.657

€

-1.089

Totaal aanmeldingen (incidenteel)

€

-1.768

€

-1.055

€

-674

€

38

Dekkingsvoorstellen & financieel perspectief na Kadernota 2024-2027 (Bedragen * € 1.000)

Dekkingsvoorstellen (structureel)

2024

2025

2026

2027

1. Uitstel structurele dekking IHP voor twee jaar

€

1.127

€

1.127

€

-

€

-

2. Parkeerindexatie naar elke 2 jaar 5%

€

100

€

-

€

100

€

100

3. Inzet middelen hervormingsagenda jeugd

€

290

€

367

€

-

€

-

4. Bestaande formatie inbrengen in SPUK klimaatakkoordgelden CDOKE

€

250

€

250

€

250

€

250

5. BCF stelpost ophogen

€

500

€

500

€

-

€

-

6. Niet indexeren materiële budgetten

€

250

€

250

€

250

€

250

Totaal dekkingsvoorstel structureel

€

2.517

€

2.494

€

600

€

600

(Bedragen * € 1.000)

Dekkingsvoorstellen (incidenteel)

2024

2025

1. Uitstel structurele dekking IHP --> terugdraaien incidentele begrotingsruimte

€

-1.127

7. Inzet vrijval "tegemoetkoming energielasten"

€

500

8. Inzet Algemene Reserve (max de nog beschikbare middelen)

€

Totaal dekkingsvoorstel incidenteel

€

2026

€

-1.127

2.395

€

844

1.768

€

-283

2027

€

-

€

-

€

-

€

-

(Bedragen * € 1.000)

Samenvattend overzicht

2024

2025

2026

2027

Totaal beschikbare structurele middelen

€

-921

€

787

€

-3.520

€

-4.363

Totaal voorgestelde te honoreren aanmeldingen (STRUCTUREEL)

€

-1.393

€

-1.490

€

-1.669

€

-1.666

Totaal dekkingsvoorstel structureel

€

2.517

€

2.494

€

600

€

600

Totaal voorgestelde te honoreren aanmeldingen (INCIDENTEEL)

€

-1.768

€

-1.055

€

-674

€

38

Totaal dekkingsvoorstel incidenteel

€

1.768

€

-283

€

-

€

-

Totaal begrotingssaldo na Kadernota 20242027

€

203

€

453

€

-5.263

€

-5.428

Beschikbare vrije ruimte algemene reserve na Kadernota 2024-2027

€

-

Toelichting op het dekkingsvoorstel (conform nummering): 1. IHP structureel dekken uitstellen Het Integraal Huisvestingsplan wat in de Raad is vastgesteld legt een beslag op onze structurele middelen van ca. 1,1 miljoen. Vanaf 2028 groeit dit in tot 2038. Echter kunnen er dus nu geen structurele andere verplichtingen aangegaan worden voor dit bedrag en kan dit bedrag alleen jaarlijks incidenteel ingezet worden. Het uitstellen van de dekking is mogelijk theoretisch gezien, omdat de structurele lasten er nu ook nog niet werkelijk zijn en het college geeft aan dit te willen betrekken in de ombuigingsopgave vanaf 2026. 2. Parkeertarieven elke 2 jaar indexeren met 5% Op dit moment worden parkeertarieven eenmaal in de 3 jaar geïndexeerd met 5%. In het licht van de financiële positie en de sterke inflatie heeft het college er nu al voor gekozen om de parkeertarieven elke 2 jaar met 5% te indexeren in plaats van pas bij een eventuele herziening van het parkeerbeleid.. 3. Middelen Hervormingsagenda Jeugd inzetten ter dekking De middelen voor de Hervormingsagenda Jeugd zijn tot op heden voor 75% geraamd in de begroting. In de meicirculaire zijn de middelen voor 2024 en 2025 toegekend en kan deze dus voor 100% geraamd worden. Het voorstel ziet erop toe een gedeelte van deze middelen vrij te laten vallen ter dekking van de begroting (waar sociaal domein en jeugd onderdeel van uitmaken).

Overigens worden een tweetal aanmeldingen (Individuele begeleiding jongeren in het voorveld & preventie jongeren voortgezet onderwijs) al direct gedekt uit deze middelen voor 2024, bovenop de voorgestelde vrijval. 4. Bestaande formatie inbrengen in SPUK gelden klimaatakkoord (CDOKE) De gemeente krijgt ca. €800.000,- de zogenoemde klimaatakkoordgelden. Dit is een tijdelijke regeling ten behoeve van decentrale overheden voor de inzet van capaciteit voor klimaat- en energiebeleid. De provincie heeft onlangs een richtlijn uitgebracht waarin is aangegeven dat deze gelden structureel geoormerkt mogen worden t/m in ieder geval 2027. De bestaande capaciteit die waarschijnlijk toegeschreven mag worden op deze specifieke uitkering (SPUK) wordt ingeschat op € 250.000,-. Dit betekent dat jaarlijks ca. € 250.000,- van onze huidige begroting vrij komt om in te kunnen zetten als algemeen dekkingsmiddel. 5. BCF stelpost ophogen Het is toegestaan een stelpost voor onderuitputting van het BTW compensatiefonds op te nemen voor € 800.000,- t.o.v. de € 300.000,- die momenteel is opgenomen in de begroting. Dit is aangekondigd in de meicirculaire.

Het college heeft ervoor gekozen dit te doen en op te hogen met €500.000 tot in totaal €800.000 omdat in 2022 inderdaad 800.000,- is ontvangen en dit in de eerste twee jaarschijven de ruimte biedt die benodigd is om een structureel sluitende 2024 en 2025 aan te bieden. 6. Materiële budgetten niet indexeren Net zoals bij de ombuigingsoperatie van 2022 is er voor gekozen om de last te delen en de materiële budgetten niet te indexeren. Een aantal budgetten staan met de huidige inflatie al onder druk. Niet indexeren (nadat in 2022 ook al niet geïndexeerd was) zorgt ervoor dat de druk verder toeneemt. De organisatie zal hier concreet actie op moeten nemen om binnen budget te blijven. Er zal scherper binnen het geheel van een taakveld geanalyseerd moeten worden waar ruimte zit om de druk op te vangen. Echter is in het licht van de financiële positie deze keuze voorgesteld door het college. 7. Inzet vrijval tegemoetkoming energielasten Er is bij de begroting 2023 een bestemmingsreserve ingesteld voor een tegemoetkoming in de energielasten. Nadien heeft ook de Provincie een subsidie hiervoor ter beschikking gesteld. En zijn er regelingen vanuit het Rijk beschikbaar. Al met al wordt er voor dit bedrag geen aanspraak gemaakt op de regeling en kan bij de begroting 2024 vrij vallen en ingezet worden als incidentele dekking. 8.

