Integraal rapport armoede onderzoek KWIZ - Gemeente Harderwijk
Tekst van het document
Analyse minimahuishoudens Gemeente Harderwijk
Opdrachtgever Gemeente XXXX
Opdrachtgever Gemeente Harderwijk Datum Februari 2025 Auteurs Michelle Ellens Anieta Boer KWIZ Stavangerweg 23 - 5 9723 JC Groningen 050 - 5252473 contact@kwiz.nl Uitgave Deze publicatie is een uitgave van KWIZ. Het overnemen van cijfers en/ of teksten is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook zonder voorafgaande toestemming van KWIZ.
Gemeente Harderwijk
Versie 1.1
Inhoudsopgave Inleiding ......................................................................................................................................... 2 Samenvatting................................................................................................................................. 4 S1. Minimapopulatie .................................................................................................................. 4 S2. Bereik minimaregelingen ..................................................................................................... 4 S3. Inkomenseffecten ................................................................................................................ 6 1. Armoedemonitor ........................................................................................................................ 8 1.1. Alle huishoudens ................................................................................................................ 8 1.2. Totale minimapopulatie: huishoudens ................................................................................ 8 1.3. Minimahuishoudens in beeld bij de gemeente Harderwijk ............................................... 11 1.4. Minimakinderen................................................................................................................. 12 1.5.
Gebruik en bereik minimaregelingen ................................................................................ 13 1.6. Schuldhulpverlening, budgetbeheer & Wmo .................................................................... 19 1.7. ZZP’ers ............................................................................................................................. 20 2. Inkomenseffecten .................................................................................................................... 21 2.1. Introductie op de inkomenseffecten .................................................................................. 21 2.2. Resultaten inkomenseffecten ........................................................................................... 26 2.3. Kanttekening ..................................................................................................................... 35 3. Scenario: Heffingskorting ........................................................................................................ 36 Bijlage 1. Systematiek Armoede Index (doelgroep geen of laag vermogen) .............................. 38 Bijlage 2. Overzicht minimaregelingen ........................................................................................ 39 Bijlage 3.
Financieel maandoverzicht .......................................................................................... 40 Bijlage 4. Uitsplitsing gemeentelijke bijdragen ............................................................................ 48
1
Gemeente Harderwijk
Versie 1.1
Inleiding Gemeenten hebben de zorgplicht om de leefsituatie en het toekomstperspectief van inwoners die in armoede verkeren, te verbeteren. Daarnaast hebben zij de taak en het belang om inwoners te stimuleren om zoveel mogelijk zelfstandig in hun levensonderhoud te voorzien. Het minimabeleid is ook in de gemeenten Zeewolde, Harderwijk en Ermelo een actueel onderwerp. De gemeenten willen graag inzicht krijgen in de omvang en samenstelling van de minimapopulatie, het bereik van de diverse minimaregelingen en de effecten van het landelijke en lokale beleid op de inkomens van de minima. Om deze inzichten te geven, zijn er verschillende onderzoeksmethodieken ingezet. Hieronder volgt een beschrijving van de ingezette onderzoeksmethodieken. Armoede Index & aanvullende bestandskoppeling De Armoede Index is een door KWIZ ontwikkeld analysemodel. Deze index wordt samengesteld op basis van een combinatie van gemeentelijke gebruiksgegevens, geëxtrapoleerde CBSgegevens en kengetallen op basis van ervaringscijfers bij andere gemeenten. Met als resultaat een schatting van het aantal minimahuishoudens dat tot de doelgroep van het minimabeleid behoort. Dit zijn de minimahuishoudens op 1 april 2024 met een inkomen tot maximaal 130 procent Wsm1 en een vermogen binnen de grenzen van de Participatiewet.
Op basis van de Armoede-Index geven we kenmerken weer over de verschillende inkomensbronnen en huishoudtypen. Deze data zijn verrijkt met gegevens van de gemeente. De gemeente heeft geen rechtstreekse toegang tot inkomensgegevens van haar inwoners. Door zoveel mogelijk informatiebronnen van gemeentelijke regelingen voor minimahuishoudens aan elkaar te koppelen, kunnen we het aantal minimahuishoudens weergeven dat de gemeente op het peilmoment in beeld heeft. Daarvoor heeft de gemeente registraties van de volgende voorzieningen aangeleverd: de Participatiewet, AIO, minimaregelingen, collectieve zorgverzekering, en Jeugdfonds Sport en Cultuur. Van deze registraties hebben we gepseudonimiseerde gegevens ontvangen zoals adres, geboortedatum, geslacht, postcode (4 cijfers, 2 letters), huisnummer en huisnummer toevoeging. Vanuit deze gegevens hebben we unieke adressen geïdentificeerd. De gemeente heeft per adres het aantal kinderen aangegeven (inclusief in de verschillende leeftijdscategorieën) en de wijkindeling waarin de kinderen opgroeien. Daarnaast zijn bestanden gekoppeld van de schuldhulpverlening en Wmo om inzicht te geven in het gebruik van de voorzieningen).
Inhoudelijke aandachtspunten Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Voor deze analyse is het bronbestand van de kwijtschelding gemeentelijke heffingen niet beschikbaar gesteld, alleen het totaal aantal inwoners dat de kwijtschelding heeft ontvangen is gedeeld. De registraties uit het bronbestand worden doorgaans gebruikt om de doelgroep tot 100 procent Wsm nauwkeuriger te kunnen bepalen. Het ontbreken van deze registraties heeft als gevolg dat huishoudens die alleen gebruikmaken van kwijtschelding en niet van een andere regeling, niet in beeld komen als minimahuishouden. De totale minimadoeldoelgroep die bij de gemeente Harderwijk in beeld is, zal daarom hoger liggen dan in deze rapportage is weergegeven. Inkomenseffectrapportage (IER) We brengen voor acht verschillende voorbeeldhuishoudens met vijf verschillende inkomensniveaus in beeld hoeveel zij maandelijks aan gemeentelijke regelingen en landelijke toeslagen kunnen ontvangen in 2024. Het gaat om inkomens van 100 tot en met 130 procent Wsm. Meer specifiek gaat het om de effecten van het vergaren van meer inkomen door werk (bijv. vanuit een bijstandssituatie). Daarnaast wordt ook de inkomenssituatie voor langdurige bijstandshuishoudens die recht hebben op de individuele inkomenstoeslag in beeld gebracht. Met
1 Dit betekent dat de doelgroep wordt geschat voor een inkomensniveau van 100, 110, 120 en 130 procent
Wsm.
2
Gemeente Harderwijk
Versie 1.1
behulp van landelijke inkomensnormen, landelijke toeslagen en informatie over gemeentelijke regelingen is per huishoudtype het inkomen bepaald. Voor de vaste uitgaven is uitgegaan van cijfers en normen van het Nibud 2. Voor de andere uitgaven is waar mogelijk gebruikgemaakt van lokale tarieven (zoals huur en waterschapsbelasting). Tenslotte worden de gemeentelijke regelingen omgezet in een maandbedrag. Op die manier ontstaat per huishoudtype een overzicht van de inkomsten en uitgaven per maand. Leeswijzer In de samenvatting worden de belangrijkste bevindingen uiteengezet. Na de samenvatting volgt een overzicht van de omvang en kenmerken van de minimapopulatie. Daarnaast wordt het gebruik en daarmee het bereik per regeling weergegeven. Tot slot gaan we in op het gebruik van de voorzieningen schuldhulpverlening en Wmo. In het volgende hoofdstuk geven we een uitgebreider inzicht in de inkomenseffecten; de invloed van het landelijke en gemeentelijke beleid op de bestedingsruimte van minimahuishoudens. De onderzoeksmethodiek wordt eveneens toegelicht. Het rapport wordt afgesloten met een drietal bijlagen. In bijlage 1 geeft inzicht in de onderzoeksmethodiek van de Armoede Index van KWIZ. In de tweede bijlage staat een overzicht van de gemeentelijke regelingen. In bijlage 3 worden de volledige begrotingen getoond.
De vierde bijlage geeft inzicht in de maandelijkse gemeentelijke bijdrage voor de verschillende regelingen per huishouden bij een (langdurig) inkomen van 100 procent Wsm. Waar we in dit rapport vergelijken met landelijke gemiddelden, kijken we naar vergelijkbare gemeenten. Dit zijn gemeenten in dezelfde categorie inwonersaantallen (tot maximaal 50.000 inwoners).
2 Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) is een onafhankelijke stichting die informeert en
adviseert over financiën van huishoudens.
3
Gemeente Harderwijk
Versie 1.1
Samenvatting In de samenvatting staan de belangrijkste bevindingen weergegeven.