Inzet surplus Algemene Reserve Het surplus op de Algemene Reserve, het gedeelte boven de weerstandsratio van 1,0, wordt ingezet ter dekking van de incidentele aanmeldingen.

4.

Technische kaders en overige uitgangspunten

Jaarlijks worden bij de Kadernota de richtlijnen geformuleerd voor het nieuwe begrotingsjaar en de op te stellen begroting. Dit betreffen niet alleen financiële kaders voor het opstellen van de begroting, maar ook kaders voor bepaalde handelingen gedurende het begrotingsjaar. Indeling De programmabegroting 2024 – 2027 wordt opgesteld op basis van de bestaande programma-indeling conform BBV en heeft als basis het Collegeprogramma 2022 – 2026. Begrotingsevenwicht Het uitgangspunt voor meerjarenbegroting 2024-2027 is een begroting te presenteren die in jaarschijf 2024 en jaarschijf 2025 in structureel en reëel evenwicht is. Dit betekent dat er geen meerjarig sluitende begroting gepresenteerd wordt. Dit heeft onder andere te maken met de forse dip in het accres waarover de gemeenten en het Rijk nog onderhandelingen voeren. Na het aannemen van de resolutie, de motie Beesel én de motie Leidschendam-Voorburg op de VNG ledenvergadering zijn alle uitkomsten mogelijk. Het nu al inzetten op meerjarig sluitende begroting vraagt teveel ongefundeerde keuzes. Dit betekent niet dat we de komende tijd gaan afwachten, maar onderzoek doen naar de keuzes die gemaakt kunnen worden om ons huishoudboekje nu en in de toekomst gezond te houden. Begrotingssaldo Het voordelig of nadelig begrotingssaldo, wordt toegevoegd of onttrokken uit de algemene reserve.

Categorisering van aanmeldingen Aanmeldingen voor nieuw beleid zijn als volgt gecategoriseerd in de kadernota: 1. Juridische/wettelijke verplichtingen: Er is geen twijfel en ook geen keuze. Het is feitelijk in rechte afdwingbaar. Deze categorie staat niet meer ter discussie over bedrag én inhoud. Bijvoorbeeld afgesloten contracten en overeenkomsten met derden. 2. Voorgenomen besluiten B&W en/of Raad: Onderwerpen waarbij het college en/of de raad expliciet heeft besloten dit integraal af te wegen nieuw beleid mee te nemen in de Kadernota. Het college en/of de raad staat hier sympathiek tegenover. De onderwerpen staan nog ter discussie en maken onderdeel uit van de integrale afweging. 3. Overige voorstellen, projecten, activiteiten en aanmeldingen: Dit zijn volledig nieuwe onderwerpen welke niet eerder ter besluitvorming in het college/raad zijn geweest. Dit kan ook (een intensivering van) bestaand beleid zijn dat om extra middelen vraagt. Deze categorie maakt onderdeel uit van de integrale afweging Nieuw beleid en integrale afweging De Kadernota is hét moment voor de integrale afweging en het maken van keuzes. Door het jaar heen worden verschillende beleidsstukken aangeboden aan de raad. Niet ieder voorstel dient nog onderdeel uit te maken van de integrale afweging.

Voor het vaststellen van nieuw beleid zijn er drie opties: Nieuw beleid zonder financiële consequenties (of oud voor nieuw)  kan direct vastgesteld worden maakt geen onderdeel uit van de integrale afweging. Nieuw beleid met budgettaire consequenties die onderdeel moeten uitmaken van de integrale afweging  dit is een voorgenomen besluit, het beleid wordt pas definitief na dekking in de kadernota (categorie 2). Nieuw beleid met budgettaire consequenties die geen onderdeel meer uitmaken van de integrale afweging  beleid én de algemene dekkingsmiddelen direct vaststellen (direct verwerken in de lopende meerjarenbegroting en niet meer aanmelden voor de kadernota). Dit dient een uitzondering te zijn daar voorbij gegaan wordt aan een integrale afweging van beleid én middelen. In een raadsvoorstel over nieuw beleid zal de volgende financiële kanttekening komen te staan: Dit besluit wordt genomen zonder integrale afweging van middelen en actuele financiële positie van de gemeente. De impact van dit besluit zal onderdeel uitmaken van het financiële vertrekpunt bij de eerstvolgende kadernota. Indien het begrotingssaldo negatief is danwel de weerstandsratio onder de 1,0 zakt, zullen er keuzes gemaakt moeten worden om dit te herstellen. Algemene uitkering Gemeentefonds Meerjarig wordt de raming van de algemene uitkering gebaseerd op de gegevens uit de Meicirculaire Gemeentefonds.

Dit is in lijn met de toetsingscriteria voor het repressief toezicht van de provincie. Middelen die beschikbaar worden gesteld voor nieuwe taken (taakmutaties), worden voor maximaal 1 jaar voor het betreffende beleidsdoel opzij gezet. Dit in afwachting van een nader bestuurlijk advies aan college en raad, waarbij deze bedragen als dekkingsmiddel kunnen worden ingezet.

Stelpost onvoorzien Door de hele cyclus heen gelden enkele uitgangspunten in relatie tot onvoorziene ontwikkelingen en het karakter van incidenteel. Hierbij worden er drie criteria gehanteerd waarmee gekeken wordt of een gebeurtenis al dan niet onvoorzien is. Om van de stelpost gebruik te kunnen maken, moet er aan drie criteria voldaan worden: � onvoorzien � onvermijdbaar � onuitstelbaar Aan alle 3 de criteria moet worden voldaan en dat wordt onderbouwd in een apart collegevoorstel en besluit. Wordt aan de criteria voldaan, dan kan er een beroep worden gedaan op de stelpost onvoorzien (een collegebevoegdheid). Weerstandsvermogen In de Nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement 2019-2021 is vastgelegd een ratio te hanteren van 1,0. Dit valt binnen waarderingsschaal C (=voldoende) op basis van het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtskader van de provincie Gelderland. Dit is ook het uitgangspunt voor de begroting. De algemene reserve kan gebruikt worden om risico’s op te vangen en is in principe door de raad vrij te besteden boven de benodigde weerstandscapaciteit Indexatie Voor de verwerking van loon- en prijsontwikkeling wordt aangesloten bij de indexatiecijfers van de Meicirculaire Gemeentefonds 2023. Dit betreft een percentage voor indexatie van de lonen én een percentage voor indexatie van materiële budgetten.