S1. Minimapopulatie De omvang van de totale minimapopulatie (huishoudens en kinderen) is gebaseerd op de Armoede Index. Daarnaast is met behulp van de koppeling van aangeleverde registratiebestanden inzichtelijk gemaakt hoeveel minimahuishoudens en kinderen de gemeente Harderwijk op dit moment in beeld heeft. Huishoudens Van alle minimahuishoudens in Harderwijk hebben naar schatting 1.335 huishoudens een inkomen tot 100 procent van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm) en 2.283 huishoudens in totaal een inkomen tot 130 procent Wsm. Respectievelijk vormen zij 6,2 en 10,6 procent van alle huishoudens in de gemeente. Deze huishoudens hebben een vermogen binnen de grenzen van de Participatiewet. Het aandeel minimahuishoudens op 100 procent in Harderwijk ligt in lijn met het gemiddelde aandeel in vergelijkbare gemeenten 3 (5 à 6 procent). Op 130 procent Wsm ligt het aandeel minimahuishoudens iets hoger dan het gemiddelde in andere gemeenten (7 à 9 procent is gangbaar). In totaal heeft de gemeente Harderwijk 1.451 huishoudens met een inkomen tot 130 procent Wsm in beeld omdat deze huishoudens gebruikmaken van een uitkering vanuit de Participatiewet of een minimaregeling. De gemeente heeft hiermee 64 procent van de minimapopulatie in beeld.
Kinderen Naar schatting groeien 800 kinderen op in een huishouden met een inkomen tot 100 procent Wsm (8,0 procent) en 1.277 kinderen in een huishouden met een inkomen tot 130 procent Wsm. De gemeente Harderwijk heeft in totaal 768 kinderen in beeld; 60 procent van de minimapopulatie. Tabel S1. Minimahuishoudens en kinderen tot 18 jaar naar inkomen in 2024 (cumulatief) Inkomensgrens Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 120% Wsm Tot 130% Wsm
Huishoudens Aantal Aandeel 1.335 6,2% 1.571 7,3% 1.885 8,8% 2.283 10,6%
Overige inkomens Totaal
19.187 21.470
Kinderen Aantal Aandeel 800 8,0% 909 9,0% 1.057 10,5% 1.277 12,7%
89,4% 100%
8.767 10.044
87,3% 100%
S2. Bereik minimaregelingen De gemeente Harderwijk biedt voor verschillende levensdomeinen ondersteuning aan voor minimahuishoudens. Gekeken naar het bereik van de regelingen valt het volgende op: • Van de doelgroep voor kwijtschelding gemeentelijke belastingen, maakt 80 procent gebruik van deze regeling. Bij vergelijkbare gemeenten is een gemiddeld bereik tussen 70 en 75 procent gangbaar. • De bijzondere bijstand kent een bereik van 26 procent, dit nagenoeg in lijn met het gemiddelde in vergelijkbare gemeenten (20 tot 25 procent). • Het bereik van de individuele inkomenstoeslag (75procent) ligt aanzienlijk boven het gemiddelde bereik in vergelijkbare gemeenten (40 tot 50 procent). • 3 Onder vergelijkbare gemeenten wordt verstaan: gemeenten met vergelijkbare inwonersaantallen. In dit
geval gemeenten met een maximaal aantal van 50.000 inwoners.
4
Gemeente Harderwijk
•
•
• •
Versie 1.1
De gemeente biedt twee verschillende regelingen aan omtrent zorgkosten; de collectieve zorgverzekering en de tegemoetkoming aanvullende zorgkosten. o De collectieve zorgverzekering (gemeentepolis) heeft een relatief laag bereik van 17 procent. In vergelijkbare gemeenten is een bereik van 30 tot 40 procent gangbaar. o Met de tegemoetkoming aanvullende zorgkosten bereikt de gemeente 20 procent van de doelgroep. o Door de combinatie van de collectieve zorgverzekering en de tegemoetkoming aanvullen de zorgkosten, bereikt de gemeente 37 procent van de doelgroep voor aanvullende zorgkosten. De maatschappelijke bijdrageregeling is beschikbaar voor zowel volwassenen als kinderen (beiden weergegeven op huishoudniveau). o Volwassenen: in totaal wordt 47 procent van de volwassenen bereikt met deze ondersteuning; dat ligt boven het gemiddelde bereik van 30 tot 35 procent. o Kinderen: het bereik onder de kinderen (38 procent) ligt lager dan gemiddeld (45 tot 50 procent). Voor de schoolkosten op het voortgezet onderwijs biedt de gemeente Harderwijk een schoolkostenregeling aan. Het bereik (3 procent) ligt onder het gemiddelde bereik van vergelijkbare regelingen in vergelijkbare gemeenten (20 tot 25 procent). Daarnaast biedt de gemeente Harderwijk in samenwerking met het Jeugdfonds en Stichting Leergeld ondersteuning aan voor kinderen op het gebied van sport, cultuur en educatie.
Het bereik van Jeugdfonds (31 procent) en Stichting Leergeld (44 procent) liggen in lijn met het gemiddelde bereik in vergelijkbare gemeenten.
Figuur S1. Bereik van de minimaregelingen4
Bereik minimaregelingen 2023-2024
Landelijk gemiddelde 80% 73%
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen 26% 23%
Bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslag
45% 17%
Collectieve zorgverzekering
75%
35%
20%
Tegemoetkoming aanvullende zorgkosten Maatschappelijke bijdrageregeling volwassenen
33% 38%
Maatschappelijke bijdrageregeling kinderen 3%
Schoolkosten
47% 47%
23% 44% 40%
Stichting Leergeld 31% 30%
Jeugdfonds Sport & Cultuur
4 In bovenstaande figuur ontbreekt een aantal regelingen en voorzieningen, omdat hiervoor geen doelgroep
te bepalen is wegens specifieke voorwaarden. Het gaat om de studietoeslag, tegemoetkoming zorgkosten voor chronisch zieken, computerregeling en vergoeding voor kinderopvang. In hoofdstuk 1 wordt het gebruik van deze regelingen weergegeven
5
Gemeente Harderwijk
Versie 1.1
S3. Inkomenseffecten Effect van (maximaal) gebruik gemeentelijke regelingen Huishoudens die van alle gemeentelijke regelingen gebruikmaken waar zij recht op hebben, hebben daardoor logischerwijs (meer) budget over aan het einde van de maand dan huishoudens die van geen enkele regeling gebruikmaken. Alleen alleenstaanden met een zorgvraag hebben onvoldoende budget tot 110 procent Wsm. Dit effect is het grootst voor gezinnen; door de samenstelling van hun huishouden kunnen zij immers de meeste vergoedingen vanuit de regelingen ontvangen. Voor alleenstaanden met een zorgvraag en paren zonder en met kinderen van 8 en 13 jaar en 13 en 17 jaar (allen onder de AOW-leeftijd) is de (maximale) bijdrage van de gemeente noodzakelijk om rond te komen, hoewel alleenstaanden met een zorgvraag nog steeds geld tekort komen. Zonder de maximale gemeentelijke bijdrage komen deze huishoudtypes maandelijks geld tekort (resp. € 136, € 70, € 20 en € 75 tekort) bij een inkomen op bijstandsniveau. Voor alleenstaanden met een zorgvraag geldt dit ook bij een inkomen tot 110 procent Wsm (€ 75 tekort). Het maximale bedrag dat minima vanuit de toeslagen van het Rijk kunnen ontvangen (onder andere huurtoeslag, zorgtoeslag, kindgebonden budget) is een stuk hoger dan het maximale bedrag van de gemeentelijke regelingen. Dit is ook in andere gemeenten het geval.
Conclusie De gemeentelijke regelingen bieden (extra) financiële bestedingsruimte. Voor alleenstaanden met een zorgvraag, paren met en zonder kinderen op bijstandsniveau is het gebruik van deze regelingen noodzakelijk om maandelijks rond te kunnen komen. Daarnaast is het belangrijk dat minima van de landelijke toeslagen gebruikmaken waar zij recht op hebben. Financiële verschillen tussen inkomen op bijstandsniveau of een hoger inkomen tot 130% Wsm In hoeverre loont het financieel gezien om (meer) te gaan werken? Dit hangt van een aantal factoren af: huishoudsamenstelling, de nieuwe inkomenshoogte en het (verliezen van het) recht op gemeentelijke regelingen en als laatste de eventuele afname van landelijke toeslagen. In de volgende punten worden deze effecten verduidelijkt: • Voor de gemeentelijke regelingen geldt dat bij een inkomen boven 100 procent Wsm, het recht op kwijtschelding vervalt. Bij een inkomen hoger dan 100 procent Wsm vervallen de rest van de gemeentelijke regelingen geleidelijk in de gemeente Harderwijk en de kindregelingen hebben allemaal een inkomensgrens van 120 procent Wsm. Hoe meer regelingen een huishouden kan benutten, hoe groter het bedrag is dat het huishouden kan ‘verliezen’ indien het inkomen stijgt. • Voor de landelijke toeslagen geldt dat deze afnemen wanneer het inkomen stijgt, behalve bij alleenstaande ouders.
De toeslagen dalen voor paren (met en zonder kinderen) eerder én sneller in vergelijking met alleenstaanden. Bij alleenstaande ouders zien we dat het bedrag aan landelijke toeslagen juist toeneemt door belastingvoordeel. Al deze effecten gaan over de inkomensstijging vanuit de bijstand tot een inkomen van 130 procent Wsm. • Tenslotte krijgen huishoudens die vanuit de bijstand aan het werk gaan, te maken met werkgerelateerde kosten, waardoor hun uitgaven iets stijgen. Voor alleenstaande ouders komen hier de kosten voor kinderopvang bij (al krijgen ze daar via de kinderopvangtoeslag weer een (groot) deel van terug). Deze gevolgen van werkaanvaarding zorgen er met elkaar voor dat we het volgende kunnen zeggen over de financiële verschillen tussen een inkomen op bijstandsniveau en een hoger inkomen (tot 130 procent Wsm): • Bij het niet gebruiken van de gemeentelijke regelingen: bij elke inkomensstijging (van 110 tot 130 procent Wsm) houden alle huishoudens een hoger maandelijks budget over. In dit geval zorgt een hoger inkomen altijd voor een hoger maandbudget. Echter houden alleenstaanden met een zorgvraag met een inkomen tot 110 procent Wsm onvoldoende budget. • Huishoudens die wel gebruikmaken van de gemeentelijke regelingen houden bij een inkomen tussen 110 en 130 procent Wsm eveneens een hoger budget over dan in de bijstand; werken vanuit de bijstand loont dus.
De enige uitzondering hierop zijn huishoudens die al langdurig een minimuminkomen hebben en de individuele 6
Gemeente Harderwijk
•
Versie 1.1
inkomenstoeslag ontvangen op bijstandsniveau. Wanneer zij die ‘verliezen’ is er niet altijd (direct) sprake van een ruimer maandbudget bij werkaanvaarding. Oftewel: de combinatie van het wegvallen van het recht op de meeste gemeentelijke regelingen (geleidelijk boven 100, 110, 120 en 130 procent Wsm) en de afname van landelijke toeslagen wordt voldoende opgevangen door de inkomensstijging voor kortdurende minima (die geen individuele inkomenstoeslag krijgen), maar voor langdurige minima zien de effecten er anders uit.
Conclusie Wanneer huishoudens die in één van de acht onderzochte huishoudtypes alle beschikbare gemeentelijke regelingen ontvangen, loont werken tegen een hoger inkomen tot 130 procent Wsm bijna altijd; alleen als een huishouden de individuele inkomenstoeslag ontvangt is er niet altijd direct sprake van een hoger maandbudget bij werkaanvaarding5. Als alleenstaanden zonder kinderen (met en zonder zorgvraag), paren met en zonder kinderen geen gebruik maken van de gemeentelijke regelingen, komen zij op bijstandsniveau niet rond; voor hen zijn de gemeentelijke regelingen noodzakelijk om rond te kunnen komen. Hetzelfde geldt voor alleenstaanden met een zorgvraag met een inkomen tot 110 procent Wsm. De andere voorbeeldhuishoudens houden zonder de gemeentelijke regelingen maandelijks al budget over, voor hen geldt dat de gemeentelijke regelingen zorgen voor meer bestedingsruimte. Tot slot is het zo dat bijna alle huishoudens die vanuit de bijstand gaan werken tegen een loon van 110, 120 en 130 procent Wsm maandelijks voldoende budget hebben om zowel de basisuitgaven als de uitgaven voor sociale participatie te bekostigen, met de gemeentelijke regelingen6. Voor het berekenen van de inkomenseffecten is een aantal aannames gedaan. Het is belangrijk om hier kennis van te nemen (zie paragraaf 1.1.). Natuurlijk kunnen individuele situaties hiervan afwijken.
5 Dit is bijvoorbeeld bij alleenstaanden, alleenstaande ouders, paren zonder en paren met kinderen het
geval. Als zij vanuit een langdurige minimapositie op 100 procent Wsm gaan werken tegen een inkomen tot 110 procent Wsm, daalt hun budget (indien zij gebruik maken van gemeentelijke regelingen). Dit komt door het wegvallen van de individuele inkomenstoeslag en toenemende kosten door werkgerelateerde uitgaven. 6 Dit geldt niet voor alleenstaanden met een zorgvraag. Zij hebben zonder het gebruik van de gemeentelijke regelingen onvoldoende budget bij een inkomen tot 110 procent Wsm.
7
Gemeente Harderwijk
Versie 1.1
1. Armoedemonitor In dit hoofdstuk beschrijven we de omvang en samenstelling van de groepen huishoudens met inkomens tot 130 procent Wsm van het Wettelijke sociaal minimum (Wsm) in de gemeente Harderwijk. De gemeente hanteert verschillende inkomensgrenzen voor het minimabeleid. Een aantal regelingen hebben een inkomensgrens tot 110 procent Wsm, een aantal 120 procent Wsm en er zijn regelingen met een inkomensgrens tot 130 procent Wsm. Peildatum De peildatum van het onderzoek is 1 april 2024. Deze monitor belicht de minimapopulatie, haar kenmerken en het gebruik/bereik van de regelingen over de periode 1 april 2023 tot 1 april 2024.
1.1. Alle huishoudens In de gemeente Harderwijk wonen 49.387 personen, verdeeld over 21.470 huishoudens, waarmee de gemiddelde huishoudgrootte op 2,30 personen komt. Dat is meer dan het landelijke gemiddelde (2,16 personen per huishouden). Van de 49.387 personen in de gemeente, zijn er 10.044 (20 procent) jonger dan 18 jaar en 8.646 (18 procent) personen zijn 67 jaar of ouder. De huishoudsamenstelling in de gemeente Harderwijk wijkt iets af van het landelijke beeld. Het aandeel alleenstaanden ligt in de gemeente Harderwijk iets lager dan het landelijk gemiddelde. Verder is het aandeel meerpersoonshuishoudens met kinderen in Harderwijk hoger dan het landelijke aandeel. Hieronder geven we de belangrijkste kenmerken van de bevolkingspopulatie in 2024 in de gemeente Harderwijk weer. Tabel 1.1.1 Aantal huishoudens en inwoners 2024 21.470 49.387 10.044 2,30
Aantal huishoudens Aantal personen Waarvan kinderen tot 18 jaar Gemiddelde huishoudgrootte Tabel 1.1.2 Huishoudens naar type
2024 Aantal Aandeel 7.452 35% 1.522 7% 6.324 29% 6.172 29% 21.470 100%
Alleenstaande Alleenstaande ouder Meerpersoonshuishoudens zonder kinderen Meerpersoonshuishoudens met kinderen Totaal
Aandeel landelijk 39% 7% 29% 25% 100%
1.2. Totale minimapopulatie: huishoudens Middels de KWIZ-Armoede Index is een schatting gemaakt van het aantal minimahuishoudens in de gemeente Harderwijk. Deze index is gebaseerd op ervaringscijfers van KWIZ, geëxtrapoleerde CBS-gegevens en gemeentelijke gebruikscijfers. In de volgende tabel staan de geschatte aantallen minimahuishoudens in de gemeente Harderwijk. Het betreft huishoudens met een inkomen op 100, 110, 120 en 130 procent van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm) zonder of met een laag vermogen binnen de grenzen van de Participatiewet. Naar schatting zijn in de gemeente Harderwijk 1.335 huishoudens die moeten rondkomen van een inkomen op bijstandsniveau. Het gaat om 6,2 procent van alle huishoudens in de gemeente; dit aandeel ligt in lijn met vergelijkbare gemeenten waar een aandeel van 5 à 6 procent gangbaar is. De maximale inkomensgrens voor het minimabeleid van de gemeente Harderwijk is 130 procent Wsm. Naar schatting hebben 2.283 huishoudens een inkomen tot 130 procent Wsm; 10,6 procent van alle huishoudens in de gemeente. 8
Gemeente Harderwijk
Versie 1.1
Tabel 1.2.1 Aantal minimahuishoudens, laag tot geen vermogen Aantal huishoudens Aandeel in gemeente Aantal personen (volwassenen) Aandeel in gemeente
100% Wsm 1.335 6,2% 1.839 4,7%
110% Wsm 1.571 7,3% 2137 5,4%
120% Wsm 1.885 8,8% 2.540 6,5%
130% Wsm 2.283 10,6% 3.064 7,8%
In totaal hebben naar schatting 2.853 huishoudens een inkomen tot 130 procent Wsm, waarbij geen rekening wordt gehouden met de grenzen van de Participatiewet. Dit gaat om alle huishoudens met een laag inkomen, ongeacht of ze wel, dan wel geen vermogen hebben. Bij een inkomen van 130 procent Wsm is dit 13,3 procent van alle huishoudens in de gemeente Harderwijk. Tabel 1.2.2 Aantal minimahuishoudens, alle vermogens Aantal huishoudens Aandeel in gemeente