Voor de indexatie van materiële budgetten wordt aangesloten bij het genoemde percentage voor Prijs bruto binnenlands product (pbbp) voor 2024 en is 3,0% en voor lonen wordt aangesloten bij de loonvoet sector overheid 2024 en is 5,2% (dit wordt op een stelpost geplaatst totdat de CAO 2024 bekend is). De subsidiebedragen worden jaarlijks geïndexeerd op basis van indexatiepercentage voor materiële budgetten tenzij er in de subsidiebeschikking separate afspraken zijn gemaakt. Soort budget

Percentage indexatie

Materiële budgetten

3%

Lonen

Stelpost opnemen op basis van 5,2%

Subsidies

3%

Uitzonderingen Tenzij nieuwe CAO reeds bekend is, dan op basis van nieuwe CAO Tenzij separate afspraken gemaakt in beschikkingen.

Rente Jaarlijks wordt bij de begroting de interne rekenrente berekend op basis van de reële rentelasten via de systematiek van renteomslag. Bij nieuwe investeringen worden de kapitaallasten berekend op basis van de bij de begroting te berekenen interne rekenrente. De voorgestelde kapitaallasten bij de in deze kadernota gepresenteerde voorstellen zijn doorgerekend met de inschatting van de rekenrente op basis van de jaarrekening en reeds aangetrokken leningen en bedraagt 0,5%. Indien deze bij het opstellen van de begroting afwijkt worden de kapitaallast berekeningen ook bijgesteld. In een stijgende rentemarkt zorgt deze methodiek ervoor dat er wellicht niet genoeg rentelasten gereserveerd worden in de begroting en bij herfinanciering danwel het aantrekken van nieuwe benodigde liquiditeit er ruimte in de begroting gecreëerd moet worden. Het advies is daarom om te werken met de volgens de BBV toe te rekenen rente aan een actief én d.m.v. actuele liquiditeitsprognoses in te schatten of rentelasten begroot moeten worden (structureel). In het weerstandsvermogen zit reeds een risico opgenomen voor renteschommelingen (incidenteel). Huidige situatie: Op basis van de actuele liquiditeitsprognose is de verwachting dat vanaf jaarschijf 2026 mogelijk een lening afgesloten moet worden à ca. €15 miljoen (conform de advisering bij het aantrekken van de laatste lening, maart 2023).

Indien op basis van de huidige rentestand (3,75%) langlopende lening afgesloten moet worden betekent dat er rentelasten begroot moeten worden van ca. € 500.000,-. Treasury is van vele factoren afhankelijk, zoals looptijd van leningen, herfinanciering, te ontvangen rente, rentemarkt en liquiditeit (niet in de minste plaats door inkomsten en uitgaven van de grondexploitaties). Indien de zekerheid van omvang van het bedrag en de zekerheid over de rente naar de toekomst toeneemt zal er een stelpost voor rente geraamd moeten worden. Belastingen, heffingen en leges Het algemeen beleid is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: Beheersing van de collectieve lastendruk waarbij de lokale lasten jaarlijks worden geïndexeerd met het percentage voor prijs bruto binnenlands product uit de meicirculaire 2023: 3,0%; Geen boventrendmatige verhogingen, tenzij de meerwaarde voor de burgers een dergelijke verhoging kan motiveren; In deze kadernota wordt een boventrendmatige stijging van 5% OZB voorgesteld (zie H2 financieel perspectief). Kostendekkende tarieven voor heffingen en leges van, in principe, 100%.

In het onderstaande overzicht is voor de duidelijkheid en volledigheid een overzicht weergegeven van de manier van indexeren danwel het uitgangspunt voor kostendekkendheid per soort. Tabel 1: overzicht uitgangspunten belastingen, heffingen en leges Naam

Uitgangspunt indexatie

Onroerendezaakbelasting (OZB) woningen en niet-woningen.

Totale inkomsten OZB worden op begrotingsbasis verhoogd met de trend. De trend wordt bepaald op basis van de Pbbp meicirculaire (2023 = 3%). Daarnaast wordt het OZB tarief wordt gecorrigeerd voor de waardestijging op basis van de informatie van de Waarderingskamer voor de macro marktontwikkeling tussen 1 januari 2022 en 1 januari 2023 zoals genoemd in de meicirculaire.** Indexeren met Pbbp meicirculaire 2023 = 3%

Overige belastingen (Hondenbelasting, precariobelasting, reclamebelasting, forenzen- en toeristenbelasting) Afvalstoffenheffing Rioolheffing Parkeertarieven en belasting Begraafplaatsrechten Havengelden Overige leges en heffingen

Indexatie gebeurt indirect door het toerekenen van de kosten. Indexatie gebeurt indirect door het toerekenen van de kosten. 1 x per 2 jaar met 5% (voorgesteld dekkingsmiddel ) Indexatie gebeurt indirect door het toerekenen van de kosten. Indexatie gebeurt indirect door het toerekenen van de kosten. Indexatie gebeurt indirect door het toerekenen van de kosten.

Uitgangspunt kostendekkendheid* n.v.t.

n.v.t.

100% kostendekkend 100% kostendekkend n.v.t. 91% kostendekkend 90% kostendekkend 100% kostendekkend, m.u.v. documenten waarvoor de rijksoverheid de tariefstelling bepaald.

*binnen verschillende legesverordeningen kunnen er uitzonderingen op specifieke producten zijn gemaakt. ** in het collegevoorstel is een kanttekening opgenomen.

Bijdrage aan gemeenschappelijke regelingen/samenwerkingsverbanden Voor het opstellen van de meerjarenbegroting van de gemeente wordt er uitgegaan van de door de gemeenschappelijke regelingen/samenwerkingsverbanden meest recent aangeboden (concept-)begroting. Tenzij de raad reeds besloten heeft de aangeboden begroting op een andere wijze op te nemen. Er is de laatste jaren een trend zichtbaar waarbij de indexatiepercentages van gemeenschappelijke regelingen en samenwerkingsverbanden niet op dezelfde lijn liggen als het percentage waar de gemeente zelf mee rekent vanuit de meicirculaire en anders dan waarmee de algemene uitkering gecorrigeerd wordt voor loon- en prijsstijgingen. Voor onze gemeenschappelijke regelingen geldt, dat wij verwachten dat zij meebewegen met de (financiële) ruimte van de gemeente. Wij zien gemeenschappelijke regelingen en samenwerkingsverbanden als ‘verlengd lokaal bestuur’ en daarmee ook onderdeel van onze financieringssystematiek. Als kader stellen we dat gemeenschappelijke regelingen en samenwerkingsverbanden aan moeten sluiten bij percentages genoemd in de meicirculaire, als dat niet het geval is zal er een zienswijze voorgesteld worden aan de raad om in te dienen.