100% Wsm 1.544 7,2%
110% Wsm 1.884 8,8%
120% Wsm 2.364 11,0%
130% Wsm 2.853 13,3%
Kenmerken minimapopulatie Onderstaande tabel geeft een overzicht van de verdeling naar huishoudtype en naar belangrijkste inkomensbron van de minimahuishoudens. Ook hier gaat het om huishoudens die geen of een laag vermogen binnen de grenzen van de Participatiewet hebben. Toelichting volgt op de volgende pagina. Tabel 1.2.3 Kenmerken minimahuishoudens: verdeling naar huishoudtype en inkomensbron 100% Wsm Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met kinderen Totaal
676 155 256 248 1.335
50% 12% 19% 19% 100%
110% Wsm 53% 11% 18% 18% 100%
828 178 289 276 1.571
9
120% Wsm 1.016 214 340 315 1.885
54% 11% 18% 17% 100%
130% Wsm 1.241 261 403 378 2.283
54% 11% 18% 17% 100%
Gemeente Harderwijk
Versie 1.1
100% Wsm Inkomensbron Participatiewet AOW/pensioen Inkomen uit arbeid Inkomen uit eigen onderneming WW-ontvangers Arbeidsongeschikten Totaal
717 296 87 81 69 85 1.335
54% 22% 7% 6% 5% 6% 100%
110% Wsm 46% 26% 8% 6% 6% 8% 100%
717 407 123 104 91 129 1.571
10
120% Wsm 717 605 156 129 119 159 1.885
38% 32% 8% 7% 6% 9% 100%
130% Wsm 717 793 239 150 139 245 2.283
31% 35% 10% 7% 6% 11% 100%
Gemeente Harderwijk
Versie 1.1
In de verdeling naar kenmerken valt het volgende op: • Huishoudtype Van alle minimahuishoudens met een inkomen tot 130 procent is de helft alleenstaand (54 procent). Daarnaast 28 procent van de minimahuishoudens uit gezinnen met thuiswonende kinderen. Daarnaast is het zo dat het aandeel huishoudens zonder kinderen iets groter is bij de hogere inkomens dan bij de lagere inkomensgroepen. Logischerwijs betekent dat ook dat het aandeel huishoudens met kinderen afneemt naarmate het inkomen hoger wordt. • Inkomensbron Een derde van de minimahuishoudens tot 130 procent Wsm heeft een uitkering vanuit de Participatiewet (33 procent). Verder heeft een derde een AOW-uitkering (34 procent) en de overige huishoudens hebben een overig inkomen (33 procent), zoals inkomen vanuit arbeid of een WW-uitkering. Logischerwijs neemt het aandeel bijstandsgerechtigden steeds meer af bij de hogere inkomensgroepen terwijl het aandeel AOW’ers steeds verder stijgt. De groep huishoudens met een overig inkomen neemt eveneens toe tussen de lagere en hogere inkomensgroepen. In het overige inkomen onderscheiden wij vier groepen: inkomen uit arbeid, inkomen uit ondernemerschap, het ontvangen van een WW-uitkering of inkomen bij arbeidsongeschiktheid. We zien dat er steeds meer huishoudens zijn die inkomen verkrijgen uit arbeid bij de hogere inkomens.
1.3. Minimahuishoudens in beeld bij de gemeente Harderwijk Niet alle huishoudens die in aanmerking komen voor gemeentelijke ondersteuning maken hier ook daadwerkelijk gebruik van. Daarom zijn niet alle huishoudens met een minimuminkomen in beeld bij de gemeente; ze maken immers geen gebruik van een bijstandsuitkering en/of minimaregeling. Hieronder gaan we in op de groep minimahuishoudens die bij de gemeente Harderwijk in beeld is. Op basis van de voor dit onderzoek aangeleverde gegevens heeft de gemeente Harderwijk op 1 april 2024 in totaal 1.451 huishoudens7 in beeld met een inkomen tot 130 procent Wsm8. In totaal heeft de gemeente Harderwijk 64 procent van haar minimapopulatie met een inkomen tot 130 procent Wsm in beeld (1.451 huishoudens van de geschatte 2.283 huishoudens). Tabel 1.3.1 Minimahuishoudens (cumulatief): geschatte populatie en in beeld bij de gemeente Inkomen t.o.v. minimum Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 120% Wsm Tot 130% Wsm Overige inkomens Totaal
Schatting totale doelgroep
In beeld
1.335 1.571 1.885 2.283
6,2% 7,3% 8,8% 10,6%
1.451
6,8%
19.187 21.470
89,4% 100%
20.019 21.470
93,2% 100%
Verdeling naar kenmerken • Inkomensbron Het is niet mogelijk op basis van de aangeleverde bestanden om een inkomensbepaling van deze huishoudens te doen; een nadere uitsplitsing naar 100, 110, 120 of 130 procent Wsm is daarom niet te maken voor de huishoudens die in beeld zijn. Wel is een schatting
7 Op basis van de aangeleverde bestanden zijn unieke adressen vast te stellen (combinatie huisnummer,
huisletter, huisnummer toevoeging en postcode). In principe nemen we aan dat op 1 uniek adres 1 huishouden woont en dat het aantal unieke adressen daarmee gelijkstaat aan het aantal huishoudens. 8 Een huishouden is als minimahuishouden gezien als zij gebruikmaken van een uitkering vanuit de algemene bijstand, AIO, IOAZ/IOAW, gemeentelijk minimabeleid (IIT, bijzondere bijstand, schoolkosten, maatschappelijke bijdrage regeling, tegemoetkoming zorgkosten chronisch zieken en computerregeling) collectieve zorgverzekering, Jeugdfonds Sport & Cultuur en/of Stichting Leergeld.
11
Gemeente Harderwijk
•
Versie 1.1
van de inkomensverdeling van de totale minimapopulatie te maken. Dit staat weergegeven in tabel 1.2.1. Huishoudtype Op basis van de aangeleverde bestanden is onderscheid te maken naar de verdeling tussen huishoudens met én zonder kinderen. De meeste minimahuishoudens die in beeld zijn betreffen huishoudens zonder kinderen (73 procent). Verder heeft 27 procent thuiswonende kinderen.
Tabel 1.3.2 Minimahuishoudens naar huishoudtype op 130% Wsm: geschatte populatie en in beeld bij de gemeente Inkomen t.o.v. minimum Alleenstaand Meerpersoons zonder kinderen Eenoudergezin Meerpersoons met kinderen Totaal
Schatting totale doelgroep
In beeld
1.241
54%
261
18%
403
11%
378
17%
2.283
100%
1.057
73%
394
27%
1.451
100%
1.4. Minimakinderen 1.4.1. Totale minimapopulatie: kinderen Naar schatting groeien 800 kinderen op in een huishouden met een inkomen op bijstandsniveau (100 procent Wsm). Het gaat om 8,0 procent van alle kinderen in de gemeente Harderwijk. In totaal groeien 1.277 kinderen op in een huishouden met een inkomen tot 130 procent Wsm (12,7 procent van alle kinderen in de gemeente).
1.4.2. Minimakinderen in beeld bij de gemeente Harderwijk Niet alle gezinnen met kinderen maken gebruik van een uitkering vanuit de Participatiewet of een minimaregeling (voor volwassenen en/of kinderen). Op basis van het gebruik van één of meerdere van deze voorzieningen heeft de gemeente Harderwijk op 1 april 2024 768 kinderen in beeld. Dat komt neer op 7,6 procent van alle kinderen in de gemeente. De gemeente Harderwijk heeft 60 procent van de minimakinderen in beeld. Tabel 1.4.1 Aantal (minima)kinderen (cumulatief) Inkomen t.o.v. minimum Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 120% Wsm Tot 130% Wsm
Schatting totale doelgroep 800 8,0% 909 9,0% 1.057 10,5% 1.277 12,7%
Overige inkomens Totaal
8.767 10.044
87,3% 100%
12
In beeld
768
7,6%
9.276 10.044
92,4% 100%
Gemeente Harderwijk
Versie 1.1
1.4.3. Kenmerken minimakinderen Leeftijd Op basis van de aangeleverde bestanden is bekend dat de meeste kinderen (45 procent) de basisschoolleeftijd hebben. Verder is 40 procent van de kinderen tussen de 12 en 18 jaar. Tabel 1.4.2 Leeftijdsverdeling kinderen Leeftijd 0 tot 4 jaar 4 tot 12 jaar 12 tot 18 jaar Totaal
117 348 303 768
15% 45% 40% 100%
Wijk Een derde van de minimakinderen groeit op in de wijk Tweelingstad. Daarnaast groeit een kwart van de kinderen op in de wijk Stadsweiden en Stationsomgeving. Tabel 1.4.3 Wijkindeling kinderen Leeftijd Binnenstad De Spyel Drielanden Frankrijk Friese Gracht Hierden Stadsdennen Stadsweiden en stationsomgeving Tweelingstad Zeebuurt Totaal
19 7 64 34 13 22 148
2% 1% 8% 4% 1% 3% 19%
177
23%
229 55 684
32% 7% 100%
1.5. Gebruik en bereik minimaregelingen In deze paragraaf gaan we nader in op het gebruik en bereik van de gemeentelijke regelingen onder de doelgroep. Het gaat daarbij om het totale gebruik van de regelingen in de analyseperiode van het onderzoek: 1 april 2023 tot 1 april 2024.
1.5.1. Regelingen binnen het minimabeleid De volgende tabel geeft de inkomensgrens en doelgroep per regeling weer 9. Tabel 1.5.1 Inkomensgrenzen regelingen en omvang doelgroep Regeling Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslag Collectieve zorgverzekering
Inkomensgrens 2024
Doelgroep
100% Wsm
1.335 huishoudens
120% Wsm10 110% Wsm 2 jaar referteperiode 120% Wsm
1.885 huishoudens 1.048 huishoudens 1.885 huishoudens
9 Inwoners met een inkomen tot 100 procent Wsm kunnen ook aanspraak maken op de kwijtschelding van
gemeentelijke belastingen. De registratie van de kwijtschelding is voor dit onderzoek niet beschikbaar gesteld. De gebruikscijfers en het bereik van de regeling zijn daarom niet bekend. 10 Voor de bijzondere bijstand geldt een draagkrachtberekening bij een inkomen tussen 120 en 150 procent Wsm. In de berekening is uitgegaan van een inkomensgrens (en daarmee doelgroep) van 120 procent Wsm.
13
Gemeente Harderwijk
Regeling Tegemoetkoming aanvullende zorgkosten Maatschappelijke bijdrage regeling volwassenen Maatschappelijke bijdrage regeling kinderen Jeugdfonds Sport en Cultuur Leergeld Randmeren
Versie 1.1
Inkomensgrens 2024
Doelgroep
120% Wsm
1.885 huishoudens
110% Wsm
1.571 huishoudens
120% Wsm
529 huishoudens
120% Wsm 120% Wsm 120% Wsm Minimaal 1 jaar
1.057 kinderen 846 kinderen
Schoolkosten VO Tegemoetkoming zorgkosten voor chronisch zieken Bijdrage kosten kinderopvang Computerregeling Studietoeslag
222 huishoudens
130% Wsm
N.t.b.
Specifieke doelgroep 120% Wsm Specifieke doelgroep
N.t.b. N.t.b. N.t.b.
1.5.2. Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Huishoudens kunnen kwijtschelding aanvragen voor de afvalstoffenheffing, onroerende zaakbelasting en riool- en waterzorgheffing. De doelgroep bestaat uit huishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm. In onderstaande tabel wordt de doelgroep en het gebruik weergegeven. Daarnaast is het bereik van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen berekend. In 2024 is aan 1.063 huishoudens volledige of gedeeltelijke kwijtschelding van gemeentelijke belastingen verstrekt. Met elkaar is dit een bereik van 80 procent onder de primaire doelgroep. Een dergelijk gebruiksaandeel ligt hoger dan het gemiddelde bereik in andere gemeenten; daar ligt het bereik tussen de 70 en 75 procent. Tabel 1.5.2 Gebruik kwijtschelding gemeentelijke belastingen Regeling Doelgroep Gebruik Bereik Niet-gebruik
1.335 huishoudens 1.063 huishoudens 80% 272 huishoudens
1.5.3. Bijzondere bijstand Het bijzondere bijstandsbeleid van de gemeente Harderwijk is er op gericht om inwoners die bijzondere noodzakelijke kosten hebben en deze niet zelf kunnen betalen, te ondersteunen. De gemeente beoordeelt bij iedere aanvraag of er sprake is van bijzondere omstandigheden. De inkomensgrens is 120 procent Wsm en bij een inkomen tussen 120 en 150 procent Wsm geldt een draagkrachtberekening van 30 procent. Uitgaande van een inkomensgrens van 120 procent Wsm, is de doelgroep voor de bijzondere bijstand 1.885 huishoudens. In de analyseperiode hebben 497 huishoudens gebruik gemaakt van één of meerdere verstrekkingen van de bijzondere bijstand. In de analyseperiode zijn er 4.472 verstrekkingen gedaan voor de bijzondere bijstand, verdeeld over 497 huishoudens, Dit houdt in dat gemiddeld 9,0 verstrekkingen per huishouden zijn gedaan. Het merendeel van de verstrekkingen vanuit de bijzondere bijstand is voor de kosten omtrent bewindvoering en mentorschap (337 huishoudens, 68 procent). Dit kan een van de verklaringen zijn waarom het bereik van de bijzondere bijstand iets hoger.
14
Gemeente Harderwijk
Versie 1.1
Tabel 1.5.3 Gebruik bijzondere bijstand Regeling Doelgroep Gebruik Bereik Niet-bereik
1.885 huishoudens 497 huishoudens 26% 1.388 huishoudens
Verstrekkingsoort
Huishoudens Aantal Aandeel 337 68% 361 73% 11 2% 58 12%
Bewindvoering + Mentor Financiële kosten (bankkosten) Maaltijdvoorziening + dieetkosten Kosten inrichting/ huisraad + woonkosten Eigen bijdrage Kleding + schoeisel Griffierecht bewindvoering/ mentor/ curatele Kinderopvang na uitstroom Rechtsbijstand Overige bijzondere bijstand Totaal
Aantal verstrekkingen 3.386 421 164 159
34 5 28
7% 1% 6%
75 48 33
5 16 64 497
1% 3% 13% -11
27 22 137 4.472
1.5.4. Individuele inkomenstoeslag De individuele inkomenstoeslag is bedoeld als inkomensondersteuning voor mensen die langdurig afhankelijk zijn van een minimuminkomen. In de gemeente Harderwijk behoort iedereen tussen de 21 jaar en pensioengerechtigde leeftijd, die gedurende twee jaar een inkomen heeft tot 110 procent Wsm, tot de doelgroep. Verder geldt als voorwaarde voor toekenning dat er in de afgelopen twee jaar geen mogelijkheden waren voor inkomensverbetering. De doelgroep bestaat dan uit 1.048 huishoudens. In de periode van 1 april 2023 tot 1 april 2024 hebben 784 huishoudens gebruikgemaakt van de individuele inkomenstoeslag. Afgezet tegen de doelgroep langdurige minimahuishoudens (binnen de betreffende leeftijdscategorie) die aanspraak mag maken op de individuele inkomenstoeslag, komt dit neer op een bereik van 75 procent. Dit ligt aanzienlijk hoger dan het gemiddelde bereik van 40 tot 45 procent in vergelijkbare gemeenten. Het relatief hoge bereik kan verklaard worden door een aantal mogelijke opties: de regeling is goed bekend onder de doelgroep, het aanvragen van de individuele inkomenstoeslag is eenvoudig en/of het bedrag voor de regeling is relatief hoog. Dit stimuleert het aanvragen van de regeling. Tabel 1.5.4 Gebruik en bereik individuele inkomenstoeslag Regeling Doelgroep Gebruik Bereik Niet-gebruik
1.048 huishoudens 784 huishoudens 75% 264 huishoudens
11 Een huishouden kan voor verschillende kostensoorten bijzondere bijstand ontvangen. Daarom telt het
aandeel niet op tot 100 procent.
15
Gemeente Harderwijk
Versie 1.1
1.5.5. Collectieve zorgverzekering De gemeente vindt het belangrijk dat inwoners ook aanvullend verzekerd zijn en biedt minima daarom de mogelijkheid om deel te nemen aan de collectieve aanvullende zorgverzekering van Zilveren Kruis (gemeentepolis). Ze krijgen € 15 korting op de premie (ongeacht het pakket) en profiteren van extra vergoedingen voor zorgkosten. Er zijn drie pakketten: Optimaal Aanvullend 1, 2 of 3. In alle drie de pakketten is eveneens vergoeding voor tandartskosten opgenomen: 1 of 2 sterren. Om deel te nemen aan de collectieve zorgverzekering mag het huishoudinkomen niet hoger zijn dan 120 procent Wsm. De doelgroep bestaat uit 1.885 huishoudens. In de periode van 1 april 2023 tot 1 april 2024 maakten 318 huishoudens gebruik van een collectieve zorgverzekering. Dat brengt het bereik van de regeling op 17 procent. Het bereik ligt lager dan het gangbare bereik in vergelijkbare gemeenten: 30 tot 40 procent. Dit heeft te maken met de mogelijkheid die de gemeente haar inwoners biedt om te kiezen voor een Tegemoetkoming Aanvullende Zorgkosten. De collectieve zorgverzekering en Tegemoetkoming Aanvullende Zorgkosten dienen hetzelfde doel: inwoners ondersteunen bij de aanvullende zorgkosten. Ook de voorwaarden (onder anderen de inkomensgrens) is hetzelfde. Het bereik van beide regelingen zou daarmee bij elkaar opgeteld kunnen worden.