Personeel uitlenen buiten de eigen organisatie Voor het uitlenen en doorbelasten van personeel buiten de eigen organisatie (zowel naar Ermelo, Zeewolde of Meerinzicht als naar organisaties buiten dit verband) worden tarieven berekend conform de handleiding Overheidstarieven die jaarlijks wordt uitgebracht door het Ministerie van BZK. Onderstaand is een berekening opgesteld conform de handleiding Overheidstarieven 2023 waarbij voor inzet binnen EHZM verband enkele kosten niet verrekend worden omdat daarin gebruik gemaakt wordt van gemeenschappelijke faciliteiten (huisvesting, facilitair etc.). Gedurende een begrotingsjaar kan hier een actualisatie op komen door bijvoorbeeld CAO veranderingen, uiteraard wordt voor nieuwe afspraken altijd de meest actuele informatie gebruikt. Omdat de handleiding Overheidstarieven voor de Rijksoverheid is opgesteld wordt voor de doorberekening binnen de eigen organisatie naar de grondexploitaties en tariefberekeningen de systematiek gehanteerd zoals deze voor Harderwijk geldt conform het BBV en staat dus los van het hier gepresenteerde uurtarief.

Tabel 2 Detacheringstarieven 2023 e.v. in € per uur Functieschaal

Tarief binnen EHZM 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16

40 43 45 47 49 51 55 61 68 75 83 93 99 107 116 126

Tarief buiten EHZM 50 53 56 58 60 62 66 72 78 85 94 103 109 118 126 136

Onderhanden werken Ieder jaar zijn er budgetten die niet besteed worden omdat het werk niet klaar is of uitgesteld moet worden. Niet uitgegeven budgetten vallen aan het einde van het jaar automatisch vrij in het jaarrekeningresultaat of vloeien terug naar de bestemmingsreserve waaruit het budget gedekt wordt. Hierop kan, door middel van een verzoek een uitzondering worden gemaakt. Een verzoek aan de raad hiervoor kan op twee momenten in het jaar gedaan worden: 1. Bij de tweede tussentijdse rapportage (de budgetten zijn dan per 1-januari van het volgende jaar beschikbaar), 2. Bij de jaarrekening (budgetten zijn beschikbaar na het raadsbesluit over de jaarrekening). In begrotingsjaar 2024 moeten verzoeken voldoen aan de volgende kaders alvorens aan de raad aangeboden te worden: Kader 1. 2.

3.

4. 5.

Geldt voor: Structurele budgetten kunnen niet overgeheveld worden. Werkzaamheden moeten zijn gestart of de opdracht is verleend waarbij aantoonbaar sprake is van werkzaamheden die doorlopen in het volgende jaar (aantoonbaar: getekende offerte, opdrachtverstrekking of anderszins). Budgetten kunnen niet twee jaar achtereen overgeheveld worden. Een nieuwe afweging van de raad in het licht van veranderende omstandigheden is dan op z’n plaats en dient er separate advisering plaats te vinden. Voor de betreffende werkzaamheden is geen budget beschikbaar in het opvolgende jaar. Bedragen onder de €10.000 komen niet in aanmerking voor onderhanden werken.

Structurele budgetten

Alle incidentele budgetten m.u.v. budgetten die via een bestemmingsreserve gevoed worden en daarmee een meerjarig en thematisch karakter hebben.

5. Voorstellen per programma Veel aanmeldingen zijn in het licht van de financiële positie incidenteel (I) gehonoreerd, terwijl ze structureel (S) aangevraagd waren. Het kan zo zijn dat in de beantwoording van de eerste twee W vragen, “wat willen we bereiken en wat gaan we er voor doen”, een structurele uitleg zit, terwijl bij de “wat mag het kosten” slechts incidentele middelen gehonoreerd zijn. De structurele borging van deze aanmeldingen zullen bij een ombuigingsoperatie betrokken worden indien bij de ombuigingsoperatie blijkt dat dit beleid inderdaad voortgezet moet worden. De organisatie wordt opdracht gegeven de aanmelding op te zetten en uit te voeren passend bij incidentele middelen, oftewel geen structurele verplichtingen aan te gaan waar geen structurele middelen tegenover staan.

Programma 0 Bestuur en Ondersteuning Nr.

Taakveld

1

0.1 Bestuur

Categorie 3

2

0.1 Bestuur

3

3

0.1 Bestuur

3

4

0.2 Burgerzaken

3

5

0.2 Burgerzaken

3

6

0.2 Burgerzaken

3

0.2 Burgerzaken

3

0.2 Burgerzaken

3

0.2 Burgerzaken

3

8 9

0.4 Overhead 0.4 Overhead

3 3

10

0.4 Overhead

3

11

0.4 Overhead

3

12

0.4 Overhead

3

13

0.4 Overhead

3

14

0.4 Overhead

3

15

0.4 Overhead

3

7

Onderwerp

I/S

2024

Enquête bestuur van de stad Midterm Review Collegeprogramma en Strategische Raadsagenda 20222026 Verdieping samenwerking EHZ Voortzetting StermbureauApp verkiezingen Verhogen representatiekosten Naturalisatieceremonie Organisatie van de verkiezingen Organisatie van de verkiezingen Applicatiebeheer Burgerzaken Applicatiebeheer Burgerzaken Arbeidsdeskundige Bulkaanvragen minimaregelingen Strategisch advisering communicatie Coördinator Social Return on Investment Human Resource Management (HRM) ICT dienstverlening in een digitale samenleving Uitwisseling van gegevens Toenemende inkoop van ICT als beheerde dienst (verSaaSing) Totaal programma 0

I

15.000

I

7.500

I

10.000

2025

10.000

10.000 25.000

7.500

7.500

I

7.500

7.500

76.840

I

56.880

59.605

59.605

I

64.422

64.422

64.422

I

72.527

72.527

72.527

I S

46.000 29.000

I

22.000

I

2027

15.000

I S

2026

19.000

19.000

29.000

19.000

I

22.000

S

28.000

28.000

S

32.000

32.000

S

83.000

93.000

110.000

91.000

335.829

326.054

638.894

187.500

Overige aanmeldingen 1. Enquête bestuur van de stad Wat willen we bereiken? Meer vertrouwen in de gemeente Harderwijk. Inwoners voelen zich betrokken bij de stad en hebben vertrouwen in het collegebestuur. We meten dit eens in de twee jaar. In 2024 is de eerst meting.