Tabel 1.5.5 Gebruik en bereik collectieve zorgverzekering Regeling Doelgroep Gebruik Bereik Niet-gebruik
1.885 huishoudens 318 huishoudens 17% 1.567 huishoudens
1.5.6. Tegemoetkoming aanvullende zorgkosten De gemeente vindt het belangrijk dat inwoners ook aanvullend verzekerd zijn. Naast de collectieve zorgverzekering biedt de gemeente een tegemoetkoming aanvullende zorgverzekering aan. Inwoners die niet via de collectieve zorgverzekering verzekerd zijn, kunnen gebruikmaken van deze tegemoetkoming. De doelgroep bestaat uit inwoners met een inkomen tot 120 procent Wsm met een aanvullende zorgverzekering. In de analyseperiode zijn er (naar schatting) 1.885 huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm. Zij zouden, wanneer zij allen aanvullend verzekerd zijn, ook gebruik mogen maken van deze tegemoetkoming. In de praktijk zal niet iedereen aanvullend zijn. In de analyseperiode hebben 375 huishoudens gebruikgemaakt van de tegemoetkoming aanvullende zorgverzekering. Daarmee heeft de gemeente in de analyseperiode 20 procent van de doelgroep bereikt. Tellen we het bereik van de collectieve zorgverzekering en de tegemoetkoming aanvullende zorgkosten bij elkaar op, dan is het bereik 37 procent. Dit is lijn met het gemiddelde bereik in vergelijkbare gemeenten die alleen de collectieve zorgverzekering aanbieden. Tabel 1.5.6 Gebruik en bereik tegemoetkoming aanvullende zorgkosten Regeling Doelgroep Gebruik Bereik Niet-gebruik
1.885 huishoudens 375 huishoudens 20% 1.510 huishoudens
1.5.7. Tegemoetkoming zorgkosten voor chronisch zieken Inwoners met een chronische ziekte of handicap kunnen in de gemeente Harderwijk jaarlijks aanspraak maken op een tegemoetkoming voor extra zorgkosten. Per persoon bedraagt de vergoeding € 385. De regeling is beschikbaar voor inwoners met een huishoudinkomen tot maximaal 130 procent Wsm. De doelgroep van de regeling is niet vast te stellen. In de periode 16
Gemeente Harderwijk
Versie 1.1
van 1 april 2023 tot 1 april 2024 maakten 206 huishoudens gebruik van deze tegemoetkoming voor zorgkosten. Tabel 1.5.7 Gebruik tegemoetkoming zorgkosten voor chronisch zieken Regeling Doelgroep Gebruik Bereik
N.t.b. 338 huishoudens n.t.b.
1.5.8. Maatschappelijke bijdrageregeling De gemeente Harderwijk ondersteunt zowel volwassenen als kinderen in hun deelname aan sportieve, culturele en sociale activiteiten. Voor volwassenen ligt de inkomensgrens op 110 procent Wsm. Zij kunnen aanspraak maken op een bedrag van € 180 per persoon. Kinderen mogen gebruikmaken van de bijdrageregeling tot een huishoudinkomen van 120 procent Wsm. Voor kinderen is het bedrag van de bijdrageregeling afhankelijk van hun leeftijd: € 90 (0 tot en met 4 jaar), € 180 (tot en met 11 jaar) en € 360 (12 tot en met 17 jaar). Volwassenen De doelgroep bestaat uit 1.571 huishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm. In totaal hebben 737 huishoudens gebruikgemaakt van de maatschappelijke bijdrageregeling. Dit brengt het bereik van de regeling op 47 procent. Het bereik van een participatieregeling voor volwassenen ligt gemiddeld rond 30 tot 35 procent; in Harderwijk ligt het bereik van de regeling daarboven. Tabel 1.5.8 Gebruik en bereik maatschappelijke bijdrageregeling Regeling Doelgroep Gebruik Bereik Niet-gebruik
1.571 huishoudens 737 huishoudens 47% 834 huishoudens
Kinderen De doelgroep bestaat uit 529 huishoudens met kinderen en een inkomen tot 120 procent Wsm. In totaal hebben 199 huishoudens gebruikgemaakt van de maatschappelijke bijdrageregeling. Dit brengt het bereik voor de kinderen op 38 procent. Het bereik van een participatieregeling voor kinderen ligt gemiddeld op 45 tot 50 procent; het bereik van deze regeling voor kinderen ligt lager. Een mogelijke verklaring kan zijn dat zij voor kinderen een bijdrage wordt aangevraagd bij Stichting Leergeld en/of Jeugdfonds Sport en Cultuur. Tabel 1.5.9 Gebruik en bereik maatschappelijke bijdrageregeling Regeling Doelgroep Gebruik Bereik Niet-gebruik
529 huishoudens 199 huishoudens 38% 330 huishoudens
1.5.9. Computerregeling Huishoudens met schoolgaande kinderen van 10 tot en met 17 jaar kunnen daarnaast aanspraak maken op de computerregeling. Met deze regeling ontvangen zij een bijdrage van € 300 voor de aanschaf van een computer, laptop of tablet. De computerregeling is beschikbaar voor huishoudens met een inkomen tot 130 procent Wsm en kan één keer in de vijf jaar worden aangevraagd. Aangezien de regeling niet jaarlijks kan worden aangevraagd kan de doelgroep niet worden bepaald. In de periode 1 april 2023 tot 1 april 2024 hebben 8 huishoudens gebruikgemaakt van de regeling. 17
Gemeente Harderwijk
Versie 1.1
Tabel 1.5.10 Gebruik computerregeling Regeling Doelgroep Gebruik Bereik
n.t.b. 8 huishoudens n.t.b.
1.5.10. Schoolkosten VO Voor huishoudens met kinderen op het voortgezet onderwijs is een jaarlijkse bijdrage van € 250 per kind beschikbaar. De doelgroep bestaat uit huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm. In totaal gaat het om 222 huishoudens. In de periode 1 april 2023 tot en met 1 april 2024 hebben 7 huishoudens met kinderen op het voortgezet onderwijs gebruikgemaakt van de regeling. Dit brengt het bereik op 3 procent. Gemiddeld heeft een vergelijkbare regeling voor schoolkosten een bereik van 20 tot 25 procent. Een mogelijke verklaring voor een relatief laag bereik is dat er een aanvraag is gedaan bij Stichting Leergeld. Bij Stichting Leergeld kan ook een aanvraag worden gedaan voor schoolkosten. Of de regeling voor schoolkosten is wellicht minder goed bekend. Tabel 1.5.11 Gebruik en bereik schoolkosten Regeling Doelgroep Gebruik Bereik Niet-gebruik
277 huishoudens 8 huishoudens 3% 269 huishoudens
1.5.11. Stichting Leergeld Randmeren Gezinnen met een inkomen tot 130 procent Wsm die schoolgaande kinderen in de leeftijd van 4 tot 18 jaar hebben kunnen in aanmerking komen voor Stichting Leergeld. Stichting Leergeld ondersteunt kinderen bijvoorbeeld in sportieve en culturele activiteiten, maar ook in schoolspullen. De doelgroep bestaat uit 846 kinderen met de leeftijd 4 tot 18 jaar met een huishoudinkomen tot 120 procent Wsm. In de periode 1 april 2023 tot 1 april 2024 hebben 374 kinderen gebruikgemaakt van deze regeling. Daarmee komt het bereik op 44 procent. Gemiddeld ligt het bereik van Stichting Leergeld tussen 35 en 45 procent Tabel 1.5.12 Gebruik en bereik Stichting Leergeld Regeling Doelgroep Gebruik Bereik Niet-gebruik
814 kinderen 374 kinderen 44% 440 huishoudens
1.5.12. Jeugdfonds Sport & Cultuur Het Jeugdfonds Sport & Cultuur Gelderland ondersteunt kinderen in de contributie of het lesgeld voor sportieve en culturele activiteiten. Het Jeugdfonds kan ook de kosten vergoeden voor de benodigde kleding of attributen. Kinderen kunnen aanspraak maken op een maximaal bedrag van € 225 voor sport, € 425 voor cultuur of € 524,50 voor zwemlessen. Per kind kan 1 aanvraag worden ingediend per kalenderjaar. In totaal bestaat de doelgroep uit 1.057 kinderen tot en met 17 jaar. In de periode 1 april 2023 tot 1 april 2024 hebben 328 kinderen gebruikgemaakt van ondersteuning via het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Het bereik van het Jeugdfonds is 31 procent. Dit ligt iets onder het gemiddelde bereik in andere gemeenten: 25 tot 35 procent.