Wat gaan wij ervoor doen? We meten de tevredenheid van inwoners over het gemeentebestuur via een enquête. En we vragen inwoners naar hun ervaringen met de gemeente. We vragen een onafhankelijk en gespecialiseerd onderzoeksbureau om deze enquête op te stellen en uit te voeren. De uitkomsten nemen we onder andere mee in de midterm review van het collegeprogramma en strategische raadsagenda. Wat mag het kosten? Voor het uitvoeren van de twee jaarlijkse enquête is om het jaar € 15.000,- aan incidentele middelen nodig. 2. Midterm Review Collegeprogramma en Strategische Raadsagenda 2022-2026 Wat willen we bereiken? In het collegeprogramma 2022-2026 hebben we afgesproken om in 2024 een midterm review op te stellen. Met de midterm review laten we zien wat we hebben gedaan aan de uitvoering van het collegeprogramma en de strategische raadsagenda. En communiceren we dit actief naar inwoners en raadsleden. Wat gaan wij ervoor doen? We maken in de midterm review inzichtelijk wat er in 2022 tot 2024 is gedaan om de afspraken uit het collegeprogramma en de strategische raadsagenda 2022-2026 te realiseren. Hierover communiceren we actief naar inwoners en raadsleden. Wat mag het kosten? De kosten voor het uitvoeren van een midterm review op het collegeprogramma en de strategische raadsagenda zijn € 7.500,- in 2024. 3.

Verdieping samenwerking EHZ Wat willen we bereiken? Voor de periode 2021, 2022 en 2023 een budget van € 50.000 per jaar beschikbaar gesteld voor de doorontwikkeling van de EHZ-samenwerking. Vanaf 2024 is er geen budget meer beschikbaar. Deze aanvraag heeft een relatie met de kadernotaaanvraag voor de gebiedsagenda EHZ. Voortgang in de doorontwikkeling van de EHZ-samenwerking is het doel. Wat gaan wij ervoor doen? Voor de doorontwikkeling van de EHZ-samenwerking is in 2021 voor drie jaar en budget toegekend. Vanaf 2024 is een vervolgbudget nodig voor ondersteuning en onderzoek. Wat mag het kosten? De kosten voor het uitvoeren van ondersteuning en onderzoek ten behoeve van de EHZ samenwerking bedragen € 10.000,- voor de jaren 2024 t/m 2026. 4. Voortzetting StermbureauApp verkiezingen Wat willen we bereiken? Structureel budget voor de StembureauApp op een iPad. Op dit moment is incidenteel budget voor de jaarschijven 2024 en 2025 toegekend. We willen bereiken dat het gebruik van de StembureauApp (SBA) een structureel onderdeel wordt van de werkzaamheden op een stembureau. De SBA heeft voor een kwaliteitsboost gezorgd op de manier hoe binnen de gemeente Harderwijk de verkiezingen op de verkiezingsdag(en) verlopen. Zowel op de stembureaus als bij het verkiezingsteam. Het nut van de SBA heeft zich in de afgelopen verkiezingen al bewezen.

Wat gaan wij ervoor doen? De stembureaus maken gebruik van de SBA op een iPad. De SBA ondersteunt de stembureauleden met alle benodigde werkzaamheden op de stembureaus. De stembureauleden (voorzitters) zijn hier ook erg tevreden over. Daarnaast heeft het verkiezingsteam enige zicht wat er op de stembureaus gebeurt. Hierdoor kan het team: - bij sturen waar dit nodig is; door een directe communicatielijn met de stembureaus contact op nemen bij vragen problemen of zorgen; - de opkomst live bijhouden en acteren op (onevenredige) drukte op een stembureau. Hierdoor is het onder andere mogelijk via social media proberen kiezers te verleiden het betreffende stembureau te mijden, extra stembiljetten of materialen brengen, extra tellers sturen etc. Wat mag het kosten? Voor 2026 een incidenteel bedrag van € 25.000,5. Representatiekosten Naturalisatieceremonie Wat willen we bereiken? Het budget representatiekosten naturalisatie reëler te ramen.

-2-

Nieuwe Nederlanders ontvangen naast het bewijs van Nederlanderschap ook de volgende presentjes: Nederlandse vlag, het boekje ‘Wandelen door historisch Harderwijk’, een pennenset en een Sypie (aan jonge kinderen). De aanschafprijs van deze producten is hoger geworden. Mede door de toename van het aantal naturalisatie en opties- door de jaren (er is t.o.v. het basisjaar 2006 een stijging te zien van 400%) en daarmee ook meer familieleden meekomen (cateringkosten) nemen de uitgaven voor representatiekosten toe. Wat gaan wij ervoor doen? Het continueren van de huidige wijze van houden van de naturalisatieceremonie. Wat mag het kosten? Het continueren van de naturalisatieceremonie brengt een structurele last met zich mee van € 7.500,- per jaar. 6. Organisatie van de verkiezingen Wat willen we bereiken? Formaliseren van benodigde uren voor het kernteam dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van verplichte en praktische werkzaamheden van de jaarlijkse terugkerende verkiezingen. De verkiezingen krijgen jaarlijks prioriteit ten opzichte van andere verplichte onderdelen zoals kwaliteitsbeheer Burgerzaken, BRP takenpakket en vergunningverlening evenementen. Elimineren van onoverbrugbare achterstanden en overuren op deze taken.

Wat gaan wij ervoor doen? Het betreft het formaliseren van het kernteam dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van praktische werkzaamheden van de jaarlijks terugkerende verkiezingen. Geconstateerd wordt een toename van het aantal stemdagen, stembureaus, wettelijke verplichtingen, het gebruik van technische ontwikkelingen (Stembureau app; OSV; roosterapplicatie, regie op behoefte aan meer inclusie bij de verkiezingen), toename aan klachtbehandeling, opgelegde vernieuwingen voortvloeiend uit de verkiezingsagenda 2030 alsmede het aansturen van bedrijfsonderdelen binnen de gemeente en Meerinzicht. Om dit jaarlijks uit te kunnen voeren ontstaat er onevenredige druk op de reguliere bezetting. Hierdoor komt de uitvoering én doorontwikkelingen op diverse taakvelden zoals beleidsadvies, vergunningverlening APV, uitvoering op de BRP en applicatiebeheer ernstig onder druk waardoor niet kan worden voldaan aan afgesproken/verplichte verplichtingen. Daar waar in het verleden de ‘klappen’ konden worden opgevangen door creatieve aanvulling uit formaties elders e.d. is dat inmiddels niet meer mogelijk. Enerzijds is de uitvoering voor de verkiezingen specifieker, arbeidsintensiever en omvangrijker geworden (en vaker terugkerend). Anderzijds zijn ook de werkzaamheden door de vakafdelingen evenzo in kwalitatief als ook in behoefte aan doorontwikkeling toegenomen.

Het kernteam verkiezingsorganisatie bestaat uit meerdere personen dat taken heeft verdeeld, waardoor het efficiënt kunnen ‘draaien’ van de verkiezingen is geborgd. De verkiezingen organiseren hebben een projectmatig karakter, met een piek in de eerste maanden en is tegelijkertijd een reguliere taak. Het formaliseren van dit kernteam doet recht aan de gang van zaken en beroep op de personele inzet dat hiervoor nodig is en voorkomt stagnering en overschrijding van wettelijke termijnen van de overige reguliere taken belegd bij de medewerkers van het kernteam. Voor het organiseren van de verkiezingen is de aangevraagde formatie nodig om ook het reguliere werk te kunnen blijven doen. Besluitvorming over het aantal stemdagen (van 1 naar 3 dagen) zal van invloed kunnen zijn op mogelijk een hogere bijdrage in de algemene uitkering. Deze bijdrage is nodig om de inzet van vrijwilligers en materieel op het stembureaus te kunnen bekostigen. Het dekkingsvraagstuk voor deze formatie komt derhalve beperkt in een ander daglicht te staan. Een eventueel hogere Algemene Uitkering bij meer stemdagen zal mogelijk ook voor deze taak ingezet worden als dekking voor deze formatie. Bij de komende circulaires zal dit uiteraard nauwlettend worden gevolgd en mogelijk aanvullende advisering over plaats vinden.

Wat mag het kosten? De aangevraagde formatie-uitbreiding brengt de volgende kosten met zich mee, 2024: € 56.880,-, 2025: € 59.605,-, 2026: € 136.455,-. 7. Applicatiebeheer Burgerzaken Wat willen we bereiken? Uitvoering geven aan programma Dienstverlening voor de applicaties e-Dienstverlening Burgerzaken Wat gaan wij ervoor doen? Het programma Dienstverlening heeft de afgelopen jaren stappen gezet op gebied van eDienstverlening Burgerzaken. Deze dienstverlening voor inwoners vraagt proces- en technische ondersteuning én vervolgens, na invoering, structureel beheer van applicatiebeheerder (w.o. Centric JCC, Portaal). De nieuwe dienstverlening is voor de applicatiebeheerder geen vervanging, maar aanvulling op projecten (implementatie) én beheer. De beheerder is uiteraard óók betrokken bij wensen van gebruikers (Burgerzaken, BRP) ter verbeteringen van werkprocessen. Het aantal op te volgen meldingen door applicatiebeheer toont een stijgende lijn (2021: 600 meldingen, 2022: 840 meldingen). Het aantal meldingen zal de komende jaren naar verwachting verder toenemen. De werkdruk op dit vakspecialisme in combinatie met de samenwerking op verbeteringen met EHZM is hoog. -3-

Applicatiebeheer Burgerzaken is een specialisme en is voor Harderwijk bijzonder kwetsbaar geformaliseerd met 1 fte structureel icm incidenteel 0,89. Om de toename aan gewenste dienstverlening het hoofd te kunnen bieden is hierbovenop aanvullende formatie voor applicatiebeheer Burgerzaken noodzakelijk. Aan de 'balie' kant van het proces is afgelopen jaren afgeroomd door de komst van eDienstverlening. De druk heeft zich in deze processen verplaatst naar het onderdeel applicatiebeheer en krijgt de balie en brp medewerkers te maken met steeds meer complexere vraagstukken Wat mag het kosten? Voor de uitvoering van programma dienstverlening is formatie uitbereiding nodig. De kosten voor 2024 t/m 2026 bedragen € 136.949,- per jaar. 8. Arbeidsdeskundige Wat willen we bereiken? Uitbreiding van de huidige formatie arbeidsdeskundigen met een fte. Hierbij blijft het mogelijk om de loonwaardemetingen door de arbeidsdeskundigen te laten uitvoeren. Wat gaan wij ervoor doen? De arbeidsdeskundigen adviseren de klantmanagers over het plaatsen van een klant naar werk of een traject en bij het aanvragen van een medisch advies of beoordeling van het arbeidsvermogen. Daar waar nodig adviseren ze de klantmanagers bij complexe trajecten, met name daar waar sprake is van personen met een beperking.

Ze beoordelen hierbij mede de mogelijkheid tot het verrichten van (betaalde) arbeid in relatie tot de vastgestelde mate van arbeidsgeschiktheid en, indien van toepassing, de bestaande werkplek. Ze geven ook uitvoering aan de reintegratieverplichting van medewerkers die, met een indicatie doelgroep register en Beschut Werk, ziek uit dienst gaan. Dit valt namelijk onder de taakstelling van de gemeente. Ook spelen de arbeidsdeskundigen een rol bij de voorlichting en informatie aan werkgevers in relatie tot het in dienst nemen van een arbeidsbeperkte medewerker zoals bijvoorbeeld de No risk polis en bepaalde belastingvoordelen. In relatie tot Beschut Werken en indicatie Banenafspraak stellen ze de aanvraag op bij de beoordeling van het arbeidsvermogen bij het UWV. Naast deze belangrijke adviseringstaken, die verbonden zijn aan de wettelijke taken, verrichten ze in dat kader de loonwaardemetingen. Ook in relatie tot Wmo klantmanagers over de vraag of dagbesteding passend is en bij complexe trajecten hierin en bij kunnen ze in toenemende mate een belangrijke rol spelen. Gelet op de hoeveelheid aan taken in relatie tot de formatie die er voor staat komt de adviesrol in het gedrang. Temeer omdat op dit moment de positie en de taken van de arbeidsdeskundigen nog niet optimaal is. Dit zou in het complete proces van participatie nog beter belegd worden.

Het belangrijkste knelpunt is op dit moment de loonwaardemeting. Met ongeveer 100 loonwaardemetingen op jaarbasis is dit gelet op het takenpakket en de formatie te veel. Daarom wordt hierbij formatie uitbreiding gevraagd, zodat de loonwaardemetingen ook door de arbeidsdeskundigen kunnen worden uitgevoerd. Wat mag het kosten? In de Kadernota 2023-2026 is reeds voor de jaren 2024 en 2025 toezegging gedaan voor de arbeidsdeskundige voor € 46.000,- per jaar. Met deze aanvraag wordt 2026 beschikbaar gesteld voor € 46.000,-. 9. Bulkaanvragen minimaregelingen Wat willen we bereiken? Meerinzicht is verantwoordelijk voor de uitvoering van de minimaregelingen. Er zijn vier minimaregelingen die jaarlijks in grote hoeveelheden worden aangevraagd in de maanden januari en februari. Om deze aanvragen af te handelen is er elk jaar weer extra formatie nodig. Daarom wordt hierbij voorgesteld om een bedrag te reserveren zodat het mogelijk is om inhuurkrachten in te zetten voor de afhandeling van deze aanvragen. Wat gaan wij ervoor doen? Het budget wordt gebruikt om tijdelijke formatie in te huren om de grote hoeveelheid aanvragen minimaregelingen in de periode januari tot en met april af te handelen. Het voordeel van inhuur is dat medewerkers zich volledig kunnen richten op deze aanvragen. Daarmee is de productie hoger dan wanneer de taak erbij wordt gedaan.