18
Gemeente Harderwijk
Versie 1.1
Tabel 1.5.13 Gebruik en bereik Jeugdfonds sport & Cultuur Regeling Doelgroep Gebruik Bereik Niet-gebruik
1.018 kinderen 328 kinderen 31% 690 huishoudens
1.5.13. Overige regelingen Voor twee regelingen geldt dat de doelgroep niet kan worden vastgesteld omdat het om regelingen gaat die bedoeld is voor specifieke doelgroepen. Voor deze regelingen gelden dan ook specifieke voorwaarden. Bijvoorbeeld voor de studietoeslag. Hierbij gaat het om inwoners die naast hun studie niet in staat zijn om te werken en om die reden geen inkomen kunnen verdienen. Tabel 1.5.14 Gebruik overige regelingen Regeling Gebruik Studietoeslag Gebruik Bijdrage kinderopvang
7 personen 15 huishoudens
1.6. Schuldhulpverlening, budgetbeheer & Wmo In deze paragraaf komt het gebruik van schuldhulpverlening, budgetbeheer en Wmo onder minimahuishoudens aan bod. Het gebruik van de voorzieningen is gemeten op huishoudniveau over de analyseperiode van het onderzoek: 1 april 2023 tot 1 april 2024.
1.6.1. Schuldhulpverlening In totaal hebben 141 huishoudens gebruikgemaakt van schuldhulpverlening. Hiervan zijn 70 huishoudens ook bij de gemeente in beeld als minima. Zij hebben in de analyseperiode gebruikgemaakt van een minimaregeling en/of hebben een uitkering vanuit de Participatiewet ontvangen.
1.6.2. Budgetbeheer In totaal hebben 62 huishoudens gebruikgemaakt van budgetbeheer.
1.6.3. Wmo-voorzieningen In totaal hebben 3.056 unieke adressen ondersteuning vanuit de Wmo in de periode 1 april 2023 tot 1 april 2024 ontvangen (9.028 verstrekkingen). Dit betekent dat huishoudens gemiddeld gebruikmaken van 2,9 voorzieningen per huishouden. Van alle huishoudens met een Wmovoorziening (3.056 huishoudens), krijgt bijna de helft ondersteuning voor huishoudelijke
In totaal zijn 9.028 verstrekkingen gedaan vanuit de Wmo in de periode 1 april 2023 tot 1 april 2024. Vervoersvoorzieningen (27 procent) en huishoudelijke hulp (22 procent) worden het vaakst verstrekt. In totaal hebben 3.172 huishoudens gebruikgemaakt van de voorzieningen. Dit betekent dat huishoudens gemiddeld gebruikmaken van 3,0 voorzieningen per huishouden. Tabel 1.6.1 Minimahuishoudens met Wmo Wmo Minimahuishoudens Overige huishoudens Totaal
Aantal 559 2.497 3.056
Aandeel 18% 82% 100%
19
Gemeente Harderwijk
Versie 1.1
Tabel 1.6.2 Type voorziening Type voorziening
Minimahuish. met Wmo
Alle huishoudens met Wmo
Aantal
Aantal
Begeleiding groep Begeleiding individueel Begeleiding vervoer Huishoudelijke Hulp Parkeerregeling Rolstoel Vervoersvoorziening Woonvoorziening Totaal
75 268 27 202 52 54 220 95 559
Aandeel 13% 48% 5% 36% 9% 10% 39% 17% -12
215 671 84 1.485 638 349 1.278 530 3.056
Aandeel 7% 22% 3% 49% 21% 11% 42% 17% -13
Totaal aantal verstrekkingen alle huishoudens met Wmo 460 1.154 117 1.929 766 900 2.485 1.028 9.028
1.7. ZZP’ers In 2024 stonden 1.988 inwoners als zzp’er bij de Kamer van Koophandel ingeschreven. Dit is 5,3 procent van de beroepsbevolking14 in de gemeente Harderwijk. De zzp’ers kunnen onderverdeeld worden in verschillende sectoren. Tabel 1.7.1 Zzp’ers naar sectoren Sector Financiële dienstverlening Handel Bouw en techniek Dienstverlening Adviesbureau Gezondheidszorg Sport, cultuur en kunst Schoonheidszorg ICT Recreatie en horeca Transport en logistiek Onderwijs en trainingen Veehouderij en landbouw Overig Totaal
Aantal 456 331 273 178 171 136 103 84 59 57 49 41 15 45 1.998
Aandeel 23% 17% 14% 9% 8% 7% 5% 4% 3% 3% 2% 2% 1% 2% 100%
Van de 1.998 zzp’ers in de gemeente Harderwijk, heeft de gemeente 20 zzp’ers met een minimuminkomen in beeld; dit is 1,0 procent van alle ingeschreven zzp’ers. Deze zzp’ers zitten in verschillende sectoren. Naar schatting moeten 150 zzp’ers 15 rondkomen van een inkomen tot 130 procent Wsm. Dit betekent dat 130 zzp’ers16 met een inkomen tot 130 procent Wsm niet in beeld zijn bij de gemeente. 12 Huishoudens kunnen van meerdere Wmo-voorzieningen gebruik hebben gemaakt. Daarom telt het niet
op tot 100 procent. 13 Huishoudens kunnen van meerdere Wmo-voorzieningen gebruik hebben gemaakt. Daarom telt het niet op tot 100 procent. 14 Alle inwoners tussen de 15 en 75 jaar. 15 Paragraaf 1.2, tabel 1.2.3. 16 In dit onderzoek zijn geen registraties meegenomen van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Het kan hierdoor zijn dat (iets) meer zzp’ers met een minimuminkomen in beeld is bij de gemeente.
20
Gemeente Harderwijk
Versie 1.1
2. Inkomenseffecten 2.1. Introductie op de inkomenseffecten In deze paragraaf bespreken we de onderzoeksmethode en aannames van de Inkomens Effectrapportage (IER). Hierbij geven we een overzicht van de verschillende inkomsten en uitgaven die worden onderscheiden in dit rapport.
2.1.1. Voorbeeldhuishoudens We berekenen de inkomenseffecten van het lokale en landelijke beleid in 2024 voor de volgende acht huishoudtypen: Huishoudtypen Niet AOW-gerechtigden: • alleenstaande; • alleenstaande met een zorgvraag; • alleenstaande ouder met twee kinderen (8 en 13 jaar); • paar zonder kinderen; • paar met twee kinderen (8 en 13 jaar); • paar met twee kinderen (13 en 17 jaar). AOW-gerechtigden: • alleenstaande; • paar. Inkomenshoogte We brengen de inkomenseffecten in beeld voor huishoudens met inkomens van 100, 110, 120 en 130 procent wettelijk sociaal minimum (Wsm) 17. Daarnaast berekenen we de inkomenseffecten voor huishoudens die al langer dan twee jaar een inkomen van 100 procent Wsm hebben (langdurige minima).
2.1.2. Opbouw totaal inkomen Het totale inkomen van de minimahuishoudens is opgebouwd uit: • •
•
netto-inkomen inclusief vakantietoeslag; bijdrage Rijk: o huurtoeslag; o zorgtoeslag; o kinderbijslag; o kindgebonden budget; o combinatiekorting. gemeentelijke minimaregelingen.
Gebruik en effect van gemeentelijke minimaregelingen In deze rapportage berekenen wij de inkomenseffecten van de verschillende huishoudens wanneer zij gebruikmaken van alle beschikbare gemeentelijke regelingen. In de praktijk is de ervaring echter dat huishoudens niet of gedeeltelijk gebruik maken van de regelingen. In werkelijkheid zal het budget na alle uitgaven waarschijnlijk vaak lager uitvallen. Ter vergelijking geven wij daarom ook de inkomenseffecten weer wanneer de voorbeeldhuishoudens van geen enkele gemeentelijke regeling gebruikmaken.
17 Volgens de Rijksoverheid is het sociaal minimum een bedrag dat iemand minimaal nodig heeft om van te
leven. Elk halfjaar wordt het sociaal minimum door de overheid opnieuw bepaald. Dit bedrag hangt af van leeftijd en leefsituatie. Het sociaal minimum wordt ook wel het bestaansminimum genoemd.