Op deze manier is er voor de klant geen vertraging in zowel de reguliere dienstverlening als bij de beantwoording van vragen over de minimaregelingen en de afhandeling van de aanvraag van de minimaregeling zelf. Wat mag het kosten? In de Kadernota 2023-2026 is reeds voor de jaren 2024 en 2025 toezegging gedaan voor de minimaregeling voor € 29.000,- per jaar. Met deze aanvraag wordt gevraagd voor structurele dekking vanaf 2026 voor € 29.000,- per jaar. 10. Strategisch advisering communicatie Wat willen we bereiken? Communicatie investeert in de kennis en vaardigheid van eigen medewerkers, gericht op meer strategische advisering. Als extra investering en ter versnelling van deze ontwikkeling wordt de formatie tijdelijk uitgebreid. -4-

Wat gaan wij ervoor doen? De complexiteit van de (uitvoerende) taken van gemeenten neemt toe. Burgers zijn mondig en steeds vaker is gemeentelijk beleid in (sociale) media onderwerp van een publiek debat. De vraag naar meer hoogwaardige professionele ondersteuning door communicatieprofessionals vanuit de EHZM organisaties neemt daarom toe. De inzet van de professionals van team Communicatie wordt de komende jaren minder uitvoerend. In plaats daarvan wordt (strategische) advisering van colleges en directies geïntensiveerd en worden strategische projecten beter ondersteund. Wat mag het kosten? In de Kadernota 2023-2026 is reeds voor de jaren 2024 en 2025 toezegging gedaan voor de middelen voor een communicatieadviseur. Met deze aanvraag wordt voor 2026 een incidenteel budget gevraagd van € 22.000,-. 11. Coördinator Social Return on Investment Wat willen we bereiken? Het doel van Social Return on Investment (SROI) is om zoveel mogelijk mensen (met een afstand tot de arbeidsmarkt) die zonder reïntegratiesteun niet of moeilijk aan het werk komen, aan het werk of werkervaring te helpen. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan om arbeids-, stage-, proef-, of leerwerkplaatsen. Wat gaan wij ervoor doen? Onderdeel van het regionale inkoopbeleid van de deelnemende gemeenten van de ISNV is om SROI bij inkoop een aanbestedingen toe te passen.

Hierbij stelt de gemeente als aanbestedende dienst als eis dat de gegunde partij een bepaald percentage (meestal 5%) van de opdrachtsom besteedt aan SROI. De colleges van Ermelo, Harderwijk en Zeewolde hebben op basis van het college-advies Social Return (maart 2022) besloten in te stemmen met het aanstellen van een coördinator SROI (0,5 FTE, schaal 10). Deze functionaris fungeert als eerste aanspreekpunt en trekker voor SROI projecten in de gemeenten Ermelo, Harderwijk en Zeewolde. Daarnaast draagt diegene bij aan de inbedding van SROI bij deze gemeenten. Tot slot heeft de SROI coördinator een verbindende rol bij inkooptrajecten en heeft verbinding met het expertisepunt SROI in de arbeidsmarktregio. In 2022 is de SROI coördinator bekostigd op basis van het beschikbare gemeentelijk budget voor reïntegratie. In 2023 komt de dekking van incidentele regionale gelden van de arbeidsmarktregio. Aangezien SROI uitvoering een onderdeel is van het vastgestelde inkoopbeleid, wordt voorgesteld dit voor de komende 3 jaar in de begroting te verwerken. Wat mag het kosten? De kosten voor een SROI coördinator bedragen voor 2024 t/m 2026 € 19.000,- per jaar. 12.

Human Resource Management (HRM) Wat willen we bereiken? De toenemende dynamiek in organisaties in het algemeen, en de ontwikkeling van EHZM in het bijzonder, leidt tot een toenemende vraag uit de EHZM organisaties voor een meer strategische inzet vanuit HRM. We investeren in deze ontwikkeling. Om deze investering te doen en hierop te kunnen versnellen willen we de formatie tijdelijk uitbreiden met een strategisch HRM adviseur. Wat gaan wij ervoor doen? HRM levert een strategisch business partner voor directie en management bij het inrichten en ontwikkelen van EHZM. Daarnaast levert HRM een meer strategische inzet waarbij wordt ingespeeld op de toenemende dynamiek in de organisaties. Wat mag het kosten? In de Kadernota 2023-2026 is reeds voor de jaren 2024 en 2025 toezegging gedaan voor de middelen voor een HRadviseur. Met deze aanvraag wordt gevraagd voor incidentele dekking voor 2026 van € 22.000,-. 13. ICT dienstverlening in een digitale samenleving Wat willen we bereiken? Met extra capaciteit willen we het mogelijk maken om een zodanige verdeling te realiseren dat een redelijke ICT dekking gedurende 24 uur per dag beschikbaar is. Wat gaan wij ervoor doen? De invloed van digitalisering op de publieke sector gaat allang niet meer over het werken met computers binnen kantooromgevingen. Het gaat steeds meer over dienstverlening aan onze inwoners, bezoekers en bedrijven.

Denk hierbij aan toegang/betaling bij parkeerterreinen; het signaleren van vuilnisbakken die geleegd moeten worden; over kassasystemen van bijvoorbeeld zwembaden, maar ook ondersteuning bij raadsvergaderingen. Digitalisering (en automatisering) van gemeentelijke organisaties beperkt zich daarmee niet meer tot kantoortijden: het maakt een steeds groter onderdeel uit van onze dienstverlening. Daarnaast speelt de reactietijd van ICT op security issues. In het kader van GGI-veilig kan worden geparticipeerd in monitoring van onze ICT-omgeving gedurende 24 uur per dag.

-5-

Wat mag het kosten? In de Kadernota 2023-2026 is reeds voor de jaren 2024 en 2025 toezegging gedaan voor ICT dienstverlening voor €28.000,- per jaar. Met deze aanvraag wordt gevraagd voor structurele dekking vanaf 2026 voor € 28.000,- per jaar. 14. Uitwisseling van gegevens Wat willen we bereiken? Het beheer van verbindingen (koppelingen tussen applicaties) vraagt inzet van tooling en gespecialiseerde capaciteit om risico's op het gebied van veiligheid en bedrijfscontinuïteit zo beperkt als mogelijk te houden. Wat gaan wij ervoor doen? Het belang van uitwisseling van data neemt onder invloed van verdergaande digitalisering toe. Dientengevolge neemt ook het aantal koppelingen tussen applicaties toe. Om dit alles in goede banen te leiden maken we gebruik van een externe partner die deze koppelingen en externe verbindingen professioneel begeleid. Het interne beheer op deze koppelingen en de complexiteit daarvan overstijgt inmiddels de beschikbare capaciteit. En daarmee komt de beschikbaarheid van bedrijfssystemen, de continuïteit, in gevaar. Mogelijk zal hier onder invloed van common ground een versimpeling in ontstaan. Met deze aanvraag wordt een fte gevraagd die de toenemende hoeveelheid API's beheert en de verbindingen tussen de verschillende applicaties.