21
Gemeente Harderwijk
Versie 1.1
Specificatie gemeentelijke minimaregelingen 18 In onderstaande tabel is weergegeven welke regelingen in de begrotingen van de voorbeeldhuishoudens zijn verwerkt. Tabel 2.1.1 Gemeentelijke minimaregelingen 2024 Regelingen opgenomen in begrotingen
Inkomensgrens 2024
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen
100% Wsm
Individuele inkomenstoeslag
Twee jaar of langer 110% Wsm
Collectieve zorgverzekering
120% Wsm
Maatschappelijke bijdrage regeling volwassenen
110% Wsm
Maatschappelijke bijdrage regeling kinderen
120% Wsm
Jeugdfonds Sport en Cultuur
120% Wsm
Leergeld Randmeren
120% Wsm
Schoolkosten VO
Eén jaar of langer 120% Wsm
Tegemoetkoming zorgkosten voor chronisch zieken Regelingen niet opgenomen in begrotingen
130% Wsm
Bijzondere bijstand
N.v.t.
Bijdrage kosten voor kinderopvang
Specifieke doelgroep
Computerregeling
Kan eens per vijf jaar worden aangevraagd
Studietoeslag
Specifieke doelgroep
Een aantal regelingen wordt niet opgenomen in de begrotingen en bij de inkomenseffecten: • De bijzondere bijstand is niet meegenomen in de berekeningen (zowel kosten als vergoeding) omdat deze vorm van bijstand wordt verstrekt voor noodzakelijke onvermijdbare individuele uitgaven en dit niet maandelijks bij iedereen voor komt. Daarnaast geldt voor deze regeling een draagkrachtberekening. • De bijdrage kosten voor de kinderopvang is niet meegenomen in de berekeningen omdat de specifieke doelgroep niet aan bod komt in de acht huishoudtypes. De groep die gebruik mag maken van de regeling moet lichamelijke, psychische of sociale problemen hebben, waardoor ze niet volledig voor hun kind kunnen zorgen en daarom opvang noodzakelijk is. • De computerregeling is niet meegenomen in de berekeningen aangezien de € 300 voor het aanschaffen van een computer slechts eens per vijf jaar kan worden aangevraagd. • De studietoeslag is niet opgenomen in de begrotingen omdat deze regeling een specifieke doelgroep kent, namelijk studenten met een lichamelijke of psychische beperking die niet in staat zijn naast hun studie te werken. Om inzichtelijk te maken in hoeverre de opbouw van gemeentelijke bijdrage verschilt per huishouden, is in bijlage 4 per huishouden weergegeven welke en hoeveel gemeentelijke vergoedingen zij maandelijks kunnen ontvangen bij een inkomen op 100 procent Wsm.
18 In bijlage 1 staan de voorwaarden en vergoedingen per regeling beschreven.
22
Gemeente Harderwijk
Versie 1.1
2.1.3. Uitgaven De uitgaven zijn gecategoriseerd naar basisuitgaven en kosten voor participatie. De basisuitgaven bestaan uit: • vaste lasten. Dit zijn uitgaven die regelmatig terugkomen. Voorbeelden zijn huur, energiekosten19 en verzekeringen; • reserveringsuitgaven. Dit zijn uitgaven die niet regelmatig voorkomen en waarvan de hoogte vooraf niet bekend is. Voorbeelden zijn kosten voor inventaris, kleding en het eigen risico voor de zorgverzekering; • huishoudelijke uitgaven. Dit zijn terugkerende uitgaven aan voeding, persoonlijke verzorging en dergelijke; • werkgerelateerde uitgaven. Dit zijn uitgaven die gemaakt worden als een persoon werkt. Voorbeelden zijn de kosten van woon-werkverkeer en werkkleding. Naast de basisuitgaven worden kosten voor sociale participatie meegenomen: Dit bedrag in de begroting kan worden uitgegeven aan sociale en recreatieve activiteiten, oftewel: kosten voor meedoen aan de samenleving20. Voor de uitgaven is waar mogelijk uitgegaan van lokale tarieven. Voorbeelden hiervan zijn de huur en lokale heffingen. De andere bedragen zijn gebaseerd op normbedragen en berekeningen van het Nibud. Deze zijn terug te vinden in de begrotingen per huishoudtype in bijlage 3.
2.1.4. Uitgangspunten Voor de inkomenseffecten doen we de volgende aannames. Algemeen • De huishoudens maken van alle lokale regelingen gebruik en ontvangen daarvoor het maximale bedrag. Eveneens ontvangen ze alle landelijke toeslagen waar ze recht op hebben. Daarnaast doen we de aanname dat huishoudens geen schulden hebben. • Voor de uitgaven wordt uitgegaan van gemiddelden per huishoudtype. Dit betekent dat een ongunstige situatie, bijvoorbeeld een hogere huurprijs of een slecht geïsoleerd huis, direct gevolgen kan hebben voor de inkomenseffecten zoals in dit rapport zijn weergegeven. • Het vermogen van de huishoudens ligt binnen de grenzen van de Participatiewet 21. • De voorbeeldhuishoudens wonen in een huurwoning. We gaan uit van € 626 kale huur per maand voor een alleenstaande en € 671 kale huur per maand voor een meerpersoonshuishouden. Deze bedragen zijn gebaseerd op huurtoeslaggegevens van de Rijksoverheid over de gemeente Harderwijk. • We gaan er vanuit dat de voorbeeldhuishoudens geen recht hebben op de individuele inkomenstoeslag; in de tabellen wordt de inkomenssituatie en bestedingsruimte op 100 t/m 130 procent Wsm voor kortdurende minima getoond. Deze tabellen zijn aangevuld met een kolom over langdurige minimahuishoudens (inclusief gebruik van de individuele inkomenstoeslag).
• Huishoudens met een inkomen van 110 procent Wsm of hoger hebben te maken met werkgerelateerde kosten (werkkleding en woon-werkverkeer). Huishoudens met een inkomen gelijk aan de bijstandsnorm, en huishoudens die de AOW-leeftijd hebben bereikt maken, gezien hun situatie, deze kosten niet. • We gaan er vanuit dat huishoudens met kinderen kosten maken voor de basisschool (8 jaar) en middelbare school (13 en 17 jaar). De gemiddelde kosten van het basisonderwijs (€ 4) en middelbaar onderwijs (€ 70) per maand die zijn opgenomen in de begroting komen beide uit de schoolkostenmonitor van de Rijksoverheid. 19 De kosten voor water zijn gebaseerd op de tarieven van Vitens. Gegevens over het gemiddelde gebruik
per huishoudtype zijn afkomstig van Waternet. De kosten voor gas en elektriciteit zijn gebaseerd op de tarieven van maatschappij Vattenfall, pakket Nederlandse Groene Stroom en Aardgas, tot 1 jaar vast actie (tarief van moment van schrijven: augustus 2024). 20 Voor deze kosten is eveneens uitgegaan van het normbedrag dat het Nibud per huishoudtype hanteert. 21 Die vermogensgrens is € 15.150 voor paren, een gezin of alleenstaande ouder en € 7.575 voor een alleenstaande.
23
Gemeente Harderwijk
•
Versie 1.1
De zorgvraag van huishoudens met chronisch zieken is in de begroting verwerkt door met hogere vervoerskosten per maand per huishouden te rekenen (bijvoorbeeld voor ziekenhuisbezoek), de wettelijke eigen bijdrage voor medicatie (€ 250 per jaar) door te rekenen, maandelijks € 10 per huishouden voor waskosten door te rekenen, € 33 dieetkosten en € 15 personenalarmering.
Gemeentelijke regelingen • Voor het Jeugdfonds Sport en Cultuur is de aanname gedaan dat beide kinderen gebruik maken van de vergoeding voor sport (cultuur wordt niet meegenomen in de begroting). Dit gaat om een jaarbedrag van € 225 per kind. • Voor Stichting Leergeld Randmeren is een gemiddeld bedrag berekend per kind (€ 272 per jaar), zoals uit het jaarverslag van 2023 blijkt. • Voor de regeling schoolkosten voortgezet onderwijs is de aanname gedaan dat de huishoudens met kinderen minimaal één jaar een inkomen tot 120 procent Wsm hebben en dus recht hebben op deze regeling. Opvang en BSO • Alleenstaande ouders met een inkomen gelijk aan de bijstandsnorm werken niet of zitten in een traject waarbij de kinderopvang wordt vergoed. Voor alleenstaande ouders met een inkomen van 110 procent Wsm of hoger zal het 8-jarige kind naar de BSO gaan zodat de ouder kan werken. Daarbij gaan we uit van de volgende uren en tarieven: o Inkomen van 110 en 120 procent Wsm: twee dagdelen van 4 uur BSO per week voor het 8-jarige kind tegen een tarief van € 9,12 (maximum uurprijs 2024). o Inkomen van 130 procent Wsm: drie dagdelen van 4 uur BSO per week voor het 8-jarig kind tegen een tarief van € 9,12 (maximum uurprijs 2024). • Bij een paar met twee kinderen met een inkomen hoger dan 100 procent Wsm werkt slechts één van beide partners. Anders is het huishoudinkomen hoger.