Wat mag het kosten? In de Kadernota 2023-2026 is reeds voor de jaren 2024 en 2025 toezegging gedaan voor tooling en inzet capaciteit voor € 32.000,- per jaar. Met deze aanvraag wordt gevraagd voor structurele dekking vanaf 2026 voor € 32.000,- per jaar 15. Toenemende inkoop van ICT als beheerde dienst (verSaaSing) Wat willen we bereiken? Continuering van de gemeentelijke dienstverlening. Wat gaan wij ervoor doen? ICT-leveranciers bieden hun softwareoplossingen steeds meer als beheerde dienst (Software as a Service) aan. In de kadernota 2023-2026 is de trend van verSaaSing al aangekondigd door Meerinzicht. De SaaS ontwikkeling heeft een positief effect op de continuïteit van de gemeentelijke dienstverlening, doordat de leverancier sneller en wendbaarder kan inspelen op de laatste ontwikkelingen. Echter, de licentiekosten zullen de komende jaren harder stijgen, omdat de leverancier de kosten voor de hosting van de applicaties en het plaatsen van updates ook doorberekent in de softwareprijs. Concreet hanteert Centric een SaaS-only beleid waarbij nieuwe software alleen als SaaS is af te nemen en bestaande software uiteindelijk alleen als SaaS dienst beschikbaar blijft. Als afnemer hebben we hier geen invloed op. De betreft de applicaties van Belastingen, Sociaal Domein en Burgerzaken.

De indicatieve financiële impact van de Centric verSaaSing komt neer op 2 componenten: migratie en projectkosten (eenmalige kosten) en toename van jaarlijkse kosten door de extra exploitatie en beheerkosten (structurele kosten). De ontwikkeling naar SaaS dienstverlening betekent voor de afdeling I&A dat we de komende jaren te maken hebben met een afbouw in het technisch beheer op de installaties op ons eigen netwerk en een groeiend beheer op technische componenten die daarvoor in de plaats komen. Denk hierbij aan verbindingen, koppelingen, beveiligingscomponenten en data-integratie. Er is hierbij vooral sprake van een verschuiving van capaciteit. Voor de afname van het installeren van updates komt het inrichten en beheersen van bijvoorbeeld verbindingen, koppelingen en data-integraties terug. Daarnaast blijven wij altijd verantwoordelijk voor de privacy en informatieveiligheid van alle software en informatie hierin; in het geval van SaaS gaat het om een regierol. Dus kortom de ombouw naar een SaaS afnemer neemt eenmalige kosten met zich mee en betekent daarnaast een verschuiving in capaciteit. De licentiekosten die stijgen door verSaaSing is een structureel blijvend verschijnsel en zullen op de begroting gaan drukken. Wat mag het kosten? De verSaaSing van software vraagt om een structurele bijstelling van het budget.

De kosten zijn: 2024: € 83.000,- 2025: € 93.000,- 2026: € 110.000,- en in 2027: € 91.000,-.

Programma 1 Openbare orde en veiligheid Nr.

Taakveld

1

1.2 Openbare orde en veiligheid

2

1.2 Openbare orde en veiligheid 1.2 Openbare orde en veiligheid 1.2 Openbare orde en veiligheid

2 2

Categorie 3

3 3 3

Onderwerp

I/S

2024

2025

2026

Voortzetting Procesregisseur Persoonsgerichte Aanpak Professionalisering handhaving – tractie Professionalisering handhaving – opleiding Professionalisering handhaving – formatie

I

68.000

68.000

68.000

3.500

3.500

3.500

S

2027

S

3.000

3.000

3.000

3.000

S

37.000 - 37.000

37.000 -37.000

37.000 - 37.000

37.000 - 37.000 -6-

Totaal programma 1

71.000

74.500

74.500

6.500

Overige aanmeldingen 1. Voortzetting Procesregisseur Persoonsgerichte Aanpak Wat willen we bereiken? In het collegeprogramma en het Integraal veiligheidsplan 2020-2024 is de verbinding tussen zorg en veiligheid een speerpunt. Met name de aanpak mulit probleem gevallen: de daderaanpak van overlast en criminaliteit veroorzaakt door mensen met een verslaving, psychische aandoeningen en andere achtergronden. De problematiek is zichtbaar bij de aanpak van woonoverlast, huiselijk geweld, drugscriminaliteit, problematische jeugdgroepen, geweld en personen met verward gedrag. Wat gaan wij ervoor doen? Inzet van een procesregisseur PGA voor de aanpak van domeinoverstijgende complexe casuïstiek op gebied van zorg, veiligheid en wonen. Het gezamenlijke doel is: het gaat beter met de cliënt en er is minder overlast of criminaliteit in de buurt. Het middel is de PGA: de persoonsgerichte aanpak. Dat is een integrale, op de persoon en zijn (gezins)systeem toegesneden mix van bestuursrechtelijke, strafrechtelijke, zorg en overige interventies. Wat mag het kosten? De kosten voor het voorzetten van de procesregisseur persoonsgerichte aanpak bedragen voor de jaren 2024 t/m 2026 € 68.000,- per jaar. 2. Professionalisering handhaving Wat willen we bereiken? Professionalisering handhaving. Wat gaan wij ervoor doen? De eerste aanvraag ziet toe op twee nieuwevoertuigen voor de BOA's.

Dit worden volledig elektrische voertuigen waarvan één voertuig geschikt is voor het vervoer van meerdere personen en waarmee een aanhangwagen kan worden getrokken. Dit komt ten goede van de duurzaamheid en de inzetbaarheid van de BOA's. De tweede aanvraag betreft het bijstellen van de het opleidingsbudget om te voldoen aan de wettelijke eisen om bevoegd te blijven voor de BOA-taken. De derde anvraag is een ophoging van de BOA formatie met 0,6 FTE. Dit kost geen budget maar is gebaseerd op de meicirculaire 2022 waarbij vanuit het Rijk structureel € 37.000,- wordt uitgekeerd aan de gemeente Harderwijk ter versterking van de handhavingscapaciteit. Wat mag het kosten? De afschrijvingslasten voor het aanschaffen van twee voertuigen zijn € 3.500,- per jaar. De structurele kosten voor bijstelling van het opleidingsbudget zijn € 3.500,- per jaar. De kosten voor het ophogen van de BOA formatie wordt één op één gedekt vanuit de taakmutatie en bedragen € 37.000,- per jaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=b9232b64-3e44-4f82-8cac-e6c09765c384